Het ‘Onze Vader’ (7): Geef ons heden ons dagelijks brood

Inleiding (1 – klik HIER)

  • Onze Vader, (2 – klik HIER)
  • Die in de hemelen zijt! (3 klik HIER)
  • Uw Naam worde geheiligd. (4 – klik HIER)
  • Uw Koninkrijk kome. (5 – klik HIER)
  • Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde. (6 – klik HIER)
  • Geef ons heden ons dagelijks brood.
  • En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
  • En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze;
  • Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Amen.

Het Onze Vader

“Geef ons heden ons dagelijks brood”

Het gewone leven

Christelijk geloof zweeft niet als een mooie droom boven het leven, maar staat als een werkende kracht in het leven. De ware christen is niet wereld-vreemd, maar staat met beide benen midden in de werkelijkheid en neemt ten volle deel aan de strijd die daarin gaande is tussen goed en kwaad. Het leven met Christus is daarom een door en door natuurlijk leven.
Die mens is de ware christen, die een natuurlijk, gewoon, echt mens geworden is. De onnatuurlijkheid galmt waarlijk niet alleen van de preekstoel, maar kunt u helaas overal bij christenen vinden.
Maar… wat niet natuurlijk is, is niet christelijk. De zondige mens is de onnatuurlijke mens. De nieuwe mens[1] is de gewone, echte, natuurlijke mens.
Het “Onze Vader” nu is een zeer natuurlijk gebed. U vindt er niet één irreële frase in. Het begon zijn vlucht wel zeer hoog, bij God in de hemel – “Uw Naam worde geheiligd” – maar het heeft ook oog en oor voor de gewone dingen van het leven, die toch zo uitermate belangrijk zijn. En daarom gaat dat gebed nu spreken over het “dagelijks brood”.
Jezus heeft ons een godsdienst gegeven, waarmee we – als ik het zo zeggen mag – kunnen opstaan en naar bed gaan, kunnen eten en drinken, kunnen werken en rusten.
Hij is de Heer-van-alle-dag en van alles in die dag. Hij is met ons in de binnenkamer en op de preekstoel, maar niet minder op kantoor en in de tuin en in de huiskamer en in de slaapkamer.
Jezus zegt nu: “Geef ons heden ons dagelijks brood”. Hij sprak voor arme vissers en kleine boeren, voor sandalenmakers en timmerlui, die allen hard voor hun brood moesten zweten en vechten. Jezus kende de vreselijke dreiging van armoe, gebrek, ondergang.
Hij kende ook de brood-angst, die de mensen zo diep in de botten zit. En nu zegt Hij: “Wees maar niet bang; kom maar met die brood-vraag tot God, de Vader; kom maar met elke nood en iedere levensvraag tot Hem als Zijn kind, in vertrouwen. Leg het alles maar in Zijn trouwe en sterke handen; daar is het veilig”.
Deze bede zet ons midden in het gewone leven. Maar dit gewone leven is helemaal niet gewoon. Het is een buitengewoon hard leven. Het is een taaie strijd met een stugge aarde, die niet bereid is voedsel voort te brengen tenzij de mens haar eerst besproeid heeft met zijn zweet en bearbeid met zijn krachten. Er is ook in dat leven een, tot het uiterste toegespitste, concurrentie. Men gunt elkaar het brood niet. We noemen dat brood-nijd. Er hoeft niet zo heel veel te gebeuren of de aarde draagt haar vruchten niet; een kleine klimatologische onregelmatigheid en de mensen sterven als ratten. Er hoeft niet zo heel veel te gebeuren of u bent uitgerangeerd uit het leger der werkers, die eten kunnen omdat ze werken kunnen. Dat leerde de malaise.
Deze bede brengt ons tot de ootmoedige erkentenis van dit alles. Wie dit bidt erkent: “Vader, ik ben diep afhankelijk; ik kan mijn leven niet in stand houden; ik ben van zoveel en zovelen afhankelijk, maar uiteindelijk en ten diepste en IN ALLES ben ik afhankelijk van U. Het leven is alleen uit U en daarom is het leven ook alleen door U. Zonder U, en Uw gaven kan ik niet leven, geen dag. Van U zijn alle dingen; van U, o God, alleen”.
Nu de Heer in deze bede ons gewone leven onder de gebedskring brengt, begint Hij met het lichaam. Let goed op de orde. Eerst is in het gebed God aan de orde, dan pas de mens. Dat is mooi. Dat kan ook niet anders. Er kan pas op aarde sprake zijn van genoegzaam brood en van zieleblijdschap als de band met God hersteld is. Er is alleen mensenleven mogelijk en mensengeluk mogelijk, als de duivel gebannen, de zonde gebroken en God tot Zijn plaats en Koningschap gekomen is. Er komt weer genoegzaam brood voor allen, als Zijn wil geschiedt op aarde, gelijk in de hemel. En als dan de mens aan de orde komt in het gebed, dan wordt eerst tot God gebracht zijn lichaamsnood en daarna zijn zielenood.
Ons lichaam heeft aan zichzelf niet genoeg. Het vraagt om onderhouding, om bevrediging. Wat kan de vraag van het lichaam een macht worden. Wat is de honger, de dorst van dat lichaam – in ieder opzicht – een kwelling! Wat staat de mens daar zwak tegenover! Wat brengt die lichaamsvraag, als ze niet beantwoord wordt, in veel verzoeking! En nu zegt Jezus: Ga maar met dat lichaam tot God. Vraag Hem of Hij er zorg voor wil dragen; of Hij dat dagelijks wil doen. Vraag uw Vader maar of Hij de honger en dorst die u te sterk zijn, wil gedenken. Hij weet wat u nodig hebt. En is bereid het u alles te geven.

Makkelijk of moeilijk te bidden?

We hebben gezien, dat de beden van het “Onze Vader” niet te bidden zijn of we moeten bereid zijn tot verlies van het eigen ik.
Nu heeft het de schijn, alsof dit gebed daarop een uitzondering maakt. Wat is er nu eenvoudiger, makkelijker en meer vanzelfsprekend dan dat men bidt: “Geef ons heden ons dagelijks brood”. Doch als we het nader bezien, dan blijkt het juist andersom te zijn. Ik durf gerust te zeggen – als er hier tenminste sprake kan en mag zijn van makkelijker en moeilijker – dat er geen bede is, die zo moeilijk te bidden is als deze. Wie om zijn brood vraagt, is een arme bedelaar. Maar vindt u het zo eenvoudig om een arme bedelaar te worden?
Geven is niet makkelijk. Maar… ontvangen is moeilijker. En vragen is het moeilijkst van alles. Dat eerste woordje: “geef”, komt ons niet zo makkelijk over de lippen. Ziet u wel, dat het niet zo eenvoudig is om dit eerlijk te bidden. Maar er is meer. Dit gebed om het dagelijks brood is een gebed tegen de rijkdom, tegen de overdaad. Als ik dit eerlijk bid, laat ik de rijkdom en de zucht naar rijkdom los. Wilt u dat?
Als ik vraag: geef”, dan laat ik daarmee ook los alle ijdel zelfvertrouwen, dat zo makkelijk uit veelheid van bezit opkomt. Maar niet minder moet ik dan loslaten alle angst en opstand, die zo makkelijk geboren wordt uit armoe.
Als ik zeg: “ons”, dan ben ik bereid naast ieder mens te gaan staan en te delen. Bent u dat?
Telkens als ik deze bede overdenk, moet ik denken aan de oude Rockefeller, de grote John D.[2] We kennen die tanige mummiefiguur misschien wel uit de illustraties van jaren geleden. Deze miljardair, die zich alles kopen kon, wat hij maar wilde, mocht – bittere ironie – omdat hij een zieke maag had, alleen maar een paar beschuitjes per dag eten. Hij moest zich in eten en drinken beperken tot het uiterste. Hij was de rijkste man van de wereld, maar kon met al zijn geld niets beginnen. God liet in die allerrijkste wel heel duidelijk de waarheid uitkomen van het Woord van Jezus: “het is niet in de overvloed gelegen, dat iemand leeft uit zijn goederen”.[3] Hij moest het hebben van een paar beschuitjes en… van de zegen Gods.
Zo leerde God ons in die man, dat wij voor ons leven en ons levensonderhoud niet afhankelijk zijn van geld of mensen – dat zegt ons de duivel op allerlei manier en, sukkels die wij zijn, we geloven het ook nog! – maar van de eerste tot de laatste instantie van Hem en van Hem alleen en geheel. Daarom leerde Jezus de rijken net zo goed als de armen om nederig tot God te komen en te bidden: “Vader, geef ons heden ons dagelijks brood”.

Woord voor woord

We zullen nu deze bede eens woord voor woord nagaan. Dan zal ze in alle heerlijkheid, maar ook in alle moeilijkheid voor ons komen te staan.

  • Geef”…
    Dat is: ik heb het niet, maar Gij hebt het, ik heb de beschikking niet over mijn leven en levensonderhoud, maar Gij. Ik zal niet bang zijn voor iemand of iets, alsof die iets te zeggen zouden hebben over mijn brood. Ik zal ook niet zelfverzekerd en trots zijn alsof ik zelf iets over het leven te beschikken had; al mijn levens-zeker-heden liggen in Uw hand.
    Vader, geef”; dat is: ik zal niet bouwen op mijn vaste salaris, op mijn mooie positie; ik zal me niet geruststellen voor de toekomst omdat ik wat op de bank heb, ook niet omdat ik zo’n veilig pensioen heb. Ik zal niet rekenen op mijn gezondheid, niet bouwen op mijn verstand, niet vertrouwen op mijn spieren, niet gerust zijn op mijn ervaring. Ik zal niet meer naar rechts en links kijken en het verwachten van voorspraak en bemiddeling van mensen. Maar ik leg mijn leven en levensonderhoud en dat der mijnen in Uw hand; ik bid U, van Wie alle dingen zijn, Vader, geef”.
  • ons”…
    Tot tweemaal toe wordt in deze bede het woordje “ons” En nu is nergens de zelfzucht moeilijker uit te bannen dan juist in de strijd om het dagelijks brood. Ziet u hoe moeilijk deze bede nu te bidden is. Als u zegt: geef ons”, dan zegt u daarmee: ik vraag niet voor mezelf alleen, maar voor de ander net zo goed. Geef ons een gelijk deel. Zorg voor die ander net zo goed als voor mij.
    Rijke, nu roept u in uw bidden de arme naar u toe. Arme, nu roept u de rijke naast u. De rijke bidt dan voor de arme, en de arme bidt nu voor de rijke. De ene concurrent bidt voor de ander. Probeer het eens, als u dit ten minste eerlijk bidt, om de hand op uw portemonnee te houden.
  • heden”…
    Vader, ik vraag niets voor morgen. Ik vraag alleen maar iets voor vandaag. Ik weet het wel, Vader, dat ik me altijd zorgen maakte voor de toekomst, maar ik zal dat niet meer doen. Het is me voldoende en ik zal er geheel gerust op zijn als U me vandaag maar geeft wat ik nodig heb. Ik zal in heilige onbezorgdheid leven bij-de-dag. Morgen bent U er weer. En Uw liefde is dan dezelfde en Uw macht dezelfde als vandaag. Daarom zal ik niet vrezen.
    Ik stelde de toekomst zo graag veilig voor mezelf en voor mijn kinderen. Maar ik zal nu bij geen andere levens-zeker-heid meer leven dan die van Uw liefde en Vaderzorg.
  • ons dagelijks brood”.
    We vragen het genoegzame. Meer niet. Zonder boter en wat-er-op.
    Willen we dat werkelijk? Brood zonder meer en dan voor één dag slechts tegelijk? Zijn we werkelijk met zo weinig tevreden? Zijn we zo matig? Is de begeerlijkheid zo in ons verstorven?
    Wat zoudt u er van zeggen, als God nu eens ernst maakte met uw bidden en uw gebed terstond en letterlijk vervullen ging? Zou het u naar de zin zijn? Als u deze bede eerlijk en ernstig ging bidden konden er wel eens heel wat levens-zeker-heden en begeerten en heel wat speculaties voor de toekomst over boord moeten.
    Als u dit eerlijk en ernstig gaat bidden moet waarschijnlijk de lijst van uw bijdragen grondig worden herzien en het kon wel eens zijn, dat u uw beurs heel aardig ging leeg bidden.

De twee vragen

Deze bede is de enige afdoende waarborg voor een dankbaar, rustig, verzekerd leven.
Wij zwakke mensen, met onze verbeeldingen, vluchten van de ene zekerheid en veiligstelling in de andere. We hamsteren zo graag in duizenderlei vorm. Maar al dat hamsteren is in de grond niets anders dan de vlucht van de diep-afhankelijke mens voor het altijd en overal dreigend gebrek. Er is maar één levens-zeker-heid: als een mens met heel zijn leven de toe-vlucht neemt tot Hem die Zijn Schepper en Vader is.
“Geef ons heden ons dagelijks brood”, is dus niets anders dan dit: “Heer, weer een gebrek van me; leer me matigheid; maak me mededeelzaam”.
Nu keer ik deze bede weer om en richt ze op u in een dubbele vraag die uw en mijn geweten moet beantwoorden: Kunt u bidden: “Geef ons heden ons dagelijks brood”? Kunt u het bidden met een eerlijk hart?
En… na alles wat we samen overdacht hebben: Wilt u het eigenlijk wel bidden? Wilt u zo van alle ding en mens afzien, dat u met heel uw leven alleen ligt in de hand van uw Vader in de hemel?
Heer, leer ons bidden: “Geef ons heden ons dagelijks brood”.

Ds. J.H. Sillevis Smitt (1897-1975)[4]

        • NOOT A. Klein: Wordt vervolgd. Aan het eind (van 10 delen) komt er een PDF voor degenen die het artikel willen downloaden of printen.

********************************************************************

[1] Zie eventueel onze gratis ‘vers voor vers’ studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus (over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen) van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel https://nl.wikipedia.org/wiki/John_D._Rockefeller (noot AK)
[3] Zie Lukas 12:15 (Statenvertaling)
[4] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over wijlen Ds. J.H. Sillevis Smitt. (noot AK)
 
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Bidden/Gebed, Nuttige studie als 'basiskennis', Woord en Geest en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Het ‘Onze Vader’ (7): Geef ons heden ons dagelijks brood

  1. H. Lammertink zegt:

    Graag wil ik even reageren op uw artikel: “Geef ons heden ons dagelijks brood”.
    Zelf geloof ik niet dat dit alleen betekent dat we dagelijks moeten bidden om het brood van de bakker.
    Jezus laat zich in de Bijbel vaak uit drukken als ‘het levend brood’ of ‘het levend water’ of rots enz.
    Ik geloof dat wij veel meer moeten bidden om dat levende brood, Christus zelf. Dat wij dagelijks gevuld en gevoed mogen worden door Zijn Geest, dus dat levende brood.
    Ik vind het ook zo’n ‘rare’ zin; “Geef ons heden ons dagelijks brood, en vergeef ons onze schulden gelijk ook…”, enz. Maar wanneer je deze zelfde zin leest in het verband zoals ik het zie (qua uitleg) vindt ik het beter passen.
    Kortom: geef ons heden UW dagelijks brood, zodat wij daardoor ook onze naaste kunnen vergeven.
    Ik wil hier niet mee zeggen dat wij onze Heer niet hoeven te danken en te bidden voor datgene wat wij van Hem mogen ontvangen, zeker moeten wij dat dagelijks blijven doen.
    Maar de betekenis van het dagelijks brood zie ik anders.
    Dit is geen commentaar hoor, maar gewoon een aanvulling op uw artikel.

    Mvg. H.L. te E.

    • Beste broeder H. Lammertink,

      Bedankt voor uw reactie.
      Ik ben het helemaal met u eens. Ook ik heb het zo geleerd, dat het – naast het voedsel voor het lichaam – vooral ook gaat om de dagelijkse, geestelijke spijze die wij tot ons moeten nemen om zo, zoals u ook zegt “gevuld en gevoed te mogen worden door Zijn Geest, dus dat Levende brood”.
      Maar… het is een studie van iemand anders. Een studie die ik al 10-tallen jaren geleden had gelezen en die ik toch, in zijn algemeenheid genomen, goed en leerzaam vond qua inhoud. En misschien ook juist, door zijn simpele, maar toch duidelijke manier van schrijven, weer ‘pakkend’ voor een andere doelgroep dan de – meestal – wat zwaardere Bijbelstudies op onze site.

      Met vriendelijke groet,
      A. Klein

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s