Crises van de eindtijd (2a) – Goddelijke gerichten… volgens Joël: De geloofsafval van de laatste dagen

Goddelijke gerichten vanaf de tijd van de grote afval, volgens de beschrijving van het boek -en de profeet- Joël

Goddelijke gerichten

De (geloofs)afval van de laatste dagen

Eens, toen de Heer Zijn discipelen met een gelijkenis onderrichtte, dat zij altijd bidden moesten en niet vertragen (zie Luk. 18:1, SV), omdat God hoort naar het smeekgebed van Zijn uitverkorenen, eindigde Hij met de opmerking: “Maar zal de Zoon des mensen, als Hij (weder)komt, wel het (ware, Bijbelse) geloof op de aarde vinden?” (Luk. 18:8b, HSV). Zal er bij de wederkomst van Jezus nog geloof gevonden worden op aarde? Op grond van deze uitspraak en ook andere, hierna te noemen Schriftgedeelten, verwachten wij, dat er in de eindtijd een grote afval[1] van het geloof zal komen. Weliswaar mogen wij de vraag van Jezus bevestigend beantwoorden – God Zelf zal ervoor zorgen dat er een Bruid zal zijn voor Zijn Zoon, als Hij wederkomt – maar met Zijn vraag geeft Jezus onmiskenbaar aan, dat dit als een wonder mag worden beschouwd en ook, dat dit “Bruidsvolk” maar betrekkelijk gering in aantal zal zijn. Het aantal van hen die met geloof volharden in de gebeden[2], zal in de eindtijd steeds kleiner worden. Er zullen op het laatst bijna geen waarachtige gelovigen meer zijn. Paulus schrijft, in 2 Thessalonicenzen 2, dat de wederkomst van Christus voorafgegaan moet worden door een grote (geloofs)afval en vermeldt daarbij, dat deze afval één van de ontwikkelingen zal zijn, die de komst van de antichrist voorbereiden: “Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag (de dag van Christus – zie vers 2) komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is” (2 Thess. 2:3, HSV).
Niet alleen in de wereld, zoals men zou denken, maar ook in de Gemeente/Kerk wordt de weg gebaand voor de grote tegenspeler van Christus! Het lugubere feit doet zich daarbij voor, dat een groot deel van de afvalligen de Gemeente/Kerk niet zullen verlaten, maar erin blijven en binnen de Gemeente/Kerk zelfs actief zullen zijn. Zo ontstaat de afvallige Gemeente/Kerk en deze valse Gemeente/Kerk is de grote hoer[3], die de volkeren der aarde voor zal gaan in de aanbidding van de antichrist (zie Openbaring 17[4]). Wij mogen de macht en invloed van de afval binnen de Gemeente niet onderschatten. In zekere zin is de komst van de antichrist ervan afhankelijk. Er staat geschreven: “…wanneer de afvalligen de maat hebben volgemaakt, zal er een meedogenloze koning opstaan, bedreven in slinkse streken.” (Dan. 8:23, HSV)

Wat inmiddels al zal zijn duidelijk geworden, is, dat de (geloofs)afval zich op verschillende wijzen zal openbaren. Niet in alle gevallen zal het kenmerk ervan zijn, dat men volkomen ongodsdienstig wordt. Hele christelijke gemeenschappen zijn er in onze tijd, die in staat van openlijke afval leven. Veel ernstiger is echter de zogenaamde “verkapte geloofsafval”, waarbij men zelfs rechtzinnig in de leer kan blijven! Oorzaken zijn: wereldsgezindheid en vleselijkheid. In de brieven aan de zeven gemeenten van Openbaring 2 en 3[5] vinden wij duidelijk uitgetekend hoe deze “binnenkerkelijke” afval tot openbaring komt. Wij zullen verderop in dit deel (2a) op deze brieven wat uitvoeriger ingaan, maar vermelden hier dat het afvallig worden begint met het verlaten van de “eerste liefde” (Efeze – zie Openb. 2:4) en leidt tot geestelijke lauwheid (Laodicea – zie Openb. 3:15-17), het voorportaal van de volkomen (geloofs)afval. Laat ons nimmer vergeten, dat alle afval begint in het hart en dat zij er reeds lang kan zijn, voordat de tekenen ervan gezien worden. Ook kunnen die tekenen lang verdoezeld worden! Hoe lang duurde het voordat Judas Iskarioth ontmaskerd werd! Voor de mens kan men veel verborgen houden (en dit lang volhouden), voor God echter zijn alle dingen te allen tijde “naakt en geopenbaard” (zie Hebr. 4:13). Het ontbreken van waarachtig geloof is het punt waar de volkomen afval inzet. Als de liefde voor Jezus taant (= verzwakt, afneemt) en de heiligmaking[6] verzaakt wordt, zal dit punt snel bereikt worden. Daarom, onderzoek uzelf of u nog in het (ware, Bijbelse) geloof bent. Stel uzelf niet tevreden met valse voorspiegelingen. Hij “die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle”! (1 Kor. 10:12, SV)
Voorts is er nog de afval door dwaling en misleiding, ook een vorm van (geloofs)afval die vaak over het hoofd wordt gezien of niet als zodanig wordt onderkend. Hiervan lezen wij onder meer in 1 Timotheus 4:1, waar sprake is van afvallen van het geloof door het zich begeven tot misleidende geesten en duivels geïnspireerde leringen: “Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen” (1 Tim. 4:1 – HSV). Het woordje “sommigen” dat hier gebruikt wordt, wil niet zeggen, dat het met de afval als geheel wel zal meevallen, maar dat een gedeelte van de afval zich zal openbaren door het zich begeven tot dwaalleraren. Elke leer die niet leidt tot de verheerlijking van Jezus Christus of die een ander juk oplegt dan dat van Christus, is een valse leer en is onverenigbaar met het ware geloof.

Het zichzelf afscheiden van de ware gelovigen, op welke manier dan ook, zal altijd het gevolg zijn als men afvallig wordt. Zie Judas 1:18-19, waar staat, “dat er in de laatste tijd spotters zullen zijn, die naar hun eigen goddeloze begeerten wandelen. Zij zijn het die scheuringen veroorzaken, natuurlijke mensen, die de Geest niet hebben.”
In verband hiermee geloven wij, dat God straks alle oprechte gelovigen tezamen zal brengen en maken tot één kudde (letterlijk, een eenheid die ook zichtbaar zal zijn) en dat in deze te formeren Bruidsgemeente geen geveinsden meer gevonden zullen worden. Hiermee is tegelijk al gezegd dat er, ondanks de afval, bij Jezus’ wederkomst dus toch een Bruidsgemeente zal zijn. De Bijbel leert ons dan ook, dat de afval zal beginnen vóórdat de Spade Regen[7] komt. De Spade Regen-opwekking is de tijd waarin de Bruidsgemeente gevormd wordt en tot de volmaaktheid[8] komt. De (geloofs)afval baant niet alleen de weg voor de antichrist, maar bewerkt ook, dat er een scheiding[9] komt tussen enerzijds de oprechte en anderzijds de huichelachtige gelovigen (de afscheiding van de oppervlakkige gelovigen; terwijl de afscheiding van degenen die niet “gereed” zijn [zie o.a. Matth. 25:8-13 en Openb. 19:7-9] volgt in de Spade Regentijd). “Wie rein is, worde reiner en wie vuil is, worde vuiler” (zie Openb. 22:11). De scheidingslijn tussen reinen en onreinen zal dwars door, de Gemeente/Kerk van Christus blijken te lopen.
Als Paulus in 2 Timotheus 3 over de zware tijden van de laatste dagen schrijft en een opsomming geeft van de zonden die dan bedreven zullen worden (een karakterschets van het dan levend mensengeslacht), komt hij ook te spreken over de huichelachtige christenen (in vers 5 (SV): “hebbende een gedaante van godzaligheid” of “zij hebben een schijn van godsvrucht” – HSV), de afval dus die zich binnen de Gemeente/Kerk manifesteert. Maar hij zegt dan aan het slot van deze passage: “Maar zij zullen niet meerder toenemen; want hun uitzinnigheid zal allen openbaar worden” (2 Tim. 3:9a, SV). Dit wijst op een daarna komend geestelijk ontwaken, de Spade Regen. Voorafgaand daaraan zullen de geveinsden ontmaskerd worden en uit de ware Gemeente/Kerk worden verwijderd. Er zal als het ware een geestelijk “tegenoffensief” komen.

Dezelfde gang van zaken wordt ons door Jezus geschetst in Mattheüs 25. Voordat de opwekking komt, komt eerst de tijd van sluimerig worden en in slaap vallen (zie Matth. 25:5-7): “Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en vielen in slaap. En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet! Toen stonden al die maagden (SV) op en maakten hun lampen in orde.” Alle tien maagden vallen in slaap, dwazen èn wijzen. De Gemeente/Kerk als geheel komt in een slaaptoestand terecht. Dit wil dan weliswaar niet zeggen dat àllen tot afval komen, maar wel dat het geestelijk leven in de Gemeente/Kerk, nagenoeg, tot stilstand komt en dat de waakzaamheid minimaal zal zijn. In de grote geestelijke duisternis, die in die dagen de aarde zal bedekken, zal ook het licht van de getrouwe gelovigen zo goed als doven. Alleen Gods Geest blijft in hen waken. Maar hoeveel te dieper zullen diegenen zinken, die er altijd maar “de kantjes vanaf liepen”! De “dwaze maagden” mogen wij echter niet beschouwen als geveinsden, als zogenáámde gelovigen of als “naamchristenen”; zij zijn gelovigen die niet vol zijn van de Heilige Geest.[10] Dientengevolge zullen zij alsdan verkeren in een toestand van “bijna-afvallen” en voor een deel zullen zij reeds geestelijk stervende zijn: “Wees waakzaam en versterk het overige dat dreigt te sterven, want Ik heb uw werken niet vol bevonden voor God” (Openb. 3:2). Uit deze groep gelovigen zullen er – nadat zij buitengesloten zullen zijn van de Bruiloft van het Lam[11] (zie Matth. 25:8-13) – inderdaad nog velen door de satan worden meegesleept in de (geloofs)afval. Dit lezen wij in Daniël 8:10 en Openbaring 12:4a:
–> “Hij (de kleine hoorn – zie Dan. 8:9) werd groot, tot aan het leger van de hemel.[12] Van dat leger, namelijk van de sterren[13], liet hij er sommige ter aarde vallen[14] en vertrapte ze.” (Dan. 8:10)
–>“En zijn staart (van de draak – zie Openb. 12:3) veegde het derde deel van de sterren van de hemel[15] en wierp die op de aarde[16].” (Openb. 12:4a)
Hoe nodig is het ervoor te zorgen, dat men tot de “wijzen” behoort! Nù reeds! Mattheüs 25 leert ons, dat de scheiding tussen “wijs” en “dwaas” al vóór de opwekking zijn beslag krijgt.[17]

Ook in het boek Joël wordt de tijd van (geloofs)afval beschreven. Op zeer indringende wijze zelfs, zo zullen wij zien. Nodig is dan wel, dat wij de profetische en allegorische taal (= beeldspraak[18]) verstaan. Wij slaan het eerste hoofdstuk (van het boek Joël) op, dat wij vrijwel in tekstvolgorde zullen kunnen behandelen. Hetzelfde geldt trouwens voor de rest van het boek, met uitzondering van een passage in hoofdstuk 3.
Joël 1 gaat over een sprinkhanenplaag en een droogteplaag. De traditionele uitleg is, dat het hier natuurrampen betreft, waarmee het land Juda getroffen werd in Joëls dagen. De verzen 2 en 3 leren ons echter, dat hier een gebeuren in een verre toekomst beschreven wordt: “Hoor dit, oudsten, neem dit ter ore, alle inwoners van het land! Is dit gebeurd in uw dagen of in de dagen van uw vaderen? Vertel erover aan uw kinderen en laten uw kinderen erover aan hun kinderen vertellen en hun kinderen weer aan de volgende generatie.”
Het is mogelijk dat natuurrampen uit de tijd waarin de profeet leefde de aanleiding geweest zijn voor het neerschrijven van deze profetie. Aan deze rampen, waarover overigens verder niets bekend is, zouden de beelden voor deze allegorische[19] profetie kunnen zijn ontleend. Maar de profetie is beslist niet louter een beschrijving van dit eigentijdse gebeuren, zelfs niet als zij dit gebeuren heeft aangekondigd en dus vooraf beschreven heeft. Hoogstens is er dan sprake van een “voorvervulling”. Want uit Joël 1:2 moeten wij afleiden, dat wat volgt kennelijk bij het neerschrijven van de profetie nog niet geschied is, en blijkens Joël 1:3 zou deze profetie ook niet direct daarna vervuld worden. Het gaat om iets, dat van geslacht op geslacht doorverteld zal moeten worden en waarvan de vervulling dus in een verre toekomst moest liggen. Een nadere aanwijzing betreffende het “wanneer” vinden wij verderop in het hoofdstuk, in Joël 1:15, waar staat: “Ach, die dag! Ja, de dag van de HEERE is nabij, en hij zal komen als een verwoesting van de Almachtige”. Joël spreekt over een geestelijke sprinkhanen- of ongedierteplaag en over een geestelijke droogte en hij vermeldt in zijn boek ook wanneer wij die te verwachten hebben, namelijk in de profetische tijd die de “Dag des Heren[20] genoemd wordt. Behalve in Joël 1:15 wordt over deze “Dag” ook gesproken in Joël 2:1+11+31 en in 3:14. Voordat wij verder gaan, moeten wij eerst onderzoeken welke tijd hiermee bedoeld wordt.
Daartoe geven wij nu eerst een opsomming van de Bijbelplaatsen waar over deze toekomstige “Dag des Heren” gesproken wordt, met erachter in het kort vermeld wat erover wordt gezegd.

  • Jesaja 2:12 Alle hoogmoedigen worden vernederd.
  • Jesaja 13:6 Een dag van verwoesting.
  • Jesaja 13:9 Een dag van toorn en verwoesting; de zondaars worden verdelgd.
  • Joël 1:15 Een dag van verwoesting.
  • Joël 2:1-2 Een dag van duisternis, maar voorafgegaan door een geestelijke ontwaken.
  • Joël 2:11 Een dag van strijd en oordeel.
  • Joël 2:31 Verduistering van zon en maan voordat deze Dag zijn hoogtepunt bereikt.
  • Joël 3:14 Menigten in het “dal der beslissing” (NBG), het dal van de beslissende strijd.
  • Obadja 1:15 Een dag van vergelding.
  • Zefanja 1:14-15 Een dag van benauwdheid, verwoesting en duisternis.
  • Maleachi 4:5 Alle hoogmoedigen en goddelozen worden uitgeroeid (zie ook vers 1).
  • Handelingen 2:20 Zie Joël 2:31.
  • 1 Korinthe 1:8 De gelovigen zullen “onberispelijk” (dat is: volmaakt) zijn bij de openbaring van Jezus Christus op die Dag (zie ook vers 7).
  • 1 Korinthe 5:5 Dan vindt de opstanding der rechtvaardigen plaats.
  • 2 Korinthe 1:14 De gelovigen worden verheerlijkt.
  • Filippenzen 1:6 Zal de voleindiging brengen van het goede werk in de gelovigen.
  • 1 Thess. 5:2 De beslissende fase van deze Dag komt voor velen als een dief in de nacht.
  • Openbaring 16:14 De “geesten der duivelen” (ofwel: demonen) vergaderen alsdan de goddelozen voor de krijg (= de strijd/oorlog) van Armageddon.

Uit deze teksten – alsook uit vele andere teksten en passages waar het begrip “Dag des Heren” niet genoemd wordt, maar wel over dezelfde oordeelstijd gesproken wordt – kunnen wij nu het volgende opmaken:
De hier bedoelde “Dag des Heren” is de oordeelstijd waarmee de huidige tijdsbedeling van genade[21] zal eindigen en die zal resulteren in de zichtbare wederkomst van Christus[22], welke een verwoestend einde zal maken aan alle ongerechtigheid en goddeloosheid. Zowel de werken als de bedrijvers ervan zullen geheel worden weggevaagd (zie onder andere nog Romeinen 1:18, 2 Thessalonicenzen 1:6-9 en het boek Openbaring)[23]. Wat wel duidelijk zal zijn, maar wat wij toch nog even aanstippen, is, dat de Dag des Heren niet slechts een dag van 24 uren is waarop Jezus zal wederkomen, maar de gehele oordeelstijd van het laatste der dagen, die uit zal lopen op deze wederkomst. Deze oordeelstijd begint met de tijd van het “Beginsel der Smarten” (volgens Mattheus 24:8 – “Maar al die dingen zijn nog maar een begin van de weeën (SV: beginsel der smarten)) en is dus eigenlijk een andere benaming voor de tijd die wij de “eindtijd” noemen.

In de beschrijving van Joël begint deze Dag des Heren met een oordeelstijd voor de Gemeente/Kerk, die overigens ook een oordeel voor de Christelijke volkeren (de “Israëlvolkeren”[24]) en voor grote delen van de rest van de wereld inhoudt.[25] De afbraak van de Christelijke Gemeente/Kerk is een slag voor de gehele wereld, eigenlijk de grootste straf waarmee God de mensheid kan tuchtigen. Waarmee zal het verderf in de wereld nog kunnen worden tegengegaan, als het “zout der aarde” smakeloos wordt? Zoals in Mattheüs 5:13 staat: “U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden.” (HSV)
De gevolgen van de afbraak van de Gemeente/Kerk voor de wereld zijn vandaag de dag al duidelijk waarneembaar. Hoe ziek is de huidige maatschappij, ondanks al haar verworvenheden! En hoe groot is de innerlijke leegheid van de moderne mens! Bezien wij de bedroevende zedelijke toestand van met name de westerse wereld vandaag de dag, dan valt op dat dit voornamelijk veroorzaakt is door het wegvallen van de rem van Bijbelse normen en Christelijke waarden. Het huwelijk is in diskrediet gebracht. Overspel en “vrije seks” worden zonder schaamte bedreven. Scheidingen zijn er aan de lopende band. Homofilie wordt steeds openlijker en brutaler gepresenteerd. Het is een tijd van egoïsme en liefdeloosheid. Ongeboren kinderen worden massaal geaborteerd. Mensen worden beroofd en geroofd en “zomaar” vermoord. Het is een boze tijd! Kwade geestelijke machten hebben vrij spel. Maar alle misère is uiteindelijk te herleiden tot het breken met de Goddelijke leefregels en het verlaten van God.

Na deze tijd van (geloofs)afval komt echter nog de Spade Regentijd[26], die daartegenover het hoogtepunt van de genadetijdsbedeling zal vormen. Dan zal de Gemeente/Kerk zijn zoals in Mattheus 5:14 beschreven wordt: “U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn.”[27] (HSV)
Voor de ware gelovigen zal de tijd van afbraak en van afval als een sterven zijn; de “doodservaring”, die voor de Bruidsgemeente vooraf zal gaan aan haar “opstandingservaring”, de Spade Regen-opwekking. In het eerste hoofdstuk van Joël wordt nu niet direct de afval zelf beschreven, als wel de gevolgen die deze afval van God zal hebben voor de Gemeente des Heren. Die gevolgen zijn desastreus: dood, verderf, tekort en armoede (alles, wel te verstaan, in geestelijk opzicht). Dit mee te maken, gevoegd bij de smartelijke aanblik van een verwoeste Gemeente, zal voor de weinige getrouwen die zullen overblijven – en wier spreekbuis hier de profeet Joël is – inderdaad als een sterven zijn. Waar wij voorts evenmin aan voorbij mogen gaan, is dat die gevolgen komen als een straf van God over de Gemeente. Daaruit zullen wij dan moeten afleiden, dat de gehele Gemeente van het zuurdesem van de afval (= van de zonde) doortrokken zal zijn, geen enkel deel uitgezonderd. Ook de “wijzen” vallen in slaap, lezen wij in Mattheüs 25:5: “Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen (dus zowel de 5 dwaze alsook de 5 wijze maagden) slaperig en vielen in slaap”!
Niet oplettend genoeg kunnen wij zijn voor wat het binnensluipen van de zonde betreft. Wat in Joël 1 beschreven wordt, moeten wij dan ook beschouwen als het begin van het oordeel Gods over het Huis Gods. In 1 Petrus 4:17[28] lezen wij, dat het oordeel Gods begint bij het Huis Gods, de Gemeente, hetgeen dus geheel in overeenstemming is met het boek Joël, dat leert dat de Dag des Heren begint met het oordeel over de Gemeente.
Wij hebben in de eindtijd een grote tempelreiniging te verwachten, vanwege de grote afvalligheid van de Gemeente/Kerk als geheel en omdat deze Gemeente/Kerk – ook al zal het in haar bruisen van activiteit (zoals destijds ook het geval was met de tempel in Jeruzalem) – een absoluut geestelijk dieptepunt zal hebben bereikt. Ook in andere profetenboeken lezen wij over dit oordeel over de Gemeente (het Huis Gods) en de reiniging die hierdoor teweeggebracht wordt (welke reiniging wij tevens kunnen beschouwen als het begin van de vorming van de Bruidsgemeente, de vlekkeloze Gemeente/Kerk – zie Ef. 5:26-27 en Openb. 19:7-8). Er is sprake van, onder andere, in Hosea 8:1, Zefanja 3:7, Maleachi 3:1-3 en Daniël 8:14.[29] Aan deze laatste tekst willen wij eerst een beschouwing wijden, alvorens verder te gaan met Joël 1, omdat zij ons een nog preciezere bepaling geeft van de tijd wanneer wij deze dingen te verwachten hebben.

In Daniël 8 wordt beschreven hoe het Medo-Perzische wereldrijk (uitgebeeld door een ram met 2 hoornen) door het erna komende Grieks-Macedonische wereldrijk (uitgebeeld door een geitenbok) zal worden opgeslokt en afgelost.[30] Dit zou geschieden tijdens het bewind van de legendarische koning Alexander de Grote van Griekenland (de “grote hoorn” uit Daniël 8:8+21[31]). In dit visioen strekt de tijd van het Griekse rijk zich uit tot de eindtijd en wordt dus onder andere over het, na het Griekse rijk komende, Romeinse rijk niet gesproken. De tijd van het Griekse rijk loopt hier uit in de tijd van de antichrist (over wie gesproken wordt in Daniël 8:9+23[32]), van wie de goddeloze Griekse koning Antiochus Epifanes – die een afgodsbeeld in de tempel van Jeruzalem plaatste (en naar wie de “kleine hoorn” uit Daniël 8:9[33] in eerste instantie schijnt te verwijzen) – een voorloper was. De reden waarom het in dit visioen (van Daniël 8) wordt voorgesteld alsof het Griekse rijk tot in de eindtijd zou blijven bestaan, is gelegen in het feit, dat de geest van het Griekse rijk niet ten onderging toen de Grieks-Macedonische suprematie (= oppermacht of superioriteit) op staatkundig gebied verdween, maar tot in onze tijd nog levend is. De Westerse beschaving is grotendeels de voortzetting van de Griekse beschaving. En de vestiging van de Griekse beschaving is door God gebruikt om de wereld voor te bereiden op de komst van Christus en om de boodschap van Christus ingang te doen vinden, met name in West-Europa, waar de Israëlvolkeren (de 10 stammen van het “huis van Israël”)[34] zich zouden vestigen.

H. Siliakus
(21.10.1948 – 10.11.1995)

KLIK HIER voor deel 1: Voorwoord + Joël – Het boek en de schrijver

  • NOOT A. Klein
    Wordt vervolgd. Aan het eind (van 6 [sub]delen) komt er een PDF voor degenen die het artikel willen downloaden of printen.

***********************************************************************

[1] Afval = De afvalligheid van God en het christelijk geloof. Zie o.a. 2 Thess. 2:3, 1 Tim.4:1, Hebr. 3:12 en 2 Petr. 3:17. (noot AK)
[2] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie Leer bidden van CJH Theys. (noot AK)
[3] Zie eventueel de studie De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17 van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel op dit weblog de ‘vers voor vers’ studie van het Bijbelboek Openbaring “Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL”, hoofdstuk 17, met de titel: Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke machtvan CJH Theys. (noot AK)
[5] Zie eventueel op dit weblog de studie Tot welke Gemeente behoren wij? (Naar aanleiding van Openbaring 2 en 3) van H. Siliakus en/of de ‘vers voor vers’ studie van het Bijbelboek Openbaring “Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL”, hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3, met de titel: De brieven aan de 7 Gemeentenvan CJH Theys. (noot AK)
[6] Zie eventueel de studie Heiligmakingvan E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel de studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring)”, hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekkingvan H. Siliakus. (noot AK)
[8] Zie eventueel de studie De volmaaktheid in Christus op aarde, in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Zie eventueel de studie Drie grote toekomstige scheidingenvan H. Siliakus. (noot AK)
[10] Zie eventueel de studie: De natuurlijke mens en de Heilige Geestvan CJH Theys. (noot AK)
[11] Zie eventueel de studie: Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aardevan E. van den Worm. (noot AK)
[12] Het leger van de hemel = Gods leger, bestaande uit engelen-machten en menselijke geestelijke strijders. (noot AK)
[13] Zie uitleg bij noot 15.
[14] Zie uitleg bij noot 16.
[15] De sterren van de hemel = Beeld van de gelovigen (die door de draak, de valse profeet, misleid zijn. Maar, denk bij die misleiding ook aan de hieraan voorafgaande invloed van leraars, herders, profeten enz. die hun een valse/misleidende boodschap brachten/ brengen). (noot AK)
[16] Op de aarde werpen = Dit is: Uit het Koninkrijk der hemelen, ofwel: uit de ware Gemeente/Kerk werpen/weghalen. (noot AK)
[17] Zie eventueel de studie Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’ (over de 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd)van A. Klein/E. van den Worm. (noot AK)
[18] Een allegorie in de literatuur is een metafoor (een vorm van beeldspraak) die door het gehele gedicht, verhaal of boek wordt volgehouden. Naast diverse Bijbelboeken, zoals Het Hooglied en Openbaring, is een bekende allegorie: De Christenreis (A Pilgrim’s progress) van John Bunyan, vol met beelden van de bekering en het verdere leven van een christen. Maar denk verder ook aan uitbeeldingen en/of beeldspraak, zoals “Een schaap in wolfskleren” etc. (noot AK)
[19] Zie uitleg bij noot 18.
[20] Zie eventueel de studie De Dag van JaHWeH (de Dag des Heren) van E. van den Worm. (noot AK)
[21] De tijdsbedeling van genade = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft tot aan Zijn wederkomst. (noot AK)
[22] Zie eventueel het artikel De Wederkomst van Christus nader bekekenvan A. Klein. (noot AK)
[23] “Want de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen, die de waarheid in ongerechtigheid onderdrukken.” (Rom. 1:18)
“Het is immers rechtvaardig van God (SV: het recht is bij God) verdrukking te vergelden aan hen die u verdrukken,en aan u die verdrukt wordt, samen met ons verlichting te geven bij de openbaring van de Heere Jezus vanuit de hemel met de engelen van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht.” (2 Thess. 1:6-9, HSV)
–> Voor meer uitleg over het boek Openbaring, zie onze ‘vers voor vers’ studie Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL van CJH Theys en/of Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring) van H. Siliakus. (noot AK)
[24] Er is een verschil tussen Israël en het Jodendom. Wij willen dit in het kort proberen uit te leggen. In eerste instantie bestaat het volk van Israël uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het “huis van Israël” en het “huis van Juda” (de zgn. Joden). Het “huis van Israël” (ook wel Efraïm-Israël genoemd) is het 10-stammenrijk dat in de loop van de geschiedenis, door de Assyrische ballingschap, weggevoerd werd uit het beloofde land Kanaän/Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij, tot op heden, in het “verborgen” wonen. Het zijn vooral de zgn. “christelijke” landen in Noordwest-Europa en de landen, waar velen uit Noordwest-Europa later naar toe zijn geëmigreerd, zoals Amerika, Canada, Zuid-Afrika en Australië. Het “huis van Juda” is het 2-stammenrijk, namelijk het volk van Juda, Benjamin en Levi, dat in de dagen van Jezus rondwandeling op aarde in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. (Het huis van) Juda, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (Rom. 11:25). (noot AK)
[25] Zie eventueel de studie De Dag van JaHWeH (de Dag des Heren) en/of De 7 donderslagen van Openbaring 10:3en/of God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden van E. van den Worm. (noot AK)
[26] De “Spade Regen”, ook wel “Late Regen” genaamd = Het beeld van de UITSTORTING van de Heilige Geest in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29. (Terwijl de zgn. Vroege Regen het beeld is van de uitstorting van de Heilige Geest op de [1ste, Nieuwtestamentische] Pinksterdag. Zie Handelingen, hoofdstuk 2, vooral de verzen 1-4).
–> Zie ook nog de studievermelding bij noot 7. (noot AK)
[27] Zie eventueel de studie De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente/Kerk van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente/Kerkvan E. van den Worm. (noot AK)
[28] “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?” (1 Petr. 4:17)
[29] “De bazuin aan uw mond! De vijand zweeft als een arend boven het huis van de HEERE, omdat zij Mijn verbond hebben overtreden en tegen Mijn wet in opstand zijn gekomen.” (Hos. 8:1)
“Ik zei: Nu zult u Mij zeker vrezen, u zult de vermaning aanvaarden, opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden, hoe Ik haar ook gestraft zou hebben. Toch waren zij er vroeg bij, zij hebben totaal verderfelijk gehandeld.” (Zef. 3:7),
“Zie, Ik zend Mijn engel, die voor Mij de weg bereiden zal. Plotseling zal naar Zijn tempel komen die Heere Die u aan het zoeken bent, de Engel van het verbond, in Wie u uw vreugde vindt. Zie, Hij komt, zegt de HEERE van de legermachten. Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen? Wie zal bij Zijn verschijning standhouden? Want Hij is als vuur van een edelsmid, en als zeep van de blekers. Hij zal zitten als iemand die zilver smelt en reinigt: Hij zal de Levieten reinigen en hen zuiveren als goud en zilver. Dan zullen zij de HEERE een graanoffer brengen in gerechtigheid.” (Mal. 3:1-3) en
“Hij zei tegen mij: Tot 2.300 avonden en morgens. Dan zal het heiligdom in rechten hersteld worden.” (Dan. 8:14).
[30] Zie eventueel op dit weblog de ‘vers voor vers’ Bijbelstudie van het boek Daniël, hoofdstuk 8, met de titel: Daniëls visioen van de ram en de geitenbokvan CJH Theys. (noot AK)
[31] “De geitenbok maakte zich uitermate groot. Maar toen hij machtig geworden was, brak de grote hoorn af en in plaats daarvan kwamen er vier opvallende op, overeenkomstig de vier windstreken van de hemel.” “En de harige geitenbok is de koning van Griekenland, en de grote hoorn die tussen zijn ogen zat, dat is de eerste koning.” (Dan. 8:8+21).
[32] “Uit één ervan kwam een kleine hoorn tevoorschijn, die uitzonderlijk groot werd, naar het zuiden toe, naar het oosten toe en naar het sieraadland toe.” “Aan het einde van hun koningschap, wanneer de afvalligen de maat hebben volgemaakt, zal er een meedogenloze koning opstaan, bedreven in slinkse streken.” (Dan. 8:9+23).
[33] Zie deze tekst bij noot 32.
[34] Zie noot 24.
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, De antichrist(elijke tijd), de Heilige Geest, Eindtijdstudie, Gods Geest, Heiligmaking, Israël/huis van Israël, Nuttige studie als 'basiskennis', Oordelen Gods, Opwekking, Studie van H Siliakus, Volmaaktheid in Christus, Wederkomst van Christus en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Crises van de eindtijd (2a) – Goddelijke gerichten… volgens Joël: De geloofsafval van de laatste dagen

  1. Henk Herbold zegt:

    Deze belangrijke studie van Joël vertelt ons o.a. dat er een tijd komt dat de christenen de gezonde leer niet meer zullen verdragen en dat dit zal uitlopen op een gebeurtenis die in de Bijbel “de afval” wordt genoemd. Dit moet dus wel een waarschuwing zijn voor elke oprechte christen, want mogelijk leven we al in die tijd.

    Natuurlijk, veel mensen zijn ergens nog wel religieus (zelfs christelijk), maar er is soms toch iets veranderd in de evangelieprediking. Men wil dan liever geen onderwijzing meer over heiliging en het afleggen van je zonden. Men wil alleen nog predikers die hen vertellen wat zij graag willen horen (2 Tim. 4:1-4). Uiteindelijk draait alles uit op de grote scheiding tussen echt en namaak.

    Daarom, als het vroeger al belangrijk was om ons te verdiepen in studies als deze, vandaag is het dat nog meer. Daar komt bij, feitelijk zijn er niet zoveel studies over Joël die net zo Bijbelgetrouw en zuiver zijn als deze.
    De wijze van digitaliseren blinkt uit in compleetheid.
    De studie is een bijzondere zegen voor iedereen die het wil lezen.

    Zeker de moeite waard.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s