Het ‘Onze Vader’ (9): En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze

Inleiding (1 – klik HIER)

Het Onze Vader

“En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze”

Weer naar de wereld terug

Het gebed is nu bijna ten einde. De bidder is zeer verrijkt geworden bij en door zijn God. Hij kan rustig zijn voor het heden: God zal voor hem zorgen; hij zal krijgen wat voor zijn levensonderhoud nodig is. Hij kan vrede hebben over het verleden: God heeft zijn zonden van hem weggenomen; zijn schulden zijn vergeven. Hij kan nu wel opstaan. Veiligheid en verlossing zijn zijn deel geworden. Hij mag nu “amen” zeggen. Toch doet hij dat nog niet. Want als hij zich uit Gods heilige en heerlijke tegenwoordigheid losmaakt, dan moet hij de wereld en het leven weer in, dan moet hij een onzekere en gevaarlijke toekomst tegemoet. Die wereld heeft haar zuiging; die kent hij maar al te goed. Dat leven heeft zijn verzoekingen; daar weet hij maar al te veel van. Daarom vreest hij de toekomst. De zonde heeft zulk een macht en de duivel is zulk een weergaloos strateeg. En ikzelf ben maar zo zwak en mijn hart is zo onbetrouwbaar. En daarom bid ik dan: Vader, neem ook de toekomst in Uw handen; nu ik mij ga losmaken uit Uw tegenwoordigheid is het laatste wat ik U smeek: Heer, blijf bij mij met Uw hoge en onzichtbare bescherming, baan mij een veilig pad door het gevaarlijke leven: leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze”.

Waar ligt de verzoeking?

Daar kan ik met één woord op antwoorden: overal!
In elk stukje van het leven slaat de duivel zijn haken. Er is geen moment en er is geen plaats of situatie, waar een mens voor de verzoeking veilig staat. Dat is niet zo, omdat het leven en de dingen van het leven in zichzelf slecht zijn. God heeft de dingen van het leven goed gemaakt. Maar bij òns ligt de schuld. IK maak de dingen slecht door de wijze waarop IK ze toelaat en gebruik. De tong is goed, maar IK vloek en scheld ermee. De hand is goed, maar IK steel ermee. Het mes is goed, maar IK moord ermee. Het geld is goed, maar IK hecht er begeerte en afgoderij aan. IK ben vatbaar voor de zonde en mijn hart heeft een geneigdheid tot het kwaad. Daarom kan zelfs het mooiste toch altijd weer gemaakt worden tot het lelijkste. Het boze zit niet in de dingen, maar in ons hart.
Bij het woord “verzoeking” denken we meestal dadelijk en vaak uitsluitend aan de vleselijke verzoeking, de zinnelijke bekoring. En dat is inderdaad een taaie en gevaarlijke verzoeking. Een verzoeking die op honderd en één manier tot ons komt. Door ons oog en door ons oor. Door geschrift en voorstelling. Grof en geraffineerd. Openlijk en bedekt. Soms in de meest onschuldige vorm; vaak met mooie praatjes, ook wel met vrome praatjes. Sinds Jezus – toen de Farizeeën de vrouw, die in zonde van overspel gevallen was, tot Hem brachten[1] – gezegd heeft: “wie van u zonder zonde is, die neme het eerst een steen en werpe die op haar”[2], mogen we er wel voor waken dat we klein in eigen oog, eerlijk tegenover onszelf en mild tegenover anderen zijn. Deze zinnelijke verzoeking laat geen enkele mogelijkheid in het zeer gecompliceerde leven voorbij gaan om tot ons te komen. Ze gebruikt alles: spel en ontspanning, omgang en lectuur, bioscoop en reclame, betoog en fantasie, gezelschap en eenzaamheid. Maar toch is dit de moeilijkste en de gevaarlijkste verzoeking niet. De duivel tracht veler bewustzijn op deze verzoeking te verengen om hen benauwd te maken, maar meer nog om hen blind te maken voor andere verzoekingen, die minstens zo gevaarlijk zijn. Weet u waarom de vleselijke bekoring, hoe zwaar ze ook is, toch niet de gevaarlijkste is? Omdat het geweten meestal snel tegen dit kwaad appelleert; en omdat ze gauw tot daden brengt die onloochenbaar slecht zijn.
Veel gevaarlijker is de verzoeking als ze een geestelijk karakter heeft. Hoe vaak komt dan de duivel niet tot ons als een engel des lichts, of ook zó vermomd, dat we hem niet herkennen. Het is vaak maar één stapje waartoe hij ons drijven wil: en vóór we het weten is gewoonte tot sleur, standvastigheid tot koppigheid, zuinigheid tot gierigheid, zorg voor anderen tot bedilzucht, gevoeligheid tot sentimentaliteit en smart tot zelfmedelijden geworden. Iedere keer verleidt de boze ons tot die éne stap, die ons van het goede land Gods juist over de grens in het kwade land van de boze brengt.
De verzoeking kan in alles en altijd tot ons komen. Nooit en nergens zijn we veilig voor de streken van de duivel. De verzoeking komt in ons werk en in onze vrije tijd; als we getrouwd zijn net zo goed als wanneer we ongetrouwd zijn; op de beurs niet meer dan op de preekstoel, in rijkdom zowel als in armoe. Vredestijd heeft zijn eigen verzoeking en oorlogstijd heeft zijn eigen verzoeking. Overal en altijd loert de boze om de zwakke mens op de ene of andere manier te krijgen. Hij kent elks zwakheid en ieders prijs. In iedere boom zit een slang en op ieder pad liggen de voetangels en klemmen. De gang van een mens door het leven is als het gaan over een smal pad, dwars door een moeras heen. Eén stap teveel naar rechts of links kan me doen wegzinken. Er is wel een weg. Doch het is een smalle weg. En deze weg wordt niet gevonden dan alleen wanneer men Jezus tot Gids heeft en zeer dicht achter en bij Hem blijft.
Het verbodene heeft bekoring; het gevaarlijke heeft aantrekkingskracht. Als u wel eens vlak langs een diep ravijn of donker water gelopen hebt, dan weet u dat er van die diepten een zeer aparte verzoeking uitgaat. De oude Griekse wereld had daarover een heel apart verhaal, dat een neerslag gaf van de werkelijkheid in ieders leven; wie tussen de gevaarlijke Scylla en Charybdis[3] doorvoer, hoorde het verlokkende gezang der Sirenen.[4] Welnu, wij horen allen op zijn tijd en wijze het lied der Sirenen. Iedere zonde heeft haar aantrekkingskracht voor ons.

De sterke man?

Heel weinig helpt het daartegen de “sterke man” te spelen. Want iedere “sterke” man is toch eigenlijk niet veel meer dan een gecamoufleerde zwakkeling. Er zijn geen sterke mannen. Ieder mens heeft zijn zwakke zijde en de boze kent die precies. Hoeveel zogenaamde groten en sterken zijn bijvoorbeeld niet uiterst zwak en gevoelig voor lust of lof of praal of macht. Elke grote is klein in de ogen van zijn kamerdienaar.
Sterk is alleen wie zwak is voor God en zich in het gebed de handen weet te binden. Dat weet de christen en daarom bidt hij: “houd mij toch op het smalle pad van liefde en waarheid, dicht achter U aan, o Heer, opdat ik niet die éne dodelijke stap naar rechts of naar links doe. Bewaar me er ook voor, dat ik achterom zou zien en niet uitsluitend vóór mij, op de overste Leidsman des geloofs, Jezus Christus. Dood in mij alle verlangen naar de zonde en alle verborgen heulen met de boze en wek in mij een sterk en levend verlangen om Uw wil te doen. Laat ik honger en dorst krijgen naar Uw wil en wet. Geef mij ook (geestelijk) geopende ogen opdat ik de strikken van de boze zie en opdat ik helder het kwade van het goede weet te onderscheiden”.
Maar hier blijft de bidder niet bij. Heel de ziel verlangt er naar, dat die macht, die achter alle verzoeking ligt, geheel gebroken en gebonden wordt; daarom wordt tenslotte gevraagd: “Vader, verlos ons van de boze”. Dat is: “ik ben zo zwak en de duivel is zo sterk; als ik onder zijn beademing, in zijn strik, in zijn greep kom en hij gaat dan met mij doen wat hij wil, o Vader, zet me dan vrij, maak me dan los, haal me dan uit zijn greep en zet me dan in de vrijheid en blijdschap der kinderen Gods, door Uw kracht; mij en allen die U aanroepen”.

De binnenlandse vijand

Wat is moeilijker, denkt u: in de verzoeking staande blijven; òf met een eerlijk hart bidden: “leid ons niet in verzoeking? Het laatste is het moeilijkste. Als een mens eerlijk gebeden heeft: “leid mij niet in verzoeking”, dan hoeft hij de verzoeking ook niet meer te vrezen. De boze heeft zoveel macht over ons als wij zelf hem over ons geven. Geef daarom de boze geen plaats, geen moment, vooral niet diep verborgen in dat binnenwereldje van allerlei verlangens en begeerten.
Pas op de binnenlandse vijand. Pas op de verrader in uw eigen hart. Vergeet omwille van de grote duivel, die u aanvalt van buiten, die andere kleine duivel niet, die u zelf bent en die het altijd weer houden wil met die grote die aanklopt aan de poort van uw ziel.
We willen niet ten val komen. Maar we willen zo grààg wat genot en wat eer uit de zonde. Anders gezegd: we willen niet onder de macht van de duivel, maar we willen zo graag de prijs opstrijken, die hij ons biedt. Wel de lust, maar niet de last van de zonde. De grote moeilijkheid is nièt: in de verzoeking staande te blijven, maar met een oprecht, geheel Godgetrouw hart te bidden: “Onze Vader, leid ons niet in verzoeking”. Wie dit helemaal meent als hij bidt, zal door Gods bewaring staande blijven in elke verzoeking.
Daarom vraag ik u: kunt u met een eerlijk hart bidden: leid ons niet in verzoeking? Hebt u de binnenlandse vijand al onschadelijk gemaakt? Hebt u de verrader uitgeworpen? Is er nog gevaar voor de dolkstoot in de rug?
En dan die tweede vraag: wilt u wel bidden: leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze? Wilt u toch niet eigenlijk nog een klein beetje – niet al te veel en niet al te erg, want dan zou u er teveel soesah[5] door krijgen – zijn verlokkende bekoringen ondergaan en zijn veel-aards-genot-belovend gezelschap genieten?
Of bent u reeds één en al oog en oor voor Jezus Christus geworden en bent u met en door Hem aan de wereld en haar leugenachtige en bedrieglijke begeerlijkheid gestorven?
Heer, leer ons bidden, in GEEST en in WAARHEID: “Onze Vader, leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze”.

Ds. J.H. Sillevis Smitt (1897-1975)[6]

  • NOOT A. Klein: Wordt vervolgd. Aan het eind (van 10 delen) komt er een PDF voor degenen die het artikel willen downloaden of printen.

********************************************************************

[1] Zie Johannes 8:3-5
[2] Zie Johannes 8:7
[3] Zie eventueel https://nl.wikipedia.org/wiki/Scylla_(nimf) en/of https://nl.wikipedia.org/wiki/Charybdis_(mythologie) (noot AK)
[4] Het gezang der Sirenen = In de Griekse mythologie goddelijke zeenimfen, die met hun onweerstaanbare gezang de zeelieden naar de kust van hun eiland lokten, waar zij op de rotsen te pletter sloegen. (noot AK)
[5] Soesah (of: soesa) = Last, moeite, drukte, beslommering, zorgen. (noot AK)
[6] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over wijlen Ds. J.H. Sillevis Smitt. (noot AK)
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Bidden/Gebed, Nuttige studie als 'basiskennis', Woord en Geest en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s