Bloed en Bruidegom – Bloedbruidegom, deel 3 (n.a.v. Exodus 4:24-26)

Vervolg van:
Bloed en Bruidegom, deel 1 en deel 2

Bloedbruidegom

De verborgenheid van Efeze 5

Dit brengt ons tot de verborgenheid van Efeze 5, dat is het geheimenis van de gemeenschap tussen man en vrouw, bruidegom en bruid. Laat ons Exodus 4:27 bestuderen in samenhang met Psalm 2:11-12,
“De HEERE zei tegen Aäron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging en ontmoette hem bij de berg van God en kuste hem.” (Exod. 4:27)
“Dien de HEERE met vreze, verheug u met huiver (SV: met beving).” (Psalm 2:11)
Dit “verheugen met beving” is een indicatie voor de doop des Geestes; Zijn kracht doet ons beven. En dan vervolgt de geïnspireerde schrijver in Psalm 2:12 met: Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt… ”. Deze kus der gemeenschap is een diep schaduwbeeld. Om dit te verstaan, moeten wij voor ogen houden dat Mozes het typebeeld is van de Here Jezus Christus en Aäron het typebeeld van de Gemeente die door dat geestelijk proces is gekomen tot het stadium van Efeze 4:13, namelijk: “…tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen (SV: volkomen) man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus (dat is dus de Bruidsgemeente van de eindtijd). Aäron is in dit licht dus het zuivere beeld van de tot volkomen man (= geestelijk volmaakt) geworden Bruidsgemeente. Want geestelijk gesproken was dit ook het stadium waarin Aäron gekomen was, toen hij Mozes kuste. Zo zal straks de Gemeente van Jezus Christus in de Spade Regentijd en vlak voordat Jezus komt, voor 100% Joëls profetie hebben vervuld (Joël 2:28-29 – dit zal zijn als “de kus van Jezus”):
“Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.” (Joël 2:28-29)
Dan is ze (de Bruidsgemeente) zover gekomen dat zij het volle getuigenis van haar Bruidegom bezit, omdat ze is gekomen tot de maat van de grootte van de volheid van Christus, zoals in Efeze 4:13 bedoeld. Als dan de Bruidsgemeente dit stadium heeft bereikt, zullen allen die tot die volheid van een volkomen man zijn gekomen – de graad van mannelijkheid; daarom dat in deze profetische geschiedenis nu Aäron het type van de Bruid is – aangedaan zijn met de kracht van de Leeuw van Juda, dus met de VOLLE KRACHT van de Heilige Geest; zowel mannen als vrouwen. Wat dit laatste betreft: wij staan dan in het teken van de volheid, waarin wij niet meer zullen leven zoals wij nu nog leven; niet langer leven wij dan naar menselijke verhoudingen. Wij hebben dan niets meer van node dan Christus als onze Bloedbruidegom. Dan zijn wij gekomen in het stadium genoemd in 1 Korinthe 7:29b, gehuwd zijnde zullen wij als niet-gehuwd zijn: “Laten zij die vrouwen hebben, voortaan zijn alsof ze die niet hebben.” Wij zijn dan de engelen gelijk: “Want in de opstanding nemen ze niet ten huwelijk en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar ze zijn als engelen van God in de hemel.” (Mattheüs 22:30)
Dan geldt: “daarin is geen man of vrouw”. Zowel man als vrouw zijn Hem dan gelijkwaardig. Dan zal weer blijken, dat er bij God geen aanneming des persoons is. Eenmaal dit stadium bereikt hebbende, zal Christus ons alles zijn. De mens is dan geheel en al gekruisigd door de kracht Gods.

Hier past wel een waarschuwing tegen over-geestelijkheid. Laat u niet verleiden om te proberen op eigen kracht tot deze dingen te komen. Dat heeft geen waarde voor God en is niet tot verheerlijking van Jezus Christus. Daar is geen verheerlijking van God in een leven als asceet of kluizenaar. Men komt tot over-geestelijkheid door vlug-vlug iets te willen bereiken. Men wordt dan tot mislukkeling, is lastig voor anderen, heeft geheel geen vreugde en raakt van de ene valstrik van de duivel in de andere. Zo’n iemand heeft lange tenen, let op fouten van anderen, hoort wat hij niet moet horen, maar is kittelachtig van gehoor als het Gods Woord betreft. Zulke mensen ervaren geen verlossing van de oude mens, groeien juist hoe langer hoe meer in de oude zondige mens vast! De Here beware ons voor over-geestelijkheid. De tijd van de (geestelijke) astronauten is nog niet daar, maar zij komt! Daar wij dan deze hoop hebben, laat ons onszelf reinigen van alle besmetting van vlees en geest, zegt Paulus: “Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God.” (2 Korinthe 7:1)
De apostel waarschuwt ons ook voor hoogmoed. Wij moeten trouw zijn in de eenvoudige dingen die God van ons vraagt. Dat is al moeilijk genoeg! Daarom dat Gods Woord zegt: “Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden(Zacharia 4:6b). Er is niemand uit of van zichzelf heilig. Wij worden heilig omdat Hij, de Heiligheid, in ons woont en werkt. En indien Hij in u woont en werkzaam is, kunt u niet over-geestelijk worden. Over-geestelijke mensen hebben een hoogmoedig hart. God verafschuwt hoogmoed. Lucifer viel door hoogmoed. Laat dit voor ons een waarschuwing zijn.

In Exodus 4:27 hebben wij dus een diep schaduwbeeld. Aäron ging Mozes tegemoet en… kuste hem. Deze kus van gemeenschap is, in profetisch licht, de grote verborgenheid bedoeld in Efeze 5:32, waarover Paulus in hetzelfde hoofdstuk spreekt vanaf Efeze 5:22-27,
“Dit geheimenis (SV: deze verborgenheid)  is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de Gemeente.” (Ef.5:32)
“Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals aan de Heere, want de man is hoofd van de vrouw, zoals ook Christus Hoofd van de Gemeente is; en Hij is de Behouder van het lichaam. Daarom, zoals de Gemeente aan Christus onderdanig is, zo behoren ook de vrouwen in alles hun eigen mannen onderdanig te zijn.” (Ef.5:22-24)
Deze onderdanigheid is geen slaafsheid. Geen Christenman stelt prijs op een slaafse echtgenote, die op alles “ja en amen” zegt. Ze moeten samen overleg kunnen plegen. In de gezamenlijke beraadslaging is onze wijsheid (vergelijk Spreuken 11:14, SV): “Als er geen wijze (be)raadslagen zijn (HSV: geen wijze raad is), vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden.”
Wij vervolgen met Efeze 5:25-27,
“Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de Gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een Gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos (SV: onberispelijk) zou zijn.”
Paulus is dus begonnen met gewoon te spreken over de menselijke verhouding tussen man en vrouw, het echtpaar. Om daarna diezelfde verhouding over te brengen in geestelijk opzicht op de betrekking tussen Christus en de Gemeente. Na de verhouding tussen man en vrouw te hebben besproken, zegt Paulus: “Zij kunnen niet zonder elkaar”. Daarom zal de man zijn familie verlaten en zijn vrouw aanhangen:
“Zo moeten de mannen hun eigen vrouwen liefhebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Heere de gemeente. Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente. Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn.” (Efeze 5:28-31)
En wat geldt met betrekking tot de gemeenschap tussen man en vrouw in een waarachtig Christelijk huwelijk, moet ook gelden in de gemeenschap tussen Christus en de Bruidsgemeente. Er moet sprake zijn van een waarachtig tot elkaar komen. Om dit duidelijk te maken moeten ook zij tot één vlees worden (Efeze 5:31), niet langer twee zijn; en dan kussen zij elkaar. Geen vrouw laat zich zó kussen dan door haar eigen man! Straks komt dat profetisch ogenblik, die wonderbare gemeenschap, wanneer Christus en Zijn Bruid worden tot één vlees. Bestudeer Efeze 5:25-31 in samenhang met Openbaring 12:1 en Mattheüs 25:1-13,
“En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van 12 sterren.” (Openb.12:1)
Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan 10 maagden [1], welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet. En 5 van haar waren wijzen, en 5 waren dwazen. Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich. Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen. Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap. En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen. En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelf. Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Daarna kwamen ook de andere (dwaze) maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! En hij, antwoordende, zei: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet. Zo waakt dan; want gij weet de dag niet, noch de ure, in dewelke de Zoon des mensen komen zal. (Mattheüs 25:1-13, SV)
In het laatst genoemd Schriftgedeelte zien wij de 5 wijze maagden de bruiloftszaal binnengaan (man en vrouw komen samen) en in Openbaring 12:1 zien wij de Bruid als gehuwde vrouw en getuigt haar barensnood door de overschaduwing van de Here Jezus Christus, dat zij gekomen is tot één vlees met Hem!
“…En zij (de vrouw, uit vers 1) was zwanger en schreeuwde het uit in barensnood en in haar pijn om te baren.” (Openbaring 12:2)

.

De weg tot die gemeenschap

Om tot een “volkomen man” te worden, is er voor de Bruidsgemeente maar één weg: 1 Thessalonicenzen 4:3a,– heiligmaking: “Want dit is de wil van God: uw heiliging…”
Als Efeze 5:26a spreekt over: “Opdat Hij haar zou heiligen…”, dan impliceert dit dat wij nooit komen zullen tot die volwassenheid (in de geest) als bedoeld in Efeze 4:13, tenzij dit proces plaats vindt: een groeiproces, een opklimmen in genade, een wassen (= groeien) in geloof, een toenemen in de volmaaktheid die er is in Christus:
“Totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus.” (Efeze 4:13)
Daarom moet die reiniging in de Gemeente door Woord (het badwater van het Woord) en Geest bij voortduring geschieden. Dat gebeurt niet zoals wij dat willen en ons indenken. Die reiniging kan dikwijls plaats hebben ten koste van de helft van de gemeente, die door God wordt gedecimeerd om tot deze reiniging in de Gemeente te komen! Allen die de weg van reiniging van het vlees en de Geest (2 Korinthe 7:1) niet willen gaan, blijven achter.
“Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God.” (2 Kor.7:1)
Zij zullen zich vanzelf afscheiden. Want… als wij te lang de dingen van het vlees vasthouden, wordt ook onze geest door die dingen besmet. Acht dit niet gering! U kunt dit in uw eigen leven constateren. Bent u bezig daarmee? Staat uw hoofd naar de zorgen des levens? Eten, drinken, man, vrouw, (klein-)kinderen? Welnu, dan weet u op het laatst van niets anders meer dan van deze dingen. Vandaar dat de apostel in Kolossenzen 3:2 zegt:
“Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn.”
Dit is de moeilijkste en meest diepgaande vorm van heiligmaking. Onze geest moet altijd prevaleren en hier is de reiniging door de Heilige Geest het moeilijkst, omdat de mens het moeilijkst loskomt van zijn gedachtewereld. Misschien bent u nu 72 jaar en hebt u op 14-jarige leeftijd iets onprettigs ondervonden van iemand. En is dit litteken nog zo groot dat u er nog steeds mee bezig bent en het niet kunt vergeten en vergeven. Laat s.v.p. die dingen van het vlees toch los! Zelfs al zijn ze mooi of liefelijk of heerlijk! Uw hele wezen verstart er in en uw gedachtewereld kristalliseert daarin. Neem Ezau (Genesis 25:28-34). Hij wandelde in het teken van één van de werken van het vlees uit Galaten 5:19-21 (“…overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke…”). Zijn eerstgeboorterecht zomaar prijsgeven, om zijn buik te vullen, gebeurde Ezau niet in een opwelling van het ogenblik, maar was een gevolg van een jarenlange onbeteugelde lust in lekker eten. Het was geen opwelling van het vlees, maar een uitbarsting van het leven in het vlees. Dit was de test van God en hij doorstond die niet, omdat hij nimmer de verlossing had gekend van de begeerten van zijn vlees. En ook wij, als wij verder willen gaan op de weg des geloofs, zullen bij iedere schrede worden getest. HEILIGMAKING is een eis van God. Zonder HEILIGMAKING zullen wij de komende tijd niet doorkomen als overwinnaars. Als God Zijn eigen Zoon door lijden heeft geheiligd, dacht u dan dat wij er alleen kunnen komen met opwekkingsdiensten? De Geest van God werkt in een opwekkingsdienst anders dan in een heiligingsmeeting, in welke Hij ons voert tot diepe verootmoediging en vernedering.

Nog vele profetieën zullen straks, in een korte tijdsspanne, worden vervuld vóórdat Jezus komt. Laten wij niet denken dat wij op dat laatste ogenblik dan nog tijd hebben om ons te heiligen. De antichristelijke geest wordt hoe langer hoe sterker, en zonder de kracht van de Heilige Geest vermogen wij niets! De weg van heiligmaking maakt Zijn inwoning in ons vaster en vaster. Hoe kan Hij blijvende bemoeienis met ons hebben, als wij geen heiligmaking willen en hoe kan Hij in ons blijven, als wij niet gereinigd zijn! REINIGING moet voorafgaan aan HEILIGING! Het gaat ten koste van tranen, van pijn, maar als wij een rank van de Wijnstok zijn, moet de Landman ons snoeien!
Dat snoeiproces zien wij ook in het natuurlijke vlak: ouders die hun kinderen opvoeden en corrigeren. En wie niet horen wil, moet maar voelen. Er is zowel een natuurlijke als een geestelijke kastijding, waarmee ik bedoel: wat in het natuurlijke gebeurt, gebeurt ook op het geestelijk vlak. Die de Vader liefheeft, kastijdt Hij tot hun eigen nut, zegt de Hebreeënbrief: “Want die de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt iedere zoon, die Hij aanneemt.” (Hebreeën 12:6, SV)

De weg die Jezus moest gaan was ook niet prettig voor Zijn vlees. Zelfs Christus moest geheiligd worden door lijden: “Want het betaamde Hem, om Welke alle dingen zijn, en door Welke alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de overste Leidsman van hun zaligheid door lijden zou heiligen.” (Hebreeën 2:10, SV)
Maar, ook als onze weg gaat door vele verdrukkingen is daar de ervaring van Gods bemoeienis met ons. En Paulus, die zoveel heeft moeten ondervinden en meemaken, zegt in dit verband: “Die lichte verdrukking, die zo snel voorbijgaat, wat is die verdrukking vergeleken bij de glorie die ons wacht!
“Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een alles-overtreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg.” (2 Korinthe 4:17)
Wat hebben de geloofshelden (vermeld in Hebreeën 11), die de beloften niet hebben verkregen maar er toch rekening mee hielden, niet moeten verduren op aarde. Abraham bleef staan door geloof in Gods belofte! De hoop van zijn hart was: eens binnen te gaan in de stad waarvan God de Bouwer en Kunstenaar is. Voor deze allen waren Gods beloften reëel, ook al werden die tijdens hun aardse leven niet vervuld (dit is het waarover 1 Petrus 1:10-12 spreekt):
Naar deze zaligheid hebben de profeten, die geprofeteerd hebben over de genade die aan u bewezen is, gezocht en gespeurd. Zij onderzochten op welke en wat voor tijd de Geest van Christus, Die in hen was, doelde, toen Hij tevoren getuigde van het lijden dat op Christus komen zou, en ook van de heerlijkheid daarna. Aan hen werd geopenbaard dat zij niet zichzelf, maar ons dienden in de dingen die u nu verkondigd zijn door hen die u het Evangelie verkondigd hebben door de Heilige Geest, Die vanuit de hemel gezonden is; dingen, waarin de engelen begerig zijn zich te verdiepen.”
Zo geldt het ook voor een kind. Als onze aardse vaders, die boos (= van nature, “uit de boze”) zijn, weten hoe zij handelen moeten ten opzichte van hun kinderen, hoeveel te meer onze hemelse Vader, Die zegt dat al Zijn beloften “ja en amen” zijn in Christus Jezus. Moeten die dan voor ons geen realiteit zijn? “Want” zegt Paulus, “Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” (2 Korinthe 4:18)

Aan het leven van onze aardse vaders komt eens een eind, maar Gods Woord gaat nooit voorbij. De geestelijke boosheden, vermeld in Efeze 6, zien wij ook niet, maar ze bestaan. Laten wij daarom geen rekening houden met de dingen van beneden (= niet aardsgericht zijn), maar met de onzienlijke dingen en allereerst met de onzienlijke God! Wij moeten Jezus Christus ‘bezitten’ (eigenlijk Hij ons – AK) in en door de doop met de Heilige Geest. En willen wij de beloften Gods in ons leven waargemaakt zien, dan moeten wij volharden in de heiligmaking. Dit is wandelen in geloof, niet in aanschouwen. En dit geloof is het, dat de wereld overwint. Het is het geloof dat, door de Geest van God, in het hart van een mensenkind is gelegd. Het is niet iets wat overgaat van vader of moeder op kind, maar een eigen geloof, gewrocht door de Geest van God. Het geloof komt door het horen van het Woord: “Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.” (Romeinen 10:17)
Je kunt als kind dit Woord thuis horen, maar je moet eens zelf kiezen. En als de Geest dat geloof in het hart heeft gelegd (het is een gave van God, zegt Romeinen 12:3, dus inderdaad niet door overlevering van ouders, die echter wel het fundament kunnen voorbereiden – 2 Timotheüs 1:5), dan werkt dat geloof door in ons leven en wij weten: “Er is méér”.

  • “Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik ieder onder u niet hoger te denken dan hij moet denken, maar laat hij denken in bescheidenheid, naar de mate van geloof zoals God die aan ieder heeft toebedeeld.” (Rom.12:3)
  • “Daarbij herinner ik mij het ongeveinsde geloof dat in u is en dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunike. En ik ben ervan overtuigd dat het ook in u woont.” (2Tim.1:5)

Er was méér achter de tabernakeldeur; daar was méér achter de Voorhang: de Ark des Verbonds stond daar. Jaagt daarom naar meer, zoals die wedloper van wie Paulus spreekt in 1 Korinthe 9:24-25,
“Weet u niet dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt. En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen.”
Om de prijs, de gouden plak, te gewinnen, moet hij alles van zich afwerpen. Blijf niet staan kijken naar anderen. Als uw vorderingen afhankelijk zijn van de nalatigheden van anderen, komt u nooit “Thuis”. Als Lot hetzelfde had gedaan als zijn vrouw, zou hij nooit in de bergen van Zoar zijn gekomen. Gods Geest blijft niet met ons twisten. Onze genadetijd is eenmaal voorbij. Daarom, gebruik nu die tijd van wonderbare genade, waarin Hij ons wil klaarmaken voor die volkomenheid, die volheid van Christus. Waartoe Hij ons de bedieningen heeft gegeven van Efeze 4:12, “tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouw van het Lichaam van Christus”, net zo lang totdat wij komen tot die volkomenheid van Efeze 4:13,
“Totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus.”

De Gemeente van Christus is op zichzelf een koninkrijk, geregeerd van boven. Het Lichaam van Christus is een theocratisch bestel. En Hij Die het Hoofd is, is een God van orde. Alles kan tot verheerlijking van Zijn Naam zijn, als wij de Geest maar Zijn weg willen laten gaan in ons leven. Wij moeten hierin wijsheid betrachten, maar niet te zeer nauwgezetheid doen gelden, omdat wij dan weldra zullen ontdekken hiermee de Geest te dwarsbomen. Als onze geest bezig is met de dingen die het Lichaam van Christus aanbelangen (= betreffen, aangaan) blijven wij jong. Is de Gemeente latent (= onzichtbaar aanwezig zijn), dan is zij (geestelijk gezien) dood. Als de Geest werkt is er leven dat zich op verschillende wijzen uit. De leeuw brult, het lam blaat, de koe loeit, zó is het gesteld in de dierenwereld; zij vertonen leven. En zo heeft God de mens onderscheiden door de spraak. Dit op zichzelf is de doodsteek voor Darwins theorie (op latere leeftijd schijnt hij teruggekomen te zijn op zijn dwaling!). En als uw spraak een lofprijzing is, een grootmaken van Jezus Christus, een aanbidding van Hem, dan onderscheidt dàt u van de wereldling. Dàt is de weg van heiligmaking. Heiligmaking is wat de Geest kan doen IN ons; reiniging is wat Hij kan doen VOOR ons. Zoveel vaster Hij in mij woont, zoveel heiliger wordt mijn leven door hem. Niet door mijzelf, want er deugt niets aan mij! Dit gaat ten koste van de uitwendige mens; maar de inwendige mens wordt verheerlijkt. De Geest werkt van binnenuit, in tegenstelling tot de mens, die zegt “kleren maken de man”. De Heilige Geest zoekt echter de verborgen mens des harten, zoekt ons van binnenuit te veranderen, aan Christus gelijk te maken. Zodra u deze weg van God wilt gaan, komt er echter strijd, staat de satan tegenover u. De strijd begint IN het Lichaam van Christus: “Moet je zoveel moeite doen om in de hemel te komen? Moet je dan ALLE diensten, enzovoorts, meemaken? Het is toch: geloven alléén!” Zo redeneren straks de dwaze maagden, waardoor hun zal ontbreken wat God eist. Jezus is ons tot voorbeeld gesteld, opdat wij Zijn voetstappen zouden drukken. De duivel is niet bang voor u en mij, maar voor Gods Geest in ons. Daarom dat de Johannesbrief spreekt over Hem, Die in ons is en meerder is dan alles en allen in de wereld. Laten wij getrouw zijn, want wij leven in een tijd, dat een gelijkenis voor ons geen gelijkenis meer moet zijn, maar werkelijkheid moet worden. God wil, dat wij worden aangemerkt als getrouwe dienstknechten en -maagden. Weest daarom getrouw in het kleine, het minste, wat het ook is. Eén van de wonderbare karakteristieken van de Gemeente van de eindtijd zal zijn: getrouwheid. Zonder getrouwheid geven wij het op. De Heilige Geest werkt deze getrouwheid in ons uit en daarom moeten wij ons openstellen voor Zijn werkingen in deze laatste dagen. Als wij naar een samenkomst gaan, moet ons gebed niet meer zijn: “Heer, zegen mij!”, maar: “Heer kom tot Uw recht in Uw Lichaam!” Bid, als wij samen-vergaderen, voor de Gemeente, dat de Geest mag doorbreken in Zijn wonderbare kracht en heerlijkheid! Dan ontvangen wij vanzelf zegen! God wil zó doorwerken, dat gaven en vruchten van de Geest in de Gemeente gekend worden. Daarvoor zoekt Hij kwaliteit, geen kwantiteit. Wij zullen niet eerder die zoete vrede en wonderbare rust kennen, tenzij wij ons ALLES op Gods altaar hebben gelegd; dan pas zijn wij bekwaam om door de Geest te worden gebruikt. Hij kan door u en mij bidden voor het verlorene zoals wij het niet kunnen. God wil niet dat één ziel verloren gaat.
In het boek Handelingen lezen wij: “…En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de Gemeente toe.” (Handelingen 2:47b)
Hoe kwam dat? De Heilige Geest werkte zó via de Gemeente, dat God het gebed van Zijn Geest niet kon afwijzen. Hoeveel wegen probeert de Geest niet te gaan om Zijn Lichaam te activeren? Het woord van getuigenis wordt in onze dagen veel ontbeerd. Velen missen blijdschap, vrede, rust; hun mond gaat niet meer open tot een genoegzaam getuigenis voor Jezus Christus. Ook daarin kunnen wij verstard of lui geworden zijn. Maar getuigenis is nodig, anders zou Hij niet hebben gezegd: “…En U zult Mijn getuigen zijn…” (Handelingen 1:8). Het is Zijn opdracht! Ons getuigenis is tot Zijn eer en glorie en meteen voor ons een kruisiging van ons vlees. Maar het is tot verheerlijking van Jezus en het houdt ons in afhankelijkheid van Hem. En wie weet wat de Geest van God kan doen met het eenvoudigste getuigenis!

De Sulamith (van het Hooglied) was lui geworden in haar getuigenis. Zij verstond niet eens dat haar bruidegom zo verlangend aan haar deur morrelde. Toen zij zich dat realiseerde, was ze te lui om op te staan. Op een gegeven ogenblik verstomde zijn stem…. Toen werd zij klaarwakker, rende naar de deur en opende die. Maar haar liefste was gevloden. Dan loopt ze de straten van Jeruzalem in en klampt iedereen aan: “Hebben jullie mijn liefste gezien?” “Wie is uw liefste, hoe ziet hij eruit?” was het antwoord. Als zij had volhard in haar getuigenis, zou men haar dit niet hoeven hebben te vragen (zie Hooglied 5).

Als kind van God wordt u een schouwspel voor de wereld. Maar ook de engelen kijken naar u, evenals de duivelen. De onzienlijke machten kijken wat er wordt van mensenzielen voor wie Christus gestorven is. Die Hem toebehoren zullen eenmaal behoren tot dat Lichaam zonder vlek of rimpel, heilig en onberispelijk. De Geest van God werkt in ons dingen uit die wij niet hadden durven hopen, maar… Hij wacht op onze goodwill. Zeg dus: “Hier ben ik!”, zoals Samuël. U leest van hem: “Samuël werd krachtiger en sterker in de Here”:
“En Samuel werd groot. De HEERE was met hem en liet niet één van al Zijn woorden onvervuld. En heel Israël, van Dan tot Berseba toe, erkende dat Samuel aangesteld was tot profeet van de HEERE. En de HEERE bleef in Silo verschijnen; ja, de HEERE openbaarde Zich aan Samuel in Silo door het woord van de HEERE.” (1 Samuël 3:19-21)

.

Uitgaan in de Kracht des Heren

Als wij in Exodus 4:28 lezen, dat Mozes Aäron te kennen gaf al de woorden des Heren, Die hem gezonden had, en al de tekenen, die Hij hem bevolen had, leren wij in profetisch licht verstaan, dat ook wij altijd zó behoren te handelen.
Als de Heilige Geest ons werkelijk vervult, zullen wij ook altijd de woorden Gods spreken en ons spreken zal gezalfd en gezouten zijn. In deze dagen is het voor menig Pinksterkind (of Christen) geen zonde meer om te liegen. Maar als wij hiervan niet verlost worden, wordt onze gehele gedachtewereld erdoor besmet. Wij kunnen met liegen God niet groot maken, hoe ‘goed bedoeld’ ook. Het laatste hoofdstuk van Openbaring zegt immers dat leugenaars niet binnengaan in de eeuwige stad “Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet.” (Openbaring 22:15)
Gods Woord is te ernstig om het licht op te vatten. Wij moeten immers groeien naar die “volkomen man” van Efeze 4:13, en houden wij ons aan Gods Woord dan brengt Zijn Woord scheiding.
“Totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen (SV: volkomen) man (in de geest), tot de maat van de grootte van de volheid van Christus.”
Als kind van God kunt u niet alleen leven met een Evangelieboodschap. God heeft niet voor niets aan Zijn Gemeente leraars gegeven. Zij funderen u dieper. Dat wil niet zeggen dat de ene bediening meer is dan de ander. Er is verschil in bediening. De boodschap van een evangelist is anders dan die van een leraar! De één moet de ander aanvullen. De bediening van Filippus was wonderbaar, heel Samaria lag aan zijn voeten, maar de Gemeente aldaar moest gefundeerd worden door de pastorale bediening van Petrus en Johannes. Dezelfde dingen zullen in onze dagen hoe langer hoe meer tot uiting komen.

De ware kinderen Gods, die tot de Bruidsgemeente zullen behoren, die alles willen leggen op Zijn altaar, die zullen leren al de woorden Gods te spreken en de tekenen te doen, want Hij geeft hun daartoe Zijn macht. Het was niet alleen voor de dagen van Zijn discipelen, dat Hij zei: “…Ik geef u de macht om op slangen en schorpioenen te trappen (SV: te treden)…” (Lukas 10:19a), en: “…Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere (werken) doen dan deze…” (Johannes 14:12b).
Waarom? Omdat de Here hun Zijn macht had gedelegeerd. De Bron van alle kracht VOER TEN HEMEL, daardoor werd de kracht, Die vanuit de hoogte werd uitgestort, ook groter. God kan ons met kracht aandoen, als wij maar gewillig zijn. Het geheim van met kracht aangedaan worden is: van onszelf een leeg vat maken en God geeft ons naar de mate van ons leeg-zijn. Hoe meer er van ons bij is, hoe minder Hij ons kan geven.
Eigenwilligheid en eigenzinnigheid hebben nog nooit van iemand een overwinnaar gemaakt. Zij, die eens aan de oever van de glazen zee zullen staan (Openbaring 4:6), hebben van zichzelf niets meer gewild; zij willen wat Jezus wil.
Dat is het wat Hij zoekt! De Geest, Die met onze geest getuigt dat wij kinderen Gods zijn, brengt ons op de weg van heiligmaking. Hij wil ons zover brengen dat wij zeggen: “Heer, leer mij, dat ik wil wat Gij wilt!”. Psalm 45 beeldt uit hoedanig het wezen van de Bruidsgemeente zal zijn. Onderzoek voor uzelf:

  • “En Hij zei tegen hen: Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen.” (Markus 16:15)
  • “Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van Levend Water zullen uit zijn binnenste vloeien.” (Johannes 7:38)
  • “Als iemand de wil heeft om Zijn wil te doen, zal hij van dit onderricht weten of het uit God is, of dat Ik vanuit Mijzelf spreek. Wie vanuit zichzelf spreekt, zoekt zijn eigen eer, maar Wie de eer zoekt van Hem Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig en geen ongerechtigheid is in Hem. (Johannes 7:17-18)

De Gemeente zal in deze laatste dagen bekwaam worden gemaakt om het raadsplan van God te ontvouwen en niemand die tot de Gemeente van de wedergeborenen behoort zal tekortkomen aan kennis van Zijn Heer en Heiland. De Gemeente wordt door de onderwijzing van de Heilige Geest bekwaam gemaakt om het gehele raadsplan van God te ontvouwen, opdat wij allen de kennis zullen bekomen die wij nodig hebben om te jagen naar de volheid in Jezus Christus. Naarmate wij in Christus groeien, vraagt de geestelijke mens in ons ook meer van Hem. De Gemeente zal in de laatste dagen de wereld zo’n volheid doen zien van glorie en heerlijkheid, dat de wereld jaloers worden zal, maar de antichristelijke krachten zullen haar attaqueren (= aanvallen).

Als u als kind van God tot een zekere hoogte gekomen bent in uw geestelijk leven, kunt u spreken over de dingen die reëel voor u zijn (geworden) tegenover hen die in dezelfde God geloven als u; toch zullen zij u haten. Maar spreekt u tot broeders en zusters die hetzelfde willen en gevoelen als u, die naar hetzelfde jagen, dan zullen zij u verstaan. Stefanus is een Schriftuurlijk voorbeeld hiervan. Hij sprak tot zijn eigen volk en vertelde hun wat hij zag; hij werd gestenigd. In hen was niet de geest die hen deed verlangen hetzelfde te kennen. Dit zijn diepere leringen in de Bijbel en hierdoor leren wij verstaan wat Jezus zei “Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.” (Mattheüs 10:34b)

Hoedanig dit zwaard te werk gaat, leest u in Hebreeën 4:12, “Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.”
Hierna begint de weg van heiligmaking. Het ligt dus aan uzelf of u die weg VERDER wilt gaan. Er zijn velen die dit niet willen. Zij zullen derhalve niet tot de Bruidsgemeente kunnen behoren.

In Openbaring 10:9-11 leest u wat gebeuren zal met degenen die tot de Bruidsgemeente behoren:
“En ik ging naar de Engel toe en zei tegen Hem: Geef mij dat boekje. En Hij zei tegen mij: Neem het en eet het op, en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing. En ik nam het boekje uit de hand van de Engel en at het op, en het was in mijn mond zoet als honing, maar toen ik het opgegeten had, werd mijn buik bitter. En Hij zei tegen mij: U moet opnieuw profeteren over vele volken, naties, talen en koningen.”
Pas toen Johannes gewillig was om “het boekje” te eten – om het zich eigen te maken en het Woord dus wederom “tot vlees was geworden”, één vlees met hem – pas toen hoorde hij die stem tot hem zeggen: U moet opnieuw profeteren”. Toen pas werd hij bekwaam gemaakt en zo zal ook de Bruidsgemeente – op dezelfde wijze – alleszins bekwaam worden gemaakt. Dan zal ze, net als Mozes ook, al de woorden Gods spreken. De boodschap blijft dezelfde; want het is niet vandaag “zus” en morgen “zo”.

In Ezechiël 3:1-4 lezen wij dat ook Ezechiël een (boek)rol moest eten:
“Daarna zei Hij tegen mij: Mensenkind, eet wat u aantreft. Eet deze rol op, ga, spreek tot het huis van Israël. Toen deed ik mijn mond open en Hij gaf mij die rol te eten. Hij zei tegen mij: Mensenkind, geef uw buik te eten, vul uw binnenste met deze rol, die Ik u geef. Toen at ik en hij werd in mijn mond als honing zo zoet. Toen zei Hij tegen mij: Mensenkind, ga, begeef u naar het huis van Israël en spreek tot hen met Mijn woorden.”
Het Woord moest rijkelijk in hem wonen en toen pas was hij bekwaam om te spreken, allereerst tot “het huis Israël”, tot de Gemeente van God, tot zijn eigen broeders en zusters.

God zal altijd Zijn Woord doen komen op tweeërlei wijze; in zegen en in oordeel in het Huis Gods. Daardoor wordt het volk bekwaam gemaakt en vindt reiniging plaats. Dan zal het volk en masse (= massaal), als lichaam, bekwaam gemaakt worden om hetzelfde te doen ten opzichte van de wereld, die in het boze ligt.
Maar het Woord Gods begint met het oordeel steeds bij het Huis Gods, zegt 1 Petrus 4:17,

  • “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?”

En het is ten goede als dat Woord geestelijke kankergezwellen in ons uitsnijdt. Het is een tweesnijdend zwaard, dat snijdt aan beide kanten, ten goed of ten kwade.
Zo zal dan de Bruidsgemeente opwassen (= [vol]groeien) in genade, tot een volkomen man ten tijde van Christus’ wederkomst… Dan zal het zijn zoals in de dagen van Mozes: Bloed en Bruidegom!

De Bloedbruidegom
Exodus 4:20-31 in profetisch licht

Bloedbruidegom - schema

EINDE

CJH Theys
Enigszins bewerkt door A. Klein

PDF (in tablet of smartphone-formaat)
Wie een studie in A4 (voor printen) wil hebben, kan dat aanvragen.

***********************************************************************************

[1] Er is hier – heel bewust – gekozen voor het woord MAAGD uit de Statenvertaling. Zowel de HSV als de NBV heeft dit woord vertaald met meisjes, wat in deze context onjuist is. Het woord maagd staat namelijk voor reinheid, zuiverheid, kuisheid etc. en kan – in de geestelijke zin waarvoor het hier bedoeld is – ook het mannelijke geslacht inhouden (daar die net zo goed tot de Bruid van Christus zullen behoren). (noot AK)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Heiligmaking, Studie van CJH Theys, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Tabernakel symbolieken (13): De HEILIGE driehoek van Gods arbeid in ons

Tabernakel symbolieken blz 42

De tekst hieronder is uit de tekening hierboven,
om het beter te kunnen lezen:

I. Tafel met toonbroden
Gemeenschap met het Woord van God.

Individueel:

  • Het verkondigde Woord ligt op de tafel van ons gereinigde hart.
  • De HEERLIJKHEID van Jezus en Die gekruisigd ingebouwd in ons hart als de VRUCHT van de Heilige Geest (Gal.5:22, Joh.17:22).
  • Het opstandingsleven (het Nieuwe Leven) van Jezus in ons
  • Christus in ons.
  • Gods Woord geschreven in ons hart en verstand (Hebr.10:16, Jer.31:31:34).
  • Het vernieuwde gemoed/denken (Rom.12:2).

Collectief:

  • Gemeenschap met het gepredikte Woord, Jezus, Bruidegom.
  • Gemeenschap met het Heilig Avondmaal des Heren.
  • Het bijwonen van de Bijbelstudie.

.

II. Gouden kandelaar
Gemeenschap met de Heilige Geest.
Gebruikt als een instrument van Gods Geest.

Individueel:

  • Betuiging van het Woord van God gedreven door de Liefde Gods.
  • De HEERLIJKHEID van Jezus door de prediker heen GEPROCLAMEERD door de Heilige Geest (Jes.60:1-3).
  • De openbaring van het Nieuwe Leven in de Liefde Gods in onze dagelijkse handel en wandel.

Collectief:

.

III. Reukaltaar
Gebedsgemeenschap met de Vader en met Jezus, Gods Zoon.

Individueel:

  • Het gebedsleven van het kind van God.
  • De smeekbeden en de voorbiddingen.
  • De aanbiddingen, lofprijzingen.
  • Het WACHTEND hart op God.

Collectief:

  • Het deelnemen aan de bidstond.
  • De lofgezangen en aanbiddingen in de eredienst.

.

1.
De smeekbeden om Openbaring van het Woord.
Bede om de Boodschap door Gods (dienst)knecht.
Bede om de Zalving Gods.

2.
Na “overwonnen” te zijn door het Woord Gods, betuigen wij het Woord.
De ontvangen BOODSCHAP wordt in de Gemeente gebracht.

3.
Dankzegging en aanbidding aan God voor betoonde GENADE en voor OPENBARING van het Woord Gods en van de Heilige Geest.

.

Wordt vervolgd

Studie van bijbelleraar E. van den Worm
Enigszins bewerkt door A. Klein

******************************
Tabernakel symbolieken

  1. Algemene beschouwing met betrekking tot de tabernakel
  2. Hoe hebben de Israëlieten een kostbaar kunstwerk, als de tabernakel, in de woestijn kunnen bouwen?
  3. Plattegrond en constructie van de tabernakel
  4. De tabernakel brengt ons als Christen – in symboliek – de 9 ‘etappes’ die tot onze volmaking leiden
  5. De Poort
  6. Het koperen Brandofferaltaar
  7. Het koperen Wasvat
  8. De WONING of eigenlijke tabernakel
  9. De DEUR en de heilige zalfolie
  10. De Tafel met Toonbroden
  11. De GOUDEN 7-voudige KANDELAAR
  12. Het REUKALTAAR en het reukwerk

 

.

Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van E van den Worm, Tabernakel-studie, Volmaaktheid in Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Bloed en Bruidegom – Bloedbruidegom, deel 2 (n.a.v. Exodus 4:24-26)

Vervolg van:
Bloed en Bruidegom, deel 1

Bloedbruidegom

De besnijdenis

Wij lezen Exodus 4:24-26,

  • “En het gebeurde onderweg, in de herberg, dat de HEERE hem (= Mozes) tegenkwam en hem wilde doden. Toen nam Zippora een vuurstenen mes en besneed de voorhuid van haar zoon. Zij wierp die voor Mozes’ voeten en zei: Werkelijk, je bent voor mij een bloedbruidegom. Toen liet Hij hem met rust. Vanwege de besnijdenissen zei zij toen: Bloedbruidegom.”

Mozes had de boodschap van Farao ontvangen en was op weg om zijn taak te volvoeren, toen er plotseling iets gebeurde dat noch hij noch Zippora had verwacht. God Zelf zocht Mozes te doden (Exodus 4:24). Wij zien dan Zippora een mes nemen en haar zoon besnijden, zeggende, terwijl zij het mes aan Mozes’ voeten wierp: Je bent voor mij een bloedbruidegom!
Mozes moest wel zwaar hebben gezondigd, dat God hem zocht te doden. En dat was ook zo! Hij had gezondigd aan het bloedverbond – door God met Abraham gesloten – waarvan de besnijdenis het teken was. In overdrachtelijke zin geldt dat verbond ook ons nu. Abraham geloofde en werd gerechtvaardigd en zijn rechtvaardiging werd bevestigd in de besnijdenis. Dit was het bloedverbond en gold niet slechts voor één ogenblik, maar voor geheel zijn zaad. Wat in het natuurlijke gold, geldt nu in overdrachtelijke zin in het geestelijk verbond. Zoals die tekortkoming van Mozes hem werd aangerekend, wordt die tekortkoming nù ook ons aangerekend, als wij aan de besnijdenis, dat is: de doop des Geestes, tekortkomen. Daarom zegt Paulus, van deze noodzaak doordrongen:

  • “En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest.” (Efeze 5:18)

Dit is de besnijdenis van het hart, die wij nodig hebben om als erfgenamen de Goddelijke natuur deelachtig te worden. Hoe zou dat kunnen zonder dat wij iets van God IN ons hebben!? In die doop des Geestes geeft God Zichzelf aan ons en meer dan Zichzelf geven, kan ook God niet! Inwoning IN ons maken, dat is het hoogste wat Hij kan doen. Dit is ook het fundament van een vruchtdragend leven. Zonder de Heilige Geest géén vruchtdracht. Laat u zich niet iets anders wijs maken, want dit is onschriftuurlijk. U kunt geen kersen eten van een pruimenboom. Zo ook is er geen vruchtdracht en zo ook kan er geen sprake zijn van Geestesgaven zonder eerst de Gever ervan, de Heilige Geest, in ons ontvangen te hebben. Wij moeten dus allereerst de Gever van de gaven hebben, vóór wij die gaven kunnen ontvangen. Maar, er zijn ook gaven die niet van Gods Geest zijn, maar van de duivel.
In mijn onbekeerde tijd kende ik een zekere “ome”. Als een zieke door de dokter was opgegeven en bij hem kwam, gegarandeerd, deze zieke genas. Een glas water met een stukje koenir (= geelwortel) erin. Er werd “gebeden”, gepreveld; bleef het water helder, dan genas de zieke. In het andere geval kon hij de zieke ook niet helpen. Ik heb altijd gedacht: “een gave van God”, totdat ik in Pinksteren [1] kwam en door onderricht in de Bijbel tot inzicht kwam: “Neen, dat is niet een gave van de Heilige Geest”, want ik heb nooit van deze “ome” gehoord, dat hij sprak over de Heilige Geest of Jezus verheerlijkte. Het was een geval van “Jannes en Jambres” (zie 2Tim.3:8), die door de kracht van de zoon des verderfs (= satan) wonderen deden (wonderen der leugen). Hierdoor komen mensen in verwarring. En komt tot u de vraag: “Waarom heeft God dan de satan geschapen” (?); weet dan: hij was een aartsengel, geen satan, toen God hem schiep. Deze aartsengel viel door zijn hoogmoed en verbeurde zijn eerstgeboorterecht (zoals later Ruben en Ezau). Voor hem is er geen vergeving en ook niet voor hen die hem toebehoren en God ongehoorzaam zijn.
Laten wij toch niet komen met vragen als “Waarom doet God dit of dat”? Laten wij maar geloven dat wat Hij doet altijd een doel heeft. Al begrijpen wij het niet altijd, Hij vraagt enkel en alleen geloofsvertrouwen van onze kant. Hij heeft altijd het beste met ons voor. Geloof in de Heilige Geest zal u leiden tot waarachtig volgen en aanbidden van die onzichtbare God, Die goedertieren is en barmhartig.
Er is niets heerlijker dan Gods bemoeienis elke dag te mogen ervaren. Elke dag opnieuw, opdat ons leven een OPGANG kent en opdat ons pad moge worden zoals Spreuken 4:18 zegt:

  • “Maar het pad van rechtvaardigen is als een schijnend licht, dat gaandeweg helderder gaat schijnen tot het volledig dag is geworden (SV: voortgaande en lichtende tot de volle dag toe).”

Daar hoeft geen schaduw te zijn. Het licht van Gods genade is groter dan alle donkerte. En juist in de uren van benauwdheid is God het meest nabij en zult u ervaren Zijn toezegging: “Ik zal u beslist niet loslaten (Ik zal u niet begeven) en Ik zal u beslist niet verlaten.” (Hebreeën 13:5b), “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.” (Mattheüs 28:20)
Vroeger, toen ik al een man was, moest ik langs Penilli, het kerkhof (in Soerabaja). Als ik daar (in de avond) voorbij fietste, dan trapte ik als een bezetene op de pedalen. Ik trapte hoe langer hoe harder en dacht: “Straks springt hij (de duivel) op mijn nek”. Wat een glorie toen Jezus mij vond! De Engel des Heren is voor, achter, links en rechts van ons. Wat kan ons deren? Psalm 34:8 zegt:

  • “De Engel van de HEERE legert zich rondom hen die Hem vrezen, en redt hen.”

De wedergeboorte is een begin, het begin van het proces dat leidt naar de doop met de Heilige Geest en de heiligmaking door de diezelfde Geest. Heiligmaking zonder wedergeboorte is niet mogelijk. Wedergeboorte, gerechtigheid, heiligheid – deze drie gaan altijd samen. Voordat Zijn discipelen opgingen in de opperkamer was er een dag, dat de Here op hen blies en zei: “Ontvang de Heilige Geest” (Johannes 20:22b). Dat was het moment van hun wedergeboorte: want “Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan.” (Johannes 3:5b).
Zij waren toen nog niet gedoopt met de Heilige Geest. Dat gebeurde pas in de opperkamer. Maar dit doet ons onderkennen, dat wedergeboorte een werk is van de Heilige Geest. Zijn Adem doet ons komen tot dat nieuwe leven. Hij doet het Zaad van het Woord in ons opkomen en maakt ons klaar om de doop des Geestes te ontvangen, als wij er naar jagen.
Wel, Mozes was dus zelf wel besneden, maar zijn zoon niet en dit had hij moeten herstellen vóór hij verder ging. Het gaat hier alleen om de eerste zoon, hoewel ook de tweede besneden moest worden. Maar de eerstgeboren zoon van Mozes was in gevaar, omdat er een plaag zou komen die de onbesneden eerstgeborenen in Egypte, waaronder die van de Farao zelf, zou doden. Voordat Mozes naar Egypte trok, had hij moeten zorgen dat zijn eigen zoon deel kon hebben aan het bloedverbond, opdat de dood van zijn eigen zoon daardoor zou worden afgewend. En als deze nonchalance hem bijna de dood kostte, wat denkt u, dat het ons zal kosten, als wij hierin tekortkomen, als wij dus niet zoeken naar de doop met de Heilige Geest? In het geval van Mozes verstond zijn vrouw, Zippora, dit tekort. Zij verstond de ernst van dat ogenblik en begreep onmiddellijk wat God van hen vroeg. Verstaan ook wij de ernst van deze tijd en begrijpen wij wat de Heer van ons vraagt? Als het Bloedteken aan ons ontbreekt, de besnijdenis des harten, de doop des Geestes, het bruiloftskleed, dan gaan wij onherroepelijk door de Grote Verdrukking. De doop met de Heilige Geest, het bloed aan onze harte-deur, bewaart ons voor de Grote Verdrukking. Zorg dus dat u èn gedoopt bent èn in de vervulling van de Heilige Geest staat. De doop alleen is geen garantie, wel de blijvende vervulling, de verzegeling. Velen zullen in het middernachtelijk uur, als de Bruidegom komt, gedacht blijken te hebben aan deze voorwaarde te voldoen, maar tot hun ontsteltenis moeten ontdekken, dat zij behoren tot de “dwaze maagden”. Als Hij zegt dat Hij komt als een dief in de nacht; dan wil dat zeggen: onzichtbaar voor de wereld, maar niet voor hen die Hem verwachten. Dit in tegenstelling met de komst bedoeld in Openbaring 1:7, als aller oog Hem zal aanschouwen:

  • “Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben.”

Voldoen aan Gods eis betekent de prijs ervoor willen betalen, de dingen van de wereld loslaten, alles overboord gooien wat u van Christus kan afhouden. Anders kunt u niet in de Wijnstok blijven. Hoe velen zijn, helaas, als Demas en keren na een tijd terug tot de wereld, waaruit zij waren verlost?
Wedergeboorte is iets dat u weet. Als u niet weet of u bent wedergeboren, wel, dan ben u niet wedergeboren.
Aan allerlei dingen is te bemerken of u wedergeboren bent of niet. Kleinigheden die u vroeger behaagden, maar u nu niets meer doen. Allemaal kleine veranderingen als werkingen van Gods Geest. Die veranderingen worden waargenomen. Dus als u niet veranderd bent dan is Hij ook niet in u werkzaam. En niet alleen uzelf, maar ook uw omgeving neemt het waar of er wel of niets verandert in uw gedragingen. Uw houding en uw gedrag is kenmerkend voor wat in u leeft. Vergeet nooit rekening te houden met het Woord van God, want het is DIT WOORD dat ons eens zal oordelen. Wij zijn de tempel Gods en worden gemeten met Gods meetsnoer, Zijn Woord. Als wij Hem niet toebehoren, zullen wij Hem ook niet zien. Het is maar één stap van Gods Koninkrijk in de wereld. Eén misstap en uw getuigenis is niets meer waard. Denk aan Simson, aan David. Uzelf moet door de inwonende Geest weten hoever u kunt gaan. Eén verkeerde stap en alles waar u voor gevochten hebt, is waardeloos. Simson had Gods kracht en verloor die door Delila. David, die met vreugde danste voor de ark, viel voor Bathseba. Nu nog spreekt men over hun zonde. Hoeveel jaren zijn er sindsdien verstreken? Zouden de mensen dan vergeten wat wij doen? Wat doet u voorzichtig wandelen? De Vreze des Heren! Niet de vrees voor uw medemensen moet dat doen. Laat ons nooit vergeten: God is overal en ziet alles:

  • “Waar kan ik Uw Geest ontgaan, waar Uw aangezicht ontvluchten? Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar; of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar.” (Psalm 139:7-8)

Wij kunnen niets voor Hem verborgen houden, zelf niet onze gedachten! Denken aan de alomtegenwoordigheid van God, doet ons tot de Vreze Gods komen.
Mozes’ roeping en bediening zijn vol van schaduwbeelden voor ons persoonlijk leven! En als wij ons spiegelen aan Gods Woord, kan dit Woord ons voor misstappen behoeden. Daarom nogmaals: zorg, dat de Heilige Geest u verzegelt voor de komende tijd! Want de tijd is niet ver meer, dat u onder druk wordt gezet door een georganiseerde maatschappij, een materialistische wereld. Ook al merkt u het misschien nu (nog) niet zo erg, maar de druk neemt toe. Geloof alleen is dan niet voldoende om te blijven staan. Dan zult u moeten kiezen. Jezus en Zijn discipelen hadden de doop des Geestes nodig, hoeveel te meer hebben wij die nodig in deze laatste dagen, nu de dagen bozer worden en de Grote Verdrukking voor de deur staat. In eigen kracht vermogen wij niets!
U kunt geen twee heren gelijktijdig dienen, anders had Jezus Zijn discipelen ook niet weggeroepen van hun werk. Gods volk is een apart gezet volk. Zo begon God met Abraham. Hij zette hem apart en maakte hem tot een vader van alle gelovigen. Hij zette ook het volk Israël apart om Hem tot eigendom te zijn:

  • “Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij.” (Exodus 19:5)
  • “Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú uitgekozen uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.” (Deut. 7:6)
  • “Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE heeft ú uit alle volken die op de aardbodem zijn, uitgekozen om voor Hem een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.” (Deut. 14:2)
  • “En de HEERE heeft u heden doen verklaren dat u voor Hem een volk zult zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is, zoals Hij tot u gesproken heeft, en dat u al Zijn geboden in acht moet nemen.” (Deut. 26:18)
  • “Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israël als Zijn persoonlijk eigendom.” (Psalm 135:4)

En zo zet Hij het Nieuwtestamentisch volk ook apart, Hem ten eigendom. Hij maakt het tot een heilig volk:

  • “Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” (Titus 2:14)
  • “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.” (1 Petrus 2:9)

Een volk dat door Hem wordt geheiligd om Hem te dienen in heiligheid. De satan is altijd actief bezig om juist de kinderen Gods af te trekken door op hun gevoelens te werken. Als u van de samenkomst wegblijft, bijvoorbeeld omdat een tante die u heel lang niet gezien hebt op bezoek komt. U vergeet dan dat dergelijke excuses ook worden aangevoerd door de genodigden voor het bruiloftsmaal (Lukas 14). Weliswaar worden daar andere motieven aangevoerd, maar het komt allemaal neer op persoonlijke motieven. Op deze manier bespeelt satan uw gevoelens en al deze kleine dingen maken dat “vlees” binnenkomt en overheerst.
Ook de 5 dwaze maagden (uit Mattheüs 25:1-13) zijn “maagd”, dat wil zeggen: rein, gereinigd in Jezus’ Bloed. Zij hebben Zijn getuigenis, maar… op het beslissende ogenblik zullen zij het bruiloftskleed niet aan hebben en om die reden zegt Jezus: “Ik ken u niet!” Hij zoekt bruiloftskinderen, gekleed, vervuld met de Heilige Geest en Hij vindt die in 5 van hen, de “wijze” maagden.

  • 5 = het symbolisch getal van “verzoening”;
  • 10 = het symbolisch getal van “Goddelijke volkomenheid”.

Gods Koninkrijk is een volkomenheid. Vandaar, dat er staat: “Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan 10 maagden…”. Maar, slechts 5 van de 10 zullen in de eindtijd voldoen aan Gods eis. De andere 5 gaan dan wel niet verloren, maar zij zullen door de Grote Verdrukking moeten gaan. Zij vervallen van hun eerstgeboorterecht, zoals eens een Ruben.
Wij onderschatten vaak de kracht van de duivel. De heilige Drie-eenheid [2] wordt straks door hem nagebootst in de satanische drie-eenheid. Dat zegt het profetisch Woord van God, in Openbaring 13, het is dus geen fabeltje. Zoals Judas zich verkocht zo zal ook straks één van de Spade Regen-apostelen zich aan de duivel verkopen met lichaam, ziel en geest  en in hem wordt straks de duivel gepersonifieerd. De antichrist zal een mens zijn in wie de duivel zich manifesteert, zoals ook God de Vader Zich in de Zoon heeft geopenbaard. De derde persoon van de satanische drie-eenheid zal de “valse profeet” zijn, wiens taak het zal zijn de mensen tot aanbidding van de antichrist te brengen, zoals de Heilige Geest de mensen brengt tot de aanbidding van Jezus Christus. Tijdens de Grote Verdrukking is satan de absolute vorst der wereld, nu wordt hij nog tegengehouden door de Wederhouder:
“Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is, de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet… En u weet wat hem nu weerhoudt, opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt. Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand (= de Heilige Geest, werkzaam in de Bruidsgelovigen) die hem nu weerhoudt, totdat hij (bij de wegname van de Bruidsgemeente – AK) uit het midden verdwenen is. En dan zal de wetteloze geopenbaard worden.” (2 Thess.2:3-8a)
Niettemin zal hij, gaande naar de eindtijd, hoe langer hoe meer demonen loslaten tegen hen die de Naam van Jezus belijden. Natuurlijk worden daartoe mensen bewerkt: de goddelozen, de schijnheiligen, de werkers der ongerechtigheid. Ze worden allen door satan gemaakt tot jagers, vervolgers van de oprechte gelovigen. Laat ons gewaarschuwd zijn! De invallen in huis komen terug, niet om verborgen wapens te zoeken, maar om te kijken of u een Bijbel in huis hebt. Het hele huidige wereldsysteem gaat de kant op van een nieuwe inquisitie. Daarom: wie wilt u dienen?
Daarom: zet alles op alles om gedoopt te worden met de Heilige Geest en om vervuld te blijven. Zijn discipelen in de opperkamer wachtten 10 dagen. Toen waren ze uitgebeden, aan het eind van hun latijn. Dat zoekt God in ons: gebrokenheid, een verslagen geest en hart. Hij kan slechts Zijn tempel bouwen op de ruïnes van onze (oude) levens. Hij is méér verlangend om u te dopen, dan u verlangt te ontvangen. Als u dus nog niet ontvangen hebt, zoek in alle gaten en hoeken van uw leven, tot God zegt wáár het u aan mankeert. Als u die barrière opheft, kan Hij u dopen. Hij kan niet binnenkomen, tenzij u de poort openzet. Als u een aardse koning met gejuich en gejubel binnenhaalt, moet u de Koning der koningen dan niet alzo binnenhalen? Niet met stijve gezichten bidden! Als u eenmaal hebt ontvangen, zult u beseffen wat u ontbeerd hebt, wat een armoede u geleden hebt. Hij is een jaloerse God en wil NUMMER ÉÉN zijn in ons leven. Hij duldt niet dat u een mens meer liefde en eer geeft dan Hem, Die voor u gestorven is. Hem komt de hoogste eer toe. God wacht met IN ons te komen wonen – door Zijn Geest – totdat wij niets meer boven Hem stellen.

.

De Bloedbruidegom

Terug naar Exodus 4:26, waar wij lezen:

  • Toen liet Hij hem (= Mozes) met rust. Vanwege de besnijdenissen zei zij (Zippora) toen: Bloedbruidegom.”

De noodzaak om besneden te zijn wordt ons uit deze geschiedenis duidelijk. Het gaat nu echter niet om de vleselijke besnijdenis, maar om de besnijdenis in de geest, die van ons hart. Zippora is in dit geval een zuiver typebeeld van de Gemeente van Jezus Christus, in het bijzonder van de Bruidsgemeente van de eindtijd. Deze Gemeente zal alles veil hebben (= bereid om alles [op] te offeren) om die geestelijke besnijdenis te gewinnen. Zij zullen daarom roepen en schreeuwen, aangezien Jezus Christus hun Bloedbruidegom is, en wel door het proces: kruis – dood – doop des Geestes.
Door deze doop des Geestes wordt de dood van ons geweerd, want Hij verzegelt ons tot op de dag van verlossing:

  • “En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing.” (Efeze 4:30)

In die dag staan wij op in opstandingsheerlijkheid om voor altijd bij Hem te zijn. Maar het betekent wel de kruisiging van ons vlees!
In den beginne schiep God hemel en aarde. Een wonderbare hemel en aarde, totdat de zonde intrede deed, want wij weten dat zowel in de hemel als op aarde zonde ontstond. En God wil terug tot die wonderbare wereld. Wat Hij begint, voleindigt Hij ook. Wij verwachten een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuwe wereld en deze wereld zal worden bewoond door nieuwe mensen, nieuwe creaturen. Hier op aarde, in deze oude wereld moet die nieuwe mensheid gecreëerd worden; nu, in dit leven moeten wij die nieuwe creaturen worden. En deze nieuwe schepping, dit nieuwe mensdom, dat wordt bewerkstelligd door de Heilige Geest… als Hij in ons woning heeft gemaakt en vandaaruit Zijn herschepping werkt. Ik kan niet genoeg benadrukken, dat dit heiligingswerk een proces is, dat ons gehele leven op aarde in beslag neemt, een levenslang proces. En het is Gods Geest Die dat moet uitwerken. Daarom, dat Paulus zegt: “Christus onder u, de Hoop op de heerlijkheid” (Kolossenzen 1:27b)
In verband met deze besnijdenis nog de volgende teksten:
“Want niet híj is Jood die het in het openbaar is, en niet dát is besnijdenis die in het openbaar in het vlees plaatsvindt, maar híj is Jood die het in het verborgene is, en dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.” (Romeinen 2:28-29)
De besnijdenis van het hart, in de Geest, is een demonstratie van Gods kant, namelijk: de doop met de Heilige Geest.
“Want wij zijn de besnijdenis, wij die God in de Geest dienen en in Christus Jezus roemen en niet op het vlees vertrouwen.” (Filippenzen 3:3)
Besnedenen zijn diegenen die God in de Geest dienen.
“Hoe God Jezus van Nazareth gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht en hoe Hij het land doorgegaan is, terwijl Hij goeddeed en allen die door de duivel overweldigd waren, genas, want God was met Hem.” (Handelingen 10:38)
Petrus wijst op de zalving van de Heilige Geest, die op Jezus lag ten teken dat God met Hem was.
Alleen de kracht van de Heilige Geest staat ten teken van Gods tegenwoordigheid! U leest dan nog in het boek Handelingen over de bevrijding van Petrus uit de gevangenis en ook van de bevrijding van Paulus en Silas,  door de aardbeving die hun gevangenis zo krachtdadig schudde dat zelfs de ketenen van de gevangenen losraakten. Toen de discipelen baden, werd de plaats bewogen door de kracht van de Heilige Geest. Het is diezelfde Geest, Die vroeger werkte, Die ook nu werkt, als wij Hem de gelegenheid geven om Zijn bovennatuurlijke kracht te tonen.
Johannes de Doper wist het al, toen Hij zei: “…Die na mij komt, is sterker (of: meerder) dan ik;… Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. (Mattheüs 3:11)
Hij is de Geest van oordeel en ook de Geest van uitbranding. Hij overtuigt de wereld van zonde, van gerechtigheid en van oordeel en Zacharia 4:6b zegt het ons reeds:
“Niet door (menselijke) kracht en niet door (menselijk) geweld, maar door Mijn Geest (zullen deze dingen geschieden), zegt de HEERE.”
Als Hij vaste inwoning in u heeft, dan pas weet u, wat het is, dat Hij Die in u is, meerder is dan alles daarbuiten. Door Jezus Christus bent u meer dan overwinnaar. Zonder hem bent u niets!
Het woord “Bloedbruidegom” bestaat uit twee delen: Bloed en Bruidegom. Bloed spreekt van verlossing (door Jezus’ kruisdood) en Bruidegom spreekt van gemeenschap (door de doop des Geestes). De naam weerspiegelt, als het ware, wat in de besnijdenis wordt uitgedrukt. De doop met Heilige Geest betekent een “insnijding” in ons vlees, maar tegelijk een innige gemeenschap met Jezus. Voor Cornelius en zijn gezin werd Jezus de Bloedbruidegom. In Handelingen 10:43 horen wij Petrus tot hen zeggen:
“Van Hem getuigen al de profeten dat ieder die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangen zal door Zijn Naam.”
En in Handelingen 10:44 lezen wij dan:
“Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden.”
Door Cornelius’ aanname van Jezus Christus en Zijn offerdood aan het kruis, ontving hij de doop met de Heilige Geest en door deze doop werd Jezus Zijn Bloedbruidegom. Hij ontving de Geestesdoop, hoewel hij nog niet eens de waterdoop had ondergaan. Maar God staat boven Zijn eigen wetten, dus… wat kon Petrus doen? Dat Petrus’ metgezellen, de gelovigen uit de besnijdenis, ontzet waren is logisch:
“En de gelovigen die van de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus waren meegekomen, waren buiten zichzelf dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd.” (Handelingen 10:45)
Zij die de Geestesdoop zoeken, moeten doordrongen zijn van de opdracht (bidden, zoeken, kloppen!) èn van de belofte (ontvangen, vinden en opengedaan):
“En Ik zeg u: Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en wie klopt, voor hem zal er opengedaan worden. Welke vader onder u zal aan zijn zoon, als hij hem om brood vraagt, een steen geven, of ook als hij om een vis vraagt, hem in plaats van een vis een slang geven, of ook als hij om een ei vraagt, hem een schorpioen geven? Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?” (Lukas 11:9-13)

.

Na de besnijdenis: het getuigenis

In Exodus 4:27-31 lezen wij:
“De HEERE zei tegen Aäron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging en ontmoette hem bij de berg van God en kuste hem. Mozes vertelde Aäron al de woorden van de HEERE, Die hem gezonden had, en al de tekenen die Hij hem opgedragen had. Toen ging Mozes op weg, met Aäron, en zij verzamelden alle oudsten van de Israëlieten. Aäron sprak al de woorden die de HEERE tot Mozes gesproken had, en deed de tekenen voor de ogen van het volk. Het volk nu geloofde. Toen zij hoorden dat de HEERE naar de Israëlieten omgezien had en dat Hij hun onderdrukking gezien had, knielden zij en bogen zij zich neer (SV: aanbaden – de Heere).”
Uit de samenhang van Exodus 4 vers 29 en 31 wordt ons duidelijk dat Aäron de spreekbuis was van Mozes. Het getuigenis van God aan Mozes werd door deze aan Aäron doorgegeven en Aäron op zijn beurt gaf het Woord des Heren aan het volk door. In overdrachtelijke zin leert ons dit, dat het getuigenis van God in deze (= onze) tijdsbedeling direct moet volgen op de besnijdenis. Indien wij dus gedoopt zijn met de Heilige Geest en dit getuigenis ontbreekt, dan is er een manco in ons geestelijk leven.
Voor een goed verstaan herhalen wij nog even in het kort het voorgaande:

Mozes was de bloedbruidegom van Zippora. Jezus is de Bloedbruidegom van de Gemeente.
Het verbondsteken van God aan Abraham was de besnijdenis in het vlees. In de Nieuwe Bedeling is de doop met de Heilige Geest het bloedteken van de besnijdenis van het hart.

Mozes is dus het typebeeld van de Here Jezus en Zippora het typebeeld van de Christengemeente. Zij worden eenmaal tezamen gebracht als Bruidegom en Bruid. Maar nu komt –  in deze zinnebeeldige geschiedenis van Mozes en Zippora – Aäron in de plaats van Zippora. Aäron wordt dus nu het typebeeld van de Gemeente. Want zoals Aäron alles wat Mozes zei – als diens spreekbuis – moest doorgeven, zo moet ook nu van de Gemeente Gods getuigenis uitgaan (vergelijk 1 Korinthe 14:36, “…is het Woord van God van ú uitgegaan? Of heeft het alleen ú bereikt?”)
Wij zijn de spreekbuis, wij moeten het getuigenis doorgeven. Jezus’ opdracht in Handelingen 1:4+8 was: “Blijft u te Jeruzalem totdat u met kracht zult zijn aangedaan”: “…u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.”
Als dus het getuigenis van God in ons leven ontbreekt, wordt de Naam van Jezus NIET in ons leven verheerlijkt, en zien de mensen Christus OOK NIET in ons leven… en leren zij Hem ook niet kennen als de Zaligmaker.
Letten wij nog op de doorwerking van het Bloedteken. Bij de letterlijke besnijdenis vloeide er bloed. Bij de besnijdenis van het hart (Romeinen 2:29), zien wij dit bloed in de kruisiging van het vlees en, in het bijzonder, van onze tong: “Maar híj is Jood die het in het verborgene is, en dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.” (Rom.2:29)
Zoals in Handelingen 2:3-4 de discipelen spraken in nieuwe tongen (een menselijke tong weliswaar) en de Naam des Heren werd grootgemaakt, zo moet ook God in ons leven komen met – letterlijk – nieuwe tongen, die de Geest geeft uit te spreken:
“En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen (of: nieuwe tongen), zoals de Geest hun gaf uit te spreken.” (Hand.2:3-4)
Onze tong is van nature een kwaad lid, van de hel ontstoken, zegt Jakobus 3:6+8,

  • “Ook de tong is een vuur, een wereld van ongerechtigheid. Zo staat het met de tong onder onze lichaamsdelen (SV: onze leden). Ze besmet het hele lichaam, en zet onze levensloop vanaf het begin in vlam, en ze wordt zelf door de hel in vlam gezet (SV: ontstoken).”
  • “Maar de tong kan geen mens temmen. Ze is een niet te bedwingen kwaad, vol dodelijk vergif (SV: venijn).”

Wij kunnen met deze tong niet tegelijkertijd God loven en prijzen èn de mensen veroordelen en bekritiseren. Daarom dat onze tong moet worden gekruisigd en onder de macht van de Heilige Geest moet worden gesteld, waardoor wij in staat zijn in nieuwe tongen te spreken, een vlekkeloze taal, Zijn taal; waarvan Paulus in 1 Korinthe 14:2 zegt:
“Wie namelijk in een andere (SV: vreemde) taal spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God, want niemand begrijpt het, maar in zijn geest spreekt hij geheimenissen.”
Wij kunnen dus de Here alleen met deze bezoedelde en verdoemelijke tong verheerlijken als Hij die tong kruisigt en in Zijn macht heeft. In dat gekruisigd worden ziet u het bloed. Hoe verderfelijk die tong van de oude Adam is, leest u in Romeinen 3. Geen wonder dat dit hoofdstuk opent met de besnijdenis in de voorhuid (het vlees): “Welk is dan het voordeel van de Jood? Of welk is de nuttigheid van de besnijdenis?” (Romeinen 3:1, SV)
In Romeinen 2:25-27 lezen wij:
“Want de besnijdenis heeft wel nut als u de wet houdt, maar als u een overtreder van de wet bent, is uw besneden zijn tot onbesneden zijn (als met voorhuid) geworden. Als dan een onbesnedene (dus: met voorhuid) de verordeningen van de wet in acht neemt, zal zijn onbesneden zijn dan niet tot besnijdenis gerekend worden? En zal hij die overeenkomstig de natuur onbesneden is, maar die de wet volbrengt, u dan niet oordelen, die mét de letter van de wet en de besnijdenis een overtreder van de wet bent?”
Met andere woorden, die hele besnijdenis is thans van nul en generlei waarde, want als u in één ding struikelt, dan struikelt u in de gehele wet: “Want wie de hele wet in acht neemt, maar op één punt struikelt, die is schuldig geworden aan alle geboden.” (Jakobus 2:10)
U moet aan alle van de wet eisen voldoen, maar er is geen mens die in eigen kracht voor 100% aan de wet kan voldoen. Daarom was het nodig dat Iemand kwam Die aan de gehele wet kon voldoen. God Zelf kwam, in Christus, en kon aan het kruis dan ook zeggen: “Het is volbracht!” Ook de Schrift zegt: “Want het einddoel van de wet is Christus.” (Romeinen 10:4a)
En als deze wet dan eindigt, dan moet er iets anders voor in de plaats treden. Dat kan niets anders zijn dan Christus’ inwoning. En dit is wat de Schrift verstaat onder de tweede, de geestelijke besnijdenis:
“Want niet híj is Jood die het in het openbaar is, en niet dát is besnijdenis die in het openbaar in het vlees plaatsvindt, maar híj is Jood die het in het verborgene is, en dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God. (Romeinen 2:28-29)
Omdat het oude had afgedaan, moest het nieuwe komen. Ook een oud testament heeft afgedaan als u een nieuw testament bij de notaris laat maken. Waarom is dit nodig? Het antwoord vinden wij in Romeinen 3:10-14, “Zoals geschreven staat: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één. Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen. Hun mond is vol vervloeking en bitterheid.”
Hier wordt ons het portret getekend van de mens in de oude Adam-natuur, zoals God hem ziet in zijn oude, onbekeerde staat en dat ondanks de wet! (zie Romeinen 3:19)
De waarheid is altijd hard voor hen die zich veroordeeld voelen; hard voor ons vlees. Maar dit vlees moet worden gekruisigd en dit doet altijd pijn! Maar wie zijn wij, die God willen voorschrijven hoe Hij het moet doen?
Laten wij nu terugkeren tot Exodus 4:27b, waar God tot Aäron zei om Mozes tegemoet te gaan. Daar lezen wij: “hij (= Aäron) ging en ontmoette hem (= Mozes) … en kuste hem. Dit zijn twee feiten: een ontmoeting en een kus. Er moet eerst een ontmoeting zijn vóór er sprake kan zijn van een kus, een begroeting. Gods eis is nooit veranderd, omdat God Zelf niet verandert. De eis in het Oude Testament is dezelfde als in het Nieuwe Testament. God eist: eerst een ontmoeting met onze Bloedbruidegom en dan volgt de kus der gemeenschap, die ook spreekt van verzoening.
Als wij Jezus ontmoeten in ons leven en Hem aannemen als onze persoonlijke Zaligmaker, dan is er ook volkomen vergeving en verzoening, want “God was het namelijk Die in Christus (Jezus) de wereld met Zichzelf verzoende.” (2 Korinthe 5:19)
En groeit u door de Heilige Geest in dat nieuwe leven, dan komt u tot de ervaring van de gemeenschap door diezelfde Geest.

Wordt vervolgd

CJH Theys
Enigszins bewerkt door A. Klein

***********************************************************************************

[1] Schriftuurlijk Pinksteren = Waarmee vooral (Pinkster)gemeentes en -gelovigen worden bedoeld, waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. (noot AK)
[2] In Deuteronomium 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!)
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (= geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit 3 Personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
  • de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
  • de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
  • de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest. (noot AK)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Heiligmaking, Studie van CJH Theys, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Tabernakel symbolieken (12): Het REUKALTAAR en het reukwerk

 wierook-altaar

  • U moet ook een altaar (SV: reukaltaar) voor het branden van reukwerk maken. Van acaciahout moet u het maken; zijn lengte moet 1 el zijn en zijn breedte 1 el – vierkant moet het zijn – en zijn hoogte 2 el. De bijbehorende hoorns moeten er één geheel mee vormen. U moet dat vervolgens met zuiver goud overtrekken, zijn bovenkant, zijn wanden rondom, en zijn hoorns. Ook moet u er een gouden rand (SV: gouden krans) omheen maken. Ook moet u er 2 gouden ringen voor maken, onder de rand ervan; aan zijn beide kanten moet u die maken, aan weerskanten ervan. Ze moeten dienen als houders voor de draagbomen om het altaar daarmee te dragen. Verder moet u de draagbomen van acaciahout (SV: sittimhout) maken en ze met goud overtrekken. U moet het vervolgens vóór het voorhangsel, dat voor de ark van de getuigenis hangt, plaatsen, vóór het verzoendeksel, dat boven de getuigenis is, waar Ik u zal ontmoeten (SV: waarheen Ik met u samenkomen zal). En Aäron moet daarop geurig reukwerk (SV: welriekende specerijen) in rook laten opgaan. Elke morgen als hij de lampen in orde gebracht heeft, moet hij het in rook laten opgaan. Ook als Aäron de lampen tegen het vallen van de avond zal aansteken, moet hij het in rook laten opgaan. Het moet een voortdurend reukwerk zijn voor het aangezicht van de HEERE, al uw generaties door.” (Exod.30:1-8)
  • Vervolgens maakte hij het reukofferaltaar van acaciahout. Zijn lengte was 1 el, zijn breedte was 1 el – het was dus vierkant – en zijn hoogte 2 el. De bijbehorende hoorns vormden er één geheel mee. Hij overtrok het met zuiver goud, zijn bovenkant, zijn wanden rondom, en zijn hoorns; en hij maakte er een gouden rand omheen. Ook maakte hij er 2 gouden ringen voor, onder de rand ervan, aan zijn beide kanten, aan weerskanten ervan, als houders voor de draagbomen, om het altaar daarmee te kunnen dragen. Verder maakte hij de draagbomen van acaciahout en overtrok ze met goud.” (Exod.37:25-28)
  • “Daarna zette hij het gouden altaar in de tent van ontmoeting (SV: tent der samenkomst), vóór het voorhangsel, en hij liet daarop geurig reukwerk in rook opgaan, zoals de HEERE Mozes geboden had.(Exod.40:26-27)

Het REUKALTAAR (Exod.30:1-8 + 37:25-28 + 40:26-27) stond, naar de ordeningen Gods, vlak voor het voorhangsel en dus ook vlak voor het verzoendeksel van de Ark des Verbonds, die in het allerheiligdom stond, waar de Here God tot Zijn volk wilde komen.
Andere benamingen voor het reukaltaar zijn: reukofferaltaar en gouden altaar” (Exod.40:26). Het is net als de Tafel Met Toonbroden en de berderen (= houten planken) gemaakt van acaciahout en overtrokken met plaatgoud. Het zullen hier vanzelfsprekend acaciahouten planken geweest zijn waar het van vervaardigd was.
Het bovenvlak van dit reukaltaar was vierkant met 1 el als lengte en breedte, terwijl de hoogte ervan 2 el was. Uit de 4 hoeken boven schoten (als koehoorns) 4 hoorns omhoog, die, eveneens uit acaciahout gesneden zijnde, overtrokken moesten zijn met “louter goud”. Om de bovenrand was er een lijst of krans vervaardigd.
Boven op dit reukaltaar werd het gouden “REUKVAT” gelegd, waarop 2x daags gloeiende kolen uit het brandofferaltaar werd gelegd en over dit kolen-reukwerk werd gestrooid, zodat er een voortdurende branding van geurig reukwerk tot God opsteeg. Dit reukwerk moest “elke morgen”, ten tijde van het “morgenoffer” (9 uur ‘s morgens; Exod.30:7) en ten tijde van het “avondoffer” (3 uur ‘s middags; Exod.30:8) worden aangestoken.
Het vuur hiervoor moest “heilig vuur” zijn; namelijk van het “brandofferaltaar”, dat afkomstig was van het hemelse vuur; het vuur dat uit de hemel kwam op het eerste offer van Aäron. Het mocht geen “vreemd vuur” zijn, zoals dat van Nadab en Abihu (Lev.10:1).
Aäron en zijn zonen – de hogepriester en de priesters – moesten dit werk doen (Num.18:7, Luk.1:8-10). Op hoogtijden deed de hogepriester dit werk zelf (bij zijn inwijding; op de Grote Verzoendag; op de sabbatdagen; op het feest van de nieuwe maan en op andere gezette hoogtijden).
Ten tijde van de Grote Verzoendag moest de hogepriester verzoening doen over dit reukaltaar en over zijn hoorns (Exod.30:10, Lev.16:18-19) met het bloed van de var en het bloed van de bok, die “voor de Here” was, om dat altaar te ontzondigen. Dan werden de hoorns rondom met dat bloed bestreken en werd er 7x op het “dak” van het reukaltaar bloed gesprenkeld. Deze reiniging, éénmaal per jaar, onder dat bloed – dat een heenwijzing vormt naar het Bloed van het Lam van God – vertelt ons, dat het biddend en aanbiddend hart van Gods kind bij voortduring zichzelf moet stellen onder het reinigend Bloed van Christus voor alle bewuste of onbewuste afwijkingen (van God en gebod), om dit hart van Gods kind, dat zijn gebedsaltaar is, in de REINHEID van God te houden. In het bastion, gevormd door het hart van Gods kind, mag geen zonde zijn!

Het reukwerk

Op dit reukaltaar mocht geen “vreemd reukwerk” gelegd worden en ook geen “brandoffer”, “spijsoffer” of “drankoffer” (Exod.30:9). Het door God Zelf voorgeschreven reukwerk (Exod.30:34-38) vormt, zoals wij zullen zien, een verheerlijking van het door het Lam Gods gebrachte zoenoffer en van de Liefde Gods, die ons dit offer gaf tot onze verzoening (Joh 3:16, 2Kor.5:19).
De ingrediënten van dit reukwerk waren:
Mirre: die ook een ingrediënt vormde voor het balsemen van doden en voor het vervaardigen van de heilige zalfolie. Het is een gomsoort van de mirreboom (een acacia-achtige boom), die ons vertelt van de tedere liefde Gods, die ons geopenbaard wordt door het (kruis)offer te Golgotha.
Oniche: is een schelpsoort die heerlijk geurt na verbranding en die ons vertelt van het heerlijke opstandingsleven, het heerlijke NIEUWE leven, dat een wedergeboren kind van God ervaart, na het waarlijk afgestorven zijn aan de zonde en aan de begeerten van het oude leven.
Galban: een harssoort van de galbanstruik, die ons ook spreekt van de Liefde Gods in het lijden van Christus voor ons.
Wierook: ook een harssoort, van de wierookboom, die ons spreekt van het gebedsleven en van de aanbidding van het kind van God.
Dit heilige reukwerk mocht enkel en alleen op het reukaltaar voor God worden geofferd. Geen mens mocht het gebruiken om ernaar te ruiken. Dit wil zeggen dat geen mens zich de heerlijkheid die de Here alleen toekomt mag toe-eigenen op straffe des doods. Zo’n mens sterft een geestelijke dood (Jes.42:8 + 48:11).

Verdere geestelijke betekenis

Het REUKALTAAR vormt een heenwijzing naar het – in het Bloed van het Lam gereinigde – hart van het biddende kind van God en het brandende reukwerk vormt een heenwijzing naar zijn/haar gebeden, smekingen, voorbiddingen en aanbiddingen (Ps.141:2, Openb.5:8 + 8:3).
Het reukaltaar stond vlak voor het VERZOENDEKSEL van de ark des verbonds, waar de Here God wilde wonen in het midden van Zijn volk. Wij zien hier dus een ontmoetingsplaats tussen het biddende kind van God en zijn/haar Vader-God. Het verzoendeksel vormt, zoals wij zullen zien, een heenwijzing naar onze Verzoener, Verlosser en Zaligmaker, onze Here Jezus Christus. Hierop rustte en woonde de Shekina-heerlijkheid [1] van God, de openbaring van de Here God Zelf. Nogmaals: Wij zien hier een ontmoetingsplaats tussen het biddende kind van God en zijn Vader-God.
Ook bemerken wij de belangrijke plaats die het gebedsleven in het leven van een kind van God in moet nemen door de plaats van het reukaltaar (namelijk: vlak voor de ark des verbonds, de plaats waar God bij Zijn volk wilde wonen).
Het reukaltaar was vervaardigd van acaciahout, maar was geheel met goud overtrokken, waardoor dit altaar ook wel eens “gouden altaar” werd genoemd (in tegenstelling tot het “koperen altaar”, zijnde het brandofferaltaar in de voorhof). Dit goud vertelt ons dat de gebeden van het kind van God gedragen, geleid en gedreven moeten zijn door de Heilige Geest van God (Rom.8:26-27, 1Kor.14:14-17).
Het VIERKANTE bovenvlak van dit altaar zegt ons dat dit gebedsaltaar voor alle 4 de hoeken van de wereld is; ook de 4 hoorns spreken van KRACHTIGE GEBEDSVERHORINGEN voor alle mensen, uit alle 4 de windstreken, op grond van het gestorte Bloed van het Lam. Van dit laatste spreekt het, rondom de 4 hoorns, bestrijken van het bloed van de zondoffers (var en bok) en het 7x besprenkelen van dit bloed op het “dak” van het reukaltaar op de Grote Verzoendag (Lev.16:18-19).
De “krans” (of “kroon”) spreekt ook hier weer van GEMEENSCHAP met de HEERLIJKHEID Gods, die de bidder heeft, als hij/zij een ontmoeting heeft met God.
De VOORTDURENDE branding van het reukwerk – elke morgen en elke avond vernieuwd – vertelt ons van een voortdurend gebedsleven, zowel collectief, als individueel. Het bidden moet ons als het ware een “tweede natuur” worden (Hand.10:1-2, 1Thess.3:10 + 5:17-18).
Er mocht geen “vreemd vuur” gebruikt worden bij het branden van het reukwerk; ook mocht er hierbij geen “vreemd reukwerk” gebruikt worden. Dit wil zeggen: onze gebeden moeten zuivere motieven kennen. Ze moeten rein en heilig zijn én gedreven door de LIEFDE en BEWOGENHEDEN Gods en enkel en alleen strekken tot verheerlijking van het Lam van God en de GENADEWERKINGEN Gods.
Er mochten geen spijsoffer, drankoffer of brandoffer op dit reukaltaar komen. Ons gebedsleven mag niet gedreven worden door WETTISCHE motieven of gebonden zijn aan WETTISCHE beginselen, omdat een wettische instelling de liefde en de genade Gods en de werkingen van de Heilige Geest in ons doodt! Geen vaste, opgelegde uren dus, waardoor het gebedsleven een last, een plicht, wordt, maar het moet gedreven worden door de werkingen en de stuwingen van de Liefde Gods in ons alleen.

“HEERE, HEERE, God,
barmhartig en genadig, geduldig en
rijk aan goedertierenheid en trouw”
(Exodus 34:6, HSV)

Tabernakel symbolieken blz 41
Het reukofferaltaar in het Israëlitisch heiligdom

.

Wordt vervolgd

Studie van bijbelleraar E. van den Worm
Enigszins bewerkt door A. Klein

***********************************************************************************

[1] De Shekinah (Hebreeuws שְׁכִינָה H8701) geeft de Goddelijke aanwezigheid aan, in het bijzonder in de Tempel te Jeruzalem. Ten tijde van de Uittocht was deze zichtbaar in de vorm van een wolk- en vuurkolom. (noot AK)
.

******************************
Tabernakel symbolieken

  1. Algemene beschouwing met betrekking tot de tabernakel
  2. Hoe hebben de Israëlieten een kostbaar kunstwerk, als de tabernakel, in de woestijn kunnen bouwen?
  3. Plattegrond en constructie van de tabernakel
  4. De tabernakel brengt ons als Christen – in symboliek – de 9 ‘etappes’ die tot onze volmaking leiden
  5. De Poort
  6. Het koperen Brandofferaltaar
  7. Het koperen Wasvat
  8. De WONING of eigenlijke tabernakel
  9. De DEUR en de heilige zalfolie
  10. De Tafel met Toonbroden
  11. De GOUDEN 7-voudige KANDELAAR

.

 

Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van E van den Worm, Tabernakel-studie, Volmaaktheid in Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Bloed en Bruidegom – Bloedbruidegom, deel 1 (n.a.v. Exodus 4:24-26)

Het woord “Bloedbruidegom” bestaat uit twee delen: Bloed en Bruidegom.
Bloed spreekt van verlossing (door Jezus’ kruisdood) en
Bruidegom spreekt van gemeenschap (door de doop des Geestes).

Bloedbruidegom

Om te beginnen wil ik u vragen om Exodus 3 en 4 voor uzelf aandachtig te lezen, want wij leven in de dagen dat de dingen die hier beschreven worden in ons leven geldend zullen worden.
Hoedanig was de roeping van Mozes? Daarvoor moeten wij gaan naar Exodus 3:2-5 en 10:

  • “En de Engel van de HEERE verscheen hem (= Mozes) in een vuurvlam uit het midden van een doornstruik. Hij keek toe, en zie, de doornstruik brandde in het vuur, maar de doornstruik werd niet verteerd. Mozes zei: Laat ik nu naar dat indrukwekkende verschijnsel gaan kijken, waarom de doornstruik niet verbrandt. Toen de HEERE zag dat hij ging kijken, riep God tot hem uit het midden van de doornstruik en zei: Mozes, Mozes! Hij zei: Zie, hier ben ik! En Hij zei: Kom hier niet dichterbij. Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop u staat, is heilige grond.” en “Nu dan, ga op weg. Ik zal u naar de farao zenden, en u zult Mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden.” [1]

Wij lezen hier dat Mozes’ roeping gekenmerkt werd door VUUR, dat alhoewel brandende… niet verteerde! Hierin zien wij een schaduwbeeld van kinderen Gods, die door God worden geroepen en geroepen zijn. In het bijzonder van hen, die de Here roept tot leiderschap in de laatste dagen. En deze roeping van God, niet van mensen, wordt gekenmerkt door hemelvuur. God zal met Zijn Persoonlijk getuigenis zijn in iedere zuivere, Schriftuurlijke roeping. Het doet er niet toe waartoe Hij u roept: tot evangelist, herder of leraar. God Zelf zal met Zijn getuigenis in uw (of andermans) leven zijn en VUUR zal daarvan het kenmerk zijn: een onweerstaanbare kracht voor hen die in de laatste dagen door God geroepen zijn. U leest in Exodus 4:27 dat ook Aäron door God werd geroepen: “De HEERE zei tegen Aäron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging en ontmoette hem bij de berg van God en kuste hem.” Zijn roeping lag echter anders dan die van Mozes. Mozes gaf leiding in alle zaken; hij was degene die God nummer één had geroepen. Hij was de bemiddelaar tussen God en het volk; hij was de stem van God Zelf in Israël, ja hij was ‘als God’ in Israël. Zo worden ook wij allen bekwaam gemaakt voor de taak waarvoor God ons roept door de doop met de Heilige Geest, door vuur. En als wij wandelen naar Zijn wil en geboden en Hem verheerlijken met ons leven, zal God altijd met getuigenis aanwezig zijn in onze bediening! Maar als wij frauderen, doen wij Hem tekort, dan komen wij onmiddellijk LEEG te staan.

.

Roeping en zending

Na de roeping van Mozes volgde zijn zending. Dat lezen we in Exodus 3:14 (SV):

  • “En God zei tot Mozes: IK ZAL ZIJN, Die IK ZIJN ZAL! Ook zei Hij: Alzo zult gij tot de kinderen Israëls zeggen: IK ZAL ZIJN heeft mij tot ulieden gezonden!”

“IK ZAL ZIJN, Die IK ZIJN ZAL” zond hem. “IK ZAL ZIJN” is toekomstig. Bij de behandeling van het Johannes-evangelie hebben wij gesproken over de “IK BEN”, in de tegenwoordige tijd! Deze IK BEN, Jezus, was de Openbaring, de Manifestatie van God. Hij had het daarom niet nodig om te zeggen: “Ik zal zijn”. Hij was de IK BEN! Mozes’ zending komt neer op een persoonlijke kennismaking met Degene Die in het brandende braambos verbleef. Deze kennismaking is ook noodzakelijk voor een ieder heden ten dage, die door God wordt geroepen en uitgezonden. Velen ontvangen een roeping en denken, dat ze dan direct moeten gaan. Doe dat niet! Wacht, wacht (!) totdat u gezònden wordt. God heeft een tijd waarop Hij u tegemoet treedt voor een persoonlijke kennismaking en zending.
Begin 1928 kwam Zijn roeping tot mij en toen werd mijn hart met vrees vervuld. En toen die vrees in mijn hart kwam, werd ik hoe langer hoe onrustiger. Ik was nog een jonge werker en meende, dat als God je riep, je de volgende dag moest vertrekken. Nu had ik altijd gezegd: “Zend mij, Heer!”, maar daarbij ook gedacht: “Maar niet te ver van Soerabaja (het toenmalige Ned.-Indië)!” Om helemaal naar de oosthoek van Java te moeten gaan, dat zat me niet lekker. Omdat ik hierop dus niet durfde door te gaan, was mijn hart onrustig… totdat ik na afloop van een samenkomst door mijn voorganger werd geroepen. “Wat is er met jou aan de hand?” zei hij, “Het staat op je gezicht te lezen, dat je ergens mee zit”. Wel, in het gesprek daarop vertelde hij mij van die wachttijd. Hijzelf had één jaar moeten wachten voordat God zijn weg had vrijgemaakt. “Wacht dus op Hem, als je de roeping hebt ontvangen; de Geest van God zal je leiden”. En toen was ik blij en zo rustig. Mijn roeping werd hoe langer hoe meer bevestigd en toen iemand uit Situbondo kwam vragen of iemand uit Soerabaja oostwaarts wilde gaan, was ik BEREID!
Het is wonderbaar als God Zelf u roept. Leer op Hem te wachten. En speur in die wachtenstijd Zijn Woord na. Dan wordt u gesterkt door de Heilige Geest en overtuigd van de roeping – u ontvangt zekerheid van de roeping – zodat alle vrees en twijfel worden uitgebannen uit uw leven.
Deze voorganger moest zo lang wachten, omdat – hoewel hijzelf wilde gaan – zijn vrouw (nog) niet wilde. God wil niet dat, als wij gaan, wij nog hinken op twee gedachten. Als twee samenstemmen over één zaak, in dit geval man en vrouw, en zij zijn klaar om te gaan, dan zegent de Here wonderbaar. Dikwijls is de echtgenote wel gewillig om te gaan, maar kan zij niet direct overschakelen naar dat geloofsleven. Want het is een hele omschakeling om bijvoorbeeld geen vast inkomen meer te hebben. Als werknemer van een aardse werkgever krijg je een vast salaris. Als werknemer van God ga je op de bonnefooi (= op goed geluk). Wisselvallige inkomsten, daar moet een vrouw haar huishouden naar regelen. Ook kan het gebeuren dat de vrouw niet wil! Dit heeft eens zo’n vrouw een zwaar ziekbed gebracht, totdat zij waarlijk leem wilde zijn in de handen van de Pottenbakker. Als Hij Zijn hand heeft gelegd op ons leven, dan worden wij gekneed en Hij wéét ons te kneden! Zodra wij “JA” zeggen op hetgeen God wil in ons leven, is er OVERWINNING.
Wachten op God leert ons onafhankelijk te zijn van de mensen. Het geeft ons de noodzakelijke zekerheid en moed. En als wij uiteindelijk gaan, zullen wij niet meer hinken op twee gedachten. Daarom, als God roept, vrees dan niet. Heb geen haast, maar wacht op Zijn zending. God riep Paulus van Tarsen; hij moest drie dagen wachten. God riep Johannes, Petrus, Andreas, en ze hebben 3½ jaar met Hem gewandeld voordat zij werden uitgezonden. Daar is dus een WACHT-TIJD, waarin wij worden aangegord met kracht van boven. Als wij dan weten een geroepene van Hem te zijn, dan, waar Hij u ook zendt, daar vindt u open deuren. Hij effent de weg, zoals ik heb ondervonden. Mijn weg en mijn hele leven is gekenmerkt geweest “Gezonden door God”. Overal met Jezus!
Mozes werd dus gezonden naar Egypte om verlossing tot stand te brengen. Dat was het doel van zijn roeping en zending.
Als ù wordt geroepen door God zal het doel van ùw zending eveneens zijn: verlossing te brengen. Net zoals in het geval van Mozes. Want God wil nog altijd zielen verlossen uit de macht van satan.
Eén van de eerste dingen die wij te verwachten hebben als God ons zendt, is: tegenwerking van mensen. In Exodus 4:1 lezen wij, dat Mozes zei:

  • “…Maar zie, zij zullen mij niet geloven en niet naar mijn stem willen luisteren, want zij zullen zeggen: De HEERE is niet aan u verschenen.”

Mozes hield rekening met de mogelijkheid van onwilligheid bij het volk om hem te erkennen. En dit is ook nu nog een reële mogelijkheid. De duivel werkt juist in de harten van hen, die zich Gods kinderen noemen! Van hen zult u de meeste tegenstand ontmoeten. Jezus kwam tot het Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Ananias werd tot Paulus gezonden en op zijn tegenwerping moest God hem verklaren “waarom”, vóórdat hij ging.
Wat beslist nodig is als wij op Gods bevel uitgaan, is: dat wij gaan in de kracht des Geestes. Dat leren wij uit Exodus 4:20,

  • “Toen nam Mozes zijn vrouw (Zippora) en zijn zonen, liet hen op een ezel rijden en keerde terug naar het land Egypte. En Mozes nam de staf van God in zijn hand.”

Mozes nam niet alleen zijn vrouw en zijn gezin met zich mee, maar ook de “STAF GODS”! Deze Staf is een machtig schaduwbeeld van de kracht van de Heilige Geest door het kruis. Daarmee moeten alle wonderen en tekenen gedaan worden. Ook nu moeten alle wonderen en tekenen geschieden door de kracht van de Heilige Geest en op grond van het kruis (door het bloed des kruises). Daar waar de Heilige Geest en het Bloed ontbreken, hebben wonderen en tekenen plaats op dezelfde basis als waarop Jannes en Jambres werkten, die hetzelfde deden wat Mozes deed. Wonderen der leugen!
De Heilige Geest manifesteert Zich in wonderen en tekenen, waardoor Jezus Christus en Dien gekruisigd wordt verheerlijkt. Daarom zien wij hier ook bloed, toen Zippora haar zoon besneed, en was Mozes de Bloedbruidegom. Desgelijks is de Here Jezus een Bloedbruidegom voor een ieder die is besneden in de besnijdenis des harten door de Heilige Geest. Wij komen hier nog op terug. De besnijdenis van de Islamieten is van nul en generlei waarde, ook al verwijzen zij naar de Koran, die een plagiaat (en verdraaiing) is van de Heilige Schrift. Zij doen het zonder geloof in Hem, Die dit heeft ingesteld als een verbond tussen Hem en Abraham en zijn zaad.
Wij lezen dan verder, dat God enerzijds er bij Farao op aandrong om het volk Israël te laten gaan, terwijl Hij anderzijds Farao’s hart verhardde om Israël niet te laten gaan:

  • “De HEERE zei tegen Mozes: Nu u naar Egypte gaat terugkeren, zie erop toe dat u al de wonderen waartoe Ik u in staat gesteld heb, vóór de farao doet. Ikzelf echter zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan.” (Exodus 4:21)

Waarom doet God dat? Het lijkt op het tegendeel, maar toch is hier eenheid van handelen! God verandert niet. Zijn ja is ja, en Zijn neen is neen! Het verstokken (= verharden) van Farao’s hart wil niet zeggen, dat diens wil werd uitgeschakeld. Zijn persoonlijkheid bleef bestaan; hij kon zijn eigen wil doen gelden. Wat betekent het dan, dat zijn hart verstokt (= verhard) werd? Wij moeten dit aldus verstaan: God stopte met Zijn bemoeienis, Hij trok Zijn hand terug van Farao. Als God Zich terugtrekt uit iemands leven, is die mens geheel, compleet, aan zichzelf overgelaten en is zijn vlees een werktuig van satan. Niets is er dan meer van God, zodat de vleselijke geest en de vleselijke wil prevaleren. God wordt dan niet meer in het leven gekend. Als iemand afdwaalt, willens en wetens, nadat hij de heerlijkheid van God heeft ervaren, zal hij niet meer Gods hand voelen, tenzij hij weer tot God komt, tot besef en tot belijdenis! In de gelijkenis van de verloren zoon ziet u dit. Hij wilde zijn wil doorzetten en vertrok… En u ziet, toen de hand van de bemoeienis in zijn leven niet meer werd gevoeld, toen die hand zich terugtrok, dat het hem hoe langer hoe meer bergafwaarts ging, dat hij hoe langer hoe meer wegzonk in de poel van ongerechtigheid en zonde. Heden ten dage zijn er vele kinderen Gods die niet geherderd willen worden, die menen wel “op eigen benen” te kunnen staan. God trekt Zich dan terug uit hun levens. Zie om u heen, wat van die levens terechtkomt! Het is moeilijk in zulke gevallen te verstaan dat God liefde is. Tòch is Hij liefde, ondanks dat Hij Zijn hand terugtrekt. Hij kan die liefde niet doen gelden in een onwillig hart.
Eén ding hebben wij nog niet aangeroerd. Als God ons zendt, geeft Hij ons ook een bóódschap mee. En nu is één van de belangrijkste waarheden die wij vinden in de geschiedenis van Mozes’ roeping en zending deze: dat hij de boodschap die hij moest brengen eerst zelf doorleefd moest hebben! Dit brengt ons straks tot het eigenlijke onderwerp van onze studie.

.

Mozes’ boodschap

Nu eerst iets over deze boodschap. Mozes moest zeggen tot Farao:

  • “Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.” (Exodus 4:22b)

En hier hebben wij dan een diep schaduwbeeld, want Israëls verlossing uit Egypte is uiteindelijk de verlossing van de kinderen Gods uit de wereld en hun uitleiding door de woestijn naar het hemelse Kanaän. Dat betreft degenen die het “eerstgeboorterecht” hebben; zij die wedergeboren zijn. Zij behoren dus tot het volk, dat door God verlost zal worden uit de wereld en door de woestijn zal worden geleid naar de hemelse woningen in het grote Vaderhuis. Op dezelfde wijze als in typebeeld is geschied. De geestelijke eerstgeboorte is de wedergeboorte: “…de gemeente van de eerstgeborenen (= de wedergeborenen), die in de hemelen opgeschreven zijn….” (Hebreeën 12:23)
In Johannes 3:5, zegt Jezus:

  • “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet (weder)geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan.”

Niet wedergeboren zijn, betekent verloren zijn! De wedergeboorte is de standaard en de eis van de Nieuwe (tijds)Bedeling. Als God dus in Exodus 4:22 spreekt over “Mijn eerstgeborene” dan begrijpen wij, dat het nu voor ons aankomt op wedergeboorte. Een Christen volgens de Schrift is een bekeerde zondaar, die is gekomen tot de waterdoop, de wedergeboorte en de doop met de Heilige Geest (dit laatste is hetgeen waarop wij krachtens de wedergeboorte recht hebben; het aan de eerstgeboorte verbonden “eerstgeboorterecht”). Dit is de door God gestelde ordening. Wedergeboorte is de eis van God.
Jezus is als Mens gestorven, gekruisigd voor de gehele mensheid. Hij is het dan ook, Die ons volkomen kan verlossen en zaligmaken; een ieder die wil, naar lichaam, ziel en geest. Het is dus ook mogelijk om naar lichaam, ziel en geest wedergeboren te worden en via de weg van reiniging door de Heilige Geest te worden heilig gemaakt. Dus niet wijzelf doen het! Maar als dat niet gebeurd in ons leven, dan is het omdat wij NIET WILLEN! Johannes 3:16 geldt voor allen:

  • “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”

En wie niet wil, wordt Mattheüs 23:37 indachtig gemaakt, waar Jezus zegt: “Jeruzalem, Jeruzalem,… Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen,… onder Mijn vleugels; maar u hebt niet gewild!”
Wat Hij in het volgende, 38ste vers (van Mattheüs 23) zegt, is letterlijk gebeurd: Jeruzalem werd verwoest, gebrandschat (= leeggeplunderd). En ook het leven van een onbekeerde en onwedergeborene verloopt alzo. Al gaat hij niet lichamelijk dood, geestelijk is hij hier in dit leven al dood. Het ligt niet aan God; Hij laat geen kans voorbijgaan om ons tot bekering te roepen en te brengen tot dat leven, dat uitzicht geeft op een beter leven hierna.
De wedergeboorte is maar het begin van wat straks aanschouwd wordt in degenen die de Bruiloftszaal zullen binnengaan. Er is sprake van een zekere “progressie” in de eindtijd:

  • Het is nu: Slechts wedergeborenen beërven het Koninkrijk Gods
  • Het zal straks zijn: Slechts “die gereed zijn, gaan in”:

“Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten.” (Mattheüs 25:10, SV)
Maar het begint met wedergeboorte: de mensen die de antichrist eenmaal zullen volgen en aanbidden, ontvangen het getal 666. Dat is het getal van de onwedergeboren mens; geschapen op de 6de dag, 3×6 wat staat voor lichaam, ziel en geest.
Toets uw eigen leven. Is er stilstand, geen vooruitgang, berust daar dan niet in en denk niet: “Er is ook geen achteruitgang”, want stilstand is achteruitgang! Hoe kan er stilstand zijn, als u rank bent aan de Wijnstok (= als u wedergeboren bent), en Zijn LEVENS-sappen u voeden? U kunt uw leven toetsen aan dat van anderen, die al dan niet vooruitgang constateren. U kunt de schijn aannemen dat u vurig bent. Maar in Schriftuurlijk Pinksteren [2] blijft niets verborgen. Gods Geest is daar om ons uw leven te openbaren! Zegt de Schrift niet dat wij open brieven voor elkaar zijn? Als één van ons koud is geworden, niet meer actief, dan wordt dat opgemerkt door de anderen. Laten wij daarom wandelen in het Licht. Satan begint steeds daar waar u het meest kwetsbaar bent. U kunt dit weten: “Want zijn (= satans) gedachten zijn ons niet onbekend.” (2 Korinthe 2:11). En als u oprecht bent, zal de Heilige Geest u steeds waarschuwen vóórdat de satan toeslaat.
Het tweede deel van Mozes’ boodschap vinden wij in Exodus 4:23,

  • “Daarom zeg Ik tegen u: Laat Mijn zoon gaan, zodat hij Mij kan dienen. Maar u hebt geweigerd hem te laten gaan, zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene, doden.”

Deze boodschap van Mozes voor Farao heeft een diepere betekenis dan wij denken. Als God dit zegt: “Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene (dat is: het wedergeboren leven in u) doden”, dan is er geen kans meer om opnieuw wedergeboren te worden. Dit zal plaats hebben als wij willens en wetens, met hart en ziel, alsnog komen tot verwerping van de Christus. Als wij de heerlijkheden gesmaakt hebben in de Here, weten wat verlossing is, goede gaven hebben bekomen van onze hemelse Vader, maar op een gegeven ogenblik – door de één of andere oorzaak die diep inwerkt in ons geestelijk leven – toch komen tot verwerping van Jezus Christus. De weg tot wedergeboorte is dan afgesloten. Het behoeft nog niet een lastering van de Heilige Geest te zijn, waarvoor geen vergeving is, maar toch komt het nabij wat geschreven is in Hebreeën 6:4-6,

  • “Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoot zijn geworden van de Heilige Geest, en die het goede Woord van God geproefd hebben en de krachten van de komende wereld, en die daarna afvallig worden, weer opnieuw tot bekering te brengen, omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.

Ziet u hier de ernstige waarschuwing? Eén enkel ogenblik van onbedachtzaamheid en u komt tot de verwerping van Jezus Christus… en u bent verloren! Zorg er dus voor dat er in uw hart geen dingen binnensluipen die enige wortel van bitterheid of haat doen opspruiten, want wie “doorns en distels” voortbrengt kan geen goed kruid voortbrengen. Hoe zwaar is het al niet voor iemand om terug te komen op de rechte weg. Hoeveel te meer als wij afvallig worden! Laten wij de Here daarom bidden, dat Hij onze ogen opent voor onze tekortkomingen, nu nog herstel mogelijk is. Van uitstel komt afstel. En de beste voornemens kunnen door de satan worden gebruikt om de weg naar de hel te plaveien. Dan wordt de Geest bedroefd en, bij voortduring van die toestand, tenslotte uitgeblust. Omdat de mens dan God verwerpt, verwerpt God hem en als Zijn hand niet meer in ons leven wordt gevoeld, komt de klauw van satan ervoor in de plaats. Denk maar aan Job. Zolang die betuining (= beschutting, zie Job 1:10) rondom hem was, was hij veilig. Maar zodra God Zijn hand terugtrok was hij een prooi van de duivel. In het geval van Job trok God overigens Zijn hand niet terug door Jobs eigen toedoen! Daarom zei God van hem tot satan: “Zijn ziel zul je niet hebben!”
Elke ziel die afdwaalt zal vroeg of laat ontdekken dat Gods bescherming om hem heen is weggevallen en als men dan niet oppast en tot bekering komt, kan het zover komen, dat men zichzelf van de genade van God afsnijdt! De weg van God leidt door vele beproevingen. Hoe velen zeggen, als zij beproefd worden: “God is toch liefde? Is dit nu een God van liefde? Ik wil niets meer met Hem te maken hebben”. Ze beseffen de draagwijdte van hun woorden niet. Dit is het ogenblik dat de satan hen aanvalt met hun eigen wapenen! Zij gaan dan niet meer naar de samenkomsten, want er is altijd wel iets waardoor wij kunnen wegblijven. Zij vergeten dat in deze gevallen satan zich voordoet als een “engel des lichts” en worden verstrikt door hun eigen begeerten: de lust der ogen, de begeerte van het vlees en de hovaardigheid. Lees in de Bijbel hoe satan te werk gaat en dank God dat u als Zijn kind wandelen mag in “dat licht”. God zegt: die zijn zonden belijdt en laat, die worden ze vergeven:

  • “Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” (1 Johannes 1:9)
  • “Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn, maar wie ze belijdt en nalaat, zal barmhartigheid verkrijgen.” (Spreuken 28:13)

Kijk om u heen. Een kind van God dat afvallig wordt, zondigt niet goedkoop! Het laatste van deze mens is erger dan het eerste, zegt Lukas 11:26,

  • “Dan gaat hij weg en neemt 7 andere geesten mee, die meer verdorven zijn dan hijzelf, en wanneer zij naar binnen gegaan zijn, gaan zij daar wonen; en het einde van die mens wordt erger dan het begin.”

En wat Petrus zegt in 2 Petrus 2:20-22 is wel heel duidelijk!

  • “Want als zij de besmettingen van de wereld ontvlucht zijn door de kennis van de Heere en Zaligmaker Jezus Christus, maar daarin opnieuw verwikkeld raken en daardoor overwonnen worden, dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste. Het zou immers beter voor hen geweest zijn dat zij de weg van de gerechtigheid niet gekend hadden, dan dat zij, nadat zij die hebben leren kennen, zich weer afkeren van het heilige gebod dat hun overgeleverd was. Maar hun is overkomen wat een waar spreekwoord zegt: De hond is teruggekeerd naar zijn eigen uitbraaksel en de gewassen zeug naar het rondwentelen in de modder.

Wordt vervolgd
(in totaal 3 delen)

CJH Theys
Enigszins bewerkt door A. Klein

***********************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)

[2] Schriftuurlijk Pinksteren = Waarmee vooral (Pinkster)gemeentes en -gelovigen worden bedoeld, waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. (noot AK)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Heiligmaking, Studie van CJH Theys, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Een overdenking bij Pasen: De afzondering van de laatste-dagen-Gemeente

Naar Galilea

Het is een opmerkelijk feit dat in het opstandingshoofdstuk van het Evangelie naar Mattheüs alle aandacht gericht wordt op een bepaalde plaats waar Jezus en Zijn discipelen elkaar zouden ontmoeten:

  • “En de elf discipelen zijn naar Galilea gegaan, naar de berg waar Jezus hen ontboden had.” (Matth. 28:16, HSV)

Meteen na dat machtige gebeuren van Jezus’ opstanding is er al sprake van, want de engel bij het graf zei tegen de vrouwen die daar kwamen: “…zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult u Hem zien…” (zie Matth. 28:7). En even later sprak Jezus Zelf in gelijke bewoordingen tot hen: “…bericht Mijn broeders dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien” (Matth. 28:10, HSV). En uiteindelijk lezen wij dan, dat de discipelen nader bepaald naar de berg in Galilea gaan, die Jezus hen kennelijk beschreven had. Een zeer bijzonder gegeven!
De indruk die wij hier krijgen, is dat, nadat de Heer het gehele werk volbracht had en glorieus was verrezen, het nu eerst tijd was voor een samenzijn met Zijn vertrouwelingen, om hen te bemoedigen en aanwijzingen te geven voor de taak die hen wachtte. Een nieuwe tijd was aangebroken. Nu was het de tijd voor de discipelen om het werk van Jezus voort te zetten in Zijn kracht en onder de leiding van de Heilige Geest. Nu moesten zij heengaan en het Evangelie van het Koninkrijk (van God) prediken. Met name droeg de Here Jezus hen op om “onderwijs” te geven:

  • “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen.” (Matth. 28:19, HSV)

Geen oppervlakkige boodschap, maar diepgravend onderricht hebben wij, en allen, nodig. Ja, juist wij die NU leven en die vaak denken alles al te weten! Met alleen maar de woorden “Jezus redt, halleluja!” komen we er niet!! Wees (als) kinderen in boosheid en/of slechtheid, maar wordt volwassen in geestelijk verstand en inzicht! (zie 1 Kor. 14:20)

.

De beschutte plaats

Aan oppervlakkige predikers met hun verhalen en met zogenaamde “kracht” (maar wat voor kracht!?) hebben wij vandaag de dag allerminst behoefte. Zij zijn ook niet door God aangesteld. Zij zijn de misleiders waarvoor onze Heer ons gewaarschuwd heeft. Gods Gemeente heeft OPENBARING nodig. Waar (voortgaande) openbaring ontbreekt, gaat het volk ten onder (zie Spr. 29:18).
Hoor wat Paulus vroeg aan de Kolossenzen:

  • “Bid meteen ook voor ons dat God voor ons de deur van het Woord opent, om van het geheimenis (SV: de verborgenheid) van Christus te spreken.” (Kol. 4:3a, HSV)

Waarom? Omdat de Gemeente door deze “deur van het Woord” moet worden binnengeleid in de “binnenkamers” van de Bruidegom (zie Hooglied 1:4 [1]), met als (eind)doel dat wij Hem waarachtig mogen kennen! Zoals geschreven staat in Filippenzen 3 vers 10: opdat ik Hem mag KENNEN, en de kracht van Zijn opstanding…”.
Ook hier, in het opstandingshoofdstuk van het Evangelie naar Mattheüs, wil de Heilige Geest ons iets OPENBAREN ten aanzien van de eindtijd. Christus’ kruisdood wijst op wonderbare wijze heen naar de Bruiloft van het Lam [2]. Zijn opstanding is een profetie van de opstandings-eeuw die daarna aanbreekt: Zijn 1000-jarig Vrederijk, waarin geen dood, noch verderf, noch ziekte gekend zullen worden! Maar eerst worden zij die waarachtig Zijn discipelen (= NAvolgers) zijn, tezamen geroepen; Zijn priestervolk, Zijn Bruidsgemeente. Zij worden tezamen gebracht door de Heilige Geest, en wel op een “geestelijke” plaats, een hooggelegen, heilige, maar ook veilige en beschutte plaats. In de eindtijd zal wat wij hier (in Mattheüs 28) lezen, zich herhalen. Het zal uiteindelijk zijn beslag krijgen in de wegname [3] ofwel de bewaring van de Bruidsgemeente [4] (zie Openb. 12:6, 14 en 3:10).
Hoor wat Jesaja heeft geprofeteerd in hoofdstuk 4:3-6 (HSV):

  • “Dan zal het gebeuren dat wie in Sion overgebleven is, en wie in Jeruzalem overgelaten is, heilig genoemd zal worden, eenieder die in Jeruzalem ten leven opgeschreven is. Wanneer de Here de vuilheid van de dochters van Sion afgewassen zal hebben en de vele bloedschuld van Jeruzalem uit het midden ervan weggespoeld zal hebben door de Geest van oordeel en door de Geest van uitbranding, (zodat een volmaakt reine Gemeente zal overblijven, een Gemeente zonder vlek of rimpel) dan zal de HERE over elke plaats (SV: woning – als “vat” waarin Hij woont en troont) op de berg Sion en over de samenkomsten ervan (dus over de Bruidsgemeente) overdag een wolk scheppen en rook, en ’s nachts een schijnsel van vlammend vuur; ja, over alles wat heerlijk is, zal een beschutting zijn (en vervolgens wordt dan gesproken over de bewaring van deze Bruidsgemeente tijdens de grote verdrukking…). Dan zal een hut dienen tot schaduw overdag tegen de hitte, en als toevlucht en schuilplaats tegen de vloed en tegen de regen.”

Daar hebt u die “apart gestelde plaats” voor het volk des Heren, waarover overigens op vele plaatsen in het Profetisch Woord gesproken wordt. De Bruidsgemeente wordt bewaard tegen de aanvallen die op haar worden gericht en voor de oordelen die over kerk en wereld zullen gaan. Gods rook- en vuurkolom, Zijn tegenwoordigheid, zal haar tot een beschutting wezen. En als het grootste gevaar komt en de antichrist zich in levende lijve manifesteert op aarde (al werkt zijn verderfelijke geest ook NU al volop in de wereld èn in de gemeente!), zal de Bruid des Heren worden weggenomen en geleid naar een veilige plaats… [5]

 

De weg van afzondering

Een zeer belangrijk element van de boodschap die wij moeten brengen, komt hierdoor in nog helderder licht te staan. Namelijk de noodzaak van afzondering, afscheiding, heiligmaking [6]. Het is een wezenlijk onderdeel van de geloofswandel van de Bruiloftskinderen. En het is een begeerlijke zaak, lezen wij in Spreuken 18:1 (SV):

  • Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige (= blijvende, en dus eeuwige) wijsheid”.

De weg van afzondering is dus niet triest of naargeestig! De opstandingsgemeente wordt afgezonderd, maar niet om eer te ontvangen. Er staat: “naar Galilea”, naar de verachte landstreek. Op de plaats van de verachten, daar leeft de Bruidsgemeente! En het blijkt in onze dagen dat de meeste kinderen Gods dit niet willen: niet vertrapt, niet alleen, niet links gelaten worden. Veel is hen de gunst van mensen nog waard (hoe dwaas!). Zij willen niet gehoorzaam zijn – aan God en Zijn gebod (Zijn Woord, de Bijbel) – als het hen verachting, haat en ander ongemak oplevert. Toch is dit de weg waarop de Bruidsgemeente geleid wordt.
Willen wij die afzondering nu niet, dan is er voor ons straks ook geen veilige plaats, geen BEWARING! Dat wij de volgende Bijbeltekst toch goed verstaan: Want dit is de wil van God: uw heiliging (SV: heiligmaking), dat u uzelf onthoudt van de ontucht, en dat ieder van u zijn lichaam weet te bezitten in heiliging en eerbaarheid” (1 Thess. 4:3-4, HSV).
De opstandingskinderen gaan de weg van afzondering, omdat zij Jezus toebehoren. Zij gaan naar de berg[7] (zie Matth. 28:16), “de berg van Gods heiligheid”:

  • “Zend Uw licht en Uw waarheid; laten die mij leiden, mij brengen tot Uw heilige berg (SV: de berg Uwer heiligheid) en tot Uw woningen” (Ps. 43:3, HSV).

Heilig, rein, apart gesteld zijn zij. Met Jezus wandelend “in de hemelen”. En zij zullen door Hem, hun Bruidegom, worden onderhouden en gevoed. Zij zullen in geen enkel opzicht afhankelijk zijn van mensen. Vervat in Gods voornemen voor de Bruid des Heren is, wat in Openbaring 12:6 en 14 staat: “waar zij gevoed wordt”. Ten volle deel hebbend aan Christus, zal zij het opstandingsleven in zich hebben. Onder de zorgzame leiding van deze Goede Herder zal het ons aan niets ontbreken.

H. Siliakus
Enigszins bewerkt door A. Klein

PDF in tablet of smartphone-formaat

 

[1] Zie eventueel onze ‘vers voor vers’ studie Beschouwingen over het boek Hooglied (over de innige band tussen Bruid en Bruidegom)van H. Siliakus. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aardevan E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel ons artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ? (in smartphone-formaat), van A. Klein. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie over het boek Openbaring Dingen die (met) haast geschieden moeten(in smartphone-formaat), deel 8, met de titel: De wegname ofwel de bewaring van de Bruidsgemeente (deel 8 is in A4 formaat) van H. Siliakus. (noot AK)
[5] Zie noot 3 en 4.
[6] Zie eventueel onze studie Heiligmakingvan E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie Wie zal klimmen op de berg des Heren?(in smartphone-formaat) van E. van den Worm. (noot AK)

 

Wij wensen u GEZEGENDE Paasdagen toe !!

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Tabernakel symbolieken (11): De GOUDEN 7-voudige KANDELAAR

kandelaar
De lichtende GOUDEN kandelaar in het Israëlitisch heiligdom

  • U moet ook een kandelaar van zuiver goud maken. Als gedreven (SV: dicht = massief) werk moet de kandelaar gemaakt worden, zijn schacht en zijn armen; zijn bloemkelken (SV: schaaltjes), zijn knoppen en zijn bloesems (SV: bloemen) moeten er één geheel mee vormen. En 6 armen moeten uit de zijkanten ervan uitsteken: 3 armen van de kandelaar uit zijn ene kant, en 3 armen van de kandelaar uit zijn andere kant. Drie bloemkelken in de vorm van amandelbloesem (SV: amandelnoten) aan de ene arm, met knop en bloesem, en 3 bloemkelken in de vorm van amandelbloesem aan de andere arm, met knop en bloesem. Zo moeten de 6 armen worden die uit de kandelaar steken. En op de kandelaar zelf moeten 4 bloemkelken komen in de vorm van amandelbloesem, met zijn knoppen en zijn bloesems. Er moet een knop komen onder het eerste paar armen dat eruit steekt, een knop onder het tweede paar armen dat eruit steekt, en een knop onder het derde paar armen dat eruit steekt. Zo moet het worden bij de 6 armen die uit de kandelaar steken. Zijn knoppen en zijn armen moeten met de kandelaar één geheel vormen; het geheel moet één stuk gedreven werk van zuiver goud zijn. Vervolgens moet u de bijbehorende 7 lampen maken. Men moet die lampen aansteken en licht doen verspreiden in de richting van de voorzijde van de kandelaar. Zowel de bijbehorende snuiters (= instrument voor het bijknippen en doven van kaarsenpitten) als de bijbehorende vuurschalen (SV: blusvaten) moeten van zuiver goud zijn. Van één talent zuiver goud moet men hem maken, met al die genoemde voorwerpen. Zie dan erop toe dat u het maakt naar zijn ontwerp, dat u op de berg getoond is.” (Exod.25:31-40)
  • Hij maakte vervolgens de kandelaar van zuiver goud. Als gedreven werk maakte hij de kandelaar, zijn schacht en zijn armen; zijn bloemkelken, zijn knoppen en zijn bloesems vormden er één geheel mee. Zes armen staken uit de zijkanten ervan; 3 armen van de kandelaar uit zijn ene kant, en 3 armen van de kandelaar uit zijn andere kant. Drie bloemkelken in de vorm van amandelbloesem aan de ene arm, met knop en bloesem; en 3 bloemkelken in de vorm van amandelbloesem aan de andere arm, met knop en bloesem. Zo waren de 6 armen die uit de kandelaar staken. En op de kandelaar zelf zaten 4 bloemkelken in de vorm van amandelbloesem, met hun knoppen en bloesems. Ook zat er een knop onder het eerste paar armen dat eruit stak, een knop onder het tweede paar armen dat eruit stak, en een knop onder het derde paar armen dat eruit stak. Zo was het bij de 6 armen die eruit staken. Zijn knoppen en zijn armen vormden met de kandelaar één geheel; het geheel was één stuk gedreven werk van zuiver goud. Hij maakte er de 7 bijbehorende lampen voor; zowel de bijbehorende snuiters als de bijbehorende vuurschalen waren van zuiver goud. Hij maakte die van één talent zuiver goud, met alle bijbehorende voorwerpen.” (Exod.37:17-24)
  • “Vervolgens zette hij de kandelaar in de tent van ontmoeting (SV: tent der samenkomst), tegenover de tafel, aan de zuidkant van de tabernakel. En hij stak de lampen aan voor het aangezicht van de HEERE, zoals de HEERE Mozes geboden had. Daarna zette hij het gouden altaar in de tent van ontmoeting, vóór het voorhangsel,” (Exod.40:24-26)

Deze volgouden “7-voudige kandelaar” (Exod.25:31-40 + 37:17-24 + 40:24-26), gemaakt van één talent goud (= circa 60 kg.) vormde de enige lichtbron in het heiligdom van Israël met reine olijfolie als brandstof. Behalve zijn gouden lampen en de verdere gouden onderdelen, die erbij behoorden, bestond deze kandelaar uit één stuk geslagen (= gesmeed) dicht goud. Volgens rabbijnse overleveringen was de kandelaar zo’n 1½ meter hoog.
Deze kandelaar stond aan de zuidzijde in het heiligdom, tegenover de tafel met toonbroden.
De schacht bestond uit 4x een amandelnootvormige schaal, een knop en een bloem. Sommigen zien hierin de bloei en vruchtdracht van de amandelboom, één van de vroegbloeiende bomen; anderen weer zien de knop als “granaatappelvormig”. Uit de 4 onderste knoppen schoten paarsgewijze aan weerszijden de 3 armen, en wel zo, dat hun bovenste delen (schalen) op gelijke hoogte kwamen. Elke arm bestond uit 3x een amandelvormige schaal, een knop en een bloem. De bovenste amandelvormige schalen waren naar boven afgeplat. Deze lagen, zoals wij reeds opmerkten, waterpas. Hierop werden 7 met olijfolie gevulde lampen geplaatst.
Deze lampen moesten “recht tegenover de kandelaar” worden aangestoken (Num 8:1-4). De letterlijke vertaling spreekt van “in het front van de kandelaar”. Dit front was de kant, ziende op de tafel met toonbroden, waar de priester stond om de lampen aan te steken. De achterzijde van de kandelaar was die zijde, gericht naar de berderen (= de houten planken). De lampen werden dus, met hun pit gekeerd naar de tafel met toonbroden, door de dienstdoende priester aangestoken.
Wat een heerlijke heenwijzing vormt dit naar die Schriftgedeelten, die zeggen, dat de getuigenis van de Geest altijd een verheerlijking is van Jezus Christus en Die Gekruisigd (Openb.19:10, Joh.16:14, 1Kor.2:2).
Deze lampen moesten branden “van de avond tot de morgen” (Exod.27:20-21, Lev.24:1-4), terwijl ze “tussen twee avonden” aangestoken werden (Exod.30:8a). Dan werd het “avondoffer” geofferd (3 uur ‘s middags). Tegen deze tijd moesten de lampen worden aangestoken. Het “morgenoffer” vond om 9 uur plaats (Num.28:1-8). Dan werden ook de lampen geblust. In deze tussenliggende tijd moesten de lampen van de kandelaar blijven branden. Dat is dus 18 uur per etmaal.
Bij de kandelaar hoorden als gereedschappen: “snuiters” en “blusvaten”. Ook deze waren van louter goud. De “snuiters” waren een soort tangen om de pitten van hun verkoolde eindjes te reinigen. De blusvaten dienden om de kandelaar te blussen.

.

De verdere, geestelijke betekenis

De kandelaar is een uitbeelding van de Gemeente in haar getuigeniskracht in en door de Heilige Geest (Openb.1:20).
Zacharia zag de tempel des Heren, die onder Zerubbabels leiding moest worden herbouwd (en de tempel is een typerend beeld van de Gemeente) óók als een 7-voudige kandelaar (Zach.4:1-14 + uitleg).
Ook de Here Jezus, in Zijn aardse omwandeling, noemde de Gemeente “het licht der wereld”, “een kaars op een kandelaar” (Matth.5:14-16).
Kijken wij naar het beeld van de hemelse troon, door Johannes in het Boek Openbaring gegeven (Openb.4:1-8 + uitleg), dan wordt hier de antitypering [1] van de kandelaar gevormd door de “7 vurige lampen, welke zijn de 7 Geesten Gods”. Hier zien wij de Heilige Geest in Zijn perfecte (7-voudige) functie van PROCLAMATOR (= het bekendmaken) van het Woord Gods door de Gemeente heen, welke Zijn instrument hiervoor is.
Deze kandelaar was van LOUTER goud. Dit wil zeggen, dat het de Heilige Geest ALLEEN is, die de proclamatie van het Woord moet leiden, zowel wat de inspiratie als het arbeidsinitiatief betreft. Geen enkele rechtgeaarde arbeider in de Gemeente mag zich laten verleiden tot deelname in een project dat niet geïnspireerd en geleid wordt door de Heilige Geest. Alle arbeiders Gods, hoe wonderbaar ook gebruikt, moeten hierbij slechts “onnutte dienstknechten” zijn, handelende en sprekende gelijkerwijs Hij het wil. Zij hebben de Heilige Geest slechts te VERTOLKEN (Luk.17:10).
Deze VOLGOUDEN kandelaar vertelt ons ook, hoe noodzakelijk de prediker en betuiger van het Woord Gods VERVULD moet zijn van de Heilige Geest, wil hij waarlijk deel kunnen nemen aan de Goddelijke arbeid (Ef.5:18).
Deze kandelaar vormde de énige bron van licht in het heiligdom van Israël. Zo is de HEILIGE GEEST, werkend door de Gemeente als Zijn instrument ter proclamatie, de ENIGE BRON van reddend, hemels licht in deze Gemeentelijke Bedeling, waar het heiligdom van Israël een typerend beeld van is.
Deze kandelaar was van GESLAGEN goud. Dit wijst heen naar het LIJDEN, als een noodzakelijke factor bij de proclamatie van het Woord Gods en bij de vorming van het instrument ter proclamatie (Ps.126:6). Deze factor is noodzakelijk, immers wij moeten het Woord onder de leiding van de Heilige Geest proclameren in een wereld, die gevangen is in de macht van de boze (Matth.10:16-42).

De aangestoken kandelaar bracht de volgende objecten tot zichtbaarheid:

De tafel met toonbroden De betuiging, dat Jezus Christus en Die gekruisigd [2] moet liggen op het gereinigde hart.
Het reukaltaar Het gebedsleven, dat onder de leiding en inspiratie moet staan van de Heilige Geest (Rom.8:26-27).
De deur met 5 pilaren De dankbare blik op het verzoenend bloed van Golgotha. Wij hebben voortdurend te staan onder het reinigend bloed wil er sprake zijn van een “heiligdomsleven”
De berderen (= de houten planken) De broederliefde moet uitgestort kunnen blijven in ons hart (Joh.13:34-35, 1Petr.2:17). Het bouwen van “onoverkomelijke muren” om onze Gemeente (sectarisme) is ZONDIG in Gods ogen en druist in tegen Gods wil tot broederliefde en éénheid in de ganse wereld. Nochtans hebben wij te waken tegen “valse” broedergemeenten (de “grote hoer”, Openb.17:1-7).
Het, na het kruisoffer, gescheurde voorhangsel De blik, door het kruis van Christus verkregen, op de eeuwige heerlijkheid van het hemelse Koninkrijk, de hoop der zaligheid.
Het tabernakelkleed boven De blik, naar boven, op de verrezen en ten hemelgevaren Christus, als onze Overste Leidsman en Voleinder van het geloof (Kol.3:1-2, Hebr.12:1-2).
Het woestijnzand onder de voeten De overwinning van het kind van God over de wereldse levenswandel (Rom.12:2 + 8:35-39).

Ook is de kandelaar, met de “wijnstok en zijn ranken”, een medetypering van Christus in het midden van Zijn Gemeente (Joh.15:1-5, Openb.1:10-13 + uitleg).
De kandelaar bevatte schalen (gelijk amandelnoten), knoppen en bloemen, 9 in elke arm. Deze wijzen heen naar de 9 Geestesgaven (1Kor.12:7-11) en naar de 9-voudige vrucht van de Geest (Gal.5:22). De schacht, het typerend beeld van Christus, heeft 4 stel amandelnoten, knoppen en bloemen, dus 12 in totaal (3×4), heenwijzend naar de Goddelijke werking in een wereld, gekocht door Zijn bloed.
De schalen, knoppen en bloemen zijn uitingen van de bloei en vruchtdracht van de amandelboom (Exod.25:33), een VROEGBLOEIENDE boom. Men kan dus spreken van een EERSTELING onder de bomen. Ook Christus heet “de Eersteling” onder vele broederen (1Kor.15:20-23). De bloemen van de amandelboom zijn eerst rozerood en daarna wit. Ze vertellen ons van de TEDERE Liefde Gods en de REINHEID Gods.
Ook Aärons staf, die in één nacht uitbotte en bloeide en vrucht gaf, was een AMANDELTAK (Num.17:8).
Sommige Schriftverklaarders denken dat de knoppen de vorm moesten hebben gehad van granaatappels, een vruchtsoort, die de Kracht tot Gemeentevorming uitbeeldt.
De gehele kandelaar had dus aan schalen (amandelnoten), knoppen en bloemen een totaal van 66 delen (4×3 in de schacht en 6x3x3 in de armen, dus 12+54). Ook de ganse Canon der Schrift telt – in het Oude en Nieuwe Testament samen – 66 boeken (39+27).
Ook zó spreekt de kandelaar van de PROCLAMATIE van het ganse Woord Gods in de kracht van de Heilige Geest door de Gemeente heen (Joh.16:13-14, Openb.19:10), gedreven en gemotiveerd door de LIEFDE Gods (2Kor.5:14).
SNUITERS dienden, zoals wij eerder zagen, om de pit te reinigen van verkoolde (dode) delen. Zo ook moet een kind van God, wil zijn/haar getuigenis helder blijven branden, voortdurend gereinigd worden in het bloed van het Lam, onder de leiding van de Geest (Openb.7:14 + 1:5, 1Joh.1:7-9).
BLUSVATEN dienden om de kandelaar te blussen. Hoe vreselijk is dit, als de Geest van God dit moet doen (Openb.2:5) en het licht, om te getuigen, in ons moet worden geblust omdat wij niet gewillig zijn om ons te laten reinigen van alle zonde en onreinheid, zodat de Geest van God ons getuigenis niet langer levend houdt…
Laat ons daarom GETROUW blijven IN de REINIGING van Zijn bloed en in de gehoorzaamheid aan de LEIDING van de Geest van God in arbeid voor Hem, in handel en wandel.

.

Wordt vervolgd

Studie van bijbelleraar E. van den Worm
Enigszins bewerkt door A. Klein

***********************************************************************************

[1] Antitype = Een persoon of ding voorgesteld of voorafschaduwd door een type of symbool; vooral een figuur in het Oude Testament met een tegenhanger in het Nieuwe Testament. (noot AK)
[2] “…Jezus Christus en Dien gekruisigd…”! Ofwel “Jezus Christus en degenen die – met Hem – gekruisigd zijn”! Dus: ook wij moeten – in geestelijke zin – met Hem gekruisigd (willen) worden: namelijk: afsterven aan (= verlost worden van) onze oude, zondige natuur. (noot AK)

.

******************************
Tabernakel symbolieken

  1. Algemene beschouwing met betrekking tot de tabernakel
  2. Hoe hebben de Israëlieten een kostbaar kunstwerk, als de tabernakel, in de woestijn kunnen bouwen?
  3. Plattegrond en constructie van de tabernakel
  4. De tabernakel brengt ons als Christen – in symboliek – de 9 ‘etappes’ die tot onze volmaking leiden
  5. De Poort
  6. Het koperen Brandofferaltaar
  7. Het koperen Wasvat
  8. De WONING of eigenlijke tabernakel
  9. De DEUR en de heilige zalfolie
  10. De Tafel met Toonbroden

.

Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van E van den Worm, Tabernakel-studie, Volmaaktheid in Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Boekbespreking 66: De schepping van de mens in Tabernakellicht

Tabernakel-mensen

Wanneer wij spreken
over “de mens”, is ook u daarbij betrokken; ik ook en ieder ander, al is hij/zij hier niet aanwezig. Wij willen nu dit onderwerp samen met u bekijken, vóórdat wij komen tot een ander thema, waarop evenzogoed alle licht dient te vallen; vooral in deze laatste dagen, omdat wij de meest eigenaardige dingen (zullen) meemaken. Dingen, die men op allerlei mogelijke manieren tracht te rechtvaardigen met het Woord van God. Denkt er om, als wij nu hierover spreken, zullen wij u ook alles zeggen. Wij zullen niets terughouden van al de raad Gods, die de Heilige Geest ons ten aanzien van dit zo belangrijk onderwerp heeft willen mededelen. Wat hier u geboden wordt, zult u derhalve in géén enkel theologisch boekwerk of geschrift kunnen vinden. Het is alles genade, en wij willen u deelhebber van dit alles maken, opdat Hij ook u verder zal leiden en dieper zal kunnen brengen in al die dingen, die God in Zijn raadsplan bedoelt. En, dat wat wij u willen vertellen is in de allereerste plaats bedoel en bestemd voor het volk van God, en niet voor de ongelovigen.

Met dit onderwerp
kunt u ongelovigen niet bereiken, omdat zij hun leven niet gebouwd hebben op DE Rots Jezus Christus. Licht kan nooit gemeenschap hebben met duisternis. Dat is onmogelijk! Daar is altijd een scheiding in het universum van God; er is een eeuwige scheiding tussen licht en duisternis, en God zelf heeft die scheiding gemaakt. Zó bestaat er ook een door God gewilde scheiding tussen Israëliet en Egyptenaar. Oók deze werd door de Here God gemaakt: “…opdat gijlieden weet, dat de HEERE tussen de Egyptenaren en tussen de Israëlieten een afzondering maakt.” (Exod.11:7)
Wat van het natuurlijke waar is, geIdt eveneens in het geestelijke. Het Woord van God, dat Geest is en Leven, betekent dat ook alleen maar voor Zijn volk, en nooit voor de ongelovigen. Wanneer wij dus spreken over “De Schepping van de mens in Tabernakellicht” is het, om straks hierop aan te sluiten met dat andere, even belangrijk, onderwerp; namelijk: “Het Christelijk huwelijk”. En willen wij dan nu alvast dat woordje “Christelijk” onderstrepen.

U zult straks zelf zien
dat er ten aanzien van dit vraagstuk nog vele problemen verborgen liggen in de harten van de kinderen Gods. Vele vraagstukken die zij wellicht nooit hebben kunnen vatten, vraagstukken die nimmer opgelost zijn. Véél, dat ook u misschien nooit tevóren goed en afdoend heeft durven bekijken in het licht van Gods Woord. En tòch zien wij hoe langer hoe méér de noodzaak voor de Gemeente van de Here Jezus Christus in deze laatste dagen, om dit onderwerp goed te bestuderen in het Woord van God. Alléén Gods feilloos Woord kan ons de juiste oplossing geven; en Gods Geest, de Geest der Waarheid, zal ons bij zúlk een onderzoek leiden in alle waarheid. Halleluja!

Bidt daarom
dat de Geest des Heren u zelf zal kunnen leiden tot dit dieper inzicht in het raadsplan van God voor uw leven. Want het is dit “Christelijk Huwelijksleven”, dat de grond is voor een gezond christelijk gezinsleven! Het moge dan vreemd klinken in uwe oren, desondanks is het waar, als wij beweren: “een ongezond christelijk huwelijksbed is dikwijls de oorzaak van vele moeilijkheden en problemen in ons gezinsleven!” In onze jarenlange pastorale bediening hebben wij dit zo vele malen meegemaakt! En de praktijk is nog altijd de beste leermeesteres! Vandaar dan ook, dat de Here Zelf – door de uitbeelding van Zijn Woord in Tabernakellicht – ons die dingen doet verstaan, die voor Zijn kinderen voor eeuwig vastliggen, en ten aanzien waarvan zij nimmer in twijfel behoeven te verkeren. Denkt er om, wij benadrukken het volgende: dit raadsplan van God, zoals het vastligt in het Woord, is uitsluitend voor Zijn volk; en het is nooit van toepassing op de levens van diegenen, die dat Woord verwerpen! Laten wij alstublieft die fout (de verkeerde toepassing wel te verstaan) nooit maken!

Wij beginnen nu
met het boek Genesis. Zoals u weet, betekent “Genesis”: “WORDING”. En, zo kunnen en mogen wij het alle bijbelverklaarders nazeggen: het boek “WORDING”, is het Zaadbed van de ganse Bijbel”. Wat wij weten uit Genesis is nog lang niet voldoende; ja, zelfs zéér onvoldoende! Grote en wonderbare dingen zijn er nog voor ons verborgen in dit eerste boek van de Bijbel. En voor elke druppel zegen uit Gods hemel, waardoor wij dieper licht mogen ontvangen, zijn wij Hem dankbaar. Laten wij, zo en passant (= terloops), enkele van die vele dingen mogen noemen in dit boek: de eindtijd met die federatie van 10 koninkrijken onder de alléénheerschappij van de antichrist, en alles in verband daarmee…; de majesteitelijke en niet-te-stuiten gang van God de Heilige Geest in deze eindtijd, en de ratificatie (= de bekrachtiging) van het eeuwig verbond van verlossing, dat God eenmaal sloot mèt en in Abraham. Dat alles ligt daar nog in profetie opgesloten in dat wonderbare boek van Genesis. En, zo zijn er nog vele andere dingen daarnevens. Maar wij zullen ons nu bepalen bij het onderwerp, dat zo-even al werd aangekondigd.

  • KLIK HIER als u deze (gratis) studie verder wilt lezen of downloaden.

CJH Theys
Bijbellezing/studie uit 1959

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Gehoorzaamheid aan God, Gods Geest, Studie van CJH Theys, Tabernakel-studie, Woord en Geest | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Tabernakel symbolieken (10): De Tafel met Toonbroden

tafel met toonbroden

  • U moet ook een tafel van acaciahout maken. Zijn lengte moet 2 el zijn, zijn breedte 1 el en zijn hoogte 1½ el. Dan moet u hem met zuiver goud overtrekken en er een gouden rand (SV: gouden krans) omheen maken. Ook moet u er een sierlijst van een hand breed omheen maken en moet u een gouden rand rondom die sierlijst maken. Dan moet u er 4 gouden ringen voor maken en de ringen bevestigen aan de 4 hoeken van zijn 4 poten. De ringen moeten dicht onder de sierlijst zitten, als houders voor de draagbomen, om de tafel te kunnen dragen. En u moet de draagbomen van acaciahout (SV: sittimhout) maken en ze met goud overtrekken; de tafel moet daarmee gedragen worden. Vervolgens moet u de bijbehorende schotels, schalen, kannen en kommen (SV: schotels, rookschalen, platelen en kroezen) maken, waarmee plengoffers gebracht worden; van zuiver goud moet u ze maken. Dan moet u het toonbrood op de tafel leggen; het moet er voortdurend voor Mijn aangezicht zijn. (Exod.25:23-30)
  • “Daarna maakte hij de tafel van acaciahout; zijn lengte was 2 el, zijn breedte 1 el en zijn hoogte 1½ el. En hij overtrok hem met zuiver goud en maakte er een gouden rand (SV: krans) Ook maakte hij er een sierlijst van een hand breed omheen, en hij maakte een gouden rand rondom die sierlijst. Hij goot er 4 gouden ringen voor en bevestigde de ringen aan de 4 hoeken van zijn 4 poten. De ringen zaten dicht onder de sierlijst, als houders voor de draagbomen, om de tafel te kunnen dragen. Hij maakte ook de draagbomen van acaciahout, en hij overtrok ze met goud, om de tafel daarmee te dragen. En hij maakte de voorwerpen die op de tafel moesten staan, van zuiver goud: de bijbehorende schotels, schalen, kommen en kannen (SV: schotels, reukschalen, kroezen en platelen) waarmee plengoffers gebracht worden.” (Exod.37:10-16)
  • “Vervolgens plaatste hij de tafel in de tent van ontmoeting (SV: tent der samenkomst), aan de noordkant van de tabernakel, buiten het voorhangsel. En hij schikte daarop het brood dat daarop geschikt moest worden, voor het aangezicht van de HEERE, zoals de HEERE Mozes geboden had. (Exod.40:22-23)

Bij het binnenkomen van het eigenlijke HEILIGDOM zag de binnenkomende priester alles in een gouden glans: de met plaatgoud overdekte TAFEL met TOONBRODEN aan de noordzijde (Exod.25:23-30 + 37:10-16 + 40:22-23), de vol-gouden 7-voudige KANDELAAR aan zijn linkerhand, en het met plaatgoud overdekte REUKALTAAR vóór de VOORHANG (of: het “voorhangsel” – een dik/zwaar gordijn, die het “heilige” van het “heilige der heiligen” of “allerheiligdom” scheidde – AK).
Ook de dicht-aaneen-gestelde, in hun zilveren voeten geplante BERDEREN (= houten planken) straalden hem, gelijk dit alles verlicht werd door de kandelaar, in hun goudgloed tegemoet.

Tabernakel vanbinnen met goud bekleed

Achter het reukaltaar hing, vóór de binnenkomende priester – in rein-wit linnen – de VOORHANG, kunstig geborduurd met hemelsblauw, scharlaken en purper garen, doorstikt met cherubim (= veelal engelen, als dragers van Gods heerlijkheid – AK)  van gouddraad. Als hij omhoog keek zag hij de zoldering gevormd door het reine tabernakelkleed met hetzelfde kunstige borduursel als de voorhang. De aanblik van dit alles was een rijkdom, die de heerlijkheid van Gods genade in Christus moest uitbeelden (Ef.1:3-8).
De tafel met toonbroden was vervaardigd van acaciahout en zoals wij reeds weten geheel overdekt met plaatgoud.
Op deze tafel lagen, op elke sabbatdag ververst, de 12 ongezuurde TOONBRODEN (letterlijk: broden, die gezet zijn voor het aangezicht van God; Lev.24:5-9) en daartoe schotels, platelen (schalen of lage bekers), wierookschalen (die op de beide stapels broden werden gelegd) en kroezen (of offerkannen) voor de wijn. Het brood en de wijn en daarbij de wierook waren, voor de Here, ten gedenkoffer (Lev.24:7).
Het tafelblad was rondom versierd met een, als kantwerk, uitstekende krans. Daaronder bevond zich een lijst van een handbreed met nóg een krans. Vermoedelijk was het tafelblad zelf ook een handbreed dik. Door de 2 kransen waren er in feite 2 tafels inéén vervaardigd; hetgeen, zoals wij zullen zien, zijn typerende waarde heeft.
Het verwisselde brood mochten de priesters, in de voorhof van de tabernakel (de “heilige plaats”), elke sabbatdag opeten.
De wijn werd, naar werd verondersteld, gebruikt voor de “drank- of plengoffers”.
De tafel werd met handbomen – die door de 4 ringen, die aan de tafel bevestigd waren, werden gestoken en dit alles overkleed met goud – gedragen door de zonen van Levi bij het doortrekken in de woestijn.

 

De geestelijke betekenis

Hier lagen, op deze tafel, BROOD en WIJN tot een gedenkoffer voor de Here. Doet ons dit niet aan het Heilig Avondmaal denken? (1Kor.11:26). Aan het Woord van Gods Genade? Christus gaf ons Zijn vlees en Zijn bloed, en wij gedenken dit bij voortduring, in dankbaarheid, ons hart ervoor openhoudend. Want de met goud overdekte tafel van acaciahout vormt een heenwijzing naar ons gereinigde en vernieuwde hart. Hij is het “Brood des Levens”, dat uit de hemel was nedergedaald, om Zich op Golgotha aan ons te geven en, opgestaan zijnde, ons rechtvaardig te maken (Joh.6:48-58).
Deze 12 broden (koeken) moesten dan ook wel ONGEZUURD zijn geweest, al staat dit nergens vermeld. Maar aangezien zij heenwijzen naar Christus moeten zij wel ONGEZUURD zijn, daar “desem” ALTIJD in Gods Woord staat voor zonde en onreinheid.
Er moesten 12 koeken zijn in 2 stapels van 6.
Deze 12 koeken hadden – wat hun geestelijke betekenis betreft – niets gemeen met de 12 stammen Israëls, omdat het HEILIGDOM, ook door zijn afmetingen, een heenwijzing vormt naar de genadebedeling van het Nieuwe Verbond (zie deel 3 [1]). Ze vormen het beeld van Christus, Die Zich aan het kruis heeft gegeven in de plaats van de ganse mensheid (het getal 12 “gebroken” in 2×6) en, opgestaan zijnde uit de doden, Zich heeft gegeven als het “Brood des levens” voor die mensheid, om uit haar Zijn Gemeente te kunnen bouwen.
Van die Gemeente spreekt het getal 12.
Het (Bijbelse) getal 12 is opgebouwd uit 3×4. 3 is het getal van de Godheid, werkend in gans de wereld, in al haar 4 windstreken, waar het getal 4 van spreekt.
De tafel met toonbroden typeert in de hemelse ordeningen de 2×12=24 ouderlingen. Deze vertegenwoordigen de ganse Gemeente uit de “Vroege Regen” èn uit de “Spade Regen”. [2]
Daar de tafel met toonbroden 2 kransen heeft, hebben wij hier eigenlijk te maken met 2 tafels in één; 2 tafels met elk 12 toonbroden (2×12=24). Nogmaals ze typeren de Gemeente uit de Vroege Regen (vertegenwoordigd door 12 ouderlingen, ofwel 12 discipelen van Christus) en de Gemeente uit de Spade Regen (vertegenwoordigd door nogmaals 12 ouderlingen); tezamen 24 ouderlingen.
Een “krans” of “kroon” spreekt ons van GEMEENSCHAP met God, van het gekroond zijn met de heerlijkheid Gods. Alzo kende en kent de Gemeente tijdens de uitstortingen van en zalvingen met de Heilige Geest een zalige GEMEENSCHAP met God en wordt Gods arbeider gedurende zijn bediening gekroond met de heerlijkheid Gods.
De tafel met toonbroden vormt het eerste object na binnenkomst in het heiligdom, met de gouden 7-voudige kandelaar er tegenover. De Heilige Geest wil ons daarom, na de Heerlijkheid van Christus ons getoond te hebben (wat typerend in de voorhof was gebeurd), diezelfde HEERLIJKHEID ons hier INBOUWEN (Joh.17:22), het leven van Jezus (de Goddelijke Natuur) ons als het NIEUWE LEVEN gevend (2Petr.1:4, Hebr.10:16, 1Kor.1:30).
Wij hebben uit Hem (en Zijn Woord) te ETEN (Joh.6:57), opdat wij met en door Hem HEILIG mogen zijn, gelijkerwijs Hij heilig is (1Petr.1:16). Laat ons, afgestorven zijnde door de kracht van Zijn BLOED, gans en al uit Hem leven, opdat Christus door het geloof in onze harten wone (Gal.2:20, Ef.3:17-19, Joh.14:23).

Leer ons bewaren,
op de tafel van ons gereinigd en geheiligd hart:
Uw Woord van ontfermende genade !

Tabernakel symbolieken blz 33
De tafel met toonbroden in het Israëlitisch heiligdom

.

Wordt vervolgd

Studie van bijbelleraar E. van den Worm
Enigszins bewerkt door A. Klein

***********************************************************************************

[1] Het “heilige” had een afmeting van 20 bij 10 bij 10 el en dus een inhoud van 20x10x10 el³ = 2000 el³. Het heiligdom typeert de 2000 jaren van de Gemeentelijke bedeling ofwel die van de Heilige Geest. Het “allerheiligdom” heeft een inhoud van 10x10x10 el³= 1000 el³. Dit staat voor de 1000 jaren van het 1000-jarige (Konink)Rijk van Jezus Christus. (noot EvdW)
[2] Vroege Regen = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, in de begintijd van de Gemeente, zoals vermeld in Handelingen 2:1-4.
Spade Regen = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29. (noot AK)

.

******************************
Tabernakel symbolieken

  1. Algemene beschouwing met betrekking tot de tabernakel
  2. Hoe hebben de Israëlieten een kostbaar kunstwerk, als de tabernakel, in de woestijn kunnen bouwen?
  3. Plattegrond en constructie van de tabernakel
  4. De tabernakel brengt ons als Christen – in symboliek – de 9 ‘etappes’ die tot onze volmaking leiden
  5. De Poort
  6. Het koperen Brandofferaltaar
  7. Het koperen Wasvat
  8. De WONING of eigenlijke tabernakel
  9. De DEUR en de heilige zalfolie

.

Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van E van den Worm, Tabernakel-studie, Volmaaktheid in Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Omstandigheden – Wat doen wij?

Een duivelse,satanische misleiding

De herkomst van veel problemen

Iedereen bevindt zich weleens in moeilijke omstandigheden en daar zijn ook mensen die altijd pech hebben en worstelen met allerlei tegenslagen. Alles is zo moeilijk: het werk te veeleisend – de werkverhoudingen liggen niet zo makkelijk – thuis loopt alles ook niet op rolletjes – de tijden zijn zo slecht,  dat het moeilijk is om de eindjes aan elkaar te knopen. En ga zo maar door. Gezwegen nog van de grote werkloosheid en het, de laatste tijd, wonen in een verslechterende buurt. Wat doen wij eraan en ermee?
Daar is een oplossing voor de verandering van omstandigheden en voor de problemen. Maar die zijn al zo vaak nagejaagd en op niets uitgelopen. In de praktijk leren wij dat veranderen van plaats, van betrekking, van omgeving, de dingen heus niet anders maken. De situatie mag dan weleens veranderen, maar de problemen zijn daarentegen niet veranderd en komen zelfs weer terug. En in menig geval komt dan het volgende in ons op: “Zat ik maar ergens anders”. Maar laten wij nu eens eerlijk zijn en onszelf niets wijs maken – wijzelf maken zo dikwijls de problemen – zij komen van binnenuit!

De juiste reactie

Laten wij ons liever afvragen of het zo zou kunnen zijn dat God ons in een bepaalde situatie heeft doen komen, om ons iets te leren – iets dat wij voor ons eigen bestwil nodig hebben! Wij hebben al gezien hoeveel verschillende omstandigheden zich kunnen voordoen in ons samenkomen met andere gelovigen. Wil God ons wellicht leren hoe wij in die omstandigheden moeten leven?! Hij weet dat onze eerste reactie gewoonlijk is: wegwezen eer het te laat is – alles doen om de situatie te mijden. Lukt het ons niet, wat heel vaak voorkomt, dan worden wij bitter gestemd; en als wij niet tot Hem komen, onze Overste Leidsman en Voleinder van het geloof, zo verdiept het één en ander zich en tenslotte worden wij wanhopig!
En als wij in zo’n toestand blijven, verliezen wij uiteindelijk onze kijk op God – zien wij niet meer Gods plan en doel met onze levens. Velen vragen zich af, waarom God toch zulke moeilijkheden toelaat in ons leven. Gode zij dank, dat wij het Woord hebben als kompas en richtsnoer. Daarin lezen wij, dat Paulus de juiste reactie op de omstandigheden had. Hij zei:

  • “Als wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn.” (1 Timotheüs 6:8)
  • “En ik weet wat het is vernederd te worden, ik weet ook wat het is overvloed te hebben; in elk opzicht en in alles ben ik ingewijd, zowel in verzadigd te zijn als in honger te lijden, zowel in overvloed te hebben als in gebrek te lijden.” (Filippenzen 4:12)

Door genade kon Paulus zich verzoenen met de “realiteit”, dat wil zeggen: leven met de omstandigheden zoals het is. Omstandigheden vermijden betekent meestal de werkelijkheid ontvluchten. Wij willen dan het leven, met de daaraan verbonden omstandigheden, niet aanvaarden. Vooral zien wij dit, als moeilijkheden zich voordoen in de gemeente waartoe wij behoren. Hoe komt dat? Meestal leven wij “in de toekomst” en hopen dat de dingen zullen veranderen; of wij leven nog in het verleden en willen dan zo graag dat alles nog als vroeger zou zijn. In de gemeente wordt zo dikwijls de klacht gehoord: “Hoe anders was het toch in onze tijd – in die tijd van vroeger”.

.

In het heden leven

Wij vergeten echter dat wij in het heden moeten leven. Staat er niet geschreven: “maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat vóór is, jaag ik naar het doel (SV: het WIT): de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus.” (Filippenzen 3:14)
De Schrift spreekt van: “heden…”, zowel in de Psalmen als in de brief aan de Hebreeën. Laten wij nu eens een gelijkenis nemen: als wij getrouwd zijn en moeilijkheden doemen op aan de horizon van ons huwelijksleven, dan kunnen wij toch niet meer terugkeren tot de ongehuwde staat! In het geval van moeilijkheden op uw werk zult u – als u denkt die te kunnen ontvluchten – weer andere of soortgelijke moeilijkheden vinden in een andere betrekking.
Zijn er conflicten met uw broeders en/of zusters in de gemeente, wat vaak voorkomt, dan zult u dezelfde dingen – en misschien nog wel in ergere mate – meemaken, als u naar een andere gemeente gaat. Het geloofsleven brengt met zich mee dat wij, waarheen wij ons ook wenden of keren, geconfronteerd worden met de reële druk van moeitevolle situaties. Wij kunnen moeilijk begrijpen dat al deze dingen thuishoren in het raadsplan van God – maar… zij zijn mede Zijn middelen om ons geestelijk op te voeden. Met andere woorden, het is Gods doel om met deze spanningen in en van ons leven te bewerken dat wij ons tot Hem zullen keren. Geprezen zij de Naam des Heren, want Zijn weg is volmaakt.
Voortdurende spanningen zijn deel van onze Christelijke loopbaan. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen” (Johannes 16:33b). Wij zullen deze spanningen (verdrukkingen) dus nooit kunnen ontvluchten; maar wij kunnen wel vrede, rust en satisfactie (= tevredenheid) hebben terwijl wij er middenin zitten! Het is omdat Jezus de wereld heeft overwonnen, dat Hij ons bekwaam maakt om al deze spanningen te kunnen verdragen.

.

God beschikt de omstandigheden

Vrede en rust genieten wij door het levendige besef dat God de touwtjes in Zijn handen houdt, en dat zodoende onze omstandigheden, die vol van moeilijkheden en verdrukkingen zijn, op Zijn wijze – ja, op Goddelijke wijze – verordineerd (= besloten, beslist) zijn; maar ook door Hem zullen worden gewijzigd. Onze (juiste) reactie op al die omstandigheden in de gemeente, op kantoor, in ons eigen Jeruzalem of waar maar ook, geeft blijk van onze geestelijke rijpheid in Christus! God handelt nooit doelloos en Zijn weg is een hoogweg [1] en de beste. Amen.
Laten wij in dit opzicht het leven van Jozef bekijken, Jakobs lievelingszoon. Hij vertelde onomwonden de waarheid. En wat was toen de reactie van zijn broers? Zij maakten zich boos en beraadslaagden om hem te vermoorden. Deze moordplannen veranderden vanwege hun vrees en zo verkochten zij hun bloedeigen broer aan kooplieden, die op weg waren naar Egypte. Jozef werd als slaaf verkocht en daarbij bedrogen ze ook hun vader, die niet anders wist of Jozef, zijn zoon, was dood. Wij weten uit de geschiedenis hoe Jozef door Gods genade opklom tot de positie van “tweede man van Egypte”; de voornaamste na Farao. Maar niet eerder dan nadat hij in Potifars huis in een grote verleiding had moeten verkeren (en daarvoor ook de gevangenis in moest), waaruit hij door Gods bemoeienis werd gered.
Wanneer Jozef zou hebben geklaagd over deze, voor hem onbegrepen, toelatingen van God, zou hij nooit verder gekomen zijn, dat wil zeggen, dat zijn geestelijk leven zich nooit zou hebben kunnen verdiepen. Maar in plaats van te klagen, heeft hij in alles berust, ziende op zijn Here en God. Hij heeft mogen begrijpen, dat God die onbegrepen omstandigheden beschikte om hem klaar te maken voor de dingen welke voor hem nog verborgen waren in de toekomst.

.

Karakterverandering

Laten wij onszelf afvragen of wij wel bereid zijn om onze moeilijke omstandigheden te zien als toebereiding op de voor ons liggende tijd. Eer wij die overwinnen, moet God eerst ons karakter veranderen; en wel zó, dat wij Jezus liefhebben boven allen en alles in dit leven. Wij willen nu enkele beschouwingen wijden aan diverse omstandigheden die zich kunnen voordoen – overal waar wij gaan of staan in dit leven:

  1. Als wij op ons werk alsmaar overhoop liggen met onze werkgever, is het veelal Gods wil, dat wij leren ons te onderwerpen aan de boven ons gestelde autoriteit.
  2. In financiële moeilijkheden, waardoor wij vaak gebrek lijden, is het veelal Gods wil dat wij zullen leren vrijwillig te geven, opdat ons gegeven zal worden.
  3. Bij huiselijke onenigheid of twisten wil God ons iets leren over Zijn visie op het huwelijksleven van de gelovige, dat in overeenstemming dient te zijn met wat in de Schrift geschreven staat.
  4. Wanneer wij moedeloos worden door voortdurende tegenslagen, is het Gods wil ons iets te leren over geduld, volharding en blijmoedigheid.
  5. Komen wij vanwege onze “hoogmoedige nederigheid” of “nederige hoogmoed” in grote nood, dan wil God ons per sé leren, dat wij in alles van Hem afhankelijk zijn en wil Hij, dat wij onze prioriteiten en onze sympathieën zullen herzien.
  6. Wanneer wij ongeduldig of ongedurig zijn of worden, doordat wij bij alle veranderingen géén vooruitgang zien, wil God ons leren trouw en betrouwbaar te zijn.
  7. Dreigen wij overweldigd te worden door onzekerheden in verband met onze betrekking en wat daarmee samen gaat, dan is het Gods wil ons iets te leren over méér overgave en onwankelbaar vertrouwen op Hem, Die gezegd heeft, dat wij vele mussen te boven gaan.

.

Uitgangspunten voor overwinning

God is en blijft te allen tijde soeverein en in verband hiermee zijn de hieronder volgende punten belangrijk:

  1. Wees geduldig wanneer u, gedreven door Gods Geest, op God wacht, om uw omstandigheden te veranderen en uw problemen op te lossen.
  2. Wees attent op Hem met een nederig hart, zodat wij de les(sen) leren die Hij, in Zijn voorzienigheid, voor ons heeft.
  3. Wees indachtig dat God ons karakter, onze persoonlijkheid, en onze houding tegenover Hem en onze naaste grondig wil veranderen.
  4. Weet, dat het Gods uitgesproken wil is dat wij te allen tijde volkomen vrede en rust zullen genieten in de Heilige Geest – door Zijn onberouwlijke beloften en uitnemende genade biddend vast te houden.

Wat en hoe het ook is, doe alles met een zuiver (= rein) geweten en vertrouw op God, Die zeker leiding zal geven door de Heilige Geest en met Zijn zegen. Beoordeling onzerzijds is geen “toverformule” die toegepast kan worden om een gemakkelijke oplossing te vinden. Ook een voorganger, ouderling of diaken in de gemeente kan alleen maar helpen met gebed. De betrokken persoon moet eerlijk tegenover zichzelf en God zijn. Wel geeft al het bovenstaande een zekere basis, waardoor Zijn wil onderscheiden kan worden.

CJH Theys
Uit: Tempelbode, juni 1986
Enigszins bewerk door A. Klein

PDF (in tablet of smartphone-formaat)

***********************************************************************************

[1] “Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Here. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen (de zgn. “hoogweg”), en Mijn gedachten dan uw gedachten” (Jes.55:8-9). (noot AK)

.

Geplaatst in Bidden/Gebed, de Heilige Geest, Gods Geest, Studie van CJH Theys | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen