De vrouw in de efa (n.a.v. Zacharia 5:5-11)

                                  

In Zacharia 5 vers 5-11 lezen we over het 7de visioen dat de profeet Zacharia ontving:

  • “En de Engel Die met mij sprak, trad naar voren en zei tegen mij: Sla toch uw ogen op en zie wat daar tevoorschijn komt. Ik zei: Wat is dat? Hij zei: Dat is een efa[1] die tevoorschijn komt. Hij zei: Dat is het oog (letterlijk: hun oog, of: hun ongerechtigheid) dat over hen waakt in heel het land. En zie, een loden deksel werd opgelicht, en er was een vrouw, die midden in de efa zat. En Hij zei: Dit is vrouwe Goddeloosheid (SV: deze is de goddeloosheid). Hij wierp haar terug midden in de efa en Hij wierp het loden gewicht op de opening ervan. Ik sloeg mijn ogen op en zag, en zie, twee vrouwen kwamen tevoorschijn met de wind onder (SV: in) hun vleugels. Zij hadden vleugels als de vleugels van een ooievaar en zij tilden de efa op tussen de aarde en de hemel. Toen zei ik tegen de Engel Die met mij sprak: Waar brengen zij deze efa heen? Hij zei tegen mij: Naar het land Sinear om voor haar een huis te bouwen. Is het gereed, dan wordt zij daar op haar voetstuk geplaatst (d.i. op haar goddeloos fundament geplaatst, om geoordeeld te worden).” (HSV)

Zacharia zag “een vrouw” die gezeten was in een grote korenmaat, in het Hebreeuws een “efa” genaamd. Hoe zouden we de (geestelijk) betekenis hiervan kunnen verstaan, indien wij geen uitlegger hebben? De grote Uitlegger van verborgenheden is de Heilige Geest. Zacharia wandelde als het ware, geleid door de Heilige Geest, door een tijd die toen nog ver in het verschiet lag. Hij kende Hem als “de Engel Die met mij sprak”, een Oudtestamentische manifestatie van de Heilige Geest. Deze “Engel” schonk de profeet machtige openbaringen. En zo wil de Heilige Geest ook vandaag de dag doen aan ALLEN die ernaar verlangen om VOL te zijn van Hem.
“Wordt vervuld – gebiedende wijs! – met de (Heilige) Geest” staat er in Efeze 5:18b!.
Wanneer wij, net als Zacharia, onze ogen willen OPHEFFEN (en dus afwenden van al het aardse), zal de Geest ons in deze tijd wondere dingen tonen. Want in “de tijd van het einde” wordt de verzegeling (waarover wij in Openbaring 6 en 8 meer kunnen lezen)[2] verbroken:

  • “Maar u, Daniël, houd deze woorden geheim en verzegel dit boek tot de tijd van het einde. Velen zullen het onderzoeken en de kennis (d.i. het inzicht over deze woorden) zal toenemen.” (Dan. 12:4, HSV)

Zie toe, dat u gelijke tred houdt met de Heilige Geest in deze dagen! Hij is uitgegaan om een Bruid voor Jezus te zoeken[3]. Wie zullen tot die Bruid kunnen behoren anders dan degenen die door de Heilige Geest geleid willen worden? Zij die zich laten leiden door de Heilige Geest, zelfs al brengt Hij hen op plaatsen en in omstandigheden die zij (dat is: hun vlees) niet verkiezen. Hoor wat de Heilige Geest ons te zeggen heeft in dit 7de (eindtijd)visioen van Zacharia[4]. Het getal 7 heeft met HEILIGHEID en ‘oordeel over de ongerechtigheid’ te maken. Het is het getal van Goddelijke HEILIGHEID.

Het hedendaagse leven op aarde

Door de profeet Zacharia werd dus een grote “efa” gezien, een korenmaat of maatbeker voor droge waren, voor levensmiddelen. Vreemd, raadselachtig. Maar een verklaring volgt onmiddellijk in Zacharia 5 vers 6b: “Dat is het oog (letterlijk: hun oog, of: hun ongerechtigheid) dat over hen waakt in heel het land”. Onder dit “land” dienen we de gehele aarde te verstaan, want dat is de ruimere betekenis van het Hebreeuwse woord “erets” dat hier gebruikt wordt, waarvan ook ons woord “aarde” is afgeleid. De Heilige Geest zegt hier dat zo het leven op aarde zal kunnen worden uitgebeeld in de tijd die Hij bedoelt. Dit zal dan de aanblik – “het oog” – van de wereld zijn. Een teken, een kenmerk wordt ons hier gegeven. En dit leidt naar ONZE tijd! De gehele aarde wordt hier uitgebeeld door een maatbeker voor levensmiddelen.
Alle eeuwen door heeft de meeste bedrijvigheid hier op aarde te maken gehad met de voorziening in het (dagelijks) levensonderhoud en met het leven in het algemeen. Maar in onze dagen kunnen wij wat dit betreft gerust spreken van een “maatvergroting”. Het huidige mensengeslacht heeft een ongekende en ongetemde levenswil en levensdrang. Eén zorg vervult allen vandaag de dag: wij willen leven, wij willen alles uit het leven halen wat erin zit. Verdwenen is de zweem van tevredenheid die vroegere generaties nog bezaten met betrekking tot het leven en de levensomstandigheden. Heden ten dage echter toont de wereld – en vooral de westerse wereld – de aanblik van mensen die onvermoeibaar blijven jagen naar steeds meer rijkdom, weelde, plezier en genot, zonder ooit verzadigd te raken. Onze Here Jezus had dezelfde dingen op het oog toen Hij zei, dat die tijd grote overeenkomsten zou vertonen met “de dagen van Noach” en met “de dagen van Lot”, die in de wereld van Sódom en Gomorra leefde:

  • “En zoals het gebeurde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen. Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk en zij werden ten huwelijk gegeven tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam en hen allen om deed komen. Op dezelfde manier ook, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. Op de dag echter waarop Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel uit de hemel en bracht hen allen om. Evenzo zal het zijn op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.” (zie Luk. 17:26-30, HSV)
KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen.
 
H. Siliakus
Enigszins bewerkt door A. Klein

[1] Een efa = Een korenmaat. Een vat of mand om, normaal gesproken, droge koren in te bewaren of in af te meten, vermoedelijk met een inhoud van zo’n 20 tot45 liter. Hier betekent het volgens sommigen: de maat van de straf van God waarmee Hij de zonden straft, naar de mate of maatstaf van Zijn gerechtigheid.
[2] Zie eventueel op dit weblog de studie Het Boek Openbaring – Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL”, hoofdstuk 6 – De zegels worden geopend van CJH Theys.
[3] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm.
[4] Zie eventueel de studie De eindtijd-profetieën van de profeet Zacharia” en/of “De visioenen van Zacharia (en de – geestelijke – betekenis ervan voor de Bruidsgemeente) van E. van den Worm.
Geplaatst in Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Openbaring, hoofdstuk 11: ‘vers voor vers’ UITLEG gereed

Het volgende hoofdstuk – van de uitgebreide ‘vers voor vers’ Bijbelstudie van het Boek Openbaring, met de titel: Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL van Bijbelleraar CJH Theys[1] – is geplaatst.
Alle hoofdstukken van deze studie zijn (als ze gereed zijn) te zien/te vinden op de zwarte balk, direct onder het plaatje bovenaan deze site.

Op dit moment is hoofdstuk 11 gereed en geplaatst.
KLIK HIER voor hoofdstuk 11, vers 1-19, met de titel:

  • Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld GEGEVEN

Al eerder geplaatst (de PDF’s):
Inleidende beschouwingen
Openbaring, hoofdstuk 1: Jezus Christus openbaart Zich aan Johannes
Openbaring, hoofdstuk 2: De brieven aan de 7 Gemeenten
Openbaring, hoofdstuk 3: De brieven aan de 7 Gemeenten (vervolg)
Openbaring, hoofdstuk 4: De Troonsheerlijkheid van de Vader
Openbaring, hoofdstuk 5: De heerlijkheid van de verzoening door God de Zoon
Openbaring, hoofdstuk 6: De zegels worden geopend…
Openbaring, hoofdstuk 7: De Goddelijke oogst (voor en na de grote oordelen van God)
Openbaring, hoofdstuk 8: De bazuinen gaan klinken
Openbaring, hoofdstuk 9: De culminatie van de demonische machten tot de antichristelijke heerschappij (het begin van de grote verdrukking)
Openbaring, hoofdstuk 10: Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld AANGEZEGD

 
[1] NOOT: Voor meer informatie over Bijbelleraar CJH Theys, KLIK HIER.

A. Klein,
Mede namens H. Herbold en R. Klein (die mij – vol enthousiasme – helpen bij deze klus).

Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Eindtijdstudie, Nuttige studie als 'basiskennis', Oordelen Gods, Studie van CJH Theys, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Boekbespreking 50: Wat God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm[1]

Wat God bereid heeft en toebereidt voor degenen, die Hem liefhebben met betrekking tot dit aardse leven

1 Kor. 2:6-10        “Toch spreken wij wijsheid bij hen, die daarvoor rijp zijn, een wijsheid echter niet van deze eeuw, noch van de beheersers dezer eeuw, wier macht teniet gaat, maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God reeds van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid. En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben. Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.”

Bestemd voor de eeuwige, heilige woonstede Gods in de Geest

Ef. 2:19-22           “Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus Zelf de Hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, in Wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.”
Wij lezen hier, dat God ons deel wil geven aan het Goddelijk Israël (alle begenadigden uit de gehele mensheid). Er is een Goddelijk Israël en een natuurlijk Israël. Een Goddelijk Israël bestaat uit mensen, die Hij heeft kunnen redden uit de nazaten van Jakob, het natuurlijke Israël, èn uit de wereld der heidenen, die Hij heeft kunnen verlossen uit de zondemacht en kunnen vormen tot Zijn kinderen. Deze deelgave aan het Goddelijke Israël, dat een eeuwige woonstede Gods in de Geest zal vormen, is een eeuwig voornemen van God, dat de Schrift ook wel het nieuwe Jeruzalem noemt, of ook wel de berg Sion. Hij wil ons maken tot een eeuwig heiligdom van Hem, een huis, waarin Hij in al Zijn heerlijkheid eeuwig wonen kan en – door Zijn herschapen mensenkinderen heen – in alle eeuwigheid in al Zijn Goddelijke macht en heerlijkheid werken, scheppen en heersen kan.
Wij dienen een onzichtbare God, een eeuwige, wonderlijke God. Wij noemen Hem Vader en Zijn Naam is JHWH (lees: JaHWèH).
Exod. 3:13-15       “Daarop zei Mozes tot God: Maar wanneer ik tot de Israëlieten kom en hun zeg: De God uwer vaderen heeft mij tot u gezonden, en zij mij vragen: hoe is Zijn Naam? wat moet ik hun dan antwoorden? Toen zei God tot Mozes: Ik ben, die Ik ben. En Hij zei: Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden. Voorts zei God tot Mozes: Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: De Here, de God uwer vaderen, de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob, heeft mij tot u gezonden; dit is Mijn Naam voor eeuwig en zo wil Ik aangeroepen worden van geslacht tot geslacht.”
Ik ben, Die Ik ben” is Zijn eeuwige Naam. De Hebreeuwse Naam van onze almachtige God is JHWH, lees JaHWèH, deze Naam geeft in wezen hetzelfde weer; namelijk: “Ik besta eeuwig”.
Hij is onzichtbaar, alom tegenwoordig, heerlijk, liefdevol voor ons, groot en almachtig. Hij openbaart Zich door Jezus Christus, Zijn eeuwige Zoon èn door ons, als Hij ons tot Zijn woonstede heeft kunnen maken, nadat wij in overgave en bekering tot Hem zijn gekomen. Niemand kan tot God komen dan door Jezus Christus, Zijn eeuwige Zoon en ENIGE Middelaar tussen God en mensen, want Jezus stierf voor u en mij op Golgotha in het kruispunt der tijden en betaalde zo aldaar de zondeschuld voor alle mensen.

  • Joh. 3:14-18      “En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.”
  • Joh. 3:36           “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.”
  • Joh. 14:6           “Jezus zei tot hem: Ik ben de Weg en de Waarheid en het Leven; niemand komt tot de Vader (tot JaHWèH) dan door Mij.”
  • 1 Tim. 2:5         “Want er is één God en ook één Middelaar tussen God en mensen, de Mens Christus Jezus.”

De zaligmakende genade van de Here Jezus Christus is verschenen voor alle mensen.
Tit. 2:11               “Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen,”
Onze God wil, gedreven door Zijn liefde, de hele, in zonde gevallen mensheid deel geven aan deze reddende genade van Hem om hen te bewaren voor een zeker eeuwig verderf, als zij in de zonde zouden blijven. Maar om deel te krijgen aan dit Goddelijke heil moet de mens PERSOONLIJK hier deel aan willen nemen. 

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER

A. Klein


[1] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar.
Geplaatst in Boek/studiebespreking, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Heiligmaking, Studie van E van den Worm, Volmaaktheid in Christus, Wederkomst van Christus, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Opeenvolgende profetische gebeurtenissen voorafgaand aan het einde van de huidige tijdsbedeling (deel 9)

Klik op één van de onderstaande delen als u die (ook) wilt lezen:
deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7, en/of deel 8 

De eschatologische rede van Jezus[1]

(volgens Markus 13, Mattheüs 24 en Lukas 21) 

De inleiding tot deze rede: de afbraak van de tempel

Het is van de grootste betekenis om te weten in welke tijd wij leven om trouw in de dienst van de Here te (blijven) staan. Wij leven “in het einde der tijden”.
Deze uitdrukking vinden wij op verschillende plaatsen, zowel in het Nieuwe, alsook in het Oude Testament:

  • 1 Timótheüs 4:1 – “in de laatste tijden”
  • 1 Petrus 1:5 en Judas 1:18 – “in de laatste tijd”
  • Jesaja 2:2 en Ezechiël 38:16 – “in het laatste der dagen”
  • Handelingen 2:17, Jakobus 5:3 en 2 Timótheüs 3:1 – “in de laatste dagen”
  • Daniël 10:14 – “in later tijd (letterlijk: aan het einde van de dagen)(HSV)
  • 1 Johannes 2:18 – “de laatste ure (HSV: het laatste uur)

Wij kunnen al deze tekstgedeelten ook vergelijken met 1 Korinthe 7:29, waar staat dat “de tijd beperkt (of: kort) is”.
Wij dienen dit goed te verstaan. Dit leven “in het laatste der dagen” houdt niet in dat wij 60 minuten of 48 uur van de ontknoping af zijn. Het gaat hier niet om een chronologische tijdsbepaling, maar om de “kwalificatie (d.i. het benoemen of aanduiden) van onze tijd”! En dit op zichzelf is belangrijk genoeg!
Deze profetische rede van Jezus werd, volgens Markus, uitgesproken nadat de Here in de tempel had gesproken over “het penningske van de weduwe” en Hij deze tempel alweer had verlaten (zie Mark. 12:41-44, 13:1). De discipelen zeiden toen tot Hem: “Meester, kijk, wat een stenen en wat een (grote) gebouwen!” (Mark. 13:1b, HSV). Dan volgt als begin van deze rede een “oordeelsprediking”: “Er zal niet één steen op de andere steen gelaten worden die niet afgebroken zal worden.” (Mark. 13:2b)
Hoewel deze woorden in eerste instantie wezen op de verwoesting van de Joodse tempel die, bij de verovering van Jeruzalem, in het jaar 70 na Christus gebeurde, toch staan zij, profetisch gezien, in nauw verband met komende “oorlogen”, tot “weeën”, die horen bij “het begin van de smarten (HSV: weeën)(zie Mark. 13:7-8b). Immers, deze afbraak van de tempel, alhoewel geschied door mensenhanden, vormde een oordeel van God!
Jezus had gewezen op het feit, dat Zijn komst in deze wereld van beslissende betekenis is en de Schrift leert ons: “nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de (voor)vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken DOOR DE ZOON” (Hebr. 1:1, HSV). De houding die wij tegenover Hem, de Zoon, aannemen, is beslissend zowel voor tijd als voor eeuwigheid. Dit ondervonden destijds ook de Joden, want de tekenen in de natuur wisten zij wel betekenis te geven (zie Luk. 21:29-30), maar de bijzondere tijd, waarin zij destijds leefden en waarnaar velen van hun (voor)vaderen reikhalzend hadden uitgezien, werd door hen niet onderkend, waardoor ook het oordeel van God over hen en hun tempel kwam (zie Matth. 24:32-35 en Mark. 13:28-31).
Wanneer wij ons enigszins indenken wat voor de Joden de tempel destijds betekende (niet minder dan het hart, dat toen in het volk klopte), dan kunnen wij ons eveneens indenken dat dit woord van de Here Jezus, over het afbreken van de tempel, voor Zijn discipelen “buitengewoon en heftig” moet zijn geweest. Maar God had die tempel, met mensenhanden gemaakt, niet nodig; er zou een andere tempel verrijzen: de Gemeente van Jezus Christus, waarin Hijzelf wonen zou in al Zijn volheid[2]. Dat de Here Jezus in dit verband de tempel te Jeruzalem verliet, krijgt zodoende in profetisch licht de diepste betekenis! Wat is een tempel zonder Hem anders dan… een gewoon leeg huis?! Jezus’ woorden over deze afbraak van de tempel vormden toen de inleiding tot Zijn profetische rede, die naar het grote en grootse einde (van deze huidige tijdsbedeling) wijst.
Markus 13 en Lukas 21 gaven er al aanleiding toe om deze aangekondigde verwoesting te zien in “eschatologisch verband”[3], vandaar het vragen naar een “teken wanneer al deze dingen in vervulling zullen gaan (SV: voleindigd zullen worden) (zie Mark. 13:4).
Dit vroegen 4 van Jezus’ discipelen, in de Bijbel met name genoemd, namelijk Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas, tot wie Hij Zijn rede verder hield. 

De nadere uitleg over deze tempelafbraak, en de gebeurtenissen die hiermee samenhangen, reiken tot aan de wederkomst van Jezus Christus, de Zoon des mensen. In deze rede van Jezus wordt de nood, die aan de wederkomst (in het Grieks: “parousia”[4]) voorafgaat, uitvoerig beschreven. Ook de grote verdrukking, die vlak voor deze (zichtbare en dus lijfelijke) wederkomst van de Here Jezus geschieden zal, wordt – met alle daaraan gepaard gaande verschrikkingen – geschetst.
In deze rede van Jezus onderscheiden wij de volgende verdelingen, te weten:

  • het begin van de smarten of weeën (zie Mark. 13:5-13);
  • de grote verdrukking: satans hoogtepunt en de grote ommekeer (zie Mark. 13:14-25);
  • de parousia – de wederkomst van Christus, de Zoon des mensen (zie Mark. 13:26-27);
  • twee gelijkenissen, die van de vijgenboom (zie Mark. 13:28-32) en die van de deurwachter (zie Mark. 13:33-37).

KLIK HIER als u deze studie (deel 9) verder wilt lezen.

C.J.H. Theys
Enigszins bewerkt door A. Klein

 

KLIK HIER als u deel 10 van deze vervolgstudie wilt lezen.

  • Zie eventueel ook nog ons schema met het te verwachten Eindtijdscenario (met studieverwijzingen).

[1] Eschatologie = De leer van en/of de onderwijzing over het einde van de wereld en het laatste oordeel.
[2] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens:een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader”, van E. van den Worm.
[3] Zie noot 1.
[4] Het Griekse woord “parousia” = Glorieuze verschijning: wederkomst van Christus in macht en majesteit op het einde der tijden.
Uit de Studiebijbel:
Het zelfstandig naamwoord parousia betekent (1) ‘aanwezigheid, tegenwoordigheid’, en (2) ‘komst, aankomst’. Afgeleid van par-eimi ‘zijn (bij), aanwezig of tegenwoordig zijn’ houdt de 1ste betekenis in ‘het ergens zijn of aanwezig zijn’, d.w.z. de aanwezigheid of tegenwoordigheid van een persoon op een bepaalde plaats. Zo lezen we bijv. in Filip. 2:12 over Paulus’ tegenwoordigheid, in tegenstelling tot zijn afwezigheid, en in 2 Cor. 10:10 over zijn persoonlijke aanwezigheid, dit in tegenstelling tot contact dat hij met zijn lezers heeft via zijn brieven.
In de 2de betekenis gaat het om het naar iemand of iets toekomen (vandaar ‘toekomst’ in sommige vertalingen) en er dan zijn, dus ‘komst’ om te blijven. … In het buitenbijbelse Grieks wordt het woord speciaal gebruikt voor de officiële komst van een koning naar een bepaalde stad of streek in zijn rijk. In het NT wordt het woord in het bijzonder gebruikt voor de ‘komst’ van Jezus Christus en dan gaat het niet om Zijn (1ste) komst in het vlees, maar steeds om Zijn (2de) komst IN HEERLIJKHEID, Zijn wederkomst aan het einde der tijden (zie bijv. Matth. 24:3, 2 Thess, 2:8, 1 Joh. 2:28).
Geplaatst in Eindtijdstudie, Studie van CJH Theys, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Licht of duisternis (n.a.v. Amos 5)

Zalige hoop?

De wederkomst van de Here Jezus Christus is de zalige hoop en toekomstverwachting van de Gemeente van Christus. Zij weet niet alleen van Christus’ 1ste komst naar deze wereld, maar ook van Zijn wederkomst (namelijk: de wederkomst voor de Zijnen, om hen te “bewaren voor het uur van de verzoeking”, een verwijzing naar de grote verdrukking, zoals vermeld in Openbaring 10:3 – noot AK).
“Ik kom terug en zal u tot Mij nemen” heeft Jezus Zelf tot Zijn discipelen gezegd (zie Joh. 14:3). Vele christenen verheugen zich vandaag de dag dan ook op dit gebeuren, dat zij nu spoedig verwachten. Hoe ontnuchterend kan het dan zijn om in Gods Woord te lezen: “Wee hun die verlangend uitzien naar de dag van de HEERE! Wat zal voor u die dag van de HEERE zijn? DUISTERNIS zal hij zijn EN GEEN LICHT! (Amos 5:18, HSV). God zegt hiermee, dat een groot aantal christenen eigenlijk geen enkele reden heeft om naar de spoedige wederkomst van Jezus te verlangen en uit te zien. Het zal voor hen geen blijdschap zijn, maar een dag van smart! De profeet Amos, die deze woorden moest neerschrijven, was een merkwaardig man. Dat wil zeggen, hij was zo geheel anders dan de andere predikers, toen en nu. Amos was er niet zo één die graag voorganger of prediker wilde zijn, maar… hij kon niet anders; God had zijn leven gevorderd, opgeëist: “…Ik ben geen profeet en ik ben geen profetenzoon, maar ik ben veehouder en moerbeikweker. De HEERE haalde mij echter achter de kudde vandaan en de HEERE zei tegen mij: Ga heen, profeteer tegen (SV: tot) Mijn volk Israël! (Amos 7:14-15, HSV). Weinig waarachtig geroepenen zijn er ook vandaag de dag. Dienstknechten Gods die, net als Paulus, moeten zeggen: “de nood is mij opgelegd” (zie 1 Kor. 9:16). De meeste van de hedendaagse predikers hebben zichzelf “besneden”, of zijn door de mensen “besneden”, maar ze zijn niet door God “besneden” (volgens Kol. 2:11 en Rom. 2:29) en aangesteld. Eén van de grootste zonden van onze tijd is dat men “speelt” met de heilige dingen van God. Daarom zal deze dag van Christus’ wederkomst voor velen die zich christen noemen een dag van verschrikking zijn (omdat zij niet tot degenen zullen blijken te behoren die Hij zal “bewaren” uit de grote verdrukking, zoals vermeld in Openbaring 10:3 – noot AK). Laten wij de ernst van deze zaak NU onder ogen zien en daarmee niet wachten totdat het onheil ons overkomt en het te laat is! 

Genade en oordeel

Het 5de hoofdstuk van het boek Amos toont ons hoe genadig onze God is. Het is een hoofdstuk waarin donkerheid en duisternis overheersen, en toch is er licht! Er is sprake van een klaaglied, dat de Here opheft over “de maagd van het ‘huis van Israël’[1]” (zie Amos 5:1-2), het ontrouwe volk van God. Er wordt gesproken over een “rouwklacht”, die overal gehoord zal worden (zie Amos 5:16-17), op die dag als de Here verschijnt. En toch is er ook licht! Tot driemaal toe komen wij in dit hoofdstuk het bevel tegen, dat meer een belofte is: “Zoek en… leef” (zie Amos 5:4, 6 en 14). Maar daar is dan ook wel een voorwaarde aan verbonden: “Zoek de Here!” (zie Amos 5:4 en 6). Toen er nog niets aan de hand leek in het 10-stammenrijk van het “huis van Israël” – er was zelfs welvaart, net als nu – moest Amos deze boodschap van God brengen; hij moest HET OORDEEL aankondigen.
Ze zullen hem wel uitgelachen hebben, zoals ze dat destijds ook met Noach gedaan hebben, en zoals ze ook nu doen met de van God gezonden boodschappers. Maar Amos moest ze aan die zondvloed uit Noachs tijd herinneren (zie Genesis 7) en eraan toevoegen, dat God niet zou aarzelen zoiets opnieuw te doen: “Die het water van de zee roept en over het aardoppervlak uitgiet: HEERE is Zijn Naam!” (Amos 5:8b). Ook vandaag de dag is het weer als “in de dagen van Noach” (zie Luk. 17:26-27). En ook vandaag de dag leeft men in grote gerustheid en zekerheid (lees: zelfverzekerdheid), vele kinderen van God incluis, net zoals in de dagen van Amos. Het geroep “vrede en geen gevaar” vlak voor deze “dag des Heren”[2], is niet van de lucht, maar het doet ons voor het ergste vrezen, omdat wij het Woord geloven!

  • “Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht. Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid (SV: het is vrede, en zonder gevaar), dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten.(1 Thess. 5:2-3, HSV)

En dat Woord zegt: “Het zal (op deze “dag des Heren”) niet licht, maar duister zijn”! (zie Amos 5:20).

KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen.

H. Siliakus
Enigszins bewerkt door A. Klein


[1] Er is een verschil tussen Israël en het Jodendom. Wij willen dit in het kort proberen uit te leggen. In eerste instantie bestaat het volk van Israël uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het “huis van Israël” en het “huis van Juda” (de zgn. Joden). Het “huis van Israël” (ook wel Efraïm-Israël genoemd) is het 10-stammenrijk dat in de loop van de geschiedenis, door de Assyrische ballingschap, weggevoerd werd uit het beloofde land Kanaän/Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij, tot op heden, in het “verborgen” wonen. Het zijn vooral de zgn. “christelijke” landen in Noordwest-Europa en de landen, waar velen uit Noordwest-Europa later naar toe zijn geëmigreerd, zoals Amerika, Canada, Zuid-Afrika en Australië. Het “huis van Juda” is het 2-stammenrijk, namelijk het volk van Juda, Benjamin en Levi, dat in de dagen van Jezus rondwandeling op aarde in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. (Het huis van) Juda, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (Rom. 11:25).
>>> Vele christenen zijn dus – vaak zonder het zelf te weten – nazaten van dit “huis van Israël” (waardoor zij er ook letterlijk, via hun DNA, toe behoren).
>>> Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – het artikel ANDER nieuws over Israël – De zoektocht naar de Israëlische identiteit van ALLE 12 stammenvan A. Klein en/of de studie Gij, volk van Israël, ontwaak!van E. van den Worm. (noot – AK)
[2] Zie eventueel op onze website de studie De Dag des Herenvan E. van den Worm. (noot – AK)
Geplaatst in Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

Openbaring, hoofdstuk 10: ‘vers voor vers’ UITLEG gereed

Het volgende hoofdstuk – van de uitgebreide ‘vers voor vers’ Bijbelstudie van het Boek Openbaring, met de titel: Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL van Bijbelleraar CJH Theys[1] – is geplaatst.
Alle hoofdstukken van deze studie zijn (als ze gereed zijn) te zien/te vinden op de zwarte balk, direct onder het plaatje bovenaan deze site.

Op dit moment is hoofdstuk 10 gereed en geplaatst.
KLIK HIER voor hoofdstuk 10, vers 1-11, met de titel:

  • Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld AANGEZEGD

 

Al eerder geplaatst (de PDF’s):
Inleidende beschouwingen
Openbaring, hoofdstuk 1: Jezus Christus openbaart Zich aan Johannes
Openbaring, hoofdstuk 2: De brieven aan de 7 Gemeenten
Openbaring, hoofdstuk 3: De brieven aan de 7 Gemeenten (vervolg)
Openbaring, hoofdstuk 4: De Troonsheerlijkheid van de Vader
Openbaring, hoofdstuk 5: De heerlijkheid van de verzoening door God de Zoon
Openbaring, hoofdstuk 6: De zegels worden geopend…
Openbaring, hoofdstuk 7: De Goddelijke oogst (voor en na de grote oordelen van God)
Openbaring, hoofdstuk 8: De bazuinen gaan klinken
Openbaring, hoofdstuk 9: De culminatie van de demonische machten tot de antichristelijke heerschappij (het begin van de grote verdrukking)


[1]
NOOT: Voor meer informatie over Bijbelleraar CJH Theys, KLIK HIER.

A. Klein,
Mede namens H. Herbold en R. Klein (die mij – vol enthousiasme – helpen bij deze klus).

Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Eindtijdstudie, Nuttige studie als 'basiskennis', Oordelen Gods, Studie van CJH Theys, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Dingen die (met) haast geschieden moeten. Een systematische verklaring van het Bijbelboek Openbaring (deel 7)

Klik hier voor deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5 en/of deel 6.

De wegrukking van de mannelijke zoon

Wij hebben gezien dat, in de in het vorige hoofdstuk behandelde “tussentijd”, de toestand van de wereld snel zal verslechteren en het leven voor de gelovigen – of zij nu tot de Bruidsgemeente behoren of niet[1] – steeds moeilijker zal worden. De dreiging van de satan en van de satanische machten van het “proto-antichristelijke rijk” (waar de “10 horens” van Openbaring 12:3 van spreken – zijnde een verwijzing naar het zgn. “10-statendom”[2] dat zich dus al vóórdat de antichrist komt in zekere zin zal manifesteren[3]) zal op een gegeven moment zó groot worden, dat God het nodig zal achten de mannelijke zoon-groep[4] (lees: de 144.000 geestelijk volmaakte zonen uit alle 12 stammen van Israël, zie Openb. 7:4-8 en 14:1-5 – noot AK) “weg te rukken” en in de hemel op te nemen:
“En zij (de Vrouw van het Lam[5]) baarde een mannelijke zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon.” (Openb. 12:5, SV)
De mannelijke zoon-groep is het enige gedeelte van de Bruidsgemeente dat in de eindtijd, bij aanvang van de grote verdrukking, lichamelijk in de hemel OPGENOMEN wordt![6]
Van deze mannelijke zoon wordt in Openbaring 12:5 nog gezegd, dat hij “de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede”. De Statenvertaling geeft het goed weer met het woord “zou”: dit “hoeden” gebeurt namelijk niet vóór de hemelvaart van de mannelijke zoon (lees: de 144.000 geestelijk volmaakte zonen), maar nadat hij met Jezus zal zijn teruggekeerd naar de aarde, aan het eind van de grote verdrukking, in de “strijd van Armageddon” (vergelijk dit met wat van Jezus gezegd wordt in Openbaring 19:15):
“En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede;…” (SV). (Lees in dit verband vooral ook nog Openbaring 19:14 en Judas 1:14-15, want “Hij komt terug met Zijn tienduizenden heiligen om, samen met hen, alle goddelozen te straffen” – noot AK).
Er zij nog op gewezen dat de voorstelling van het “hoeden met een ijzeren roede” niet die van een vreedzaam hoeden (zoals van een herder) is, maar van een “tuchtiging” (zoals ook duidelijk blijkt uit Judas 1:14-15 – noot AK). Zodat hier een duidelijke verwijzing naar “Armageddon” uit kan worden afgelezen. Uit het één en ander volgt, dat het “hoeden van de heidenen” slechts een korte tijd zal duren.
In de “roede” hebben wij nog een aanwijzing voor de vereenzelviging van de mannelijke zoon met de 144.000 uitverkorenen uit Israël (uit alle 12 stammen, zie Openb. 7:4-8), want in Jeremia 51:19-23 wordt Israël uitgebeeld als “Gods roede”. Als zodanig zal de mannelijke zoon (lees: de 144.000 geestelijk volmaakte zonen) dus voornamelijk NA de “tijden der heidenen” (ofwel: NA de grote verdrukking) functioneren – en wel in de slag van Armageddon – want tijdens deze “tijden der heidenen” zullen immers juist de HEIDENvolkeren als “Gods roede” fungeren (zie noot 3).
Na de hemelvaart van de mannelijke zoon (lees: de 144.000 geestelijk volmaakte zonen) richt zich al de woede van satan en zijn trawanten op de leden van de overige (ofwel: de EIGENLIJKE) Bruidsgemeente. Maar eerst heeft iets plaats, dat deze wereld – voor een korte tijd – pas werkelijk in een “hel” zal veranderen: de nederwerping van satan.

KLIK HIER als u deze studie (deel 7) verder wilt lezen.

H. Siliakus 
Enigszins bewerkt door A. Klein

 

KLIK HIER voor deel 8 van deze vervolgstudie.

  • Zie eventueel ook nog ons schema met het te verwachten Eindtijdscenario (met studieverwijzingen).

[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’ (over de 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd)” van A. Klein/E. van den Worm. (noot – AK)
[2] Ook de 10 tenen uit Daniël 2:42 verwijzen naar dit zgn. 10-statendom. Met deze 10 tenen – van ijzer en (kleiachtig) leem, zijnde een verdeeld en antichristelijk koninkrijk – wordt het 10-statendom, nu beter bekent als het Verenigd Europa, bedoeld.
Uitleg in het kort: Al die (inmiddels zo’n 27) landen van het Verenigd Europa (de EU of Europese Unie genaamd) zullen straks in 10 staten verdeeld worden (waarschijnlijk omdat het dan beter te besturen is). En uit één van die 10 staten komt dan de antichrist voort.
Voor een uitgebreide uitleg: zie noot 6 van deel 6 (= hoofdstuk 10 van deze studie). (noot – AK)
[3] Overgenomen uit hoofdstuk 10 van deze studie:
De 2de bazuin (zie Openb. 8:8-9) brengt het plotseling optreden van een grote wereldmacht (een “berg” in de symboliek van de Schrift). Hier, zouden wij kunnen zeggen, is het ontstaan, de geboorte, van het antichristelijk rijk, dat zich op de meest gruwelijke wijze zal manifesteren ten tijde van de grote verdrukking. Het antichristelijk rijk zal het 7de en laatste rijk zijn van de “tijden der heidenen” (zie Dan. 2). De 7 “koppen” van Openbaring 12:3 (HSV) verwijzen naar deze 7 heidense rijken. In Daniël 2 is slechts van 6 heidense rijken sprake, omdat het 1ste rijk dan al voorbijgegaan is en omdat het 7de rijk hier het Koninkrijk Gods – d.i. het 1000-jarig Vrederijk van Christus – moet zijn (zie Dan. 2:44). Het 1ste heidense wereldrijk, dat bij de 6 rijken van Daniël gevoegd moet worden, is het Assyrische rijk, Daarna kwamen achtereenvolgens het Babylonische, het Medo-Perzische, het Macedonisch-Griekse, het Romeinse en het “verdeelde” rijk (zie Dan. 2:41, HSV). In het tijdperk van dit “verdeelde rijk” leven wij nu nog steeds. Het “rijk van de 10 tenen” (zie Dan. 2:42), dat nog komen moet, zal het 7de of antichristelijke rijk zijn. Net als het Babylonische rijk, waarmee het ook vele karaktertrekken gemeen zal hebben, wordt het antichristelijke rijk voorgesteld door een “berg”. In Jeremia 51:25 (HSV) wordt het Babylonische rijk genoemd een “berg die te gronde richt,… die heel de aarde te gronde richt” en “een berg die in brand staat”, benamingen die een opvallende gelijkenis vertonen met wat in Openbaring 8:8-9 beschreven wordt en waarmee het antichristelijk – of, zo u wilt, het proto-antichristelijk – rijk wordt bedoeld. Het Babylonisch systeem zal in het antichristelijk rijk het meest boosaardige hoogtepunt bereiken. Reeds het eerste (pre-tribulationale) optreden van het antichristelijke rijk zal grote beroering in de “volkerenzee” teweegbrengen, hetgeen (vanwege oorlog etc.) tot veel bloedvergieten zal leiden (“het derde deel van de zee wordt bloed” lezen wij in Openbaring 8:8) en uiteindelijk tot het ontstaan van een combinatie van aardse machten – de 10 horens van Openbaring 12:3 en de 10 tenen van Daniël 2:42 – waarin de contouren van het definitieve antichristelijke rijk al weer beter zichtbaar zijn (het zgn. 10-statendom – zie noot). God gebruikt in de laatste dagen de antichristelijke macht tot tuchtiging van de (ONbekeerlijke) volkeren/mensheid, zoals Hij daartoe voorheen Assyrië, Babylonië, Perzië, enz., enz. gebruikte (vergelijk Jes. 10:5, 13, 16 en 47:5-7 alsmede 45:1). (noot – AK)
[4] Zie, ter verduidelijking, de uitleg bij hoofdstuk 9 (deel 5) van deze studie: De geboorte van de mannelijke zoon”. (noot – AK)
[5] Zie eventueel de studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aardevan E. van den Worm en/of het artikel Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12?van A. Klein. (noot – AK)
[6] Zie eventueel het artikel De Wederkomst van Christus nader bekeken en/of het artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ? beide van A. Klein. (noot – AK)
Geplaatst in Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen