Openbaring 3 vers 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 2 (PDF)

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 1:
Gods arbeid

  • tot overwinning van de 7 Gemeenten; [1]

  • tot vorming van de Bruid van het Lam. [2]

_________________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [3]

_________________________________________________________________

Hoofdstuk 3

Christus’ zevenvoudige genade aan de 7 Gemeenten (vervolg)

.

.

6.
De Gemeentelijke periode van FILADELFIA
(± 1750 – 1906 na Christus)

In de 18de eeuw werd uit de diepten der hel een beweging op gang gebracht, die wij in de geschiedenis het Rationalisme noemen. Deze levensvisie, waarbij men de MENSELIJKE RATIO op de troon plaatste, werkte in de 19de eeuw flink door. Men noemt deze eeuw ook wel de eeuw van de “VERLICHTING”, van “het verlichte denken’’. In deze eeuw werd de mens gezet tot ZELFAANBIDDING, tot aanbidding van de MENSELIJKE RATIO. Hiernaast had men lieden, die het MENSELIJK GEVOEL boven de REDE stelden. In kunst en literatuur noemt men deze beweging de ROMANTIEK. GEVOEL en VERBEELDING zaten hierbij op de troon. Deze romantici vluchtten naar de ongerepte NATUUR. Men hoorde onder hen de roep: “Terug naar de natuur” (Rousseau). Men had een afkeer van de gevestigde maatschappij. Dit bracht sommigen van hen tot KRITIEK en tot REVOLUTIE tegen de gevestigde cultuur en ze hieven de leus: “Vrijheid, gelijkheid en broederschap” aan. In Frankrijk heeft dit geleid tot de bloedige “Grote Franse Revolutie” (1789-1815), die zich richtte tegen ADEL en GEESTELIJKHEID, tegen de ten hemel schreiende misstanden in deze standen.
Deze satanische beweging, die de MENS verheerlijkte, riep op tot de beoefening van de DEUGD (= goede werken), waarbij hij, zo zei men, God niet nodig had. Sommigen van hen geloofden wèl in God, maar dan in een “god”, die zich niet verder met die mens bemoeide en hem aan zijn lot overliet (Deïsme). In de Kerk leidde het Rationalisme en de VERLICHTING tot een TOLERANTE houding jegens andersdenkenden en zonde (de “TOLERANTIE”). Ook brachten deze MENS-verheerlijkende bewegingen de Europese mens tot het ATHEÏSME en het “MODERNE HEIDENDOM” (in Frankrijk: Voltaire; in Engeland: Locke; in Duitsland: Semler; Kant), tot de GROTE AFVAL (= afvalligheid) VAN CHRISTUS; iets, dat zich in de 20ste (en 21ste) eeuw verder voltrekt.
Reacties tegen deze duistere stroming vinden wij in de 18de eeuw.
In Duitsland: de reeds eerder genoemd werkzaamheid en wereldzendingsactiviteiten van de BROEDER-GEMEENTE van Zinzendorf (1700-1760; Hernhutters).
Maar ook in Engeland: de OPWEKKINGSBEWEGING van John Wesley (1703-1791). Hij stichtte het Methodisme. Wesley predikte de LEVENDE CHRISTUS, Die de ziel vervullen wil met vreugde, en verlossen wil van alle zonden. John Wesley hield, samen met George Whitefield, openluchtsamenkomsten. Het METHODISME werd een miljoenen-beweging, die zich vooral in Noord-Amerika ontwikkelde (in de 20ste eeuw 40 miljoen in Noord-Amerika en 3½ miljoen in Engeland).
In de 19de eeuw vinden wij, onder andere in Duitsland, het werk van ds. Blumhardt (1805-1880). Hij werkte eerst in het dorp Möttlingen en later in Bad Boll. Hij predikte een LEVENDE JEZUS in gebedsgenezing, duiveluitdrijving, in verlossing en zaligmaking. Hij stichtte een geestelijk centrum, dat tot ver in het buitenland doorwerkte.
In Zwitserland (Genève) ontstond de OPWEKKINGSBEWEGING, die men “HET RÉVEIL” noemde (César Malan; 1787-1864). Ook deze beweging werkte door tot in het buitenland; ook tot in Nederland (Bilderdijk; da Costa; Hogendorp; Groen van Prinsterer).
In Engeland vinden wij in de 18de eeuw de start van het Leger des Heils, (Stichter: William Booth; 1829-1912). Hij organiseerde deze gemeenschap als een LEGER, met zichzelf als generaal. Hij kwam voort uit het Methodisme, vandaar zijn methodistische wijze van werken. Na 1880 ging het “LEGER” zending bedrijven en werd tenslotte WERELDOMVATTEND. Na 1890 bewoog het “LEGER” zich veel op SOCIAAL TERREIN. Het droeg / draagt het Evangelie van Christus vaak in de sloppen van de grote steden uit. Hun vlag draagt de woorden: “BLOED” en “VUUR” (het “BLOED” van Christus en het “VUUR” van de Heilige Geest).
De Baptisten vonden in Londen (Engeland) een groot leider en prediker in Charles Haddon Spurgeon (1834-1892).
In Amerika (Chicago) werkte de evangelist Dwight L. Moody (1834-1899).

Openbaring 3:7, “En schrijf aan de engel van de Gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel van David heeft, Die opent en niemand sluit, en Hij sluit en niemand opent:…”
Hier dient de Here Zich aan als de HEILIGE en WAARACHTIGE Heer van de Gemeente. Daarom zullen Zijn waarachtige kinderen in hun NIEUWE LEVEN [4] door Hem ook worden vervuld met Zijn HEILIGHEID en WAARACHTIGHEID, omdat Hij in hen wil WONEN. Hij is de HEMELSE DAVID (de HEMELSE KONING), Die alle MACHT heeft, ook over hel en dood:
“En (Ik, Jezus, ben) de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood (SV: de sleutels van de hel) en van de dood zelf.” (Openbaring 1:18)
Een sleutel is altijd een openbaring van MACHT, ook van GEDELEGEERDE MACHT:
“En Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn (= Mijn dienaar Eljakim, als beeld van Christus [5] – zie vers 20) schouder leggen. Als hij opendoet, zal niemand sluiten. Als hij sluit, zal niemand opendoen.” (Jesaja 22:22)
“En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en wat u bindt op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbindt op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.” (Mattheüs 16:19)
Men moet hierbij echter beseffen, dat deze GEDELEGEERDE MACHT de WERKING VAN GODS GEEST is, WERKEND DOOR Zijn DIENSTKNECHTEN HEEN; dus niet een MACHT die aan een mens gegeven is om ermee NAAR EIGEN OORDEEL (= naar eigen inzicht of goeddunken) in deze wereld te werken!

Openbaring 3:8a, “Ik ken uw werken. Zie, Ik heb voor uw ogen een geopende deur gegeven en niemand kan die sluiten, want u hebt weinig (SV: kleine) kracht…”
De “GEOPENDE DEUR” duidt op een levende RELATIE met Jezus Christus, de Heiland en Heer van de Gemeente, die duivel, mens en wereld niet vermogen te sluiten of af te breken. De Heer betuigt hier, dat deze Gemeente is teruggekeerd tot de Bron van de “Wateren des Levens”,[6] tot Jezus Christus Zèlf en Zijn Zaligheid-brengende NAAM. Deze Gemeente heeft “KLEINE KRACHT”; ze is in deze tijdsperiode nog niet gekomen tot de DOOP MET DE HEILIGE GEEST…[7]

Openbaring 3:8b, “…en toch hebt u Mijn Woord in acht genomen (SV: Gij hebt Mijn Woord bewaard) en Mijn Naam niet verloochend.”
Deze Gemeente is WOORDGETROUW, omdat zij JEZUS LIEFHEEFT (zie Johannes 14:15 [8]) en draagt de Naam van Jezus uit als een licht in deze wereld. In deze periode van de Kerkgeschiedenis ziet men de Kerk van West-Europa beginnen met WERELDZENDING te bedrijven!

Openbaring 3:9, “Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge van de satan, van hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen. Zie, Ik zal maken dat zij komen en aan uw voeten aanbidden en erkennen dat Ik u liefheb.”
Mensen uit de “SYNAGOGE VAN DE SATAN” die zeggen dat zij “JODEN” zijn… maar zijn het niet. Dus: mensen, die zeggen dat zij “kinderen Gods” zijn – die naar het UITERLIJK zich zó zullen gedragen – maar INNERLIJK onbekeerd zijn, en dus “kinderen van de duivel” (2 Timotheus 3:5 [9]). Dezulken zullen door het leven en het getuigenis van deze Gemeente worden gebracht tot BEKERING en AANBIDDING van God. In deze Kerkelijke periode had men Deïsten en “TOLERANTEN”, mensen die God in wezen niet kenden; zij werden echter door de liefde en ijver van deze ware kinderen Gods opgewekt tot waarachtig (geestelijk) leven en tot dienstbaarheid aan de waarachtige God!

Openbaring 3:10, “Omdat u het Woord van Mijn volharding (SV: lijdzaamheid) hebt bewaard, zal Ik ook u BEWAREN voor het uur van de verzoeking (= de grote verdrukking), die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken.”
Deze belofte geldt NIET de gelovigen uit deze KERKPERIODE (van ± 1750 – 1906), maar die uit het FILADELFIA-TYPE van de laatste Kerkperiode (LAODICEA; 1906 – tot komst van Christus), omdat pas in deze laatste periode de “GROTE VERDRUKKING” van 3½ jaar plaats zal vinden:
“In die tijd zal Michaël opstaan (wiens naam betekent: “Wie is gelijk God”. Het is een Oudtestamentische verschijning of openbaringsvorm van onze Here Jezus Christus), de grote Vorst, hij die uw volksgenoten bijstaat. Het zal een benauwde tijd zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op die tijd. In die tijd zal uw volk ontkomen: ieder die gevonden wordt, opgeschreven in het boek (des Levens).” (Daniël 12:1) [10]
“Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarover gesproken is door de profeet Daniël (in 9:27 [11]), zult zien staan op de heilige plaats – laat hij die het leest, daarop letten! – laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen. Wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om iets uit zijn huis te halen, en wie op de akker is, moet niet terugkeren naar wat hij achterliet om zijn kleren te halen. Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter en ook niet op een sabbat. Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal. En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden. Als iemand dan tegen u zegt: Zie, hier is de Christus of daar, geloof het niet; want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zó dat zij – als het mogelijk zou zijn – ook de uitverkorenen zouden misleiden. Zie, Ik heb het u van tevoren gezegd! Als men dan tegen u zal zeggen: Zie, Hij is in de woestijn; ga er niet opuit; zie, Hij is in de binnenkamers, geloof het niet, want zoals de bliksem vanuit het oosten komt en zichtbaar is tot in het westen, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. Want waar het dode lichaam is, daar zullen de gieren [12] zich verzamelen.” (Mattheüs 24:15-28)
“Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarover door de profeet Daniël gesproken is, zult zien staan waar het niet behoort – laat hij die het leest, daarop letten! – laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen. En wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan in het huis om iets uit zijn huis te halen, en wie op de akker is, moet niet terugkeren naar wat hij achterliet, om zijn bovenkleed te halen. Maar wee de zwangere en de zogende vrouwen in die dagen! En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter. Want die dagen zullen dagen van zo’n verdrukking zijn als er niet geweest is vanaf het begin van de schepping, die God geschapen heeft, tot nu toe, en er ook nooit meer zijn zal. En als de Heere die dagen niet ingekort had, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij die dagen ingekort. En als dan iemand tegen u zal zeggen: Zie, hier is de Christus; of zie, Hij is daar; geloof het niet. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen tekenen en wonderen doen om – als het mogelijk zou zijn – ook de uitverkorenen te misleiden. Maar past u op; zie, Ik heb u alles van tevoren gezegd!” (Markus 13:14-23)
Omdat zij (deze Gemeente van Filadelfia) WOORDGETROUW in hun LEVEN en GETUIGENIS zijn gebleven en in een Levende RELATIE zijn blijven staan met Christus (“een geopende DEUR” – zie Openbaring 3:8a) zullen zij deze verdrukking (mogen) ontvlieden en mogen behoren tot hen, die in deze periode door God in “de WOESTIJN” worden bewaard:
“En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden 1260 dagen (= 3,5 jaar; de periode van de grote verdrukking).” … “En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd (= dezelfde 3,5 jaar van de grote verdrukking), buiten het gezicht van de slang.” (Openbaring 12:6+14)
Openbaring 12:6 + 14 betreft de (zogenoemde AAN- of) WEGNAME: [13]
“Dan zullen er twee op de akker zijn; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Er zullen twee vrouwen malen met de molen; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Wees dan waakzaam, want u weet niet op welk moment uw Heere komen zal.” (Mattheüs 24:40-42)
“Ik zeg u: In die nacht zullen er twee op één bed zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Twee vrouwen zullen samen malen. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Twee zullen er op de akker zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. En zij antwoordden en zeiden tegen Hem: Waar, Heere? En Hij zei tegen hen: Waar het lichaam is, daar zullen de gieren (SV: ARENDEN) [14] zich verzamelen.” (Lukas 17:34-37)

Openbaring 3:11, “Zie, Ik kom spoedig. Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen.”
Zij moeten VOLHARDEN in dit NIEUWE LEVEN [15] (zij hebben immers de “KROON” DES LEVENS) en in hun getuigenis, TOT JEZUS WEDERKOMT.

Openbaring 3:12-13, “Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil (SV: pilaar) in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan (dus op aarde), en Mijn nieuwe Naam. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de Gemeenten zegt.”
De OVERWINNAARS [16] uit deze Gemeente worden door God gevormd tot PILAREN (ze hebben “grote kracht”) IN DE TEMPEL GODS, tot geestelijke LEIDERS van GODS EEUWIGE GEMEENTE, tot BESTENDIG, ja EEUWIG LEIDERSCHAP IN CHRISTUS. Zij zullen VERVULD zijn van CHRISTUS, van de ALMACHTIGE GOD, en hun eeuwige woning hebben in het NIEUWE JERUZALEM,[17] waar zij Gods Zoon, de EEUWIGE KONING zullen dienen in alle eeuwigheid! Het zijn dan, uit de mensen gewonnen, CHERUBS van God (een cherub is een wezen dat óf een openbaring van God Zelf is, of een engelachtig wezen, dat in zijn verschijning Gods heerlijkheid openbaart – AK).

.

Wordt vervolgd

  • De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van elk hoofdstuk.

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [18]
(1915 – 2013)

Digitaal uitgewerkt door A. Klein

*********************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen van CJH Theys. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Als men in de hoven der koningen iemand de sleutel geeft, dat betekent dat hem in zijn dienst macht en autoriteit gegeven wordt. In Jesaja 9:5 wordt dergelijke manier van spreken van Christus gebruikt, wiens voorbeeld deze Eljakim geweest is; zie ook Openbaring 3:7, waar deze woorden van de profeet op Christus gepast worden. (noot AK)
[6] Jeremia 2:13, “…Mij, de bron van levend water…”
Johannes 7:38, “Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.”
[7] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest en/of De Gever en Zijn Gaven van CJH Theys. (noot AK)
[8] Johannes 14:15, Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.
[9] 2 Timotheus 3:5, “Zij hebben een schijn van godsvrucht, maar hebben de kracht ervan verloochend. Keer u ook van hen af.”
[10] Zie eventueel onze studie met o.a. ‘vers voor vers’ uitleg van Daniël 12:1, Daniël, hoofdstuk 12: Christus openbaarde Daniël de eindtijdvan CJH Theys. (noot AK)
[11] Daniël 9:27 (SV), “En hij zal velen het verbond versterken één week (= 7 jaar); en in de helft van de week (= na 3½ jaar , waarin wij ook nog een opwekking verwachten) zal hij het slachtoffer en het spijsoffer (dus het feit dat men deel kan hebben aan de dood en opstanding van het Lam, waardoor het afsterven aan het oude, zondige leven plaatsvindt) doen ophouden, en over de gruwelijke vleugel (= de met satan verbonden christenheid) zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vast besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste.”
–> Zie eventueel onze studie met o.a. ‘vers voor vers’ uitleg van Daniël 9:27, Daniël, hoofdstuk 9: Gods openbaring aan Daniël van de 70 (jaar)wekenvan CJH Theys. (noot AK)
[12] Er is hier, heel bewust, gekozen voor het woord GIEREN uit de Herziene Statenvertaling. Want… gieren zijn aaseters, zij eten dus “dode spijze” (beeld van: “de letter die dood” – zie 2 Korinthe 3:6). Dit slaat dus op het lichaam van de GROTE HOER, de VALSE KERK (zie Openbaring, hoofdstuk 17), waar de VALSE (NAAM)CHRISTENEN vergaderd zullen worden. (noot AK)
[13] Zie eventueel onze studie Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ? van A.Klein. (noot AK)
[14] Er is hier heel bewust gekozen voor het woord ARENDEN uit de Statenvertaling. Zowel de HSV als de NBV hebben dit woord vertaald met “gieren”, wat in deze context onjuist is. Want… gieren zijn aaseters, zij eten dus “dode spijze” (beeld van: “de letter die dood” – zie 2 Korinthe 3:6). Arenden eten –en zoeken/vangen zelf– levend aas, dus “levende spijze” (beeld van: “Christus, Het LEVENDE Brood” en van “de Geest die LEVEND maakt” – zie Johannes 6:51+63 en 2 Korinthe 3:6).
Degenen die door de Here AANGENOMEN zijn als lid van het Bruidslichaam worden tot dat LICHAAM van Christus toegevoegd. Deze verzen moet men dus NIET verwarren met Mattheus 24:28 waar wel “gieren” moet staan: “Want waar het DODE lichaam zal zijn, daar zullen de GIEREN vergaderd worden”. Dit slaat namelijk op het lichaam van de GROTE HOER, de VALSE KERK (zie Openbaring, hoofdstuk 17), waar de VALSE (naam)CHRISTENEN vergaderd zullen worden. Deze uitleg van de Schrift wordt door de CONTEXT bevestigd.
Arendsheiligen zijn een beeld van (de leden van) de Bruid van Christus. Want, in Jesaja 40:31 lezen we: Maar wie (de Wederkomst van) de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.” Waar degenen (ook christenen) zijn, die verlaten worden, weten we, namelijk in die wereld waarin de antichrist dan heerst, maar het gaat er hier om waar degenen “die aangenomen zijn tot leden van de Bruid” VERGADERD zullen worden. De Here Jezus zegt ons hier (in Lukas 17:37) dat ze “als arenden” vergaderd zullen worden in Zijn geestelijk Lichaam –en Zijn geestelijk Lichaam dat is: de Bruid van Christus– zij hebben deel aan de Bruiloft van het Lam van God. (noot AK)
[15] Zie noot 4.
[16] Zie noot 1.
[17] Zie eventueel onze studie Het nieuwe Jeruzalem, de Bruid van het Lam van God, het lichaam van Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[18] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)
Advertenties
Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Uncategorized, Wederkomst van Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Openbaring 3 vers 1, 2, 3, 4, 5, 6 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 2 (PDF)

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 1:
Gods arbeid

  • tot overwinning van de 7 Gemeenten; [1]

  • tot vorming van de Bruid van het Lam. [2]

_________________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [3]

_________________________________________________________________

Hoofdstuk 3

Christus’ zevenvoudige genade aan de 7 Gemeenten (vervolg)

 

5.
De Gemeentelijke periode van Sardis
(1517 – 1759 na Christus)

In deze Gemeentelijke periode brak de REFORMATIE – door Gods genade – onweerhoudbaar door! De doorstoot gaf aanvankelijk Maarten Luther (1483-1546).
Hoewel Maarten Luther eerst, als priester, in vrome Roomse werkheiligheid zocht te leven en zijn heil zocht bij de GENADE-LEER van deze KERK, vond zijn naar licht en vrede worstelend hart pas in 1513 het ware licht: GODS HEIL, door de vrije genade van Christus: de rechtvaardigmaking DOOR HET GELOOF! Nog 4 jaar zou het duren vóór hij de strijd tegen de misstanden in de Roomse Kerk openlijk ging bevechten. Het was naar aanleiding van de aflaatHANDEL van de monnik Johann Tetzel, dat hij op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen aanbracht op de deur van de slotkapel te Wittenberg (Duitsland).
Maarten Luther kreeg de paus (Leo X) en de keizer (Karel V) tegen zich. Door de paus werd hij in de ban gedaan en keizer Karel V had hem ter dood veroordeeld. Maar God wilde het anders… De keurvorst van Saksen, Frederik de Wijze, beschermde Luther en liet hem op de terugreis van de Rijksdag te Worms (1521), waar Luther zich voor pauselijke legaat en keizer had te verantwoorden, ontvoeren en op één van zijn kastelen – de Wartburg, onder de schuilnaam “Junker Jörg” – onderbrengen. In de 10 maanden, die hij aldaar verbleef vertaalde hij de Bijbel in de Duitse volkstaal.
Later zette Luther zijn reformatorische arbeid in Wittenberg voort. Het zondagse misOFFER werd door Luther vervangen door een eredienst op EVANGELISCHE basis. Veel aandacht had hij ook voor EVANGELISCHE GEZANGEN.
Zo brak de REFORMATIE onder Luther geweldig baan, met Duitsland als hart, ook naar Scandinavië. Spoedig na Luthers dood zou helaas dit Lutheranisme verstarren…
Een andere hervormer was Ulrich Zwingli (1484-1533). Hij werkte in de kantons van Zwitserland.
De derde man van de REFORMATIE uit de begintijd was Johannes Calvijn (Jean Cauvin; 1509-1564), een Fransman, die vooral buiten Frankrijk, in Genève, had gewerkt. Hier, in Genève, had hij gebouwd aan een in Reformatorische zin bestuurde stad met STEDELIJKE, STRENGE, KERKELIJKE WETTEN en openbare KERKELIJKE TUCHT voor alle overtreders van die wetten. Dat dit algemeen afgedwongen WETTISCHISME moest leiden tot strijd met andersdenkenden en tot schijnheiligheid valt licht te begrijpen. Dit wettischisme en ook deze stedelijke Kerkelijke tucht leidde zelfs tot het verbranden van een ketter (wat zeker niet hetzelfde is als een afvallige, ofwel een apostaat), met name Michaël Servet, een Spaanse arts en theoloog.
Het Calvinisme had hier, in Genève, een bolwerk voor God willen bouwen, maar ze deed dat in de kracht van MENSELIJKE DWANG (TUCHT) en ORGANISATIE! Maar Gods Woord leert ons anders:
“…Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de HEERE…” (Zacharia 4:6) [4]
Zo strandde de REFORMATIE al spoedig in een MENSELIJK WETTISCH HANDELEN zonder de Geest van God in het enkel VERSTANDELIJK benaderen van de waarheid in het Evangelie! Iets, wat wel tot VERSTARRING moest leiden!
Het Calvinisme, dat ook gelooft in de predestinatieleer (= lering van/geloof in de voorbeschikking of uitverkiezing Gods) heeft zich voornamelijk in Zwitserland, Engeland en Schotland (ook Noord-Ierland) en Nederland verbreid.
In de begintijd van de REFORMATIE en door deze Reformatie ging de Roomse Kerk zich beraden op de Concilie van Trente, die in totaal 7 jaren had geduurd (einde ervan in 1563). Zo stelde zij de CONTRA-REFORMATIE ertegen op: Zij kwam tot de resolutie om de Reformatie met alle middelen te bestrijden en naast herstel van het algemeen gezag van de paus te Rome, de Middeleeuwse Scholastiek (kerkleer) te handhaven.
Een geducht wapen kreeg de Roomse Kerk in de toen gestichte orde van de Jezuïeten (Stichter Ignatius van Loyola: 1491-1556). Het doel van deze orde was het herstel van de macht van Rome onder de “ketters”, waarbij vooral het doel de middelen heiligde: moord en brandstapel zou deze orde in haar kielzog hebben… De leden van deze, de misdaad niet schuwende, orde moesten ABSOLUTE gehoorzaamheid aan hun oversten afleggen. DIT LAATSTE IS HEDEN NOG ZO! De eerste generaal van deze orde was Ignatius zelf. Ze werden de “ketter”-jagers bij uitnemendheid en de leiders van de Roomse Inquisitie. Ze werden, ondanks hun naam “Jezuīeten” (Societas Jesu) het “leger van Maria” genoemd, door hun vurig aanroepen van haar. Dit leger had bloedig het protestantisme bestreden en zocht / zoekt de “enig-ware” godsdienst, de Roomse, te bevorderen. Door hen zegevierde de CONTRA-REFORMATIE in Italië, Spanje, Frankrijk en in de Zuidelijke Nederlanden.
Laat ons thans kort het Reformatorisch verloop verder bezien.
In deze tijd van “TERUG NAAR HET WOORD VAN GOD” vinden wij ook een bonte mengeling van protestanten, die “Dopersen (WEDERDOPERS of Anabaptisten) worden genoemd. Zij hingen een volwassendoop aan – NA belijdenis – en stonden een heiligingsleven [5] voor: onder andere Menno Simons (1496-1559), in ons (Neder)land. Onder hen kwamen ook geloofsfantasten en overgeestelijken voor. Ze werden door Roomsen èn Gereformeerden vervolgd…
In Frankrijk verkreeg het Calvinisme onder de naam “Huguenots” (Hugenoten) ingang. Ze werden door Rome jarenlang vervolgd. Godsdienstoorlogen waren hiervan het gevolg; ook de vreselijke “Bartholomeüsnacht” (of bloedbruiloft, in 1572) op de bruiloft van Hendrik IV van Navarre, koning van Frankrijk, is hier een uiting van. Velen zijn naar het buitenland (Zwitserland, Engeland, NEDERLAND) gevlucht.
ENGELAND had zich door de persoon van koning Hendrik VIII van Rome afgescheiden, niet vanwege godsdienstige motieven, maar om van zijn eerste vrouw te kunnen scheiden en om met Anna Boleyn, de hofdame van zijn vrouw, te kunnen trouwen.[6] De koning van Engeland werd hierbij hoofd van de Engelse Kerk; hij vervolgde en martelde Roomsen en Protestanten, zoals het in zijn kraam te pas kwam.
Het protestantisme kwam (ook) in Engeland onder invloed van het Calvinisme. Het bloeide tijdens de regering van protestantsgezinde vorsten en werd bloedig vervolgd tijdens Roomse heersers.
Hier ontstond in 1564 de groep van de Puriteinen (“zuiveraars”), die de Engelse Kerk wilden zuiveren van al het “Katholicisme” (o.a. Oliver Cromwell en de baptist John Bunyan, die jarenlang in de gevangenis had gezucht en de schrijver is van het bekende boek: “De Christenreis naar de Eeuwigheid”).
Een andere groep, ontstaan in Engeland, is die van de “Quakers (gesticht door George Fox, 1624-1691). Zij zochten heiligmaking [7] en leiding door de Heilige Geest [8] (het “Innerlijke Licht”).
Een Quaker, die als kolonist deze groep in Amerika vestigde was William Penn. Hij stichtte de staat “Pennsylvania” (= het bos van Penn). Het was begonnen als een IDEAALSTAAT van William Penn.
In Duitsland was de Reformatie VERSTARD IN EEN DODE ORTHODOXIE. Een hernieuwing en een “Terug naar Jezus” werd gebracht door de “Piëtisten” (= vromen; met name: Spener en Francke). Door hen kreeg het verdorde protestantisme in West-Europa de nodige, frisse, levende stroom, die het terugvoerde naar de LIEFDE TOT en VAN JEZUS en tot reddend GEBED! [9]
Een groot getuige van God, uit het “Piëtisme” voortgekomen, was Nicolaus Ludwig, Graaf von Zinzendorf & von Pottendorf (1700-1760), een biddende strijder Gods, die grote ZENDINGSACTIVITEITEN ontwikkelde. Hij stichtte met christenen van verschillende protestantse richtingen de OECUMENISCHE BROEDERGEMEENTE van de “Hernhutters” (1727). Deze kern zou tien jaar later van God een opdracht tot WERELDZENDING ontvangen. Thans (geschreven rond 1980 – AK) werkt deze Evangelische Broedergemeente onder 32 volkeren in de wereld (in Europa, Amerika, Afrika en Azië). Ook in ons land (Zeist) werkt deze Broedergemeente nog steeds…
Het SARDIS-kerk type van de laatste dagen wordt gevormd door het gebedloos, verstandelijk, traditiegetrouw protestantisme van de laatste dagen.

Openbaring 3:1, “En schrijf aan de engel van de Gemeente in Sardis: Dit zegt Hij Die de 7 Geesten van God  [10] heeft en de 7 sterren: Ik ken uw werken, en weet dat u de naam hebt dat u leeft, maar u bent (geestelijk gezien) dood.”
“Christus stelt Zich aan deze Gemeente voor als de Doper met De Heilige Geest;[11] als Degene, Die de Gemeentelijke sterren (= hun voorgangers) leiden moet.[12] Hiermee verwijt Hij hun eigenwilligheid, eigenmachtigheid, hun afdolen van Hem. Door de mens worden de werken van Sardis LEVEND genoemd en hoog aangeprezen, omdat ze NAAR DE MENS zijn. Bij God echter zijn hun werken DOOD… Wij hebben reeds gezien, dat zelfs het werk van Calvijn in Genève, MENSELIJK was en daarom FALEN MOEST…

Openbaring 3:2, “Wees waakzaam en versterk het overige dat dreigt te sterven, want Ik heb uw werken niet vol bevonden voor God.”
De Heiland vermaant hen hier om DICHT BIJ HEM te blijven in WAKEND BIDDEN, opdat de DODELIJKE VERSTARRING door ORTHODOXIE en TRADITIE, door alle vrome geestdrijverij (= fanatieke religie-ijveraars), niet Zijn gehele Gemeente/Kerk zal DODEN, omdat zoiets VER VAN GOD is; het zijn werken met “hout, hooi en stoppelen”:
“Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro (SV: stoppelen), ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven.” (1 Korinthe 3:12-13)

Openbaring 3:3, “Bedenk dan hoe u het hebt ontvangen en gehoord, en houd het vast en bekeer u. Als u dan niet waakzaam bent, zal Ik bij u komen als een dief en u zult beslist niet weten op welk uur Ik bij u zal komen.”
De Gemeente te SARDIS werkt NIET volgens OORSPRONKELIJK MODEL, het model van de Apostolische Gemeente, die werkte IN en DOOR de Kracht van de Heilige Geest:
“maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, [13] zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.” (Handelingen 1:8)
Daarom moest de Gemeente te SARDIS zich bekeren tot Jezus, de Gever van alle Genade en tot Hem, Die met de Heilige Geest doopt! [14] Als de Gemeente te Sardis zich niet bekeert en het niet weer zoekt in de Levende Relatie met haar Heiland, zal zij ondanks HAAR WERKEN NIET BEREID (= niet gereed) BEVONDEN WORDEN BIJ JEZUS’ WEDERKOMST!

Openbaring 3:4, “Maar u hebt ook in Sardis enkele personen die hun kleren (SV: klederen) niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte kleren, omdat zij het waard zijn”
Weinige namen… Zeker zullen daaronder Maarten Luther zijn, en John Bunyan, Spener en Francke, en Zinzendorf, George Fox en William Penn

Openbaring 3:5-6, “Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren (SV: klederen) en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het Boek des Levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de Gemeenten zegt.
Zij zullen de “WITTE KLEDEREN” van de PRIESTER GODS dragen, omdat deze OVERWINNAARS [15] de plaats VAN HET GEBED [16] zullen hebben ontdekt VOOR DE TROON VAN GODS GENADE. Daarom zullen zij eeuwig geschreven staan in het BOEK DES LEVENS, geschreven met het BLOED VAN HET LAM; hun namen zullen door de hemelse Hogepriester worden beleden voor God de Vader en voor al Gods heilige engelen…

KLIK HIER voor vervolg Openbaring 3

  • De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van elk hoofdstuk.

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [17]
(1915 – 2013)

Digitaal uitgewerkt door A. Klein

*********************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen van CJH Theys. (noot AK)
[4] Deze studie is oorspronkelijk geschreven vanuit de Statenvertaling, maar de Bijbelverzen zijn nu – hopelijk voor meer leesgemak / duidelijkheid –  vermeld in de Herziene Statenvertaling (afgekort HSV), tenzij anders vermeld.
Voor meer uitleg over o.a. Zacharia 4:6, zie onze studie De visioenen van Zacharia, en de geestelijke betekenis ervan voor de Bruidsgemeente van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[6] De m.i. vrij goddeloze koning Hendrik VIII verstootte zijn eerste vrouw in 1531 en trouwde op 25-1-1533 met Anna Boleyn. Jane Seymour verscheen iets later op het toneel als de nieuwste maîtresse van Hendrik in een lange reeks. In mei 1536 werd Anna gearresteerd… op (vermoedelijk valse) beschuldiging van overspel, hekserij en incest en werden haar 5 zogenaamde minnaars (en zij zelf 2 dagen later) ONTHOOFD met het zwaard. Bij het knielen voor de beul herhaalde ze een aantal keer de volgende woorden: “To Jesus Christ I commend my soul; Lord Jesus receive my soul”. (noot AK)
[7] Zie noot 5.
[8] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest en/of De Gever en Zijn Gaven van CJH Theys. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze studie Leer bidden (over de noodzaak van gebed naar Gods wil) van CJH Theys. (noot AK)
[10] Zie eventueel onze studie De 7 Geesten van God en van het Lam van God van E. van den Worm. (noot AK)
[11] Zie noot 8.
[12] Zie eventueel onze studie Podium en Gemeente (Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan) van CJH Theys. (noot AK)
[13] Zie eventueel onze studie Onze aardse roeping: “En u zult Mijn getuigen zijn” van E. van den Worm. (noot AK)
[14] Zie noot 8.
[15] Zie noot 1.
[16] Zie noot 9.
[17] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)
.
Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

GRATIS Bijbelstudie (4): Leer bidden (over de noodzaak van gebed naar Gods wil)

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys [1]

Inleiding:

Onze warenhuizen puilen uit… vele en velerlei producten zijn er te vinden. Ze zijn alle voor geld te koop. Dat is tenminste “tastbaar”, en daar kan men iets mee doen. Logisch toch!? Maar met een gebed?? Voor velen betekent bidden: “alleenspraak”, inbeelding, ja zèlfbedrog. Hebben zij gelijk??? Of hebben zij door zo te denken iets prijsgegeven dat van zeer grote waarde is?!?
Bidden is een “begrip” dat bij de mens past! Het is de natuurlijkste zaak van de wereld dat kinderen met hun ouders “praten”. Zo heeft de mensheid een oorsprong… JEZUS CHRISTUS HEEFT ONS DICHTERBIJ GOD GEBRACHT, om ons te laten zien dat God ònze Vader is. Daarom is ons gebed géén alleenspraak. Wij kunnen met onze vreugden, met onze zorgen, met onze moeilijkheden, ja met heel ons leven (toch heel wat) tot God gaan, zoals kinderen naar hun vader. Maar echt bidden moeten wij leren, aanleren. Zó was en is het ook met het praten.
Wij spreken dagelijks – daarom verleren wij het niet. Bidden is iets dergelijks. Toen de discipelen tot Jezus kwamen en Hem vroegen: Heer, LEER ONS BIDDEN”, ging de Here daarop in. Hoe? Hij LEERDE hen toen ter tijd een (wat wij willen noemen) “gebedspatroon”, namelijk: het ONZE VADER… Eenvoudig opgesteld, gemakkelijk te onthouden, alles omvattend wat in een gebed naar voren moet komen.

Het gebed krijgt en heeft waarde niet door lengte, duur of vorm. Inhoud en instelling van degene die bidt zijn belangrijk. De vorm is niet overbodig, maar ze mag de inhoud nooit overheersen. Jezus verzette Zich tegen alle geleerdheid of vertoon van kunstzinnigheid in het gebed. Het zinloos gebrabbel van velen, in het bijzonder van heidenen is waardeloos.
Vaak ging Jezus naar eenzame plaatsen om daar met Zijn Vader te spreken. Met dezelfde ernst en innigheid moeten òòk wij met God spreken. Maar wanneer moeten wij dan bidden?? De apostel Paulus zegt in 1 Thessalonicenzen 5 vers 17: Bidt zonder ophouden”. Het gaat dus méér om een “levenshouding” dan om een vorm. De profeet Daniël bad drie maal op een dag. Doch elk ogenblik van de dag is geschikt om te bidden.
Om beter in het gebed tot onszelf ingekeerd te kunnen zijn, moeten wij de “voorwaarden” niet vergeten.
Wat kunnen wij tegen God zeggen?? Hem allereerst in het gebed danken (zie Ps. 103). Hem als Schepper eren en aanbidden (zie Hand. 4:24). Hem vertellen, dat wij Hem liefhebben zoals kinderen hun vader (zie Gal. 4:6). …

Overwinning: uiteindelijk doel

Indien er iets is in de Bijbel, dat duidelijk en helder is, dan is dat wel, dat God van ons verlangt, dat wij een overwinningsleven zullen kennen. Overwinning over zonde, ziekte, en straks zelfs de dood.
Wij zullen allereerst (en dat in de loop van de beschouwingen) de eerste overwinning samen bekijken, en vervolgens de andere. Het was de strekking van het Oude Testament, doch vele malen herhaald in het Nieuwe Testament: Wees heilig, want IK BEN heilig (zie o.a. Lev. 11:44-45, 19:2 en 20:7).
Het zou voorzeker slechts “een halve redding” zijn, indien Christus wèl de macht had om onze zonden te vergeven, nadat wij die begaan hebben, maar ons niet zou kunnen beschermen (bewaren) tegen de macht van de zonde, op het ogenblik van de verzoeking zelve!

Zouden wij ooit “méér dan overwinnaars” genoemd zijn, indien de volkomenheid slechts voor ons was weggelegd in de hemel, waar alle verzoeking wegvalt, indien God niet bereid was ons op het ogenblik, dat wij tegenover de verzoeking staan, te bewaren; hier en nù, in deze tegenwoordige wereld, waar wij overwinning in beproeving en verzoeking zo zéér behoeven? Ons wordt verteld, dat het Zijn uitgedrukte wil is, dat wij: “Matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld” (Tit. 2:11-12).
Dit wordt ons niet voorgehouden als een “theoretisch ideaal” (beslist niet!); maar wij mogen in de leerschool van het gebed en onder de eminente (d.i. voortreffelijke) leiding van de Heilige Geest Zelf komen tot overwinning; zelfs zó, dat God ons tot Zijn getuigen kan maken.

Wij zijn niet geroepen om een onbereikbare bergtop te bereiken, waar nog nooit een mensenvoet gestaan heeft; maar om zèlf te kunnen uitroepen: “Gij zijt getuigen EN GOD, hoe heilig en rechtvaardig en onberispelijk wij u, die gelooft, geweest zijn” (1 Thess. 2:10). En dit geldt heus niet alleen voor de apostel, want er staat geschreven: “Want dit is DE WIL VAN GOD, uw heiligmaking (1 Thess. 4:3). Voorts ook nog: “En de God van vrede Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel en lichaam, worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onze Here Jezus Christus” (1 Thess. 5:23). “Die het ook doen zal” (1 Thess. 5:24b). Want “de Here is getrouw” (2 Thess. 3:3a).
Indien dit dan GODS DOEL is, waarom behalen wij dan niet altijd deze overwinning? In de leerschool van het gebed zullen wij ons achtereenvolgens bezig houden met de beschouwing van: de OORZAKEN VAN ONZE HERHAALDELIJKE NEDERLAGEN, en de VEREISTEN VOOR OVERWINNING over zonde en ziekte.

  • Tot zover de “studiebespreking”.

Als u deze studie in z’n geheel wilt lezen of downloaden, KLIK HIER.

A. Klein


[1] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar (zie vooral ook het “In memoriam”).

 

.

*************************

Inhoudsopgave:

Jezus leert:

Deel 1: Moeten wij nog bidden?
Inleiding

  • Onbegrensde mogelijkheden.
  • Overwinning: uiteindelijk doel.
  • Twee kanten.
  • 1. De menselijke kant: de vraag.
  • De onzichtbare houding in de school van het gebed.
  • 2. De goddelijke kant: het antwoord.

Deel 2: De (drie) wijzen van aanval die satan pleegt toe te passen.

Deel 3: Drie oorzaken van nederlaag.

Deel 4: Drie kenmerkende verzoekingen.

Deel 5: De zonde van gebedsloosheid.

  1. Waarom gebedsloosheid een zonde is:
  2. Tegen wie zondigen wij, wanneer wij niet bidden?!
  • Een persoonlijke beslissing.
  • Wat moeten wij doen, om deze zonde van gebedsloosheid blijvend te overwinnen?

Deel 6: Drie onderpanden voor overwinning.

  • De kracht van de Geest.

Deel 7: Drie voorwaarden voor overwinning.
In de binnenkamer.

  1. Een juiste verhouding (levenshouding).
  2. Alle eerbied.
  3. Oprechtheid.
  4. Geheel afgezonderd.
  5. Geen omhaal van (= niet vele) woorden!
  6. Geloof.
  7. De beloning welke wij zullen ontvangen.

Deel 8: De kracht van een biddende Gemeente.

  1. In een biddende Gemeente is men ervan overtuigd, dat gemeenschappelijk gebed van het allergrootste belang is.
  2. In een biddende Gemeente zijn de ogen van de leden vol verwachting en geloof alleen op God gericht.
  3. Een biddende Gemeente bezit een alles-beheersend verlangen om, in gehoorzaamheid aan Gods bevel, aan alle volken het Evangelie te verkondigen.
  4. Een biddende Gemeente durft om wonderen en tekenen te vragen.
  5. In een biddende Gemeente openbaart de Heilige Geest Zijn aanwezigheid en kracht.
  6. In een biddende Gemeente bezit de prediking van het Evangelie grote kracht.
  7. In een biddende Gemeente is er “grote genade” in de levens van de kinderen Gods.

Deel 9: Geestelijke opwekking door gebed.

  1. Wanneer christenen bidden, is het zeker, dat er een geestelijke opwekking komen zal. Dit wordt bewezen door:
  2. De gebeden, waardoor een geestelijke opwekking wordt verwekt.

Deel 10: Het gebed voor onze dagelijkse behoeften.

  1. Wij hebben allemaal onze dagelijkse zorgen en behoeften.
  2. Onze hemelse Vader kent al onze dagelijkse zorgen en behoeften.
  3. De Here is altijd gereed en bereid om in al onze dagelijkse behoeften te voorzien.
  4. God stelt het voorzien in onze behoeften heel vaak afhankelijk van ons vragen (bidden en smeken).
  5. De Here spoort ons aan om voor onze dagelijkse zorgen en noden te bidden.
  6. De manier waarop God in al onze behoeften voorziet, in antwoord op onze gebeden, is verschillend.
  7. De Here God geeft echter altijd meer dan wij nodig hebben!

Deel 11: Indien wij iets bidden naar Zijn wil.

  1. God openbaart Zijn wil door Zijn Woord.
  2. God openbaart Zijn wil door Zijn Geest.

Deel 12: Wat onze gebeden kan verhinderen / belemmeren.

  1. Belemmeringen, die ons ervan weerhouden om te bidden.
  2. Belemmeringen, die ons van een krachtig gebeds-leven weerhouden.

Deel 13: Wanneer bidden en vasten samen gaan.

  • Wat is eigenlijk vasten?

Deel 14: Christus, de Man van gebed.

  1. De Here Jezus was in gebed op het ogenblik, dat Hij de Zalving van de Heilige Geest ontving als toerusting voor Zijn ambtsbediening.
  2. De Here Jezus ging altijd in gebed, nadat hij Zijn werk in het openbaar had verricht.
  3. De Here Jezus ging in gebed vlak voor het nemen van grote beslissingen.
  4. De Here Jezus bad ook om diep geestelijk inzicht voor Zijn discipelen.
  5. Toen de Here Jezus biddende was veranderde Hij van gedaante.
  6. Het bidden van de Here Jezus stimuleert anderen om ook te gaan bidden.
  7. Het was tijdens het gebed, dat Jezus Zijn eigen wil in VOLLE en ONVOORWAARDELIJKE OVERGAVE onderwierp aan de supreme (= Oppermachtige) wil van God, de Vader.

Deel 15: De zeven wonderen van gebed.

  1. Gebed is aanbidding.
  2. Gebed is wachten op God.
  3. Gebed is wandelen met God.
  4. Gebed is werken.
  5. Gebed is strijden.
  6. Gebed is Gods wil doen.
  7. Gebed is de school waar God ons Zijn Woord onderwijst (leert verstaan).

Nawoord van de schrijver en samensteller.

Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bidden/Gebed, Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, de Heilige Geest, Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Studie van CJH Theys, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Openbaring 2 vers 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 1:
Gods arbeid

  • tot overwinning van de 7 Gemeenten; [1]

  • tot vorming van de Bruid van het Lam. [2]

_________________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [3]

_________________________________________________________________

Hoofdstuk 2

Christus’ zevenvoudige genade aan de 7 Gemeenten tot OVERWINNING

.

4.
De Gemeentelijke periode van THYATIRA
(590 – 1517 na Christus)

Wij zijn thans gekomen tot de Kerkperiode die wij de “donkere Middeleeuwen” plegen te noemen.
In deze periode werd de groeiende macht van de bisschop van Rome bevestigd door Gregorius de Grote (590-604 na Chr.). Hoewel hij zich geen “paus” (de “universele papa = paus” van de Katholieke Kerk) noemde, maar “slaaf der slaven Gods”, gedroeg hij zich toch praktisch als machthebber van Italië en werd zo de grondlegger van de Kerkelijke staat. Op geestelijk gebied sloeg, door zijn diplomatie en optreden als leider van de Kerk van het westen van Europa, de balans voorgoed door van de “Katholieke (= Algemene) Kerk” naar de “Roomse Kerk (de door Rome geleide Katholieke Kerk).
De gedachten van (paus) Gregorius zijn voor de Roomse Kerk van fundamentele betekenis. De GENADELEER van Augustinus werd door hem langzaam maar zeker omgebogen naar de WERKHEILIGHEID van (de monnik) Pelagius. Ook paste hij zijn theologie aan bij het denken van het omringende heidendom, om dat heidendom voor de Kerk te winnen. Nagegeven moet worden dat hij een grote zendingsijver had, maar het was om het gehele westen te brengen onder het herderschap van Rome. Het Heilig Avondmaal werd door hem een herhaling van het offer op Golgotha. Zo ontstond het misOFFER. Aan engelen-, relikwieën-, heiligen- en Mariaverering werd door hem een grote plaats ingeruimd. Ook verdedigde hij de “beeldendienst”. Hij voerde ook de zogenoemde “Gregoriaanse Koorzangen” in.
Deze pauselijke MACHT – het streven naar geestelijke, maar ook naar wereldlijke macht – vond zijn hoogtepunt in het pausschap van Innocentius III (± 1200). Hij werkte met ban(vloek) en interdict (de schorsing van de bediening van een heel land of landstreek) en kwam zo tijdelijk tot macht boven de koningen en keizers van zijn tijd. Ook stelde deze paus de leer der “transsubstantiatie” vast (de Avondmaalsleer van de Roomse Kerk, waarbij de MATERIE van brood en wijn DAADWERKELIJK veranderen zou in LICHAAM en BLOED van Christus). De tegenstelling clerus (geestelijke) en leek werd door hem verscherpt. Ook vestigde hij een kerkelijke (hiërarchische)  DICTATUUR.
Behalve deze zich uitbreidende MACHT van de pausen werd onder hen, in deze Middeleeuwen, grote LIEDERLIJKHEID, MISDAAD, en GODDELOOSHEID gevonden:
Zo was Johannes XXIII (± 1400) een ex-zeerover en berucht door zijn schanddaden.
Innocentius VIII (± 1485) was een onwaardige en onbegaafde paus, bekend om zijn vele onwettige kinderen.
Alexander VI Borgia (± 1500) was een man die in overspel leefde met de vrouw van één van zijn neven. Hij werd een “monster van goddeloosheid” genoemd, die ook Savonarola [4] op de brandstapel bracht. Zijn meest geliefde zoon (hij had een achttal onwettige kinderen), Ceasare Borgia, was een misdadiger…
Leo X (± 1515) noemde het Evangelie een “fabel”…
Ook de GEESTELIJKHEID en de KLOOSTERLINGEN leefden GODDELOOS en ZEDELOOS.
De besten van deze Roomse Kerk uit de Middeleeuwen waren MENSELIJKE denkers en Roomse mystici (zij, die zich door contemplatie [verwant aan meditatie] in gemeenschap met God WANEN), zoals de mysticus Bernard van Clairvaux (± 1130 – hij predikte weliswaar de genadeleer in Jezus Christus, maar was een vurige vereerder van Maria!). En Thomas van Aquino (± 1250), die vergeefs een synthese (= het vormen van iets nieuws uit 2 tegengestelde bewegingen – AK) zocht van de GENADELEER van Augustinus, de Griekse FILOSOFIE van Aristoteles (de leerling van Plato) van goede werken, en de MYSTIEK van Bernard van Clairvaux. Thomas van Aquino was de grootste en geleerdste vertegenwoordiger van de “Scholastiek”, de Roomse Kerkleer die een mengsel bevat van theologie en wijsbegeerte, die men toen in de kloosterscholen onderwees.
Het Roomse Kerkvolk kwam in deze tijd tot afgodische relikwieën-RAZERNIJ en geloof in aflaten, tot toenemende MARIA– en HEILIGENVERERING en tot BEELDENDIENST. Men zegt dan wel niet te knielen voor het beeld, maar voor de persoon die het voorstelt, maar het volk ziet het fijne ervan niet. Maar ook dit is zonde: het knielen voor gestorven “heiligen” en het aanroepen van ze:
“Onder u mag niemand gevonden worden die zijn zoon of zijn dochter door het vuur laat gaan, die waarzeggerij pleegt, die wolken duidt of aan wichelarij doet, die een tovenaar is, die bezweringen doet, die een dodenbezweerder of een waarzegger raadpleegt, of die de doden raadpleegt. Want iedereen die zulke dingen doet, is een gruwel voor de HEERE. En vanwege deze gruweldaden verdrijft de HEERE, uw God, deze volken van voor uw ogen uit hun bezit.” (Deuteronomium 18:10-12)
Deze toenemende afgoderij, werkheiligheid en zedeloosheid, zelfs onder de clerus (vooral onder de hoogste clerus = geestelijke), was niet zonder VOORVECHTERS ER TEGEN:
Zo stond Claudius op, een bisschop van Turijn (± 835 na Chr.), de “Augustinus” van de 9de eeuw.
Franciscus van Assisi (± 1200), die zich toewijdde aan Christus en de bedelorde der Franciscanen vestigde.
De Waldenzen (stichter Waldus uit Lyon, ± 1200; de Waldenzen vormen thans een protestantse groepering, die nog bestaat).
John Wiclif van York (± 1350), die in Gods GENADE geloofde, maar helaas ook de predestinatie (de lering van / het geloof in de voorbeschikking of uitverkiezing Gods – AK) predikte.
Johannes Hus uit Praag (Bohemen; ± 1400), die door Rome tot de brandstapel werd veroordeeld.
En tot slot, vlak voor de Reformatie: Savonarola [5] uit Florence (± 1475), die door Rome ook tot de brandstapel werd geleid…
Deze gelovigen vormen evenzoveel VOORLOPERS van de REFORMATIE.

Openbaring 2:18, “En schrijf aan de engel van de Gemeente in Thyatira: Dit zegt de Zoon van God, Die ogen heeft als een vuurvlam en voeten als blinkend koper:…”
De voorstelling van Christus voor deze Gemeente is die van Hem Die OORDEELT: Zijn ogen zijn: “als een vuurvlam”, zij zien alles… Zijn voeten zijn: “als blinkend koper”. KOPER staat symboliek voor Gods OORDEEL!

Openbaring 2:19, “Ik ken uw werken, de liefde, het dienstbetoon, het geloof, uw volharding (SV: lijdzaamheid) en uw werken, en ook dat de laatste meer zijn dan de eerste.”
Hier is Roomse WERKHEILIGHEID, GELOOF en LIEFDE… De Roomse Kerk heeft haar kinderen geleerd te geloven en lief te hebben en… zich voor God in te spannen, hoe langer hoe meer, maar…:

Openbaring 2:20, “Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te MISLEIDEN, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten.”
Haar leer is AFGODISCH…
Izebel, de vrouw van Achab, bracht Israël tot afgodische Baäl-aanbidding en hoererij (zie 1 Koningen 16:30-33 [6]); zo bracht de Roomse Kerk in deze donkere Middeleeuwen Gods kinderen tot “relikwieën-razernij”, tot “beeldendienst”, tot “Maria– en heiligenverering” en tot het geloof in “aflaten”, om zo geestelijk te hoereren…(of “hoererij bedrijven” – Het in geestelijke zin ontrouw zijn aan de ENIGE ware God en/of ontrouw, ofwel ongehoorzaamheid, aan Zijn Woord – AK).

Openbaring 2:21, “En Ik heb haar (de misleidde dienstknechten, die ook  [geestelijke] hoererij bedrijven – zie vers 20) tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich NIET bekeerd.”
De Roomse Kerk krijgt hier van haar Heer de tijd om zich tot het ware Evangelie te bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd (van haar geestelijke “hoererij”) en heeft zich in haar AFGODISCHE leer versterkt (zie hiervoor het volgende hoofdstuk van deze studie, over de “Contra-Reformatie”). Daarom volgt Gods OORDEEL over haar.[7]

Openbaring 2:22-23, “Zie, Ik werp haar (de misleidde dienstknechten, die ook  [geestelijke] hoererij bedrijven – zie vers 20-21) te bed met hen die overspel met haar plegen, in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van hun werken. En haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen en ALLE GEMEENTEN zullen weten dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoek, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken.”
“Ik werp haar te bed…” Deze Kerk heeft een kracht tot MISLEIDING, tot “OVERSPEL MET HAAR” (= het in geestelijke zin ontrouw zijn aan de ENIGE ware God en/of ontrouw, ofwel ongehoorzaamheid, aan Zijn Woord – AK) door haar PRACHT en PRAAL en GROOTSE GEBOUWEN. Maar God zal haar volk werpen in de grote verdrukking, waar ze door de antichrist en zijn “koningen” zal worden gedood:
“En de 10 hoorns (denk o.a. aan de 10 tenen uit Daniel 2:42-44, die spreken van 10 “koningen of heersers” in Europa/de EU, die zich zullen manifesteren op het einde van deze bedeling [8]) die u op het beest (beeld van de antichrist) zag, die zullen de hoer [9] haten, en haar berooid en naakt maken, en zij zullen haar vlees eten, en haar met vuur verbranden. Want God heeft het in hun hart gegeven om Zijn plan uit te voeren en dit eensgezind te doen en hun koningschap aan het beest te geven, totdat de woorden van God volbracht zijn.” (Openbaring 17:16-17)

Openbaring 2:24-25, “Maar Ik zeg tegen u, en tegen de overigen in Thyatira, voorzover zij deze (afgodische) leer (van Izebel – zie vers 20-23) niet hebben en zij, zoals zij dat noemen, de diepten van de satan niet hebben leren kennen: Ik zal u geen andere last opleggen dan deze: Houd vast aan wat u hebt totdat Ik kom.”
Allen in Thyatira die “de diepten van de satan”, de afgodische diepten van satans misleiding, niet kennen, moeten hun geloof in CHRISTUS bewaren, opdat het hun niet zal worden ontroofd. Hij zal hen “geen andere last opleggen”, wetende in welke duisternis deze (RK-)Kerk leeft…

Openbaring 2:26-29, “En wie overwint [10] en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt, hem [11] zal Ik macht geven over de heidenvolken. En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf – zij zullen als kruiken van een pottenbakker verbrijzeld worden – zoals ook Ik die macht van Mijn Vader heb ontvangen. En Ik zal hem de morgenster geven. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest (Gods Geest, de Heilige Geest) tegen de Gemeenten zegt.”
Deze (RK-)Kerk is ijverig in haar MissieWERK onder de heidenen. Als zij echter tot God en Zijn waarachtig Evangelie terugkeert en het behoudt, zou Hij de OVERWINNAARS [12] onder haar waarlijk de ZEGENINGEN VAN ZIJN KRACHT bieden voor wat hun werk betreft onder de heidenen. Ook zou Hij hun de MORGENSTER (Gods Geest) geven.
Wij zien thans, in onze dagen, de “CHARISMATISCHE BEWEGING” in deze Kerk optreden, de vervulling van Gods Belofte onder de waarachtige gelovigen in deze Kerk. God geve, dat Gods Geest hen moge uitleiden uit ELKE dwaling en duisternis waarin zij verkeren…

.

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [13]
(1915 – 2013)

Digitaal uitgewerkt door A. Klein

.

EINDE van hoofdstuk 2

  • KLIK HIER voor de PDF van Openbaring 2 (om de studie eventueel uit te printen).

KLIK HIER voor het vervolg (hoofdstuk 3)

************************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen van CJH Theys. (noot AK)
[4] Savonarola wordt vaak, met de Bohemer Jan Hus en de Engelsman John Wycliffe, tot de voorlopers van de Hervorming en het protestantisme gerekend, maar Savonarola bleef trouw aan de rooms-katholieke geloofsleer. (noot AK)
[5] Zie noot 4.
[6] 1 Koningen 16:30-33, “Achab, de zoon van Omri, deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, meer dan allen die er vóór hem geweest waren. En het gebeurde (was het gering dat hij in de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, ging?) dat hij ook nog Izebel tot vrouw nam, de dochter van Ethbaäl, de koning van de Sidoniërs, en dat hij de Baäl ging dienen en zich daarvoor neerboog. Hij richtte voor de Baäl een altaar op in het huis van de Baäl, dat hij in Samaria gebouwd had. Ook maakte Achab een gewijde paal, zodat Achab nog meer deed om de HEERE, de God van Israël, tot toorn te verwekken dan alle koningen van Israël die er vóór hem geweest waren.”
[7] Zie eventueel onze studie God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden en/of De dag van JaHWeH (De dag des Heren) en/of De 7 donderslagen van Openbaring 10:3van E. van den Worm. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie Daniel, hoofdstuk 2: De 1ste droom van Nebukadnezar: HET BEELD van CJH Theys. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze studie De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17 van E. van den Worm. (noot AK)
[10] Zie noot 1.
[11] Ook vrouwen ofwel ‘dochters van God’ worden – als zij volmaakt in Hem zijn – (geestelijke) zonen van God. Het is de zgn. mannelijke rijpheid: “de mate van de grootte van de volheid van Christus” (Ef. 4:13). En, als wij de eeuwigheid zijn binnengegaan, dan wordt er niet meer getrouwd en is ook de gemeenschap tussen man en vrouw, voor de voortplanting, niet meer nodig en dus niet aanwezig. (noot AK)
[12] Zie noot 1.
[13] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)
.
Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Uncategorized, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Openbaring 2 vers 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 1:
Gods arbeid

  • tot overwinning van de 7 Gemeenten; [1]

  • tot vorming van de Bruid van het Lam. [2]

_________________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [3]

_________________________________________________________________

Hoofdstuk 2

Christus’ zevenvoudige genade aan de 7 Gemeenten tot OVERWINNING

.

2. 
De Gemeentelijke periode van SMYRNA
(170 – 312 na Christus)

Deze tijdsperiode kende aan de ene kant een groeiende verstarring door ORGANISATIE van de steeds groter wordende Kerk, waarbij successievelijk (= ononderbroken) de “apostolische successie” ten grondslag lag (de gedachte dat Petrus en de bisschoppen, die voornamelijk in Rome, maar ook in andere hoofdsteden als Constantinopel, Alexandrië e.a., het bewind over de Gemeente voerden, als menselijke hoofden van de gehele Kerk van Christus moesten worden gezien; iets waaruit later het “pausdom” zou groeien) naast insluipende DWAALLERINGEN (“de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn, maar het niet zijn” – zie Openbaring 2:9 + uitleg, hieronder vermeld).
In de Gemeente van Smyrna ten tijde van de apostel Johannes waren het Joden die met hun wettische gedachten en werkheiligheid verwarring brachten in de leer der GENADE. In de tijdsperiode van SMYRNA (170-312 na Chr.) waren het HEIDENSE WIJSBEGEERTEN die het Christelijk geloof belaagden.
Aan de andere kant kende deze tijdsperiode de doorbrekende OPWEKKING van de Montanisten, die circa 160 na Christus was begonnen, en waarbij “Geestesdoop”,[4] “tongentaal” (net als ten tijde van Handelingen 2:1-4 [5]), “wonderen en tekenen” opnieuw de Gemeente kenmerkten.
Ook stond de Gemeente in deze periode bloot aan GOLVEN VAN VERWOEDE KERKVERVOLGINGEN. Namen van keizers als Marcus Auruseli, Septimius Severus, Diocletianus, Galerius, Maximinus, en anderen, en het verhaal van de uitgestrekte “catacomben” (de eerste christenen begroeven hun overleden, vaak gemartelde en/of gedode dierbaren in ondergrondse dodensteden – AK) onder de stad Rome, spreken boekdelen…
De Gemeente van Smyrna staat tenslotte ook typerend voor de vervolgde Gemeente/Kerk der laatste dagen.

Openbaring 2:8, “En schrijf aan de engel van de Gemeente in Smyrna: Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood is geweest en weer levend is geworden:”
Tot TROOST voor deze Gemeente stelt de Here Jezus Zich aan haar voor als de “Overste Martelaar”, “Die dood geweest is en weer levend is geworden”.

Openbaring 2:9, “Ik ken uw werken, verdrukking en armoede – u bent echter (in geestelijke zin) rijk – en Ik ken de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn, maar het niet zijn; zij zijn namelijk een synagoge van de satan.”
De Here kende het moedige GETUIGENIS van deze Gemeente, die temidden van vervolgingen stand hield. Als een verworpen deel van de toenmalige maatschappij vormde ze vanzelfsprekend een maatschappelijk ARMOEDIG deel, hoewel ze geestelijk rijk was in Christus.
Behalve deze druk van BUITEN had deze Gemeente ook een INNERLIJKE druk te verwerken van VALSE arbeiders en leraren: degenen “die zeggen dat zij Joden zijn, maar het niet zijn; zij zijn namelijk een synagoge van de satan”. Het waren “onbesnedenen van hart”:
“Want de besnijdenis heeft wel nut als u de wet houdt, maar als u een overtreder van de wet bent, is uw besneden zijn tot onbesneden zijn geworden. Als dan een onbesnedene de verordeningen van de wet in acht neemt, zal zijn onbesneden zijn dan niet tot besnijdenis gerekend worden? En zal hij die overeenkomstig de natuur onbesneden is, maar die de wet volbrengt, u dan niet oordelen, die mét de letter van de wet en de besnijdenis een overtreder van de wet bent? Want niet híj is Jood die het in het openbaar is, en niet dát is besnijdenis die in het openbaar in het vlees plaatsvindt, maar híj is Jood die het in het verborgene is, en dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.” (Romeinen 2:25-29)
In deze Kerkperiode bestonden deze dwaalleringen uit HEIDENSE FILOSOFIEËN, die door sommigen werden gepropageerd.

Openbaring 2:10, “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van 10 dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven.”
Tien achtereenvolgende golven van vervolgingen kenmerkten deze kerkperiode en tijdens keizer Diocletianus zou het martelaarsbloed 10 lange jaren hebben gevloeid… Met deze vervolgingen werd deze Gemeente “verzocht” (beproefd, getest) of ze Jezus ondanks alle vervolgingen bleef LIEFHEBBEN. Deden zij dat in GETROUWHEID TOT IN DE DOOD, zo zou de Heer der Gemeente haar kronen met de “levenskroon”, de “martelaarskroon”.

Openbaring 2:11, “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest (Gods Geest, de Heilige Geest) tegen de Gemeenten zegt. Wie overwint,[6] zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.”
De OVERWINNAARS uit deze Kerkperiode zouden, zoals wij hiervoor lazen, in alle eeuwigheid in Gods Koninkrijk worden getroost met de “martelaarskroon”, de “LEVENSKROON”, die hun als martelaren zou worden geschonken. Nimmer zouden zij door “de tweede dood” (zie Openbaring 20:14 + 21:8 [7]) worden beschadigd, omdat de Here hun Zijn eeuwige OPSTANDINGSKRACHT zal hebben gegeven.

.

3
De Gemeentelijke periode van PERGAMUS
(312 – 590 na Christus)

In 312 na Christus werd keizer Constantijn christen.[8] Een hemels teken (een lichtend kruis in de hemel) bracht hem hiertoe. Zijn leger zou overwinnen als het streed onder het teken van het kruis. Nadat hij onder dit teken vocht en overwon werd hij christen en werd het christendom officieel aanvaard, NAAST de heidense godsdiensten.
Spoedig werd onder keizer Theodosius (379-395 na Chr.) het christendom STAATSGODSDIENST, waarbij de keizer tevens hoofd werd van de Kerk. Hierdoor traden velen omwille van hun positie in de Romeinse staat tot het Christendom. Zo kwam ALGEMENE VERWERELDLIJKING in het Christendom, vooral toen er strenge maatregelen werden genomen tegen het heidendom. Bij kerkelijke twisten greep de keizer in en begunstigde die partij die hem aanstond.
PRACHT en PRAAL kwamen in KERKGEBOUW en AMBTSKLEDING; plechtige processies werden er gehouden; KAARSEN en WIEROOK werden ingevoerd in de kerkdiensten. In deze Kerkperiode verstevigde zich de KERKELIJKE HIËRARCHIE; de bisschoppen van de grotere steden voelden zich gaandeweg meerder dan die van de kleinere plaatsen. De concurrentiestrijd om de macht laaide allerwegen op.
Naast deze VERWERELDLIJKING en VERSTARRENDE ORGANISATIEDRANG kwamen dwalingen op in de leer en in de Kerk, onder andere die van de Manicheïsten (een Perzisch-heidense vermenging in het Christendom) en die van de “Pelagianen” (volgelingen van de monnik Pelagius), die WERKHEILIGHEID voorstonden. Ook ging men martelaren vereren en hun relikwieën (resten van hun beenderen) als amuletten beschouwen.
Als tegenhanger van de verwereldlijking in de Kerk ging men ascese beoefenen (onthouding van rijkdom, vlees, wijn, huwelijk).
Spoedig werd de ascese aangeprezen als de weg der heiligmaking. Kluizenaars en “zuilheiligen” [9] beoefenden de ascese. Weldra ontstonden er KLOOSTERVORMINGEN. Antonius de Kluizenaar (250-356 na Chr.) vormde er velen om zich heen. Anderen namen, verbonden aan het kloosterwezen, zijn: Pachomius (van Egypte) en Hiëronymus (van Bethlehem). Na 538 werd er in die kloostergemeenschappen WETENSCHAPPELIJKE ARBEID verricht. Alzo deden de Benedictijnen (Stichter: Benedictus van Nursia).
In deze tijd verviel gaandeweg de macht van het Romeinse keizerrijk en werden de bisschoppen van de hoofdstedelijke plaatsen Rome en Constantinopel hoe langer hoe machtiger.
Eén van de kerkgroten uit deze periode was Aurelius Augustinus (354-430 na Chr.), bisschop van Hippo Regius, ten westen van Carthago. Hij stierf tijdens de belegering van de stad door de Vandalen, die in die tijd mede het Romeinse Rijk ineen deden storten. Hij was een theoloog die de heersende dwaalleringen bestreed en op wiens GENADELEER de Katholieken van zijn tijd, en  later de Lutheranen en Calvinisten, zich hebben beroepen.
Ook staat de Gemeente van Pergamus typerend voor de vrijzinnige, wereldsgezinde en aardsgerichte Gemeente/Kerk van de laatste dagen.

Openbaring 2:12, “En schrijf aan de engel van de Gemeente in Pergamus: Dit zegt Hij Die het tweesnijdende, scherpe zwaard (van de Geest) heeft:”
Christus stelde Zich aan deze Gemeente voor als “het WOORD van God”: “Die het tweesnijdende, scherpe Zwaard heeft”:
“Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.” (Hebreeën 4:12)
“En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord. (Efeziërs 6:17).
Christus riep PERGAMUS – een afgedwaalde, verwereldlijkte Gemeente – tot BEKERING naar het NIEUWE LEVEN,[10] dat het patroon kent van Gods Woord, terug naar Christus en Zijn uitnemende GENADE.

Openbaring 2:13, “Ik ken uw werken en weet waar u woont, namelijk waar de troon van de satan is. U houdt vast aan Mijn Naam, en u hebt het geloof in Mij (SV: Mijn geloof) niet verloochend, zelfs niet in de dagen van Antipas, Mijn trouwe getuige, die gedood werd bij u, waar de satan woont.”
Deze Gemeente WOONDE in de WERELD, waar satan zijn troon in heeft:
“Nu wordt het oordeel over deze wereld voltrokken, nu zal de vorst (SV: de overste = beeld van de satan) van deze wereld buitengeworpen worden.” (Johannes 12:31)
“Ik zal niet veel meer met u spreken, want de vorst (SV: de overste) van deze wereld komt en heeft geen macht over Mij.” (Johannes 14:30)
Ten tijde van Johannes was Antipas een trouwe getuige van Christus en Zijn Woord, voor welk getuigenis hij gedood werd”. Een groot getuige van Gods Woord in de Kerkelijke periode van PERGAMUS was “Aurelius Augustinus”, die de dwaalleringen van zijn tijd bestreed.

Openbaring 2:14-15, “Maar Ik heb enkele dingen tegen u, namelijk dat u daar mensen hebt die zich houden aan de leer van Bileam, die Balak leerde voor de Israëlieten een struikelblok neer te leggen, opdat zij afgodenoffers zouden eten en hoererij bedrijven. Zo hebt u er ook die zich houden aan de leer van de Nikolaïeten en dat haat Ik.”
Twee dwaalleringen:
1.  De leer van Bileam.[11]
Bileam moest van Balak, vorst van Moab, de Israëlieten vervloeken, dan zou hij hoog beloond worden. ZIENDE OP DIT GELD zou Bileam gaarne Israël vervloeken, maar werd hiertoe door de Here verhinderd. Toen raadde hij Balak aan de Israëlieten te verleiden tot HOERERIJ met Moabietische vrouwen en tot het meedoen aan het offeren van hun afgoden. Zo zou de Here hen vervloeken. Alzo geschiedde het:
“Israël verbleef in Sittim, en het volk begon hoererij te bedrijven met de dochters van Moab. Die nodigden het volk uit bij de offers aan hun goden, en het volk at en boog zich voor hun goden neer. Toen Israël zich zo aan Baäl-Peor koppelde, ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Israël.” (Numeri 25:1-3)
“Zie, zíj waren door de raad van Bileam voor de Israëlieten de aanleiding tot trouwbreuk tegen de HEERE, in het geval van Peor, waardoor de plaag kwam onder de gemeenschap van de HEERE.” (Numeri 31:16)
Bileam kon zijn hoge beloning ontvangen. De “leer van Bileam” is dus een christenleven dat in feite op GELD uit is. Christen willen zijn omwille van een goede baan in de Romeinse staat, omdat het Christendom STAATS-GODSDIENST werd:
“Wee hun, want zij zijn de weg van Kaïn (zie Genesis 4:8 + 1 Johannes 3:12 [12]) ingeslagen en hebben zich om loon in de dwaling van Bileam gestort en zijn door het tegenspreken als (die) van Korach (lees Numeri 16:1-32 [13]) (Judas 1:11)
2.  De leer van de Nikolaïeten.
Deze leer was zeer vrijzinnig; liet wereldzin, overspel en ontucht in de Gemeente toe op grond van de goedertierenheid en barmhartigheid van God:
“Maar deze mensen lasteren wat zij niet kennen, als redeloze dieren, geboren met een natuur om gevangen te worden en te gronde te gaan. Zij zullen in hun verdorvenheid ten verderve gaan, en zij die een zwelgpartij overdag als een genot beschouwen, zullen het loon van de ongerechtigheid ontvangen; schandvlekken en smetten zijn het, die zwelgen in hun bedriegerijen, als zij met u de maaltijd gebruiken. Hun ogen zijn vol overspel en zondigen onophoudelijk; zij verlokken onstandvastige mensen en hebben hun hart geoefend in hebzucht; kinderen van de vervloeking zijn het. Zij hebben de rechte weg verlaten en zijn verdwaald en volgen de weg van Bileam, de zoon van Beor, die het loon van de ongerechtigheid liefhad.” (2 Petrus 2:12-15).

Openbaring 2:16, “Bekeer u. En zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal Ik tegen hen oorlog voeren met het zwaard van Mijn mond (= “het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord” – zie uitleg bij Openbaring 2:12).”
Roep tot BEKERING (= ZICH AFKEREN van het eigen, in wezen zondige – met satan verbonden – “ik”), anders volgt Gods oordeel! [14]

Openbaring 2:17, “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest (Gods Geest, de Heilige Geest)  tegen de Gemeenten zegt. Aan wie overwint,[15] zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte (keur)steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.”
De OVERWINNAARS uit deze Gemeentelijke periode zouden weer deel hebben aan het REINE BROOD DES LEVENS. Hun harten zouden zich weer spijzigen met de OPSTANDINGS-CHRISTUS, terwijl de “witte keursteen met hun naam erop gegraveerd” een WAARBORG vormde, die het verlossend BLOED van Christus hun zou bieden tegen alle zonden en onreine machten der duisternis. Destijds werden in Pergamus, in de afgodendienst van Asclepius,[16] witte keurstenen, met een geheime naam erin gegraveerd, als amuletten gegeven tegen ziekten en boze geesten; dit beeld van de beschermende witte keursteen was dus aan de Christenen van Pergamus wel bekend. De Heer gebruikte dit beeld als een heenwijzing naar Zijn verlossend, reinigend en bewarend BLOED.[17]

.

KLIK HIER voor het vervolg

  • De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van elk hoofdstuk.

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [18]
(1915 – 2013)

Digitaal uitgewerkt door A. Klein

*********************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen van CJH Theys. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest en/of De Gever en Zijn Gaven van CJH Theys. (noot AK)
[5] Handelingen 2:1-4, “En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.”
[6] Zie noot 1.
[7] Openbaring 20:14, “En de dood en het rijk van de dood (SV: de hel) werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood.”
Openbaring 21:8, “Maar wat betreft de lafhartigen (SV: vreesachtigen), ongelovigen, verfoeilijken (SV: gruwelijken), moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.”
[8] Constantijn is vooral bekend als de eerste Romeinse keizer die het christendom zou hebben aangehangen, en die de grondslag legde voor de christelijke fase van het Romeinse Rijk… Met zijn edict van Milaan (313 na Chr.) maakte Constantijn een einde aan de christenvervolgingen. Hoewel hij niet is opgenomen in de Latijnse lijst van heiligen, wordt hij in de westerse kerktraditie geëerd met de titel “de Grote” voor zijn bijdrage aan het christendom. (noot AK)
[9] Zuilheilige = Iemand die bij wijze van terugtrekking uit de wereld boven op ‘een zuil’ woont. Simeon de Pilaarheilige is de bekendste zuilheilige, maar zijn voorbeeld is door velen gevolgd. (noot AK)
[10] Zie eventueel onze studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[11] Zie eventueel https://www.derekprince.nl/bijbelstudies/jezus-volgen-discipelschap-bijbelstudies/de-dwaling-van-bileam/ (noot AK)
[12] Genesis 4:8, “En Kaïn sprak met zijn broer Abel. En het gebeurde, toen zij op het veld waren, dat Kaïn zijn broer Abel aanviel en hem doodde.”
1 Johannes 3:11-12, “Want dit is de boodschap die u vanaf het begin gehoord hebt, dat wij elkaar moeten liefhebben; niet zoals Kaïn: hij was uit de boze en sloeg zijn broer dood. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.”
[13] Gedeelte uit Numeri 16:1-32, Het oproer van Korach, Dathan en Abiram tegen Mozes en Aäron: “2 Zij kwamen in opstand tegen Mozes, samen met 250 mannen uit de Israëlieten, leiders van de gemeenschap, afgevaardigden naar de vergadering, mannen van naam. … 28 Toen zei Mozes: Hierdoor zult u weten dat de HEERE mij gezonden heeft om al deze daden te doen, dat zij niet uit mijn eigen hart voortgekomen zijn. … 31-33 En het gebeurde, toen hij (Mozes) geëindigd had al deze woorden te spreken, dat de aardbodem die onder hen was, gespleten werd. De aarde opende haar mond en verzwolg hen, met hun gezinnen, en alle mensen die Korach toebehoorden, en al hun bezittingen. En zij daalden levend af naar het graf, zij en alles wat van hen was. En de aarde overdekte hen, en zij waren verdwenen uit het midden van de gemeente.”
[14] Zie eventueel onze studie God gaat in de eindtijd de Gemeente / Kerk en de wereld schudden en/of De dag van JaHWeH (De dag des Heren) en/of De 7 donderslagen van Openbaring 10:3van E. van den Worm. (noot AK)
[15] Zie noot 1.
[16] Asclepius = In de Griekse mythologie de ‘god’ van geneeskunde en genezing. (noot AK)
[17] Zie eventueel onze studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[18] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)
Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Openbaring 2 vers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 1:
Gods arbeid

  • tot overwinning van de 7 Gemeenten; [1]

  • tot vorming van de Bruid van het Lam. [2]

_________________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [3]

_________________________________________________________________

Hoofdstuk 2

Christus’ zevenvoudige genade aan de 7 Gemeenten tot OVERWINNING

Zoals gezegd (zie hoofdstuk 1 van Openbaring, de verzen 4-8 en 11 + uitleg) typeren de 7 Gemeenten van Klein-Azië, die zich daar werkelijk ten tijde van Johannes bevonden met hun beschreven kenmerkende toestanden, de Gemeente/Kerk van Jezus Christus op aarde, gedurende de 7 tijdperken van haar bestaan (zie schema) tot aan de Wederkomst [4] van haar Bruidegom-Koning toe.[5]

Openbaring, foto schema hoofdstuk 2Schema, rond 1980 gemaakt door de schrijver van deze studie

Jezus heeft deze 7 Gemeenten, ja Zijn gehele Gemeente/Kerk, met Zijn Bloed gekocht,[6] maar nog zeer veel in hen is ONGEREINIGD en dus VERWERPELIJK. Jezus, de hemelse Hogepriester, Die in hun midden wandelt, spoort hen hier aan zich in BEKERING aan Hem OVER TE GEVEN, opdat Hij hen niet als verwerpelijk moet afsnijden van de hemelse Wijnstok:
“Ik (= Jezus) ben de ware Wijnstok en Mijn Vader (= God) is de Wijngaardenier. Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij (= God, de Vader) weg; en elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt. U bent al rein vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb. Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand. Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen.” (Johannes 15:1-7).[7]
Opeenvolgend in de Kerkgeschiedenis zien wij, NA de apostolische tijd (van 33 – 70 na Christus), optreden:

Typerend beeld

De Kerkperiode die getypeerd wordt

Het oordeel van de hemelse Hogepriester

1. De Gemeente van EFEZE

De Kerk van 70 – 170 na Christus

Afgevallen uit de Gemeenschap, met Christus werk in EIGEN kracht, zodat zij de LIEFDE GODS (de “eerste liefde”) missen.

2. De Gemeente van SMYRNA

De Kerk van 170 – 312 na Chr.

Geen veroordeling.

ZWAAR vervolgde Kerk.

3. De Gemeente van PERGAMUS

De Kerk van 312 – 590 na Chr.

GEMEENSCHAP MET DE WERELD! Tolerantie t.a.v. wereldse ideeën;

wereldsgezindheid.

Vrijzinnigheid; MAMMON-dienst.

4. De Gemeente van THYATIRA

De Kerk van 590 – 1517 na Chr.

De tijd van de “donkere middeleeuwen”.

Valse Kerkleer; Afgoderij!

5. De Gemeente van SARDIS

De Kerk van 1517 – 1750 na Chr.

DOOD-formalisme; NAAM-christendom; traditie; gebedloos.

6. De Gemeente van FILADELFIA

De Kerk van 1750 – 1906 na Chr.

Geen veroordeling.

Broederliefde. Woordgetrouwheid. Trouw aan Christus; “Open Deur”.

7. De Gemeente van LAODICEA

De Kerk van 1906 –

Wederkomst Christus

Nationalisme. Materialistische levenshouding; zelfgenoegzaamheid; geestelijke blindheid; BUITEN CHRISTUS.

Wij zien hier de Gemeente/Kerk van Christus, haar volgend in haar geschiedenis, in eigenwilligheid haar EIGEN weg gaan van CHRISTUS AF, maar soms ook zich weer tot Hem kerend, haar hart tot Hem richtend, Hem weer dienend naar Zijn Wil, zodat in het laatste geval de Heilige Geest Gods haar kan vullen met OPWEKKENDE KRACHTEN, haar dan makend tot het LEVENDE LICHAAM van Christus, tot een levende, heilige Woonstede van Gods Geest:
“gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de Hoeksteen is,… tot een heilige tempel [8] in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning (SV: woonstede) van God, in de Geest.” (Efeziërs 2:20-22)

.

1.
De Gemeentelijke periode van EFEZE
(70 – 170 na Christus)

De eerste na-apostolische Gemeentelijke periode, hier getypeerd door de Gemeente van EFEZE, die van 70-170 na Christus werd bedreigd door verschillende gevaren. Behalve door tijdelijk oplaaiende Christenvervolgingen tijdens de regeringen van de keizers Domitianus (81-97 na Chr.), Trajanus (98-117 na Chr.) en vooral Marcus Aurelius (161-180 na Chr.) werd de Kerk van de 2de eeuw na Christus bedreigd door enige dwaalleringen en afvalligheden.
De Gemeente van EFEZE, als haar typerend voorbeeld, toont ons aan dat zij – ondanks haar in menselijke ogen voorbeeldige activiteiten – van haar hoge levensstandaard IN en DOOR God de Heilige Geest was vervallen in een MENSELIJK, aardsgerichte godsdienst voor God en Christus, dus ZONDER Christus! Want deze gelovigen missen de waarachtige gemeenschap met God en daarom ook DE LIEFDE Gods (de “eerste liefde”). Deze gelovigen zoeken de rechtvaardigheid door werken en missen zo de rechtvaardigheid uit God:
“Omdat zij immers de gerechtigheid van God niet kennen en een eigen gerechtigheid tot stand proberen te brengen, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen.” (Romeinen 10:3)
“Wij komen dus tot de slotsom dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt zonder werken van de wet.” (Romeinen 3:28)
“Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus. Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God. En dit niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop. En de hoop beschaamt niet, omdat de (agape)liefde [9] van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.” (Romeinen 5:1-5)
Zo werden in deze tijd de Apologen gevonden, die de christelijke godsdienst meenden te moeten verdedigen op FILOSOFISCH-DOGMATISCHE, dus MENSELIJKE, wijze.
Een andere MENSELIJKE stroming en dwaling door satan gebracht in het jonge christendom was de Gnostiek; een naam afgeleid van het Griekse woord “gnosis” = kennis. Deze stroming wilde het christendom FILOSOFISCH-WIJSGERIG (platonisch; Plato was een Griekse wijsgeer van 427-347 voor Chr.) bezien; en zeiden zo een DIEPER INZICHT in de Goddelijke geheimen te hebben, de menswording van Christus en Zijn verlossing door Zijn Bloed loochenend.[10]
Weer een andere stroming en dwaling was het Marcionisme, een ketterse dwaalleer, die van 2 Goden sprak, de “God van de Joden” en de “God van de christenen”…
Tegen het einde van deze Kerkperiode van EFEZE (156 na Chr.) kwam er een OPWEKKINGS-BEWEGING tot stand, een hernieuwd PINKSTEREN, het zogenoemde “Montanisme” (leider: Montanus van Pepuza, in het hart van Klein-Azië). Deze opwekkingsbeweging verbreidde zich sterk onder de toenmalige christenen, ook onder die te Rome waren en die van Noord-Afrika (onder andere Tertullianus). Men sprak weer in “nieuwe tongen” (net als ten tijde van Handelingen 2:1-4 [11]), er was weer profetie, er waren weer wonderen en tekenen! Men kende een sterke “Maranatha”-verwachting (“onze Heer zal komen”) en men geloofde in het 1000-jarige Rijk.[12]
De Kerkleiders van die tijd stonden aanvankelijk aarzelend tegenover deze opwekkingsbeweging en stelden zich tenslotte vijandig tegenover haar op. Kende de Kerk over het algemeen christenvervolgingen vanwege de HEIDENSE keizers, deze opwekkingsbeweging onderging het ook tijdens de regeringen van christen-keizers die na Constantijn regeerden, tot de 6de eeuw toe, waarna deze opwekkingsbeweging verdween uit de Kerk-geschiedenis.
De Gemeente van EFEZE staat tenslotte ook typerend voor dat deel van de HUIDIGE Gemeente/Kerk van de laatste dagen dat het christelijk geloof met ernst wil belijden, maar in EIGEN kracht, zonder de relatie (gemeenschap) met Christus IN en DOOR de Heilige Geest. Immers alléén deze relatie brengt het NIEUWE LEVEN in Christus voort,[13] dat gekenmerkt wordt door de GODDELIJKE LIEFDE (De “eerste liefde” – zie Openbaring 2:4)!

Openbaring 2:1, “Schrijf aan de engel van de Gemeente in Efeze: Dit zegt Hij (= Jezus) Die de 7 sterren in Zijn rechterhand houdt, Die te midden van de 7 gouden kandelaren wandelt:”
Aan deze Gemeente te Efeze stelt de Heer der Gemeente Zich voor als de GROTE LEIDER van de Gemeente, Die VOORTDUREND wandelt te midden van al deze (7) Gemeenten: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.” (Mattheüs 28:20)
Christus herinnert deze Gemeente (in de volgende Bijbelverzen) echter aan het feit dat zij Hem en Zijn Persoonlijke Leiding IN en DOOR de Heilige Geest heeft verlaten; zij wandelt en werkt niet meer in de Kracht van De Heilige Geest, maar in die van de godsdienstige MENS, hoe ijverig en welwillend ook!

Openbaring 2:4, “Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten.”
Daarom (omdat zij Jezus en Zijn Persoonlijke Leiding IN en DOOR de Heilige Geest heeft verlaten) heeft deze Gemeente de “eerste liefde” verlaten, “de VRUCHT van de Heilige Geest”:
De vrucht van de Geest is echter: (Goddelijke agape[14] -)liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (SV: matigheid).” (Galaten 5:22)
“Want de vrucht van de Geest bestaat in alle Goedheid en Rechtvaardigheid en Waarheid (Gods).” (Efeze 5:9)
Deze Gemeente wandelt en werkt in EIGEN KRACHT. Ze kennen daardoor een “wettische” godsdienst. Ze doen hun UITERSTE BEST. Dit wordt door Christus erkend in:

Openbaring 2:2-3, (SV)Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid (HSV: volharding), en dat gij de kwaden niet kunt (ver)dragen; en dat gij beproefd hebt degenen, die uitgeven, dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet; en hebt ze leugenaars bevonden; (HSV) En u hebt moeilijkheden verdragen, en volharding getoond. Om Mijn Naam hebt u zich ingespannen (SV: gearbeid) en u bent niet moe geworden.”
“Werken – arbeid – lijdzaamheid – kwaden worden niet verdragen – apostelen (= godsdienstige arbeiders) worden beproefd en leugenaars bevonden – verdraagzaamheid – geduld – arbeid in de Naam van Jezus – niet moe geworden.” Een RESPECTABELE LIJST, maar… ze worden gedaan ZONDER CHRISTUS en Zijn NIEUWE LEVEN in ons (het blijken “hout, hooi of stoppelen” te zijn, die “verbrand worden” door het testend Vuur van Gods oordeel):
“Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro (SV: stoppelen), ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven. Als iemands werk dat hij op het fundament gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen. Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen (m.i. hier het beeld van de grote verdrukking waar o.a. de dwaze maagden van Mattheus 25:1-13, helaas, doorheen moeten).” (1 Korinthe 3:12-15)
Alles wordt gedaan ZONDER CHRISTUS en Zijn NIEUWE LEVEN in ons…[15] van waaruit deze werken moeten voortkomen:
“Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou VRIJKOPEN van alle wetteloosheid (SV: opdat Hij ons zou VERLOSSEN van alle ongerechtigheid) en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” (Titus 2:14)
Godsdienst bedrijven in de OUDE, NOG ONVERANDERDE mens is bij God waardeloos (zie 1 Korinthe 13:1-3 [16]), omdat die slechts te vinden is in de UITERLIJKE mens, terwijl de INNERLIJKE mens, die ook de EEUWIGE mens is, OUD en dus ONVERANDERD blijft:
“Wie kan Hij dan de kennis (Gods) bijbrengen? Wie kan Hij dan het gehoorde doen begrijpen? Wie net van de moedermelk af zijn, wie net van de borst zijn afgehaald (= geestelijke baby’s)? Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een beetje, daar een beetje. Ja, met belachelijke klanken en in een andere taal zal Hij tot dit volk spreken, tegen wie Hij zei: Dit is de rust, geef de vermoeide rust, en dit is de verademing – maar zij wilden niet luisteren. Daarom zal voor hen het woord van de HEERE zijn: gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een beetje, daar een beetje, zodat zij, als zij weggaan, achterovervallen, verpletterd worden, verstrikt raken en gevangen worden (in satans netten).” (Jesaja 28:9-13).
Het beeld van de OUDE mens vindt men in:
Jeremia 17:9-10, “Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen? Ik, de HEERE, doorgrond het hart, beproef de nieren, en dat om ieder te geven overeenkomstig zijn wegen, overeenkomstig de vrucht van zijn daden.”
Jesaja 1:5b-6, “U gaat gewoon door met uw Heel het hoofd is ziek, en heel het hart is afgemat. Vanaf de voetzool tot het hoofd toe is er geen gezonde plek aan: wonden en striemen en gapende wonden, niet uitgedrukt, niet verbonden, en niet met olie verzacht.”
Markus 7:21-22, “Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade overwegingen, alle overspel, ontucht, moord, diefstal, hebzucht, allerlei kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, lastering, hoogmoed, dwaasheid;”
Romeinen 3:10-18, “Er is niemand rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één. Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen. Hun mond is vol vervloeking en bitterheid, hun voeten zijn snel om bloed te vergieten. Vernieling en ellende is op hun wegen, en de weg van de vrede hebben zij niet gekend. De vreze Gods (om te zondigen) staat hun niet voor ogen.”

Openbaring 2:5, “Bedenk dan van welke (geestelijke) hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert.”
De Gemeente te Efeze moet zich opnieuw BEKEREN! Dit is: ZICH AFKEREN van het eigen, in wezen zondige – met satan verbonden – “ik”, dat ONVERBETERLIJK is (zie Efeziërs 2:1-3 [17]) en daarom (af)STERVEN moet door de GENADE-WERKINGEN van Christus (zie Galaten 2:20, Romeinen 6:3-8 [18]), door zich te keren tot de enige Redder van de mens, Zijn Verlosserschap aannemend (zie Johannes 1:12 [19]), door zich door Hem te laten wassen in (= reinigen door) Zijn Bloed (zie Openbaring 1:5, Hebreeën 9:12+14, 1 Petrus 1:18-19 [20]), zodat Hij deze Gemeente weer zou kunnen brengen tot de EERSTE WERKEN, de werken uit de NIEUWE MENS,[21] waarin zij eerst, ten tijde van de fundament-apostelen, had gewandeld.
Als deze Gemeente zich NIET zou bekeren (dus ZICH AFKEREN van het eigen, zondige “ik”), zou Christus haar geen genade meer kunnen geven en zou zij GEEN KANDELAAR (Lichtdraagster in Hem) meer voor Hem kunnen zijn…

Openbaring 2:6, “Maar dit hebt u vóór, dat u de werken van de Nikolaïeten haat, die ook Ik haat.”
Wettisch als deze Gemeente is, zal zij zich als vanzelf keren tegen elke vorm van Nikolaitisme – een christelijke godsdienst die in COMPROMIS leeft met de WERELD van goddelozen en afgodendienaars – tegen elke tolerantie ten opzichte van de zonde. Met dezulken wil deze Gemeente niets mee van doen hebben. “Nikolaitisme” wordt trouwens door God ook gehaat. Maar EFEZE doet dit in de kracht van de ONVERLOSTE mens, dus zonder de genade van God, IN EIGEN KRACHT, en daardoor treedt ze liefdeloos en hard op.

Openbaring 2:7, “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest (Gods Geest, de Heilige Geest) tegen de Gemeenten zegt. Wie overwint,[22] hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat.”
Als EFEZE zich van haar zonde van afvalligheid van de Geest (Gods Geest, de Heilige Geest) bekeert, wordt ze weer INGEËNT IN DE BOOM DES LEVENS en zal ze weer van ZIJN VRUCHT ETEN en het NIEUWE LEVENSLIED met alle verloste kinderen Gods zingen:
“Zing voor de HEERE een nieuw lied, want Hij heeft wonderen gedaan; Zijn rechterhand en Zijn heilige arm hebben Hem heil gebracht. De HEERE heeft Zijn heil bekendgemaakt en Zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen van de heidenvolken. Hij heeft gedacht aan Zijn goedertierenheid en trouw voor het huis van Israël; alle einden der aarde hebben gezien het heil van onze God. Juich voor de HEERE, heel de aarde, breek uit in gejuich, zing vrolijk en zing psalmen. Zing psalmen voor de HEERE met de harp, met de harp en met luid psalmgezang, met trompetten en bazuingeschal, juich voor het aangezicht van de Koning, de HEERE. Laat de zee bulderen met al wat ze bevat, de wereld juichen met wie haar bewoont. Laten de rivieren in de handen klappen, de bergen tezamen vrolijk zingen voor het aangezicht van de HEERE; want Hij komt om de aarde te oordelen. Hij zal de wereld oordelen in gerechtigheid en de volken op billijke wijze” (Psalm 98, helemaal)
“Daarom, als iemand IN Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus,” (2 Korinthe 5:17-18a).

.

KLIK HIER voor het vervolg

  • De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van elk hoofdstuk.

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [23]
(1915 – 2013)

Digitaal uitgewerkt door A. Klein

*********************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen van CJH Theys. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De wederkomst van Christus nader bekeken van A. Klein. (noot AK)
[5] Zie noot 2
[6] Zie eventueel onze studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[7] Deze studie is oorspronkelijk geschreven vanuit de Statenvertaling, maar de Bijbelverzen zijn nu – hopelijk voor meer leesgemak / duidelijkheid –  vermeld in de Herziene Statenvertaling (afgekort HSV), tenzij anders vermeld. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie Gods doel met de mens: Een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Agape kiest ervoor de ander te beschouwen zoals in 1 Korintiërs 13 gebeurt: altijd bereid het beste van de ander te denken, klaar om te vergeven, bereid het beste voor de ander te zoeken. Als dit volkomen ontbreekt is het christelijk leven zinloos. Een belangrijke eigenschap van agape, charity, is dat ze niet gebaseerd is op de eigen behoeften. Het Nieuwe Testament leert dat wij deze agape van God ontvangen (Johannes 3:16; Romeinen 5:8) opdat we die zelf weer door geven. (noot AK)
[10] Zie noot 6.
[11] Handelingen 2:1-4, “En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.”
[12] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[13] Zie eventueel onze studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[14] Zie noot 9.
[15] Zie noot 13.
[16] 1 Korinthe 13:1-3, “Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de (Goddelijke agape-)liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden. En al zou ik de gave van de profetie hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de liefde (Gods) niet, dan was ik niets. En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen, en al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden, maar ik had de liefde (Gods) niet, het baatte mij niets.”
[17] Efeziërs 2:1-3, “Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig de leefwijze van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid, onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen.”
[18] Galaten 2:20, “Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.”
Romeinen 6:3-8, “Of weet u niet dat wij allen die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen. Want als wij met Hem één plant zijn geworden, gelijkgemaakt aan Hem in Zijn dood, dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in Zijn opstanding. Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven.”
[19] Johannes 1:12, “Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;”
[20] Openbaring 1:5, “…Jezus Christus… Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed,”
Hebreeën 9:12+14, “Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht.” … “hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen!”
1 Petrus 1:18-19, “in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.”
[21] Zie noot 13
[22] Zie noot 1.
[23] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)
.
Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , | 1 reactie

GRATIS Bijbelstudie (3): Het boek RUTH in profetisch licht

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar H. Siliakus.

De gelegenheid van de tijd weten

Tot de bijzonderheden van de eindtijd behoort, dat Jezus in die tijd MEER voor de gelovigen wil zijn dan in de eraan voorafgaande tijd. Dit lijkt een wat boude bewering. Staat er niet geschreven (in Hebr. 13:8), dat Jezus Christus dezelfde is, gisteren, heden en tot in eeuwigheid? En waren de heerlijkheden en zegeningen die Jezus in Zijn hogepriesterlijk gebed van de Vader afsmeekte niet bestemd voor ALLE gelovigen van de Gemeentelijke tijdsbedeling? (zie Joh. 17:20). Op deze vragen kan slechts bevestigend geantwoord worden. Maar wij willen dan ook geenszins beweren, dat er ook maar één van de in het Nieuwe Testament genoemde zegeningen, gaven en/of geestelijke ervaringen “tijdsgebonden” is, dat wil zeggen: alleen voorbehouden aan gelovigen die in een bepaald tijdperk leefden of leven. Dat zij niet in elke tijd even rijkelijk werden toebedeeld, is een andere zaak. Dat heeft te maken met afvalligheid, verwereldlijking en verflauwing (het verlaten van de eerste liefde). Als God Zijn zegeningen achterhoudt, is dat vanwege nalatigheid van de mens! Maar er kan geen twijfel over bestaan, dat alles wat in het Nieuwe Testament aan de gelovigen wordt toegezegd, bedoeld is voor de Gemeente (of Kerk) van Jezus Christus van alle eeuwen. Toch kunnen wij uit datzelfde Nieuwe Testament afleiden, dat Jezus in de eindtijd voor de gelovigen (Zijn Gemeente) meer wil zijn dan Hij was voor de eerder geleefd hebbende gelovigen. Dit hangt samen met de afwikkeling van ‘Gods raadsplan der eeuwen’, Zijn “eeuwig voornemen” (zie Ef. 3:11), en doorbreekt daarom in het geheel niet Christus’ onveranderlijkheid. Hij verandert niet, maar de tijd verandert wel. Paulus had besef van de ontwikkeling of afwikkeling van het Goddelijke raadsplan en onderscheidde in het voortgaan van de tijd een gestadig dichterbij komen van het Goddelijk einddoel. Hij schrijft: “…de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij (eerst) geloofd hebben” (Rom. 13:11). Paulus wist “de gelegenheid van de tijd”, hij onderscheidde reeds in zijn dagen een voortgang van Gods plan en sprak tegelijkertijd profetisch over het laatste der dagen. Van dezelfde Paulus is het woord: “Totdat wij ALLEN zullen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte van de volheid van Christus” (Ef. 4:13). Hij heeft het hier over zaken die niet al de eeuwen door gekend zijn door de gelovigen van Christus’ Gemeente (of Kerk), maar die pas in de Gemeente gevonden zullen worden, wanneer zij het eindstadium van een ontwikkeling heeft bereikt. “Totdat” (van Ef. 4:13) spreekt ons van een (geestelijke) groei die de Gemeente als geheel doormaakt vanaf de Apostolische tijd en die tot staan komt in de laatste dagen, als de Gemeente als geheel de volmaaktheid heeft bereikt. De tijd is de ruimte waarbinnen Gods plan verwezenlijkt wordt. Hoevele christenen bezitten ditzelfde Bijbelse, of beter gezegd Nieuwtestamentische, tijdsbesef? Het zijn er, zelfs vandaag-de-dag nog (getuige het feit dat er – geestelijk gezien – zovelen “slapen”), maar weinigen!

De verlossingservaring in de eindtijd

Waaruit bestaat nu dat meerdere in Jezus’ openbaring aan de Gemeente van de laatste dagen? Wat is het, dat de openbaring van Jezus Christus zoveel heerlijker maakt in die dagen, als de Gemeente op aarde de volmaaktheid bereikt? Wij kunnen dat “meerdere” als volgt omschrijven: Jezus wil voor de gelovigen van de eindtijd niet langer Verlosser alleen, maar ook Bruidegom wezen! Deze stelling zal ongetwijfeld menigeen aanleiding geven om tegenwerpingen te maken. Tijdens Zijn 3½ jarige bediening hier op aarde werd Jezus toch al “de Bruidegom” genoemd? Het gaat hierbij toch niet om een hoedanigheid van Hem, die eerst en uitsluitend in de eindtijd gekend zal worden? Inderdaad, toen al was onze Heer “de Bruidegom”, maar de Bruiloft was er nog niet! Reeds Johannes de Doper noemde Hem niet alleen “het Lam van God, dat de zonden der wereld wegneemt”, maar ook “de Bruidegom” (zie Joh. 3:29). Jezus Zelf sprak over Zichzelf minstens driemaal als over “de Bruidegom”. Doch bij al die gelegenheden maakte Hij duidelijk, dat Zijn Bruiloft nog in de toekomst lag. In Matthéüs 9 vers 15-16 (zie ook Mark. 2:19-20 en Luk. 5:34-35), waar Hij spreekt over Zijn Gemeente als over “Bruiloftskinderen”, zegt Hij, dat Hij eerst voor lange tijd afwezig zou zijn, VOORDAT Zijn Bruiloft zal plaatshebben (zolang de Bruiloft nog niet heeft plaatsgevonden, kan over de genodigden als over “Bruiloftskinderen” worden gesproken; DAARNA uiteraard niet meer). Dat er een lange tijd overheen zou gaan eer de Bruiloft een aanvang neemt, blijkt ook uit de gelijkenis van de Koninklijke Bruiloft (zie Matth. 22:1-14 en Luk. 14:15-24), waarin Jezus met “de zoon van de koning” ongetwijfeld Zichzelf bedoelt. De onwil onder de genodigden om te komen èn hun onverschilligheid zijn verwijzingen naar de tijden van geestelijke lauwheid en afval van het geloof die, zoals wij in veel andere Schriftgedeelten kunnen lezen, in de laatste dagen zullen aanbreken. De gelijkenis van de tien maagden (zie Matth. 25:1-13) leert ons tenslotte, dat wij de Bruiloft bij Jezus’ wederkomst hebben te verwachten (zie vers 13).

  • Tot zover de “studiebespreking”.

Als u deze studie in z’n geheel wilt lezen of downloaden, KLIK HIER

A. Klein

.

*************************

Inhoudsopgave:

I.  Verlosser en Bruidegom

  • De gelegenheid van de tijd weten
  • De verlossingservaring in de eindtijd
  • Geen bevoorrechting

II.  Het boek Ruth

  • Een stuk heilsgeschiedenis
  • Op het oogstveld

III. Ruth als type van de Bruidsgemeente

  • Volkomen gehoorzaamheid
  • Op de dorsvloer
  • De beslissende bede van de Bruid

IV.  De opwekking voorafgaand aan de Bruiloft

  • De uitstorting van de Heilige Geest
  • De wachtenstijd na de opwekking
  • Zeven maten gerst

V.  De Bruiloft

  • Bekendmaking van het huwelijk
  • De lossing
  • De schoenverwisseling
  • De geboorte van de mannelijke zoon
  • Nog enige bijzonderheden

Tot besluit

 

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen