Crises van de eindtijd (1) – Goddelijke gerichten… volgens de profeet Joël

Goddelijke gerichten vanaf de tijd van de grote afval, volgens de beschrijving van het boek -en de profeet- Joël

Goddelijke gerichten

Voorwoord

Temidden van vele andere gebeurtenissen staan de mensheid in de tijd van het einde drie grote crises te wachten. De Gemeente van de Here Jezus Christus komt in een zeer kritieke toestand terecht. Deze tijd zijn wij inmiddels reeds ingegaan. De grote afval[1] is in volle gang. Niet lang zal het duren of ook “de benauwdheid van Jakob” begint, waarin het er voor de volkeren Israëls[2] somber zal uitzien! De derde grote crisis is die waarin de massa’s der goddelozen belanden, na te zijn opgezweept tot een totale opstand tegen God door de komende antichrist. Dit zal de crisis voor de wereld zijn, ook wel Armageddon genoemd.
Aan deze drie crises is het boek Joël gewijd. Zij markeren de drie stadia van de voltrekking van het oordeel Gods aan het eind van de bedeling der genade[3]. Dit oordeel begint bij het Huis Gods: “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?” (1 Petrus 4:17)
De volgorde is derhalve: Gemeente, Israël, de wereld. Wonderlijk genoeg staat echter centraal in dit boek de zegen van de grote uitstorting van Gods Geest in de laatste dagen, de “Spade Regen”[4]. Te onderzoeken hoe het één met het ander samenhangt, is één van de opgaven waarvoor het onderhavige[5] Bijbelboek ons stelt.
Hetgeen u hierbij wordt aangeboden, is de neerslag van een aantal Bijbellezingen, door ondergetekende, over het boek Joël gehouden te Nijmegen, in de jaren 1985 t/m 1987.

Nijmegen, 23 januari 1989
H. Siliakus

Deel 1

Joël – Het boek en de schrijver

Joel, het tweede boek van de 12 zogenaamde “kleine profeten”, is één van de geschriften uit de Bijbel die uitsluitend handelen over de laatste dagen van de Gemeentelijke tijdsbedeling, de eindtijd in engere zin[6]. Wat wij al op zoveel andere plaatsen in het profetisch Woord ontdekt hebben, dat komt ook in dit kleine, maar belangrijke boek naar voren, namelijk, dat de gebeurtenissen van de eindtijd zich zullen centreren rond Israël enerzijds en de Gemeente anderzijds. En dan niet, zoals in een foutieve bedelingenleer vaak wordt voorgesteld, in volkomen gescheidenheid van elkaar – met voor ieder een eigen weg van heil of voor ieder een eigen heilstijd (er is namelijk maar één Weg tot zaligheid, namelijk Jezus, en er is maar één “Dag van zaligheid”, namelijk de tijd van heden) – maar als één samenhangend gebeuren waarin beurtelings Gods bemoeienis met Israël (in de aardse sfeer) en met de Gemeente (in de geestelijke sfeer) tot uiting komt. Deze bemoeienis leidt tot één en hetzelfde doel: de uiteindelijke vestiging van het Koninkrijk Gods op aarde. God heeft met de Israëliet en de heiden hetzelfde voor. Eén en dezelfde zegen heeft God voor beiden weggelegd, voor nu en voor de toekomst. Paulus zegt in Galaten 6:16 dat vrede en barmhartigheid zullen komen over allen die naar de regel van het Nieuwe Testament wandelen en voegt daar dan aan toe dat dit dus ook voor het Israël van God geldt, de wedergeboren Israëlieten. De weg tot deze zegen leidt, zowel voor de Israëliet als voor de heiden, door Jezus Christus en derhalve door invoeging in de Gemeente van Christus. Gods plan met Israël, als groep van volkeren temidden van andere volkeren, is onderdeel van Zijn plan en voornemen met de Gemeente. Het begin dat God maakte met Abraham, de stamvader van Israël, had ten doel om zegen aan alle volkeren en geslachten van het aardrijk te brengen: “Ik zal zegenen wie u zegenen…; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.” (Genesis 12:3)
De Israëlitische volkeren zijn in de Nieuwe Bedeling[7] door God ingezet voor de verbreiding van het Evangelie en daarmee voor de groei van de Gemeente. En als eenmaal een deel van deze Gemeente hier op aarde de volmaaktheid[8] zal hebben bereikt – dat deel dat de lichamelijke dood niet zal zien (namelijk: de Bruidsgemeente[9]) – zal uit de schare van Israëlitische gelovigen die daartoe behoren het “keurkorps” voortkomen (‘de 144.000’ of het volk van ‘de mannelijke zonen’[10]) dat voor de laatste strijd zal worden ingezet.

Waarom nu direct deze opmerkingen gemaakt over de verhouding tussen Israël en de Gemeente? Het is alsof we met de deur in huis vallen. Maar dit was nodig, omdat bij het lezen van het boek Joël zal blijken, dat men zich voortdurend voor de vraag ziet gesteld: “Gaat het nu over Israël of over de Gemeente?” Hoofdstuk 1 lijkt geheel op Israël betrekking te hebben. Hoofdstuk 2 aanvankelijk ook, maar gaandeweg komt bij het lezen de Gemeente meer in het vizier, met name als wij toekomen aan de bekende “Pinksterprofetie”: “Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.” (Joël 2:28-29)
Ook hoofdstuk 3 lijkt geheel te handelen over Israël (meer in het bijzonder, over het Juda-deel van Israël – zie noot 2), maar als wij enige symbolieken gaan verstaan, komen toch ook weer gedachten naar voren die meer verband houden met de Gemeente. Allicht ontstaat er dus enige verwarring als er niet voldoende inzicht is in de problematiek rond Israël en de Gemeente. Vandaar deze inleiding, die vooral bedoelde te benadrukken, dat Israël en de Gemeente niet louter als tegenstelling moet worden beschouwd. Het is daarbij wel nodig het onderscheid tussen het “Huis van Israël” en het “Huis van Juda” in het oog te houden en niet aan de eenzijdige visie vast te houden dat de Joden, en de Joodse staat “Israël”, het Israël zijn waar de Bijbel over spreekt.[11] Zij vormen maar een klein deel daarvan en vrijwel alleen in de profetieën over Juda komen wij voorzeggingen tegen die op het Joodse volk betrekking hebben. De Israël-profetieën hebben voor het merendeel betrekking op de lotgevallen van de christelijke naties van het Westen, de nazaten van de 10 “verloren” (gewaande) stammen.[12]

Het boek Joël vertelt ons over de dag van oordeel die er komt voor Israël en de Gemeente (hoofdstuk 1 en 2), over het geestelijk herstel wat daarna zal volgen (hoofdstuk 2) en over de oordelen die een einde zullen maken aan het huidige wereldbestel, waarbij ons ook een glimp van de toekomende wereld, die van het (1000-jarig) Vrederijk van Christus, te zien gegeven wordt (hoofdstuk 3). Het onderwerp van het boek is “de Dag des Heren”[13] (“Ach, die dag! Ja, de dag van de HEERE is nabij, en hij zal komen als een verwoesting van de Almachtige.” – Joël 1:15), de oordeelstijd die begint bij Israël en de Gemeente en die eindigt met het oordeel over de goddeloze wereld.

Over de profeet Joël valt weinig te vertellen. Nadere bijzonderheden over hem of zijn vader Pethuël vinden wij niet in de Bijbel. Hij is waarschijnlijk de eerste profeet wiens profetieën op schrift zijn gesteld. Algemeen neemt men aan, dat zijn werkterrein het zuidelijk rijk was, het koninkrijk van Juda, en dat hij in de tijd van koning Joas van Juda heeft geleefd. Joëls profetie dateert uit de tijd toen de priester Jojada regent was (zie 2 Koningen 12 en 2 Kronieken 23+24), dat is omstreeks het jaar 875 (of 830) voor Christus. Joël leefde dus ruim 100 jaar eerder dan de profeet Hosea (ook 1 van de 12 zgn. “kleine profeten”). Het één en ander leidt men af uit het feit, dat in de aanhef van zijn boek niet over een koning gesproken wordt, maar het woord gericht wordt tot de “oudsten”, de leidslieden van het volk (zie Joël 1:2[14]).
Een andere aanwijzing in deze richting vinden wij in Joël 3:19[15], waar sprake is van Egypte en Edom. Sinds de vlucht van Hadad, de Edomiet, naar Egypte, ten tijde van koning Salomo (zie 1 Koningen 11:14-22[16]) heeft er wellicht een min of meer geheime samenwerking tussen deze 2 volkeren bestaan tegen Juda. Onder Joas’ grootvader, Joram, vielen de Edomieten van Juda af (zie 2 Kronieken 21) en Joas’ zoon en opvolger, Amazia, moest strijd leveren tegen de Edomieten (zie 2 Kronieken 25). Het is heel goed mogelijk, dat in Joëls tijd beide volkeren, Edom en Egypte, Juda hebben lastiggevallen en dat dit de reden is waarom hij ze hier (in Joël 3:19 – zie noot 15) gebruikt als beeld van de antichristelijke machten van de eindtijd.

Joëls naam betekent “de Here is God” en dit zou best als thema kunnen staan boven hetgeen in het boek Joël beschreven wordt. God laat niet met Zich spotten. Het mag dan naar menselijke begrippen lang op zich laten wachten, maar de Dag des Heren zàl komen: “Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen. Maar de dag van de Heere zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden”. (2 Petrus 3:8-10)
De naam Joël is overigens het omgekeerde van de naam Elia of Elja. Deze laatste naam betekent dus “God is de Here”. Hoe opmerkelijk dat juist dìt als thema past bij het Karmel-gericht (zie 1 Koningen 18), waar werd uitgemaakt dat niet Baäl maar de Here de enige ware God is! Wondervolle harmonie der Schriften! Waarschijnlijk heeft Joël de profeten Elia en Elisa, die arbeidden in het noordelijk rijk, nog gekend.

Er is over de persoon van Joël dus niet veel bekend, maar wel iets. Bij dit weinige behoort ook wat wij over zijn karakter weten. Hoewel hij zijn woorden uiteraard neerschreef onder de inspiratie van de Heilige Geest, mogen wij uit zijn boek ook afleiden dat hij een zeer gedreven iemand moet zijn geweest. Bovendien was hij zo’n dienstknecht van God die zichzelf geheel en al wegcijferde. Niet één die dacht aan eer voor zichzelf of die zijn eigen voordeel zocht, zoals die vele valse profeten over welke wij in het Oude Testament ook lezen. Dit kunnen wij afleiden uit Joël 1:1a[17], waar de nadruk gelegd wordt op het Woord des Heren, niet op de verkondiger ervan. Hetzelfde komen wij ook bij andere profeten tegen (zie Hosea 1:1a, Micha 1:1a, Zefanja 1:1a en Maleachi 1:1a[18]). Ongetwijfeld zal dit zichzelf geheel wegcijferen de meest op de voorgrond tredende eigenschap zijn van de gelovigen die eens tot de Bruidsgemeente zullen behoren. Het wonder van de totstandkoming van deze Gemeente, onder zware druk en benauwdheid der tijden, is als het blijde zonnegloren achter de donkere wolken van de in het boek Joël aangekondigde schokkende gebeurtenissen.

H. Siliakus
(21.10.1948 – 10.11.1995)

  • NOOT A. Klein
    Wordt vervolgd. Aan het eind (van 6 [sub]delen) komt er een PDF voor degenen die het artikel willen downloaden of printen.

*****************************************************************************

[1] Afval = Hier: De afvalligheid van God en het christelijk geloof. Zie o.a. 2Thess.2:3, 1Tim.4:1, Hebr.3:12 en 2Petr.3:17. (noot AK)
[2] Er is een verschil tussen Israël en het Jodendom. Wij willen dit in het kort proberen uit te leggen. In eerste instantie bestaat het volk van Israël uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het “huis van Israël” en het “huis van Juda” (de zgn. Joden). Het “huis van Israël” (ook wel Efraïm-Israël genoemd) is het 10-stammenrijk dat in de loop van de geschiedenis, door de Assyrische ballingschap, weggevoerd werd uit het beloofde land Kanaän/ Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij, tot op heden, in het “verborgen” wonen. Het zijn vooral de zgn. “christelijke” landen in Noordwest-Europa en de landen, waar velen uit Noordwest-Europa later naar toe zijn geëmigreerd, zoals Amerika, Canada, Zuid-Afrika en Australië. Het “huis van Juda” is het 2-stammenrijk, namelijk het volk van Juda, Benjamin en Levi, dat in de dagen van Jezus rondwandeling op aarde in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. (Het huis van) Juda, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (Rom. 11:25). (noot AK)
[3] De bedeling der genade = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft. Tevens de periode van het begin (of het ontstaan) van de Gemeente, die plaatsvond/doorbrak na de uitstorting van Gods Geest op het eerste, Nieuwtestamentische Pinksterfeest (zie Hand. 2:1-4). Het eind van deze ‘bedeling der genade’ is dus aan het einde van een periode van in totaal 2000 jaar. En dat is: de tijd waarin wij NU leven. (noot AK)
[4] De “Spade Regen”, ook wel “Late Regen” genaamd = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29. Terwijl de zgn. Vroege Regen het beeld is van de uitstorting van de Heilige Geest op de (1ste, Nieuwtestamentische) Pinksterdag. Zie Handelingen, hoofdstuk 2, vooral de verzen 1-4.
–> Zie eventueel – op onze website eindtijdbode.nl – de studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring)”, hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekkingvan H. Siliakus.
–> Zie eventueel ook nog de studie: De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente/Kerk van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente/Kerkvan E. van den Worm. (noot AK)
[5] Het onderhavige = Het hier behandelde Bijbelboek. (noot AK)
[6] In engere zin = Zo dicht mogelijk bij wat het letterlijk betekent. Dus hier: De eindtijd in zijn laatste fase. (noot AK)
[7] De Nieuwe Bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft. (noot AK)
[8] Zie eventueel de studie De volmaaktheid in Christus op aarde, in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Het deel dat de lichamelijke dood niet zal zien = de Bruidsgemeente, de “Gemeente zonder vlek en rimpel” (zie Efeze 5:27), de “wijze maagden” uit Mattheüs 25:1-13. Het zijn degenen die, volgens Openbaring 3:10, door God BEWAART WORDEN uit/ tijdens de Grote Verdrukking. (noot AK)
[10] Meer hierover, zie de studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring)”, hoofdstuk 9, met de titel: De geboorte van de mannelijke zoonvan H. Siliakus. (noot AK)
[11] Nogmaals, zie uitleg bij noot 2.
[12] Zie het vermelde bij noot 2 en eventueel ook nog het artikel ANDER nieuws over Israël – De zoektocht naar de Israëlische identiteit van ALLE 12 stammenvan A. Klein. (noot AK)
[13] Zie eventueel de studie De Dag van JaHWeH (de Dag des Heren) en/of De 7 donderslagen van Openbaring 10:3en/of God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden van E. van den Worm. (noot AK)
[14] “Hoor dit, oudsten, neem dit ter ore, alle inwoners van het land! Is dit gebeurd in uw dagen of in de dagen van uw vaderen?” (Joël 1:2)
[15] Egypte zal worden tot een woestenij, Edom zal worden tot een woeste wildernis vanwege het geweld tegen de Judeeërs: in hun land hebben zij onschuldig bloed vergoten.” (Joël 3:19)
[16] “Zo liet de HEERE een tegenstander van Salomo opstaan: Hadad, de Edomiet. Hij was uit het nageslacht van de koning van Edom. Het gebeurde namelijk eens, toen David in Edom was, toen Joab, de legeroverste, eropuit trok om de gesneuvelden te begraven, dat hij al wie mannelijk was in Edom doodde, want Joab bleef daar zes maanden, met heel Israël, totdat hij al wie mannelijk was in Edom had uitgeroeid. Maar Hadad vluchtte, hij en enige Edomitische mannen uit de dienaren van zijn vader met hem, om in Egypte te komen. Hadad was toen nog een kleine jongen. Zij vertrokken uit Midian en kwamen in Paran. Uit Paran namen zij mannen met zich mee en kwamen in Egypte, bij de farao, de koning van Egypte. Die gaf hem een huis, zegde hem voedsel toe en gaf hem land. Verder vond Hadad zoveel genade in de ogen van de farao, dat deze hem de zuster van zijn vrouw, de zuster van koningin Tachpenes, tot vrouw gaf. En de zuster van Tachpenes baarde hem zijn zoon, Genubath, en Tachpenes bracht hem groot in het huis van de farao. Genubath was in het huis van de farao te midden van de zonen van de farao. Maar toen Hadad in Egypte hoorde dat David bij zijn vaderen te ruste gegaan was en dat Joab, de legerbevelhebber, dood was, zei Hadad tegen de farao: Laat mij gaan, dan trek ik naar mijn land. De farao zei echter tegen hem: Waaraan ontbreekt het u bij mij dat, zie, u naar uw land wilt trekken? En hij zei: Aan niets, maar laat mij evenwel gaan.” (1 Koningen 11:14-22)
[17] Het woord van de HEERE dat gekomen is tot Joël” (1:1a).
[18]Het woord van de HEERE dat gekomen is tot Hosea (1:1a)
Het woord van de HEERE dat kwam tot Micha” (1:1a)
Het woord van de HEERE dat gekomen is tot Zefanja” (1:1a)
“Een last, het woord van de HEERE tot Israël, door de dienst van Maleachi.” (1:1a)
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Nuttige studie als 'basiskennis', Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Crises van de eindtijd (1) – Goddelijke gerichten… volgens de profeet Joël

  1. Henk Herbold zegt:

    We leven in het einde, we zijn nog nooit zo dichtbij geweest, het is nu 5 voor 12, de tijd dat de geschiedenis radicaal gaat veranderen. En daarom moeten we extra op boodschappen letten als deze Bijbelstudie over Joël. Als wij deze boodschap niet serieus nemen zijn we net als de 5 dwaze maagden, die niet voorbereid zijn op de komst van de bruidegom. Laten we werken aan ons leven en de wapens van het Licht aandoen. Leven naar de wil van God. Het is het einde der tijden.

    Het is zeker de moeite waard om deze studies te lezen en te volgen. Prachtig gedigitaliseerd, met veel zorg, het is beslist een zegen voor wie het wil lezen.

  2. Erik-Jan zegt:

    Ik denk dat God nu het volgende van ons vraagt, in overeenstemming met het Woord: bid voor de gave van trouw, trouw aan Zijn Woord, trouw in het bidden voor andere mensen en voor de wereld, voor onderscheidt der dingen overeenkomstig met het Woord.
    Wij hebben God nodig in deze moeilijke periode waarin de gemeente word misleidt tot NewAge en ander heidens denken. Wij hebben het Woord en dat is de waarheid. Solo Scriptura, het Woord, de Bijbel alleen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s