van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst (deel 7: De schepping van de mens)

Jesus, Lamb, Lion

De schepping van de mens

De grote vraag: kroning of kruisiging van de schepping?

“En God zei: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis… En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man èn vrouw schiep Hij ze. En God zegende hen en God zei tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar,… En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de 6de dag.” (zie Genesis 1:26-31)
Daar stond nu de mens – Gods creatie – “geformeerd uit het stof der aarde” (zie Genesis 2:7b). Een korte maar veelzeggende informatie. Hoe en wat is nu dan toch die mens? Willen wij hierop het juiste antwoord (kunnen) geven, dan moeten wij de Bijbel verder raadplegen, want in de Bijbel zien wij hoe de mens staat tegenover al het andere in Gods schepping, Heel véél ging aan de schepping van de mens vóóraf. Al dit kan worden beschouwd als de “inleiding”, als het “voorspel”. En alles wat hiertoe kan worden gerekend werd door God op een heel andere manier geschapen dan de mens.
Alles wat tevóren geschapen werd kwam er vanwege dat machtswoord: “ER ZIJ…” Hiermee werd alles tot aanzijn geroepen. Maar, hoe wonderlijk ook, toch mist al dat geschapene de bewuste kennis. Zij kennen hun Schepper niet. En hier ligt nu het fundamentele verschil. Met de mens is het heel anders. Zoals gezegd, hij werd ook op een heel andere manier geschapen… Laat Ons…” God heeft beraad gehouden met de Tweede en de Derde Persoon in de Godheid [1]. Zij zijn er bij betrokken en ten nauwste! En aan deze geschapen mens nu “in wiens neusgaten God de adem Zijns levens blies, waardoor de mens een levende ziel werd” (zie Genesis 2:7c) gaf God een opdracht: “om te heersen over al het geschapene, over de gehele aarde!” (zie Genesis 1:26)
Met die andere opdracht: om zich te vermenigvuldigen en de aarde te vervullen, nù òòk deze, met nog groter verantwoordelijkheid! Naast deze hoorde de mens Gods gebiedende: “GIJ ZULT… en GIJ ZULT NIET”! Wij kennen dus niet alleen zijn “oorsprong” en de hem van Godswege gegeven opdracht en gebod, maar (willen wij zijn bestemming begrijpen) dan moeten wij op een ander vlak gaan staan; want deze kan alleen begrepen worden als wij de mens zien in zijn betrekking met God. Het is God Die hem bij zijn naam roept, en Die hem op Golgotha het grootste en liefste offert dat Hij heeft, en niet rust tot Hij hem uit zijn vreemdelingschap en zijn verdwazing, uit zijn innerlijk angst en schuld heeft verlost, om hem straks bij Zich thuis te halen, in Zijn eeuwigdurende rust en vrede.
Een zeeman uit de eerste wereldoorlog schreef eens naar huis: “als jullie vernemen dat ik gesneuveld ben, huil dan niet. Bedenk alleen maar dat ook de diepste oceaan, waarin mijn lichaam stervend zal wegzinken, slechts een beetje water is in de Hand van Jezus, mijn Heiland”. Deze mens wist hoe afschuwelijk het is te moeten verdrinken in peilloze diepten van kolkende wereldzeeën. Maar, hij heeft ook geweten wáár dàt zinken hem zou brengen, en dat Gods liefdevolle handen hem zouden opvangen. Geprezen zij de Naam des Heren! Het is waar, waar, waar dat ook dat donkere, verzwelgende element niet staat buiten het gebied waarover Gods Hand regeert!
Zó is dan overal ons leven bepaald door Hem, Wiens levensadem de geformeerde mens werd “ingeblazen”, opdat hij léven zou. God is altijd en in alles groter dan ons geloof, omdat Zijn levensadem sterker is dan al het stof der aarde. Met deze onbetwistbare zekerheid kunnen wij leven. Dit diep in onze ziel te wéten, doet ons alles verstaan wat God ons in onze nood schenkt. Geleid door Hem, en vervuld van Zijn Geest, moet ons leven slagen. Halleluja!!
God schiep ze: “man EN vrouw schiep Hij ze” (Genesis 1:27c). Een alles-zeggende handeling! In Zijn al-wijsheid had God gezegd: “Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij” (Genesis 2:18b). En hiermee heeft God voor tijd en voor altijd “zin en orde der geslachten” vastgesteld. En toen Hij dat gedaan had, was het diezelfde God Die “Eva tot Adam bracht” (zie Genesis 2:22). Met déze, door zo weinigen begrepen, handeling heeft God het beiden mogelijk gemaakt, om Zijn eerste opdracht uit te voeren: “En God zegende hen, en God zei tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!” (Genesis 1:28). God had hen daartoe immers Zijn onmisbare zegen geschonken!!
God heeft dus “het aardse huwelijk” ingesteld, waardoor Adam kon uitroepen wat wij geschreven vinden in Genesis 2 vers 23a: “…Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees!” Voor altijd was – door een Alwijze God – de manier van het-zich-vermenigvuldigen-in-een-huwelijk hier op aarde aangegeven, vastgesteld: “…en zij zullen tot één vlees zijn” (Genesis 2:24c). Voorwaar, voorwaar (!) daar is geen andere manier om in een aards huwelijk leven te verwekken, dan in en door de huwelijksgemeenschap van de betrokken man EN zijn vrouw. Aardse zaken worden op aardse wijze afgewikkeld. Niemand weet het beter dan God. Amen.
God schiep ze man EN vrouw. Het gaat hier om heel wat meer dan wij denken en veronderstellen. Dit onderscheid der geslachten, door de Schepper Zelf in het leven geroepen, raakt aan de diepste levensgeheimen. Een niet te verwaarlozen factor: nòch op geestelijk gebied, nòch op lichamelijk, stoffelijk terrein. Het is daarom van zeer groot belang dat vooral Christenen zich voor ogen stellen van welk een verstrekkende betekenis het is, en hoe groot de consequenties zijn, waar wij in de Bijbel niet eerst lezen van de schepping van de mens in algemene zin, en daarnà pas van het onderscheid der geslachten. Van het eerste ogenblik af gaat het over de geschapen mens in het raam van de geslachtelijke “hoedanigheid”!
Het verdient in dit bestek aanbeveling om eens dieper na te denken over dit “geheim der geslachten”, om zodoende “misvattingen” in onze gedachtewereld te voorkomen. Daar heerst in dit opzicht, ook onder Christenen, toch al genoeg verwarring en over-geestelijkheid. Dit moeten wij onszelf allereerst bekennen: behalve honger en dorst en de begeerte tot zelfbehoud, is er niets in ons leven dat ons zó vervult en voortdrijft, zó doet lijden òf genieten als juist dit mysterie van onze geslachtelijkheid. Het “basisgeheim” van ons leven komt tot openbaring in de basisvraag: “Hoe kunnen wij gelukkig worden en bevrediging vinden?”
Déze levensbeschouwing, die ons allen als het ware in het bloed zit, vindt haar oplossing in de conclusie van de Schepper: “Het is niet goed, dat de mens alleen zij…” (Genesis 2:18b). Op grond van dit geslachtelijk-scheppings-feit, hunkert een man naar zijn “hulpe” en gaat “de begeerte van de vrouw uit naar haar man” (zie Genesis 3:16c). De vraag is dus verre van verontrustend: “Wat gebeurt er feitelijk, als twee mensen van elkaar (gaan) houden?” Verandert het leven van de één van richting, omdat er een ander opdoemt aan de horizon van dat leven?? Heeft er een soort “gemoedsverandering” plaats??? Meer persoonlijk nu: Krijgt mijn persoonlijkheid (wanneer mij zoiets overkomt) dan een heel ander karakter, of is het zó, dat dàn pas in feite mijn eigenlijke wezen tevoorschijn komt (naar buiten treedt)????
Ons menselijk leven biedt zulk een overvloed van mogelijkheden tot liefhebben en dienen, zoveel kansen met anderen op te trekken en iets voor hen te zijn, dat ook ieder mens (mèt of zonder levenspartner) de kans krijgt om gelukkig te worden en bevrediging te vinden door zich te wijden aan zijn/haar naaste(n), dòch op Bijbelse grondslag. Wordt zoiets niet gedaan, dan ontstaan vele en velerlei “misvormingen” in de verhoudingen, die niet oorbaar en niet stichtend zijn!
Elk huwelijk, waarop dit Schriftgedeelte doelt (zie Genesis 2:22-24 [2]), kunnen wij beschouwen als een door God gewild beeld van wederzijdse liefde. Liefde, die wij alsdan in ons huwelijksleven moeten bewijzen. Zo zijn er dingen in ons leven, en daartoe behoort òòk de volle ontplooiing van onze eigen persoonlijkheid in ons huwelijksleven, die niet regelrecht liggen onder het bereik van onze eigen wil. Zij komen als vanzelf – zij volgen op en vergezellen wederzijdse liefde in elk eerlijk huwelijk. Wie zichzelf zoekt, komt altijd bedrogen uit! Alleen hij/zij die liefheeft èn dient, vindt de ware betekenis en volheid van zijn huwelijksleven en omgekeerd. En het is dit, in het licht van de Bijbel, dat zo duidelijk en sterk naar voren komt in Genesis 2 vers 25: “En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet.”
Jezus heeft al onze aandacht gevraagd voor het volgende: “Zoekt eerst het Koninkrijk Gods èn Zijn gerechtigheid, en AL DEZE DINGEN zullen u toegeworpen worden” (Mattheüs 6:33). Wat heeft Hij hiermee willen zeggen? Wat is de ware betekenis?? Wie het inderdaad ernstig om God te doen is, en in de eerste plaats om Hem èn Zijn suprême wil, die krijgt daarbij òòk al het andere van Hem geschonken. Hij overlaadt zo iemand dan met ‘s levens overvloed. Halleluja! Het is nog altijd zó en Bijbels: wie onbaatzuchtig zijn/haar levensopdracht vervult,… wie geen acht slaat op eigen schade of verlies,… wie degene die God hem/haar doet ontmoeten helpend en bovenal liefhebbend tegemoet treedt, die ontvangt vreugde èn vrede èn rust – zaken die innerlijk te genieten zijn en die hij/zij nooit zou hebben gevonden als zij in egoïstisch begeren zou zijn gezocht!!
Jezus heeft ook gezegd: “Zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven zal verliezen, om Mijnentwil, èn omwille van het Evangelie, die zal hetzelve behouden” (Markus 8:35). Heeft niet alles wat God heeft willen bedoelen met “Eva te brengen tot Adam” en alles wat Hij heeft willen inbrengen in het huwelijksleven als wederzijdse opdracht te maken met “het blijde, vreugdevolle nieuws”?! Met wat wij mogen verstaan als “Evangelie”!?! Met de onweerlegbare waarheid, dat Hijzelf IN Zijn woorden is te vinden en òòk ACHTER Zijn woorden staat!!
God schenkt ons altijd in Christus het grootste en schoonste als “EXTRA”, als (wij zullen het in dit verband maar zó schrijven…) “TOEGIFT”.
Dit dienen wij vooral in ons huwelijk en huwelijksleven goed te begrijpen. Daarom geloven wij dat wij elke dag met Hem moeten beginnen en elke nacht met Hem moeten ingaan… Want wat het belangrijkste is, moet ook het zwaarste wegen, en behoort dus aan de spits te staan van onze dagelijkse bezigheden – in welke vorm of gedaante ook, en waar en/of wanneer ook gevraagd. Dat dus het hóógste in ons leven niet moet worden gezocht, maar dat het ons wordt gegeven
Duidelijk komt deze waarheid naar voren in Gods steekhoudende opdracht, vervat in het begin van Genesis 1 vers 28: Met dat “Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt U” (!) valt de belangstelling voor ons-eigen-ik volkomen weg. Een ander wordt onherroepelijk daarbij betrokken. Zien wij dit in? Wat leert ons de praktijk?? Hoeveel huwelijken worden er vandaag de dag gesloten, waarbij dan de beide partners elkaar plechtig beloven dat zij enkel voor hun liefde willen leven. Bij hun werk en daarnà, thuis en ook op reis met vakantie, zullen ze voor elkaar hun leven samen vormen… Houden van dit en houden van dat en altijd samen hun “liefdesnestje” bouwend. Daarbij zijn kinderen zo lastig,… die maken dat wij geen tijd zouden hebben en ook geen geld genoeg om ons allerlei geneugten te veroorloven, wat ons beider leven verrijken kan,… die moeten dus maar niet komen. Zo’n huwelijk heet dan in de normale gang van zaken: “een verstandelijk huwelijk”. Door God nooit bedoeld, laat staan gewild!
Het is “levensgevaarlijk” om als Christenen te leven “naar eigen inzichten en volgens eigen concepties”! Wanneer Christenen, als huwelijkspartners, gezegend zijn met de mogelijkheid om vader en moeder te worden, HUN eigenzinnigheid (willen) handhaven in flagrante (= overduidelijke) strijd met de bedoeling van de Schepper, en zich zódoende lichtvaardig en/of welbewust de zegen van de door God gewilde voortplanting ontzeggen, dan wordt (zo niet direct, dan toch zeker “in the long run” = op de lange termijn) òòk hùn diepere huwelijksgemeenschap aangetast!!
Naar onze bescheiden mening is het hier en nu geboden om dieper op de onderhavige zaak in te gaan, ziende op de realiteit der dingen en lettende op de zo dikwijls willens-en-wetens-frauduleuze-handelingen van Christenen, welke neerkomen op “de kruisiging van de schepping Gods”. Om nu even stil te staan bij het volgende Schriftbeeld, dat naar voren treedt in de woorden van Adam, de bruidegom: “Déze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees!” (Genesis 2:23a). Ziende op het feit dat Eva, door God, gemaakt was uit Adams rib, houden Adams woorden in: “Zij is uit mij genomen” (zie Genesis 2:23b). Met andere woorden: ZIJ IS MIJN ANDERE IK.
De “diepe slaap, die God op Adam deed vallen” (zie Genesis 2:21) houdt niet alleen een “typologische heenwijzing” in naar de Tweede Adam – Jezus Christus in Zijn doodsslaap op het kruis – dòch òòk een wonderlijke en diepe “verborgenheid” (geheim). Hoe of het kàn, hoe of het mogelijk is, dat twee mensenlevens voor elkaar geschapen zijn (dat zoiets bestaat in het raadsplan Gods !) dàt nu ligt verborgen en is een geheimenis voor het menselijk oog. Oòk hier weer de diepzinnige typologie van Christus en Zijn Bruidsgemeente [3], welke is voortgekomen uit “Zijn speer-gewonde zijde, waaruit water en bloed vloeide” (zie Johannes 19:34). Hierover kan slechts in beelden gesproken worden.
De les die wij nooit moeten vergeten is dat de één niet zo maar aan de ander wordt toegevoegd. Neen, juist deze Bijbelpassage doet ons verstaan dat wij in ons leven niet zo maar “een naaste” vinden als “hulpe” bedoeld, als wij geloven in Hem Die ons leven duur heeft gekocht en Die ons leven wil leiden door Zijn Geest. Want dàn kan God ons een speciaal mens laten ontmoeten, die Hij met een speciaal doel in ons leven heeft gebracht. Een mens dus die Hij inderdaad als wederhelft doet komen, en die Hij juist voor ons heeft bestemd. Het Christelijk leven begint immers dan pas dáár wanneer wij oprecht (kunnen) bidden: “Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede, o Heer!” (zie Lukas 22:42b)
Mogen wij nu in meer persoonlijke vorm treden: God heeft mij een “ander mens” toegedacht, en dus niet maar alléén diens functie! In het huwelijk en huwelijksleven gaat het er niet om dat een “ander mens” bepaalde verrichtingen met mij volvoert – door erotische bevrediging òf lichamelijke gemeenschap te schenken (het kan ook zijn door alleen maar de functie te vervullen om mij te verzorgen) – dòch om een ieder in de hoedanigheid van geschapen te zijn als mens tegenover mens EN als mens mèt mens, om er voor zorg te dragen dat “de klederen te allen tijd wit zijn” (klederen staan voor het leven en de witte kleur spreekt van reinheid en gerechtigheid) en “dat op het hoofd geen olie ontbreken zal” (hoofd spreekt hier voor dat wat het hoogste en voornaamste en belangrijkste is, terwijl olie het symbool is van de Heilige Geest) – zie Prediker 9:8. In dit licht mag ik dan verstaan (mogen wij allen het begrijpen) wat de Prediker verder geschreven heeft: GENIET het leven met de vrouw, die gij liefhebt, al de dagen van uw ijdele leven, welke God u gegeven heeft onder de zon, al uw ijdele dagen; want DIT IS UW DEEL IN DIT LEVEN, en van uw arbeid, die gij arbeidt onder de zon” (Prediker 9:9). Amen. Veilig is het voor een ieder die zich houdt aan het Woord van God, als richtsnoer voor het leven.
Wanneer wij “de ander” alleen maar nodig heb voor “de functies”, dan hebben wij juist géén gemeenschap zoals God dat wil. Dan heeft die ander immers ook voor mij afgedaan zodra hij/zij zijn/haar diensten niet meer kan bewijzen. Want hoeveel huwelijken worden niet ontbonden, omdat de één voor de ander zijn aantrekkelijkheid heeft verloren; òf dat er iets hapert met “de erotische functie”! “Men” zoekt alsdan een jongere partner, die tot de verlangde functies nog flink in staat is. Dat God het ánders wil en mij die andere mens op mijn ziel bindt en niet alleen maar zijn/haar functies, dat heeft God in Zijn Woord ook vastgelegd.
Ik kan immers alleen maar “bereid” zijn om een ander mens toe te behoren, als ik die mens zélf bedoel te bezitten, en niet iets “aan òf van die mens”. Niets kan dan daarin verandering brengen. En dan laat ik mij niet scheiden door incidentele gevallen, of aanvallen van anders gerichte genegenheid (verliefdheid) of zelfs dieper liggende gevoelens. Voor vele mensen in onze tijd, waaronder vele Christenen, zijn Gods eigen woorden “oeroud”, “naïef”, “uit-de-tijd”. Dus, zo beweren zij dan: “waardeloos”! Ja, ja, men durft wat te beweren!! Zijn zulke lieden ook in staat om verantwoording af te leggen, durven zij dat wel? Wij menen dat te mogen betwijfelen en hebben hiervoor gegronde redenen.
In al die gevallen waarin het huwelijk vastliep en de huwelijksgemeenschap niet genoeg of helemaal geen bevrediging (meer) gaf, daar waren het ten slotte twee dwalende mensen, voor wie het “een ogenblik” van rozengeur en maneschijn was,… die zichzelf hielden voor de enigen op een onbewoond eilandje,… net zo lang, tot ze na enige tijd elkaar zó zat waren dat ze liever wilden sterven van verveling en van walging, als ze elkaar zagen. Zúlke mensen vergeten dat het beetje suiker spoedig is afgelikt van het zo begerenswaardig klontje, en… als dàn alles ergerlijk zuur begint te worden, dàn trekken ze allebei een vies gezicht. In de praktijk zien wij de harde, doch onloochenbare waarheid!
Bovenstaande vergelijking is misschien wel wat grof in dit verband, maar tòch wel toepasselijk. Het gaat per slot om de waarheid nietwaar?! Ontnuchtering komt, hélaas, dikwijls als het al te laat is. Lotsverbondenheid in het leven gaat heel dikwijls gepaard met vragen als deze: “Hadden wij niet anders moeten kiezen?”… “Is zij werkelijk (om met de Bijbel te spreken) die “hulpe”,… “die rib”,… “vlees van mijn vlees en been van mijn benen”? Een “crisistijd” brengt immers veel aan het licht wat (mogelijk reeds lang) verborgen was.
Verhoudingen, die eertijds begonnen met een overvloedige rijkdom van liefdesbetuigingen over en weer, zijn (als men elkaar in het huwelijk en de huwelijksgemeenschap beter heeft leren kennen) geëindigd in volslagen drama’s welke iedere filmregisseur zal willen aangrijpen voor een nieuw gegeven. Hoe dikwijls blijkt alsdan dat men elkaar niets meer te vertellen heeft, omdat men elkaar voldoende heeft leren kennen, en de vroegere bekoring, betovering, iets doodgewoons is geworden (misschien ook wel voorbij is). Heel goed mogelijk is ook dat de crisis ontstaat doordat een ander bekoorlijk, ja fascinerend wezen de levensweg kruist, waardoor tot-nog-toe ongeroerde snaren in ons leven worden aangeraakt en in trilling komen…
En weer zijn er dan vragen, wel anders gesteld, maar desondanks hetzelfde bedoelend: “Was hij/zij mij werkelijk van Hogerhand toegewezen, òf heb ik met mijn eigen keuze mijn levensbootje een andere (en in dit geval een verkeerde) richting gegeven, waardoor mijn bestemming mij ontgaat en levensvervulling door mij niet wordt gekend?” En, laten wij eerlijk zijn… Dergelijke vragen worden niet zo maar één-twee-drie opgelost. Wij mogen dergelijke vragen ook niet uit de weg gaan. Wij moeten geloven dat Jezus Christus HET ANTWOORD IS. Amen. Wij moeten beseffen dat elke opdracht, iedere belofte, iedere voorwaarde, gegeven is en wordt om ons daaraan vast te klampen. Juist in tijden van crises… Of het nu gaat over huwelijk en/of huwelijksleven of ten aanzien van heel andere zaken en dingen. God zegt altijd wat Hij bedoelt. Zó ook in het geval van het eerste mensenpaar in de Hof van Eden.
Gods GEBOD en VERBOD gold beide:

  • Genesis 2:15-17, “Zo nam de HEERE God de mens, en zette hem in de hof van Eden, om die te bouwen, en die te bewaren. En de HEERE God gebood de mens, zeggende: Van alle boom in deze hof zult gij vrijelijk eten; maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven.”
  • Genesis 3:1-6, “De slang nu was listiger dan al het gedierte van het veld, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zei tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van alle boom in deze hof? En de vrouw zei tot de slang: Van de vrucht der bomen in deze hof zullen wij eten; maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof is, heeft God gezegd: Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft. Toen zei de slang tot de vrouw: Gijlieden zult de dood niet sterven; maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad. En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at.”

Toen beide zondigden – dat wil zeggen Gods gebod en verbod overtraden, minachtten – vielen ook beide onder het oordeel Gods (zie Genesis 3:16-19). De wereld waarin zij toentertijd leefden werd hun een gevangenis gelijk! Zij werd zó, aangezien “het aardrijk om hunnentwil vervloekt werd” (zie Genesis 3:17) en zij, als “kroon in en van Gods schepping”, waren gevallen. Zij werd hun zó, omdat de zwijgende, dode materie als het enig waardevolle in het leven hen omsloot en gebonden hield. Dit is de ontstellende werkelijkheid welke opgesloten ligt in de door God gebezigde woorden in Genesis 3, de verzen 17 t/m 19:
“En tot Adam zei Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem van uw vrouw, en van die boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen van uw levens. Ook zal het u doornen en distels voortbrengen, en gij zult het kruid van het veld eten. In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.”
Dat wat voorheen “mooi en schoon en volmaakt en zéér goed” was, werd doortrokken van zonde, smart en alle ellende. Hierdoor vervormd en misvormd, gedegradeerd!!
Maar de waarheid is méér dan wat de mens kan “hanteren”. Dat waarover de mens moest heersen, liet zich niet meer zomaar gebruiken. Sindsdien kwam er verzet, rebellie, strijd… Het staat nog wel open – in het kleine zowel als in het grote, als totaliteit en in het kleinste onderdeel – dòch (niet ? [4]) voor het ongrijpbare, voor Gods geheimenis. Sindsdien hebben wij, mensen, de vrijheid om alles (als het moet) te beteugelen. Aan de andere kant hebben wij ook de mogelijkheid om te misbruiken. God heeft een geordende wereld geschapen, en in deze wereld hebben oorzaken ook gevolgen. Wanneer wij de samenhang hiertussen zouden mis- of ontkennen, verbreken wij deze ordeningen Gods. Met alle risico’s ervan. Adam en Evan hebben het geweten!
Toch geloven wij dat de loop van de wereld niet wordt bepaald door “toevalligheden”, nòch door wat men zo graag noemt een “causaliteits-machine”. God IS en BLIJFT soeverein! Hem zij de glorie en de kracht en de heerlijkheid tot in der eeuwigheid! Amen. Er is daarom ook geen enkele wetenschap die het geloof in het vrijmachtig handelen van God kan uitsluiten. Elke seconde van ons leven in deze angstwekkende wijde ruimtelijke schepping van God, deze wereld rondom ons, wordt omvangen door de alomtegenwoordigheid Gods. Er staat nog altijd geschreven: “Want IN Hem LEVEN WIJ, en BEWEGEN ONS, en ZIJN WIJ…” (Handelingen 17:28a)
Als schepping is de mens door God in het aanzijn geroepen. Bij Zijn gratie werd de mens tot een levende ziel. Aan Hem danken wij ons “menszijn”, en het geheim van uw leven, ons leven, ligt in deze relatie tot God: God mét ons, en in de relatie van mens tot mens. De laatste relatie vindt haar meest intense beleving (wij roerden dit thema al eerder aan) in die van man EN vrouw: déze twee die één zijn in hun samen leven. Toen, vóór de zondeval, was de mens goed en berekend voor zijn taak; goed ook voor het huwelijk en huwelijksgemeenschap. Dank zij Zijn genade! De zondigheid van het eerste mensenpaar dateert van de dag dat zij weigerden verder Gods “bondgenoten” te zijn. Zij hechtten meer waarde aan de duivelse interpretatie van het verdraaide woord dan aan de goddelijke begrenzing. Zó vervielen zij aan de macht van het verderf: aan de satan zelf. Zij werden zodoende werkèrs èn slachtoffers van ongerechtigheid, en blijven dat zolang als zij leven buiten God en Zijn gebod!!
Sinds die breuk met de Schepper is de mens komen te vervallen aan Gods tegenstander en zijn machten. Hierdoor kwamen bijgevolg: slavernij, verharding, verblinding, verdorvenheid,… ontstonden òòk toestanden waarin mensen – door demonen – tot onmensen kunnen worden, waardoor de éne mens de ander vertrapt, vervolgt en verdrukt,… ontstond òòk de disharmonie in het leven en de onmacht. Het is door Gods onmisbare zegen in Jezus Christus dat degenen die Hem dienen in het geloof, òòk tot anderen (kunnen) komen als “verloste zondaars” die kunnen getuigen van “de voorsmaak” van het beloofde herstel en de heerlijkheid, IN en DOOR de doop met de Heilige Geest en de blijvende vervulling met Gods Geest. [5] Geprezen zij de Naam des Heren!

“Wij hebben een machtige Redder, Die nimmer de Zijnen vergeet.
Laat ons van Zijn grootheid niet zwijgen, opdat een ieder het wéét”!

“Hij helpt in de felste verzoeking, Hij troost in het smartelijkste leed.
Hij schenkt ons Zijn kalmt’ en Zijn vrede, zorg toch, dat ieder het wéét”!

“Zo wijd Hem uw liefde en leven; en dien Hem in vreugd’ en in leed.
‘t Geloof brengt een hemel op aarde; de daad maakt, dat iedereen het wéét”!

(Met een variant op lied nummer 689 – Zangbundel van Johan de Heer)

*******

CJH Theys

NOOT
Alle in deze uitgave genoteerde Schriftuur is uit de Statenvertaling.

Overname uit deze brochure is toegestaan, mits met bronvermelding!

EINDE deel 7

Wordt vervolgd

***********************************************************************************

[1] In Deuteronomium 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!)(HSV).
Dit wordt ook onderschreven door het feit dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (= geslagen – zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een Eénheid. Hij is één Wezen, één Persoon. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest. (noot AK)
[2] Genesis 2:22-24, “En de HEERE God bouwde de rib, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam. Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit de man genomen is. Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn.”
[3] Zie eventueel onze GRATIS studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Deze zin is mij niet duidelijk. Het lijkt mij dat er “NIET” tussen moet staan, maar ik kan mij ook echt vergissen. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze GRATIS studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)

**************************************************************

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst


Deel 1: Verborgen hoop – Opmerkelijke vrees
Deel 2: Het uitgangspunt
Deel 3: ’s Mensen ontrouw – Gods trouw
Deel 4: Omweg en toch DE WEG…
Deel 5: Licht over de gehele schepping
Deel 6: Als God verder spreekt…

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Het Bijbelboek ‘De Openbaring van Jezus Christus’ – Inleidende beschouwingen

Herziene digitale versie (nov. 2022)

KLIK HIER als u onderstaande inleiding wilt uitprinten of downloaden.

De OPENBARING van Jezus Christus

gegeven aan Johannes

 

Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL

Inleidende beschouwingen

Allen die van mening zijn dat het Boek Openbaring in een handomdraai behandeld kan worden, moet ik teleurstellen. Het Woord van God in het algemeen – en dit laatste Bijbelboek in het bijzonder – is heus niet “iets” waarnaar men even kan komen kijken om er dan genoeg van te weten… Verre daarvan! Wie waarlijk dieper ingeleid wil worden in de Goddelijke waarheden van de laatste dagen – in het bijzonder vastgelegd in het Boek Openbaring – die moet niet ophouden God te bidden: “Schenkt U mij, o Here, een weinig van Uw lijdzaamheid, naast de geestelijke honger, die door Uw Geest is opgewekt.”Wij kunnen niet buiten de leiding van Gods Geest en Zijn Woord. Hij is de Openbaarder van Gods verborgenheden… Wij ontvangen licht (en dus inzicht) als Hij ons het Woord opent. Glorie voor God! Slechts zij die weten te bidden [1], zullen ontvangen! Alleen degenen die oprecht zoeken, zullen vinden! Enkel en alleen degenen die een hart hebben die vol verwachting klopt, zullen worden opengedaan!

In welk Licht moeten wij het Boek Openbaring beschouwen?

De beschouwing van dit Bijbelboek zal naar mijn eigen ervaring het beste kunnen worden gedaan aan de hand van de hieronder volgende tekening. Zij vormt een schets van de onderscheiden tijdsbedelingen, die wij in de Bijbel kunnen terugvinden.

De restauratie week (zie Psalm 90:4 en 2 Petrus 3:8)

tijdbalk

Schematische afbeelding van “Gods Raadsplan der Eeuwen”

Deze tekening (ik maak geen aanspraak op onberispelijkheid !) is dan ook slechts een poging om u schematisch het Schriftuurlijk “Plan der Eeuwen” uit te beelden. Waar Openbaring een profetisch Boek is, maken alle daarin genoemde gebeurtenissen onderdeel uit van dit grote profetische plan
Daar is één ding dat ons bij de behandeling van het Boek Openbaring steeds voor ogen moet staan; dat éne is het “tijdselement in het Raadsplan van God.” Veronachtzaming ervan leidt tot het maken van blunders in de interpretatie. Daarom geef ik u hiernavolgend nog het één en ander hierover.
Wie spreekt over “tijd” moet rekening houden met de “chronologie” of “tijdrekenkunde”. Nu komt de tijdrekenkunde van de Bijbel vrij nauwkeurig overeen met de wetenschap, die zich bezig houdt met het vaststellen van tijd en wat daaraan verbonden is op grond van bestaande wetten, die God gezet heeft in Zijn schepping. Astronomie, NIET astrologie, is zulk een wetenschap.
Het is gebruikelijk – en wettelijk juist – als wij spreken over “anno Domini”, dit is: “jaar van onze Heer”. Zoiets moet toch ergens op gebaseerd zijn, en dat is ook zo… Nogmaals, wie wij ook willen noemen als de samensteller van onze hedendaagse kalender, één onweerlegbaar feit is daar: de tijdrekenkunde, die volgens de almanak verloopt, is in overeenstemming met de chronologie die wij in de Bijbel vinden… Daar is een klein verschil op te merken vanwege een kleine rekenfout (wij zijn nu eenmaal mensen !), en deze bedraagt ongeveer 4 jaren. Nemen wij bijvoorbeeld het jaar 1973, dan moeten er in feite 4 jaren bij worden geteld, zodat wij dienen te schrijven 1973 + 4 = 1977. In dit licht behoeven wij u feitelijk niet meer te vertellen hoezeer de tijd dringt.
Waarheden en geestelijke waarden hebben hun plaats in dit Goddelijk Raadsplan der Eeuwen. God Zelf heeft dit vastgelegd in Zijn Woord en uitgemeten in de onderscheiden tijdsbedelingen. De Here helpe mij om u het één en ander zo duidelijk mogelijk voor te stellen.

Het Boek Openbaring en de laatste tijdsbedeling

De inhoud van het Boek Openbaring staat in direct verband met de laatste (d.i. 3de) bedeling van de tijd en alle gebeurtenissen spelen zich dan ook af in dit tijdsgewricht (zie de schets hierboven). Deze tijdsbedeling is, net als de twee voorafgaande, er één van 2000 profetische jaren, gerekend vanaf Christus’ Kruisdood tot aan Zijn wederkomst.
Aangezien wij, in dit bestek, hierop niet dieper kunnen ingaan, mogen wij u hierbij verwijzen naar de “Scheppingsweek”, die de grondslag van onze beschouwing vormt, en naar twee uitspraken uit Gods woord – in de mond van twee getuigen zal immers alle getuigenis vaststaan – te weten:

  • “Want 1000 jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, wanneer die voorbijgegaan is, of als een wake in de nacht.” (Psalm 90:4)
  • “Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als 1000 jaar en 1000 jaar als één dag.” (2 Petrus 3:8)

De wederkomst van Jezus Christus brengt met zich: het einde van het antichristelijke tijdperk, dat een tijdsbestek zal vormen van 3½ jaar aan het einde van deze tijdsbedeling.
De tijdsbedeling waarin wij nu leven is die van de Gemeente van onze Here Jezus Christus, ook wel genoemd de “Bedeling van de GENADE”. In deze laatste tijdsbedeling is het ons vergund het Evangelie van het Koninkrijk te prediken in de kracht van de Heilige Geest [2] aan alle creaturen, totdat God zegt dat het genoeg is.
Voor allen geldt het “to be or not to be” (= te zijn of niet te zijn).
NU moeten wij de Here Jezus aannemen of nooit. Daar is géén tweede kans meer! Een zogenaamde “tweede kans” is een satanische leugen en een duivelse leerstelling! God zegt tot allen: “Zie, nu (SV: heden) is het de tijd van het welbehagen (Gods), zie, nu is het de dag van het heil!” (2 Korinthe 6:2b). Amen!
Wij leven thans in de “6de profetische dag”, zie de laatste dag van de “Week van Verlossing”. Deze profetische dag biedt allen de laatste kans! In geestelijk opzicht moet dan ook NU “de dubbele portie manna” verzameld worden: de dubbele portie van Gods Kracht, de Heilige Geest; deze is nodig om de “7de profetische dag” door te komen. Deze is de “Dag des Heren”, de “Sabbat Gods”, het “1000-jarig Rijk” [3], Gods Vrederijk op aarde geopenbaard. De wonderbaarlijke en bovennatuurlijke uitstorting van de Kracht van God in de “laatste dagen”,… de doop met de Heilige Geest als “de Spade Regen” [4] (zie Joël 2:23, SV), hebben wij nodig om – als Gemeente (en persoonlijk) – te komen tot de volmaking [5] op aarde, wat tot uitdrukking komt in de volgende teksten:

  • “Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de Gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven,”“opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een Gemeente zonder smet (SV: vlek) of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos (SV: onberispelijk) zou zijn.” (Efeze 5:25 en 27)
  • “En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw [6], bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.” (Openbaring 12:1)

Het Oude Testament – vol van schaduwbeelden, typen en symbolen – vindt zijn vervulling in de openbaring van de beelden der zaken zelf in het Nieuwe Testament. Daar is een Goddelijke harmonie!

Het begrip “tijd” in de Bijbel

Wat het begrip “tijd” aangaat, dienen wij direct op te merken dat het in de wereld kwam met de intrede van de zonde. Voordien was er geen sprake van tijd, slechts van eeuwigheid. Sinds dat “tijd” gevonden wordt in het “Raadsplan van Verlossing” is alles onderworpen aan de vergankelijkheid, maar op datzelfde ogenblik begon ook de restauratie. In Gods Plan van Verlossing lopen daarom “tijd” en “zonde” parallel. Dit betekent, dat zolang er nog sprake is van “tijd” er ook nog “zonde” zal zijn en omgekeerd. In Openbaring 10:6 (SV) lezen wij: “… dat er geen tijd meer zal zijn”. Daar komt straks – in datzelfde verlossingsplan – dus een moment waarop dit profetisch Woord in vervulling zal gaan. Dan is het afgelopen met alle “tijd” op deze aarde, maar dan ook met alle “zonde”. Met de wederkomst van Jezus Christus zal er een poortopening voor de eeuwigheid worden gevormd.
Het 1000-jarig Rijk vangt dan aan, de 1000-jarige regering van Christus als Koning der koningen en Here der heren. In dit onsterfelijke tijdperk zal géén zonde meer worden gekend. De aarde zal vol zijn van de Heerlijkheid des Heren. Alsdan zullen er in totaal 6 x 1000 jaren verlopen zijn (zie eerdergenoemde schets).

Dit Profetisch Boek vormt een OPENBARING

Het is niet – zoals velen spreken en ook schrijven – “De Openbaring van Johannes”, maar het is: De Openbaring van Jezus Christus, gegeven aan Johannes. Johannes, de geliefde apostel, bevond zich destijds op het dorre en rotsige eiland Patmos, waarheen hij verbannen was vanwege het Woord Gods. Patmos ligt westelijk van de kust van Klein-Azië. Dit laatste Bijbelboek werd geschreven omstreeks 95 ná Christus.
Alles wat in dit Boek wordt gevonden is één machtige OPENBARING, door God gegeven aan Zijn Zoon Jezus Christus. Wij zien dit Boek dan ook als één machtig geheel; en de onderdelen ervan, de respectievelijke gebeurtenissen, volgen elkaar snel op en overlappen elkaar zelfs in de afwikkeling. Eén en ander is er de oorzaak van dat bij de interpretatie (= de Schriftuitleg) verschillende profetische gebeurtenissen [7] niet juist worden onderscheiden.
In verband hiermee dienen wij dan ook bij de studie van het Boek Openbaring rekening te houden met het feit dat er in de loop der tijden verschillende theorieën zijn ontworpen, zonder ons echter te houden aan de geponeerde stellingen. Wij, van onze kant, zullen ons alleen bepalen bij datgene wat tot ons is gekomen langs de weg van de OPENBARING van de Heilige Geest. HIERIN LIGT ONZE OVERTUIGING VERANKERD. Voor hen die, naast wat wij hierbij weergeven, nog behoefte hebben aan de zienswijzen van de (zogenaamd christelijke) “Preteristen” [8], “Futuristen”, “Spiritualisten” en “Historici” is de gelegenheid altijd daar voor zelfstudie.
Wij willen op al deze zienswijzen, gezien ons bestek, niet verder ingaan. Alleen past hier nog de volgende waarschuwing: Hoedt u alstublieft voor het heus niet alleen maar denkbeeldige gevaar om verstrikt te raken in – wat de Bijbel noemt – “allerlei wind van leer” (zie Efeze 4:14, SV).
Apocalyps is een andere benaming van de Openbaring. Zij betekent “ontsluiering”, “zichtbaar maken”. En zó is het ook in feite. De Persoon van onze Here Jezus Christus wordt in dit laatste Boek van de Bijbel ten voeten uit getekend, ontsluierd. Het is dan ook een Openbaring van Hem. In geestelijk opzicht vervaagt in het Boek Openbaring de wolk die ten tijde van Jezus’ Hemelvaart Hem voor de apostelen wegnam voor hun ogen (zie Handelingen 1:9).
De beloften Gods zijn ONBEROUWELIJK en Zijn Woord kan niet gebroken worden (zie Handelingen 1:11). Jezus Christus moet daarom wederkomen in heerlijkheid en daarom wordt Hij in de laatste dagen door de Heilige Geest (aan) ons geopenbaard.
De WEDERKOMST van onze Here Jezus Christus ofwel Zijn OPENBARING, is het grootste evenement van alle eeuwen. Zij is een onaangename verrassing voor de “geestelijke slaper”, een kwelling voor de “vleselijke mens”; maar… de hoop, de wens, de verwachting van alle gelovigen en de dagvaarding aan “alle in Christus gestorvenen”! De wederkomst van de Here staat in onverbrekelijk verband met de gehele schepping.

De bovennatuurlijke inhoud van het Boek Openbaring

Acht men de inhoud van Openbaring bovennatuurlijk, zij is het ook in letterlijke zin. Gods bemoeienissen met ons zijn altijd bovennatuurlijk; ze komen “van Boven”. De beschrijving ervan is echter ook “letterlijk” te noemen en wel in deze zin: Aangezien God zegt wat Hij bedoelt en bedoelt wat Hij zegt, dienen wij Zijn Woord “op de korrel”, “zuiver” te nemen. In dit licht zijn al Gods bemoeienissen met Zijn schepping letterlijk en toch bovennatuurlijk te noemen. Zó moeten wij ook alle gebeurtenissen in het Boek Openbaring bekijken…
Zij die geloven “zoals de Schrift zegt”, ontvangen de sleutel op elk probleem van de tijd; degenen die het “profetisch Woord” verwerpen, hebben geen “lamp die schijnt in een duistere plaats”! (zie 2 Petrus 1:19). Is dit niet ontzagwekkend, geliefde lezer? Omdat de Openbaring van Jezus Christus opent met een “Zalig” (1:3) en ook sluit met datzelfde “Zalig” (22:7), is er geen plaats voor welk excuus ook in verband met een veronachtzaming of iets dergelijks!
Het is Gods uitdrukkelijke wil dat wij (het Boek) de Openbaring zullen lezen, opdat wij haar ook zullen verstaan! De Heilige Geest is hier in Zijn wondervolle bediening van Openbaarder.
De twee redenen waarom de inhoud niet juist wordt verstaan, zijn de volgende:

  1. de terzijdestelling van het o zo belangrijke tijdselement als zijnde onbelangrijk,
  2. de foutieve onderscheiding van het Jodendom en de Gemeente.

In verband met het eerstgenoemde punt merken wij op dat (het Boek) Openbaring “Profetie” is en niet “geschiedenis”. “Kom hier, omhoog, en Ik zal u laten zien wat HIERNA moet geschieden(Openbaring 4:1b) is het gesproken woord tot Johannes.
In verband met het tweede genoemde punt dient te worden gezegd dat sommigen de mening zijn toegedaan dat, met uitzondering van de eerste drie hoofdstukken, (het Boek) de Openbaring uitsluitend voor het Jodendom bestemd is. Met andere woorden: de Gemeente heeft niets te maken met de inhoud van (het Boek) Openbaring nà het derde hoofdstuk! Natuurlijk is dit verkeerd gezien en geïnterpreteerd, want alles staat in nauw verband met de Gemeente van Jezus Christus en met satan die alles aanwendt, en dit alsnog zal (proberen te) doen, om haar te vernietigen! Daar is in dit Boek immers onder meer sprake van de volmaking van de Gemeente [9], van haar wegname [10] òf aanname, alsook van de komst van de Here Jezus Christus als haar Hoofd en Hemelbruidegom!
Daar is geen andere Naam gegeven, waardoor de mens – of hij nu een Jood is of niet – ZALIG kan worden (zie Handelingen 4:12), dan die van onze Here Jezus Christus! Wie in Hem gelooft en Hem ook aanneemt als zijn/haar persoonlijke Verlosser en Zaligmaker, ontvangt “macht om een kind van God te worden” (zie Johannes 1:12). En als een “nieuwgeboren creatuur” is hij/zij een lid van de Gemeente van Jezus Christus.
DAAR IS GEEN ANDERE BASIS! Alle aardse nationaliteit valt weg om plaats te maken voor de grotere en hechtere gemeenschap in Christus; DIT IS VOOR ALLEN! Op grond hiervan staan alle gebeurtenissen in (het Boek) Openbaring in onverbrekelijk verband met de Gemeente in deze laatste dagen. Nemen wij dit bovenstaande in ogenschouw en houden wij rekening met het “tijdselement”, dan wordt het verstaan van de inhoud van (het Boek) Openbaring erg eenvoudig. Een OPENBARING dus… waarvan? Niet van een natie, noch van enig land en/of volk, maar van datgene wat God “vanaf het begin” (zie Genesis 1:1) van plan was te doen, namelijk: de vorming (of: het tot stand brengen) van een Gemeente zonder vlek of rimpel, of iets dergelijks, heilig en onberispelijk(Efeze 5:27, SV). Een van de aarde gekochte Bruid, die een sieraad zal zijn in het Koninkrijk der Hemelen! Glorie voor God en Christus!

Openbaring: Het einde of besluit van de Bijbel

Het Boek Openbaring moet worden beschouwd als “het einde of het besluit” van de Bijbel. Zij vormt het hoogtepunt, het doel, de vervulling van alle Bijbelboeken. Ze kan onmogelijk juist worden verstaan en uitgelegd, indien wij haar niet beschouwen in verband met de desbetreffende profetieën van het Oude Testament. In dit Bijbelboek vinden wij weliswaar nieuwe tonelen, bekende gebeurtenissen in een nieuw en verrassend licht, doch de wijze en taal is zo geheel en al in overeenstemming met die van de profeten van het Oude Verbond (ofwel: van het Oude Testament), dat wij zonder vergelijking met hun geschriften (het Boek) de Openbaring niet zullen kunnen begrijpen.
Dezelfde Geest, door Wie de heilige mensen Gods in het verleden gesproken hebben, moet ons nu de uitlegging, de betekenis van de profetieën geven. Immers: “Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat; want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken (2 Petrus 1:20-21). Amen.
Daarom zijn wij geheel afhankelijk van de Geest van profetie, de Heilige Geest. Wij hebben de speciale belichting van de Geest van God nodig tot een juist verstaan van de dingen. Dit wordt ons ook duidelijk als wij beschouwen wat Johannes wondervol op Patmos ervoer: “Ik was IN DE GEEST op de dag des Heren” (Openbaring 1:10a).
Nogmaals, deze profetieën werden gegeven door de gezegende Heilige Geest; Dezelfde (3de) Persoon [11] in de Godheid zal ze ons doen verstaan! Onder Zijn leiding moeten wij onderzoeken; niet eenzijdig, niet uit hun verband gerukt, noch op zichzelf beschouwd moeten die profetieën worden verklaard; maar… als één machtig geheel, dat naar het Plan van God is opgezet, moet de ene voorzegging door de andere worden verklaard, en – waar nodig – aangevuld.
Hoe nauwkeuriger wij hierin te werk gaan, des te beter zullen wij Gods Plan en bedoelingen leren verstaan. Wij dienen niet te vergeten dat het God heeft behaagd om ons Zijn heilige wil, Zijn gedachten en Zijn plannen mee te delen onder diverse vormen en gedaanten, en dit door middel van heilige mensen van zeer uiteenlopende karakters en aanleg. Hoe onderscheiden ook, hoe schijnbaar tegenstrijdig soms, al dit geopenbaarde vormt een alleszins schoon en harmonisch geheel.

Jezus Christus is de Hoofdfiguur van Openbaring

De Openbaring van Jezus Christus behelst het machtigste drama van alle eeuwen, de laatste grote actie in de tragische geschiedenis van de mensheid. Als wij een en ander in dit licht mogen beschouwen, kunnen wij zeggen, dat Jezus Christus Zelf de positieve hoofdrol vervult op dit schouwtoneel der laatste dagen. Wij zien Hem in dit Boek gemanifesteerd als:

  1. Hogepriester,
  2. Bruidegom,
  3. Lam van God,
  4. Komende Koning,
  5. Rechter van de antichristelijke horden van deze aarde.

Wij zien Hem tenslotte verenigd met de heiligen, de apostelen en de levende Wezens, allen gekocht met en verlost door Zijn kostbaar Bloed! [12]
Het komt er daarom slechts op aan om – voorgelicht door de Goddelijke Auteur – al die verschillende stralen op te vangen en de onderscheiden kleuren te rangschikken, zodat het totale beeld in alle schoonheid en harmonie ons helder voor ogen komt te staan. Is dit voor Gods Woord in algemene zin waar, het geldt in het bijzonder voor dit laatste Boek van de Bijbel. De Here Jezus Christus is in dit Bijbelboek, zoals gezegd, de “Hoofdfiguur”; wij moeten hier bovenal rekening mee houden. Doen wij dat niet, dan zullen wij merendeels in beslag genomen worden door hoofdzakelijk andere schepselen… engelachtige, menselijke of duivelse, die echter alle mindere rollen zijn toebedeeld in dit kolossale en overweldigende schouwspel. De Here Jezus Christus is beide: de Auteur èn de “Hoofdrolvertolker”.
In belangrijkheid, volgende op Hem, komt Zijn Gemeente. Deze neemt er de tweede plaats in. Heden ten dage geloven velen dat de “Boodschap van het Nationalisme” in belangrijkheid volgt op die van Jezus Christus. Maar hoe hoogst belangrijk deze boodschap is in het licht van de eindtijd, tòch gaat de Bruidsgemeente van Jezus Christus [13] elke natie of groepering van volkeren vèr te boven, welke deze ook moge zijn, of welke de uitkomst van hun activiteiten ook moge zijn! De Openbaring rondt het immer-actuele verhaal van “Christus en Zijn Bruidsgemeente” af. Daarom zien wij Christus in (het Boek) de Openbaring niet voornamelijk als het Lam van God, maar als de Bruidegom, van Wie geprofeteerd is: Ziet, de Bruidegom komt, gaat uit, Hem tegemoet!(Mattheus 25:6, SV). Met Hem zien wij de Overwinnaars [14] of Volmaakten [15], zij die de Bruidsgemeente uitmaken. Het Boek Openbaring eindigt met de grote finale, de Bruiloft van de Koning, de grootste bruiloft van alle eeuwen! Glorie voor God!

Plan en doel van de Openbaring

Het hier voorgaande heeft vanzelf het Plan en het doel van de Openbaring aangegeven. Onder Hem, Jezus Christus, moeten alle dingen naar Gods voornemen tezamen gebracht worden; “voor Hem moet alle knie zich buigen en alle tong belijden, dat Hij Koning der koningen is en Here der heren” (zie Romeinen 14:11, 1 Timotheüs 6:15 en Openbaring 19:16), en aan Hem moet de gehele schepping zich onderwerpen en gehoorzaam zijn. Geprezen zij Zijn Naam!
Daar zijn vele belangrijke profetieën vervuld, zoals die betreffende oorlogen, oordelen, antichristelijke stromingen en nog meerdere…; weer andere wachten op hun voleinding, zoals die aangaande de valse kerk of “grote hoer” [16] (zie Openbaring 17), de grote verdrukking, de wegname van de Gemeente [17]; zij hebben allen hun eigen aparte plaats in het grote eind-plan van onze trouwe God. Maar laten wij nooit vergeten dat er een alles-overtreffende boodschap is: Jezus Christus komt terug om Zijn Bruid weg te nemen!
Een nadere beschouwing van het Plan en het doel van de Openbaring leidt tot de verdeling van de inhoud van het Boek. Over het algemeen kan één en ander als volgt worden opgesteld:

  1. Het Heiligdom,
  2. De Gemeente,
  3. De Troon,
  4. Het Lam,
  5. De oordelen,
  6. Het Koninkrijk,
  7. De Eeuwige Staat.

Daar zijn ook Bijbelverklaarders die het totale beeld op grond van Openbaring 1:19 verdelen in 3 hoofdafdelingen, als:

  1. “Wat u hebt gezien,
  2. Wat IS,
  3. Wat HIERNA zal geschieden.”

Hoe aannemelijk en logisch ook, toch zullen wij ons liever bepalen bij de behandeling van de onderscheiden Bijbelhoofdstukken en ook de uiteenzetting houden in dat verband. Dit te meer, omdat wij ons levendig bewust zijn van het feit, dat er bij het doorvoeren van zogenaamde verdelingen altijd weer aanleiding bestaat te geraken tot onderverdelingen, vooral met betrekking tot een boek als Openbaring. Hoewel voor het verdelen van de inhoud van dit Boek inderdaad veel te zeggen valt, tòch is, met het oog op een “studie” zoals door ons beoogd, deze door ons aangegeven richtlijn verkieslijker.

De correlatie van Genesis en Openbaring

Als Genesis “Het Begin” is; dan is de Openbaring “Het Einde”.
Het verdient aanbeveling om verschillende opmerkelijke feiten van het ene Boek te stellen tegenover die van het andere:

  1. In Genesis wordt de aarde geschapen; in Openbaring gaat ze voorbij.
  2. In Genesis verschijnen achtereenvolgens de zon, de maan en de sterren; in Openbaring lezen we dat ze niet meer nodig zijn.
  3. In Genesis is er een Eden, een Hof, als plaats van gemeenschap voor mensen; in Openbaring is daar een Stad als woonplaats der volkeren.
  4. In Genesis hebben wij de bruiloft van de eerste Adam; in Openbaring de Bruiloft van de Tweede Adam.
  5. In Genesis vinden wij de eerste en grimmige verschijning van satan; in Openbaring vinden wij zijn uiteindelijke ondergang.
  6. In Genesis vinden wij het begin van zonde, smart, lijden en tranen; in Openbaring wordt een einde gemaakt aan de zonde – geen smart en lijden is er meer en alle tranen zijn weggewassen.
  7. In Genesis wordt de vloek over de mens uitgesproken; in Openbaring zal er geen vloek meer zijn.
  8. In Genesis wordt de mens na de zondeval verdreven uit het paradijs en wordt hen de weg naar de Boom des Levens versperd; in Openbaring wordt de verloste mens verwelkomd en staat diezelfde Boom des Levens opnieuw tot zijn/haar beschikking.

Hoe wondervol verheven is Gods Raadsplan van verlossing! Hoe aanbiddelijk schoon haar inhoud! Waar de Bijbel begint met ons de schepping van hemel en aarde te verhalen, daar eindigt hij met ons de nieuwe hemel en de nieuwe aarde te schilderen op het profetisch canvas van de eeuwigheid… plaatsen, waarin gerechtigheid wonen zal.
“O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen! Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid.” (Romeinen 11:33-36)
Zalig, die Hem verwachten! Hem, de Koning der Eeuwen!
Wee degenen, die NIET bereid zijn!

CJH Theys [18]
(1903 – 1983)

Einde van ‘De Inleiding’ van het Boek Openbaring

Wordt vervolgd

**********************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie Leer bidden van CJH Theys. (noot AK)

[2] Zie eventueel onze GRATIS studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)

[3] Zie eventueel onze GRATIS studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)

[4] Zie eventueel onze GRATIS studie De Spade Regen opwekking” van H. Siliakus. (noot AK)

[5] Zie eventueel onze GRATIS studie De volmaaktheid in Christus van E. van den Worm. (noot AK)

[6] Zie eventueel ons GRATIS artikel Wie is de VROUW uit Openbaring 12 ? van A. Klein. (noot AK)

[7] Zie eventueel onze GRATIS studie Opeenvolgende profetische gebeurtenissen (voorafgaand aan het einde van de huidige tijdsbedeling) van CJH Theys. (noot AK)

[8] Uit Wikipedia: Het preterisme is een opvatting binnen het christendom waarbij de profetieën van de eindtijd, onder andere uit het bijbelboek Openbaring, niet over de toekomst gaan maar reeds vervuld zijn in het verleden. Preteristen plaatsen de vervulling van de bijbelse voorspelling in de eerste eeuw na Christus, de tijd van de Romeinse keizer Nero en de Joodse Opstand met Rome. Het woord preterist is afkomstig van het Latijnse woord praeteritus, dat ‘voorbijgegaan’ of ‘verleden tijd’ betekent. Men bedoelt dus dat de apocalyps tot het verleden behoort. Een veel gebruikte bron binnen deze beweging zijn de brieven van Flavius Josephus. (noot AK)

[9] Zie noot 5.

[10] Zie eventueel ons GRATIS artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ?”, van A. Klein. (noot AK)

[11] In Deuteronomium 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!).Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon.
Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
de 2de Openbaringsvorm van God: de Zoon
de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest. (noot AK)

[12] Zie eventueel onze GRATIS studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)

[13] Zie eventueel onze GRATIS studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)

[14] Zie eventueel onze GRATIS studie De overwinnaars over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)

[15] Zie noot 5.

[16] Zie eventueel onze GRATIS studie De valse staatskerk van de laatste dagen, een overkoepelende instelling van ‘Christelijke’ kerken in de eindtijd” – De grote hoer van Openbaring 17 van E. van den Worm. (noot AK)

[17] Zie noot 10.

[18] De Bijbelverzen stonden oorspronkelijk vermeld in de Statenvertaling, maar zijn door mij zoveel als mogelijk omgezet naar de HSV-vertaling (soms met een gedeelte van de SV erbij vermeld). (noot AK)

.

Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van CJH Theys, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst (deel 6: Als God verder spreekt…)

Jesus, Lamb, Lion

Als God verder spreekt…

De ontknoping

“En God zei: Daar zij een uitspansel… en dat make SCHEIDING… En God maakte SCHEIDING… En het was alzó. En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de 2de dag. En God zei: Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! En het was alzó. En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeën; en God zag dat het goed was. En God zei: Dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaad-zaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzó. En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaad-zaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin was naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de 3de dag. En God zei: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om SCHEIDING te maken tussen de dagen tussen de nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel van de hemel, om licht te geven op de aarde! En het was alzó. En God stelde ze… om licht te geven op de aarde. En om te heersen,… en om SCHEIDING te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was: Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de 4de dag. En God zei: Dat de wateren overvloedig voortbrengen…! En God zag, dat het goed was. En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeën, en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde! Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de 5de dag. En God zei: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard,…! En het was alzó. En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard,… En God zag, dat het goed was. (zie Genesis 1:6-25)
Een eenvoudig en sober verhaal, begrijpelijk voor een ieder, behalve voor de buitengewone, geestelijk-afgestompte mens. Diens hart is niet open voor deze scheppingswaarheden. Zijn ziel kan niet loven noch danken voor alles wat de mensheid om niet is gegeven. Hij kan het de psalmist niet nazingen: “O Here, onze Here! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! Gij, die Uw majesteit gesteld hebt bóven de hemelen… Als ik Uw hemel aanzie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt; Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt? … O Here onze Here! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde!” (zie Psalm 8:2-5 + 9-10)
Waarlijk, die mens aan wie Gods ongeschonden schepping ontviel,… die mens die Gods Paradijs verloor, die mens van tegenwoordig blijft voortleven in zijn schuld, omdat… hij niet gelooft. De Bijbel zelf getuigt hiervan. God sprak, ging voort met spreken, en alles kwam en werd overeenkomstig Zijn scheppend Woord. “En het was ALZO” lezen wij telkens weer. Bovendien: “God zag, dat ALLES GOED was! staat er herhaaldelijk geschreven.
Maar in het scheppingsverhaal wordt òòk dat éne zo veelzeggend en betekenisvol woordje herhaald: “SCHEIDING”. God maakte scheiding! [1] Laten wij dit woordje, deze onweerlegbare en Schriftuurlijke waarheid tot ons doordringen!! Dat wij hiervoor de vensters van onze benauwde ziel openzetten!!! Ja, in zijn innerlijk wezen heeft de mens iets hiervan begrepen en is er iets losgebroken in hem. Doch, jammer genoeg, bleef het daarbij, met als gevolg dat hij zich “losgebroken” heeft van Zijn Maker, de Here van hemel en aarde. De mens bleef voortleven “naar zijn aard”, maar die losgebrokenheid vervulde zijn ziel met een verkeerde keuze, en dus òòk met een… verkeerde beslissing. Wat volheid van rijkdom moest zijn, werd hem een vloek.
Die scheiding tussen de mens enerzijds en zijn Maker is in de loop der eeuwen een KLOOF geworden, een onoverbrugbare DIEPTE. Die mens, verblind door zijn eigen concepties (= nieuwe gedachten / denkbeelden), kan de heerlijkheid Gods niet zien zoals deze geopenbaard is in Gods schepping. Daarom kan hij het getuigenis van de zanger van Israël ook niet verstaan: “De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk. De dag aan de dag stort overvloedig spraak uit, en de nacht aan de nacht toont wetenschap. Geen spraak, en geen woorden zijn er, waar hun stem niet wordt gehoord. Hun richtsnoer gaat uit over de ganse aarde, en hun redenen aan het einde der wereld; Hij heeft in dezelve een tent gesteld voor de zon.” (Psalm 19:2-5)
Gods “merktekenen” staan aan Zijn hemel en zijn op de aarde! Is het niet opmerkelijk en opvallend dat God reeds eerder deze aarde heeft gezegend, nog vóór Hij de mens schiep naar Zijn beeld en gelijkenis?! De grootste ellende waarin die ongelovige mens van onze tijd zich bevindt is, dat de Here God voor hem niet bereikbaar is,… dat onze God voor hem onherkenbaar is geworden. Het zijn geen ziekten en geen strijd, geen moeiten en geen zorgen, die het zo’n mens moeilijk maken. Neen, zijn wezenlijk leed en de enige waarachtige ellende in zijn leven bestaat daarin dat hij verkeerd kiest met alle gevolgen van dien.
Vandaar die scheiding tussen hem en de scheppende God. De mens moet nu eenmaal beginnen met “in zijn Maker te geloven“. Hier hebben wij de “voorwaarde” waarop zegen vanuit de hemel wordt ontvangen; en deze zegen is onontbeerlijk voor de mens, wil hij de juiste keuze doen en bijgevolg de juiste beslissing nemen. Dan zal de zon hem niet alleen verwarmen, en de maan zal dan niet alleen haar lieflijk schijnsel geven, en de sterren zullen dan niet alleen maar flonkerende scheppingen zijn, maar dan wordt hem die Naam geopenbaard, die achter al deze wonderlijke scheppingen staat. Het komt er dan op aan dat die éne Naam zal worden geëerd; want alleen wie deze Naam kent, voor hem zal de deur [2] opengaan, en alles wordt hem dan ook tot een teken, tot het handschrift Gods!
Hij zal alsdan Gods goedheid en macht zien, en de regelmaat verstaan waarmee de Schepper het geschapene, dus ook zijn leven, bewaart en onderhoudt. Overal om zich heen herkent hij dan dezelfde zorgende en machtige Hand, net zoals de psalmist, en het ontvangen geloof verzekert hem dat eenmaal in zijn leven de dag aanbreekt dat hij zal mogen aanschouwen wat hij op aarde geloofd heeft. Halleluja! “Die het beloofd heeft, is getrouw, Die het ook doen zal” (zie Hebreeën 10:23b en 1 Thessalonicensen 5:24). Amen.
Met dit zó neer te schrijven, raken wij aan het meest verborgen geheim van het hele scheppingsverhaal. Pas als wij diep doordrongen zijn van en ernst maken met dat “God ZEI God SPRAK“,… wanneer wij uit genade mogen gaan verstaan dat die Stem voort-klinkt,… dat Iemand zó spreekt, ja, tot een ieder persoonlijk spreekt, hebben wij de sleutel gevonden welke past op het slot van Gods schepping!! Geloof wordt dan: zien op Jezus Christus, Die Zelf HET Beeld is van de TRIOMF. Glorie voor Hem!!
Eén ding is zeker, het einde van onze geschiedenis zal eenmaal uiterlijk zichtbaar verschijnen. Maar, dit willen wij wel direct zeggen, dat moment is niet zo belangrijk als HET BEGIN, als HET KRUIS, waar “de ontknoping” begon en dat de loop van de geschiedenis bepaalt. Zo is ook in ons mensenleven de ontmoeting met Jezus Christus belangrijker dan wat maar ook. Evenmin als dit begin niet is te berekenen, zo is ook het einde niet te ontcijferen.
Het begin van de Schriften, gezien in het grote verband met het getuigenis, licht ons in over de bedoeling die God heeft gehad met de schepping. Op dezelfde manier zijn de profetieën aangaande het einde voor ons nuttig…, omdat zij ons in het kader van de gehele Bijbelse boodschap openbaren in welke geest God de bestemming van de wereld wil bereiken,… hoedanig haar “voleinding” zal zijn. Het is van belang te weten welk doel God nastreeft en ook zal bereiken aan het eind van de geschiedenis, opdat wij onze “daadwerkelijke dagelijkse gehoorzaamheid” afstemmen op Zijn verheven verlossingsplan.
Zij die daarentegen nieuwsgierig zijn naar oppervlakkige détailpunten, zullen teleurgesteld worden. Niemand kan een nauwkeurige agenda opstellen; nòch van het begin nòch van de laatste gebeurtenissen, zoals een concertmeester dat doet met het programma van een concert of avondje van amusement. Zoiets kan hij laten drukken. Met betrekking tot Gods wondere schepping gaat dat niet. Niets is meer verkeerd dan te proberen om, met behulp van de beelden van de Bijbelse schildering, van het einde een volledig en volmaakt schema op te stellen. Wat wij bedoelen is het volgende:
Johannes de Doper, ofschoon vol van de Heilige Geest, heeft nooit getracht met behulp van de Messiaanse profetieën van tevóren een nauwkeurige beschrijving te geven van Jezus Christus en van Zijn leven. Integendeel, hij heeft gezegd: “ik kende Hem niet” (zie Johannes 1:31). Evenmin als dat Simeon en Anna (die toch zeer zeker met geheel hun ziel de beloofde Messias verwachtten !) op grond van Daniël [3] de datum en op grond van Micha de geboorte van Jezus Christus hebben berekend, om alsdan te gaan “posten” in Bethlehem, met het doel om de Koning der Joden direct bij Zijn komst te kunnen begroeten. Nergens staat dit geschreven. De zichtbare ontknoping in en van Gods schepping, ons leven incluis, zal (naar het eenstemmig getuigenis van de Bijbel) gemarkeerd worden door de “persoonlijke komst van de Here Jezus Christus.”
Met deze wetenschap vragen wij ons af: “Hoe zullen wij de schepping van de wereld ooit kunnen rijmen met dat stervensuur van Jezus op Golgotha? Hoe dat glorieuze licht in de scheppingswording met dat donkere uur op Golgotha’s heuveltop?? En hoe Gods verheven doel in en met Zijn machtige schepping met onze eigen nietige persoonlijkheid???” Eén ding is waar: de wijzen van alle eeuwen hebben met al hun wijsheid de oplossing nooit gevonden. Béter te zingen: “O Here, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.” (Psalm 104:1b)
In dit leven staat ieder mens, gelovig of niet-gelovig, voor beslissingen. Het leven biedt ons altijd een veelvoud aan mogelijkheden, en daaruit moeten wij dan een greep doen. De mens, het doet er niet toe waar hij leeft, wie hij is en wat hij doet, is een wezen dat beslissingen neemt; dat is zo ons bestaan. En, dikwijls zijn wij blij met zulk een vrijheid van keuze en beslissing, maar heel dikwijls ook worden zij ons tot een last! Wij weten allemaal zeer goed dat de beslissingen die wij moeten nemen verder reiken dan het ogenblik waarop zij genomen worden. Zij kunnen een groot deel van ons leven, ja zelfs ons héle leven bepalen (richting geven).
Wij geven hier twee praktijk voorbeelden… In de keuze van ons beroep en in die van de vrouw met wie wij trouwen nemen wij beslissingen waarin wij een heel leven hebben te winnen, maar ook kunnen verliezen. Wat een verschrikkelijk ogenblik, wanneer men tot de ontdekking komt dat men een verkeerde keuze deed en zodoende ook een verkeerde beslissing nam, en daardoor zijn leven in een geheel verkeerde richting voerde. Die kwelling van de ziel wordt nòg gróter, als men moet inzien dat er geen weg terug meer is, terwijl het zo heel anders had kunnen zijn!
De Bijbel is nog radicaler! Beslissingen van Christenen zijn bepalend voor de eeuwigheid. Immers is het leven een “totaliteit”, en de beslissingen die wij moeten nemen gelden dan ook voor heel deze totaliteit. Wij weten – door het geloof – dat wij “ons-eigen-ik” niet simpelweg kunnen vereenzelvigen met het “zichtbare”; dat wat “de materie” genoemd wordt. Ons-eigen-ik gaat namelijk boven het zichtbare uit; ja, zelfs bóven het verval en de ondergang van het stoffelijke van ons bestaan. De apostel Paulus getuigt hiervan zeer duidelijk in het 15de hoofdstuk van zijn (1ste) Brief aan de Corinthiërs.
Naar onze keuze beslissen wij en naar onze beslissing bouwen wij. Zo is de gang van zaken; zowel in het natuurlijk als in ons geestelijk leven. Keuze en beslissing gaan hand in hand. Daarom moeten wij terdege oppassen en niet één-twee-drie kiezen en beslissen. Rekening houdende met dit alles heeft Jezus gezegd: “Zit neder en bereken eerst de kosten, alvorens de toren te bouwen” (zie Lukas 14:28). De verzoeking van Adam en Eva begon met de misleidende uitspraak van satan. Hoe? Waarin?? Dat er toch eigenlijk van zúlk een beslissing, van zúlk een keuze voor of tegen God géén sprake was, noch is. Gods Woord werd toentertijd  in twijfel getrokken: “Zou God werkelijk gezegd hebben…?” (zie Genesis 3:1-5)
Zouden wij waarlijk vandaag de dag voor een beslissing staan? Lieve lezers/lezeressen, wij willen u ernstig waarschuwen. De verzoeking tot zonde begint bij het loochenen van de Bijbelse boodschap dat wij, mensen, staan in de vrijheid van keuze en beslissing wanneer wij Jezus Christus hebben aangenomen als onze persoonlijke Verlosser en Zaligmaker. Is het niet voor ons vanaf dat ogenblik “WAT WILT Gij HERE, dat ik doen zal”!?! (zie Handelingen 9:6a). Net als Paulus’ uitroep op de stoffige weg naar Damaskus. Onze keuze èn beslissing voor of tegen Christus, is onze keuze èn beslissing voor de hemel òf voor de hel! Jezus Zelf zegt: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn Woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven” (Johannes 5:24)
Het is door het geloof in Jezus Christus en in Zijn liefdevolle bemoeienissen dat wij ons werpen in de stroom van het leven, die ons naar onze bestemming voert. De vlucht uit dat wat wij voor werkelijkheid houden en de vlucht voor de keuze èn beslissing, zijn identiek en stoelen op één-en-dezelfde verkeerde fundering van het leven. Wie Jezus niet kiest zal niet tot een positieve beslissing komen, en zal zijn leven lang leven met een heimelijke angst in zijn hart; soms meer, soms minder. Hij zal niet verlost worden, tenzij hij Jezus toelaat in zijn hart en leven. Amen. Dàn, niet eerder, is de ontknoping een feit.
Tot de mens komt het aanbod: Kies voor Jezus, beslis voor Christus; open uw hart voor Hem, en u zult gered zijn, vrede hebben en rust. Reeds op deze wereld zal er wezenlijke scheiding zijn tussen licht en duisternis, opdat u mag wéten dat u Zijn eigendom bent. Daarom is het ook een infame (= schandelijke) leugen, als beweerd wordt dat het Christelijk geloof “opium” is voor de ziel, en dat het de mens binnen-voert in angst en beven voor dood en verdoemenis, en hem zijn verder leven laat verkommeren. Dit is een satanische leugen!
Als God scheiding maakt in ons leven, zal Hij daarvan zeggen: “HET IS GOED” (!) net zoals Hij dat zei bij het aanschouwen van de luister en de bekoring van de scheppingsdagen… Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid! Daar waren toentertijd  geen crisisstemmingen, en geen levensangsten, want de gehele schepping ademde de liefde Gods. En deze liefde is volmaakt, gelijk God volmaakt is. Daar was enkel bruisend leven in en door de gemeenschap van de mens met Zijn Maker. Enkel, leven, licht en leven. Daar was geen dood en verdoemenis. Hoe wondervol!!

  • Wat is dan “verdoemenis”?
  • Wat betekent “eeuwige verdoemenis” dan??

De Bijbel leert ons dat alles zijn tijd heeft en beloop. Alles wat wij op aarde beleven en zien speelt zich af binnen de grenzen van ruimte en tijd. Het is de mens niet gegeven zich een voorstelling te maken van wat valt buiten deze begrenzingen. De Heilige Geest alléén “Die alles onderzoekt, zelfs de diepten Gods” (zie 1 Korinthe 2:10) moet de mens daartoe bekwamen. Wij kunnen ons dus niet voorstellen “hoe” het zal zijn wanneer deze wereld vergaat. Als wij dus willen spreken over dingen en zaken die buiten de begrenzing liggen van wat de werkelijkheid van onze wereld bepaalt, dan kunnen wij slechts spreken in “gelijkenissen”.
Heeft Jezus niet hetzelfde gedaan?!? Velen noemen alles wat niet overeenstemt met de werkelijkheid “fabelachtig”. Dergelijke mensen begrijpen niet dat deze wereld voor de “niet-geestelijke-mens” onbegrijpelijk blijft, zolang zij alleen zien naar het zichtbare. Blijkbaar zijn zulke mensen nooit blijven stilstaan bij de realiteit van de “onzienlijke” dingen, die niet meetbaar en niet berekenbaar zijn. Wanneer nu de Bijbel in gelijkenissen spreekt, dan gebeurt dat met het oog op die zo-even bedoelde werkelijkheid, die slechts op zo’n manier kan worden uitgedrukt, omdat zij boven ons voorstellings- en begripsvermogen uitgaat.
Achter de symbolen van de Heilige Schrift gaat de realiteit schuil. De waarheid (Gods), die immers ver boven ons denken en voorstellingsvermogen uitgaat, kan uiteindelijk slechts in gelijkenissen worden verklaard. Zó is het nu ook, als wij spreken over “eeuwige verdoemenis”. Dit laatste kunnen wij ons alleen maar voorstellen in begrippen (termen) van tijd en ruimte. Vandaar dat wij spreken van: eeuwigdurende straf,… eeuwige verdoemenis,… eeuwig brandend vuur,… en dergelijke. Wij bedoelen daar dan mee dat er geen mogelijkheid van bekering is nà de dood, nàdat wij gestorven zijn!
Eén feit blijft echter bestaan (Jezus leert ons hieromtrent): het is de mens weliswaar gezet om eenmaal te sterven, dòch de mens kan definitief zijn leven behouden òf verliezen. Jezus Christus biedt ons de mogelijkheid van redding uit de afgrond van levensverwoesting. Want Hij alléén heeft voor óns – dat is: in ònze plaatspeilloze diepten van de grootste ellende gedragen, en die diepten van God-verlatenheid is Hij alléén doorgegaan.

  • Wáár kan de mens terecht als die afgrond hem dreigt op te slokken?
  • Wáár vindt hij een weg terug als hij ontdekt dat hij zich op een dwaalspoor bevindt??
  • Wáár vindt hij rust als niet-te-stillen-onrust hem dag en nacht kwelt in de vertwijfelde vraag hoe hij Gods toorn kan ontvlieden???

ALLEEN IN Christus, omdat Hij DE Waarheid is, DIE ONS VRIJ MAAKT. Glorie voor Hem!
Het Nieuwe Testament, Jezus Christus Zèlf, betuigt, predikt met stellige nadruk de realiteit van “het-eeuwig-verloren-zijn” òf “eeuwige verdoemenis”. Mensen die deze aangrijpende werkelijkheid van een hemel en een hel uit het oog verliezen, dan wel van de hand wijzen, verminken de Bijbelse boodschap en verwerpen Jezus’ eigen getuigenis. In onze eeuw van “het moderne denken”, zien wij dat de moderne mensen, die slechts leven voor het ogenblik in hun oppervlakkige begeerte naar “happy-end geluk”, geen rekening willen houden met ellendige levenservaringen in het verleden en nog minder met alle mogelijke verschrikkingen in de (nabije) toekomst.
Jezus Christus spreekt niet van een hel, om daardoor de mens te kwellen of te intimideren. O neen, veeleer heeft Hij de mens daarmee willen waarschuwen, en hem willen doen verstaan dat Hij alléén hem de overwinning [4] kan schenken op de angst, om alsdan in volle vrijheid en blijdschap de weg tot God te bewandelen,… verlost door Jezus Zelf van alle angst en vrees die heimelijk de mensenziel aanvreet. Jezus alleen heeft alle macht!! Amen.
Elke beslissing die wij nemen heeft consequenties voor ons hele bestaan. Wie gelooft dat de menselijke ziel onsterfelijk is, en dat is zó, die zal ook rekening moeten houden met het feit dat keuze èn beslissing in dit leven zich zullen doen gelden straks in de eeuwigheid. Bedenken wij toch dat de werkelijkheid ten aanzien van God – het eeuwige leven, de hemel en de hel – ver uitgaat bóven ons voorstellings- en bevattingsvermogen. Hemelse rust, vrede en blijdschap, schenkt Hij ons door de Heilige Geest [5] (namelijk in de doop met en de vervulling van de Heilige Geest ! [6]) als een “voorsmaak”. Deze geeft ons de zekerheid van “de erfenis der heiligen”, welke ons wacht bij Hem. Daarom hebben wij ons er voor te behoeden dat wij, boven wat ons God in Zijn Woord wil openbaren, en ook wat God als geheimenis boven onze Ievens-weg heeft geplaatst, willen ontraadselen. Amen.

CJH Theys

NOOT
Alle in deze uitgave genoteerde Schriftuur is uit de Statenvertaling.

Overname uit deze brochure is toegestaan, mits met bronvermelding!

EINDE deel 6

Wordt vervolgd

***********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie Drie grote toekomstige scheidingen van H. Siliakus. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze GRATIS studie Tabernakel symbolieken (9): De DEUR en de heilige zalfolie van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze GRATIS studie Het Boek Daniël – alle 12 hoofdstukken, met ‘vers voor vers’ UITLEGvan CJH Theys. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze GRATIS studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze GRATIS studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze GRATIS studie De Gever en Zijn Gaven van CJH Theys. (noot AK)

**************************************************************

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst

.
Deel 1: Verborgen hoop – Opmerkelijke vrees
Deel 2: Het uitgangspunt
Deel 3: ’s Mensen ontrouw – Gods trouw
Deel 4: Omweg en toch DE WEG…
Deel 5: Licht over de gehele schepping

.

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

De wens aller volkeren (n.a.v. Haggaï 2:8)

Wens aller volken - Haggai 2

Nog niet vervuld

Een wondervolle profetie vinden wij in Haggaï 2 vers 7-8:
“Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Nog één ogenblik, en dat is een korte tijd (SV: Nog eens, een weinig tijd zal het zijn), dan zal Ik de hemel en de aarde, de zee en het droge doen beven. Ik zal alle heidenvolken doen beven. Zij zullen komen naar het verlangen (SV: tot de Wens) van alle heidenvolken en Ik zal dit huis (ver)vullen met heerlijkheid, zegt de HEERE van de legermachten”. [1]
Dit alles heeft betrekking op de komst van de Messias. De wens van de Joden was, dat bij de komst van de Messias het koninkrijk hersteld zou worden. Maar de dingen waar Haggaï en de Joden naar uitzagen, werden niet vervuld toen Jezus voor de eerste keer kwam. Derhalve moeten ze vervuld worden bij Zijn tweede komst!
Laat ons letten op de omstandigheden die zich zullen voordoen als Christus wederkomt. “De hemel, de aarde en de zee zullen beven.” In Mattheüs 24:7b lezen wij van “aardbevingen” als tekenen van de tijd:
“…en er zullen hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten en aardbevingen in verscheidene plaatsen.”
Ezechiël profeteerde:
“Omkeren, omkeren, omkeren zal Ik die (kroon, van de onheilige, goddeloze vorst, zie vers 25)! Ja, dat wat er was, zal er niet meer zijn, totdat Hij komt Die er recht op heeft, en Hem zal Ik het geven! (Ezechiël 21:27)
De wereld zal niet bekeerd worden! Er zal op aarde benauwdheid van de volkeren zijn, met twijfelmoedigheid en vrees:
“En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven. En het hart van de mensen zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid. Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is.” (Lukas 21:25-28) [2]
Het huis van God zal worden vervuld met Gods heerlijkheid.
Wat (of wie) is het huis van God?
En waar zal Zijn heerlijkheid zijn en gezien worden?
In het boek Haggaï is sprake van twee huizen: een eerste huis en een tweede huis. Het eerste huis spreekt ons van de eerste Gemeente, de vroege Kerk (zoals ook het geval is bij de eerste of vroege Regen [3]).
Het tweede huis spreekt van de Gemeente van de laatste dagen (zoals ook de Spade Regen [4] doet). En de heerlijkheid van het tweede huis zal groter zijn dan die van het eerste huis! [5]

Wat de volkeren wensen

Wat is “de Wens van alle volkeren”? In 1 Samuël 9:20b (SV) zien wij hoe dit begrip gebruikt wordt:
“…en van wie zal zijn al het gewenste, dat in Israël is? Is het niet van u, en van het ganse huis uws vaders?”
Het betreft hier Saul en dat wat Israël wenste, dat was, zo zouden wij het kunnen zeggen, wat een machtige heerser hen kon geven. Israëls wens om een koning te hebben, was uitgegroeid tot een ware passie. Nu verlangen de volkeren thans niet naar de wederkomst van Jezus Christus, maar zij verlangen wel naar de dingen die alleen Hij kan geven.
Wat is Jezus voor ons?
Hij is onze Middelaar, Die ons vrede brengt. Hij is onze Verlosser, en de eerste en grootste verlossing die Hij biedt is de verlossing van onze zonden. Hij is onze Geneesheer. Hij is onze grote Koning. Maar wij moeten Hem hebben, willen wij ook bezitten wat Hij kan geven!

Micha 4 vers 1-8 beschrijft een komend Koninkrijk:
“Het zal echter in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat de volken ernaartoe zullen stromen. Vele heidenvolken zullen op weg gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de HEERE uit Jeruzalem. Hij zal oordelen tussen vele volken en machtige heidenvolken vonnissen, tot ver weg. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren. Maar zij zullen zitten, ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, niemand zal ze schrik aanjagen, want de mond van de HEERE van de legermachten heeft het gesproken. Want alle volken gaan op weg, elk in de naam van zijn god, maar wij zullen op weg gaan in de Naam van de HEERE, onze God, voor eeuwig en altijd. Op die dag, spreekt de HEERE, zal Ik verzamelen wie mank gaat, bijeenbrengen wie verdreven is en wie Ik kwaad aangedaan heb. Ik zal wie mank gaat, stellen tot een overblijfsel en wie verdreven was tot een machtig volk, en de HEERE zal over hen Koning zijn op de berg Sion, van nu aan tot in eeuwigheid. En u, Schaapstoren, Ofel van de dochter van Sion, naar u zal gaan, ja, naar u zal komen de heerschappij van vroeger, het koningschap van de dochter van Jeruzalem”.

Jezus komt weder als een Koning. Hij kwàm als een Profeet, stierf op Golgotha als onze Zaligmaker en verblijft nu in de hemel als onze (Hoge)Priester. Maar Hij zal straks verschijnen als een Koning.
Wanneer?
Micha zegt: in het laatste der dagen. Of, letterlijk, aan het eind der tijden. Wat dan volgt, wordt beschreven als een tijd van vrede, veiligheid en van overvloedige voorzieningen. De Naam des Heren zal worden grootgemaakt. En er zullen geen zonde, zondaren, ziekte of dood meer zijn. Ja, de wens van heel de mensheid, van alle volkeren zal komen en in vervulling gaan.
Maar wie zullen ervan genieten?
Slechts degenen die de verlossing van God ontvangen hebben. Al dit begerenswaardige is slechts weggelegd voor de verlosten! Een paradijs te wensen is niet genoeg.
Daarom zeggen wij nogmaals: om het begerenswaardige te ontvangen wat Hij brengt, moet men eerst Jezus zelf bezitten!

Rev. Renus R. Cabe
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (geschikt om te lezen via een mobiel of tablet)

***********************************************************************************

[1] De Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG, LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus. (Over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen)van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Vroege Regen = Het beeld van de UITSTORTING van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, in de begintijd van de Gemeente, zoals vermeld in Handelingen 2:1-4. (noot AK)
[4] De Spade (of Late) Regen = Het beeld van de UITSTORTING van de Heilige Geest in de eindtijd (zie Joël 2:23b en 28-29), nodig om de Gemeente(leden) – vooral in geestelijke zin – klaar te maken voor persoonlijke groei en om nog vele zielen te kunnen winnen voor Christus tijdens de (wereldwijde) opwekking (zie o.a. Matth. 24:14).
Zie eventueel onze GRATIS studie De Spade-Regen Opwekking KOMT ! van E. van den Worm
en/of
De ‘Spade Regen opwekking’ (n.a.v. de UITSTORTING van Gods Geest in de eindtijd) van H. Siliakus. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze GRATIS studie De UITEINDELIJKE, Goddelijke HEERLIJKHEID van de WARE Gemeente van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeentevan E. van den Worm. (noot AK)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van H Siliakus, Tekenen vd eindtijd, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Website ‘De Eindtijdbode’ vanaf nu beveiligd met https (slotje)

.

Geachte lezer,

.

Vanaf heden hebben wij – eindelijk – ook een slotje voor onze domeinnaam staan.
http://www.eindtijdbode.nl is daarom nu https://www.eindtijdbode.nl geworden.
De s erbij, vermeld ná http, is een beveiligingscode.
Op onze website https://www.eindtijdbode.nl staan nu – als het goed is – alle studies met de s erbij vermeld, dus met slotje vóór de domeinnaam als bewijs van beveiliging.

Maar in de links in de PDF’s en ook op ons weblog
https://eindtijdbodebijbelstudies.wordpress.com
zult u nog eerder geplaatste links vinden waarbij de s, ná http, er niet bij staat (al hopen wij dit in de komende tijd zoveel als mogelijk te gaan wijzigen).
Op zich kan de link zonder slotje geen kwaad, vooral daar wij geen betaal- of andere gegevens van mensen vragen of hebben. Maar mocht u liever zekerheid hebben, dan kunt u de betreffende studie ook via https://www.eindtijdbode.nl opzoeken (waar dus al onze studies nú een s en slotje hebben), of u kunt zelf de s toevoegen aan de betreffende (oude) link.

.

Hopelijk is het u duidelijk?

.

Met vriendelijke groet,
A. Klein

.

Geplaatst in Algemene informatie, Artikel van A Klein | Tags: , | Een reactie plaatsen

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst (deel 5: Licht over de gehele schepping)

Jesus, Lamb, Lion

Licht over de gehele schepping

“Er zij…” – Gods restauratieplan

“En God zei: Daar zij licht! en daar werd licht” (Genesis 1:3). Wie deze woorden leest en ook alle aandacht geeft aan wat volgt in de verzen 4 t/m 5 en 14 t/m 17 [1], moet denken aan de profetie in Jesaja: “Ja, Ik heb het gesproken, Ik zal het ook doen komen; Ik heb het geformeerd, Ik zal het ook doen” (Jes. 46:11b). “Ik HEB… Ik ZAL” zo sprak God, en zó spreekt Hij nù nòg. Hij alleen kan dat, omdat Hij alleen de “Ik BEN” is;… “DE Eeuwige. Zó heeft Jezus Zichzelf geopenbaard aan de geliefde apostel Johannes op Patmos, zeggende: Ik BEN de Alfa en de Omega, het BEGIN en het EINDE… (zie Openbaring 1:8, Openbaring 21:6, Openbaring 22:13) wat op hetzelfde neerkomt – wat hetzelfde bedoelt te zeggen. Amen.
Zó heeft God Zijn restauratieplan ingezet: door het licht te scheppen. Dit licht maakte scheiding voor tijd en voor eeuwigheid. God sprak “Er zij…” en duisternis moest wijken om plaats te maken voor het licht. Uit de alom (= overal) heersende duisternis werden de omtrekken van ruimten zichtbaar. Dat licht dat daagde over de gehele schepping van God vond zijn oorsprong in God Zelf. In zijn brieven zegt de apostel Johannes niet alleen dat God LIEFDE is, maar òòk dat Hij LICHT is. Verderop in het scheppingsverhaal staat: “God zag, dat het (licht) goed was” (zie Genesis 1:18b). En dit woordje “goed” in de Bijbel betekent “volmaakt“! Welk een intense blijdschap en volmaakte vreugde moet het hart van de Schepper van hemel en van aarde vervuld hebben toen Hij bemerkte “hoe” volmaakt, hoe “schoon” Zijn schepping wel was!
De Bijbel begint met God en opent met VOLMAAKTHEID. Halleluja! Wij geloven dan ook dat het Gods wil is dat Zijn kinderen zich terdege bewust zullen zijn van déze volmaaktheid. God heeft iets van Zijn eigen Wezen gelegd in Zijn scheppingswerk… tot restauratie! Hoe schril en aan te klagen is het leven van (veel) Christenen, die verondersteld worden boodschappers te zijn van het eeuwig Evangelie, als wij bedenken dat God een volmaakte wereld het aanschijn gaf,… een wereld vol heerlijkheid,… en dat (veel) Christenen leven met angst, vrees en lijden onder zinloosheid en dodelijke verveling. Een onweerlegbare waarheid!!
En niettegenstaande Jezus Christus hier op aarde heeft geleefd en geleerd en Zijn machtswoord heeft gesproken over verdoemelijke schuld, lijden en dood, leven zo vele Christenen maar door, alsof dat alles niet gebeurd ís; en blijven zij gekweld door een onrustig geweten… door een geest van onverzoenlijkheid en kenmerkende vrees voor het onbekende van de toekomst, terwijl hun geloof in die almachtige God en in Zijn Zoon Jezus Christus hun Christelijk leven moet vullen met heel andere dingen en zaken; en hun handel en wandel moet zijn tot verheerlijking van Zijn onvolprezen Naam. God heeft toch alles zó gewild en Zijn heilige wil òòk in Jezus Christus geopenbaard!?
Maar hoe gedragen mensen zich en de Christenen onder hen? Wij zien ze van (geestelijke) honger omkomen terwijl er Levend Brood naast hun ligt… Wij zien ze (in geestelijke zin) dorst lijden terwijl de ruisende Bron van Levend Water vlak bij is: “Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft GELIJKERWIJS DE SCHRIFT ZEGT, stromen van levend water zullen uit zijn buik (HSV: uit zijn binnenste) vloeien. En dit zei Hij van de Geest, Dewelke ontvangen zouden, die in Hem geloven” (Johannes 7:37b-39a). Het is dan ook hard nodig dat wij onze innerlijke toestand leren zien in dit licht.
Maar zo vele Christenen verdoen hun tijd in allerlei beuzelarijen (= onbenulligheden). Daar zijn er die een voortdurende en biddende studie van de Bijbel minderwaardig achten aan een diepere levensbeschouwing en het zich verdiepen in de schepping zelf – in de natuur. Want, zo beweren zij: het is toch waarlijk zó dat Gods liefde zich openbaart in de grootheid van de ons omringende natuur; en het hele scheppingsverhaal is toch waarlijk bewijs van Gods goedheid en macht. Wanneer wij zó met één oor luisteren, is hiertegen ook niets in te brengen. Wat zegt echter diezelfde Bijbel waarin dat scheppingsverhaal opgetekend staat??
“Zijn onzienlijke dingen worden, VAN DE SCHEPPING DER WERELD AAN, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn. Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen en hun onverstandig, hart is verduisterd geworden” (Romeinen 1:20-21). Niet te verontschuldigen! Dus: géén enkel excuus!! Niets kan hun uitredden!! Hoe verschrikkelijk!!!
Mensen die zich op deze wijze losmaken van de Schepper van hemel en van aarde verliezen alles. Wie spreken wil van Gods tegenwoordigheid in de natuur, die moet zijn ogen dan wel sluiten voor de werkelijkheid van de natuur, want wat moet dat wel voor een God zijn Die de angst en de vrees gebruikt? Om consequent te zijn: dan betekent die aanwezigheid van God in de natuur tevens dat God is in de angst en in de verwoesting, en in de wet van de sterkste. Zijn het niet juist dergelijke levensbeschouwingen die mensen hebben verleid tot barbaarsheid, tot sadisme, tot ten-hemel-schreiende wreedheden?!? JA, JA, JA en altijd weer JA!!
Het is een bekend feit dat zulk een geloven in een “God-in-de-natuur” de belijdenis was van een “on-mens” als Hitler, de “profeet van het Nazisme”. Hitlers wereldbeschouwing en levensvisie was:
“Voor ons volk is beslissend, of… het een sterk en heldhaftig geloof in de God der natuur heeft; de God van het eigen volk, de God van de eigen lotsbeschikking, van het eigen bloed… De natuur is wreed, daarom mogen wij het ook zijn. Het natuurlijk instinct gebiedt elk levend wezen om zijn vijand niet alleen te overwinnen, maar òòk om deze te vernietigen. Wij staan aan het einde van een heerschappij van het denken… Wij maken een eind aan een dwaalweg, waarop de mensheid zich bevindt. Er bestaat geen waarheid…”
Wij zouden zó wel kunnen doorgaan. Onnodig, laat dit genoeg zijn. Gode zij dank is deze verschrikkelijke nachtmerrie voorbij,… verleden tijd,… nochtans geschiedenis waarvan wij kunnen leren!
Wie God uit de natuur wil leren kennen moet òf liefde, gerechtigheid, vrede en de overwinning van de zonde en zondemacht [2] door de gezegende werkingen van de Heilige Geest [3] in twijfel trekken, en dan wreedheid, sadisme en zo meer tot levensbeginsel nemen. Wij willen onze lezers waarschuwen. Bij velen, vooral in deze tijd van grote verwarring en onzekerheid op alle gebieden van het leven, zijn de volgende vragen aan de orde: “Waarom laat God toe dat ongerechtigheid en wreedheid onder de mensen toeneemt?” Laten wij deze vraag eens meer persoonlijk stellen, om dan te komen tot: “Waarom moet ik zo dikwijls het onderspit delven, als ik toch mijn best doe om toch heus iets goeds te bereiken?” En, “waarom moet ik juist een struikelblok op mijn weg vinden, terwijl ik dat allerminst gebruiken kan?”
Lieve lezers en lezeressen! Dergelijke vragen spruiten voort uit een gemoed dat onrustig is of dreigt te worden. Zodra wij beginnen te vragen naar het “waarom en waartoe”, verkeren wij in een “levenscrisis”. En in wezen is een levenscrisis tevens een “geloofscrisis”! Wij halen hierbij enkele voorbeelden aan uit de Bijbel, die voor zichzelf spreken… Job [4], een tijdgenoot van Abraham, heeft het over: “Want de pijlen van de Almachtige zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij” (Job 6:4). “Ik had rust, maar Hij heeft mij verbroken, en bij mijn nek gegrepen, en mij verpletterd; en Hij heeft mij Zich tot een doelwit opgericht” (Job 16:12). Tenslotte heeft ook de oude Job de vraag gesteld; “Waarom leven de goddelozen, worden oud, ja, worden geweldig (rijk) in vermogen?” (Job 21:7). Uiteindelijk zegt hij niets meer, in het diepst van zijn ziel overtuigd dat God er is, en dat deze God, soeverein als Hij is, niet verplicht is om hem, armzalig mensen-wormpje, antwoord te geven. God is een God Die Zich niet verborgen houdt. Hij is een God van openbaring, Die antwoord geeft op Zijn tijd en op Zijn wijze. Job heeft òòk dit moeten leren en ondervinden…
“En de Here antwoordde Job, en zei: Is het twisten met de Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop. Toen antwoordde Job de Here, en zei: Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. Eenmaal heb ik gesproken, maar zal niet antwoorden, of tweemaal, maar zal niet voortvaren” (Job 39:34-38). Maar dezelfde Job roept ook uit: “God dondert met Zijn Stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet” (Job 37:5). Gaat het ons niet evenzó?!? Maar dat geeft ons nog niet het recht onze ogen van Hem af te wenden.
Ook in het Boek der Psalmen vinden wij dit thema behandeld… Onze hedendaagse klaagliederen klinken maar banaal in vergelijking met déze kreten uit de diepte naar God: “Want ik was nijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede. Want er zijn geen banden tot hun dood toe, en hun kracht is fris. Zij zijn niet in de moeite als andere mensen, en worden met andere mensen niet geplaagd… Zij zetten hun mond tegen de hemel, en hun tong wandelt op de aarde. Daarom keert zich Zijn volk hiertoe… Dat zij zeggen: Hoe zou het God weten, en zou er wetenschap zijn bij de Allerhoogste? Ziet, deze zijn goddeloos; nochtans hebben zij rust in de wereld; zij vermenigvuldigen zich het vermogen. Immers heb ik tevergeefs mijn hart gezuiverd, en mijn handen in onschuld gewassen. Dewijl ik de ganse dag geplaagd ben, en mijn bestraffing is er alle morgens.” (zie Psalm 73:3-14)
Echter, weet de psalmdichter, dat deze kijk op de dingen oppervlakkig is en geen diepte aan inzicht biedt. Hij gelooft dat alles hem overkomt onder Gods toelating, maar òòk dat Gods gerechtigheid en oordeel voor de mens zo dikwijls onbegrijpelijk blijft. Maar juist daarom gelooft hij zonder te zien. Hij verstaat zonder te aanschouwen. Zijn geloven is een volhardend wachten op en het verbeiden (= verwachten) van God… tegen alle schijn in! Zijn getuigenis (belijdenis) is dan ook: “Als mijn hart opgezwollen was,… Toen was ik onvernuftig (HSV: onverstandig), en wist niets;… Ik zal dan gedurig bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat; Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarnà zult Gij mij in heerlijkheid opnemen. Wie heb ik nevens U in de hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!” (zie Psalm 73:21-25)
Hier is het! GELOOF in God IN WEERWIL VAN ALLE SCHIJN!! Dàn moet het stralende Licht van God,… van genade,… van liefde, de mens niet alleen beschijnen, maar hem ook aanspreken; en dit laatste is sterker dan alles wat wij kunnen ontdekken met ons zien, denken en onderzoeken. Wanneer wij God, de Vader van Jezus Christus, in alles zouden kunnen begrijpen en alles aangaande Hem en Zijn werken zouden kunnen berekenen, zou Hij geen God meer zijn! De apostel Paulus, een vat vol geleerdheid, roept uit in zijn Brief aan de Romeinen: “O diepte van rijkdom, beide van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk (HSV: ondoorgrondelijk) zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen” (Rom. 11:33)!
En in zijn Brief aan de Corinthiërs: “Wij zien nù door een spiegel in een duistere rede, maar alsdàn zullen wij zien (van) aangezicht tot aangezicht…” (1 Korinthe 13:12a). Slechts in Gods licht zien wij HET Licht. Amen. Wie zijn wij dat wij alles zouden begrijpen en verstaan?! De schepping van dat licht over de gehele schepping is en blijft een wonder zonder weerga. Hiermee begon God de restauratie van een gevallen creatie. Op dezelfde wijze begint God, de Heilige Geest, de restauratie, het herstel, de schepping van het NIEUWE LEVEN in de Christen. [5] Zodra God niet alleen als dat Licht tot ons komt, dòch ook in het Woord, ontstaat er Nieuw Leven… ervaren wij de WEDERGEBOORTE. Halleluja! Licht èn Leven èn Liefde zijn Gods attributen.
Zo goed als Licht duisternis doet wijken, zó bant de Liefde (Gods) alle vrees uit! Zelfs vrees voor de dood, die nu eenmaal komen moet. Op grond van het woord: “Het is de mensen gezet, eenmaal te sterven…” (zie Hebreeën 9:27) weet ieder mens dat hij moet sterven. En op grond van déze uitspraak weten wij ook dat wij allemaal naar de dood toe leven. Hebben wij weleens nagedacht over het feit dat de dood ons confronteert met de vraag: “Wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade aan zijn ziel?” (Mattheüs 16:26a)?
Het antwoord, dat het Christelijk geloof geeft, luidt: “Het sterven is gewin”! (zie Filippensen 1:21b) “Beter is de dag des doods, dan de dag, dat iemand geboren wordt” (Prediker 7:1b). Jezus Christus Zelf is gestorven en begraven; ook is Hij het pad door de dood gegaan, dòch om de dood te overwinnen. Hij is gestorven en begraven, maar òòk weer opgestaan! Glorie voor Hem!! Hij overwon de dood, juist doordat Hij door de dood is heengegaan en zodoende de ketenen van de dood verbrijzelde. Zo zal ook eenmaal ònze weg door lijden en sterven, door de dood, een weg zijn naar de beloofde – door God geordineerde (= vastgestelde) – opstanding, als wij ons maar begeven op de weg van Christus èn “in Hem sterven”. Deze is het onherroepelijk getuigenis van de Auteur der Schriften.
Wij, Christenen, genieten het voorrecht de dood niet te zien als een levenseinde. Ja, vanuit Bijbels gezichtspunt beschouwd sterven wij dagelijks. Het apostolisch getuigenis is dan ook: “Want wij, die leven, worden altijd in de dood overgegeven om Jezus’ wil…” (2 Korinthe 4:11a). “Ik sterf alle dagen…” (1 Korinthe 15:31a). En Gods Geest heeft ons van het volgende overtuigd, en wij geven dit graag door om uwentwil: “Hoe méér wij dit aardse leven liefhebben en ons eraan hechten, hoe sterker wij in dit leven onze bestemming zoeken te vinden,… des te krachtiger sluit dit leven ons in haar wurgende greep! Opgepast dus.
Wij dienen in alles op Christus te zien! Niettegenstaande Zijn onmacht aan het kruis (of was het Zijn absolute gehoorzaamheid?!) zoals Hij daarop Golgotha prijsgegeven was aan de onbeschrijfelijke pijnen naar lichaam èn ziel, aan spot en verlatenheid, betekende dat voor ons tòch het begin van de vervulling van goddelijke profetie. Dwars door alles heen ging Hij Zijn weg tot de Vader… Naar hetgeen de apostel geschreven heeft vergaat het alle kinderen Gods evenzo: “Altijd de doding van de Here Jezus in het lichaam omdragende,…” (2 Korinthe 4:10a). Waarachtige Christenen is het gegeven om in hun lijden de weg van de navolging van Christus, hun Overste Leidsman, te gaan, omdat zij door dit kruis-dragen komen tot de opstanding.
Waar wij mensen ons een “punt” denken, heeft God een “komma” gezet. Zijn verheven plan komt in ons tot volmaking, doordat Hij het werk van Zijn handen niet laat varen. Opdat wij in alles zullen blijven volharden zegt Jezus: “Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht (2 Korinthe 12:9b). Die volhardende levenshouding van Christenen heeft niets te maken met, wat de wereldling zo graag noemt, passiviteit; maar bekwaamt hen mee te werken aan een geheel NIEUW LEVEN. Glorie voor Jezus! Déze onweerlegbare waarheid staat geschreven met letters van bloed op alle bladzijden van de Bijbel (de ongelovige mens kan deze niet “zien”, laat staan “verstaan”): de mens moet niets worden, zal God in hem (uit)werken! Amen.

CJH Theys

NOOT
Alle in deze uitgave genoteerde Schriftuur is uit de Statenvertaling.

Overname uit deze brochure is toegestaan, mits met bronvermelding!

EINDE deel 5

Wordt vervolgd

***********************************************************************************

[1] Genesis 1:4-5, “En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis. En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.”
Genesis 1:14-17, “En God zei: Dat er lichten zijn in het uitspansel van de hemel, om scheiding te maken tussen de dag en tussen de nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel van de hemel, om licht te geven op de aarde! En het was alzo. God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren. En God stelde ze in het uitspansel van de hemel, om licht te geven op de aarde.”
[2] Zie eventueel onze GRATIS studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze GRATIS studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze GRATIS studie Het boek JOB, over het lijden en de strijd van de Bruidsgemeente van H. Siliakus. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG: LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus. (Over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen) van E. van den Worm. (noot AK)

**************************************************************

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst

.

Deel 1: Verborgen hoop – Opmerkelijke vrees
Deel 2: Het uitgangspunt
Deel 3: ’s Mensen ontrouw – Gods trouw
Deel 4: Omweg en toch DE WEG…

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Berooiden in de eindtijd

Micha 1

Afkeer van bestraffing

Zelden maakt men het in deze dagen mee dat gepredikt wordt uit de strafpredicaties van de Oudtestamentische profeten. Ook alle andere bestraffende teksten en passages zijn overigens niet geliefd. [1] Het is tekenend voor het geestelijk klimaat van tegenwoordig. Op al dat christendom dat vandaag zo nadrukkelijk aan de weg timmert (of wil timmeren) is van toepassing wat de apostel Paulus eenmaal schreef:
“Zij hebben een schijn van godsvrucht (SV: een gedaante van godzaligheid), maar hebben de kracht ervan verloochend…” Paulus voegde er nog aan toe: “…Keer u ook van hen af (SV: Heb ook een afkeer van deze).” (2 Timotheüs 3:5) [2]
Laat ons oppassen voor de allerwegen zo gepropageerde “positieve instelling”, want het is in werkelijkheid de weg naar de ondergang! Het overgrote deel van Gods Bijbel is van waarschuwende, vermanende en zelfs bestraffende aard. De mens is van nature niet goed, maar met de godsdienstige mens is het meestal nog erger gesteld. Dit wordt juist in deze laatste dagen hoe langer hoe meer openbaar. Wij leven in het tijdperk van de schone en de minder schone schijn!

Een tijd om te wenen

De meeste Oudtestamentische profeten hebben dan ook geprofeteerd voor en over onze tijd. Eén van hen, de profeet Micha, draagt de naam “Wie is aan God gelijk”? Wij zien inderdaad hoe men in de wereld, maar ook in de huidige Gemeente, God tart en uitdaagt. Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij allen dwaas geworden. Want wie strijdt tegen God, trekt altijd aan het kortste eind!
Wij lezen in Micha 1 vers 16:
“Scheer uw haar af, ja, scheer u kaal vanwege uw kinderen, die u lief zijn (SV: om uw troetelkinderen); maak u zo kaal als een gier, want zij zijn bij u weggegaan (SV: weggevoerd) in ballingschap.”
Het is een oproep tot rouw. Zoiets klinkt niet prettig in de oren. Maar ook bij het dienen van God is het niet altijd gejuich. Daar moeten ook tranen gestort worden. Daar moet ook verbrokenheid zijn. Het Woord van God is vaak scherp en hard. Het dompelt ons vlees in rouw. Maar willen wij dit ontlopen, dan zal er straks rouw zijn in de sluitingstijd van deze bedeling, die nu snel naderbij komt. Wie nu wenen, zullen juichen, als Jezus komt. En omgekeerd, wie nu juichen, zullen alsdan wenen! Wij moeten nu bereid zijn ons leven te verliezen en ons kruis op te nemen, dagelijks. Uitstel in dezen betekent in feite dat wij Christus als onze Bruidegom [3] afwijzen. Het is wonderbaar om Gods tegenwoordigheid te mogen ervaren, wanneer Zijn Woord onder de zalving van de Heilige Geest tot ons komt. “Hij zond Zijn Woord uit, (en) genas (SV: heelde) hen”, staat er (in Psalm 107: 20a) geschreven. Zorg echter, als u het Woord hoort, dat na de eerst emotie, beroering, uw hart niet weer verhardt! Komt tot overgave aan de Goede Herder! Versta alsdan: “De Meester is er en Hij roept u!” (Johannes 11:28b). Maria van Bethanië, dit horende, ging ogenblikkelijk naar Hem toe. Zo moeten ook wij doen. Men smeedt het ijzer als het heet is. Laat u leiden. Laat u door die “Ander” omgorden, over wie onze Heer tot Petrus sprak (zie Johannes 21:18 [4]), de Heilige Geest, ook al brengt Hij u op plaatsen waar u (dat is: uw vlees) niet heen wilt. Ons leven moet in alle opzichten tot een volgen van de Goede Herder worden. Hij zal Zijn gewillig volk de ware rust binnenleiden van het nieuwe Kanaän. Maar wij zullen veel moeten afleggen.

De wereld van heden

Dit is wat aan de orde is in het eerste hoofdstuk van het boek Micha. Willen wij nu niet loslaten en verliezen al die dingen die in mensenogen zo belangrijk zijn, dan zullen wij straks berooid zijn van alles, als Jezus wederkomt. Hele volkeren zijn vandaag de dag op de vlucht. Nooit waren er zoveel vluchtelingen. Zelfs niet tijdens de (zo genoemde) Koude Oorlog tussen West en Oost. Dagelijks bijna worden wij via het nieuws geconfronteerd met berooide mensen, verdreven van huis en haard, die alles zijn kwijt geraakt. Het is een waarschuwend teken van de tijd voor een ongehoorzaam geslacht, met name hier in het rijke Westen, dat nog altijd zich baadt in rijkdom en weelde (net zoals Israël in de dagen van Micha). Maar dan vooral ook voor die christenen van vandaag de dag die zich zo rijk wanen, geestelijk rijk, en het allemaal zo goed weten. Het einde van deze tijd zal ons niet alleen een totaal ineengestorte wereldeconomie te zien geven [5], maar ook het beeld van een Gemeente/Kerk die geestelijk gesproken niets, maar dan ook werkelijk niets, meer bezit.
Maar de Here roept nog. Ga niet voorbij aan deze Roepstem. Maak ernst met het volgen van Hem. En de Here is heden aan het werk. Wie niet slapen, kunnen het zien. Wij zien het, zoals al eerder vermeld, in de wereldgebeurtenissen. Dit is waarover Micha spreekt:
“Want zie, de HEERE komt uit Zijn woonplaats (SV: gaat uit van Zijn plaats), Hij daalt af en treedt op de hoogten van de aarde.” (Micha 1:3)
Hij komt om alles wat “hoog” is en tegen Hem rebelleert, te vernederen. Geef ook acht op de oproep van Micha 1 vers 2:
“Luister, volken, allemaal! Sla er acht op, aarde, met al wat u bevat! En laat de Heere HEERE Getuige tegen u zijn, de Heere, uit Zijn heilige tempel.”
De toebereidingen voor de in de Bijbel beschreven conflicten van de eindtijd zijn reeds in volle gang. Merken wij Gods terechtwijzingen op, als lang geknechte volkeren zich vandaag de dag van hun juk bevrijden? Dit is nog maar het begin! En het ene juk wordt verruild voor het andere, totdat alles onder het juk van de antichrist is. Maar God waarschuwt! In Zijn profetische rede sprak de Here Jezus ook over aardbevingen. In Micha 1 lezen we wat aardbevingen eigenlijk zijn:
“Want zie, de HEERE komt uit Zijn woonplaats (SV: gaat uit van Zijn plaats), Hij daalt af en treedt op de hoogten van de aarde. De bergen smelten onder Hem weg, de dalen splijten als was voor het vuur, als water dat langs een helling vloeit.” (Micha 1:3-4)
Het zijn de Voetstappen van een toornig God, Die neerdaalt en komt om in te grijpen. Hij komt om Jakob – waarvoor wij gevoeglijk de afvallige christelijke volkeren van het westen kunnen lezen – zijn zonden te vergelden:
“Dit alles is om de overtreding van Jakob en om de zonden van het huis van Israël (= het verloren gewaande 10-stammenrijk – AK). Wie is de overtreding van Jakob? Is het niet Samaria? En wie zijn de offerhoogten van Juda? Is het niet Jeruzalem?” (Micha 1:5)
De “benauwdheid van Jakob” [6] staat voor de deur. En het huis van Israël” spreekt ons, in het profetisch verband van Micha 1, van de Gemeente/Kerk, welke beladen is met zonden en bedekt met vele stinkende wonden. Alleen een overblijfsel zal gered en bewaard worden (voor de Grote Verdrukking – AK). Een klein maar “heerlijk” volk van getrouwe kinderen Gods zal, zoals eenmaal David en de zijnen, behoud vinden in de symbolische “spelonk van Adullam”, de schuilplaats van de Allerhoogste:
Ik zal u nog een erfgenaam toebrengen, gij inwoneres van Maresa! Hij zal komen tot aan Adullam, tot aan de heerlijkheid Israëls. (Micha 1:15, SV)

Troetelkinderen

De Heer is heden aan het werk. Gaan wij gewoon op de oude voet voort? Dat 16de vers (van Micha 1), dat wij in het begin aanhaalden, spreekt van “troetelkinderen”. Die hebben ook vele kinderen Gods vandaag de dag. Geliefde bezigheden, bezittingen, mensen om wie wij veel geven, dingen die erg belangrijk voor ons zijn, enzovoort. Troeteldingen, die meestal worden tot troetelzonden. In de verzen 10 t/m 15 (van Micha 1) [7] waar het nu alleen over Juda gaat (= tevens een beeld van de Gemeente des Heren), worden 9 van die troetelzonden genoemd. In allerlei woordspelingen en verwijzingen naar een 9-tal plaatsen.

  1. Allereerst wordt de valse verbrokenheid gehekeld, gespeelde ootmoed en nederigheid, waarmee vele christenen tot hun God naderen (“Ween niet zo jammerlijk”, uit vers 10, waarbij de woorden “zo jammerlijk” eigenlijk staan voor de plaatsnaam “Bochim” = wenen – zie Richteren 2:4-5 [8]).
  2. Genoemd worden verder de materialistische inslag van vele kinderen Gods, het hangen aan de stoffelijke dingen (Beth-le-Afra, uit vers 10 = “stofhuis”),
  3. de overdreven zorg voor uiterlijk en opsmuk (Safir, uit vers 11 = “schoon beklede”),
  4. het leven voor vermaak en gezelligheid en geen tijd voor de Heer (Zaänan, uit vers 11 = “erop uittrekken”),
  5. valse gerustheid en zelfverzekerdheid (Beth-Haëzel, uit vers 11 = “huis van standvastigheid”),
  6. geloven in God als de “Lieve Heer” Die alleen maar zegent en niet straft (Maroth, uit vers 12 = “bitterheden”),
  7. het bouwen op eigen kracht en vermogen (Lachis, uit vers 13, was een vestingstad),
  8. menen veel te bezitten en zich daarop verheffen (Moreset-Gath, uit vers 14 = “bezit”),
  9. geveinsdheid en huichelarij (Achzib, uit vers 14 = “liegende”; een gelijknamige beek, de “leugenbeek” was meestal uitgedroogd !).

Micha 1 vers 16 zegt duidelijk dat over al deze zonden en werken van het vlees het oordeel komt:
“Scheer uw haar af, ja, scheer u kaal vanwege uw kinderen, die u lief zijn (SV: om uw troetelkinderen); maak u zo kaal als een gier, want zij zijn bij u weggegaan (SV: weggevoerd) in ballingschap.”
De “troetelkinderen” worden afgenomen in de tijd dat God gaat ingrijpen. Dan zullen de zich rijk en machtig wanende Laodicea-gelovigen moeten bekennen dat zij (geestelijk gezien) “arm, blind en naakt” zijn (zie Openbaring 3:17 [9]). Maar dan is het te laat. Jezus zei eenmaal:
“Want ik zeg u dat aan eenieder die heeft, gegeven zal worden. Maar van hem die niet heeft, zal ook afgenomen worden wat hij heeft.” (Lukas 19:26)
Het is voor degenen die “wijs” zijn (in de zin die de Bijbel daaraan geeft) een waarschuwing: Pas op dat men u uw olie (= het beeld van de vervulling met de Heilige Geest – AK) niet afneemt! Bestudeer de bekende gelijkenis van de 10 maagden in Mattheüs 25:1-13. [10]

Alles verliezen

Wie niet heeft, zal alles afgenomen worden. Dit zijn de berooiden van de eindtijd. Zullen wij dan tot de rouwenden behoren? Tot die christenen die “kaal” zijn in geestelijk opzicht, berooiden voor een gesloten deur? Dit zal niet zo zijn, wanneer wij NU die dingen loslaten, waarover de toorn van God komt. Wanneer wij nu jagen naar de heiligmaking. [11] Wanneer wij nu tot dat andere leven willen komen, dat waarachtig volgen van Christus Jezus. Bestudering in tabernakellicht [12] doet ons in Micha 1 de Voorhof zien. Het gaat hier over al die dingen, die in feite tot “het oude leven” behoren. In vele christenlevens (en zelfs in hele gemeenten) steken ze echter steeds opnieuw de kop op, omdat er nooit sprake is geweest van uitbranding. De voorwerpen van Brandofferaltaar en Koperen Wasvat in hun geestelijk betekenis van (samengevat) uitbranding en reiniging staan hier centraal. Waar geen ernst wordt gemaakt met wat God hierbij van ons vraagt, zal de Voorhof eerst werkelijk tot oordeelsgrond worden!
“…meet de Tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden (= de Bruidsgemeente). Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten (SV: en laat het Voorhof uit, dat van buiten de Tempel is) en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad (= alle overige christenen) vertrappen, 42 maanden lang.” (Openbaring 11:1b-2)
De Voorhof zal de plaats zijn van de berooiden, van die kinderen Gods die in de aangename tijd niet hebben willen luisteren en zich niet hebben bekeerd van hun boze werken. De plaats van die kinderen Gods, die niet vol zijn van de Heilige Geest als de Bruidegom komt, van wie ontnomen zal worden ook wat zij hebben en die achter zullen blijven “in de buitenste duisternis” (= hier het beeld van de Grote Verdrukking – AK), waar het geween is en knersing der tanden (zie Mattheüs 8:12). [13]
Doch nu is het nog de aangename tijd en de dag der zaligheid. De Goede Herder roept nog. Luister naar Zijn roepstem en doe al wat Hij van u vraagt. Dan zult u straks, in de tijd van de toorn, niet naakt, maar bekleed bevonden worden, bekleed met de klederen der gerechtigheid.

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (ook geschikt om te lezen via een mobiel of tablet)

**********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie Gemeentelijke tucht van CJH Theys en/of het artikel Het berispen (of terechtwijzen) van de wijzenvan H. Siliakus. (noot AK)
[2] De Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze GRATIS studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Johannes 21:18, “Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Toen u jonger was, omgordde u uzelf en liep u waar u wilde; maar als u oud geworden bent, zult u uw handen uitstrekken, en een ander zal u omgorden en u brengen waar u niet heen wilt.”
[5] Zie eventueel ons GRATIS artikel De toekomstige economische ineenstortingvan H. Siliakus. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze GRATIS studie Wederom Mijn volk (deel 8): De benauwdheid van Jakob van H. Siliakus. (noot AK)
[7] Micha 1:10-15, “Maak het niet bekend in Gath, ween niet zo jammerlijk, wentel u in het stof in Beth-le-Afra. 11 Trek voorbij (letterlijk: gaat… naar buiten), bewoonster van Safir, in schandelijke naaktheid. De bewoonster van Zaänan gaat niet naar buiten, rouw is in Beth-Haëzel; Hij neemt Zijn steun van u weg. 12 Ja, de bewoonster van Maroth (letterlijk: bitterheden) is ziek vanwege het goede, want kwaad is afgedaald van de HEERE tot aan de poort van Jeruzalem. 13 Span de snelle paarden voor de wagen, bewoonster van Lachis. Die is het begin van de zonde voor de dochter van Sion, want in u zijn de overtredingen van Israël gevonden. 14 Geef daarom afscheidsgeschenken aan Moreset-Gath. De huizen van Achzib blijken onbetrouwbaar (SV: tot een leugen) voor de koningen van Israël. 15 (SV) “Ik zal u nog een erfgenaam toebrengen, gij inwoneres van Maresa! Hij zal komen tot aan Adullam, tot aan de heerlijkheid Israëls.”
[8] Richteren 2:4-5, “En toen de Engel van de HEERE deze woorden tot alle Israëlieten gesproken had, gebeurde het dat het volk luid begon te huilen. Daarom gaven zij die plaats de naam Bochim. En zij brachten daar offers aan de HEERE.”
[9] Voor meer UITLEG over dit vers, zie eventueel onze GRATIS studie Openbaring, hoofdstuk 3: De brieven aan de 7 Gemeenten (vervolg)van CJH Theys en/of Openbaring, hoofdstuk 3: Christus’ zevenvoudige genade aan de 7 Gemeenten (vervolg) van E. van den Worm. (noot AK)
[10] Zie eventueel onze GRATIS studie De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[11] Zie eventueel onze GRATIS studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[12] Zie eventueel onze GRATIS studie Christus in de Tabernakelvan CJH Theys en/of De Tabernakel van Israël (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God) van E. van den Worm. (noot AK)
[13] Mattheüs 8:12, “En de kinderen van het Koninkrijk zullen buitengeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal gejammer zijn en tandengeknars.”

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Tekenen vd eindtijd, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst (deel 4: Omweg en toch DE WEG…)

Jesus, Lamb, Lion

Omweg en toch DE WEG…

Het hart van alle dingen

Misschien zijn er onder de lezers die zich verwonderd afvragen: waarom en waartoe zo’n “omweg” te maken en zo lang stil te staan bij alledaagse dingen en zaken? Anderen voegen daar misschien ook nog aan toe: “wanneer komt er nu meer schot in de zaak, want wij willen graag wat vlugger van stapel”. Geduld is zulk een schone zaak – een Christelijke deugd die (als zij wordt beoefend) rijkelijk beloond wordt. Vergeten wij niet dat in de Bijbel alles met elkaar in verband staat. Gods Woord is niet het één of andere “receptenboek” òf “bouwdoos”.
Voor wie biddend [1] leest, onderzoekt en mediteert, is het duidelijk dat in feite het einde reeds besloten ligt in het begin en het hart van het Bijbels getuigenis, en daarom is het zo nodig en ook nuttig om hier in de eerste plaats alle aandacht aan te schenken willen wij geen flaters begaan of vervallen in gepraat over allerlei “koetjes en kalfjes”. Wij zijn immers al begonnen met de grote lijn aan te wijzen die door de gehele Bijbel loopt. Het centrale thema is: DOOD en OPSTANDING van Jezus Christus.
Zijn leven was wonderbaarlijk, Zijn leer machtig en stimulerend. Maar wanneer Hij niet voor ons gestorven zou zijn om op te staan uit het graf ten derden dage, zo zou er geen Christendom zijn, geen Gemeente en geen Blijde Boodschap aangaande ervaarbare Redding, Verlossing en Zaligmaking – alles besloten in de volkomen Verzoening, welke Hij betaald heeft met Zijn eigen bloed. [2] Halleluja! Daarom zijn Zijn dood en Zijn opstanding DE PIJLERS van ons Christelijk geloof.
Jezus geneest zieken, wekt doden op, wandelt over het meer, gebiedt wind en golven, staat Zelf op uit de doden… Hij doorbrak alle grenzen en doet dat heden ten dage nòg, op grond van Hebreeën 13 vers 8: “Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid.” Hij onderwijst ons daardoor en daarin dat wij ons nooit mogen neerleggen bij de schijnbaar “onverbiddelijke” grenzen van ons armetierig mensen bestaan. Wanneer Jezus zieke mensen ontmoet, zegt Hij niet tot hen: blijf maar zo hoor, en verzoen je nu maar met je toestand! O neen, integendeel: Hij verandert door Zijn machtwoord,… door Zijn handeling, de hele toestand voor die kranke en zieke gekwelde mensen. De verderfelijke toestand wordt veranderd in een verloste schepping! Wondervolle Jezus!!
De wonderen van Jezus Christus waren weliswaar “bovennatuurlijk” (dat wil zeggen, dat Hij die bewerkstelligde door de bovennatuurlijke Kracht van de Heilige Geest), dòch nimmer onnatuurlijk. Jezus genas zelfs geesteszieken om hen te “bevrijden” van demonische machten en hen wederom tot verantwoordelijke mensen te maken. Maar nooit heeft Hij de mens “omgebouwd”, als wij het zó mogen zeggen. Hoe wij dit moeten verstaan kunnen wij leren uit de geschiedenis waarin Jezus de zieke zijn zonden vergeeft vóór Hij hem geneest. Wij lezen nu: “En in het schip gegaan zijnde, voer Hij over en kwam in Zijn stad. En: ziet, zij brachten tot Hem een geraakte (HSV: een verlamde), op een bed liggende. En Jezus, hun geloof ziende, zei tot de geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven. En ziet, sommigen van de Schriftgeleerden zeiden in zichzelf: Deze lastert God. En Jezus, ziende hun gedachten, zei: Waarom overdenkt gij kwaad in uw harten? Want wat is lichter (HSV: gemakkelijker) te zeggen: De zonden zijn u vergeven? òf te zeggen: Sta op en wandel?” (Mattheüs 9:1-5)
Aanvankelijk stonden de mensen verbaasd dat Hij de zieke niets anders had te zeggen dan: “uw zonden zijn u vergeven”. Toen Hij daarna om Zich heen zag en in die verbaasde gezichten keek, waaruit onverholen hun twijfel sprak, ja, hun beschuldiging en oordeel, maakte Hij de zieke gezond met de woorden: “Sta op, neem uw bed op, en ga heen naar uw huis” (Mattheüs 9:6b), nadat Hij de omstanders de desbetreffende vraag (van Mattheüs 9:5) gesteld had. Hieruit leren wij de grote les: de mens is pas gezond als hij genezen is naar ziel èn lichaam! Genezen worden door Jezus is géén vraagstuk van “kunstmatige organen” en/of de “beste medicijnen”, gegeven zonder die mens tevens zijn ziel te genezen. Dat wat heden ten dage hier op aarde plaats heeft (met alle respect voor de medische wetenschap) betekent slechts een “verschuiving van het probleem”. Daarom zijn wij niet verkeerd, als wij zeggen dat hierdoor genezing gedegradeerd wordt tot “medisch reparatiewerk”!
Wanneer wij nu eens om ons heen zien en letten op wat tegenwoordig gedaan wordt met geesteszieken,… de toepassingen van de moderne therapie door middel van injecties, pillen en/of langs elektronische weg, chemische preparaten en dergelijke. Waarop komt dit neer, en wat betekent de thans legaal geregelde abortus provocatus feitelijk? Ingrijpen zoals dat tegenwoordig plaats heeft is gewoon ingrijpen in het ziele-leven,… het is een “moordaanslag” op de ziel! Christus heeft Zijn jongeren, met het oog op de toekomst, op het hart gebonden: “Vreest u niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel èn lichaam kan verderven in de hel” (Mattheüs 10:28). Het “ondefinieerbare” dat in ieder mens leeft, mag men niet naar willekeur behandelen. Wanneer dat toch wordt gedaan worden vrijheid en verantwoordelijkheid teniet gedaan. Nooit mag de vrijheid van beslissen een “opgelegde keus” worden!
Niemand heeft het recht zó in te grijpen in het menselijk leven dat “ombouw” van lichaam, ziel èn geest het gevolg is. Alléén Christus! Gods Woord verklaart ons dit: “…Indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzó zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem… en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarnà wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Here tegemoet in de lucht; en alzó zullen wij altijd met de Here wezen” (zie 1 Thessalonicenzen 4:13-17), “…In een punt des tijds, in een ogenblik,… en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden” (zie 1 Korinthe 15:51-57 [3]). Bestuderen wij het hele hoofdstuk en vergelijken wij dan het één en ander met wat geschreven staat in Romeinen 12 vers 1-2: “Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst. En wordt aan deze wereld niet gelijkvormig; maar wordt (innerlijk) veranderd door de vernieuwing van uw gemoed (HSV: uw gezindheid), opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.”
Het is zonder meer duidelijk dat de menselijke ziel zich bevindt in, wat theologen noemen, “het spanningsveld van licht en duisternis”. En inderdaad is het zó: daar is ordening òf chaos. De mens heeft de opdracht, in een voortdurende strijd, de weg tot God te vinden te midden van de hem omringende wereld en het leven van elke dag, wil hij niet wegzinken in geestelijke onverschilligheid en bijgevolg in een doelloos bestaan;… dòch “niet in eigen kracht, nòch door geweld (in welke vorm ook), maar door Gods Geest” (zie Zacharia 4:6). Geleid door de Heilige en GOEDE Geest. Hem zij al de eer in volkomen gehoorzaamheid. Amen.
Maar dàn behoeft het ook geen nader betoog dat Christus in ons DE OVERWINNING IS. [4] Zijn Tegenwoordigheid in ons hart èn leven, waaraan de wedergeboorte vóórafgaat, betekent voortschrijdende verlossing, reiniging en heiliging. [5] Hij wil ons vormen naar Zijn Beeld! En ons geloof in een persoonlijke God, tot Wie wij bidden en Die wij liefhebben, Die Zijn Woord ons heeft gegeven,… Zijn eniggeboren Zoon in de vleeswording van het Woord, is (méér dan alle wijsgerige begrippen, denksystemen, formuleringen en welke abstracte beschouwing ook) de enige Bron waaruit wij altijd en overal kunnen (blijven) putten: “Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?” (Romeinen 8:32)
Deze “alle dingen” wortelen in dit leven, deze “dood en opstanding van Jezus Christus”, en betekenen voor Gods kinderen alles wat zij nog behoeven om “zichzelf te reinigen van alle besmetting van vlees en geest, voleindigende de heiligmaking in de vreze Gods” (zie 2 Korinthe 7:1b). En het mag dan in de oren van velen als een ongehoorde boodschap klinken, tòch is dit de basis van de Bijbelse verkondiging aangaande Pasen (= Christus opstanding) en Pinksteren (= de UITSTORTING van Gods Geest, de Heilige Geest). Halleluja! Het betekende in wezen het einde van een oude en het aanbreken hier op aarde van een nieuwe wereld. Hoe oppervlakkig kunnen wij spreken over het einde van de wereld, als wij het kruis niet in herinnering roepen, waar toch het einde in al zijn verschrikking heeft plaats gehad.
Hebben wij weleens acht geslagen op het feit dat Mattheüs Jezus’ kruisdood omringt met velerlei verschijnselen: “En ziet, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de steenrotsen scheurden. En de graven werden geopend, en vele lichamen van heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt; en uit de graven uitgegaan zijnde, nà Zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad, en zijn velen verschenen.” (Mattheüs 27:51-53)
Het klinkt tot ons door als een profetie van de laatste gebeurtenissen in de tijd, die deze verbindt aan dat almachtige “Het is volbracht!” van Golgotha (zie Johannes 19:30). En als wij, Christenen, diep nadenken over dit alles, dan ontkomen wij niet aan deze conclusie: wat er nog aan rampen en aan mis- en gruweldaden kan gebeuren, ja, al zouden ook hele volkeren vernietigd worden, en ging het heelal ten onder, niets kan ooit de hoogte en de diepte en de zwaarte van het Golgotha-drama, van het kruis, overtreffen! In deze zin is Christus’ dood reeds de dood van de gehele mensheid. Wij zouden wel willen dat een ieder dit gaat verstaan. Golgotha toont de diepte van ons eeuwig verderf, en verkondigt onweerlegbaar de veroordeling die wij verdiend hebben, ware Jezus niet voor ons gestorven.
Tegelijkertijd mogen wij òòk leren dat Christus “het Lam Gods is, Dat de zonden der wereld wegdraagt” (zie Johannes 1:29b). De Gekruisigde is niet alleen de eerste, maar ook de laatste van ons allen geworden… de verworpene Die schreeuwt in de nacht,… de hopeloze van Wie God en mensen hun ogen hebben afgewend. Heeft de oude profeet (Jesaja) niet gesproken: “…Hij had géén gedaante nòch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er géén gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben. Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht… Het behaagde de Here Hem te verbrijzelen…” (zie Jesaja 53:2b-10). Waarlijk, in die vervloekte diepte begon de nieuwe wereld van verzoening, van vergeving, en genade begon te lichten!! Amen.
Onze harten, hoe gelovig ook, zullen nooit deze afgrond kunnen peilen. In het stralende licht van Paasmorgen zien wij de overwinning: “Hij is opgestaan, Hij is waarlijk opgestaan”, beleed en belijdt nòg de Gemeente van Jezus Christus. Getuigen hebben De Levende gezien en getast. In Zijn opstanding is de nieuwe wereld van het Koninkrijk Gods [6] reeds aanwezig. Een leeg graf en een overwonnen dood!! Vanaf Pasen (= Christus opstanding) is een nieuwe geschiedenis begonnen. Zonder Pasen géén Pinksteren!! En Bijbels Pinksteren werd “de top” in de levenservaring van Christus’ discipelen. Een ervaring, een belevenis, weggelegd ook voor “de laatste dagen” overeenkomstig de profetie van Joël. [7]
Naar menselijk inzicht veranderde er niets, en de mens van tegenwoordig verschilt in zijn denken niet zo veel van hen die toentertijd leefden. Ja, men vraagt zich heden ten dage zelfs af, of de wereld niet nog van kwaad tot erger wordt, gelet op al hetgeen ons elke dag wordt voorgeschoteld op bijna alle gebieden van het leven. Maar tòch veranderde alles en zo verandert vandaag de dag nòg alles, sinds het kruis en de opstanding en de opperkamer-ervaring. [8] De Brief aan de Efeziërs spreekt van: “God heeft ons mede levend gemaakt met Christus;… en heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus.” (zie Efeze 2:5-6)
Onze oude wereld lijkt vitaal, maar in werkelijkheid is deze echter in een doodsstrijd gewikkeld. Jezus Christus Die “de laatste Adam” is geworden, is ook de “Eersteling van hen die ontslapen zijn”: “Alzó is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakende Geest (1 Korinthe 15:45); en Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden van degenen, die ontslapen zijn (1 Korinthe 15:20); en “En Hij is het Hoofd van het lichaam, namelijk van de Gemeente; Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn” (Kolossenzen 1:18); en voorts nog: “Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden,…” (Openbaring 1:5a [9]). Glorie voor Hem!!
Waarvoor is Jezus Christus “opgevaren ten hemel”? Om de straks “zichtbare opstanding” van de kinderen Gods voor te bereiden. Daarom en daarvoor voer Hij op naar de hemel (zie Lukas 24:51). Welke verwoestingen of wereldrampen er ook mogen gebeuren, niets zal God kunnen verhinderen Zijn verheven doel te bereiken: “Alle paden des Heren zijn goedertierenheid en waarheid,…” (Psalm 25:10a). Sinds het sterven, de opstanding en hemelvaart van Jezus Christus is het voor geloofsogen duidelijk dat het einde der tijden zal staan in het Licht van de Levende!
Geprezen zij Zijn wonderbare Naam! God heeft immers voor ons Zijn hart geopend, en Hij heeft ons het mysterie van Zijn barmhartigheid – die het oordeel overwint – geopenbaard: “Want een onbarmhartig oordeel zal gaan over degene, die geen barmhartigheid gedaan heeft; en de barmhartigheid roemt tegen het oordeel.” (Jakobus 2:13)
Christenen wéten nu dat zij geheel verzwolgen zijn in Christus’ dood en meegevoerd in de heerlijkheid van Zijn opstanding. Nù reeds in geestelijk opzicht, doch straks in letterlijke zin: “Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn dood, zo zullen wij het òòk zijn in de gelijkmaking van Zijn opstanding… Houdt het daarvoor, dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onze Here” (Romeinen 6:5-11, vergelijk dit met 1 Korinthe 15:20-23 [10]). Zelfs met betrekking tot deze wereld is daar de belofte: “Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.” (Johannes 3:17)
Het is (naar onze bescheiden mening) betreurenswaardig dat vele boeken, brochures en ander soort verhandelingen, die spreken over “begin en einde van de wereld”, blijven stilstaan bij het oordeel en niet of hoogst zelden bij het licht dat toch vanaf het kruis over de gehele schepping valt. Wie veel leest, onderzoekt en alles vergelijkt met de Bijbel, komt dan tot de conclusie dat dergelijke geschriften dikwijls zeer “enggeestig” zijn in de verkondiging; soms zelfs typisch “farizees”. Meestentijds gaan zij voorbij aan de zo hoopvolle perspectieven voor de gehele schepping, geroepen… “om vrijgemaakt te worden van de dienstbaarheid aan het verderf, tot de vrijheid der heerlijkheid van de kinderen Gods” (zie Romeinen 8:21b). Glorie voor God!!
Na de uiteenzetting van al het vorengaande, willen wij nu nagaan wat verder het Bijbels getuigenis ons nog laat zien.

CJH Theys

NOOT
Alle in deze uitgave genoteerde Schriftuur is uit de Statenvertaling.

Overname uit deze brochure is toegestaan, mits met bronvermelding!

EINDE deel 4

Wordt vervolgd

***********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie Leer bidden (over de noodzaak van gebed naar Gods wil) van CJH Theys. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze GRATIS studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[3] 1 Korinthe 15:51-57, “Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden. Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning. Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde; en de kracht van de zonde is de wet. Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.”
[4] Zie eventueel onze GRATIS studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze GRATIS studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze GRATIS studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze GRATIS studie Crises van de eindtijd (Goddelijke gerichten vanaf de tijd van de grote afval, volgens de beschrijving van het boek -en de profeet- Joël) van H. Siliakus. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze GRATIS studie De Opperzaalgemeente van H. Siliakus. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG: Openbaring, hoofdstuk 1 van CJH Theys en/of Openbaring, hoofdstuk 1 van E. van den Worm. (noot AK)
[10] Romeinen 6:5-11, Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn dood, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking van Zijn opstanding; dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen. Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde. Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven; wetende, dat Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem. Want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode. Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onze Heere.”
1 Korinthe 15:20-23, “Maar nu, Christus IS opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden van degenen, die ontslapen zijn. Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens. Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.”

**************************************************************

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst

.

Deel 1: Verborgen hoop – Opmerkelijke vrees
Deel 2: Het uitgangspunt
Deel 3: ’s Mensen ontrouw – Gods trouw

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Boekbespreking 81: Het Boek Openbaring – “Het Evangelie van Jezus Christus voor de laatste dagen” (alle 22 hoofdstukken, met vers voor vers uitleg)

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm

1-title-logo

Deze uitgebreide ‘vers voor vers’ Bijbelstudie van het Boek Openbaring, met de titel: Het Evangelie van Jezus Christus voor de laatste dagen is al eerder, in 22 aparte delen – naar het aantal hoofdstukken – op deze site geplaatst.
Hieronder vermelden we, voor u gemak, een rechtstreekse link naar ieder hoofdstuk afzonderlijk.

Alle hoofdstukken compleet (de PDF’s – ook handig als u de studies eventueel uit wil printen):

Openbaring, hoofdstuk 1: De verheerlijkte Christus openbaarde Zich aan Johannes
Openbaring, hoofdstuk 2: Christus’ zevenvoudige genade aan de 7 Gemeenten tot OVERWINNING 
Openbaring, hoofdstuk 3: Christus’ zevenvoudige genade aan de 7 Gemeenten (vervolg)
Openbaring, hoofdstuk 4: Johannes werd opgetrokken in de EEUWIGE HEERLIJKHEID van God
Openbaring, hoofdstuk 5: Het Boek met de 7 zegels
Openbaring, hoofdstuk 6: De eerste 6 zegels zijn geopend door het Lam van God en ontwikkelen nu hun louterende werking
Openbaring, hoofdstuk 7: Gods overwinning
Openbaring, hoofdstuk 8: De opening van het 7de zegel
Openbaring, hoofdstuk 9: Het 5de en 6de bazuinOORDEEL ten tijde van de grote verdrukking
Openbaring, hoofdstuk 10: Nogmaals: Gods overwinning
Openbaring, hoofdstuk 11: De GEMEENTE en ISRAËL ten tijde van de grote verdrukking 
Openbaring, hoofdstuk 12: De Gemeente voor en tijdens de grote verdrukking
Openbaring, hoofdstuk 13ILLUSTRATIES van de antichrist en de valse profeet
Openbaring, hoofdstuk 14: 1. De OPNAME van Gods voortreffelijksten (en 2.+3.)
Openbaring, hoofdstuk 15: De laatste 7 oordelen van Gods toorn over de wereld, ten tijde van de antichrist
Openbaring, hoofdstuk 16: De 7 fiool- of schaalOORDELEN over de aarde uitgestort
Openbaring, hoofdstuk 17: De valse bruid – de ‘grote hoer’ genaamd
Openbaring, hoofdstuk 18: De verwoesting van de gruwelijke bruid (de 'grote hoer' uit hoofdstuk 17)
Openbaring, hoofdstuk 19: Blijdschap in de hemel en Armageddon
Openbaring, hoofdstuk 20: Diverse PROFETISCHE gebeurtenissen, NA de wederkomst van Christus
Openbaring, hoofdstuk 21: De NIEUWE hemel en de NIEUWE aarde
Openbaring, hoofdstuk 22: 1. De EEUWIGE Gods-heerschappij (en 2. Besluitende woorden)

************************************************************

Zie eventueel ook nog onze andere studies over het Bijbelboek Openbaring:

.

Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Eindtijdstudie, Studie van E van den Worm, Tekenen vd eindtijd, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst (deel 3: ’s Mensen ontrouw – Gods trouw)

Jesus, Lamb, Lion

‘s Mensen ontrouw – Gods trouw

Laten wij de Bijbel raadplegen

De Bijbel brengt de “wording van de mens” in nauwe relatie tot God, zoals trouwens al het geschapene. Wij lezen in dit verband: “En de Here God had de mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens…” (Genesis 2:7a). De Bijbel vertelt wie de mens werkelijk is… “een levende ziel”. En tot deze werkelijkheid behoort zowel de geschiedenis van zijn ontstaan, als òòk het “van God doordrongen en gedragen ontstaan van de mens”. Om het nòg eenvoudiger uit te drukken: Het gaat in de Bijbel niet om “uiterlijke” dingen alleen (wat wij zien, meten, wegen en tellen kunnen; met andere woorden, wat wij aan de hand van vele gegevens kunnen onderzoeken), maar òòk waartoe dit alles is ontstaan.
De Bijbel geeft antwoord op de vraag: waarom het leven zich zó ontwikkelt, en waarom het niet blijft stilstaan; waarom, vanwaar en waartoe die dramatische ontwikkeling waarin de wereld zich bevindt? Waarom nemen dan toch zo vele mensen de Bijbel niet “au sérieux”!?! Omdat de Bijbel zich niet zomaar door ons laat gebruiken. Zeker, men kan er een “oppervlakkig” gebruik van maken; er links en rechts, en hier en daar een tekst uitpikken en die aan elkaar rijgen zoals men doet met kralen, om er zodoende een snoer van te maken (Jehovagetuigen, Mormonen en Zevende-dags Adventisten hebben de gewoonte om zoiets te doen !), maar, als wijzelf zoiets weleens gedaan hebben, zullen wij al wel gemerkt hebben, hoe saai, vervelend en doods zo’n verzameling wordt. Vooral als het gaat over “de laatste dingen”…
Laten wij het volgende voor ogen houden: een uiteenzetting, een verhandeling die doorspekt is met Bijbelteksten, is daardoor nog niet noodzakelijk getrouw aan “de geest van de Schrift”. Daarvoor is nodig dat de aangehaalde teksten hun betekenis ontlenen aan het geheel, het verband, en vooral het centrum van de Bijbel. Wij geven hier een illustratie ter verduidelijking van wat wij bedoelen… Als wij een tak afsnijden van een boom, kunnen wij er heel goed een wandelstok van maken; en kunnen wij er zelfs anderen mee slaan,… maar nooit meer zal zij vrucht dragen!
Zo gaat het nu ook met Bijbelteksten, als men die losmaakt uit de context; uit het geheel van het Bijbels getuigenis, en ze niet in verband ziet met het centrum, met de centrale Persoon in de Godheid Jezus Christus, DE Redder DER WERELD. En laten wij de moeilijkheden onder ogen zien en maar gerust toegeven dat wij bij het “onderzoeken van de Schriften” op vele moeilijkheden stuiten. Want de schrijvers van de verschillende Bijbelboeken hebben in tijden en in omstandigheden geschreven die onderling sterk verschillen. Men kan dus niet zomaar teksten van hier en daar aan elkaar rijgen.
Ofschoon de mannen Gods van weleer gesproken hebben voor hun tijdgenoten, tòch is het belachelijk te beweren dat het Bijbels getuigenis voor ons waardeloos is. Het IS en BLIJFT Gods Woord! De levende God heeft tot al die mensen van toentertijd gesproken,… zij hebben naar Hem geluisterd,… meer nog, zij hebben antwoord gegeven op Zijn oproep. En elke Goddelijke inspiratie die in gehoorzaamheid door de mens wordt aanvaard, houdt steeds een waardevolle en beslissende betekenis in. Vanzelfsprekend zal ònze rol heden ten dage er natuurlijk niet in kunnen bestaan, alleen maar als papegaaien de woorden van onze voorgangers te herhalen en/of hun daden na te apen (deze opmerking wordt met de meeste nadruk gegeven, omdat wij uit de praktijk weten dat er zeer velen zijn die dat wel doen !). Wij moeten wel van hen leren wat de waarheid is, en hoe men zijn leven in dienst van God stelt. God heeft nog altijd Zijn plan met iedere man (mens)!!
In het middelpunt van de Bijbel en van de wereld staat de Here Jezus Christus “Die gisteren en heden dezelfde is en tot in eeuwigheid” (zie Hebreeën 13:8). Hij roept ons als “dienaars” en niet als “nieuwsgierigen”. Ter verduidelijking, het volgende… Wanneer een bevelhebber volledig profijt wil trekken van de mannen onder zijn commando, zal hij deze niet bedwelmen, maar hij zal alles doen om hun vertrouwen te winnen, en hen inzicht geven in de grote lijnen van zijn strategisch plan. Zo zal ook Jezus Christus, onze Overste Leidsman [1], ons niet in ziekelijke geestvervoering brengen of ons over-geestelijk maken, om ons dan tot verdubbelde krachtsinspanning aan te sporen. O, neen (!) veeleer zal Hij ons, door Zijn Woord, alle voorlichting geven èn Zijn kracht om “mede-arbeiders” te (kunnen) worden.
Bovenal zal Hij ons een diep inzicht geven in Zijn plan tot verlossing. En als wij, ondanks onze zwakheid, Hem getrouw willen blijven dienen, zullen wij ook moeten weten waar deze wereld heen gaat. Hem is “gegeven alle macht in de hemel en op de aarde” (Mattheüs  28:18b). Wat wij dus moeten doen is trachten – onder de leiding van de Heilige Geest – het authentieke getuigenis van de Bijbel aangaande het einde van de wereld te vinden (te ontdekken). Amen.
Daar zijn altijd en overal “grenzen”. Onze pogingen zullen slechts beperkt kunnen zijn, want “wij zien nog door een spiegel, in raadselen” (zie 1 Korinthe 13:9+12 [2]). Het is bekend dat de spiegels in de oudheid nog niet zo helder waren als tegenwoordig. Wij zullen dus niet met stelligheid een volledige verhandeling kunnen bieden van “het einde der tijden”. Wel kunnen wij ervan verzekerd zijn dat God ons er zeker genoeg van zal zeggen, zodat wij Zijn hoofdbedoeling zullen ontdekken en ook verstaan, waarop dan onze gehoorzaamheid gebaseerd kan en moet worden.
Wij weten dat “geen profetie der Schrift van eigen uitlegging is; maar dat de Heilige Geest heilige mensen Gods heeft geïnspireerd, waardoor deze de profetie hebben kunnen uitbrengen” (zie 2 Petrus 1:20b-21). Sektarische verklaringen als “Bruids-LEER”, “Tabernakel-LEER”, “Bruids-WOORD” en dergelijke, die sommige aanhangers ertoe aanzetten volledig de band met andere Christelijke gemeenschappen te verbreken, hebben reeds al te veel schade aangericht. Wij spreken uit ervaring, want wij hebben levens-tragediën, met alle gevolgen van dien, zich zien afspelen in eigen familiekring en òòk in het gezinsleven van andere lieve kinderen Gods!
Bedenken wij wel bij alle onderzoek dat wij geen enkel recht hebben op volkomen inlichting; dat wil zeggen, op een openbaring vanuit de hemel, waaraan de Openbaarder niets meer kan toevoegen. Jezus Christus wandelde eenmaal hier op aarde,… Hij heeft hier gesproken,… Zijn discipelen hebben Zijn woorden verzameld en overgeleverd, en wij hebben geen enkele reden om te veronderstellen dat zij Zijn onderwijs verdraaid hebben. Zeker is dat zij slechts een deel, van wat Hij geopenbaard heeft, hebben overgeleverd. Vergelijk Johannes 20:30 met, onder meer, Johannes 21:25 en Handelingen 1:3, zo worden wij hiervan overtuigd:

  • “Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid van Zijn discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek.” (Joh. 20:30)
  • “En er zijn nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft, welke, zo zij elk bijzonder geschreven wierden, ik acht, dat ook de wereld zelf de geschreven boeken niet zou bevatten. Amen.” (Joh. 21:25)
  • “Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelf levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.” (Hand. 1:3)

Maar niemand van ons zal de pretentie hebben dat hij of zij het beter zou hebben gedaan.
Wij zijn Hem alle dank verschuldigd dat wij in de Bijbel een onuitputtelijke bron van openbaringen hebben, en vol vertrouwen zullen wij dan ook de Heilige Schrift raadplegen, omdat wij geloven dat God allen die geschreven hebben heeft geïnspireerd, en dat Hijzelf er Zich nòg van bedient, om Zijn Gemeente hier op aarde en in de wereld te onderrichten ten aanzien van de basisvragen van het leven. De Gemeente van Jezus Christus heeft de verantwoordelijkheid het licht, dat zij ontvangen heeft, door te geven aan de wereld; of deze het wil aannemen of niet. “Gij ZULT Mijn getuigen zijn” [3] heeft Jezus gezegd (in Handelingen 1:8). Dit is niet alleen Zijn OPDRACHT, maar het is ook Zijn BEVEL. Dat wij dit verstaan.
Voor de mens bestaan er feitelijk twee werelden: onze eigen, persoonlijke “wereld”, en zoals wij die rondom ons beleven. En wij mensen hebben inderdaad in de schepping een uitzonderlijke roeping ontvangen:

  • bestemd om God lief te hebben boven alles en allen;
  • geroepen om Zijn beeld uit te dragen, daarin, dat wij de naaste zullen liefhebben als onszelf;
  • er voor zorgdragen dat alles eerlijk en met orde geschiedt, door te heersen over al het geschapene.

Ogenschijnlijk vinden wij in de Bijbel helemaal geen “aanknopingspunten” met onze hedendaagse wereld. De Bijbel spreekt van: ploegen, zaaien, oogsten, een wereld van koningen en profeten, van herders en van boeren. Schijnbaar is de Bijbel vreemd aan onze “moderne” wereld, zoals deze nu geregeerd wordt door wetenschap en techniek. Het betreurenswaardige is dat techniek het middel behoort te zijn om de wereld aan de mens te onderwerpen, maar wat zien wij in werkelijkheid gebeuren? De mens zèlf is beklemd geraakt in het “apparaat” dat hijzelf zo geestdriftig heeft ontworpen. Techniek en wetenschap, allebei maken dat de mens moet werken, hard moet werken, moet functioneren, om het apparaat op gang te houden. Wat zegt dit ons? De mens zelf is al lang tot een functie geworden!
Dit begon dáár waar de mens – door zijn begeerte naar wat hem verboden was – tegelijkertijd de satan en het kwaad in zijn leven binnen heeft gelaten, met alle vreselijke gevolgen. Op de eerste bladzijden van de Bijbel kunnen wij lezen dat God de mens opdraagt de aarde aan zich te onderwerpen en over haar te heersen. Met andere woorden, te beschikken over wetten en regels, die het leven op aarde bepalen. Wij werden niet hopeloos uitgeleverd, maar het was en is onze bestemming om met onze goede God samen te werken (zie Genesis 1:28-29).
Maar wij zien echter ook dat op die eerste bladzijden van de Schrift andere, zeer donkere en droevige dagen volgen. Daaruit blijkt dan ondubbelzinnig dat de mens tekort geschoten is in de hem opgedragen taak. Hij heeft zich van God losgemaakt, en goed en kwaad willen kennen, zonder afhankelijk te (willen) zijn van Gods Woord! Hij heeft naar eigen goeddunken met zijn broeder gehandeld, en de hoge toren van zijn Babel-hoogmoed opgericht, om zich een naam te maken. Zijn ongehoorzaamheid en rebellie verergerde in die mate, dat die eens moest uitlopen op die ten-hemel-schreiende-misdaad: DE VERSCHRIKKELIJKE MOORD OP de Eniggeboren Zoon van God!! “Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, en Die is gekruisigd en begraven”.
Zó ziet de mensheid er uit in het licht van de Godsopenbaring. Hoe kan men dan nog verwachten dat haar geschiedenis, die gekenmerkt wordt door zo’n ontrouw, goed zal aflopen? Deze rebellie kan alleen maar tot gevolg hebben dat de mensheid een ellendig bestaan leidt, en een catastrofaal einde tegemoet gaat… God heeft immers het volste recht om de mensheid – die Hem zó bedrogen, bespot, beschimpt en geslagen heeft – te vernietigen;… om deze planeet, die wij “moeder-aarde” noemen en die door onze ontrouw ontaard en met bloed besmeurd is, te verdelgen.
Daarvandaan dat wij in de Bijbel ook lezen van “kastijdingen”; en de toorn van God openbaart zich inderdaad herhaaldelijk. Eerst in de zondvloed [4],… dan de vele en velerlei plagen in de loop der eeuwen. In de Bijbelse verhalen van Genesis tot Openbaring komen wij deze telkens weer tegen. Men spot niet ongestraft met God: “Dwaalt niet, God laat Zich niet bespotten (HSV: laat niet met Zich spotten); want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien” (Galaten 6:7). “Want de bezoldiging (HSV: het loon) van de zonde is de dood…” (Romeinen 6:23a), in alle mogelijke vormen, openlijk of bedekt, vlug of langzaam!
Velerlei leed en smart, oorlogen en rampen,… allemaal waarschuwingen met betrekking tot het einde der wereld. De Bijbel spreekt een onverbiddelijke taal, en niemand kan ontkomen aan haar oordeel, dat het einde van een-tegen-God-opstandige-mensheid bezegelt. Daarom zijn wij er van overtuigd dat er zeker een einde der wereld zal zijn; een ondergang van deze wereld met haar hoog-geroemde wetenschap en techniek. Eerlijk en volkomen verdiend. Is dit de gehele Bijbelse boodschap? O, neen, gelukkig niet. In de Bijbel staan voor het besef van de moderne wereld, voorwaar, hoogst “merkwaardige” zaken. Zo bijvoorbeeld wat geschreven staat in Johannes 1 vers 1-3: “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve (Woord) gemaakt, en zonder Hetzelve (Woord) is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.”
Enkele verzen verder lezen wij dan: “En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond” (Johannes 1:14a). Dàt Woord is Christus Zelf. Met de willens-en-wetens-kruisiging van Jezus Christus heeft de wereld het Woord van God verworpen. Hoe verbaasd, verslagen en verwonderd staat daar dan een schuldige wereld te kijken, wanneer God spreekt van Zijn mateloze liefde voor de wereld,… “dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft niet zal verderven, maar het eeuwige leven zal hebben”.
“ALZO LIEF…!” (zie Johannes 3:16a). Alleen God kan dat, omdat Hijzelf liefde is (zie 1 Johannes 4:8). De bliksem van Gods toorn, van Gods oordeel, sloeg Hem Die gewillig was om in onze plaats de slagen van de Goddelijke vloek op te vangen. Dat de mens is veranderd, de verkeerde weg is opgegaan, zijn omgeving heeft bedorven,… dat alles is onweerlegbaar vastgelegd in de Bijbel; maar God is nooit afgeweken van Zijn vaste voornemen Zijn schepsels lief te hebben en te redden in deze tijd voor de eeuwigheid. Vanaf die eerste donkere bladzijden van de Heilige Schrift die volgen op dat wondere verhaal van de schepping, zijn er steeds weer “vreemde lichten” aan de hemel: er wordt gesproken van “het zaad van de vrouw, dat de kop van de slang zal vermorzelen” (zie Genesis 3:15), en daarmee wordt dan de eindoverwinning op satan en de machten van de duisternis aangekondigd;… de broedermoordenaar ontvangt een teken dat hem beschermt (zie Genesis 4:15);… nà de zondvloed staat Gods regenboog boven de aarde te stralen en kondigt de Here God een eeuwig verbond met de gehele mensheid aan (zie Genesis 9:8-17). En dan komt de climax:
Na de val van de mens blijkt warempel dat God nòg staat aan de kant van die mens! Hoe is dat mogelijk vragen wij ons af. De Bijbel geeft ons het juiste antwoord: de gehele schepping, dus òòk de mens, is op God en in Christus betrokken geschapen! En de mens, Gods bemoeienissen met Zijn schepselen zijn de beste bewijzen (!), heeft een bestemming; een bestemming die ons in Christus voor ogen wordt gesteld. Daarom is het voor Christenen onmogelijk te spreken over alles wat God heeft geschapen, zonder ons de gestalte van Christus voor ogen te stellen. Jezus Christus is niet een “figuur” Die eens hier op aarde geleefd heeft en geschiedenis heeft gemaakt. Christus is onvoorwaardelijk “het beeld Gods”: “Die in de gestalte van God zijnde, geen roof geacht heeft God even gelijk te zijn” (Filippenzen 2:6) en “…Hij (= Jezus Christus) is het Afschijnsel van Zijn (= Gods) heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld van Zijn (= Gods) zelfstandigheid…” (Hebreeën 1:3a). Amen.
Men doorziet niet dat hierdoor Gods trouw wordt bevestigd, in een omvang die alle landen en volkeren ter wereld en alle eeuwen omspant. Glorie voor Hem Die ons eerst heeft liefgehad! In dit wereldwijde kader vindt het verbond van God, dat Hij met Abraham sloot en met het volk van “gelovigen” dat van hem afstamt, een plaats. God heeft nooit de één of andere “sekte” bedoeld; integendeel, Hij beloofde Abraham “dat alle geslachten van de aardbodem in hem gezegend zullen worden” (zie Genesis 12:3b). Wij kunnen dus nooit goed spreken over het einde van de wereld, zonder de nadruk te leggen op het feit, dat in het begin Gods barmhartigheid reeds de overhand heeft gehad over de menselijke ondankbaarheid. Wij worden van het één en ander nog meer overtuigd als wij de volgende Schriftplaatsen tegelijkertijd met elkander vergelijken:

  • Openbaring 4:3, “En Die daarop (= op de troon) zat, was in het aanzien aan (letterlijk: was in het uiterlijk gelijk aan) de steen Jaspis en Sardius gelijk; en een regenboog was rondom de troon, in het aanzien aan de steen Smaragd gelijk.” [5]
  • Openbaring 10:1, “En ik zag een andere sterke Engel, afkomende van de hemel, Die bekleed was met een wolk; en een regenboog was boven Zijn hoofd; en zijn aangezicht was als de zon, en Zijn voeten waren als pilaren van vuur.” (Zie voor de hoofdletters de HSV-vertaling) [6]

God zij alle eer en dank en lofprijzing!!
Wij kunnen de omvang van het Bijbels getuigenis met betrekking tot de wereld ontdekken en verstaan als wij al onze aandacht biddend [7] richten op Hem, Die daar het LEVEND Middelpunt van is: Jezus Christus, de Eniggeboren Zoon van de Levende God – De God-mens, DE NIEUWE SCHEPPING. Christus spreekt ons van de komst van Zijn Koninkrijk: het Koninkrijk Gods. En hiermee spreekt Hij uit dat de wereld zich voortbeweegt naar de van Godswege verordineerde bestemming en doel.
Aan het einde van de geschiedenis der mensheid zal hetgeen Hij heeft voorzegt in vervulling gaan. Dit Koninkrijk, “Het 1000-jarig Rijk” [8] moet komen. Dan zal blijken dat geen offer, geen leed tevergeefs was. En omdat déze bestemming in Christus openbaar werd, kon Hij getuigen: “Het Koninkrijk Gods is tot u gekomen” (zie Lukas 11:20b, 10:9b + 11b en 21:31b). In het Evangelie van Johannes horen wij Jezus Christus zeggen: “Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook” (Johannes  5:17b). Voor het onderwerp dat wij nu onder de loep hebben, is deze tekst eenvoudig het “Magna Charta“. Halleluja!! Amen.
Daarom geloven wij ook met geheel ons hart en verstand dat het lot van deze wereld rust in Gods handen, en dat Hij dat heeft overgedragen aan Zijn eniggeboren en geliefde Zoon. Wij weten ook dat wij deze geloofsovertuiging niet behoeven te rechtvaardigen tegenover onze moderne wereld. Zij is het eenstemmig getuigenis van alle waarachtige Christenen van alle eeuwen en in alle landen. Amen. Wie zal hieraan iets kunnen veranderen, en wie zal aan alles een andere wending kunnen geven? Wie is daartoe bevoegd?? Géén mens! Alleen “charlatans” (= oplichters) die menen dat zij alles kunnen doorgronden,… die er zich ook op beroemen alles onfeilbaar te kunnen voorspellen.
Maar wij zijn toch niet zo dom om ons te laten vangen in hun strikken. Christenen gaan ook niet hun geesten en schimmige media consulteren, om zodoende inzicht te krijgen in de toekomst. Onze huidige wereld is vol van zulke lieden, en al deze door wanhoop ingegeven stappen worden Christenen bespaard, dankzij Gods wondere liefde en genade. Wij willen het brandende vraagstuk betreffende “Begin en Einde… Schepping en Wederkomst” aansnijden als Gods kinderen, als Christenen, met de zekerheid dat alleen Jezus Christus in deze zaken bevoegd is.
Want wat betekent aan de éne kant het pessimisme nà de duisternis van Golgotha? En wat betekent het optimisme ná het alles-verblindende licht van Paasmorgen?? Pessimisten zullen altijd ergens een “achterdeurtje” hebben, die zij wijselijk openhouden; en ondanks alles beven zelfs de optimisten diep in hun hart van angst. Kruis en opstanding laten de mens geen ruimte zich te onttrekken aan het oordeel van God; evenmin als aan de uitwerking van Zijn liefde en genade. Alleen Jezus Christus heeft alle recht op ons volledig vertrouwen. Willen wij dus weten wat wij moeten denken van “Begin en Einde… Schepping en Wederkomst” dan moeten wij allen tot Hem gaan,… onze toevlucht nemen tot Hem, en Hem nederig bidden: “Zendt Gij Uw licht en Uw waarheid, o Heer!” (zie Psalm 43:3a)
Alleen dàn verstaan wij dat (ondanks ‘s mensen ontrouw) de schepping voortgaat, en op weg is, onderweg is naar het door God beoogde doel: naar Christus. “In de beginne was het Woord… Alle dingen zijn door het Woord gemaakt… In Hem was het Leven…” (zie Johannes 1:1-4). “Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in de hemel is, en dat op de aarde is” (Efeze 1:10). “Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader…” (Mattheüs  11:27a).
De “verwording” van onze tijd is een rechtstreekse aanslag op God en Zijn schepping! Hoe noodzakelijk is het dan dat zij, die naar Christelijke overtuiging willen leven, zich bezinnen op en zich verantwoorden ten aanzien van dit veelzeggend feit. Het was en is voor ons een verrassing te hebben mogen ontdekken hoezeer de levensgang van grote mannen van wetenschap, als bijvoorbeeld Diesel, Bosch, Ford, Carnegie, en anderen, zich tijdens hun leven hiermee hebben beziggehouden. Voor ons ter navolging.
‘s Mensen ontrouw komt zo duidelijk naar voren in de passages van de Brieven der apostelen, zoals wij deze vinden in het Nieuwe Testament. Vooral Paulus en Petrus hebben alle nadruk op deze ontrouw gelegd. Overtuigd worden wij als wij de volgende Schriftuur raadplegen:

  • 1 Timotheüs 4:1-3, “Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen van de duivel (HSV: van demonen), door geveinsdheid van de leugensprekers, hebbende hun eigen geweten als met een brandijzer toegeschroeid; Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend.”
  • 1 Timotheüs 6:9-10, “Doch die rijk willen worden, vallen in verzoeking, en in de strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden (HSV: begeerten), welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang. Want de geldgierigheid (HSV: geldzucht) is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof, en hebben zichzelf met vele smarten doorstoken.”
  • 2 Timotheüs 3:1-8, “En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden. Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelf, geldgierig (HSV: geldzuchtig), laatdunkend, hovaardig (HSV: hoogmoedig), lasteraars, de ouderen ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig. Zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, achterklappers, onmatig, wreed, zonder liefde tot de goeden, verraders, roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers Gods; hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht van dezelve verloochend hebben. Heb ook een afkeer van deze. Want van dezen zijn het, die in de huizen insluipen, en nemen de vrouwkens gevangen (HSV: in hun macht), die met zonden beladen zijn, en door menigerlei begeerlijkheden (HSV: begeerten) gedreven worden; Vrouwkens, die altijd leren, en nimmermeer tot kennis der waarheid kunnen komen. Gelijkerwijs nu Jannes en Jambres Mozes tegenstonden, alzo staan ook deze de waarheid tegen; mensen, verdorven zijnde van verstand, verwerpelijk aangaande het geloof.”
  • 2 Petrus 2:1-3, “En er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, gelijk ook onder u valse leraars zijn zullen, die verderfelijke ketterijen (HSV: afwijkingen in de leer) bedektelijk invoeren zullen, ook de Heere, Die hen gekocht heeft, verloochenende, en een haastig verderf over zichzelf brengende; En velen zullen hun verderfenissen (HSV: hun verderfelijke wegen) navolgen, door welke de weg der waarheid zal gelasterd worden. En zij zullen door gierigheid (HSV: hebzucht), met gemaakte woorden, van u een koopmanschap maken; over welke het oordeel van over lang niet ledig (HSV: reeds lang in werking) is, en hun verderf sluimert niet.”

Gods onkreukbare trouw vinden wij overal waar wij in de Bijbel lezen van Zijn liefdevolle vermaningen, ernstige waarschuwingen, wondervolle voorzieningen ten behoeve van ziel èn geest èn lichaam van de gelovigen. Zelfs daar waar Hij kastijdt wordt Zijn reddende liefde openbaar: “Want die de Here liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijke zoon, die Hij aanneemt” (Hebreeën 12:6). Hem zij de dank en de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid!! Amen.

CJH Theys

NOOT
Alle in deze uitgave genoteerde Schriftuur is uit de Statenvertaling.

Overname uit deze brochure is toegestaan, mits met bronvermelding!

EINDE deel 3

Wordt vervolgd

***********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie Jezus, onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmaker van E. van den Worm. (noot AK)
[2] 1 Korinthe 13:9+12, “Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele.” … “Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.”
[3] Zie eventueel onze GRATIS studie Onze aardse roeping: “En u zult Mijn getuigen zijn” van E. van den Worm. (noot AK)
[4] NOOT van de schrijver zelf: ‘Een aparte brochure heeft de schrijver dezes hierover jaren geleden geschreven’.
Deze studie “De zondvloed – Een profetische voorafschaduwing van de laatste oordelen” is in mijn bezit en GRATIS als gescande PDF aan te vragen via info@eindtijdbode.nl (noot AK)
[5] Zie eventueel onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG: Openbaring, hoofdstuk 4: De Troonsheerlijkheid van de Vader van CJH Theys en/of Openbaring, hoofdstuk 4: Johannes werd opgetrokken in de EEUWIGE HEERLIJKHEID van God van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG: Openbaring, hoofdstuk 10: Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld AANGEZEGD van CJH Theys en/of Openbaring, hoofdstuk 10: Nogmaals: Gods overwinning van E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze GRATIS studie Leer bidden (over de noodzaak van gebed naar Gods wil) van CJH Theys. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze GRATIS studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)

**************************************************************

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst

.

Deel 1: Verborgen hoop – Opmerkelijke vrees
Deel 2: Het uitgangspunt

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen