Gemeentelijke tucht (8): Laten wij, zowel PERSOONLIJK als COLLECTIEF, ons opnieuw stellen onder de Gemeentelijke tucht tot HEILIGMAKING

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2
KLIK HIER voor deel 3
KLIK HIER voor deel 4
KLIK HIER voor deel 5
KLIK HIER voor deel 6
KLIK HIER voor deel 7

berispen17

Hoofdstuk 8

Laten wij, zowel PERSOONLIJK als COLLECTIEF, ons opnieuw stellen onder de Gemeentelijke tucht tot HEILIGMAKING

Ik heb u in het voorgaande al eerder geschreven dat indien niet een ieder in de Gemeente eensgezind meewerkt om ontucht, ongerechtigheid en zonde te weren uit de Gemeente, dat dan Gods Geest uit die Gemeente zal wijken en met die Geest de blijdschap, de eensgezindheid, ja, alle werken die de Heilige Geest in die Gemeente heeft gewrocht (= verricht, teweeggebracht) tot groei en vruchtdracht, om ten slotte tot de droevige ervaring te komen dat wij als Gemeente nog wel samenkomen, maar dan (geestelijk gezien) in het vlees. En mogelijk hebt u dan nog, net als Sardis (zie Openbaring 3:1), de naam dat u leeft, maar u bent (in geestelijke zin) dood! Laat ons daarom ALLES doen om zonde en ongerechtigheid te weren uit onze Gemeente, opdat Gods Geest werkzaam kan zijn (en blijven).

De kracht van collectief gebed om reinheid en heiligheid in de Gemeente[1]

Laten wij, in deze, het collectief (= gezamenlijke) gebed ook niet vergeten! Al hebben wij al veel gebedservaringen, toch zijn wij ons nauwelijks bewust wat een gemeentelijk gebed aan wonderen kan doen.
U weet hoe machtig de Here ingreep in het leven van Petrus, omdat een Gemeente voor hem wist te bidden, ondanks dat er – naar de mens gesproken – voor hem geen hoop meer was. En, toen Gods verhoring – op een wel hele wonderlijke wijze – kwam, durfde men zelfs niet te geloven dat God hun gebed ook echt had verhoord, want ze lieten hem buiten de deur staan. Ja, gevangenisdeuren vlogen door Gods kracht open, maar een huisdeur van kinderen Gods bleef dicht door hun ongeloof. Ze hadden gebeden tot God, bij Wie ALLE DINGEN mogelijk zijn, maar toen God hun gebed verhoorde stond het ongeloof bij hen in de schoenen[2] en moest Petrus buiten wachten. Ze hebben hem, ten slotte, gelukkig toch noch binnengehaald (zie Handelingen 12:5-16). Ze waren zich echter niet bewust van de draagkracht van oprecht gebed. GOD IS EEN VERHOORDER VAN HET OPRECHTE GEBED!
“Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden” (Mattheüs 18:19-20).[3]
Aan deze belofte van God kunnen wij ons vastklemmen. En als wij dit doen, dan spreekt God en Hij antwoordt!

Wij moeten kappen met alle wereldsgezindheid en wereldgelijkvormigheid

Er moet nu eenmaal verschil bestaan – in leven en gedrag – tussen kinderen van God en die van de wereld. De wereldse mens leeft in onmatigheid en valt onder datgene wat Petrus zegt: “Leg dan af alle slechtheid (SV: kwaadheid), alle bedrog, huichelarij, afgunst (SV: nijdigheid) en alle kwaadsprekerij”. (1 Petrus 2:1)
Maar… niet alleen de wereldse mensen doen dit, ook onder Gods kinderen zijn er helaas genoeg die dit nog doen. Het zijn namelijk degenen “die zich aan het Woord stoten, door ongehoorzaam te zijn…” (zie 1 Petrus 2:8). Laten wij daarom niet voortgaan met onze ongehoorzaamheid, welk gebod van God dit ook geldt. Laten wij, door onze ongehoorzaamheid, ons niet schuldig maken aan het tenietdoen van de Waarheid (Gods). Laten wij de Here vragen ons ervan te weerhouden, opdat Zijn oordeel niet over ons valle, want “het oordeel van God begint altijd bij het huis van God!” (zie 1 Petrus 4:17 [4]). God speelt niet met Zijn Woord; vroeg of laat breekt het u zuur op. Laten wij hierbij onszelf ook niet bedriegen, onszelf onschuldig houdende; laten wij niet onze handen, net als Pontius Pilatus, in onschuld wassen (zie Mattheüs 27:24-26), want GOD ZAL ONS SCHULDIG HOUDEN IN ZIJN OORDEELSDAG.[5] God laat niet tornen aan Zijn Woord!
In 1 Petrus 4:2 zegt de Heilige Geest, dat wij “nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God (behoren) te leven”. God weet dat wij “mensen” zijn, dat “menselijke dingen” zich nog (willen) laten gelden. God verwacht echt niet van u dat u vandaag een “bekeerde zondaar” bent en morgen al een “heilige”, maar toch zijn er christelijke levenswetten in Gods Woord waaraan wij ons moeten houden. En hiermee eren wij God en Zijn Woord. Een ieder die deze “goodwill” heeft – om zo te wandelen en te leven – ontvangt genade van God om Zijn wil te doen, want zonder Zijn genade kan niemand Zijn wil volbrengen.
“Want wij hebben de voorgaande tijd van ons leven lang genoeg de wil van de heidenen gedaan en gewandeld in uitingen van losbandigheid (SV: ontuchtigheden), begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en allerlei walgelijke (SV: gruwelijke) afgoderij. Daarbij bevreemdt het hun dat u niet meeloopt in dezelfde uitbarsting van losbandigheid, en zij belasteren u”. (1 Petrus 4:3-4)
En, weet u wat Paulus zegt? Die ook een lichaam had zoals u en ik, van vlees en van bloed: “Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze (SV: ik bedwing mijn lichaam) en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.” (1 Korinthe 9:27)
Dat is discipline! Maar doe het niet in eigen kracht, want dan komt u tot rampen, tot catastrofen! Nogmaals, ER MOET VERSCHIL ZIJN TUSSEN DE WERELDSE MENS EN U! Er moet ergens een grenslijn zijn, waar u niet meer overheen mag stappen en waar de wereldse mens niet overheen kan stappen! Wilt u die grenslijn niet trekken, dan verbreekt u willens en wetens dat geestesverbond dat u met God hebt aangegaan! U bedroeft Hem en, als u daarmee door blijft gaan, BLUST U GODS GEEST IN U! Dan bent u Hem kwijt!! Pas op, vrienden, acht dit niet gering! De doop met de Heilige Geest[6] is geen speelgoed! Het is de Heilige God Zelf, Die Zich in uw tempel[7] wil openbaren! U hebt Hem Zelf ontvangen, de God van hemel en aarde! En méér dan Zichzelf geven – aan een gelovig en verwachtend hart – kan Hij niet, want er is niets méér dan onze HEILIGE GOD… Die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende” (2 Korinthe 5:19a). Kunt u zich voorstellen dat er staat geschreven dat “de toorn van God” (zie Johannes 3:36b) zal blijven op degenen die Zijn genadeaanbod in Christus verwerpen? En deze “toorn van God” is niets anders dan de satan, waarmee zo iemand in gemeenschap blijft en waarmee hij of zij de eeuwige doem in zal gaan.
Stelt u Gods Woord zo maar ter zijde, slaat u er geen acht op – en dit kan, want God heeft u een vrije wil gegeven – dan zullen uw zonden u vinden. God heeft namelijk het laatste Woord! Want “als u dit niet zo doet (niet gehoorzaam bent aan God en Zijn Woord), zie, dan hebt u tegen de Heere gezondigd; weet dan dat uw zonde u zal vinden!(Numeri 32:23)
Wat dit betekent voor een Nieuwtestamentisch christen kunt u lezen in 1 Korinthe 6:9, “Of weet u niet dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven?”
En wie worden er door God gerekend tot de onrechtvaardigen? In 1 Korinthe 6:10 lezen we hiervan: “Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven”.
Wij doen er goed aan om acht te slaan op het feit dat God een “hebzuchtige” op één lijn stelt met een “hoereerder” of “overspeler”, tenminste: wat zijn of haar verloren staat betreft. Want ook hij/zij (= de hebzuchtige) zal het Koninkrijk van God niet beërven! Wij hebben het verlossende Bloed[8] van Jezus Christus nodig en de dagelijkse afwassing in (= de reiniging door) het badwater van het Woord, opdat er óók van ons gezegd kan worden: “Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar u bent (geestelijk gezien) schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van de Here Jezus en door de Geest van onze God.” (1 Korinthe 6:11).
Deze wedergeboorte, deze Nieuwe Schepping uit God, geschiedt dus door de Heilige Geest in de Naam van de Here Jezus Christus. En indien wij in de Geest van God zijn en BLIJVEN is het onmogelijk dat satan/de duivel ons te pakken krijgt met die dingen waaraan wij vroeger gebonden waren. Glorie voor God! God heeft ons uit de vuiligheid van het “oude leven” gehaald en ons gewassen in (en dus gereinigd door) Zijn Bloed, en ons door Zijn dierbaar Woord geheiligd en gerechtvaardigd en wel zo, dat u GEWORTELD bent in Hem! Met deze roeping in/door God voor ogen is het ons duidelijk dat er verschil MOET bestaan tussen ons oude en nieuwe leven:[9] “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk; dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht”. (1 Petrus 2:9)
Ziet u, dit maakt Hij van ons, dit is onze positie, nadat Hij die afwassing, die heiligmaking en rechtvaardigmaking door de wedergeboorte bewerkstelligd heeft. En daar is in deze NIEUWE Schepping van God geen vermenging van “oud” en “nieuw”, geen sprake van een compromis met het “oude leven”. Uw leven is dan apart gezet; het is een leven waarin Christus hoogtij viert en de Oplosser is van AL uw problemen. En deze nieuwe staat wordt de onze door de gelovige aanvaarding van Gods Woord voor ons persoonlijk. Gods Woord is Geest en Leven, het houdt ons LEVEND in Hem, het is onze geestelijke voeding; tenminste als wij het als voeding wensen te aanvaarden, want als wij dit niet willen, gebeurt er ook niets!
Voor een ieder is dit Leven weggelegd en in dit (waarlijk) LEVEN voor Gods Aangezicht is volle verzadiging en vreugde. Wat ook uw nood, smart of verdriet is, mijn vriend, ga naar Jezus in het gebed.[10] Hij lost alle problemen op! Maar u moet Hem, ten volle vertrouwend, toelaten in uw problemen. Jezus zegt in Openbaring 21:5a, “Zie, Ik maak alle dingen nieuw” en in 2 Korinthe 5:17b staat er: “het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden”.

ALLE zuurdesem uitzuiveren

Laat ook niemand van enig kwaad zeggen: “Ja, maar, broeder of zuster, dat is zo erg niet!” Het kwaad begint altijd klein, maar voordat wij het weten is het gehele deeg zuur! Daarom is het goed de koe altijd bij de horens te vatten. Dit kan u broederlijk doen, zoals in Mattheüs 18 staat aangegeven. Laten wij, in verband hiermee, de wondere raadgeving van de Heilige Geest – werkend door Paulus heen – lezen:
“Verwijder dan het oude zuurdeeg (SV: Zuivert dan de oude zuurdesem uit – beeld van: onze oude, zondige natuur en leven), opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd; want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid. Ik heb u geschreven in de brief dat u zich niet moet inlaten met ontuchtplegers. Echter, niet in het algemeen met de ontuchtplegers van deze wereld, of met de hebzuchtigen, of rovers, of afgodendienaars, want dan zou u uit de wereld moeten gaan. Maar nu heb ik u geschreven dat u zich niet moet inlaten met iemand die, terwijl hij een broeder wordt genoemd, een ontuchtpleger is, of een hebzuchtige, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover. Met zo iemand moet u zelfs niet eten. Het is toch niet aan mij om hen die buiten zijn, te oordelen? Oordeelt u immers niet alleen hen die binnen zijn? Maar hen die buiten zijn, oordeelt God. En doe de kwaaddoener uit uw midden weg”. (1 Korinthe 5:7-13)
Dit Woord is eenvoudig, streng en hard, maar het is de waarachtige en liefdevolle raadgeving van de Geest van God Die de Geest der Waarheid is. Hier in 1 Korinthe 5:8 lezen wij dat er van “feestvieren” geen sprake kan zijn, noch in ons privéleven, noch in de Gemeente waarvan u lid bent, als die “oude zuurdesem” (SV) wordt gehandhaafd. Immers, IN Christus zijn wij NIEUWE SCHEPSELEN die WANDELEN “IN NIEUWHEID DES LEVENS” (zie Romeinen 6:4b). Velen hebben dit gesmaakt, maar hebben het weer verloren en vergeten. De Here vraagt ons echter om maar één ding te vergeten: “maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel (SV: het WIT – beeld van: reinheid, heiligheid): de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus”. (Filippenzen 3:14)
Maar wat wij niet moeten vergeten zijn de geestelijke mijlpalen in ons leven, opdat wij altijd de Weg zullen gedenken waarop de Heilige Geest ons geleid heeft. En wel zodanig, dat wij tot VOLKOMEN VERLOSSING kunnen komen.[11] Als u de kracht mist om vast te houden aan deze dingen, bidt God dan om u te helpen.[12] Uw voorganger kan dat niet voor u doen, noch uw broeder of zuster. Er zijn lasten waarvan Gods Woord zegt dat wij die voor en met elkaar moeten dragen, maar er zijn ook pertinent dingen die wijzelf moeten uitworstelen bij God en wat geen ander voor u kan doen en hiertoe behoort het geheel uitzuiveren (= volkomen reiniging / heiliging) van uw wezen van de oude zuurdesem (beeld van onze oude, zondige natuur en leven). Wij moeten het Woord van God in de Gemeente op een gegeven ogenblik durven handhaven, maar wij zullen dit pas (kunnen) doen, als dit Woord in ons eigen leven eerst is waargemaakt: “Geef acht op uzelf èn op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als wie u horen”. (1 Timotheüs 4:16)
Gods Woord is dikwijls hard en streng, maar wel WAAR, en als wij er gehoorzaam aan zijn (en blijven), dan kunnen wij niet alleen onszelf behouden maar ook onze broeders en zusters in de Gemeente van de LEVENDE God, wanneer wij hun dit Woord van God meedelen. Was het niet hard dat God op één dag 23.000 mensen doodde? (Zie 1 Korinthe 10:8 en ook Numeri 25:1+9). Maar… God zuiverde daarmee zijn volk van de hardnekkige zondaars. Wij, mensen, zijn zo gauw geneigd om ons te laten leiden door ons menselijk medelijden. Maar dit menselijk medelijden, als het gaat om de zonde te weren, komt niet uit God voort, maar is uit de mens. God zegt: “Ieder die Ik liefheb, wijs Ik terecht en bestraf (SV: kastijd) Ik!” (Openbaring 3:19a). En God doet dat, opdat wij niet met de wereld verloren zullen gaan! Pas als ALLE zuurdesem (beeld van de zonde) is uitgezuiverd, kan er sprake zijn van waarachtige broederschap in Christus en van “fellowship”.[13]

De Schriftuurlijke bases van fellowship en Gemeenteleven

Ten 1ste: Wandel in het Licht (van God)

“Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben wij en toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet. Maar ALS WIJ IN HET LICHT WANDELEN, zoals Hij in het licht is, HEBBEN WIJ GEMEENSCHAP MET ELKAAR, en het Bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” (1 Johannes 1:6-7)
Aan de waarachtige gemeenschap met elkaar gaat dus de voorwaarde vooraf van de wandel in het Licht. Wandelen wij niet in het Licht van God, dan kan er ten gevolge daarvan GEEN GEMEENSCHAP MET ELKAAR BESTAAN! En hierop is nu juist onze Gemeente en onze onderlinge “fellowship” (onze omgang / gemeenschap in Christus) gebaseerd. In de Gemeente van God is er in feite geen sprake van organisatie, maar ze is (als het goed is) een LEVEND organisme door een vrijelijk doorwerkende Godsregering in de leden van dit organisme. Als een lid van dit organisme zondigt, werpt hij /zij ogenblikkelijk een muur op tussen hem/haar en de anderen – die wel in Gods licht blijven wandelen – omdat Gods Licht in een zodanig gemeentelid niet komen kan! Wel nu, vrienden, wilt u fellowship/gemeenschap in de Gemeente en wel zodanig dat wij elkaar met open vizier tegemoet kunnen komen, dat wij elkaar recht in de ogen kunnen zien, dan moeten wij doen wat Gods Woord zegt, dan moeten wij in het Licht van God wandelen en wel zó, dat wij niets voor elkaar te verbergen hebben.
Als u gedoopt bent met Gods Geest kunt u dit zuiver aanvoelen. Eens kwam ik met mijn vrouw onaangekondigd bij een Pinkstergezin op bezoek. Toen wij boven aan de trap kwamen wisten wij het al. Gods Geest had ons al geopenbaard dat de onderlinge fellowship door zonde gebroken was: zijn verschijning, manier van doen, en tegemoetkomen was niet als gewoonlijk. Later zijn wij te weten gekomen waar de schoen hem wrong. Blijven wij echter in de zonde, dan wordt de muur tussen ons en de andere gemeenteleden hoe langer hoe hoger; op het laatst is er een onoverbrugbare kloof. Hetzelfde geschiedde in de Gemeente, waar Ananias en Saffira waren, tot de pas hun – door God Zelf – werd afgesneden (zie Handelingen 5:1-11 [14]).
Paulus was niet bang voor “vlees en bloed”, waar het ging om het weren van de zonde in de Gemeente. Zo was het niet mals wat Paulus schreef in 1 Korinthe 5:3-5 om de zedeloosheid in de Gemeente tegen te gaan: “Ik heb, hoewel afwezig met het lichaam, maar aanwezig met de geest, namelijk reeds besloten – alsof ik aanwezig was – om hem die dat zo gedaan heeft, in de Naam van onze Heere Jezus Christus, als u en mijn geest bijeengekomen zijn, in de kracht van onze Heere Jezus Christus, over te geven aan de satan, tot verderf van het vlees, opdat de geest behouden zal worden op de dag van de Heere Jezus”.
Paulus gaf hun gewoon over aan satan/de duivel, in de Naam van onze Here Jezus. En dan zeggen wij, mensen: “Het is toch zielig, hè?” Maar dit “zielig vinden” komt door ons “vlees”. En juist van dat “vlees” moest Paulus afkomen en van dat “vlees” moest die broeder gered worden. Daarom zei Paulus: “Tot verderf van zijn ‘vlees’, maar tot redding van zijn ziel” (zie 1 Korinthe 5:5). En zulk een gedrag verwacht God van IEDERE arbeider van Hem die het Woord van God recht snijdt. Dit hoeft niet met zich mee te brengen dat u zo iemand geheel loslaat. U moet hem of haar namelijk blijven vasthouden in uw voorbeden. Als u al niet overeen mag stemmen met een broeder of zuster die kennelijk weer het zondige pad van de wereld kiest, hoeveel te meer moet er dan geen overeenstemming zijn met een ongelovige of wereldse mens: “Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid (SV: ongerechtigheid), en welke gemeenschap is er tussen (Gods) licht en (satans) duisternis? En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial? Of wat deelt een gelovige met een ongelovige?” (2 Korinthe 6:14-15)
Doen wij dit toch, dan weerstaan wij Gods Woord en laten de deur open voor besmetting van vlees en geest.

Ten 2de: De wandel geleid door de Geest

Natuurlijk is de leiding van Gods Geest in alle dingen primair. Hij leidt ons in gebedsvolheid en gebedsvolheid brengt Geestesvolheid en alléén zo kunnen wij doen, wat de Here van ons verlangt, dat wij doen of spreken zullen. Laat onze (handel en) wandel in deze niet halfslachtig zijn, waarmee ik bedoel: slechts voor een tijdje de stem van de Here volgen om dan, als er moeilijkheden komen, de menselijke opinie weer te delen.

Ten 3de: De wandel in de vreze Gods

Toen Gods tucht – met betrekking tot Ananias en Saffira – door Petrus werd gehandhaafd “kwam er grote vrees over heel de Gemeente en over allen die dit hoorden” (Handelingen 5:11). En deze vrees kwam niet alleen over dat handjevol gelovigen, maar over allen die over dit geval hoorden, want zij wisten dat zij te maken hadden met een LEVENDE God en dat ieder ander die niet in het Licht bleef wandelen datzelfde kon overkomen. Alle onoprechten durfden niet meer tot de Gemeente Gods toe te treden: “En van de anderen durfde niemand zich daar bij hen aan te sluiten, maar het volk had grote achting voor hen (= voor de apostelen) (Handelingen 5:13).
Door deze vrees voor de Here, bleven de gelovigen HEILIG wandelen. Zoals in 2 Korinthe 7:1b staat: wij moeten “…de heiliging (SV: heiligmaking) volbrengen IN HET VREZEN VAN GOD”. Zo kon de Geest van God zich manifesteren: “En er gebeurden door de handen van de apostelen veel tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eensgezind bijeen in de zuilengang (SV: voorhof) van Salomo.” (Handelingen 5:12)
De verdere gevolgen bleven niet uit:
“En er werden er steeds meer toegevoegd die in de Heere geloofden, menigten van zowel mannen als vrouwen, zodat zij de zieken naar buiten droegen op de straten en hen op bedden en ligmatten legden, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou kunnen vallen. En ook de menigte uit de steden in de omgeving kwam gezamenlijk naar Jeruzalem. Men bracht zieken en hen die door onreine geesten gekweld werden, en zij werden allen genezen.” (Handelingen 5:14-16)
Dit was de (Goddelijke) vrucht, omdat niemand ervoor teruggedeinsd was om de tucht in de Gemeente te handhaven, met als doel: om die Gemeente zuiver te houden. Men kreeg niet alleen een plaatselijke opwekking, maar ook een regionale: “ook de menigte uit de steden in de omgeving kwam…” De vlammen van het opwekkingsvuur sloegen uit naar alle kanten! Glorie voor Jezus! En allen die tot de Waarheid (Gods) kwamen. werden opgenomen in die geweldige opwekking van de Heilige Geest.[15]
Door veel te frauderen in geestelijk opzicht zijn wij gaande de tijd uit deze Gemeentelijke tucht geraakt. Laten wij ons daarom opnieuw BEKEREN en hiermee niet wachten totdat de Spade-Regen[16] (beeld van: de Heilige Geest die in de eindtijd uitgestort wordt – zie Joël 2:23+28-29) valt. Het zou dan wel eens te laat kunnen zijn. NU, nog vóór de Spaderegen in zijn volle kracht valt, moet u deze weg opgaan! De apostel Paulus spreekt in 2 Korinthe 7:1b van “de heiliging volbrengen…”. Dit houdt in, dat u hiermee al bezig geweest moet zijn en niet op het laatste nippertje ermee beginnen moet! Als u ergens een diploma voor wilt behalen, begint u ook niet pas een week vóór het examen afgenomen wordt te studeren, maar u bent er al langer van te voren mee bezig en in die week vóór dat examen voleindigt u uw studie en u zet alles op alles om maar goed beslagen ten ijs te komen. En zo is het, voor wat de heiligmaking[17] betreft, net zo.
De Here God leide u vanuit Sion naar Zijn volle zegen.

EINDE

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

EINDE van deze studie (van 8 delen)
De PDF van de complete studie (om de studie eventueel in z’n geheel uit te printen).

*****************************************************************************************
[1] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Hun ongeloof over de vrijlating van Petrus drukt m.i. hier een tegenstelling uit van het spreekwoord dat zegt: “vast in zijn/haar schoenen staan” (= erg zeker van de betreffende zaak zijn). (noot AK)
[3] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[4] 1 Petrus 4:17, “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?”
[5] Zie eventueel de studie De Dag van JaHWeH (de Dag des Heren) en/of De 7 donderslagen van Openbaring 10:3en/of God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden van E. van den Worm. (noot AK)
[6]  Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geesten/ofDe Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens: een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vadervan E. van den Worm. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie “De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus(‘vers voor vers’ nader uitgelegd), van E. van den Worm. (noot AK) 
[10] Zie eventueel onze studie Leer bidden (over de noodzaak van bidden/gebeden naar Gods wil) van CJH Theys. (noot AK)
[11] Zie eventueel onze studie De volmaaktheid in Christus, op aarde, in de eindtijdvan E. van den Worm. (noot AK)
[12] Zie noot 10.
[13] Fellowship = Broederschap; omgang, gemeenschap in Christus. Broederschap = Het samen zijn – en vooral het “één in de geest zijn” – van gelovigen in de vreze en liefde voor God. (noot AK)
[14] Handelingen 5:1-11, “En een zekere man, van wie de naam Ananias was, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een eigendom, en hield een deel van de opbrengst achter, ook met medeweten van zijn vrouw, en hij bracht een bepaald gedeelte en legde dat aan de voeten van de apostelen. En Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en gaf de geest. En er ontstond grote vrees bij allen die dit hoorden. En de jonge mannen stonden op, legden hem af, droegen hem naar buiten en begroeven hem. En het gebeurde na verloop van ongeveer drie uur dat ook zijn vrouw daar binnenkwam, zonder te weten wat er gebeurd was. En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt u beiden het land voor zoveel verkocht? En zij zei: Ja, voor zoveel. Petrus zei tegen haar: Waarom toch hebt u met elkaar afgesproken de Geest van de Heere te verzoeken? Zie, de voeten van hen die uw man begraven hebben, zijn voor de deur en zullen u ook uitdragen. En zij viel onmiddellijk voor zijn voeten neer en gaf de geest. En toen de jongemannen binnengekomen waren, troffen zij haar dood aan, en zij droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. En er kwam grote vrees over heel de gemeente en over allen die dit hoorden.
[15] Zie eventueel onze studie De werkingen van de Geest in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[16] Zie eventueel onze studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring), hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekking van H. Siliakus. (noot AK) 
[17] Zie noot 1.

 

Advertenties
Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gemeentelijke tucht (7): Indien de Gemeentelijke tucht wordt VERZAAKT…

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2
KLIK HIER voor deel 3
KLIK HIER voor deel 4
KLIK HIER voor deel 5
KLIK HIER voor deel 6

berispen17

Hoofdstuk 7

Indien de Gemeentelijke tucht wordt VERZAAKT…

De Liefde en de Geest van God wijken uit het hart

Indien wij de tucht in de Gemeente verzaken, zullen wij spoedig één ding gewaarworden in de Gemeente: de liefde van de Geest zal uit die Gemeente wijken en de geestelijke infectie zal kunnen uitgroeien tot een gezwel, een etterbuil. Meen toch niet dat er zoiets bestaat als een liefde van God die zonden toedekt (ofwel: oogluikend toelaat) in de Gemeente. God kent geen ziekelijke liefde! Die ziekelijkheid is aan onze kant te vinden, omdat wij bang zijn voor eventuele gevolgen als wij optreden. Maar Gods Geest is nooit bang! Wij mogen God danken dat Jezus gezegd heeft dat Hij de Gemeente zou bouwen en niet wij. Wij mogen door genade slechts medearbeider met Hem hieraan zijn. God verwacht van Zijn medearbeiders echter niet dat zij de gezonde (Bijbelse) leer zullen verzaken, om daarvoor in de plaats hun eigen inzichten te brengen, of dat wij Zijn Woord niet recht zullen snijden. Doen zij dit tòch, dan rukt Hij hen uit Zijn Koninkrijk, uit Zijn Gemeenschap. Hierdoor zal Gods liefde uit het hart en die Gemeente wijken en uiteindelijk zal ook Gods Geest die Gemeente moeten verlaten.
“Toen kwamen Zijn discipelen naar Hem toe en zeiden tegen Hem: Weet U wel dat toen de Farizeeën dit woord hoorden, zij er aanstoot aan namen? Maar Hij antwoordde en zei: Elke plant die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgetrokken (SV: uitgeroeid) worden. Laat hen gaan; het zijn blinde geleiders (SV: leidslieden) van blinden. Als nu een blinde een blinde geleidt, zullen zij beiden in een kuil vallen. (Mattheüs 15:12-14)[1]
“Bedenk dan van welke (geestelijke) hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig tot u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert”. (Openbaring 2:5)
Als God dit heeft moeten doen:

  • dit “uitroeien van de plant, die de hemelse Vader niet geplant heeft”,
  • dit “van zijn plaats wegnemen van de kandelaar”,[2]

dan is al het goddelijke uit die Gemeente geweken en wat ervan over blijft is het werk van mensen, een menselijke organisatie, een geestelijke club, meer niet. Alle menselijke werken, hoe goed ook bedoeld, hebben geen waarde bij God. Menselijk werk is er nooit op gericht om Jezus Christus UITSLUITEND de eer te geven van alle dingen. En al zijn wij wedergeboren door Christus, dan nog moeten wij waken om niet eigengereid te handelen, dus buiten de wil van de Here om, want daar is nog altijd zoiets als “een glibberig pad van verzoeking en beproeving”, dat satan maar al te graag voor ons openhoud. En, als wij onze geestelijke ogen hiervoor niet openhouden en onze harten niet stemmen naar de tonen van Gods Woord, dan raken wij verward in datgene waarvan wij DENKEN dat het van de Geest van God is, en laten wij in feite eigen inzicht doorgaan als zijnde het inzicht (en de leiding) van de Heilige Geest, omdat ons eigen gevoel ons parten speelt!
Een klassiek voorbeeld hiervan vinden wij in de Bijbel, in Handelingen 16 vers 6-7: “En nadat zij (= Paulus en Timotheüs) door Frygië en het land van Galatië gereisd waren, werden zij door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Asia te spreken. En bij Mysië gekomen, probeerden zij naar Bithynië te reizen, maar de Geest liet het hun niet toe.” Van Paulus, zou ik zo zeggen, kunnen wij toch niet verwachten dat hij eigen roem najaagde. Toch weerhield de Geest van God hem om datgene te doen wat, naar menselijk oordeel, toch wel iets goeds was, omdat Hij hem ergens anders wilde hebben, namelijk in Macedonië dat, voor de Evangelisatie, de poortopening van Europa vormde.

Een driekoppig monster

Wijkt de Liefde en de Geest van God uit het hart of uit de Gemeente, dan dient zich daar ogenblikkelijk een “driekoppig monster” aan, waarmee wij kennis kunnen maken in 1 Johannes 2:16, een waarheid die wij in het vorige hoofdstuk ook al ter sprake hebben gebracht: “Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en het pronken met de dingen van het leven (SV: de grootsheid des levens) is niet uit de Vader, maar is uit de wereld”. Willen wij dus de gezonde (Bijbelse) leer niet handhaven, en laten wij willens en wetens de gemeentelijke tucht achterwege, dan zullen wij, omdat wij niet langer wandelen onder de leiding van de Geest van God, onze ogen ogenblikkelijk slaan op andere dingen, op UITERLIJKE dingen. Innerlijk is zo iemand al begonnen om op ‘het pad van afvalligheid’ te lopen, en staat zijn leven reeds in het teken van “de afval van God” (zie o.a. 2 Thess. 2:3 en 1 Tim. 4:1-2); al zal hij/zij misschien nog trouw de Gemeente blijven bezoeken. Zo’n leven wordt dan beheerst door drie dingen:

  1. door de begeerte van het vlees,
  2. door de begeerte van de ogen, en
  3. door de grootsheid des levens (HSV: het pronken met dingen van het leven).

1. De begeerte van het vlees

Hiervoor zal ik u een praktisch voorbeeld geven uit onze eigen tijdsperiode: u kent ongetwijfeld wel de bekende en beroemde “pil” voor het huwelijksleven. Deze pil wordt ook gebruikt door vele Pinksterkinderen en zelfs vele vrouwen van Pinkstervoorgangers gebruiken die![3] De laatstgenoemden staan hun vrouwen toe deze pil te gebruiken! En waarom doen zij dit? Wel, hun argument is het volgende: “Als de vrouw zwanger is, is ze altijd gedupeerd, ze kan dan vaak niet naar de samenkomst of bidstond of zangrepetitie gaan; ze kan geen huisbezoek doen. Het Koninkrijk van God wordt dan te kort gedaan. “Dus”, concluderen deze christenen en voorgangers, “is de pil op zijn plaats”. U zult dit misschien kunnen beamen als u Gods Woord niet raadpleegt. Maar ik zeg u, door Gods Woord, dat dit een DROGREDEN is! Deze pil geeft de begeerte van het vlees, die NOOIT matigheid kan betrachten, de vrije teugel.[4] Wij leven in een tijd van seksuele hoogtij, door de duivel gevoed en opgejut door middel van velerlei kanalen van reclame, plaatsen van vermaak, televisie etc., die allemaal uitdagender en bandelozer worden in hun openbaring! En in deze tijd biedt de satan u – op een gouden dienblad, omdat zelfs voorgangers de pil goedkeuren – deze pil aan, zodat u tot seksuele onmatigheid kan komen, zonder verdere lichamelijke “moeilijkheden”! Maar dit nu wil men afdekken en men schuilt achter bovengenoemde drogreden om toch van de “voordelen” van deze pil te kunnen genieten. Maar de Here Jezus waarschuwt ons voor het zuurdesem van de Farizeeën; het is het zuurdesem van schijnheiligheid, van schijnvroomheid!
Ongeacht het hier bovenstaande is degene die het standpunt aangaande deze pil goedkeurt en deelt iemand die leeft in ONGELOOF! Want staat er niet in Gods Woord: “En alles wat niet uit geloof is, is ZONDE” (Romeinen 14:23b).
Bovendien staat er in 1 Timotheüs 2:15 geschreven: “Maar zij (= de vrouw) zal in de weg van HET BAREN VAN KINDEREN zalig worden, als zij blijft in geloof, liefde en HEILIGING,[5] gepaard met bezonnenheid (SV: met MATIGHEID).”
Men leeft in een grootscheepse contradictie (= tegenstrijdigheid) als men aan de ene kant de weg op wil gaan van heiligmaking en of matigheid en aan de andere kant propaganda maakt voor de pil! Ook kunt u het gebruik van die pil geheim houden voor de voorganger of ouderlingen, maar weet dat God ALLE DINGEN ZIET!

2. De begeerte van de ogen

Als u uw blik afwendt van “Christus en Dien gekruisigd”, dan wordt uw blik (uw GEESTELIJK zien) verdorven, troebel. Als u uw ogen niet meer gericht wilt houden op dat kruishout van Golgotha – op wat Christus daar voor u deed en NU voor u is en wil zijn – dan helpt u (geestelijk gezien) mee aan het verduisteren van uw ogen. U moet persoonlijk uw blik gericht houden op Jezus Christus, Die dood en opstanding voor ons volbracht heeft. Zodra u echter uw blik afwendt van Hem, dan zal die blik u doen dolen in een geoordeelde en veroordeelde wereld. Christus zei: “Ik ben… het Leven!(zie Johannes 11:25 en 14:6). Indien wij dan beseffen dat wij dit Leven – in en door Hem – nodig hebben, zo zullen wij op dit Leven blijven blikken.
De rijke jongeman uit Gods Woord daarentegen bleef zijn blik gericht houden op zijn vele goederen, daarom kon hij ook niet doen wat Christus van hem verlangde en kon hij Hem niet volgen (lees o.a. Markus 10:17-23, vooral vers 22).
De christelijke weg is – boven alles – een geestelijke weg. Als wij werkelijk geestelijke mensen willen worden, moeten wij een gerichte blik op Hem HOUDEN!
Eva’s val begon daar, waar zij haar ogen niet langer gericht kon houden op het gebod van God. Toen was er feitelijk al afvalligheid in haar hart! En het was vanwege deze afvalligheid in haar hart, dat zij haar oor wilde lenen aan satan en naar zijn satanische leugen luisterde (zie Genesis 3).
Deze begeerte van de ogen laat zich in onze dagen in verschillende dingen gelden en menig kind van God kan hierbij (nog) geen discipline in zijn/haar eigen geestelijk leven houden! De begeerte van de ogen is, net als de beide overige koppen van het monster van wereldsgezindheid, MATELOOS en heeft NOOIT GENOEG!

3. De grootsheid des levens (ofwel: het pronken met dingen of gaven)

Als ik bij u op bezoek kom, kom ik dan op kostbaar bouclé, zodat u mij nauwelijks hoort lopen?[6] “Bouclé is alledaags” zou u misschien zeggen, “bij mij ligt een Perzisch tapijt op de grond!” Pas op vrienden, hier is “grootsheid des levens” aan het woord! U wilt het niet inzien, maar toch is dit zo! Alles is er in de laatste dagen op gericht om zelfs een kind van God te vangen met deze dingen, al lijken ze onschuldig!
Ik zal u een voorbeeld noemen, dat nu (geschreven rond 1970) in Amerika iets alledaags is. Een bekend evangelist daar neemt geen genoegen met een advertentie van een pagina; neen, zijn naam laat hij projecteren in de wolken. En hij vormt geen uitzondering, velen doen dat daar en om de haverklap! Dit is “grootsheid des levens”, vrienden!
Bezien wij deze dingen met een onbevooroordeeld hart, dan rest ons maar één gebed: “Heer, houd mij NEDERIG van hart!” Laten wij dit elke dag, en vooral met een oprecht hart, bidden. Een nederig hart onderwerpt zich aan Gods geboden en vindt niets heerlijkers dan Gods weg te volgen.

Het kwaad van de laatste dagen

“En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot (SV: van de wellusten) dan liefhebbers van God. Zij hebben een schijn van godsvrucht (SV: een gedaante van godzaligheid), maar hebben de kracht daarvan verloochend. Keer u ook van hen af (SV: Heb ook een afkeer van deze). Want tot hen behoren zij die de huizen binnensluipen en vrouwtjes in hun macht krijgen die met zonden beladen zijn en door allerlei begeerten gedreven worden, die altijd leren en nooit tot kennis van de waarheid (Gods) kunnen komen.” (2 Timotheüs 3:1-7)
Keer u ook van hen af”, zegt Gods Geest Zelf en Hij zegt er niet bij: “tenzij het je eigen vrouw is, je eigen vader of moeder, je eigen familie”. Neen, bij God is geen aanneming van de persoon! Denk erom, deze mensen komen de samenkomsten binnen, komen onder uw gehoor; deze mensen ontmoet u op uw werk! Het is het beeld van de wereld van de eindtijd, een wereld die bij uitstek in de macht van de boze (= satan) leeft. En wijzelf zijn weliswaar ook IN die wereld, maar (als het goed is) niet VAN die wereld! En God vraagt ons die wereld te be-evangeliseren en ervoor te zorgen om niet onder de invloed te komen van de zuigkracht van die wereld!
Laten wij enkele van deze zonden nader onder de loep nemen.

De zonde van geldzucht

“Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het (ware) geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken”. (1 Timotheüs 6:10)
Let op wat Gods Geest hier zegt. Dezen zijn nog niet gekomen tot de daad van geldzucht, ze hebben slechts de lust gekregen daartoe. En God zegt dat dezulken al afgedwaald zijn van het (ware) geloof en ook dat zij, door deze lust, met vele smarten worden doorstoken. Een voorbeeld: vroeger betaalde u de Bijbelse tienden[7] met blijdschap, omdat u wist dat dit Gods eigendom is; maar nu wordt u bevangen door de lust van geldzucht en smart het u ogenblikkelijk dat u deze tienden (dus: 10% van uw inkomen) moet betalen. Het doet u pijn, u hebt strijd! Uw eigen “ik” verzet zich ertegen en u betaalt uw tienden niet meer. U gaat nu slinkse wegen bewandelen, en niet alleen ten aanzien van God, voor wat Zijn tienden betreft, maar ook ten aanzien van uw medebroeder(s) en zuster(s), ten aanzien van uw medemens(en). U komt tot bedrog! Uw wezen wordt ogenblikkelijk duister en in die duisternis bent u nooit meer in staat om het Licht en de Waarheid (Gods) te zien. U komt tot, wat wij noemen, hoogverraad. U heeft – willens en wetens – het Hem gegeven “jawoord” ingetrokken. U zoekt dan fouten in het doen en laten van uw voorganger of medegelovigen, u komt tot kritiek. En kritiek op haar beurt levert ergernis, bitterheid en tweespalt in de Gemeente! Zo zochten de Farizeeën fouten bij Jezus’ discipelen, en ze vonden die, althans dingen die in hun ogen fout waren. Laat staan wat er gebeurt als men fouten wil zoeken in uw en mijn leven. Als men die zoekt, zijn er altijd wel “fouten” te vinden! Maar Jezus had die Farizeeën verlaten, Hij kon niets meer voor hen doen, omdat zij de waarheid (Gods waarheid wel te verstaan) niet wilden zien! En, er is niets zo erg als wanneer Gods Geest, de Heilige Geest, zich uit ons leven terugtrekt. Dan hebben wij misschien wel de naam, dat wij (Pinkster)christenen zijn, maar wij zijn, BIJBELS gezien, niet langer ‘in Pinksteren’![8]
Waar Gods Geest u echter wil brengen is het tegendeel van geldzucht. In Hebreeën 13:5 staat geschreven: Laat uw handelwijze zonder geldzucht zijn. Wees tevreden met wat u hebt, want Hij heeft Zelf gezegd: Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten”, terwijl Hij in Maleachi 3:10 zegt: “Breng al de tienden naar het voorraadhuis (SV: schathuis), zodat er (vooral ook geestelijk) voedsel in Mijn huis is. Beproef Mij toch hierin, zegt de Heere van de (hemelse) legermachten, of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen, en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn.”
Door genade van God dien ik Hem bijna 40 jaar, maar nog nooit heeft Hij mij te kort gedaan. Ik weet ook dat dit nooit komen zal, als ik maar als een rank in de wijnstok in Hem wil blijven. Zo zal ook geen van Zijn kinderen ooit teleurgesteld worden in Zijn onberouwelijke beloften!

De zonde van de hoogmoed

Hoeveel christenen, ook “in Pinksteren”, zijn niet bijzonder hoogmoedig, tot barstens toe! Hoeveel christenen, die onder mijn gehoor zitten, zijn zo. Als de hoogmoed niet uit hun ogen straalt, dan komt die door hun knoopsgat gluren. De laatstgenoemden willen voor nederig doorgaan. Als zij in de samenkomst binnenkomen, dan kijken zij alleen maar naar voren, want… daar zien zij een podium,[9] waar ze eigenlijk graag ook zelf willen staan en het smart hun dat het nog niet kan! God zegt in 2 Timotheüs 3 vers 5b: Keer u ook van hen af! En, wat doen wij met dit Woord van God als het een familielid betreft? Als het onze vader of zoon betreft, of als het onze moeder of dochter betreft? Moeten wij onze mond houden als wij onze zoon zien zondigen, of als wij onze broer verkeerd zien handelen, of als wij weten dat onze vader vreemd gaat, of onze moeder in ongerechtigheid leeft? Natuurlijk moeten wij onze vader niet met harde woorden bestraffen, maar… zoals het een (goede, christelijke) zoon betaamt. Maar doen moeten wij het, anders hebben wij hem niet waarlijk lief. Want als wij degenen die wij zien zondigen niet vermanen – en hun niet op de weg van (eeuwige) redding wijzen; als wij hun “de reddingsboei” niet toewerpen – blijven ze niet alleen in die ongerechtigheid leven, maar zullen ze ook in die ongerechtigheid sterven; en God zal u deze “zonde van Eli” aanrekenen (lees 1 Samuel 2:12-36, vooral vers 29: “Waarom… eert u uw zonen meer dan Mij?”). Als u verzaakt in de dingen die God u glashelder voor ogen stelt, dan breekt het u op in uw eigen leven.

De zonde van hoererij, de liefhebberij van de wellusten

De Geest van God wordt genoemd de Geest der Waarheid. Als u de waarheid liefheeft, dan zoekt u Zijn leiding en wel – als nummer één – in uw eigen leven! Als de Geest van God u onderwijst in Zijn Woord dan weet u precies al uw mankementen, al uw tekortkomingen. Voor Hem kunt u niets verbergen, wel voor de mens.
Er was eens een mens die dacht dat hij zijn zonden kon verbergen. De “begeerte van de ogen” had hem in haar netten gevangen en ze werd op de voet gevolgd door de “begeerte van het vlees”. Hij drukte deze zonden echter in zijn hart (en gedachten) weg, hij wilde er niets (meer) van weten, maar God was zo barmhartig om hem een profeet te zenden die hem de waarheid onder ogen bracht. Deze mens was koning David. Ik zelf ben ervan overtuigd dat als David op dat moment zijn schuld niet beleden had, God Nathan opdracht zou hebben gegeven om deze zonde uit te bazuinen voor het gehele volk. U kent het Bijbelverhaal: Hoe David tegen de avond op het dak van zijn huis wandelde en Bathseba zag, de vrouw van zijn krijgsoverste Uria, die zich aan het wassen was, en hoe hij toen onder de bekoring kwam van haar lichamelijke schoonheid. Hoe langer hij naar haar keek, hoe meer de wellust hem overweldigde. Met de sluwheid van de zondemacht, die reeds bezit van hem had genomen, ontdeed hij zich van zijn krijgsoverste Uria, door hem – in het heetst van de strijd – naar het front te zenden, zodat hij sneuvelde (lees 2 Samuel 11).
Laten wij daarom oppassen en erop toezien dat ongerechtigheid geen bezit neemt van onze broeders en zusters (of van onszelf), want alhoewel God Liefde is, is Hij óók “een verterend Vuur” (zie o.a. Hebr. 12:29 en Deut. 4:24)! Wat dit te betekenen heeft, hebben Ananias en Saffira ondervonden (zie Handelingen 5:1-11[10]). Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Als u een ongerechtigheid bemerkt bij uw broeder of zuster en u vestigt de aandacht van de voorganger in de Gemeente hierop, dan mogen anderen u een verklikker noemen, maar… als uw motief de redding is van die broeder of zuster of van de Gemeente, dan bent u hiertoe verplicht. Want als u dit niet doet, dan hebt u de mens die zondigde niet (waarlijk) lief en hebt u gefraudeerd tegen God! Want u hebt de Gemeentelijke tucht niet mede willen handhaven.
Waarlijk, er gaat een demoraliserende werking uit van al het kwaad (ook in de Gemeente) en de zuigkracht ervan moet men niet onderschatten; en indien wij niet wakende blijven voor het eigen hart, ons gezin en de Gemeente, zo zullen wij het gewaar worden, want Gods liefde zal in ons hart en in de Gemeente verkillen en Zijn Geest zal worden uitgeblust. Laten wij daarom de Gemeentelijke tucht liefhebben en die niet verzaken!

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

*****************************************************************************************
[1] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[2] Openbaring 1:12-13a+20, “En ik keerde mij om, om de stem te zien die met mij had gesproken. En toen ik mij had omgekeerd, zag ik 7 gouden kandelaren. En te midden van de 7 kandelaren zag ik Iemand Die op de Zoon des mensen leek… 20 Het geheimenis van de 7 sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de 7 gouden kandelaren is: de 7 sterren zijn de engelen van de 7 gemeenten, en de 7 kandelaren die u hebt gezien, zijn de 7 gemeenten.” (noot AK)
[3] Pinksterenkinderen en/of Pinkstervoorgangers = Die Gemeenten waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. De schrijver spreekt in deze studie vooral (als waarschuwing) tot de eigen parochie”. Maar de inhoud van deze studie zal ongetwijfeld ook voor andere Gemeenten en/of christelijke groeperingen (kunnen) gelden. (noot AK)
[4] Bij de pil, als anticonceptiemethode, wordt Gods wil voor ons leven, op seksueel- en voortplantingsgebied, uitgeschakeld. Beter is het m.i. dan ook om te denken aan “periodieke onthouding” waarbij men toch echt meer afhankelijk is van de wil van God voor ons leven. Ook behoed het ons (en vooral de man) voor het maar naar willekeur toegeven aan seksuele lusten, want… er wordt een grote mate van (zelf)discipline vereist. Zie eventueel ook nog: https://nl.wikipedia.org/wiki/Periodieke_onthouding (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Bouclé tapijten zijn vaak klassiek, duurzaam en… de lussen kunnen verschillende lengtes hebben om zo een geweven effect te creëren dat uw voeten zacht masseert! (noot AK)
[7] Waar – Bijbels gezien èn bestemd voor het werk des Heren” – ook echt 10% van al uw inkomsten mee wordt bedoeld. Zie o.a. Maleachi 3:8-10, Mattheüs 23:23 en Lukas 11:42. (noot AK)
[8] In Pinksteren = In die Gemeente(n) waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – volgens de BIJBEL gepredikt en ervaren wordt. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze studie Podium en Gemeente” (Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan) van CJH Theys. (noot AK)
[10] Handelingen 5:1-11, “En een zekere man, van wie de naam Ananias was, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een eigendom, en hield een deel van de opbrengst achter, ook met medeweten van zijn vrouw, en hij bracht een bepaald gedeelte en legde dat aan de voeten van de apostelen. En Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en gaf de geest. En er ontstond grote vrees bij allen die dit hoorden. En de jonge mannen stonden op, legden hem af, droegen hem naar buiten en begroeven hem. En het gebeurde na verloop van ongeveer drie uur dat ook zijn vrouw daar binnenkwam, zonder te weten wat er gebeurd was. En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt u beiden het land voor zoveel verkocht? En zij zei: Ja, voor zoveel. Petrus zei tegen haar: Waarom toch hebt u met elkaar afgesproken de Geest van de Heere te verzoeken? Zie, de voeten van hen die uw man begraven hebben, zijn voor de deur en zullen u ook uitdragen. En zij viel onmiddellijk voor zijn voeten neer en gaf de geest. En toen de jongemannen binnengekomen waren, troffen zij haar dood aan, en zij droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. En er kwam grote vrees over heel de gemeente en over allen die dit hoorden.
Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gemeentelijke tucht (6): De Gemeentelijke tucht HANDHAVEN en LIEFHEBBEN

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2
KLIK HIER voor deel 3
KLIK HIER voor deel 4
KLIK HIER voor deel 5

berispen17

Hoofdstuk 6

De Gemeentelijke tucht HANDHAVEN en LIEFHEBBEN

Laten wij allereerst naar “de gelijkenis van het onkruid” in Mattheüs 13 gaan:
“Een andere gelijkenis hield Hij hun voor. Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan iemand die goed zaad zaaide in zijn akker. Maar toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide onkruid (beeld van: de goddelozen en de geveinsden) tussen de tarwe (beeld van: de ware christenen), en ging weg. Toen het gewas opkwam en vrucht voortbracht, kwam ook het onkruid tevoorschijn. De slaven[1] (SV: dienstknechten) van de heer des huizes gingen naar hem toe en zeiden: Heer, hebt u niet goed zaad in uw akker gezaaid? Waar komt dan dit onkruid vandaan? Hij zei tegen hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. De slaven zeiden tegen hem: Wilt u dan dat wij erheen gaan en het verzamelen? Maar hij zei: Nee, opdat u bij het verzamelen van het onkruid misschien tegelijk ook de tarwe niet uittrekt. Laat ze allebei samen tot de oogst opgroeien, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid en bind het in bossen om het te verbranden, maar breng de tarwe bijeen in mijn schuur.” (Matth. 13:24-30)[2]

Biddend wachten op Gods tijd

Door deze gelijkenis leren wij onderscheid te maken tussen:
1.  Door de hemel gezonden (en dus met hemelse Zalving bekrachtigde) dienstknechten (hier de “maaiers” genoemd) en
2.  aardse (door de menselijke wil bezielde) dienstknechten, die zo graag het onkruid willen vergaderen.
Tot deze “aardse” dienstknechten zegt de hemelse Landheer: “Nee, opdat u bij het verzamelen van het onkruid misschien tegelijk ook de tarwe niet uittrekt” (Mattheüs 13:29). God heeft – in alle dingen – Zijn eigen tijd. Zo zal Hij ons wanneer Zijn tijd gekomen is de gelegenheid schenken om het onkruid te verzamelen, ALS WIJ MAAR BIDDEND WILLEN LEREN WACHTEN TOT ZIJN GEEST ONS TOT WERKEN NOOPT!
Als wij allen dan doordrongen zijn van het feit dat, in een bepaald geval, Gemeentelijke tucht gehandhaafd MOET worden, dan moeten wij dus bidden voor het “frauderend” gemeentelid (ofwel: voor degene die Gods Woord en wil overtreedt – AK). Probeer het en u zult zien wat God doet! Want: “Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand”. (Jakobus 5:16b)
Hij maakt Zijn Woord waar en zal doen wat wij bidden, voor het heil van Zijn Lichaam! Laat uw oprechte verlangen om zielen te redden bij God bekend worden “door bidden en smeken, met dankzegging”: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.” (Filippenzen 4:6-7)
Laat ons SAMENSTEMMEN (= gezamenlijk iets eenstemmig verlangen) IN DE GEBEDEN, opdat de Geest van God eerder tot actie kan overgaan!

Wat moeten Zijn dienstknechten doen in die wachtenstijd?

Terwijl u aanbiddend wacht op Gods tijd met betrekking tot bepaalde “onkruid-kwesties” in de Gemeente moet u niet ledig zitten (= werkloos toezien) en u blind blijven staren op die bepaalde “onkruid-kwesties”, op die rebellen in de Gemeente, want zodoende verwaarloost u de overige gemeenteleden, omdat er geen (of te weinig) aandacht aan ze besteedt wordt. Hierdoor krijgt de duivel de kans om de zwakke gemeenteleden aan te vallen.
“Zie dan toe (SV: hebt dan acht) op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft, om de Gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed”. (Handelingen 20:28)
Ik heb u al eerder gewezen op de fout, dat u niet moet denken: “Dat is alleen voor de voorganger bestemd”. Ook op uw schouders rust een mede-verantwoordelijkheid voor de Gemeente. Paulus heeft, in zijn brief aan de Filippenzen, niet voor niets geschreven: “…aan al de heiligen in Christus Jezus… met de opzieners en diakenen” (zie Filip. 1:1). Hieruit verstaan wij, dat óók zij verantwoording dienen af te leggen.
Wat hebben de arbeiders in de Gemeente te doen in die wachtenstijd (tot de oogsttijd is aangebroken van “onkruid en tarwe”)? Handelingen 20:28 (hierboven vermeld) leert ons dat ze, in de eerste plaats, (geestelijk) op hun hoede moeten zijn wat zichzelf betreft en verder, dat ze gewoon door moeten gaan met de Gemeente van God te weiden (= van goed, geestelijk voedsel voorzien).
Schrijvend aan zijn geestelijke zoon Timotheüs kon Paulus nog dieper hierop ingaan door te zeggen: Geef acht op uzelf èn op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als wie u horen”. (1 Timotheüs 4:16)
Dit is een dubbele winst! Paulus schreef dit in een hoofdstuk dat handelt over de afval in de laatste dagen. Wij leven in die laatste dagen; WIJ zien die afvalligheid (van God en gebod) om ons heen. Zo waak en bid dan en handel naar dit woord! Heb vooral acht op de leer. Velen zijn in deze tijd afgestapt van “de gezonde leer”. U hoort tegenwoordig veel dingen verkondigen die door moeten gaan voor de gezonde leer! De Bijbel zegt: “Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn (1 Johannes 4:1a).

Als Gods tijd van actie daar is

“Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog één of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn. Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden”. (Mattheüs 18:15-20)
Als Jezus ergens is – en, overeenkomstig het Woord, nog wel het liefst “in hun en ons midden” – dan zal ook gebeuren wat Hij heeft gezegd. Niemand op dat bruiloftsfeest te Kana had verwacht, ook de hofmeester niet, dat de beste wijn het laatst zou komen. Jezus deed dit als eerste grote teken van Zijn openbare bediening. Maar ook op de “Bruiloft van het Lam”, op Zijn “Bruiloftsfeest”[3] zal Hij dit grote teken doen… “Vul die zes vaten met water”, zei Jezus en het werd wijn en die wijn was voortreffelijker (HEERlijker), dan wat eerst was uitgedeeld (zie Johannes 2:6-10). De “6 vaten” wijzen in profetisch licht heen naar de 6×1000 jaren=6000 jaren. Wij leven in die profetische “zesde dag”. De “Laatste Wijn”, de “Spade Regen”[4] (beeld van: de Heilige Geest die in de eindtijd uitgestort wordt,[5] zie Joël 2:23+28-29), zal voortreffelijker zijn, dan de “Wijn” die tevoren werd uitgedeeld (de “Vroege Regen”[6]). Prijs God! Als Hij alsdan zó WONDERLIJK in ons midden zal zijn, wat denkt u, hoe wonderlijk zal het dan wel niet gaan ook met betrekking tot de handhaving de Gemeentelijke tucht?
Laten wij nu weer teruggaan naar de onderhavige (= de hier behandelde) teksten, waarin die wonderlijke God de opdracht geeft om op te treden tegen de overtreder in de Gemeente. Ik wil uw aandacht niet uitgebreid vestigen op de wijze, hoe u te handelen hebt, namelijk: eerst onder vier ogen, dan met één of twee getuigen erbij en ten slotte, als beide voorgaande wijzen van vermaning niet hebben geholpen, de vermaning ten overstaan van de gehele Gemeente; want deze handelwijze behoeft geen nader betoog, die is duidelijk genoeg; maar… ik vraag uw aandacht voor de woorden uit Mattheüs 18:17b (SV): “zo zij hij u ALS DE HEIDEN en DE TOLLENAAR”. En hierin is het, waarin wij falen. U hebt gedaan wat Mattheüs 18:15 zegt, u hebt uw broeder onder vier ogen vermaand; u hebt gedaan wat Mattheüs 18:16 zegt, u hebt uw broeder in het bijzijn van getuigen vermaand; ja, u hebt gedaan wat Mattheüs 18:17a zegt: u hebt de broeder voor het forum van de Gemeente vermaand. Tot hiertoe is het goed geweest, maar u moet ook verder willen gaan, want God laat geen tittel noch jota van Zijn Woord vallen, u moet mét de Gemeente die persoon voortaan beschouwen als een ongelovige, als één die buiten de genadestaat van God staat. Want wat Gods dienstknechten in zulke zaken hier op aarde “gebonden” hebben, dat zal ook “in de hemel gebonden zijn” (zie Matth. 18:18a). Deze belofte van God is verbonden aan deze tuchtkwestie. U moet dus ook dit Woord durven hanteren en niet blijven bij enkel en alleen maar vermanen en u afmaken met een dooddoener als: “Nou ja, wij hebben hem/haar vermaand, maar hij/zij heeft zich niet willen verbeteren”. Neen, u moet, mèt de Gemeente, zich niet verder bemoeien met zo iemand, al blijft u zo iemand gedenken in uw gebeden. Want zo’n overtreder moet ervaren dat hij/zij in zijn/haar zonde, in zijn/haar ongerechtigheid, helemaal alleen staat, met NIEMAND naast zich, dan enkel en alleen de duivel. Natuurlijk kan zo iemand de toegang tot de samenkomsten niet ontzegd worden, maar men behoort met zo iemand niet langer intiem om te gaan. Maar indien er “slappelingen” in de Gemeente zijn, die vanwege familierelaties en sympathieën een “ach-nou-ja-houding” er opnahouden, dan wordt het beoogde effect niet bereikt. Zo’n persoon zal denken: “In de Gemeente wil men niets meer van mij weten, maar… deze broeder of zuster wel en deze ook nog!” Zo iemand voelt zich dan niet in een geestelijk isolement; ja hij/zij voelt zich gesterkt door die ene broeder/zuster die hem/haar nog aanvaart, of door die broeders/zusters, die hem/haar nog aanvaarden. Het gevolg is dat zo’n in de zonde volhardende broeder/zuster zich NOOIT bekeert. En dit komt omdat die sympathisant(en) niet aan de kant van de Heilige Geest gaat/gaan staan! Jezus zei: “Zo zal hij voor u ALS DE HEIDEN en DE TOLLENAAR zijn”; waarmee Hij bedoelde dat deze beschouwing over een zodanige overtreder COLLECTIEF (= gemeenschappelijk) moest geschieden! Toen Petrus tegen Ananias zei dat hij tegen de Heilige Geest loog, waarop Ananias dood neerviel (zie Handelingen 5:1-5), toen was er niemand die sympathie of medelijden had met Ananias en ze zeiden óók niet: “Laten wij gauw Saffira waarschuwen, want anders valt zij ook dood neer.” Neen, zij stonden waar de Heilige Geest was en daardoor kon het gebeuren dat het oordeel, dat daar gevallen was, een VOLKOMEN oordeel kon zijn. En weet u wat het GEVOLG ervan was? Er kwam vrees over de gehele Gemeente. Men leerde God te vrezen, zoals het hoorde; zij werden bevreesd om TE ZONDIGEN: “En er kwam grote vrees over heel de Gemeente en over allen die dit hoorden”. (Handelingen 5:11)
Het gevolg hiervan weer was, dat God wonderlijk in het midden van die Gemeente kon zijn: wonderen en tekenen geschiedden door de hand van de apostelen, Onoprechten durfden zich niet tot de Gemeente te voegen, maar wel een menigte mannen en vrouwen die waarachtig geloofden! Halleluja!
“En er gebeurden door de handen van de apostelen veel tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eensgezind bijeen in de zuilengang (SV: voorhof) van Salomo. En van de anderen durfde niemand zich daar bij hen aan te sluiten, maar het volk had grote achting voor hen. En er werden er steeds meer toegevoegd die in de Heere geloofden, menigten van zowel mannen als vrouwen”. (Handelingen 5:12-14)

Al Gods beloften zijn de onze, als wij ons laten tuchtigen door het Woord

Gods wegen zijn niet onze wegen, geliefden, maar ik weet één ding: Als u Gods Woord geldig durft te maken op Gods tijd en op Gods wijze, dan zal God van Zijn kant waarmaken wat Hij in Zijn Bijbel heeft beloofd. En dit is wat Hij beloofd heeft: “Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn.” (Mattheüs 18:18)
Als u hierbij stilstaat en dit overdenkt, dan wordt u doordrongen van het feit wat een macht God Zijn kinderen heeft gegeven. De Here Jezus gaat dan verder en spreekt over twee of drie christenen die “samenstemmen” (= die gezamenlijk “iets eenstemmig verlangen”). In Prediker 4:12b leest u: “Een drievoudig snoer wordt niet snel gebroken”. Zo is het ook met kinderen Gods die samenstemmen. Maar u kunt hier nooit toe komen als u niet geheel doet wat de Heer van te voren heeft gezegd. Dit is nu net zo waar als datgene wat God in Spreuken 28:13 heeft gesproken: “Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn, maar wie ze belijdt en nalaat, zal barmhartigheid verkrijgen”. U moet ze allebei doen met betrekking tot uw overtredingen: bekennen èn laten! Evenals Jezus tot de overspelige vrouw zei, nadat zij op heterdaad betrapt was en tot Jezus was gebracht: “Ga heen en ZONDIG NIET MEER” (zie Johannes 8:11).
Daarom geliefden, willen wij Gods beloften bewaarheid zien worden, dan moeten wij leren inzien, dat “tucht” en “reiniging” een “broertje” en “zusje” van elkaar zijn. U kunt die twee niet scheiden. Ze zijn als een Siamese tweeling: als men – door een medische ingreep – de één van de ander losmaakt, gaan beiden dood.
Nogmaals: tucht en reiniging moeten in de Gemeente geschieden onder de Leiding van de Heilige Geest![7] Wij hebben slechts rekening te houden met datgene waarmee de Here rekening houdt, en Hij heeft Zich voorgesteld: “een Gemeente zonder vlek/smet en zonder rimpel, heilig en onberispelijk/smetteloos! (zie Efeze 5:27[8]). En wie weet beter dan God alleen hoe Hij aan die (heilige en smetteloze) Gemeente moet komen? God zal, om tot dit doel te komen, u en mij ZELFDISCIPLINE leren in ons eigen leven. Lees de brieven van Paulus hierover maar eens na en vooral die aan Timotheüs, waarin hij spreekt over matigheid. Deze zelfdiscipline moet God niet doen, DIT MOETEN U EN IK ZELF DOEN! Wij moeten dit Woord van God geldig WILLEN maken; maar dan zullen wij ook de (geestelijke) rijkdommen van dat Woord smaken en wij zullen het effect zien van wat dit Woord in ons leven kan doen en in dat van anderen.

Waak, dat uw zinnen niet bedorven worden!

Laten wij de parallel die Paulus trok in beschouwing nemen. Paulus kende dezelfde begeerte als zijn Meester, namelijk de begeerte, die wij in Efeze 5:27[9] opgeschreven vinden, van: de vorming van de Bruidsgemeente die (geestelijk gezien) “zonder smet of rimpel zal zijn. Paulus zegt dan in 2 Korinthe 11 het volgende: “Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb u toebereid, om u als een reine maagd aan één Man voor te stellen, namelijk aan Christus (SV). 3 Maar ik vrees dat, zoals de slang met zijn sluwheid Eva verleid heeft, zo misschien ook uw gedachten bedorven worden, weg van de eenvoud die in Christus is” (HSV). (2 Korinthe 11:2-3)
Geliefden, daar is geen zaak in Gods ogen zo belangrijk als juist de vervolmaking van Zijn Bruidsgemeente; van het leven van u en mij, die leden mogen zijn van die Gemeente. Deze vervolmaking zal op geen andere manier plaats vinden dan door de handhaving van de Gemeentelijke tucht! Paulus leert ons dat deze handhaving door vele en velerlei bindingen (= allerlei aardse en/of geestelijke gebondenheden) in de weg wordt gestaan en hij weet dat vervolmaking van de Gemeente alléén bereikt kan worden ALS DE GEMEENTE KAN WORDEN GEBRACHT IN DE STROOM VAN DE HEILIGE GEEST.[10] Als ze (= de Gemeente) deze Geest leert gehoorzamen en door de Geest zich leert onderwerpen aan de wil van God! Maar Paulus was bang – en dan trekt hij hier een parallel met Eva, die door de arglistigheid van de satan bedrogen was – dat ook de Gemeente in Korinthe door de satan bedrogen was “OM AF TE WIJKEN VAN DE EENVOUDIGHEID, DIE IN CHRISTUS IS”! (2 Kor. 11:3b, SV). Als er één de Bijbel door en door kent – van A tot Z en van Z tot A – dan is het de satan. Hij is een betere Bijbelkenner dan wij allemaal bij elkaar. Juist hierdoor is het dat hij zich kan veranderen als was hij “een engel van het licht” (zie 2 Korinthe 11:14). Satan wist wat God tegen Adam en Eva gezegd had, maar toch – vervuld van arglistigheid – zei hij: “Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof?” (Genesis 3:1b). Satan wist precies wat God gezegd had, maar hij wist zijn vraag zo te stellen dat Gods gebod ermee verdoezeld werd doordat hij er een (satanische) draai aan gaf! Dit is altijd zijn tactiek geweest, tot op heden toe. Is Gods Woord eenmaal door hem verdoezeld, dan begint hij onze gedachten te bederven en die in de ban te houden van het “vlees” en de wereld. En het gevolg hiervan is dat wij afwijken: “weg van de eenvoud die in Christus is”! (2 Kor. 11:3b). Uw hart zal zich dan vullen met kritiek op uw voorganger, op de Gemeente, op Gods Woord…, uw hart zoekt in feite de wereld. En, als de satan u eenmaal in zijn greep heeft – door zijn verdoezeling van Gods Woord, en als hij dan ook uw gedachten bedorven heeft en u in de ban houdt van uw vlees en van alles wat in de wereld “te koop” is, bijvoorbeeld door middel van alles wat u ziet via het beeldscherm van TV of computer – dan wordt u, zonder dat u het weet, langzaam maar zeker beroofd van de blijdschap die u in Jezus had…
In Psalm 16:11 staat: “…overvloed van blijdschap (SV: verzadiging van vreugde) is bij Uw aangezicht…”, maar door de “listige verleidingen van de duivel” (zie Efeze 6:11b) heeft hij dan uw gedachten bedorven. Langzaam maar zeker kent u die gemeenschap met de Here Jezus niet meer, bezit u de “eerste liefde” (tot Hem) niet meer, die wonderbare eerste liefde, die ons vurig voor Hem deed zijn. Alle dingen van deze wereld, ook wetenschap en muziek, misbruikt satan tot zijn doel. Want niet alle wetenschapsuitingen zijn uit God! Alles wordt door satan aangewend om uw gedachten (ons denken) te bederven. Gods Woord leert ons om onze gedachten in Christus te bewaren: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens IN ALLES, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken (SV: bewaren) in Christus Jezus.” (Filippenzen 4:6-7)
Verlustigt u zich echter in wat de wereld u te bieden heeft – onder andere via het beeldscherm van TV of computer – dan kan niemand mij wijsmaken dat dan “de vrede van God” door u genoten wordt! Integendeel! Uw zinnen worden er door bedorven. Er ontstaat dan in uw zinnen een driekoppig kankergezwel, waarover u kunt lezen in 1 Johannes 2 vers 16: “Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed (SV: grootsheid) van het leven is niet uit de Vader, maar is uit de wereld”. En dan vervolgt Johannes in vers 17: “En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid”.
Als satan uw gedachten heeft weten te bederven, dan zoekt u al deze dingen van de wereld en krijgt u er nooit genoeg van. Het is net als bij die Samaritaanse vrouw: Als u van dat (aardse) water drinkt, zult u steeds weer dorst krijgen. En als u – door uw bedorven gedachten – dan zo geniet van de dingen van deze wereld en God knipt uw levensdraad af, waar blijft u dan? In wat voor een geest sterven wij? Met een hart dat vol is van “Bayern-München” of “Real-Madrid”? God vraagt niet wat wij geweest zijn; neen; God wil u vervuld vinden (met Zijn Geest), mijn vrienden! Hij spreekt niet van: “Ik ben de Ware Wijnstok en u WAS de rank!” Neen! “U BENT het!” Als wij er niet voor zorgen om in die (gezegende) positie te BLIJVEN, dan vallen wij uit! Wij “vloeien door”! Denk aan die “dwaze maagden”![11] Ook hun lampen brandden eerst helder! Maar… op het kritieke ogenblik ontbrak het hun aan olie! Dat maakte dat zij BUITEN de deur van de Bruiloftszaal kwamen te staan en dat zij “de grote verdrukking” in moesten!
Welnu, als God u door Zijn Woord van al deze dingen overtuigt, wilt u dan DE PRIJS BETALEN, die God van u vraagt? Wilt u Gods tucht dan liefhebben en u laten reinigen door Zijn Woord, zodat u alles los zal laten, prijs zal geven, wat niet uit Hem is?

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

*****************************************************************************************
[1] Het woord “slaaf” heeft bij ons een nare klank, maar m.i. is het een goede vertaling, omdat Jezus waarlijk onze “Heer en Meester” is want… “Hij heeft ons gekocht en betaaldmet Zijn eigen Bloed! (noot AK)
[2] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie “Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde” van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring), hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekking van H. Siliakus. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De werkingen van de Geest in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[6] De vroege Regen = De UITSTORTING van de Heilige Geest in de begintijd van de Gemeente, tijdens het Pinksterfeest, volgens Handelingen 2 vers 1-4. (noot AK)
[7]  Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geesten/ofDe Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys. (noot AK)
[8] Efeze 5:27 (SV): “Opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek (HSV: smet) of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk (HSV: smetteloos).”
[9] Zie noot 8.
[10] Zie de studies vermeld bij noot 5 en 7.
[11] Zie eventueel onze studie De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijdvan E. van den Worm. (noot AK)

 

Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

Gemeentelijke tucht (5): De wegen van de Gemeentelijke tucht

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2
KLIK HIER voor deel 3
KLIK HIER voor deel 4

berispen17

Hoofdstuk 5

De wegen van de Gemeentelijke tucht

Een broeder of zuster, die in ongerechtigheid wandelt, vormt een obstakel in de Gemeente. Zo wilde God Israël niet zegenen omwille van Achan, omdat hij begeerte had gehad naar enige dingen uit het verslagen en uitgeroeide Jericho; dingen, die God door Jozua liet verbannen (zie Jozua 7:1, 22:20 + 1 Kronieken 2:7). Achan verstopte deze dingen echter in de grond onder zijn tent (zie Jozua 7:19-22). God nam Zijn zegen toen van GEHEEL ISRAEL weg! En pas toen Achan uit de vergadering van het volk van Israël was gebannen en gestenigd, stond Israël weer onder Gods zegen (zie Jozua 7:23-26)! Zo was het ten tijde van het Oude Testament; maar ook in het Nieuwe Testament is dit waar, al moet men niet denken dat handhaving van Gemeentelijke tucht slechts moet uitdraaien op het “buiten de deur zetten” van een bepaald persoon, die in ongerechtigheid wandelt. Is een ieder in onze tijd van Genade niet vrij om te komen in onze openbare samenkomsten? En is een ieder niet vrij om te gaan, als het hem of haar niet belieft om te handelen overeenkomstig de christelijke levensopvatting? Laten wij het geval van Judas Iskariot onder de loep nemen. De Here Jezus Zelf handelde ten opzichte van Judas Iskariot overeenkomstig Zijn onderwijzing in Mattheüs 13:30a[1]: “Laat ze allebei (= het onkruid en de tarwe) samen tot de oogst opgroeien…”. Uiteindelijk kwam in het leven van Judas Iskariot de correctie van de Heilige Geest door middel van het Avondmaal[2], dat zijn zonde openbaarde! Jezus heeft hem toen niet weggejaagd; Judas ging ZELF weg, omdat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht (zie o.a. Johannes 13:2+27+30 en Lukas 22:3-6).

Het Avondmaal als correctiemiddel

Velen geloven niet in de Goddelijke correctie van het Heilig Avondmaal, maar Gods Woord leert dit duidelijk!
“Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij eten van het brood en drinken uit de drinkbeker. Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Here niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u veel zwakken en zieken, en velen zijn ontslapen”. (1 Korinthe 11:28-30)
Het Bloed[3] van onze Here Jezus Christus openbaart alle ongerechtigheid. Niet eenmaal, maar vele malen is dit in mijn bediening voorgekomen. Het Avondmaal van het Lam van God heeft nimmer haar kracht verloren! Zo kwam het eens voor dat een vrouw “op onwaardige wijze” – dat is: met een onoprecht hart – deelnam aan het Avondmaal van de Heer. Een paar dagen later vroeg men voor deze vrouw voorbede. Toen voer, net als bij Judas – door dit onwaardig eten van het Heilig Avondmaal – een demonische geest in haar hart: ze lag volkomen krankzinnig te bed! Wees daarom voorzichtig! Hoe graag de Here ook wil dat u Zijn Heilig Avondmaal nuttigt, om u – door dit sacrament[4] heen – te zegenen en te sterken, toch is het beter om dit NIET te eten en te drinken, als u “onwaardig” bent (voor dit HEILIGE sacrament, dat het zoenoffer van Jezus aan het kruishout te Golgotha benadrukt), opdat u zich niet EEN GODSOORDEEL eet en drinkt! Speel niet met Gods heilige zaken en genade; want met dat wij Zijn (weder)komst tegemoet gaan, wordt de weg smaller en de poort om in te gaan nauwer!

Evangelieliederen en getuigenis

Ook kan de Geest van God een overtreder terechtwijzen door middel van gezongen Evangelieliederen, van “pakkende” koren en een krachtig getuigenis van verlossing door het geloof in Jezus Bloed. Laat daarom het getuigen niet na van wat de Here Jezus in uw leven tot stand heeft gebracht![5]

Het vermanend woord als correctiemiddel

Laat u leiden door de Heilige Geest (= Gods Geest – de 3de Openbaringsvorm van God[6]). In Johannes 16:8-11 lezen wij over de Heilige Geest het volgende:

  • “En als Die (= de Heilige Geest) gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel: van zonde, omdat zij niet in Mij geloven (wij moeten geloven in Jezus Christus en Dien gekruisigd, en onze zonden moeten ‘aan het kruis genageld zijn’, willen wij het EEUWIGE LEVEN ontvangen); van gerechtigheid, omdat Ik heenga naar Mijn Vader en u Mij niet meer zult zien (de Heilige Geest kon niet eerder komen vóórdat de Zoon van God tot de Vader was gegaan; en gekomen zijnde zou Hij de Gemeente leiden in wedergeboorte en overvloeiende Liefde van God, tot een openbaring van Gods gerechtigheid in Zijn kinderen, die leven ‘te midden van een krom, verdraaid en overspelig geslacht’); en van oordeel, omdat de vorst (SV: de overste) van deze wereld veroordeeld is (het is duidelijk dat een ieder die met de ‘overste van deze wereld’ – dat is: de satan, die door Jezus’ dood en opstanding is veroordeeld – meedoet, en dus de verlossing in Jezus niet aanvaart, met hem veroordeeld is/wordt)”.
  • “Maar wanneer Die (= de Heilige Geest) komt, de Geest van de Waarheid, zal Hij zal u de weg wijzen in heel de waarheid (Gods)…” (Johannes 16:13a).

Wij kunnen Gods Woord niet in “eigen licht” (= in eigen inzicht) onderzoeken of verstaan, wij hebben de openbaring van Gods verlossingswil nodig, van Gods “Blijde Boodschap”, die ons moet worden gegeven door de Heilige Geest! Voorheen dachten de Israëlieten in “hun licht” (= in hun eigen inzicht) – dat gevoed werd door hun hoop – dat Jezus het Koninkrijk van God (al in hun dagen) op aarde zou oprichten (zie Lukas 19:11). De discipelen leefden in die stellige overtuiging op grond van profetische uitspraken in de Schriften, naast de wonderen en tekenen en uitspraken, die de Heiland deed. Dat de Heiland slechts door dood en opstanding in Zijn Heerlijkheid kon komen, daar waren ze eerst absoluut blind voor. U ziet het, wij kunnen Gods Woord in “eigen licht” NIET onderzoeken. Is dit – in het algemeen – met Gods Woord zo, eveneens is dit waar met betrekking tot Gemeentelijke tucht.

Het woord in de kracht van Gods Geest zal handelen

Waar er schuldigen werden gevonden (onder de gelovigen), verkocht Petrus hen geen “draai om de oren”, maar hij sprak hen slechts toe. Maar… zijn woord was in de kracht van de Heilige Geest.
“Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen maar tegen God. Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en gaf de geest…”. (Handelingen 5:3-5a)
Het was niet Petrus die Ananias doodde (en iets later zijn vrouw, Saffira – zie Handelingen 5:1+10), maar het Woord in de kracht van de Heilige Geest… Wij zijn er te weinig van doordrongen van wat er allemaal kàn gebeuren, als wij waarlijk geloven, dat Jezus in ons midden is.
Heeft Jezus niet gezegd: “Waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen (SV: vergaderd) zijn, daar ben Ik in hun midden” (Mattheüs 18:20)? Als Jezus Christus (= de Gezalfde) in ons midden is, is ALLES mogelijk! De discipelen destijds GELOOFDEN dat de Geest van Christus in hun midden was, dat Hij tabernakelde[7] (= inwoning had gemaakt) in hun lichamen. Ze vormden samen het Lichaam van de Heer en, als ze samen vergaderd waren, was Zijn Geest actief in Zijn Lichaam. Dan waren alle dingen mogelijk, want JEZUS WAS DAAR! Laten wij daarom ook nu net zo geloven. Ik geloof dat de Gemeente van Jezus véél verder zou zijn op “de Ladder van het geloof”, als wij waarlijk op Gods Woord durfden te staan en het hanteerden zoals God het heeft bedoelt! Heeft Jezus niet gezegd: “Zoals (SV: GELIJKERWIJS) de Vader Mij gezonden heeft, (ALZO) zend Ik ook u” (Johannes 20:21b). Jezus deed ALLES met HET WOORD van de VADER; durven wij het Woord van Jezus Christus zo te hanteren…?

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

*****************************************************************************************
[1] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[2] Johannes 13:2 (SV): “En als het avondmaal gedaan was, toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskariot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou”.
Zie eventueel onze studie Door de Geest van God geroepen tot deelname aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam…” van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie “De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Sacrament = Een sacrament is een gewijde handeling in het christendom waardoor God komt tot de mens. In die zin staat een sacrament tegenover gebed en offer, waarin de mens nadert tot God. Verschillende sacramenten markeren een belangrijk moment in het leven van de gelovigen. Het begrip is afgeleid van het Latijnse sacramentum, dat (geloofs)geheim betekent.
Een sacrament is geldig, indien de juiste vorm, stof en intentie aanwezig waren bij de verrichting ervan. De staat waarin de bedienaar verkeert heeft geen invloed op de geldigheid. De werking van het sacrament is daarentegen wel afhankelijk van de staat waarin de ontvanger verkeert. Overgenomen uit: https://nl.wikipedia.org/wiki/Sacrament (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie ‘Onze aardse roeping:“En u zult Mijn getuigen zijn”’ van E. van den Worm. (noot AK)
[6] In Deuteronomium 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus: één Persoon, de Godheid!).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (= geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
1) de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
2) de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
3) de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest.
–> Zie eventueel ook nog onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geestvan CJH Theys. (noot AK)
[7] Voor meer over de geestelijke betekenis van de verschillende tabernakelobjecten, zie eventueel onze studie Christus in de Tabernakel van CJH Theys en/of De Tabernakel van Israël (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God) van E. van den Worm. (noot AK)

 

Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

Gemeentelijke tucht (4): Haast u, steek -in geestelijke zin- af naar de diepte!

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2
KLIK HIER voor deel 3

berispen17

Hoofdstuk 4

Leren staan op de beloften van God

Als uw hart geneigd is tot het onderzoeken van de diepten van God, bid[1] God dan om u de Geest der Waarheid[2] te schenken om de dingen die van Hem zijn te leren verstaan, óók om de kracht om deze dingen in uw persoonlijk leven toe te passen. Staat er niet geschreven: “…wie Mij (en Mijn Woord) eren, zal Ik eren…?” (zie 1 Samuel 2:30b)[3] Wat de mensen u ook aandoen, u kunt – als dienstknecht of dienstmaagd van de Here – u altijd aan Gods beloften optrekken. Laat mij u een voorbeeld geven:
Eenmaal zei de Here Jezus tegen Petrus: “Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Toen u jonger was, omgordde u uzelf en liep u waar u wilde; maar als u oud geworden bent, zult u uw handen uitstrekken, en een ander zal u omgorden en u brengen waar u niet heen wilt.” (zie Johannes 21:18)
Het gebeurde nu, toen Petrus nog in de kracht van zijn leven was, dat hij gegrepen werd en in de gevangenis werd gezet. Hij moest, net als alle andere apostelen, als martelaar voor het Evangelie sterven. Althans zo dacht Herodes… (zie Handelingen 12:1-3)
Als wij dit verhaal (zie Handelingen 12:3-19) lezen, dan vragen wij ons af waarom Petrus dan toch zo rustig kon slapen onder zulke omstandigheden! Hij maakte er zich helemaal geen zorgen over. Toch heeft Petrus niets anders gedaan dan wat elk waarachtig kind van God zou doen, dat onwrikbaar gelooft in dat Woord van God! Petrus moest het volgende gedacht hebben: “Here, ik ben nu gegrepen omwille van mijn getuigenis voor U. Menselijk gedacht zal ik net als mijn broeder Jakobus onthoofd worden (zie Handelingen 12:1-2). Maar U hebt eens gezegd: ‘Als je eenmaal “OUD geworden zal zijn’, maar… ik ben nu helemaal nog niet ‘oud’, en wetende dat U dat gezegd hebt (zie Johannes 21:18), weet ik dat ik oud MOET worden. Dus, Here, gebeurt mij niets en kan ik nu rustig slapen”.
Dit is uzelf optrekken aan een persoonlijke belofte, die u van Godswege is aangezegd. Wat de wereld ook moge zeggen, God laat GEEN ENE TITTEL OF JOTA VALLEN van Zijn Woord (zie Mattheüs 5:18), want Hij leeft! Prijs Zijn wondervolle Naam! God wil u niets schuldig blijven; wat Hij gezegd heeft, zal geschieden; Hij neemt NIETS terug. Juist IN ZIJN BELOFTEN is Hij, zoals wij Hem kennen, onberouwelijk, “bij Wie GEEN schaduw van omkeer” wordt gevonden:
“Elke goede (geestelijke) gave en elk volmaakt geschenk (SV: volmaakte gift) is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de Waarheid, opdat wij in zeker opzicht (namelijk qua volmaaktheid[4]) eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn”. (Jakobus 1:17-18)

De prijs willen betalen

Verlangt u naar gaven,[5] bediening en ambt in het Lichaam van de Heer? Dan zult u de prijs ervoor moeten betalen. Verlangt u dat er gaven, bedieningen en ambten in uw Gemeente[6] worden gevonden, zodat wonderen en tekenen in de Gemeente kunnen geschieden? Verlangt u naar de Liefde van God (ofwel: de Goddelijke Agape-liefde), de vrucht van de Heilige Geest? (zie Galaten 5:22 en Efeze 5:9[7]). Ook, dat deze in uw Gemeente gevonden wordt? God vraagt van u, God vraagt van die Gemeente, de prijs te betalen! En welke is die prijs? Ga hiervoor in diep gebed tot God.[8] God zal u onderrichten over de banden (aardse en/of satanische gebondenheden of machten – AK), waarvan u verlost moet worden; Hij zal u in alle verlossingen leiden. Indien Hij u geopenbaard heeft wat u Hem hebt uit te leveren, bid Hem dan om de Kracht om deze prijs te KUNNEN betalen. Hij zal u dan zó leiden dat u één plant met Hem kan zijn in Zijn dood, zodat u dan óók één plant met Hem bent in Zijn opstanding. Een IEDER moet komen tot DOOD en OPSTANDING IN en DOOR CHRISTUS, zonder dewelke u NOOIT een waardig lid kan zijn van de Gemeente van de LEVENDE God![9]
Ik zal u, uit Gods Woord, een voorbeeld geven van iemand die vroeg welke prijs hij moest betalen. Laten wij hiervoor het verhaal van de rijke jongeman lezen (zie Mattheüs 19:16-24):
“En zie, er kwam iemand naar Hem (= Jezus) toe en die zei tegen Hem: Goede Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te hebben?” (Mattheüs 19:16)
Wij leren uit Gods Woord dat deze rijke jongeman mogelijk beter Gods geboden onderhield dan u en ik tezamen! Maar, wat hij ook deed of gedaan had, zijn hart bleef onvoldaan, wat hem dreef tot de vraag: “…wat ontbreekt mij nog (om het eeuwige leven te hebben)?” (Mattheüs 19:20b). Jezus, de ‘kenner van harten’ bij uitnemendheid, zag zijn hongerige en dorstige ziel en zei: “…ga dan heen, verkoop wat u hebt, en geef het aan de armen, en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan en volg Mij” (Mattheüs 19:21b). Dit was de prijs die hij moest betalen: hij moest los komen van de band van de rijkdom. Maar dit kon hij niet, want er staat geschreven: “Toen de jongeman dit woord gehoord had, ging hij bedroefd weg, want hij had veel bezittingen” (Mattheüs 19:22). Om los te komen van aardse banden, in welke vorm ook, kost u altijd wat.
Wij weten uit ervaring dat er niets heerlijker is dan het volgen van Jezus. Maar om dit te kunnen ervaren moeten wij de prijs (willen) betalen. De Here weet en openbaart ons wat wij nog dienen af te leggen, wat wij Hem dienen uit te leveren, willen wij waarlijk een kind van God worden. U wilt graag vervuld (= vol)[10] worden met de Heilige Geest? Wat heeft u ervoor over? Hiervoor hebben wij ons hart, met alles wat erin is, aan Hem uit te leveren. Datgene wat in uw leven een afgod is of dreigt te worden, eist God als prijs! Alles moet u geven; niets kan u achterhouden, want dat wat u achterhoudt doet de prijs niet meer vol zijn! U wordt NOOIT vervuld; u mag bidden tot u grijs wordt, Hij doopt u niet (met Zijn Geest)! Een ieder van ons, die verder wil, wordt gebracht op dat punt, waarop God zal zeggen: “Ik zal het aan u doen, maar betaal Mij eerst de prijs!” Aan ons is de keuze of wij datgene wat God van ons vraagt, willen afleggen of niet.
God gaat hoogverheven wegen, die in onze ogen misschien rare wegen zijn, pijnlijke wegen, maar Hij kent de diepten van ons eigen hart, beter dan wij ze kennen, en weet ons op een punt te brengen, waarop wij los KUNNEN laten. Als wij de prijs willen betalen, zal God bemoeienis met ons willen hebben, opdat wij verder kunnen gaan op de geloofsladder.
“O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen! Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen”. (Romeinen 11:33-36)

Jagen naar “de prijs van de roeping van God”!

“Maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel (SV: het wit – beeld van: rein- en heiligheid): de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus”. (Filippenzen 3:14)
“Beijver (SV: benaarstig) u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet behoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt.” (2 Timotheüs 2:15)
“Jaag de vrede na met allen, en de heiliging,[11] zonder welke niemand de Here zien zal.” (Hebreeën 12:14)
U ziet het, het komt u niet zomaar aanwaaien. U moet ernaar “jagen”, u moet “zich benaarstigen”, u moet er iets voor doen, GEHEEL en AL uw best doen! U zult dan ervaren dat de heiligmaking een proces is. Het is niet zo, dat u vandaag een zondaar bent en morgen een heilige. Iedere dag werkt Gods Geest aan ons, maar wij van onze zijde moeten er geheel en al ons best voor doen! Zolang er van onze zijde de nodige “goodwill” is, zal Hij steeds bemoeienis met ons hebben tot heiligmaking. God laat het werk van Zijn handen niet zo maar varen, al zien wij er niets of weinig van. Want “het Koninkrijk van God is binnen in u (of: in het midden van u)(zie Lukas 17:21b).
“Daarom verliezen wij de moed niet (SV: vertragen wij niet); integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd”. (2 Korinthe 4:16)
“Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt”. (2 Korinthe 3:18)
God vernieuwt “de innerlijke mens” en deze vernieuwing groeit door naar buiten en men ziet het, het openbaart zich in uw leven van alle dag. Laten wij niet alleen jagen naar uiterlijke zaken van het Koninkrijk Gods,  zoals gaven en bedieningen (naar het ‘uiterlijk schoon’ van de Heilige Geest), maar ook en vooral naar de innerlijke HEILIGMAKING.[12] Helaas zien wij in onze dagen vaak het omgekeerde. U ziet daarom mensen die niet (of niet echt) bekeerd en wedergeboren zijn, maar toch in tongen (willen) spreken. Dit is ook de reden waarom zo velen, die voorheen in wonderbaarlijke bedieningen stonden, thans krachteloos zijn geworden. Zij hebben slechts naar de uiterlijke (= de voor mensen zichtbare) gaven en/of bedieningen gejaagd, maar de innerlijke heiligmaking nagelaten! Is dat niet afschuwelijk? En wat krijgt u dan? Een vermenging van geest en vlees! Iets wat – Bijbels gezien – onmogelijk (lees: onwenselijk) is! Het zijn deze dingen die de verwarring in Pinksteren[13] hebben doen ontstaan! Laten wij niet “de oude mens” willen vermengen met “de nieuwe”. De “nieuwe mens” [14] handelt en leeft uit het geloof, NIET door “zien”, hij/zij houdt slechts rekening met het Woord van God en wordt hierdoor gedragen! Als wij dit waarlijk willen dan wordt alles eenvoudig, omdat wij dit Woord in ons laten werken. En het Woord van God is LEVEND en KRACHTIG! Maar zoeken wij een vermenging van “geest” en “vlees”, dan maken wij het Woord dood, omdat wij het Woord het werk niet willen laten doen, waartoe God het in ons leven brengt. Daarom duurt het zo lang voordat men van één of andere ziekte genezen wordt of van de één of andere band (een aardse en/of satanische gebondenheid of macht – AK) verlost wordt. Daarom duurt het zo lang voor wij op die plaats komen, waarop God eindelijk een begin met ons kan maken!
Een ander voorbeeld uit Gods Woord – van een niet willen talmen (= treuzelen), maar een direct ingaan op de roeping van God – vindt men in de roeping van de apostelen:
“En Jezus liep langs de zee van Galilea en zag twee broers, namelijk Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, het net in de zee werpen, want zij waren vissers. En Hij zei tegen hen: Kom achter Mij (SV: Volg Mij na), en Ik zal u vissers van mensen maken. ZIJ LIETEN METEEN DE NETTEN (beeld van: de aardse werkzaamheden) ACHTER en VOLGDEN HEM. Hij ging vandaar verder en zag twee andere broers, namelijk Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broer, in het schip met hun vader Zebedeüs, terwijl zij hun netten aan het herstellen waren, en Hij riep hen. ZIJ LIETEN METEEN HET SCHIP (beeld van: het oude leven) EN HUN VADER (beeld van: de aardse banden) ACHTER en VOLGDEN HEM.” (Mattheüs 4:18-22)

Jagen naar het (reine) wit, in worstelend bidden en vastend

Het Woord van God zou véél meer kracht hebben in ons leven, als wij het Woord durfden te nemen zoals het bedoeld is. Laten wij hiertoe onophoudelijk BIDDEN,[15] opdat Hij ons bekwaam zal maken om enkel en alleen te doen, wat Hij van ons verlangt. Alleen dan wordt ons leven wonderbaar (en een bruikbaar instrument in dienst van Hem)! Glorie voor Jezus!
Zo wist koningin Esther de zaak voor het volk van God te winnen door eerst in vastend gebed de wil van God te zoeken en Zijn erbarmingen af te smeken voor haar en haar volk, toen ze werden bedreigd door de Agagiet Haman, de rechterhand van Ahasveros, de koning der Meden en Perzen, haar gemaal[16] (= echtgenoot). Zij mèt haar volk en Mordechaï zochten Gods erbarmingen in een worstelend gebed en met een driedaags vasten. Toen raakte de persoonlijkheid van Esther profetisch de zoom van Christus, Zijn licht aan, waarin zij had afgerekend met dingen, zoals zij ze zelf zag. Daarna durfde zij, ongeacht het gevaar voor eigen leven, op te komen voor een – in Gods ogen – rechtvaardige zaak. Zij trok de verblijven van koning Ahasveros binnen, die zij ongeroepen niet mocht betreden, op straffe van de dood, tenzij de koning genade verleende. U kent vast het verhaal, hoe zij gehoor en verhoor verkreeg, waardoor het Joodse volk werd gered en Haman naar de galg werd gebracht (lees het Bijbelboek Ester – zie ook nog noot[17]). Glorie voor God!
Dat is nu wat wij ook moeten leren. Wij kunnen veel doen en met de beste bedoelingen, maar het effect kan groter, kan zo anders zijn, ALS WIJ DE HERE IN DIE KWESTIE DE HAND LIETEN HEBBEN. Begrijpt u wat ik bedoel? Als de Here, als een gevolg van ons worstelend bidden en vasten, tot actie komt en wij waarlijk grote dingen mogen doen in Zijn onvolprezen Naam! En dit te leren kost ons wat, het ligt waarlijk niet voor het oprapen en aan de oppervlakten. Maar de Heilige Geest zal komen,[18] als wij met volharding en liefde voor de zaak van God tot Hem komen met onze wierook van aanbidding!
Eén van de machtigste openbaringen van zijn leven verkreeg Zacharias, toen hij (naar de beurt van zijn dagorde) daar bij Gods altaar stond om Hem een reukoffer te brengen (zie Lukas 1:5-13[19]). De Bijbel is vol van deze dingen. Hoe meer u tot dit AANBIDDEND WACHTEN voor Gods troon van genade komt, hoe meer het alledaagse van het leven verdwijnt, hoe minder waarde dit in uw ogen gaat krijgen.
In mijn jonge jaren in Pinksteren[20] wilde het wel eens voorkomen dat de zielen nableven omdat ze maar niet genoeg hadden (van de Here Jezus, God en Zijn Woord). Ze zaten dan bij elkaar en spraken over Jezus en het werd soms twee, drie uur in de morgen. Dat was een andere wereld, vrienden; dan krijgt u behoefte aan andere dingen (namelijk: aan “de dingen die boven zijn” – zie Kolossenzen 3:1). Prijs Zijn Wondervolle Naam!
Dit was ook de vreugde die Maria van Bethanië deed blijven zitten aan de voeten van Jezus (zie Lukas 10:38-42 en Johannes 11:1-2). Zo laten wij Hem zoeken, Die onze waarachtige Levensadem is en wil zijn. Zoals onze natuurlijke mens buiten de adem niet kan leven, zo kan de geestelijke mens niet buiten Gods Geest (= de Heilige Geest) en Zijn Woord, want Hij is de Levenwekkende Adem, Die van God tot ons komt. God ademt het Woord in ons leven en het Woord verlost en vernieuwt ons, dit Woord van God, in de kracht van de Heilige Geest.

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

*****************************************************************************************
[1] Zie eventueel onze studie Leer bidden (over de noodzaak van bidden/gebeden naar Gods wil) van CJH Theys. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geestvan CJH Theys. (noot AK)
[3] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De volmaaktheid in Christus, op aarde, in de eindtijdvan E. van den Worm. (noot AK)
[5]  Zie eventueel onze studie De Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze studie Podium en Gemeente” (Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan) van CJH Theys. (noot AK)
[7] Galaten 5:22, De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld (letterlijk: traag tot toorn), vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.”
Efeze 5:9, “want de vrucht van de Geest bestaat in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid.”
[8] Zie noot 1.
[9] Wij moeten af (willen) sterven aan onze oude, zondige natuur (ofwel: afsterven aan onze zonden en ongerechtigheden). Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[10] Johannes 7:38, “Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van LEVEND WATER zullen uit zijn binnenste vloeien.”
[11] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[12] Zie noot 11.
[13] In Pinksteren = In die Gemeente(n) waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. De schrijver spreekt in deze studie vooral (als waarschuwing) tot de “eigen parochie”. Maar de inhoud van deze studie zal ongetwijfeld ook voor andere Gemeenten en/of christelijke groeperingen (kunnen) gelden. (noot AK)
[14] Zie eventueel onze studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” (Over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen). ‘Vers voor vers’ nader uitgelegd, door E. van den Worm. (noot AK)
[15] Zie noot 1.
[16] Gemaal en gemalin gebruikt men alleen bij personen van hoge rang. (noot AK)
[17] Zie eventueel onze studie De mannelijke zoon in het boek ESTHERvan H. Siliakus. (noot AK)
[18] Zie eventueel onze studie De werkingen van de Geest in de eindtijd van E. van den Worm en/of De natuurlijke mens en de Heilige Geestvan CJH Theys. (noot AK)
[19] Voor meer over de geestelijke betekenis van deze verzen, zie onze studie “LUKAS”, vermeld bij noot 14.
[20] Zie noot 13.
Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Gemeentelijke tucht (3): Over de wijze(n) en het wezen van de tucht

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2 van deze vervolgstudie.

berispen17

Hoofdstuk 3

Ieder lid beware mede de tucht in de Gemeente

God zegt dat wij ALLEN zullen “jagen naar… de heiligmaking,[1] zonder welke niemand de Heere zien zal” (zie Hebreeën 12:14, SV).[2] Dit geldt voor ieder lid van de Gemeente, wie of wat hij ook zij. Waar God zegt dat allen moeten jagen naar de heiligmaking, verlangt Hij ook dat allen zullen meewerken aan het bewaren van de tucht in de Gemeente. Men is gauw geneigd om te zeggen dat dit alleen het werk is van de voorganger en de ouderlingen. Dit is niet juist. Van allen wordt verwacht dat de één van de ander niet zal kunnen dulden dat hij of zij in ongerechtigheid komt. De Here verwacht van u dat u evenveel zorg zult willen dragen voor uw broeder of zuster, evenals de voorganger en de ouderlingen, indien er symptomen zijn die op verslapping in het geloof wijzen of op vallen in zonde of op haken naar één of andere ongerechtigheid. U hoeft niet te wachten totdat de voorganger of een ouderling dat doet. U bent, als een levende steen in het geestelijk bouwwerk van Christus, evenveel gerechtigd om uw broeder of zuster terecht te wijzen. Nogmaals, God verwacht dit van u! Als u dit doet, staat u achter uw voorganger en helpt u de ouderlingen en diakenen.
Wij willen immers allen zonen en dochters zijn, die één Vader hebben in de hemel? Dan behoren wij ook datgene te doen, wat in een goed huisgezin gebeurt: Als uw (aardse) broer of zuster iets doet wat niet door de beugel kan, en u ziet het, dan geeft u hem of haar nummer één zelf een berisping: u roept niet direct vader of moeder erbij! Zo is het ook in het Goddelijk huisgezin!
Een ieder die ziet dat zijn (geestelijke) broeder of zuster in ongerechtigheid wandelt en dit toelaat, heeft totaal geen begrip van wat God bedoeld als Hij zegt dat hij (of zij) “zijns broeders hoeder” is! (vergelijk Genesis 4:9)
“Maar wij die (geestelijk) sterk zijn, zijn verplicht de zwakheden van hen die niet sterk zijn te dragen, en niet onszelf te behagen”. Laat daarom ieder van ons zijn naaste behagen ten goede, tot opbouw (SV: tot stichting)”. (Romeinen 15:1-2)
Let dus op! “Wij die zeggen (geestelijk) sterk te zijn, zijn hiertoe VERPLICHT”, zegt Paulus hier (in Romeinen 15:1)! Toon uw kracht en uw sterkte daarin, dat u zwak kunt zijn met de zwakken; niet om mee te gaan met hen in de zonde waarin zij dreigen te vallen of gevallen zijn; maar bewijs uw kracht in Christus daarin dat u een arbeider wil zijn, die niet beschaamd wordt, die het Woord van God recht snijdt. Durf dus tegen uw broeder of zuster in liefde te zeggen dat de door hen ingeslagen weg NIET de goede is.

Vermanen in de Wijsheid van God

In 1 Timotheüs 5:1-2 lezen wij: Bestraf een oude man niet hard, maar vermaan hem als een vader, de jonge (mannen) als broeders; de oude vrouwen als moeders, de jonge (vrouwen) als zusters, in alle reinheid(SV).
U leest in dit hoofdstuk van drie dingen: In vers 1 van “bestraffen” en “vermanen” en in vers 7 van “bevelen”. Deze drie dingen hebben wij, waar nodig, te doen. Doe het echter in de Liefde en Wijsheid van God en ga niet “op de vuist!” Petrus had dat eens gedaan, in de hof van Gethsémané, bij de gevangenneming van Jezus. De Heiland corrigeerde Petrus op een zodanige wijze, dat Petrus dit nooit meer van zijn leven zou vergeten: de Here Jezus nam het oor van Malchus en plantte het weer op de oude plaats (zie Johannes 18:10+Lukas 22:50-51). Hij deed dit wonder niet voor Malchus, maar het vormde een terechtwijzing aan Zijn dienstknecht. De Wijsheid waarmee de Here Jezus te werk ging was wonderbaar.
Ga dus altijd te rade met Hem, in Wiens Kracht en Wijsheid alles gedaan moet worden. Volg de goede raad van Hem, Die de Here van de Oogst is; Jezus zei: “zonder Mij kunt u niets doen” (zie Johannes 15:5b). Immers, Hij wil niet dat er één ziel verloren gaat, ook al wordt deze op dat moment (nog) bevonden in zonde te leven. Wij hebben er dus voor te zorgen dat wij geen vleselijke wapens meer hanteren, maar (geestelijke) wapens der gerechtigheid (zie Romeinen 6:12-14). Wij hebben het Woord (van God) zó te hanteren dat men er niet alleen door wordt terechtgewezen, maar ook wordt terechtgebracht.
Ga altijd instructief (= onderwijzend) te werk, opdat van u niet gezegd kan worden dat u alleen maar mensen naar beneden haalt. Het is erg eenvoudig om iets af te breken, maar des te moeilijker om iets op te bouwen. Wacht –  psychologisch gezien – het meest geschikte ogenblik af.
U wordt óók liever onder vier ogen aangesproken dan ten overstaan van anderen, om niet te spreken van een aangesproken worden ten overstaan van een groot aantal mensen! En… wat u niet wil dat het u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Dit is Gods richtlijn!

Gemeentelijke tucht wortelt in de Liefde van God

“Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon (of: dochter) die Hij aanneemt”. (Hebreeën 12:6)
“Mijn zoon (of: dochter), verwerp de vermaning (SV: de tucht) van de HERE niet en heb geen afkeer van Zijn bestraffing. Want de HEERE straft wie Hij liefheeft, zoals een vader doet met de zoon[3] die hij goedgezind is.” (Spreuken 3:11-12)
“Openlijke bestraffing is beter dan verborgen liefde”. (Spreuken 27:5)
God bestraft niet met een hart vol bitterheid, maar met een hart dat liefheeft en (uw ziel, voor EEUWIG) wil behouden. Hierdoor mogen wij verstaan dat Gemeentelijke tucht in de Liefde van God wortelt en in niets anders! U kunt de tucht ten opzichte van uw broeder of zuster nooit door vermaning handhaven als uw hart met wrevel of haat is vervuld. Dit leidt onvermijdelijk tot handelen in eigen kracht – dat wil zeggen: in het “vlees”. U komt dan tot woorden en daden, waarmee GOD NOOIT KAN WORDEN VERHEERLIJKT! De arbeider van God dient EERST acht te hebben op ZICHZELF! Als zijn geweten hem niet aanklaagt bij God, kan hij vrijmoedig bij God komen en God zal hem de wijsheid en liefde schenken om te vermanen, om terecht te wijzen, en – indien nodig – om te bestraffen.

Gemeentelijke tucht kent geen uitzonderingen

Het wandelen in de Liefde van God betekent echter niet, zoals zo velen denken, dat ook datgene getolereerd mag worden wat in Gods ogen een gruwel is! Dezen baseren hun mening dan, abusievelijk, op (een gedeelte uit) de brief aan de Gemeente te Korinthe: “zij bedekt alle dingen…” (zie 1 Korinthe 13:7a)
Deze mensen vergeten dat Gods liefde geen zonde bedekt en deze “kanker[4] in de Gemeente” niet onder een dekmantel laat staan… Als God de zondaar omwille van zijn zonde bestraft (tuchtigt), hoe zullen wij de zonde dan liefhebben, haar tolereren? Deze mensen hebben de Gemeente niet lief; integendeel, indien zij ongerechtigheid in de Gemeente zien en deze maar laten begaan zijn zij eerder LIEFDELOOS![5]

Gemeentelijke tucht bewaren ondanks kritiek

Velen spreken weinig over de tucht die er in de Gemeente moet zijn, ondanks het feit dat de Bijbel er vol van staat. Dit komt dus niet door gebrek aan voorbeelden, maar men is bang voor de strijd; men is bang voor kritiek van mensen; men is bang omwille van de Naam van Jezus impopulair te worden. Als er één was, Wie dit niets kon schelen, dan was het Jezus Zelf, toen Hij nog op deze aarde wandelde. Niemand moet daarom verwachten, als hij hieraan wil meewerken in de Gemeente waartoe hij behoort, dat hij geprezen zal worden. Toch eist God, dat wij deze tucht zullen handhaven, ondanks de kritiek die wij op onze weg zullen tegenkomen. Zie op Jezus, onze Heiland; is Hij niet Degene, Die de meeste tegenwerking te verduren kreeg tijdens Zijn Messiaanse bediening hier op aarde? Nergens leest u in de Bijbel dat men Jezus “wonderbaar” vond toen Hij al die geldwisselaars, die vee- en duivenverkopers, uit de tempel sloeg. In tegendeel, Zijn kruisgang begon daar, waar nog niemand enig vermoeden had van de weg die Hij moest gaan. Glorie voor God!
Jezus had maar één ding voor ogen gehad; DE GLORIE VAN ZIJN VADER, de heerlijkheid van God! Hij is ons tot voorbeeld gesteld. Hij is Degene, van Wie Paulus kon zeggen: “…Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.[6] Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht…” (Hebreeën 12:2). Wij zouden geen goede arbeiders (= werkers in de Wijngaard des Heren[7]) en geen goede kinderen van God zijn, maar bastaarden, als wij anders zouden denken, andere motieven zouden hebben en die voor ogen zouden houden. Laten wij daarom ALLEEN de GLORIE van ONZE HERE JEZUS CHRISTUS zoeken te openbaren; van Hem, Die alles voor ons over heeft gehad. Laten wij vanaf heden alles voor Hem over hebben. Met Paulus getuigen wij: “Wie (of: wat) zal ons scheiden van de liefde van Christus” (Romeinen 8:35a, lees ook nog vers 35b-39), wat zal ons uit ons evenwicht doen vallen, wat zal ons afhouden van de gemeenschap met Hem?
Hij zal ons beproeven naar wat wij getuigen; u zult dan moeten bewijzen of uw getuigenis werkelijk menens is of niet; stormen zullen dan over u komen onder Gods toelating. Indien wij niet enkel de glorie VAN ONZE HEILAND VOOR OGEN HEBBEN, zullen wij nooit en te nimmer onze christelijke loopbaan kunnen voleindigen, zoals de Here het wil. Maar God laat ons hierin niet in de steek en schenkt ons Zijn Heilige Geest[8] als Gids.
Wie dus de Gemeentelijke tucht daadwerkelijk helpt handhaven, wordt met scheve ogen (= argwanend) bekeken, over de hekel gehaald en nog veel meer…. Maar handhaving van de Gemeentelijke tucht MOET volgehouden worden, ONDANKS DE ERGERNISSEN, die zullen komen in ons leven. Staat er niet het volgende geschreven in Mattheüs 13:41, “de Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk (op aarde = Zijn Gemeente) verzamelen alle struikelblokken (SV: al de ergernissen), en hen die de wetteloosheid (SV: de ongerechtigheid) doen”. Zolang de Gemeente nog niet staat in het teken van Efeze 5:27,[9] zolang zij – geestelijk gezien – nog niet “zonder vlek of rimpel” is, zullen deze “ergernissen” te midden van hen gevonden worden! Zolang de Gemeente nog niet geheel en al is aangedaan met de volheid van de Godheid lichamelijk” (zie Kolossenzen 2:9-11+Efeze 4:13), zullen deze “ergernissen” (HSV: struikelblokken) in haar midden zijn! Petrus zegt het nog duidelijker: “Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam.” (1 Petrus 4:12)

Begin met de tucht bij uzelf!

Jezus gaf Zelf eens een advies, dat maar weinigen zelf durven navolgen:
“En als uw hand u doet struikelen, hak hem dan af… En als uw voet u doet struikelen, hak hem dan af… En als uw oog u doet struikelen, werpt het dan uit…” (Markus 9:43-47)
Laten wij Gods maatstaf eerst in ons eigen leven aanleggen (= tot stand brengen); pas dan kunt u verwachten dat u dit – in de Naam van de Here Jezus – kunt doen in het leven van de ander!
“Waarom ziet u wel de splinter in het oog van uw broeder (of: zuster), maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op? Of hoe kunt u tegen uw broeder zeggen: Broeder, laat toe dat ik de splinter, die in uw oog is, eruit haal, terwijl u zelf de balk in uw (eigen) oog niet ziet? Huichelaar, haal eerst de balk uit uw oog en dan zult u (geestelijk gezien) goed kunnen zien om de splinter, die in het oog van uw broeder is, eruit te halen.” (Lukas 6:41-42)
De Schrift vertelt ons dat “het oordeel” van God bij “het huis van God” begint[10]; net zo moet het oordeel van God beginnen bij de arbeider van God (= de werker in de Wijngaard des Heren[11]), wil hij anderen doen wandelen in de Goddelijke tucht!
In Handelingen 20:28 klinkt het Goddelijk vermaan van Paulus, uit de Bijbel, tot ons: “Zie dan toe op uzelf…” en pas daarna luidt het: “…en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de Gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen Bloed”.
En in 1 Timotheüs 4:16 staat: “Geef acht op uzelf en op de (Bijbelse) leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen”.

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

*****************************************************************************************
[1] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[2] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[3] Ook dochters (van God) worden – als zij volmaakt in Hem zijn – (geestelijke) zonen van God. Het is de zgn. mannelijke rijpheid: “de mate van de grootte van de volheid van Christus” (Ef. 4:13). En, als wij de eeuwigheid zijn binnengegaan, dan wordt er niet meer getrouwd en is ook de gemeenschap tussen man en vrouw, voor de voortplanting, niet meer nodig en dus niet aanwezig. (noot AK)
[4] Als we woekerende kankercellen in ons lichaam hebben (ook al zijn het er nog maar weinig, of al is het gezwel nog maar klein), dan zijn we “dankbaar” als er een dokter is die ons hierop attent maakt. Natuurlijk is het een normale reactie om eerst te schrikken van wat de dokter zegt, maar hij zegt het niet met de bedoeling om ons “bang” te maken, maar met de bedoeling ons beter te maken. Als we van de eerste schrik zijn bekomen, zullen we maar wat graag naar zijn behandelplan luisteren om te horen hoe hij ons van die voortwoekerende cellen wil proberen “te verlossen”. En zo is het ook met het geestelijke. De zonde begint vaak klein, maar woekert voort als er niets aan gedaan wordt. Zowel in persoonlijke levens alsook in de Gemeente. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De verborgen ONgerechtigheid (De valse arbeiders in een Gemeentelijke bediening)”, van CJH Theys. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze studie Jezus, onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmakervan E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie Podium en Gemeente” (Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan) van CJH Theys. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geestvan CJH Theys. (noot AK)
[9] Efeze 5:27 (SV): “Opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.”
[10] 1 Petrus 4:17, “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?”
[11] Zie noot 7.
Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Gemeentelijke tucht (2): Nogmaals over de NOODZAAK van de Gemeentelijke tucht

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.

berispen17

Hoofdstuk 2

De Gemeentelijke tucht is noodzakelijk, opdat de Liefde van God in onze harten zal heersen

Wij zullen dit thema nagaan aan de hand van Efeze 5, de verzen 1 t/m 21.
“Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen, en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God”. (Efeze 5:1-2)[1]
Wij hebben God te volgen in de wandel van de Liefde (de Goddelijke liefde wel te verstaan, in het Grieks “Agape”, = onvoorwaardelijke liefde), als wij waarlijk kinderen van God willen zijn.
“God is liefde en wie in de liefde (van God) blijft, blijft in God, en God in hem (of: haar)!” (1 Johannes 4:16b)
Werkelijke Liefde van God begint in ons leven tot zijn recht te komen, als er van onze kant sprake is van een VRIJWILLIG OFFER. Het is onbestaanbaar om die Liefde van God in uw hart en leven te ervaren zonder offers te kennen. Het grootste bewijs van Zijn Liefde gaf God Zelf – in het offer van Zijn eigen leven (aan het kruishout te Golgotha) – zoals er ook geschreven staat:
“Want zo lief heeft God de wereld gehad, DAT HIJ ZIJN ENIGGEBOREN ZOON GEGEVEN HEEFT, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft (Johannes 3:16).
“Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf[2] (SV: dienstknecht) aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood”. (Filippenzen 2:6-8)
Dit is de Liefde van God, Die Zichzelf heeft ontledigd en – omwille van ons – Zichzelf (= Zijn aardse leven) heeft gegeven aan het kruishout te Golgotha .
“Maar het behaagde de HEERE (= God, de Vader) Hem (= Jezus, de Zoon) te verbrijzelen”. (Jesaja 53:10a)
Het is moeilijk om (echt) te verstaan wat een offer is, volgens het Woord van God, als wij niet dicht bij Hem leven en niet geleid willen worden door Zijn Woord (en Geest); maar… een dagelijkse vernedering aan Zijn voeten en verbreking van het verstand (naar de mens) zullen – indien wij geen verduisterde blik hebben op Golgotha (= op Jezus volbrachte zoenoffer aan het kruishout) – ons door het geloof doen weten, wat een offer in het Koninkrijk van God is. Een offer brengt onherroepelijk met zich mee, dat u uw eigen belangen opzij moet zetten; persoonlijk belang wijkt, waar plaats is voor een offer, omdat u enkel en alleen het Lichaam van Christus voor ogen heeft, de Gemeente van de LEVENDE God, waarin Hij wordt verheerlijkt.

Laten wij onszelf reinigen van alle besmetting (van vlees en de menselijke geest)

Dan begint Paulus met die zonden aan te halen, die ook vandaag de dag het meest voorkomen in de Gemeente van onze Here Jezus Christus, ook in “Pinksteren”[3], en die van tuchtloosheid getuigen (= het gebrek aan Gemeentelijke tucht).
“Maar ontucht (SV: hoererij) en alle onreinheid of hebzucht, laten die onder u beslist niet genoemd worden, zoals het heiligen past,…” (Efeze 5:3)
Deze brief (en dus ook bovenstaand vers) was gericht aan de Christengemeente te Efeze, ontstaan uit de heidenen; zoals ook wij uit de heidenen zijn voortgekomen. Juist in onze dagen worden in vele Gemeenten (ook in Pinksterkringen) deze drie zonden het meest gevonden:
1. Hoererij,
2. onreinheid, en
3. hebzucht.
Let op: Hebzucht stelt God in Zijn Woord gelijk met wat eerder genoemd is, namelijk met (geestelijke) hoererij (= afgodendienst – zie o.a. Efeze 5:5).
“…en evenmin oneerbaarheid, dwaze praat en lichtzinnige taal, die onbehoorlijk zijn; maar veelmeer past dankzegging.” (Efeze 5:4)
In onze dagen misleid de satan, die zich vaak openbaart als “een engel van het licht”, Gods kinderen op een listige wijze, in dingen waar zij misschien nooit over (na)gedacht hebben. Maar zonde is bij God altijd zonde: of ze nu (naar menselijke maatstaven gezien) “groot” of “klein” zijn. Vaak maakt men onderscheid tussen “grote” of “kleine” zonden. Maar kunnen wij dit ook in de Bijbel terugvinden? Integendeel, wij hebben in Efeze 5 vers 3 en 4 gezien, dat God ze gelijkstelt! Ook zien wij het in de volgende Bijbeltekst:
“Maar buiten (= in het eeuwig oordeel) bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers (SV: hoereerders), de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet”. (Openbaring 22:15)
U ziet het, een leugenaar wordt hier op één lijn gesteld met een moordenaar en een hoereerder! Bij God is de maatstaf van de zonde Zijn Woord! En het zijn vaak “de kleine vossen (beeld van: relatief ‘kleine’ zonden / ongerechtigheden) die de wijngaarden (Gods = Zijn wereldwijde Gemeente, lees Jesaja 5:1-4) te gronde richten” (zie Hooglied 2:15).
Wij moeten één ding niet vergeten, dat zolang als er sprake is van een Gemeente – een vergadering of bijeenkomst van kinderen Gods – op deze aarde, de duivel niet zal nalaten te proberen om ONGEMERKT binnen te sluipen en zo één van de zwakke gelovigen te grijpen; zodanig, dat het kwaad hem of haar zal overmeesteren. Zo iemand is alleen vlug te redden als de andere broeders en/of zusters wakende en biddende zijn.
Er zijn altijd zwakke zielen en naast deze zwakke zielen – en dit is de grootste strijd die de goedwillende gelovigen in de Gemeente van de Here Jezus hebben – zullen er eveneens broeders en/of zusters gevonden worden, die dezulken goed spreken. Onthoud echter één ding: uw Christelijke loopbaan, waar u ook staat of wat u ook doet, is een strijd, waaruit God u als overwinnaar[4] wil doen treden; maar “Niet door kracht en niet door geweld, maar door Zijn Geest…” (zie Zacharia 4:6b). Als u Gods waarheid betracht – en dat is handhaving van de Gemeentelijke tucht zeer zeker ook – staat de Heilige Geest[5] altijd aan uw zijde en u behoeft zodoende niemand te vrezen, dan alleen God. Prijs de Naam van de Heer!
“Want dit moet u weten, dat geen enkele ontuchtpleger (SV: hoereerder), onreine of hebzuchtige, die een afgodendienaar is, een erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en van God”. (Efeze 5:5)
Als de Here dit hier zegt, is het vooral gericht tot degenen die deze zonden WILLENS en WETENS bedrijven. Acht het aantal van hen, die dit doen, niet gering, want meerdere gelovigen dan u wellicht denkt doen dit! Gods Geest spreekt van zulke gelovigen, dat zij geen erfenis hebben in het Koninkrijk van God. Hoe zullen zij dan ooit een plaats kunnen hebben in de Gemeente van de LEVENDE God, die een “zuil en fundament (SV: een pilaar en vastigheid) van de waarheid (Gods waarheid wel te verstaan) moet zijn (zie 1 Timotheüs 3:15).
Laat niemand u misleiden met inhoudsloze woorden, want om deze dingen komt de toorn van God over de kinderen van de ongehoorzaamheid. Wees dan hun metgezellen niet.” (Efeze 5:6-7)
Er zijn héél wat inhoudsloze woorden gebezigd, waardoor menigeen zijn (waarachtige, Bijbelse) standpunt heeft verlaten of waardoor men successievelijk (= achtereenvolgens) vele dingen heeft getolereerd; reden waarom ons “Pinksteren”[6] nu krachteloos is geworden en zonder getuigenis. Was het vroeger niet zó dat een persoon die in ongerechtigheid wandelende NOOIT en TE NIMMER een ambt in de Gemeente van God kon vervullen en iemand die nog niet gedoopt was met de Heilige Geest geen plaats op het podium[7] kon innemen? Dat was vroeger in “Pinksteren” ondenkbaar! Nu echter worden personen in ambten en bedieningen gehandhaafd die (zelfs) “IN PINKSTEREN”[8] gescheiden en weer hertrouwd zijn! Velen hebben nu de gezonde (Bijbelse) leer van onze Jezus Christus verlaten, waardoor de kracht van het getuigenis ONGEMERKT IS WEGGEËBD.
Als wij het bovenstaande nu (ook) uit eigen ervaring weten, doe dan wat geschreven staat:
“Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij ONSZELF REINIGEN van ALLE bezoedeling van vlees en geest, en de HEILIGING[9] volbrengen in het vrezen van God (= de vreze om te zondigen)”. (2 Korinthe 7:1)
De Heilige Geest waarschuwt ons om – nu, in dit (aardse) leven – ALLE ONGERECHTIGHEID af te leggen. Wees eerlijk en kom (oprecht) tot God! Want, wij allen, geen één uitgezonderd, hebben ons (in ieder geval in het verleden) schuldig gemaakt aan één van deze ongerechtigheden. En, als wij eerlijk en oprecht tot God komen, dan zal Hij ons tonen wie Hij is! Wacht niet op een droom of visioen; God schenkt ons genade om te wachten op Zijn Woord. God spreekt door Zijn Woord; door dit Woord zal Zijn kracht “vallen”[10] (= uitgestort worden) als voorheen (als tijdens het 1ste Pinksterfeest, zie o.a. Handelingen 2:1-4+41-42). In Psalm 33:9 staat niet voor niets geschreven: “Want Híj spreekt en het is er, Híj gebiedt en het staat er”. Onze bede is dat God een machtige honger naar dit Woord zal geven, opdat het wortel mag schieten, maar bovenal mag groeien (in ons hart en leven).
“Zie, er komen dagen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik honger in het land zal zenden; geen honger naar brood,… maar om de woorden van de HEERE te horen.” (Amos 8:11)
Is Zijn Woord niet “Geest en Leven”? Wij zijn ons te weinig bewust, wat dit Woord kan doen, indien wij het zo hanteren, zoals God het wil.
Denk niet dat u deel zult hebben aan de (Late of) Spade Regen[11] (beeld van: de Heilige Geest die in de eindtijd uitgestort wordt, zie Joël 2:23+28-29), wanneer die weldra – in volheid – zal vallen, indien u (geestelijk gezien) nog aan de weg van reiniging en heiligmaking[12] moet beginnen. Een klassiek voorbeeld uit de Bijbel is dat van Ananias en Saffira (zie Handelingen 5:1-11 [13]). Hebben zij niet gelogen tegen de Heilige Geest (en dus tegen God Zelf)? ZO LATEN WIJ NU BEGINNEN OM ALLE ONGERECHTIGHEID AF TE LEGGEN!
God heeft gezegd, dat de 2de uitstorting van Zijn (Geestes)Kracht groter zal zijn dan de eerste; dat de heerlijkheid van Zijn 2de huis heerlijker zal zijn dan die van Zijn eerste.[14] Het zal spoedig opnieuw zó zijn, dat het ONMOGELIJK is om de leugen (die altijd het werk en de invloed van satan betreft) ongemerkt de Gemeente binnen te laten dringen. Glorie voor God!

Is er wezensverschil tussen uw oude leven en nu?

Gaan wij nu verder met dit thema, vanuit de brief aan de Christengemeente te Efeze, dan wijst Paulus ook ons op datgene wat wij vroeger waren en wat wij nu behoren te zijn…
Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel (dan) als kinderen van het licht – want de vrucht van de Geest bestaat in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid – …” (Efeze 5:8-9)
Het is één ding om de zonde te laten, maar het is een héél ander ding om de waarheid (Gods waarheid wel te verstaan) lief te hebben. Het is mogelijk om het éne te doen en het andere te laten, maar in dat geval is uw geestelijk leven niet in evenwicht; de balans van uw leven slaat dan door! WIJ HEBBEN BEIDE TE DOEN!
“…en beproef wat de Heere welbehaaglijk is”. (Efeze 5:10)
Dit “behagen van de Here” is in uw eigen hand gelegd; niemand zou mogen zeggen: “Maar ik weet niet hoe ik de Here moet behagen.” Waarvoor hebben wij dan de Heilige Geest ontvangen? Is Hij (= de Heilige Geest) niet de Geest der Waarheid en leidt Hij niet in ALLE waarheid?
“Beproef wat de Here welgevallig is”. Hoe kunnen wij dat doen? Door ONZE eigen wil niet te volgen, wanneer die niet in overeenstemming is met datgene wat God heeft geopenbaard in Zijn Woord en door te leven naar dat Woord; dus door dit Woord van harte gehoorzaam te zijn!
“En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis (beeld van: satans invloed en macht), maar ontmasker ze veeleer. Want wat heimelijk door hen gedaan wordt, is te schandelijk om zelfs maar te vertellen. Maar al deze dingen komen openbaar als ze door het licht (beeld van: Gods invloed en macht) ontmaskerd worden; want al wat openbaar maakt, is licht.” (Efeze 5:11-13)
Ons NIEUWE LEVEN[15] heeft zich te distantiëren van alle werken van de duisternis (= van alle satanische werken en invloeden), WIJ HEBBEN ER NIET LANGER AAN MEE TE DOEN! Alleen al door onze afzijdige houding worden degenen die deze werken (nog) wel doen, veroordeeld!
Er is maar één manier om de weg van God te gaan, wat wij kunnen lezen in het volgende vers:
“Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die (geestelijk gezien) slaapt, en sta op uit de doden (= uit de geestelijke dood) en CHRISTUS ZAL OVER U LICHTEN”. (Efeze 5:14)
Het licht van het Evangelie straalt in ons hart en de Heilige Geest overtuigt ons wat leugen is en wat waarheid. Hierdoor kunnen wij – in de kracht van Jezus – MET JEZUS OPSTAAN uit de doden, dat is: uit de geestelijke dood!

Hoe voortaan te handelen!

Het volgende gedeelte, dat wij nu behandelen, vertelt ons hoe wij voortaan hebben te handelen en te wandelen.
“Let er dan op dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen,[16] en buit de geschikte tijd uit, omdat de dagen vol kwaad zijn”. (Efeze 5:15-16)
Ons wordt aangeraden het voorgaande te doen, omdat satan zich altijd manifesteert als een engel van het licht” (zie 2 Korinthe 11:14). Satan kan IEDEREEN in verzoeking en verleiding brengen, met betrekking tot u, ZELFS UW EIGEN HUISGENOTEN!
Zo wees dan WAKENDE en BIDDENDE, opdat NIEMAND u zal kunnen verleiden! Weet één ding zeker: als u in uw eigen huis de tucht niet kunt handhaven, hoe wilt u dit dan doen in de Gemeente? Begint “het oordeel” van God niet ALTIJD bij “het huis van God”[17] (= in uw eigen hart en leven, de “tempel” waarin God – als het goed is – “woont en troont”[18])?
Leer daarom van de Heilige Geest (= Gods Geest) het volgende: Hoe hoger de stormen van het leven om u heen slaan en u trachten te overweldigen, hoe vaster u zich moet klemmen aan God; aan Zijn beloften van “dood en opstanding”[19] voor ons; aan Jezus, DE ROTS DER EEUWEN! U MOET ZICH NIET VASTKLEMMEN AAN MENSEN; U MOET IN EEN PERSOONLIJKE VERHOUDING STAAN TOT HEM!
Een voorbeeld van zulk een rotsvast geloof in Hem vinden wij in Abraham. Hij stond op de belofte van God (zie Genesis 15:1-6), hoewel zijn vrouw oorzaak werd van een geloofsstrijd (denk aan Hagar en Ismaël – zie Genesis 16), maar Abraham overwon, want op hoge leeftijd – hij was toen 100 jaar – verwekte hij Izaäk (zie Genesis 17:15-21 + 21:1-21) !
Laten wij allen God danken dat wij vandaag de dag Zijn Woord als leidraad hebben; Zijn Woord dat – elke dag opnieuw – wondervolle (geestelijke) schatten aan ons openbaart! Wij mogen deze schatten delven met ‘de pikhouweel’[20] van volharding en opscheppen met ‘de spade’[21] der liefde. Zing tot Hem uit het diepst van uw hart, want alléén als u God waarlijk liefheeft, zult u kunnen volhouden tot het laatste toe! Dan kunt u met Paulus zeggen:
“Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een (goed) einde gebracht. Ik heb het (ware) geloof behouden. Verder is voor mij weggelegd de krans van de rechtvaardigheid die de Here, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen DIE ZIJN VERSCHIJNING HEBBEN LIEFGEHAD”. (2 Tim. 4:7-8)
Liefde overwint alles en zal ons aan de overzijde van het graf brengen. Jezus IS opgestaan uit de doden, opdat WIJ – gevuld met Zijn wonderbare liefde – ditzelfde mogen ervaren.
“Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heere is.” (Efeze 5:17)
Hij wil ons “dronken” maken met deze LIEFDE VAN GOD, in en door de kracht van de Heilige Geest![22]
“En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest (van God), en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart, en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Here Jezus Christus (als zijnde: Vader, Zoon en Geest)”. (Efeze 5:18-20)
Dit is dus datgene wat Paulus ons doorgeeft om te doen, willen wij ons hart vullen met de dingen die “van boven” zijn. Want, als wij dit doen, is er immers geen plaats meer voor wat anders; want dan zijn wij vol van Hèm!
“Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods”. (Efeze 5:21)
Met deze “onderdanigheid” bedoelt de apostel Paulus geen “onderworpenheid”, geen slaafse gehoorzaamheid van de één tegenover de ander, maar OOTMOEDIGHEID, waardoor de één de ander voortreffelijker acht dan zichzelf (zie Filippenzen 2:3[23]). Laten wij – gedreven door de liefde van God – ook waarlijk komen tot zulke intermenselijke verhoudingen in de Gemeente van God. Laten wij – dwars door alle menselijke kritiek en het kruis van Christus heen (waarmee ons afsterven aan de zonde[machten] wordt bedoelt) – tot zulk een heilige gemeenschap met elkaar komen. Zei Jezus niet (in Mattheüs 28:10 en 20): “Wees niet bevreest;… Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld”. God liegt niet! Als wij waarlijk willen leven als kinderen van God, dan GAAT Hij aan onze zijde! Wij leven dan onder een geopende hemel. Zijn de kinderen van God bij elkaar vergaderd en willen zij de glorie van God geopenbaard zien, laat hen dan leven in het bewustzijn, dat JEZUS DAAR IS! Dit zal uw houding bepalen; dit zal uw mond vullen met niets anders dan lof en prijs (= het lofprijzen van onze Here Jezus); dit zal uw ogen richten, niet op de dingen die vergaan, maar op de dingen die eeuwig zijn. De onzienlijke dingen zijn EEUWIG, de zienlijke zijn tijdelijk. Teveel nog leven wij in/voor allerlei dingen die van beneden (en dus aardsgericht) zijn, waardoor God Zijn (geestelijk) “huis” (of “tempel”)[24] nog niet met een wolk van glorie en heerlijkheid kan vervullen. Laten wij ons daarom van harte voegen naar het Woord van God! Laten wij onszelf reinigen en de tucht aanvaarden!
“Laat het Woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw hart. En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem (= Jezus Christus)”. (Kolossenzen 3:16-17)

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

**************************************************************************************************
[1] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet, dan staat er bij de tekst vermeld welke andere Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[2] Het woord “slaaf” heeft bij ons een nare klank, maar m.i. is het een goede vertaling, omdat Hij waarlijk onze “Heer en Meester” is want… “Hij heeft ons gekocht en betaaldmet Zijn eigen Bloed! (noot AK)
[3] In Pinksteren = In die Gemeente(n) waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. De schrijver spreekt in deze studie vooral (als waarschuwing) tot de “eigen parochie”. Maar de inhoud van deze studie zal ongetwijfeld ook voor andere Gemeenten en/of christelijke groeperingen (kunnen) gelden. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie: De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[5]  Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geesten/ofDe Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys. (noot AK)
[6]  Zie noot 3.
[7] Zie eventueel onze studie Podium en Gemeente(Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan), van CJH Theys. (noot AK)
[8]  Zie noot 3.
[9] Zie eventueel onze studie: Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[10] ’t Is zo, ’t is zo, de kracht van God zal vallen, als in, als in, als in die tijd voorheen.
Roep‘t uit, roep‘t uit, vertelt het toch aan allen, ’t wordt Pinksteren als voorheen! (lied nr. 67 uit: De Bethel korenbundel). (noot AK)
[11] Zie eventueel onze studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring), hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekking van H. Siliakus. (noot AK)
[12] Zie noot 9.
[13] Handelingen 5:1-11, “En een zekere man, van wie de naam Ananias was, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een eigendom, en hield een deel van de opbrengst achter, ook met medeweten van zijn vrouw, en hij bracht een bepaald gedeelte en legde dat aan de voeten van de apostelen. En Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en gaf de geest. En er ontstond grote vrees bij allen die dit hoorden. En de jonge mannen stonden op, legden hem af, droegen hem naar buiten en begroeven hem. En het gebeurde na verloop van ongeveer drie uur dat ook zijn vrouw daar binnenkwam, zonder te weten wat er gebeurd was. En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt u beiden het land voor zoveel verkocht? En zij zei: Ja, voor zoveel. Petrus zei tegen haar: Waarom toch hebt u met elkaar afgesproken de Geest van de Heere te verzoeken? Zie, de voeten van hen die uw man begraven hebben, zijn voor de deur en zullen u ook uitdragen. En zij viel onmiddellijk voor zijn voeten neer en gaf de geest. En toen de jongemannen binnengekomen waren, troffen zij haar dood aan, en zij droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. En er kwam grote vrees over heel de gemeente en over allen die dit hoorden.
[14] Haggai 2:10a, “De heerlijkheid van dit toekomstige (SV: laatste) huis zal groter zijn dan die van het eerste (huis; beeld van de Gemeente), zegt de HEERE van de legermachten.”
Zie eventueel ook nog onze studie De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente/Kerk van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente/Kerkvan E. van den Worm. (noot AK)
[15] Zie eventueel onze studie: LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus(‘vers voor vers’ nader uitgelegd), van E. van den Worm. (noot AK)
[16] Zie eventueel onze studie: De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijdvan E. van den Worm. (noot AK)
[17] 1 Petrus 4:17, “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?”
[18] Zie eventueel onze studie: Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens: een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vadervan E. van den Worm. (noot AK)
[19] Zie eventueel ons artikel Opstandingsleven in Christus. (noot AK)
[20] Pikhouweel = Letterlijk: Een hakwerktuig met steel, voorzien van een punt aan de ene zijde en een beitelachtige voorziening aan de andere zijde. (noot AK)
[21] Spade = Letterlijk: De spade is een variant van een schop of schep dat gebruikt wordt bij graafwerk en bij het spitten van grond. (noot AK)
[22] Zie noot 5.
[23] Filippenzen 2:3, “Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de één de ander voortreffelijker achten dan zichzelf.”
[24] Zie noot 18.

 

Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , , | 1 reactie