Daniel, hoofdstuk 2: De 1ste droom van Nebukadnezar: HET BEELD

(Actueel vanwege het antichristelijke tijdperk van “voeten en tenen”)

beeld Nebukadnezar

In het jaar 1492 voor Christus kwam Israël (alle 12 stammen) uit Egypte (naar het beloofde land Kanaän)[1]. (Het huis van) Juda ging in 70-jarige ballingschap in het jaar 606 voor Christus. De verlossing uit de Babylonische gevangenschap door Kores was in het jaar 536 voor Christus (zie Dan. 1:21 + de uitleg hierbij). Vanaf 1492 voor Christus was (het huis van) Juda, zoals vermeld, uit Egypte. Dus, 886 jaren lang (van 1492 tot 606 voor Christus) was het Jodendom een theocratie geweest; dit wil zeggen, een volk dat door God werd geregeerd. In ballingschap zouden zij beseffen wat het zeggen wilde om geregeerd te worden door een heidense vorst!

De ‘tijden der heidenen’

Toen Israël en later Juda volledig ten onder gingen onder heidense suprematie[2], begonnen de door Gods Woord genoemde “tijden der heidenen” (zie Luk. 21:24, SV). Nebukadnezar was tijdens het gebeuren, beschreven in Daniël hoofdstuk 1, nog geen alleen-regerende monarch; maar in de tijd, waarin hij zijn droom kreeg, was dit wèl het geval.
De “tijden der heidenen” begonnen, toen Nebukadnezar een alleen-regerende vorst in Babel werd. Deze “tijden der heidenen” duren thans nog voort. En het einde van deze periode valt samen met het einde van deze huidige (tijds)bedeling; namelijk die van de Gemeente of die van de Heilige Geest[3]. De antichristelijke periode van 3½ jaar – “1260 dagen” ofwel “42 maanden” ofwel “een tijd en tijden en een halve tijd” – genoemd in het Boek Openbaring (zie respectievelijk Openb. 11:3+12:6, 11:2+13:5 en 12:14), is dus de afsluitingstijd van deze “tijden der heidenen”.
Voor de kinderen van God is het thans weliswaar de tijd van genade, de tijdsbedeling van de Gemeente, of die van de Heilige Geest (zie noot 2), maar in het groot bezien is deze bedeling van de tijd een onderdeel van de “tijden der heidenen”. Dit is een apart onderwerp in Gods raadsplan van verlossing en daarom van GROOT belang.
ALLES, wat zich in deze laatste dagen, waarin wij leven, afspeelt, staat in het “teken van het heidendom”. De geest van deze tijd is absoluut heidens in vorm en gedaante… ook al geeft men zichzelf het etiket “Christelijk” of “Nationaal Christelijk”.
Profetisch gezien leven wij in “de tijd van de Gemeente van Laodicéa”. Als u de brief aan deze Gemeente in Openbaring 3 leest, wordt u overtuigd van de grote afval, die er nù al in het Lichaam van Christus is. Het merendeel van het Christendom – de Bruidskinderen (zij die behoren tot de zgn. Bruidsgemeente) niet te na gesproken – zegt: “Wij zijn rijk en steeds rijker geworden en wij hebben aan niets gebrek… zie onze prachtige kathedralen, onze rijke behuizingen”. In Gods ogen is men (geestelijk gezien) echter “arm, blind en naakt” (zie Openb. 3:17). Dit is in het algemeen de toestand in de Gemeente. Als die in de Christelijke Gemeente al zo is, hoe zal die dan in de wereld wel niet zijn.
Op Babylonisch-heidense leest is eveneens de zich thans openbarende “Oecumenische Beweging”[4] geschoeid. De “Wereldraad van Kerken” openbaart reeds nu haar “Babylonisme”: ze vervolgt nu reeds IN bepaalde delen van deze wereld Christenen en kerken, die zich niet willen aansluiten bij haar “oecumene”. Mede hieraan merken wij, dat deze “Oecumenische Beweging” antichristelijk is in al haar vormen. Christus heeft NOOIT gedwongen; God vraagt een vrijwillig volk, dat Hem in liefde dienen en volgen wil. Hiertoe roept Hij de mensen en heeft Hij gezegd: “Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.” (Joh. 8:36)
God liet mij jaren geleden al zien, dat de “Wereldraad van Kerken” niet deugt! Het komt er voor de Kerk (ofwel: Gemeente) van God – zich tegenover deze “Wereldraad” stellend – op aan om te durven blijven staan op het standpunt van Gods Woord. Deze “Wereldraad van Kerken”, die zogenaamd alles wil brengen onder haar vleugelen, wordt door Gods Woord vergeleken bij “zeven vrouwen die één man vastgrijpen” (zie Jes. 4:1a).
Een “vrouw” staat in Gods Woord zinnebeeldig voor “Gemeente” en “leer”. Al die kerken willen bij elkaar komen, maar zij willen allen, ieder voor zich, het hunne houden en zeggen tegen deze “man”: – eerst de personificatie van de antichristelijke, Babylonische geest en later de antichrist zelf – “Ons eigen brood zullen wij eten en met onze eigen kleren zullen wij ons kleden. Laat ons slechts uw naam mogen dragen” (Jes. 4:1b). Met andere woorden vragen ze hier: Onze eigen concepties (d.i. ideeën, opvattingen of denkbeelden) van het Woord zullen wij blijven hebben; ook zullen wij onze eigen ceremonies houden, maar laat ons enkel onder uw naam verenigd worden. Hoe deze groepering zich ook noemen wil, uit Gods Woord weten wij, hoe God haar noemt: “Het grote Babylon, de moeder van de hoeren (SV: de moeder der hoererijen) en van de gruwelen van de aarde” (Openb. 17:5b). De tijd zal leren in welke mate en hoedanigheid ze haar antichristelijke vanen[5] zal ontplooien. Wees daarom wakende en biddende, vraag God om geopende ogen en neem niet alles voor “zoete koek” aan! Wij moeten ons niet beraden op wat “men” wel zegt, al is die mens nog zo hoog gezeten, maar wat God in Zijn Woord zegt. Als alles om ons heen faalt en valt en niet meer is, BLIJFT HET WOORD VAN GOD NOG STAAN!
God heeft Israël en Juda overgeleverd in de handen van de heidenen, omdat ze de weg van de Here verlieten, op de hoogten rookten (HSV: op alle offerhoogten reukoffers brachten, zoals de heidenvolken) en zich keerden tot de bossen (HSV: tot de gewijde palen) en tot heidense ceremonies, waarbij zij afgoden aanbaden in plaats van de levende God (zie o.a. 2 Kon. 17:9-11 en 2 Kron. 24:18). Als wij dit zo overdenken, kan men tot de verkeerde conclusie komen, dat God ons ook het kwade geeft. Zo is het echter niet. Het is de taal van de Schrift, die men moet leren verstaan. God kan Zich niet bemoeien met iemand, die niets van Hem weten wil. God dwingt de zondaar niet om op zijn knieën te vallen, omdat dit niet in harmonie is met Zijn eigen uitspraken: “Wat gij niet wilt, dat u geschiedt, doe dat ook aan een ander niet”! (in bevestigende zin komen deze woorden voor in Matth. 7:12 en Luk. 6:31). God zèlf geeft in dit opzicht nummer één het voorbeeld. Maar het geval is, dat God Zijn hand van degenen, die niet willen, terugtrekt, en dan worden dezulken een prooi van satan, van zonden en de zondemacht. Zó is het ook in het groot; als volkeren niet willen luisteren en zich afkeren van de waarheid en bij al hun plannen God buiten de deur laten staan, trekt God Zijn hand terug van die volkerenmassa’s en worden ze een prooi van satan en zijn horden.

KLIK HIER als u deze ‘vers voor vers’ studie (hoofdstuk 2 van Daniël) verder wilt lezen of downloaden.

CJH Theys[6]
Bewerkt door A. Klein

  • Voor Daniël hoofdstuk 1 (+ inleiding): KLIK HIER

*******************************

[1] Zie de PDF voor deze noot (vanwege de lengte hier niet geplaatst)
[2] Suprematie = Oppergezag (of: hoogste gezag) en/of oppermacht (of: hoogste macht).
[3] De periode van het begin (of het ontstaan) van de Gemeente, die plaatsvond/doorbrak NA de UITSTORTING van Gods Geest op het Pinksterfeest (zie Hand. 2:1-4). Een periode van in totaal 2000 jaar.
[4] Oecumenische Beweging = Beweging die de verbroedering van de verschillende christelijke kerken nastreeft.
>>> Zie eventueel de studie De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17 van E. van den Worm.
[5] Vanen (meervoud) = Vaan (enkelvoud) = Letterlijk: Een vaandel. Denk bijvoorbeeld aan een (deel van het) leger dat onder één vaan (vaandel) optrekt; of aan het gezegde: ‘de vaan van de opstand planten’ (d.i. opstand teweegbrengen).
[6] KLIK HIER voor meer informatie over Bijbelleraar CJH Theys.

.

NOOT A. Klein
Degenen die misschien liever niet willen wachten op het vervolg van deze vernieuwde, digitale versie van Daniël, kunnen wij verwijzen naar de oorspronkelijke, complete (gescande) studie.
Ik spreek de hoop uit dat de inhoud van deze (nog ONbewerkte) studie voor velen tot geestelijke zegen mag worden.

  1. Daniël, deel 1 (hoofdstuk 1 t/m 3) KLIK HIER
  2. Daniël, deel 2 (hoofdstuk 4 t/m 8) KLIK HIER
  3. Daniël, deel 3 (hoofdstuk 9 t/m 12) KLIK HIER

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Israël/huis van Israël, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Uitleg over het boek Daniël en getagged met , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s