Het Boek Openbaring in Tabernakellicht – hoofdstuk 2

En in het licht van de Ark van het Verbond in het bijzonder

Ark des VerbondsHoofdstuk 2

Afgescheiden van de wereld

“Bedenk dan van welke hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert.” (Openbaring 2:5) [1]
Er is een staat waarvan wij kunnen uitvallen en een staat waarin wij alsdan terechtkomen, van waaruit wij weer van voren af aan moeten beginnen (“Bekeer u en doe de eerste werken”). Van het Koninkrijk Gods vallen we terug in de wereld wanneer er geen vruchten der bekering waardig in ons leven (meer) zijn. Er is een scheidsmuur, een omheining, tussen het Koninkrijk Gods en de wereld, zoals er ook een omheining was rondom de Tabernakel. [2] En zoals de Poort [3] en de Omheining eigenlijk een geheel vormden, zo zijn geloof – in de Here Jezus Christus – en heiligmaking [4] niet te scheiden van elkaar.
De hoofdstukken 2 en 3 van Openbaring [5], die de brieven aan de 7 gemeenten bevatten, staan in het teken van de Omheining. Onze Here Jezus, het Hoofd van de Gemeente, houdt ons hier voor wat Hij van de Gemeente, Zijn Lichaam, verwacht. Hij houdt ons voor waarin Hij wil dat wij ons onderscheiden van de wereld. Er moet een afscheiding zijn. De Omheining spreekt van afscheiding, van heiligmaking. Deze Omheining (rondom de Tabernakel) was 5 el hoog; wat de Heer in deze twee hoofdstukken (de hoofdstukken 2 en 3 van Openbaring) van ons vraagt, komt in hoofdzaak neer op 5 dingen. Opdat wij zullen leven waardig de verzoening en in de verzoening blijven (het getal 5 is het symbolisch getal van verzoening [6]). In de staat van verzoening blijven wil zeggen dat wij in Jezus blijven en dit vraagt van ons dat wij jagen naar de heiligmaking. Zonde doet de verzoening teniet. Weliswaar mogen wij telkens weer om de reiniging door het Bloed van Jezus [7] vragen, maar niet om steeds weer in de oude zonden te vervallen. Heiligmaking is noodzakelijk. Zonder heiligmaking kan er geen sprake zijn van geestelijke groei in ons leven.
Hier, in deze brieven (aan de 7 gemeenten), komt Degene “Die te midden van de 7 gouden kandelaren wandelt” (Openbaring 2:1) – Die bezig is om Zijn Gemeente te reinigen met het badwater des Woords (het is Zijn Woord dat ons reinigt) – met een boodschap van heiligmaking. Slaan wij geen acht op deze boodschap, dan is er geen sprake van afzondering in ons leven en zijn wij buiten de Tabernakel. Erger nog, want dan zullen wij straks ook buiten de Bruiloftszaal blijven! Dan zegt de Heer: “Uw kandelaar hoort er niet bij; een ander zal uw plaats innemen”!
Dezelfde waarschuwing als in Openbaring 2 vers 5 komen wij in vers 16a tegen: Bekeer u. En zo niet, dan kom Ik spoedig bij u…”. “Spoedig bij u komen” wil zeggen: onverwachts zal Ik voor u komen. U zult niet gereed zijn, omdat u niet waarlijk afgescheiden van de wereld leeft, in verwachting van de ontmoeting met Jezus. De Heer voegt er hier nog aan toe (in Openbaring 2 vers 16b): “Ik zal tegen hen oorlog voeren met het Zwaard van Mijn mond.”. Dit doet ons denken aan het vurig Zwaard dat de ingang van de Hof van Eden verspert: “Hij verdreef de mens (uit de hof van Eden), en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken (SV: te bewaren).” (Genesis. 3:24)
Wanneer we de heiligmakingsboodschap naast ons neerleggen, zullen we uit de hof van de innige gemeenschap met Jezus geweerd worden.
De 1ste el of laag van de ”schutting” (in tabernakellicht) die er moet zijn in ons leven, komen we tegen in Openbaring 2 vers 4: “Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten.” Andere dingen – de liefde voor de wereld – doen onze liefde voor Jezus bekoelen. Dan is er geen heiligmaking of afscheiding. De eerste regel van de heiligmaking is: Niet toestaan dat andere dingen of personen belangrijker voor ons kunnen zijn dan Jezus, dan Hem te behagen en Zijn wil te doen.
De 2de el of scheidingslaag (van de “schutting” in tabernakellicht) vinden wij in Openbaring 2 vers 14: “Maar Ik heb enkele dingen tegen u, namelijk dat u daar mensen hebt die zich houden aan de leer van Bileam, die Balak leerde voor de Israëlieten een struikelblok neer te leggen, opdat zij afgodenoffers zouden eten en hoererij bedrijven.”
De Moabietische vrouwen maakten dat de Israëlieten met lust bevangen werden en zondigen. Ook vandaag de dag zijn er Bileamieten: valse gelovigen en predikers die wereldse dingen binnenbrengen in de gemeenten (dingen die te maken hebben met ogenlust, vleselijke begeerten en zelfverheffing). Waak voor wereldgelijkvormigheid en wereldsgezindheid! De afscheiding vraagt van ons dat wij buiten houden – uit ons leven en uit de gemeente – wat van de wereld is. Geen lust hebben tot de dingen van deze wereld. Een “dégoût”, een Frans woord voor een afkeer hebben, in dit geval, van het leven op wereldse wijze. Dood voor de verlokkingen moeten wij zijn. Zoals Paulus schreef: “Ik ben der wereld gekruisigd en de wereld is mij gekruisigd”:

  • “Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus; door Welke de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” (Galaten 6:14, SV)
  • “Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde (SV: houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt), maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere.” (Romeinen 6:11)

De 3de el of scheidingslaag (van de “schutting” in tabernakellicht), die al zal maken dat wij moeilijk over die omheining terug kunnen stappen in de wereld, wordt bedoeld in Openbaring 2 vers 20: “Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten.”
Wij moeten ook vandaag nog oppassen voor vrouwen die aan de touwtjes willen trekken in de gemeenten! De vrouw spreekt echter ook in het algemeen van de verleiding. De kern van de zaak, die ons hier wordt voorgehouden, is: Elke zwakheid die ons open doet staan voor welke vorm van verleiding dan ook, moeten wij wegdoen uit ons leven. Ook dit is heiligmaking. [8]
Van de Oudtestamentische Izebel lezen we dat zij uit het raam werd gegooid en zo aan het eind van haar leven kwam. Zo moeten wij ook doen met de “Izebel in ons” – zwakheden, gevoeligheden van het vlees – die ons ertoe overhalen om te zondigen. Gooi “Izebel” uit het raam (!) opdat u straks niet zult hoeven meemaken, dat de Heer u uit Zijn mond spuwt: “Maar omdat u lauw bent en niet koud en ook niet heet, zal Ik u uit Mijn mond spuwen. (Openbaring 3:16 [9])

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

Einde van dit 2de hoofdstuk wordt vervolgd

.

*****************************************************

Voor meer info en ‘vers voor vers’ UITLEG over dit 2de hoofdstuk van Openbaring, zie:

  1. Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL. Link naar hoofdstuk 2, studie van Bijbelleraar CJH Theys.
  2. Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus voor de laatste dagen. Link naar hoofdstuk 2, studie van Bijbelleraar E. van den Worm.

***********************************************************************************

.

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (3): Plattegrond en constructie van de tabernakel van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (5): De Poort van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie Heiligmakingvan E. van den Worm. (noot AK)
[5] Voor meer UITLEG over dit vers, zie Openbaring 2 en Openbaring 3 van CJH Theys en/of Openbaring 2 enOpenbaring 3 van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Voor meer uitleg over het getal 5, zie onze studie De symboliek der Bijbelse getallen van CJH Theys. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[8] Zie noot 4.
[9] Voor meer UITLEG over dit vers, zie Openbaring 3 van CJH Theys en/of Openbaring 3 van E. van den Worm. (noot AK)
.
Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Heiligmaking, Studie van H Siliakus, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Samenvatting van de GEESTELIJKE BETEKENIS van de verschillende Tabernakel-objecten

Tabernakel02

Inleiding

De eigenlijke Tabernakel is een tent, die stond op een terrein dat omheind was door een muur van palen en doeken. De voorwerpen op het terrein zelf waren dus onzichtbaar voor de mensen die buiten de omheining waren. Om binnen te komen moest men door de Poort, en dan kwam men in 1ste instantie op het terrein dat Voorhof heet. En de Voorhof is het beeld van een christen die weliswaar voor Jezus heeft gekozen, maar die nog maar aan het begin staat van het geloofs- en heiligingsleven. Als we geestelijk willen groeien moeten we verder, via alle 9 voorwerpen. Vandaar hieronder een korte uitleg van de diep-geestelijke betekenis van deze 9 voorwerpen of objecten.

***********

Voorwerp 1

De POORT, de enige ingang tot de Voorhof van het Tabernakel-complex.
De Poort was de ENIGE ingang tot het terrein waarop de Tabernakel stond. De Bijbel spreekt dan ook van Jezus als de ENIGE Poort, Die toegang geeft tot het Koninkrijk van God. Deze Poort is dus een beeld van Jezus Christus, Die de wereld noodt om tot Hem te komen om gered te worden. Maar de Poort laat ook de noodzaak zien van onze bekering, namelijk: het verlaten van de wereld – die buiten de omheining van de Voorhof ligt – (en waarin satan het voor het zeggen heeft) en het verlaten van het zondige, oude leven.
Wij merken op, dat bij alle 3 de ingangen (Poort, Deur en Voorhangsel) de mogelijkheid bestond en bestaat – in die dagen letterlijk en nù geestelijk – om òf BINNEN te zijn òf BUITEN te staan! Wanneer wij dit ‘geestelijk’ willen verstaan, moeten wij het één en ander als volgt bekijken:
Bij de Poort betekent ‘buiten blijven’: vertoeven op terrein waar géén rekening wordt gehouden met God en gebod! En ‘binnen-zijn’ betekent: vertoeven op Gods terrein, waar Hij intense bemoeienis met ons kan en wil hebben.
In het kort komt het dus hierop neer: Buiten deze Poort zijn, wil zeggen: de verloren toestand; en binnen deze Poort zijn, wil zeggen: de toestand van behouden zijn. Denk hierover biddend na en de Heilige Geest zal ook u overtuigen.

***********

Voorwerp 2

Het BRANDOFFERALTAAR, dat stond in de Voorhof van het Tabernakel-complex.
Het Brandofferaltaar beeldt het offer van Jezus – als het Lam van God, voor ons geslacht – uit (waarmee Zijn sterven aan het kruishout te Golgotha wordt bedoeld), waar Hij de macht van satan en zonde heeft overwonnen om allen (volkomen) te verlossen, die zich tot God hebben bekeerd. Het Brandofferaltaar beeldt tevens de plaats uit waar de zondaar tot God komt om zijn/haar zonden te belijden en die daardoor verzoening met God vindt – door het geloof in het gestorte bloed van het Lam. Maar, ook wij moeten (af)sterven aan ons oude leven, het als het ware – steeds weer – op het Brandofferaltaar leggen, tot er niets meer van het oude leven over blijft.

***********

Voorwerp 3

Het (koperen) WASVAT, dat stond in de Voorhof van het Tabernakel-complex.
Het Wasvat spreekt ons – in geestelijke zin – van onze begrafenis (nl. de dood van onze oude natuur), door de doop (nl. de onderdompeling in water) in Naam van de Here Jezus Christus. De waterdoop is namelijk een bede tot God om deel te mogen krijgen aan de dood en opstanding van Jezus, om hierdoor door God behouden te zijn en Zijn oordeel over onze zonden te mogen ontvluchten. Want, Gods onverbiddelijke eis is: reiniging (d.i. vernieuwing) van ons hart en leven. Het Wasvat is dan ook de plaats waar men God bidt om (af) te mogen sterven aan onze zonden, gelovend in het volbrachte werk van Jezus Christus en in Zijn overwinning over de zonde.

***********

Voorwerp 4

De DEUR, de enige ingang tot de eigenlijke Tabernakel (ook wel het Heiligdom genaamd, met als 1ste ruimte ‘het Heilige’).
Deze Deur staat voor onze ervaring (ons contact) met de Geest van Jezus Christus in:
1. de wedergeboorte uit God,
2. de doop in de Geest van God en in Zijn vuur.
Wij merken nogmaals op, dat bij alle 3 de ingangen (Poort, Deur en Voorhangsel) de mogelijkheid bestond en bestaat – in die dagen letterlijk en nù geestelijk – om òf BINNEN te zijn òf BUITEN te staan! Wanneer wij dit ‘geestelijk’ willen verstaan, moeten wij het één en ander als volgt bekijken:
Bij de Deur betekent ‘buiten blijven’: weliswaar vertoeven op Gods terrein maar nog op voorhofs-grond (d.i. op wettische bodem). Maar ‘binnen-zijn’ betekent: vertoeven in het Heiligdom, waar de bediening ons wacht: de goddelijke driehoek van: Kandelaar, Tafel met Toonbroden en Reukofferaltaar… waar wij leven onder de genade!!
In het kort kunnen wij zeggen, dat de geestelijke toestand van het buiten deze Deur zijn neerkomt op: gered-zijn, maar nog leven op wettische bodem. Onder dit laatste dienen wij te verstaan: het “nog-niet-gekruisigd leven”, het vleselijke leven. Dus dat van het nog niet geoordeeld vlees. Binnen deze Deur zijn, wil zeggen: Gedoopt zijn met de Heilige Geest, de Geest van Gods genade.

***********

Voorwerp 5

De TAFEL met TOONBRODEN, dat stond in ‘het Heilige’ (de 1ste ruimte) van de Tabernakel.
De (gouden) Tafel met Toonbroden spreekt ons van gemeenschap met Gods Woord voor ons en uitdeling van Gods Woord door ons, maar ook van onze deelname aan het NIEUWE LEVEN in Christus, de Zoon van God, door de ontwikkeling (de groei) van de vrucht van de Geest in ons.

***********

Voorwerp 6

Het REUKOFFERALTAAR, dat stond in ‘het Heilige’ (de 1ste ruimte) van de Tabernakel.
De geestelijke betekenis van het Reukofferaltaar (of: het Wierookaltaar) is: het voortdurend gebed voor ons en het voortdurend gebed door ons (zoals: voorbede en aanbidding). Het Reukofferaltaar staat dus vooral voor de gebedszalving: ons gebed tot en onze aanbidding van onze Vader-God.

***********

Voorwerp 7

De (gouden) KANDELAAR, dat stond in ‘het Heilige’ (de 1ste ruimte) van de Tabernakel.
De (gouden) Kandelaar spreekt van licht (en dus inzicht) van de Heilige Geest door ons heen, en van licht (en dus inzicht) van de Heilige Geest voor ons. Hier hebben wij te maken met het getuigenis van de Heilige Geest door ons heen! Een ‘getuigenis’, dat onherroepelijk consequenties met zich mee brengt! De Kandelaar staat dus voor onze aangording met kracht van de Geest van God: Nodig voor onze arbeidszalving in Christus (zonder deze Goddelijke zalving kunnen wij niet – naar Zijn wil en welbehagen – voor Hem arbeiden).

***********

Voorwerp 8

Het VOORHANGSEL: Het gordijn dat hing vóór ‘het Heilige der Heiligen’ en dat scheiding maakte tussen ‘het Heilige’ (de 1ste ruimte) en ‘het Heilige der Heiligen’ (de 2de ruimte) van de Tabernakel.
Het Voorhangsel betekent: de kruisiging voor ons, alsook: de kruisiging in ons. Het staat dus voor het einde van geheel ons oude (vleselijke en zondige) leven: Het staat voor onberispelijkheid, alsook voor (‘vlekkeloze, rimpelloze’) heiligheid.
Wij merken nogmaals op, dat bij alle 3 de ingangen (Poort, Deur en Voorhangsel) de mogelijkheid bestond en bestaat – in die dagen letterlijk en nù geestelijk – om òf BINNEN te zijn òf BUITEN te staan! Wanneer wij dit ‘geestelijk’ willen verstaan, moeten wij het één en ander als volgt bekijken:
Bij het Voorhangsel betekent ‘buiten blijven’: vertoeven ‘in het Heilige’ met de eerder omschreven bediening IN en DOOR de kracht van de Heilige Geest, maar òòk in een leven, dat nog niet volkomen gekruisigd is!! ‘Binnen-zijn’ betekent hier: wonen (d.i. voor altijd verblijven) in het Heilige der Heiligen, dus: staan voor Gods Troon!
In het kort komt het hierop neer: Buiten dit Voorhangsel zijn, wil zeggen, vervuld met de Geest van God, maar nog niet volkomen gekruisigd aan het oude leven. Binnen dit Voorhangsel zijn, wil dan zeggen, staan voor Gods genade-troon; wat neerkomt op een opgenomen-zijn in heerlijkheid. Het behoeft geen nader betoog, dat dit heenwijst naar het “altijd met de Here zijn”.

***********

Voorwerp 9

 

De (gouden) ARK van het Verbond, dat stond in ‘het Heilige der Heiligen’ (de 2de ruimte) van de Tabernakel.
De Ark van het Verbond (of: de Verbondskist) staat voor onze gemeenschap met de almachtige God: voor de Bruiloft of Eenwording van het Lam van God en Zijn Bruid. Dit wordt uitgebeeld doordat het verzoendeksel met de beide cherubs (beeld van resp. de Zoon, de Vader en de Heilige Geest) op de Verbondskist (beeld van de bruid van het Lam) werd gelegd. Deze Verbondskist was gemaakt van acaciahout (beeld van de mens), overdekt met goud (beeld van het goddelijke), dus het beeld van de mens die met Gods natuur en wezen bekleed is.

  • Conclusie:
    We zullen pas tot de Bruid van Christus (kunnen) behoren als we al deze 9 fasen hebben ‘doorlopen’!

.

******************************************************************

Er zijn nog heel veel andere voorwerpen.
Van de kleinste voorwerpen – zoals haakjes om de gordijnen aan op te hangen en pinnen om de tentdoeken mee vast te zetten – tot aan houten palen voor de omheining en als geraamte voor de eigenlijke Tabernakel; dekkleden voor de Tabernakel (of: tent) en nog veel meer voorwerpen. En al deze voorwerpen wijzen op de één of ander manier naar Christus, maar… hebben ook ons, voor ons eigen geestelijk leven, veel te vertellen. We zullen God en Zijn Bijbel beter (leren) verstaan als we deze geestelijke basisprincipes tot ons nemen.

******************************************************************

.

  • Een mooie video over de Israëlitische Tabernakel: KLIK HIER

Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God tot in alle volmaaktheid toe.
“Dan moeten zij voor Mij een heiligdom maken, zodat Ik te midden van hen kan wonen. Volgens alles wat Ik u zal tonen, een ontwerp van de tabernakel (= tent of woning) en een ontwerp van al zijn voorwerpen…” (HSV)
Nu woont God niet meer in een tent van stof, zoals de tabernakel, of in een gebouw van steen, zoals een tempel of kerkgebouw, maar in de zich tot God bekeerde en overgegeven mens, eerst in zijn/haar lichaam, en als hij/zij geestelijk gegroeid is, ook in zijn/haar ziel en geest.
In 1 Korinthe 6:19 staat: “Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is (of: woont) en Die u van God (ontvangen) hebt, en dat u niet (meer) van uzelf bent?” (HSV)

.

Geplaatst in Artikel van A Klein, Belangrijke studie als 'basiskennis', Geestelijke groei, Tabernakel-studie, Volmaaktheid in Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het Boek Openbaring in Tabernakellicht – hoofdstuk 1

En in het licht van de Ark van het Verbond in het bijzonder

Ark des VerbondsHoofdstuk 1

Jezus komt

“Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen (SV: geslachten) van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen.” (Openbaring 1:7) [1]
Amen wil zeggen: het zal zo zijn. Velen, ook christenen, halen hun schouders op als over de wederkomst van Christus gesproken wordt. De Heilige Geest heeft dit voorzien en heeft daarom laten benadrukken dat dit voorzeker zal geschieden. Anderen gaan twijfelen, omdat het wachten zo lang duurt. Dat het zo zou gaan, heeft onze Heer Zelf voorzegt in de gelijkenis van de tien maagden (zie Mattheüs 25:1-13, SV [2]).
Maar, Gods Geest verzekert ons dat Jezus zal (weder)komen.
In het boek Openbaring bereikt de Godsopenbaring haar hoogtepunt. Getoond wordt ons waar alles op uit zal lopen. Wij krijgen een blik op de voleinding en daarmee op de volle verwezenlijking van Gods Raadsplan van Verlossing. Het laatste Bijbelboek – het Boek Openbaring – spreekt over de laatste dingen, de laatste dagen. Het komt met de ontknoping van alle eeuwen, de ontsluiting van het geheim der geschiedenis. Het komt met de OPENBARING.
Daarin zijn twee lijnen te onderscheiden. Er is sprake van de “verborgenheid der ongerechtigheid” [3] en van de “verborgenheid der godzaligheid” [4] (of gerechtigheid).
Enerzijds spreekt dit boek over de openbaring van het kwaad dat in het oordeel komt, anderzijds toont het de gerechtigheid die opstijgt tot de Troon van God: “Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op (SV: in) Mijn troon (denk aan: in het midden van de troon” – volgens Openbaring 4:6), zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb.” (Openbaring 3:21 [5])
Het beschrijft hoe de zonde tot volheid komt – tot “uitbarsting” – in een geheel verdorven wereld, die dan ook geoordeeld wordt. Maar ook beschrijft het hoe de geschiedenis van de mens anderzijds zal uitlopen op de OPENBARING van de volmaakte Gemeente, een mensengeslacht dat geheel zondeloos zal zijn, de Bruid van Christus. De oogst van het tarwe en van het onkruid (zie Mattheüs 13:24-30 [6]).
Het boek Openbaring is de Verbondskist, waarin Gods laatste geheimen bewaard en verborgen zijn. Het is de Ark van het Verbond [7] van het Nieuwe Testament en van de gehele Bijbel. Deze verborgen dingen zullen in de laatste dagen worden geopenbaard aan de getrouwen. De Bruidegom voert Zijn Beminde in “Zijn binnenkamers”: “Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkamers; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan de wijn; de oprechten hebben U lief.” (Hooglied 1:4, SV [8])
Het Woord (van God) zal geheel ontsloten worden.
Van groot belang echter is het om in te zien dat deze ontknoping, met al de daarbij behorende gebeurtenissen, zich eigenlijk zal concentreren rond en op die ene grootste gebeurtenis: de (weder)komst van de Here Jezus Christus. Alle eindtijdgebeurtenissen zijn in feite fasen van de komst van de Here Jezus. Zij zijn de geluiden van de voetstappen van de naderende Heer. De ontknoping is de openbaring van de Here der heren. De ontknoping van het drama der geschiedenis kan trouwens alleen maar zijn: de verschijning van God Zelf. Van de God, Die Zich openbaarde in de Here Jezus Christus. In dit eerste hoofdstuk (van het Boek Openbaring) wordt Hij dan ook genoemd: “Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL” (in vers 4 en 8, van de SV) en “de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde” (in vers 8) en “de Eerste en de Laatste” (in vers 17):

  • “Johannes aan de 7 gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de 7 Geesten, Die voor Zijn troon zijn.” (Openbaring 1:4, HSV)
  • “Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige.” (Openbaring 1:8, HSV)
  • “En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten, en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei tegen mij: Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste.” (Openbaring 1:17)

Hij is de Eerste en de Laatste”, Hij staat aan het begin van de geschiedenis, Hij zal ook aan het einde ervan staan. De “Vorst (SV: Overste) van de koningen der aarde” wordt Jezus hier (in Openbaring 1:5 [9]) ook genoemd; Hij die boven alle machthebbers en hoogwaardigheidsbekleders staat en Die hen allen zal overleven.
Met name in dit eerste hoofdstuk is de boodschap: Hij komt!
Straks zal Hij Zich aan de gehele wereld openbaren, zegt Openbaring 1:7: “Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen (SV: geslachten) van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen.” Ook Zijn haters en zij die Hem verwierpen, zullen Hem zien. En het zal een dag van rouw zijn; geen genade, maar oordeel. Het is Zijn komst ten gerichte aan het einde van de Grote Verdrukking, die hier bedoeld wordt.
Maar, al eerder zal Hij komen voor Zijn beminden, om hen te bewaren uit deze verdrukking. Met het oog hierop zal Hij Zich zelfs nog eerder aan hen openbaren. Opdat zij zich gereedmaken om Zijn Bruid te zijn. Hij kwam en openbaarde Zich aan Johannes, maar – zoals Openbaring 1 vers 1 al aantoont – door Johannes wilde Hij Zich ook openbaren aan al Zijn getrouwe dienstknechten: (De) Openbaring van Jezus Christus, die God hem (= Johannes) gegeven heeft om Zijn dienstknechten te laten zien wat spoedig moet geschieden, en Hij heeft die door Zijn engel gezonden en aan Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven.”
Hij openbaart Zich heden aan de getrouwen onder Gods kinderen en geeft hen, onder meer, inzicht in dit laatste Bijbelboek. Opdat zij zullen jagen naar het bruiloftskleed en brandende lampen zullen hebben. Openbaring 1 vers 3 spreekt zalig degenen die de woorden van deze profetie horen en bewaren (de 1ste zaligspreking): “Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de (SV: van deze) profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.”
Dit eerste hoofdstuk van het Boek Openbaring bevat dus een ernstige waarschuwing om rekening te houden met de (weder)komst des Heren: “De tijd is nabij”. Maar ons wordt ook getoond wat wij doen moeten. Het grootste deel van dit 1ste hoofdstuk is namelijk gewijd aan Christus’ verschijning aan Johannes, die Hem ziet “staande te midden van de 7 kandelaren”, in het midden van Zijn Gemeente!
“En te midden van de 7 kandelaren zag ik Iemand Die op de Zoon des mensen leek (SV: Eén, de Zoon des mensen gelijk zijnde), gekleed in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel.” (Openbaring 1:13)
De Heer is bezig met Zijn Gemeente, haar reinigende met het badwater des Woords (het is Zijn Woord dat ons reinigt – AK), opdat Hij haar straks Zichzelf heerlijk kan voorstellen, als een Gemeente zonder vlek of rimpel:
“Opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen (SV: heerlijk zou voorstellen), een Gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos (SV: onberispelijk) zou zijn.” (Efeze 5:26-27)
Toen Johannes Hem zag, stortte hij zich vol ontzag en heilige eerbied ter aarde: “En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten, en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei tegen mij: Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste.” (Openbaring. 1:17)
De weg van vernedering is de weg om Hem waardig te worden als Zijn Bruid! Johannes’ neervallen wijst op de volkomen onderwerping die de Here vraagt van hen die Zijn Bruid willen zijn. Wanneer wij ons zo vernederen, zal Hij ons opheffen, zoals Hij ook deed bij Johannes. En Hij zal ons het opstandingsleven geven. Let op hoe Hij Zich openbaart aan Johannes: “…Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood (SV: van de hel) en van de dood zelf.” (Openbaring 1:18)
Het 1ste hoofdstuk van Openbaring staat in het teken van de Poort van de Tabernakel. [10] De OPENBARING van Jezus is nabij. Hij zal verschijnen. Aller oog zal Hem zien. Het gordijn zal opengaan. De ontsluiting komt. Allen zullen Hem zien en niemand zal Hem dan kunnen ontlopen. Hij komt weder met het uitgetrokken Zwaard. [11] Maar, NU is Hij nog de Toegang (of de Poort, de Deur) tot de zaligheid: “Ik ben de Deur…”, heeft Jezus gezegd, “…als iemand door Mij naar binnen gaat (SV: ingaat), zal hij behouden worden…” (Johannes 10:9)
Laat ons door Hem ingaan, als het ware “onder Hem doorgaan” – ons buigen en vernederen voor Hem – en zoeken om in Hem te zijn. Ons begeren moet zijn: dat ik “in Hem gevonden word, niet met mijn (eigen) rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof in Christus is…” (Filippenzen 3:9).
Als wij “in Christus” zijn en Hij is “in ons”, zijn wij geborgen en zullen wij BEWAARD WORDEN [12] als de oordelen van God over deze wereld gaan.

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

Einde van dit 1ste hoofdstuk wordt vervolgd

 

****************************************************

Voor meer info en ‘vers voor vers’ UITLEG over dit 1ste hoofdstuk van Openbaring, zie:

  1. Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL“. Link naar hoofdstuk 1, studie van Bijbelleraar CJH Theys.
  2. Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus voor de laatste dagen“. Link naar hoofdstuk 1, studie van Bijbelleraar E. van den Worm.

**********************************************************************************

.

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Mattheüs 25:1-13 (SV), “Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan 10 maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, de bruidegom tegemoet. En 5 van haar waren wijzen, en 5 waren dwazen. Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich. Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen. Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap. En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen. En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelf. Als zij (= de dwaze maagden) nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren (= de wijze maagden), gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Daarna kwamen ook de andere (dwaze) maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! En hij, antwoordende, zei: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet. Zo waakt dan; want gij weet de dag niet, noch de ure, in dewelke de Zoon des mensen komen zal.”
Er is hier – heel bewust – gekozen voor het woord MAAGD uit de Statenvertaling. Zowel de HSV als de NBV hebben dit woord vertaald met “meisjes”, wat in deze context onjuist is. Het woord maagd staat namelijk voor reinheid, zuiverheid, kuisheid etc. en kan – in de geestelijke zin waarvoor het hier bedoeld is – ook het mannelijk geslacht inhouden (daar die net zo goed tot de Bruid van Christus zullen behoren).
Zie eventueel onze studie De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd van E. van den Worm. (3x noot AK)
[3] 2 Thessalonicensen 2:7 (SV), “Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alreeds gewrocht; alleen, Die hem nu wederhoudt, Die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden.”
Zie eventueel ook nog onze studieDe verborgen ONgerechtigheid – De valse arbeiders in een Gemeentelijke bedieningvan CJH Theys. (noot AK)
[4] 1 Timotheüs 3:16, “En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.” (noot AK)
[5] Voor meer UITLEG over dit vers, zie Openbaring 3 van CJH Theys en/of Openbaring 3 van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Mattheüs 13:24-30, “Een andere gelijkenis hield Hij hun voor. Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan iemand die goed zaad zaaide in zijn akker. Maar toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide onkruid tussen de tarwe, en ging weg. Toen het gewas opkwam en vrucht voortbracht, kwam ook het onkruid tevoorschijn. De dienaren van de heer des huizes gingen naar hem toe en zeiden: Heer, hebt u niet goed zaad in uw akker gezaaid? Waar komt dan dit onkruid vandaan? Hij zei tegen hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. De dienaren zeiden tegen hem: Wilt u dan dat wij erheen gaan en het verzamelen? Maar hij zei: Nee, opdat u bij het verzamelen van het onkruid niet misschien tegelijk ook de tarwe zelf uittrekt. Laat ze allebei samen tot de oogst opgroeien, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid en bind het in bossen om het te verbranden, maar breng de tarwe bijeen in mijn schuur.
[7] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (20): De Ark des Verbonds van E. van den Worm. (noot AK)
[8] Voor meer UITLEG over dit vers, zie Het boek HOOGLIED (over de innige liefde tussen Bruid en Bruidegom) van H. Siliakus. (noot AK)
[9] Openbaring 1:5, “…Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde. Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed.” (noot AK)
[10] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (5): De Poort van E. van den Worm. (noot AK)
[11] Openbaring 19:15a en 21, “En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan…” … “En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam…” (noot AK)
[12] Openbaring 3:10, “Omdat u het woord van Mijn volharding (SV: Mijn lijdzaamheid) hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor (SV: uit) het uur van de verzoeking (= het beeld van de Grote Verdrukking), die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken.” (noot AK)
.

Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van H Siliakus, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Een opwekkend woord voor het nieuwe jaar

klok - nieuw jaar

Hemelgericht leven

Hebben wij in het nu achter ons liggende jaar in vele dingen gefaald, vanwege vele tekortkomingen – zwakheid in vele opzichten, eigenwijsheid, ongehoorzaamheid, en zo meer – zo behoeft dit daarom nog niet zo te zijn in het nieuwe jaar. Wat wij dan echter in de eerste plaats nodig hebben, is “een opkikker”! Een “tonic”, zo u wilt, van de Here Jezus Zelf. Wanneer wij ons hieraan houden, ondanks zeker te verwachten teleurstellingen binnen onze eigen kringen, naast geprofeteerde verdrukkingen en vervolgingen – al naarmate “de laatste dagen” ten einde spoeden – zo zullen wij toch zeker (daar ben ik van overtuigd) overwinningen [1] (kunnen) boeken, dankzij toenemende genade die er is voor allen die in waarheid deze versterkende, opwekkende en spankracht gevende woorden van onze Overste Leidsman en Voleinder van het geloof [2], Jezus, willen omzetten in daden door eenvoudigweg te gehoorzamen. Hier is dan die “tonic”:

  • Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op (SV: opwaarts), omdat uw verlossing nabij is.” (Lukas 21:28) [3]

Wat zien wij om ons heen?
In onze wereld is het gewoonte geworden om nog even terug te blikken naar het oude jaar… om nog even stil te blijven staan bij alles rondom ons. Het is ieder mens eigen. Alleen zegt Jezus ons opwaarts te zien. Hij bedoelt: niet met neerhangend hoofd verder te leven, maar met opgeheven hoofd en ogen vol verwachting uit te zien naar hetgeen vast besloten is in het raadsplan van een liefdevolle God, namelijk DE BELOOFDE VERLOSSING. Halleluja!
Van de grote schilder Michael Angelo wordt verteld dat hij zoveel tijd besteedde aan de plafondschilderingen van kerken dat hij daaraan een permanente stijve nek overhield, waardoor hij genoodzaakt was steeds “omhoog” te kijken.
Hier leren wij een alleszins geestelijke les verstaan. Wij, mensen van de laatste dagen, verkeren in het grote gevaar “aarde-gebonden” te zijn en te blijven, in plaats van “hemelgericht” te leven! Verlossing is niet van beneden – zij komt van boven! Daarom is het hoog tijd om, als Abraham eertijds, ons eraan te gewennen onze ogen gericht te houden op Gods hemel boven ons, de vaste plaats waar de reële actie plaats heeft.

De tijd in Gods handen

Christus heeft de toekomst in handen en Hij beheerst iedere situatie. De duivel wéét dat zijn tijd ten einde loopt. Daarvandaan dat hij in deze dagen zijn activiteiten verdubbeld! En, niet lang zal het meer duren of het volgende zal in vervulling gaan: “de duivel is naar beneden gekomen, naar u toe (SV: de duivel is tot u afgekomen), in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft.” (Openbaring 12:12b)
Nu, aan het begin van dit nieuwe jaar – omdat het ons niet is gegeven om achter “de sluier van de tijd” te zien – hebben wij méér dan ooit tevoren een gebedsleven en gebedskracht nodig, en moeten wij onze trouwe God en liefhebbende Vader in de hemel bidden dat Hij ons zal bekwamen om voortdurend bezig te zijn met de “hemelse dimensie”:

  • “Als u nu met Christus opgewekt bent, ZOEK dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. BEDENK de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn.” (Kolossenzen 3:1-2)

Wij dienen ons opnieuw te realiseren dat God niet aan tijd gebonden is, maar de tijd wel aan Hem, Die alles onder controle heeft. Daarom is Hij het alleen Die kan zeggen: “maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort (SV: verkort) worden.” (Mattheüs 24:22b)
Hier is het bewijs dat Hij Zijn weg gaat en beslist. Geprezen zij de Naam des Heren! Zien wij naar de omstandigheden en letten wij op het schamele aantal zielen, dan werkt dat deprimerend. Maar wanneer is God ooit gelimiteerd geweest door zielenaantal? Laat ons daarom, gelovende dat bij God alle dingen mogelijk zijn, ons bezig houden met onze grote opdracht, óók voor dit nieuwe jaar, om met opgeheven hoofd en met profetische blik voorwaarts te gaan, “ziende op de Overste Leidsman en Voleinder van het geloof” (Hebreeën 12:2 [4]), Jezus, Die nimmer heeft gefaald!
“…Ik ben met u, al de dagen…” (Mattheüs 28:20). Dit is het antwoord. Prijst God!
Hedendaagse wetenschap en techniek maken het mogelijk om leven en groei in Gods schepping ons voor ogen te toveren – door middel van camera en televisiebeelden – zó, dat het lijkt alsof alles zich in één minuut afspeelt. En inderdaad kreeg de apostel Petrus van God de openbaring, dat God zoiets doen kan: want “één dag bij de Heere is als 1000 jaar en 1000 jaar als één dag.” (2 Petrus 3:8b)
Met andere woorden, God kan alle jaarwerk comprimeren in 24 uren! Kunnen wij ons dit voorstellen!? Wat bij de mens niet mogelijk is, dat is mogelijk bij God – bij Hem alleen!! Amen.

Zonder vrees voorwaarts

“Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet één van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven.” (Mattheüs 10:29-31)
Wij hebben dus niets te vrezen, want Hij zorgt voor ons. Hij, Die dat kan doen, kan ook alle andere dingen doen!
En, bedenk, Hij is onze Heiland, onze Here, onze Koning. Halleluja!
Neemt daarom de “tonic” die Hij ons aanbiedt aan, en begin een nieuw jaar met opgeheven hoofd. God zit nog altijd op Zijn troon en Hij regeert.
De Here Jezus Christus staat (weder) te komen. Hij, Die de tijd nooit zal vergeten en Hij Die de musjes niet vergeet, zal ook ons allen in het nieuwe jaar niet vergeten. Wees hiervan verzekerd door uw geloof!!
Hem zij de glorie!!!

CJH Theys
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

***********************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Jezus, onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmakervan E. van den Worm. (noot AK)
[3] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[4] Hebreeën 12:2, “terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God.

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Geestelijke groei, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Tekenen vd eindtijd, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , | 1 reactie

De HOOP vasthouden

Anker van de hoop

In Hebreeën 6 vers 18-20 is sprake van “de hoop die voor ons ligt, vasthouden”:
“Opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen, een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden. Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel. Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, Die naar de ordening van Melchizedek Hogepriester geworden is tot in eeuwigheid.”
Waarom is het nodig voor Gods kinderen om deze hoop op Christus en op de vervulling van Gods onberouwelijke beloften vast te houden? Het antwoord hierop luidt: omdat de menselijke ziel zo gemakkelijk heen en weer bewogen wordt. Begeerten, angsten, geruchten en influisteringen maken, dat het hart alsmaar in beweging is. Hoe nodig is het “anker der hoop” (volgens Hebreeën 6:19) om de ziel, als een schip, stil te laten neerliggen!
Dit wordt ons ook geleerd in Psalm 131 (zie vooral vers 3):

  1. “O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.
  2. Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is als een gespeend kind in mij.
  3. Israël hoop op de HEERE van nu aan tot in der eeuwigheid.”

Door de zalige en krachtige hoop op God kan onze ziel als “een gespeend kind” zijn. De ziel van velen is veeleer als “een schreeuwend kind” – nooit tevreden, nooit heeft zij genoeg; het is omdat men de hoop niet vasthoudt!
De Bijbelse hoop is een blij-makend weten:

  • “Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is.” (1 Johannes 3:2-3)

Dit weten verkrijgen wij door het geloof in Jezus. Lééf uit dit weten en uw ziel zal rustig zijn!

.

H. Siliakus
Uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

.

Geplaatst in Studie van H Siliakus, Woord en Geest | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Boekbespreking 75: Een gedegen Paschabelevenis in de geest

Israëls Pascha-nacht voorafgaande aan hun exodus (= uittocht).

Een gedegen paschabelevenis in de Geest kleurLaat ons in de geest gaan naar een LAATSTE DAG, een dag die een periode van ongeveer 400 jaar had afgesloten; een dag, nu ruim 3500 jaar geleden. Deze dag was zo belangrijk, omdat de beleving van die dag zo bepalend was voor héél het leven van een heel volk daarna!
Laat ons in dezelfde dodelijke ernst, als de ISRAËLIETEN vroeger, de dag van het Pascha beleven, het Woord van God betrachten, opdat datzelfde Woord in ons ook Zijn genadewerking hebbe, alle banden met het Egypte van de wereld, waarin wij leven, zal verbreken, opdat ook ónze Exodus (= onze ‘uittocht’ uit deze wereld) – in en door de Heilige Geest [1] – WONDERLIJK zal worden!

  • Exodus 12:1-6, “De HEERE zei tegen Mozes en tegen Aäron in het land Egypte: Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar. Spreek tot heel de gemeenschap van Israël: Op de tiende dag van deze maand moet ieder voor zich een lam per familie nemen, een lam per gezin. Maar als het gezin te klein is voor een lam, dan moet hij er samen met de buurman, die het dichtst bij zijn gezin woont, één nemen, overeenkomstig het aantal personen. U moet bij het lam rekening houden met wat ieder eten kan. U moet een lam zonder enig gebrek hebben, een mannetje van een jaar oud. U moet het van de schapen of van de geiten nemen. U moet het in bewaring houden tot de veertiende dag van deze maand, en heel de verzamelde gemeenschap van Israël zal het slachten tegen het vallen van de avond.” [2]

De ervaring met dit Paschalam vormde de BASIS van de Exodus (= de uittocht) van de Israëlieten uit Egypte. Ze geeft in de geest het sublieme beeld weer van de uittocht van elk kind van God, dat in de wereld zijn bakermat (= zijn oorsprong) heeft gehad. Het is een uittocht uit die wereld, waarvoor de belevenis van het kruis van Jezus Christus een BASIS-ervaring is. De ERNST waarmee wij ingegaan zijn op de verzoeningsbeloften van God, die er zijn in het kruis van Jezus, is bepalend voor ons verdere leven met Hem.
Wat doen wij met Calvarie (= Golgotha)?
Wat doen wij met dit wereldomvattende aanbod van God, een aanbod voor alle tijden?
Laat ons in Gods Woord lezen, wat wij ermee te doen hebben.

  • Exodus 12:7, “En zij zullen van het bloed nemen en het aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel, aan de huizen waarin zij het eten zullen.”
  • Exodus 12:22, “Neem dan een bosje hysop en doop het in het bloed dat in een schaal is, en strijk van het bloed dat in de schaal is, op de bovendorpel en op de beide deurposten. Maar wat u betreft, niemand mag de deur van zijn huis uit gaan, tot de volgende (SV: tot aan de) morgen.

Het bloed van het Paschalam moest worden gestreken op de beide zijposten en op de bovendorpel van de deur, de ingang van elk huis. De INGANG van elk huis moest gedekt staan onder dat bloed! Het tweede punt, dat wij ontdekken, is dat de DEUR die toegang verleende naar Egypte DICHT MOEST! Niemand mocht die nacht eruit “tot aan de morgen”! Niemand mocht contact maken met Egypte (= beeld van de wereld)!
Als wij de Goddelijke beloften met betrekking tot Calvarie claimen, stellen wij onszelf onder de dekking van dat bloed. De INGANG tot onze ziel, tot ons leven, moet gedekt staan onder het bloed van Gods Lam. Christus betaalde voor ons met de prijs van Zijn bloed [3]; het vormt, gestreken op de ingang van onze ziel, het bewijs dat wij Zijn eigendom zijn. Dan zal God ons bewaren voor de machten van satan, voor de machten van de zonde, die uit de wereld tot ons komen. Dan zullen satans vurige pijlen op ons geloofsschild worden uitgeblust!
Maar niet alleen God moet aan ons behoud werken, door ons de kracht van Zijn bloed te verlenen op grond van ons geloof, ook wij moeten actief deelhebben aan ons behoud: Wij moeten ONZE DEUR, onze contacten met de wereld, sluiten!
Toen ik destijds ook zo predikte, maakte men de opmerking: “Om zo te leven moet je wel naar een klooster gaan!” Neen, vrienden, dat is niet nodig en bovendien is dat Gods wil niet. Levende IN de wereld kan men met behulp van Jezus Christus wel degelijk ALLE deuren, die tot de wereld leiden, sluiten, opdat er geen hartenbindingen meegemaakt worden en alle impulsen daaruit geweerd worden. Door de kracht van Jezus Christus kunnen wij de zonde, die uit de wereld tot ons komt, NEUTRALISEREN! [4] Door de dekkende kracht van Zijn bloed, zal de verderver en zijn verdervende macht worden tegengehouden om binnen te treden: “dan zal de HEERE de deur voorbijgaan en de verderver niet toestaan om uw huizen binnen te komen om u te treffen.” (Exodus 12:23b). God zal dit doen, maar WIJ moeten alle ‘GOODWILL’ betonen en die deur, die naar Egypte leidt, sluiten!
De wereld openbaart alsmaar méér zonde! De Bijbel vertelt ons dat in de laatste dagen, waarin wij leven, de ongerechtigheid vermenigvuldigd wordt (Mattheüs 24:12 [5]). Levende in deze laatste dagen ERVAREN wij deze vermenigvuldiging van de zonde. Alsmaar meer en alsmaar brutaler grijnst de zonde tegen ons in deze wereld! Ze zoekt binnen te treden in de deur van ons wezen en hoe hebben wij niet te vuur en te zwaard te strijden tegen deze machten die ons zoeken te beheersen en die ons met hun boze levensleer, die ons als “modern” wordt aangeprezen, zoeken te indoctrineren!
De wereld zal komen tot in haar UITERSTE ONGERECHTIGHEID ten tijde van de Grote Verdrukking (Ezechiël 21:25 [6]). En wij, als kinderen Gods, hebben deze ongerechtigheid buiten de deur van ons wezen te houden, en alles wat onrein is in de Naam en kracht des Heren niet aan te raken (2 Korinthe 6:17 [7]).
Wij zullen NOOIT komen tot reiniging en heiliging [8] van ons wezen, als wij deze deur tot de wereld niet serieus sluiten! Laat ons ALLE media, die de wereld tot ons hart en leven kan brengen, sluiten, en ons stellen onder de dekking van Jezus’ bloed!
Maar niet alleen de zonde en ongerechtigheid van de wereld moet worden tegengehouden en de invloeden ervan op ons wezen worden geneutraliseerd, wij hebben ook nog de zonde IN ONS-ZELF. Immers ook WIJZELF zijn getrokken uit die wereld, en zoals de Schrift het zegt: “als een vuurbrand, dat uit de brand (der zonde) gered is” (Amos 4:11 [9]). Daarom moet de Hemelse Chirurg ALLE diepe wortels van de zonde nog uit ons verwijderen. Hiertoe hebben wij het volgende te doen.

  • Exodus 12:8-9, “Zij moeten het vlees dezelfde nacht nog eten; op vuur gebraden, met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten. U mag daarvan niets rauw eten, en zeker niet in water gekookt, maar alleen op vuur gebraden, met zijn kop, met zijn poten en zijn ingewanden.”

Binnen de afgesloten “kamer van ons innerlijk wezen” hebben wij nu het Paschalam, “de Here Jezus en Die gekruisigd” te “eten en te drinken” (Johannes 6:53-55 [10]).
ETEN en DRINKEN spreken altijd van DIEPE GEMEENSCHAP. Zoals de stoffelijke spijsdelen in ons lichaam worden omgezet in vlees, been, nagels, haar, zenuwen, etc. zo wordt de GEESTELIJKE SPIJS in ons omgezet tot NIEUW LEVEN in en door de Here Jezus Christus. [11]
Daarom moeten wij “Calvarie” – de genade van Calvarie, die éénmaal geschied is, nu bijna 2000 jaar geleden, die gift van Jezus Christus, het offer van Zijn leven, die de mens tot VERZOENING is – “eten en drinken”. Binnen IN ons moet een reinigende werking ontstaan door het geloof in Zijn bloed, door het geloof in “Calvarie”. De doding van de Here Jezus Christus (2 Korinthe 4:10 [12]) moet IN ONS haar reinigende werking hebben. Wij hebben dit “eten en drinken” BEWUST te doen, met al de (geestelijke) honger van ons hart. Dit “eten en drinken” is een VRIJWILLIGE daad.
Wij hebben het Paschalam “aan het vuur gebraden” te eten, dit wil zeggen: wij hebben gemeenschap te hebben met die Jezus, Die door het vuur van Zijn offerande tot ons is gekomen, opdat dezelfde dodende werking in ons zondige wezen kome. Wij hebben zo Zijn kruis diep te planten in ons eigen wezen, met dank en lof en prijs!
Het Paschalam mocht niet “rauw” gegeten worden: met andere woorden: men moet niet gemeenschap willen hebben met die Jezus van vóór het kruis, en Hem niet alleen nemen als een goed Voorbeeld om na te volgen. Ook mocht het Paschalam niet “in water gezoden” (= gekookt) gegeten worden; dit wil zeggen: wij mogen geen gemeenschap met “Jezus en Die gekruisigd” zoeken OP ONZE MANIER, zoals het in ONZE KRAAM TE PAS KOMT, maar de leiding in die reiniging en heiliging gans en al aan de Heilige Geest overlaten.

  • Exodus 12:10, “U mag daarvan ook niets overlaten tot de morgen. Wat er de volgende morgen van over is, moet u met vuur verbranden.”

Anders gezegd: Wij hebben dit Pascha met AL DE DEGELIJKHEID die in ons is, in ALLE NAUWGEZETHEID, tot ons te nemen en eraan deel te hebben. Wij hebben de GANSE werking van Calvarie in ons van harte te VERKIEZEN. Wij hebben de “kruiswerkingen” met al de consequenties ervan in dit leven te verkiezen:
“Hij zei tegen allen: Als iemand achter Mij wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis dagelijks opnemen en Mij volgen.” (Lukas 9:23)
Wij hebben “de mens der verkeerdheid” in ons te vuur en te zwaard te doden in de kracht van de Heilige Geest (Kolossenzen 3:5 [13]), juist door deze CLAIM OP CALVARIE! En de mate van degelijkheid, waarin wij dit doen is bepalend voor onze EXODUS in de geest, voor onze daadwerkelijke verlossingen en ervaringen van Nieuw Leven in Christus Jezus! Deze mate van degelijkheid is bepalend, hoe wij Jezus zullen ervaren in ons Exodus-leven!

  • KLIK HIER als u deze GRATIS studie verder wilt lezen of downloaden
    (in smartphone-formaat).

E. van den Worm
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

***********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie: De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[2] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemachtvan E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Mattheüs 24:12, “En doordat de wetteloosheid zal toenemen (SV: de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden), zal de liefde van velen verkillen.”
[6] Ezechiël 21:25, “Wat u betreft, onheilige, goddeloze vorst van Israël, wiens dag gekomen is in de tijd van uiterste ongerechtigheid.”
[7] 2 Korinthe 6:17, “Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen.”
[8] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Amos 4:11 (SV), Ik heb sommigen onder ulieden omgekeerd, gelijk God Sodom en Gomorra omkeerde, u, die waart als een vuurbrand, dat uit de brand gered is; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
[10] Johannes 6:53-55, Jezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als u het vlees van de Zoon des mensen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in uzelf. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want Mijn vlees is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank.
[11] Zie eventueel onze studie met ‘vers voor vers’ UITLEG LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus (over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen) van E. van den Worm. (noot AK)
[12] 2 Korinthe 4:10, “Wij dragen altijd het sterven van de Heere Jezus in het lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt.”
[13] Kolossenzen 3:5, “Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is.”

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Israël/huis van Israël, Studie van E van den Worm | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Kerstoverdenking: De schatten der wijzen

Schatten der wijzen

Erbij betrokken zijn

Bij het herdenken van de komst van Jezus Christus naar deze wereld kan zich de vraag aan ons opdringen of en hoe wij bij dit gebeuren betrokken zijn. Toen Hij geboren was, hebben ongetwijfeld velen er bij gerucht van vernomen. Van enige weinige personen staat echter vermeld dat zij de beloofde Zoon ook werkelijk gezien hebben.
Tot welke groep kunnen wij onszelf rekenen?
De Bijbel verhaalt over de “wijzen uit het Oosten”, die de ster van Jezus “in de opgang” hadden gezien en die met deze boodschap aankwamen te Jeruzalem.
Veel wordt ons niet verteld over deze wijzen. Dezelfde waas van geheimzinnigheid die hun verschijning toen omgaf, is er ook nu nog. Toch is één ding zeker. Zij waren meer betrokken bij de komst van de Zaligmaker dan de meeste mensen uit het Judea van die dagen. Niet in het minst omdat zij Hem iets schonken van zichzelf. Zij vereerden Hem met geschenken:
“En toen zij in het huis kwamen, vonden zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en aanbaden Het (Kind). Zij openden hun schatkisten en brachten Hem geschenken: goud en wierook en mirre.” (Mattheüs 2:11) [1]

Wie waren deze wijzen uit het Oosten?

Wat een opschudding moet dat gegeven hebben in Jeruzalem, toen deze eerbiedwaardige mannen van raadselachtige herkomst zich aldaar aandienden! En met welk een boodschap kwamen zij! Zij kwamen als het ware uit de hemel neerdalen. Wellicht letterlijk, want “het Oosten” – zijnde de plaats van de opgang van de zon – is een oude aanduiding voor de hemelse streken.
Ongetwijfeld waren het geen sterrenwichelaars, zoals de gangbare mening wil. Want door dezulken laat God Zich geen eer bewijzen!
Bovendien is er alle reden voor om te geloven dat het geen gewone ster (of conjunctie [2] van sterren) was die zij gezien hadden.
Vele eeuwen eerder profeteerde Bileam:
Er zal een ster uit Jakob voortkomen, er zal een scepter uit Israël opkomen;…” (Numeri 24:17b)
Deze ster was Christus. Het was de glans van Zijn heerlijkheid. Deze ster was de lichtglans van Goddelijke majesteit, de heerlijkheid die de Zoon bezat eer de wereld was:
“En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik (= Jezus Christus, de Zoon) bij U bezat voordat de wereld er was.” (Johannes 17:5)
Het was – net als het shekinah-licht [3] boven de Ark van het Verbond [4] in Israëls Tabernakel [5]een manifestatie van de Goddelijke tegenwoordigheid. De wijzen hadden dit Licht gezien “in het Oosten”, dat wil zeggen “in de opgang” (de letterlijke vertaling van het hier gebruikte Griekse woord “anatolé”). In de plaats van het rijzen van het licht, in de hemel van God, had deze “Ster” geschitterd boven alle andere, Die nu als het Licht der wereld verscheen op aarde. En daar, in de hemel, hadden deze “waarnemers van het Oosten” hem gezien in de heerlijkheid die Hij van het begin af aan had.
Deze wijzen kwamen zelf uit die hemel. Zij waren gezanten van God, hemelse getuigen of waarnemers (het van oorsprong Perzische woord “magos”, gebruikt in de Griekse grondtekst, betekent “waarnemer”). Nochtans waren het mensen zoals u en ik, en daarom voorbeelden voor ons, zoals wij zullen zien.
Het is zeer wel mogelijk dat deze wijzen Henoch, Mozes en Elia waren, de enige drie heiligen die vóór Christus lichamelijk in de hemel opgenomen zijn. Zij zijn sindsdien bijzondere gezanten van God, zo leren wij uit de Schrift (zie Mattheüs 17:1-3 en Openbaring 11:3-4 – link met uitleg [6]).
Na de geboorte van Jezus Christus kwamen zij naar Jeruzalem om in deze “stad van de grote Koning (Psalm 48:3d) de geboorte van de grote Koning bekend te maken. De wijze waarop zij dit deden heeft wonderlijk veel gemeen met de vragende vorm die Christus zelf later menigmaal bij het leren gebruikte.

Geschenken voor Jezus

Ontegenzeggelijk is dit een boeiende geschiedenis. Maar laat het méér voor ons zijn. Christus’ komst naar deze wereld is immers ook méér dan een boeiend verhaal! De Joden in die dagen verwonderden zich over de herkomst en boodschap van deze wijzen. Laten wij ons nu meer bepalen bij de geschenken die zij Jezus brachten. Want ook deze schatten zijn vol van schone symboliek. Wat was er verborgen in hun schatkisten?
Wat brachten zij voort uit “de goede schat van hun hart”?
In Mattheüs 12:35a zegt Jezus: “De goede mens brengt goede dingen voort uit de goede schat van het hart”.
Welke rijkdommen brachten de levens van deze “wijzen” voort, waarmee zij hun Zaligmaker hebben geëerd?
Het is belangrijk dat wij kunnen zeggen dat Jezus Christus niet alleen in de wereld, maar ook in ons eigen leven gekomen is. Alleen dan zullen wij die grote blijdschap deelachtig zijn die verbonden is aan Zijn komst. De blijdschap van het aanschouwen van uw en mijn Verlosser en Zaligmaker. En ook heden wil Hij nog binnenkomen, wanneer wij de deur van ons hart opendoen voor Hem! Maar mag het dan ook zo zijn dat uw van dankbaarheid overlopend gemoed volvaardig zal zijn om deze Jezus te eren met en te geven geschenken die God aangenaam zijn, gelijk deze wijzen uit het Oosten!

“Messiaanse” levens

Ziehier de geschenken waarmee wij Hem waarlijk eren en verblijden: goud, wierook en mirre, kostbaarheden die stuk voor stuk waarde hebben voor de eredienst van God.
Goud spreekt van een leven vol van de Heilige Geest. [7] Wij kunnen ook zeggen: een leven in de kracht en de geest van een Elia, die vurige en trouwe strijder voor God.
Is het niet droevig dat zovele christenen nimmer komen tot een volledige overgave aan Christus, waardoor de Heilige Geest hen niet kan vervullen? Elia had zijn leven niet lief. Daarom kon God Zich zo machtig door hem openbaren. Zodanig, dat wij nu nog spreken van “de God van Elia! Laat ons begeren om met dezelfde kracht te worden aangedaan, opdat wij onze Verlosser met het ware “goud” zullen mogen tegemoet gaan.
Als tweede geschenk wordt wierook genoemd. Deze wierook wijst op een aanbiddend leven. Een leven waarin de aanbidding van God en de gemeenschap met Hem centraal staat. De Vader zoekt ware aanbidders, die Hem aanbidden en dienen in geest en in waarheid: “God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.” (Johannes 4:24)
De gedacht die aan de wierook verbonden is, bepaalt ons bij het leven van Henoch. Van hem staat kort, maar veelzeggend, vermeld dat hij wandelde met God. Dit is waarmee ook wij vandaag onze Heer moeten eren. Een leven dat zo waarachtig aan Hem toegewijd is, dat er geen enkel ander streven meer in gevonden wordt. Wij zullen dan mogen ervaren wat het zeggen wil dat de Here ons ‘tot Zich neemt’. Halleluja.
De derde schat bleek mirre te bevatten, dat welriekende doch bitter smakende kruid. Het woord betekent trouwens ook “bitter”. Deze mirre heeft dan ook betrekking op bitterheid. Oftewel op een gekruisigd leven, waarin het vlees en de eigen wil heeft afgedaan.
Hoe waarachtig getuigt het leven van die derde man, van wie wij weten dat hij levend opgenomen is in de hemel, namelijk Mozes, van vlees dat gekruisigd is en van een geheel gekruisigde wil! Wat heeft deze Mozes in zijn leven en zijn bediening moeten verdragen! Hij werd door zijn eigen volk ‘gekruisigd’. Maar aanvankelijk nog driftig van aard kreeg hij toch later van God Zelf het getuigenis dat hij de meest zachtmoedige man op aarde was. Als de middelaar van het Oude Verbond (of: Oude Testament) is hij één van de schoonste typen van Christus. En hoe zinvol, in verband met ons onderwerp, is het dat Hebreeën 11:26 van hem getuigt dat hij de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom achtte te zijn dan de schatten van Egypte (!):
“Hij (Mozes) beschouwde de smaad van Christus als grotere rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij had het loon voor ogen.” (Hebr. 11:26)

De Bruidsgemeente

  • “Waarmee zal ik de HEERE tegemoet gaan en mij buigen voor de hoge God?” (Micha 6:6a)

Die vraag stelde zich eenmaal een andere dienstknecht des Heren, Micha, die ook leefde in de verwachting van de komst van Zijn Zaligmaker.
Hij heeft een boodschap, ook voor ons, vandaag. Lees Micha 6 vers 6-8:
“Waarmee zal ik de HEERE tegemoet gaan en mij buigen voor de hoge God?
Zal ik Hem tegemoet gaan met brandoffers, met eenjarige kalveren?
Zou de HEERE behagen scheppen in duizenden rammen, in tienduizenden oliebeken?
Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht van mijn moederschoot voor de zonde van mijn ziel?
Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt (SV: eist) de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid  lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.”
De “wijzen” schonken hun Here, in de dagen dat zij leefden op aarde, de enige kostbaarheden waarmee wij, mensen, Hem waarlijk eren en verblijden. De schatten die zij Hem bij Zijn komst naar deze wereld brachten, zijn er een afspiegeling van. In de laatste dagen zal er een Gemeente zijn die de Here, als Hij wederkomt, dezelfde wonderbare schatten zal aanbieden – de Bruidsgemeente. [8]
Zult u tot deze ware aanbidders behoren of zult u “buiten” blijven staan?

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

***********************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Conjunctie = Letterlijk ‘samenvoeging’, treedt op als twee hemellichamen, die toch ver van elkaar vandaan staan, vanuit het perspectief van de waarnemer gezien schijnbaar dicht bij elkaar staan. (noot AK)
[3] Shekinah-licht = De openbaring (of: het openbaar of gewaar worden) van Gods heerlijkheid en tegenwoordigheid, met BOVEN-NATUURLIJK Licht van God. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (20): De Ark des Verbonds van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De Tabernakel van Israël – Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Mattheüs 17:1-3, “En na 6 dagen nam Jezus Petrus en Jakobus en Johannes, zijn broer, met Zich mee en bracht hen op een hoge berg, alleen hen. En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht. En zie, aan hen verschenen (SV: van hen werden gezien) Mozes en Elia, die met Hem spraken.”
Openbaring 11:3, “En Ik zal Mijn 2 getuigen (volgens velen: Mozes en Elia) macht geven, en zij zullen, in rouwkleding gekleed, 1260 dagen lang profeteren. Zij zijn de 2 olijfbomen en de 2 kandelaars, die voor de God van de aarde staan.” (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie: De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
.
Geplaatst in Bijbelstudie, Genadetijd Gods, Studie van H Siliakus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

De Gemeente is een Lichaam – Hoe leven de leden van dit Lichaam met elkaar?

Gemeente des Heren

Vernieuwende kracht

Het Lichaam van Christus, de Gemeente, zal nooit oud worden, in de gebruikelijke zin van het woord, wanneer haar leden Hem, Die het Hoofd is, verwachten.
De profeet Jesaja heeft voorzegt (in 40:31, SV):

  • “Maar die de HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden [1]; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden” [2] – dus blijven de leden van dit Lichaam (geestelijk) “jong”.

Dat wil zeggen dat zij verjongd worden door de Heilige Geest [3]: in hun leven, in hun denken. De werking van de Heilige Geest is niet alleen “individueel”, maar zeer zeker ook “collectief”, zodat een “totale vernieuwing” ervaren wordt. En, omdat deze door Gods Geest bewerkte vernieuwing “van binnenuit” is, dringt zij door tot in alle delen van het gemeentelijk leven. Dit maakt dat alle leden erbij betrokken worden of zijn.
Alleen als deze Geestes-vernieuwing zó wordt ervaren, zullen de krachten van het Koninkrijk Gods en de vruchten ervan door allen worden “geproefd”.
De Here Jezus Christus is de “Bouwheer” van Zijn eigen Huis:

  • “Immers, elk huis wordt door iemand gebouwd, maar Hij Die dit alles gebouwd heeft, is God.”“Christus echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden.” (Hebreeën 3:4+6)

.

Een goed functionerend gemeenteleven

Over het fundament heeft de apostel Paulus breedvoerig gesproken, zijnde voorhanden, alsook over alle verdere nodige voorzieningen, zoals bijvoorbeeld de voorwaarden tot het vormen van een gezond, goed functionerend gemeenteleven. Daartoe en daarvoor heeft Jezus verschillende “bedieningsgaven” [4] geschonken:

  • “En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars.” (Efeze 4:11, SV)

Door al deze “bedieningsgaven” zal de Heilige Geest voorzien in zowel geestelijke als stoffelijke behoeften. Daarom moet er ernstig gelet worden op diegenen aan wie gaven en bedieningen geschonken zijn. Hen moet ruimte en gelegenheid gegeven worden om hun gaven en bedieningen in dienst te stellen van de gemeente waartoe zij behoren.
Een kenmerk van het apostelschap is het stichten van nieuwe gemeenten.
Profeten doen een waarschuwend woord horen, bemoedigend en/of vertroostend, met aanwijzing (zoals de Geest leidt) van richting. In de boodschap kunnen allen de Stem van God vernemen.
Evangelisten hebben tot taak om het Evangelie in woord en geschrift vanuit het Lichaam te verkondigen, terwijl de aan de herder gegeven opdracht is: de kudde leiden en bewaren voor dreigende gevaren.
De geroepen leraars hebben de gemeente te voeden met “het Brood des Levens”, dat zij hebben te breken in de kracht van de Heilige Geest. Zij moeten ten allen tijde het Woord der Waarheid recht snijden, wil de (geestelijke) “spijze” verteerd kunnen worden op de juiste tijd. Gedrag en leven dienen tot voorbeeld te zijn, en het onderricht moet worden gegeven overeenkomstig “de gezonde leer” – wars (= afkerig) moet men zijn van alle buitenissigheden!
Wij leven in de laatste dagen van de tijdsbedeling van het Lichaam en allen moeten meewerken om ervoor te zorgen dat het Lichaam niet heen en weer geslingerd wordt onder kwade invloeden van allerlei “wind van leer”. De kinderen Gods moeten weten dat zij veilig zijn in zo’n geestelijk goed gefundeerd huis, onder de uitnemende leiding van met Gods Geest vervulde leidslieden, die op hun beurt alle geestelijke spijs ontvangen van het Hoofd van het Lichaam.
Alle leden hebben een levend aandeel in de verantwoordelijkheid voor elkaar, door voor elkaar zorg te dragen, want het is één Lichaam. Allen zijn zij dan door één Geest tot eenzelfde Lichaam gedoopt – opgenomen in het Lichaam van Christus.

.

Wederzijds respect

Vanzelfsprekend is dit een geestelijke aangelegenheid, maar deze wordt gerealiseerd in de wereld rondom, doordat elke functie met alle nauwkeurigheid wordt waargenomen.
De Bijbel zegt: Laten wij op elkander achtgeven”, opdat twijfel en dwaling niet gevonden zullen worden, want het zijn deze die tot verwarring leiden.  Hoe klein het werk ook is, maar de gemeente heeft een functie, en de kracht en de verantwoordelijkheid worden niet door de leden bepaald, maar door haar structuur.
Wanneer de onderlinge samenkomsten trouw worden bezocht en een ieder zijn plaats weet in te nemen, zal de gemeentevorming op een gezonde basis plaats vinden. De leden moeten elkaar leren waarderen, respecteren, en “de één achte de ander uitnemender dan zichzelf”. Gods Woord, als Leiddraad, is zeer positief in dit opzicht. Dwaalt dus niet, want God laat Zich niet bespotten door wangedrag. Hij is en blijft ten allen tijde “het Hoofd” en de leden moeten dit Hoofd niet willens en wetens – door verzuim, door het kleineren van de andere leden – beledigen.

.

Elkander aansporen

Hoe goed zal de uitwerking zijn als gemeenteleden elkaar aansporen, aanvuren, tot de liefde van God en daarnaast tot de goede werken des geloofs. In zúlke gevallen geven wij de Heilige Geest volop gelegenheid, zijn wij Zijn medearbeiders om vorm te geven aan hen die bijeenkomen en zich scharen rondom het Woord. Hij zal dan mensen aanstellen en ook bekwamen om de gemeente waartoe zij behoren “gestalte” te geven. In Hebreeën 10:22-25 lezen wij herhaaldelijk van: “Laten wij…”:

  • Laten wij tot Hem naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof, nu ons hart gereinigd is van een slecht geweten en ons lichaam gewassen is met rein water.
  • Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw.
  • En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken.
  • Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen”.

Al deze raadgevingen hebben te maken met het geestelijk leven in de gemeente. Dat wij daarom elkander indachtig zullen maken op “de zonde van verzuim”:

  • “Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid (Gods) ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer (en dus geen verzoening – AK) voor de zonden meer over.” (Hebreeën 10:26)

Maar “hoe” moeten wij elkander aansporen? Dit zal niet moeilijk zijn indien de Geest Gods, de Geest der liefde Gods, in ons woont. Bedenk dat een klein vuur een grote brand kan veroorzaken, wanneer het “aangeblazen” wordt! En al is het een smeulend vuurtje, dat bijkans zal uitgaan – in geestelijke zin – nochtans kan het weer een grote vlam worden die licht en warmte verspreidt.
Dit zijn maar stuntelige gelijkenissen, maar zij hebben in dit verband hun waarde.
Waarop het aankomt? Van onze eigen liefde wat te geven aan de ander; door het betonen in woord èn in daad van wat liefde aan een medebroeder of -zuster, met wie men samen werkt en leeft in gemeentelijk verband.
Is dit zo moeilijk? Zeer zeker in eigen kracht, maar niet als wijzelf deze overwinnende liefde ervaren: “…zonder Mij kunt u niets doen” zijn Jezus’ eigen woorden (in Johannes 15:5b).

.

Verantwoordelijkheidsbesef

Verantwoordelijkheidsgevoel jegens elkaar is nodig, en zal groeien tot het bewustzijn van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de samenleving in de gemeente. Daar is een “opdracht” te vervullen, welke alle leden aangaat. Niet enkel en alleen de verkondiging van het Evangelie, maar ook de genezing van zieken, en het uitwerpen van demonen. Daar is in de gehele Bijbel geen enkele grond om ons in dit opzicht te beperken!
Anders denken leidt tot anders doen. Kunnen wij dit verantwoorden tegenover God!? Een Schriftuurlijke levensgewoonte is tevens een gezonde basis voor een gezond gemeenteleven. Dit laatste zal tot uitdrukking komen in: “zich allereerst geven aan de Here, en – door de wil van God – óók aan hen die, uit genade, voorgaan”:

  • “En zij deden niet alleen zoals wij gehoopt hadden, maar zij gaven zich eerst aan de Heere en daarna aan ons, door de wil van God (2 Korinthe 8:5)
  • “En wij vertrouwen van u in de Heere, dat u doet en ook doen zult wat wij u bevelen.” (2 Thessalonicenzen 3:4)

De gemeenteleden van respectievelijk Thessalonika, Filippi en Beréa wisten met elkaar te leven in hun gemeenten, maar ook in de praktijk van hun dagelijks leven. Geloof, liefde en een helder inzicht in de geestelijke dingen waren de meest uitnemende kenmerken. Bovendien werden Gods geheimenissen (verborgenheden) hen toevertrouwd. Zódoende werd vanuit hun midden “de gezonde leer” gehoord, en heus niet alleen in Macedonië en Achaje, maar ook overal elders.
Is dit alles ook te vinden in onze pinkstergemeenten [5] hier te lande?

.

De gezonde leer in praktijk brengen

Zeker, daar is een groeiende belangstelling voor elkaar, maar dat is niet hetzelfde als “groeiende broeder- en zusterliefde”.
De Schriftuurlijke basis voor een gezond gemeenteleven wordt dáár gevonden waar “de gezonde leer van Jezus Christus” en van Zijn Koninkrijk wordt gepredikt; maar in het bijzonder wanneer deze in de praktijk worden toegepast. Want dat is de wil van God.

CJH Theys
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

***********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie: Arendsvleugelen – over Gods kracht, werkende in Zijn heiligen hier op aarde van CJH Theys. (noot AK)
[2] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie: De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie: De Gever en Zijn Gaven van CJH Theys. (noot AK)
[5] Pinkstergemeenten = Gemeenten waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de UITSTORTING van en/of de VERVULLING met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt.
De schrijver spreekt hier vooral – als waarschuwing – tot de “eigen parochie”. Maar de inhoud van deze studie zal ongetwijfeld ook voor andere Gemeenten en/of christelijke groeperingen (kunnen) gelden. (noot AK)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Jaloersheid

De zonde onder ons - Billy Graham

In het boek van Billy Graham – “De zonde onder ons” – leest men van een man die zichzelf door de jaloersheid van het leven beroofde.
De burgerij had een standbeeld opgericht voor één van hen, die een vermaard kampioen was in de (Griekse) grote spelen.
Maar deze man – een mededinger van de vereerde atleet – was zo jaloers, dat hij bij zichzelf zwoer dat hij het standbeeld zou vernielen.
Elke nacht ging hij erop uit om in het voetstuk te hakken, met de bedoeling het beeld te ondermijnen en ten val te brengen. Op het laatst gelukte hem dit. Het beeld viel om – maar boven op hem. Hij ging ten onder als het slachtoffer van zijn eigen na-ijver…
Hoe menig christelijk werk wordt ondermijnd door minderwaardige kwaadsprekerij. Langzaam maar zeker ziet men de trouwe arbeid van de één of andere voorganger of werker in ‘s Heren dienst achteruitgaan – en zijn goede reputatie verloren gaan – door ondergronds gefluister, jaloerse kritiek, het afkammen (= onbillijk bekritiseren, neerhalen) en kleineren van zijn gaven en hoedanigheden, vaak zonder geldige reden.
De persoon die zich daaraan schuldig maakt, zal echter datgene ervaren wat hierboven beschreven werd: hij zal het slachtoffer worden van zijn eigen lage bedoelingen, want God doet recht aan Zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen en ziet hun tranen. Zie ook Job 5 vers 2 (HSV):

  • “Want de toorn brengt de dwaas om, en de na-ijver doodt de onnozele.”

Uit het blad: Gouden Schoven

Geen PDF

Geplaatst in Algemene informatie, Woord en Geest | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Bliksemkomst en wolkenkomst

wederkomst Jezus Christus

Twee wederkomsten

Nauwkeurige bestudering van Jezus’ woorden – zoals weergegeven door Mattheüs in het 24ste hoofdstuk van het door hem geschreven Evangelie – zal ons tot het inzicht voeren dat wij twee wederkomsten van Jezus te verachten hebben. Of, anders gezegd – wanneer wij vast willen houden aan één wederkomst, omdat de Schrift zelf over dit gebeuren doorgaans in het enkelvoud spreekt – dat wij te verwachten hebben dat die ene wederkomst van Christus zich voltrekken zal in twéé fasen.
Zoals met name het boek Openbaring ons te verstaan geeft zal de openbaring of wederkomst van Jezus – en met “de Openbaring van Jezus” wordt bedoeld: de wederkomst van Jezus – niet één enkele gebeurtenis zijn, maar een hele reeks van gebeurtenissen. [1] En in deze reeks van eindtijdgebeurtenissen zal er tot twee-maal toe sprake zijn van een komen van Jezus.
Om ons bij Mattheüs 24 te bepalen, in vers 27 van dit hoofdstuk zegt Jezus dat Zijn komst of parousia [2] zal zijn “zoals de bliksem”, terwijl Hij even verderop (in vers 30) duidelijk maakt dat Hij zal komen “op de wolken van de hemel”:
“Want zoals de bliksem vanuit het oosten komt en zichtbaar is tot in het westen, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.” (Mattheüs 24:27) [3]
“En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen (SV: geslachten) van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid.” (Mattheüs 24:30)
Het is onmogelijk dat de Heer hier twee beschrijvingen van één en dezelfde gebeurtenis heeft gegeven, want het ene drukt vrijwel het tegenovergestelde uit van het andere. Het komen “als een bliksem” wil zeggen dat men Hem maar heel even zal zien (“in een flits”) of dat men Hem helemaal niet zal zien, doch alleen maar iets zal zien “oplichten”, zonder dat men goed en wel beseft wat er gebeurt.
Daartegenover staat dat het komen “op de wolken” een groot openbaar gebeuren bedoelt aan te geven, waar alle geslachten der aarde getuige van zullen zijn. “Komen op de wolken” betekent volgens Openbaring 1 vers 7, “…elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken (= verworpen) hebben…”.
Trouwens, uit het verband van Mattheüs 24 kunnen wij al opmaken dat de “bliksemkomst” vóór de Grote Verdrukking plaats moet hebben en de “wolkenkomst” deze Verdrukking (zie vers 29), zodat het hierbij onmogelijk om één en dezelfde gebeurtenis kan gaan:
“En meteen na de verdrukking (de grote verdrukking, zie vers 21) van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden.” (Mattheüs 24:29)
De “bliksemkomst” zal in feite een verborgen komst zijn, want een bliksem ziet men slechts voor een fractie van een ogenblik en wordt niet door allen opgemerkt. De “komst op de wolken” zal een gebeuren zijn dat de gehele wereld bewust mee zal maken en dat zal niet alleen maar voor een ogenblik zijn.

Een dag en een nacht

Van de komst van Jezus zoals een bliksem lezen wij ook in Lukas 17 vers 24:
“Want zoals de bliksem flitst van de ene plaats onder de hemel en naar de andere plaats onder de hemel licht, zo zal ook de Zoon des mensen zijn op Zijn dag.”
Het betreft hier kennelijk een andere gelegenheid waarbij Jezus over Zijn wederkomst sprak (de zo genaamde “profetische rede” komen wij bij Lukas in hoofdstuk 21 tegen [4]) en Hij sprak toen alleen maar over Zijn verborgen komst.
Jezus doelt in Lukas 17:30 op deze zelfde komst, want in de verzen 25 t/m 29 weidt Hij uit over hetgeen aan Zijn wederkomst vooraf moet gaan, om dan in vers 30 de draad van vers 24 weer op te nemen:
“Evenzo zal het zijn op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.” (Lukas 17:30)
“Eerst moet Hij echter veel lijden en verworpen worden door dit mensengeslacht. En zoals het gebeurde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen. Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk en zij werden ten huwelijk gegeven tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam en hen allen om deed komen. Op dezelfde manier ook, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. Op de dag echter waarop Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel uit de hemel en bracht hen allen om.” (Lukas 17:25-29)
Jezus heeft het dan, in vers 30, over “de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden”.
Denk nu niet dat het hier de zichtbare of openbare wederkomst betreft omdat wij hier lezen “geopenbaard”, want of Jezus nu zichtbaar wederkomt of in het verborgen, in beide gevallen openbaart Hij Zich!
Nader onderzoek van Lukas 17 (de verzen 20-37) brengt ons vervolgens tot de ontdekking dat er met betrekking tot de “bliksemkomst” ofwel “de komst van Jezus in het verborgen” achtereenvolgens sprake is van een “dag” en een “nacht”.
De “dag” van de verborgen wederkomst komen wij tegen in vers 31 en van de erop volgende “nacht” lezen wij in vers 34:
“Wie op die dag op het dak zal zijn, met zijn huisraad in huis, moet niet naar beneden gaan om het mee te nemen. En wie op de akker is, moet evenmin terugkeren naar wat hij achterliet.” (Lukas 17:31)
“Ik zeg u: In die nacht zullen er twee op één bed zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden.” (Lukas 17:34)
Het is niet moeilijk om in te zien dat op die dag de tijd van de Bruiloft van het Lam [5] moet zijn. Wanneer Jezus in het verborgen wederkomt, komt Hij als Bruidegom, om Zijn Bruid, de Bruidsgemeente, tot Zich te nemen. Hij openbaart Zich dan als Bruidegom aan Zijn Bruidsgemeente. Het huwelijk tussen Jezus en de Bruidsgemeente zal een gebeuren in het verborgen zijn. Een gebeuren dat door de wereld nauwelijks opgemerkt zal worden; hoogstens zal men een “flits” (een bliksemflits, maar dan een figuurlijke) waargenomen hebben, maar de wereld zal niet beseffen wat er gaande zal zijn.
De vermaning van vers 31 is dan ook alleen bestemd voor de kinderen Gods! Waar men op die dag ook zal zijn en waarmee men ook bezig zal zijn, als de Bruidegom komt zal men alles moeten verlaten en zich moeten spoeden naar het feest van de Bruiloft van het Lam. Wie op het dak zal zijn moet niets meer geven om zijn huisraad, maar zich spoeden naar de Bruiloft en zo moet ook degene die op de akker bezig zal zijn doen.
Helaas zullen er vele kinderen Gods zijn die alsdan grote moeite zullen hebben met het loslaten van al hun aardse bezit. Zij zullen aarzelen en treuzelen en daarom te laat komen voor de Bruiloft.
In Mattheüs 25:1-13 worden zij “dwaze maagden” [6] genoemd.
Al die gelovigen die de wereld nog liefhebben en zo vastzitten aan al het aardse, zullen de Bruiloft van het Lam missen, niet behoren tot de Bruidsgemeente en daarom de Grote Verdrukking in moeten gaan.
“Denk aan de vrouw van Lot! waarschuwt Jezus (in Lukas 17:32) in verband met dit verlaten van alles wat men heeft in deze tot ondergang gedoemde wereld.
Na de “dag” van de “Bruiloft van het Lam” zal vervolgens een “nacht” volgen, een zeer donkere tijd, in het bijzonder voor de kinderen Gods.
In “die nacht”, dus korte tijd na de Bruiloft van het Lam, zal geschieden wat de verzen 34 t/m 37 beschrijven:
“Ik zeg u: In die nacht zullen er twee op één bed zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Twee vrouwen zullen samen malen. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Twee zullen er op de akker zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. En zij antwoordden en zeiden tegen Hem: Waar, Heere? En Hij zei tegen hen: Waar het lichaam is, daar zullen de gieren zich verzamelen (SV: de arenden [7] vergaderd worden).” (Lukas 17:34-37)
De Bruidsgemeente zal weggenomen [8] worden en gedurende de tijd van de Grote Verdrukking bewaard worden in de woestijn:
“En de vrouw [9] vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden 1260 dagen.”“En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang.” (Openbaring 12:6 en 14 [10])
De gelovigen van de “dwaze maagden-gemeente” zullen achterblijven en – omwille van het geloof in Jezus – in de Grote Verdrukking als martelaren moeten sterven.
De “arend-heiligen” van vers 37 – beeld van de Bruidsgemeente – zullen rondom “het dode lichaam” (zie Mattheüs 24:28), een zinnebeeldige verwijzing naar het Heilig Avondmaal, in “de woestijn” vergaderd worden: “Want waar het dode lichaam is, daar zullen de gieren (SV: arenden) zich verzamelen.” (Matth. 24:28)
Over de bijzondere wijze waarop zij daar gevoed zullen worden gedurende de 3½ jaar die de Grote Verdrukking duurt, lezen wij ook in Openbaring 12:6 en 14 (hier vlak boven al vermeld).
De Bruidsgemeente zal “totdat Hij komt” het Heilig Avondmaal vieren: “Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt.” (1 Korinthe 11:26)
Die wonderlijke 3½ jaar durende bijeenkomst in de woestijn zal één grote Heilige Avondmaalviering zijn. En aan het eind van die 3½ jaar zal Jezus, maar nu voor ieder zichtbaarop de wolken des hemels wederkomen.

  • KLIK HIER als u deze GRATIS studie verder wilt lezen of downloaden
    (in smartphone-formaat).

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

**********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen (Gebeurtenissen, voorafgaand aan het EINDE van de huidige tijdsbedeling) van CJH Theys. (noot AK)
[2] Het Griekse woord “parousia” = Glorieuze verschijning: wederkomst van Christus in macht en majesteit op het einde der tijden.
Uit de Studiebijbel:
Het zelfstandig naamwoord parousia betekent (1) ‘aanwezigheid, tegenwoordigheid’, en (2) ‘komst, aankomst’. Afgeleid van par-eimi ‘zijn (bij), aanwezig of tegenwoordig zijn’ houdt de 1ste betekenis in ‘het ergens zijn of aanwezig zijn’, d.w.z. de aanwezigheid of tegenwoordigheid van een persoon op een bepaalde plaats. Zo lezen we bijv. in Filip. 2:12 over Paulus’ tegenwoordigheid, in tegenstelling tot zijn afwezigheid, en in 2 Cor. 10:10 over zijn persoonlijke aanwezigheid, dit in tegenstelling tot contact dat hij met zijn lezers heeft via zijn brieven.
In de 2de betekenis gaat het om het naar iemand of iets toekomen (vandaar ‘toekomst’ in sommige vertalingen) en er dan zijn, dus ‘komst’ om te blijven. … In het buiten-bijbelse Grieks wordt het woord speciaal gebruikt voor de officiële komst van een koning naar een bepaalde stad of streek in zijn rijk. In het NT wordt het woord in het bijzonder gebruikt voor de ‘komst’ van Jezus Christus en dan gaat het niet om Zijn (1ste) komst in het vlees, maar steeds om Zijn (2de) komst IN HEERLIJKHEID, Zijn wederkomst aan het einde der tijden (zie bijv. Matth. 24:3, 2 Thess, 2:8, 1 Joh. 2:28). (noot AK)
[3] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[4] Voor de tekst en UITLEG over o.a. Lukas 21, zie onze studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus (Over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen)van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde (nl. de grote ‘Spade Regen’ uitgieting v.d. Heilige Geest, in grote kracht) van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze studie De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[7] Er is hier heel bewust gekozen voor het woord ARENDEN uit de Statenvertaling. Zowel de HSV als de NBV hebben dit woord vertaald met “gieren”, wat in deze context onjuist is. Want… gieren zijn aaseters, zij eten dus “dode spijze” (beeld van: “de letter die dood” – zie 2 Korinthe 3:6). Arenden eten –en zoeken/vangen zelf– levend aas, dus “levende spijze” (beeld van: “Christus, Het LEVENDE Brood” en van “de Geest die LEVEND maakt” – zie Johannes 6:51+63 en 2 Korinthe 3:6).
Degenen die door de Here AANGENOMEN zijn als lid van het Bruidslichaam worden tot dat LICHAAM van Christus toegevoegd. Deze verzen moet men dus NIET verwarren met Mattheus 24:28 waar wel “gieren” moet staan: “Want waar het DODE lichaam zal zijn, daar zullen de GIEREN vergaderd worden”. Dit slaat namelijk op het lichaam van de GROTE HOER, de VALSE KERK (zie Openbaring, hoofdstuk 17), waar de VALSE (naam)CHRISTENEN vergaderd zullen worden. Deze uitleg van de Schrift wordt door de CONTEXT bevestigd.
Arendsheiligen zijn een beeld van (de leden van) de Bruid van Christus. Want, in Jesaja 40:31 lezen we: Maar wie (de Wederkomst van) de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.” Waar degenen (ook christenen) zijn, die verlaten worden, weten we, namelijk in die wereld waarin de antichrist dan heerst, maar het gaat er hier om waar degenen “die aangenomen zijn tot leden van de Bruid” VERGADERD zullen worden. De Here Jezus zegt ons hier (in Lukas 17:37) dat ze “als arenden” vergaderd zullen worden in Zijn geestelijk Lichaam – en Zijn geestelijk Lichaam dat is: de Bruid van Christus – zij hebben deel aan de Bruiloft van het Lam van God. (noot AK)
[8] Zie eventueel ons artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ? van A. Klein. (noot AK)
[9] Zie eventueel ons artikel Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12 ? van A. Klein. (noot AK)
[10] Zie eventueel onze studie van Openbaring 12, met ‘vers voor vers’ UITLEG, van E. van den Worm. (noot AK)
.
Geplaatst in Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, de grote verdrukking, Eindtijdstudie, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen