Gemeentelijke tucht (3): Over de wijze(n) en het wezen van de tucht

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2 van deze vervolgstudie.

berispen17

Hoofdstuk 3

Ieder lid beware mede de tucht in de Gemeente

God zegt dat wij ALLEN zullen “jagen naar… de heiligmaking,[1] zonder welke niemand de Heere zien zal” (zie Hebreeën 12:14, SV).[2] Dit geldt voor ieder lid van de Gemeente, wie of wat hij ook zij. Waar God zegt dat allen moeten jagen naar de heiligmaking, verlangt Hij ook dat allen zullen meewerken aan het bewaren van de tucht in de Gemeente. Men is gauw geneigd om te zeggen dat dit alleen het werk is van de voorganger en de ouderlingen. Dit is niet juist. Van allen wordt verwacht dat de één van de ander niet zal kunnen dulden dat hij of zij in ongerechtigheid komt. De Here verwacht van u dat u evenveel zorg zult willen dragen voor uw broeder of zuster, evenals de voorganger en de ouderlingen, indien er symptomen zijn die op verslapping in het geloof wijzen of op vallen in zonde of op haken naar één of andere ongerechtigheid. U hoeft niet te wachten totdat de voorganger of een ouderling dat doet. U bent, als een levende steen in het geestelijk bouwwerk van Christus, evenveel gerechtigd om uw broeder of zuster terecht te wijzen. Nogmaals, God verwacht dit van u! Als u dit doet, staat u achter uw voorganger en helpt u de ouderlingen en diakenen.
Wij willen immers allen zonen en dochters zijn, die één Vader hebben in de hemel? Dan behoren wij ook datgene te doen, wat in een goed huisgezin gebeurt: Als uw (aardse) broer of zuster iets doet wat niet door de beugel kan, en u ziet het, dan geeft u hem of haar nummer één zelf een berisping: u roept niet direct vader of moeder erbij! Zo is het ook in het Goddelijk huisgezin!
Een ieder die ziet dat zijn (geestelijke) broeder of zuster in ongerechtigheid wandelt en dit toelaat, heeft totaal geen begrip van wat God bedoeld als Hij zegt dat hij (of zij) “zijns broeders hoeder” is! (vergelijk Genesis 4:9)
“Maar wij die (geestelijk) sterk zijn, zijn verplicht de zwakheden van hen die niet sterk zijn te dragen, en niet onszelf te behagen”. Laat daarom ieder van ons zijn naaste behagen ten goede, tot opbouw (SV: tot stichting)”. (Romeinen 15:1-2)
Let dus op! “Wij die zeggen (geestelijk) sterk te zijn, zijn hiertoe VERPLICHT”, zegt Paulus hier (in Romeinen 15:1)! Toon uw kracht en uw sterkte daarin, dat u zwak kunt zijn met de zwakken; niet om mee te gaan met hen in de zonde waarin zij dreigen te vallen of gevallen zijn; maar bewijs uw kracht in Christus daarin dat u een arbeider wil zijn, die niet beschaamd wordt, die het Woord van God recht snijdt. Durf dus tegen uw broeder of zuster in liefde te zeggen dat de door hen ingeslagen weg NIET de goede is.

Vermanen in de Wijsheid van God

In 1 Timotheüs 5:1-2 lezen wij: Bestraf een oude man niet hard, maar vermaan hem als een vader, de jonge (mannen) als broeders; de oude vrouwen als moeders, de jonge (vrouwen) als zusters, in alle reinheid(SV).
U leest in dit hoofdstuk van drie dingen: In vers 1 van “bestraffen” en “vermanen” en in vers 7 van “bevelen”. Deze drie dingen hebben wij, waar nodig, te doen. Doe het echter in de Liefde en Wijsheid van God en ga niet “op de vuist!” Petrus had dat eens gedaan, in de hof van Gethsémané, bij de gevangenneming van Jezus. De Heiland corrigeerde Petrus op een zodanige wijze, dat Petrus dit nooit meer van zijn leven zou vergeten: de Here Jezus nam het oor van Malchus en plantte het weer op de oude plaats (zie Johannes 18:10+Lukas 22:50-51). Hij deed dit wonder niet voor Malchus, maar het vormde een terechtwijzing aan Zijn dienstknecht. De Wijsheid waarmee de Here Jezus te werk ging was wonderbaar.
Ga dus altijd te rade met Hem, in Wiens Kracht en Wijsheid alles gedaan moet worden. Volg de goede raad van Hem, Die de Here van de Oogst is; Jezus zei: “zonder Mij kunt u niets doen” (zie Johannes 15:5b). Immers, Hij wil niet dat er één ziel verloren gaat, ook al wordt deze op dat moment (nog) bevonden in zonde te leven. Wij hebben er dus voor te zorgen dat wij geen vleselijke wapens meer hanteren, maar (geestelijke) wapens der gerechtigheid (zie Romeinen 6:12-14). Wij hebben het Woord (van God) zó te hanteren dat men er niet alleen door wordt terechtgewezen, maar ook wordt terechtgebracht.
Ga altijd instructief (= onderwijzend) te werk, opdat van u niet gezegd kan worden dat u alleen maar mensen naar beneden haalt. Het is erg eenvoudig om iets af te breken, maar des te moeilijker om iets op te bouwen. Wacht –  psychologisch gezien – het meest geschikte ogenblik af.
U wordt óók liever onder vier ogen aangesproken dan ten overstaan van anderen, om niet te spreken van een aangesproken worden ten overstaan van een groot aantal mensen! En… wat u niet wil dat het u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Dit is Gods richtlijn!

Gemeentelijke tucht wortelt in de Liefde van God

“Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon (of: dochter) die Hij aanneemt”. (Hebreeën 12:6)
“Mijn zoon (of: dochter), verwerp de vermaning (SV: de tucht) van de HERE niet en heb geen afkeer van Zijn bestraffing. Want de HEERE straft wie Hij liefheeft, zoals een vader doet met de zoon[3] die hij goedgezind is.” (Spreuken 3:11-12)
“Openlijke bestraffing is beter dan verborgen liefde”. (Spreuken 27:5)
God bestraft niet met een hart vol bitterheid, maar met een hart dat liefheeft en (uw ziel, voor EEUWIG) wil behouden. Hierdoor mogen wij verstaan dat Gemeentelijke tucht in de Liefde van God wortelt en in niets anders! U kunt de tucht ten opzichte van uw broeder of zuster nooit door vermaning handhaven als uw hart met wrevel of haat is vervuld. Dit leidt onvermijdelijk tot handelen in eigen kracht – dat wil zeggen: in het “vlees”. U komt dan tot woorden en daden, waarmee GOD NOOIT KAN WORDEN VERHEERLIJKT! De arbeider van God dient EERST acht te hebben op ZICHZELF! Als zijn geweten hem niet aanklaagt bij God, kan hij vrijmoedig bij God komen en God zal hem de wijsheid en liefde schenken om te vermanen, om terecht te wijzen, en – indien nodig – om te bestraffen.

Gemeentelijke tucht kent geen uitzonderingen

Het wandelen in de Liefde van God betekent echter niet, zoals zo velen denken, dat ook datgene getolereerd mag worden wat in Gods ogen een gruwel is! Dezen baseren hun mening dan, abusievelijk, op (een gedeelte uit) de brief aan de Gemeente te Korinthe: “zij bedekt alle dingen…” (zie 1 Korinthe 13:7a)
Deze mensen vergeten dat Gods liefde geen zonde bedekt en deze “kanker[4] in de Gemeente” niet onder een dekmantel laat staan… Als God de zondaar omwille van zijn zonde bestraft (tuchtigt), hoe zullen wij de zonde dan liefhebben, haar tolereren? Deze mensen hebben de Gemeente niet lief; integendeel, indien zij ongerechtigheid in de Gemeente zien en deze maar laten begaan zijn zij eerder LIEFDELOOS![5]

Gemeentelijke tucht bewaren ondanks kritiek

Velen spreken weinig over de tucht die er in de Gemeente moet zijn, ondanks het feit dat de Bijbel er vol van staat. Dit komt dus niet door gebrek aan voorbeelden, maar men is bang voor de strijd; men is bang voor kritiek van mensen; men is bang omwille van de Naam van Jezus impopulair te worden. Als er één was, Wie dit niets kon schelen, dan was het Jezus Zelf, toen Hij nog op deze aarde wandelde. Niemand moet daarom verwachten, als hij hieraan wil meewerken in de Gemeente waartoe hij behoort, dat hij geprezen zal worden. Toch eist God, dat wij deze tucht zullen handhaven, ondanks de kritiek die wij op onze weg zullen tegenkomen. Zie op Jezus, onze Heiland; is Hij niet Degene, Die de meeste tegenwerking te verduren kreeg tijdens Zijn Messiaanse bediening hier op aarde? Nergens leest u in de Bijbel dat men Jezus “wonderbaar” vond toen Hij al die geldwisselaars, die vee- en duivenverkopers, uit de tempel sloeg. In tegendeel, Zijn kruisgang begon daar, waar nog niemand enig vermoeden had van de weg die Hij moest gaan. Glorie voor God!
Jezus had maar één ding voor ogen gehad; DE GLORIE VAN ZIJN VADER, de heerlijkheid van God! Hij is ons tot voorbeeld gesteld. Hij is Degene, van Wie Paulus kon zeggen: “…Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.[6] Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht…” (Hebreeën 12:2). Wij zouden geen goede arbeiders (= werkers in de Wijngaard des Heren[7]) en geen goede kinderen van God zijn, maar bastaarden, als wij anders zouden denken, andere motieven zouden hebben en die voor ogen zouden houden. Laten wij daarom ALLEEN de GLORIE van ONZE HERE JEZUS CHRISTUS zoeken te openbaren; van Hem, Die alles voor ons over heeft gehad. Laten wij vanaf heden alles voor Hem over hebben. Met Paulus getuigen wij: “Wie (of: wat) zal ons scheiden van de liefde van Christus” (Romeinen 8:35a, lees ook nog vers 35b-39), wat zal ons uit ons evenwicht doen vallen, wat zal ons afhouden van de gemeenschap met Hem?
Hij zal ons beproeven naar wat wij getuigen; u zult dan moeten bewijzen of uw getuigenis werkelijk menens is of niet; stormen zullen dan over u komen onder Gods toelating. Indien wij niet enkel de glorie VAN ONZE HEILAND VOOR OGEN HEBBEN, zullen wij nooit en te nimmer onze christelijke loopbaan kunnen voleindigen, zoals de Here het wil. Maar God laat ons hierin niet in de steek en schenkt ons Zijn Heilige Geest[8] als Gids.
Wie dus de Gemeentelijke tucht daadwerkelijk helpt handhaven, wordt met scheve ogen (= argwanend) bekeken, over de hekel gehaald en nog veel meer…. Maar handhaving van de Gemeentelijke tucht MOET volgehouden worden, ONDANKS DE ERGERNISSEN, die zullen komen in ons leven. Staat er niet het volgende geschreven in Mattheüs 13:41, “de Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk (op aarde = Zijn Gemeente) verzamelen alle struikelblokken (SV: al de ergernissen), en hen die de wetteloosheid (SV: de ongerechtigheid) doen”. Zolang de Gemeente nog niet staat in het teken van Efeze 5:27,[9] zolang zij – geestelijk gezien – nog niet “zonder vlek of rimpel” is, zullen deze “ergernissen” te midden van hen gevonden worden! Zolang de Gemeente nog niet geheel en al is aangedaan met de volheid van de Godheid lichamelijk” (zie Kolossenzen 2:9-11+Efeze 4:13), zullen deze “ergernissen” (HSV: struikelblokken) in haar midden zijn! Petrus zegt het nog duidelijker: “Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam.” (1 Petrus 4:12)

Begin met de tucht bij uzelf!

Jezus gaf Zelf eens een advies, dat maar weinigen zelf durven navolgen:
“En als uw hand u doet struikelen, hak hem dan af… En als uw voet u doet struikelen, hak hem dan af… En als uw oog u doet struikelen, werpt het dan uit…” (Markus 9:43-47)
Laten wij Gods maatstaf eerst in ons eigen leven aanleggen (= tot stand brengen); pas dan kunt u verwachten dat u dit – in de Naam van de Here Jezus – kunt doen in het leven van de ander!
“Waarom ziet u wel de splinter in het oog van uw broeder (of: zuster), maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op? Of hoe kunt u tegen uw broeder zeggen: Broeder, laat toe dat ik de splinter, die in uw oog is, eruit haal, terwijl u zelf de balk in uw (eigen) oog niet ziet? Huichelaar, haal eerst de balk uit uw oog en dan zult u (geestelijk gezien) goed kunnen zien om de splinter, die in het oog van uw broeder is, eruit te halen.” (Lukas 6:41-42)
De Schrift vertelt ons dat “het oordeel” van God bij “het huis van God” begint[10]; net zo moet het oordeel van God beginnen bij de arbeider van God (= de werker in de Wijngaard des Heren[11]), wil hij anderen doen wandelen in de Goddelijke tucht!
In Handelingen 20:28 klinkt het Goddelijk vermaan van Paulus, uit de Bijbel, tot ons: “Zie dan toe op uzelf…” en pas daarna luidt het: “…en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de Gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen Bloed”.
En in 1 Timotheüs 4:16 staat: “Geef acht op uzelf en op de (Bijbelse) leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen”.

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

*****************************************************************************************
[1] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[2] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[3] Ook dochters (van God) worden – als zij volmaakt in Hem zijn – (geestelijke) zonen van God. Het is de zgn. mannelijke rijpheid: “de mate van de grootte van de volheid van Christus” (Ef. 4:13). En, als wij de eeuwigheid zijn binnengegaan, dan wordt er niet meer getrouwd en is ook de gemeenschap tussen man en vrouw, voor de voortplanting, niet meer nodig en dus niet aanwezig. (noot AK)
[4] Als we woekerende kankercellen in ons lichaam hebben (ook al zijn het er nog maar weinig, of al is het gezwel nog maar klein), dan zijn we “dankbaar” als er een dokter is die ons hierop attent maakt. Natuurlijk is het een normale reactie om eerst te schrikken van wat de dokter zegt, maar hij zegt het niet met de bedoeling om ons “bang” te maken, maar met de bedoeling ons beter te maken. Als we van de eerste schrik zijn bekomen, zullen we maar wat graag naar zijn behandelplan luisteren om te horen hoe hij ons van die voortwoekerende cellen wil proberen “te verlossen”. En zo is het ook met het geestelijke. De zonde begint vaak klein, maar woekert voort als er niets aan gedaan wordt. Zowel in persoonlijke levens alsook in de Gemeente. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De verborgen ONgerechtigheid (De valse arbeiders in een Gemeentelijke bediening)”, van CJH Theys. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze studie Jezus, onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmakervan E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie Podium en Gemeente” (Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan) van CJH Theys. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geestvan CJH Theys. (noot AK)
[9] Efeze 5:27 (SV): “Opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.”
[10] 1 Petrus 4:17, “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?”
[11] Zie noot 7.
Advertenties
Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gemeentelijke tucht (2): Nogmaals over de NOODZAAK van de Gemeentelijke tucht

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.

berispen17

Hoofdstuk 2

De Gemeentelijke tucht is noodzakelijk, opdat de Liefde van God in onze harten zal heersen

Wij zullen dit thema nagaan aan de hand van Efeze 5, de verzen 1 t/m 21.
“Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen, en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God”. (Efeze 5:1-2)[1]
Wij hebben God te volgen in de wandel van de Liefde (de Goddelijke liefde wel te verstaan, in het Grieks “Agape”, = onvoorwaardelijke liefde), als wij waarlijk kinderen van God willen zijn.
“God is liefde en wie in de liefde (van God) blijft, blijft in God, en God in hem (of: haar)!” (1 Johannes 4:16b)
Werkelijke Liefde van God begint in ons leven tot zijn recht te komen, als er van onze kant sprake is van een VRIJWILLIG OFFER. Het is onbestaanbaar om die Liefde van God in uw hart en leven te ervaren zonder offers te kennen. Het grootste bewijs van Zijn Liefde gaf God Zelf – in het offer van Zijn eigen leven (aan het kruishout te Golgotha) – zoals er ook geschreven staat:
“Want zo lief heeft God de wereld gehad, DAT HIJ ZIJN ENIGGEBOREN ZOON GEGEVEN HEEFT, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft (Johannes 3:16).
“Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf[2] (SV: dienstknecht) aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood”. (Filippenzen 2:6-8)
Dit is de Liefde van God, Die Zichzelf heeft ontledigd en – omwille van ons – Zichzelf (= Zijn aardse leven) heeft gegeven aan het kruishout te Golgotha .
“Maar het behaagde de HEERE (= God, de Vader) Hem (= Jezus, de Zoon) te verbrijzelen”. (Jesaja 53:10a)
Het is moeilijk om (echt) te verstaan wat een offer is, volgens het Woord van God, als wij niet dicht bij Hem leven en niet geleid willen worden door Zijn Woord (en Geest); maar… een dagelijkse vernedering aan Zijn voeten en verbreking van het verstand (naar de mens) zullen – indien wij geen verduisterde blik hebben op Golgotha (= op Jezus volbrachte zoenoffer aan het kruishout) – ons door het geloof doen weten, wat een offer in het Koninkrijk van God is. Een offer brengt onherroepelijk met zich mee, dat u uw eigen belangen opzij moet zetten; persoonlijk belang wijkt, waar plaats is voor een offer, omdat u enkel en alleen het Lichaam van Christus voor ogen heeft, de Gemeente van de LEVENDE God, waarin Hij wordt verheerlijkt.

Laten wij onszelf reinigen van alle besmetting (van vlees en de menselijke geest)

Dan begint Paulus met die zonden aan te halen, die ook vandaag de dag het meest voorkomen in de Gemeente van onze Here Jezus Christus, ook in “Pinksteren”[3], en die van tuchtloosheid getuigen (= het gebrek aan Gemeentelijke tucht).
“Maar ontucht (SV: hoererij) en alle onreinheid of hebzucht, laten die onder u beslist niet genoemd worden, zoals het heiligen past,…” (Efeze 5:3)
Deze brief (en dus ook bovenstaand vers) was gericht aan de Christengemeente te Efeze, ontstaan uit de heidenen; zoals ook wij uit de heidenen zijn voortgekomen. Juist in onze dagen worden in vele Gemeenten (ook in Pinksterkringen) deze drie zonden het meest gevonden:
1. Hoererij,
2. onreinheid, en
3. hebzucht.
Let op: Hebzucht stelt God in Zijn Woord gelijk met wat eerder genoemd is, namelijk met (geestelijke) hoererij (= afgodendienst – zie o.a. Efeze 5:5).
“…en evenmin oneerbaarheid, dwaze praat en lichtzinnige taal, die onbehoorlijk zijn; maar veelmeer past dankzegging.” (Efeze 5:4)
In onze dagen misleid de satan, die zich vaak openbaart als “een engel van het licht”, Gods kinderen op een listige wijze, in dingen waar zij misschien nooit over (na)gedacht hebben. Maar zonde is bij God altijd zonde: of ze nu (naar menselijke maatstaven gezien) “groot” of “klein” zijn. Vaak maakt men onderscheid tussen “grote” of “kleine” zonden. Maar kunnen wij dit ook in de Bijbel terugvinden? Integendeel, wij hebben in Efeze 5 vers 3 en 4 gezien, dat God ze gelijkstelt! Ook zien wij het in de volgende Bijbeltekst:
“Maar buiten (= in het eeuwig oordeel) bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers (SV: hoereerders), de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet”. (Openbaring 22:15)
U ziet het, een leugenaar wordt hier op één lijn gesteld met een moordenaar en een hoereerder! Bij God is de maatstaf van de zonde Zijn Woord! En het zijn vaak “de kleine vossen (beeld van: relatief ‘kleine’ zonden / ongerechtigheden) die de wijngaarden (Gods = Zijn wereldwijde Gemeente, lees Jesaja 5:1-4) te gronde richten” (zie Hooglied 2:15).
Wij moeten één ding niet vergeten, dat zolang als er sprake is van een Gemeente – een vergadering of bijeenkomst van kinderen Gods – op deze aarde, de duivel niet zal nalaten te proberen om ONGEMERKT binnen te sluipen en zo één van de zwakke gelovigen te grijpen; zodanig, dat het kwaad hem of haar zal overmeesteren. Zo iemand is alleen vlug te redden als de andere broeders en/of zusters wakende en biddende zijn.
Er zijn altijd zwakke zielen en naast deze zwakke zielen – en dit is de grootste strijd die de goedwillende gelovigen in de Gemeente van de Here Jezus hebben – zullen er eveneens broeders en/of zusters gevonden worden, die dezulken goed spreken. Onthoud echter één ding: uw Christelijke loopbaan, waar u ook staat of wat u ook doet, is een strijd, waaruit God u als overwinnaar[4] wil doen treden; maar “Niet door kracht en niet door geweld, maar door Zijn Geest…” (zie Zacharia 4:6b). Als u Gods waarheid betracht – en dat is handhaving van de Gemeentelijke tucht zeer zeker ook – staat de Heilige Geest[5] altijd aan uw zijde en u behoeft zodoende niemand te vrezen, dan alleen God. Prijs de Naam van de Heer!
“Want dit moet u weten, dat geen enkele ontuchtpleger (SV: hoereerder), onreine of hebzuchtige, die een afgodendienaar is, een erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en van God”. (Efeze 5:5)
Als de Here dit hier zegt, is het vooral gericht tot degenen die deze zonden WILLENS en WETENS bedrijven. Acht het aantal van hen, die dit doen, niet gering, want meerdere gelovigen dan u wellicht denkt doen dit! Gods Geest spreekt van zulke gelovigen, dat zij geen erfenis hebben in het Koninkrijk van God. Hoe zullen zij dan ooit een plaats kunnen hebben in de Gemeente van de LEVENDE God, die een “zuil en fundament (SV: een pilaar en vastigheid) van de waarheid (Gods waarheid wel te verstaan) moet zijn (zie 1 Timotheüs 3:15).
Laat niemand u misleiden met inhoudsloze woorden, want om deze dingen komt de toorn van God over de kinderen van de ongehoorzaamheid. Wees dan hun metgezellen niet.” (Efeze 5:6-7)
Er zijn héél wat inhoudsloze woorden gebezigd, waardoor menigeen zijn (waarachtige, Bijbelse) standpunt heeft verlaten of waardoor men successievelijk (= achtereenvolgens) vele dingen heeft getolereerd; reden waarom ons “Pinksteren”[6] nu krachteloos is geworden en zonder getuigenis. Was het vroeger niet zó dat een persoon die in ongerechtigheid wandelende NOOIT en TE NIMMER een ambt in de Gemeente van God kon vervullen en iemand die nog niet gedoopt was met de Heilige Geest geen plaats op het podium[7] kon innemen? Dat was vroeger in “Pinksteren” ondenkbaar! Nu echter worden personen in ambten en bedieningen gehandhaafd die (zelfs) “IN PINKSTEREN”[8] gescheiden en weer hertrouwd zijn! Velen hebben nu de gezonde (Bijbelse) leer van onze Jezus Christus verlaten, waardoor de kracht van het getuigenis ONGEMERKT IS WEGGEËBD.
Als wij het bovenstaande nu (ook) uit eigen ervaring weten, doe dan wat geschreven staat:
“Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij ONSZELF REINIGEN van ALLE bezoedeling van vlees en geest, en de HEILIGING[9] volbrengen in het vrezen van God (= de vreze om te zondigen)”. (2 Korinthe 7:1)
De Heilige Geest waarschuwt ons om – nu, in dit (aardse) leven – ALLE ONGERECHTIGHEID af te leggen. Wees eerlijk en kom (oprecht) tot God! Want, wij allen, geen één uitgezonderd, hebben ons (in ieder geval in het verleden) schuldig gemaakt aan één van deze ongerechtigheden. En, als wij eerlijk en oprecht tot God komen, dan zal Hij ons tonen wie Hij is! Wacht niet op een droom of visioen; God schenkt ons genade om te wachten op Zijn Woord. God spreekt door Zijn Woord; door dit Woord zal Zijn kracht “vallen”[10] (= uitgestort worden) als voorheen (als tijdens het 1ste Pinksterfeest, zie o.a. Handelingen 2:1-4+41-42). In Psalm 33:9 staat niet voor niets geschreven: “Want Híj spreekt en het is er, Híj gebiedt en het staat er”. Onze bede is dat God een machtige honger naar dit Woord zal geven, opdat het wortel mag schieten, maar bovenal mag groeien (in ons hart en leven).
“Zie, er komen dagen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik honger in het land zal zenden; geen honger naar brood,… maar om de woorden van de HEERE te horen.” (Amos 8:11)
Is Zijn Woord niet “Geest en Leven”? Wij zijn ons te weinig bewust, wat dit Woord kan doen, indien wij het zo hanteren, zoals God het wil.
Denk niet dat u deel zult hebben aan de (Late of) Spade Regen[11] (beeld van: de Heilige Geest die in de eindtijd uitgestort wordt, zie Joël 2:23+28-29), wanneer die weldra – in volheid – zal vallen, indien u (geestelijk gezien) nog aan de weg van reiniging en heiligmaking[12] moet beginnen. Een klassiek voorbeeld uit de Bijbel is dat van Ananias en Saffira (zie Handelingen 5:1-11 [13]). Hebben zij niet gelogen tegen de Heilige Geest (en dus tegen God Zelf)? ZO LATEN WIJ NU BEGINNEN OM ALLE ONGERECHTIGHEID AF TE LEGGEN!
God heeft gezegd, dat de 2de uitstorting van Zijn (Geestes)Kracht groter zal zijn dan de eerste; dat de heerlijkheid van Zijn 2de huis heerlijker zal zijn dan die van Zijn eerste.[14] Het zal spoedig opnieuw zó zijn, dat het ONMOGELIJK is om de leugen (die altijd het werk en de invloed van satan betreft) ongemerkt de Gemeente binnen te laten dringen. Glorie voor God!

Is er wezensverschil tussen uw oude leven en nu?

Gaan wij nu verder met dit thema, vanuit de brief aan de Christengemeente te Efeze, dan wijst Paulus ook ons op datgene wat wij vroeger waren en wat wij nu behoren te zijn…
Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel (dan) als kinderen van het licht – want de vrucht van de Geest bestaat in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid – …” (Efeze 5:8-9)
Het is één ding om de zonde te laten, maar het is een héél ander ding om de waarheid (Gods waarheid wel te verstaan) lief te hebben. Het is mogelijk om het éne te doen en het andere te laten, maar in dat geval is uw geestelijk leven niet in evenwicht; de balans van uw leven slaat dan door! WIJ HEBBEN BEIDE TE DOEN!
“…en beproef wat de Heere welbehaaglijk is”. (Efeze 5:10)
Dit “behagen van de Here” is in uw eigen hand gelegd; niemand zou mogen zeggen: “Maar ik weet niet hoe ik de Here moet behagen.” Waarvoor hebben wij dan de Heilige Geest ontvangen? Is Hij (= de Heilige Geest) niet de Geest der Waarheid en leidt Hij niet in ALLE waarheid?
“Beproef wat de Here welgevallig is”. Hoe kunnen wij dat doen? Door ONZE eigen wil niet te volgen, wanneer die niet in overeenstemming is met datgene wat God heeft geopenbaard in Zijn Woord en door te leven naar dat Woord; dus door dit Woord van harte gehoorzaam te zijn!
“En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis (beeld van: satans invloed en macht), maar ontmasker ze veeleer. Want wat heimelijk door hen gedaan wordt, is te schandelijk om zelfs maar te vertellen. Maar al deze dingen komen openbaar als ze door het licht (beeld van: Gods invloed en macht) ontmaskerd worden; want al wat openbaar maakt, is licht.” (Efeze 5:11-13)
Ons NIEUWE LEVEN[15] heeft zich te distantiëren van alle werken van de duisternis (= van alle satanische werken en invloeden), WIJ HEBBEN ER NIET LANGER AAN MEE TE DOEN! Alleen al door onze afzijdige houding worden degenen die deze werken (nog) wel doen, veroordeeld!
Er is maar één manier om de weg van God te gaan, wat wij kunnen lezen in het volgende vers:
“Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die (geestelijk gezien) slaapt, en sta op uit de doden (= uit de geestelijke dood) en CHRISTUS ZAL OVER U LICHTEN”. (Efeze 5:14)
Het licht van het Evangelie straalt in ons hart en de Heilige Geest overtuigt ons wat leugen is en wat waarheid. Hierdoor kunnen wij – in de kracht van Jezus – MET JEZUS OPSTAAN uit de doden, dat is: uit de geestelijke dood!

Hoe voortaan te handelen!

Het volgende gedeelte, dat wij nu behandelen, vertelt ons hoe wij voortaan hebben te handelen en te wandelen.
“Let er dan op dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen,[16] en buit de geschikte tijd uit, omdat de dagen vol kwaad zijn”. (Efeze 5:15-16)
Ons wordt aangeraden het voorgaande te doen, omdat satan zich altijd manifesteert als een engel van het licht” (zie 2 Korinthe 11:14). Satan kan IEDEREEN in verzoeking en verleiding brengen, met betrekking tot u, ZELFS UW EIGEN HUISGENOTEN!
Zo wees dan WAKENDE en BIDDENDE, opdat NIEMAND u zal kunnen verleiden! Weet één ding zeker: als u in uw eigen huis de tucht niet kunt handhaven, hoe wilt u dit dan doen in de Gemeente? Begint “het oordeel” van God niet ALTIJD bij “het huis van God”[17] (= in uw eigen hart en leven, de “tempel” waarin God – als het goed is – “woont en troont”[18])?
Leer daarom van de Heilige Geest (= Gods Geest) het volgende: Hoe hoger de stormen van het leven om u heen slaan en u trachten te overweldigen, hoe vaster u zich moet klemmen aan God; aan Zijn beloften van “dood en opstanding”[19] voor ons; aan Jezus, DE ROTS DER EEUWEN! U MOET ZICH NIET VASTKLEMMEN AAN MENSEN; U MOET IN EEN PERSOONLIJKE VERHOUDING STAAN TOT HEM!
Een voorbeeld van zulk een rotsvast geloof in Hem vinden wij in Abraham. Hij stond op de belofte van God (zie Genesis 15:1-6), hoewel zijn vrouw oorzaak werd van een geloofsstrijd (denk aan Hagar en Ismaël – zie Genesis 16), maar Abraham overwon, want op hoge leeftijd – hij was toen 100 jaar – verwekte hij Izaäk (zie Genesis 17:15-21 + 21:1-21) !
Laten wij allen God danken dat wij vandaag de dag Zijn Woord als leidraad hebben; Zijn Woord dat – elke dag opnieuw – wondervolle (geestelijke) schatten aan ons openbaart! Wij mogen deze schatten delven met ‘de pikhouweel’[20] van volharding en opscheppen met ‘de spade’[21] der liefde. Zing tot Hem uit het diepst van uw hart, want alléén als u God waarlijk liefheeft, zult u kunnen volhouden tot het laatste toe! Dan kunt u met Paulus zeggen:
“Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een (goed) einde gebracht. Ik heb het (ware) geloof behouden. Verder is voor mij weggelegd de krans van de rechtvaardigheid die de Here, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen DIE ZIJN VERSCHIJNING HEBBEN LIEFGEHAD”. (2 Tim. 4:7-8)
Liefde overwint alles en zal ons aan de overzijde van het graf brengen. Jezus IS opgestaan uit de doden, opdat WIJ – gevuld met Zijn wonderbare liefde – ditzelfde mogen ervaren.
“Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heere is.” (Efeze 5:17)
Hij wil ons “dronken” maken met deze LIEFDE VAN GOD, in en door de kracht van de Heilige Geest![22]
“En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest (van God), en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart, en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Here Jezus Christus (als zijnde: Vader, Zoon en Geest)”. (Efeze 5:18-20)
Dit is dus datgene wat Paulus ons doorgeeft om te doen, willen wij ons hart vullen met de dingen die “van boven” zijn. Want, als wij dit doen, is er immers geen plaats meer voor wat anders; want dan zijn wij vol van Hèm!
“Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods”. (Efeze 5:21)
Met deze “onderdanigheid” bedoelt de apostel Paulus geen “onderworpenheid”, geen slaafse gehoorzaamheid van de één tegenover de ander, maar OOTMOEDIGHEID, waardoor de één de ander voortreffelijker acht dan zichzelf (zie Filippenzen 2:3[23]). Laten wij – gedreven door de liefde van God – ook waarlijk komen tot zulke intermenselijke verhoudingen in de Gemeente van God. Laten wij – dwars door alle menselijke kritiek en het kruis van Christus heen (waarmee ons afsterven aan de zonde[machten] wordt bedoelt) – tot zulk een heilige gemeenschap met elkaar komen. Zei Jezus niet (in Mattheüs 28:10 en 20): “Wees niet bevreest;… Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld”. God liegt niet! Als wij waarlijk willen leven als kinderen van God, dan GAAT Hij aan onze zijde! Wij leven dan onder een geopende hemel. Zijn de kinderen van God bij elkaar vergaderd en willen zij de glorie van God geopenbaard zien, laat hen dan leven in het bewustzijn, dat JEZUS DAAR IS! Dit zal uw houding bepalen; dit zal uw mond vullen met niets anders dan lof en prijs (= het lofprijzen van onze Here Jezus); dit zal uw ogen richten, niet op de dingen die vergaan, maar op de dingen die eeuwig zijn. De onzienlijke dingen zijn EEUWIG, de zienlijke zijn tijdelijk. Teveel nog leven wij in/voor allerlei dingen die van beneden (en dus aardsgericht) zijn, waardoor God Zijn (geestelijk) “huis” (of “tempel”)[24] nog niet met een wolk van glorie en heerlijkheid kan vervullen. Laten wij ons daarom van harte voegen naar het Woord van God! Laten wij onszelf reinigen en de tucht aanvaarden!
“Laat het Woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw hart. En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem (= Jezus Christus)”. (Kolossenzen 3:16-17)

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

**************************************************************************************************
[1] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet, dan staat er bij de tekst vermeld welke andere Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[2] Het woord “slaaf” heeft bij ons een nare klank, maar m.i. is het een goede vertaling, omdat Hij waarlijk onze “Heer en Meester” is want… “Hij heeft ons gekocht en betaaldmet Zijn eigen Bloed! (noot AK)
[3] In Pinksteren = In die Gemeente(n) waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. De schrijver spreekt in deze studie vooral (als waarschuwing) tot de “eigen parochie”. Maar de inhoud van deze studie zal ongetwijfeld ook voor andere Gemeenten en/of christelijke groeperingen (kunnen) gelden. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie: De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[5]  Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geesten/ofDe Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys. (noot AK)
[6]  Zie noot 3.
[7] Zie eventueel onze studie Podium en Gemeente(Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan), van CJH Theys. (noot AK)
[8]  Zie noot 3.
[9] Zie eventueel onze studie: Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[10] ’t Is zo, ’t is zo, de kracht van God zal vallen, als in, als in, als in die tijd voorheen.
Roep‘t uit, roep‘t uit, vertelt het toch aan allen, ’t wordt Pinksteren als voorheen! (lied nr. 67 uit: De Bethel korenbundel). (noot AK)
[11] Zie eventueel onze studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring), hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekking van H. Siliakus. (noot AK)
[12] Zie noot 9.
[13] Handelingen 5:1-11, “En een zekere man, van wie de naam Ananias was, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een eigendom, en hield een deel van de opbrengst achter, ook met medeweten van zijn vrouw, en hij bracht een bepaald gedeelte en legde dat aan de voeten van de apostelen. En Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en gaf de geest. En er ontstond grote vrees bij allen die dit hoorden. En de jonge mannen stonden op, legden hem af, droegen hem naar buiten en begroeven hem. En het gebeurde na verloop van ongeveer drie uur dat ook zijn vrouw daar binnenkwam, zonder te weten wat er gebeurd was. En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt u beiden het land voor zoveel verkocht? En zij zei: Ja, voor zoveel. Petrus zei tegen haar: Waarom toch hebt u met elkaar afgesproken de Geest van de Heere te verzoeken? Zie, de voeten van hen die uw man begraven hebben, zijn voor de deur en zullen u ook uitdragen. En zij viel onmiddellijk voor zijn voeten neer en gaf de geest. En toen de jongemannen binnengekomen waren, troffen zij haar dood aan, en zij droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. En er kwam grote vrees over heel de gemeente en over allen die dit hoorden.
[14] Haggai 2:10a, “De heerlijkheid van dit toekomstige (SV: laatste) huis zal groter zijn dan die van het eerste (huis; beeld van de Gemeente), zegt de HEERE van de legermachten.”
Zie eventueel ook nog onze studie De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente/Kerk van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente/Kerkvan E. van den Worm. (noot AK)
[15] Zie eventueel onze studie: LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus(‘vers voor vers’ nader uitgelegd), van E. van den Worm. (noot AK)
[16] Zie eventueel onze studie: De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijdvan E. van den Worm. (noot AK)
[17] 1 Petrus 4:17, “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?”
[18] Zie eventueel onze studie: Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens: een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vadervan E. van den Worm. (noot AK)
[19] Zie eventueel ons artikel Opstandingsleven in Christus. (noot AK)
[20] Pikhouweel = Letterlijk: Een hakwerktuig met steel, voorzien van een punt aan de ene zijde en een beitelachtige voorziening aan de andere zijde. (noot AK)
[21] Spade = Letterlijk: De spade is een variant van een schop of schep dat gebruikt wordt bij graafwerk en bij het spitten van grond. (noot AK)
[22] Zie noot 5.
[23] Filippenzen 2:3, “Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de één de ander voortreffelijker achten dan zichzelf.”
[24] Zie noot 18.

 

Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gemeentelijke tucht (1): De noodzaak van de HANDHAVING / BEWARING van de Gemeentelijke tucht

berispen17

Hoofdstuk 1

Gemeentelijke tucht zal moeten geschieden volgens (op grond van) Gods Woord en onder leiding van Gods Geest

Het handhaven of bewaren van de tucht is het meest ondankbare werk dat er in de Gemeente kan worden gedaan. Het vlees (dat is de oude, zondige natuur van de mens) moet niets van tucht hebben. Zodra u dit werk inziet als een persoonlijke opdracht van Christus aan u, en u begint er met de voorganger en de ouderlingen aan, dan zult u merken dat er van alle kanten kritiek losbarst. Echter, de christelijke discipline in het Koninkrijk van God (= in Gods Gemeente op aarde) moet gehandhaafd worden. Dit geschiedt echter niet doordat men zich gaat houden aan regels en inzettingen van mensen, maar aan het Woord van God. ALLES in Gods Koninkrijk moet geschoeid zijn op dit Woord. De handhaving ervan moet geschieden ONDER LEIDING VAN DE HEILIGE GEEST ZELF; van Hem, onder Wiens inspiratie het Woord ook geschreven is.[1]

  • “Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat; want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken”. (2 Petrus 1:20-21)[2]
  • “Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren…” (2 Timotheüs 3:16a)

De Geest van God Zelf, hanteert en houdt Zich aan dit Woord. God werkt niet buiten Zijn Schriftopenbaring om, omdat die het stempel van Zijn Wezen draagt. Maar God staat ook boven Zijn wetten; Hij is supreme (= oppermachtig). In dit verband wil ik uw aandacht vestigen op Gods handelwijze ten aanzien van de gelovigen die samengekomen waren in het huis van Cornelius (zie Handelingen 10:45-48 [3]), namelijk: dat Hij hen doopte met de Heilige Geest, vóórdat zij de waterdoop[4] ontvangen hadden. Hoewel de gebruikelijke volgorde in Zijn Koninkrijk is: bekering, wedergeboorte (waterdoop), en dan pas de Geestesdoop.[5] Maar omdat alles in Gods Woord in harmonie is, omdat al Gods ordinantiën (= voorschriften) moeten worden vervuld, zien wij in vers 48 (van Handelingen 10) de Heilige Geest – door de mond van de apostel Petrus – bevelen, dat deze gelovigen in de Naam van de Heer moesten worden gedoopt.
God doet geen dingen die wij niet in Zijn Woord kunnen terugvinden; want, dit Woord is ons gegeven als een leidraad van wat Hij doet (en/of wil doen). Nogmaals: Gemeentelijke tucht moet onder de leiding van de Heilige Geest (= Gods Geest) geschieden, WIJ KUNNEN DEZE NIET IN EIGEN KRACHT HANDHAVEN!

Waarom Gemeentelijke tucht noodzakelijk is

Handhaving van de tucht – in de Gemeente van onze Here Jezus Christus – is noodzakelijk, omdat er in de Gemeente (en dus bij de Gemeenteleden) de volgende werkingen van de Geest aanwezig dienen te zijn:

  1. Reiniging,
  2. Heiligmaking,
  3. De (te verwachten) oogst.

Deze 3 werkingen van de Geest in de Gemeente zijn onwrikbaar met elkaar verbonden. Want, zonder reiniging kan er nooit sprake zijn van waarachtige heiligmaking.[6] Jagen wij naar heiligmaking zonder wezenlijke reiniging, dan komen wij tot schijnheiligheid, tot UITERLIJKE vrome handelingen, maar van binnen zijn wij dan even slecht als, ja, misschien wel slechter dan voorheen!
“Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u bent als de witgepleisterde graven, die vanbuiten wel mooi lijken, maar vanbinnen zijn ze vol doodsbeenderen en allerlei onreinheid. Zo lijkt u ook wel vanbuiten rechtvaardig voor de mensen, maar vanbinnen bent u vol huichelarij en wetteloosheid (SV: ongerechtigheid)”. (Mattheüs 23:27-28)
Laten wij daarom de innerlijke reiniging zoeken die Gods Geest – in ons wezen en in de Gemeente – wil bewerkstelligen. Hij (= Gods Geest, de Heilige Geest), van Wie wij óók hierin volkomen afhankelijk zijn en in Wiens (tijds)bedeling[7] wij nu immers leven, zal dit ook in ons en in de Gemeente doen (= uitwerken), als wij Hem hierom bidden.[8] Staat er niet in Zacharia 4:6 geschreven: “Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest (zal het geschieden)…”.
Zo zal de heiligmaking, zowel persoonlijk als in de Gemeente, met kracht VAN BINNEN UIT doorbreken. Door de verkregen heiligmaking kan Gods Geest Zich – wonderlijk en krachtdadig – door ons heen manifesteren tot bekering en heiliging van velen.
“…elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt.” (Johannes 15:2b)
Behalve dat tucht in de Gemeente noodzakelijk is – tenminste, als wij ook echt willen dat de werkingen van Gods Geest in de Gemeente plaats (kunnen en zullen) vinden – is deze ook EEN OPDRACHT VAN GOD! En, wij dienen een God van orde!
“Laat alle dingen OP EEN GEPASTE WIJZE en IN GOEDE ORDE gebeuren”. (1 Korinthe 14:40)
Behalve dat de Gemeente moet groeien in reiniging en heiligmaking, iets wat zonder handhaving van de tucht niet kan, moeten wij óók leren verstaan, dat het onkruid in Gods wijngaard, oogstveld of akker maar niet welig kan tieren, of kan worden getolereerd. Als de natuurlijke mens, bij het zien van veel onkruid op zijn akker, dit al krachtig bestrijdt, wat zullen wij dan doen die zeggen medearbeiders van God te zijn in Zijn wijngaard? Als u onkruid rustig zijn gang laat gaan, zal het de gehele akker overwoekeren en zodoende de tarwe verdringen (en zo is het ook – in geestelijke zin – in de Gemeente). Ook zegt de Bijbel (= Gods Woord) duidelijker dan wie ook: “Een beetje zuurdeeg (SV: zuurdesem) doorzuurt het hele deeg.” (Galaten 5:9)
Wij besluiten dit hoofdstuk met de waarheid, dat zonder handhaving van de Gemeentelijke tucht er nooit (geestelijke) reiniging kàn zijn en dat wij zonder reiniging nooit kùnnen verwachten, dat er heiligmaking zal zijn; dat wij zonder een waarachtige bekering NOOIT een echte, reële, Schriftuurlijke doop met de Heilige Geest hoeven te verwachten, (waaraan dan nog een wedergeboorte vooraf moet gaan)!
Als u – in geestelijk zin – de voorhof van Israëls tempel (of: tabernakel)[9] binnentreedt en u bevindt zich op Gods terrein – een terrein waar God bemoeienis met u heeft en met allen, die in Hem geloven – dan komt u niet verder, of u moet van brandofferaltaar naar koperen wasvat toe:

  1. (in geestelijke zin) van het zich toe-eigenen van Jezus’ verzoeningsaanbod in Zijn Bloed in berouwvolle bekering naar de waarachtige belevenis van Jezus’ dood en opstanding in ons leven van iedere dag,
  2. naar een wedergeboorte in het NIEUWE LEVEN[10], die zijn uitdrukking (en bede of wens) ook vindt in de waterdoop.[11]

U kunt deze twee dingen niet negeren en (geestelijk gezien) in het Heiligdom[12] doorbreken. Mijn vriend, wie zijn wij? Als Jezus Zelf al in de rij van zondaren ging staan, wat zullen wij dan wel niet moeten doen? Laten wij ons liever houden aan de ordeningen (= de voorschriften of eisen) van God. Als het goed is willen wij allemaal gedoopt worden met Gods Geest, dat is (in geestelijke zin) ingaan in het Heiligdom. Zelfs Simon, de tovenaar, wilde dit (zie Handelingen 8:18-22), maar dit gaat zo maar niet. Daar is handhaving van tucht voor nodig. Laten wij er niet mee wachten; laat de “gist” (ofwel: het zuurdesem) van de zonde niet in onze ziel doorwerken, anders wordt het hele “deeg” zuur! Wij moeten Gods Geest toestaan om ons GEHEEL te reinigen en te heiligen en ons voorwaarts (in Gods Heiligdom) te leiden, zodat wij – in de Naam van de Here en in Zijn Wijsheid en Liefde – de Gemeente van de LEVENDE God kunnen helpen “reinigen en heiligen”, zodat zij te midden van deze duistere en zondige wereld een “zuil en fundament van de waarheid” zal worden (zie 1 Timotheüs 3:15)!
Geprezen zij God!

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

***************************************************************************

[1] In Deuteronomium 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus: één Persoon, de Godheid!).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (= geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest.
–> Zie eventueel ook nog onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geestvan CJH Theys. (noot AK)
[2] De vermelde Bijbelteksten waren oorspronkelijk uit de (oude) Statenvertaling, maar zijn door ons vermeld uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[3] “En de gelovigen die van de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus waren meegekomen, waren buiten zichzelf dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd, want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God grootmaken. Toen antwoordde Petrus: Kan iemand soms het water weren, zodat deze mensen, die evenals wij de Heilige Geest ontvangen hebben, niet gedoopt zouden worden? 48 En hij beval dat zij gedoopt zouden worden in de Naam van de Heere…” (Handelingen 10:45-48a).
[4] Met de waterdoop bedoelen wij de (volwassen)doop door onderdompeling. De waterdoop beeld het ‘begraven worden’ van het oude leven uit en behoort tevens de – vanaf dat moment dagelijkse – “bede (= het oprechte verlangen) van een goed geweten tot God” te zijn. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geesten/ofDe Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[7] Bedeling (van de Heilige Geest) = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.  Tevens de periode – van in totaal 2000 jaar – waarin Gods Geest, de Heilige Geest, werkzaam is. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie Leer bidden (over de noodzaak van bidden/gebeden naar Gods wil) van CJH Theys. (noot AK)
[9] Voor meer over de geestelijke betekenis van de verschillende tabernakelobjecten, zie eventueel onze studie Christus in de Tabernakel van CJH Theys en/of De Tabernakel van Israël (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God) van E. van den Worm. (noot AK)
[10] Zie eventueel onze studie: LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus(‘vers voor vers’ nader uitgelegd), van E. van den Worm. (noot AK)
[11] Zie noot 4.
[12] Zie noot 9.
Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Van Golgotha naar de Opperkamer

Golgotha

Bij het schrijven van dit artikel, schiet mij een tekst te binnen, die ik hierbij uit Gods Woord citeer:
“Christus heeft ons vrijgekocht (SV: verlost) van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die aan een hout hangt, opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de heidenen zou komen, en OPDAT wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof.” (Galaten 3:13-14, HSV)
Dit Schriftwoord leert ons verstaan, dat “de belofte van de Vader” (zie o.a. Lukas 24:49 en Handelingen 1:4), namelijk de gave van de Heilige Geest[1], gebaseerd is op Christus’ kruisdood.

In Zijn afscheidsboodschap aan Zijn discipelen, heeft de Here Jezus tevoren de bediening van de Heilige Geest duidelijk uiteen gezet. Deze zou in haar totaliteit een “getuigende bediening” zijn, want Jezus zei:
“Maar wanneer de Trooster is gekomen, Die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest van de waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Die van Mij getuigen (Johannes 15:26, HSV).
In Johannes 16 kondigde Jezus de taak van de Heilige Geest meer gedetailleerd aan, zeggende tot de Zijnen:
1. dat de Geest der waarheid zal leiden in al de waarheid,
2. dat Hij (d.i. de Heilige Geest) niet van Zichzelf zal spreken,
3. dat Hij zal verkondigen wat Hij gehoord heeft,
4. dat Hij de toekomende dingen bekend zal maken,
5. dat Hij Jezus zal verheerlijken, en
6. dat Hij alles uit de Zoon zou nemen.
Van dit alles kunnen wij lezen in Johannes 16:13-14 (HSV):
“Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij (= Jezus) verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen.”
Johannes 16:15 – waar staat: “Alles wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij het uit het Mijne zal nemen en het u zal verkondigen” – maakt ons duidelijk dat, zo doende, op deze wijze, de Heilige Geest het eeuwige voornemen van God zou onthullen, opdat Christus in alles en allen verheerlijkt zal worden.

Na Zijn wonderbaarlijke opstanding uit de doden vertoonde Jezus Zich in de avond “op die eerste dag van de week” aan Zijn discipelen, die met “gesloten deuren bijeen waren”. Nadat Hij gezegd had: “Vrede zij u!”, toonde Hij hun Zijn doorboorde handen en Zijn gewonde zijde, en zij zagen de nagelgaten en de speerwond. Bij die gelegenheid sprak Jezus Zijn zegen uit, welke gepaard ging met de rotsvaste zekerheid:
“ZOALS (SV: GELIJKERWIJS) de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik óók u.”
Dus, op dezelfde wijze, zoals Jezus kwam en gezonden was door de Vader, ZO werden NU zij door DE ZOON gezonden. Hij blies toen op hen allen, zeggende:
“Ontvang de Heilige Geest” (zie Johannes 20:19-22).
De WEDERGEBOORTE werd op dat moment hun ERVARING!
Het was eerst (= pas) na Zijn hemelvaart, en nadat Hij van de Vader de belofte (volgens Lukas 24:49 en Handelingen 1:4) ontvangen had, dat Hij de Heilige Geest uitstortte op de 120 wachtende discipelen in de Opperzaal[2] van de tempel in Jeruzalem.

  • KLIK HIER als u dit GRATIS artikel verder wilt lezen of wilt printen.

CJH Theys
Enigszins bewerkt door A. Klein

*******************************

.[1] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geesten/ofDe Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys.
[2] Zie eventueel ons artikel De Opperzaalgemeente, van H. Siliakus.

*************************************************************************************

.

Wij wensen u GEZEGENDE PAASDAGEN toe !!

Zie eventueel ook nog onze eerdere overdenkingen bij Goede Vrijdag en/of Pasen:

 

Geplaatst in Bidden/Gebed, de Heilige Geest, Geestesgaven, Gods Geest, Studie van CJH Theys, Uncategorized, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het hart van een bruiloftskind

Hoe te leven ?

Hoe zullen wij leven en hoe zullen wij de toekomst tegemoet treden? Dit zijn vragen die zich vandaag de dag, meer dan ooit tevoren, aan ons opdringen nu dreigende wolken zich boven deze wereld samenpakken en de ongerechtigheid groeiende is, alsook de onzekerheid aangaande de dingen die op komst zijn, waardoor steeds meer mensen door vrees worden bevangen. Zelfs in de gelederen van Gods kinderen wordt de verwarring, door allerlei oorzaken, steeds groter en het ene na het andere kind van God komt, bij herhaling, in een geloofscrisis terecht. Wij leven duidelijk in een tijd van kentering. Aan alles bemerken en gevoelen we, dat er dingen gaan veranderen. Maar wàt gaat er gebeuren? En wat zal er met òns gebeuren? Zullen wij STAANDE blijven in het geloof en STANDVASTIG zijn en blijven? Een vraag die als vanzelf uitmondt in die andere vraag: Wat moeten wij doen? Ofwel: Hoe zullen wij, vandaag, leven?

Met verwachting

Een Schriftuurlijk en zuiver antwoord op deze vraag geeft ons de apostel Paulus in Filippenzen 1 vers 20, waar hij getuigt dat in zijn hart leefde: een “…reikhalzend verlangen en hoop dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd, Christus ook nu GROOTGEMAAKT ZAL WORDEN in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood”. (HSV)
Wij zullen ons eerst eens moeten afvragen wat er leeft in ònze harten. En wat er in ons hart MOET leven, kunnen wij van Paulus leren. Hij toont ons hier wat van waarachtige volgelingen van Jezus Christus verwacht wordt in goede en in kwade tijden.
In goede tijden? Dat hoeft toch niet benadrukt te worden? Jawel, want ook tijden van voorspoed houden een verzoeking in. Menigeen kwam reeds tot verflauwing in zijn of haar geestelijk leven op een rustig stuk van de levensweg. Maar in kwade tijden – vooral als er veel ontmoedigende dingen gebeuren en er, telkens weer, teleurstellingen moeten worden verwerkt – moeten we ervoor oppassen geen “uitgebluste” christenen te worden, want daarvan zijn er al genoeg vandaag de dag! Gelovigen die zich ongeïnteresseerd, als in een tredmolen, voortbewegen, hun hart gevuld met van alles en nog wat, maar niet met de LEVENDMAKENDE dingen van de hemelse Vader.
Houd uw licht brandende op de kandelaar[1] (zodat het zichtbaar IS en BLIJFT voor een ieder)! “Houd de vreugdevlammen brandend!” Hoe? Door te blijven leven met VERWACHTING in uw hart! Christus’ (ware) Gemeente leeft vandaag de dag in de verwachting van de ontmoeting met de hemelse Bruidegom. De “maagden” zijn uitgegaan[2], de Bruidegom TEGEMOET (zie Matth. 25:1). Deze VERWACHTING moet, juist nu, ons gehele geestelijke leven doortrekken, er als het ware een stempel op drukken! Verwacht, dat de Heer wonderbare dingen zal doen. Hij is een Waarmaker van Zijn Woord! Verwacht in elke duistere nacht het gloren van de dageraad! Verwacht en hoop oprecht, net als Paulus, dat u “in geen enkel opzicht beschaamd zal worden” (zie Filip. 1:20, HSV). Eén van de kenmerken van een kind van God is, dat hij of zij leeft met hoop: (zie Ef. 2:12-14 en 1 Petr. 3:15).
Sta niet toe, dat satan u deze schat ontneemt. Al ziet u als “in raadselen”, wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken TEN GOEDE![3] (zie 1 Kor. 13:12 en Rom. 8:28)

Onszelf wegcijferen

Om zo te kunnen leven, moeten wij echter wel leren om onszelf geheel weg te cijferen en het belang van de zaak van Christus vóór alles te stellen. Ook dit komt naar voren in Paulus’ zojuist aangehaalde woorden. Voor Paulus betekende “in geen enkel opzicht beschaamd te worden” (zie Filip. 1:20), dat Christus groot gemaakt werd IN en DOOR zijn leven!
Paulus wilde daarvoor in tweeërlei zin sterven! In dit verband is het nuttig om u erop te wijzen, dat op “de gelijkenis van de tien maagden” in het Mattheüs-Evangelie “de gelijkenis van de talenten” volgt (zie Matth. 25:1-13 en 14-30). Dit is zeker niet toevallig. Want, na de verwachting komt het zichzelf wegcijferen ter sprake. Immers, daarover gaat het feitelijk in “de gelijkenis van de talenten”. De man die het ene talent, dat hij ontvangen had, in de grond stopte, gaf daarmee te kennen beslist niet meer van zijn leven dan nodig was, aan zijn heer te willen toewijden. Hij wilde voor zichzelf leven en beschouwde het dienen als een noodzakelijk “kwaad”. Deze “onnutte dienstknecht” kwam daarom terecht in de buitenste duisternis (zie Matth. 25:30), een verwijzing naar de Grote Verdrukking. Hij verwachtte de wederkomst van zijn heer, doch zonder zijn leven in dienst te stellen van zijn heer. En, zo is het vandaag de dag – helaas – ook met vele kinderen Gods gesteld. Als zij zich niet veranderen, ondergaan zij hetzelfde lot als de “dwaze maagden”[4] en de “onnutte dienstknecht” (zie Matth. 25:10-13 en 30).
U mag en kunt leven met verwachting, maar er is geen (waarachtige) verwachting, als u uw leven niet wilt verliezen aan Jezus, uw Heer. Handel (en wandel) daarom met de u gegeven talenten voor Jezus en u zult in geen zaak beschaamd worden.
Onze zorg moet eigenlijk niet langer zijn: “Hoe zal ik de toekomst tegemoet gaan?”, maar… “Hoe zal ik de Here tegemoet gaan?” Of, zoals de profeet Micha het zei, “Waarmee zal ik de HERE tegemoetgaan en mij buigen voor de hoge God?” (Micha 6:6a, HSV).

  • KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen of GRATIS wilt downloaden.

H. Siliakus[5]


[1] Voor meer over de geestelijke betekenis van de kandelaar, zie eventueel de studie: De Tabernakel van Israël (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God tot in alle volmaaktheid toe) van E. van den Worm en/of ons Tabernakelschema, met: een korte uitleg over de verschillende Tabernakel-objecten.
[2] Zie eventueel de studies: De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd van E. van den Worm of Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’ van A. Klein/E. van den Worm.
[3] Zie eventueel de studie: Wat God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben van E. van den Worm.
[4] Zie noot 2.
[5] Uit “De Tempelbode” van augustus 1986. Enigszins bewerkt door AK.

 

Geplaatst in Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Geestelijke groei, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Integratie of… desintegratie?

  • Iemand probeerde een beetje vergif, om te kijken of het zoet was. Het was zoet, maar de dokter constateerde de dood. Het was ook vergif!
  • Iemand haalde een bom uit elkaar, om te kijken of het echt was. In het ziekenhuis naaide de chirurg de stukken aan elkaar. De bom was echt!
  • Iemand nam een lucifer, om te kijken of er nog benzine genoeg in zijn tank was. Dat vertelde men later zijn weduwe. Er zat benzine in!
  • Iemand speelde met zijn geloof, om te zien of er wel echt een hemel, en een hel was. Hij sloeg zijn ogen op in de…!

Zal dit u overkomen?

beeld voor desintegratie
Ik schrijf dit artikel voor allen, dòch in het bij zonder voor hen, die een leidinggevende positie bekleden in het Lichaam van Christus, en daardoor verantwoordelijkheid dragen. Ik stel dus direct op de voorgrond, dat zij zich dit laatste sterk bewust zijn. Mogen zij dan ook beseffen, dat er bij het eventueel verkeerd gaan van dingen en zaken geen excuses overblijven. Met lede ogen moet ik aanzien, hoe zich in onze dagen twee aan-elkaar-tegenstrijdige krachten aan het ontwikkelen zijn en hier en daar hun invloeden reeds doen gelden. Enkele jaren geleden[1] verzond ik aan alle voorgangers hier te lande,[2] een “Open brief” waarin ik toen reeds waarschuwde voor een kerend getij, dat – wanneer allen niet biddend en waakzaam zouden blijven – het gemeentelijk leven zou kunnen overspoelen.
Helaas (!), thans is het zo ver. Al direct rijst de vraag bij mij: “zijn de voorgangers in de eerste plaats en de oudsten in de gemeenten die hen hebben bij te staan in alle uitvoerende werkzaamheden, zich hiervan bewust? Of zien zij slechts datgene aan “wat voor ogen is”, om met een Bijbelwoord (zie 2 Korinthe 10:7, SV) te spreken? Het Lichaam van Christus is hard bezig aan, wat ik met alle vrijmoedigheid wil noemen, “zelfvernietiging”.
Ons toonbeeld zal, als het zó doorgaat, “desintegratie” bewerkstelligen – het tegenovergestelde dus van “integratie”, wat “het maken of groeien tot een samenhangend geheel” bedoelt – dat wat dringend nodig is en geestelijk gezond, wordt genegeerd, over het hoofd gezien en zelfs met een zekere mate van verachting afgewezen, omdat zij die blind en doof zijn, menen het beter te weten!

Voor alles is een reden, óók hiervoor. Voor velen schijnt het antwoord te eenvoudig te zijn. Desondanks is het fundamenteel met betrekking tot de conditie en de omstandigheden die een oplossing vragen. Het dreigend gevaar (zo het al niet aanwezig is…) bestaat hierin: Schriftuurlijke fellowship, Schriftuurlijke samenhang wordt niet meer als behoefte gekend; de harmoniserende kracht, welke ervan uitgaat, wordt bijgevolg niet meer ervaren, de ondersteunende band gemist. Treurig, maar waar!
Laat ik daarom het volgende direct voorop stellen: Fellowship op zichzelf, gemeenschap zoals allen die zo graag hebben, is en blijft te zwak om alles en allen bij elkaar te houden. De geestelijke rijkdom van gemeenschap is niet de correctie die nodig is, daarvoor is het leiderschap te veel verdeeld en nog te veel aan twijfel onderhevig (denk aan het geval van Korach en de zijnen! – Lees Numeri 16, vooral vers 1-3 + 23-32) om ons daarop te verlaten. Verbijsterende tegenstellingen brengen de mensen in verwarring, en verblinden hen zo, dat zij de noodlottige gevolgen niet zien. Heden ten dage worden de mensen geconfronteerd met de meest gevreesde paradoxen van onze moderne wereld. Zo op het eerst gezicht bekeken, is men geneigd te zeggen: het is nooit beter geweest. Aan de andere kant constateert men, dat nimmer tevoren zo velen het zo slecht hadden. De stem van de meerderheid wordt overweldigd door het geschreeuw van de minderheid.
Wij zijn voor democratie, maar wij moeten aanzien dat deze wordt weggeveegd door dictatoriale groeperingen. Deze tendens kunnen wij eveneens waarnemen in het geestelijke leven. Onze sociale belangengemeenschap heeft alsmaar meer ziekenhuizen en dergelijke gebouwd, maar nooit werd zoveel ziekte, zoveel krankheid (óók van ziel èn geest!) gekend als in deze tijd, waarin wij werken en leven.
Grote groepen vrede-verkondigers en vrede-makers reizen over de hele wereld en brengen offers voor gelijkheid, en broederschap, maar daar is nog nooit zoveel strijd en lijden geweest als tegenwoordig. Al die uitblinkende staatslieden, die het hunne ertoe hebben bijgedragen om oplossingen te vinden op dit en voor dat, werden uitermate teleurgesteld, en vonden zichzelf in de grootste verdeeldheid! De menselijke samenleving kraakt in al haar voegen, omdat de fundamenten verkeerd gelegd zijn…

Wij zien uit naar een “nieuwe” samenleving, maar wij zijn niet bij machte om de “nieuwe” mensen (leidslieden) te vinden, die de samenleving zo hoogst nodig heeft.
Wij kijken naar resultaten, maar ontkennen de oorzaken. De wetenschapsmensen van onze eeuw zijn in staat om mensen te doen landen op de maan, maar kunnen hier op aarde niet leven in harmonie. De hoop op een rechtvaardige samenleving is kapot geslagen, omdat de mensen gefaald hebben in hun eigen familie-leven.
De Here Jezus Zelf heeft onze tijd een tijd van “radeloosheid” genoemd: “Er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven” (Lukas 21:25, HSV). Letterlijk betekent dit, dat wij de weg kwijt zijn,… geen oplossing hebben voor dit dilemma,… niet meer weten, hoe voort te gaan om vorderingen te maken. De mensen bevinden zich in een “één-richting-verkeer”. Ongelukkig genoeg!

De hedendaagse samenleving moet uiteindelijk uit elkaar vallen, tenzij een vast en sterk fundament wordt gevonden,… een één-makende band,… een waarachtig plan met een zeker vaststaand doel.
Wanneer dit wordt bereikt, is ook het antwoord gevonden. En… HET antwoord is: Jezus Christus!
Wat heeft de apostel Paulus geschreven? Hij (Jezus Christus) is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem (Kolossenzen 1:17, HSV).
Christus alleen kan zulk een verlangde samenhang bewerken. Hij alléén maakt de mensen leden van één grote familie. Enkel en alleen door Hem worden mensen tezamen gebracht, en gebonden in EENHEID VAN LEER. Hij is het Woord. Zodoende worden mensen geregeerd door EENZELFDE MEESTER.
Door Hem wordt alle menselijke leven ZINVOL en HOOPVOL. Door Hem worden mensen uitgetild bóven tijd en beperkingen vanwege het door Hem GESCHONKEN GELOOF.
Door Hem zal DE LIEFDE GODS BINDEN, waar wetten en inzettingen falen.
Door Hem maakt de Heilige Geest mensen tot LEVENDE TEMPELS VAN GOD.[3] Halleluja! Amen.
De eeuwige Christus deelt Zijn eeuwige leven mee aan de stervelingen en verzekert hen zódoende hun eeuwige zaligheid. Het antwoord voor het dilemma van de samenleving is zo simpel, zo eenvoudig, zo vast en zeker,… maar de meerderheid weigert deze oplossing. Gode zij dank, dat er nog zijn, die Hem vinden.
De apostel Paulus kende geschiedenis en problemen, en… wist óók de oplossing. Zijn verklaring leert ons, dat het antwoord géén principe (= een overtuiging die aan al iemands handelen ten grondslag ligt) is, maar een PERSOON,… géén systeem is, maar een HEILAND,… géén medium is, maar een MIDDELAAR,… géén schepsel gebonden aan tijd en sterven, maar DE SCHEPPER VAN HEMEL EN AARDE,…
“Door Hem BESTAAN ALLE DINGEN” schrijft Paulus, de apostel van Jezus Christus (zie nogmaals Kol. 1:17, hierboven vermeld).
Hij IS en BLIJFT DE ENIGE HOOP, Die de mensheid heeft. En Hij is gekomen om te ontvangen en niet om te verwerpen. Zie op Hem, ongeacht wat anderen doen; en doe het NU. Volg Jezus en de gezonde leer, die saamhorigheid en eenheid bewerkstelligt – allereerst in het eigen Jeruzalem![4] Want: “als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij GEMEENSCHAP MET ELKAAR,…” (zie 1 Johannes 1:7a, HSV). En Schriftuurlijke gemeenschap is FELLOWSHIP, en de grondslag ervan is SOLIDARITEIT in leven en werken. Geef acht op de handel en wandel van Jezus en Zijn discipelen, en wordt overtuigd!
Amen.

CJH Theys[5]
Uit: Perspectief – Bundel 1 (verzamelde artikelen uit de periode 1975-1978)
Enigszins bewerkt door A. Klein

  • PDF (om dit artikel eventueel uit te printen)

***********************************************

[1] Geschreven rond 1975. (noot AK)
[2] Vermoedelijk alleen aan degenen die aangesloten waren bij de ongeveer 30 gemeenten die toen onder de naam ‘The Bethel Pentecostal Temple Fellowship’ samenwerkten. (noot AK)
[3] Zie de studie Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens: Een eeuwige, heilige TEMPEL van onze almachtige God en Vader van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Met “het eigen Jeruzalem” wordt hier “allereerst” ons eigen huisgezin en onze eigen Gemeente / Kerk bedoelt. (noot AK)
[5] Voor meer informatie over Bijbelleraar CJH Theys, zie zijn “In Memoriam”: http://www.eindtijdbode.nl/weblog/memoriam.pdf
Geplaatst in Gehoorzaamheid aan God, Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Boekbespreking 61: Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm[1]

bijbel-open

Inleidend woord

“Maar één ding doe ik:
vergetend wat achter is,
mij uitstrekkend naar wat voor is,
jaag ik naar het doel:
de prijs van de roeping van God,
die van boven is,
in Christus Jezus.”
 –  Filippenzen 3:14                     

Als we alleen maar geloven dat we, als we eenmaal gered zijn, ‘in de hemel’ komen, maar als we geen idee hebben van wat ons in die ‘hemel’ te wachten staat, dan kunnen we ons daar ook niet op verheugen en naar uitstrekken.
Wij kunnen ons alleen maar ten volle “uitstrekken naar wat voor is”, als wij weten wat er voor ons ligt. We kunnen alleen maar ten volle jagen “naar het doel” als we weten wat dat doel inhoudt.
Daarom kan ik deze Bijbelstudie aanbevelen. Het geeft ons een duidelijker inzicht van wat er te gebeuren staat. Ondanks de soms zware kost – er wordt immers ook nog over ‘de laatste dagen van de eindtijd’ gesproken, een periode waarin de oordelen Gods losbarsten en de Grote Verdrukking tot veel bloedvergieten zal leiden – hoop ik toch dat u, en ik met u, het zicht zal kunnen houden op DE EEUWIGHEID.
Wellicht kunt u het niet met alles eens zijn, omdat u dingen anders ziet, toch denk ik dat een ieder die deze studie leest een duidelijker en completer beeld zal krijgen van wat er te gebeuren staat: zowel vlak voor als in het 1000-jarige Rijk, alsook in de Nieuwe Hemel en op de Nieuwe Aarde.

A. Klein

  • KLIK HIER als u deze studie wilt lezen of downloaden (= GRATIS).

*******************************************************************

[1] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar.
Zie vooral ook nog het “In memoriam”.
Geplaatst in 1000-jarig Rijk van Christus, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van E van den Worm, Uncategorized, Volmaaktheid in Christus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen