De Bergrede van Jezus (deel 2 – n.a.v. Mattheüs, hoofdstuk 6)

De Bergrede van Jezus te mogen verstaan als

  • DE Weg

  • DE Waarheid en

  • HET Leven

(Johannes 14:6)

De Bergrede

De Bergrede van Jezus

DEEL 2

Kort woord vooraf

De brochure die u nu kunt lezen, is het vervolg, het 2de deel van De Bergrede. In dit tweede deel hebben wij de uiteenzetting voortgezet; het 6de hoofdstuk van het Evangelie naar Mattheüs is thans aan de orde.
Wij verwachten ook ditmaal dat u zult opmerken hoe wijzelf telkens weer geboeid raakten, bij tijd en wijle zelfs pijnlijk getroffen door het vele dat in dit hoofdstuk op ons afkwam.
De gehele bundel, zowel het eerste deel als het tweede, houdt hetzelfde onderwerp in, beide delen vormen in feite één boek. Wie biddend leest en alzó luistert, zal ontdekken dat wij allen mogen geloven dat het straks alles anders zal zijn. Maar òòk dat het hele Christen-leven NU AL VERANDEREN KAN. Dat wil zeggen: dat het in dit aardse leven nú reeds anders kan (zijn) met ons.
De uitdaging in Jezus’ Bergrede ligt in het feit dat Hij Zijn discipelen niet alleen héél serieus neemt, maar bovenal dat Hij de Zijnen aanspoort om òòk waar te maken, datgene wat Hij van hen verwacht.
Laten wij ernaar streven om Zijn vertrouwen niet te beschamen. God helpe ons allen. Amen.

Godsvruchtige handelingen behoren:

  • In WAARHEID te zijn
  • In STILTE te geschieden
  • En ZONDER OPHEF. (Mattheüs 6:1-8)

“Hebt acht, dat gij uw aalmoes niet doet voor de mensen, om van hen gezien te worden; anders zo hebt gij geen loon bij uw Vader, Die in de Hemelen is.” (Mattheüs 6:1)
Als Jezus deze woorden spreekt is het om ons te leren als “grote mensen met verantwoordelijkheidsgevoel” te leven uit het ware geloof en de liefde. Het is ons gegeven om ons verstand te gebruiken; om zelf uit te vinden wáár en hoe wij royaal kunnen zijn in gerechtigheid. Zó, in alle verhoudingen die er in het leven zijn. Juist omdat het allemaal zo anders is dan wat wij (vaak) aanzien voor Christelijk geloofsleven…
Juist omdat het niet gelegen is in het niet zuiver alles wéten; niet in het fatsoen van de zo netjes als eendjes achter elkaar lopende mensen die toch (ieder op zijn beurt) het zijne weten te geven, menende dat het zó wel goed moet zijn; niet in de dwang van te laten en te moeten, gebonden aan heersende moraal en vaste regels; ook niet in het krampachtig vasthouden en blindstaren aan en op dingen en zaken, omdat vrees gekend wordt dat anders de hemel voor ons verloren gaat.
Neen, zó is het niet; en gelukkig maar. Wat Jezus bedoelt komt neer op: geven uit de overvloed van wat mij en ù en òns allemaal is gegeven. Dus feitelijk méér geven dan nodig is? Ja, zó is het; daar komt het op aan. Alléén zo blijft het altijd iets boeiends, iets imponerends om met Jezus’ woorden aan de gang te gaan. Natuurlijk alléén vanuit het geloof. Maar, zijn wij misschien geneigd te zeggen, wij hebben ook nog de harde werkelijkheid. Inderdaad, die harde, keiharde werkelijkheid… Situaties, verhoudingen, mogelijkheden en onmogelijkheden zoals Jezus die ziet en bedoelt. Allemaal dingen en zaken waartegen wij optornen; en dat kan behoorlijk pijn doen ook! Wie van ons durft te zeggen dat hij lééft uit die royale gerechtigheid; ja, dat hij kans ziet daaruit te léven. Ook al zegt iedereen: dat kan niet, dat moeten wij dan maar niet doen!
Ach, beste mensen! Vergeten wij niet dat “goede daden” alleen maar die zijn, welke gedaan worden ter wille van God en uit onbaatzuchtige liefde en barmhartigheid! Dat het leven voor sommigen onder ons bijzonder hard kan zijn; zelfs dikwijls onbegrijpelijk hard. Soms is daar de eigen ervaring; maar meestal wéten wij dat uit wat wij zien en horen uit het leven van anderen. Maar welke die mensen ook zijn, en hoe omstandigheden zich ook voordoen, toch geldt altijd: ijdelheids-beweegredenen, òf de verborgen overweging “hoe weldadig goed en mild God of mensen ons wel zullen vinden”, en vooral de eigen voordeel-berekening, dat (als wij anderen helpen, zij als de nood aan de man is, op hùn beurt naar òns zullen omzien) maken, dat de waarde van het geven ijdel blijft in Gods ogen.
Mensen die de ware liefdadigheid omdragen in hun hart zullen altijd trachten om zoveel mogelijk in het verborgene wel te doen. Zo iemand zal zichzelf beschaamd gevoelen bij de gedachte dat anderen hem zouden prijzen voor zijn weldaden. En vooral, omdat hij al wat hij bezit aan roerend en onroerend goed niet eens voelt als zijn persoonlijk eigendom,… bestemd alleen voor eigen gebruik en genot; maar als door God hem toevertrouwd, om daarmee, als de omstandigheden zich voordoen, anderen te kunnen helpen! Dat bedoelt Jezus. Amen.

“Wanneer gij dan aalmoes doet, zo laat voor u niet trompetten, gelijk de geveinsden in de synagogen en op de straten doen, opdat zij van de mensen geëerd mogen worden. Voorwaar zeg Ik u: zij hebben hun loon weg… laat uw linkerhand niet weten, wat uw rechter doet.” (Mattheüs 6:2-3)
Géén ophef a.u.b.! Oòk geen zelftevredenheid vanwege onze offervaardigheid. Géén melding maken tegenover de buitenwereld, maar ook géén vage opmerkingen tegenover onze naaste omgeving! En met dit alles staan wij nu midden in de zaak die nu aan de orde is… Hier is nu de grote vraag: waarvoor leven wij eigenlijk, en waarvoor doen wij de dingen die wij doen? Wat zit er achter ons denken en doen,… wanneer wij zo vriendelijk mogelijk willen zijn voor onze medemensen? Want, laten wij eerlijk zijn, al deze dingen kosten al moeite genoeg!
Wie nu een blik slaat in de levensspiegel van de Bijbel, die komt tot deze conclusie: daar zit van alles achter,… niet in de laatste plaats, dat wij wat willen zijn,… dat wij wat willen betekenen in de ogen van anderen,… dat wij zo graag erkend willen worden en de kroon willen krijgen, die wij onszelf waard vinden,… die ons dus toekomt.
Hiervoor worden wij gewaarschuwd: “Opdat uw aalmoes (HSV: uw liefdegave) in het verborgen zij; en uw Vader, die in het verborgen ziet, Die zal het u in het openbaar vergelden” (Mattheüs 6:4). De mens die inderdaad véél in stilte, in het verborgene doet, wèl-doet en opoffert, is hij die véél voor anderen bidt en hen iets meegeeft van de genezende en immer sterkende kracht die God Zijn kinderen schenkt. Zo iemand leert vanzelf bescheidenheid, omdat hij lééft in het volle besef dat wij, door genade verloste zondaars, uit onszelf machteloze arme mensen zijn die steeds weer opnieuw moeten vragen om meerdere genade om te kunnen (blijven) geven; en dat er geen verdienste is om door te geven wat wij ontvangen. En dat wij alleen dan de vervulling van onze gebeden verkrijgen, als er in ons een diep verlangen leeft om de onuitgesproken noden van anderen te helpen lenigen. Halleluja! Het is immers alles genade.
Hoe anders kan het soms in de praktijk toegaan… Die typen van mensen zijn ons bekend genoeg: mensen die met bijpassende gezichten en op een bijpassende toon steeds maar weer hun verdriet en moeilijkheden etaleren,… hoe zwaar zij het wel hebben, en hoe flink zij zich toch weten te gedragen,… wat die  buurman wel zei en hoe die kennis hen heeft bewonderd. Ach ja, “zó zijn nu eenmaal onze manieren”. Ongelukkig is hij die naast zo iemand komt te zitten… in de tram, in de bus, in de trein, en noem maar op. Mensen, die urenlang over zichzelf kunnen blijven praten… het enige onderwerp dat (hun) ook nooit verveelt. Hun denken en hun doen is er op gericht: de mensen moeten het vooral zien en wéten: zie je, zó ben ik nu; zó zijn wij… bekwaam hè en onmisbaar; weliswaar te beklagen, maar toch flink,… zien jullie mij, ons, wel?!
Wie zou niet graag gezien willen worden? Dat de mensen merken wat wij wel deden of doen, en wat wij zo al kunnen? Dat aandacht-trekken is aan niemand vreemd, al gaat meestentijds alles vaak geraffineerder en ook subtieler! Vele Christenen willen graag doen wat ze willen, maar het liefst op voorwaarde, dat het gezien, erkend en gewaardeerd wordt. Hoe vaak kijken ze dan niet om zich heen, en denken bij zichzelf:… zien ze het wel, doe ik het niet voor niets? Want, zonder kroon heeft het weinig zin.
En dan zijn er soms tijden dat wij door de mand vallen. Hoe en op welke manier dan?!? Wanneer wij iemand een dienst bewezen hebben, maar waarvoor dan niet wordt bedankt. Hoe diep gekrenkt kunnen wij ons dan wel gevoelen,… en toch zeggen wij dan zo dikwijls: kijk nu eens, daarvoor deed ik het niet hoor, maar…
Wij zijn bereid anderen te helpen, maar worden boos als die ander zich helemaal niet dankbaar, deemoedig (= nederig) of afhankelijk gedraagt, en alles zo maar accepteert. O (!) hoe houden mensen soms van “maskers”,… en die zetten ze dan nog op ook. Als er Iemand was Die dat doorhad, dan was het wel Jezus. Als géén ander doorzag Hij het hele spel, en menigmaal stelde Hij het aan de kaak. Achter al die (zogenaamde) menslievendheid zag Jezus dat altijd weer opwellende egoïsme; achter al die (zogenaamde) dienstvaardigheid ontdekte Hij de eerzucht; achter overdreven godsdienstigheid zag Hij verregaande liefdeloosheid; achter al die mooie menselijke gevels,… wit gepleisterde façades, zag Hij de realiteit van het menselijk hart. Hij – DE HARTENKENNER!
Om DE Waarheid hebben de mensen Hem gehaat. Jezus in Zijn tijd had de mensen door,… Hij keek door hen heen, zij waren voor Hem naakt en geopenbaard. Scherp waren Zijn woorden toentertijd. Hij heeft nog geen tittel, nog geen jota teruggenomen. Hier gaat het over drie zeer belangrijke dingen in het leven: over GEVEN, over BIDDEN, en dan over VASTEN. Drie dingen waarin vele mensen onophoudelijk bezig zijn met dat Koninkrijk van God,… met het doen van gerechtigheid. Hier laat Hij zien hoe (op welke manier) alles misbruikt wordt en wordt aangewend ten bate van het eigen koninkrijk,… voor de eigen kroon. Wat een stuitende toestanden, en wat een hemeltergende vertoning in die dagen van de Here!
Zou het nú anders zijn? Zijn mensen en tijden heus veranderd? Wie zoiets durft te beweren, die kent zichzelf niet. Jezus vraagt, ja, Hij zoekt mensen die als stille schenkers door de wereld niet worden opgemerkt; die met hun goede gedachten, geleid door de Heilige Geest, met hun warme liefde-gevoelens en hun hartelijk, versterkend opbouwend woord, een bron van zegen zijn voor arme en lijdende mensen,… omwille van Jezus. Geprezen zij de Naam des Heren!

“En wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken der straten staande, te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.” (Mattheüs 6:5)
Schijnheiligheid was in Jezus’ dagen een alledaags vertoon. Zij die door Jezus “geveinsden” worden genoemd, wisten wel te geven,… met de bedoeling dat hun namen zouden worden bekend gemaakt,… dat een ereplaats hen wachtte,… dat andere mensen met de nodige eerbied hun zouden groeten. In onze dagen geven de mensen ook, en soms zelfs meer dan normaal, opdat van hen zal worden getuigd dat zij lieden zijn met een grote mate van “sociale bewogenheid”.
Hoe geveinsden baden kunnen wij opmaken uit Jezus’ woorden. Daar wordt nu wel niet meer gebeden op de hoeken van de straten, maar tòch wel zó lang en zó vurig (?), en met alle omschrijvingen van Gods Naam en karaktereigenschappen, dat anderen wel moeten erkennen dat zij te maken hebben met zeer gelovige mensen!
Jezus leert ons in De Bergrede dat de eerste voorwaarde voor het bidden dit is, dat alles in ons ècht waarachtig moet zijn; en dat wij onszelf en de wereld om ons heen geheel moeten vergeten. Veelal is bij ons bidden “iets anders” het voornaamste punt. En in zo’n geval wordt het gebed, wat men noemt, een “verdienste”. Het is dan ook daarom en in verband daarmee dat Jezus hier spreekt van “loon ontvangen”, dat degene – die niet in ijdele woorden, maar met innerlijke kracht en liefde bidt – daarvoor zal ontvangen. Maar ook alleen dàn!
Daarom is zelfonderzoek in deze van zo’n groot belang. Ons bidden moet immers geheel vrij zijn van alle bijbedoelingen, want deze trekken ons omlaag en onze geest wordt afgeleid. Wie al bij voorbaat “loon” verlangt ontvangt helemaal niets. Zelfs als wij bidden voor onze persoonlijke noden, behoort ons gebed vrij te zijn van alle berekening en eigenbaat! Wanneer wij willen bidden naar Gods wil en welbehagen [1], moeten wij Gods Geest vragen ons te leiden in ons gebed. Dàn zullen wij datgene ontvangen wat wij wensen te ontvangen, om dat met “woekerwinst” in dienst te stellen aan het welzijn van onze naaste(n); zó, dat de Naam des Heren wordt groot gemaakt.

“Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bid uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.” (Mattheüs 6:6)
Biddende Christenen zullen hebben geleerd dat (ook al bidden zij midden onder de mensen,… bijvoorbeeld in de Gemeente) de ziel eerst “ingekeerd” moet zijn in de rust, in de stilte van de zoete gemeenschap van de Heilige Geest, waar de wereld wordt vergeten en God wordt gezocht, om alsdan vertrouwelijk met en tot Hem te zijn – zoals een kind zijn aardse vader zoekt en met hem gemeenschap heeft – en Hem om hulp en troost en raad vraagt, waarbij hij nooit wordt teleurgesteld.
En uw deur gesloten hebbende…”. Inderdaad, niet alleen verkeerde tevredenheid over onszelf, die de kracht aan ons gebed ontneemt, maar òòk alle andere gevoelens en gedachten uit ons eigen innerlijk zowel als de invloeden van buitenaf, uit de geestes-stromingen der wereld, moeten allereerst buitengesloten worden uit ons hart en leven. In eigen menselijke kracht kunnen wij dat niet! De Heilige Geest [2] moet ons helpen, ondersteunen – wat Hij ook zal doen als wij Hem daarom vragen. Hij leert ons dat al wat buiten de stroom ligt van de liefde Gods – die van hart tot hart gaande, ons met God verbindt – is als “troebel water”. Daarvandaan dat reiniging van alles wat ongezond, ongeestelijk en vleselijk is, moet plaatshebben vóórdat heiliging ervaren wordt. Het Woord en meditatie brengen beide in ons leven. Dat heeft Jezus beloofd. Amen.
Wie plotseling, zonder eerder bedoelde REINIGING en HEILIGING, overgaat uit het gewone dagelijkse leven tot gebed, zal ervaren dat vele en velerlei aardse gevoelens en neven-gedachten onze gedachtewereld beïnvloeden… Daar is ordening in alles: als wij hebben gegeten, drinken wij daarna. Zo òòk in geestelijk opzicht. Ons vlees is een “speeltuin van de duivel” en deze staat altijd klaar om ons te hinderen en te verhinderen om in gemeenschap te komen met Hem, Die alléén onze ziel kan verzadigen met hemels goed!
Het is ons vlees dat ons tracht mee te sleuren tot de bevrediging van onze zinnen (= zintuigen),… en geven wij toe aan deze verkeerde aandrang, dan is er wel een begin te onderkennen, maar het eind is niet te zien! Tenslotte dienen wij allemaal vooral vastbesloten te zijn om niet alleen te bidden dat onze goede God ons door Zijn lessen en opvoeding tot geestelijk-sterkere kinderen van Hem zal maken, maar vooral dat wij in alles gewillig mogen zijn en blijven om alles aan te nemen wat Hij ons, door zijn gezegende Geest, schenkt.
De apostel Paulus zegt: “Want ik weet, dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont…” (Romeinen 7:18a). Maar ook moet de deur van ons hart goed gesloten blijven voor de “geest van zelf-overschatting” en voor de neiging om, tijdens het bidden, zelf te willen uitmaken wat goed voor ons is, zonder te denken aan dat altijd geldende: “Niet mijn, maar Uw Wil geschiede!
En de Vader… zal het u in het openbaar vergelden.” Zij, die zich zo beijveren om lofprijzingen te incasseren en alle kerkdiensten mee te maken, maar onderwijl in hun gedachten meer bezig zijn met zichzelf op te hemelen, te verheerlijken, vanwege vermeende vroomheid, verlagen niet alleen willens en wetens het wezen van gebed, maar worden gewoonweg  en onverbloemd “schijnheiligen” genoemd. Zij toch maken het gebed tot een waardeloos opzeggen van woorden, kunnen niet rekenen op verhoring, omdat hun bidden niet als gebed geldt in Gods ogen. Hij ziet immers wat er in hun harten omgaat… Belust als zij zijn op het loon van geprezen te worden. Wie echter in nederigheid en zonder opsmuk bidt, die ontvangt alles wat hij nodig heeft voor lichaam, ziel en geest. Zijn oprechte Godsvrucht zal ook eenmaal door degenen die buiten zijn worden erkend en geëerbiedigd. Zó zal hij in het openbaar, door de in het verborgen in hem werkende Heilige Geest, zijn loon ontvangen! God meet alles af naar Zijn maatstaf en is in alle dingen getrouw. Zogenaamde godsdienstigheid en medemenselijkheid, waar mensen zich voor te staan vergapen, zijn veroordeeld bij God.

“En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij menen, dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden.” (Mattheüs 6:7)
Wij vragen ons misschien af, bij het lezen en overdenken van deze woorden: “is dit nu nog wel actueel?” Is dit nog wel van onze tijd,… zo’n godsdienstigheid? Werd zoiets als een typisch probleem gekend in de tijd van die veinzende Farizeeërs!? Vandaag de dag gebeurt zoiets toch niet meer! Nù geldt veel meer om het geloof verborgen te houden toch?! Trekt de hedendaagse Christen zich niet hieraan op en zegt dan: daarom is het heus niet nodig om nog te bidden wanneer je in een restaurant aan tafel zit. Beter om het gebed dan maar te laten of om het “stiekem” te doen, want het moet vooral niet opvallen dat je bidt. Voor velen is het heel erg moeilijk om Christen te zijn in deze boze wereld. Zelfrechtvaardiging voor moedwillig verzuim is altijd “in” geweest!!
Eenvoud is altijd het kenmerk van het ware! Zo luidt een bekende zegswijze. Want met de veelheid van woorden in het gebed hebben wij in de regel op het oog, verkeerde en zelfzuchtige bijbedoelingen te verbergen. O (!) wat zijn wij toch arme stumperds. Staat er niet duidelijk vermeld: “alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen van Degene, met Welke wij te doen hebben.” (Hebreeën 4:13b)
BIDDEN IS GEEN RUILHANDEL DRIJVEN met God!! Deze opvatting huldigen de heidenen, en Jezus zegt dat wij er voor moeten zorgen hun niet gelijk te worden. Vooral is dit gezegd tot degenen die een ambt dragen en in een zekere bediening staan. Vooral van hen wordt verlangd dat zij niet het voorbeeld zullen volgen van die redenaars die menen dat bij het “stichten van de hun toehorende Gemeente” hun kracht moet bestaan in een stroom van stichtelijk-schijnende woorden, die òf vlot uitgesproken òf letterlijk van het papier opgelezen worden, maar welke geen inhoud van geestelijk voedsel en de Zalving van Gods Geest missen.
Bidden is dan ook niet het offeren op het altaar van de afgod van eigen geleerdheid, noch het verkwisten van krachten door alles letterlijk op te lezen wat tevoren werd opgetekend en toevertrouwd aan papier… Bidden is ook niet het streven naar ijdelheids- en zelfbevrediging, om alzó doende door een verblinde kudde van toehoorders te worden beschouwd als een verheven afgezant des Heren, vanwege de veelheid van mooi klinkende woorden, waaraan de Zalving van Gods Geest ontbreekt.
Waarachtig gebed, vanuit de eenvoud van het hart, maakt dat wij juist een afkeer krijgen van al dat “preken van papier”, dat slechts bestaat in de kunst van met veel mooie woorden te verbergen dat wij feitelijk niets te geven of te zeggen hebben; in het kort: géén boodschap hebben ontvangen met de sanctie (= bekrachtiging, erkenning of goedkeuring) van de Heilige Geest. Het zijn alsdan allemaal “dode woorden” waaraan de bezielende kracht en macht van de Heilige Geest ontbreekt. Wij hebben van Hem het volgende geleerd: wie niet tevreden is slechts een “spreekbuis” te zijn voor datgene wat van Boven wordt gegeven, of getoond door de Heilige Geest ten tijde dat gesproken moet worden om het door te geven aan anderen, is niet alleen in zijn eigen geest onwillig, weerstrevend en eigenzinnig, maar zo iemand wordt ten leste niet meer goed bruikbaar in de dienst van God!
God verlangt van hen die tot Hem in het gebed komen slechts één offer, namelijk de in onze zielen ontvangen en wonende liefde tot Hemzelf! Déze is de kern van ware Godsvrucht, en al het andere moet hiervoor wijken. Déze liefde maakt dat wij niet alléén bidden, maar bovenal Hem zullen “aanbidden”. Halleluja! Amen. Is het eerste “vragen”, het tweede is “geven” – en dat is dus meerder. Wanneer wij met dat offer komen, zullen wij door Hem worden verhoord.

“…uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt.” (Mattheüs 6:8b)
Niettemin verlangt God dat wij bidden… dat wij tot Hem zullen komen. Laten wij dat dan ook doen in alle oprechtheid, en onze gedachten en verlangens in het gebed dan niet altijd weer richten op dezelfde dingen en zaken. Maar laten wij Hem in alle eenvoud toevertrouwen wat wij stoffelijk, maar bovenal geestelijk van node hebben, opdat Hij ons nog meer zal bekwamen, sterk zal maken en volhardend in lofzang en dankzegging,… in aanbidding. Dàn wijken alle andere dingen uit ons leven,… worden wij genezen van onze dwaasheden om meer te willen en te beloven dan het weinige waartoe wij, zwakke mensen, met onze “goodwill” in staat zijn. God zij de glorie!

  • KLIK HIER als u dit GRATIS artikel verder wilt lezen of downloaden.

 C.J.H. Theys

NOOT van de schrijver:
Alle in deze uitgave genoteerde Schriftuur is uit de Statenvertaling.
Overname uit deze brochure is toegestaan, mits met bronvermelding!
“Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.” (1 Korinthe 14:40)

.Gedigitaliseerd door D. D’Hoe en A. Klein

**********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie Leer bidden van CJH Theys. (noot AK)

[2] Zie eventueel onze GRATIS studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)

.

Geplaatst in Bidden/Gebed, Bijbelstudie, de Heilige Geest, Geestelijke groei, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De Bergrede van Jezus (deel 1 – n.a.v. Mattheüs, hoofdstuk 5)

De Bergrede van Jezus te mogen verstaan als

  • DE Weg

  • DE Waarheid en

  • HET Leven

(Johannes 14:6)

De Bergrede

De Bergrede van Jezus

DEEL 1

Verantwoording vooraf

Een brochure over de “Bergrede”! Het lijkt zo pretentieus. Daarom deze verantwoording. Wij pretenderen hiermee geen sluitende verklaring te geven van Jezus’ Bergrede. Wij proberen alleen maar u mee te laten luisteren naar wat een voorganger en dienstknecht van de Here Jezus Christus jaren geleden in Jezus’ woorden heeft menen te horen, en wat hij toentertijd, door genade, de hem toevertrouwde Gemeente heeft gebracht.
Wij zijn ervan overtuigd dat er nog veel méér te zeggen is… òòk op een andere manier. Het is ook werkelijk een “berg” waartegen wij allen moeten opzien in de hoofdstukken 5 en 6 van het Evangelie naar Mattheüs. Het zijn “hoogten” die verrassen en tegelijkertijd boeien en inspireren.
In dit eerste deel, Mattheüs 5, vinden wij een “boodschap” die wij als actueel mogen ontvangen. Voor velen zal, ook vandaag de dag, deze boodschap als een uitdaging zijn die prikkelt. Hoe dan ook: wie de wereld niet ziet van het standpunt van waar Jezus Christus haar ziet, Hij dus Die ons Zijn BERG-REDE schonk, die raakt verward, verslagen, vanwege de vele voorwaarden en beloften.
Maar wij hebben allen het grote verklarende Boek van God, en wie uitgaat van HET Woord, waarin Hij ons aanspreekt en ons zegt “wat” Hij van ons wil en “hoe” Hij ons kan maken, die zal “DE WEG – DE WAARHEID – en HET LEVEN” vinden. Amen.

Inleidend woord

Als Jezus zijn
“Kruisig Gij mijn oude zin, en vernieuw mij binnenin.
Dat ‘k Uw beeltenis dragen mag; méér U gelijkend, ied’re dag!”
In het Nieuwe Testament vinden wij géén afbeelding van Jezus zoals wij die wensen. Niemand kan ons vertellen “hoe” Hij er als Mens uit zag. Desniettegenstaande mogen en kunnen wij Hem “zien”, Hem “kennen” in al wat Hij heeft geleerd. Ofschoon wij Hem straks in de heerlijkheid van de hemel zullen zien “van aangezicht tot aangezicht”, toch kunnen wij nu al, in dit leven op aarde, elk wondervol en heilig detail leren kennen!
Het Nieuwe Testament – De Evangeliën – De Bergrede – brengen ons de waarachtige “uitbeelding” van Jezus: welk een wonderbaar Mens Hij wel was… Zijn morele standaard… hoe Hij dacht en hoe Hij op aarde heeft gewandeld. De Bergrede is een nauwgezette “woorden-gelijkenis” van Jezus. Biddende studie [1] en overdenking doet de vraag rijzen: kunnen wij zijn als Jezus… kan ik zo zijn als Jezus? Alvorens deze vraag te (kunnen) beantwoorden, moeten wij eerst leren zien dat Zijn gedrag, optreden en houding, zoals “getekend” in De Bergrede, menselijk mogelijk is.
Dit strijdpunt is er altijd geweest met de presentatie van De Bergrede als “levensgedragslijn”. Kunnen wij zó leven? De scepticus, de twijfelaar, beweert dat zulk  leven onhoudbaar, ondoenlijk is voor gewone stervelingen. Doch wat zien wij? Dat Jezus, ofschoon Hij in alles is verzocht geworden als ieder ander mens, niet zondigde, maar dat Zijn leven en Zijn leringen in volkomen evenwicht waren, en dat Hij ons een voorbeeld heeft gegeven, opdat òòk wij Zijn voetstappen zouden volgen. De “essence” van De Bergrede is wel déze: Jezus leefde dat wat Hij leerde al dertig jaren vóórdat Hij predikte!
Lukas – in zijn beschrijving van de handelingen van de Heilige Geest, door Zijn apostelen – spreekt “van al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren”. In het Evangelie naar Johannes staat geschreven dat “het Woord is vlees geworden… vol van genade en waarheid” (Johannes 1:14). De Bergrede brengt dit naar voren, legt de nadruk er op, want met Jezus sprak de “Waarheid” en “Genade” en volbracht haar. Het is Paulus die getuigt van “de gezonde woorden van onze Here Jezus Christus”,… van de leer die naar de godzaligheid is”.
In het bijzonder zijn de door Hem gesproken woorden in De Bergrede: de samenvatting van Zijn code. De uitdrukking “gezonde woorden” betekent eenvoudig “gezondheid gevend òf brengend”. En Jezus’ woorden bewerkstelligen zoiets. Ze zijn niet alleen “medicijn” voor het leven: voor ziel en geest, doch eveneens voor ons lichaam. Halleluja!
Hoe dikwijls lezen wij in de Evangeliën dat Hij enkel sprak, Zijn Woord “uitzond”, en dat de zieke, de kranke werd genezen. Zó “werken” Jezus’ zaligsprekingen in Nieuwe Testament ook. Jezus heeft gezegd: “Die Mij verwerpt, en Mijn woorden niet ontvangt, heeft, die hem oordeelt; het woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen ten laatsten dage.” (Johannes 12:48)
Wanneer die Oordeelsdag zal komen, zal de Stem, die wij in de Vier Evangeliën (kunnen) beluisteren, boven alles gehoord worden. Aan het einde van De Bergrede maakt Mattheüs een waardevolle opmerking. Daar zegt hij: “Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden” (Mattheüs 7:29). Waarmee Mattheüs heeft willen zeggen en benadrukken dat Jezus’ woorden “supreem en van Goddelijke oorsprong” waren. Daarentegen moesten de Schriftgeleerden, als leraars van Israël, telkens weer verwijzen naar gezegden en leringen van de Joodse wet en van de Rabbi’s. Zij waren niet origineel. Jezus daarentegen heeft gezegd: “Gij heb gehoord wat de ouden gezegd hebben… Maar Ik zeg u…”. Jezus was en is Gods Amen en de geopenbaarde Waarheid Zelf!
De Bergrede begint met “De Zaligsprekingen”. Het Bijbelse woord voor “Zaligheid” is in het Grieks “Makarios”. Een ander, meer gebruikelijk woord is “gelukkig”. In onze tijd (de tijd van de schrijver, de jaren ‘70) is er een man die een gelijkluidende naam draagt. Hij is een hoogwaardigheidsbekleder in de Grieks-orthodoxe kerk; een bisschop en tegelijkertijd hoofd van de regering van Cyprus. [2] De betekenis van dit woord ligt nog veel dieper. In de Lexicon vinden wij het woord: “gelukwens(en)”. In dit licht heeft de Here Jezus gezegd en bedoeld: “Gelukgewenst (!) zij die arm van geest zijn… die rein van hart zijn… die hongeren en dorsten naar gerechtigheid”. Blij, verheugd, zijn inderdaad degenen die door Jezus zó gelukkig geprezen worden!
Deze wonderbaarlijke gelukwensen gelden dus allereerst de “armen  van geest”. Arm-zijn, zowel in natuurlijke als in geestelijke zin, betekent niet veel! Wat bedoelde Jezus dan? In het Nieuwe Testament is ook sprake van: “rijk zijn in God”. Rijk qua geloof en in goede werken. Waarom dan gelukwensen aan het adres van die armen van geest?? Omdat Jezus hiermee heeft willen zeggen: “Mijn gelukwensen voor diegenen die weten arm te zijn van geest”! Diegenen namelijk die diep in hun hart eerlijk, oprecht zijn… ten aanzien van hun eigen geestelijke armoede en levensbankroet! Diegenen die zichzelf niet bedriegen door zichzelf te misleiden met valse overleggingen, zoals velen (ook heden ten dage) doen. Diegenen die een voortdurende en nauwgezette controle uitoefenen over hun “geestelijk bezit”. Jezus’ gelukwensen zijn tot hen gericht: geen wonder.
De grote, belangrijke en dringende vraag in dit verband is nu deze: Kan Hij mij, kan Hij òòk ù gelukwensen? Bedenken wij toch even dat deze gelukwensen niet zo maar verkregen worden. Het zijn maar weinigen in dit leven die geleerd hebben zichzelf te “oordelen”. De meeste, ja, het overgrote deel van de mensheid houdt zich op met “zelf-rechtvaardiging”, inplaats van Gods genade te willen zien in het alledaagse leven. Toch ligt in “zelf-oordeel”, een zekere grootheid van zielenleven. In elk geval begint juist dàn pas het begin van die School des Geestes, waarin wij allen zullen moeten leren om méér Jezus-gelijkend te worden.
“Gelukgewenst” (!) gij “zachtmoedigen”. Toen Jezus zó sprak was Hij omringd door een schare van mensen, van wie de meesten vissers en landbouwers waren. Sprekende van zulk een zachtmoedigheid, bedoelde Jezus dat soort “deemoedigheid” (= nederige onderwerping, nederigheid) welke in het leven van elke dag gevonden wordt bij os en ezel, die gedwee zich plaatsten onder het juk en ook gedwee zich het tuig lieten opleggen… Deze zelfde gedweeheid werd door Hem ook bedoeld toen Hij leerde: “Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen”… en hij vervolgde met te zeggen: “Want Mijn juk is zacht (= niet zwaar) en Mijn last is licht” (Mattheüs 11:29-30). Diegenen die geleerd hadden om in alle nederigheid de voorwaarden te aanvaarden, welke God in Zijn alwijsheid het beste voor hen wist!
Gelukwensen met betrekking tot gezamenlijke arbeid onder het gezamenlijke juk van dienstbaarheid, welke wij allemaal zo hoogst nodig in ons geloofsleven moeten leren. Gelukwensen, wanneer wij wijs genoeg bevonden worden door de Meester, in al die gevallen waarin wij vrijwillig ophouden “de verzenen te slaan tegen de prikkels [3] van Gods soevereiniteit in ons leven” (Handelingen 9:5 [4])… wanneer Hij ons “de zachtmoedigheid van Christus” wil leren”.  Hij die leren wil het juk te dragen, zal op de één of andere dag de kroon op het hoofd gedrukt krijgen; want het zijn de zachtmoedigen die het aardrijk zullen beërven. Amen. Geve onze goede God ons “oren om te horen” en “harten om deze onweerlegbare waarheid te verstaan”. Zij is nodig om bruikbaar te zijn in de dienst die wacht en om gelukkig te worden en te blijven!
Daar zijn immers grote geestelijke problemen op te lossen in het leven van de Christen. In onze strijd voor zielen vragen deze problemen om een oplossing. “Strijd de goede strijd van het geloof” ziet aan één kant op ons aller vijand – satan – en anderzijds worden wij eraan herinnerd om ons altijd en overal te houden aan de door ons geaccepteerde geldige voorwaarden. Wij hebben allemaal één of ander probleem; daarenboven heeft deze minder en gene meer. “Gelukgewenst” (!) zei Jezus “tot de reinen van hart, want zij zullen God zien!” Voor allen geldt het volgende: onze motieven, onze beweegredenen moeten zuiver zijn en onze harten rein – alsdan zullen wij allen geestelijk groeien en bloeien en ook vrucht dragen tot eer en verheerlijking van de Naam van onze Here – Jezus – Christus.
Wij willen nu dit inleidend woord beëindigen met wat de Hebreeënbriefschrijver geschreven heeft: “De God nu des vredes, Die de grote Herder der schapen, door het bloed van het eeuwige testament, uit de doden heeft wedergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus, Die volmake u in alle goed werk, opdat gij Zijn wil moogt doen; werkende in u, hetgeen voor Hem welbehagelijk is, door Jezus Christus; Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.” (Hebreeën 13:20-21)

  • KLIK HIER als u dit GRATIS artikel verder wilt lezen of downloaden.

Winter 1976, C.J.H. Theys

NOOT van de schrijver:
Alle in deze uitgave genoteerde Schriftuur is uit de Statenvertaling.
Overname uit deze brochure is toegestaan, mits met bronvermelding!
“Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.” (1 Korinthe 14:40)

Gedigitaliseerd door D. D’Hoe en A. Klein

***********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie Leer bidden van CJH Theys. (noot AK)

[2] Makarios III van Cyprus. (noot AK)

[3] Namelijk gelijk de ossen en andere lastbeesten achteruit slaan, wanneer zij met prikkels worden voortgestuwd, en alzo niet de prikkels maar zichzelf kwetsen. (noot AK)

[4] Handelingen 9:5, “En hij (= Saulus, de latere Paulus) zei: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zei: Ik ben Jezus, Die gij vervolgt. Het is u hard, de verzenen (HSV: de hielen) tegen de prikkels te slaan.(noot AK)

.

Geplaatst in Bidden/Gebed, Bijbelstudie, Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De Russische opmars (3) – Worsteling tot de dageraad

Jacob in gevecht met de engel te Pniel

Jakobs benauwdheid

De meest bange nacht uit het leven van de aartsvader Jakob vinden wij beschreven in Genesis 32. Hij stond voor de grens van het beloofde land, met zijn vrouw, zijn huisgezin en zijn kudden. Wij zouden verwachten dat zijn hart verblijd was. Daar was het rijke land dat God ook hem beloofd had. En daar was het uitzicht op een thuiskomst, na lange en woelige jaren doorgebracht in den vreemde. Maar hij kreeg te horen dat zijn broeder Ezau optrok en hem tegemoet kwam met 400 man:

  • “De boden kwamen terug bij Jakob en zeiden: Wij zijn bij uw broer, bij Ezau, aangekomen, en nu komt hij u tegemoet, met 400 man bij zich.” (Genesis 32:6) [1]

Zo in het nauw werd hij toen gebracht en in zo’n benarde toestand bevond hij zich toen – want nergens kon hij meer heen – dat het tot  een begrip geworden is in de profetie: de Benauwdheid van Jakob. [2] En wat hij moest doormaken in die nacht die toen aanbrak, is tot een profetisch gebeuren geworden, heenwijzend naar de eindtijd. Hetzelfde kunnen wij zeggen van de schrik die over aartsvader Abraham kwam in de droom in Genesis 15. Ook een heenwijzing naar die donkere tijd in het laatste der dagen. Dit is wat het volk des Heren zal overkomen in die laatste dagen:

  • “Wij horen een stem der verschrikking; er is vrees en geen vrede.” zegt de Here in Jeremia 30:5 (SV).

In dit 32ste hoofdstuk van Jeremia, waaruit wij het voorgaande reeds citeerden, wordt letterlijk over deze nu zeer nabije tijd gesproken als “de Benauwdheid van Jakob”:

  • “Toen werd Jakob erg bevreesd en het benauwde hem. Hij verdeelde de mensen die bij hem waren, het kleinvee, de runderen en de kamelen in twee kampen.” (Genesis 32:7)

Vlak voordat het ware volk des Heren het geestelijk land van de volheid zal binnentrekken, zal deze dag van donkerheid aanbreken. Het zal een tijd zijn van vrees en ontzetting, maar in feite vooral ook van genade! De laatste kans voor de vele lauwe en ongehoorzame christenen om zich te bekeren. De Spade Regen, die daarna komt, zal de laatste kans zijn voor de wereld. Voor de ongehoorzame christenen is de tijd dan voorbij. Velen vergeten dit! Velen zullen tot het laatste moment wachten en dan tot de verschrikkelijke ontdekking komen dat hun tijd al voorbij is. Denk aan de dwaze maagden [3] uit Jezus’ gelijkenis in Mattheüs 25:1-13 (SV):

  • Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan 10 maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, de bruidegom tegemoet. En 5 van haar waren wijzen, en 5 waren dwazen. Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich. Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen. Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap. En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen. En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelf. Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! En hij, antwoordende, zei: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet. Zo waakt dan; want gij weet de dag niet, noch de ure, in dewelke de Zoon des mensen komen zal.

.

Einde aan de dienstbaarheid

Ezau of Edom is de antichristelijke macht die de oorzaak van de benauwdheid zal zijn. Wij zouden kunnen zeggen dat de demonenvorst Gog onder hem opereert en door hem wordt ingezet en hen gebruikt. Maar eigenlijk is die antichristelijke macht Edom op zijn beurt het middel in Gods hand – Gods gesel van kastijding – om de vele vleselijke en onwillige kinderen Gods van die tijd los te maken uit hun zondebanden! Het symbolisch getal 400 – van de 400 man van Ezau – spreekt van “einde aan de dienstbaarheid”. Israël werd na plusminus 400 jaar verlost uit Egypte. 400 is ook de getalswaarde van de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet en de betekenis van deze letter, de Tau, is “kruis” (onze “T” heeft nog deze vorm)!
Het vlees moet worden gekruisigd (opdat ook de volle verlossingswaarde van het Kruis van Christus gekend mag worden). Het is kennelijk nodig dat God zover gaat in Zijn tuchtigingen voor velen van ons!! Edom is de roede die door God gebruikt wordt. Die antichristelijke macht zal uiteindelijk het gehele westen in de oorlogs-ellende storten. Maar ook dan moeten wij weten: God doet het:

  • “…Ik zal haken in uw (= Gog) kaken slaan” (Ezechiël 38:4a).

.

KLIK HIER als u deze GRATIS studie verder wilt lezen of downloaden
(PDF, o.a. geschikt voor smartphone of e-reader)

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

*********************************************************************************

[1] De Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)

[2] Zie eventueel onze studie De benauwdheid van Jakobvan H. Siliakus. (noot AK)

[3] Zie eventueel onze studie De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijdvan E. van den Worm. (noot AK)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Genadetijd Gods, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Tekenen vd eindtijd, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De namen van Jakobs zonen en wat zij uitdrukken

de 12 zonen van Jakob cq Israel

De Bijbelse namen hebben over het algemeen een betekenis. De namen van de zonen van de aartsvader Jakob hebben een geestelijke betekenis. Zij doen ons waarheden kennen die allen betrekking hebben op de “geestelijke waarden” van het geloofsleven van het Nieuwtestamentisch kind van God. In profetisch licht leiden zij ons van het kruis tot Gods Troon.

1. Ruben

“Lea werd zwanger en baarde een zoon. Zij gaf hem de naam Ruben. Want, zei zij, de HEERE heeft mijn verdrukking gezien. Voorzeker, nu zal mijn man mij liefhebben.” (Genesis 29:32) [1]
De betekenis van de naam “Ruben” is: “ZIE EEN ZOON”. Een NIEUW MENS werd geboren – de vrucht der liefde – Johannes 3 vers 16: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat (SV: niet verderve), maar eeuwig leven heeft.”
In Nieuwtestamentisch licht kan hier gesproken worden van de WEDERGEBOORTE! Deze is het begin van de loopbaan van een kind van God.

2. Simeon

“Lea werd weer zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Omdat de HEERE gehoord heeft dat ik minder geliefd ben (SV: gehaat was), heeft Hij mij ook deze zoon gegeven. Zij gaf hem de naam Simeon.” (Genesis 29:33)
De betekenis van de naam “Simeon” is: “HOORT HEM”! Hier twee aspecten: AFHANKELIJKHEID en NOOD. David geeft een wondervol getuigenis in Psalm 34 vers 16: “De ogen van de HEERE rusten (SV: zijn) op de rechtvaardigen, Zijn oren zijn gericht op hun hulpgeroep.”
Dat mocht Lea ervaren. Zo moeten ook wij onze oren te luisteren leggen om Zijn stem te horen en om alsdan te vragen: “Heere, wat wilt U dat ik doen zal?” (Handelingen 9:6b)

3. Levi

“Nogmaals werd zij (= Lea) zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Nu, ditmaal, zal mijn man zich aan mij hechten; ik heb hem immers drie zonen gebaard. Daarom gaf hij (SV: zij) hem de naam Levi.” (Genesis 29:34)
De betekenis van de naam “Levi” is: “SAMENVOEGEN” of “VERBONDEN”. Lees het getuigenis van 1 Korinthe 6 vers 17: “Wie zich echter met de Heere verenigt (SV: die de Here aanhangt), is één geest met Hem.”
De Nieuwtestamentische gelovige dient “onafscheidelijk verbonden” te zijn met zijn of haar Here en Heiland. Levi werd met Simeon eerst verbonden in “moord” en later, met Aäron, in de heilige dienst en in de dingen des Heren:
“Simeon en Levi zijn broers, hun wapens (SV: handelingen) zijn werktuigen van geweld. Laat mijn ziel niet in hun geheim overleg komen, en mijn eer niet aan hun bijeenkomst deelnemen; want in hun woede hebben zij mannen doodgeslagen; en in hun moedwil hebben zij runderen de pezen doorgesneden. Vervloekt zij hun woede, want die is hevig, en hun verbolgenheid, want die is hard. Ik zal hen verdelen over Jakob en hen verspreiden in (SV: hen verstrooien onder) Israël.” (Genesis 49:5-7)
Dan zult gij weten, dat Ik dit gebod tot u gezonden heb; opdat Mijn verbond met Levi zij, zegt de HEERE der heirscharen. Mijn verbond met hem was het leven, en de vrede; en Ik gaf hem die tot een vreze; en hij vreesde Mij, en hij werd om Mijns Naams wil verschrikt. De wet der waarheid was in zijn mond, en er werd geen onrecht in zijn lippen gevonden; hij wandelde met Mij in vrede en in rechtmatigheid, en hij bekeerde er velen van ongerechtigheid. Want de lippen der priesters zullen de wetenschap bewaren, en men zal uit zijn mond de wet zoeken; want hij is een engel des HEEREN der heirscharen.” (Maleachi 2:4-7, SV)
Welk een ommekeer!

4. Juda

“Weer werd zij (= Lea) zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Ditmaal zal ik de HEERE loven. Daarom gaf zij hem de naam Juda. Toen hield zij op met baren.” (Genesis 29:35)
De betekenis van de naam “Juda” is: “GOD-LOVER”. Attentie! In de rij van Lea’s zonen hebben wij:
1. “Uit God geboren” (Ruben)
2. “Luisteren naar het Woord” (Simeon)
3. “Eén-geworden met Christus” (Levi)
Wat kunnen wij hierna anders doen dan:
4. “In waarheid God loven” (Juda)
Halleluja! Méér en beter en hoger kunnen wij niet doen noch komen. Lof en prijs en dank zijn de voorportalen van aanbidding: “Juich voor de HEERE, heel de aarde; dien de HEERE met blijdschap, kom voor Zijn aangezicht met vrolijk gezang. Weet dat de HEERE God is; Hìj heeft ons gemaakt – en niet wij – Zijn volk en de schapen van Zijn weide. Ga Zijn poorten binnen met een lofoffer, Zijn voorhoven met een lofzang; loof Hem, prijs Zijn Naam. Want de HEERE is goed, Zijn goedertierenheid is voor eeuwig, Zijn trouw van generatie op generatie (SV: van geslacht tot geslacht).” (Psalm 100:1-5)

5. Dan

“Toen zei Rachel: God heeft mij recht verschaft. Ook heeft Hij naar mijn stem geluisterd en mij (via haar slavin Bilha – zie vers 4-5) een zoon gegeven. Daarom gaf zij hem de naam Dan.” (Genesis 30:6)
De betekenis van de naam “Dan” is: “RECHTER”. Dit doet ons denken aan Gods bemoeienissen met Zijn kinderen. In dit verband staat er geschreven: “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?” (1 Petrus 4:17)
Wij moeten ons zelf ten allen tijde “beproeven” in het licht van Gods Woord. David heeft dit geopenbaard gekregen. In Psalm 36 vers 10 zegt hij: “Want bij U is de bron van het leven; in Uw licht zien wij het licht.”
Bestudeer in dit verband eveneens:
“Een smeltkroes is er voor het zilver en een oven voor het goud, maar de HEERE beproeft de harten.”“Al zijn wegen zijn iemand recht in zijn eigen ogen, maar de HEERE toetst de harten.”“Wanneer u zegt: Zie, wij hebben dat niet geweten, zal Hij Die de harten toetst, dat niet merken? Hij Die uw ziel gadeslaat, zal Hìj het niet weten? Immers, Hij zal een mens vergelden naar zijn werk.” (Spreuken 17:3, 21:2 en 24:12)
“Maar, zoals wij door God beproefd zijn om ons het Evangelie toe te vertrouwen, zo spreken wij, niet om mensen te behagen, maar God, Die onze harten beproeft.” (1 Thessalonicenzen 2:4)
“En Hij Die de harten doorzoekt, weet wat het denken (SV: de mening) van de Geest is, omdat Hij naar de wil van God voor de heiligen pleit.” (Romeinen 8:27)
“En God, de Kenner van de harten, heeft getuigenis aan hen gegeven door hun de Heilige Geest te geven, evenals aan ons.” (Handelingen 15:8)
“En zij baden en zeiden: U Heere, Kenner van het hart van allen, wijs van deze twee er één aan, die U uitgekozen (SV: uitverkoren) hebt. (Handelingen 1:24)
“Want als wij onszelf zouden beoordelen, zouden wij niet geoordeeld worden.” (1 Korinthe 11:31)

Net als Dan zijn ook de volgende vier zonen kinderen van de dienstmaagden Bilha en Zilpa, wier namen betekenen: “de verschrikkelijke God” en “de vertrouwde”. Er staat geschreven dat God verschrikkelijk is in Zijn oordelen: “Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen, en niets vermogen; zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben; het zal een eeuwige schande zijn, zij zal niet vergeten worden.” (Jeremia 20:11, SV)
Laten wij ook nog Daniël 9:4 en Hebreeën 10:31 lezen:
“Ik bad tot de HEERE, mijn God, en deed belijdenis en zei: Och Heere, grote en ontzagwekkende (SV: verschrikkelijke) God, Die Zich houdt aan het verbond en de goedertierenheid ten aanzien van hen die Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen.”
“Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God.”

6. Naftali

“Toen zei Rachel: Ik heb een zware strijd (SV: worstelingen Gods) met mijn zuster gevoerd, en ik heb ook gewonnen. Daarom gaf zij hem de naam Naftali.” (Genesis 30:8)
De betekenis van de naam “Naftali” is: “WORSTELEN”. Het geloofsleven van de christen bestaat uit strijd, strijd en nogmaals strijd! Zonder strijd géén overwinning! In dit opzicht staat er geschreven: “Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.” (2 Timotheüs 4:7)
Daarom moeten wij de “volle wapenrusting” aantrekken: “Verder, mijn broeders, wordt gesterkt (SV: word krachtig) in de Heere en in de sterkte van Zijn macht. Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden. Houd dan stand, uw middel (SV: uw lenden [2]) omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede. Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen. En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord, terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen. Bid ook voor mij, opdat mij het Woord gegeven wordt bij het openen van mijn mond, om met vrijmoedigheid het geheimenis (SV: de verborgenheid) van het Evangelie bekend te maken, waarvan ik een gezant ben in ketenen, opdat ik daarin vrijmoedig mag spreken, zoals ik moet spreken.” (Efeze 6:10-20)

7. Gad

“Toen zei Lea: Het geluk is gekomen (SV: Er komt een hoop)! En zij gaf hem de naam Gad.” (Genesis 30:11)
De betekenis van de naam “Gad” is: “EEN LEVENDE HOOP”. Hoop betekent hier een verzameling mensen (een hoop of een bende). Wij zijn geroepen om dit leven niet alleen te leven, maar “tot de gemeenschap van de Zoon” en ook “tot de gemeenschap met elkander” (= de gemeenschap der heiligen, de levende of levend gemaakte hoop). Lees 1 Johannes 1 vers 3 en Hebreeën 10 vers 25:
“Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij u, opdat ook u gemeenschap met ons hebt; en deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus.”
“Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.”
Lees in dit verband eveneens Psalm 68:7 (SV): “Een God, Die de eenzamen zet in een huisgezin, uitvoert, die in boeien gevangen zijn; maar de afvalligen wonen in het dorre.”

8. Aser

“Toen zei Lea: Wat ben ik gelukkig! Want de vrouwen zullen mij gelukkig prijzen. En zij gaf hem de naam Aser.” (Genesis 30:13)
De betekenis van de naam “Aser” is: “GELUKKIG”. Wanneer wij weten door het geloof “vergeving van zonden” ontvangen te hebben, “verlost zijn”, overgezet zijn in het Koninkrijk van licht (van “de Zoon Zijner liefde”), “geroepen zijn om te leven in gemeenschap met God en alle heiligen in het licht”…, zo is het vanzelfsprekend, dat wij allemaal gelukkig zijn in Christus! Amen. Onderzoek in dit verband Johannes 13 vers 17: “Als u deze dingen weet, zalig bent u als u ze doet.”

9. Issaschar

“Toen zei Lea: God heeft mij beloond, omdat ik mijn slavin aan mijn man gegeven heb. En zij gaf hem de naam Issaschar.” (Genesis 30:18)
De betekenis van de naam “Issaschar” is: “LOON”. Waarlijk, God loont allen en alles in Christus, indien ook allen en alles op Zijn altaar – het kruis – gelegd zijn! Laten wij in dit licht en verband Hebreeën 12:2 en 11:26 lezen: “Terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God.”“Hij (= Mozes) beschouwde de smaad van Christus als grotere rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij had het loon voor ogen (SV: hij zag op de vergelding des loons).”
Let ook op wat als het ware Christus’ afscheidsgroet is in Openbaring 22:7 en 12: “En zie, Ik kom spoedig. Zalig is hij die de woorden van de profetie van dit boek in acht neemt.”“En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn.”
En let ook op het getuigenis van de apostel Paulus ten aanzien van het verkrijgen van loon in 1 Korinthe 9 vers 24: “Weet u niet dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt.”

10. Zebulon

“Lea zei toen: God heeft mij, ja mij, een mooi geschenk gegeven; ditmaal zal mijn man bij mìj komen wonen (SV: mij bijwonen), want ik heb hem zes zonen gebaard. En zij gaf hem de naam Zebulon.” (Genesis 30:20)
De betekenis van de naam “Zebulon” is: “BIJWONEN”. Wij verwijzen naar:
“Ja, goedheid en goedertierenheid (SV: verschrikkelijke) zullen mij volgen al de dagen van mijn leven. Ik zal in het huis van de HEERE blijven tot in lengte van dagen.” (Psalm 23:6)
“In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.” (Johannes 14:2)
“Maar wij hebben goede moed en wij hebben er meer behagen in om uit het lichaam uit te wonen en bij de Heere in te wonen.” (2 Korinthe 5:8)
“En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent (SV: tabernakel) van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.” (Openbaring 21:3)
Straks is alle strijd gestreden en wij zijn dan voor eeuwig THUIS – bij de Vader! Merk op, dat Zebulon Lea’s laatste zoon was!!

11. Jozef

“Zij (= Rachel) gaf hem de naam Jozef en zei: Moge de HEERE mij nog een zoon geven!” (Genesis 30:24)
De betekenis van de naam “Jozef” is: “TOEVOEGEN”. Dit spreekt ons van Hem Die ons als Leidsman en Gids is “toegevoegd”. Jozef was “een vruchtbare tak”, zo staat er in Genesis 49 vers 22:
“Jozef is een jonge vruchtbare boom (SV: een vruchtbare tak), een jonge vruchtbare boom bij een bron (SV: een vruchtbare tak aan een fontein). Elk van zijn takken loopt over de muur.”
Jozef heeft zijn eigen volk van de ondergang gered. Hij is het zuivere type van Christus en ook van de Heilige Geest.

12. Benjamin

“En het gebeurde, toen haar ziel het lichaam verliet, want zij (= Rachel) stierf, dat zij hem de naam Ben-oni gaf. Zijn vader gaf hem echter de naam Benjamin.” (Genesis 35:18)
Aanvankelijk heette hij dus: “Ben-oni”, wat “ZOON DER SMARTEN” betekent. Jakob heeft hem echter “Benjamin” genoemd, wat “zoon van mijn rechterhand” of “zoon der vertroosting” betekent. In zijn leven zijn dus kruis en heerlijkheid aan elkaar gekoppeld! Wonden, bloed èn kroon zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden; scheiding is onmogelijk! Zo is het van God verordineerd. Van Jezus staat geschreven: “…nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, (heeft Hij) Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen.” (Hebreeën 1:3b)
Laten wij ook Handelingen 2:32-33 en Filippenzen 2:9 onderzoeken:
“Deze Jezus heeft God doen opstaan (SV: opgewekt), waarvan wij allen getuigen zijn. Hij dan, Die door de rechterhand van God verhoogd is en de belofte van de Heilige Geest ontvangen heeft van de Vader, heeft dit uitgestort wat u nu ziet en hoort.”
“Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam.”
En zo zal het ook zijn met allen die met dezelfde doop gedoopt worden. Lijden en loon zullen eenmaal in de hemel elkaar ontmoeten.
Amen.
God zij de glorie.

CJH Theys
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

**********************************************************************************

[1] De Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] 1 Petrus 1:13, Omgord daarom de lendenen van uw verstand, wees nuchter en hoop volkomen op de genade die u gebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus.” (noot AK)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Israël/huis van Israël, Studie van CJH Theys, Woord en Geest | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

De Russische opmars (2) – Zegen na benauwdheid

Jacob in gevecht met de engel te Pniel

Rusland opnieuw grootmacht

Het Groot-Russische rijk is in aantocht. Natuurlijk is men hier in het Westen weer gauw geneigd om dit niet serieus te nemen (men wil hier nu eenmaal niet leren van de geschiedenis), maar uit bepaalde bronnen blijkt, dat achter de schermen nog grotere machten werkzaam zijn.
Het heeft er alles van weg dat de ineenstorting van de Sovjet-Unie alleen maar een “truc” is geweest om zich van allerlei “blokken aan het been”, te ontdoen en om het Westen zand in de ogen te strooien!

Belofte van verlossing

In ieder geval is de vervulling van de profetie van Ezechiël 38 en 39 zeer dichtbij. En dit is heus niet een op zichzelf staande profetie in de Bijbel. Vele andere profeten maken er melding van. We lezen er bijvoorbeeld ook over in Joël 2 (zie hiervoor onze uitgave: “Crises van de eindtijd” [1]) en vooral ook in het boek Jeremia, waar met “de macht van het noorden”, niet alleen maar het toenmalig Babylonisch rijk bedoeld wordt (dat, nader bepaald, meer in het nabije noordoosten gelegen was). Het is beslist niet zonder zin, als God in Ezechiël 39 vers 8 zegt:

  • Ziet, het komt en zal geschieden…; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb (namelijk ook door andere profeten!). [2]

Deze tijd staat voor de deur. Houd er rekening mee. Doe nu wat God in Zijn Woord van u vraagt! Opnieuw zal blijken dat God de geschiedenis schrijft en in Zijn hand heeft. Ook dit is een onderdeel van Zijn Raadsplan. Jakob (= Israël) zal door het Voorhangsel gaan en een volk zal voortkomen, dat het vlees geheel gekruisigd heeft:

  • En dit zijn de woorden, die de HEERE gesproken heeft van Israël en van Juda. Want zo zegt de HEERE: Wij horen een stem der verschrikking; er is vrees en geen vrede. Vraagt toch en ziet, of een manspersoon baart? Waarom zie Ik dan iedere mans handen op zijn lenden (HSV: heupen), als van een barende vrouw, en alle aangezichten veranderd in bleekheid? O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob [3]; nog zal hij daaruit verlost worden. Want het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen, dat Ik zijn juk van uw hals verbreken, en uw banden verscheuren zal; en vreemden zullen zich niet meer van hem doen dienen. Maar zij zullen dienen de HEERE, hun God, en hun koning David, die Ik hun verwekken zal (HSV: hun Koning David, Die Ik hun zal doen opstaan).” (Jeremia 30:4-9)

God zal verlossing geven en Hij zal dat volk dat dan zal voortkomen een grote zegen bereiden.

.

De gevangenis van satan verbroken

Zo lezen wij ook in Ezechiël 39:25-29, dat wij nu laten volgen en waarbij wij tussendoor meteen verklarende toelichting geven:

Vers 25:
“Daarom zo zegt de Heere HEERE: Nu zal Ik Jakobs gevangenen wederbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israëls, en Ik zal ijveren over Mijn heiligen Naam.”
Dit “nu” van ontferming valt dus duidelijk NA die tijd van grote benauwdheid!

Vers 26:
“Als zij hun schande zullen gedragen hebben en al hun overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker (HSV: onbezorgd) woonden en er niemand was die hen verschrikte.”
Zie voor dit laatste Ezechiël 38 vers 11 [4], dat in het vorige artikel (De Russische opmars, deel 1) met name gelokaliseerd werd als West-Europa!

Vers 27:
“Als Ik hen zal hebben wedergebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen hunner vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen.”
Dit “wederbrengen” krijgt dus zijn beslag IN die tijd van benauwdheid en moet daarom duidelijk verstaan worden als een wederom komen tot God en een breken met de goddeloze zeden der heidenen!

Vers 28:
“Dan zullen zij weten, dat Ik, de Here, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk (= als gevangenen) heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weder verzameld in hun land en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.”
Zij worden dan verlost uit de gevangenis van satan – de gevangenis van zonde, ziekte en dood – en zij zullen “bij de Here wonen”. Dit laatste duidt op een zegenrijke geestelijke staat en wordt nader uitgewerkt in de hoofdstukken 35 en 36 van Ezechiël, de hoofdstukken die in het teken staan van “de Borstlap van de hogepriester”. [5] Voor de duidelijkheid stellen wij hier met nadruk dat wij niets “vergeestelijken”. Alles moeten wij LETTERLIJK verstaan, maar dan NIET op ONgeestelijke, maar op geestelijke wijze! Het is wel “de taal van God”, waarmee wij hier te maken hebben. Dat mogen we niet vergeten! Welk een tijd van grote GEESTELIJKE ZEGEN er dan aanbreekt, leert ons dan nog het vervolg en slot:

Vers 29:
“En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israëls zal hebben uitgegoten, spreekt de Here HERE”.
Dan is de tijd van de Spade-Regen-opwekking [6] aangebroken, de tijd waarover wij ook lezen in (onder meer) Joël 2 vers 18-29:

  • Zo zal de HEERE ijveren over Zijn land, en Hij zal Zijn volk verschonen. En de HEERE zal antwoorden en tot Zijn volk zeggen: Ziet, Ik zend ulieden het koren, en de most, en de olie, dat gij daarvan verzadigd zult worden; en Ik zal u niet meer overgeven tot een smaadheid onder de heidenen. En Ik zal dien van het noorden verre van ulieden doen vertrekken, en hem wegdrijven in een dor en woest land, zijn aangezicht naar de Oostzee, en zijn einde naar de achterste zee; en zijn stank zal opgaan, en zijn vuiligheid zal opgaan; want hij heeft grote dingen gedaan. Vrees niet, o land! verheug u, en wees blijde; want de HEERE heeft grote dingen gedaan. Vreest niet, gij beesten des velds! want de weiden der woestijn zullen weder jong gras voortbrengen; want het geboomte zal zijn vrucht dragen, de wijnstok en vijgeboom zullen hun vermogen geven. En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in de HEERE, uw God; want Hij zal u geven die Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u de (geestelijke) regen doen nederdalen, de vroege regen en de spade (HSV: late) regen in de eerste maand (beter gezegd: zoals voorheen = zoals IN HET BEGIN, in de tijd van de eerste Gemeente). En de dorsvloeren zullen vol koren zijn, en de perskuipen van most en olie overlopen. Alzo zal Ik ulieden de jaren vergelden, die de sprinkhaan, de kever, en de kruidworm, en de rups heeft afgegeten; Mijn groot heir, dat Ik onder u gezonden heb (HSV: Ik zal u de jaren vergoeden die de veldsprinkhaan, de jonge sprinkhaan, de zwermsprinkhaan en de treksprinkhaan hebben opgegeten, Mijn grote leger, dat Ik op u had afgestuurd). En gij zult overvloedig en tot verzadiging eten, en prijzen de Naam des HEEREN, uw God, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden tot in eeuwigheid. En gij zult weten, dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik de HEERE, uw God, ben, en niemand meer; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid. En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal UITGIETEN over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest UITGIETEN.

Dan krijgt de Bruidsgemeente gestalte.

.

  • KLIK HIER als u deze GRATIS studie verder wilt lezen of downloaden
    (PDF, o.a. geschikt voor smartphone of e-reader)

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

*********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie Crises van de eindtijd (Goddelijke gerichten vanaf de tijd van de grote afval, volgens de beschrijving van het boek -en de profeet- Joël)van H. Siliakus. (noot AK)
[2] Deze Bijbelteksten zijn vermeld in de Statenvertaling, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie De benauwdheid van Jakobvan H. Siliakus. (noot AK)
[4] Ezechiël 38:11 (HSV), “U zult zeggen: Ik zal optrekken tegen een niet ommuurd land, komen bij mensen die rustig en onbezorgd wonen, die allen zonder muur en grendel wonen en geen poorten hebben.”
[5] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (14b): De geestelijke heerlijkheids-klederen van Christus – waar ook Gods dienaren in hebben te wandelen om te kunnen dienenvan E. van den Worm. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze studie De ‘Spade Regen opwekking’ (n.a.v. de UITSTORTING van Gods Geest in de eindtijd)van H. Siliakus. (noot AK)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Genadetijd Gods, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Tekenen vd eindtijd, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De wederkomst van Christus

Gods Evangelie

Hoe en wanneer

Dezelfde Jezus Die heenging naar Zijn Vader, zal spoedig terugkomen voor de Zijnen.
Handelingen 1:11 – “Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan” – was de mededeling van de twee mannen in witte kleding op de Olijfberg, NA Jezus’ hemelvaart.
Jezus waarschuwde dat er vele valse christussen zouden komen, en zij zijn gekomen en meer zullen er nog volgen. Zo zeker als deze voorzegging in vervulling is gegaan, zo zeker zullen ook de voorzeggingen aangaande Jezus’ wederkomst vervuld worden.
Wij zien uit naar de persoonlijke terugkeer van onze Heer en Zaligmaker, Jezus Christus. De wijze waarop Hij zal wederkomen, wordt ons verteld in 1 Thessalonicenzen 4 vers 15-18:

  • “Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij, die levend zullen overblijven tot de (persoonlijke = lijfelijke en dus ZICHTBARE weder)komst van de Heere, de (gelovige) ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin (= de laatste bazuin – zie 1 Korinthe 15:51-52) van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus (gestorven) zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die (ter BEWARING, op aarde – AK) overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. [1] En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. Zo dan, troost elkaar met deze woorden.” [2]

Deze hemelse “visitatie” (= Latijn voor ‘bezoeken’ of ‘opwachting maken’) zal ingeluid worden door overwinningsgeroep. Christus zal met luider stem de Zijnen tot Zich vergaderen (zie 1 Thess. 4:16a). Tegelijkertijd zal ook de laatste bazuin weerklinken:

  • “Zie, ik vertel u een geheimenis (SV: een verborgenheid): Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.” (1 Korinthiërs 15:51-52)

De eerste opstanding – Dit is de eerste opstanding (Openbaring 20:5b) – en de verheerlijking zullen dan plaats hebben.
De opstanding van de rechtvaardigen is een sleutel tot het juiste begrip van de tijd van Jezus’ wederkomst.
Er worden in het boek Openbaring twee groepen van martelaren vermeld. Beide groepen worden opgewekt bij de eerste opstanding. De eerste groep zijn zij die voor Christus sterven onder de opening van het vijfde zegel:

  • “En toen het Lam het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht (SV: gedood) waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden. En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen? En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad (SV: lange witte klederen) En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die evenals zij gedood zouden worden, volledig (vervuld) zou zijn geworden.” (Openbaring 6:9-11) [3]

Dit zijn de martelaren van onze dagen. Hun wordt gezegd te wachten op hun broeders (en zusters) die op dezelfde wijze als zij gedood zullen worden.
De broeders (en zusters) van de tweede groep van martelaren zijn zij die het merkteken van de antichrist zullen weigeren gedurende de tijd van de Grote Verdrukking:

  • “En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, 1000 jaar lang. [4] Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de 1000 jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding.” (Openbaring 20:4-5) [5]

Dezen sterven omdat zij de antichrist (ten tijde van de Grote Verdrukking) weerstaan en zijn inbegrepen bij degenen die bij de eerste opstanding – de opstanding van de rechtvaardigen – worden opgewekt.
Daarom kan de opname [6] (= het “opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht” – AK) van de gelovigen niet plaats hebben voordat zij allen gestorven zijn of, met andere woorden, deze opname (in de lucht) moet plaats hebben aan het eind van de Grote Verdrukking.

.

De toevergadering of opname

Paulus spreekt opnieuw over de wederkomst van Christus als hij het in 2 Thessalonicenzen 2:1 heeft over “onze toevergadering tot Hem”:

  • “En wij vragen (SV: bidden) u dringend, broeders, met betrekking tot de (weder)komst van onze Heere Jezus Christus en onze vereniging met (SV: toevergadering tot)

In hetzelfde hoofdstuk vermeldt Paulus ook dat die dag niet komt: “tenzij eerst de afval (van God en gebod) gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf (= de antichrist), geopenbaard is.” (2 Thessalonicenzen 2:3)
De antichrist moet eerst op het toneel verschijnen om zijn merkteken aan te brengen op de goddeloze mensen, hetwelk dan door de martelaren – die aan de eerste opstanding zullen deelhebben – zal worden geweigerd. Neem er nota van dat Paulus hier in 2 Thessalonicenzen spreekt over “onze toevergadering tot Christus”.
Jezus spreekt over hetzelfde moment in de tijd in Mattheüs 24 vers 31:

  • “En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen (SV: bijeenvergaderen) uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan.”

Ook hier gaat het over “onze toevergadering tot Hem” en over het weerklinken van de bazuin, oftewel over de opname (in de lucht).
Jezus geeft verder in Mattheüs 24:29 een zeer nauwkeurige tijdsbepaling voor deze gebeurtenis:

  • “En meteen na de (GROTE [7]) verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden.”

Jezus stelt hiermee vast dat deze gebeurtenis aan het eind van de tijdsperiode van de Grote verdrukking zal plaats hebben.
Waar zou iemand betrouwbaarder inlichtingen kunnen bekomen over de opname (in de lucht) en de Wederkomst [8] dan bij de Wederkomende Zelf?

.

Parousia en epiphaneia

Twee belangrijke woorden worden in het Nieuwe Testament gebruikt in verband met Jezus’ wederkomst.
Het ene woord is “parousia”, wat vertaald is door “komst” en waar doorgaans mee bedoeld wordt de tegenwoordigheid van Christus die de opname (in de lucht) van de heiligen bewerkstelligt.
Het andere woord is “epiphaneia”, dat vertaald is door “verschijning” (“uitstraling”).
Paulus toont ons in 2 Thessalonicenzen 2:8 dat de beide woorden betrekking hebben op één en dezelfde gebeurtenis en tijdsperiode:

  • “En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem (= de antichrist) verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn (weder)

De antichrist zal worden vernietigd door de verschijning (“epiphaneia”) van Jezus’ komst (“parousia”).
Ook in 2 Thessalonicenzen 1:6-10 maakt Paulus duidelijk, dat “verschijning” en “komst” op dezelfde gebeurtenis duiden:

  • “Het is immers rechtvaardig van God verdrukking te vergelden aan hen die u verdrukken, en aan u die verdrukt wordt, samen met ons verlichting (SV: verkwikking) te geven bij de openbaring van de Heere Jezus vanuit de hemel met de engelen van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht, wanneer Hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die geloven (want bij u vond ons getuigenis geloof).”

Merk op dat dit plaats zal hebben “wanneer Hij zal gekomen zijn om… verheerlijkt te worden in Zijn heiligen (2 Thess. 1:10a).
Is dit niet de opname (in de lucht), de tijd van de eerste opstanding?
In welke richting de verwachting van de Gemeente moet gaan, blijkt uit Titus 2 vers 13:

  • “Terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.”

De Gemeente moet uitzien naar de vervulling van “de zalige hoop” van Zijn verschijning (“epiphaneia”).
Paulus verklaart dat Jezus verschijning de tijd zal zijn van het oordeel van de levenden en de doden en de inleiding tot (ofwel de aanvang van) Zijn Koninkrijk:

  • “Ik bezweer u, ten overstaan van (SV: Ik betuig dan voor) God en de Heere Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk:…” (2 Timotheüs 4:1)

De Schriften zijn er zeer stellig over dat Jezus weerkomt, en dat zeer spoedig. Hij komt aan het eind van de Grote Verdrukking (lijfelijk en dus voor een ieder zichtbaar terug – AK). Hij zal de Zijnen tot zich vergaderen als Hij komt. Deze komst zal dus een zichtbare “verschijning” zijn.

.

Een wereldschokkend gebeuren

“Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben zegt Openbaring 1 vers 7a. [9]
Wanneer Hij komt, zal aller oog Hem zien, staat in hetzelfde vers. Dat houdt in: de gehele mensheid. In Mattheüs 24:30 wordt dit door Jezus bevestigd:

  • “En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen (SV: al de geslachten) van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid.”

Hij komt met de wolken, met heerlijkheid en grote kracht. Men zal Hem zien als Hij komt. Ook in Markus 13:24-26 staat dit vermeld:

  • “Maar in die dagen, na die (GROTE [10]) verdrukking, zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven. En de sterren van de hemel zullen daaruit vallen en de krachten in de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zullen ze de Zoon des mensen zien komen in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid.”

En ook daar – in Markus 13:24-26 – proclameert het Woord dat deze tijdsperiode zal aanbreken aan het eind van de Grote Verdrukking.
Wij weten dat Jezus’ komst met de wolken de komst van de opname (in de lucht) is, want Paulus vertelt ons dat in 1 Thessalonicenzen 4 vers 17:

  • “Daarna zullen wij, de levenden die (ter BEWARING, op aarde – AK) overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. [11] En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.”

Er is maar één zichtbare wederkomst en het Woord van God plaatst deze gebeurtenis duidelijk aan het eind van de tijd van de Grote Verdrukking (over Zijn komst als Bruidegom spreekt de schrijver hier niet; deze heeft plaats vóór de Grote Verdrukking – HS).
Hij zal komen “als een dief”:

  • “Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht.” (1 Thessalonicenzen 5:2)

Algemeen wordt hieruit de gevolgtrekking gemaakt dat de wederkomst van Christus ons zal overrompelen. Paulus maakt echter de aantekening dat degenen die “broeders” genaamd worden, “die dag niet als een dief zou bevangen” (SV):

  • “Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen.” (1 Thessalonicenzen 5:4)

Alleen zij die “in duisternis” wandelen zullen erdoor overvallen worden. Zij die in het licht wandelen zullen gereed zijn (dit zal de Bruidsgemeente zijn die vóór de Grote Verdrukking wordt weggenomen – niet opgenomen [12] – en bewaard wordt “in de woestijn”, zie Openbaring 12:6 en 14 [13] – HS).
Jezus plaatst Zijn “komst als een dief” in de tijd van de Slag van Armageddon:

  • “Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren (in geestelijke zin) acht geeft, zodat hij niet naakt zal rondlopen en men zijn schaamte niet zal zien. En hij verzamelde hen (degenen vermeld in vers 14) op de plaats die in het Hebreeuws Armageddon wordt genoemd.” (Openbaring 16:15-16) [14]

Deze Slag van Armageddon zal plaatsvinden aan het eind van de Grote Verdrukking.
De leer van de Schrift als geheel is dat Hij wederkomt, onze Here Jezus Christus. En Hij komt om hier op aarde Zijn 1000-jarig Vrederijk [15] te vestigen.

.

Rev. C. Joe McKnight
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (o.a. te lezen via smartphone of e-reader)

***********************************************************************************

[1] Laten wij nu eens kijken wat De Studiebijbel (deel 8) te zeggen heeft:
Het Griekse woord “harpazomai” (d.i. ‘gegrepen worden’, ‘weggenomen worden’) (door de Statenvertaling vertaald met “opgenomen worden” – noot AK), spreekt over een plotselinge verplaatsing door goddelijk ingrijpen (zie Hand. 8:39 en Openb. 12:5 – vergelijk Gen. 5:24 en 2 Kon. 2:11). …
Het Griekse woord “eis apantēsin” (letterlijk: naar de ontmoeting) (door de Statenvertaling vertaald met “tegemoet” – noot AK), was de vaste uitdrukking voor het buiten de stad tegemoet gaan en verwelkomen van een belangrijke bezoeker (zie Matth. 25:6 en Hand. 28:15), meestal een vorst, om hem een geleide te geven bij zijn aankomst.
‘In de lucht’ geeft aan waar de ontmoeting plaatsvindt: tussen hemel en aarde. Het blijft hier onduidelijk
–> of de Heer met Zijn Gemeente eerst terugkeert naar de hemel (vergelijk Joh. 14:3),
–> of dat, NA de ontmoeting, de Gemeente de Heer begeleidt naar de aarde.
Het eis apantēsin pleit voor het laatste.
(Tot zover de uitleg uit De Studiebijbel).
Het lijkt alsof de uitleggers van De Studiebijbel zelf schijnen te twijfelen over de juistheid van hun bevinding dat het Griekse woord “eis apantēsin” pleit voor het feit dat – na de ontmoeting in de lucht – de Gemeente de Heer begeleidt naar de aarde. (noot AK)
[2] De Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[3] Voor meer UITLEG over deze verzen, zie onze studie van het Boek Openbaring, hoofdstuk 6 van CJH Theys en/of Openbaring, hoofdstuk 6van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Voor meer UITLEG over deze verzen, zie onze studie van het Boek Openbaring, hoofdstuk 20 van CJH Theys en/of Openbaring, hoofdstuk 20van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Zie eventueel ons artikelEen ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ? van A. Klein
en/of
De wegname en opname van de Gemeente en… Christus’ wederkomst van H. Siliakus. (noot AK)
[7] Mattheüs 24:21, “Want dan zal er een GROTE VERDRUKKING zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal.” (noot AK)
[8] Zie eventueel ons artikelDe wederkomst van Christus nader bekekenvan A. Klein. (noot AK)
[9] Voor meer UITLEG over dit vers, zie onze studie van het Boek Openbaring, hoofdstuk 1 van CJH Theys en/of Openbaring, hoofdstuk 1van E. van den Worm. (noot AK)
[10] Zie noot 7.
[11] Zie noot 1.
[12] Zie noot 6.
[13] Openbaring 12:6, “En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden 1260 dagen (= 3,5 jaar – de periode van de Grote Verdrukking).”
Openbaring 12:14, “En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd (= 3,5 jaar – de periode van de Grote Verdrukking), buiten het gezicht van de slang (= de antichrist).”
–>
Voor meer UITLEG over deze verzen, zie onze studie van het Boek Openbaring, hoofdstuk 12 van CJH Theys en/of Openbaring, hoofdstuk 12van E. van den Worm. (noot AK)
[14] Voor meer UITLEG over deze verzen, zie onze studie van het Boek Openbaring, hoofdstuk 16 van CJH Theys en/of Openbaring, hoofdstuk 16van E. van den Worm. (noot AK)
[15] Zie noot 4.

.

Geplaatst in 1000-jarig Rijk van Christus, BEWARING voor de grote verdrukking, Bijbelstudie, De antichrist(elijke tijd), de grote verdrukking, Eindtijdstudie, Nuttige studie als 'basiskennis', Tekenen vd eindtijd, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De Russische opmars (1) – Het Pniël van de eindtijd

Jacob in gevecht met de engel te Pniel

Nabij

De huidige ontwikkelingen in Rusland geven ons aanleiding om ons opnieuw te verdiepen in de profetie van Ezechiël 38 en 39, de zogenaamde Russische hoofdstukken. Er is alle reden voor om te verwachten dat de vervulling van deze profetie over de aanval van Gog op Israël nabij is. Een agressief Rusland zal de wereld in een 3de Wereldoorlog storten:

  • “En gij zult optrekken tegen Mijn volk Israël, als een wolk, om het land te bedekken; in het laatste der dagen zal het geschieden; dan zal Ik u aanbrengen tegen Mijn land, opdat de heidenen Mij kennen, als Ik aan u, o Gog! voor hun ogen zal geheiligd worden.” (Ezechiël 38:16, SV) [1]

Aldus heeft God gesproken. En het zal geschieden!

.

Strijd om de wereldhegemonie

De hoofdstukken 33 tot en met 37 van het boek Ezechiël handelen over het geestelijk herstel en over de geestelijke zegeningen die het volk des Heren mag verwachten in het einde der dagen. In het 38ste hoofdstuk en het erop volgende wordt nog eenmaal teruggekeerd naar de aardse werkelijkheid, dat wil zeggen: naar het wereldgebeuren.
Dan wordt ons verteld dat aan die machtige uitstorting van de Heilige Geest – de Spade Regen [2], bedoeld in onder andere Ezechiël 37:14 [3] en genoemd uiteindelijk in Ezechiël 39:29 [4] – een grote wereldoorlog zal voorafgaan, waarbij zowel Israël (het 10-stammenrijk) als Juda (het 2-stammenrijk) betrokken zullen zijn. [5]
De vele hier met name genoemde volkeren die tegen Israël zullen optrekken, volkeren die verder in de Bijbel nergens een rol van betekenis spelen, maken duidelijk dat het hierbij niet alleen maar om een geestelijke strijd gaat. Het zal een strijd wezen om de wereldhegemonie! En als die strijd tegen Israël gericht is, dan is er een eenvoudige conclusie te trekken. Dan betekent dit dat de leidende rol in de wereld tot op dat ogenblik zal berusten bij de Israëlvolkeren. Dit Israël wordt gevormd door de van oudsher christelijke naties van het Westen (zie onze Israëlstudie “Wederom Mijn volk[6]).
En dit is nu precies de toestand zoals zij nu is. De westerse landen hebben niet alleen de leiding in de wereld van onze dagen, maar houden die wereld voor een groot deel ook “draaiende”. Denk maar aan de ontwikkelingshulp en aan de voedsel-, kleding- en medicijnen-leveranties aan noodlijdende bevolkingen. Het zal in die grote oorlog, beschreven in Ezechiël 38 en 39, dus allereerst gaan om de wereldhegemonie. Maar ook om de rijkdommen van het Westen (zie voor dit laatste Ezechiël 38 vers 12):

  • “om roof te plegen, om buit te roven, om u (SV: uw hand) tegen de nu bewoonde puinhopen te keren en tegen een volk dat uit de heidenvolken verzameld is, dat vee en bezit verworven heeft, dat in het midden van het land woont.”

Een bijkomende, maar niet minder belangrijke factor zal de haat tegen het christelijke geloof en tegen het Jodendom zijn. We vernemen dan ook dat de meest militante islamitische volkeren van vandaag de dag mee zullen strijden aan de kant van Gog. Perzen (het huidige Iran), Moren of Cushieten (waarbij wij moeten denken aan landen als Ethiopië en Soedan) en Puteeërs (het tegenwoordige Libië) worden in Ezechiël 38:5 [7] genoemd.

.

De geografische bepalingen

De aanvoerende macht zal Rusland zijn. Gog wordt genoemd de vorst van Ros (het woord “hoofd” in “hoofdvorst”, dat dus beter onvertaald kan blijven), Mesech (= Moskou) en Tubal (= Tobolsk in Aziatisch Rusland). De naam Gog zullen wij waarschijnlijk symbolisch moeten opvatten en behoeft niet speciaal op een enkele persoon te duiden. De naam betekent “dak” of “uitbreiding”. Een dak overkoepelt of breidt zich uit over een huis. Hiermee kan dus een overkoepelende macht of instantie zijn bedoeld die leiding geeft aan een confederatie van verschillende volkeren. Waaronder ook Mongoolse volkeren, want een andere naam die hier genoemd wordt is Magog, waarmee een hele regio wordt aangeduid. Magogiërs zijn Mongoliërs. Een oude naam voor de Chinese muur is “de muur van Magog”. De Peshitta-bijbel (gebruikt in de christelijke kerken in het Midden-Oosten) heeft het in Ezechiël 38 over China en Mongolië. Wanneer wij in Ezechiël 39:6a lezen dat God zegt: “Ik zal vuur zenden in Magog en onder hen die onbezorgd de kustlanden (SV: eilanden) bewonen”, dan kan met die eilanden zelfs de Japanse archipel bedoeld worden, waar men inderdaad in grote welvaart en in vermeende veiligheid woont. Wellicht zal Japan als lachende derde toezien, maar het wordt niet gespaard!

.

  • KLIK HIER als u deze GRATIS studie verder wilt lezen of downloaden
    (PDF, o.a. geschikt voor smartphone of e-reader)

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

*********************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie De ‘Spade Regen opwekking’ (n.a.v. de UITSTORTING van Gods Geest in de eindtijd)van H. Siliakus. (noot AK)
[3] Ezechiël 37:14, “Ik zal Mijn Geest in u geven, u zult tot leven komen en Ik zal u in uw land zetten. Dan zult u weten dat Ík, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.”
[4] Ezechiël 39:29, “Ik zal Mijn aangezicht niet meer voor hen verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis van Israël heb uitgestort, spreekt de Heere HEERE.”
[5] Er is een verschil tussen Israël en het Jodendom. Wij willen dit in het kort proberen uit te leggen. In eerste instantie bestaat het volk van Israël uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het “huis van Israël” en het “huis van Juda” (de zgn. Joden). Het “huis van Israël” (ook wel Efraïm-Israël genoemd) is het 10-stammenrijk dat in de loop van de geschiedenis, door de Assyrische ballingschap, weggevoerd werd uit het beloofde land Kanaän/Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij, tot op heden, in het “verborgen” wonen. Het zijn vooral de zgn. “christelijke” landen in Noordwest-Europa en de landen, waar velen uit Noordwest-Europa later naar toe zijn geëmigreerd, zoals Amerika, Canada en Australië. Het “huis van Juda” is het 2-stammenrijk, namelijk het volk van Juda en Benjamin, dat in de dagen van Jezus rondwandeling op aarde in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. (Het huis van) Juda, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (zie Rom. 11:25). (noot AK)

[6] Wederom Mijn volk, deel 1: Hosea – De schrijver en het Boek
Deel 2:
Israël vóór de tijd van Hosea
Deel 3:
Israël in Hosea’s dagen
Deel 4:
Israëls wegvoering
Deel 5:
Omzwervingen en nieuwe woonplaats van Israël
Deel 6:
De bekering van Israël
Deel 7:
De toekomst van Juda
Deel 8: De benauwdheid van Jakob
Deel 9: Ná Jakobs benauwdheid (noot AK)

[7] Ezechiël 38:5, “Bij hen zijn Perzen, Cusjieten (SV: Moren) en Puteeërs, allen met schild en helm.”

.

Geplaatst in Bijbelstudie, De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Genadetijd Gods, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Tekenen vd eindtijd, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Een blik op het bloed

Bloed

Het menselijk bloed en hoe dat werkt is een wonder. Maar de wonderen van het Bloed van Jezus, zoals geopenbaard in de Bijbel, zijn nog groter. De belangrijkheid van het bloed is een thema dat door de hele Bijbel is heen-geweven en eveneens belangrijk door Gods plan van verlossing voor de mensheid.
In Genesis 4 lezen wij dat Kaïn en Abel hun offeranden aan God brachten. De één bracht een offer van de opbrengst van de akker, de ander bracht een dieroffer. In het Oude Testament typeerde de uitstorting van het bloed van een dier de bloedstorting van Jezus. Kaïn en Abel wisten beiden dat God een bloedoffer vroeg. Abels offer werd aanvaard, omdat hij gehoorzaam was. Dat van Kaïn werd verworpen, omdat het niet voldeed aan Gods eis.
“Want het leven (SV: de ziel) van het vlees is in het bloed, en Ik heb dat Zelf voor u op het altaar gegeven om voor uw leven verzoening te doen. Want het is het bloed dat door middel van het leven verzoening bewerkt (SV: dat voor de ziel verzoening zal doen).” (Leviticus 17:11) [1]
Dit werd geschreven in de tijd van Mozes. Ook vandaag de dag moeten wij erkennen dat de essentie van het fysieke leven in het bloed gelegen is.

Het leven is in het bloed

De mens heeft verbazingwekkende resultaten geboekt op het terrein van de medische wetenschap. Doctoren kunnen bij een operatie het hart even stilzetten om er iets aan te kunnen herstellen en zij kunnen het daarna door een elektrische schok opnieuw aan de gang brengen. Maar de Bijbel zegt niet dat het leven van het vlees in de hartslag verborgen is. God zegt in Leviticus 17 vers 11a: “het leven (SV: de ziel) van het vlees is in het bloed.”
Wanneer doctoren opereren, zorgen ze ervoor dat het bloed blijft circuleren. Het moet dan (als het hart is uitgeschakeld) door geweldige filters geleid en aan reinigingsprocessen worden onderworpen, maar zij houden de bloedstroom gaande. Wat gebeurt er als er bij iemand een bloedklonter (trombose) ontstaat? Daar waar het bloed als gevolg van de klonter niet meer circuleert, daar begint het lichaam te sterven. Het begint zwart te worden. Soms beweegt zich een bloedklonter naar het hart en veroorzaakt, eenmaal daar aangekomen, hartstilstand. De dood treedt daarna onmiddellijk in. “Het leven (SV: de ziel) van het vlees is in het bloed” – dit geldt voor het natuurlijke leven. Maar het is ook in geestelijke zin waar. Bloed is essentieel voor ‘s mensen verlossing.
“Daarom heb Ik het u op het altaar gegeven, om over uw zielen verzoening te doen; want het is het bloed, dat voor de ziel verzoening zal doen.” (Leviticus 17:11b, SV)

De dood binnengedrongen

De voorouders van geheel de mensheid, Adam en Eva, werden geschapen met rein bloed. God maakte hen “naar Zijn beeld en gelijkenis”. Zij wandelden en spraken met God. Zij leefden in gemeenschap met Hem. Maar iets gebeurde er in de Hof van Eden, waardoor “de dood tot alle mensen doorgegaan is”:
“Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12) God had gezegd:
“Maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.” (Genesis 2:17)
Toch at het eerste mensenpaar van de vrucht van deze boom en het gevolg was dat de dood binnentrad in wat eigenlijk de bron van het leven was, het bloed. De vloek van de dood ging over op de kinderen van Adam en Eva; en vandaag de dag, zo’n 6.000 jaar later, wordt de dood nog altijd in de bloedlijn van heel de menselijke familie gevonden. Elk kind wordt geboren met de Adamietische natuur, niet één is er volmaakt! Allen worden geboren met het bloed van Adam, waarin de dood gekomen is. Maar, het oordeel van de dood kan weggenomen worden:

  • “Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.” (1 Korinthe 15:22)

De dood is tot ons allen doorgegaan, zowel de fysieke als de geestelijke dood. Maar, in Christus kunnen wij levend gemaakt worden!
Bij de Oudtestamentische offeranden werd een dier geslacht, het bloed van hetzelve uitgestort en het leven aldus verbeurd. Dit alles wees heen naar de Redder, Die eenmaal Zijn eigen levensbloed zou uitgieten voor onze verzoening. Zonder de aanbrenging van het Bloed van Jezus [2] aan onze harten, kan de zonde niet worden weggenomen.

.

  • KLIK HIER als u deze GRATIS studie verder wilt lezen of downloaden
    (in smartphone-formaat).

RB Green
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

*********************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)

.

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Nuttige studie als 'basiskennis', Woord en Geest | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

De voetwassing in Bijbels licht

Voetwassing

Een derde sacrament?

Nadat onze Heiland voor de laatste maal het Pascha gevierd had met de Zijnen, bij welke gelegenheid Hij het Heilig Avondmaal instelde, stond Hij op, deed water in een bekken en begon de voeten van Zijn discipelen te wassen:
“Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging, 4 Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelf. 5 Daarna goot Hij water in het bekken (HSV: in de waskom), en begon de voeten van de discipelen te wassen, en af te drogen met de linnen doek, waarmee Hij omgord was.” (Johannes 13:3-5, SV)
Dit gedaan hebbende, sprak Hij:
“Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen.” (Johannes 13:14, SV)
Hieruit hebben sommigen afgeleid dat de voetwassing zoiets als een “derde sacrament” is en in bepaalde kerken wordt dit wassen van elkanders voeten nog altijd in letterlijke zin gepraktiseerd, wanneer men bijeenkomt. Naar onze mening is dit niet wat de Heer bedoelde. Sinds de Oude Bedeling plaatsmaakte voor de Nieuwe, is het dienen van God immers niet meer overwegend een zaak van uiterlijkheden! De tijd van de uitbeeldingen, de schaduwbeelden, is voorbij; het gaat er nu om dat wij God dienen “in geest en in waarheid”:

  • “Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.” (Johannes 4:23-24) [1]

Alleen voor het “treden in de gemeenschap met Jezus” en voor het “blijven in de gemeenschap met Jezus” zijn er nu nog begeleidende sacramenten – respectievelijk: de “doop” en het “Heilig Avondmaal” – maar voor het overige ligt alle nadruk op het wézenlijke, het gééstelijke:

  • “Want u bent niet tot een tastbare berg genaderd, en tot een brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind.” … “Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem [2] en tot tienduizendtallen van engelen, tot een feestelijke vergadering en de Gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid [3] zijn gekomen.” (Hebreeën 12:18 en 22-23)

Niet voor niets is de Nieuwtestamentische eredienst een uiterst sóbere. De prediking van het Wóórd staat centraal! Naar ons inzicht heeft de Here Jezus met Zijn opdracht “elkanders voeten te wassen” – een handeling waarvoor het nodig is te “bukken” – “slechts” willen zeggen dat er in Zijn Gemeente een geest van ware nederigheid, liefde en zelfverloochening moet heersen; een geest van “de één achte de ander uitnemender dan zichzelf”:
“Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de één de ander uitnemender dan zichzelf.” (Filippenzen 2:3, SV)

Jezus’ liefde voor Zijn Gemeente

Teveel echter valt de nadruk doorgaans op dit navolgingsbevel (niet dat dit niet belangrijk zou zijn, maar een afglijden naar ongeestelijke en extreme standpunten is hierbij geen denkbeeldig gevaar). Ook als iemand de voetwassing per sé als een sacrament wil beschouwen, blijft toch als het allerbelangrijkste: de daad van Jezus Zelf te begrijpen en te doorgronden.
Wat is de betekenis van de voetwassing, niet als door ons te herhalen daad, maar als daad van Jezus Zelf?

  • KLIK HIER als u deze GRATIS studie verder wilt lezen of downloaden
    (in smartphone-formaat).

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

********************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Het nieuwe Jeruzalem, de Bruid van het Lam van God, het lichaam van Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie De volmaaktheid in Christus, op aarde, in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van H Siliakus, Volmaaktheid in Christus, Wederkomst van Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De nacht waarin Jezus verraden wordt

afzondering

De dreiging van de draak

Hoe dichter wij komen tot de climax der tijden, des te helderder gaat het licht van het profetisch Woord schijnen. Sluiers die lange tijd vele delen van de Bijbel hebben bedekt gehouden, worden thans weggenomen en nu blijkt het Boek der boeken een rijkdom aan profetische boodschappen te bevatten. Boodschappen die niet altijd even vreugdevol zijn, integendeel. Maar vergeet niet, dat de climax van de tijd ook de climax van de strijd zal zijn, namelijk van de strijd tussen God en de duivel. Wij verwijzen hier naar wat beschreven wordt in Openbaring 12 [1], ontegenzeggelijk het hoogtepunt van deze strijd en een punt van waaruit lijnen lopen naar eerdere profetische gebeurtenissen en naar wat getrouwe kinderen Gods vandaag de dag ervaren.
Deze getrouwen ervaren hoe groot en reëel de macht en de dreiging is van de draak! Een Schriftgedeelte waarin deze dreiging bijna tastbaar is, is Psalm 12. Het is onmiskenbaar een profetische psalm, die handelt over de tijd waarin wij nu leven. Hoor hoe David in deze psalm in profetische vervoering weergeeft wat er vandaag de dag omgaat in de harten van de oprechte kinderen Gods en wat zij roepen tot God:

  • Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen. Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart… Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong… (Psalm 12:2-5a, SV)

Maar ongetwijfeld de meeste indruk maakt de opmerking waarmee hij de psalm beëindigt:

  • “De goddelozen draven rondom, wanneer de snoodsten (= de boosaardigste, misdadigste) van de mensenkinderen verhoogd worden.” (Psalm 12: 9, SV).

Woorden die na-echoën in onze ziel.

.

Het kwaad wordt verheerlijkt

Deze woorden tekenen helemaal de sfeer van de tijd, waarin vervuld zal worden wat in deze psalm voorzegt wordt. Het is een sombere en dreigende sfeer. Ze roept ons een gebeuren in herinnering, beschreven in het Nieuwe Testament. Net zo donker en dreigend wordt het tafereel, als er bij het vertrek van Judas – de verrader, vóórdat Jezus het Heilig Avondmaal zou instellen – zo veelzeggend vermeld wordt: “En het was nacht (Johannes 13:30b).
Daar is trouwens een vergelijking te maken tussen deze sombere en mistroostige nacht toen Jezus werd verraden en overgeleverd om gekruisigd te worden, en de tijd waarover de 12de psalm spreekt. Het gaat in deze psalm ook over een “avondtijd” of, zo u wilt, over een “profetische nacht”, het laatste der dagen. Het gaat hier over onze tijd, want nu zien wij gebeuren wat dat laatste, 9de vers van Psalm 12 beschrijft: “De goddelozen draven rondom”, de massa’s verzamelen zich en komen in beweging. Overal legt in onze tijd de massamens, met zijn gevaarlijke middelmatigheid, beslag op. Wij zien dit in de wereld, maar ook in de Gemeente / Kerk. En de “Barabassen” worden verhoogd. Nu, in onze dagen, lopen de massa’s te hoop om snode (= boosaardige, misdadige) en goddeloze leiders en idolen, waaronder de misleiders waarover Jezus sprak te bejubelen:

  • “En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Pas op dat niemand u misleidt. Want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen: Ik ben de Christus; en zij zullen velen misleiden.” (Mattheüs 24:4-5) [2]

Er kan haast geen twijfel meer over bestaan hoe ze straks de antichrist zullen binnenhalen en begroeten! Nu, in onze dagen, zijn wij er getuigen van, hoe men het kwaad verheerlijkt: “De snoodsten (de boosaardigste, misdadigste) van de mensenkinderen worden verhoogd.”
Het kwaad wordt niet langer alleen maar goedgesproken, het wordt verheerlijkt!  De losbandigheid en zedeloosheid wordt lof toegezongen. Ondanks zich snel uitbreidende epidemieën, de door Jezus aangekondigde pestilentiën, wordt allerlei soort van perversiteit [3] aangeprezen als een bevrijding van zinloze en gehate taboes.

Jezus opnieuw verraden

Dit alles grijpt plaats na 20 eeuwen van Evangelieprediking. Sta hierbij stil. Eigenlijk is het zo, dat Christus opnieuw verraden wordt, maar nu op veel grotere schaal dan toen: “De snoodsten van de mensenkinderen worden verhoogd.”
Dit houdt mede in dat de reinsten en met name de reinste (enkelvoud) onder de mensenkinderen worden vertrapt en gekruisigd. Wij zijn de profetische nacht ingegaan waarin Jezus verraden wordt. Wij zullen het meer en meer gaan merken.

Christus in ons

Niet alleen de hiervoor genoemde ontwikkelingen wijzen ons erop. Zij die waarlijk ernst maken met het volgen van Jezus en het bewaren van Gods Woord en die zich uitstrekken naar de volheid van de Geest, zullen het aan den lijve ondervinden. Zij krijgen het moeilijk, zelfs in Christelijk kringen, zelfs onder kinderen Gods. Wie niet meedoen met de moderne trends, liggen eruit.

  • KLIK HIER als u deze GRATIS studie verder wilt lezen of downloaden
    (in smartphone-formaat).

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

***********************************************************************************

[1] Voor UITLEG over dit hoofdstuk, zie onze studie van Openbaring hoofdstuk 12van CJH Theys en/of hoofdstuk 12van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[3] Perversiteit = In ruimere zin een ontsporing van het gevoelsleven of de aandriften die maakt dat men graag dingen doet die algemeen als weerzinwekkend worden beschouwd. De term wordt vaak gebruikt voor seksuele gedragingen die afwijken van het als normaal beschouwde patroon. (noot AK)
.
Geplaatst in BEWARING voor de grote verdrukking, Bijbelstudie, De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen