De waterdoop als ENIGE weg (n.a.v. Exodus 14:15)

waterdoop

De mens is van nature geneigd belangrijke beslissingen steeds weer uit te stellen. Van besluiten die zijn/haar leven ingrijpend veranderen, heeft men als regel helemaal een afkeer. Menigeen reageerde met “Laat mij met rust”, toen hem/haar het Evangelie voor het eerst werd verkondigd. Zoals Israël sprak tot God in Egypte: “…Laat ons met rust, laten wij de Egyptenaren maar dienen?” (Exodus 14:12a) [1]
Maar God, in Zijn genade, brengt een mens altijd weer in de omstandigheid dat men moet kiezen. Met Israël ging Hij zover dat zij uiteindelijk niet meer konden blijven in Egypte: “En zij zeiden tegen hen: Moge de HEERE op u toezien en moge Hij oordelen, omdat u ons in een kwade reuk gebracht hebt bij de farao en bij zijn dienaren, door hun een zwaard in handen te geven om ons te doden.” (Exodus 5:21)
Velen van ons zullen van dezelfde wonderlijke bemoeienis van God met hun leven kunnen getuigen. Toch zijn velen hun twijfelmoedigheid (= besluiteloosheid) nog niet kwijt nadat zij tot bekering zijn gekomen. Het zijn er maar weinigen bij wie men durf en vaste wil bespeurt om tot volle overgave te komen. Er zijn vele “tragen van hart”. God weet dit en laat daarom toe dat Zijn kinderen dikwijls in grote moeilijkheden en benauwdheden komen.
Zo deed Hij ook met Israël. Nadat Hij hen verlost had, stuurde Hij farao op hen af, met een “leger van zorgen”:

  • “En Ik zal het hart van de farao verharden, zodat hij hen achtervolgt. Dan zal Ik ten koste van de farao en ten koste van heel zijn leger geëerd worden, zodat de Egyptenaren zullen weten dat Ik de HEERE ben. En zo deden zij.” (Exodus 14:4)
  • “Want de HEERE verhardde het hart van de farao, de koning van Egypte, zodat hij de Israëlieten achtervolgde. Maar de Israëlieten waren door een opgeheven hand geleid.” (Exodus 14:8)
  • “Toen de farao dichtbij gekomen was, sloegen de Israëlieten hun ogen op, en zie, de Egyptenaren trokken achter hen aan. Toen werden de Israëlieten zeer bevreesd en riepen tot de HEERE.” (Exodus 14:10)

.

Gods weg

Zorgen komen wanneer wij weigeren de verheven weg van Christus te bewandelen. Hoe opmerkelijk is Gods antwoord als Israël in grote angst roept tot Hem, wanneer zij geen kant meer uit kunnen: “Waarom roept u? Trek voort!

  • “Toen zei de HEERE tegen Mozes: Wat roept u tot Mij? Spreek tot de Israëlieten en zeg dat zij  opbreken (voorttrekken).(Exodus 14:15)

In de eerste plaats leren wij hier dat geestelijke luiheid – zich uitend in besluiteloosheid – leidt tot stilstand in het geloofsleven (versteend geloof is geen geloof). Maar het meest opmerkelijke is, dat God ons hier wijst op Zijn Weg. Er was geen andere weg dan door de zee – maar dat was geen menselijke weg, voorwaar!

.

De doop als prediking

Trek voort!” zei God. Daarmee bedoelde Hij – geen andere gevolgtrekking is mogelijk – “ga de zee in” of, in Nieuwtestamentische bewoordingen, “laat u dopen!”:

  • “En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest [2] (Handelingen 2:38)

Iedere wedergeborene zal angst en zorgen kennen in zijn/haar leven, zolang hij/zij niet de weg van de doop gaat. Na de wedergeboorte en uitleiding uit de goddeloze wereld komt de confrontatie met de “doodsmachten”. Het water, de zee, is de uitbeelding van die machten. Alleen de Schriftuurlijke waterdoop (door onderdompeling – AK) redt uit de dood:

  • “Het tegenbeeld daarvan, de doop, behoudt nu ook ons. Maar niet als een verwijderen van het vuil van het lichaam, maar als vraag aan God van een goed geweten, door de opstanding van Jezus Christus.” (1 Petrus 3:21)

(NOOT: Ik spreek niet over de “schijn-waterdoop” van de geveinsde of onwedergeborene).
Daarom spreekt deze nog altijd onberedeneerbare en ergerniswekkende Goddelijke instelling van Gods hoogweg [3] van verlossing. Dat is de prediking in het doopssacrament.
Bovendien is de waterdoop Gods voorziening voor de besluiteloze mens om hem te doen komen tot ware overgave. Maar… men moet na zijn/haar doop door onderdompeling wel in “nieuwigheid des levens” wandelen:

  • “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven (SV: in nieuwigheid des levens) zouden wandelen.” (Romeinen 6:4)

Als men dat niet doet, komt de bedreiging door de doodsmachten terug. De doop blijft de mens echter ook dan – als men tenminste zijn/haar oren niet toestopt – wijzen op Gods weg en erop aandringen die te bewandelen.
“Wat roept u?” zegt God. Roep niet, maar wees God gehoorzaam!
Voor de ongedoopte maar wedergeboren ziel kan daaraan worden toegevoegd: en laat u dopen, op Schriftuurlijke wijze, door onderdompeling en in de Naam van de Here Jezus Christus.
Er is geen andere weg tot overwinning [4] dan de weg van gehoorzaamheid [5] en overgave.

.

H. Siliakus
Uit: Tempelbode, augustus 1980
Enigszins bewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

******************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling (afgekort: HSV), tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geesten/ofDe Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys. (noot AK)
[3] Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Here. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen (de zgn. “hoogweg”), en Mijn gedachten dan uw gedachten.” (Jes. 55:8-9). (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie GEHOORZAAMHEID is nog steeds de sleutel van Rev. J.W. Shenton. (noot AK)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Gehoorzaamheid aan God, Studie van H Siliakus, Woord en Geest | Tags: , , , , | 2 reacties

In hoeverre zijn wij trouw?

Christen-zijn (in de wereld van vandaag) heeft onherroepelijk consequenties

zonde

Een Bijbels voorbeeld

Wanneer ik het bovenstaande schrijf, denk ik aan een verhaal dat wij in het Oude Testament vinden. De moraal ervan zij ons allen tot lering. Het is het verhaal van de Rechabieten. De profeet Jeremia spreekt daar over de gehoorzaamheid van de Rechabieten, die aan Juda tot voorbeeld wordt gegeven. Dit 35ste hoofdstuk van Jeremia is onder Christenen maar weinig bekend. Toch is het niet alleen de moeite waard om het te lezen en het biddend te overdenken, doch veel meer nog om de ernstige boodschap te (leren) verstaan. Want deze boodschap is er waarlijk één voor alle tijden; niet in het minst voor de dagen waarin wij heden leven.
Jeremia, door God geroepen, heeft een wel zeer merkwaardige opdracht uit te voeren. De Here God zei in die dagen tot Zijn dienstknecht: “Ga naar het huis van de Rechabieten, spreek met hen en breng hen in het huis van de HEERE, in één van de kamers, en geef hun wijn te drinken.” (Jeremia 35:2) [1]
Wanneer nu Jeremia al deze Rechabieten verzameld in het huis des Heren, hun “kannen vol wijn en bekers voorzet, en tot hen zegt: Drink wijn” (Jeremia 35:5 [2]), wordt hem door de betrokkenen een positief en duidelijk antwoord gegeven, waaraan niemand behoeft te twijfelen: “…Wij drinken géén wijn.” (Jeremia 35:6a)

Zij spraken onomwonden

Dit duidelijke antwoord werd Jeremia als door één man gegeven; en de toelichting die zij erbij gaven laat evenmin aan duidelijkheid te wensen over. Zij dronken géén wijn en lieten nog véél méér dingen en zaken na… Alles in overeenstemming met het gebod van hun vader Jonadab. Zij hadden “iets”, namelijk het woord, het gebod, dat hun was gegeven; en dat wilden zij, hoe dan ook, hooghouden:

  • “…Wij drinken géén wijn, want onze voorvader Jonadab, de zoon van Rechab, heeft ons geboden: U mag geen wijn drinken, u niet en uw kinderen niet, tot in eeuwigheid. U mag geen huis bouwen, en geen zaad zaaien, geen wijngaard planten of in bezit hebben, maar u moet in tenten wonen, al uw dagen, opdat u vele dagen leeft in het land waar u als vreemdeling verblijft. Wij nu hebben geluisterd (SV: gehoorzaamd) naar de stem van onze voorvader Jonadab, de zoon van Rechab, in alles wat hij ons geboden heeft, door al onze dagen geen wijn te drinken, wij niet en onze vrouwen niet, evenmin als onze zonen en onze dochters, en door geen huizen te bouwen tot onze woning. We hebben geen wijngaard of akker, en geen zaaigoed. Wij hebben in tenten gewoond, en hebben geluisterd en gedaan overeenkomstig alles wat onze voorvader Jonadab ons geboden heeft.” (Jeremia 35:6-10)

Letten wij nu op de woorden door Gods profeet te boek gesteld: “tot in eeuwigheid”; “het land waar u als vreemdeling verblijft”, “Wij nu hebben gehoorzaamd… in alles…”
Dat zij in Jeruzalem woonden, was een harde noodzaak. De oorlog in de dagen van de koning van Babel had noodsituaties met zich gebracht. Zij waren daaraan onschuldig en konden daaraan ook niets veranderen. Hun getuigenis kwam in feite hierop neer: “wat u ook met ons nog verder wilt doen, dat is uw zaak; maar wij houden ons aan het ons gegeven gebod.” Welk een getrouwheid legden zij in die tijden aan de dag!

Boze dagen

Jonadab leefde in de tijd van koning Jehu, die de strijd aanbond tegen de overheersende Baäldienst, die – zo leert Gods Woord – gepaard ging met de meest afschuwelijke goddeloosheid. In dit (Bijbelse) licht nu dienen wij het door Jonadab nagelaten gebod te zien. Wat zat er achter? Een gruwelijke afkeer van de toen heersende zeden en gewoonten.
Afkeer van een leven dat van God en Zijn dienst was afgedwaald – willens en wetens afgeweken – afkeer óók van alle heidense cultuur: steden die tot ten-hemel-schreiende broeinesten van goddeloosheid en zedeloosheid waren verworden!
Het was om zijn nageslacht te bewaren, te beschermen tegen al die boze invloeden – kwaadaardige machten en een goddeloze levenssfeer – dat Jonadab dat gebod had nagelaten. Het was om Gods kinderen te houden in de gemeenschap van de Here God Almachtig – dáárom!
En wat ermee werd bedoeld is nu wel duidelijk, en ieder rechtgeaard Christen zal dit begrijpen: houd je verre van de verlokkingen, van de verleidingen en de misleidingen van de boze wereld, waar satan heer en meester is;… houd je alsjeblieft zo ver mogelijk van wat tot zondigen, en afvalligheid van God en Zijn gebod, zal leiden!
Ja, blijf onder alle omstandigheden trouw aan God en blijf Hem alleen dienen in alle nederigheid des harten!

  • “En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf… zonder liefde voor het goede… meer liefhebbers van zingenot (SV: wellusten) dan liefhebbers van God. Zij hebben een schijn van godsvrucht (SV: een gedaante van godzaligheid), maar hebben de kracht ervan verloochend. Keer u ook van hen af (SV: Heb ook een afkeer van deze).” (2 Timotheüs 3:1-5); en
  • “Maar u, wees nuchter (SV: wakker) in alles…” (2 Timotheüs 4:5a)

Wees bereid

De Heilige Geest waarschuwt ons met de meeste nadruk dat in de laatste dagen afval van het geloof zal gevonden worden en dat wij derhalve acht moeten slaan, eerst op onszelf en op de leer, en dat wij daarin moeten volharden; want dat doende, zullen wij onszelf behouden, en die ons horen”:

  • “Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen” … “Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen.” (1 Timotheüs 4:1+16)

Geloofd zij de Naam des Heren!
Ook van ons wordt gevraagd om “de prijs” te betalen. [3] Ook wij moeten leven, zoals dat in Gods ogen goed is; dit is: naar Zijn Woord. Ook wij moeten de moed hebben om onszelf te zijn, ondanks dat de mensen lachen, spotten, enzovoorts. Ook wij moeten de prijs durven betalen zonder zelfbeklag. God en Zijn Woord… God en Zijn onmisbare zegen – zij zijn het ten volle waard! Glorie voor Hem, Die ons eerst heeft liefgehad en Zijn leven voor ons heeft gegeven in de dood aan het kruis (te Golgotha)!
Ach, daar is nog o zo veel te zeggen over dat wat der Rechabieten was. Hun onkreukbare trouw, hun heilige eerbied voor het gebod van een “aardse” vader. Laten wij niet vergeten dat dat alles met God te maken had, met God en Zijn geboden, met de Here God en met Zijn dienst, met God en Zijn onmisbare zegen… voor tijd en eeuwigheid. Voorwaar (!) geen kleinigheid!

De toepassing

Zij rekenden af met alle zucht naar “populariteit”, zij rekenden af met “valse schaamte en de begeerte” (hoe diep zit dit verborgen bij nog zo vele Christenen [!] om te leven zoals “men” het graag doet, om te handelen en te wandelen, zoals “ze” dat allemaal doen in deze tijd, en om niet op te vallen)!
Ja, die Rechabieten hebben, dwars tegen alles in, God en Zijn Woord en Zijn dienst hoog gehouden door die te eren, door die te gehoorzamen… eenvoudig en zonder “tamtam”.
Waarlijk, zij waren moedig genoeg, gesterkt door hun geloof, om zichzelf te zijn.
God Zelf maakte de toepassing voor de toenmalige tijdgenoten. Want wat lezen wij verder?
“Toen kwam het woord van de HEERE tot Jeremia: Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Ga zeggen tegen de mannen van Juda en tegen de inwoners van Jeruzalem: Zult u niet de vermaning aanvaarden door te luisteren naar Mijn woorden? spreekt de HEERE.” (Jeremia 35:12-13)
Met andere woorden: “Wilt gij hieruit geen lering trekken, om zodoende aan Mijn woorden gehoorzaam te zijn?”
God Zelf stelde deze Rechabieten, vanwege hun onverbiddelijke gehoorzaamheid en diep geloof, aan het volk van die tijd tot voorbeeld. Laten wij, die leven in deze zware (boze) tijden dit toch goed begrijpen!
Want het gaat er niet om dat wij nu zullen moeten gaan leven zoals die Rechabieten leefden. Het gaat ook niet om een bepaald “soort” zedenleer. De toepassing ligt nog veel dieper dan wat mag en niet mag. Deze mensen waren allemaal trouw met de daad, trouw aan de God van Israël en aan Zijn dienst… “om het eeuwige welbehagen”!

De praktische kant

O ja, u en ik weten hoe dat allemaal gaat in deze tegenwoordige tijd. De één zegt: “Wat een fanatieke lui die Geest-vervulde Christenen” ! De ander heeft het dan over, wat zij noemen, een “verwerpelijke rechtlijnigheid en krampachtigheid”. Zo dikwijls horen wij dan ook beweren: “Ach, die gekke, ouderwetse Christenen met hun humorloze starheid, met hun ver doorgedreven farizeïsme…”
Inderdaad, zo gaat het, dat weten wij maar al te goed; want wat is er nu meer irriterend, dan dat er mensen in de directe omgeving zijn die “JA” durven zeggen als iedereen “NEEN” zegt; of die “NEEN” als antwoord geven als ze allemaal “JA” zeggen. “Wat verbeelden die Christenen zich wel?!
Maar het zit zo: al die wereldse “betweters” willen per sé niet weten dat die Rechabieten zichzelf wensten te blijven – tegen alles in – en dat zij óók wisten “waarom”.
Geestelijke dingen en zaken worden nu eenmaal geestelijk onderscheiden:
“…de natuurlijke mens neemt de dingen van de Geest van God niet aan, want ze zijn dwaasheid voor hem. Hij kan ze ook niet leren kennen, omdat ze geestelijk beoordeeld worden.” (1 Korinthe 2:14, redactie)
Nog altijd is het Woord waarachtig: “…het Evangelie… is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft…” (Romeinen 1:16b).
Er valt óók voor ons, vandaag de dag, lering te trekken uit de handel en wandel van deze Rechabieten. Het “heb een afkeer van dit alles” (zie o.a. 2 Timotheüs 3:5b [4]), zowel in het Oude- als in het Nieuwe Testament heeft betekenis en waarde voor de tijd waarin gelovigen leven op aarde en in verband met de eeuwigheid. Het gaat waarlijk niet alleen om het welvaren van onszelf en om de toch al niet rooskleurige toekomst van onze kinderen; het gaat dus niet om welzijn en toekomst van hedendaagse mannen en vrouwen en kinderen die belijden Christenen te zijn, en hoop hebben op de eeuwigheid, maar het gaat in het bijzonder om de eer en de glorie van Jezus Christus, in Wie ons de eeuwige zaligheid is bereid. Geprezen zij de Naam des Heren!

Ja en nee

Hoe meer wij om ons heen de funeste gevolgen zien van de duivelse macht in velerlei vormen en gedaanten, hoe meer wij ervan overtuigd moeten zijn dat dit alles zijn oorzaak vindt in ongehoorzaamheid aan God en Zijn gebod.
De geschiedenis herhaalt zich door alle eeuwen heen. Wie dit inziet, zal zich naar die mate ook meer bewust moeten zijn van waar het feitelijk ten diepste om gaat; namelijk: om Christus’ wil!
Dat wij, als waarachtige kinderen Gods, altijd en overal toch “NEEN” zullen zeggen tegen de machten der duisternis, om “JA” te kunnen zeggen tegen onze God en Vader in de hemelen, Die niet wil dat zielen verloren gaan, maar dat zij behouden zullen worden voor Zijn glorieuze (weder)komst [5] en Zijn Koninkrijk [6]; tegen een levende God, Die niet met Zich laat spotten!
En wat is het, dat wij bovenal van deze Rechabieten kunnen leren? Dat wij niet bevreesd moeten zijn, niet bang, om anders te zijn dan anderen.
Wij weten nu toch wel “waarom” wij anders zijn. Ook moeten wij niet bang zijn om “anders te leven” dan de anderen om ons heen, als wij maar weten waar het ons om gaat, nietwaar? Niet om de wil van mensen, hoe lief en dierbaar ze ons ook mogen zijn; maar om te doen – niet met woorden, maar met daden (!) – wat God van ons vraagt in Zijn Woord, tot verheerlijking van Zijn onvolprezen Naam!
Men behoeft waarlijk geen Christen te zijn om een open oog te hebben voor de openlijke en verborgen gevaren van onze tijd; men behoeft echt geen Geest-vervuld kind van God te zijn om te leven met geloofs-overtuiging. Kinderen Gods die “iets” hebben mogen begrijpen van de peilloze liefde van God – het is alles genade (!) – hebben (hoe kan het anders ?) een extra duidelijk motief: namelijk, “willen wat God wil, om zodoende Hem alleen te behagen”.
Aan dezulken wordt immers de kracht van de Heilige Geest [7] geschonken, om als vrije en verloste mensen Hem getrouw te blijven dienen met blijdschap… al de dagen van hun leven.
Zou u, wat dat betreft, geen voorbeeld willen nemen aan die wonderbaarlijke geloofshouding van die Rechabieten?
“Want daarvoor spannen wij ons ook in en worden wij gesmaad, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, Die een Behouder is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen.” (1 Timotheus 4:10)
God helpe ons. Amen.

CJH Theys
Uit: Perspectief, bundel 1
Enigszins bewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

*****************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Jeremia 35:5, “Ik zette de leden van het huis van de Rechabieten kannen vol wijn en bekers voor en ik zei tegen hen: Drink wijn!”
[3] Filippensen 3:14 (SV), “Maar één ding doe ik, vergetende, hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het wit, tot de prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus.”
[4] 2 Timotheus 3:5 (SV), “Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben. Heb ook een afkeer van deze.”
[5] Zie eventueel ons artikel De wederkomst van Christus nader bekeken van A. Klein. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geesten/ofDe Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys. (noot AK)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Studie van CJH Theys, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Boekbespreking 72: De overgave van de innerlijke mens van het hart

De overgave van de innerlijke mens van het hart kleurHet menselijk dualisme

  • “De mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan. (1Sam.16:7b)

Wij merken door het Woord van God, dat er in iedere mens twee soorten van mensen zijn:
De UITERLIJKE mens en de INNERLIJKE mens.
De uiterlijke mens hoeft helemaal niet gelijk te zijn aan de innerlijke mens, want die innerlijke mens kan een héél andere zijn. Naar de uiterlijke mens kunnen wij godsdienstig zijn, terwijl wij naar het innerlijk een vijand van God kunnen zijn. Een duidelijk voorbeeld vinden wij in het leven van de Farizeeërs en Schriftgeleerden uit Jezus’ dagen. Ze waren godsdienstig; mannen, die naar het aanzien God wilden dienen. Maar in feite waren zij vijanden van God en van Zijn Christus! Hun innerlijke mens stond radicaal tegenover God en Zijn wil!
Daarom vrienden, laat ons door het Woord van God geleid willen worden en onze INNERLIJKE mens – want dáár gaat het bij God om – aan de Here geven. Hij wil ons helpen, verlossen en zegenen, maar wij moeten hiertoe die INNERLIJKE mens aan Hem uitleveren, opdat Gods hand uiteindelijk die innerlijke mens kan vormen naar Zijn wil en Beeld. De uiterlijke mens – met zijn doen en laten, spreken en zwijgen – moet een resultaat, een VRUCHT, van deze INNERLIJKE genadewerking van God zijn, die diep in het hart begint en uiteindelijk in onze uiterlijke mens te zien moet zijn, zich openbarend in werken van Goddelijke liefde en gerechtigheid.
Laat ons eens onderzoeken welk oordeel Jezus Zelf had over het innerlijk van elke natuurlijke mens: “Want van binnen, uit het hart der mensen, komen voort: kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand. Al deze dingen komen voort van binnen, en verontreinigen de mens. (Mark.7:21-23)
Hier heeft u een schildering door Jezus van de innerlijke mens van het hart. En die schildering toont aan hoe VERDORVEN die innerlijke mens is.
Hoe zuiver en rein kan een jong kind wel lijken, zo zuiver als vers gevallen sneeuw. Maar diep in het hart van dit jonge leven is reeds de besmetting door de zonde daar, die wij ERFZONDE noemen. Wij kunnen zo’n toestand vergelijken met een prille besmetting door de melaatsheid. In zo’n toestand LIJKT het lichaam even gezond als ieder ander. Maar deze besmetting heeft slechts TIJD en OMSTANDIGHEDEN nodig om van die gezond-lijkende mens een afschuwwekkend gedrocht te maken.
Vrienden, die innerlijke mens in ons is door de erfzonde net zo besmet! Die zal, als die besmetting niet wordt gestuit en weggenomen, net zo uitgroeien tot een afschuwwekkend gedrocht in Gods ogen. En deze “gistwerking” van de zonde heeft zelfs tot in de eeuwigheid, na de dood, nog plaats!
De UITERLIJKE mens kan er – door een zorgzame, nette opvoeding en gunstig milieu – rechtschapen uitzien. Wij zien wat voor ogen is, maar God ziet het HART aan! Ook van deze uiterlijk nette, rechtschapen mens, zegt God, dat de INNERLIJKE mens van het hart, die van de gedachten- en begeerten-wereld, ONREIN is en door de zonde besmet!
Ook Paulus, als ijveraar Gods, ontdekte dit en riep uit: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?” Dan volgt zijn overwinningskreet: “Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere (Rom.7:24-25).
Paulus was een dienstknecht en apostel van de Here Jezus Christus, toch wist hij zich naar zijn innerlijke mens de grootste zondaar: “Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben” (1Tim.1:15).
Paulus wist dat slechts deze innerlijke mens bij God telde en dat deze innerlijke mens in de eeuwigheid, na de lichamelijke dood, zich in Gods licht openbaren zal en door een ieder zal worden gezien en waargenomen: “En er is niets bedekt, dat niet zal ontdekt worden, en verborgen, dat niet zal geweten worden. Daarom, al wat gij in de duisternis gezegd hebt, zal in het licht gehoord worden; en wat gij in het oor gesproken hebt, in de binnenkamers, zal op de daken gepredikt worden”! (Luk.12:2-3)
Daarom zocht Paulus verlost te worden van de ellende der zonde, waarin zijn wezen lag verzonken! Welk een waarachtige verlossing ervoer hij door zijn geloof en geloofsrust in Jezus Christus, Die ook hij als zijn Here had aanvaard!
De desem der zonde moet met wortel en tak ook uit ONS hart worden gebannen door de genadewerkingen van het Evangelie, het bloed van het Lam Gods en de Heilige Geest. Wij moeten met hart en ziel naar deze verlossing verlangen en de aangeboden genade met beide handen aangrijpen!

De hemelse erfenis, die voor ons klaar ligt

Johannes 3:16, vertelt ons: “Want alzo lief heeft God de WERELD gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe”.
God had, in Jezus Christus, de gehele WERELD met Zichzelf VERZOEND (2Kor.5:19) en hiermee redbaar gemaakt. Maar deze verzoening voor alle mensen is nog geen VERLOSSING! De verlossing is een PERSOONLIJKE zaak en moet in ons hart en leven uitgewerkt worden. Wij moeten deze verzoening door Jezus Christus in ons dankbaar aanvaarden en – de genade door de verzoening, die in ons hart en leven VERLOSSING uitwerkt – ervaren!
Wij kunnen het Evangelie horen en geloven dat God de gehele wereld met Zichzelf in Jezus Christus heeft verzoend en dit thema in lofgezangen bezingen en tòch TOESCHOUWER blijven van Jezus en Zijn Kruis! Jaren kunnen wij dit Evangelie aanhoren en bezingen en er toch geen werkelijk deel aan hebben, zodat onze INNERLIJKE mens zondaar blijft en wij in geestelijk opzicht NIETS zijn opgeschoten, omdat onze innerlijke mens geen daadwerkelijke verlossing en vernieuwing ervaart, doordat onze INNERLIJKE MENS zich nooit in stil vertrouwen heeft leren OVERGEVEN in de handen van onze Verlosser en Zaligmaker!
Door Zijn dood en opstanding heeft onze Here Jezus Christus ons een GEESTELIJKE ERFENIS geschonken, waarvan wij de grootte kunnen nagaan in het TESTAMENT dat God ons heeft nagelaten; het Nieuwe Testament, maar ook het Oude Testament spreekt hier – hoewel vaak bedektelijk door zijn typen en schaduwbeelden – over.
Hebreeën 9:12 vertelt ons: dat God een EEUWIGE VERLOSSING van ziekte, zonde en geestelijke dood voor de mensen als een erfenis heeft liggen op de Hemelse Bank: “…door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.” (Hebr. 9:12)
Niet alleen maar een “eeuwige verlossing”, maar Hebreeën 10:14 spreekt óók van: een EEUWIGE VOLMAKING; en die geschiedt in de Liefde Gods, omdat de Liefde de band der volmaaktheid is: “Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.” (Hebr.10:14)
Het Evangelie vertelt ons dat ALLE mensen ERFGENAMEN zijn; een IEDER mag ontvangen! Maar als een erfenis op de bank blijft liggen, en wij onze rechten niet doen gelden, dan zijn wij nog even arm! Het Evangelie raadt ons daarom aan om naar de EXECUTEUR TESTAMENTAIR te gaan en Die is de verrezen en ten hemel gevaren Here Jezus Christus, Die thans onder ons werkt door de Heilige Geest.
Wij kunnen onze erfenis bij Hem claimen en van Hem ontvangen als wij voldoen aan Gods voorwaarden van bekering, belijdenis van zonden, rustig geloofsvertrouwen en OVERGAVE aan Hem!
Zo kan de Here Jezus Christus, omdat Hij ALLES voor ons heeft volbracht op Golgotha, ons LEGAAL vergiffenis van zonden geven, als wij om vergiffenis bij Hem komen; ons LEGAAL verlossing van zondebanden, zondeheerschappij en ziekten geven, als ons hart verlossing vraagt; ons LEGAAL eeuwig Nieuw Leven geven tot in de volmaking toe, als ons hart hiernaar hongert!

  • KLIK HIER als u deze (gratis) studie verder wilt lezen of downloaden.

E. van den Worm

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, de Heilige Geest, Heiligmaking, Studie van E van den Worm, Volmaaktheid in Christus | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Geboorte en Wedergeboorte

Geboorte en wedergeboorte

Wedergeboorte en daadwerkelijke wedergeboorte

De natuurlijke geboorte, geboorte uit de gemeenschap van man en vrouw, speelt een zeer grote rol in het leven van alle mensen. Ontegenzeglijk maakt zij deel uit van de kringloop van dood en leven in Gods schepping. Inderdaad is zowel de natuurlijke als de wedergeboorte “de sleutel” tot het voortbestaan van “leven in het algemeen”!
De natuurlijke geboorte, zoals bovenbedoeld, mag genoegzaam bekend worden verondersteld. Daarnevens is er nog een andere geboorte, namelijk de wedergeboorte, waarvan de Bijbel zo duidelijk spreekt. Gelijk de natuurlijke geboorte uitmondt in een proces dat een aanvang, een groei en een voleinding kent (“…van stof zijt gij gemaakt, en tot stof zult gij wederkeren” zie Genesis 3:19b), zo begint het proces van de wedergeboorte (het wederom geboren worden uit/in God [1]) met het “nieuwe” ontluikende leven dat alsmaar meer gestalte in ons krijgt door de werkingen van de Heilige Geest.
“Waarvoor?”, is de zo dikwijls gestelde vraag. Om ons hoe langer hoe meer “los te maken” uit ons natuurlijk leven (het leven van ons “eigen-ik”) opdat wij steeds meer volgens de wet van de Geest des levens (die van de vrijheid) zullen leren denken en handelen:
“Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood.” (Romeinen 8:2) [2]
“Hij echter die zich in de volmaakte wet verdiept, die van de vrijheid, en daarbij blijft, die zal, omdat hij niet een vergeetachtige hoorder geworden is, maar een dader van het werk, zalig zijn in wat hij doet.” (Jakobus 1:25)
Zoals gezegd is het een “proces”, en dit kan niet in één dag voltrokken worden. Daarom is de Heilige Geest bij voortduring bezig om werkzaam te zijn en te blijven in alle facetten van ons leven, om ons te doen komen tot “de daadwerkelijke wedergeboorte” – “het eeuwig leven”! En dit geldt niet alleen de gelovige (het individu), maar is ook van toepassing op de Gemeente van Jezus Christus! Met andere woorden, er is een “persoonlijke” en een “gemeenschappelijke” wedergeboorte. Voor beiden is het noodzaak, volgens de Schrift.

Geboren worden

Wàt is nu feitelijk “geboren worden”? Geboren-worden is leven in de diepste zin van het woord. Het is een overgang van het tijdelijke leven in de schoot van de moeder, naar het zelfstandige bestaan van een menselijk wezen: de zuigeling of de baby. De zwangerschap van een moeder duurt ongeveer 9 maanden en begint met een klein zaadje van de vader dat samensmelt met de eicel van de moeder. Deze ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt wanneer de man (vader) enerzijds en de vrouw (moeder) anderzijds het gebod van God geldend maken in hun leven:
“Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten (SV: zijn vrouw aankleven); en zij zullen tot één vlees zijn.” (Genesis 2:24)
“Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten (SV: zijn vrouw aanhangen), en die twee zullen tot één vlees zijn.” (Efeze 5:31)
De natuurlijke geboorte moet plaats vinden, anders komt het leven èn van de moeder èn van het te baren kind in gevaar! Voor beiden is deze geboorte dus “de sleutel tot het leven” – dat wil zeggen: tot het voortbestaan ervan. Daarvandaan dat men altijd zegt dat de moeder het leven geschonken heeft aan het kind. Als het zover is dan is de “scheiding” volkomen, volledig een feit. En het kind, dat ter wereld gekomen is, begint alsdan een eigen leven – geheel los van het moederlichaam.

Eeuwig leven geboren

Eindigt de natuurlijke geboorte met de dood, het sterven, de wedergeboorte is daarentegen “eeuwig leven”. De natuurlijke geboorte gebeurt éénmaal (wordt niet herhaald), maar de andere geboorte, waarvan Jezus sprak tot Nicodemus, is de “geestelijke geboorte” of de “wedergeboorte”. Deze leraar Israëls kon het één en ander niet verstaan, waardoor hij zei: “…Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is? Hij kan toch niet voor de tweede keer in de buik van zijn moeder ingaan en geboren worden?” (Johannes 3:4)
Daarom heeft Jezus tot beter begrip gezegd:
“Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest (Johannes 3:6).
En déze Geest is “een levendmakende Geest!
Paulus is in zijn brief aan de Efeziërs hierop dieper ingegaan, zeggende:
“Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen (SV: misdaden), mèt Christus levend gemaaktuit genade bent u zalig geworden (Efeze 2:4-5)
“De Geest (van God, die Heilig is) Zelf getuigt met (of: getuigt mede aan) onze geest dat wij kinderen van God (Romeinen 8:16)
De wedergeboorte doet ons dus geboren worden als lid van de Goddelijke familie – van de Heilige Drie-eenheid. [3] Halleluja!

Onbegrip

Nog velen in ònze tijd kunnen deze wedergeboorte maar niet vatten en staan er vaak sceptisch tegenover. Waarom, en hoe is dat mogelijk, waar de Bijbel van deze wedergeboorte zo duidelijk spreekt!? De zekerheid welke wij elke dag genieten in ons natuurlijk dagelijks leven, en het onbegrip inzake de wedergeboorte, maken het in de meeste gevallen uiterst moeilijk om ervoor in te gaan. Men komt alsdan niet tot overgave, hetwelk toch heus nodig is. Het geloof, ontvangen uit genade, heeft immers consequenties! Lees de Bijbel biddend en word overtuigd!

Afzien van het vleselijke leven

Gedurende dit proces van de wedergeboorte worden wij telkens weer door de Heilige Geest geconfronteerd met de vele aspecten in ons leven waarover de Here Jezus nog géén Meester is. Wat moeten wij in dergelijke gevallen dan doen? Door elke dag het Woord van God te onderzoeken, door gehoorzaam te zijn als wij de Stem des Heren daaruit horen:
“Daarom, zoals de Heilige Geest zegt: Heden, indien u Zijn Stem hoort, verhard dan uw hart niet…”, “…Heden, als u Zijn Stem hoort, verhard dan uw hart niet…” (Hebreeën 3:7-8a en 15a)
Feilloos is de leiding van Gods Geest en feilloos (niet altijd zonder pijn) wijst Hij ons op de onvolkomenheden in ons leven; op de duistere plaatsen, op alles wat vaak nog diep in ons wezen verborgen is: jaloezie, afgunst, onreinheid, zelfzucht, eigenwilligheid, en nog véél méér. Met behoud van onze eenmaal ontvangen “vrije wil”, is het tòch Gods wil, dat wij afzien van alles wat ons nog gebonden houdt aan ons natuurlijk, vleselijk leven: “de oude Adam”.
Laat niemand denken en/of zeggen dat wij daartoe door God gedwongen worden. Hij zal nooit en te nimmer Zijn Woord breken. En, “wat u niet wilt dat u geschiedt, doet dat dan ook een ander niet”. Hij dwingt nooit maar dringt wel! Wij moeten geheel vrijwillig alles aan Hem overgeven, want wat wij daarvoor van Hem in de plaats krijgen is niet alleen geheiligd, maar ook véél rijker en voller. Want het is Gods uitgesproken wil om ons allen gelijk te maken aan het beeld van Zijn Zoon: Jezus Christus. Ondanks dat struikelen en vallen niet uitgesloten zijn, zo zijn er toch altijd “eeuwige armen onder ons” [4], om ons te schragen en te dragen in en door alle strijd heen. Geprezen zij de Naam des Heren!

De rol van de Gemeente

De psalmist, met zùlke ervaringen in zijn eigen leven, heeft geschreven: “Als hij valt, wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.” (Psalm 37:24)
In de gemeenschap van kinderen Gods (de Bijbel spreekt van de gemeenschap der heiligen!) wordt ons de mogelijkheid geboden om te groeien, om verlost te worden, om “geslepen” te worden; en net zo lang totdat Jezus gestalte in ons krijgt.
Waarlijk, de Gemeente waartoe wij behoren is die plaats in ons leven die wij als “geestelijke kraamkamer” mogen zien, waar God door Zijn gezegende Geest aanwezig is.
Hier komt alles aan het licht, want “God is Licht” en daar is geheel géén duisternis in Hem. [5] En dit Licht verspreidt warmte en liefde, waarin wij ons mogen koesteren, en om bekwaam te worden gemaakt om nog méér te groeien, opdat wij tenslotte ziel, geest èn lichaam zullen overgeven aan “Hem, Die ons eerst heeft liefgehad”. [6] Hem alleen zij de lofprijs en de dank tot in alle eeuwigheid!
Amen.

CJH Theys
Uit: Tempelbode, februari 1982
Enigszins bewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

****************************************************************************

[1] Johannes 3:8, “De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is.”
[2] Alle Bijbelteksten zijn vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[3] In Deut. 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!)(HSV)
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (= geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest.
Zie eventueel onze studie: “De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[4] Deuteronomium 33:27a, “De eeuwige God is voor u een woning, en onder u zijn eeuwige armen.”
[5] 1 Johannes 1:5 (SV), “En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is.”
[6] 1 Johannes 4:19, “Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.”
.

Geplaatst in Bekering, Bijbelstudie, de Heilige Geest, Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Studie van CJH Theys, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Kent u de Zoon ?

Vader, Zoon en Heilige Geest

Verborgenheden

In Spreuken 30:4 lezen wij:

  • “Wie is er naar de hemel opgestegen (SV: ten hemel opgeklommen) en vandaar neergedaald? Wie heeft de wind in Zijn handen verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft alle einden der aarde vastgesteld? Hoe is Zijn Naam en hoe is de Naam van Zijn Zoon, u weet het immers (SV: zo gij het weet)”? [1]

Wij hebben hier te doen met één van die plaatsen in het Oude Testament waar over de tweede Persoon van de Godheid wordt gesproken. Zoals u wellicht bekend is had de Oudtestamentische gelovige geen weet van een Goddelijke Drie-eenheid. De Oudtestamentische gelovige kende de betekenis nog niet van “…Een Zoon is ons gegeven…” (Jesaja 9:5). De Oudtestamentische gelovige had ook geen vermoeden dat de beloofde Messias de Zoon van God zou zijn.
De Oudtestamentische gelovige wist wel dat God bij de schepping in de meervoudsvorm sprak – “Laten Wij…” (Genesis 1:26) maar hij heeft niet begrepen waarom. De Oudtestamentische gelovige wist slechts: “…De HEERE, onze God, de HEERE is één!(Deuteronomium 6:4 – zie noot 2) en zou dit niet hebben kunnen verenigen met het bestaan van DRIE Goddelijke Personen. De Oudtestamentische gelovige zou de gedachte eraan misschien zelfs als “heidens” van de hand hebben gewezen.
Toch kan het haast niet duidelijker gezegd worden als in Spreuken 30:4, dat er een Vader-God is en een Zoon-God. Maar wij leren hier weer eens dat Goddelijke waarheden tot een bepaalde tijd “verzegeld” kunnen blijven. Zo duidelijk als dit laatste gedeelte van deze tekst van Spreuken 30:4 dan nu voor òns is, zo onduidelijk en verborgen schijnt echter wat er in het eerste gedeelte meegedeeld wordt. Want alleen de Zoon van God is toch van de hemel neergedaald en weer ten hemel gevaren? Volgens dit Bijbelvers van Spreuken 30:4 is echter ook God de Vader ten hemel opgeklommen en neergedaald. Het antwoord op al de vragen die hier gesteld worden, moet immers zijn: “Het is de Here, onze God” en uiteindelijk wordt dan nog gevraagd: “En hoe heet Zijn Zoon?”

Het afdalen van God

Wat lezen wij echter in Genesis 2:7a? “Toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem…”. Hieruit moet volgen dat de Here neergedaald was op de aarde! Daarin zien wij een belangrijk verschil met de overige scheppingen. Die kwamen tot stand door het spreken Gods van de hemel. Om de mens te scheppen daalde God de Vader echter af, samen met de Zoon en de Heilige Geest (vergelijk: “En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis…”, Genesis 1:26). En het merkwaardige is dat, toen er in die mens iets moest worden veranderd, God opnieuw afdaalde. Zie Genesis 11:5 en 7:
“Toen daalde de HEERE neer om de stad en de toren te zien die de mensenkinderen aan het bouwen waren” … “Kom, laten Wij neerdalen en laten Wij hun taal daar verwarren, zodat zij geen van allen elkaars taal zullen begrijpen”.
Dit stelt het neerdalen van de Zoon naar de kribbe in Bethlehem in een heel bijzonder daglicht! Ook dìt was voor de mens! Jezus was en is God [2], maar “Hij heeft Zichzelf vernietigd”:
“Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd (SV: vernietigd) heeft door de gestalte van een slaaf (SV: dienstknecht) aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.” (Filippenzen 2:6-8)
Vraag niet hoe de Goddelijke Drie-eenheid in de Oude Bedeling kon afdalen. Dit is een mysterie, zoals ook de vleeswording van God een mysterie is. Maar in dit ene komt reeds tot uiting hoe lief God ons heeft: voor de mens daalt God af! God vernéderde Zichzelf voor de mens. Ware liefde is nederig, zo leren wij hier. Wie waarlijk liefheeft, wil afdalen!
Gods neerdalen is een bewijs van Zijn grote liefde voor de mens. Liefde bracht Hem ertoe neer te dalen en de mens te scheppen. Liefde bracht Hem er wederom toe, toen dat nodig geworden was, om Zijn eniggeboren Zoon te laten neerdalen om die mens te herscheppen.
Jezus kwam om de mens uit de macht der zonde en van satan te verlossen [3] en hem tot een NIEUW schepsel [4] te maken. En deze nieuwe mens zou uiteindelijk het beeld Gods dragen (Kolossenzen 3:10), wat tot uiting komt in ware heiligheid [5] (Efeze 4:22-24):

  • “En de nieuwe mens aangetrokken hebt, die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft” (Kol. 3:10))
  • “Namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid.” (Ef. 4:22-24)

Maar, om nog eenmaal naar Spreuken 30:4 terug te keren, de hoogst belangrijke vraag die nu gesteld moet worden, is:
Kent u deze Zoon??
Hebt u zich laten vernieuwen door Hem?
Gelooft u in Hem als uw Verlosser en Zaligmaker?
Geef gehoor aan de dringende oproep van Psalm 2:12, Kus de Zoon, opdat Gods toorn u niet zal treffen:
“Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt, wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt. Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!

H. Siliakus
Uit: Tempelbode, december 1984

PDF (in smartphone formaat)

*************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] In Deuteronomium 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één! (dus één Persoon!).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed/geslagen (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn 3 openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een Eénheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit 3 personen bestaat, is m.i. een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie De overwinnaars: over (de macht van) zonde en satan in de eindtijdvan E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie Lukas – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie Heiligmakingvan E. van den Worm. (noot AK)
.
Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, de Heilige Geest, Gods Geest, Heiligmaking, Studie van H Siliakus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

Confrontatie: Een samenzwering

God versus satan

Wij leven in een wanordelijke wereld. De mensheid woont, al is zij zich dat niet bewust, op een geruïneerde aarde, het resultaat van de rebellie tegen God. Alles is doortrokken van de ten-hemel-schreiende zonden van het mensdom. De profeet Jesaja schildert ons met de volgende woorden deze betreurenswaardige toestand:
“Het land treurt, het verwelkt; het aardrijk kweelt (HSV: verkommert), het verwelkt; de hoogsten van het volk in het land kwelen [1]. Want het land is bevlekt (HSV: ontheiligd) vanwege zijn inwoners; want zij overtreden de wetten, zij veranderen de inzettingen, zij vernietigen het eeuwig verbond. Daarom verteert de vloek het land, en die daarin wonen, zullen verwoest worden; daarom zullen de inwoners van het land verbrand worden, en er zullen weinig mensen overblijven.” (Jesaja 24:4-6, SV) [2]
God heeft nooit zo’n wereld gewild. Hij is daarvoor ook niet verantwoordelijk. Het begin van dat alles wordt gevonden in die verschrikkelijke opstand van een geschapen wezen dat eenmaal gekend werd als Lucifer en nu in de Bijbel genoemd wordt: “duivel” òf “satan”. Héél in het begin was het ‘t schoonste en volmaaktste schepsel dat ooit door de Almachtige werd geschapen. Toen heeft Lucifers intense hoogmoed hem doen zondigen; en nog vóór deze voleindigd was had hij zich voorgenomen om God te verslaan, om zodoende als een god te kunnen zitten op de troon van het universum. Zó begon die verschrikkelijke rebellie van het schepsel tegen de Schepper…
Een groot “vraagteken” werd toenmaals in het heelal geschreven door een opstandig schepsel! Sindsdien heeft elk schepsel in het universum zich met angst en beven afgevraagd: “Wie heeft nu feitelijk gelijk: God of de duivel? Wat is nu eigenlijk het beste: gerechtigheid of het kwade? Welke weg zal ik nu bewandelen: die van heiligheid of die van de zonde?” Daarmee was de oorlog openlijk verklaard. Weliswaar geen oorlog van volkeren op aarde, maar een oorlog van werelden tegen werelden – van machten tegen machten. Dit willen wij even vaststellen.
Een strijd van leven òf dood tussen de almachtige Schepper van het heelal en het machtigste schepsel dat ooit in de eeuwigheid was geschapen. Alle eeuwenlange oorlogen die de mensheid heeft gekend zijn slechts schaduwen vergeleken bij deze geweldige, gigantische strijd in de geestelijke wereld; zoals de etter, voortkomende uit een diepe wond, slechts de zichtbare manifestatie is van een groter, ernstiger conflict, die wij alsdan infectie noemen.

Onze aarde – het oorlogstoneel

Deze alles en allen omvattende strijd tussen God enerzijds en de duivel anderzijds wordt uitgevochten in ònze wereld en op ònze aarde. Deze strijd doet zich gelden in de levens van mensen, en de resultaten zullen worden gedemonstreerd in de zo gevarieerde ervaring van menselijke wezens, of zij nu instrumenten worden van God om een leven te leiden van gerechtigheid, of werktuigen van satan om hun leven over te geven aan zijn kwade en funeste invloed en de ongerechtigheid.
God zal door de ervaring van ieder mens, levend op deze planeet die wij aarde noemen, de waarachtigheid bewijzen van de kwade resultaten van zondige rebellie en de wonderbare resultaten van geloofsgehoorzaamheid en gerechtigheid – zulks tot algehele voldoening van elk creatuur (= levend wezen, schepsel, mens) in het universum en van Zijn heiligheid. Alsdan, wanneer deze strijd gestreden zal zijn…, wanneer God over een ieder het oordeel zal vellen… zullen de resultaten van zonde en gerechtigheid bekend worden, en God zal als Overwinnaar verheerlijkt worden.
Hierom draait alles op onze aarde, en dit is Gods verheven doel, dat schuil gaat achter alle gebeurtenissen van het menselijk bestaan.
Geliefden, de zich tegenstellende machten van God en van satan kunnen door waarachtige Christenen worden onderkend achter de alsmaar toenemende verwarring en wanordelijkheden van de laatste dagen. Deze gigantische strijd zal onze zogeheten “beschaving” in de voor ons liggende tijd tot een rampzalig einde voeren. Niet de mens, maar God, maakt geschiedenis, en deze is onveranderlijk vastgelegd “volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onze Heere.” (Efeze 3:11)

Gods plan en overwinning

Uit de volgende Schriftpassage blijkt duidelijk Gods plan en dat de overwinning de Persoon van Jezus Christus is:
“Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus, omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos (SV: onberispelijk) voor Hem zouden zijn in de liefde. Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden, door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde. In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed [3], namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade, die Hij ons overvloedig geschonken heeft, in alle wijsheid en bedachtzaamheid, toen Hij ons, overeenkomstig Zijn welbehagen, dat Hij in Zichzelf voorgenomen had, het geheimenis (SV: de verborgenheid) van Zijn wil bekendmaakte, om in de bedeling van de volheid van de tijden alles weer in Christus bijeen te brengen, zowel wat in de hemel als wat op de aarde is… opdat wij tot lof van Zijn heerlijkheid zouden zijn,… opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen (SV: in kennis) van Hem, namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen,… En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen…” (Efeze 1:3-22)
Jezus Christus, Gods eniggeboren Zoon, Die als Heiland van de wereld op aarde kwam, God geopenbaard in het vlees, zal Zijn strijd strijden als Koning der koningen en Here der heirscharen (= Here van de hemelse legermachten), om Zijn vijanden te overwinnen en om daarna Zijn persoonlijk Koninkrijk [4] te vestigen op een van satan bevrijde aarde. Hem zij de glorie!
“En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht (SV: de verborgenheid der godzaligheid is groot): God IS geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid”. (1 Timotheus 3:16)
Waarlijk, God en Zijn Mens – de NIEUWE Mens Christus Jezus; in Christus heeft God alle autoriteit en alle verantwoordelijkheid gelegd; Christus’ verlossingswerk is de hoop van de toekomst – vormen de toekomst van de mensheid en de toekomst van God Zelf. Onze Here en Heiland kan niet falen! Hij heeft altijd getriomfeerd! Zelfs in Zijn sterven op het kruis riep Hij uit: “Het is volbracht!…” (Johannes 19:30b). En 3 dagen later verzegelde Hij Zijn verzoenend sterven door op te staan uit de doden tot heerlijkheid van Zijn Vader, Glorie voor God!

Christus opstanding uit de doden

En Gods eniggeboren Zoon zal straks Zijn Gemeente hebben: “een Gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos (SV: onberispelijk) zou zijn” (Efeze 5: 27b). Het zijn verloste kinderen Gods die de instrumenten zullen zijn door welke en met welke Hij Zijn wondervolle verlossingsplan hier op aarde zal uitwerken en afronden.
In de levens van deze mensen, die gewillig zijn om hun leven te stellen onder de suprême leiding van de Heilige Geest [5], toont God de heerlijkheid van Zijn onvolprezen Naam, de zegeningen van Zijn gerechtigheid, en de kracht van Zijn reddende liefde en genade. God werkt vandaag en morgen in en door de Gemeente – Zijn Lichaam op aarde – door de kracht van Zijn Heilige Geest: “Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest (zal het geschieden), zegt de HEERE van de legermachten” (Zacharia 4:6b + uitleg).
Deze zijn Gods “kanalen”, die Zijn strijdplan van alle eeuwen uitdragen in een stervende wereld hier op aarde, Zijn “verborgenheid der godzaligheid”.
Zijn eniggeboren Zoon, de Tweede Persoon in de Godheid [6], zal alleen “de wijnpers treden”, en Hij alleen zal door Zijn wonderbaarlijke kracht datgene bewerkstelligen wat niemand anders kan doen:
“Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem. En Hij is het Hoofd van het Lichaam, namelijk van de Gemeente, Hij, Die het begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn” (Kolossenzen 1:16-18).

CJH Theys
Perspectief, bundel 1
Enigszins bewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

*************************************************************************************

[1] Kwelen = Verkommeren, van hartzeer en droefenis. Of, zij worden – geestelijk gezien – zwak, mat, flauw. (noot AK)
[2] Alle Bijbelteksten zijn vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[6] In Deuteronomium 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed/geslagen (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn 3 openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een Eénheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit 3 personen bestaat, is m.i. een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest. (noot AK)
.

Geplaatst in Bijbelstudie, De antichrist(elijke tijd), Studie van CJH Theys, Tekenen vd eindtijd | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Wederom Mijn volk (deel 9): Ná Jakobs benauwdheid

Het boek Hosea over de lotgevallen van de beide Israëlvolken:

Te weten:
het huis van Juda (2 stammen), en
het huis van Israël (10 stammen)

Herstel Israel

Deel 9

Ná Jakobs benauwdheid

Nu wij het grootste deel van het Boek Hosea hebben behandeld, is het tijd voor een korte samenvatting van het voorgaande. Daarna zullen wij nog in beschouwing nemen wat het Boek zegt over de tijd na de benauwdheid van Jakob (= Israël).

Wederom mijn volk blz 88a

Vanwege hun aanhoudend zondigen gingen de 10 stammen (van het “huis van Israël”) in 722 voor Christus, in ballingschap. In de Bijbel lezen wij dan niet meer van hen, maar uit andere geschiedkundige bronnen blijkt dat deze 10 stammen na vele omzwervingen terechtkwamen in Noordwest Europa. De Bijbelse profetieën aangaande Israël, na haar wegvoering, blijken ook over deze trek haar het westen te spreken en voorzeggen bovendien dat Israël zich in haar nieuwe woonplaats zou bekeren. Het kan niet anders of dit is vervuld na ± 1300 jaren, toen de volkeren van Noordwest-Europa tot het christendom overgingen. Toen had God de Nieuwe (tijds)Bedeling reeds laten aanbreken. Jezus, de beloofde Verlosser, was gekomen. In verband hiermee moest het huis Juda (de Joden), het andere Israël – dat overigens deze naam sinds de scheuring van het rijk na Salomo niet meer droeg – tot in de eerste eeuw van onze jaartelling in (het toenmalige) Palestina blijven. In de Nieuwe (tijds)Bedeling treedt een nieuw volk naar voren, de Gemeente van Jezus Christus, die haar leden telt onder alle volkeren der aarde. Maar God zorgde op wonderlijke wijze voor een eenheid met de Oude (tijds)Bedeling door juist de volkeren van het huis van Israël tot de dragers van de christelijke beschaving te maken en ze te stellen tot een zegen voor alle volkeren der aarde. Op geestelijk gebied – vanuit de christelijke landen zijn predikers van het Evangelie getrokken naar alle delen der wereld – maar ook op materieel gebied (denk aan ontwikkelingshulp, voedselhulp, het bijbrengen van beschaving en technieken en aan het zorgen voor stabiliteit en vrede). De profetieën van de Bijbel voorzeggen echter ook een nieuwe afvalligheid van God van de Israëlvolkeren – ook wel Jozefvolkeren genoemd – in de laatste dagen, waardoor een tijd van grote benauwdheid zal aanbreken voor deze volkeren, èn voor het volk der Joden. God zal ze uit deze benauwdheid redden, nadat ze tot hernieuwde bekering zullen zijn gekomen. Dit zal tegelijk de tijd van de loutering van de Gemeente/Kerk van Christus zijn (de reiniging van het Heiligdom of het oordeel over het Huis Gods). Na hun bekering – en dan is het ook de tijd voor de bekering van de Joden – zullen grote geestelijke opwekkingen plaats hebben, eerst in de Israëllanden, maar daarna over het gehele rond der aarde (Gods Geest uitgestort “over alle vlees” – zie Hand.2:17): “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen (SV: jongelingen [1]) zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen.” In deze Spade Regen-opwekking [2] zal het Raadsplan van God tot ontknoping worden gebracht en zal God tot de verwezenlijking van Zijn eeuwig voornemen komen. Een Bruidsgemeente wordt gevormd voor de Zoon van God, Die nu als Hemelbruidegom kan wederkomen.

Ballingschap, omzwervingen, bekering, afvalligheid en benauwdheid, zo kunnen wij in het kort de geschiedenis van Israël na het Oudtestamentisch tijdvak weergeven. Het vele wat Hosea hierover zegt, samen met wat in andere Profetische Boeken en gedeelten van de Bijbel erover vermeld staat, heeft ons in staat gesteld ons een goed beeld te vormen van de geschiedenis van dit volk in het na-Bijbelse tijdvak. Gods liefde en Gods trouw aan Zijn beloften schitteren door heel deze geschiedenis heen. Maar ook leert zij ons dat God rechte wegen bewandelt. Hij is rechtvaardig. De schuldige houdt Hij niet onschuldig, maar de oprechte geeft Hij genade. De profeet Hosea wijst hier zelf ook op in zijn laatste woord: “Wie is zo wijs, dat hij deze dingen begrijpt, en zo verstandig dat hij ze kent? De wegen van de HEERE zijn immers recht. De rechtvaardigen zullen daarop wandelen, maar de overtreders zullen erop struikelen” (Hos.14:10). Duidelijk te onderkennen is verder dat alles in feite verloopt volgens door God tevoren uitgezette lijnen, hoe ongerijmd dit ook moge schijnen. Van belang is het tevens dat ons scherp voor de ogen is komen te staan dat de Israëliet en de Jood op geen andere wijze zalig kunnen worden dan zoals de heiden (iemand uit de andere volkeren), namelijk door persoonlijk geloof in de Here Jezus Christus als de enige Middelaar en Verlosser (Hand.4:12 + 15:11), en dat voor beide dezelfde genadetijd geldt: “En de zaligheid is in geen Ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden.”“Maar wij geloven door de genade van de Heere Jezus Christus op dezelfde wijze zalig te worden als ook zij.” Lees voor wat dit laatste betreft ten overvloede 2 Korinthe 6:2 (SV), waar Paulus een woord van Jesaja aanhaalt dat allereerst voor Israël is bestemd: “Want Hij zegt: In de aangename tijd heb Ik u verhoord, en in de dag der zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de wel-aangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!” Doch Paulus verklaart het hier ook van toepassing op de heidenen, als hij de Korintiërs aanzegt dat de geprofeteerde genadetijd is aangebroken. Het is dus beslist niet zo dat de genadetijd voor Israël of voor het Jodendom ingaat als de “tijden der heidenen” aflopen. Deze tijden lopen af in “Armageddon”, als er al lang geen genade meer is, voor geen enkele onbekeerde, en betreffen niet de bekeringsmogelijkheid voor de heidenen, maar het héérsen door de heidenen (zij begonnen dan ook al ruim 580 jaren vóór Christus” geboorte, ongeveer met de val van Jeruzalem).

Nog een enkele vermelding over wat er de benauwdheid van Jakob gebeurt, vinden wij in Hosea. Wij willen onze beschouwingen over de profetische boodschap van het Boek Hosea afronden met aandacht te besteden aan deze laatste serie uitspraken en voorzeggingen. Allereerst moeten wij het dan hebben over de Spade Regen-opwekking.
Er wordt in het boek Hosea niet over de Bruiloft van het Lam gesproken. Wel wordt ernaar verwezen en ook komt de voorbereiding voor dit heilig festijn ter sprake. Deze voorbereiding valt namelijk geheel samen met de Spade Regen-opwekking. De teksten die over deze opwekking handelen zijn alle al eerder ter sprake gekomen en dit kan ook van het onderwerp zelf gezegd worden. Daarom kunnen wij volstaan met een korte bespreking.
In Hosea 6:3 wordt beloofd, dat de Here tot Israël – en daarna ook tot de gehele overige wereld – zal komen “als een regen, als de spade regen en vroege regen [3] des lands” (SV). Regen is in de profetische symboliek een aanduiding voor de uitstorting van de Heilige Geest. De Spade Regen wordt hier, in Hosea 6:3, eerst genoemd, omdat het dan de profetische tijd van de Spade Regen zal zijn. Dat zich dan het onnatuurlijke verschijnsel voordoet dat tegelijkertijd vroege regens vallen, ziet op de overstelpende (geestelijke) stortvloed die dan zal nederdalen, eendubbele portie” (zie ook Joël 2:23, SV): “En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in de HEERE, uw God; want Hij zal u geven die Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u de regen doen nederdalen, de vroege regen en de spade regen…” Mogelijk moeten wij er ook een verwijzing uit aflezen naar de totale (geestelijke) vernieuwing van de Gemeente in die dagen (een “opstanding” na een sterven). De betekenis ervan is in ieder geval dat in zeer korte tijd de Bruidsgemeente, het getrouwe overblijfsel samen met de nieuwbekeerden – die de vroege regen trouwens niet eerder zullen hebben ontvangen – tot de volmaaktheid in Christus zal komen. Dit zal ook het doel zijn van de korte tijd van vrede, die God dan aan Israël en aan de wereld zal geven, bedoeld in Hosea 11:11b, “Dan doe Ik hen (in vrede) wonen in hun huizen, spreekt de HEERE.” De Bruid zal de standaard, de “maat van de grootte van de volheid van Christus (Ef.4:13b) moeten hebben bereikt. Als voornaamste gevolg van die uitstorting van Gods Geest wordt in Hosea 6:3a derhalve genoemd: “…wij zullen ernaar jagen de Heere te kennen.” Vergelijk Jesaja 52:6, Jeremia 31:34 en Hebreeën 8:11: “Daarom zal Mijn volk Mijn Naam kennen; daarom, op die dag, zal het weten dat Ik het Zelf ben Die spreekt: Zie, hier ben Ik.”“Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen (SV: leren) door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken.”“En zij zullen beslist niet ieder zijn naaste en ieder zijn broeder onderwijzen en zeggen: Ken de Heere. Want zij allen zullen Mij kennen, van klein tot groot onder hen.”
Wij zullen komen tot “de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God”, zoals het in Efeze 4:13b staat, en tot “de maat van de grootte van de volheid van Christus, genoemd in datzelfde vers; de stature van Christus. Wie denkt, dat een opwekking van de Heilige Geest alleen maar “wat leven in de brouwerij” brengt – activiteit, bekeerlingen – zal van deze gedachte snel moeten afstappen!

  • KLIK HIER voor het vervolg van Hosea, deel 9.

EINDE
van deze studie

H. Siliakus
Bewerkt door A. Klein

*************************************************************************

[1] Jongeling = Ook: adolescent of jong persoon. Dit kan m.i. dus ook m/v (= mannelijk en/of vrouwelijk) zijn. (noot AK)
[2] Spade Regen-opwekking = Het beeld van de UITSTORTING van de Heilige Geest in de eindtijd (zie Joël 2:23b en 28-29), nodig om de Gemeente(leden) – vooral in geestelijke zin – klaar te maken voor persoonlijke groei en om nog vele zielen te kunnen winnen voor Christus tijdens de (wereldwijde) OPWEKKING (zie o.a. Matth. 24:14). (noot AK)
[3] Vroege Regen-uitstorting = Het beeld van de UITSTORTING van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, in de begintijd van de Gemeente, zoals vermeld in Handelingen 2:1-4. (noot AK)

****************************

Deel 1: Hosea – De schrijver en het Boek
Deel 2: Israël vóór de tijd van Hosea
Deel 3: Israël in Hosea’s dagen
Deel 4: Israëls wegvoering
Deel 5: Omzwervingen en nieuwe woonplaats van Israël
Deel 6: De bekering van Israël
Deel 7: De toekomst van Juda
Deel 8: De benauwdheid van Jakob

.

Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, de Heilige Geest, Eindtijdstudie, Geestesgaven, Gehoorzaamheid aan God, Genadetijd Gods, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Heiligmaking, Israël/huis van Israël, Opwekking, Studie van H Siliakus, Uitleg over het boek Hosea, Wederkomst van Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Boekbespreking 71: Dat de Koning der ere inga! (n.a.v. Psalm 24)

Wet contra genade

“…De aarde is des Heren, mitsgaders haar volheid, de wereld, en die daarin wonen. Want Hij heeft ze gegrond op de zeeën, en heeft ze gevestigd op de rivieren. Wie zal klimmen op de berg des Heren, en wie zal staan in de plaats Zijner heiligheid? Die REIN van handen, en ZUIVER van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid en die niet bedriegelijk zweert; die zal de zegen ontvangen van de Here, en gerechtigheid van de Gods zijns heils.” (Psalm 24:1-5, SV)
De Here God schiep de hemel en de aarde. Hij schiep Adam en diens nageslacht. Maar de mensheid verviel in zonde, waardoor satan de vorst der wereld werd en waardoor Hij diezelfde mensheid van satan moest terugkopen met het verzoenend Bloed van het Lam van God. [1]
Het was in Gods Vaderhart besloten dat de mens – na een zekere beproevingstijd – bij Hem zou komen, in de plaats van Zijn heiligheid.
David, de psalmist, vroeg zich af wie van de mensen zou kunnen “klimmen op de berg des Heren”, en wie van hen zou kunnen “staan in de plaats van Gods heiligheid”. En dan noemt David, in Psalm 24:1-5, de door God gestelde eisen:

  • die “rein van handen is, rein in zijn doen en laten;
  • die zuiver van hart is, zuiver naar de innerlijke mens;
  • die in zijn aards leven geen begeerten kent naar ijdele, dit zijn zondige, dingen, maar die hunkeren naar de hemelse;
  • die niet liegen en bedriegen, maar die de waarheid spreken.

Ze vormen voor de in zonde vervallen mens een stel onmogelijk te vervullen eisen. De Schrift doet ons de 14-voudige aanklacht horen van de hemelse Justitie met betrekking tot die mens, in Romeinen 3 vers 10-18 (SV):

  1. “…Er is niemand rechtvaardig, ook niet één;
  2. Er is niemand, die verstandig is,
  3. Er is niemand, die God zoekt.
  4. Allen zijn zij afgeweken,
  5. Tezamen zijn zij onnut (HSV: nutteloos) geworden;
  6. Er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot één toe.
  7. Hun keel is een geopend graf;
  8. Met hun tongen plegen zij bedrog;
  9. Slangenvenijn is onder hun lippen.
  10. Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;
  11. Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;
  12. Vernielingen ellendigheid is in hun wegen;
  13. De weg des vredes hebben zij niet gekend.
  14. Er is geen vreze Gods voor hun ogen.”

De natuurlijke mens wordt geboren met de natuurlijke geneigdheid tot zondigen; iets wat wij ERFZONDE plegen te noemen. En de Schrift getuigt dat geen enkel mens van zichzelf kan getuigen dat hij/zij hier een uitzondering op vormt. En daarom kunnen wij op de vraag “wie van de mensen zal kunnen KLIMMEN op de berg des Heren”, wie zo – door eigen verdienste – zal kunnen STAAN in de plaats van Gods heiligheid, kunnen antwoorden: “NIEMAND”!
Men zal, bijvoorbeeld door een perfecte opvoeding, veel kunnen doen door ZELFCONTROLE; men kan zijn/haar uiterlijke mens in bedwang houden – ofschoon Jakobus in zijn algemene zendbrief in 3:8 getuigt dat de menselijke tong “een onbedwingelijk kwaad is”, en dat “geen mens zijn/haar tong kan temmen” – maar de, voor een mens onmogelijke eis, is de controle over de INNERLIJKE mens.
De Schrift zegt in Prediker 8:8a (SV), “Er is geen mens, die heerschappij (HSV: macht)  heeft over de geest, om de geest in te houden;…”
Zeven van de 14 punten van de hierboven opgesomde aanklacht van de hemelse Justitie betreffen die INNERLIJKE mens. Maar liefst 4 van de resterende 7 betreffen onze tong, 2 betreffen onze handen en 1 betreft onze voet.
Ook getuigt de Schrift dat het Woord van God een oordeler is van de menselijke gedachten en van de overleggen van ons hart, van onze begeerten en van onze ziel en geest (zie Hebreeën 4:12 [2]); een terrein waar wij, zoals wij zagen, geen heerschappij over hebben. Onwillekeurig wordt ons innerlijk bezoedeld met duisternis en zonde.
“Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden (HSV: hebzucht), boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog (jaloezie), lastering, hovaardij (HSV: hoogmoed), onverstand (HSV: dwaasheid). Al deze dingen komen voort van binnen, en verontreinigen de mens.” (Markus 7:21-23, SV)
God kwam – met de openbaring van de wet van Zijn gerechtigheid – dan ook niet om te eisen dat de mens in zijn/haar staat van geestelijke dood moest voldoen aan de eisen van Zijn wet, om bij Hem in de plaats van Zijn heiligheid te kunnen komen, maar om er bij die mens op aan te dringen bij Hèm te komen tot belijdenis van schuld en van zijn/haar vele tekortkomingen; om bij Hèm te komen in verbrokenheid van ons hart, en verslagenheid van onze geest.
“De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten.” (Psalm. 51:19, SV)

  • KLIK HIER als u deze (gratis) studie verder wilt lezen of downloaden.

E. van den Worm

**************************************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Hebreeën 4:12 (HSV), “Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.
.
Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Geestelijke groei, Heiligmaking, Studie van E van den Worm, Woord en Geest | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Het dilemma van werkers in de Wijngaard des Heren

Een ernstig gesprek en een aansluitende gedachten-wisseling hebben geleid tot het schrijven van dit artikel.
Laat ik beginnen met een veel gestelde vraag met betrekking tot ons natuurlijk leven: “Hoe velen van ons hebben in hun leven zich wel eens onderworpen aan een algeheel onderzoek?” Bedoeld wordt hier een lichamelijk onderzoek door de huisarts. Vergelijkenderwijs: een “check-up”, zoals wij dat periodiek met onze auto’s doen.
Ik meen te mogen aannemen dat slechts enkelen zoiets zullen hebben gedaan. Aan de andere kant geloof ik, gelet op praktische resultaten, dat velen de noodzakelijkheid hiervan zullen inzien.
Nu, de apostel Paulus heeft onder de zalving van de Heilige Geest het volgende geschreven: “wij hebben eerst de natuurlijke dingen, daarna de geestelijke.” (zie 1 Kor. 15:46 [1])
In verband met het voorgaande is thans de vraag urgent en gerechtvaardigd: “Hoe velen van ons hebben in de afgelopen dagen, in de tijd welke achter ons ligt, elke week één hele dag gewijd aan het geestelijk welzijn van onze familie en aan de sociale noden van ons gezin?”
Geliefde broeders, laat de één zich niet verschuilen achter de ander. Er zijn in deze schromelijke tekorten en ergerlijke problemen. Liever, ja beter is het om Gods Woord te raadplegen, om daarin de onveranderlijke en vaste richtlijnen te vinden, die ook wij nodig hebben en moeten handhaven. Want ook hier geldt: “het is de tijd dat het oordeel Gods het eerst bij ons begint.” (zie 1 Petr. 4:17 [2])
Welke problemen doen zich dan het meest voor? Laten wij deze onder de loep nemen…

Het probleem ten aanzien van de arbeider Gods zelf

Iedere “voorganger” (herder) is een specialist in het meeleven met de noden van anderen, doch hij vergeet meestentijds de noden van zijn eigen familie.
Iedere “voorganger” (evangelist) is een specialist in het winnen van zielen, doch hij veronachtzaamt zijn eigen kinderen te winnen voor Christus.
Iedere “voorganger” (leraar) is een specialist in het onderwijzen / leren van anderen onder zijn gehoor, doch hij vergeet maar al te dikwijls het trainen van zijn eigen familie in de Goddelijke waarheden, die hem zijn toevertrouwd.
Elke zendeling is een specialist in de verkondiging van het Koninkrijk Gods aan anderen, ingevolge de opdracht, doch hij verzuimt al te vaak de Blijde, krachtvolle Boodschap te brengen aan zijn eigen familie.
Elk behulpsel (zie 1 Kor. 12:28 [3]) wendt alle zorg en moeite aan om anderen met raad en daad bij te staan in hun levensvraagstukken, doch hij verzuimt zijn eigen familie raad te geven, die gegrond is op Gods Woord in al hun menselijke en geestelijke problemen.

Wat is dan dikwijls het resultaat en welke zijn dan veelal de gevolgen?

In het gezin van zulk een herder, evangelist, leraar, en van zo’n zendeling en behulpsel, zal men alsdan een “tekort” vinden aan Christelijke hoedanigheden; ja, een gebrek aan Christelijke discipline. Wat dan wel gevonden wordt zijn: gevoelens van onzekerheid, verwarring aangaande het geloofsleven en twijfel aangaande het geloof. Voorwaar, zeer tragisch!
Zij bezitten ongetwijfeld de goddelijke oplossing voor elk menselijk probleem, en toch falen zij als het erop aankomt om die oplossing te brengen in hun eigen “Jeruzalem”.
Wanneer wij een wijs man als koning Salomo horen zeggen: “Zij hebben mij GEZET tot een hoedster der wijngaarden; mijn wijngaard die ik heb, heb ik niet gehoed (Hooglied 1:6c, SV), dan leren wij hieruit, dat hij dit meerbedoelde dilemma kende.

De oplossing voor het probleem

Inderdaad is het “opzicht-hebben-over”, het “bezig-zijn-met”, het “hoeden van” onze eigen wijngaard niet alleen de beste oplossing, ze is ook de enige als het gaat om tijd te maken voor de sociale en geestelijke noden van ons eigen gezin.
Zij verdienen óók onze toewijding, onze liefde, onze attenties, onze voortdurende en intense belangstelling. Want onze kinderen moeten óók gewonnen worden voor Jezus Christus, en zij moeten eveneens opgevoed worden in de wegen des Heren, en ook zij behoeven Schriftuurlijke raadgevingen inzake hun levensvraagstukken.
Als een volwassen persoon als Apollos het al nodig had om “nauwkeuriger de weg Gods te leren” (Hand. 18:26 [4]), hoeveel te meer onze kinderen!
Van iemand, wiens werk het is anderen te helpen om de meest effectieve Weg des Levens te vinden – namelijk: Jezus Christus – mag toch zeker worden verwacht dat hij die Weg allereerst zijn gezin zal voorhouden door die Weg te praktiseren.
En dit is ook de mening van de Heilige Geest [5], Die Paulus aan Timotheüs heeft doen schrijven: “een ambtsdrager moet zijn eigen huis kunnen regeren, zijn kinderen in onderdanigheid weten te houden met alle waardigheid; want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen” (1 Tim. 3:4-5 [6]). En hij kan dat alleen doen door zich in het praktische geloofsleven intens bezig te houden met handel en wandel van de zijnen.
Men merkt gauw op, wat er in ònze familiekring gebeurt, wat zich daarin afspeelt en “hoe” geloofszaken (problemen) worden behandeld en opgelost. Wat wij vanaf het platform, vanaf de kansel, verkondigen (spreken) is “theorie”. Wat wij in ònze familiekring demonstreren is “praktijk”, is praktisch Christendom in actie.
Hoe dikwijls vragen gemeenteleden zich af: “Hoe komt het toch dat de kinderen van de voorganger vaak een teleurstelling zijn voor de ouders, en zij hen vaak hartzeer bezorgen?” De oorzaak wordt dikwijls gevonden in “de manier van opvoeden”.
Terwijl zij (de ouders) aandacht en zorg kennen voor de noden van anderen, veronachtzamen zij die van hun eigen kinderen. Veel ouders, óók in Pinksteren [7], voorzien niet in evenredigheid in de financiële nood van hun kinderen. De oorzaak moet alsdan gezocht worden op het sociale vlak. Kinderen van de voorganger worden vaak afgezonderd gehouden van de gemeenschap,… zij worden “anders” behandeld dan de anderen,… en weer anderen verwachten te veel van hen. Méér dan redelijkerwijs mag en kan worden verwacht. De oorzaak bevindt zich op het materiële vlak. Kinderen van de voorganger voelen zich beledigd, zijn gebelgd, nemen het kwalijk, wanneer de leden van hun gezin op de tweede plaats komen,… wanneer uitlatingen en onvoorzichtige gesprekken hen doen gevoelen dat het huis waarin zij wonen niet het hunne is, maar aan de Gemeente toebehoort, omdat de Gemeente zorg draagt voor het tijdig betalen van de verschuldigde huur.

Het probleem met betrekking tot de kinderen van de voorganger

“Waarom moeten wij zo afhankelijk zijn van de edelmoedigheid van anderen (?)” is een vraag, die luisterende oren kunnen opvangen. Zij gevoelen zich objecten te zijn van liefdadigheid, van Christelijke naastenliefde. Nooit mag worden vergeten, dat kinderen de “waarde” van het Christendom bepalen in het licht van onze woorden en van onze daden. Als ouders constitueren wij (= leggen wij de grondslag of het fundament voor) hun symbool van Christelijkheid. Zijn wij dan goede of slechte vertegenwoordigers? Doen wij het goed of slecht?

  • Brengen wij onze zorgen en moeilijkheden thuis?
  • Praten wij over gemeenteleden in het bijzijn van onze kinderen?
  • Kleineren wij deze waar onze kinderen bij tegenwoordig zijn?
  • Winden wij ons op en ergeren wij ons, omdat onze inkomsten tegenvallen en omdat gemeenteleden ons niet zó tegemoet komen zoals wij dat (mogen) verwachten?

Indien dit alles zó is, moeten wij óók begrijpen, waarom onze kinderen zo onvriendelijk reageren en het Christendom zo ongunstig beoordelen.
Maken wij wel tijd voor ons gezin? Indien wij hierin tekortschieten moeten wij ons niet verwonderen als op de één of andere dag iemand anders een lid van ons gezin weet in te palmen voor een ideaal dat geheel en al van het onze verschilt.
Is er weleens echtelijke ruzie die nooit werd of wordt bijgelegd langs de weg van rede – uitpraten op basis van de Bijbel – en zoals dat volwassenen betaamt? Wanneer in zo’n geval waarachtige verzoening – vergeven èn vergeten (!) – niet plaats vond/vindt, zo is het alleszins begrijpelijk, waarom onze kinderen ons aanmerken als “Hypocrieten” (schijnheiligen, huichelaars) en wanneer zij de spot drijven met onze prediking! Onze woorden kunnen slechts overtuigen, wanneer ze gedragen worden door de kracht van de Heilige Geest, vanwege een evenwichtige geloofswandel door Gods overvloedige genade.

De oplossing

Weest een sprekend voorbeeld daarin, dat de ambtsdrager meer zal handelen in overeenstemming met Gods Woord, door zichzelf meer te geven aan zijn gezin. Het directe gevolg zal zijn dat zijn gezin zich ook meer zal wijden aan hun hoofd en priester.
Wanneer de gemeenteleden zulk een hechte gemeenschap zien, zullen zij de ambtsdrager meer liefhebben en zijn gezin respecteren. Als man, hoofd, vader en priester van en in zijn gezin, zal het de ambtsdrager makkelijk vallen om zijn kinderen in het rechte spoor te leiden, in gehoorzaamheid aan Christus en Zijn Woord, waardoor hun gedrag en leven zal veranderen tot getuigenis van de Here Jezus Christus. Gaande de weg leren zij de vreugde van het kindschap Gods en de Bijbelse eerbied voor hun ouders.

Het probleem met betrekking tot de echtgenote van de ambtsdrager

Heeft u weleens gezien en meegemaakt “hoe” de vrouw van de ambtsdrager ontevreden kan zijn… kan mopperen… landerig (= o.a. slecht geluimd, verveeld) kan zijn en soms zelfzuchtig? En heeft u zich dan weleens afgevraagd “waarom” zij zo zwak is in het verstaan van geestelijke zaken, en geen waardering heeft voor de bediening van haar man; ja, zelfs het niet eens is met zijn geheiligde ambities?
Heel dikwijls is zulk een zwakheid – ik zou het liever een schromelijke tekortkoming willen noemen – het directe gevolg van onvoldoende voorbereiding voor taken en plichten. Een altijd klagende en murmurerende vrouw maakt van een moeilijke kwestie een haast onmogelijke!
Elke bediening vraagt nu eenmaal opofferingen. De ene keer meer, de andere keer minder. Alles hangt af van vele en velerlei omstandigheden. Men moet te allen tijde wakende zijn, om zodoende te voorkomen, dat er scheuringen plaatsvinden,… dat oude vrienden niet achtergesteld worden,… dat voor de kinderen de veranderingen niet te groot zijn! Dit alles kan gebeuren.
Wanneer de vrouw van de ambtsdrager zich niet kan verenigen met het werk van haar man en met het beroep dat op haar wordt gedaan, ziet het er niet zo best uit voor haar echtgenoot. En als zij volhardt in haar, overigens zeer laakbare, houding, berokkent zij grote schade aan zijn ambt en bediening. Zij zal zich moeten verantwoorden tegenover Hem, Die de overste Leidsman is, en met Wie niemand spotten kan:

  • “Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad” (2 Kor. 5:10)
  • “Maar heilig God, de Heere, in uw hart; en wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en eerbied.” (1 Petr. 3:15)

Welke oplossing is er in dit geval?

De ambtsdrager dient zijn vrouw genoegzame tijd te gunnen om zich terdege voor te bereiden voor haar toekomstige taak, naast haar man. Alleen naast hem zal zij haar positie als zijn echtgenote meer waarderen. In alle zaken moet zij met wijsheid, geduld en liefde geleid worden, opdat alle mogelijke noodzakelijke veranderingen en transacties met succes tot een goed einde kunnen worden gebracht, waardoor zij haar hulp, haar bijstand nog meer tot haar recht zal zien komen. Zoiets werkt stimulerend.
Zij zal dan van haar kant zeer zeker al het mogelijke doen om allereerst haar eigen geestelijk leven op peil te houden, waardoor zij bekwaam zal zijn om als levend instrument in des Heren hand alle arbeid van haar man, de ambtsdrager, te brengen op een nog hoger niveau.
Zij kan dat op de volgende manier doen:

  • door getrouwe aanwezigheid in alle diensten,
  • door loyaliteit ten opzichte van gemeenteleden,
  • door persoonlijke toewijding,
  • door haar stimulerende geloofsgehoorzaamheid,
  • door een gewillig oor te hebben voor wat anderen te vertellen hebben,
  • door met alle vrouwelijke zachtmoedigheid nietszeggende praatjes af te wijzen,
  • door tegelijkertijd huisvrouw en moeder te zijn.

Voorwaar! dit alles zal haar niet altijd gemakkelijk vallen. Doch haar echtgenoot, de ambtsdrager, kan zó “inspelen” op haar vrouwelijkheid, dat zij aangemoedigd zal worden om al haar talenten te gebruiken voor haar geestelijk leiderschap ten opzichte van zowel ouderen als jongeren. Zij zal dan reeds zo ver gevorderd zijn, dat zij zich vrijwillig zal onderwerpen aan de autoriteit van een andere, nieuwe ambtsdrager, wanneer deze door de Heilige Geest zou worden aangesteld. Halleluja!
Haar geestelijke vorderingen zullen hun invloed doen gelden in de levens van de kinderen, en wel zó dat allen zich zullen gaan kleden overeenkomstig Gods voorschriften: sober, netjes, smaakvol en toch niet naar de heersende mode! Geen opsmuk en versieringen in goud en/of zilver, maar zoals het een christenvrouw en echtgenote van een ambtsdrager betaamt… in alle dingen Gode behagende. Amen.

Wat zullen ambtsdragers nu doen?

Ik laat hier een ware gebeurtenis volgen… Op zijn sterfbed zei een jonge dienstknecht van God tot zijn vrouw en kinderen: “Als God in Zijn grote liefde en genade mijn leven spaart, mij geheel en al geneest en mij van mijn ziekbed doet opstaan, zo beloof ik Hem om minstens een hele dag in de week te besteden aan de zorg voor mijn vrouw en mijn kinderen”.
Hij heeft deze belofte nimmer kunnen vervullen, omdat zijn levensreis op aarde een einde nam. God haalde hem naar Huis…
Hoe staat het nu met ù als ambtsdrager?
Wat denkt ù nu te doen?
Is daar in ùw hart óók deze belofte en heeft ù zich reeds voorgenomen om die te betalen nu u nog tijd van leven en dienen heeft?
God helpe alle ambtsdragers in Zijn Wijngaard. [8]
Dit is de oprechte bede van mijn hart.

  • Hem zij de heerlijkheid in de Gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen.” (Ef. 3:21)

CJH Theys
Uit: Perspectief, bundel 1

PDF (in smartphone-formaat)

*******************************************************************************

[1] 1 Korinthe 15:46, “Het geestelijke is echter niet eerst, maar het natuurlijke en daarna komt het geestelijke.”
Alle Bijbelteksten zijn vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] 1 Petrus 4:17, “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?” (noot AK)
[3] 1 Korinthe 12:28, “En God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen (HSV: vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven), menigerlei talen.” (noot AK)
[4] Handelingen 18:26, “En hij begon vrijmoedig te spreken in de synagoge. En toen Aquila en Priscilla hem gehoord hadden, namen zij hem apart en legden hem de weg van God nauwkeuriger uit.” (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geestvan CJH Theys. (noot AK)
[6] 1 Timotheus 3:4-5, “Hij moet goed leiding geven aan zijn eigen huis, zijn kinderen onderdanig houden, in alle waardigheid. Want als iemand niet weet hoe hij leiding moet geven aan zijn eigen huis, hoe zal hij voor de Gemeente van God zorg dragen?” (noot AK)
[7] In Pinksteren = In die Gemeente(n) waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie Podium en Gemeente (Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan), van CJH Theys. (noot AK)
.
Geplaatst in Algemene informatie, Belangrijke studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst, Woord en Geest | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Wederom Mijn volk (deel 8): De benauwdheid van Jakob

Het boek Hosea over de lotgevallen van de beide Israëlvolken:

Te weten:
het huis van Juda (2 stammen), en
het huis van Israël (10 stammen)

Herstel Israel

Deel 8

De benauwdheid van Jakob

Wij naderen het eind van de profetische lijn die in het boek Hosea is uitgezet en daarmee de ontknoping van het drama van de lotgevallen van de Israëlvolkeren. Nauwkeurige bestudering van het Boek Hosea –en van de andere profetische boeken van de Bijbel– zal ons tot het inzicht voeren dat wij na de bekering van Israël –waarmee wij de 10 stammen bedoelen, dus niet de Joden– een nieuwe afvalligheid van het geloof en in verband daarmee een tijd van grote benauwdheid te verwachten hebben, en daarna een hernieuwde bekering (nu samen met Juda). Want de ene keer lezen wij over een bekering als gevolg van een soort “rijpingsproces”, een “ontwaken uit een geestelijke slaap” (bijvoorbeeld in Hos.2:6) en op een andere plaats lezen wij over een bekering in een tijd van grote nood, dus als gevolg van benauwdheid (bijvoorbeeld in Hos.5:15): Zij zal haar minnaars najagen, maar hen niet inhalen (SV: En zij zal haar boelen [1] nalopen, maar dezelve niet aantreffen); hen zoeken, maar hen niet vinden. Dan zal zij zeggen: Ik ga, ik keer terug naar mijn vorige Man, want toen had ik het beter dan nu.” … “Ik ga en keer terug naar Mijn woonplaats (SV: tot Mijn plaats), totdat zij zich schuldig weten en Mijn aangezicht zoeken. In hun benauwdheid zullen zij Mij ernstig zoeken.” Het vredige van het ene tafereel laat zich moeilijk combineren met de zware druk waarover in een ander tafereel wordt gesproken. Verder blijkt uit een aantal passages dat nadat Israël tot bekering zal zijn gekomen, het op een gegeven ogenblik een oorlog ingaat, die uitmondt in een tijd van grote benauwdheid. Lees Hosea 1:10-11 (vers 11 zullen wij hierna nog uitvoerig bespreken; de contouren van het hier bedoelde bondgenootschap zien we reeds in het huidige NAVO-bondgenootschap) en Hosea 11:10 (komt eveneens hierna nog ter sprake): “Nochtans zal het getal der kinderen Israëls zijn als het zand der zee, dat niet gemeten noch geteld kan worden; en het zal geschieden dat ter plaatse, waar tot hen gezegd zal zijn: Gijlieden zijt Mijn volk niet; (dan) tot hen gezegd zal worden: Gij zijt kinderen van de levende God. En de kinderen van Juda, en de kinderen Israëls zullen samenvergaderd worden, en zich een enig hoofd stellen, en uit het land optrekken; want de dag van Jizreël zal groot zijn” (SV) … “Zij zullen de HEERE achterna wandelen, Hij zal brullen als een leeuw, wanneer Hij brullen zal, dan zullen de kinderen van de zee af al bevende aankomen” (SV). De hier bedoelde oorlog zullen wij tevergeefs in de geschiedenisboeken zoeken, want die ligt nog altijd in de toekomst. De tekenen der tijden geven ons echter te verstaan: heden in de zeer nabije toekomst. Want geen enkele oorlog uit de geschiedenis van Westers-Israël heeft tot nog toe voldaan aan de beschrijving die de Schrift geeft van deze grote profetische oorlog. Eén van de belangrijkste vermeldingen aangaande deze oorlog is, dat daarna massale geestelijke oplevingen plaats zullen hebben over het gehele rond der aarde. Zie hiervoor onder andere Joël 2.

Aan het eind van het vorige hoofdstuk zeiden wij reeds het één en ander over deze tijd van benauwdheid, die in de profetie-studie de “benauwdheid van Jakob” genoemd wordt. De belangrijkste beschrijving van deze oorlog – want dat is de oorzaak van deze benauwde en benauwende tijd – vinden we in Ezechiël 38 en 39, de bekende “Russische hoofdstukken” van Ezechiël. Wij noemden dit Schriftgedeelte al eerder en ook Zacharia 12, en hierboven Joël 2, waar over dezelfde oorlog gesproken wordt. In de meeste overige profetische geschriften van het Oude Testament komen eveneens verwijzingen naar deze “oorlog van Gog” voor. Wij zullen die nu niet allemaal noemen, maar ons bepalen bij wat het boek Hosea erover te vertellen heeft.

Allereerst gaan wij naar Hosea 10:12-15 (SV): “Zaait u tot gerechtigheid, maait tot weldadigheid; braakt u een braakland; dewijl het tijd is de HEERE te zoeken, totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene. 13 Gij hebt goddeloosheid geploegd, verkeerdheid gemaaid, en de vrucht der leugen gegeten; want gij hebt vertrouwd op uw weg, op de veelheid uwer helden. 14 Daarom zal er een groot gedruis ontstaan onder uw volken, en al uw vestingen zullen verstoord (HSV: verwoest) worden, gelijk Salman Beth-arbel verstoorde ten dage van de krijg (= oorlog); de moeder werd verpletterd met de zonen. 15 Alzo heeft Beth-el ulieden gedaan, vanwege de boosheid uwer boosheid; Israëls koning is in de dageraad ten enenmale uitgeroeid.” De eerste indruk is, als wij deze verzen lezen, dat het hier over het Oudtestamentisch koninkrijk Israël gaat in de laatste dagen van haar bestaan en over de invallen van de Assyriërs. Dat is ook zo, maar deze Oudtestamentische gebeurtenissen moeten beschouwd worden als heenwijzingen naar de eindtijd. Zoals zo vaak in de profetie van het Oude Testament wordt hier namelijk als het ware “geruisloos” overgegaan van de oude tijd naar de slotdagen van de huidige tijdsbedeling. De aanwijzing hiervoor vinden wij in Hosea 10:12. Met name het laatste deel van dit vers, totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene, maakt duidelijk dat hier een overstap naar een verre tijd gemaakt wordt. Want dit is nimmer vervuld in de Oudtestamentische bedeling. Dit is echter evenmin vervuld in de tijd toen de Israëlvolkeren van het Westen tot het Christendom overgingen, want toen was er niet een dreiging die te vergelijken is met de Assyrische opmars in de nadagen van het koninkrijk Israël. Bovendien wordt hier gesproken over “regenen”, een profetisch “gidswoord” dat altijd verwijst naar de uitstorting(en) van de Heilige Geest in de eindtijd! Israël zal in de Nieuwe (tijds)Bedeling, na haar overgang tot het Christendom, toch weer de HERE verlaten. Daarom zal er “een groot gedruis ontstaan onder uw volken (= de Israëlvolkeren) (Hos.10:14  [2]). Noot: Deze meervoudsvorm (“volken) is ook opmerkelijk, want in de oude tijd was Israël slechts één volk(je). Pas in de na-Bijbelse tijd is Israël uitgegroeid tot “een volle menigte van volken”, zoals door God aan Abraham beloofd (Gen.17:4-6): “Wat Mij betreft, zie, Mijn verbond is met u! U zult (een voor-) vader worden van een menigte volken. U zult niet meer Abram heten, maar uw naam zal Abraham zijn, want Ik zal u vader van een menigte van volken maken. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken: Ik zal u tot volken maken en er zullen koningen uit u voortkomen.”
“Een groot gedruis” zal er dus onder de Israëlvolkeren ontstaan in de eindtijd. Oorzaak: van het “Assyrië van de eindtijd” Rusland – zie mijn artikel “Redding uit de hand van Assur”, uit de Tempelbode van maart 1983 – de Magogiërs van Ezechiël 38, zal een grote dreiging uitgaan. Waren zij – het Westerse Israël – de HEERE trouw gebleven, dan zou voor hen Deuteronomium 32:30 gelden: “Hoe zou één man er 1.000 kunnen achtervolgen, en twee mannen er 10.000 laten vluchten, tenzij hun Rots hen verkocht en de HEERE hen uitleverde?” Maar door de afvalligheid van het geloof wordt Israël opnieuw aan hun vijanden overgeleverd.
Salman (uit Hosea 10:14) is zo goed als zeker Salmaneser V van Assyrië, die het 10-stammenrijk Israël wegvoerde in ballingschap: “Tegen hem trok Salmaneser op, de koning van Assyrië; Hosea werd zijn dienaar (SV: zijn knecht) en droeg schatting aan hem af” (2Kon.17:3). Beth-Arbel is een stad in het Over-Jordaanse, een gebied waarvan de meeste inwoners eerder werden weggevoerd. Maar dat geschiedde niet door deze Salmaneser, maar door Pul, dat is Tiglath-Pilneser III: “Toen wekte de God van Israël de geest van Pul, de koning van Assyrië op, en de geest van (SV: Tiglath) Tillegath-Pilneser, de koning van Assyrië. Deze voerde hen in ballingschap, te weten de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam van Manasse. Hij bracht hen in Halah, Habor, Hara en aan de rivier Gozan, tot op deze dag” (1Kron.5:26). Beth-Arbel was waarschijnlijk de enig overgebleven vesting aldaar, die pas viel vlak voor de algehele wegvoering van Israël. Op gelijke wijze zullen de fortificaties, de sterke vestingen van het Westerse Israël – zeg maar Noordwest-Europa en Noord-Amerika – in de eindtijd “verstoord worden” (Hos.10:14), ontmanteld, vernietigd, door het nieuwe Assur, Rusland en zijn bondgenoten. Ook het laatste bolwerk zal vallen, zodat haar lot dan beslist schijnt te zijn en communistische overheersing onafwendbaar zal lijken. Gog zal niet alleen de Joodse staat in Palestina benauwen, maar ook West-Europa en Noord-Amerika: “de kooplieden van Tarsis en al hun jonge leeuwen” (Ezech.38:13). En in deze grote benauwdheid zal het Westerse Israël terechtkomen vanwege “Beth-el” (zie Hos.10:15), de halfslachtige, wereldse godsdienst (de “kalverendienst”) en de grote afvalligheid van het geloof, die gepaard gaat met een ongekend grote toename van de ongerechtigheid (zie Hos.10:13). Wij wijzen er nog even op dat uit deze passage duidelijk de volgorde van enige gebeurtenissen van de eindtijd is af te leiden. In Hosea 10:12 vinden wij een oproep tot bekering, gevolgd door een belofte van zegen (de Spade regen). Deze oproep en belofte worden gericht tot het geslacht waarvoor geldt wat in Hosea 10:13-14 beschreven wordt (afval en benauwdheid). Met andere woorden, eerst komt de afvalligheid (Hos.10:13) en als gevolg daarvan de benauwdheid (Hos.10:14), daarna de bekering en de beloofde opwekking (Hos.10:12).

  • KLIK HIER voor het vervolg van Hosea, deel 8.

Wordt vervolgd

H. Siliakus
Bewerkt door A. Klein

**********************************************************************************

[1] Haar boelen = Degenen met wie zij (geestelijk gezien) in overspel leeft. (noot AK)

[2] Er staat in de oorspronkelijke tekst “volken”, maar… slechts enkele vertalingen geven die meervoudsvorm. De oude Statenvertaling heeft “volken”, de Herziene Statenvertaling geeft “volk”. (noot AK)

****************************

Deel 1: Hosea – De schrijver en het Boek
Deel 2: Israël vóór de tijd van Hosea
Deel 3: Israël in Hosea’s dagen
Deel 4: Israëls wegvoering
Deel 5: Omzwervingen en nieuwe woonplaats van Israël
Deel 6: De bekering van Israël
Deel 7: De toekomst van Juda

.

Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Genadetijd Gods, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Opwekking, Studie van H Siliakus, Uitleg over het boek Hosea, Wederkomst van Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen