Openbaring 20 vers 1, 2, 3, 4, 5, 6 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 2 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 3 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 4 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 5 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 6 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 7 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 8 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 9 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 10 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 11 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 12 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 13 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 14 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 15 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 16 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 17 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 18 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 19 (PDF).

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 2:
Gods arbeid

  • tot te-niet-doening van de antichristelijke heerschappij;
  • tot realisering van Zijn 1000-jarige Rijk en van Zijn EEUWIGE Heerschappij. [1]

_____________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [2]

______________________________________________________________

Hoofdstuk 20

  Diverse PROFETISCHE gebeurtenissen

NA de wederkomst van Christus

 32

I. Satan en zijn horden voor 1000 jaar gebonden

Openbaring 20 vers 1-3, “En ik (= Johannes) zag een Engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting (SV: keten) in zijn hand. En Hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor 1000 jaar, en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de 1000 jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.” [3]
Satan en zijn engelen worden voor 1000 jaar (de periode van het 1000-jarig VREDERIJK van Christus op aarde) in de put [4]van de afgrond gebonden. Gedurende deze 1000-jaar-lange gevangenis worden hij en zijn engelen van mensen gescheiden gehouden, opdat hij die niet meer kan misleiden (= beïnvloeden).
Na deze 1000 jaar zullen hij en zijn engelen weer ontbonden worden. Dan zullen zij weer op de aarde komen en even hun gang kunnen gaan:
“Op die dag zal het gebeuren dat de HEERE de legermacht van de hoogte in de hoogte en de koningen van de aardbodem op de aardbodem zal straffen. Zij zullen verzameld worden als gevangenen in een kerker, zij zullen opgesloten worden in een gevangenis, maar na vele dagen zal er weer naar hen omgezien worden.” (Jesaja 24:21-22)
Deze “gevangenis” (uit Jesaja 24:22) is NIET de hel, de “poel van VUUR”, waarin de antichrist en de valse profeet als eersten levend zijn geworpen:
“En het beest (= de antichrist [5]) werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt.” (Openbaring 19:20)
De duivel / satan en zijn engelen zullen pas NA die 1000 jaar (de periode van het 1000-jarig VREDERIJK van Christus op aarde) in “de poel van VUUR” worden geworpen en wel in ALLE EEUWIGHEID:
“En de duivel (= satan), die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest (= de antichrist) en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.” (Openbaring 20:10)
Alle mensen van alle tijden die hun zijde hebben gekozen zullen na het eindoordeel van de Grote WITTE Troon (zie vers 11-15, van Openbaring 20) ook daar komen. De graad van verdoemenis zal zijn naar hun misdaad; hoewel God deze HEL (in principe) niet voor hen heeft geschapen, maar “voor de duivel en zijn engelen”:
“Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is.” (Mattheüs 25:41)

.

II. Het 1000-jarige Vrederijk van Christus

Openbaring 20 vers 4-6, “En ik (= Johannes) zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het OORDEEL werd hun (= de heiligen) gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aangebeden, die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij werden weer levend en gingen als koningen regeren (SV: heersen) met Christus, 1000 jaar lang. Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de 1000 jaar tot een einde gekomen waren. Dit is DE EERSTE OPSTANDING. Zalig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren (SV: heersen), 1000 jaar lang.”
Dit 1000-jarige Vrederijk [6] vormt als het ware een PRELUDE (= een inleiding) op de eeuwigheid. Het vormt de grote SABBAT (de 7de keer 1000 jaar, vanaf de schepping van de mens).

Openbaring20 blz.146 -schema via RoyGods schema van de aan de mens gegeven tijd

Dit 1000-jarige Rijk wordt enkel en alleen bevolkt door mensen, van alle tijden, die de 1ste opstanding (= de opstanding ten leven, de opstanding van de rechtvaardigen; zie Lukas 14:14, Johannes 5:29, Handelingen 24:15 en Daniël 12:2 [7]) hebben mogen meemaken. Dit is een opstanding – DE EERSTE” – die vlak vóór de oprichting van het 1000-jarige Rijk geschieden zal, bij de (zichtbare [8]) wederkomst van Christus als Koning:

  • “Zie, ik (= Paulus) vertel u een geheimenis: WIJ zullen wel niet allen ontslapen, maar WIJ zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk (SV: in een punt des tijds, in een ogenblik), bij de laatste bazuin (= de 7de). Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook WIJ (degenen die levend overgebleven / BEWAARD zijn UIT, en dus NA afloop van, DE GROTE VERDRUKKING – zie 1 Thess. 4:15-17 en Matth. 24:29-31 [9]) zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden. En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: De dood is verslonden tot overwinning. Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank, Die ONS de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere.” (1 Korinthe 15:51-58)
  • “Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat WIJ die levend zullen overblijven tot de (weder)komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus (gestorven) zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen WIJ, de levenden die overgebleven zijn (= BEWAARD uit, en dus NA afloop van, de grote verdrukking), samen met hen (= de uit de dood opgestane rechtvaardigen) opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere (SV: de Here tegemoet) in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.” (1 Thessalonicenzen 4:15-17) [10]

Alle andere nog levende (antichristelijke) mensen op aarde worden bij de wederkomst van Christus door Hem gedood (zie Openbaring 19:21 [11]), omdat zij het merkteken van het beest hebben ontvangen (zie Openbaring 14:9-11 [12]), terwijl alle christenen (die NIET BEWAARD zijn voor de gruwelen van de grote verdrukking [13]) reeds door de antichrist zijn gedood:

  • Hierna zag ik (= Johannes) en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen (SV: geslachten), volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam (Gods), bekleed met WITTE gewaden en palmtakken in hun hand. En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam ! En alle engelen stonden rondom de troon, de ouderlingen en de 4 dieren (letterlijk: 4 levende wezens). Zij wierpen zich vóór de troon neer met hun gezicht ter aarde en aanbaden God, en zeiden: Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. Amen. En één van de ouderlingen antwoordde en zei tegen mij: Dezen, die bekleed zijn met witte gewaden, wie zijn zij en waar zijn zij vandaan gekomen? En ik zei tegen hem: U weet het, mijn heer. En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden WIT gemaakt in het bloed van het Lam. Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden (SV: zal hen overschaduwen). Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. Want het Lam (Gods), Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden (SV: zal hun een Leidsman zijn) naar de LEVENDE waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.” (Openbaring 7:9-17)
  • “En de draak (= satan) werd boos op de vrouw [14], en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht (SV: haar zaad, in geestelijke zin), die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus Christus hebben.” (Openbaring 12:17)
  • “En het beest (= de antichrist, satans instrument van de laatste dagen) werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam (SV: alle geslachten), taal en volk.” (Openbaring 13:7)

Naast al deze opgestane gelovigen zullen de “144.000” naar Gods troon opgetrokkenen (= de heilige ‘zonen Gods’ uit de 12 stammen Israëls, zie Openbaring 12:5 [15]) en zij die “VERANDERD worden… in een punt des tijds”, dit 1000-jarige Rijk bevolken (zie nogmaals 1 Korinthe 15:51-58 en 1 Thessalonicenzen 4:15-17, hierboven reeds vermeld).
Wie worden er in een punt des tijds veranderd?
De bewaarden (= de Bruidsgemeente) in “de woestijn” (zie Openbaring 12:6+14 [16]) worden bij Christus wederkomst “in een punt des tijds” VERANDERD (zie 1 Korinthe 15:51-52 [17]), èn de kinderen Gods onder de Joden in Joods Palestina (wat groter is, qua landoppervlak, dan het huidige land Israël – AK), die Hem bij Zijn wederkomst als hun Messias zullen herkennen, om Hem alzo als VOLK aan te nemen:

  • “Want Ik zeg u: U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere! (Mattheüs 23:39)
  • “Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten. Voorwaar, Ik zeg u dat u Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn dat u zult zeggen: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere.” (Lukas 13:35)
  • “Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob (= ook Israël genaamd, de stamvader van alle 12 stammen). En dit is het verbond van Mij met hen, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen. Zij zijn weliswaar wat het Evangelie betreft vijanden vanwege u, maar wat de verkiezing betreft geliefden vanwege de vaderen.” (Romeinen 11:25-28)

Allen hebben dan: ONVERGANKELIJKE, VERHEERLIJKTE, KRACHTIGE en GEESTELIJKE (opstandings-)lichamen, de engelen gelijk:

  • “Zo zal ook de opstanding van de doden Het lichaam wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam. Zo staat er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levend wezen, de laatste Adam tot een levendmakende Geest. Het geestelijke is echter niet eerst, maar het natuurlijke en daarna komt het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede Mens is de Heere uit de hemel. Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijke mensen, en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelse mensen. En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen.” (1 Korinthe 15:42-49)
  • “maar zij die het waard geacht zijn die toekomstige wereld te verkrijgen, en de opstanding uit de doden, zullen niet trouwen en ook niet ten huwelijk gegeven worden. Want zij kunnen niet meer sterven, omdat zij gelijk zijn aan engelen. En zij zijn kinderen van God, omdat zij kinderen van de opstanding zijn.” (Lukas 20:35-36)

Het is met deze (opstandings-)lichamen, dat wij “de Here tegemoet” kunnen gaan “in de lucht” (zie 1 Thessalonicenzen 4:17 [18]); het zijn lichamen die dan niet meer onderhevig zijn aan de wet van de zwaartekracht.
En deze lichamen hebben wij dan nodig, daar de temperatuur van de aarde gedurende het 1000-jarig Rijk veel hoger is; namelijk 7x zo hoog (!):

  • “Dan zal het licht van de volle maan zijn als het licht van de gloeiende zon, en het licht van de zon zal zevenmaal sterker zijn, net als het licht van zeven dagen, op de dag dat de HEERE de breuk van Zijn volk zal verbinden en de wond die het is toegebracht, zal genezen.” (Jesaja 30:26)
  • “Maar er zal één dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn, geen dag en geen nacht. Het zal geschieden ten tijde van de avond dat het licht blijft.” (Zacharia 14:7 [19])

De GEHELE natuur zal een ANDERE constellatie (= het gehele samenstel van factoren dat invloed op iets of iemand uitoefent) behoeven om in deze temperaturen te kunnen bestaan. Mensen, planten en dieren met de huidige natuurlijke constellatie zullen in dat 1000-jarig Rijk NIET kunnen leven.
In dit 1000-jarig Rijk [20] is er ook geen BEKERING meer nodig, want ALLE mensen die er deel aan hebben zijn OPSTANDINGS-KINDEREN Gods; zij alleen bevolken de gehele aarde (tijdens dit 1000-jarig Rijk of Vrederijk van Christus):

  • “Toen werden het ijzer, het leem, het brons (SV: koper), het zilver en het goud (van het beeld uit de droom van Nebukadnezar) tegelijk verbrijzeld. Ze werden als kaf op een zomerdorsvloer. De wind voerde ze weg, zodat er geen spoor van teruggevonden werd. Maar de steen (= de “Steen, die zonder mensenhanden werd afgehouwen”,… beeld van de Messias Gods, Die toen nog in de wereld komen zou) die het beeld getroffen (SV: geslagen) had, werd tot een grote berg en vulde de hele aarde.” (Daniël 2:35 [21])

Indien er nog zondaren (= ongelovige, antichristelijke mensen) zouden zijn tijdens dit 1000-jarig Rijk van Christus, zou het ook geen VREDE-rijk meer zijn, want dan zou de SABBATS-RUST in God spoedig – en keer op keer – worden geschonden.
Maar wel hebben deze kinderen Gods allen een verschillende geestelijke ontwikkeling. Het is echter wel Gods wil, dat ze uiteindelijk ALLEN komen tot volle WASDOM (= de volle of volmaakte geestelijke groei):
“En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten, tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus.” (Efeze 4:11-13)
In dit 1000-jarige Rijk is er dus wel GEESTELIJKE GROEI tot (volle) WASDOM; iets wat ons inziens zelfs in de eeuwigheid hierna nog bestaat (volgens Openbaring 22:2, waarbij de vertaling “genezing der heidenen” moet worden gelezen als “heiligmaking, volmaking van de volkeren”):
“In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken (SV: der heidenen).” (Openbaring 22:2)
Zo zullen zij die die wasdom (= die volle of volmaakte geestelijke groei) in Christus al bereikt hebben, Christus dienen in dit 1000-jarige Rijk als PRIESTER-KONINGEN “naar de ordening van Melchizedek” [22] (zie Jesaja 24:23b, Psalm 45:17, Lukas 19:17+19, 1 Petrus 2:9, Openbaring 3:21 en Openbaring 5:10 [23]); zoals Hijzelf HOGEPRIESTER-KONING is naar deze ordening:
“Hij getuigt immers: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.” (Hebreeën 7:17)
Zij (de geestelijk volwassenen) heersen dan in liefde over de geestelijk ONVOLWASSENEN.
Veel is er helaas niet geschreven over dit wonderlijke 1000-jarige Rijk, maar het vormt wel een machtig teken van overwinning over zonde en satan [24], als de Here er zal heersen met Zijn Koningin (zie Psalm 45:10-16 [25]), Zijn 144.000 (zie Openbaring 14:1-5 [26]), Zijn gehele Bruidsgemeente en alle heiligen van alle tijden.
Wat een zalige tijd zal dit zijn van 1000 lange jaren…

.

Wordt vervolgd

  • De PDF (om de studie eventueel uit te printen of te downloaden) volgt aan het einde van elk hoofdstuk.

.

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [27]
(1915 – 2013)
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

*************************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen (hier in smartphone-formaat) van CJH Theys. (noot AK)
[3] Deze studie is oorspronkelijk geschreven vanuit de Statenvertaling, maar de Bijbelverzen zijn nu – hopelijk voor meer leesgemak / duidelijkheid –  vermeld in de Herziene Statenvertaling (afgekort HSV), tenzij anders vermeld. (noot AK)
[4] Vergelijk Openbaring 9:1-2, “En de vijfde engel blies op de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen. En hem werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven. En hij opende de put van de afgrond, en er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven. En de zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put.” (noot AK)
[5] De antichrist en de valse profeet zijn twee mensen die zich, in de grote verdrukking, VOLLEDIG als een (satanisch geïnspireerd) instrument door satan hebben laten gebruiken. (noot AK)
[6] Zie noot 1.
[7] Lukas 14:14, “En u zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u te vergelden. Want het zal u vergolden worden in de opstanding van de rechtvaardigen.”
Johannes 5:29, “en zij (= allen, die in de graven zijn – zie vers 28) zullen eruitgaan: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, maar zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ter verdoemenis.”
Handelingen 24:15, “Ik heb hoop op God – zij zelf verwachten het ook – dat er een opstanding van de doden zal zijn van zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen.”
Daniël 12:2,En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen.
[8] Zie eventueel ons artikel De wederkomst van Christus nader bekekenvan A. Klein. (noot AK)
[9] 1 Thessalonicenzen 4:15-17, Staat bovenin de tekst op blz. 4 vermeld.
Mattheus 24:29-31, “En meteen na de verdrukking (de grote verdrukking, zie vers 21) van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien (dus is dit de zichtbare Wederkomst), als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen (de ‘levend overgeblevenen’ en de ‘uit de dood opgestane rechtvaardigen’, zie 1 Thess. 4:15-17) uit de 4 windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan.” (noot AK)
[10] Zie eventueel ons artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ?van A. Klein. (noot AK)
[11] Openbaring 19:21, “En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem (= de Here Jezus Christus) Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees.”
[12] Openbaring 14:9-11, “En een derde Engel volgde hen, die met een luide stem zei: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn toorn, en gepijnigd worden in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam. En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid, en zij die het beest en zijn beeld aanbidden, hebben dag en nacht geen rust, evenmin als iemand die het merkteken van zijn naam ontvangt.”
[13] Zie eventueel onze studie De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijdvan E, van den Worm. (noot AK)
[14] Zie eventueel ons artikel Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12 ?van A. Klein. (noot AK)
[15] Openbaring 12:5,En zij baarde een mannelijke zoon (zie A), die alle heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt (zie B) tot God en Zijn troon.” (SV)
A. Zie eventueel onze studie Dingen die (met) haast geschieden moeten (deel 5)”, met de titel: De geboorte van de mannelijke zoon(beeld van de 144.000)van H. Siliakus. (noot AK)
B. Zie eventueel onze studie Dingen die (met) haast geschieden moeten (deel 7)”, met de titelDe wegrukking van de mannelijke zoon van H. Siliakus. (noot AK)
[16] Openbaring 12:6+14,En de vrouw (zie noot 14) vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was (SV: haar van God bereid), opdat men haar daar zou voeden 1260 dagen (= 3½ jaar, de periode van de grote verdrukking).” … “En aan de vrouw werden 2 vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd (= dezelfde 3½ jaar, de periode van de grote verdrukking), buiten het gezicht van de slang (= satan, dan ten volle werkend in en door de antichrist).”
[17] 1 Korinthe 15:51-52, “Zie, ik (= Paulus) vertel u een geheimenis: WIJ zullen wel niet allen ontslapen, maar WIJ zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk (SV: in een punt des tijds, in een ogenblik), bij de laatste bazuin (= de 7de). Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook WIJ (degenen die levend overgebleven / BEWAARD zijn UIT, en dus NA afloop van, DE GROTE VERDRUKKING) zullen veranderd worden.”
[18] 1 Thessalonicenzen 4:17, “Daarna zullen WIJ, de levenden die overgebleven zijn (= BEWAARD uit, en dus NA afloop van, de grote verdrukking), samen met hen (= de uit de dood opgestane rechtvaardigen) opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere (SV: de Here tegemoet) in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.”
[19] Zie eventueel onze studie De eindtijd-profetieën van de profeet Zacharia van E. van den Worm. (noot AK)
[20] Zie noot 1.
[21] Voor meer geestelijk inzicht in dit vers, van Daniël 2:35, zie onze studie Daniel, hoofdstuk 2: De 1ste droom van Nebukadnezar: HET BEELD van CJH Theys. (noot AK)
[22] Uit de Winkler Prins en de Bijbelse encyclopedie:
Melchizedek (dit betekent: “koning der gerechtigheid”) is de naam van de priesterlijke koning van Salem (of Jeruzalem) die Abram zegende en aan wie Abram schatting, namelijk tienden van de gehele buit, betaalde na de zege door de aartsvader (= voornaamste of oudste [voor]vader) behaald op de vier koningen van het Oosten (Genesis 14:18). Melchizedek was een priester van God, de Allerhoogste, dus van de ware God. De figuur van Melchizedek duikt later nog op in Psalm 110:4. In het Oude Testament speelt deze figuur verder geen rol meer. In het Nieuwe Testament daarentegen wordt een belangrijke, Messiaanse, typologische lering (= geestelijke verklaring van historische figuren en feiten) ontwikkeld rondom deze Oudtestamentische, priesterlijke en koninklijke persoonlijkheid (zie  Hebr. 7). De Schrift ziet hem, die plotseling optreedt en plotseling verdwijnt, als type van Christus. Melchizedek wordt een voorafbeelding van het Nieuwtestamentische priesterschap in tegenstelling met het Levietische (= Israëlitische tempeldienst van lagere rang). Zelfs hetgeen in het oude verhaal is verzwegen wordt in Hebr. 7:3 in dienst gesteld van de typologie. Omdat wij in Genesis 14:18 niets over zijn herkomst of afstamming vernemen, verschijnt hij hier als een geheimzinnig Wezen van bovenaardse oorsprong (“zonder vader, zonder moeder, noch geslachtslijst…”). Men spreekt aldus van “een priesterschap naar de ordening van Melchizedek”. (noot AK)
[23] Jesaja 24:23b, “…de HEERE van de legermachten zal regeren op de berg Sion, en in Jeruzalem; en voor Zijn oudsten zal er heerlijkheid zijn.”
Psalm 45:17, “Uw zonen zullen de plaats van Uw vaderen innemen; U zult hen tot vorsten aanstellen over heel de aarde.”
Lukas 19:17+19, “En hij zei tegen hem: Goed gedaan, goede dienaar! Wees, omdat u in het minste trouw bent geweest, machthebber over 10 steden.” … “En hij zei ook tegen hem: En u, wees machthebber over 5 steden.”
1 Petrus 2:9, “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht,”
Openbaring 3:21, “Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb.”
Openbaring 5:10, “En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.”
[24] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[25] Psalm 45:10-16, “Koningsdochters zijn onder Uw voorname vrouwen; de Koningin staat aan Uw rechterhand, in het fijne goud van Ofir. Luister, dochter, en zie, en neig uw oor: vergeet uw volk en het huis van uw vader. Dan zal de Koning verlangen naar (SV: lust hebben aan) uw schoonheid; omdat Hij uw Heere is, buig u voor Hem neer. De dochter van Tyrus zal komen met een geschenk; de rijken onder het volk zullen trachten uw aangezicht gunstig te stemmen. De koningsdochter is innerlijk één en al heerlijkheid; haar kleding bestaat uit borduurwerk van gouddraad. In kleurrijk geborduurde kleding wordt zij naar de Koning geleid; jonge meisjes, haar vriendinnen in haar gevolg (SV: de jonge dochters, die achter haar zijn, haar medegezellinnen), worden bij U gebracht. Zij worden geleid in grote blijdschap en vreugde, zij gaan het paleis van de Koning binnen.”
[26] Openbaring 14:1-5, “En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem 144.000 mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven. En ik hoorde een geluid uit de hemel, als een geluid van vele wateren en als het geluid van een zware donderslag. En ik hoorde het geluid van citerspelers die op hun citers spelen. En zij zongen als een nieuw lied vóór de troon, vóór de 4 dieren (letterlijk: 4 levende wezens) en de ouderlingen. En niemand kon dat lied leren behalve de 144.000, die van de aarde gekocht waren. Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam. En in hun mond is geen leugen gevonden, want zij zijn smetteloos voor de troon van God.”
[27] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)
.
Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, 1000-jarig Rijk van Christus, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Oordelen Gods, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

GRATIS Bijbelstudie (21): De Russische opmars – De oorlog van Gog en Magog (volgens Ezechiël 38+39)

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys [1]

Inleidend woord

Jezus zal spoedig (weder)komen! De tekenen der tijden spreken een duidelijke taal, zij bedriegen ons niet. Als wij om ons heen zien, dan bemerken wij zelfs onder de christenen een grote mate van ongerustheid. Deze onrust is ook te bespeuren in vele “Pinksterlevens”. Wat dit ons zegt? Het is het teken van een wankel geloofsleven, een niet-geworteld-zijn in Christus, een op zandgrond gebouwd geloof in plaats van een geloof, gegrondvest op de Rotssteen. Laten wij dit voor God toch maar eerlijk bekennen, broeders en zusters. Laten wij de Here bidden: “Here, help ons, want wij gevoelen ons – als wij om ons heen zien – als die discipelen in die stormachtige nacht, en wij zullen gewis en zeker zonder U vergaan!” Ons zal, overeenkomstig Gods Woord, geschieden naar de mate van ons geloof (zie Matth. 9:29), laten wij ons daarom haasten om – in de Naam des Heren – alle twijfel terzijde te stellen en alle angst van ons af te werpen.
De wederkomst van onze Here Jezus Christus wordt voorafgegaan door en gaat gepaard met geweldige catastrofen, die deze wereld zullen treffen. Lees Matthéüs 24 en wordt overtuigd! Grote dingen, die geen mensenhand kan tegenhouden, zijn aanstaande en wij worden door de Geest (van God) Zelf gewaarschuwd aangaande al deze dingen. Wij kunnen al deze waarschuwingen lezen, herlezen, overdenken en wij kunnen er onze eigen opinie over hebben… Dit alles is mogelijk; maar laten wij toch niet alleen dit doen, laat ons ook in het oog houden wat zich afspeelt op het wereldtoneel van onze dagen en dit laatste toetsen aan het eerste. Dan zullen wij, als wij eerlijk zijn, moeten erkennen, dat “Gods Woord nimmer voorbij gaat”. Gods Woord is (als) een lamp en die lamp schijnt in de duisternis en als wij acht geven op dit immerschijnend licht behoeven wij heus niet bevreesd en angstig te zijn. Wij kunnen dan rusten in Hem, Die zegt: “Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven” (Joh. 14:6).
Broeders en zusters, vele malen tevoren heb ik u al verzekerd dat Jezus’ (weder)komst niet veraf meer is en ik blijf erbij. Vele malen heb ik u te kennen gegeven dat een derde wereldoorlog dicht op handen is en… ik blijf erbij. Wij hebben het profetisch Woord, zegt de apostel en hij zegt dan, dat dit profetisch Woord zéér vast is en dat wij er goed aan doen, als wij er acht op slaan; als (op) een lamp, schijnende op een duistere plaats (zie 2 Petr. 1:19). Het is dit profetisch Woord van onze God, dat ons vertelt van een toekomstige oorlog, die gewis en zeker zal komen, alle goede wensen en schietgebeden ten spijt!!
Om al het hetgeen dat hierover geschreven is goed te verstaan, is het nuttig om eerst tezamen iets van de lotsbestemming van de volkeren in de Bijbel na te speuren. In het licht van de laatste dagen (d.i. de eindtijd) dienen wij vooral goed te weten, waar precies in Gods Bijbel wij iets over Rusland, en de plaats van Rusland in de eindtijd, kunnen vinden. In dit opzicht verdient het aanbeveling om, willen wij vertrouwd raken met de boodschap van een “profetisch boek” (en de Bijbel is zo’n profetisch Boek!), altijd allereerst vertrouwd te raken met de historische gebeurtenissen ten tijde van de betrokken profeet. In dit verband wordt aangeraden de inhoud van 2 Koningen 23 vers 30 en van 2 Koningen 25 vers 21 nauwlettend te bestuderen.

De profetie van de stervende Jakob

Allereerst moet ik u vertellen dat de algemene lering, als zouden de stammen van Israël (al de 12 stammen wel te verstaan) teruggevonden worden in het Jodendom dat wij vandaag-de-dag kennen en waarvan een zéér groot deel thans dat jonge land Palestina bevolkt, verkeerd is. Bij het naspeuren van verschillende, in dit verband passende Bijbelwaarheden zullen wij tot dit inzicht geraken. Want… de Bijbel leert ons duidelijk iets anders. Juda is namelijk maar één van de in totaal 12 stammen en als wij dit weten te onderscheiden in het profetisch Woord, dan zullen wij inzien, dat een andere interpretatie door God niet wordt getolereerd. In ieder geval hebben wij géén rekening te houden met menselijke concepties en zienswijzen hieromtrent, maar dienen wij ons te allen tijde te verlaten op het nimmer falend Woord van de levende God.
De Joden, die wij als Joden kennen in deze tegenwoordige tijd, komen voort uit de stam Juda, maar ook Benjamin (wat letterlijk betekent: de Kleine) wordt hiertoe gerekend. Wij weten echter dat Jakob – die later, door God, “Israël” werd genoemd – 12 zonen had. Toen Jakob oud geworden was profeteerde hij en in die profetie gaf hij – onder de zalving van Gods Geest – iedere zoon bepaalde karakteristieken te kennen (lees Genesis 49 vers 1-28) die, ook in het nageslacht van iedere zoon, zouden uitkomen. Langs de profetische lijnen zouden deze zonen zich als (vele) volkeren ontwikkelen. Het is aan de hand hiervan dat wij dit tot “volkeren” uitgegroeide nageslacht van Israël kunnen terugvinden (zie noot 3).
Over de 12 zonen van Jakob (die later, van God, de naam Israël kreeg – zie Gen. 32:28), waarvan Ruben de oudste was, lezen wij in Genesis 35 vers 23-26.

.

  • Als u deze GRATIS studie verder wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein


[1] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar (zie vooral ook het “In memoriam”).

 

***************************

Inhoudsopgave:

Voorwoord bij de (digitale) uitgave uit 2008.
Ezechiël 38 en 39 ”Profetie tegen Gog: Gogs leger vernietigd.”
Voorwoord bij de vernieuwde oplaag (zoals vermeld bij de uitgave van 1978).
Inleidend woord.
De profetie van de stervende Jakob.
Rubens lotsbestemming.
Het huidige Israël en Gods Woord.
Modern Israël.
De Russische opmars.
De “Gog van Ezechiël” en de “Gog van Openbaring”.
Ruslands metgezellen.
Palestina, land van niet-te-schatten rijkdommen.
Nabeschouwing (zoals vermeld bij de uitgave van 1978).
Bijlage: Toegevoegd bij de (digitale) uitgave uit 2008.
De verschillende fasen van de eindtijdgebeurtenissen: (fase 3 is “de oorlog van Gog en Magog”)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Studie van CJH Theys, Uncategorized | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Openbaring 19 vers 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 2 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 3 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 4 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 5 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 6 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 7 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 8 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 9 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 10 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 11 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 12 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 13 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 14 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 15 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 16 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 17 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 18 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 19 (PDF).

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 2:
Gods arbeid

  • tot te-niet-doening van de antichristelijke heerschappij;
  • tot realisering van Zijn 1000-jarige Rijk en van Zijn EEUWIGE Heerschappij. [1]

_____________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [2]

______________________________________________________________

Hoofdstuk 19

Deel 2

  Armageddon

19-KING-OF-KINGS

.

En… de wederkomst van Jezus als Koning en Rechter

Openbaring 19 vers 11-13, “En ik (= Johannes) zag de hemel geopend, en zie, een WIT paard, en Hij Die daarop zat, werd Getrouw en Waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. En Zijn ogen waren als een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele diademen (SV: koninklijke hoeden). Hij had een naam, die opgeschreven was, en die niemand kent dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed, en Zijn naam luidt: Het Woord van God.”
Hier wordt de hemel geopend om de Hemel-Koning, de Here Jezus Christus, door te laten met Zijn hemels leger, om satan en zijn antichristelijk leger van de aarde weg te vagen. Gods ARMAGEDDON is AANGEBROKEN!
Dit moment is ook weergegeven:

“Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen.”

  • aan het einde van het 6de ZEGEL-oordeel, omdat, zoals wij weten, de ZEGEL-oordelen doorlopen tot het einde toe, in mate (van frequentie en hevigheid) toenemend:

“En ik (= Johannes) zag toen het Lam (Gods) het 6de zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt. En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. En zij (= ongelovige, goddeloze, antichristelijke mensen) zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?” (Openbaring 6:12-17)

  • bij het bazuinen van de laatste, 7de BAZUIN:

“En de 7de engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid. En de 24 ouderlingen, die voor God op hun troon zitten, wierpen zich met hun gezicht ter aarde en aanbaden God, en zeiden: Wij danken U, Heere, God de Almachtige, Die is en Die was en Die komt, omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen en Koning geworden bent. En de volken zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden, en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om hen te vernietigen die de aarde vernietigden. En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van Zijn verbond werd zichtbaar in Zijn tempel. En er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel.” (Openbaring 11:15-19)

  • bij het uitgieten van de laatste, 7de FIOOL (of: SCHAAL):

“En de 7de engel goot zijn schaal (SV: fiool) uit over de lucht. En er klonk een luide stem uit de tempel in de hemel, vanaf de troon, die zei: Het is geschied. En er kwamen stemmen, donderslagen en bliksemstralen. En er kwam een grote aardbeving, zo één als er niet is geweest sinds er mensen op de aarde geweest zijn: zo’n aardbeving, zo groot! En de grote stad viel in 3 stukken uiteen en de steden van de heidenvolken stortten in. En het grote Babylon kwam bij God in gedachtenis, en Hij gaf haar de drinkbeker met de wijn van Zijn grimmige toorn. En alle eilanden zijn op de vlucht geslagen (SV: zijn gevloden), en bergen waren er niet meer te vinden. En grote hagelstenen, elk ongeveer een talentpond (= enkele tientallen kilogrammen) zwaar, vielen uit de hemel op de mensen neer. Maar de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag van de hagel was zeer groot.” (Openbaring 16:17-21)
Ook Judas 1:14-15 verhaalt van deze Wederkomst; net als Mattheüs 24:29-31, Markus 13:24-27 en Lukas 21 vers 27:

  • “Ook over hen heeft Henoch, de 7de vanaf Adam, geprofeteerd, toen hij zei: Zie, de Heere is gekomen met Zijn tienduizenden heiligen (= de 144.000 uit Openbaring 7:4-8 en 14:1-5), om over allen het oordeel te vellen en alle goddelozen onder hen terecht te wijzen voor al hun goddeloze daden, die zij op goddeloze wijze bedreven hebben, en voor al de harde woorden die zij, goddeloze zondaars, tegen Hem gesproken hebben.” (Judas 1:14-15)
  • “En meteen na de (grote) verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de 4 windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan.” (Mattheüs 24:29-31)
  • “Maar in die dagen, na die (grote) verdrukking, zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven. En de sterren van de hemel zullen daaruit vallen en de krachten in de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zullen ze de Zoon des mensen zien komen in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid. En dan zal Hij Zijn engelen uitzenden en Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de 4 windstreken, van het uiterste van de aarde tot het uiterste van de hemel.” (Markus 13:24-27)
  • “En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid.” (Lukas 21:27)

In het OUDE VERBOND geeft Zacharia dit moment weer, en ook Maleachi:

  • “Zie, er komt een dag voor de HEERE waarop de buit, op u behaald, in uw midden zal worden verdeeld. Dan zal Ik alle heidenvolken verzamelen voor de strijd tegen Jeruzalem. De stad zal ingenomen worden, de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen verkracht worden. De helft van de stad zal in ballingschap wegtrekken, maar het overige van het volk zal niet uitgeroeid worden uit de stad. Dan zal de HEERE uittrekken en tegen die heidenvolken strijden, zoals de dag dat Hij streed, op de dag van de strijd. Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, ten oosten ervan. Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen. Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de ene helft van de berg naar het noorden zal wijken en de andere helft ervan naar het zuiden. Dan zult u vluchten door het dal van Mijn bergen, want het dal tussen de bergen zal reiken tot Azal. Ja, u zult vluchten, zoals u gevlucht bent voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. Dan zal de HEERE, mijn God, komen: al de heiligen met U! (Zacharia 14:1-5 [3])
  • “Want zie, die dag komt, brandend als een oven. Dan zullen alle hoogmoedigen en allen die goddeloosheid doen, stoppels worden. En de dag die komt, zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE van de legermachten, Die van hen wortel noch tak zal overlaten. Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal. U zult de goddelozen vertrappen. Voorzeker, stof zullen zij worden onder uw voetzolen op die dag die Ik bereiden zal, zegt de HEERE van de legermachten.” (Maleachi 4:1-3)

ARMAGEDDON is Gods oorlog tegen satan en zijn antichristelijke horden (= navolgers, helpers). Christus komt hier als de RECHTMATIGE Koning (zie Psalm 2:6-9 [4]) om de onrechtmatige koning (= de antichrist, zie Ezechiël 21:25-27 [5]) te grijpen en hem in “de poel van vuur” te werpen (zie vers 20, van Openbaring 19) en om geheel zijn antichristelijke leger te vernietigen.
Ook van satans en antichristelijke zijde wordt Armageddon voorbereid:
“En ik zag uit de bek (SV: mond) [6] van de draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet 3 onreine geesten komen, als kikvorsen. Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van de almachtige God. Zie, Ik kom als een dief. [7] Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren acht geeft (SV: die waakt en – in geestelijke zin – zijn klederen bewaart), zodat hij niet naakt zal rondlopen en men zijn schaamte niet zal zien. En hij (= de Engel uit vers 12) verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Armageddon wordt genoemd.” (Openbaring 16:13-16)

.

Openbaring 19 vers 14, “En de legers in de hemel volgden Hem (= Jezus Christus, vanuit de hemel, naar de aarde) op WITTE paarden, gekleed in fijn linnen, WIT en smetteloos.”
De Here komt niet alleen, maar met de “legers uit de hemel”. Dit zijn geen engelen-machten, maar die groep – uit de aarde gewonnen – OVERWINNAARS die wij al eerder hebben ontmoet onder de naam van “mannelijke zoon” en “144.000”, (Bijbels gezien de enige groep) die levend in de hemel zullen zijn opgetrokken, net als eertijds Henoch:
“Henoch leefde 65 jaar, en verwekte Methusalach. En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach verwekt had, 300 jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Henoch waren 365 jaar. Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg.” (Genesis 5:21-24)
Het is dezelfde groep die, samen met Michaël, de satanische horden uit de (tussen)hemel heeft verdreven:
“Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël (= Christus, in Zijn functie als Strijdengel van God, als de “Bevelhebber van het leger des Heren”) en zijn Engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog.” (Openbaring 12:7)
Judas noemt ze “Zijn vele duizenden HEILIGEN” (SV):
Ook over hen heeft Henoch, de 7de vanaf Adam, geprofeteerd, toen hij zei: Zie, de Heere is (weder)gekomen met Zijn tienduizenden (SV: met Zijn vele duizenden [8]) heiligen.” (Judas 1:14)
Ze zijn allen gezeten op “WITTE PAARDEN”, die de Goddelijke Almacht van Gods Geest typeren.

.

Openbaring 19 vers 15, “En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf (SV: roede). En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de ALMACHTIGE God.”
De wederkomende Christus-Koning voert krijg (= oorlog) met het “scherpe Zwaard dat uit Zijn mond komt” – wat het beeld is van het OORDELENDE Woord van God (zie Johannes 12:48 en Hebreeën 4:12 [9]) – die de onberouwelijke zondaars vernietigt, waarbij hun geest wordt geworpen in HADES, in afwachting (van hun oordeel / beoordeling) bij de “Grote WITTE Troon”, die er zal zijn NA het 1000-jarige Rijk:

  • “En ik (= Johannes) zag een grote WITTE troon, en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was. En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, overeenkomstig hun werken. En de zee gaf de doden die in haar waren. Ook de dood en het rijk van de dood gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder overeenkomstig zijn werken. En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood. En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.” (Openbaring 20:11-15)
  • “Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. En vóór Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand. Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld. Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als een vreemdeling gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ziek gezien of in de gevangenis en zijn bij U gekomen? En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan. Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is. Want Ik ben hongerig geweest en u hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest en u hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij niet gastvrij onthaald; naakt, en u hebt Mij niet gekleed; ziek en in de gevangenis, en u hebt Mij niet bezocht. Dan zullen ook die Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig of als een vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis, en hebben U niet gediend? Dan zal Hij hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringsten niet gedaan hebt, hebt u het ook niet voor Mij gedaan. En dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het EEUWIGE LEVEN.” (Mattheüs 25:31-46)

Dezelfde dienst van het oordeel (Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede)” – zoals vermeld in vers 15 van Openbaring 19) is ook deze “mannelijke zoon” gegeven bij de wederkomst van Christus op de wolken des hemels:

  • “En zij baarde een mannelijke zoon, [10] die alle heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt [11] tot God en Zijn troon.” (Openbaring 12:5, SV)
  • “Zie, de Heere is (weder)gekomen met Zijn tienduizenden (SV: vele duizenden) heiligen, om over allen het oordeel te vellen en alle goddelozen onder hen terecht te wijzen (SV: te straffen) voor al hun goddeloze daden, die zij op goddeloze wijze bedreven hebben, en voor al de harde woorden die zij, goddeloze zondaars, tegen Hem gesproken hebben.” (Judas 1:14b-15)

.

Openbaring 19 vers 16, “Er stond op Zijn bovenkleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren.
Christus is DE “Koning der koningen en HERE der heren”. De andere “koningen” en andere “heren” zijn Zijn dienstknechten, de “oudsten van Zijn volk”:
“…voor Zijn oudsten zal er heerlijkheid zijn.” (Jesaja 24:23b)
“… En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, 1000 jaar lang [12].” (Openbaring 20:4b)

.

Openbaring 19 vers 17-18, “En ik zag één Engel dicht bij de zon staan, en hij riep met luide stem naar alle vogels die hoog aan de hemel vlogen: Kom en verzamel u voor het avondmaal van de grote God, om te eten vlees van koningen, en vlees van oversten over duizend, en vlees van machtigen, en vlees van paarden en van hen die daarop zitten, en vlees van alle vrijen en van slaven (SV: dienstknechten), kleinen en groten.”
Uit deze verzen verstaan wij, dat ook ARMAGEDDON een TIJD-SPANNE (= een afstand tussen 2 tijdstippen) omvat. Er zal TIJD nodig zijn voor het opeten van de lijken door de dieren.
Ook verstaan wij dit uit de volgende verzen:

  • “En ik (= Johannes) zag toen het Lam (Gods) het 6de zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt. En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. En zij (= ongelovige, goddeloze, antichristelijke mensen) zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?” (Openbaring 6:12-17)
  • “En de 7de engel goot zijn schaal (SV: fiool) uit over de lucht. En er klonk een luide stem uit de tempel in de hemel, vanaf de troon, die zei: Het is geschied. En er kwamen stemmen, donderslagen en bliksemstralen. En er kwam een grote aardbeving, zo één als er niet is geweest sinds er mensen op de aarde geweest zijn: zo’n aardbeving, zo groot! En de grote stad viel in 3 stukken uiteen en de steden van de heidenvolken stortten in. En het grote Babylon kwam bij God in gedachtenis, en Hij gaf haar de drinkbeker met de wijn van Zijn grimmige toorn. En alle eilanden zijn op de vlucht geslagen (SV: zijn gevloden), en bergen waren er niet meer te vinden. En grote hagelstenen, elk ongeveer een talentpond (= enkele tientallen kilogrammen) zwaar, vielen uit de hemel op de mensen neer. Maar de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag van de hagel was zeer groot.” (Openbaring 16:17-21)
  • “De aarde zal ganselijk verbroken worden, de aarde zal ganselijk vaneen gescheurd worden, de aarde zal ganselijk bewogen worden. 20) De aarde zal ganselijk waggelen, gelijk een dronkaard, en zij zal heen en weder bewogen worden, gelijk een nachthut; en haar overtreding zal zwaar op haar zijn, en zij zal vallen, en niet weder opstaan. 21) En het zal geschieden te dien dage, dat de HEERE bezoeking doen zal over de heirscharen (HSV: de legermacht) des hogen in de hoogte, en over de koningen des aardbodems op de aardbodem. 22) En zij zullen samenvergaderd worden, gelijk de gevangenen in een put, en zij zullen besloten worden in een gevangenis, maar na vele dagen weder bezocht worden. 23) En de maan zal schaamrood worden, en de zon zal beschaamd worden, als de HEERE der heirscharen regeren zal op de berg Sion en te Jeruzalem, en voor Zijn oudsten zal heerlijkheid zijn.” (Jesaja 24:19-23, SV) [13]

.

Openbaring 19 vers 19, “En ik (= Johannes) zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn leger.”
Wat een satanische bravoure ligt hier uitgedrukt in het zich in slagorde durven opstellen tegen het Lam (Gods) en tegen Zijn hemels leger:
Zij zullen oorlog voeren tegen het Lam (Gods), maar het Lam – want Heere der heren is Hij en Koning der koningen – zal hen overwinnen, en zij die samen met Hem zijn, geroepenen, uitverkorenen en gelovigen.” (Openbaring 17:14)

.

Openbaring 19 vers 20-21, “En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze 2 werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. En de overigen (= alle dan nog levende antichristelijke / ongelovige mensen) werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees.”
Als in een bliksemflits wordt geheel die satanische uitdaging verslonden en tenietgedaan:
“Want zie, die dag komt, brandend als een oven. Dan zullen alle hoogmoedigen en allen die goddeloosheid doen, stoppels worden. En de dag die komt, zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE van de legermachten, Die van hen wortel noch tak zal overlaten.” “U zult de goddelozen vertrappen. Voorzeker, stof zullen zij worden onder uw voetzolen op die dag die Ik bereiden zal, zegt de HEERE van de legermachten.” (Maleachi 4:1+3).
De antichrist en de valse profeet zullen als EERSTEN de Goddelijke toorn van de “poel van vuur” smaken; een plaats die eigenlijk niet voor de mens bereid is, maar “voor de duivel (= satan) en zijn engelen”:
“…het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is.” (Mattheüs 25:41b)
“De duivel/satan en zijn engelen” zullen pas NA de 1000 jaren (= na het 1000-jarig Vrederijk van Christus) in de “poel van vuur” komen met al de andere verdoemden:
“En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.” (Openbaring 20:10)
“Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan de linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat (ook en vooral) voor de duivel en zijn engelen bestemd is.” (Mattheüs 25:41)
Wij zien hier (in Openbaring 19:21) weer “vogels” (vermoedelijk gieren en andere roofvogels) als opruimers van sommige lijken.

.

EINDE van hoofdstuk 19

KLIK HIER voor de PDF van Openbaring 19 (om de studie eventueel uit te printen).

 

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [14]
(1915 – 2013)
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd

************************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen (hier in smartphone-formaat) van CJH Theys. (noot AK)
[3] Zie eventueel, voor uitleg van deze verzen, onze studie De eindtijd-profetieën van de profeet Zacharia”, van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Psalm 2:6-9, “Ik heb Mijn Koning toch gezalfd over Sion, Mijn heilige berg. Ik zal het besluit bekendmaken: De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, Ík heb U heden verwekt. Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven, de einden der aarde als Uw bezit. U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter, U zult hen in stukken slaan als aardewerk.”
[5] Ezechiël 21:25-27, “Wat u betreft, onheilige, goddeloze vorst van Israël, wiens dag gekomen is in de tijd van uiterste ongerechtigheid, zo zegt de Heere HEERE: Doe die tulband weg en zet die kroon af! Niets blijft hetzelfde! Wie nederig is, zal Ik verheffen, en wie hoogmoedig is, zal Ik vernederen. Omkeren, omkeren, omkeren zal Ik die! Ja, dat wat er was, zal er niet meer zijn, totdat Hij komt Die er recht op heeft, en Hem zal Ik het geven!
[6] In letterlijke zin heeft een beest of draak natuurlijk een bek. Maar hier is de draak beeldspraak voor de satan (zie Openb. 12:1-18) en het beest (uit de [volkeren]zee, zie Openb. 13:1-10) beeldspraak voor de antichrist. En, de satan manifesteert zich ook door goddeloze en/of zondige mensen(monden) heen. Terwijl de antichrist straks een mens geheel en al in bezit zal nemen (= satans vleeswording of incarnatie) en zich door die mens heen zal manifesteren met een mond, weliswaar een zeer goddeloze en antichristelijke mond, waardoor wij ook gerust kunnen spreken van “bek” (denk bijv. aan: “houd je bek”). (noot AK)
[7] Een dief zal zijn nachtelijk bezoek nooit van tevóren aankondigen, reden waarom WAAKZAAMHEID geboden is. Zo weten wij ook niet in welke nachtwake, dat wil zeggen op welk uur, de Zoon des mensen (weder)komen zal. Wij dienen hier goed op te letten, want velen denken dat “de Zoon des mensen” hier vergeleken moet worden met een dief. Dat is niet alleen fout, maar het is ook “profaan” (= Hem die heilig is als het ware ontheiligen). De nadruk moet namelijk gelegd worden op “het onverwacht komen”; en daarvoor worden wij ernstig gewaarschuwd. Het is dan ook zó: Wee de mens, in wiens leven het “niet-waakzaam-zijn” gevonden wordt! (noot AK)
[8] Hier wordt duidelijk over “duizenden” of “tienduizenden” geprofeteerd. Dus niet over honderdduizenden of zelfs miljoenen, zoals je, bij de versie van de OPNAME van de gehele Gemeente zou denken / verwachten. Alweer een reden te meer om te veronderstellen dat deze visie niet klopt. Zie eventueel ons artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ?van A. Klein. (noot AK)
[9] Johannes 12:48, “Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag.”
Hebreeën 4:12, “Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.”
[10] Zie eventueel onze studie Dingen die (met) haast geschieden moeten (deel 5)”, met de titel De geboorte van de mannelijke zoon(beeld van de 144.000)van H. Siliakus. (noot AK)
[11] Zie eventueel onze studie Dingen die (met) haast geschieden moeten (deel 7)”, met de titelDe wegrukking van de mannelijke zoon van H. Siliakus. (noot AK)
[12] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[13] Beknopte uitleg over deze verzen van Jesaja 24:19-23:
18c-20, Zware aardbevingen en begeleidende rampen (hier zullen wij in het bijzonder te doen hebben met de gebeurtenissen van de 7de fiool – zie Openb. 16:18-21).
21, De slag van Armageddon. De demonische legerscharen en de legerscharen van de goddelozen verslagen (zie Openb. 19:19-21).
22, Duizendjarige gevangenschap van dezen (zie vers 21). Daarna voor korte tijd losgelaten (de opstanding van de onrechtvaardigen) en voorgoed vernietigd (zie Openb. 20:7-10).
23, Tekenen van de zon en maan bij de Wederkomst van Christus (zie Matth. 24:29-30). Hier ook als plaatsmakend voor de heerlijkheid van de Here, die de aarde zal vervullen. Het licht van zon en maan zal niet meer nodig zijn (zie Openb. 21:23). Het begin van het 1000-jarig Rijk van Christus. (noot AK – uit: Beknopte verklaring van het boek Jesaja)
[14] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)
.
Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Oordelen Gods, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Openbaring 19 vers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 2 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 3 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 4 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 5 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 6 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 7 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 8 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 9 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 10 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 11 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 12 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 13 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 14 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 15 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 16 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 17 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 18 (PDF).

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 2:
Gods arbeid

  • tot te-niet-doening van de antichristelijke heerschappij;
  • tot realisering van Zijn 1000-jarige Rijk en van Zijn EEUWIGE Heerschappij. [1]

_____________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [2]

______________________________________________________________

Hoofdstuk 19

Deel 1

De blijdschap in de hemel

16

Over de verwoesting van de valse bruid en de Bruiloft van de ware Bruid van het Lam

Openbaring 19 vers 1-5, “En HIERNA hoorde ik (= Johannes) een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God. Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, omdat Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde te gronde gericht heeft met haar hoererij, en omdat Hij het bloed van Zijn dienstknechten aan haar (letterlijk: uit haar hand) gewroken heeft. En zij zeiden voor de tweede keer: Halleluja! En haar rook stijgt op in alle eeuwigheid. En de 24 ouderlingen en de 4 dieren (letterlijk: 4 levende wezens) wierpen zich neer, aanbaden God, Die op de troon zit, en zeiden: Amen, Halleluja! En er kwam een stem uit de troon, die zei: Loof onze God, al Zijn dienstknechten, en die Hem vrezen, kleinen en groten!” [3]
Een “grote menigte” hemelbewoners juicht en geeft God Almachtig heerlijkheid en eer NA Zijn OORDEEL over en vernietiging van de “GROTE HOER”, die zovelen van Gods kinderen heeft misleid met haar HOERIGE (= valse, vreemde en/of afgodische) LEER, en velen van Gods dienstknechten heeft gedood (en ook vaak al eerder monddood heeft gemaakt – AK).
“Haar rook stijgt op in ALLE EEUWIGHEID”. Gods oordeel over haar is EEUWIG; bestendig in ALLE EEUWIGHEID! Nooit meer zal deze “GRUWELIJKE VLEUGEL” (volgens Daniël 9:27 [4]) op de aarde gevonden worden.
Hierop aanbaden, volgens het gezicht / visioen van Johannes, ook de 24 ouderlingen en de 4 “dieren” (letterlijk: 4 levende wezens)  de Here God Almachtig.
NIMMER mag een mens zich verheffen, zoals zij (= “de grote hoer”) zich zal hebben verheven:
“Overeenkomstig de maat waarin zij zichzelf heeft verheerlijkt en losbandig heeft geleefd, geef haar naar die maat pijniging en rouw. Want in haar hart zegt zij: Ik zit als een koningin en ben geen weduwe en ik zal zeker geen rouw zien.” (Openbaring 18:7)
ALLE eer en heerlijkheid komen alleen God en het Lam Gods toe, zoals de stem uit de Troon ook hier (in vers 1b, van Openbaring 19), gesproken heeft:

  • “Ik ben de HEERE – dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven, evenmin Mijn lof aan de afgodsbeelden.” (Jesaja 42:8)
  • “Omwille van Mij, omwille van Mij doe Ik het, want hoe zou Mijn Naam ontheiligd worden! Ik zal Mijn eer aan geen ander geven. (Jesaja 48:11)
  • En toen Het (Lam Gods) de boekrol genomen had, wierpen de 4 dieren (letterlijk: de 4 levende wezens) en de 24 ouderlingen zich vóór het Lam neer. Zij hadden elk een citer en gouden schalen (SV: fiolen – dat zijn flessen met een ronde buik en lange hals) vol reukwerk. Dit zijn de gebeden van de heiligen. En zij zongen een nieuw lied en zeiden: U (= Het Lam) bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam (SV: uit alle geslacht), taal, volk en natie. En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over (SV: heersen op) de aarde. En ik zag, en hoorde een geluid van vele engelen rondom de troon, van de dieren (= de levende wezens) en van de ouderlingen. En hun aantal bedroeg tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen. En zij zeiden met luide stem: Het Lam Dat geslacht is, is het waard om de kracht te ontvangen, en rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid en dankzegging. En ELK SCHEPSEL dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Aan Hem Die op de troon zit, en aan het Lam zij de dankzegging, de eer, de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. En de 4 dieren (= de 4 levende wezens) zeiden: Amen. En de 24 ouderlingen wierpen zich neer en aanbaden Hem Die leeft in alle eeuwigheid.” (Openbaring 5:8-14)

.

De komst van de Hemel-Bruidegom en de Bruiloft van het Lam

Openbaring 19 vers 6, “En ik hoorde zoiets als een geluid (SV: als een stem) van een grote menigte en als een gedruis (of: stem) van vele wateren en een geluid als (een stem) van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is Koning geworden.
Weer juicht er “een grote menigte” hemelbewoners, maar nu geldt dit gejuich de Bruiloft van de WARE Bruid met haar HEMEL-Bruidegom, het LAM (Gods = Jezus Christus)!
Deze beide juichingen worden in het begin van dit 19de hoofdstuk tegenover elkaar geplaatst:

  • de JUICHING (in vers 1), omdat een voor de hemelbewoners afschuwelijk beeld door God is verdaan (= tenietgedaan) en verdoemd: de VALSE bruid, de “GROTE HOER”, het GROTE, mysterieus-occulte BABYLON is gevallen en VERBRAND!
  • de JUICHING (in vers 6) vanwege het intense FEEST van de Bruiloft van het Lam van God met de uit de aarde gewonnen Bruid, God verenigt Zich nu officieel en voor EEUWIG met de Opstandings-mens, om deze band NIMMERMEER ongedaan te maken!

Deze beide gebeurtenissen (nù beide nog TOEKOMSTIG) zijn echter NIET contemporair (= niet gelijktijdig). De Bruiloft van het Lam zal EERDER plaats hebben; de VERNIETIGING van de valse bruid dus LATER; namelijk in de GROTE VERDRUKKING. Maar in de TIJDLOZE EEUWIGHEID van de hemel kunnen zij rustig als twee NAAST en in feite TEGENOVER ELKAAR staande gebeurtenissen worden bejubeld.
Typerend voor de Bruid van het Lam is de RUST die zij kent IN God: “God HEERST in haar als Koning”. Er is in haar NIETS dat zich rebellerend stelt tegenover haar Heer en God; NEEN, zij heeft Hem juist als Bruidegom INTENS LIEF en daarom wil zij NIETS ANDERS dan Hem GEHOORZAMEN, Hem NIMMER BEDROEVEN!

.

Openbaring 19 vers 7-8, “Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de BRUILOFT van het Lam IS GEKOMEN en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt (= zich toebereid). En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen (SV: met rein en blinkend fijn lijnwaad) te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden (SV: rechtvaardigmakingen) van de heiligen.”
DE TIJD van de Bruiloft van het Lam IS DAAR! Hij (= Jezus Christus) komt uit de hemel als Bruidegom! Dit is, zoals wij hebben gezien de (weder)komst “als een DIEF in DE NACHT” (zie 1 Thessalonicenzen 5:2, Openbaring 3:3, Mattheüs 25:6+10 [5]); terwijl zijn WEDERKOMST als Koning en Rechter door een IEDER dan nog levend mens bewust wordt ervaren:

  • “en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij uit de doden heeft opgewekt, namelijk Jezus, Die ons verlost van de komende toorn.” (1 Thessalonicenzen 1:10)
  • “wanneer Hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die geloven (want bij u vond ons getuigenis geloof).” (2 Thessalonicenzen 1:10)
  • “Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen.” (Openbaring 1:7)
  • “En ik zag toen het Lam (Gods) het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt. En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen. En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven? (Openbaring 6:12-17)
  • Lees ook alvast Openbaring 19:11-21.

Deze (onzichtbare) komst van Jezus Christus “als Bruidegom” (voor de Zijnen) [6] kan nù te allen tijde geschieden, terwijl Zijn (voor een ieder zichtbare) Wederkomst “als Koning en Rechter” pas gebeuren zal NA de grote “afval” (van God en gebod) èn NA (ofwel: aan het eind van) de “grote verdrukking”, dus NA de komst (en de 3,5 jarige heerschappij) van de antichrist:

  • “En wij vragen u dringend, broeders, met betrekking tot de komst van onze Heere Jezus Christus en onze vereniging met Hem, dat u niet snel aan het wankelen wordt gebracht of verschrikt, niet door een uiting van de geest, niet door een woord, en ook niet door een brief die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag van Christus al aangebroken zou zijn. Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf (= de antichrist), geopenbaard is.” (2 Thessalonicenzen 2:1-3)

Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt”, ZICHZELF TOEBEREID. Deze groep van overwinnaars over satans machten [7], moet ZICHZELF voor deze Bruiloft (toe)BEREID HEBBEN. Hun geest moet – door het Bloed van het Lam [8] – TOTAAL VRIJGEZET ZIJN van ALLE dienstbaarheid aan de boze, ook zelfs van ALLE SCHIJN-dienstbaarheid, om zich zó te kunnen geven als Bruid van Christus: in OPPERSTE TOEWIJDING, in LIEFDE, AANBIDDING en ADORATIE!
Zij (de Bruid van het Lam) is hier (in Openbaring 19 vers 7) als “VROUW” uitgebeeld. In Openbaring 21:9-27 en Jesaja 60:1-4 wordt zij als “STAD” getoond:

  • “En één van de 7 engelen die de 7 schalen (SV: fiolen) hadden, vol van de 7 laatste plagen, kwam naar mij (= Johannes) toe en hij sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de Bruid, de Vrouw van het Lam, laten zien (SV: tonen). En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan. Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling (SV: licht) was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis. Zij had een grote en hoge muur met 12 poorten, en bij die poorten 12 engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de 12 stammen van de Israëlieten. Drie poorten op het oosten, 3 poorten op het noorden, 3 poorten op het zuiden, en 3 poorten op het westen. En de muur van de stad had 12 fundamenten met daarop de 12 namen van de 12 apostelen van het Lam. En hij die met mij sprak, had een gouden meetlat om de stad op te meten, en haar poorten, en haar muur. En de stad lag daar als een vierkant, haar lengte was even groot als haar En hij mat de stad met de meetlat op: 12.000 stadiën. [9] Haar lengte, breedte en hoogte waren gelijk. En hij mat haar muur op: 144 el, een mensenmaat, die ook de maat van een engel is. En het bouwmateriaal van de muur was jaspis en de stad was zuiver goud, gelijk aan zuiver glas. En de fundamenten van de muur van de stad waren met allerlei edelgesteente versierd. Het 1ste fundament was jaspis, het 2de saffier, het 3de chalcedon, het 4de smaragd, het 5de onyx, het 6de sardius, het 7de chrysoliet, het 8ste beril, het 9de topaas, het 10de chrysopraas, het 11de hyacint, het 12de amethist. En de 12 poorten waren 12 parels. Elke poort apart bestond uit één parel, en de straat van de stad was zuiver goud, als doorzichtig glas. Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar Tempel, en het Lam (Gods = Jezus Christus, de Zoon van God). En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam (Gods) is haar Lamp. En de naties (SV: volken) die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin. En haar poorten zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn. En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties (volken) daarin brengen. Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.” (Openbaring 21:9-27)
  • “Sta op (SV: maak u op), word verlicht, want uw Licht komt en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op. Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken en donkere wolken de volken, maar over u zal de HEERE opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. En heidenvolken zullen naar uw licht gaan en koningen naar de glans van uw dageraad. Sla uw ogen op, kijk om u heen en zie: zij allen zijn bijeengekomen, zij komen naar u toe. Uw zonen zullen van verre komen en uw dochters zullen op de heup gedragen (SV: zullen aan uw zijde gevoed) (Jes. 60:1-4)

Daar klinkt tot haar (tot “de Bruid”, de aanstaande “Vrouw van het Lam”, zie vers 7 van Openbaring 19) HETZELFDE bevel: “Maak u op!” (ofwel: maak u gereed). Dit opdat Het LICHT, de Bruidegom, kan komen om Zich in haar te kunnen verheerlijken, één met haar wordend door deze BRUILOFT.
Deze BRUILOFT zien wij als een gebeurtenis die zich HIER OP AARDE [10] afspeelt: de Bruidegom komt dan ook (vanuit de hemel) af tot Zijn van de aarde gewonnen Bruid:

  • “En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet!” … “Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten.” (Mattheüs 25:6+10)
  • “Laten uw lendenen omgord zijn en de lampen brandend. En u, wees gelijk aan mensen die op hun heer wachten, wanneer hij terugkomt van de bruiloft, om hem, als hij komt en klopt, meteen open te doen. Zalig zijn die slaven die de heer bij zijn komst wakend zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden en hen aan tafel zal nodigen en bij hen zal komen om hen te dienen. En als hij komt in de tweede nachtwake of als hij komt in de derde nachtwake en hen zo aantreft, zalig zijn die slaven.” (Lukas 12:35-38)

Deze “Bruid” of “Vrouw” vormt samen een gemeenschap van OVERWINNAARS [11] uit elke WARE Gemeente, over het gehele rond der aarde.
Natuurlijk zal het HEMELSE deel van de Gemeente / Kerk (= het reeds in Christus gestorven, “triomferende” deel) dit feit in hoge mate mee vieren, want de GEHELE Gemeente, het hemelse deel en het deel dat nog op aarde is, vormt één organisch geheel. Maar het AARDSE deel viert extra feest, omdat het NU met ONMETELIJKE, Goddelijke KRACHTEN wordt aangedaan om de laatste oogst der aarde voor Christus binnen te halen!
Deze aangording met Gods HEERLIJKHEID van de Bruid van Christus MET en NA haar BRUILOFT wordt ons in Openbaring 12:1 en Jesaja 60:1-4 getoond:

  • “En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw [12], bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van 12 sterren (zon, maan en sterren = beeld van de volheid Gods).” (Openbaring 12:1)
  • “Sta op (SV: maak u op), word verlicht, want uw Licht komt en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op. Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken en donkere wolken de volken, maar over u zal de HEERE opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. En heidenvolken zullen naar uw licht gaan en koningen naar de glans van uw dageraad. Sla uw ogen op, kijk om u heen en zie: zij allen zijn bijeengekomen, zij komen naar u toe. Uw zonen zullen van verre komen en uw dochters zullen op de heup gedragen (SV: zullen aan uw zijde [in geestelijke zin] gevoed) (Jes. 60:1-4)

Jezus Christus als de Hemel-Bruidegom zal door de wereld NIET worden gezien, maar DES TE MEER de op haar (= op deze “Bruid” of “Vrouw”) en door haar heen (af)stralende heerlijkheid van haar Bruidegom-God!
Dit HEERLIJKHEIDSKLEED wordt hier in vers 8 (van Openbaring 19) ook genoemd: een “rein en blinkend fijn lijnwaad” (= een zuiver wit linnen gewaad); namelijk “de rechtvaardigmakingen der heiligen”; de aankleding met Gods eigen RECHTVAARDIGHEID:

  • “Want Hem (= Jezus Christus) Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij (= God) voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God (SV: rechtvaardigheid Gods) in Hem.” (2 Korinthe 5:21)
  • “(vers 22: …dat u… de oude mens aflegt…) en u bekleedt met de NIEUWE MENS [13], die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid.” (Efeze 4:24)

Deze GEESTELIJKE DOORBRAAK van OPSTANDINGSKRACHTEN is de VOORWAARDE om in te mogen gaan in dit geestelijke Bruiloftsfeest des Heren:

  • “Toen de koning naar binnen was gegaan om de gasten te overzien, zag hij daar iemand die niet gekleed was in bruiloftskleding. En hij zei tegen hem: Vriend, hoe bent u hier binnengekomen terwijl u geen bruiloftskleding aan hebt? En hij zweeg. Toen zei de koning tegen de dienaars: Bind hem aan handen en voeten, neem hem mee en werp hem uit in de buitenste duisternis (hier: het beeld van de grote verdrukking); daar zal gejammer zijn en tandengeknars.” (Mattheüs 22:11-13)

.

Openbaring 19 vers 9, “En hij (= de “stem uit de troon” – zie vers 5) zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. [14] En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God.”
Wat een UITVERKOREN ZAAK is het om de ROEP(stem) te vernemen tot het Avondmaal van de Bruiloft van het Lam (Gods), maar een ANDERE ZAAK is het om met blijdschap in te willen gaan op deze ROEP(stem) en IN TE KUNNEN GAAN in dat GROTE Gods-FEEST van de laatste dagen; om Bruid, totaal toegewijde, te willen zijn van de hemelse Bruidegom.
Lukas 14:15-24 verhaalt ons van deze uitverkoren roep(stem) en van de geroepenen, wier harten ten tijde van deze roeping NIET BEREID zijn, vanwege HORIZONTALE (= wereldse) LEVENSBINDINGEN:

  • “Toen één van hen die mee aanlagen, deze dingen hoorde, zei hij tegen Hem: Zalig is hij die brood zal eten in het Koninkrijk van God. Maar Hij zei tegen hem: Een zekere man bereidde een grote maaltijd (SV: een groot AVONDMAAL [15]) en nodigde er velen. En hij stuurde zijn dienaar eropuit tegen de tijd van de maaltijd (SV: van het AVONDMAAL) om de genodigden te zeggen: Kom, want alle dingen zijn nu gereed. En zij begonnen zich allen eensgezind te verontschuldigen. De eerste zei tegen hem: Ik heb een akker gekocht en ik moet er nodig op uit om die te bekijken. Ik vraag u: Houd mij voor verontschuldigd. En een ander zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga erheen om ze te keuren. Ik vraag u: Houd mij voor verontschuldigd. En weer een ander zei: Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen. En die dienaar kwam terug en berichtte deze dingen aan zijn heer. Toen werd de heer des huizes boos en zei tegen zijn dienaar: Ga er snel op uit naar de straten en stegen van de stad en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier binnen. En de dienaar zei: Heer, het is gebeurd, zoals u bevolen hebt en nog is er plaats. En de heer zei tegen de dienaar: Ga eropuit naar de landwegen en heggen en dwing hen binnen te komen, opdat mijn huis vol wordt. Want ik zeg u dat niemand van die mannen die (als eerste) genodigd waren, mijn maaltijd proeven (SV: mijn AVONDMAAL smaken) (Lukas 14:15-24)

Hoe belangrijk is het om HEDEN BEREID te zijn en daarbij BEGERIG te zijn naar deze VERTICALE LIEFDES-BINDING met de Hemel-Bruidegom, waarbij ALLE horizontale bindingen moeten zijn verbroken door het reinigende Vuur van Gods Geest, dit omdat wij zijn blijven staan in het geloof in de TOTALE VERLOSSING van (en door) het BLOED van het Lam; een verlossing die er is naar geest, ziel en lichaam!

.

Openbaring 19 vers 10, “En ik (= Johannes) viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei tegen mij: Pas op dat u dat niet doet! Ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, die het getuigenis van Jezus hebben. AANBID God. Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie.”
Hier doet Johannes iets, wat hij in Openbaring 22:8 [16] ook weer doet; iets, wat in het leven van ALLE dienstknechten Gods MET BESLISTHEID moet worden GEWEERD: De AANBIDDING, ADORATIE, van een dienstknecht van God, een medemens, hoe wonderbaar die ook door de Geest van God wordt gebruikt! ALLEEN God komt ALLE eer, heerlijkheid en aanbidding toe:

  • “Ik ben de HEERE – dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven,…” (Jesaja 42:8a)
  • “…want hoe zou Mijn Naam ontheiligd worden! Ik zal Mijn eer aan geen ander geven.” (Jesaja 48:11b)

Laten wij dit enigermate toe, (ook / vooral) met betrekking tot onze eigen persoon, DAN KOMT Gods OORDEEL OVER ONS (Handelingen 12:20-23); wij sterven dan de geestelijke dood!

  • “En Herodes koesterde bittere vijandschap tegen de Tyriërs en Sidoniërs; maar zij kwamen eensgezind naar hem toe, en na Blastus, de kamerheer van de koning, overtuigd te hebben, vroegen zij om vrede, omdat hun land gevoed werd door dat van de koning. En op een vastgestelde dag trok Herodes een koninklijk kleed aan en hield, op de rechterstoel gezeten, een toespraak tot hen. En het volk riep uit: Een stem van God en niet van een mens! En onmiddellijk sloeg een engel van de Heere hem, omdat hij God de eer niet gaf; en hij werd door de wormen gegeten en gaf de geest.” (Hand. 12:20-23)

Ware dienstknechten van de Here verheerlijken Jezus en Hèm ALLEEN, NOOIT ZICHZELF, noch hun denominatie of Gemeente! Zij verbinden de ZALIGMAKENDE WERKING aan Hèm ALLÉÉN; NIMMER (ook niet in enige mate) AAN hun LEER, hun DENOMINATIE of GEMEENTE!

.

Wordt vervolgd

De PDF (om de studie eventueel uit te printen of te downloaden) volgt aan het einde van elk hoofdstuk.

.

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [17]
(1915 – 2013)
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

*************************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen (hier in smartphone-formaat) van CJH Theys. (noot AK)
[3] Deze studie is oorspronkelijk geschreven vanuit de Statenvertaling, maar de Bijbelverzen zijn nu – hopelijk voor meer leesgemak / duidelijkheid –  vermeld in de Herziene Statenvertaling (afgekort HSV), tenzij anders vermeld. (noot AK)
[4] Daniël 9:27 (SV), “En hij zal velen het verbond versterken één week (= 7 jaar); en in de helft van de week (= na 3½ jaar opwekking) zal hij het slachtoffer en het spijsoffer (dus het feit dat men deel kan hebben aan de dood en opstanding van het Lam, waardoor het afsterven aan het oude, zondige leven plaatsvindt) doen ophouden, en over de gruwelijke vleugel (= de met satan verbonden christenheid) zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vast besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste.” (noot AK)
[5] 1 Thessalonicenzen 5:2, “Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht (= onverwachts).”
Openbaring 3:3, “Bedenk dan hoe u het (Evangelie) hebt ontvangen en gehoord, en houd het vast en bekeer u. Als u dan niet waakzaam bent, zal Ik bij u komen als een dief (= onverwachts) en u zult beslist niet weten op welk uur Ik bij u zal komen.”
Mattheüs 25:6+10, “En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet!” … “Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die GEREED waren, gingen met hem naar binnen naar (SV: met Hem in tot) de bruiloft, en de deur werd gesloten.”
[6] Zie eventueel het artikel De wederkomst van Christus nader bekeken van A. Klein en/of onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Een stadie = Een oud-Griekse lengtemaat à ± 185 meter, dus 12.000 x 0,185 = ± 2.220 km. (noot AK)
[10] Zie (nogmaals) onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[11] Zie noot 7.
[12] Zie eventueel ons artikel Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12 ?van A. Klein. (noot AK)
[13] Zie eventueel onze studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus. (Over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen.)van E. van den Worm. (noot AK)
[14] Zie eventueel onze studie Door de Geest van God geroepen tot deelname aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam en tot deze Goddelijke Bruiloft”, van E. van den Worm. (noot AK)
[15] In het begin van het ontstaan van de Gemeente was er het MIDDAGmaal (zie Mattheus 22:4). Maar het Feestmaal wat hierboven wordt bedoeld –voorafgaand aan de bruiloft van het Lam in de eindtijd– is het AVONDmaal. Zie Lukas 14:16-24 over ‘De gelijkenis van het grote avondmaal’. De Statenvertaling heeft het juist, d.w.z. letterlijk, vertaald. Ook in de Engelstalige KJV staat a great supper”, wat ook “een avondmaalbetekent. Zie ook nog de studie vermeld bij noot 14. (noot AK)
[16] Openbaring 22:8, “En ik, Johannes, ben het die deze dingen gezien en gehoord heeft. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen liet zien.”
[17] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)
.
Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Oordelen Gods, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

GRATIS Bijbelstudie (20): De 10 ZALIGSPREKINGEN – volgens Mattheus 5:1-12 en Openbaring 19:9

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm [1]

De 10 zaligsprekingen en 9 treden van de trap van Jezus’ zaligmakende genade

Volgens Mattheus 5:1-12 en Openbaring 19:9

Inleidend woord

Titus 2:11-14, “Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.”
Deze studie vertelt ons van de dingen, die God ons, Zijn verbonds-kinderen, door onze Here Jezus Christus geschonken heeft door Zijn deelgave (en wij door onze bewuste deelname) aan de dood en opstanding van Gods Lam op Golgotha, die Hij in het kruispunt der eeuwen heeft volbracht, en van de dingen, die Hij van ons hier op aarde vraagt.

De 10 zaligsprekingen en 9 treden van de trap van Jezus’ zaligmakende genade

  • Zaligspreking en trede 1: De armen van geest. Erkenning van onze verloren staat zonder Zijn genade en gewaarwording van armoede aan rein, Goddelijk leven (zie Matth. 5:3).
  • Zaligspreking en trede 2: De treurenden. Belijdenis van zondeschuld. Geloof in verzoening met God bij blik op het kruis van Golgotha en geloof in Jezus Christus (zie Matth. 5:4).
  • Zaligspreking en trede 3: De zachtmoedigen. Begin van de verlossing van de zondemacht door Zijn deelgave aan het sterven van het Lam van God en de zachtmoedige aanvaarding aan onze kant van het kruisproces, het afsterven van de oude, zondige mens door geestelijk Zijn vlees te eten en Zijn bloed te drinken, door zo vrijwillig deel te nemen aan de dood van het Lam van God, een ervaring, die Jezus ons moet laten ondergaan (zie Matth. 5:5).
  • Zaligspreking en trede 4: Zij, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Hoop op deelgave aan Zijn opstanding, hongeren en dorsten ernaar. Wedergeboorte uit God (zie Matth. 5:6).
  • Zaligspreking en trede 5: De barmhartigen. Deze barmhartigheid is gegrond op de liefde van God, die op deze trede begint door te breken. Verdere deelgave aan Zijn opstanding (zie Matth. 5:7).
  • Zaligspreking en trede 6: De reinen van hart. Volkomen deelgave aan Zijn verlossing van de zondemacht; deze reinen van hart wandelen en leven reeds op aarde in Goddelijke reinheid en heiligheid (zie Matth. 5:8).
  • Zaligspreking en trede 7: De vredestichters. Deelgave aan Zijn arbeidszalving (zie Matth. 5:9).
  • Zaligspreking en trede 8: Zij die op aarde reeds wandelen in Goddelijke gerechtigheid en hierdoor gehaat en vervolgd worden op de aarde (zie Matth. 5:10).
  • Zaligspreking en trede 9: Zij, die Godzalig (Gode welgevallig) op aarde leven, die volkomen gedrenkt zijn in de Geest en de heerlijkheid van de Here Jezus Christus en die hierdoor Zijn Naam dragen. Zij worden op aarde belasterd en vervolgd omwille van Zijn Naam (zie Matth. 5:11-12).

Deze zijn de 9 treden van de geestelijke ladder van Jakob, die naar de troon van onze Vader-God en van het Lam leiden. Ze openbaren een geestelijke groei naar de volmaaktheid van de nieuwe mens in Christus.
Op aarde wordt een groeiende, negatieve levenservaring temidden van de medemensen ondervonden door de toenemende macht van satan, de macht der duisternis, vooral in de eindtijd.
Openbaring 22:11, “Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; en wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd.”
Mattheus 24:12, “En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.”
Ezechiel 21:25, “En gij onheilige, goddeloze, vorst van Israël, wiens dag komt ten tijde van de eindafrekening.”
Deze uiterste ongerechtigheid geschiedt ten tijde van de antichrist.
In deze eindtijd heeft de Here Jezus in Zijn Woord nog een 10de zaligspreking toegevoegd:

  • Zaligspreking 10, de laatste zaligspreking bestemd voor de eindtijd. Voor de geroepenen tot het Avondmaal van de Bruiloft van het Lam. Deelname aan de Bruid van het Lam als lid ervan. Bekleed met heerlijkheid van God en met Zijn koninklijke autoriteit op aarde. De Godzaligheid van de Bruid van het Lam op aarde geopenbaard. De openbaring van de zonen Gods (zie Openb. 19:9, SV)

Dan wordt de Bruid van het Lam op aarde aangedaan met Goddelijke heerlijkheid en macht om haar taak op de duistere, zondige aarde van de eindtijd te kunnen vervullen; te weten: het herstel van de geestelijk in slaap gevallen Gemeente / Kerk en om haar te leiden tot OVERWINNING over satan en zondemacht in en door de kracht van de Heilige Geest; en tot het leiden van de grote wereldwijde opwekking in Jezus’ wijsheid en kracht, die tot de ONTELBARE zielenoogst zal leiden (zie Openb. 7:9-14).

.

  • Als u deze GRATIS studie verder wilt lezen, KLIK HIER

A. Klein

********

.

Inhoudsopgave:

  1. Inleidend woord.

Gods doel met Zijn verbondskinderen.
De Persoon van de Here Jezus Christus.
Jezus’ Goddelijke erfenis.

  1. De 10 zaligsprekingen en 9 treden van de trap van Jezus’ zaligmakende genade.
  2. De 1ste zaligspreking en trede van de trap van Gods zaligmakende genade.

ZALIG de armen van Geest.
De erkenning van eigen zondaarschap en armoede aan geestelijk leven.
Jezus Christus, de ENIGE door God aan de ganse mensheid gegeven Verlosser en  Zaligmaker.
Gods gezalfd Woord openbaart ons de armoede van onze innerlijke mens. Zijn Woord, gezalfd door de Geest, is ons tot Ogenzalf die onze geestelijke blindheid wegneemt.
Wat hebben wij te doen als Gods licht over ons komt?

  1. De 2de zaligspreking en trede van de trap van Gods zaligmakende genade.

ZALIG zijn zij, die treuren.

  1. De 3de zaligspreking en trede van de trap van Gods zaligmakende genade.

ZALIG de zachtmoedigen.
De zachtmoedige aanvaarding van Gods deelgave van de dood en opstanding van het Lam van God. Begin van de verlossing van de zondemacht.
Wat wij hebben te doen, want wij moeten met Hem meewerken.

  1. De 4de zaligspreking en trede van de trap van Gods zaligmakende genade.

ZALIG zijn die hongeren en dorsten naar Gods gerechtigheid. Begin van deelname hieraan. Wedergeboorte uit God.

  1. De 5de zaligspreking en trede van de trap van Gods zaligmakende genade.

ZALIG zijn de barmhartigen.
De goddelijke natuur.

  1. De 6de zaligspreking en trede van de trap van Gods zaligmakende genade.

ZALIG zijn de reinen van hart.
Deze volmaakte reinheid is nodig.

  1. De 7de zaligspreking en trede van de trap van Gods zaligmakende genade.

ZALIG zijn de vredestichters.

  1. De 8ste zaligspreking en trede van de trap van Gods zaligmakende genade.

ZALIG zij, die op aarde reeds wandelen in Goddelijke gerechtigheid. Zij zullen omwille hiervan vervolgd worden.

  1. De 9de zaligspreking en de laatste trede van de trap van Gods zaligmakende genade.

ZALIG zijn zij, die Gode welgevallig op aarde leven. De wereld, maar ook wereldsgezinde christenen zullen hen belasteren en vervolgen.

  1. De 10de en laatste zaligspreking voor de eindtijd.

ZALIG zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam.

  1. Gods eindschepping: de Bruid van het Lam van God, het Nieuwe Jeruzalem, dat op aarde wordt geschapen.
  2. De toebereiding van de bruid van het Lam van God, het Nieuwe Jeruzalem, dat op aarde moet worden gebouwd.
  3. De bruiloft van het Lam van God. De geestelijke éénwording van de bruid met de Bruidegom, van het lichaam (de Bruidsgemeente) van Christus met zijn/haar Hoofd.
  4. Nu is de tijd aangebroken van arbeid op de aarde, waartoe deze bruiloft (éénwording) op aarde tot stand moest komen.
  5. Israëls aandeel in de grote wereldwijde opwekking.
  6. De bruid zelf zal, als de grote verdrukking begint, in haar nog niet veranderd aards lichaam, net als Filïppus (zie Hand. 8:39-40) worden weggevoerd naar haar plaats in de woestijn, waar ze wordt bewaard tegen het geweld van de antichrist gedurende de tijd van 3½ jaar.
  7. De lichamelijke wederkomst van de Here Jezus Christus op de wolken des hemels.

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Nuttige studie als 'basiskennis', Opwekking, Studie van E van den Worm, Uncategorized | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Openbaring 18 vers 1 t/m 24 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 2 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 3 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 4 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 5 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 6 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 7 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 8 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 9 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 10 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 11 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 12 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 13 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 14 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 15 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 16 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 17 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 18 (PDF).

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 2:
Gods arbeid

  • tot te-niet-doening van de antichristelijke heerschappij;
  • tot realisering van Zijn 1000-jarige Rijk en van Zijn EEUWIGE Heerschappij. [1]

_____________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [2]

______________________________________________________________

Hoofdstuk 18

De verwoesting van de ‘gruwelijke bruid

(de “grote hoer” uit hoofdstuk 17)

 18-ILLUM-ANGEL

Openbaring 18 vers 1-2, “Hierna zag ik (= Johannes) een andere Engel neerdalen uit de hemel. Hij had grote macht, en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid. En Hij (de “Engel”, uit vers 1) riep uit met krachtige stem: Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon (= de moeder van de hoeren / hoererij en van de gruwelen der aarde – zie Openbaring 17:5 [3]), en een woonplaats van demonen (SV: duivelen) geworden, een schuilplaats voor allerlei onreine geesten en een schuilplaats voor allerlei onreine en weerzinwekkende vogels.” [4]
In het vorige hoofdstuk (Openbaring 17) maakten wij reeds kennis met de VALSE bruid (= de “grote hoer” [5]). In dit hoofdstuk lezen wij in het bijzonder over Gods OORDEEL over haar. In dat vorige (17de) hoofdstuk lazen wij dat de 10 “koningen”, samen met de antichrist, haar als Gods instrumenten zullen verdoen (= tenietdoen):
En de 10 hoorns die u op het beest zag, die zullen de hoer haten, en haar verwoest en naakt maken, en zij zullen haar vlees eten, en haar met vuur verbranden. Want God heeft het in hun hart gegeven om Zijn plan uit te voeren en dit eensgezind te doen en hun koningschap aan het beest te geven, totdat de Woorden van God volbracht zijn. (Openbaring 17:16-17)
Zij (= de 10 “koningen”) zullen haar “MET VUUR verbranden.”
Dit 18de hoofdstuk vertelt niets over Gods instrumenten, maar vertelt ons wel dat God haar (= Babylon, beeld van de valse bruid, “de grote hoer” uit Openbaring 17) heeft geoordeeld (zie vers 8+20, van dit 18de hoofdstuk).
Ook lezen wij hier over de BOODSCHAPPENDE “Engel”, Die dit oordeel hier aanzegt, en wat een herhaling is van Openbaring 14 vers 8:
“En een andere Engel volgde, die zei: Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon, de grote stad, omdat zij alle volken van de wijn van de toorn van haar hoererij heeft laten drinken.”
Wij weten dat ALLE oordeel Gods aan de Zoon is gegeven (Johannes 5:22+27) en dat de Heilige Geest dat oordeel mede uitvoert (Jesaja 4:4):
“Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven“en Hij heeft Hem ook macht gegeven om oordeel te vellen, omdat Hij de Zoon des mensen is.” (Joh. 5:22+27)
“Wanneer de Heere de vuilheid van de dochters van Sion afgewassen zal hebben en de vele bloedschuld van Jeruzalem uit het midden ervan weggespoeld zal hebben door de Geest van oordeel en door de Geest van uitbranding.” (Jes. 4:4)
Wij kunnen dan ook gerust aannemen dat deze boodschappende “Engel”, met “grote macht” en “heerlijkheid”, de Zoon van God Zelf is, of anders één van de grote hemelvorsten, die dit oordeel namens de Zoon uitspreekt.
In hoofdstuk 17 werd dit geestelijke Babylon, dat zich ook POLITIEK roert, voorgesteld als een “VROUW”, namelijk als “de grote hoer”; en in dit hoofdstuk als “de GROTE STAD” (zie vers 19, van dit 18de hoofdstuk).
Dit doet het Woord (van God) met de WARE Bruid van Christus óók, want Openbaring 12:1 toont haar als een “VROUW”; terwijl Openbaring 21:9-27 en Jesaja 60:1-4 haar zien als een “STAD”:

  • “En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw [6], bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van 12 sterren.” (Openbaring 12:1)
  • “En één van de 7 engelen die de 7 schalen (SV: fiolen) hadden, vol van de 7 laatste plagen, kwam naar mij (= Johannes) toe en hij sprak met mij en zei: Kom, ik zal u de Bruid, de Vrouw van het Lam, laten zien (SV: tonen). En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan. Zij had de heerlijkheid van God, en haar uitstraling (SV: licht) was als een zeer kostbare edelsteen, als een kristalheldere steen jaspis. Zij had een grote en hoge muur met 12 poorten, en bij die poorten 12 engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de 12 stammen van de Israëlieten. Drie poorten op het oosten, 3 poorten op het noorden, 3 poorten op het zuiden, en 3 poorten op het westen. En de muur van de stad had 12 fundamenten met daarop de 12 namen van de 12 apostelen van het Lam. En hij die met mij sprak, had een gouden meetlat om de stad op te meten, en haar poorten, en haar muur. En de stad lag daar als een vierkant, haar lengte was even groot als haar En hij mat de stad met de meetlat op: 12.000 stadiën. [7] Haar lengte, breedte en hoogte waren gelijk. En hij mat haar muur op: 144 el, een mensenmaat, die ook de maat van een engel is. En het bouwmateriaal van de muur was jaspis en de stad was zuiver goud, gelijk aan zuiver glas. En de fundamenten van de muur van de stad waren met allerlei edelgesteente versierd. Het 1ste fundament was jaspis, het 2de saffier, het 3de chalcedon, het 4de smaragd, het 5de onyx, het 6de sardius, het 7de chrysoliet, het 8ste beril, het 9de topaas, het 10de chrysopraas, het 11de hyacint, het 12de amethist. En de 12 poorten waren 12 parels. Elke poort apart bestond uit één parel, en de straat van de stad was zuiver goud, als doorzichtig glas. Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar Tempel, en het Lam (Gods = Jezus Christus, de Zoon van God). En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam (Gods) is haar Lamp. En de naties (SV: volken) die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin. En haar poorten zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn. En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties (volken) daarin brengen. Al wat onrein is, zal er niet inkomen, en ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens, maar alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.” (Openbaring 21:9-27)
  • “Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op. Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken en donkere wolken de volken, maar over u zal de HEERE opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. En heidenvolken zullen naar uw licht gaan en koningen naar de glans van uw dageraad. Sla uw ogen op, kijk om u heen en zie: zij allen zijn bijeengekomen, zij komen naar u toe. Uw zonen zullen van verre komen en uw dochters zullen op de heup gedragen worden.” (Jesaja 60:1-4)

Dit “BABYLON” (uit vers 2, van dit 18de hoofdstuk) is dan ook het geestelijk TEGENBEELD van het NIEUWE JERUZALEM. [8]
In het – door de “Engel” – uitgesproken oordeel (zie vers 2, van dit 18de hoofdstuk) ziet men, dat deze afschuwelijke toestand van dit “Babylon” niet van meet af aan zo is geweest. Zij is er naar toe GEGROEID! Deze kerken, verzameld tot de Staatskerk van de laatste dagen [9] (zoals wij het zien: ontwikkeld uit de huidige “Wereldraad van Kerken in een alliantie met de Rooms Katholieke Kerk), hebben van lieverlee hun “eerste Liefde” (tot God en gebod) verlaten en zijn tot dit peil van GEWELD, ZELFVERHEFFING (= mensaanbidding) en SATANISME gezonken, net zoals dit geschiedkundig met de Kerken in hun respectievelijke kerkperioden – in hun NEERDALENDE LIJN – te zien is.
(Zie hier vlak onder het Schema van de historische gang der 7 Gemeenten van Christus).

  • EFEZE (eerste liefde verlatend)
  • PERGAMUS
  • THYATIRA
  • SARDIS
  • LAODICEA – “grote hoer”.

Openbaring, foto schema hoofdstuk 2

Tenslotte wordt zij (de valse bruid, de “grote hoer”) een VERVOLGSTER en MOORDENARES van de ware kinderen Gods (= Gods heiligen – zie Openbaring 17:6 [10]): een woonplaats van demonen (SV: duivelen)”, een schuilplaats voor allerlei onreine geesten en een schuilplaats voor allerlei onreine en weerzinwekkende vogels” (volgens vers 2, van dit 18de hoofdstuk).
GEWELD en ZELFVERHEFFING worden in haar (de valse bruid, de “grote hoer”) gevonden net zoals in “BABEL” (daarvandaan ook de naam “BABYLON”):
“En Cusj verwekte Nimrod; die begon een geweldenaar op de aarde te worden. Hij was een geweldig jager voor het aangezicht van de HEERE; daarom wordt gezegd: Als Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht van de HEERE. Het begin van zijn koninkrijk bestond uit Babel, Erech, Akkad en Kalne in het land Sinear.” (Genesis 10:8-10)
NIMROD was een heerser, die haar (= Babel) oprichtte, een (mensen)jager en drijver, een dictator die met GEWELD heerste over zijn volk. Ook wilde dit Babel zich een GROTE NAAM maken (= ZELFVERHEFFING) door een toren te bouwen, die tot in de hemel zou moeten reiken:
“En zij zeiden: Kom, laten wij voor ons een stad bouwen, en een toren waarvan de top in de hemel reikt, en laten we voor ons een naam maken, anders worden wij over heel de aarde verspreid!” (Genesis 11:4)
GEWELD en HOOGMOED vormen de juiste entourage voor BEWONING van DUIVELSE en ONREINE GEESTEN (zie vers 2, van dit 18de hoofdstuk):
“En het gebeurde bij het zaaien dat het ene deel van het zaad langs de weg viel; en de vogels in de lucht kwamen en aten het op.” … “En dit zijn zij bij wie langs de weg gezaaid is: in wie het Woord gezaaid wordt, en als zij het gehoord hebben, komt de satan meteen en neemt het Woord weg dat in hun hart gezaaid was.” (Markus 4:4, in samenhang met Markus 4:15)
Deze groepering is zo, van lieverlee, door wereldsgezindheid en onwaakzaamheid verzeild geraakt in wat de Bijbel noemt “de verborgenheid der ongerechtigheid” (zie 2 Thessalonicenzen 2:7-12) en wordt tenslotte zo geheel gedreven en geïnspireerd door “de kracht der dwaling”, de satanische kracht van de leugen, dat zij leugen- leringen brengt:
“Want het geheimenis van de wetteloosheid (SV: de verborgenheid der ongerechtigheid) is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is. En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst; hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven, opdat zij allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een behagen hebben gehad in de ongerechtigheid.” (2 Thess. 2:7-12)
Nochtans werkt zij wonderen, maar het zijn wonderen der LEUGEN! Zo’n duistere toestand doet haar uitmonden in GEWELD, MOORD en SATANISME!

.

Openbaring 18 vers 5, “Want haar zonden (= die van “de grote hoer, “het grote Babylon”, uit vers 2) hebben zich opgestapeld tot aan de hemel, en God Herinnerde Zich haar ongerechtigheden.”
Vanwege al “haar zonden” die “tot aan de hemel” reiken zal God Zijn oordeel over haar vellen. Het Woord (van God) spreekt van een VERBRANDING met VUUR:
En de 10 hoorns die u op het beest zag, die zullen de hoer haten, en haar verwoest en naakt maken, en zij zullen haar vlees eten, en haar met vuur verbranden. (Openbaring 17:16)
“Daarom zullen op één dag haar plagen komen: dood, rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden, want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt. En de koningen van de aarde die hoererij met haar bedreven hebben en losbandig geleefd hebben (SV: en weelde gehad hebben), zullen huilen en rouw over haar bedrijven, wanneer zij de rook van haar verbranding zullen ZIEN.” (Openbaring 18:8-9)

Openbaring 18 vers 3,  “Want van de wijn van de toorn van haar hoererij (= in geestelijke zin: afgoderij) hebben alle volken gedronken, en de koningen van de aarde hebben (vooral in geestelijke zin) hoererij met haar bedreven, en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de kracht van haar losbandig leven (SV: uit de kracht van haar weelde).”
Dit vers vertelt ons dat ALLE volken van haar “hoerige, afgodische leer” zullen drinken en er dronken van zullen worden. Dit doet ons iets zien, namelijk hoe zulke leringen de mensen in hun ban weten te houden. Zulke ‘dronkenschappen’ (ofwel: geestelijke bedwelmingen) eindigen dan ook met een geestelijk diepe kater!
Wij zien hier tevens hoe groot haar invloed in deze wereld zal zijn!
De politieke machten van de wereld gaan met haar leiders om als huns gelijken; en de kooplieden der aarde worden rijk van haar, vanwege de handel die zij met hen voert, in materialen, benodigd voor de etalering van haar pracht en praal (ook in geestelijke zin, denk o.a. aan de R.K kerk – noot AK).

Openbaring 18 vers 4, “En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Ga uit haar weg (uit dit Babylon), Mijn volk, opdat u geen deel hebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen.”
Er worden toch ook nog ware kinderen Gods in haar gevonden, en God gebied hen hier om uit dit Babylon te gaan (zie Jeremia 50:8 + 51:6 [11]), om geen enkele betrekking met haar te hebben, opdat zij niet besmet worden met de zonden en/of de zondige) geest van Babel, met de geest van wereldzin (zie 1 Johannes 2:16 [12]), naast “wonderen der leugen”, occultisme, de geest van de oude mysteriën, van geheimenissen onder de ingewijden; dingen, die in het oude BABYLON hun moeder (= hun oorsprong) hebben, en die in hun diepste wezen – dus diep verborgen – SATAN-AANBIDDING (vergelijk: “de diepten van de satan”) hebben:
“Maar Ik zeg tegen u, en tegen de overigen in Thyatira, voor zover zij deze (afgodische) leer (van Izebel – zie Openbaring 2:20-23, hieronder vermeld) niet hebben en zij, zoals zij dat noemen, de diepten van de satan niet hebben leren kennen: Ik zal u geen andere last opleggen” (Openbaring 2:24)
Immers door zo’n (satanische) besmetting zal God evenzo over deze kinderen Gods Zijn oordeel moeten vellen.
Extra toegevoegde Bijbeltekst door AK:
“Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te MISLEIDEN, zodat zij (in geestelijke zin) hoererij bedrijven en afgodenoffers eten. En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich NIET bekeerd. Zie, Ik werp haar te bed met hen die overspel met haar plegen, in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van hun werken. En haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen en ALLE GEMEENTEN zullen weten dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoek, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken.” (Openbaring 2:20-23)

Openbaring 18 vers 5, Is reeds vermeld vóór vers 3.

Openbaring 18 vers 6-8, “Vergeld haar (= de grote hoer, “het grote Babylon”, uit vers 2) zoals zij ook u vergolden heeft, en vergeld haar dubbel naar haar werken. Schenk in de drinkbeker waarin zij voor anderen ingeschonken heeft, voor haar het dubbele in. Overeenkomstig de maat waarin zij zichzelf heeft verheerlijkt en losbandig heeft geleefd (SV: en weelde gehad heeft), geef haar naar die maat pijniging en rouw. Want in haar hart zegt zij: Ik zit als een koningin en ben geen weduwe en ik zal zeker geen rouw zien. Daarom zullen op één dag haar plagen komen: dood, rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden, want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt.
God vergeldt haar DUBBEL EN DWARS wat zij de kinderen Gods heeft aangedaan: “DOOD, ROUW en HONGER” zullen “op één dag” over haar komen, en met vuur zal zij verbrand worden”.

Openbaring 18 vers 9-19, “En de koningen van de aarde die hoererij (= in geestelijke zin: afgoderij) met haar bedreven hebben en losbandig geleefd hebben (SV: en weelde gehad hebben), zullen huilen en rouw over haar bedrijven, wanneer zij de rook van haar verbranding zullen ZIEN. Zij blijven van verre staan uit vrees voor haar pijniging en zeggen: Wee, wee de grote stad Babylon, de sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen. En de kooplieden van de aarde zullen over haar huilen en treuren, omdat niemand hun waren meer koopt: koopwaar van goud, zilver, edelgesteente, parels, fijn linnen, purper, zijde en scharlaken, allerlei geurig hout, allerlei ivoren voorwerpen en allerlei voorwerpen van zeer kostbaar hout, koper, ijzer en marmer, en kaneel, reukwerk, mirre, wierook, wijn, olie, meelbloem en tarwe, lastdieren en schapen, paarden en wagens, en LICHAMEN en ZIELEN VAN MENSEN. En de rijpe vrucht waarnaar uw ziel verlangde (SV: De vrucht van de begeerlijkheid van uw ziel), is van u geweken (SV: weggenomen). Al wat glansrijk en sierlijk was (SV: al wat lekker en heerlijk was [voor ons vlees]), is van u weggegaan en u zult dat beslist niet meer terugvinden. De kooplieden van deze waren, die door haar rijk zijn geworden, zullen huilend en treurend op grote afstand blijven staan uit vrees voor haar pijniging, en zeggen: Wee, wee de grote stad (Babylon), die bekleed was met fijn linnen, purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels. Want in één uur is die grote rijkdom verwoest. En elke stuurman, al het volk op de schepen, zeelieden en allen die op zee hun werk doen (SV: ter zee handelen), bleven van verre staan, en zij riepen toen zij de rook van haar verbranding zagen: Welke stad was aan deze grote stad (Babylon) gelijk? En zij wierpen stof op hun hoofd en riepen huilend en treurend: Wee, wee de grote stad, waarin allen die schepen op zee hadden, rijk zijn geworden door haar weelde (of: van haar kostbaarheden). Want in één uur is zij verwoest.”
Deze verzen geven de 3-voudige bewening in de wereld weer.
Zij die haar “uit vrees voor haar pijniging” uit de verte (= stiekem) bewenen:
dekoningen”,
dekooplieden”,
de zeelieden”.
De koningen bewenen haar uit de verte, omdat zij met haar hebben gehoereerd (= in geestelijke zin: afgoderij gepleegd) en hierdoor weelde hebben gehad (vers 9, van dit 18de hoofdstuk).
De kooplieden bewenen haar uit de verte, omdat zij van haar rijk zijn geworden en hun koopwaar nu niet langer kwijt kunnen (zie vers 11 en 15, van dit 18de hoofdstuk).
De zeelieden bewenen haar, omdat ook zij door haar rijk zijn geworden vanwege het zeetransport van haar koophandel.
Bezien wij de koophandel, die door het bestaan van deze Staatskerk van de laatste dagen op gang is gebracht (zie vers 12-13, van dit 18de hoofdstuk), dan onderkennen wij er veel LUXE in, veel “GROOTSHEID DES LEVENS”, veel UITERLIJK VERTOON, veel PRACHT en PRAAL (denk aan kerkbouw, pompeuze missen, processies), maar ook de schande dat er sprake is van LICHAMEN en ZIELEN van MENSEN (!) als koopwaar!
Hier ontdekt men dat de BESTIALITEIT [13] en DECADENTIE [14], de IMMORALITEIT [15] en SEKSZONDEN [16] van deze wereld, zij het bedekt, ook in deze VALSE bruid, deze Staatskerk van de laatste dagen, zijn binnengeslopen en dat de handel daar misbruik van maakt om ook hiermee zijn geld te verdienen!

Openbaring 18 vers 20-24, “Verblijd u over haar (SV: Bedrijft vreugde over haar = over dit Babylon), hemel, heilige apostelen en profeten, want God heeft uw vonnis aan haar voltrokken. En een STERKE Engel hief een steen op als een grote molensteen, en wierp die in de zee, en zei: Zó zal Babylon, de grote stad, met geweld neergeworpen worden, en het zal nooit meer gevonden worden. En het geluid van citerspelers, zangers, fluitspelers en bazuinblazers zal beslist niet meer in u gehoord worden. En er zal geen enkele beoefenaar van welke kunst dan ook meer in u gevonden worden, en het geluid van de molen zal zeker niet meer in u gehoord worden. En het lamplicht (SV: het licht van de kaars) zal nooit meer in u schijnen en de stem van een bruidegom of van een bruid zal nooit meer in u gehoord worden. Want uw kooplieden waren de groten van de aarde. Door uw tovenarij immers werden alle naties (SV: volken) misleid. En het bloed van profeten en heiligen en van allen die geslacht (SV: gedood) zijn op de aarde, is in deze stad gevonden.”
IN DE HEMEL is er VREUGDE over deze verwoesting van deze “GRUWELIJKE VLEUGEL”:
“Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang (= 7 jaar). Halverwege de week (= na 3,5 jaar) zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel (= de met satan verbonden christenheid) zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste.” (Daniël 9:27 [17]).
Heeft deze antichristelijke kerk Gods apostelen en profeten gedood, hetzelfde – ja, DUBBEL ZO ERG – zal God haar aandoen in Zijn oordeel over haar.
Het definitieve oordeel over haar wordt hier uitgebeeld door het werpen van “een grote (en dus ZWARE) molensteen in de zee”! Deze molensteen zal diep zinken en NOOIT meer boven komen.
Geen muziek zal er meer in haar gehoord worden.
Geen kunstenaar zal er meer door haar geïnspireerd worden.
Geen fabriek zal meer voor haar fabriceren.
Kaarsen zullen er niet meer gewijd worden en in haar kerken branden.
Geen blijde bruiloften zullen er meer gehouden worden.
De kooplieden zijn door haar groot en rijk geworden, maar zij zullen nu niets meer aan haar verdienen.
Aan dit alles komt een DEFINITIEF einde, omdat Gods OORDEEL dan over haar gevallen is, omdat zij Gods heiligen en profeten heeft vermoord!

*************************************

EINDE van hoofdstuk 18

KLIK HIER voor de PDF van Openbaring 18 (om de studie eventueel uit te printen).

 

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [18]
(1915 – 2013)
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd

************************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen (hier in smartphone-formaat) van CJH Theys. (noot AK)
[3] Openbaring 17:5, “En op haar voorhoofd (= van de grote hoer, uit vers 1) stond een naam geschreven: Geheimenis (SV: verborgenheid), het grote Babylon, de moeder van de hoeren (SV: der hoererijen) en van de gruwelen van de aarde.
[4] Deze studie is oorspronkelijk geschreven vanuit de Statenvertaling, maar de Bijbelverzen zijn nu – hopelijk voor meer leesgemak / duidelijkheid –  vermeld in de Herziene Statenvertaling (afgekort HSV), tenzij anders vermeld. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17 van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Zie eventueel ons artikel Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12 ?van A. Klein. (noot AK)
[7] Een stadie = Een oud-Griekse lengtemaat à ± 185 meter, dus 12.000 x 0,185 = ± 2.220 km. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie Het nieuwe Jeruzalem, de Bruid van het Lam van God, het lichaam van Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Zie noot 5.
[10] Openbaring 17:6, “En ik zag dat de vrouw (= de grote hoer, uit vers 1) dronken was van het bloed van de heiligen, en van het bloed van de getuigen van Jezus…”
[11] Jeremia 50:8 + 51:6, Vlucht weg uit het midden van Babel, uit het land van de Chaldeeën. Ga weg, wees als bokken voor de kudde uit!” … “Vlucht weg uit het midden van Babel, laat ieder zijn leven redden, word in zijn ongerechtigheid niet verdelgd. Want dit is de tijd van de wraak van de HEERE, Hij vergeldt het wat het verdient.”
[12] 1 Johannes 2:16, “Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.”
[13] Bestialiteit (ook wel: zoö-seksualiteit of dierenseks) = het verrichten van seksuele handelingen met dieren. Bestialiteit wordt, zeker Bijbels gezien, beschouwd als “tegennatuurlijk” en onder sodomie (= tegennatuurlijke seks) geschaard. (noot AK)
[14] Decadentie = Vaak een overdreven ‘duur en luxe’ leven, met als uiteindelijk gevolg de (geestelijke) ondergang. (noot AK)
[15] Immoraliteit = Onzedelijkheid, slechtheid, het ‘zonder normen en waarden zijn’ (met name wat betreft de seksualiteit). (noot AK)
[16] Sekszonden = Elke vorm van ongeoorloofde seksuele gemeenschap. Het omvat overspel, prostitutie, seks tussen ongetrouwde personen, homoseksualiteit en bestialiteit. (noot AK)
[17] Voor meer UITLEG over Daniël 9:27, zie de BIJLAGE, op blz. 9 van de PDF en/of onze ‘vers voor vers’ studie Daniël, hoofdstuk 9: Gods openbaring aan Daniël van de 70 [jaar]weken”, van CJH Theys. (noot AK)
[18] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)
.
Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Oordelen Gods, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

GRATIS Bijbelstudie (19): Het Boek Daniël – alle 12 hoofdstukken, met ‘vers voor vers’ uitleg

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys [1]

Historische inleiding:

Het Boek Daniël is een heel belangrijk Boek in de Bijbel. Zonder dit Boek zijn vele dingen uit het Boek Openbaring niet te verstaan. Maar omgekeerd zijn ook vele dingen in het Boek Daniël niet te verstaan zonder de verklaring in het Boek Openbaring. Het Boek Daniël spreekt van de dingen, die behoren tot ‘de tijd van het einde’.
Om de omstandigheden te verstaan, waarin Daniël, zijn vrienden en zijn volk verkeerden, is een korte historische inleiding noodzakelijk. Wij zullen dan verstaan, hoe Daniël in Babylonische ballingschap terecht is gekomen, en wat God zoal jegens zijn volk heeft toegestaan. Slechts een deel van het ganse volk van Israël ging in Babylonische ballingschap, namelijk: Het “huis van Juda”, bestaande uit de stammen Juda en Benjamin.
De 12 stammen van Israël hebben sinds Jozua in Kanaän gewoond. De eerste tijd werden zij door richteren geregeerd, later door koningen. Saul, David en Salomo zijn de enige koningen geweest, die over alle 12 stammen geregeerd hebben. Na de dood van Salomo viel het koninkrijk in twee delen uiteen; het werd verdeeld onder Rehabeam en Jerobeam. Vanaf die tijd werden, in het Goddelijk raadsplan van verlossing, 10 stammen tezamen gekend als “Israël”, de andere 2 (overige) stammen vormen tezamen “Juda”. Vanaf dat ogenblik kennen wij dus niet meer het onverdeelde koninkrijk Israël, maar onderscheiden wij 2 koninkrijken, namelijk:

  • het koninkrijk Israël, met als hoofdstad Samaria, en
  • het koninkrijk Juda, met als hoofdstad Jeruzalem.

Gods Woord spreekt in dit verband ook verder van twee “huizen”:

  • het “huis van Juda” en
  • het “huis van Israël”.

Wie deze twee in de Bijbel, wat hun verdere historie en profetie betreft, niet uit elkaar houdt – tot op de huidige dag zijn zij nog verdeeld – zal nooit komen tot het rechte (d.i. juiste) verstaan van de ontwikkelingen en vervulling van die profetieën in deze laatste dagen van de tijdsbeding, waarin wij leven.
Men ziet mensen thans deze fout maken: Zij houden zich bezig met dat “Israël”, dat zich thans in Palestina gevormd heeft; zij staren zich blind op het “Beloofde Land”. Zij zien DIT “Israël” als “Gods volk”, zoals het in de Bijbel genoemd wordt. DIT IS ECHTER NIET WAAR! Deze mensen houden geen rekening met het feit dat God het koninkrijk, vanwege de zonden van Salomo, in het “huis van Juda” en het “huis van Israël” uiteen heeft doen vallen.

De ballingschap van het “huis van Israël”

Laat mij beginnen met de ballingschap van de 10 stammen, met die van het “huis van Israël”.
Deze 10 stammen gingen in ongeveer 721 voor Christus in ballingschap. Koning Salmaneser van Assyrië belegerde Samaria en nam de stad in. Toen werden ALLE 10 stammen gevankelijk (d.i. als gevangenen) weggevoerd (zie 2 Kon. 17:6-18, deze tekst is in de studie zelf voluit vermeld). Vers 18: De HERE was zeer toornig op Israël, zodat Hij hen wegdeed van Zijn aangezicht. Er bleef niets over dan alleen de stam van Juda.”
Uit 2 Koningen 17:1-2 blijkt, dat het zondige leven van Hosea, de koning van Israël, “de druppel” was, die bij Israël “de emmer had doen overlopen”: “In het twaalfde jaar van Achaz, de koning van Juda, werd Hosea, de zoon van Ela, koning over Israël in Samaria en hij regeerde negen jaar. Hij deed wat kwaad was in de ogen van de HERE,…”
Door het zondige voorbeeld van hun koning volhardde Israël in hun zondige wandel. Wij zien zoiets ook in deze dagen. Als een voorganger in zonde en ongerechtigheid leeft, krijgt men een terugslag op de Gemeente; ook deze komt tot een leven van afval. Zo’n voorganger sterft een geestelijke dood en als gevolg hiervan ook de Gemeente… Gods Geest kan niet wonen in zo’n Gemeente. De Here Jezus sprak over de Geest als over “Stromen van LEVEND Water”… Dit duidt op volheid van leven en van activiteit. Dit wordt alleen gevonden, waar Gods kinderen willen leven in gehoorzaamheid aan het Woord van God; een gehoorzaamheid, die zich niet alleen uit in woorden, maar ook in daden. Vele van Gods kinderen in deze dagen zeggen, net als Israël destijds tegen Mozes: “Wij zullen dit allemaal doen”, maar de DAAD blijft uit!

DAN 2 STATUE ROCK

Deze uitgebreide ‘vers voor versBijbelstudie van het Boek Daniël is in 12 delen – naar het aantal hoofdstukken – op deze site geplaatst.
Hieronder vermelden we, voor u gemak, een rechtstreekse link naar ieder hoofdstuk afzonderlijk.

  1. Daniël, hoofdstuk 1 (+ inleiding): Daniël en zijn 3 vrienden aan het Babylonische hof
  2. Daniël, hoofdstuk 2: De 1ste droom van Nebukadnezar: Het beeld (Actueel vanwege het antichristelijke tijdperk van “voeten en tenen”)
  3. Daniël, hoofdstuk 3: De beproeving van de vurige oven (Tevens een verwijzing naar de tijd van en vlak voor de grote verdrukking)
  4. Daniël, hoofdstuk 4: De 2de droom van Nebukadnezar
  5. Daniël, hoofdstuk 5: Gods afrekening met Babel en zijn koning Belsazar
  6. Daniël, hoofdstuk 6: De beproeving van de leeuwenkuil
  7. Daniël, hoofdstuk 7: Daniëls droom – Het visioen van de 4 dieren
  8. Daniël, hoofdstuk 8: Daniëls visioen van de ram en de geitenbok
  9. Daniël, hoofdstuk 9: Gods openbaring aan Daniël van de 70 (jaar)weken
  10. Daniël, hoofdstuk 10: Christus kwam tot Daniël om te openbaren
  11. Daniël, hoofdstuk 11: Christus openbaarde Daniël een toekomende tijd van strijd
  12. Daniël, hoofdstuk 12: Christus openbaarde Daniël de eindtijd

.

A. Klein

********

[1] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook het “In memoriam”.
Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Studie van CJH Theys, Uitleg over het boek Daniël, Uncategorized, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Pinksteren: Het feest van de genadetijd

Neerdalende zegeningen

De meest glorievolle tijd brak aan toen Jezus ten hemel voer. Wij doen er eigenlijk verkeerd aan door over een afscheid te spreken, want dit wordt altijd verbonden met droefheid. In verband met Zijn hemelvaart sprak Jezus: “Uw hart worde niet ontroerd” (zie Joh. 14:1 en 27, SV). Met andere woorden: “Wees niet bedroefd”. Jezus’ hemelvaart betekent, dat Hij Zijn hemels paleis is ingegaan en aldaar is Hij “gekroond met eer en heerlijkheid” (zie Hebr. 2:9). Hij is verheven boven alle overheid en macht als de Koning der koningen en de Here der heren. Vanwege Zijn volbracht verzoenings- en verlossingswerk heeft Hij nu een Naam ontvangen boven alle namen en alle knie, in hemel en op aarde, moet voor Hem buigen (zie Filip. 2:9-11).
En, nu komt het, zij die kinderen Gods geworden zijn, mogen delen in de heerlijkheid van hun Koning! Want NA de hemelvaart van Jezus kwam Pinksteren [1]. En Pinksteren houdt in, dat de Koning gaven [2] heeft uitgedeeld onder Zijn onderdanen!
“U bent opgevaren naar omhoog,… U hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen, ja, ook aan opstandigen: (NBG: weerspannigen, d.i. ongehoorzamen die zich tot God bekeren) om bij U te wonen, HERE God!” (Ps. 68:19, HSV).
De Koning doet Zijn onderdanen delen in Zijn vreugde en Zijn heerlijkheid. De tijd die na Jezus’ hemelvaart aanbrak, is een feestelijke, glorievolle tijd. Lees de verzen 20 en 21 van dezelfde psalm:
“Geloofd zij de Here; dag aan dag overlaadt Hij ons. Die God is onze zaligheid. Die God is ons een God van volkomen zaligheid; bij de HERE, de Here, zijn uitkomsten tegen de dood” (Ps. 68:20-21, HSV).
Deze tijd duurt nog altijd voort. Het is de genádetijd [3], “het jaar van het welbehagen des Heren”, de tijdsbedeling van verlossing en zegening (zie Jes. 61:1-2 en 2 Kor. 6:2). Genade en waarheid zijn geopenbaard in volheid. Christus is het Hoofd en de Gemeente is Zijn Lichaam. De zegeningen dalen van het Hoofd neer op het Lichaam “zoals de kostelijke olie op het hoofd van Aäron neerdaalt tot op de zoom van zijn priesterkleed” (zie Ps. 133:2).

Gaven en loon

Gaven of geschenken zijn iets anders dan “loon”. Voor het laatste wordt gewerkt. Het wordt verdiend. De zaligheid kunnen wij niet verdienen. Het is Gods genadegift. Toch is er ook loon! Straks komt Jezus, en “met Hem het loon, om een ieder te vergelden naar zijn werken”, lezen wij op de laatste bladzijde van onze Bijbel (zie Openb. 22:12). Daar is loon naar werken.
Wat doen wij met ons leven? Brengen wij werken der gerechtigheid of werken der ongerechtigheid voort? Levert ons leven zoete of wrange vruchten op voor Jezus? Kunnen de oprechten zich met ons verblijden in de Heer en zijn wij, niet moedwillig, een aanstoot voor de geveinsden? Het loon zal zijn dienovereenkomstig! Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen…”, sprak Jezus (zie Matth. 5:11-12a, HSV).
Gaven zijn echter geen loon, maar genadeblijken van een opgeklommen Heer, Die Zijn dienaren wil doen delen in Zijn heerlijkheid. En die gaven ontvangen wij NU, in deze tijdsbedeling, dus niet pas na deze tijdsbedeling of pas bij Jezus’ wederkomst. Deze gaven kunnen echter niet verdiend worden, het is geen loon, en de Gever [4] geeft ze aan wie Hij wil. Niettemin hangt het tot op zekere hoogte ook van onszelf af wat wij, als discipelen van de Here, ontvangen! Want anders zou er niet geschreven staan: “Streef (SV: ijvert) dus naar de beste genadegaven” (1 Kor.12:31a, HSV). En naar de mate van de gave is ook de genade in ons leven (zie Ef. 4:7).

  • KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen (A4 formaat).
  • KLIK HIER voor smartphone formaat.

H. Siliakus
Enigszins bewerkt door A. Klein

.


[1] Pinksteren = In eerste instantie de voorzegde “vroege Regen”: Het beeld van de UITSTORTING van de Heilige Geest op de dag van het 1ste (Nieuwtestamentische) Pinksterfeest (zie Hand. 2:1-4), nodig voor het ontstaan van de Nieuwtestamentische Gemeente. God spreekt in de Bijbel over “de vroege en de late regen”. Voor een uitleg over “de late (of spade) Regen”, zie noot 5.
“…Laten wij toch de HERE, onze God, vrezen, Die de regen geeft, zowel vroege regen als late regen, op Zijn tijd,…” (Jer. 5:24).
“Dan zullen wij kennen, wij zullen ernaar jagen de HERE te kennen! Zijn verschijning staat vast als de dageraad. Ja, Hij komt naar ons toe als de regen, als late regen,….” (Hosea 6:3).
“En u, kinderen van Sion, verheug u en wees blij in de HERE, uw God, want Hij zal u geven de Leraar tot gerechtigheid. Die zal regen op u doen neerdalen, vroege regen en late regen (Joël 2:23).
Vraag (SV: BEGEER van) de HERE om regen ten tijde van de late regen.” (Zach. 10:1a).
Als u meer wilt weten over de bedoeling, de invloed en/of de werkingen van Gods Heilige Geest, zie dan de studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest”, van CJH Theys. (noot AK)
[2] Zie eventueel de studie De Gever en Zijn Gaven”. (noot AK)
[3] ‘De genadetijd’ of ‘De tijdsbedeling van genade’ = Het tijdperk waarmee de periode van 2000 jaar van de Gemeente, en van de Heilige Geest, en van Gods GENADE voor de mensheid wordt bedoeld – de tijdsbedeling waarin wij nu (nog) leven. De telling van deze 2000 jaar is m.i. begonnen bij de aanvang van Jezus’ bediening op aarde, maar kwam pas na Jezus’ Hemelvaart, bij de UITSTORTING van Gods Geest op die 1ste (Nieuwtestamentische) Pinksterdag, tot volle openbaring. (noot AK)
[4] Zie noot 2.
Geplaatst in Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Gods Geest, Studie van H Siliakus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De werken Gods geopenbaard

ik was blind

De geschiedenis van de blindgeborene te Jeruzalem, beschreven in Johannes 9 (zie noot [1]), heeft onmiskenbaar een profetische strekking. Bij geen van de andere wonderen en genezingen, door Jezus verricht, zei Hij dat het geschied was “opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden” (zie Joh. 9:3). Het is dus iets opmerkelijks als dit bij de genezing van de blindgeborene wèl gezegd wordt. Dit is niet “zomaar”, doch heeft een betekenis. Het zal blijken, dat door deze woorden een profetisch vergezicht wordt geopend.

Blind vanaf de geboorte

Laten wij ons allereerst bepalen bij de persoon van de blindgeborene. Hij was “blind vanaf zijn geboorte” (zie Joh. 9:20). In deze blindgeborene herkennen wij onszelf, zoals wij eenmaal waren: natuurlijke mensen, de Geest van God niet hebbende, blind voor de geestelijke dingen, levend in de duisternis van de zonde, zoals die blinde letterlijk in de duisternis vertoefde: hij was lichamelijk blind vanaf zijn geboorte, maar… wij allen waren GEESTELIJK BLIND toen wij geboren werden. Maar ook aan ons is genade geschied, want… Jezus kwam ook aan ons voorbij (vergelijk Joh. 9:1); Hij zocht ons op. Wij zochten Hem niet, maar Hij zocht ons! En, Hij raakte onze geestelijke ogen aan (vergelijk Joh. 9:6). Niet dat wij toen meteen ‘ziende’ waren, maar wij kregen het vermogen om te ‘zien’, maar of wij ook werkelijk geestelijk zouden zien, hing verder af van onze gehoorzaamheid aan Hem (vergelijk Joh. 9:7). Wie voor het eerst gelooft in Jezus, ziet niet meteen de gehele geestelijke realiteit, maar wel gaat er als een flits door zijn of haar ziel heen: “Deze Jezus brengt mij in een leven, waar ik tot nu toe geen vermoeden van had”.
Geheel in overeenstemming hiermee is wat Johannes 1:12 zegt: “Wie geloven, krijgen macht om kinderen Gods te worden”. Of wij ook waarlijk kinderen Gods worden, hangt verder af van onze gehoorzaamheid en onze onderwerping aan Hem. En de allereerste daad van gehoorzaamheid die de Heer van ons vraagt is: “Laat u dopen en uw zonden afwassen!” (zie o.a. Hand. 22:16). Jezus zond de blindgeborene naar het badwater Siloam (zie Joh. 9:7), en Hij zond ons naar het doopwater. En zo kwamen wij – mits wij tot WERKELIJKE GEHOORZAAMHEID gekomen waren (want de waterdoop heeft geen waarde, als men die niet uit gehoorzaamheid ondergaat en als daarna ook niet EEN LEVEN IN GEHOORZAAMHEID volgt) – van de duisternis in de dag (ofwel: in het licht) van het leven met Jezus. “Het Licht der wereld” (zie Joh. 9:5), “de Zon der gerechtigheid” (zie Mal. 4:2), was ons opgegaan. De werken Gods werden in ons leven geopenbaard!

  • KLIK HIER als u deze korte overdenking verder wilt lezen (A4 formaat).
  • KLIK HIER voor smartphone formaat.

H. Siliakus
Enigszins bewerkt door A. Klein

.


[1] Voor meer uitleg over Johannes 9, zie de GRATIS ‘vers voor vers’ studie: JOHANNES – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van Godvan E. van den Worm.

.

Geplaatst in Eindtijdstudie, Geestelijke groei, Geestesgaven, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Studie van H Siliakus, Volmaaktheid in Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

GRATIS Bijbelstudie (18): ANDER nieuws over ISRAËL – De zoektocht naar de Israëlische identiteit van ALLE 12 stammen

Een artikel van A. Klein

“Israël” als WOORD op zich

Voor degenen die dat niet weten of beseffen, het woord Israël heeft meerdere betekenissen:

    1. Israël, de nieuwe naam voor Jakob. Zie o.a. Gen. 32:28 en 35:10.
    2. Israël, het land, de huidige staat (ook wel Kanaän, Palestina of “het beloofde land” genaamd). Zie o.a. Gen. 12:5-7.
    3. Israël, de huidige natie, het huidige volk.
    4. Israël, de verzamelnaam voor alle 12 stammen van Israël, voortkomend uit de 12 zonen van Jakob (Jakob, die later – van God – de naam Israël kreeg – zie punt 1). Zie o.a. 1 Kon. 18:31, Joz. 4:5, 2 Kon. 17:34b.
    5. Israël, het “GANSE huis van Israël” of “(GE)HEEL het huis van Israël, waarmee ook alle 12 stammen worden bedoeld. Zie o.a. Exod. 40:38, Lev. 10:6b, Ezech. 39:25.
    6. Israël, het “huis van Israël”, waarmee – later in de tijd –de 10 ‘verloren gewaande’ stammen worden bedoeld. Zie o.a. Ezech. 39:22-29. Daarom dat er ook regelmatig in het oude Testament gesproken wordt van “de koning van Israël” en/of “de koning van Juda”. Het waren dus 2 koninkrijken.

 

Inleiding

Misschien dat u denkt: “Waarom wordt dit bovenstaande vermeld? Dat weet toch iedereen die de Bijbel leest”. Ja, dat dacht ik zelf ook, daarom zal ik uitleggen waarom ik het toch heb vermeld. Het begon naar aanleiding van een brochure van Norbert Lieth van Zendingswerk Middernachtsroep – met de aansprekende titel: Waarom juist ISRAËL? – die ik ongeveer een jaar geleden onder ogen kreeg. Ik begon enthousiast te lezen, maar ontdekte al snel dat het WOORD “Israël” heel vaak wordt gebruikt – zoals natuurlijk te verwachten in een brochure met die titel, maar… – zonder dat er bij vermeld wordt in welke context ze het WOORD Israël bedoelen. Ook wordt er m.i. – al gelijk op de 1ste bladzijde – gesuggereerd dat alle Joden “Israël” zijn en “Israël” alle Joden. Toen ik de brochure, om die redenen, nader ging bestuderen bleek dat – in mijn ogen – niet alleen erg verwarrend over te komen (al kwam ik er zelf snel achter in welke context het WOORD bedoeld werd), maar daardoor zag ik ook DUIDELIJK een m.i. foute interpretatie … (ingekort).

Iedere Jood is een Israëliet, maar niet iedere Israëliet is een Jood

Veel christenen denken bij Israël en/of Israëlieten aan de Joden en bij de Joden aan Israël en/of Israëlieten. Nu is dat op zich niet verkeerd, maar Israël bestaat – nog steeds – uit 12 stammen, ook al zijn er 10 stammen die men ‘verloren stammen’ noemt. Zelf spreek ik echter liever van de ‘verloren GEWAANDE stammen’, omdat je anders zou kunnen denken dat het verloren GEGANE stammen zijn. God weet echter wie tot deze (oorspronkelijke) stammen behoren en zelfs wie ze persoonlijk zijn, en als we ons er echt in willen verdiepen kunnen we er waarschijnlijk achterkomen of wij ZELF misschien tot (afstammelingen van) deze 10 ‘verloren gewaande’ stammen behoren. Als dit zo blijkt te zijn, dan zijn wij dus in letterlijke zin Israëlieten, nakomelingen van Jakob (die van God de naam Israël kreeg – zie o.a. Gen. 32:28 en 35:10).

In geestelijke zin waren we ons – als het goed is – al bewust van onze “Israëlische identiteit”, tenminste als we – in en door Christus – besneden zijn naar het hart. Zoals vermeld in Romeinen 2 vers 29b, waar staat: “Maar hij is Jood (of – in deze – een Israëliet), die het in het verborgene is (d.i. in het innerlijk, in het hart), en dat is de (ware) besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter.” (HSV)

Bij (vermoedelijk) velen van ons zal straks echter blijken dat wij niet alleen in geestelijke zin tot “Israël” behoren, maar ook in letterlijke zin. Voor alle duidelijkheid wil ik dit nog wel – hopelijk ten overvoede – vermelden: In ieder geval zal (wat de Nieuwtestamentische gelovigen betreft) niemand behouden worden ZONDER geloof in Jezus en in Zijn offer – als verzoening voor onze zonden – aan het kruis. In die zin is er geen onderscheid tussen Jood en heiden (zoals wij o.a. ook kunnen lezen in Rom. 2:28-29, Gal. 3:26-29 en Ef. 2:11-16). Voor alle duidelijkheid: Dit geldt dus NIET voor de (oprechte) Oudtestamentische gelovigen.

Een conclusie die we in ieder geval nu al kunnen trekken is deze: Iedere Jood is weliswaar een Israëliet, maar niet iedere Israëliet is een Jood. De Joden zijn namelijk (afstammelingen) van de stam Juda (in het Duits komt dit beter naar voren, daar is het: “die Jude”) of van het “huis van Juda” (verzamelnaam voor de stammen: Juda, Benjamin en Levi).

We zullen – in dit vrij korte artikel – niet veel bewijzen voor alle argumenten aandragen, daar het anders een heel lang en, voor velen, misschien wel een te moeilijk verhaal zal worden. Degenen zich hier echter verder in willen verdiepen, kunnen wij aanraden om het boek De geschiedenis van Kelto-Saksisch Israël van W.H. Bennett te lezen. In het Engels (dus: niet in het Nederlands verkrijgbaar) is er ook nog het boek “Symbolen van ons Kelto-Saksische erfgoed” van dezelfde schrijver. Ook kan ik nog de – enigszins moeilijke – Bijbelstudie van H. Siliakus aanbevelen, een Bijbelleraar uit mijn vorige Gemeente, genaamd: “Wederom Mijn Volk” – over de lotgevallen van de beide Israëlvolkeren. (Voor meer over deze boeken, zie de vermeldingen aan het eind van dit artikel, in de PDF)

  • Als u deze GRATIS studie verder wilt lezen, KLIK HIER

A. Klein

*******

.

LEESTIP:

De geschiedenis van Kelto-Saksisch Israël.
Zie http://vlichthus.nl/de-geschiedenis-van-kelto-saksisch-israel/

  • Deze uitgave (ISBN 978-90-808032-1-9) is niet meer als boek leverbaar. Het is wel te lezen als PDF. Deze is gratis beschikbaar. Een kleine donatie wordt op prijs gesteld.

Of:

Onbekend Israël – van David tot vandaag.
Zie http://vlichthus.nl/onbekend-israel-van-david-tot-vandaag/

Geplaatst in Artikel van A Klein, Boek/studiebespreking, Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Nuttige studie als 'basiskennis', Opwekking | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen