Het ‘Onze Vader’ (2): ONZE Vader – geen enkelvoud, maar meervoud

Inleiding (1 – klik HIER)

  • Onze Vader,
  • Die in de hemelen zijt!
  • Uw Naam worde geheiligd.
  • Uw Koninkrijk kome.
  • Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
  • Geef ons heden ons dagelijks brood.
  • En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
  • En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze;
  • Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Amen.

Het Onze Vader

“Onze Vader”

Geen enkelvoud, maar meervoud

Het eerste woord van het “Onze Vader” stelt ons al dadelijk voor een verrassing. Het laat ons meteen zien, dat Gods gedachten over het ware bidden anders en hoger zijn dan onze gedachten. Wanneer ik het zou moeten aangeven, dan zou ik zeggen: het volmaakte bidden geschiedt in het enkelvoud, maar Jezus zegt: het volmaakte bidden geschiedt in het meervoud. Voor ons is bidden de aller-individueelste expressie van de aller-intiemste beweging van het innerlijke leven. Daar kan dan moeilijk een ander in betrokken worden. Bidden is, zouden wij zo zeggen, meer een zaak van het individu dan van de gemeenschap. Naar mate een gebed meer van het individuele, persoonlijke verliest, verliest het ook aan geest en aan kracht. Wij zouden daarom ons beste bidden willen laten aanvangen met: “Mijn Vader” en niet met “Onze Vader”. Het ware bidden is immers de ontmoeting tussen God en de enkele mens. Mede daarom – zij het ook niet alleen daarom – voelt een mens zich gegeneerd (hij schaamt zich) als hij merkt dat een ander, zonder dat hij het weet of wil, getuige is van zijn bidden. Met het bidden is het naar onze mening zoals het was op de Grote Verzoendag. Dan ging de hogepriester geheel alleen achter het voorhang van het Heilige der Heiligen om God te ontmoeten.[1] Als ik bid dan kan niemand met mij mee gaan. Die gang maak ik alleen in het binnenste heiligdom waar ik dan God ontmoet.

En – nu begint de Heer Jezus in het meervoud: “gij dan bidt aldus: Onze Vader…” Ik word dadelijk van de aanvang af boven mezelf uitgetild. Intimiteit is goed, maar heeft ook altijd een anderen-uitsluitende, egoïstische tendens in zich. In mijn bidden mag ik niet alleen met mijzelf, met mijn eigen noden en zorgen bezig zijn. Daarom maakt Jezus ons los van onszelf als wij gaan bidden en zet ons in een veel bredere levenssfeer, waarin ook het leven en de belangen van anderen zijn opgenomen. Een mens is nooit alleen en mag nooit alleen zijn, ook niet wanneer hij bidt. Ik ben nooit alleen maar individu zonder meer, doch altijd deel van een geheel, stuk van een gemeenschap, lid van een lichaam. Het egocentrische zit ons zo diep in het bloed. We draaien altijd om onszelf heen, tot in het bidden toe. En daar maakt Jezus nu een einde aan. Hij zegt: bidden is alleen mogelijk vanuit de gemeenschap; daarom Onze Vader”. God is van niemand alleen. En God is tegelijk van een ieder geheel, Hij is niet mijn God. En Hij is niet uw God. Hij is onze God. Hij is niet der Joden Vader. Hij is niet van het Oosten en Hij is niet van het Westen. Hij is ons aller God en Vader. Wij hebben altijd de neiging God geheel voor onszelf op te eisen. De Joden staan in de geschiedenis voor ons als het klassieke en tegelijk waarschuwende voorbeeld van deze zonde. We leggen beslag op God. We doen alsof en denken dat Hij voor ons alleen en voor ons in het bijzonder bestaat. Het kapitalisme komt ook in het geestelijke voor. Wij willen God zo vaak tot ons privaat bezit maken. En dan dat geestelijk bezit hoogstens bij wijze van erfenis doorgeven en mededelen aan onze kinderen of mensen, die ons zeer nastaan. Jezus breekt die boei van de zelfzucht en leert ons: Onze Vader”. Een ogenblik kunnen wij het betreuren, dat we in ons bidden God met zoveel anderen moeten delen. Maar in werkelijkheid maakt het ons rijk. Gelijk alle delen rijk en alle zelf-beslotenheid arm maakt. U dacht misschien, dat u met uw zorgen en zonden geheel alleen stond. Dat er niemand was die het zo moeilijk had als u, die zoveel kwaad had gedaan als u. Jezus zegt nu: Er zijn velen met u, die er precies aan toe zijn zoals u. Er is geen vraag of anderen hebben die ook, er is geen schuld of anderen hebben die ook, er is geen gevaar of anderen delen dat met u. Daarom als u bidt en tot God komt met al wat u drukt, zeg dan: “Onze Vader”. Er is geen gemeenschap met de Heilige Geest mogelijk zonder gemeenschap der heiligen. Die twee hangen onderling wezenlijk samen. Wie “Vader” wil zeggen, moet eerst “onze” leren zeggen. Wie God vindt, vindt ook de kinderen Gods. Wie tot God gaat vindt niet alleen een rijke hemel, maar ook een rijke aarde. Wie de Vader heeft, heeft ook het gezin van de Vader. De bidder vindt een dubbele gemeenschap: verticaal naar God toe; horizontaal over de aarde naar de mens toe. Herinnert u zich, dat we afgesproken hadden dit gebed te zullen bidden – woord voor woord – en dat we niet tot het volgende woord zouden overgaan eer we met het voorgaande werkelijk klaar waren? Welnu – komt dit “onze” u natuurlijk en vanzelfsprekend uit het hart? Kent u ze en hebt u ze lief die mensen met wie u de Vader deelt, die in uw mond dat “onze” wettigen?

Jezus zegt, dat we, als we de kleine tamieion binnengaan, de deur moeten sluiten. Hij wil ons daarmee dit leren: zorg dat u ongestoord en stil met God kunt verkeren. Zorg er ook voor, dat u in geen enkel opzicht met uw vroomheid praalt. Wees er voorzichtig mee, dat u uw gebed zoudt gebruiken om uzelf een geestelijke pluim op de hoed te steken. Pas op, dat u niet voor vromer kunt worden aangezien dan u bent; doe daarom uw binnenkamer op slot. Maar dat wil niet zeggen, dat we de mensen uit onze binnenkamer moeten of mogen uitsluiten. Integendeel. Als de deur van de binnenkamer achter me dichtgaat dan mag er niemand ter wereld zijn, die ik uitsluit om de gang tot God met mij te gaan. Laat daarom niemand buiten staan. Voelt u wat ik bedoel? Ik moet mijn medemensen zo op het hart dragen, dat ik ze zonder uitzondering graag tot God breng. Heb ik een mens uit mijn hart, uit mijn liefde gebannen, dan komt God in die binnenkamer niet in mijn hart. Snijd ik van mijn kant de gemeenschap met enig mens door, dan zal ik de gemeenschap met God tevergeefs zoeken. God en Zijn mensen, de Vader en Zijn kinderen zijn niet van elkander te scheiden. Wie één van Gods kinderen verstoot, wordt door God verstoten. Wie de gemeenschap der heiligen breekt, zal de gemeenschap met de Heilige verliezen. God kan en wil niet wonen in een hart, waarin aan één van Zijn mensen een plaats wordt ontzegd. U bent uw binnenkamer ingegaan in de hoop God te vinden en daarin gelukkig te worden. Maar in plaats daarvan merkt u met angst en ellende, dat u God verloren hebt, dat het gebed dood is en dat u tevergeefs tracht de gemeenschap met God te ervaren. Nooit kom ik toe aan het rijke “Vader, Die in de hemelen zijt”, als ik niet eerlijk en liefdevol ben in het “Onze”. Het doet er niet toe, waar die mens leeft, of hij huisgenoot is of aan de Noordpool leeft, het doet er niet toe wat die mens gedaan heeft, of hij goed of slecht voor u geweest is; het doet er niet toe wat hij gelooft, of hij christen of mohammedaan is – als er enig mens is die ik haat, tegen wie ik weerzin heb, die ik uit de liefde van mijn hart verbannen heb, dan verbergt God Zijn aangezicht voor mij, dan wijkt de Heilige Geest uit mijn hart, dan sterft het bidden me op de lippen weg – en God laat Zich niet vinden eer ik me in liefde heb veranderd. Nu stel ik u de dubbele vraag, waarover ik reeds eerder sprak: KUNT u dit “Onze” eerlijk bidden zonder iemand uit te sluiten? WILT u het eerlijk bidden zonder iemand uit te sluiten? Zegt u hierop “ja”, dan mag u doorgaan en ook zeggen “Vader, Die in de hemelen zijt”. Is het “neen”, dan snijdt u zelf de mogelijkheid tot bidden en omgaan met God bij de wortel af.

De schelp

God is te groot dan dat een mens Hem noemen kan. Eens heeft God tot een mens gezegd: “Wat vraagt gij Mijn Naam, Die is toch maar Wonderlijk”.[2] Hoe zou een enkel woord – broos vat, gemaakt op de draaischijf van mijn stofgebonden denken – de Eeuwige kunnen bevatten en dragen? Kan ik in een bekertje de zee dragen? Zo min kan God geborgen worden in een woord, een naam. Als kind hadden we er plezier in schelpen – hoorntjes noemden we die – dicht tegen ons oor te houden. We hoorden er dan de zee in. En inderdaad, als men een schelp tegen het oor houdt dan hoort men het diepe, verre ruisen van de zee. De zee leeft en spreekt in die schelp. Zo is het nu ook met de namen, die we aan God mogen en moeten geven. Het zijn kleine, broze schelpen. Een kind kan ze hanteren. Maar in die schelpen leeft een wonder. De hele zee is er in. Een schelp moet echter niet gemaakt zijn. Als een mens een schelp van kalk maakt, is ze dood, doof, de zee zingt er niet in. De zee zingt alleen in de schelpen, die door God zelf gemaakt zijn. Zo leeft God ook alleen in de namen, die Hij Zichzelf gegeven heeft. Ik weet van God niets. Hoe zou het ook kunnen? Ik ken mezelf niet, ik weet niet wat de stof is, wat geest is, wat het wezen der geschapen dingen is. Hoe zou ik dan kunnen opklimmen tot de Ongeschapene, Die de Schepper is van alles? Zo min als ik met mijn hand de sterren van de hemel kan plukken, zo min kan mijn denken en weten reiken om tot God te komen. God kan alleen zeggen wie Hij is. Eén is er geweest, Die alle dingen wist. Die wist wat de mens was en de ziel, Die wist wat goed was en kwaad, Die de weg kende en hem wilde wijzen: Jezus. Die wist ook wie God was. Hij was tot God opgeklommen, omdat Hij van God was nedergedaald. En Jezus zegt tot ons: gij dan bidt aldus: “Onze Vader”. Dit is de grote Naam. God doet Zich in de Bijbel van veel kanten kennen. En daarom heeft God ook veel Namen in de Bijbel. Als ik ze alle wilde noemen, dan kon er dit artikel mee gevuld worden. Maar dit is de Naam die boven alle naam is.

  • U moet u nu maar eens rustig indenken wat dat zeggen wil, dat u tot de eeuwige God, Die het heelal geschapen heeft en onderhoudt, zeggen mag: Vader.
  • U moet u maar eens indenken welke bronnen van liefde en zorg er dan worden blootgelegd.
  • U moet u maar eens indenken en doordenken welke krachten en heerlijkheden daarin tot uw beschikking staan.
  • U moet maar eens doordenken, wat het zeggen wil, dat u dus Gods kind mag heten, dat u ook Gods kind moet kunnen heten.
  • U moet uzelf maar eens afvragen of er dan nog plaats in uw leven mag zijn, kan zijn voor vrees, bezorgdheid, ongehoorzaamheid.
  • U moet maar eens nagaan hoe de toekomst zich aftekent als u dit vasthoudt: Hij die de toekomst bouwt is mijn Vader.
  • U moet u maar eens bezinnen of er dan nog plaats en reden is voor zelfverachting of minderwaardigheidsbesef.

Wie een goede aardse vader heeft of had, die wordt in zijn overdenking goed geholpen. Die kan de sprong beter maken naar de hoogte van Gods volmaakte Vaderschap. Wie Vader zegt, zegt: zorg, liefde, trouw, kracht, leiding, opvoeding. Dat alles ligt in de Vader-naam.[3] Dat alles ligt volmaakt in de hemelse Vader voor u en voor mij. Maar – wie Vader zegt, zegt ook: gehoorzaamheid, vertrouwen, overgave, verwachting. Wie deze Naam werkelijk met het hart zegt en in waarheid, bij die wordt alle opstand, ongehoorzaamheid, maar ook alle kleingeloof en wantrouwen totaal verslonden. In dit ene woord ligt alles. Daarin ligt geopenbaard: onze oorsprong: we zijn uit God en door God. Daarin ligt: Hij heeft ons lief; Hij zorgt voor ons. Daarin ligt ook: Hij vergeeft graag en vaak; Hij is geduldig, genadig. Daarin ligt: Hij voedt ons op en maakt ons tot het leven bekwaam. Daarin ligt al Zijn liefde en wijsheid en kracht en genade. Maar al wat wij van onze kant moeten zijn en van ons gevraagd wordt ligt daar ook in besloten.

De grote Naam

Alle bidden wordt door de Here Jezus aan twee voorwaarden gebonden: geloof en gehoorzaamheid. Daar kom ik later nog op terug. Het “Onze Vader” staat in Matthéüs 6:9-13. Het zit ingeklemd tussen de verzen 8 en 14. Vers 8 vraagt geloof. Vers 14 vraagt gehoorzaamheid. Zo hangt Jezus alle bidden op aan die twee steunpunten in onze ziel: geloof en gehoorzaamheid. Als ik niet geloof, God niet vertrouw, dan is mijn bidden onzin, dwaasheid, quasi-vrome grimas. Als ik God niet gehoorzaam ben en ook niet van plan ben Hem te gehoorzamen, is het bidden: God verzoeken, God voor-de-mal willen houden, leugen, aanfluiting. Geloof en gehoorzaamheid zijn de twee kussenblokken, waarop de as van het geloof rust en draait. Als u hier meer over wilt weten, lees dan na wat Jezus erover zegt in Johannes 14 tot 16. Bidden zonder geloof is dode vorm. Bidden zonder gehoorzaamheid is vloeken. Welnu, die twee: geloof en gehoorzaamheid, zijn ook meteen gegeven in de Vader-naam. Als ik Vader zeg en ik zeg het met mijn hart, dan opent zich daarin een bron van onuitputtelijk vertrouwen. Hij kent me en weet alles en heeft alles. Ik kan rustig en verzekerd zijn. Mij zal niets ontbreken. Hij zal mij vergiffenis schenken. Hij zal over mij waken. Hij is mijn “Vader”. Maar tegelijk ook smelt, in het eigen ogenblik dat ik God oprecht en in waarheid Vader ga noemen, uit mijn hart weg alle hoogmoed, eigenwaan en eigenwilligheid.

  • Er is maar één wil, Zijn wil.
  • Er is maar één wet, Zijn wet.
  • Er is maar één weg, Zijn weg.

Want Hij is toch “onze Vader”. Hij mag voorgaan, ik zal volgen. Hij mag bevelen, ik zal gehoorzamen. Hij mag leiden, ik zal vertrouwen. “Onze Vader” wil zeggen: Al het Uwe is het mijne, o Heer. “Onze Vader” wil ook zeggen: Al het mijne is het Uwe, o Heer. In deze Naam, als in een heilig vuur, wordt alle zorg, maar ook alle zonde versmolten en verbrand. En nu stel ik u de twee bekende vragen: Kunt u dit bidden met een eerlijk hart? Wilt u het bidden dwars tegen alle eigenzin en eigenwil in: “Onze Vader”? Wie “Onze Vader” zegt, begon misschien te bidden, zwak, wantrouwend, angstig, opstandig. Maar deze Naam bleek een grote kracht en wekt onze ziel tot nieuw en heerlijk leven. Heer, leer ons bidden: “Onze Vader”.

Ds. J.H. Sillevis Smitt (1897-1975)[4]

  • NOOT A. Klein: Wordt vervolgd. Aan het eind (van 10 delen) komt er een PDF voor degenen die het artikel willen downloaden of printen.

********************************************************************

[1] Voor meer uitleg over de (ook geestelijke betekenis van de) belangrijke taak van de hogepriester in het Heilige der Heiligen, op de Grote Verzoendag etc., zie onze gratis studie Christus in de Tabernakelvan CJH Theys. (noot AK)
[2] Zie Richteren 13:18.
[3] Zie eventueel onze gratis studie Wat de Schrift zegt over onze almachtige God (en Vader) van E. van den Worm. (noot AK)
[4] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over wijlen Ds. J.H. Sillevis Smitt. (noot AK)
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Bidden/Gebed, Nuttige studie als 'basiskennis', Woord en Geest en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s