Boekbespreking 45: Gij, volk van Israël, ontwaak !

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm[1]

Gods profetische beloften, gegeven aan Zijn volk Israël

Gen. 12:1-3          “De Here nu zei tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.”
God zou Abram tot een groot volk maken en hem tot zegen zijn.
Gen. 15:5             “Toen leidde Hij hem naar buiten, en zei: Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zei tot hem: Zo zal uw nageslacht zijn.”
Het nageslacht (zaad) van Abram zou via zijn zoon Izaäk, tot ONTELBAAR uitgroeien.
Gen. 15:18           “Te dien dage sloot de Here een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat.”
Abrams nakomelingen zouden volgens bovenstaande Goddelijke belofte het land Kanaän bewonen. Dat land zou zich uitstrekken van de beek van Egypte (een kleine rivier ten oosten van de Nijl) tot aan de rivier de Eufraat.
Over de vervulling van deze profetieën handelt hoofdstuk 5 (van deze studie).
Toen Abram en Saraï van Godswege naams­ver­an­de­rin­gen ondergingen en voortaan Abraham en Sara zouden heten, gaf God de belofte, dat hun zoon Izaäk tot VOLKEN uit zou groeien.

  • Gen. 17:4-8    “Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaän, tot een altijddurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.”
  • Gen. 17:15-16  “Verder zei God tot Abraham: Wat uw vrouw Saraï betreft, gij zult haar niet Saraï noemen, maar Sara zal haar naam zijn.  En Ik zal haar zegenen, en ook zal Ik u uit haar een zoon schenken, ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal; koningen van volken zullen uit haar voortkomen.”

Over de vervulling van deze profetie handelt hoofdstuk 4 (van deze studie).
Alle volken zouden in Abraham gezegend worden.
Gen. 18:17-18       “En de Here dacht: Zou Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen? Abraham immers zal voorzeker tot een groot en machtig volk worden en met hem zullen alle volken der aarde gezegend worden;”
Over de vervulling van deze profetie handelt hoofdstuk 3 (van deze studie).
Gods belofte aan David (een afstammeling van Abraham): zijn nakomeling zou EEUWIG heersen op Israëls troon.
2 Sam. 7:12-13     “Wanneer uw dagen vervuld zijn en gij bij uw vaderen te ruste zijt gegaan, dan zal Ik uw nakomeling, uw eigen zoon, na u doen optreden, en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal mijn naam een huis bouwen, en Ik zal zijn koninklijke troon voor immer bevestigen.”
Mijns inziens is deze profetie vervuld in Jezus Christus, een Zoon (Nazaat) van David.
Luk. 20:41-44       “Maar Hij (Jezus) zei tot hen: Hoe kan men zeggen, dat de Christus een zoon van David is?  Want David zelf zegt in het boek der Psalmen: De Here (God) heeft gezegd tot mijn Here (Jezus): Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten. David noemt Hem (Jezus)dus Here; hoe kan Hij dan zijn zoon zijn?”
Naar de Geest was Jezus de Zoon van God, en naar Zijn lichaam een Zoon (Nazaat) van David.
Jes. 9:6               “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.”
Wij kunnen er zeker van zijn, dat God al Zijn beloften te Zijner tijd in vervulling zal doen gaan.
2 Kor. 1:20           “Want hoeveel beloften Gods er ook zijn, in Hem is het: Ja; daarom is ook door Hem het: Amen (d.i. het zij zo!), tot eer van God door ons.”  

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER

A. Klein


[1] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar.

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Boek/studiebespreking, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Opwekking, Studie van E van den Worm, Wederkomst van Christus en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s