Crises van de eindtijd (3a) – Goddelijke gerichten… volgens Joël: De benauwdheid van Jakob

Goddelijke gerichten vanaf de tijd van de grote afval, volgens de beschrijving van het boek -en de profeet- Joël

Goddelijke gerichten

De benauwdheid van Jakob

Gods Woord leert ons, dat de (geloofs)afval geen keer zal nemen (= geen wending zal nemen, niet zal veranderen) onder invloed van de narigheid die er het gevolg van zal zijn. Zij zal zelfs helemaal geen keer nemen, maar steeds groter worden en uitlopen op de satansaanbidding ten tijde van de Grote Verdrukking (zie onderstaande schets: “De afval van het geloof in de eindtijd”).

Crises eindtijd schema2Zij (de afvalligheid van het geloof) is één van de wortels van deze duivelse religie, waarvan de organisatie uiteindelijk in handen zal zijn van de valse kerk.[1] Lees Openbaring 17.[2] Toch zal er als reactie op deze (geloofs)afval een geestelijke opwekking ontstaan. Diegenen onder de gelovigen die waarachtig levend gemaakt zijn, zullen tot (geestelijke) ontwaking komen. Anderen zullen zich bekeren en op het laatst zal er nog een hongerige schare van “nieuw volk” aan de Gemeente worden toegevoegd. Maar voordat deze opwekking komt, zal er toch eerst een zeer benauwde tijd moeten aanbreken. De ellende als gevolg van de (geloofs)afval zal op zichzelf nog niet genoeg zijn om een beweging te doen ontstaan van ernstige zoekers van God. Daarvoor zal een echte noodsituatie nodig zijn (wij zien het zo dikwijls: pas nadat men zware slagen heeft moeten incasseren, komt men tot inkeer). En deze noodsituatie zal er komen voor onze volken! In de Bijbel wordt deze tijd “de benauwdheid van Jakob” genoemd: “O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden” (Jer. 30:7, SV). Het is een tijd waarover vele profetieën spreken. Voordat de Spade Regen-opwekking[3] aanbreekt, zal eerst deze, voor de Israëlvolken[4] zeer kritieke tijd moeten komen. Dit kunnen wij met name afleiden uit de voorzeggingen van Joël.

In Joël 2:1-11 lezen wij wat de toedracht zal zijn die tot het ontstaan van die grote benauwdheid voor Israël zal leiden:
“Blaas de bazuin in Sion, sla alarm (SV: roept luide) op Mijn heilige berg, laat alle inwoners van het land sidderen, want de dag van de HEERE komt, ja, is nabij! 2 Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken, ja, donkere wolken. Zoals de dageraad zich over de bergen verspreidt, verspreidt zich een groot en machtig volk, zoals er niet geweest is van oude tijden af, en er hierna niet meer zal zijn, jarenlang, van generatie op generatie. 3 Ervóór verteert een vuur, en erachter verzengt (SV: brandt) een vlam; ervóór is het land als de hof van Eden (SV: als een lusthof), en erachter is het een woeste wildernis. Ook is er geen ontkomen aan. 4 Als het uiterlijk van paarden is zijn uiterlijk, en als renpaarden, zo rennen zij voort (SV: De gedaante deszelven is als de gedaante van paarden, en als ruiters zo zullen zij lopen). 5 Als het geluid van wagens springen zij over de toppen van de bergen, als het geluid van een vuurvlam die stoppels verteert, als een machtig volk opgesteld voor de strijd. 6 Bij die aanblik krimpen de volken ineen, alle gezichten verschieten van kleur. 7 Als helden rennen (SV: lopen) zij, als strijdbare mannen (SV: als krijgslieden) klimmen zij tegen de muren op; ieder gaat op zijn eigen weg en zij wijken niet van hun paden af. 8 Zij verdringen elkaar niet, ieder gaat zijn eigen weg. Al stuiten zij op weerstand, zij zijn niet tegen te houden. 9 Zij stormen op de stad af, zij rennen op de muren, zij klimmen tegen de huizen op (SV: zij zullen klimmen in de huizen). Als een dief komen zij door de vensters binnen. 10 Bij die aanblik siddert de aarde, beeft de hemel. Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren trekken hun licht (SV: hun glans) in. 11 En de HEERE laat Zijn stem klinken voor Zijn leger uit, want Zijn leger is zeer groot, ja, machtig is Hij, Die Zijn woord ten uitvoer brengt. Groot is immers de dag van de HEERE en zeer ontzagwekkend (SV: vreselijk). Wie zal hem kunnen verdragen?” (HSV)
Er komt een grote oorlog, een wereldoorlog. En dit is volgens Joël 2:1 het begin van de eigenlijke “Dag des Heren”[5], de “dag” van Gods oordeel over Israël en de overige volkeren (zie mijn eerdere opmerkingen over de Dag des Heren in deel 2[6]). In de ruimste zin genomen, begint deze Dag met het “Beginsel der Smarten” (of: “begin van de weeën” – zie Matth. 24:8, SV/HSV), in engere zin[7] met de meer grimmige tijd van Jakobs Benauwdheid. De beschrijving van de toedracht tot deze benauwdheid herinnert aan die van de sprinkhanenplaag van Joël hoofdstuk 1, maar in tegenstelling tot hoofdstuk 1 betreft het hier geen aanval van demonenlegers, maar een strijd in de natuurlijke wereld. Hierop wijzen enige vermeldingen, zoals die van Joël 2:17, waar over overheersing door heidenen wordt gesproken, en in Joël 2:20, waar sprake is van geografische plaatsbepalingen:
“Laten de priesters, de dienaren van de HEERE, wenen tussen de voorhal (SV: het voorhuis) en het altaar, en laten zij zeggen: Ontzie (SV: spaar) Uw volk, HEERE, geef Uw erfelijk bezit (SV: Uw erfenis) niet over aan smaad, zodat de heidenvolken over hen zouden heersen. Waarom zouden ze onder de volken zeggen: Waar is hun God?” (Joël 2:17, HSV)
“Ik zal die uit het noorden ver van u wegdoen. Ik verdrijf hem naar een dor en woest land, zijn voorhoede naar de zee in het oosten, zijn achterhoede naar de zee in het westen. Zijn stank stijgt op, zijn walm (SV: zijn vuiligheid) stijgt op, want hij heeft grote dingen gedaan.” (Joël 2:20, HSV)
Ook het feit, dat het naderen van dit gevaar visueel waarneembaar is, gelijk uit heel de beschrijving blijkt, is een aanwijzing ervoor, dat het één en ander zich in de zichtbare wereld zal afspelen. Dat de plaag van Joël hoofdstuk 2 niet dezelfde is als die van hoofdstuk 1, wordt overigens nog door andere verschillen aangegeven (in Joël hoofdstuk 1 is bijvoorbeeld het beeld, dat van verwoeste velden en landerijen, terwijl in hoofdstuk 2 over vernielingen van de bouwcultuur – steden en dorpen – wordt gesproken), alsmede door het duidelijk en onmiskenbaar volgen in de tijd van het één op het ander in de beschrijving (de chronologie dus van het boek).

Een zeer donkere tijd breekt dan aan voor de Israëlvolkeren[8], leert ons Joël 2:2. Doch niet alleen voor deze volkeren, ook voor alle overige natiën. Daarop duidt Joël 2:6. Het zal derhalve een wereldoorlog zijn, die dan uitbreekt. De nacht daalt over de wereld. Een “groot en machtig volk” (zie Joël 2:2) gaat de wereld beroeren. Volgens Joël 2:20 woont dit volk in het noorden, dat is ten noorden van Palestina (diverse Christelijke en Joodse schrijvers bleven, zeker in het verleden, over Palestina spreken – AK[9]). Het is het volk van Magog, dat blijkens Ezechiël 38:15 aldaar gezocht moet worden: “U zult uit uw woonplaats komen, uit het uiterste noorden, u en vele volken met u, allen ruiters, een grote menigte en een talrijk leger.” (HSV)
Thans (let op: geschreven in 1989) staat dit volk bekend als Sovjet-Rusland. De wereldoorlog die nu beschreven gaat worden, is dezelfde als beschreven in Ezechiël 38 en 39.[10] In Joël 2:2 vinden wij nog een merkwaardige vergelijking: “duisternis… als de dageraad uitgespreid over de bergen” (SV). Daarmee wordt bedoeld, dat de duisternis volkomen zal zijn en alle “bergen” – machten – zal omhullen. Het is echter iets bijzonders, dat het tegenovergestelde (namelijk: licht) wordt gebruikt om de alomvattendheid van de dan heersende duisternis uit te drukken! De verklaring hiervoor vinden wij in de diepere betekenis van deze vergelijking. Deze duisternis zal tegelijk zijn als de dageraad van verlossing voor de getrouwe kinderen Gods. Als deze donkere ure komt, weten zij, dat de verlossing uit de toestand van geestelijke dorheid nabij is. De Spade Regen[11] is dan op komst! Lees in dit verband Maleachi 4:1-2, Zacharia 14:7, Lukas 21:28 en Openbaring 22:16, waar telkens deze zelfde gedachte naar voren komt.

Nadere bijzonderheden over de wijze van oorlogvoering worden ons in Joël 2 ook verschaft. Vers 3 zegt, dat vóór het leger van dit grote en machtige volk een vertering door vuur uitgaat. Waarschijnlijk is dit een aanwijzing, dat de oorlog zal worden ingeluid door kernwapenaanvallen (zie ook Joël 2:30, waar sprake is van “rookpilaren”). In Joël 2:4 wordt gesproken van “paarden”. Dit doet denken aan wat er in Ezechiël 38:15 staat: “Gij zult dan komen uit uw plaats, uit de zijden van het noorden, gij en vele volken met u; die allemaal op paarden zullen rijden, een grote vergadering, en een machtig heir (= leger).” (SV)
De toevoeging “gedaante als” (zie Joel 2:4, SV) doet vermoeden, dat het gaat om iets wat erop lijkt, maar dit zou verklaard kunnen worden vanuit het omgekeerde. De profeet meent sprinkhanen te zien en die gelijken op paarden. Zal dit leger over een “ouderwetse” cavalerie beschikken? Het is mogelijk, doch het hoeft niet zo te zijn. Afgaande op wat volgt, behoeven wij hier niet aan vast te houden. Misschien moeten wij uit de mededeling over de paarden afleiden, dat het hierbij gaat om een volk dat van oudsher een steppenvolk is. Een aanwijzing temeer dat wij hier hebben te denken aan het Russische volk. Paarden werden vanaf de vroegste tijden gebruikt om de onmetelijke vlakten van Rusland te doorkruisen. Joël 2:5 completeert het beeld van snel oprukkende legers. Er zal dus ook op conventionele wijze oorlog gevoerd worden. “Springen als een gedruis van wagens, op de… bergen” en “als het gedruis van een vuurvlam” (SV) zijn bewoordingen die duidelijk maken, dat het hier ook een moderne wijze van oorlogvoering betreft, met gebruikmaking van de snelle vuurspuwende monsters die wij kennen als “tanks”. Deze indruk wordt nog versterkt als wij Joël 2:6-9 lezen. Heel de beschrijving van de opmars van dit leger spreekt van de inzet van schier (= nagenoeg) onverwoestbare en technisch hoogontwikkelde “strijdwagens”. Het gebruik van het woordje “als” krijgt daarbij bijzondere betekenis: “àls helden…, àls krijgslieden” (zie Joël 2:7, SV). En de opmerking, dat “al vielen zij op een geweer, zij zouden niet verwond worden (HSV: Al stuiten zij op weerstand, zij zijn niet tegen te houden) (Joël 2:8b), wijst ook al in deze richting. Wij krijgen bovendien de indruk van een goed georganiseerd leger: “in slagorde gesteld” (zie Joël 2:5, SV) en: “Ook zullen zij de één de ander niet dringen!” (Joël 2:8a, SV).

H. Siliakus
(21.10.1948 – 10.11.1995)

KLIK HIER voor deel 1: Voorwoord + Joël – Het boek en de schrijver
KLIK HIER voor deel 2a: De (geloofs)afval van de laatste dagen
KLIK HIER voor deel 2b: De (geloofs)afval van de laatste dagen –> het vervolg
KLIK HIER voor deel 2c: De (geloofs)afval van de laatste dagen –> het vervolg

.

  • NOOT A. Klein
    Wordt vervolgd. Aan het eind (van 6 [sub]delen) komt er een PDF voor degenen die het artikel willen downloaden of printen.

***********************************************************************

[1] Zie eventueel de studie De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17 van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel de ‘vers voor vers’ studie van het Bijbelboek Openbaring Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL”, hoofdstuk 17, met de titel: Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke machtvan CJH Theys. (noot AK)
[3] De Spade Regen-opwekking = De grote zielenoogst (opwekking) in de eindtijd, door de uitstorting van de Heilige Geest – zie Joël 2:23b en 28-29.
–> Zie eventueel de studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring)”, hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekkingvan H. Siliakus. (noot AK)
[4] M.i. worden hier alle 12 stammen van Israël bedoeld, daar deze genoemd zijn naar de 12 zonen van Jakob en het over “de benauwdheid van Jakob” gaat (dus zowel over het ‘huis van Israël’, alsook over het ‘huis van Juda’).
NOOT:
Er is een verschil tussen Israël en het Jodendom. Wij willen dit in het kort proberen uit te leggen.
In eerste instantie bestaat het volk van Israël uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het “huis van Israël” en het “huis van Juda” (de zgn. Joden). Het “huis van Israël” (ook wel Efraïm-Israël genoemd) is het 10-stammenrijk dat in de loop van de geschiedenis, door de Assyrische ballingschap, weggevoerd werd uit het beloofde land Kanaän/Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij, tot op heden, in het “verborgen” wonen. Het zijn vooral de zgn. “christelijke” landen in Noordwest-Europa en de landen, waar velen uit Noordwest-Europa later naar toe zijn geëmigreerd, zoals Amerika, Canada, Zuid-Afrika en Australië. Het “huis van Juda” is het 2-stammenrijk, namelijk het volk van Juda, Benjamin en Levi, dat in de dagen van Jezus rondwandeling op aarde in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. (Het huis van) Juda, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (Rom. 11:25). (noot AK)
[5] Zie eventueel de studie De Dag van JaHWeH (de Dag des Heren) van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Overgenomen uit deel 2(a):
Een nadere aanwijzing betreffende het “wanneer” vinden wij verderop in het hoofdstuk, in Joël 1:15, waar staat: “Ach, die dag! Ja, de dag van de HEERE is nabij, en hij zal komen als een verwoesting van de Almachtige”. Joël spreekt over een geestelijke sprinkhanen- of ongedierteplaag en over een geestelijke droogte en hij vermeldt in zijn boek ook wanneer wij die te verwachten hebben, namelijk in de profetische tijd die de “Dag des Heren” genoemd wordt. Behalve in Joël 1:15 wordt over deze “Dag” ook gesproken in Joël 2:1+11+31 en in 3:14. Voordat wij verder gaan, moeten wij eerst onderzoeken welke tijd hiermee bedoeld wordt.
Daartoe geven wij nu eerst een opsomming van de Bijbelplaatsen waar over deze toekomstige “Dag des Heren” gesproken wordt, met erachter in het kort vermeld wat erover wordt gezegd.
Jesaja 2:12 Alle hoogmoedigen worden vernederd.
Jesaja 13:6 Een dag van verwoesting.
Jesaja 13:9 Een dag van toorn en verwoesting; de zondaars worden verdelgd.
Joël 1:15 Een dag van verwoesting.
Joël 2:1-2 Een dag van duisternis, maar voorafgegaan door een geestelijke ontwaken.
Joël 2:11 Een dag van strijd en oordeel.
Joël 2:31 Verduistering van zon en maan voordat deze Dag zijn hoogtepunt bereikt.
Joël 3:14 Menigten in het “dal der beslissing” (NBG), het dal van de beslissende strijd.
Obadja 1:15 Een dag van vergelding.
Zefanja 1:14-15 Een dag van benauwdheid, verwoesting en duisternis.
Maleachi 4:5 Alle hoogmoedigen en goddelozen worden uitgeroeid (zie ook vers 1).
Handelingen 2:20 Zie Joël 2:31.
1 Korinthe 1:8 De gelovigen zullen “onberispelijk” (dat is: volmaakt) zijn bij de openbaring van Jezus Christus op die Dag (zie ook vers 7).
1 Korinthe 5:5 Dan vindt de opstanding der rechtvaardigen plaats.
2 Korinthe 1:14 De gelovigen worden verheerlijkt.
Filippenzen 1:6 Zal de voleindiging brengen van het goede werk in de gelovigen.
1 Thess. 5:2 De beslissende fase van deze Dag komt voor velen als een dief in de nacht.
Openbaring 16:14 De “geesten der duivelen” (ofwel: demonen) vergaderen alsdan de goddelozen voor de krijg (= de strijd/oorlog) van Armageddon.
Uit deze teksten – alsook uit vele andere teksten en passages waar het begrip “Dag des Heren” niet genoemd wordt, maar wel over dezelfde oordeelstijd gesproken wordt – kunnen wij nu het volgende opmaken:
De hier bedoelde “Dag des Heren” is de oordeelstijd waarmee de huidige tijdsbedeling van genade zal eindigen en die zal resulteren in de zichtbare wederkomst van Christus, welke een verwoestend einde zal maken aan alle ongerechtigheid en goddeloosheid. Zowel de werken als de bedrijvers ervan zullen geheel worden weggevaagd (zie onder andere nog Romeinen 1:18, 2 Thessalonicenzen 1:6-9 en het boek Openbaring). Wat wel duidelijk zal zijn, maar wat wij toch nog even aanstippen, is, dat de Dag des Heren niet slechts een dag van 24 uren is waarop Jezus zal wederkomen, maar de gehele oordeelstijd van het laatste der dagen, die uit zal lopen op deze wederkomst. Deze oordeelstijd begint met de tijd van het “Beginsel der Smarten” (volgens Mattheus 24:8 – “Maar al die dingen zijn nog maar een begin van de weeën (SV: beginsel der smarten)) en is dus eigenlijk een andere benaming voor de tijd die wij de “eindtijd” noemen. (noot HS)
[7] In engere zin = Zo dicht mogelijk bij wat het letterlijk betekent. Hier: De eindtijd in een veel verder gevorderde fase. (noot AK)
[8] Zie noot 4.
[9] De 12 stammen van Israël hebben sinds Jozua in Kanaän gewoond (zie o.a. Deut. 32:48-52, Joz. 1:1-6, 3:10 en 14:1). Het beloofde land Kanaän ofwel Palestina. Het huidige land Israël (waar voornamelijk de 2 stammen van het ‘huis van Juda’ wonen) doet thans haar rechten gelden op het land Palestina. Historische rechten, waarvan we ook lezen in de Bijbel. Als de tijd daar is dat het profetisch Woord vervuld wordt, dan kan het niet anders of geheel Israël (alle 12 stammen) zal uiteindelijk in bezit komen van geheel Palestina en van de stad Jeruzalem (zie Gen.15:18). Abrahams nakomelingen zouden volgens Goddelijke belofte het land Kanaän bewonen. Dat land zou zich uitstrekken van de beek van Egypte (een kleine rivier ten oosten van de Nijl) tot aan de rivier de Eufraat. Voor ons zijn het tekenen dat we in de (Bijbelse) ‘laatste dagen’, vlak voor de wederkomst van Jezus, leven. Daarom is het juist in deze tijd belangrijk om na te gaan wat de Bijbel over deze dingen zegt.
Zie eventueel ook nog de link: http://nl.wikipedia.org/wiki/Palestina_(staat)
  • In Jozua 13:1-6 staat: “Jozua nu was oud en op dagen gekomen, en de HEERE zei tegen hem: U bent zelf oud geworden en op dagen gekomen, en er is nog zeer veel land overgebleven om dat in bezit te nemen. Dit is het land dat overgebleven is: alle gebieden van de Filistijnen en heel het land van de Gesuriet; vanaf de Sichor, die tegenover Egypte ligt, tot aan het gebied van Ekron in het noorden, dat tot het gebied van de Kanaänieten wordt gerekend. De vijf stadsvorsten van de Filistijnen, die van Gaza en die van Asdod, die van Askelon, die van Gath en die van Ekron, en de Avvieten; vanaf het zuiden heel het land van de Kanaänieten, en Meara, dat van de Sidoniërs is, tot aan Afek, tot aan het gebied van de Amorieten; bovendien het land van de Giblieten, en de hele Libanon, waar de zon opkomt, vanaf Baäl-Gad, onder aan de berg Hermon, tot aan Lebo-Hamath; allen die in het Bergland wonen vanaf de Libanon tot aan Misrefoth-Maïm, al de Sidoniërs. Ík zal hen van voor de ogen van de Israëlieten verdrijven. Alleen, maak dat het land aan Israël als erfelijk bezit toevalt, zoals Ik u geboden heb.
–> Zie eventueel ook nog de studie Gij, volk van Israël, ontwaak! (Een profetische Bijbelstudie met betrekking tot het politieke herstel en de complete terugkeer van het gehele Israël naar Kanaän) van E. van den Worm. (noot AK)
[10] Zie eventueel het artikel De Russische opmars – De oorlog van Gog en Magog (volgens Ezechiël 38 en 39) van CJH Theys. (noot AK)
[11] De “Spade Regen”, ook wel “Late Regen” genaamd = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29. Terwijl de zgn. Vroege Regen het beeld is van de uitstorting van de Heilige Geest op de (1ste, Nieuwtestamentische) Pinksterdag. Zie Handelingen, hoofdstuk 2, vooral de verzen 1-4.
Zie ook nog de studievermelding bij noot 3.
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Opwekking, Studie van H Siliakus en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Crises van de eindtijd (3a) – Goddelijke gerichten… volgens Joël: De benauwdheid van Jakob

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s