Licht of duisternis (n.a.v. Amos 5)

Zalige hoop?

De wederkomst van de Here Jezus Christus is de zalige hoop en toekomstverwachting van de Gemeente van Christus. Zij weet niet alleen van Christus’ 1ste komst naar deze wereld, maar ook van Zijn wederkomst (namelijk: de wederkomst voor de Zijnen, om hen te “bewaren voor het uur van de verzoeking”, een verwijzing naar de grote verdrukking, zoals vermeld in Openbaring 10:3 – noot AK).
“Ik kom terug en zal u tot Mij nemen” heeft Jezus Zelf tot Zijn discipelen gezegd (zie Joh. 14:3). Vele christenen verheugen zich vandaag de dag dan ook op dit gebeuren, dat zij nu spoedig verwachten. Hoe ontnuchterend kan het dan zijn om in Gods Woord te lezen: “Wee hun die verlangend uitzien naar de dag van de HEERE! Wat zal voor u die dag van de HEERE zijn? DUISTERNIS zal hij zijn EN GEEN LICHT! (Amos 5:18, HSV). God zegt hiermee, dat een groot aantal christenen eigenlijk geen enkele reden heeft om naar de spoedige wederkomst van Jezus te verlangen en uit te zien. Het zal voor hen geen blijdschap zijn, maar een dag van smart! De profeet Amos, die deze woorden moest neerschrijven, was een merkwaardig man. Dat wil zeggen, hij was zo geheel anders dan de andere predikers, toen en nu. Amos was er niet zo één die graag voorganger of prediker wilde zijn, maar… hij kon niet anders; God had zijn leven gevorderd, opgeëist: “…Ik ben geen profeet en ik ben geen profetenzoon, maar ik ben veehouder en moerbeikweker. De HEERE haalde mij echter achter de kudde vandaan en de HEERE zei tegen mij: Ga heen, profeteer tegen (SV: tot) Mijn volk Israël! (Amos 7:14-15, HSV). Weinig waarachtig geroepenen zijn er ook vandaag de dag. Dienstknechten Gods die, net als Paulus, moeten zeggen: “de nood is mij opgelegd” (zie 1 Kor. 9:16). De meeste van de hedendaagse predikers hebben zichzelf “besneden”, of zijn door de mensen “besneden”, maar ze zijn niet door God “besneden” (volgens Kol. 2:11 en Rom. 2:29) en aangesteld. Eén van de grootste zonden van onze tijd is dat men “speelt” met de heilige dingen van God. Daarom zal deze dag van Christus’ wederkomst voor velen die zich christen noemen een dag van verschrikking zijn (omdat zij niet tot degenen zullen blijken te behoren die Hij zal “bewaren” uit de grote verdrukking, zoals vermeld in Openbaring 10:3 – noot AK). Laten wij de ernst van deze zaak NU onder ogen zien en daarmee niet wachten totdat het onheil ons overkomt en het te laat is! 

Genade en oordeel

Het 5de hoofdstuk van het boek Amos toont ons hoe genadig onze God is. Het is een hoofdstuk waarin donkerheid en duisternis overheersen, en toch is er licht! Er is sprake van een klaaglied, dat de Here opheft over “de maagd van het ‘huis van Israël’[1]” (zie Amos 5:1-2), het ontrouwe volk van God. Er wordt gesproken over een “rouwklacht”, die overal gehoord zal worden (zie Amos 5:16-17), op die dag als de Here verschijnt. En toch is er ook licht! Tot driemaal toe komen wij in dit hoofdstuk het bevel tegen, dat meer een belofte is: “Zoek en… leef” (zie Amos 5:4, 6 en 14). Maar daar is dan ook wel een voorwaarde aan verbonden: “Zoek de Here!” (zie Amos 5:4 en 6). Toen er nog niets aan de hand leek in het 10-stammenrijk van het “huis van Israël” – er was zelfs welvaart, net als nu – moest Amos deze boodschap van God brengen; hij moest HET OORDEEL aankondigen.
Ze zullen hem wel uitgelachen hebben, zoals ze dat destijds ook met Noach gedaan hebben, en zoals ze ook nu doen met de van God gezonden boodschappers. Maar Amos moest ze aan die zondvloed uit Noachs tijd herinneren (zie Genesis 7) en eraan toevoegen, dat God niet zou aarzelen zoiets opnieuw te doen: “Die het water van de zee roept en over het aardoppervlak uitgiet: HEERE is Zijn Naam!” (Amos 5:8b). Ook vandaag de dag is het weer als “in de dagen van Noach” (zie Luk. 17:26-27). En ook vandaag de dag leeft men in grote gerustheid en zekerheid (lees: zelfverzekerdheid), vele kinderen van God incluis, net zoals in de dagen van Amos. Het geroep “vrede en geen gevaar” vlak voor deze “dag des Heren”[2], is niet van de lucht, maar het doet ons voor het ergste vrezen, omdat wij het Woord geloven!

  • “Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht. Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid (SV: het is vrede, en zonder gevaar), dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten.(1 Thess. 5:2-3, HSV)

En dat Woord zegt: “Het zal (op deze “dag des Heren”) niet licht, maar duister zijn”! (zie Amos 5:20).

KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen.

H. Siliakus
Enigszins bewerkt door A. Klein


[1] Er is een verschil tussen Israël en het Jodendom. Wij willen dit in het kort proberen uit te leggen. In eerste instantie bestaat het volk van Israël uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het “huis van Israël” en het “huis van Juda” (de zgn. Joden). Het “huis van Israël” (ook wel Efraïm-Israël genoemd) is het 10-stammenrijk dat in de loop van de geschiedenis, door de Assyrische ballingschap, weggevoerd werd uit het beloofde land Kanaän/Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij, tot op heden, in het “verborgen” wonen. Het zijn vooral de zgn. “christelijke” landen in Noordwest-Europa en de landen, waar velen uit Noordwest-Europa later naar toe zijn geëmigreerd, zoals Amerika, Canada, Zuid-Afrika en Australië. Het “huis van Juda” is het 2-stammenrijk, namelijk het volk van Juda, Benjamin en Levi, dat in de dagen van Jezus rondwandeling op aarde in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. (Het huis van) Juda, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (Rom. 11:25).
>>> Vele christenen zijn dus – vaak zonder het zelf te weten – nazaten van dit “huis van Israël” (waardoor zij er ook letterlijk, via hun DNA, toe behoren).
>>> Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – het artikel ANDER nieuws over Israël – De zoektocht naar de Israëlische identiteit van ALLE 12 stammenvan A. Klein en/of de studie Gij, volk van Israël, ontwaak!van E. van den Worm. (noot – AK)
[2] Zie eventueel op onze website de studie De Dag des Herenvan E. van den Worm. (noot – AK)
Geplaatst in Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus | Getagget , , , , , , , | Plaats een reactie

Openbaring, hoofdstuk 10: ‘vers voor vers’ UITLEG gereed

Het volgende hoofdstuk – van de uitgebreide ‘vers voor vers’ Bijbelstudie van het Boek Openbaring, met de titel: Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL van Bijbelleraar CJH Theys[1] – is geplaatst.
Alle hoofdstukken van deze studie zijn (als ze gereed zijn) te zien/te vinden op de zwarte balk, direct onder het plaatje bovenaan deze site.

Op dit moment is hoofdstuk 10 gereed en geplaatst.
KLIK HIER voor hoofdstuk 10, vers 1-11, met de titel:

Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld aangezegd

 

Al eerder geplaatst (de PDF’s):
Inleidende beschouwingen
Openbaring, hoofdstuk 1: Jezus Christus openbaart Zich aan Johannes
Openbaring, hoofdstuk 2: De brieven aan de 7 Gemeenten
Openbaring, hoofdstuk 3: De brieven aan de 7 Gemeenten (vervolg)
Openbaring, hoofdstuk 4: De Troonsheerlijkheid van de Vader
Openbaring, hoofdstuk 5: De heerlijkheid van de verzoening door God de Zoon
Openbaring, hoofdstuk 6: De zegels worden geopend…
Openbaring, hoofdstuk 7: De Goddelijke oogst (voor en na de grote oordelen van God)
Openbaring, hoofdstuk 8: De bazuinen gaan klinken
Openbaring, hoofdstuk 9: De culminatie van de demonische machten tot de antichristelijke heerschappij (het begin van de grote verdrukking)


[1]
NOOT: Voor meer informatie over Bijbelleraar CJH Theys, KLIK HIER.

A. Klein,
Mede namens H. Herbold en R. Klein (die mij – vol enthousiasme – helpen bij deze klus).

Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Eindtijdstudie, Nuttige studie als 'basiskennis', Oordelen Gods, Studie van CJH Theys, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Getagget , , , , , , , | 2 reacties

Dingen die (met) haast geschieden moeten. Een systematische verklaring van het Bijbelboek Openbaring (deel 7)

Klik hier voor deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5 en/of deel 6.

De wegrukking van de mannelijke zoon

Wij hebben gezien dat, in de in het vorige hoofdstuk behandelde “tussentijd”, de toestand van de wereld snel zal verslechteren en het leven voor de gelovigen – of zij nu tot de Bruidsgemeente behoren of niet[1] – steeds moeilijker zal worden. De dreiging van de satan en van de satanische machten van het “proto-antichristelijke rijk” (waar de “10 horens” van Openbaring 12:3 van spreken – zijnde een verwijzing naar het zgn. “10-statendom”[2] dat zich dus al vóórdat de antichrist komt in zekere zin zal manifesteren[3]) zal op een gegeven moment zó groot worden, dat God het nodig zal achten de mannelijke zoon-groep[4] (lees: de 144.000 geestelijk volmaakte zonen uit alle 12 stammen van Israël, zie Openb. 7:4-8 en 14:1-5 – noot AK) “weg te rukken” en in de hemel op te nemen:
“En zij (de Vrouw van het Lam[5]) baarde een mannelijke zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon.” (Openb. 12:5, SV)
De mannelijke zoon-groep is het enige gedeelte van de Bruidsgemeente dat in de eindtijd, bij aanvang van de grote verdrukking, lichamelijk in de hemel OPGENOMEN wordt![6]
Van deze mannelijke zoon wordt in Openbaring 12:5 nog gezegd, dat hij “de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede”. De Statenvertaling geeft het goed weer met het woord “zou”: dit “hoeden” gebeurt namelijk niet vóór de hemelvaart van de mannelijke zoon (lees: de 144.000 geestelijk volmaakte zonen), maar nadat hij met Jezus zal zijn teruggekeerd naar de aarde, aan het eind van de grote verdrukking, in de “strijd van Armageddon” (vergelijk dit met wat van Jezus gezegd wordt in Openbaring 19:15):
“En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede;…” (SV). (Lees in dit verband vooral ook nog Openbaring 19:14 en Judas 1:14-15, want “Hij komt terug met Zijn tienduizenden heiligen om, samen met hen, alle goddelozen te straffen” – noot AK).
Er zij nog op gewezen dat de voorstelling van het “hoeden met een ijzeren roede” niet die van een vreedzaam hoeden (zoals van een herder) is, maar van een “tuchtiging” (zoals ook duidelijk blijkt uit Judas 1:14-15 – noot AK). Zodat hier een duidelijke verwijzing naar “Armageddon” uit kan worden afgelezen. Uit het één en ander volgt, dat het “hoeden van de heidenen” slechts een korte tijd zal duren.
In de “roede” hebben wij nog een aanwijzing voor de vereenzelviging van de mannelijke zoon met de 144.000 uitverkorenen uit Israël (uit alle 12 stammen, zie Openb. 7:4-8), want in Jeremia 51:19-23 wordt Israël uitgebeeld als “Gods roede”. Als zodanig zal de mannelijke zoon (lees: de 144.000 geestelijk volmaakte zonen) dus voornamelijk NA de “tijden der heidenen” (ofwel: NA de grote verdrukking) functioneren – en wel in de slag van Armageddon – want tijdens deze “tijden der heidenen” zullen immers juist de HEIDENvolkeren als “Gods roede” fungeren (zie noot 3).
Na de hemelvaart van de mannelijke zoon (lees: de 144.000 geestelijk volmaakte zonen) richt zich al de woede van satan en zijn trawanten op de leden van de overige (ofwel: de EIGENLIJKE) Bruidsgemeente. Maar eerst heeft iets plaats, dat deze wereld – voor een korte tijd – pas werkelijk in een “hel” zal veranderen: de nederwerping van satan.

KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen.

H. Siliakus 
Enigszins bewerkt door A. Klein

(wordt vervolgd)

  • Zie eventueel ook nog ons schema met het te verwachten Eindtijdscenario (met studieverwijzingen).

[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’ (over de 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd)” van A. Klein/E. van den Worm. (noot – AK)
[2] Ook de 10 tenen uit Daniël 2:42 verwijzen naar dit zgn. 10-statendom. Met deze 10 tenen – van ijzer en (kleiachtig) leem, zijnde een verdeeld en antichristelijk koninkrijk – wordt het 10-statendom, nu beter bekent als het Verenigd Europa, bedoeld.
Uitleg in het kort: Al die (inmiddels zo’n 27) landen van het Verenigd Europa (de EU of Europese Unie genaamd) zullen straks in 10 staten verdeeld worden (waarschijnlijk omdat het dan beter te besturen is). En uit één van die 10 staten komt dan de antichrist voort.
Voor een uitgebreide uitleg: zie noot 6 van deel 6 (= hoofdstuk 10 van deze studie). (noot – AK)
[3] Overgenomen uit hoofdstuk 10 van deze studie:
De 2de bazuin (zie Openb. 8:8-9) brengt het plotseling optreden van een grote wereldmacht (een “berg” in de symboliek van de Schrift). Hier, zouden wij kunnen zeggen, is het ontstaan, de geboorte, van het antichristelijk rijk, dat zich op de meest gruwelijke wijze zal manifesteren ten tijde van de grote verdrukking. Het antichristelijk rijk zal het 7de en laatste rijk zijn van de “tijden der heidenen” (zie Dan. 2). De 7 “koppen” van Openbaring 12:3 (HSV) verwijzen naar deze 7 heidense rijken. In Daniël 2 is slechts van 6 heidense rijken sprake, omdat het 1ste rijk dan al voorbijgegaan is en omdat het 7de rijk hier het Koninkrijk Gods – d.i. het 1000-jarig Vrederijk van Christus – moet zijn (zie Dan. 2:44). Het 1ste heidense wereldrijk, dat bij de 6 rijken van Daniël gevoegd moet worden, is het Assyrische rijk, Daarna kwamen achtereenvolgens het Babylonische, het Medo-Perzische, het Macedonisch-Griekse, het Romeinse en het “verdeelde” rijk (zie Dan. 2:41, HSV). In het tijdperk van dit “verdeelde rijk” leven wij nu nog steeds. Het “rijk van de 10 tenen” (zie Dan. 2:42), dat nog komen moet, zal het 7de of antichristelijke rijk zijn. Net als het Babylonische rijk, waarmee het ook vele karaktertrekken gemeen zal hebben, wordt het antichristelijke rijk voorgesteld door een “berg”. In Jeremia 51:25 (HSV) wordt het Babylonische rijk genoemd een “berg die te gronde richt,… die heel de aarde te gronde richt” en “een berg die in brand staat”, benamingen die een opvallende gelijkenis vertonen met wat in Openbaring 8:8-9 beschreven wordt en waarmee het antichristelijk – of, zo u wilt, het proto-antichristelijk – rijk wordt bedoeld. Het Babylonisch systeem zal in het antichristelijk rijk het meest boosaardige hoogtepunt bereiken. Reeds het eerste (pre-tribulationale) optreden van het antichristelijke rijk zal grote beroering in de “volkerenzee” teweegbrengen, hetgeen (vanwege oorlog etc.) tot veel bloedvergieten zal leiden (“het derde deel van de zee wordt bloed” lezen wij in Openbaring 8:8) en uiteindelijk tot het ontstaan van een combinatie van aardse machten – de 10 horens van Openbaring 12:3 en de 10 tenen van Daniël 2:42 – waarin de contouren van het definitieve antichristelijke rijk al weer beter zichtbaar zijn (het zgn. 10-statendom – zie noot). God gebruikt in de laatste dagen de antichristelijke macht tot tuchtiging van de (ONbekeerlijke) volkeren/mensheid, zoals Hij daartoe voorheen Assyrië, Babylonië, Perzië, enz., enz. gebruikte (vergelijk Jes. 10:5, 13, 16 en 47:5-7 alsmede 45:1). (noot – AK)
[4] Zie, ter verduidelijking, de uitleg bij hoofdstuk 9 (deel 5) van deze studie: De geboorte van de mannelijke zoon”. (noot – AK)
[5] Zie eventueel de studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aardevan E. van den Worm en/of het artikel Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12?van A. Klein. (noot – AK)
[6] Zie eventueel het artikel De Wederkomst van Christus nader bekeken en/of het artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ? beide van A. Klein. (noot – AK)
Geplaatst in Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Getagget , , , , , , , , | Plaats een reactie

Boekbespreking 49: Podium en Gemeente (Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan)

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys[1]

Omdat deze studie al eerder in 11 losse delen op ons weblog is verschenen (van juni 2009 t/m april 2010) volstaan wij nu met het plaatsen van de inhoudsopgave.

Hoofdstuk 1:
De arbeider van de Here en zijn verhouding tot God
De arbeider en zijn karakter – Een arbeider moet een leven in afhankelijkheid van Hem leiden – Bouw nooit op eigen kracht – De arbeider moet God en Zijn Woord boven alles liefhebben, meer dan wat hijzelf is of heeft – Een arbeider moet God gehoorzamen – Gods arbeider moet een evenwichtige groei kennen in Geest èn Woord – Een arbeider van God moet gebedsworstelingen willen kennen ter verkrijging van de openbaring van Gods Wil en interveniërende Kracht    

Hoofdstuk 2:
Gods arbeider en de Gemeente
De arbeider van God moet Hem dienen zonder aanzien des persoons – Een arbeider van God moet zijn eigen huis goed kunnen regeren – Een arbeider moet getrouwheid kennen in zijn bediening, ondanks strijd – Een arbeider moet in alles waken en bidden – Een arbeider moet in de Gemeente voorzichtig handelen en spreken – Standhouden ondanks rebellie – Getrouwheid, ondanks martelaarschap

Hoofdstuk 3:
De Gemeente, Gods woning in de Geest
Slechts wedergeboren gelovigen hebben deel aan de Gemeente van Christus – Gods Gemeente vormt een uitverkoren geslacht, een Koninklijk priesterdom, een heilig volk – Gods Woning in de Geest vormt, met haar samenstellende delen (d.i. de tot één geheel gevormde christenheid), een levend organisme – Distantieer u! – De Gemeente in onze dagen staat in het teken van de afval (van het ware geloof) – Onze tijd ontwikkelt zich (geestelijk gezien) richting de antichristelijke tijd – Wij zijn verantwoordelijk om het vaandel van het recht-gesneden Evangelie hoog te houden – De wet van wederkerigheid in het Raadsplan van God – De heerlijkheid van de Bruidsgemeente – In Gods Gemeente moet ‘de geest van orde’ heersen – De Gemeente heeft de inwoning van Gods Heilige Geest hiertoe nodig – Kentekenen verbonden aan de (met Gods Geest) vervulde staat – Vervuld zijn (met Gods Geest), maar ook BLIJVEN

Hoofdstuk 4:
De bediening van het geven: Financiële offers om de materiële uitgaven, ten behoeve van de Gemeente, te helpen dragen
Tienden behoren God toe – Aan wie hebben wij onze tienden te geven? – Tien punten om te onthouden en om waar te maken in ons christenleven

Hoofdstuk 5:
Door God geroepen tot leiderschap in de Gemeente
Het is God, Die u roept – Wat de geroepene kenmerkt: Een wonderbare gemeenschap met de Heilige Geest – De geroepene wordt verder gekenmerkt door een bediening overeenkomstig zijn roeping, waarin hij de werken, die Jezus deed, ook doet – Laten vleselijke motieven uw roeping niet bezoedelen – Laat de zorg voor het levensonderhoud uw hart niet vullen – God willen dienen naar Zijn roeping – Geen werk zoeken voort te zetten – Nooit een andere arbeider van God imiteren – Tevreden zijn met de roeping, waartoe Hij u roept – Hem dienen in liefde en trouw – Met bekwaamheid onderrichten – De prijs willen en durven betalen in volhardende trouw – Vijf eigenschappen, die kenmerkend zijn voor (ware) geestelijke leiders

Hoofdstuk 6:
De algemene zendingsopdracht
De algemene zendingsopdracht volgens Markus 16:15 – “Ga heen”! – Heen gaan “in heel de wereld” – “Predik het Evangelie aan ALLE schepselen” – Predik de gezonde leer     – De Here werkt mee – Gods Woord, de hoogste autoriteit in Gods schepping – Gezonden in het midden van de wolven – De algemene zendingsopdracht volgens Jesaja 61:1-3 – Eiken(bomen) van de gerechtigheid – Gods arbeider moet Hem dienen in waarheid – Hem dienen in waarheid èn in genade – Dienen tot verheerlijking van Zijn Naam – Er wacht de arbeider geen eer, maar een kruisproces

Hoofdstuk 7:
Ouderlingen en diakenen
Wat wordt in Gods Woord onder opziener of ouderling verstaan? – De Schriftuurlijke voorwaarden, waaraan opzieners of ouderlingen hebben te voldoen – 1. Een opziener moet “de man van één vrouw” zijn – 2. Een opziener moet (in geestelijke zin) “wakker” zijn – 3. Een opziener moet “matig” zijn – 4. Een opziener moet “eerbaar” zijn – 5. Een opziener moet “gastvrij” zijn – 6. Een opziener moet “bekwaam zijn om (Gods Woord) te onderwijzen” – 7. Een opziener mag “niet genegen zijn tot wijn” – 8. Een opziener mag geen “smijter” zijn – 9. Andere eisen die aan een opziener worden gesteld – 10. Een opziener moet iemand zijn, die “zijn eigen huis goed bestuurt” – 11. Een opziener mag geen “pasbekeerde” zijn – 12. Een opziener moet ook buiten de Gemeente een goed getuigenis hebben – De Schriftuurlijke voorwaarden waaraan een diaken of diakones heeft te voldoen

Hoofdstuk 8:
Ouderlingen en diakenen in de praktijk van de Gemeente
Ouderlingen en diakenen moeten werken met inzicht en eensgezind zijn – Kandidaten voor ouderling of diaken moeten eerst worden beproefd – Gods dienaars moeten, ondanks alles, de tucht in de Gemeente handhaven – Gods dienaars moeten hun plaats in de Gemeente weten – De bedieningen van ouderlingen en diakenen – De bediening van het opvangen van (nieuwe) zielen en van de nazorg van zielen – Het doen van huisbezoeken – Met wie men NIET op huisbezoek moet gaan – Gods dienaars moeten een waarachtige toewijding aan God kennen – Doe uw huisbezoeken zonder aanzien des persoons – Gods dienaars mogen geen huisbezoeken doen uit berekening – U moet in uw gesprekken niet achteromzien, maar uw blik op Jezus gericht houden! – Spreek met de zielen over Christus – God werkt mee, als Hij ziet dat wij zielen geestelijk kunnen opvangen – Het bezoeken van armen – Het bezoeken van zieken – De voordienst – De dienst van het getuigen

Hoofdstuk 9:
De bedienaars van het Woord
Uitdelers van Gods verborgenheden – Getrouwheid bij het uitdelen – Wees werkelijk een uitdeler van Gods verborgenheden – De arbeider moet zèlf eerst Gods verborgenheden kennen – Verborgenheden van God, die wij niet kunnen uitdelen – Hoe wij tot die kennis van Gods verborgenheden moeten komen – Gaven, ambten en bedieningen en de verzoekingen in deze – De gave(n) van hen, die op het podium staan – 1. Evangelisten – 2. Herders – 3. Leraars

Hoofdstuk 10:
De verborgenheid van de ONgerechtigheid – de valse arbeiders
Valse Christussen – Valse Pinksterstromingen – Valse zalvingen – Verleidende geesten – Enkele verleidende geesten, genoemd in de Bijbel – Verleidende geesten in onze dagen – Engelenbediening – Valse apostelen – De Zalvingen en Gaven van de Here – Belevenis vanuit de hemel op basis van hartgrondige bekering – Wat gebeurt er op het Pinkstertoneel in onze dagen? – Bijbelse voorbeelden van misbruik van de zegen des Heren – Blijf het kruispad getrouw – Gods Woord moet in ons heersen – Wees waakzaam en voorzichtig – Dat wij DE Waarachtige kennen 

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER

A. Klein


[1] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar. Zie vooral ook het “In memoriam”.
Geplaatst in Boek/studiebespreking, Gehoorzaamheid aan God, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst | Getagget , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Opeenvolgende profetische gebeurtenissen voorafgaand aan het einde van de huidige tijdsbedeling (deel 8)

Klik op één van de onderstaande delen als u die (ook) wilt lezen:
deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6 en/of deel 7

 

De wederkomst van Jezus Christus in verband met Juda en Israël 

Het vraagstuk van de Joden en dat van Israël[1]

Zowel in het Evangelie volgens Mattheüs, alsook volgens Lukas vinden wij de woorden opgetekend, die van een massale bekering van het Joodse volk getuigen:

  • “Want Ik zeg u: U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Here!” (Matth. 23:39, HSV)
  • “…Voorwaar, Ik zeg u dat u Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn dat u zult zeggen: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Here.” (Luk. 13:35, HSV)

En dit zou geschieden na een lange tijd van Gods oordeel over dit volk: “Ziet uw huis wordt u woest gelaten” (Matth. 23:38, SV). Ook Lukas 21:24 spreekt de oordeelsprofetie uit: “En zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en in gevangenschap weggevoerd worden onder alle heidenen (SV: alle volken). En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt (SV: vertreden) worden, TOTDAT de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn.” Deze profetie is waarachtig: Door de eeuwen heen is het land, waar Israël woonde, door de heidenen vertreden geweest… en nog zijn “de tijden van de heidenen” NIET vervuld…
Echter, door de gebeurtenissen van de laatste decennia – het op wrede, ja gruwelijke wijze vermoorden van méér dan 6.000.000 Joden onder het nazi-regime (tijdens de 2de wereldoorlog van 1940-1945) met, niet lang daarop volgend, de stichting van de “Staat Israël” op 14 mei 1948 – is alles met betrekking tot Juda en Israël beslist weer heel actueel geworden! Door velen wordt sindsdien dan ook, met enige regelmaat, de vraag gesteld of “de rol van Israël in de heilshistorie – dat wil zeggen: haar rol in de geschiedenis van de volkeren – al is uitgespeeld?” Velen beantwoorden deze vraag bevestigend, anderen beweren weer iets anders.
Een feit is dat de vloek, die het Joodse volk over zichzelf heeft uitgesproken met de woorden: “Zijn bloed kome over ons, en over onze kinderen”! (Matth. 27:25, SV) menigmaal grote ellende over dit volk heeft gebracht! Velen vinden hierin de gedachte van “rechtvaardiging” opgesloten van het herhaaldelijk met kracht opdoemend “antisemitisme”!
Maar… alleen de Schrift geeft het waarachtige antwoord op het vraagstuk van de Joden en dat van Israël.[2]
Het betreft hier allerminst een kwestie die aan de oppervlakte ligt; integendeel, maar de Schriftopenbaring doet ons verstaan dat één en ander – gezien langs de profetische lijn – deel vormt van “de lotsbestemming der volkeren”. Wanneer wij de profetische uitspraken in het Oude Testament met betrekking tot Juda en Israël koppelen aan de woorden van de Here Jezus Christus, die Hij tegen Jeruzalem uitsprak, dan ligt het voor de hand dat er nog GROTE DINGEN staan te gebeuren! 

De massale bekering van de Joden aan het eind der tijden

Wanneer wij Paulus laten spreken, merken wij op dat hij in Romeinen 11:5 spreekt van “een overblijfsel” en wel één “overeenkomstig de verkiezing van de genade”. Hoe waarachtig is dan het vervolgwoord: “Maar als het door genade is, is het niet meer uit de werken, anders is genade geen genade meer. En als het uit de werken is, is het geen genade meer, anders is het werk geen werk meer” (Rom. 11:6, HSV). Wij geloven dan ook dat dit “overblijfsel”, deze “rest”, vanaf de dagen van de apostel Paulus tot op heden toe weliswaar steeds groeiende is geweest, maar ook dat de aanname van de Here Jezus Christus door het Joodse volk, door de geschiedenis heen, slechts door een (relatief) kleine groep van begenadigden zal zijn geweest. Hun komen tot Christus was zeker niet “massaal”. Van het overgrote deel van dit volk waren en zijn de zinnen verhard (zie Rom. 11:25). Bij het lezen van het Oude Testament blijft de verborgenheid van het Messiasschap van de Here Jezus Christus “bedekt”. Vandaar dan ook dat Paulus schreef: “Maar wanneer het (hart van dit volk) zich tot de Here BEKEERT, wordt de bedekking weggenomen” (2 Kor. 3:16, HSV).
Bij de Wederkomst (d.i. bij de 1ste, onzichtbare wederkomst – zie noot[3]) van de Here Jezus Christus echter profeteert de Schrift over een massale bekering van de Joden. Dezen zullen dan niet langer het “Joodse geloof” belijden, maar CHRISTENEN (dat wil zeggen: navolgers van Christus) geworden zijn. De christenheid zal zich niet kunnen verenigen zonder rekening te houden met hen, die naar “het vlees” uit het Jodendom tot bekering zullen komen. Uit Romeinen 11:26, dat heenwijst naar het einde der tijden, blijkt dit duidelijk:
“En zo (d.i. nadat “de volheid van de heidenen zal zijn ingegaan” – zie Rom. 11:25) zal HEEL Israël (dus alle 12 stammen) zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob (de stamvader van dit Israëlitische volk van 12 stammen).” (HSV)
Het is niet mogelijk om in dit bestek het gehele vraagstuk van het Jodendom te behandelen, maar één ding staat vast: het Lichaam van Christus is slechts volledig na deelname van allen die uit beide “huizen” – dus: uit het “huis van Juda” (het 2-stammenrijk) èn uit het “huis van Israël” (het 10-stammenrijk) – tot bekering zullen komen tot de Here Jezus Christus.

KLIK HIER als u deze (vervolg)studie verder wilt lezen.

C.J.H. Theys
Enigszins bewerkt door A. Klein

(wordt vervolgd)

  • Zie eventueel ook nog ons schema met het te verwachten Eindtijdscenario (met studieverwijzingen).

[1] Er is een verschil tussen Israël en het Jodendom. Wij willen dit in het kort proberen uit te leggen. In eerste instantie bestaat het volk van Israël uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het “huis van Israël” en het “huis van Juda” (de zgn. Joden). Het “huis van Israël” (ook wel Efraïm-Israël genoemd) is het 10-stammenrijk dat in de loop van de geschiedenis, door de Assyrische ballingschap, weggevoerd werd uit het beloofde land Kanaän/Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij, tot op heden, in het “verborgen” wonen. Het zijn vooral de zgn. “christelijke” landen in Noordwest-Europa en de landen, waar velen uit Noordwest-Europa later naar toe zijn geëmigreerd, zoals Amerika, Canada, Zuid-Afrika en Australië. Het “huis van Juda” is het 2-stammenrijk, namelijk het volk van Juda, Benjamin en Levi, dat in de dagen van Jezus rondwandeling op aarde in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. (Het huis van) Juda, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (Rom. 11:25).
>>> Zie eventueel het artikel ANDER nieuws over Israël – De zoektocht naar de Israëlische identiteit van ALLE 12 stammenvan A. Klein.
[2] Zie noot 1.
[3] Zie eventueel het artikel De Wederkomst van Christus nader bekeken van A. Klein en/of de studie Gij, volk van Israël, ontwaak ! van E. van den Worm.
Geplaatst in Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Studie van CJH Theys, Wederkomst van Christus | Getagget , , , , , , | Plaats een reactie

Openbaring, hoofdstuk 9: ‘vers voor vers’ UITLEG gereed

Het volgende hoofdstuk – van de uitgebreide ‘vers voor vers’ Bijbelstudie van het Boek Openbaring, met de titel: Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL van Bijbelleraar CJH Theys[1] – is geplaatst.
Alle hoofdstukken van deze studie zijn (als ze gereed zijn) te zien/te vinden op de zwarte balk, direct onder het plaatje bovenaan deze site.

Op dit moment is hoofdstuk 9 gereed en geplaatst.
KLIK HIER voor hoofdstuk 9, vers 1-21, met de titel:

De culminatie van de demonische machten tot de antichristelijke heerschappij (het begin van de grote verdrukking)

Al eerder geplaatst (de PDF’s):
Inleidende beschouwingen
Openbaring, hoofdstuk 1: Jezus Christus openbaart Zich aan Johannes
Openbaring, hoofdstuk 2: De brieven aan de 7 Gemeenten
Openbaring, hoofdstuk 3: De brieven aan de 7 Gemeenten (vervolg) 
Openbaring, hoofdstuk 4: De Troonsheerlijkheid van de Vader
Openbaring, hoofdstuk 5: De heerlijkheid van de verzoening door God de Zoon
Openbaring, hoofdstuk 6: De zegels worden geopend…
Openbaring, hoofdstuk 7: De Goddelijke oogst (voor en na de grote oordelen van God) 
Openbaring, hoofdstuk 8: De bazuinen gaan klinken


[1]
NOOT: Voor meer informatie over Bijbelleraar CJH Theys, KLIK HIER.

A. Klein,
Mede namens H. Herbold en R. Klein (die mij – vol enthousiasme – helpen bij deze klus).

Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Eindtijdstudie, Nuttige studie als 'basiskennis', Oordelen Gods, Studie van CJH Theys, Wederkomst van Christus | Getagget , , , , , , , | Plaats een reactie

Boekbespreking 48: De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm[1]

Openb. 5:6           “En ik zag, en zie, in het midden van de troon en van de 4 dieren (letterlijk: levende wezens) en in het midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met 7 horens en 7 ogen. Dat zijn de 7 Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde.” (HSV)
Vanuit Zijn hemeltroon zendt het Lam ons na Zijn opstanding en hemelvaart Zijn almachtige Heilige Geest uit, Die ons na onze berouwvolle bekering en algehele overgave uit satans zondemacht wil redden door ons deel te geven aan Zijn dood en opstanding, ons leidend op de door Hem gebaande kruisweg, waardoor wij naar de hemel en naar onze Vader-God toe mogen groeien. 

I. De formering van de weg van het kruis door het Lam van God tot overwinning over de zondemacht van satan.

1.   De vleeswording van Gods Zoon
De Zoon van God kwam op Gods tijd naar de aarde en verbond Zich in Maria’s schoot met de zondige mensheid om haar als haar Vertegenwoordiger bij God door middel van Zijn sterven op Golgotha, als schuldoffer tot verzoening met God heel haar zondeschuld te betalen, om haar zo van de eeuwige dood te redden. Hiertoe verliet Hij Zijn hemelse heerlijkheid, vernietigde Zichzelf, en verbond Zich als een mannelijke cel met de vrouwelijke eicel van Maria. Zo ontstond de Zoon van de mens, Immanuël, onze Here Jezus Christus, de Zoon van God én Zoon van de mens, de 2de Adam.

  • Joh. 1:14              “En het Woord is vlees (en dus Mens) geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.” (HSV)
  • Rom. 1:3              “(Paulus,… afgezonderd tot het Evangelie van God,…) ten aanzien van Zijn Zoon, Die, wat het vlees betreft, geboren is uit het geslacht (of zaad – in het Grieks: spermatos) van David.” (HSV)
  • Filip. 2:5-8            “Laat daarom die gezindheid in u zijn, die ook in Christus Jezus was. Die, hoewel Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de kruisdood.” (HSV)

In de oorspronkelijke Griekse tekst van Romeinen 1:3, het vers, waar wij lezen: “geboren uit het geslacht van David” staat voor “geslacht” de term “spermatos”. Dit wil zeggen, dat in het lichaam van het Lam van God ook de zondige natuur (het DNA) van David woonde, waardoor Hij ook ”in alle dingen, zoals wij, was verzocht geweest”, nochtans had Hij NOOIT gezondigd en waren Zijn ziel en geest rein gebleven.

  • Rom. 8:3              “Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het (zondige) vlees (en zondige leven van de mens), dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan (in het Grieks: homoioma) het zondige vlees en dat omwille van de zonde (van de mensheid), en (zo) de zonde veroordeeld in het vlees.” (HSV)
  • Hebr. 2:14-18       “Omdat dan de kinderen mensen van vlees en bloed zijn, heeft Hij EVENEENS (d.i. op gelijke wijze als wij) daaraan deel gekregen, om door de dood hem die de macht over de dood had, dat is de duivel (of satan), teniet te doen,  en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavendienst (d.i. als slaven van satan) onderworpen waren. Want werkelijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het nageslacht van Abraham aan. Daarom moest Hij in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die bij God te doen waren om de zonden van het volk te verzoenen. Want waarin Hij Zelf geleden heeft, toen Hij (door de satan) verzocht werd, kan Hij hen te hulp komen die (door de satan) verzocht worden.” (HSV)
  • Hebr. 4:14-15       “Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester, die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Eén Die in alles is verzocht op gelijke wijze als wij, maar zonder zonde.” (HSV)
  • Hebr. 10:5-10       “Daarom zegt Hij bij Zijn komst in de wereld: Slachtoffer en spijsoffer hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam gemaakt (SV: toebereid). Brandoffers en offers voor de zonde hebben U niet behaagd. Toen zei Ik: Zie, Ik kom – in de boekrol is over Mij geschreven – om Uw wil te doen, o God.  Daarvoor had Hij gezegd: Slachtoffer en spijsoffer en brandoffers en offers voor de zonde hebt U niet gewild en hebben U niet behaagd, hoewel zij overeenkomstig de (Oudtestamentische) wet worden gebracht. Daarna sprak Hij: Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste (d.i. het – telkens weer – offeren van dieren, vanwege de zonden van de mens) weg om het tweede (d.i. het – EENS EN VOOR ALLEN – offer van Jezus Christus, het Lam van God) daarvoor in de plaats te stellen. Op grond van die (d.i. Gods) wil zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, eens voor altijd.” (HSV)
  • 1 Kor. 15:45         “Zo staat er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel, de laatste Adam (d.i. Jezus Christus) tot een levendmakende Geest.” (HSV) 

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER

A. Klein


[1] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar.
Geplaatst in Boek/studiebespreking, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Studie van E van den Worm, Wederkomst van Christus | Getagget , , , , , , , | Plaats een reactie