Leven en GROEIEN

Geestelijk nog onvolwassen

  • “De Here HEERE gaf Mij een tong van één die onderwijs ontving (SV: een tong der geleerden), zodat Ik weet met de vermoeide een woord op de juiste tijd te spreken. Hij wekt Mij elke morgen, Hij wekt Mij het oor, zodat Ik hoor als zij die onderwijs ontvangen. De Here HEERE heeft Mij het oor geopend, en Zelf ben Ik niet ongehoorzaam (SV: en Ik ben niet weerspannig), Ik wijk niet terug. Ik geef Mijn rug aan hen die Mij slaan, Mijn wangen aan hen die Mij de baard uitplukken. Mijn gezicht verberg Ik niet voor smaad en speeksel.” (Jesaja 50:4-6) [1]

Bovenstaand Schriftwoord heeft mij er toe gebracht om ditmaal iets te schrijven over “Leven en GROEIEN”. Vanzelfsprekend in, met en door Christus, van Wie de profeet hier gesproken heeft als Gods volmaakte Dienstknecht. Waarachtige gelovigen kunnen dit “Leven en GROEIEN” niet alleen van Hem leren; maar zij vinden dit alles ook alléén in Hem Die daarvoor op aarde kwam.
In deze laatste dagen, nu het einde in zicht komt – moge een biddende studie van de Bijbel ons allen hiervan overtuigen – is dit “Leven en GROEIEN” meer dan ooit tevoren een dringende noodzaak geworden. Er is zo ontzaglijk veel haast in het leven van alle dag in deze tijd, zo vol van verwarring in alle sectoren, dat het, in het licht van voornoemde gebiedende noodzaak, nodig is om deze vaart wat af te remmen; zelfs zó dat, wanneer omstandigheden zulks vergen, gestopt kan worden, om nog dieper na te denken over vele en velerlei zaken, om dingen te overwegen, om onder de eminente leiding van de Heilige Geest [2] – die deze Leraar der gerechtigheid is – dat wat Hij nuttig en nodig oordeelt te leren en te besluiten.
Al dat overdonderend lawaai in onze hedendaagse wereld maakt dat wij heel dikwijls geen rustige plaats meer kunnen vinden om stil te luisteren naar die Stem die zo zachtjes kan klinken in onze ziel – de Stem van de levende God. Het jachtige leven van tegenwoordig, lawaaierig en vol van tamtam, maakt het ons bijna onmogelijk om zó te horen, dat wij tegelijkertijd kunnen ontdekken wat Hij ons te zeggen heeft, om alsdan datgene in praktijk te brengen wat Hij gesproken heeft. Niet door kracht, noch door geweld, maar door Zijn Geest. Maar wat de Geest der Waarheid ons ook zal zeggen, het zal altijd neerkomen op een boodschap betreffende die Persoon, Die in Gods Raadsplan centraal staat: namelijk Jezus Christus. En al wat de Heilige Geest ons zal toevertrouwen, zal altijd datgene zijn wat Hij, op Zijn beurt, heeft gehoord, en wat zal dienen tot verheerlijking van de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

  • “Want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken… Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen.” (Johannes 16:13b-14)

Wij worden LEVEND door ervaring

Gods Geest confronteert ons altijd weer – en houdt daarmee niet op! – met wat Jezus Christus heeft volbracht door Zijn kruisdood; maar Hij houdt ons tevens voor wat Hij heden ten dage wil en kan doen in Gods kinderen, door Zijn wonderbaarlijke opstandingsleven. Bestudeer de volgende Schriftpassages en mediteer erover in het verband waarin zij geplaatst zijn:

  • “Zo komt ook door één rechtvaardigheid de genade over alle mensen tot rechtvaardiging van het leven.” (Romeinen 5:18b)
  • “Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die IN Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Want de wet van de Geest van het leven IN Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood.” (Romeinen 8:1-2)
  • “Want Ik leef en u zult leven.” (Johannes 14:19b)
  • “Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem.” (1 Johannes 4:9)

Het is de Heilige Geest Zelf (er staat geschreven: “De Heere nu is de Geest”, in 2 Korinthe 3:17a), Die ons leidt in de volkomen evenwichtige, persoonlijke ervaring van de Christus. De heidenapostel Paulus heeft van deze persoonlijke ervaring – die ook elk kind van God mag en moet kennen – getuigd met deze woorden: het leven is voor mij Christus (Filippenzen 1:21a). Deze ervaring heeft drie aspecten, die wij eerst nader zullen beschouwen:

  1. Zij is ten eerste – persoonlijk.

De apostel spreekt van mij”. Waar onze God geen Aannemer is van personen, daar is Hij in Zijn bemoeienis met een ieder Dezelfde. Het is Gods wil dat iedere Christen komt tot een persoonlijke verhouding met zijn Here en Heiland. De persoonlijke acceptatie moet gevolgd worden door een persoonlijke bekering, een persoonlijke onderwerping, overgave en toewijding aan Hem. Vooral in Paulus’ leven zien wij dit sterk naar voren komen.

  1. Ten tweede is zij – praktijk.

Als wij Paulus’ betoog nauwkeurig volgen dan is er geen andere conclusie dan deze: dat Christus voor hem het leven is, en dat het heeft te maken met het alledaagse leven, en niet alleen met de godsdienstige zijde ervan, zoals geregelde bezoeken van samenkomsten, het getrouwelijk volgen van Bijbelstudies, het onderhouden van bidstonden, de toewijding aan zang en muziek tot verheerlijking van de Naam des Heren. Allemaal vormen en bezigheden die, helaas, grotendeels uitgegroeid zijn tot programmatische handelingen, die slechts een paar uurtjes per week in beslag nemen.
Doch in de allereerste plaats houdt de uitspraak van de apostel in: dat hij met Christus “wandelt”, “leeft”, “spreekt” en “besluit”. Het betekent dat hij te allen tijde en overal in de tegenwoordigheid van zijn Meester vertoeft. Het is toch ook immers zó, dat er geen leven is los van Christus? Dit wordt ons zonder meer duidelijk als wij de gelijkenis van “De Ware Wijnstok en de ranken” bestuderen (zie Johannes 15:1-8). Onze “levenssappen” betrekken wij uit geen Ander, en de Ware Wijnstok is in voortdurende gemeenschap met de in, door en met Hem groeiende ranken. Daar is “onderscheidenheid” en toch ook “eenheid”. Deze onomstotelijke waarheid wordt ons te meer duidelijk door de “lering van Lichaam en leden”, van het “Brood en de samenstellende delen”.
Misschien zijn er onder ons die van mening zijn (en vaak ook zó spreken), dat hùn leven gevuld is met nog zo ontzaglijk veel dingen en zaken die zij onmogelijk met Hem kunnen delen. Dat kan heel goed waar zijn; maar is het dan niet veel beter voor dezulken om zonder AL die dingen en zaken te leven, “opdat zij Christus mogen gewinnen”? (zie Filippenzen 3:8b)?

  1. Ten derde is zij – eeuwig behoud.

Het waarachtige Christelijke leven, het “wedergeboren leven”, bestaat dus in feite hieruit, dat Christus Zijn onsterfelijk leven in Zijn discipelen “uitleeft”! Wanneer Paulus getuigt: het leven is voor mij Christus”, laat hij daarop onmiddellijk volgen: “EN het sterven is voor mij winst (Filippenzen 1:21b). De diepste zin hiervan komt neer op een er-varing, welke niemand anders de mens, die wedergeboren is, kan mededelen, namelijk:

  • “Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.” (Galaten 2:20)

Glorie voor God! Paulus heeft dus nooit meer “geprobeerd” te leven, of “getracht” om Christus gelijk te zijn door Hem te volgen of te dienen; maar hij heeft zijn leven lang op aarde in volle overgave en toewijding de Here laten inkomen in zijn wedergeboren hart en vervuld leven, om in Hem te leven, geheel naar Zijn heilige wil en welbehagen.
De apostel ervoer diep in zijn innerlijke wezen de kracht van die nieuwe verhouding die er is voor Gods kinderen, door de dood van Jezus Christus en Diens opstanding. Het is de Heilige Geest, Die deze in ons leven realiseert. Het is de realisatie van: wat het kind van God niet kan, dat kan Hij; en wat de Christen niet heeft, dat heeft Hij; en wat de discipel ontbreekt, daarin voorziet Hij. Want Hij alléén IS het Leven, IS het Antwoord, IS de Oplossing. Geprezen zij Zijn Naam!
Een dienstknecht des Heren zei eens: “Een Christen is niet iemand die wanhopig handenwringend uitroept: Waar moet het toch naar toe met de wereld van vandaag en met de mensen! Maar hij is iemand die met nimmer verflauwende stem uitroept: Zie, het Woord is vlees geworden en tot ons gekomen! Van zijn mond een bazuin makend, roept hij uit met verheffing van een gezalfde stem:

  • “Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij behouden worden door Zijn leven, omdat wij verzoend zijn”! (Romeinen 5:10)

Is Hij, Jezus Christus, ook tot ù gekomen lezer / lezeres? En heeft ù Hem, de Vorst des Levens, aangenomen voor tijd en eeuwigheid, en Hem toegelaten binnen te komen en blijvend te wonen in uw verlost zondaarshart? Als dit zo is, laat Hem dan in dat hart en leven doen wat Hij in u wil doen, wat Hij met u wil (gaan) doen en wat Hij ook door u zal doen, zodat u en ik met Paulus kunnen zeggen:

  • “Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?” (Romeinen 8:32)

Hierdoor kon de apostel ook getuigen (en wij alsdan met hem): “Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft (Filippenzen 4:13, SV). God zij geloofd in Jezus Christus, onze Here. Amen.

Gods Weg: Voorbereiding.
Gods Plan: Bekwaam maken.

Kennen wij eenmaal Gods plan en doel met en voor ons leven, dan komt er rust en vrede in het hart, dat zich alsdan mag verblijden. Hij zal dan voortgaan met werken, want Hij laat het eenmaal in ons begonnen werk niet meer los. Voor Gods kinderen is dat Woord:

  • “Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus.” (Filippenzen 1:6)

Doch in dit alles gaat God Zijn eigen weg en volgt Hij Zijn eigen methode. Wellicht is het óók u opgevallen dat Gods voorwaarde voor groei, altijd “reiniging[3] is (zie Johannes 15:2b). Zonder deze persoonlijke reiniging is er geen groei in ons Christelijk leven. En groei komt voort uit een “nood-geval” (zie Mattheus 13:30 [4]). Anders gezegd en geschreven: God laat in een Christenleven persoonlijke nood toe als een goddelijk “beginsel”, opdat langs deze weg het geloofsleven kan groeien, en omdat Hij Zijn kinderen wil aftrekken van alles wat zich buiten Christus bevindt, waardoor alleen Christus CENTRAAL komt te staan.

.

KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen (GRATIS en in smartphone-formaat).

CJH Theys
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

***********************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze GRATIS studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze GRATIS studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Mattheus 13:30, “Laat ze allebei samen tot de oogst opgroeien, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid en bind het in bossen om het te verbranden, maar breng de tarwe bijeen in mijn schuur.”

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Geestelijke groei, Heiligmaking, Studie van CJH Theys | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst (deel 12: God de Heilige Geest)

Jesus, Lamb, Lion

God de Heilige Geest

De handelende God

Al in het begin van het 1ste hoofdstuk van het Boek der Handelingen, in het 2de vers, staat een belangrijke aantekening: “… nadat Hij (= Jezus) door de Heilige Geest aan de apostelen,… bevelen had gegeven”. In feite geeft dit hele Boek getuigenis van de “HANDELINGEN van de 3de Persoon (= Gods Geest, de Heilige Geest) in de Godheid[1] door de uitverkoren apostelen. Op de dag “in welke Hij (= Jezus) opgenomen werd” eindigde Zijn Messiaanse Bediening op aarde. Direct daarop volgde die (= de Bediening) van de Heilige Geest, en met de uitstorting van Gods Geest op de Pinksterdag (Zijn manifestatie) begon ook de Tijdsbedeling van de 3de Persoon van de Godheid. Ook wel de Tijdsbedeling van de Gemeente (zie Handelingen  2) genoemd of van GENADE.
De Heilige Geest is even gelijk God als de Vader en de Zoon, en is met betrekking tot het Raadsplan van Verlossing altijd de “Uitvoerende Macht” geweest; en Hij is dat nòg… Niet altijd heeft de Heilige Geest die belangstelling gehad die toch zo hoogst nodig is, want Hij is Jezus’ Plaatsvervanger op aarde en in de Gemeente. Hij is De Trooster, waarvan Jezus – nog vóór Zijn sterven – heeft gesproken. Hij is De Geest der Waarheid, Die de wereld (= de wereldsgezinde mens) niet kan ontvangen. Jezus heeft de bediening van de Heilige Geest van tevóren al bekend gemaakt, zodat Zijn discipelen niet zonder informatie waren. Zoals hier in het Boek der Handelingen vermeld staat, kregen zij ook toentertijd de nodige instructies uit de Eerste Hand.
In dit verband lezen wij:

  • “Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u EEN ANDERE TROOSTER geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; namelijk de Geest der Waarheid, Welke de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal IN u(Johannes 14:16-17)
  • “Wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Die Ik u zenden zal van de Vader, namelijk de Geest der Waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.” (Johannes 15:26)
  • “Wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der Waarheid, Hij zal u in al de Waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelf niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken en de toekomende (HSV: toekomstige) dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.(Johannes 16:13-14)

God zij dank leven wij in de laatste dagen, en het is opmerkelijk hoe in deze tijd de vraag naar de dingen van de Geest menigvuldiger worden. Het is God Die handelt. Joël’s profetie (in hoofdstuk 2:28) moet ten volle vervuld worden: “En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen (Het Boek: betekenisvolle dromen), uw jongelingen zullen gezichten zien.”
Dit vragen naar de Heilige Geest en Zijn manifestatie is tevóren nooit zó dringend gevraagd. Hoe kan dat ook anders, de profeet Daniël heeft geprofeteerd dat de “wetenschap vermenigvuldigd zal worden” (zie Daniël 12:4 [2]) en het is niet te ontkennen dat wij leven in de dagen van de vervulling van deze profetie. Deze (en de vorige, 20ste) eeuw is die van het “verstandelijk denken”. Het gaat om intellect en om wat de mens waard is. Wetenschap en techniek vieren hoogtij. Wij kunnen niet in détails treden, maar wie ogen en oren weet te gebruiken die zal hiervan overtuigd zijn en daarenboven ook weten dat dit alles samenvalt met wat Jezus Zelf voorzegt heeft met betrekking tot Zijn Wederkomst: Het zal zijn “als de dagen van Noach en van Lot”:

  • “En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen. Want gelijk zij waren in de dagen voor de zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot de dag toe, in welken Noach in de ark ging; En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen.” (Mattheüs 24:37-39, lees ook nog de erop volgende Schriftpassages)

Daarom mogen wij en kunnen wij niet zwijgen, maar zal het volgende ook een kleine bijdrage zijn tot het juist verstaan van de bemoeienissen (de HANDELINGEN) van God, de Heilige Geest. Eén ding willen wij hier direct op de voorgrond stellen: het gaat niet om eigen persoonlijke meningen. Wij zijn van-huis-uit wars van alle propaganda. Wij hebben het geloof ontvangen uit genade, en dit geloof moet niet afhankelijk zijn van menselijke gevoelens en/of stemmingen van het gemoed. Zoveel te meer als het gaat om wat van Gods Geest is. Uit de geciteerde Schriftpassages blijkt duidelijk dat Hij (de Heilige Geest) HET CENTRUM is en Dezelfde als de Vader en de Zoon. Hun doel en streven is dezelfde.
Zoals al eerder gezegd kent onze tijd een “opleving” op het geestelijk vlak. Oud en jong, en vooral de laatste, roepen om iets nieuws. Zij vragen als het ware om een nieuwe, een andere ervaring en protesteren om het hardst tegen een (volgens hen) “verouderde, vastgeroeste en overheersende moraal, die het niet meer doet”! Daar zijn er genoeg in deze tijd die het helemaal niet meer zien zitten. Vandaar dat men grijpt naar al dat vergif, als hard- en softdrugs, naar alcohol, naar mensonterende dingen. Het zijn veelal uitingen, door betrokkenen zelf niet begrepen, van het intense verlangen naar “levensvernieuwing”. De mens van deze jachtende, super-wetenschappelijke-technische tijd is blasé geworden van alles wat hij tot nog toe heeft kunnen, heeft moeten najagen, om te (kunnen) voldoen aan de eisen van deze tijd; zowel op geestelijk als op lichamelijk gebied…
De verregaande perversiteit, banaliteit, seksualiteit, ja zelfs het sadistische in de mens, spreken de duidelijke taal van “het vlees” dat verzadiging zoekt, maar die niet kan vinden. Omdat de ingeslagen weg volkomen verkeerd is. Omdat de voorbeelden corrupt zijn. Omdat het in wezen de ziel is die hongert, en welke honger nooit op zulke wijze kan worden verzadigd. God is de Schepper van ‘s mensen ziel, en Hij alléén kan alle ziele-honger verzadigen en alle levensdorst laven [3]. Daarom moet alles wat de Heilige Geest betreft, juist in deze boze dagen, opnieuw overdacht worden. De tijd is daar nu rijp voor! Allen, Christenen en niet-Christenen, moeten zich aan Hem onderwerpen, zich aan Hem overgeven, opdat Hij allen kan leiden in al de Waarheid betreffende heden en toekomst.

  • “Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij die slaapt, en sta op uit de (geestelijke) doden; en Christus zal over u lichten. Ziet dan, hoe gij voorzichtig wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen. De tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn. Daarom zijt niet onverstandig, maar verstaat, welke de wil des Heren zij. En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest (Gods = de Heilige Geest).” (Efeze 5:14-18)

Amen. Petrus’ rede op de Pinksterdag geldt ook heden nog:

  • Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.” (Handelingen 2:38b-39)

Profeten en zieners, discipelen en apostelen hebben de eeuwige waarheden Gods doorschouwd en doorgegeven aan de mensen van hun dag. Allen hadden zij zelf Gods handelend aanwezig-zijn ervaren, waardoor zij tot actie werden gedreven. Dat was vroeger zó.
Door wie willen wij ons leven nù laten vullen?
Wat willen wij ten aanzien van deze vraag nog opmerken??
Wordt heden ten dage de Heilige Geest nòg ervaren???
Kan de Geest Gods Zich vandaag de dag nòg manifesteren????
Zeer zeker, Hij (Gods Heilige Geest) is dezelfde gebleven; onveranderlijk in Woord en Daad. Hij WIL, doch Hij kan niet altijd! Waarom niet? Omdat de mens, die in wezen als (“een vat” – zie o.a. Mattheüs 25:4 en 2 Korinthiërs 4:7) een soort lege ruimte is, zich heeft laten vullen met een andere geest, met een overtuiging, met een hartstocht, die hem heeft doen afdwalen van DE Waarheid (Gods). Het is zelfs mogelijk dat een anonieme geest van een “fatalistisch noodlotsgeloof” (= een fataal geloof in een onvermijdelijk noodlot) intrek neemt in de ziel van de mens!
Hebben wij deze dingen weleens overdacht?!
Zijn wij weleens bij dit alles blijven stilstaan!?!
Niet om ons aan de waarheid te vergapen, maar om deze ons toe-te-eigenen,… om de wil des Heren te kunnen verstaan. Ook in onze tijd werpt men torenhoge barricades op tegen (de manifestaties van) de Geest. In dit opzicht lijkt onze tijd veel op die van Jezus. Oòk in onze tijd gaat het nog teveel om “de dode letter” (zie 2 Korinthë 3:6b). Vormen van oppermachtige systemen, bureaucratieën… Wat de mensen heden ten dage benauwt is hetzelfde als de, toentertijd, alles-vastleggende wetsuitleg van Schriftgeleerden en Farizeeën…
Toen Jezus kwam verkondigde Hij – volgens de zo-even genoemde klasse – een andere, vreemde leer. Hij genas de zieken van hun kwalen en boze geesten en maakte hen (ook geestelijk) gezond. Hij vergaf de, in het leven gestrande mensen al hun schuld. Hij stond aan de kant van de uitgestotenen en de gediscrimineerde mensen. Hij dreef demonen uit en verloste zodoende de mensen van hun bezetenheid en demonische gebondenheid… Alles door de Geest Gods! (zie Mattheüs 12:28 [4])
Lukas 11:20 toont aan dat de Geest identiek is met het directe handelen van God Zelf! Deze Geest rustte op Jezus:

  • “Maar indien Ik door de vinger Gods de duivelen (HSV: demonen) uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.” (Lukas 11:20)
  • “En het geschiedde in diezelfde dagen, dat Jezus kwam van Nazareth, gelegen in Galilea, en werd van Johannes gedoopt in de Jordaan. En terstond, als Hij uit het water opklom, zag Hij de hemelen opengaan, en de Geest, gelijk een duif, op Hem nederdalen.” (Markus 1:9-10, zie ook nog Mattheüs 3:16-17)

Door de Heilige Geest doorbrak Jezus alle levensmoeheid, alle godsdienst-sleur, en gaf Hij de mensen zekerheid en levensmoed, verzoende en bevrijdde Hij mensen en bracht Hij vrede en blijdschap in de eenzaamheid van uitzichtloze levens!! Jezus, zonder mate vervuld met de Heilige Geest, bracht iets onherroepelijk heilvols in de wereld. Het gerucht van Jezus en van wat Hij deed ging uit “in geheel Judéa en in al het omliggende land. En de discipelen van Johannes boodschapten (HSV: berichtten) hem van al deze dingen. En Johannes (de Doper wel te verstaan) zekere twee van zijn discipelen tot zich geroepen hebbende, zond hen tot Jezus, zeggende: Zijt Gij Degene De komen zou, of verwachten wij een andere? En als de mannen tot Hem (= Jezus) gekomen waren, zeiden zij: Johannes de Doper heeft ons tot u afgezonden, zeggende: Zijt Gij, Die komen zou, òf verwachten wij een andere? En in dezelfde ure genas Hij er velen van ziekten en kwalen, en boze geesten: en vele blinden gaf Hij het gezicht. En Jezus antwoordende, zei tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes weder de dingen, die gij gezien en gehoord hebt, namelijk, dat de blinden ziende worden, de kreupelen wandelen, de melaatsen gereinigd worden, de doven horen, de doden opgewekt worden, de armen het Evangelie verkondigd wordt.” (Lukas 7:17b-22)
Hoe is het vandaag de dag?
Hebben dezelfde wonderen heden ten dage nog plaats??
Komt ook in onze tijd de Heilig Geest nog tot Zijn recht???
De beslissende vraag is of de werkzaamheid van de Heilige Geest heden nog gekend wordt. Wij weten nu van Jezus’ Opstanding, òòk van Zijn Hemelvaart, en wij geloven dat Hij betaalt dat wat Hij heeft beloofd. En die Belofte is: de Heilige Geest! En Deze (Geest) heeft Hij dan ook uitgestort als de verkregen Belofte van de Vader op de vergaderde discipelen (= de Gemeente) in de opperkamer [5]. De gestelde vraag heeft te maken met Gods wil vandaag de dag. De Doop met de Heilige Geest, waarvan de apostel Petrus sprak, voor heden,… voor morgen,… op alle plaatsen en in alle situaties.
Dit en nog véél méér heeft te maken met onze tijd.
Moeten wij dan niet bij voortduring verlangen naar deze Geestesdoop?!
Naar Gods handelend aanwezig zijn in ons hart en leven!?!
Om zó stand te kunnen houden in het bestaan van alle dag?!?
Gelet op de Pinksterboodschap in Handelingen 2, en het Woord van de Heilige Geest Zelf gelovend, wordt het ons wel heel duidelijk dat het nooit Zijn wil is om ons in een soort waas van mystieke extase of van louter gevoel te laten opgaan. Het gaat om iets heel anders: ALLES KOMT IN EEN NIEUW LICHT TE STAAN. Wat tevoren nog vaag overkwam, wordt nu werkelijkheid en krijgt een heel andere betekenis.
Hoe is het met vele Christenen gesteld? De meesten kennen en hebben ook een heel arsenaal vòl Christelijke uitspraken: woorden uit een Psalm, zinnen uit de Bergrede [6], mogelijk zelfs “Het Onze Vader” [7]. Dit alles ligt dan veilig opgeborgen “achter in het hoofd” – in de gedachtewereld… Maar dat is dan ook alles. Niet direct gereed voor gebruik, maar ook niet onmiddellijk nodig. Bewaard voor het juiste psychologisch moment… in een andermans leven! Aan wat zij zelf nodig hebben wordt niet gedacht. Aan wat wij behoeven in onze geestelijke nood wordt geen plaats ingeruimd. Als wij maar een rustig leventje leiden, onze hobby’s hebben,… dan herinneren wij ons zelfs de woorden van Psalm 23 niet meer.
Maar het moet ons niet tegenzitten – wij moeten niet worden overvallen door een werkelijke nood: ziekte, sterfgeval, werkeloosheid, enz. Wij denken dan aan dat vers in de zangbundel van Johannes de Heer, dat zegt: “Als mijn hart bedroefd is en beladen, dàn denk ik aan het Huis bij de Heer”. Het is treurig, maar waar: Tegenslag doet ons denken… en nood leert bidden. Bidden om hulp, om kracht, om genade. Niet van mensen, maar van “onze Vader Die in de hemelen is”. Halleluja! Amen. Hoe goed en zoet is het dan voor ons om dàn Psalm 23 te lezen en biddend te overdenken, vooral vers 4b: “Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.”
Hoe heel anders klinken dan in zulke ogenblikken deze woorden (uit Psalm 23). Ze grijpen ons aan, ze geven ons troostvolle kracht. Niet iedereen, maar toch zeker velen onder ons, hebben dit vaak mogen ervaren. Wel, dit is nu het wonder van de werking van de Heilige Geest: dode letters worden levend. INEENS ERVAREN WIJ DAN DAT ER EEN EEUWIG HART VOOR ONS KLOPT – het Vaderhart. Wij geloven dan niet alleen dat Jezus lééft – wij ervaren het opnieuw! Halleluja!! Zijn zoekende liefde is voor ons geen voorbije droom. Nòg steeds wil Hij met ons te maken hebben, en maakt ons zodoende duidelijk dat echt léven méér is dan werken, eten, drinken en slapen alleen. Hij maakt ons de weg vrij, maakt ons werkelijk gelukkig, en is bij ons in de meest hachelijke levensomstandigheden.
De Heilige Geest leidt nooit op zijwegen, maar brengt ons linea recta naar Jezus toe: De Middelaar van het Nieuwe Testament. De Heilige Geest brengt Jezus voor ons tot leven, zodat en opdat wij ons Hem herinneren!!! Niets is zo zeer nodig. Want wij mensen vergeten het goede gauw. Door déze herinnering komt Hij ons zo duidelijk voor de geest te staan, dat wij als het ware “discipel-tijdgenoten” van Jezus worden… Oòk nù ontvangen wij vergeving, òòk nù nieuwe moed om het hoofd te kunnen bieden aan twijfel en vrees die zo dikwijls nog ons willen overweldigen. Wij ervaren Hem reëel, zoals eertijds de psalmist: “Here, Gij doorgrondt en kent mij. Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten. Gij omringt mijn gaan en mijn liggen,… Here! Gij weet het alles. Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.” (zie Psalm 139:1a-5)
De Heilige Geest leert ons te geloven èn te bidden èn te volharden. Dan is er nog een andere zaak van zeer groot belang: De Heilige Geest werkt “wáár Hij wil”: Hij is soeverein, want Hij is God!
Waar kunnen wij Hem beleven?
Waar kunnen wij verder komen dan “vermoedens”, “speculaties” en zo meer??
Wij allemaal hebben zekerheid van node. Vooral in deze tijd van verwarring en misleiding! [8] Wel, de Heilige Geest is niet ver van ons. Hij bevindt Zich op “gebedsafstand”. Heus waar, want “die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt, en die klopt wordt opengedaan” (zie o.a. Mattheüs 7:7-8, Lukas 11:10). Amen.
Het komt er dus op aan DAT de Christen bidt [9], niet WAAR hij bidt. De Heilige Geest is niet gebonden aan plaats noch tijd. Oòk in dit geval is het HEDEN. Het Pinksterverhaal in de Bijbel (in Handelingen 2) vertelt ons wel van een plaats en van een tijdsperiode. Doch geen van beide was de discipelen van tevóren aangezegd door Jezus. De Here Jezus had enkel gesproken van: “Blijft gij in de stad Jeruzalem, TOTDAT…” (zie Lukas 24:49b). Deze uitstorting van de Heilige Geest, die wij kennen als de “Vroege Regen” [10] in het Raadsplan Gods, is feitelijk het “stichtingsmoment” geweest van de Gemeente des Heren. In het Boek der Handelingen, aan het slot van het 2de hoofdstuk, vinden wij het treffende en pakkende beeld van de eerste Pinkstergemeente.
Wie denkt, op grond van de Geestesdoop, te maken te hebben met toentertijd al “volmaakte” mensen, denkt verkeerd. Deze Doop met de Heilige Geest is te beschouwen als de eerste sport van de geestelijke ladder [11]. De “in de Geest” gedoopten hadden er voor te zorgen “vervuld te blijven” met de Geest. Deze zou hen alsdan verder bekwamen door Zijn reinigende en heiligende werkingen [12] in hun hart en leven. Zó vroeger, zó òòk heden ten dage. Wie de Schriftpassages Romeinen 12:1-2 en 1 Korinthe 1:10-17 in samenhang bestudeert, zal van deze waarheid worden overtuigd:

  • “Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehaaglijke offerande (HSV: om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk), welke is uw redelijke godsdienst. En wordt aan deze wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw gemoed, opdat gij moogt beproeven (HSV: om te kunnen onderscheiden), welke de goede, en welbehaaglijke en volmaakte wil van God zij.” (Rom. 12:1-2)
  • “Maar ik (= Paulus) bid u, broeders, door de Naam van onze Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfde zin, en in een zelfde gevoelen. Want mij is van u bekend gemaakt, mijn broeders, door die van het huisgezin van Chloe zijn, dat er twisten onder u zijn. En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos; en ik van Cefas; en ik van Christus. Is Christus gedeeld? Is Paulus voor u gekruist? Of zijt gij in Paulus naam gedoopt? Ik dank God, dat ik niemand van ulieden gedoopt heb, dan Krispus en Gajus; Opdat niet iemand zegge, dat ik in mijn naam gedoopt heb. Doch ik heb ook het huisgezin van Stefanus gedoopt; voorts weet ik niet, of ik iemand anders gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde.” (1 Kor. 1:10-17)

Maar hebt geen bevooroordeeld hart!
De Bijbel spiegelt ons op dit punt niets voor. Wel leren wij uit het Woord van de levende God de zekerheid dat Christenen niet alleen het geloof kunnen beleven. Wij hebben, als leden van Christus’ Lichaam, de gemeenschap van andere Christenen nodig. Wij kunnen niet zonder! Alle levende leden van dit Lichaam, dat de Gemeente wordt genoemd, moeten wel goed weten dat de “waarheid” niet bestaat uit star vasthouden aan dogma’s, maar uit de levende en levendmakende Geest van de Enige en Waarachtige God! Het is vanwege de “werkingen van het vlees in haar midden” dat de Gemeente des Heren nog lang niet is wat zij behoort te zijn. Hoe zij straks zal moeten worden en zijn, wordt ons uitgebeeld door de apostel Paulus in zijn Brief aan de Gemeente van Efeze: [13]

  • “Daarom, gelijk de Gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan haar eigen mannen in alles. Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelf voor haar heeft overgegeven; Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters (HSV: het waterbad) door het Woord; Opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.” (Efeze 5:24-27). Hem zij de glorie!!
  • “…Het Huis Gods,… hetwelk is de Gemeente van de levende God, een PILAAR en VASTIGHEID (HSV: zuil en fundament) van de WAARHEID” (zie 1 Timotheüs 3:15).

Het gaat bij deze gemeenschap van kinderen Gods om het zoeken van de Waarheid EN de reiniging en de heiliging [14] welke in Christus zijn. Zoeken en willen in alle oprechtheid. Zonder strijd, zonder zoeken, zonder gemeentelijke gebed, kunnen wij niet verder komen. Het overgrote deel vergeet dit! Dàn alleen komt die eendracht, gewerkt door de Heilige Geest, waarvan de Bijbel rept, en die grondslag (= de basis) is. Gods Geest wijkt van ons, zo gauw als die eenheid op de één of andere manier wordt verstoord. In elk geval gaat het om Hem – God, de Heilige Geest – te houden in het midden van de Gemeente. Dàn wordt ons leven anders-veranderd. Huilen wordt alsdan lachen, twijfel verandert in hoop, en haat wordt omgezet in liefde.
Het spreekt voor zichzelf, dat wanneer het allemaal maar niet blijft steken in vrome wensen, maar een stempel zet op ons hele leven, dat dàn mag worden gesproken van een “handelen van de Heilige Geest”. Hij is het, en niemand anders, die de goede werken (Gods) werkt en voortbrengt. Hij is als het ware de Boom waaraan de Gaven en Vruchten van de Geest [15] gevonden worden. Halleluja! Hij leidt ons in dat leven van de Geest waarin alle dingen de gelovigen mogelijk worden en zijn in de Naam van Jezus.
En wanneer de Christen in Jezus’ Naam geduld heeft met zijn medebroeder, hem ook de vrijheid gunt en de gelegenheid geeft om zichzelf te zijn in dezelfde Here en Heiland, omdat òòk hijzelf in de navolging van Christus leeft, mag een “handelen van de Heilige Geest” geconstateerd worden. Oòk wanneer wij anderen niet beoordelen op de eerste indruk die ze op ons maken maar veel meer in het perspectief van Gods bemoeienissen òòk met hen, waardoor òòk zij kunnen worden veranderd, mag gesproken worden van een “handelen van de Heilige Geest”.
Wij zijn er ons van bewust dat er nog veel meer aanduidingen zijn te noemen met betrekking tot de “handelingen van de Heilige Geest” in het leven van hen met wie Hij daadwerkelijk bemoeienis heeft en in wier leven Hij ook Zijn plaats kan innemen. Nu hebben wij er slechts enkele genoemd. Het Boek der Handelingen openbaart ons nog vele andere. Zij zijn voor ons allemaal tot lering. Doch te allen tijde blijft het volgende van kracht: de Heilige Geest werkt waar Hij wil. Ons Christelijk leven is een mislukking waar de Heilige Geest ontbreekt! Om dit te voorkomen, moesten de discipelen wachtten TOTDAT zij zouden worden aangedaan met die bovennatuurlijke Kracht van de Heilige Geest. Hierdoor is immers God Zèlf in ons leven aanwezig, om zegenend te handelen.
Zonder Hem gaat het niet. “Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zullen alle dingen geschieden” heeft de oude profeet Zacharia gesproken (zie Zach. 4:6). Hoe dat gebeurt? Door de Geest worden wij dusdanig veranderd, dat God door ons handelend kan optreden. In dit licht kan gesproken worden van: de Heilige Geest heeft òòk een “lichaam”,… handen en voeten en nog méér. “Weet gij niet, dat gij Gods tempel [16] zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?” (1 Korinthe 3:16). Een godsman heeft het eens zó gezegd: Jezus heeft geen andere handen en voeten dan de ònze! En hierin ligt de Christelijke hoop verankerd.
Wij laten nu nog enkele Schriftgedeelten volgen ter overdenking. Wij kunnen deze niet ongelezen laten. Behalve Handelingen 2, zo dikwijls al genoemd, ook nog:

  • “En de Schriftgeleerden en de Farizeeën brachten tot Hem een vrouw, in overspel gegrepen. En haar gesteld hebbende in het midden, zeiden zij tot Hem: Meester, deze vrouw is op de daad zelve gegrepen, overspel begaande. En Mozes heeft ons in de wet geboden, dat dezulken gestenigd zullen worden; Gij dan, wat zegt Gij? En dit zeiden zij, Hem verzoekende, opdat zij iets hadden, om Hem te beschuldigen. Maar Jezus, nederbukkende, schreef met de vinger in de aarde. En als zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op, en zei tot hen: Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst (= als eerste) de steen op haar. En wederom nederbukkende, schreef Hij in de aarde. Maar zij, dit horende, en van hun geweten overtuigd zijnde, gingen uit, de één na de andere, beginnende van de oudsten tot de laatsten; en Jezus werd alleen gelaten; en de vrouw in het midden staande. En Jezus, Zich oprichtende, en niemand ziende dan de vrouw, zei tot haar: Vrouw, waar zijn deze uw beschuldigers? Heeft u niemand veroordeeld? En zij zei: Niemand, Heere! En Jezus zei tot haar: Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen, en zondig niet meer.” (Johannes 8:3-11) [17]
  • “Want ik houd het daarvoor, dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet is te waarderen (HSV: niet opweegt) tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden. Want het schepsel, als met opgestoken hoofd, verwacht de openbaring der kinderen Gods. Want het schepsel is aan de ijdelheid (HSV: zinloosheid) onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het aan de ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis (HSV: van de slavernij van het verderf), tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat het ganse schepsel tezamen zucht, en tezamen als in barensnood is tot nu toe. En niet alleen dit, maar ook wij zelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, wij ook zelf, zeg ik, zuchten in onszelf, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. Want wij zijn in hope (HSV: in de hoop) zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen? Maar indien wij hopen, hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid (HSV: volharding). En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt (HSV: pleit) voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening van de Geest zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt (pleit). En wij weten, dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk degenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd (HSV: er ook van tevoren toe bestemd), het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broeders. En die Hij te voren verordineerd (er van tevoren toe bestemd) heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.” (Romeinen 8:18-30)

S.v.p. òòk nog 1 Korinthe hoofdstuk 12 en hoofdstuk 14 lezen.
In al deze hoofdstukken en Schriftpassages gaat het om de “plaats” en het “werk” van God, de Heilige Geest:

  • “Zo is er dan nu GEEN VERDOEMENIS voor degenen, die IN Christus Jezus ZIJN; die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. (Romeinen 8:1)

Wij hebben DE BELOFTE laten wij deze CLAIMEN.

.

BEDE:
“Heil’ge Geest! Leidt Gij mijn zwakke schreden;
Houdt Gij vast mijn zwakke handen Heer.
Leidt Gij mij voort langs ’s levens zware wegen,
Tot ik kom binnenin de hemelpoort!
Dank Here. Amen.”

CJH Theys

NOOT
Alle in deze uitgave genoteerde Schriftuur is uit de Statenvertaling.

Overname uit deze brochure is toegestaan, mits met bronvermelding!

EINDE deel 12

Wordt vervolgd

**********************************************************************************

[1] In Deuteronomium 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!).(HSV)
Dit wordt ook onderschreven door het feit dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (= geslagen – zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een Eénheid. Hij is één Wezen, één Persoon. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
de 2de Openbaringsvorm van God: de Zoon (= Jezus)
de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG, Daniël, hoofdstuk 12: Christus openbaarde Daniël de eindtijdvan CJH Theys. (noot AK)
[3] Zich laven = Via de betekenis ‘verfrissen’ en ‘laten drinken’ kreeg laven de betekenis ‘verkwikken’ – vooral verkwikken met voedsel en drank: de dorstigen laven, vee laven, zich laven aan de bron. Inmiddels heeft (zich) laven ook de figuurlijke betekenis van ‘sterken, verkwikken’. (noot AK)
[4] Mattheüs 12:28, “Maar indien Ik door de Geest Gods de duivelen (HSV: demonen) uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.”
[5] Zie eventueel onze GRATIS studie De Opperzaalgemeente (in smartphone-formaat) van H. Siliakus. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze GRATIS (deel)studies over “de Bergrede” van CJH Theys:
De Bergrede van Jezus, deel 1 – n.a.v. Mattheüs 5”, deel 2 – n.a.v. Mattheüs 6 en deel 3 – n.a.v. Mattheüs 7”. (noot AK)
[7] Zie eventueel de GRATIS studie Het ‘Onze Vader’ van ds. J.H. Sillevis Smitt. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze GRATIS studie De verborgen ONgerechtigheid – De valse arbeiders in een Gemeentelijke bediening van CJH Theys. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze GRATIS studie Leer bidden (over de noodzaak van gebed naar Gods wil)van CJH Theys. (noot AK)
[10] Vroege Regen = Het beeld van de UITSTORTING van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, in de begintijd van de Gemeente, zoals vermeld in Handelingen 2:1-4. (noot AK)
[11] Zie eventueel onze GRATIS studie De 10 zaligsprekingen en 9 treden van de trap van Jezus’ zaligmakende genade van E. van den Worm. (noot AK)
[12] Zie eventueel onze GRATIS studie De werkingen van de Geest in de eindtijd (het ware Pinksterfeest) van E. van den Worm. (noot AK)
[13] Zie eventueel onze GRATIS studie Efeze – De Gemeente in haar hemelse en aardse bediening (in smartphone-formaat) van E. van den Worm. (noot AK)
[14] Zie eventueel onze GRATIS studie Heiligmaking  van E. van den Worm. (noot AK)
[15] Zie eventueel onze GRATIS studie De Gever en Zijn Gaven van CJH Theys. (noot AK)
[16] Zie eventueel onze GRATIS studie Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens – EEN eeuwige, HEILIGE TEMPEL van onze almachtige God en Vader  van E. van den Worm. (noot AK)
[17] Voor meer UITLEG over deze verzen, zie onze GRATIS ‘vers voor vers’ studie Johannes – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God van E. van den Worm. (noot AK)

***********************************************************************************

.

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst

.
Deel 1: Verborgen hoop – Opmerkelijke vrees
Deel 2: Het uitgangspunt
Deel 3: ’s Mensen ontrouw – Gods trouw
Deel 4: Omweg en toch DE WEG…
Deel 5: Licht over de gehele schepping
Deel 6: Als God verder spreekt…
Deel 7: De schepping van de mens
Deel 8: Jezus Christus redt ons van het verderf
Deel 9: Het KRUIS en het geheim
Deel 10: Welke zin heeft het offer ?
Deel 11: Waar gaan wij heen ná de dood ?

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, de Heilige Geest, Geestelijke groei, Geestesgaven, Gods Geest, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Boekbespreking 83: Wederom Mijn volk – Het boek Hosea over de lotgevallen van de beide Israëlvolken

Te weten:
het huis van Juda (2 stammen), en
het huis van Israël (10 stammen)

Herstel Israel

Inleiding

Het heil van God is bestemd voor alle volkeren der aarde. Toch is er onder deze volkeren ook een volk dat God Zijn volk noemt. Wat is de plaats van dit volk in het heilsplan van God? Dit is een vraag, waarmee wij ons bezig zullen moeten houden, als wij het boek van de profeet Hosea bestuderen. In hetzelfde Bijbelboek lezen wij dat God dit volk, Israël, tijdelijk niet als Zijn volk zou beschouwen, om het daarna wederom Zijn volk te noemen:

  • “En Hij zei: Geef hem (de zoon van Hosea en zijn vrouw, “een vrouw der hoererijen” – zie vers 2) de naam Lo-Ammi, want u bent niet Mijn volk en Ík zal er voor u niet zijn (SV: zo zal Ik ook de uwe niet zijn). Toch zal het aantal Israëlieten (SV: het getal der kinderen Israëls) zijn als het zand van de zee, dat niet gemeten en niet geteld kan worden. En het zal gebeuren dat in de plaats waar tegen hen gezegd is: U bent niet Mijn volk, tegen hen gezegd zal worden: (SV: gij zijt) Kinderen van de levende God.” (Hosea 1:9‑10) [1]
  • “En Ik zal haar voor Mij in (SV: op) de aarde (uit-)zaaien en Mij (dan) ontfermen over Lo-Ruchama (wat betekent: “niet ontfermd”). Ik zal (dan) zeggen tegen Lo-Ammi: U bent Mijn volk, en hij zal zeggen: Mijn God!” (Hosea 2:22)

Zij die het Joodse volk voor geheel Israël aanzien, zullen er bepaald moeite mee hebben om in de geschiedenis van dit volk een periode te onderscheiden, waarin voor dit volk geldt, dat het niet langer Gods volk is. Dezulken houden er immers juist zo aan vast, dat de Joden altijd Gods volk gebleven zijn! Jammer genoeg staat men echter niet stil bij deze kwestie, want anders zou men wel tot de slotsom moeten komen, dat het hier in Hosea om een ánder Israël moet gaan. Er is een Israël, dat gedurende een lange tijd geheel gelijk is geweest aan een heidens volk! Er is een ander Israël. In de Bijbel wordt onderscheid gemaakt tussen het Huis van Juda, zo men wil de Joden, en het Huis van Israël [2], dat derhalve een ander volk (of wellicht meer dan één volk) moet zijn, een niet‑Joods Israël. Men kan niet straffeloos aan dit onderscheid voorbij gaan.
Heeft dan Paulus, toen hij bovenbedoelde woorden van Hosea aanhaalde in Romeinen 9:25‑26, deze woorden niet van toepassing verklaard op de heidenen (Rom.9:24)?

  • “Zoals Hij ook in Hosea zegt: Ik zal Niet-Mijn-volk noemen: Mijn volk, en de Niet-geliefde: Geliefde (SV: en die niet bemind was, Mijn beminde). En het zal zijn dat op de plaats waar tegen hen gezegd was: U bent Niet-Mijn-volk, daar zullen zij kinderen van de levende God genoemd worden.” (Rom.9:25‑26)
  • “Hen heeft Hij ook geroepen, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen.” (Rom.9:24)

Daarmee is toch de hele zaak opgelost?! Zo lijkt het, maar we vergissen ons dan wel deerlijk en maken ons er te gemakkelijk van af, want in het volgende, 27ste vers blijkt dat Paulus over Israël (!) spreekt: “En Jesaja roept over Israël uit: Al zou het getal van de Israëlieten (SV: het getal der kinderen Israëls) zijn als het zand van de zee, slechts het overblijfsel zal behouden worden.” (Rom.9:27). De verklaring is deze, dat Paulus hier weliswaar ook de bekeerlingen uit de oorspronkelijke heidense volkeren erbij haalt, maar desondanks in de eerste plaats doelt op de bekering van een verheidenst Israël.
De belangstelling is gewekt, zo hoop ik, voor wat er in het tamelijk onbekende boek Hosea wordt onthuld. Ik heb gekozen voor een systematische behandeling van de stof, mede omdat veel gedeelten van het boek pas goed ontsloten blijken te kunnen worden, als zij in de juiste samenhang worden geplaatst. Deze wijze van behandeling maakt dat deze studie ook te lezen is als de beschrijving van een stuk heilsgeschiedenis. De eerste hoofdstukken bieden daarnaast allerlei praktische lessen en praktisch inzicht in toestanden die zich in ieders persoonlijk leven kunnen voordoen. Herhaaldelijk dringen zich ook vergelijkingen op met onze tijd, wanneer wij ons verdiepen in de oorzaken van de ondergang van het rijk Israël. Vanaf hoofdstuk 5 van Hosea gaat het vooral om inzicht in en begrip van Gods raadsplan der eeuwen.
Moge deze studie behulpzaam zijn bij het verstaan van de “verborgenheid der gerechtigheid”. Deze te onderzoeken wordt ons in het allerlaatste vers van het boek Hosea (14:10, SV) als een opdracht meegegeven:

  • Wie is wijs? die versta deze dingen; wie is verstandig? die bekenne ze; want des HEEREN wegen zijn recht, en de rechtvaardigen zullen daarin wandelen, maar de overtreders zullen daarin vallen.”

Als wij “wijs” willen zijn, zullen wij er moeite voor willen doen. Velen worden geïntrigeerd door een vergelijkbare opdracht die wij vinden in Openbaring 13:18, “Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is 666.” Daar gaat het om de “verborgenheid der ongerechtigheid”, die uiteindelijk in het rijk van de Antichrist tot openbaring zal komen.
Maar… de verborgenheid der gerechtigheid doet ons uitzien naar de openbaring van dat Rijk, waarin het weer zal zijn: ISRA-EL, waarin verloste en gerechtvaardigde mensenkinderen zullen heersen als koningen met Christus.

EINDE van de intro

KLIK HIER als u deze GRATIS studie in A4 formaat wilt uitprinten.

  • Om de studie voornamelijk te lezen (via tablet of mobiel), zie onze tip onderaan.

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

***********************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Het volk van Israël bestaat uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die later van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het ‘huis van Israël’ en het ‘huis van Juda’ (de zgn. Joden). Het ‘huis van Israël’ bestaat uit 10 stammen, die in de loop van de geschiedenis weggevoerd zijn uit het beloofde land Kanaän/Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij tot op heden (in het ‘verborgen’, vaak zonder het zelf te weten) wonen. Het zijn vooral de zgn. ‘christelijke’ landen in Noordwest Europa en de landen, waar velen later naar toe zijn gemigreerd, zoals Amerika, Canada, en Australië. Het ‘huis van Juda’ bestaat uit 2 stammen, namelijk het volk van Juda en Benjamin die, in de dagen dat Jezus op aarde was, in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. Het ‘huis van Juda’, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (zie Rom.11:25).
Het huidige land Israël (waar heden voornamelijk de 2 stammen van het ‘huis van Juda’ – de Joden – wonen) doet thans haar rechten gelden op het land Palestina. Historische rechten, waarvan we ook lezen in de Bijbel. Als de tijd daar is dat het profetisch Woord vervuld wordt, dan kan het niet anders of geheel Israël (alle 12 stammen) zal uiteindelijk in bezit komen van geheel Kanaän/Palestina en van de stad Jeruzalem (zie Gen.15:18). Abrahams nakomelingen zouden volgens de Goddelijke belofte het land Kanaän bewonen. Dat land zou zich uitstrekken van de beek van Egypte (een kleine rivier ten oosten van de Nijl) tot aan de rivier de Eufraat. Voor ons zijn het tekenen dat we in de (Bijbelse) ‘laatste dagen’, vlak voor de wederkomst van Jezus, leven. Daarom is het juist in deze tijd belangrijk om na te gaan wat de Bijbel over deze dingen zegt.

***************************************

.

Voor degenen die deze studie voornamelijk willen lezen zijn deze 9 delen in smartphone-formaat misschien wel zo handig:

Deel 1: Hosea – De schrijver en het Boek
Deel 2: Israël vóór de tijd van Hosea
Deel 3: Israël in Hosea’s dagen
Deel 4: Israëls wegvoering
Deel 5: Omzwervingen en nieuwe woonplaats van Israël
Deel 6: De bekering van Israël
Deel 7: De toekomst van Juda
Deel 8: De benauwdheid van Jakob
Deel 9: Ná Jakobs benauwdheid

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Studie van H Siliakus, Tekenen vd eindtijd, Uitleg over het boek Hosea, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst (deel 11: Waar gaan wij heen ná de dood ?)

Jesus, Lamb, Lion

Waar gaan wij heen ná de dood ?

“…Opgevaren ten hemel…” (zie 1 Petrus 3:22)

Er staat geschreven: “Toen werden met Hem twee moordenaars gekruisigd, één ter rechter- en één ter linkerzijde” (Mattheüs 27:38). “En één van de kwaaddoeners die gehangen waren, lasterde Hem,… Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem,… En hij zei tot Jezus: Here, GEDENK MIJNER als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn. En Jezus zei tot hem: Voorwaar zeg Ik u, HEDEN ZULT GIJ met Mij IN HET PARADIJS ZIJN” (zie Lukas 23:39-43). Voorts: “En Jezus roepende met grote (HSV: luide) stem, zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn Geest. En als Hij dat gezegd had gaf Hij de geest.” (Lukas 23:46)
Géén mens is in staat om zonder angst en rustig de dood tegemoet te gaan. Er kan niet worden ontkend dat op de achtergrond van ons leven een begrijpelijke doodsangst heerst. Begrijpelijk…, want wie kan ons daaromtrent inlichten? Wie is ooit teruggekeerd, anders dan Jezus?! Het is opvallend dat in het Nieuwe Testament nauwelijks gesproken wordt over de dood, en (indien er al sprake van is) dan meestal terloops. In het Nieuwe Testament gaat het niet over HOE de mens de dood beleeft. De Nieuwtestamentische uitspraken ten aanzien van de dood hebben geen betrekking op het menselijk onvermogen (onze onmacht) om de dood aan te kunnen, maar in de overwinning op de dood zelf, die door Jezus werd behaald!
De dood heeft Jezus niet kunnen vasthouden; de dood heeft Jezus niet in de boeien kunnen slaan. Vanuit deze werkelijkheid zijn dan ook alle vier synoptische Evangeliën geschreven, geïnspireerd door de Heilige Geest. [1] “…De dood is verslonden tot overwinning” (zie 1 Korinthe 15:54). Paulus, Jezus’ apostel, is van deze onweerlegbare waarheid helemaal doordrongen. Ons geloof, een gave Gods, in onze verrezen Here en Heiland, moet ditzelfde (kunnen) werken in ons leven. Ja, nog méér: het geeft ons ook de zekerheid dat (wanneer wij straks in opstandingsheerlijkheid opstaan uit het graf) wij òòk verder de weg van Jezus zullen volgen: DE WEG NAAR DE HEMEL, de Woonplaats van God. Ons wacht straks eveneens een HEMELVAART. Amen.
Jezus’ overwinning heeft òòk voor Christenen geweldige gevolgen. Deze zijn vervat in Zijn vaste beloften. Jezus’ onkreukbare trouw is onze garantie. Gods beloften zijn onberouwelijk (zie 2 Korinthe 1:20 en Romeinen 11:29). Trouwens Jezus’ verschijningen aan Zijn volgelingen nà Zijn opstanding, zijn gewisse tekenen dat de opstanding waarlijk volkomen overwinning is en de poortopening naar de hemel. Geprezen zij de Naam des Heren!!
Wat wil dat dan zeggen: “Jezus Christus is nù in de hemel, in het Huis van de Vader?” Het Bijbelverhaal van Zijn Hemelvaart zegt veel meer. De Hemelvaart van Jezus, volgens Handelingen 1:9-11 en Markus 16:19 [2], gaat in betekenis ver uit boven Zijn Opstanding, omdat Jezus Christus hier géén afscheid neemt van de Zijnen tot Zijn Wederkomst. [3] Integendeel: Zijn Hemelvaart is Zijn “troonsbestijging”,… Christus’ triomf als Heer over het universum, als de Overwinnaar over alle machten (zie Mattheüs 28:18b).
De Hemelvaart van Jezus Christus wordt gekend en gerekend tot de “Christofanieën” (= de verschijningen van Jezus aan Zijn volgelingen, Zijn discipelen). Deze verschijningen zijn géén “inbeeldingen” en/of “innerlijke belevenissen” van de discipelen geweest. Evenmin is Jezus, als de Opgestane Here en Meester, aan Zijn discipelen verschenen als een weer-tot-leven-gewekt lijk. Het lichaam van Jezus was totaal veranderd: een aan de aardse begrippen onttrokken lichaam, géén hersteld mensenlichaam als zodanig. Tevóren voor ons “tot zonde gemaakt” aan het kruis, was Hij nà de opstanding wederom zondeloos. Alle kritiek, die Christus’ Hemelvaart met alle geweld wil inpassen in de aardse dimensies van ruimte en tijd, is gedoemd te mislukken, omdat zij tenslotte op dood spoor geraakt. Zij gaat immers in feite aan de Nieuwtestamentische uitspraken voorbij.
Welk getuigenis ten aanzien van Opstanding en Hemelvaart vinden wij in het Oude Testament?
In Psalm 49:16 staat: “Maar God zal mijn ziel van het geweld van het graf verlossen, want HIJ ZAL MIJ OPNEMEN”. Wij hebben hier een schitterend getuigenis van het geloof waarin de Oudtestamentische gelovigen destijds onder de wet geleefd hebben en gestorven zijn. Zij zijn niet blijven stilstaan bij het leven van alle dag, maar terwijl zij hun geest als het ware in de hemel verheven hadden, zijn zij door deze wereld heengegaan, totdat… zij hun loopbaan (hier: hun aardse leven) volbracht hadden. De psalmdichter had zijn ogen gericht naar die heerlijke Morgenstond, die de Eeuwige Dag met zich brengen zal.
In Psalm 16:8-11 lezen wij onder meer van de gemeenschap met God die sterker is dan de dood: “Ik stel de HEERE gedurig voor mij, omdat Hij aan mijn rechterhand is, zal ik niet wankelen. Daarom is mijn hart verblijd, en mijn eer verheugt zich; ook zal mijn vlees zeker wonen. Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie. Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.”
Petrus heeft in zijn Pinksterrede (zie Handelingen 2:25-28) deze Psalm 16:10 geciteerd: “Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.”
De oude Job riep uit: Ik WEET, mijn Verlosser LEEFT,… ik zal uit mijn vlees God aanschouwen…” (zie Job 19:25-27). [4]
Dan hebben wij nog de lofzang van Hanna in 1 Samuel 2:6 – “De HEERE doodt en maakt levend; Hij doet ter helle (HSV: in het graf) nederdalen, en Hij doet weder opkomen” – en tenslotte de juichende Opstandingstekst: Hij zal de dood verslinden TOT OVERWINNING, en de Heere HEERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen…” (zie Jesaja 25:8-9 voluit). [5]
De éne Bijbeltekst reikt verder dan de andere, maar allen (òòk in het Nieuwe Testament) zijn gegrond in de heilsfeiten van Christus’ Verrijzenis en Hemelvaart. Mogen wij het allemaal zó zien dat, vanuit déze heilsfeiten, voluit getuigd kon en kan worden van “het leven nà dit leven” – van het hiernamaals. Dankzij de Opstanding en Hemelvaart van Jezus Christus. Glorie voor Hem, de Hemelvorst en de komende Rechter over levenden en doden.
De meeste teksten met betrekking tot de hemel vinden wij in het laatste Bijbelboek (Openbaring [6]). Zoals daar over de hemel gesproken wordt, vinden wij het nergens in het Oude Testament. In de Brieven zijn het vooral Filippenzen 1:21-23 en 2 Korinthe 5:1-10:

  • “Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin. Maar of te leven in het vlees, hetzelve mij oorbaar zij, en wat ik verkiezen zal, weet ik niet. Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste.” (Filip. 1:21-23)
  • “Want wij weten, dat, zo ons aardse huis van deze tabernakel gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Want ook in deze zuchten wij, verlangende met onze woonstede, die uit de hemel is, overkleed te worden. Zo wij ook bekleed en niet naakt zullen gevonden worden. Want ook wij, die in deze tabernakel zijn, zuchten, bezwaard zijnde; nademaal wij niet willen ontkleed, maar overkleed worden, opdat het sterfelijke van het leven verslonden worde. Die ons nu tot ditzelfde bereid heeft, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft. Wij hebben dan altijd goede moed, en weten, dat wij, inwonende in het lichaam, uitwonen van de Heere; (Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.) Maar wij hebben goede moed, en hebben meer behagen om uit het lichaam uit te wonen, en bij de Heere in te wonen. Daarom zijn wij ook zeer begerig, hetzij inwonende, hetzij uitwonende, om Hem welbehagelijk te zijn. Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.” (2 Kor. 5:1-10)

Paulus verlangt vurig zijn intrek te mogen nemen bij de Heer in de hemel. Oòk in de Brief aan de Hebreeën [7] gaat “een venster open naar de hemel”. In Hebreeën 4:14 wordt herinnerd aan Jezus’ Hemelvaart, de centrale gebeurtenis in verband met ònze hemelvaart. In Hebreeën 8:1 gaat het over Jezus’ werk in de hemel en in Hebreeën 12:23 over de vergadering van Gods gunstgenoten, “de Gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn”.
In alles wat profeten en apostelen hebben opgetekend valt het gemeenschappelijke in hun kennis op: in het uur van ons sterven vallen Gods kinderen niet uit Gods sterke handen. Hij blijft mèt ons en wij met Hem, Hij is en blijft onze Hoop en ons Betrouwen. Amen. Bij allen gaat het steeds om die éne grote heilsverwachting, geopenbaard in de Opstanding van Jezus Christus en in Zijn Hemelvaart EN òns participeren hierin vanwege ònze roeping om te behoren tot het Vrederijk van Christus [8]. Wij aarzelen niet hier neer te schrijven dat (alles bijeen genomen) een diepgaande bezinning in de laatste dagen nodig is, en dat wij in onze tijd sterk mogen blijven hopen op de belofte, dat de Heilige Geest ons verder en dieper zal leiden in de waarheden van Hemelvaart en Wederkomst.
De Heilige Geest is beloofd en geschonken aan de Gemeente van Jezus Christus, de (zo genaamde) “Una Sancta Catholica et Apostolica Ecclesia” (= “Eén Heilige Katholieke en Apostolische Kerk”), juist om haar te leiden in al de waarheid. En dit laatste moet leiden tot een hernieuwd gemeenschappelijk belijden; in het bijzonder van “de laatste dingen”. De Here schenke ons allen Zijn wondere genade om daartoe te kunnen komen. Wij besluiten dit hoofdstuk met het woord van de apostel Paulus aan de Romeinen:

  • “Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte: noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere.” (Romeinen 8:38-39)

Laten wij,  in samenhang, dan ook nog Johannes 11:25 en 5:24 bestuderen:

  • “Jezus zei tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven.” … “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven.” [9]

Zij, die in de Here sterven, wachten op Christus’ terugkeer naar de aarde, nadat zij even tevoren – na hun opstanding en hemelvaart – Hem zullen hebben ontmoet in de lucht om dan samen met Hem terug te keren naar de aarde (zie Judas 1:14b). Deze is de (ZICHTBARE) Openbaring van de Here Jezus Christus: de “Parousia”, “Ziet, Hij (Jezus Christus) komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.” (Openbaring 1:7) [10]
De “Epiphania” (dat is: Zijn komen ‘als een dief in de nacht’ [= plotseling, vrij onverwacht – AK], om als de Hemelbruidegom Zijn schat, de Bruidsgemeente, weg te nemen [11]), heeft dan al eerder plaats gehad:

  1. “Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren wijzen, en vijf waren dwazen. Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich. Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen. Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap. En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen. En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelf. Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten.” (Mattheüs 25:1-10) [12]
  2. “Zo wie zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen; en zo wie hetzelve zal verliezen, die zal het in het leven behouden. Ik zeg u: In die nacht zullen twee op een bed zijn; de één zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden. Twee vrouwen zullen tezamen malen; de ene zal aangenomen, en de andere zal verlaten worden. Twee zullen op de akker zijn; de één zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden. En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heere? En Hij zei tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden (= met “arendsvleugels” of “als arenden” vergaderd worden in Zijn geestelijk Lichaam, de Bruid van het Lam – zie o.a. Openbaring 12:6+14 en Jesaja 40:31a – AK [13]).” (Lukas 17:33-37)

CJH Theys

NOOT
Alle in deze uitgave genoteerde Schriftuur is uit de Statenvertaling.

Overname uit deze brochure is toegestaan, mits met bronvermelding!

EINDE deel 11

Wordt vervolgd

**********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[2] Handelingen 1:9-11, “En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen. En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren.”
Markus 16:19, “De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in de hemel, en is gezeten aan de rechterhand Gods.”
[3] Zie eventueel onze GRATIS studie De wederkomst van Christus nader bekeken van A. Klein. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze GRATIS studie Het boek Job van H. Siliakus. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze GRATIS studie Beknopte verklaring van het boek Jesaja van H. Siliakus. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG: Het boek Openbaring: “Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL” (alle 22 hoofdstukken)van CJH Theys en/of Het Boek Openbaring – “Het Evangelie van Jezus Christus voor de laatste dagen” (alle 22 hoofdstukken) van E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG, De Brief aan de Hebreeën (in smartphone-formaat) van E. van den Worm. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze GRATIS studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Voor meer UITLEG over deze 2 verzen, zie onze GRATIS studie Johannes – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God van E. van den Worm. (noot AK)
[10] Voor meer UITLEG over dit vers, zie onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG: Openbaring, hoofdstuk 1 van CJH Theys en/of Openbaring, hoofdstuk 1 van E. van den Worm. (noot AK)
[11] Zie eventueel ons GRATIS artikel De wegname en opname van de Gemeente van H. Siliakus en/of Een ANDER geluid – Is visie ‘OPNAME Gemeente’ wel juist ? van A. Klein (beiden in smartphone-formaat). (noot AK)
[12] Zie eventueel onze GRATIS studie De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[13] Openbaring 12:6+14, “En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar van God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden 1260 dagen (= 3,5 jaar – de periode van de GROTE verdrukking).” … “En aan de vrouw zijn gegeven twee vleugels van een grote arend, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd, en tijden, en een halve tijd (= dezelfde periode van 3,5 jaar), buiten het gezicht van de slang (= de antichrist, die dan 3,5 jaar regeert).”
Jesaja 40:31a, “Maar die de HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden;…”

**************************************************************

.

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst

.
Deel 1: Verborgen hoop – Opmerkelijke vrees
Deel 2: Het uitgangspunt
Deel 3: ’s Mensen ontrouw – Gods trouw
Deel 4: Omweg en toch DE WEG…
Deel 5: Licht over de gehele schepping
Deel 6: Als God verder spreekt…
Deel 7: De schepping van de mens
Deel 8: Jezus Christus redt ons van het verderf
Deel 9: Het KRUIS en het geheim
Deel 10: Welke zin heeft het offer ?

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Woord en Geest | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Lijst met onze GRATIS Bijbelstudies (bijgewerkt tot januari 2023)

bijbelstudies_eindtijdbodeGeachte lezer,

.

Wij hebben onze lijst met GRATIS studies bijgewerkt tot januari 2023.
Deze complete lijst – met al onze, op website ( https://www.eindtijdbode.nl ) en Blog geplaatste Bijbelstudies – is te lang om hier in z’n geheel te plaatsen. Vandaar hieronder 4 links naar alle soorten studies, met in de 4 aparte lijsten de rechtstreekse links naar de betreffende studies.
Deze onderstaande 4 lijsten staan ook vast vermeld op de zwarte balk, links bovenin dit Blog:

  1. Lijst met Nederlandstalige Bijbelstudies.
  2. Lijst met korte Nederlandstalige artikelen en (vervolg)studies.
  3. Lijst met Engelstalige Bijbelstudies.
  4. Lijst met korte Engelstalige artikelen en (vervolg)studies.

Wij spreken de wens uit dat onze studies voor u tot zegen mogen zijn of worden.

A. Klein

.

Geplaatst in Algemene informatie, Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van CJH Theys, Studie van E van den Worm, Studie van H Siliakus, Uitleg over het Bijbelboek Efeze, Uitleg over het Bijbelboek Johannes, Uitleg over het boek Daniël, Uitleg over het boek Hebreeën, Uitleg over het boek Hosea, Uitleg over het boek Openbaring, Uitleg over het boek Zacharia | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties

Geprofeteerde vernieuwing van het geloof

De grote behoefte

Algemeen in onze dagen is het verlangen naar een sterk en vast geloof. De opwekkingsgolven (zoals aan het begin van de 20ste eeuw) zijn sinds lang niet meer dan enige rimpelingen in het water. Even koud en zakelijk als de gehele tegenwoordige maatschappij is, is ook de geloofsbeleving – voor zover daar dan nog van gesproken kan worden – van vele christenen. De Geesteswerkingen van weleer hebben veelal plaats moeten maken voor menselijke regelingen; en de “openbaringen” die sommigen ontvangen, hebben opvallend zelden te maken met verdieping van de kennis van het Woord van God (de Bijbel). De eenzijdigheid, die een tijdverschijnsel geworden is, viert hoogtij en heeft in de christelijke Gemeente al in vele gevallen de proporties van “valse leer” aangenomen. Levende in een tijd waarin hoegenaamd geen waarachtig geestelijk leven meer gekend wordt (wel veel “kunstmatig” en “schijnbaar” geestelijk leven) en in een wereld die aan onzekerheden en onoplosbare problemen ten onder dreigt te gaan, verlangt het waarachtige kind van God naar een krachtdadige VERNIEUWING van het geloof. Even sterk als het waarachtige kind van God uitziet naar een hernieuwde uitstorting van de Heilige Geest. Alle tegenwoordige omstandigheden hebben VERNIEUWING van het geloof tot dè grote behoefte gemaakt.

Geloofsvernieuwing en opwekking

Het verlangen naar de verkwikkende wateren van de Heilige Geest wordt op krachtige wijze onder woorden gebracht in de 42ste Psalm. Deze welbekende psalm zouden wij kunnen noemen: “een lied van de Gemeente der laatste dagen”. Eigenlijk is het, gelijk zoveel psalmen, een profetische psalm. Zij geeft ons een indruk van het leven en de strijd van de Gemeente van de eindtijd. Met andere woorden, zij geeft ons een beeld van ònze situatie, want de tijd van de laatste dagen is reeds ingegaan. Opmerkelijk is dat de verkwikking, waarom in deze psalm gebeden wordt, voorafgegaan wordt door een VERSTERKING. Nog voordat de psalm teneinde is, blijkt het geloof van de psalmist krachtig te zijn vernieuwd. Tot tweemaal toe lezen wij:

  • “Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven…” (Ps. 42:6 en 12, HSV).

Wij ontvangen hier de zekerheid dat, ook al is Gods tijd voor een zeker iets nog niet daar, God Zich op het gebed uit een waarachtig en oprecht hart altijd openbaart. Tevens vinden wij hier een aanwijzing, dat de geprofeteerde Spade Regen-opwekking [1] van de laatste dagen voorafgegaan zal worden door een krachtige VERNIEUWING van het geloof – in de Gemeente des Heren. Wij zullen straks nog een andere Schriftplaats noemen, die deze gedachte ondersteunt. Maar eerst zullen wij Psalm 42 aan een nader onderzoek onderwerpen en haar in profetisch licht bekijken.

Beschouwing van Psalm 42

  1. Voor de koorleider, een onderwijzing van de zonen van Korach.
  2. Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!
  3. Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik binnengaan om voor Gods aangezicht te verschijnen?
  4. Mijn tranen zijn mij tot brood, dag en nacht, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God?
  5. Hieraan denk ik, en ik stort mijn ziel in mij uit: hoe ik meeging in de stoet en met hen optrok naar Gods huis, terwijl vreugdezang en lofliederen klonken: een feestvierende menigte.
  6. Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de verlossende daden van Zijn aangezicht.
  7. Mijn God, mijn ziel buigt zich neer in mij, daarom gedenk ik U vanuit het land van de Jordaan en de Hermonbergen, vanuit het laaggebergte.
  8. Watervloed roept tot watervloed, terwijl Uw waterkolken druisen; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengeslagen.
  9. Maar de HERE zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden; ‘s nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven.
  10. Ik zal zeggen tegen God: Mijn Steenrots, waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart, onderdrukt door de vijand?
  11. Als een doodsteek gaat mij door merg en been het gehoon van mijn tegenstanders, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God?
  12. Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is mijn Verlosser en mijn God. (HSV)

Is er enige grond voor om deze psalm een “lied van de Gemeente der laatste dagen” te noemen? Laten wij, om deze vraag te beantwoorden, een korte verklaring van de eerste zes verzen geven:
Vers 2 is een uitdrukking van het verlangen van de Bruidsgemeente naar de “wateren van de Geest” (de Spade Regen-opwekking [2]).  Het verlangen naar een zodanige openbaring van God wordt “dorsten naar God” genoemd (zie vers 3).
Vers 3 heeft als kernwoord “wanneer? en geeft aan, dat de Bruidsgemeente een WACHTENSTIJD zal moeten doormaken (vergelijk Matth. 25:5).
Vers 4 toont ons dat er DROEFHEID zal zijn in/bij de Bruidsgemeente over uitblijvende verkwikking en tegelijk, dat zij STRIJD zal hebben in de wereld. Verdrukking en vervolging zal haar deel zijn, zoals ook vers 11 leert. Van die droefheid die voorafgaat aan de uitstorting van de Heilige Geest (het “wederom zien van Jezus”) sprak ook Jezus in Johannes 16:20 en 22 en ook Hij wees op het samengaan ervan met de verdrukking in de wereld (zie Joh. 16:33). Vergelijk ook Hooglied 5:7 (zie het artikel “De slaap des oordeels” uit de Tempelbode van maart 1981). [3]
Vers 5 kan worden beschouwd als de terugblik van de Bruidsgemeente op voorbijgegane tijden van opwekking (die van het “uitgaan, de Bruidegom tegemoet” – zie Matth. 25:1, SV).
Vers 6 is de weerslag in woorden van de gereedmaking van de Bruidsgemeente door VERNIEUWING VAN HET GELOOF.

Hoe duidelijk worden in deze psalm het leven en de strijd van de Gemeente van de laatste dagen weergegeven!

.

  • KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen (GRATIS en in smartphone-formaat).

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

.


[1] Zie eventueel ons GRATIS artikel De ‘Spade Regen opwekking’(in smartphone-formaat).
[2] Zie noot 1.
[3] Zie eventueel ons GRATIS artikel De slaap ten oordeel(in smartphone-formaat).
****************************************************************

.

NOOT AK
Door een fikse griep heeft het ‘werk’ op dit Blog een paar weken geheel stilgelegen. Vanaf heden hoop ik weer – langzaamaan – op te starten.
Met het vervolg van de brochure c.q. studie “van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst“, vanaf deel 11, hoop ik D.V. volgende week weer verder te kunnen gaan.

.

Geplaatst in Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Opwekking, Studie van H Siliakus | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Moeten wij op ‘de tekenen der tijden’ letten ?

De tekenen verstaan

Uit hetgeen onze Heer eens sprak tot de geveinsden (d.i. de huichelachtige gelovigen) uit Zijn tijd – waarover wij kunnen lezen in Mattheüs 16:3 en Lukas 12:56 (HSV): “De aanblik van de lucht weet u wel te onderscheiden, en kunt u de tekenen van de tijden niet onderscheiden?” en “Huichelaars, de aanblik van de aarde en van de hemel weet u te duiden. Hoe kan het dan dat u deze tijd niet weet te duiden?” – kunnen wij opmaken dat het (door welke oorzaak dan ook) niet zo vanzelfsprekend is, dat men “de tekenen van de tijd” (de zgn. “voetstappen” die de wederkomst van de Here Jezus aankondigen) verstáát. Tot degenen die deze tekenen niet (in geestelijke zin) verstáán, kunnen wij niet zomaar zeggen: “Let op de tekenen van de tijd”. Waarmee ik bedoel te zeggen, dat er IETS is, dat kennelijk belangrijker is dan het “alleen maar” letten op die tekenen, omdat er zonder dat IETS van (goed) “letten op” niet eens sprake kan zijn.

De afval van het geloof

Gods Woord leert ons zo duidelijk, dat de laatste dagen van de huidige tijdsbedeling zich door gewisse, en met het oog waarneembare, “tekenen der tijden” zullen onderscheiden. Er zullen aardbevingen zijn, hongersnoden, besmettelijke ziekten, oproeren en oorlogen, om maar de meest voor de hand liggende te noemen (zie o.a. Matth. 24:3-14). Wij zouden kunnen zeggen, dat gelóóf eigenlijk niet meer nodig is als wij deze dingen rondom ons zien gebeuren. Het geloof is immers “een bewijs van de zaken die men NIET ziet” (zie Hebr. 11:1). Wanneer het Woord van God op zulk een wijze in vervulling gaat, en voor een ieder waarneembaar is, zou men verwachten dat velen zich (alsnog) tot God bekeren. Het tegendeel zal echter gebeuren.
“Zal de Zoon des mensen, als Hij komt, (nog) wel het (ware) geloof op de aarde vinden?”, zo sprak Jezus (Luk. 18:8, HSV). In diezelfde tijd, wanneer het strikt genomen niet meer nodig is te gelóven dat er een God in de hemel is, omdat de bewijzen daarvan gezìen worden, juist in die tijd zal de àfval van het geloof groter zijn dan ooit tevoren. Ja, het is uitgerekend ook één van de tekenen van de eindtijd, dat “de liefde van velen (vooral ook tot God en Zijn gebod) zal verkoelen” (zie Matth. 24:12). Wij vragen ons af, hoe deze twee dingen met elkaar te rijmen zijn?

Als een dief

Om een antwoord op deze vraag te ontvangen, gaan wij eerst naar 1 Thessalonicenzen 5:1-3, waar wij lezen, dat “de Dag des Heren” [1] komt “als een dief in de nacht”:
“Maar wat de tijden en de gelegenheden betreft, broeders (en zusters), is het voor u niet nodig dat men u schrijft. Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Here (SV: de dag des Heren) komt als een dief in de nacht. Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten.” (1 Thess. 5:1-3, HSV)
Is dit in tegenspraak met Bijbelpassages die duidelijk maken dat “de Dag des Heren” door gewisse tekenen wordt aangekondigd? Nee, zo zullen wij verderop zien, en dit vermoeden wij nu al, omdat wij in vers 4 van hetzelfde hoofdstuk kunnen lezen dat er ook gelovigen zullen zijn, die DIE “Dag” niet “als een dief zal overvallen”:
Maar u, broeders (en zusters, waarmee de zgn. “wijze maagden” bedoeld worden [2]), bent niet in duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen.” (1 Thess. 5:4, HSV)
Vervolgens gaan wij naar Mattheüs 24:42-44, waar in ongeveer gelijke bewoordingen over de dag van Jezus’ wederkomst [3] wordt gesproken:
“Wees dan waakzaam, want u weet niet op welk moment uw Here (weder)komen zal. Maar weet dit, dat als de heer des huizes geweten had in welke nachtwake de dief komen zou, hij waakzaam geweest zou zijn, en niet in zijn huis zou hebben laten inbreken. Weest ook u daarom BEREID, want op een uur waarop u het niet zou denken, zal de Zoon des mensen (weder)komen.” (Matth. 24:42-44, HSV)
Waar wij op moeten letten is, dat ook hier wordt gezegd, dat ondanks het onverwachte van de wederkomst (“als een dief”) het toch mogelijk zal zijn “bereid” te zijn! Let op, het “bereid” zijn (zie Matth. 24:44) is de staat waarin men verkeert als men wéét wanneer de dief komt (zie Matth. 24:43)!
Nu zal het doorgaans niet voorkomen dat men over de komst van een dief wordt ingelicht. Maar de bedoeling van deze woorden is, duidelijk te maken, dat de (weder)komst van de Here Jezus WEL wordt aangekondigd.

De tekenen en het Woord

De wederkomst van de Here Jezus [4] wordt dus wel aangekondigd. Hoe? Door de “tekenen”? Neen, IN HET WOORD VAN GOD! “Tekenen der tijden”, die verband houden met Jezus wederkomst, hebben slechts waarde omdat zij IN HET WOORD VAN GOD beschreven worden. [5] En deze tekenen kondigen Zijn wederkomst pas aan, wanneer het aangekondigde – dus Zijn komst – te gebeuren staat. DE “TEKENEN DER TIJDEN” ZIJN ALS HET KRAKEN VAN DE VOETSTAPPEN VAN DE DIEF. Als men niet wakker is, maar – geestelijk gezien – slaapt, hoort men ze niet. Alleen wie van te voren over de komst van deze “dief” is ingelicht (door HET Woord, d.i. Gods Woord, de Bijbel!) en dus wáákt, zal het gekraak (“de tekenen”) vernemen.

.

  • KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen (GRATIS en in smartphone-formaat).

H. Siliakus
Enigszins bewerkt door AK

***********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie De Dag van JaHWeH (of: De Dag des Heren)” van E. van den Worm.
[2] Zie eventueel onze GRATIS studie De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd van E. van den Worm.
[3] Zie eventueel ons GRATIS artikel De Wederkomst van Christus nader bekeken van A. Klein.
[4] Zie noot 3.
[5] Zie eventueel ons schema met het (te verwachten) eindtijdscenario.

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Genadetijd Gods, Heiligmaking, Studie van H Siliakus, Tekenen vd eindtijd, Wederkomst van Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Kerstoverdenking: U is geboren

Geboorte Jezus

Voor allen

“U is geboren”. Normaal gesproken wordt met deze woorden bedoeld dat er in de één of andere familie een kind is geboren. Echter, in dit geval hebben we het over Iemand die geboren werd aan de gehele menselijke familie. Terwijl de eersten die deze wonderschone boodschap mochten horen herders waren, die de wacht hielden over hun schaapskudden, was dit glorieus bericht bestemd voor alle mensen van alle eeuwen. Jezus werd geboren voor allen, opdat Hij mocht sterven voor allen:
“En de engel zei tegen hen (= tegen de herders): Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk (= voor alle mensen) wezen zal…” (Lukas 2:10 [1]) [2]
En de engel vervolgde met: “…namelijk dat heden voor u geboren is de Zaligmaker, in de stad van David; Hij is Christus, de Heere.” (Lukas 2:11)
In de stad van het voorgeslacht van David: “David nu was de zoon van die man uit Efratha, uit Bethlehem-Juda, van wie de naam Isaï was…” (1 Samuel 17:12a)
Hoe passend dat Hij, Die op de troon van David zou zitten, geboren werd in diens stad. In Bethlehem (= het “Broodhuis”), daarmee vervullend de profetie van Micha 5 vers 1:
“En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af.”
De Heer brengt telkens grote dingen voort vanuit een onbetekenend begin. De Eeuwige zou op uiterst nederige wijze geboren worden. Hij was voorbestemd om niet alleen heerser in Israël maar ook de Koning van alle eeuwen te zijn. De Koning der koningen. Hij is de Koning der eeuwigheid. Hij kwam voort uit het huis van David, overeenkomstig de beloften gedaan aan David en aan Israël.
“En (de Heere, de God van Israël, zie vers 68) heeft een Hoorn van zaligheid voor ons opgericht in het huis van David, Zijn knecht.” (Lukas 1:69)
De Zoon van God, dat is: God geopenbaard in de gedaante van een mens – werd geboren uit een vrouw, een maagd:
“Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet.” (Galaten 4:4)
“Geboren onder de wet”, opdat Hij zou kunnen voldoen aan alle eisen van de wet.

Hij is DE Zaligmaker

Een Zaligmaker, een Redder, werd geboren. De Samaritanen zeiden tot de vrouw van Sichar:
“Wij geloven niet meer om wat u zegt, want wijzelf hebben Hem gehoord en weten dat Híj werkelijk de Zaligmaker van de wereld is, de Christus.” (Johannes 4:42)
Hij is inderdaad de Christus, de Messias. Dit moet alle nadruk krijgen. Hij is ook de Redder – de Zaligmaker – van de wereld, voor Israëliet en heiden. Hij is JaHWeH, Die onze redding is.
Er is geen andere naam door welken mensen behouden kunnen worden. God de Vader heeft Jezus (wat betekent: JaHWeH redt) als zodanig erkend door Hem uitermate te verhogen. En heeft Hem uitgeroepen tot een Vorst, DE Leidsman van de verlosten, de Eerstgeborene van de nieuwe schepping. Hij is een Redder Die ons leidt tot berouw en ons daarna vergeving schenkt van al onze zonden. God de Vader erkent maar één Middelaar tussen God en de mens: “Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de Mens Christus Jezus.” (1 Timotheüs 2:5)
“De Mens”, Eén Die aan ons gelijk is gemaakt, Die op gelijke wijze als wij verzocht is geworden, doch zonder te zondigen. Hij heeft het gevoel van onze zwakheden gekend. Hij is de volmaakte Advocaat, de beste van beide werelden, hemel en aarde.
Wat het doel is van het Raadsplan van Verlossing wordt openbaar in de Gemeente, waarvan Christus het Hoofd is. Want “Hij is de Behouder van het lichaam, namelijk van de Gemeente”, van gelovigen in Hem. Het wezen en het karakter van de Zaligmaker wordt openbaar in Zijn volk.

Hij is DE Christus

De engel verkondigde dat Hij was de Christus. Christus betekent “Gezalfde”. God zalfde inderdaad Jezus, de Redder (der wereld). Zonder deze Zalving zou Hij Zijn werk nooit hebben kunnen volbrengen. Petrus beleed dat Hij was “de Christus, de Zoon van de levende God” (Mattheüs 16:16). Dit was Petrus geopenbaard door de Vader. De tijd genaakte dat de Christus Gods ontsluierd zou worden. Het was opnieuw Petrus die getuigenis van Hem aflegde – nadat de Heilige Geest [3] was uitgestort (op die Pinksterdag) – ditmaal zeggende dat Hij was beide: Heere èn Christus”:
“Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die u gekruisigd hebt.” (Handelingen 2:36)
Zo bekendmakende de VOLHEID van de 3-Enige Naam van de 3-Enige God [4], welke geschonken was aan de Zaligmaker, Jezus. God de Vader maakte Hem om te zijn beide: “Heere en Christus”. Het is een daad van God, dit verlenen van de volheid van de Goddelijke Naam aan Jezus.

Hij is DE Here

Zijn Heer-schap werd eveneens erkend door de engel in Efratha’s velden. Het Griekse woord “Kurios” [5], hoewel zwakker dan het Hebreeuwse JaHWeH, is er nochtans gelijkwaardig aan. Petrus sprak van Hem als “Heere van allen” (in Handelingen 10:36). Dit geeft het woord “Kurios” hier zeker dezelfde waarde als het woord JaHWeH.
De psalmist zegt in Psalm 34 vers 9a: “Proef en zie dat de HEERE goed is.”
Petrus verwijst naar dit psalmwoord als hij zegt: “Indien u tenminste geproefd hebt dat de Heere goedertieren is…” (1 Petrus 2:3). Petrus gebruikt dan het woord “Kurios” en spreekt hier, blijkens het volgende, 4de vers over Jezus: “…en kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God uitverkoren en kostbaar.” (1 Petrus 2:4)
Thomas noemde Jezus: “Mijn Heere en mijn God!” (in Johannes 20:28)
De grootheid van onze Zaligmaker wordt bevestigd door de schone Naam welke uitgesproken werd over Hem door de engel.
O, dat wonder van de verlossing, dat voor ons erin voorzag dat Eén – zo groot en bekleed met hemelse majesteit – onze plaats innam en tot zonde werd gemaakt voor ons! Hij werd geboren ter wille van de gehele mensheid. Allen kunnen gered worden. Niemand is uitgesloten. De uitnodiging om te komen en Gods (GENADE)Gave te ontvangen, komt tot een ieder.
Kom en ken Hem als uw Here en Zaligmaker!

C.Joe McKnight
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

***********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie met ‘vers voor vers’ UITLEG LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus (over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen) van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze GRATIS studie: De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[4] In Deut. 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één (of: de enige, dus één Persoon)!(HSV)
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (= geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader,
de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon,
de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest.
Zie eventueel onze studie: De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[5] Heer is een letterlijke vertaling van het Griekse woord κυριος (kurios), een aanspreekvorm die men in het Nieuwe Testament vindt voor Jezus, maar in het Oude Testament ook voor de joods-christelijke God Zelf. (noot AK)

.

Wij wensen u
GEZEGENDE KERSTDAGEN !!

.

Zie eventueel ook nog onze eerder geplaatste GRATIS artikelen rond Kerst (met PDF’s in smartphone-formaat):

.

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Genadetijd Gods, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst (deel 10: Welke zin heeft het offer ?)

Jesus, Lamb, Lion

Welke zin heeft het offer ?

De OPSTANDING van Jezus Christus

Zolang als de mens op aarde bestaat is er “het offer” geweest. Direct al op één van de eerste bladzijden van de Bijbel lezen wij dat Kaïn en (H)Abel God offers brachten. Offeren in Bijbelse zin en betekenis houdt in dat de offeraar geeft van zijn eigendom aan God. Wij willen al direct opmerken dat offeren in déze religieuze betekenis voor de moderne mens geen zin noch waarde meer heeft. Waarom niet? Omdat het doel van het leven voor hem niet bestaat in-het-zich-geven, maar naar-het-zichzelf-toehalen. Dus: zoveel mogelijk “nemen” – “voor zichzelf houden” – “hebben”! Staande op deze grondslag (= dit fundament) kunnen wij ons voorstellen dat het een mateloze verschrikking moet zijn voor zo’n mens, wanneer hij (tegen zijn wil) iets moet weggeven van zichzelf; wanneer iets hem wordt afgenomen in dit leven, zoals “bezit” – “vermogen” – “gezondheid” en dergelijke.
God zij dank mag de Christen dit heel anders zien, vanwege Gods wondere genade in zijn leven. Zijn “bezit” is hem geschonken en ten aanzien van alles wat hij zijn eigendom kan noemen beseft hij dat het hem niet toebehoort. Hij beschouwt het als een geschonken gave Gods, waarmee hij zich dus niet mag identificeren. Het behoeft dan ook geen nader betoog dat de instelling van de Christen betreffende de dingen die hij onder zijn bereik heeft liggen opoffering van de ziel vraagt; want slechts door er zich steeds helder van bewust te blijven dat alles wat hij heeft (wat wij hebben) hem/ons niet zonder meer naar eigen willekeur ter beschikking staat – en ik (wij stellen één en ander nu meer persoonlijk !) bereid ben het aan God af te staan – verkrijg ik de juiste Bijbelse instelling ten aanzien van alles wat mij omringt. Zingen wij niet altijd:

Alles wat ik heb, dat heb ik van mijn Vader
Alles wat ik ben, dat ben ik door de Heer!

Jezus Christus gaf Zichzelf in Zijn lijden en sterven voor de mensheid. Ten aanzien van onze instelling tegenover de wereld en ons eigen leven kunnen wij deze gevolgtrekking maken: Zodra wij in alles op Jezus zien, gaan wij de weg verstaan die leidt tot zaligheid. Alles durven opgeven is louter genade en betekent dan: ons vertrouwen niet meer stellen op de wereld, ook niet op de medemens, maar op God alleen! Jezus roept ons toe dat hij slechts Hem waard is die bereid is vader en moeder om Zijnentwil te verlaten. Hij verlangt van de rijke jongeling dat hij alles opgeeft, weggeeft aan de armen, en dan terugkomt om Hem te volgen… En het gaat dan om “het eeuwige leven“! En wat God van ons verlangt is dat wij, als Christenen, wéét hebben van “offeranden” (= offers te brengen/geven aan God). “Het is beter te geven dan te nemen”. Amen.
Vanzelfsprekend betekent dit niet het verachten van vader en moeder. Integendeel, Hij Die gezegd heeft: “Eert uw vader en uw moeder!” (Efeze 6:2a) bedoelt dat alles wat de mens tot zijn beschikking staat in verband moet worden gebracht met God, door alles in Zijn Handen te leggen. Wij moeten te allen tijde bereid zijn om het Hem af te staan als Hij erom vraagt. God vroeg aan de aartsvader Abraham zijn enige zoon, zijn leven als het ware, te offeren; iets wat God later Zelf zou doen met betrekking tot Zijn eniggeboren Zoon Jezus. En deze Jezus gaf nog later Zijn leven weg, in de dood des kruises, opdat Hij het weer zou herwinnen. Door smart en leed leidt de weg ten Leven. Amen.
De weg van Christus is de weg van verlossing. God was IN Christus – dus openbaart Hij Zich aan ons in de schaduw van het kruis. De grote hervormer bij de gratie Gods, Maarten Luther, heeft met het oog op dit kruislijden van Jezus, Zijn dood en Zijn opstanding, geschreven: Hij is geworden “Heer over alle dingen; zo moeten òòk wij, leden van Zijn Lichaam op aarde, betrokken worden op Zijn opstanding en datgene deelachtig worden wat Hij daardoor voor ons heeft verworven”. In Zijn opstanding heeft Jezus Christus alles met Zich meegevoerd, opdat alles (de hele schepping is daarbij betrokken) nieuw zou worden. Dit kruis, dat haar slagschaduw werpt over de gehele schepping, toont ons een wereld die dwars door leed en dood heen op weg is naar “de dag van algehele vernieuwing”. Glorie voor onze Here Jezus Christus!
Vele tegenstanders van het Christendom menen dat de oorzaak van het Christelijk geloof moet worden gezocht in “valse berusting”, waarin dan troost wordt gezocht vanwege de ellende in de wereld. Wij willen slechts dit aanvoeren: het optimisme van de zogenaamde wereldverbeteraar en de Godverachter is een “utopie“. God en Zijn werken zijn niet te peilen met schoolse wijsheid. De eigenlijke ontmoeting met God zullen wij slechts ervaren in het faillissement van ons eigen leven. In de verlorenheid en de ellende van zo’n leven komt het geheim van het kruis openbaar. Gods handelen in ons leven gaat dwars door de vernietiging van ons “eigen-ik”. “Ik sterf elke dag… Ik leef, maar niet ik, maar Christus leeft in mij” roept de apostel Paulus uit (zie 1 Korinthe 15:31 en Galaten 2:20).
Net zo goed als het kruis volkomen overgave aan God betekent, zo worden wij alleen maar in en door de offerande vrijgemaakt van de wereld. De strijd in deze wereld betekent voor de Christen kruisiging van de oude mens, om straks (op Gods bestemde tijd en wijze) een glorieuze opstanding te beleven. Een proces dat een mensenleven lang voortduurt, maar dat des te krachtiger wordt naarmate de wereld zich daartegen teweerstelt. “Vreest niet! Ik heb de wereld overwonnen” roept Jezus ons toe (zie Johannes 16:33). Wanneer wij dit geloven, zo zal al datgene wat ons wordt voorgesteld een vreugde zijn. Gods teken in de wereld is de OPSTANDING van Jezus uit de doden! Geprezen zij Zijn wonderbare Naam!!
De opstanding van Jezus is de openbaring van de zin van de wereld. Dat wil zeggen: van Gods soevereine en heilige wil aangaande het doel dat God heeft met Zijn eigen schepping. Waarom wij dit zó zien? De grote verandering in het lichaam van Jezus – van sterfelijk en vergankelijk naar onsterfelijkheid en onvergankelijkheid – was als het ware de openbaring van de wegbereiding voor de Christen en Gods hele schepping: vanuit de vergankelijkheid naar de onsterfelijkheid,… naar eeuwige zaligheid,… naar het 1000-jarig Rijk [1], dwars door lijden, dood en verderf heen. “Verandering”, dat wil zeggen: net zoals het lichaam van Christus in de opstanding van vergankelijkheid en sterfelijkheid veranderd werd tot onsterfelijkheid, zó wordt straks de Christen als het ware “nieuw geschapen” (het opstandingslichaam is vrij van zonde) en de gehele schepping zal eveneens déze verandering, déze vernieuwing ondergaan (“een nieuwe hemel en een nieuwe aarde”), wanneer het einde, de “volheid van de tijd” is gekomen. O, halleluja!
De almachtige God zal, dwars door de grote catastrofe aan het einde der tijden (vergelijken wij daartoe Jezus’ Profetische Rede in Mattheüs, hoofdstuk 24 en hoofdstuk 25) deze totale verandering (= vernieuwing – totale ommekeer) bewerkstelligen, want “uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen” (Romeinen 11:36a) en:

  • “Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem” … “En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed van Zijn kruis(dood), door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelf, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.” (Kolossenzen 1:16-17 + 20)

Door deze dingen weten wij dat God bóven Zijn wetten staat. Dat wil zeggen, dat straks de wetten welke wij kennen geen stand houden – moeten wijken voor Gods soevereine handelen ten aanzien van mens en wereld. Wij kunnen als Christenen God niet tegenhouden door – met voorbijgaan van de eigen gestelde wetten – via daden van Zijn almacht te komen “tot voleinding”. Hij IS DE “Ik BEN!
Ja, zó is het! Inderdaad kunnen beklemming en verduistering, verrukking en verlichting ons overkomen, maar (hoe of het ook zij) wij zijn en blijven als Christenen in Gods hand. Hij laat de Zijnen niet los. En als we door grote benauwdheid heen moeten, dan is Hij het Die ons in het leven behoudt. Jezus is steeds nabij. Hij, Die van God verlaten werd (door te sterven voor onze zonden) zal ons nooit verlaten. Halleluja! Het is nooit Gods bedoeling om ons in de dood te laten omkomen, maar om ons eruit te doen opstaan voor Jezus’ eer en glorie. “Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?” (1 Korinthe 15:55). Onderzoeken wij voor een juist verstaan van al het bovenstaande ook nog wat geschreven staat in 1 Korinthe 15 vers 19-28:

  • “Indien wij alleen in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden van degenen, die ontslapen zijn. Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens. Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst. Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht. Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben. De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood. Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft. En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden aan Die, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.”

Wij moeten bij het schrijven van deze regels denken aan een gedicht van een bekende Nederlandse dichteres. Met een variant daarop schrijven wij nu:

“Sinds ik het weet – ik weet het wel, ofschoon”
“Nog onder ons zo dikwijls wordt gezwegen”
“Van Gods belofte, die bij ‘t spreken”
“Niet duid’lijk klinkt van toon”
“Sinds ik het wéét, is God mij steeds nabij”
“Toch, in d’ernst van‘t aardse leven vaak verloren”
“Héél diep als nooit tevoren”
“Gevoel ik Gods opstandingskracht in mij”.

Waarlijk zonder de opstanding van Jezus Christus uit de doden gaat het niet. Korter gezegd: zonder Pasen gaat het niet! [2] Zonder Pasen is het Christelijk geloof een onvoorstelbare zaak:

  • “Indien daar geen opstanding der doden is, zo is Christus ook niet opgewekt. En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel (HSV: zonder inhoud), en ijdel is (dan) ook uw geloof.” … “Want indien de doden niet opgewekt worden, zo is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs; (en) zo zijt gij nòg in uw zonden. (1 Korinthe 15:13-14 + 16-17)

Doch Jezus heeft Zijn woorden en Zijn boodschap van reddende liefde veel meer waargemaakt dan het merendeel van de jongeren van tegenwoordig met hun leuze: “Make love and no war”, please! Maar Jezus was allesbehalve een “dagdromer”. Hij heeft gemaakt dat alle Nieuwtestamentische verkondigingen geschreven konden worden, te boek gesteld zijn, met Pasen (Jezus opstanding) als uitgangspunt. Pasen is altijd weer opnieuw en geheel-en-al het “startpunt” van de boodschap van Jezus, als Gods “Zafnath-Paäneah” – (= ook de naam die farao Jozef gaf, zie Genesis 41:45) – Redder der wereld. Alles berust op Pasen. Glorie voor God!
Pasen is basis van het Christelijk geloof. Zonder Pasen (Jezus opstanding) is het kruis zinloos. De geloofsovertuiging dat het kruis betekenis heeft in Gods Raadsplan van verlossing is alleen maar vanuit Pasen te begrijpen. Het kruis zònder Pasen (zonder Jezus opstanding) kan alleen maar de mislukking van Jezus’ zending en loopbaan betekenen. Pasen is de kroon op het volbrachte werk aan het kruis. Amen. Zonder Jezus’ opstanding zou onze schuld niet doorbroken zijn, en ons geloof zou de basis hebben verloren. Maar nù geeft Zijn wonderbaarlijke opstanding ons de volle zekerheid dat God altijd staat aan de kant van hen die in de kracht van Gods Geest proberen in het rechte spoor van Jezus te gaan. Een weg die er (voor de wereldling) altijd nog dwaas genoeg uitziet maar, sedert de opwekking van Jezus, tòch de enig juiste weg is.
Het feit van Jezus’ opstanding is overigens een theologische kwestie. Het lege graf is een historisch bewijs. Het “hoe” van Jezus’ opstanding uit de doden is een “geheimenis”, een verborgenheid, welke straks tot klaarheid zal komen (= duidelijk zal worden), wanneer wij daarin participeren (= daaraan deelhebben). Niet alles wordt nù al verstaan, ofschoon alles toch de waarheid is. “Wij zien nog in een duistere rede…” (zie 1 Korinte 13:12) komt ook uit de mond van één van Jezus’ apostelen. En hem was toch een wonderbaarlijke kennis gegeven aangaande de bovennatuurlijke dingen. De Christen verstaat immers door het geloof en niet door wat hij aanschouwt. Trouwens, heel het Nieuwe Testament is niet geïnteresseerd in het HOE van de opstanding.
Toch lezen wij in het Boek van de Handelingen der apostelen dat zij “met grote kracht getuigenis gaven van de opstanding van Jezus Christus” (zie Handelingen 4:33a). Hoe zit dat nu? Wanneer wij even hierover nadenken, gaan wij één en ander begrijpen. Opstanding betekent in feite, in de grond van de zaak, toch NIEUW LEVEN! [3] Waren zij niet tevoren gedoopt met de Heilige Geest, de Belofte van de Vader (zie Handelingen 2:33)!? Die doop des Geestes maakte van Jezus’ discipelen andere, dat wil zeggen: nieuwe mensen. ALLES WAS NIEUW GEWORDEN. Halleluja! Amen. Wij kunnen dan ook béter spreken en schrijven: De Handelingen van de Heilige Geest door Zijn apostelen
Met het wonderbaarlijke gevolg dat er “genade, grote genade was over hen allen” (zie Handelingen 4:33b). De uitwerking ervan was zelfs nóg gróter (zie de verzen 34-37). Geprezen zij de Naam des Heren! Uit dit alles blijkt duidelijk dat het toentertijd (onder de uitstorting van de “Vroege Regen” [4]) niet alleen ging om de opstanding, maar in het bijzonder en méér nog om de OPGESTANE Heer en Meester!! En wij zijn er van overtuigd dat deze zelfde handelingen, genoemd in de verzen 34 t/m 37 (ofschoon deze nù nog niet worden gekend) straks wederom in de Gemeente van Jezus Christus zullen plaatsvinden onder de geprofeteerde en nog te verwachten “Spade Regen” [5] (volgens Joël’s profetie [6], de uitstorting van Gods Geest in de laatste dagen van de tijdsbedeling waarin wij thans leven).
Nogmaals willen wij hier benadrukken dat niet de opstanding zelf de basis is van ons Christelijk geloof, maar wèl de verrezen Here en Heiland Zelf! Het is alleen in de “ontmoeting” met Hem dat wij kunnen begrijpen wat Zijn opstanding betekent, en dientengevolge die van òns straks… De doop met de Heilige Geest en de blijvende vervulling met Gods Geest maakt de Here Jezus Christus reëel voor ons. [7] Wij zien dan ook Jezus’ leven diepzinniger en anders dan voorheen (al is dan onze “bekering” een eerste “ontmoeting” en “wedergeboorte” een absoluut “heilsfeit”): zó en niet anders – vanaf dit gezichtspunt. Daarom is voor ons het Nieuwe Testament in alle opzichten geloofwaardig; want het leven van die mensen die het geschreven hebben beantwoordden óók in alle opzichten aan DE Boodschap die zij brachten – aan HET Evangelie dat zij predikten.
In het Evangelie naar Mattheüs vinden wij als getuigen genoemd: Maria Magdalena en een andere Maria (de moeder van Jakobus, de vrouw van Kleopas). Denken wij ook aan de laatste getuige van de opstanding: Paulus (toen nog Saulus), de apostel. Hij was een overtuigd en daadwerkelijk aanhanger van de Joodse Wetsleer. Maar zijn leven veranderde van de ene op de andere dag… De overtuiging die hij tot dat ogenblik was toegedaan hield geen stand. Hij had Jezus ontmoet! Die ontmoeting maakte van hem de grote belijder van Zijn Naam. Wij hebben zijn eigen getuigenis: “En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien.” (1 Korinthe 15:8)
Paulus was ten diepste doordrongen van het nutteloze en verkeerde van alle “vrome prestatiedwang“. Het kruis werd voor hem het bewijs. Want dit kruis getuigde ervan dat het om een God gaat Die het verlorene en verdwaalde zoekt en nabij wil zijn in alles: Mensen die met lege handen in het leven staan. Daarom ook verkondigde hij voortaan Jezus Christus en Die gekruisigd (zie 1 Korinthe 2:2b en 1:23). Zijn ervaring was dezelfde vanwege zijn eigen ontmoeting met de opgestane Jezus. Zijn leven behoorde in het vervolg dan ook alleen déze Jezus toe. Voor Hem droeg en verdroeg hij alles: valse beschuldigingen, verdrukkingen, vervolging, folteringen, gevaarlijke zendingsreizen, en tenslotte een gewelddadige dood:

  • “En nu ziet, ik (= Paulus), gebonden zijnde door de Geest, reis naar Jeruzalem, niet wetende, wat mij daar ontmoeten zal; dan dat de Heilige Geest van stad tot stad betuigt, zeggende, dat mij banden en verdrukkingen aanstaande zijn. Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en de dienst, welke ik, van de Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie van de genade Gods. En nu ziet, ik weet, dat gij allen, waar ik doorgegaan ben, predikende het Koninkrijk Gods, mijn aangezicht niet meer zien zult.” (Handelingen 20:22-25)
  • “En als wij daar vele dagen gebleven waren, kwam er een zeker profeet af van Judea, met name Agabus; en hij kwam tot ons, en nam de gordel van Paulus, en zichzelf handen en voeten gebonden hebbende, zei: Dit zegt de Heilige Geest: De man, wiens deze gordel is, zullen de Joden alzo te Jeruzalem binden, en overleveren in de handen der heidenen. Als wij nu dit hoorden, baden beiden wij en die van die plaats waren, dat hij niet zou opgaan naar Jeruzalem. Maar Paulus antwoordde: Wat doet gij, dat gij weent, en mijn hart week maakt? Want ik ben bereid niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem voor de Naam van de Heere Jezus. En als hij zich niet liet afraden, hielden wij ons tevreden, zeggende: De wil des Heeren geschiede.(Handelingen 21:10-14)

Er zijn, hélaas, altijd mensen geweest die Jezus’ opstanding puur geestelijk wilden en willen verstaan. Zoiets als in de geest van Efeze 5:14 [8], waar de van God vervreemde mens, in zijn afvallige staat, wordt geroepen tot een leven met God. Anders gezegd: de geestelijke opstanding uit de dood – vanwege de zondigheid des mensen. Dòch de apostel Paulus heeft met grote ernst verkondigd dat Christus’ opstanding niets zou betekenen als deze ook niet de belofte inhield van ònze lichamelijke verheerlijking straks. Jezus is DE EERSTELING – GEEN EENLING! Amen. De gevolgen zijn allereerst te “ervaren”, om daarnà te worden “gezien”, “getoond” in de handelingen die volgen.
Jezus’ nabijheid is ervaarbaar in de vervulling met Zijn Geest. Binnen de Christelijke gemeenschap – dat is: de Gemeente, Zijn Lichaam – in gebed [9] (gemeentelijk dan wel individueel); maar altijd door Zijn wil te doen! Als God de dood (de wet van vergankelijkheid) op Pasen de macht heeft ontnomen (en dat heeft Hij gedaan – zie Mattheüs 28:18b) dàn kan ons in tijd en eeuwigheid niets meer scheiden van de liefde van Christus:

  • Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard? (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.) Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft. Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere.” (Romeinen 8:34-39)

Halleluja! Het betekent nog méér: Ons Christelijk geloofsleven heeft een nieuw perspectief gekregen door de doop met Zijn Geest. Een blijvende vervulling met Gods Geest maakt ons geestelijk bekwaam om te leven vanuit de daden van de Here Jezus Christus [10], en om zodoende Zijn toekomst tegemoet te gaan.
Als wij aandachtig en biddend de Schriftgedeelten 1 Korinthe 15:42-49 en 2 Korinthe 5:17 en 16 lezen, dan worden wij geconfronteerd met “het opstandingslichaam” en de vraag: “Wat is dat voor een lichaam?”

  • Alzo zal ook de opstanding der doden Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid; Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid; het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam, en er is een geestelijk lichaam. Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakende Geest. Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit de Hemel. Hoedanig de aardse is, zodanige zijn ook de aardsen; en hoedanig de Hemelse is, zodanige zijn ook de hemelsen. En gelijkerwijs wij het beeld van de aardse (= de eerste mens) gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld van de Hemelse (= de laatste Mens) dragen.” (1 Kor. 15:42-49)
  • Zo dan, indien iemand (geheel ‘gedrenkt’’) in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. 16 Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Kor. 5:17 en 16)

De apostel Paulus beantwoordt de vraag in beeldspraak en via een vergelijking. Hij heeft het dan over een “graankorrel”, die in de aarde valt en… sterft, om tot NIEUW LEVEN [11] te kunnen komen in stengel en blad en vruchtdracht. Paulus concludeert dan dat er een groot verschil is tussen “korrel” en het “nieuwe lichaam als plant”. “Hoe” dat NIEUWE LEVEN gestalte en vorm heeft gekregen is niet aan te wijzen vanuit “wat gestorven is”. Hier hebben wij nu te doen met het wonder, dat God overal in Zijn schepping werkt. En Hij doet dit wonder in grote verscheidenheid.
Daarom is er ook weer veel verschil in die soort lichamen, om met Paulus te spreken, zoals er ook weer veel verschil is tussen het vlees van vogels en dat van vissen. Zó is er ook verschil in bestaanswijze op aarde. En hetzelfde treffen wij aan in de wereld van de hemellichamen. De éne ster verschilt in glans en schittering van de andere. Zó is dan de conclusie, zegt de apostel (in 1 Kor. 15:42-49 en 2 Kor. 5:16-17), en dit moeten wij goed bedenken als gevraagd wordt naar het “hoe” van het opstandingslichaam. Met andere woorden, daar zijn zoveel mogelijkheden in dat wonderlijke scheppingsplan van God. Om dit nog meer te verduidelijken komt Paulus in zijn betoog neer op het grote verschil van “natuurlijke” lichamen en van “geestelijke” lichamen. Hij grijpt dan terug op wat geschreven is…
De “aardse” Adam (zie Genesis hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2) had namelijk een “psychische” bestaanswijze, de “hemelse” Adam (zie Johannes, hoofdstuk 1) heeft daarentegen een “GEEST-e-lijke” bestaanswijze. Daarom is de eerste mens “vlees en bloed” en de tweede is Geest. Vóórdat de apostel de vergelijking Adam – Christus maakte, begon hij met de vergelijking van “zaaien en oogsten”,… als “sterven en opgewekt worden”… Hij heeft één en ander verder uitgewerkt in vier tegenstellingen, te weten:

Er wordt gezaaid (gestorven): Er wordt opgewekt:
in vergankelijkheid in onvergankelijkheid
in oneer in heerlijkheid
in zwakheid in kracht
een lichaam van een ademend wezen – “ziel”, “vlees” (zwak, vergankelijk) een lichaam van een door de Geest beheerst wezen (sterk, onvergankelijk)

Wij willen ter completering hieraan nog toevoegen, die verzen welke vermeld zijn in 2 Korinthe 5:16-17 en 1 Korinthe 15:45-47.

Wij zijn in Adam: Wij zijn in Christus:
de levende ziel de levendmakende Geest
de natuurlijke de Geestelijke
qua mens: ziel en vlees qua mens: Geest
oude mens(heid) nieuwe mens(heid)
In Adam is er In Christus is er
schepping Schepping
beoordeling naar het vlees beoordeling naar de Geest
stof uit de aarde hemels uit de Hemelse
  • “Zo dan, indien iemand IN Christus is, die is een nieuw schepsel: het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden. 16 Zo dan (dat wil zeggen: “daarom”…) wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:17 en 16)

Waar dus in Christus ALLES NIEUW GEWORDEN IS, wil de apostel niet teruggrijpen naar het oude leven dat voorgoed voorbijgegaan is; wil hij dus degene die in Christus is niet meer kennen in zijn oude natuur! Als er geschreven staat dat “vlees en bloed” het Koninkrijk Gods niet zullen erven (zie 1 Korinthe 15:50), dan betekent dat, dat de mens – als zwak, broos, vergankelijk schepsel (creatuur) – niet in staat is zichzelf het onvergankelijk leven te verwerven. Dit moet hem geschonken worden, en het wordt hem ook geschonken vanwege de Here Jezus Christus, Die Zijn “vlees en bloed” gaf tot waarlijk “spijs en drank” ten eeuwigen leven,… (zie Johannes 6:54-55 [12]). Die ons door Zijn Geest laat delen in Zijn onvergankelijk leven. In dit licht betekent “geestelijk lichaam” dus niet zoiets als een onzichtbaar lichaam, maar een wedergeboren lichamelijke bestaanswijze, dòch geheel herschapen door Gods Geest tot een “vlekkeloze, rimpelloze staat” (geheel ontdaan van alle zondesmet – zie Efeze 5:27), geschikt voor het verheerlijkte leven in onverderfelijkheid. Hoe wondervol!
Ons wordt weleens de vraag gesteld of het “nieuwe” lichaam geformeerd wordt uit “iets” dat van het “oude” overblijft? Met andere woorden, is er “continuïteit en “identiteit” tussen het lichaam van vóór de opstanding en dat van nà de opstanding?? Op grond van het feit dat de Schrift spreekt van: “ALLES IS NIEUW GEWORDEN” is het absurd om zoiets zelfs maar te denken. De desbetreffende tekst (van 2 Korinthe 5:17b) spreekt ook niet van een “overblijfsel”, maar wèl van: “HET OUDE IS VOORBIJGEGAAN”. Wil men dan toch die continuïteit en identiteit zoeken, dan moeten deze niet gezocht worden in iets dat uit het oude lichaam in het nieuwe overgaat, maar (naar onze bescheiden mening) toch zeer zeker in Gods wondermacht om het zo te scheppen!! Hem zij de glorie! Amen.
Begrijpelijker is de vraag: “Wat voor lichaam heeft de in Christus gestorven mens in de opstandingsheerlijkheid?” Op grond van de Schriftopenbaring kunnen wij zeggen: het is een “heerlijkheidslichaam”, onvergankelijk, onverderfelijk (zie Filippenzen 3:21 en 1 Korinthe 15:43) – een door de Heilige Geest beheerst lichaam (zie 1 Korinthe 15:46) – het weerspiegelt de heerlijkheid des Heren (zie 2 Korinthe 3:18) – het zal hemels zijn (zie 1 Korinthe 15:47). En dit alles wordt ons aangezegd en voorgehouden tot vertroosting te midden van alle verderf, pijn, ellende en verzoekingen op aarde, tot heiliging [13] (zie 1 Korinthe 6:14-15 en 1 Korinthe 15:32-34) in een duistere wereld, tot een oproep om te strijden, omdat wij te doen hebben met een overwonnen vijand (zie 1 Korinthe 15:53-55); en tenslotte om in alles te blijven volharden tot het einde toe. “Strijdt de goede strijd des geloofs”! (1 Timotheüs 6:12a). Maranatha – Jezus komt!!
Wij geven nu het volgende ter overweging nog door. Eén van de oudste verslagen (berichtgevingen) met betrekking tot de opstanding uit de doden, en alles wat hiermee samenhangt, is ongetwijfeld 1 Korinthe 15. Het is vanzelfsprekend van belang om hiernaast ook de Evangelieverhalen te bestuderen en te vergelijken (dus niet alleen lezen !): Mattheüs 28, Markus 16, Johannes 20 en 21. [14] In dit verband moet worden opgemerkt dat er vaak onderscheid wordt gemaakt tussen wat men graag noemt “grond-van-wat-men-gelooft” en wat behoort tot de “grond-van-de-uitleg-waarin-men-geloofd”.
Wat wij, Christenen, goed tot ons moeten laten doordringen is, dat Jezus Zelf steeds weer “de eerste Persoon”, “de centrale Figuur” is in, bij en van al de verschijningen nà Zijn opstanding. Nà Zijn verrijzenis OPENBAART Hij Zich steeds weer – Hij moet Zich telkens weer bekend maken, omdat aardse ogen Hem niet herkennen (niet onderscheiden). Halleluja! De opstanding waarin straks kinderen Gods zullen delen overeenkomstig de Schriftopenbaring (en welke hier op aarde zal geschieden) is niet het einde van Gods plan in hun leven. Net zoals Jezus “ten hemel voer”, alzó zullen ook allen die in Christus gestorven zijn opstaan uit de dood om daarnà (dus NA de grote verdrukking AK [15]) op te varen naar dezelfde hemel waarheen Jezus ging om ons allen een plaats te bereiden:

  • “Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van de archangel (= een aartsengel of overste engel), en met de bazuin Gods nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Heere wezen.” (1 Thessalonicenzen 4:13-17)
  • “Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.” … “Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u. Nog een kleine tijd, en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien; want Ik leef, en gij zult leven.” … “Martha zei tot Hem: Ik weet, dat hij (= haar broer Lazarus) opstaan zal in de opstanding ten laatste dage. Jezus zei tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?” (Johannes 14:1-3 + 18-19 en 11:24-26) [16]

Wij willen dit hoofdstuk thans besluiten met het Schriftwoord in 1 Petrus 5 vers 10-11:
“De God nu aller genade, Die ons GEROEPEN heeft tot Zijn EEUWIGE HEERLIJKHEID in Christus Jezus, nadat wij een weinig (HSV: een korte) tijd zullen geleden hebben, Dezelve volmake, bevestige, versterke en fundere ulieden. Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen”.

CJH Theys

NOOT
Alle in deze uitgave genoteerde Schriftuur is uit de Statenvertaling.

Overname uit deze brochure is toegestaan, mits met bronvermelding!

EINDE deel 10

Wordt vervolgd

*********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze GRATIS en Diverse overdenkingen / studies bij Pasen”. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG: LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus. (Over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen) van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Vroege Regen = Het beeld van de UITSTORTING van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, in de begintijd van de Gemeente, zoals vermeld in Handelingen 2:1-4. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze GRATIS studie De ‘Spade Regen opwekking (in smartphone formaat) van H. Siliakus. (noot AK)
[6] Joël 2:23+28-29, “En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in de HEERE, uw God; want Hij zal u geven die Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u de regen doen nederdalen, de vroege regen en de spade regen in de eerste maand.” … “En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten.”
*) Zie eventueel onze GRATIS studie Crises van de eindtijd (Goddelijke gerichten vanaf de tijd van de grote afval, volgens de beschrijving van het boek -en de profeet- Joël) van H. Siliakus. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze GRATIS studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[8] Efeze 5:14, “Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die (geestelijk gezien) slaapt, en staat op uit de doden (= uit de geestelijke dood); en Christus zal over u lichten.”
[9] Zie eventueel onze GRATIS studie Leer bidden (over de noodzaak van gebed naar Gods wil) van CJH Theys. (noot AK)
[10] Zie eventueel onze GRATIS studie De Gever en Zijn Gaven van CJH Theys. (noot AK)
[11] Zie eventueel onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG: LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus. (Over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen) van E. van den Worm. (noot AK)
[12] Voor meer UITLEG over deze verzen, zie onze GRATIS studie Johannes – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God (met ‘vers voor vers’ UITLEG) van E. van den Worm. (noot AK)
[13] Zie eventueel onze GRATIS studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[14] Voor meer UITLEG over deze 2 hoofdstukken, zie onze GRATIS studie Johannes – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God (met ‘vers voor vers’ UITLEG) van E. van den Worm. (noot AK)
[15] Die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan” = Dus, deze opstanding – en de volgende teksten / beloftes van 1 Thessalonicenzen 4:13-17 – moeten m.i. wel NA de grote verdrukking plaatsvinden. Dit ‘bewijs’ kan men lezen in o.a. Openbaring 20:4+5b, “…en ik zag de zielen van degenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en zijn beeld niet aanbeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren… Deze is de eerste opstanding.”
*) Zie eventueel ons GRATIS artikel hierover: Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ?van A. Klein. (noot AK)
[16] Voor meer UITLEG over deze verzen, zie onze GRATIS studie Johannes – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God (met ‘vers voor vers’ UITLEG) van E. van den Worm. (noot AK)

**************************************************************

.

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst

.
Deel 1: Verborgen hoop – Opmerkelijke vrees
Deel 2: Het uitgangspunt
Deel 3: ’s Mensen ontrouw – Gods trouw
Deel 4: Omweg en toch DE WEG…
Deel 5: Licht over de gehele schepping
Deel 6: Als God verder spreekt…
Deel 7: De schepping van de mens
Deel 8: Jezus Christus redt ons van het verderf
Deel 9: Het KRUIS en het geheim

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst (deel 9: Het KRUIS en het geheim)

Jesus, Lamb, Lion

Het kruis en het geheim

Welke zin heeft het (kruis)offer?

Als vervolg van ons voorafgaand betoog, zo mogen wij het allemaal als-vanzelfsprekend zien, volgt een nadere beschouwing van: “Het geheim van het kruis“. DE vraag welke in direct verband hiermee gesteld wordt is dan ook die, welke wij hierboven geplaatst hebben. De meesten onder het “kerkvolk” van onze tijd zijn er zich nauwelijks van bewust hoezeer de figuur van Jezus Christus “problematisch” is geworden onder een nu al meer dan een eeuw durend trommelvuur van menselijke (wetenschappelijke ?) kritiek. De kaarten liggen tegenwoordig zo: Zelfs vele theologen menen dat men omtrent Jezus Christus – of Jezus van Nazareth zoals zovelen Hem in dit licht willen zien – zo goed als niets weet; en dat alles wat wij in het Nieuwe Testament lezen slechts als beeldspraak dient te worden opgevat… De lichamelijke opstanding, de meeste wonderen, Zijn opwekkingen van doden, dòch òòk Zijn leer… alles wordt (laten wij het zo maar neerschrijven) in de storm van de twijfelachtige kritiek tot “legende” herleid!
Oòk de “God-is-dood-theorie” heeft hieraan meegewerkt en hiertoe aangezet. Zij is het product van de goddeloosheid der laatste dagen. En laten wij eerlijk zijn: deze zogeheten resultaten van het onderzoek “omtrent het leven van Jezus” vinden langzamerhand toch hun weg ook naar het bewustzijn van de nominale kerkganger – de gemiddelde gelovige. Natuurlijk is deze niet in staat om de volle omvang van al die opgeworpen kritiek te vatten. Des te sterker krijgt hij/zij de indruk dat de grondslagen (= de fundamenten) van ons Christelijk geloof aan het wankelen zijn gebracht. En wij behoeven ons dan ook niet te verwonderen als velen zich reeds afvragen: “Is ons wel de waarheid verteld?? Waarom nog samenkomen en een gemeente vormen, als zelfs de theologen zich al afvragen waaraan zij nog moeten geloven?? Zijn daarom hun preken zo saai, zo vervelend en zo oppervlakkig geworden, omdat de man op de kansel niet meer gelooft in de oorspronkelijke Boodschap van de Bijbel???”
Deze en nog vele andere vragen dringen zich op, nu wij in deze laatste dagen worden geconfronteerd met die eerder bedoelde resultaten. Wij hebben ook mensen ontmoet die helemaal geen vragen meer stellen, omdat zij allang het Christelijk geloof de rug hebben toegekeerd, en allang niet meer de noodzaak inzien om de aanspraken van het Christelijk geloof op DE Waarheid nog ernstig te nemen. Vele Christenen hebben de indruk dat men het moet zien te rooien met de wereld waarin wij leven en werken. Een makkelijke manier om van alles af te komen. Maar wie zich bezighoudt met literatuur ter zake doende, is zich allang bewust dat de Bijbelcritici (vooral) vanaf de 20ste eeuw beweren dat zij uit de Bijbel wel alles kunnen lichten wat (volgens hun onderzoek !) niet meer in onze tijd past. Het is in-en-in-treurig, maar waar.
Toen zij eenmaal hun mening lanceerden, begon meteen “de grote afbraak”. Is er nog wat overgebleven? Ja zeker, maar niet veel. Gods handelingen bijvoorbeeld, waarvan de Bijbel getuigt, worden van onwaarde beschouwd. Beweerd wordt dat, als men God wil verstaan, men er zich niet te veel over moet bekommeren “wat” God op deze aarde heeft gedaan, want de waarheid wordt nu eenmaal bepaald door het denken en niet door het handelen van God in de geschiedenis. Met andere woorden komt hun betoog hierop neer: de mens wil zèlf bepalen “wie” en “wat” God is. Hoe heel anders was dat in de eerste Christelijke Gemeente onder de “Vroege Regen” [1] – de eerste Pinkstergemeente [2] in de geschiedenis.
Die eerste Christenen stelden het zó: wat waarheid is kan geen mens verstandelijk gewaar worden, maar alleen in de ontmoeting met God; in wat Hij heeft gedaan en geschapen,… door de komst van Jezus Christus in de geschiedenis. Maar de “moderne” mens heeft hiermee geen genoegen genomen. Dit was en is hem te eenvoudig. Hij wil wat anders. Hij heeft de overlevering aangaande Jezus Christus op zijn ontleedtafel gelegd met alle gevolgen ervan. Op de ontleedtafel van de kritiek werden de synoptische Evangeliën gelegd, om te worden “geanalyseerd” tot in de kleinste details… In wezen werd er “gedokterd” aan ons geloof. Mogen wij allen dit zó zien en verstaan! En zódoende raakte men alle samenhang kwijt, met het treurige gevolg dat de waarheid werd “gedemonteerd”!!
Voorwaar (!) het is allemaal verbijsterend en bedroevend. Zódoende heeft het geloof plaats moeten maken voor “hypothesen”, “veronderstellingen”. Dit is nog maar het begin van het satanische plan. Waartoe de “aartsleugenaar en moordenaar vanaf de beginne” wil komen is: dat God en Zijn wereld uit elkaar gerukt worden,… dat God uit de wereld wordt weggedrongen! Maar, halleluja (!), God en Christus zijn niet te ontleden. God, Schepper van hemel en van aarde, heeft het allemaal heel anders verordineerd (= ingesteld, bepaald). Hij kwam in Christus en wij moe(s)ten niet anders doen dan Hem ontvangen. Hoe groot is het wonder van genade!! Genade is, God zij dank (!), géén erfgoed. Van alle kritiek en ontleedkunde naar volledige goddeloosheid is maar één stap!!
Het is wel heel duidelijk wat deze kritiek wil uitdrukken: wat zo’n 2000 jaar geleden plaats vond, zonder dat de wereld erdoor is veranderd, kan “mij” (vult u voor dit – mij – maar een naam in !) niet interesseren. En met deze uitspraak heeft “men” Gods KRUIS-STANDAARD omlaag gehaald – het kruis waardeloos gemaakt. Vergeten wordt, dat ons Christelijk geloof nauw betrokken is op deze wereld in al haar facetten: haar aanvang, haar heden, haar toekomst… Maar alles begon en begint bij dat wondervolle kruis. Het geloof in Christus opent ons oog voor DE weg die de wereld heeft te gaan. Daar is géén andere weg.
Over Christus en het kruis gesproken, het volgende… Hoe zijn de mensen in conflict met zichzelf. Kruisen zijn “in” vandaag de dag! Zowel vrouwen als mannen dragen ze in allerlei vormen. Ze dragen ze en gaan er mee om als “amuletten”, als mascottes. De dragers en de draagsters (jong en oud onder hen) staan niet stil bij de “achtergrond” van het kruis . Maar, òòk bij mensen die er iets meer bij nadenken, zelfs bij Christenen, wordt het kruis al gauw een “vernisje” dat slechts bruikbaar is bij bepaalde gelegenheden. Zó wordt het kruis ontkracht,… en de eigenlijke zin ervan gaat totaal verloren! Het wordt een sieraad op onze kerktorens, op muren en op graven.
Nu is het wel waar dat wij over “smaak” niet mogen twisten, maar wat treft de ware Christen aangaande het kruis, terwijl het voor die anderen niet bestaat?! Wel, het kruis is Gods teken VOOR DE WERELD. Het heeft geen esthetische betekenis. Als Christenen over het kruis spreken, hebben zij het over een hard en vooral pijnlijk onderwerp. De feitelijke betekenis van het kruis is geheel anders dan mensen denken. Wáár stond het kruis in die tijden van weleer? Even buiten Jeruzalem, op Golgotha’s heuveltop. Dáár voltrok zich het grootste drama van alle eeuwen: God WAS in Christus DE WERELD met Zichzelf VERZOENENDE” (zie 2 Korinthe 5:19), maar Hij STIERF OOK in Christus!
Om te beginnen was daar een Romeinse bezetting,… een corrupte rechtspraak… een opgehitste menigte van mensen,… een fanatieke en verblinde geestelijkheid,… en dan was daar ook nog één van de mensen, een van God verlaten mens: Jezus. De oude profeet getuigt: “…Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben. Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht… Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.” (zie Jesaja 53:2b-5)
En over deze mens was de meest wrede straf die de Romeinen kenden uitgesproken: dood door ophanging aan het kruis! Hoe zwaar Zijn ziele-strijd wel was en hoe ernstig Zijn gebed tot Zijn Vader in de hemel, zó, dat “Zijn zweet werd gelijk grote druppels bloed, die op de aarde afliepen” wordt ons verteld in het Evangelie naar Lukas (22:44-45 [3]). Als misdadiger gebrandmerkt, geslagen, bespuwd, gehoond, in de steek gelaten, stond Hij tegenover een muur van moordende haat en geweld, en leed Jezus echte, zeer menselijke smarten. Waarlijk, op Golgotha stierf toentertijd een onschuldige. Vermoord – een afschuwelijke dood!!
Hij stierf aan een “vloekhout”, want de Bijbel leert dat wie aan zo’n kruis werd gehangen vervloekt was (zie Galaten 3:13b). Dáár hing Hij tussen hemel en aarde! Voor Zijn discipelen was het kruis een teken van grenzeloze ontgoocheling; het eindstation van alle hoop en verwachting. Gróter schok had hen niet kunnen overkomen. Daarbij komt dan nog dat Jezus allesbehalve een misdadiger was. Verre van dat! De Bijbel vertelt ons heel andere dingen. Het staat zֶó geschreven en wij geloven het. Halleluja!! Jezus leefde zo geheel anders dan de mensen van Zijn en onze tijd. Woord en daad waren in volkomen evenwicht. Jezus leefde vanuit hetgeen Hij verkondigde: Hij had zelfs Zijn vijanden lief.
Het ging bij Jezus niet om: ‘HarD tegen harD’, maar om ‘HART tegen hard‘! Hij zei wat Hij deed en Hij deed wat Hij zei. Jezus kende géén “mooipraterij” zoals zovele Christenen heden ten dage. Zelfs voorgangers maken zich hieraan nog veelvuldig schuldig. Daarom kunnen zij het Woord der waarheid ook nooit recht snijden!! Wanneer het ernst werd, marchandeerde Hij niet. Hoe vele ambtsdragers en zij die leiding geven, struikelen hier!! Jezus hield Zich aan Zijn Woord tot in de dood toe; tot het moment dat Hij in de diepste betekenis van het woord ten onder ging aan Zijn mateloze liefde voor ù en voor mìj. Hij vergaf degenen die Hem aan dat kruis nagelden en bad voor Zijn moordenaars… (zie Lukas 23:34a).
Jezus’ liefde was er een zonder uitvluchten en/of achterdeurtjes; een geloofwaardige liefde. Glorie voor Hem! Waarom werd nu juist déze Jezus DE Persoon in Wie wij geloofd hebben? En dat na zo’n 2000 jaar! Was Hij méér dan alleen maar mens?? Wat Hij tijdens Zijn leven en sterven sprak en deed, was méér dan trouw zijn en blijven aan bepaalde principes. Jezus handelde niet namens Zichzelf, maar Hij beschouwde Zichzelf als “dienstknecht”, en werd de mensen gelijk. Hij was géén “lastgever”, maar “lastdrager”. Nochtans was het Hem geen roof om aan God gelijk te zijn: “Maar (Jezus) heeft Zichzelf vernietigd, de gestalte van een dienstknecht aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden”, “Die in de gestalte van Gods zijnde, geen roof geacht heeft (HSV: het niet als roof beschouwd heeft) God even gelijk te zijn” (Filippenzen 2:7+6). Geprezen zij Zijn Naam!!
Dat Gods Geest ons allen moge doen verstaan dat Jezus Christus het altijd heeft gehad over een diepe “verbintenis”. In welk opzicht? Jezus zei van Zichzelf dat God (de Vader) met Hem was (de verbintenis), en dat Hij Zijn leringen, Zijn machtige beloften aan de armen en verdrukten gaf met een volmacht die de Vader Hem had verleend (Zijn zending). “Jezus Christus was en is HERE, tot heerlijkheid van God de Vader” (zie Filippenzen 2:11b). Hij alléén kon zeggen: “Wie Mij ziet, aanschouwt de Vader”. Hij WAS en IS DE Zoon!
Voor ons mensen, over het algemeen, een erg moeilijk te doorgronden uitdrukking. Wij worden en zijn ons bewust van de betrekkelijkheid van ons bevattingsvermogen. Deze uitdrukking is een zeer diepe. Het betekent dat als Jezus vertoornd was over de eigengerechtigheid van de wetgeleerden, God Zèlf in dat geval werkzaam was in deze toorn van Jezus. Maar dan heeft niet alleen Jezus getreurd over de liefdeloosheid van de mensen van Zijn tijd, maar òòk dan weer God Zelf!! Ja, het gaat nog om méér en nog verder… Want, dan zou Jezus niet alleen hebben ervaren wat het zeggen wil “mens te zijn” en te moeten lijden, maar òòk God Zelf moet het meebeleefd hebben, want “God was in Christus“.
Maar dan gaat het ook niet meer om een “God in de hemel, hóóg boven alles en allen verheven”, maar om een God Die Zich aan de kant van de mensen heeft opgesteld. En dan heeft God de liefdevolle overgave van Jezus Zèlf meebeleefd, en Zich alles gelegen hebben laten liggen aan déze wonderlijke liefde tot de mensen: de eenzaamheid en de strijd van de Zoon Jezus! Laten wij dit nooit vergeten: voor de Zoon was het ontstellend om de beker leeg te drinken (waarin de zonden van een héle wereld…); voor de Vader was het even ontstellend om die beker aan te reiken!! Amen.
Jezus, Die de mensen liefhad, werd… een prooi van intense haat. Hij, “Zoon des mensen en Zoon van God”, Die ook in opdracht van God optrad, werd omgebracht door degenen voor wie Hij gekomen was. Treurig, maar waar. En als déze Jezus aan de kant van God staat, is Zijn kruisiging uitdrukking van de “zèlfverheerlijking” van de mens en tegelijkertijd een oorlogsverklaring aan God! Hier hebben wij die onweerlegbare waarheid: Jezus aan Gods zijde, maar TEGELIJKERTIJD AAN DE KANT VAN DE MENSEN voor Wie Hij is gestorven. “Dat gevoelen zij in ù, hetwelk ook in Christus Jezus was.” (Filippenzen 2:5)
Wanneer dus Jezus aan het kruis zelfs voor hén bidt die Hem hebben laten lijden, en voor hén die – als je reinste fanatici – “Kruisigt Hem!” hebben geschreeuwd, wordt Zijn kruis tot een TEKEN dat de ontstane vervreemding overbruggen èn de verbroken gemeenschap herstellen wil. Dàn is het kruis van Jezus een teken van verzoening tussen God en mensen. Jezus Zelf is onze VERZOENING. Halleluja! Amen.

  • Romeinen 3:25, (Christus Jezus) Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods.”
  • 1 Johannes 2:2, “En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”
  • 1 Johannes 4:10, “Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden.”

In die totale verlatenheid (zie Markus 15:34 [4]) riep Jezus niet: “God is dood!” zoals zo vele levenden dit in onze tijd doen, maar bleef Hij met God rekening houden. Wij vragen ons af: “Wie kan machtelozer en verlatener, dòch tegelijkertijd ook méér getroost geweest zijn dan deze stervende Jezus?! Bij overdenking komen wij tot déze conclusie: Slechts wie, net als Hij, de diepste verlatenheid heeft leren kennen, kan òòk bevrijdend verlossen op een wijze die geloofwaardig is.
Daarom geloven en belijden wij dat Jezus door die diepste diepten is heengegaan. En als dàt zo is (en HET IS ZO) dat God in déze Jezus was, dán kàn Hij òòk begrijpend, helpend, ondersteunend en verlossend in al ons menselijk lijden aanwezig zijn. Glorie voor Hem! Toen de discipelen veel later (dat is: nà Jezus’ opstanding) dan ook begrepen hadden wat er voor hen en voor een hele wereld was gebeurd, werden ze zelf actief. Zij voelden zich toentertijd gedrongen de liefde die zij zelf hadden ervaren, op hun beurt aan anderen te laten merken (door te geven); ook al werden zij door die houding zèlf in het nauw gedreven. Het Boek der Handelingen verhaalt uitvoerig hiervan.
Zó zal het ons ook vergaan, zodra wij gaan inzien en tot de overtuiging komen hoeveel wij voor God betekenen, en hoe kostbaar onze verloste levens in Zijn ogen wel zijn. Als onze goede en barmhartige God omwille van onze vervreemding en vanwege Zijn zoekende liefde zoveel over Zich heen heeft laten gaan, kunnen wij daar niet maar met een al dan niet waarderend knikje kennis van nemen. Neen; dàn verwacht God wel iets méér van ons. Dàn kunnen wij niet beter doen, dan ons òòk toeleggen op actief worden en liefhebben (zoals de Heilige Geest dat in ons kan werken [5]), om zódoende op gelijke wijze als Jezus de satanische kring van de haat te doorbreken.
Wat wij daarmee zullen bereiken? Allereerst zullen wij dan alle eigen lijden, verdrukking en vervolging, niet alleen aanvaarden, doch met vreugde begroeten. Want (en dit is de waarheid !) de liefde van en tot de gekruisigde Jezus maakt ons van onszelf vrij – wij zijn dan in staat (Gods Geest bekwaamt ons daartoe) meer aan anderen te denken dan aan onszelf. Niet alleen zullen wij droevig gestemd zijn en treurig om de nood van anderen,… wij zullen ook trachten (met al de kracht die in ons werkt) om op onbaatzuchtige wijze hun nood te lenigen. Het gaat heus niet alleen om een gevoel van solidariteit!
Solidariteit betekent gemeenschap hebben, betekent fellowship in de juiste betekenis; ja méér, betekent in wezen inzet en concrete opdracht in de Naam van Jezus! Wij zijn er heus niet mee klaar, wanneer wij het kwaad alleen maar weten te interpreteren. Daar moet verlossing zijn – groot en machtig. Hieraan is de grootste behoefte. En wij, Christenen, moeten ons inzetten, zó, dat de Heilige Geest ons kan gaan gebruiken als Zijn instrumenten [6], om van dat kwaad te verlossen. Wij kunnen het ook zó proclameren: CREATIVITEIT is NOODZAKELIJK – ZELFOPOFFERING is EEN VOORWAARDE! Jezus Zelf leert: “Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis op, en volge Mij.” (Markus 8:34b)
Hoe gedroegen onze eerste Christenbroeders en -zusters zich? In al hun zwakte hebben zij kracht geput uit het kruis van hun Heiland en Heer. Te midden van al de ellende van hun verdrukking en vervolging, lieten zij zich bemoedigen en motiveren door het kruis van Jezus Christus. Ja, zij gingen zelfs zó ver dat zij de kracht van het kruis voor zich opeisten, waardoor zij zó – over eigen angsten en nood heen – de benauwdheid van de naaste niet konden vergeten,… om zó in de liefde van God de naaste tegemoet te kunnen komen. Zó alleen konden zij zich met het lijden identificeren en de verdrukte een warm meevoelend hart toedragen. Niet in eigen kracht, maar in de krachtdadige werking van Gods Geest!
Hoe raken wij, als hedendaagse Christenen, betrokken bij het kruis van de Here Jezus Christus? Eer wij een positief antwoord geven op deze indringende vraag, dienen wij goed te beseffen dat het hier niet gaat om een “leerstuk” of een “dogma” dat eerst moet worden beaamd. Het gaat om een menselijke situatie, waarin alleen Jezus ons helpen kan. Diepere diepten dan Hij heeft gekend zijn er niet. Wie zelf heeft verkeerd in uitzichtloze situaties, heeft de mogelijkheid de diepe menselijkheid van Jezus zelf te beléven; Zijn solidariteit tot het einde toe te bewaren, om die dan ook na te volgen! Wie zelf ervaring heeft opgedaan van het absoluut niet meer weten-welke-kant-men-op-moet, zal “iets” gewaar kunnen worden van dat plaatsvervangend lijden van Jezus Christus.
Eén ding hebben ook wij moeten leren in onze meer dan 50-jarige loopbaan: niemand wordt een Christen door een lijst van dogmatische leefregels en nog méér artikelen te ondertekenen„ en/óf doordat men een zogenaamd verheffend “gevoel” (wat dat dan ook mag zijn) bij zichzelf kan oproepen, zoals dat heden ten dage gebeurt in sommige Pinkster-groeperingen [7], waar men typen, schaduwbeelden en symbolen zó verheft en zó voorstelt, dat déze gevoelens oproepen en dermate bekoren, waardoor DE KERN, HET KARDINALE, vervaagd en zelfs niet meer wordt gezien! In de kruisiging van Jezus worden alle menselijke “godsvoorstellingen” totaal doorbroken, en alle religieuze inspanningen (hoe goed bedoeld overigens) tenietgedaan.
Voor iedere Christen begint bij het kruis de verandering, de hoop, de verwachting; ja, een heel nieuw “levensperspectief”. [8] In ons zo korte leven gaat het immers niet om wat wij zijn en/of doen, maar het gaat om de erkenning dat wij zondaars zijn die geen uitweg zien uit het stinkende moeras van een bankroet leven. Het gaat om onze erkenning dat wij hulpeloos zijn en God nodig hebben. Juist omdat het kruis een streep haalt door alle menselijke berekeningen en voorstellingen van God, betekent het ook de ommekeer van en voor allen die nog moeite hebben met geloven. De dood van Jezus betekent niet het einde, want juist dàn begint er iets dat al onze bevindingen in een heel ander licht plaatst…
God begon toentertijd namelijk met iets verrassend nieuws,… met een nieuw tijdperk,… een nieuw perspectief. Pasen moest komen, en Pasen maakt alles anders. [9] Dàn is de kruisiging van Jezus niet alleen het lichtend teken van een verleden tijd, maar heeft tevens directe betekenis voor het HEDEN en de TOEKOMST! De apostel Paulus heeft één en ander zo duidelijk naar voren gebracht in zijn betoog in 1 Korinthe 1:18-25. Geïnspireerd door de Heilige Geest heeft de apostel (Paulus) sterk de nadruk gelegd op het feit dat alle eigen religieuze voorstellingen de mist ingaan. Want, het gaat niet om wat wij, mensen, ons voorstellen. Het gaat namelijk om de genade Gods; om wat “van buitenaf” komt. Het TROOSTVOLLE karakter van de boodschap van het kruis voor alle tijden is hier:
“Want het Woord des kruises is wel degenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een KRACHT Gods; want er is geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken. Wáár is de wijze? Wáár is de Schriftgeleerde? Wáár is de onderzoeker van deze eeuw? Heeft God de wijsheid van deze wereld niet dwaas gemaakt? Want nademaal (HSV: omdat), in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het God behaagd, door de dwaasheid van de prediking, zalig te maken, die geloven; Overmits de Joden een TEKEN begeren, en de Grieken WIJSHEID zoeken; dòch wij prediken Christus, de Gekruisigde, de Joden wel een ergernis, en de Grieken een dwaasheid; Maar hun, DIE GEROEPEN ZIJN, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de KRACHT Gods en de WIJSHEID Gods. Want HET DWAZE Gods IS WIJZER dan de mensen; en HET ZWAKKE Gods IS STERKER dan de mensen” (1 Korinthe 1:18-25). Halleluja! Amen.

CJH Theys

NOOT
Alle in deze uitgave genoteerde Schriftuur is uit de Statenvertaling.

Overname uit deze brochure is toegestaan, mits met bronvermelding!

EINDE deel 9

Wordt vervolgd

***********************************************************************************

[1] Vroege Regen = Het beeld van de UITSTORTING van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, in de begintijd van de Gemeente, zoals vermeld in Handelingen 2:1-4. (noot AK)
[2] Pinkstergemeente = Die Gemeente(n) waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. (noot AK)
[3] Lukas 22:44-45, “En in zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote druppels bloed, die op de aarde afliepen. En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid.”
[4] Markus 15:34, “En ter negende ure, riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELOI, ELOI, LAMMA SABACHTANI, hetwelk is, overgezet zijnde: Mijn God, Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten?”
[5] Zie eventueel onze GRATIS studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze GRATIS studie De Gever en Zijn Gaven van CJH Theys. (noot AK)
[7] Pinkster-groeperingen = De schrijver spreekt in deze studie vooral (als waarschuwing) tot de “eigen parochie”. Maar de inhoud van deze studie zal ongetwijfeld ook voor andere Gemeenten en/of christelijke groeperingen (kunnen) gelden. (noot AK)
[8] Zie eventueel het artikel Het kruis, de enige bron van genade en krachtvan Derek Prince. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze GRATIS en Diverse overdenkingen / studies bij Pasen”. (noot AK)

**************************************************************

.

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst


Deel 1: Verborgen hoop – Opmerkelijke vrees
Deel 2: Het uitgangspunt
Deel 3: ’s Mensen ontrouw – Gods trouw
Deel 4: Omweg en toch DE WEG…
Deel 5: Licht over de gehele schepping
Deel 6: Als God verder spreekt…
Deel 7: De schepping van de mens
Deel 8: Jezus Christus redt ons van het verderf

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen