Boekbespreking 38: Wat de Schrift zegt over onze almachtige God

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm[1]

Inleiding

Onze God is één Persoon, er is geen andere God behalve Hij.
Deut. 6:4         “Hoor, o Israël, JaHWeH is onze God, JaHWeH is Één (Persoon).” (letterlijk vertaald)
God is GEEN 3-enig Wezen, zoals door menigeen wordt geleerd. Wel openbaart Hij Zich aan wie zich waarachtig van zonde en duisternis tot Hem bekeert, als Vader, Zoon en Heilige Geest.
De Zoon van God is een Deel van God en God Zelf. Zo is de Geest van God een Deel van God en eveneens Godzelf. Wij kunnen, hoewel zéér summier, deze drie openbaringsvormen van God vergelijken met de drie delen, waaruit de mens bestaat: geest, ziel en lichaam.
Geest en ziel van de mens zijn onzichtbaar, alleen het lichaam is nu zichtbaar. Zo is ook alleen de Zoon van God (eerst alleen voor de engelenwereld) zichtbaar; de Vader en de Heilige Geest niet.
Matth. 28:19      “Gaat dan heen, onderwijst al de volken in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest; lerende hen onderhouden, alles, wat Ik u geboden heb.”
In “tabernakellicht” kan men duidelijk zien, dat onze God één Wezen, één Persoon,  is, doordat het verzoendeksel en de beide cherubs erboven uit één brok geslagen goud moest worden gemaakt. Dit verzoendeksel met de beide cherubs beelden namelijk onze almachtige God uit in Zijn drie openbaringsvormen (zie Exod. 37:6-8), zijnde de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. 

Onze almachtige Vader, Die in de Hemel is

Niemand kent de Vader dan de Zoon en aan wie de Zoon (het Woord) Hem wil openbaren (zie Matth. 11:27).
De Vader is een Geest. Hij is onzichtbaar (zie Hebr. 11:27, 1 Tim. 1:17 en Kol. 1:15).
Onze Vader is dus onzichtbaar, zelfs voor de geestelijke wereld. Daarom begon Hij, vóór alle dingen werden geschapen, Zich te openbaren door de Zoon te baren, anders gezegd, door Zich te openbaren door Zijn Woord (in het Grieks: logos – zie Joh. 1:1-3).
Voor mensen met een zgn. sterfbed-bekering, die dus begenadigd, maar ongeheiligd, sterven, bewoont Hij een ontoegankelijk licht (zie 1 Tim. 6:15-16)                       
Allen, die ongeheiligd, dus niet uit God wedergeboren, maar wèl begenadigd, sterven, net als de zgn. “goede” moordenaar bij Jezus’ kruis, komen daarom eerst in het Paradijs of de Voorhemel, die van de ware hemel is gescheiden door de glazen zee (zie Openb. 4:6 en 15:2). In het tabernakelbeeld ten tijde van de Israëlieten in de woestijn werd dit hemelse paradijs gesymboliseerd door het “voorhof”, dat van het heiligdom (beeld van de hemel) gescheiden was door het wasvat, het beeld van deze “glazen zee” (zie Luk. 23:42-43)
Joh. 4:24          “God is een Geest, die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.”
De Vader is de Bron van liefde (in het Grieks: agapè):
1 Joh. 4:8         “Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.”
Maar Hij is ook de Bron van heiligheid en gerechtigheid: zie Openb. 4:8    en Psalm 97:6.
Omdat Hij ook de Bron van alle ware Gerechtigheid is, is Hij alléén vergevend, barmhartig, genadig, goedertierend en vol van lankmoedigheid voor allen, die zich oprecht van de zonde en van satan tot Hem bekeerd hebben en zich aan Hem overgegeven hebben in belijdenis van schuld. (zie Jes. 59:1-2)
Dus een onbekeerd mens ziet en hoort Hij NIET. …
Hij wreekt dus alle begane zonden die een mens begaan heeft alsook de zondestaat waarin de mens verkeert, zelfs die zondige natuur, die men van het voorgeslacht heeft geërfd. Wij moeten dus, behalve ons oprecht tot Hem te bekeren, ook alle zonde en de zondige levensstijl in Zijn kracht (dus met Zijn hulp) ontvlieden (zie 2 Kor. 6:17-18 en 7:1) 
Degenen die onbekeerlijk blijven verdoemt Hij (zie Matth. 25:41)  
In dit verband vermeldt de Schrift ook, dat Gods Wezen gekenmerkt wordt door VUUR. Zijn Wezen openbaart Zich vaak als vuur. Dit is een eigenschap, waardoor ons ontzag voor Hem wordt verhoogd, en waardoor wij meer vrees voor Hem moeten koesteren om in de zonde te blijven, want Zijn Wezen verteert de zondemacht en Zijn Woord zegt, dat Hij een verterend vuur is. Maar Hij loutert (d.i. reinigt) de zondaar, die zich tot Hem bekeert van al zijn zonden.
Jer. 23:29         “Is Mijn Woord niet alzo als een vuur, spreekt de Here (JaHWeH)…”
Hij openbaarde Zich aan Mozes als een brand in een braamstruik (zie Exod. 3:2, maar ook: Exod. 19:18 en Openb. 4:5). Ook Zijn Shekinah-licht en -glorie (waarmee de openbaring van Gods heerlijkheid en tegenwoordigheid wordt bedoeld), die zich tijdens Israël’s tabernakel-periode openbaarden, wijzen heen naar Zijn vurig Wezen. De uitdrukking “Shekinah” gebruikten de Hebreeën om Gods tegenwoordigheid aan te duiden, omdat zij de Naam JaHWeH niet durfden uit te spreken.
Hij heeft Zich op de eerste Pinksterdag ook geopenbaard als “tongen van vuur” (zie Hand. 2:1-4). Glorie voor onze almachtige God! 

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER

A. Klein


[1] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar.
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Boek/studiebespreking, Eindtijdstudie, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van E van den Worm. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s