Opeenvolgende profetische gebeurtenissen voorafgaand aan het einde van de huidige tijdsbedeling (deel 9)

Klik op één van de onderstaande delen als u die (ook) wilt lezen:
deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7, en/of deel 8 

De eschatologische rede van Jezus[1]

(volgens Markus 13, Mattheüs 24 en Lukas 21) 

De inleiding tot deze rede: de afbraak van de tempel

Het is van de grootste betekenis om te weten in welke tijd wij leven om trouw in de dienst van de Here te (blijven) staan. Wij leven “in het einde der tijden”.
Deze uitdrukking vinden wij op verschillende plaatsen, zowel in het Nieuwe, alsook in het Oude Testament:

  • 1 Timótheüs 4:1 – “in de laatste tijden”
  • 1 Petrus 1:5 en Judas 1:18 – “in de laatste tijd”
  • Jesaja 2:2 en Ezechiël 38:16 – “in het laatste der dagen”
  • Handelingen 2:17, Jakobus 5:3 en 2 Timótheüs 3:1 – “in de laatste dagen”
  • Daniël 10:14 – “in later tijd (letterlijk: aan het einde van de dagen)(HSV)
  • 1 Johannes 2:18 – “de laatste ure (HSV: het laatste uur)

Wij kunnen al deze tekstgedeelten ook vergelijken met 1 Korinthe 7:29, waar staat dat “de tijd beperkt (of: kort) is”.
Wij dienen dit goed te verstaan. Dit leven “in het laatste der dagen” houdt niet in dat wij 60 minuten of 48 uur van de ontknoping af zijn. Het gaat hier niet om een chronologische tijdsbepaling, maar om de “kwalificatie (d.i. het benoemen of aanduiden) van onze tijd”! En dit op zichzelf is belangrijk genoeg!
Deze profetische rede van Jezus werd, volgens Markus, uitgesproken nadat de Here in de tempel had gesproken over “het penningske van de weduwe” en Hij deze tempel alweer had verlaten (zie Mark. 12:41-44, 13:1). De discipelen zeiden toen tot Hem: “Meester, kijk, wat een stenen en wat een (grote) gebouwen!” (Mark. 13:1b, HSV). Dan volgt als begin van deze rede een “oordeelsprediking”: “Er zal niet één steen op de andere steen gelaten worden die niet afgebroken zal worden.” (Mark. 13:2b)
Hoewel deze woorden in eerste instantie wezen op de verwoesting van de Joodse tempel die, bij de verovering van Jeruzalem, in het jaar 70 na Christus gebeurde, toch staan zij, profetisch gezien, in nauw verband met komende “oorlogen”, tot “weeën”, die horen bij “het begin van de smarten (HSV: weeën)(zie Mark. 13:7-8b). Immers, deze afbraak van de tempel, alhoewel geschied door mensenhanden, vormde een oordeel van God!
Jezus had gewezen op het feit, dat Zijn komst in deze wereld van beslissende betekenis is en de Schrift leert ons: “nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de (voor)vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken DOOR DE ZOON” (Hebr. 1:1, HSV). De houding die wij tegenover Hem, de Zoon, aannemen, is beslissend zowel voor tijd als voor eeuwigheid. Dit ondervonden destijds ook de Joden, want de tekenen in de natuur wisten zij wel betekenis te geven (zie Luk. 21:29-30), maar de bijzondere tijd, waarin zij destijds leefden en waarnaar velen van hun (voor)vaderen reikhalzend hadden uitgezien, werd door hen niet onderkend, waardoor ook het oordeel van God over hen en hun tempel kwam (zie Matth. 24:32-35 en Mark. 13:28-31).
Wanneer wij ons enigszins indenken wat voor de Joden de tempel destijds betekende (niet minder dan het hart, dat toen in het volk klopte), dan kunnen wij ons eveneens indenken dat dit woord van de Here Jezus, over het afbreken van de tempel, voor Zijn discipelen “buitengewoon en heftig” moet zijn geweest. Maar God had die tempel, met mensenhanden gemaakt, niet nodig; er zou een andere tempel verrijzen: de Gemeente van Jezus Christus, waarin Hijzelf wonen zou in al Zijn volheid[2]. Dat de Here Jezus in dit verband de tempel te Jeruzalem verliet, krijgt zodoende in profetisch licht de diepste betekenis! Wat is een tempel zonder Hem anders dan… een gewoon leeg huis?! Jezus’ woorden over deze afbraak van de tempel vormden toen de inleiding tot Zijn profetische rede, die naar het grote en grootse einde (van deze huidige tijdsbedeling) wijst.
Markus 13 en Lukas 21 gaven er al aanleiding toe om deze aangekondigde verwoesting te zien in “eschatologisch verband”[3], vandaar het vragen naar een “teken wanneer al deze dingen in vervulling zullen gaan (SV: voleindigd zullen worden) (zie Mark. 13:4).
Dit vroegen 4 van Jezus’ discipelen, in de Bijbel met name genoemd, namelijk Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas, tot wie Hij Zijn rede verder hield. 

De nadere uitleg over deze tempelafbraak, en de gebeurtenissen die hiermee samenhangen, reiken tot aan de wederkomst van Jezus Christus, de Zoon des mensen. In deze rede van Jezus wordt de nood, die aan de wederkomst (in het Grieks: “parousia”[4]) voorafgaat, uitvoerig beschreven. Ook de grote verdrukking, die vlak voor deze (zichtbare en dus lijfelijke) wederkomst van de Here Jezus geschieden zal, wordt – met alle daaraan gepaard gaande verschrikkingen – geschetst.
In deze rede van Jezus onderscheiden wij de volgende verdelingen, te weten:

  • het begin van de smarten of weeën (zie Mark. 13:5-13);
  • de grote verdrukking: satans hoogtepunt en de grote ommekeer (zie Mark. 13:14-25);
  • de parousia – de wederkomst van Christus, de Zoon des mensen (zie Mark. 13:26-27);
  • twee gelijkenissen, die van de vijgenboom (zie Mark. 13:28-32) en die van de deurwachter (zie Mark. 13:33-37).

KLIK HIER als u deze studie (deel 9) verder wilt lezen.

C.J.H. Theys
Enigszins bewerkt door A. Klein

 

KLIK HIER als u deel 10 van deze vervolgstudie wilt lezen.

  • Zie eventueel ook nog ons schema met het te verwachten Eindtijdscenario (met studieverwijzingen).

[1] Eschatologie = De leer van en/of de onderwijzing over het einde van de wereld en het laatste oordeel.
[2] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens:een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader”, van E. van den Worm.
[3] Zie noot 1.
[4] Het Griekse woord “parousia” = Glorieuze verschijning: wederkomst van Christus in macht en majesteit op het einde der tijden.
Uit de Studiebijbel:
Het zelfstandig naamwoord parousia betekent (1) ‘aanwezigheid, tegenwoordigheid’, en (2) ‘komst, aankomst’. Afgeleid van par-eimi ‘zijn (bij), aanwezig of tegenwoordig zijn’ houdt de 1ste betekenis in ‘het ergens zijn of aanwezig zijn’, d.w.z. de aanwezigheid of tegenwoordigheid van een persoon op een bepaalde plaats. Zo lezen we bijv. in Filip. 2:12 over Paulus’ tegenwoordigheid, in tegenstelling tot zijn afwezigheid, en in 2 Cor. 10:10 over zijn persoonlijke aanwezigheid, dit in tegenstelling tot contact dat hij met zijn lezers heeft via zijn brieven.
In de 2de betekenis gaat het om het naar iemand of iets toekomen (vandaar ‘toekomst’ in sommige vertalingen) en er dan zijn, dus ‘komst’ om te blijven. … In het buitenbijbelse Grieks wordt het woord speciaal gebruikt voor de officiële komst van een koning naar een bepaalde stad of streek in zijn rijk. In het NT wordt het woord in het bijzonder gebruikt voor de ‘komst’ van Jezus Christus en dan gaat het niet om Zijn (1ste) komst in het vlees, maar steeds om Zijn (2de) komst IN HEERLIJKHEID, Zijn wederkomst aan het einde der tijden (zie bijv. Matth. 24:3, 2 Thess, 2:8, 1 Joh. 2:28).
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Eindtijdstudie, Studie van CJH Theys, Wederkomst van Christus en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s