Crises van de eindtijd (3b) – Goddelijke gerichten… volgens Joël: De benauwdheid van Jakob (vervolg)

Goddelijke gerichten vanaf de tijd van de grote afval, volgens de beschrijving van het boek -en de profeet- Joël

Goddelijke gerichten

De benauwdheid van Jakob (vervolg)

Wáár de strijd zal ontbranden, hoe de oorlog zal verlopen en waar de strijdfronten zullen worden gevonden, daarover lezen wij hoofdzakelijk in Ezechiël 38 en 39. Het zal in het Midden-Oosten beginnen, met een aanval op de Joodse staat.
Het bestaan van de Joodse staat staat al sinds de oprichting in 1948 ter discussie. Wij behoeven hierover niet uit te weiden; er is al genoeg over geschreven en het is genoegzaam bekend. Soms bekruipt ons het gevoel, dat er door sommige christenen veel te veel aandacht aan wordt besteed. Dat wij hierbij te doen hebben met een afleidingsmanoeuvre van de satan, wordt maar door weinigen onderkend. Satan heeft er alle belang bij, dat de christenen blind zijn voor de werkelijk belangrijke gebeurtenissen. Toch zijn wij genoodzaakt hier iets te zeggen over de bedreigde Joden in Palestina. Dit is vanwege een merkwaardige Bijbelpassage, die wij aantreffen in Joël 3 vers 4-8:
“En ook, wat wilt u van Mij, Tyrus en Sidon, en alle gebieden van Filistea? (SV: alle grenzen van Palestina!). Wilt u Mij Mijn handelwijze vergelden? Als u Mij dat wilt aandoen, zal Ik snel en onmiddellijk uw vergelding op uw hoofd doen terugkeren, 5 omdat u Mijn zilver en Mijn goud hebt weggenomen, het beste van Mijn kostbaarheden naar uw tempels hebt gebracht. 6 U hebt de Judeeërs en de inwoners van Jeruzalem aan de Grieken verkocht, om hen ver weg te voeren uit hun eigen gebied. 7 Zie, Ik wek hen op uit de plaats waarheen u hen verkocht hebt. Ik zal uw vergelding op uw hoofd doen terugkeren. 8 Ik zal uw zonen en uw dochters verkopen in de hand van de Judeeërs. Zij zullen hen aan de inwoners van Sjeba verkopen, aan een volk ver weg, want de HEERE heeft het gesproken.” (HSV)
Middenin de beschrijving van de Strijd van Armageddon, de strijd waarmee de huidige (tijds)bedeling zal eindigen, vinden wij hier een “intermezzo”, de aankondiging van een eerder in de eindtijd plaatshebbend afzonderlijk oordeel over de Libanezen (Tyrus en Sidon, uit Joël 3:4, waren/zijn 2 plaatsen uit Libanon[1]) en de Palestijnen. Het sluit aan bij een verwijt, dat wij in vers 3 lezen, over de arabisering van het Midden-Oosten. Zoals wij het verstaan, gaat het hier over de conflicten en gespannen situaties (in het Midden-Oosten) die voorafgaan aan de “oorlog van Gog”[2] en die daarop uiteindelijk uit zullen lopen. De Filistijnen of Palestijnen hebben bij deze conflicten steeds een belangrijke rol gespeeld en Libanon is er vooral sinds 1971 nauw bij betrokken. In dat jaar werden de Palestijnen namelijk verjaagd uit Jordanië en trokken ze naar Libanon.

God richt Zich in Joël 3:4 allereerst tot Tyrus en Sidon. Deze steden, hoewel in de oudheid reeds gestraft en met de grond gelijk gemaakt (lees Jeremia 47:1-7 en Ezechiël 27+28), zullen – en met name het land eromheen, dat vroeger bekend stond als Fenicië[3], maar dat wij thans kennen als Libanon – in de eindtijd toch weer een rol spelen. Dat wij hier aan de eindtijd moeten denken, maken wij op uit Joël 3:7, waar over de terugkeer van de Judeeërs of Joden naar Palestina wordt gesproken, maar is trouwens ook af te leiden uit de plaats van deze profetie in Joël 3.
Het gaat hier dus over de Libanezen. Tyrus zelf zou zijn oude luister nooit herkrijgen (zie Ezech. 27:36[4]), maar Beiroet heeft de fakkel overgenomen en is lange tijd het “Parijs van het Midden-Oosten” geweest. Verder lezen wij in Joël 3:4 (SV) over de “grenzen van Palestina”. Een betere vertaling is: “gebieden der Filistijnen” en natuurlijk worden hier de bewoners van die gebieden aangesproken. Wij noemen hen thans Palestijnen. De huidige Palestijnen zijn de “erfopvolgers” van de oude Filistijnen. Dat deze laatsten geen Arabieren waren, behoeft geen probleem te vormen (zie mijn artikel “De Libanon-crisis” in de Tempelbode van juli 1982[5]). De “vergelding” die men aan God wil “wedergeven” heeft betrekking op pogingen die de Palestijnen en de Libanezen (samen met de andere Arabieren) ondernemen om de in 1948 gestichte Joodse staat te vernietigen. Hiervoor zullen ze zelf gestraft worden, zo wordt hier gezegd. Zoals wij het nu zien, is dit met name gebeurd in 1982, toen de Israëliërs afrekenden met de Palestijnen in Libanon en grote delen van het land daarna voor lange tijd bezet hielden. Wat in Joël 3:5-6 vermeld wordt, schijnt hoofdzakelijk betrekking te hebben op misdaden tegen Juda begaan in de oudheid. Kennelijk werden in een zekere periode door Tyrus en Sidon (de Feniciërs) vele Joden (of Judeeërs) als slaven verkocht aan de Grieken (Javan[6]). Over de handel met Javan of Griekenland lezen we ook in Ezechiël 27:19 (HSV), “Vedan en Javan leverden u handelswaar uit Uzal. Smeedijzer, kassia en kalmoes behoorden tot uw handelswaar.”
Het is bekend, dat de Feniciërs zonder mededogen in mensen handelden (zie G. Herm, “De Feniciërs” – Het purperrijk uit de Oudheid – blz. 73[7]). Merkwaardig is het overigens, dat de tegenwoordige Grieken ook onder één hoedje schijnen te spelen met de Palestijnen. Het vliegveld van Athene is berucht vanwege de vrijheden die Palestijnse terroristen aldaar (schijnen te) genieten.

Maar aan de diaspora van de Joden[8] (waaraan dus ook de Feniciërs een steentje bijgedragen hebben) zal een eind komen, zegt God in Joël 3:7. Zij zullen terugkeren naar hun land (waar uiteindelijk – in 1948 – de staat Israël gesticht wordt, die eigenlijk Juda zou moeten heten[9]) en zullen het werktuig van God zijn om Libanezen en Palestijnen (als Filistijnen in de oudheid ook al gerenommeerde tegenstanders van Juda en Israël) geducht af te straffen. Op een gegeven ogenblik zullen de Libanezen en de Palestijnen (volgens Joël 3:4 [HSV], “Tyrus en Sidon, en alle gebieden van Filistea”) zelfs “verkocht” zijn in de handen van de Joden, leert ons Joël 3:8, en die zullen hen “verkopen” (een verwijzing naar het verkopen van de Judeeërs in Joël 3:6) aan Scheba, de Sabeeërs, dat is Saoedi-Arabië. Hoe wij ons dit moeten voorstellen, weten wij nog niet precies. Dit onderdeel van de profetie is nog niet geheel vervuld.[10] Wij hebben dit waarschijnlijk te verwachten aan het eind van de oorlog van Gog. Scheba zal immers één van de tegenstanders van Magog zijn (zie Ezech. 38:13[11]) en dus een bondgenoot van de Westerse alliantie. Hoe ongeloofwaardig dit thans moge lijken, het is een feit dat Saoedi-Arabië, het meest gematigde land uit de Arabische en moslimwereld, nu reeds vriendschappelijke betrekkingen onderhoudt met de U.S.A. en de andere westerse landen. In ieder geval hebben wij te verwachten, dat het zover komt, dat het lot van Libanon en de Palestijnen in Saoedische handen ligt.
Wij kunnen op grond van het voorgaande concluderen, dat het in Joël 3:4-8 beschreven oordeel over Libanon en de Palestijnen begonnen is zich te voltrekken na 1948 en tot volle verwezenlijking zal komen aan het eind van de oorlog van Gog (of van “de Benauwdheid van Jakob”).

Om terug te komen op deze grote toekomstige oorlog, wij merkten reeds op dat wij, op grond van hetgeen in Ezechiël 38 beschreven wordt, verwachten dat deze oorlog zal worden ingezet met een aanval op de Joodse staat. De westerse landen zullen zich ermee gaan bemoeien, maar zullen tegenover een Sovjet-Russische (let op: geschreven in 1989) overmacht komen te staan. Wij gaan hierop thans niet dieper in, maar duidelijk is, dat er méér strijdfronten zullen zijn. Hier willen wij alleen nog eens vermelden, dat de tegenpartij van de Sovjet-Russische aanvalsmacht de verbonden Israëlvolkeren zullen zijn, het westerse bondgenootschap, Israël èn Juda (de Joden).[12] Het is eigenlijk te vanzelfsprekend om erop te wijzen, maar we zeggen het nog maar even: dit kunnen wij ook uit het boek Joël afleiden. Wat dit boek ons eveneens leert, dat is, dat niet alleen de Israëlvolkeren, maar heel de aarde in beroering zal worden gebracht. Als in Joël 2:6 gesproken wordt over de volken”, dan worden daarmee alle volkeren bedoeld. De gehele wereld zal in vuur en vlam staan. Dit wordt nog eens bevestigd door Joël 2:10, waar wordt gezegd, dat de gehele aarde in rep en roer zal zijn. Eraan toegevoegd wordt, dat de hemel zal worden verduisterd, hetgeen opnieuw een aanwijzing ervoor is, dat ook nucleaire wapens zullen worden gebruikt. Wat echter niet vergeten mag worden, dat is, dat God uiteindelijk in alles de hand zal hebben. Hierbij worden wij bepaald door de verrassende mededeling van Joël 2:11, dat de Here voor deze oprukkende (leger)macht uitgaat. De afvallige Israëlnaties worden gestraft en God gebruikt daarvoor “de macht van het noorden”. Zie ook Ezechiël 38 vers 3-4 en 39 vers 1-2:
“Zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal! Ik zal u omkeren, Ik zal haken in uw kaken slaan en Ik zal u doen uittrekken: u, met heel uw leger, paarden en ruiters, allen uitmuntend gekleed, een grote strijdmacht met grote en kleine schilden, die allen het zwaard hanteren.” (Ezech. 38:3-4, HSV)
“En u, mensenkind, profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal! Ik zal u omkeren, u meeslepen, u doen optrekken uit het uiterste noorden en u op de bergen van Israël brengen.” (Ezech. 39:1-2, HSV)
De communistisch-islamitische alliantie zal de Israëlvolkeren echter niet kunnen vernietigen of onderwerpen, want voor die tijd grijpt God in. Dit leert ons Ezechiël 38:18-23 en 39:4-8. Wij kunnen dit ook opmaken uit wat in Joël 2 volgt.

God spreekt door dit gebeuren tot Zijn ongehoorzaam volk. En het volk zal zich bekeren, althans grote delen ervan, als het door deze rampspoed getroffen zal worden. Hoofdstuk 2 van het boek Joël begint dan ook met het bevel van God: “Blaas de bazuin in Sion …” (Joël 2:1a). De priesters te Sion moeten de bazuin blazen. De predikers moeten de Gemeente (Sion) wakker schudden en niet alleen de Gemeente, maar “alle inwoners van het land” (zie Joël 2:1b), de gehele bevolking van de Israëllanden[13], oproepen tot bekering. De bazuin blazen, betekent hier: wakker maken door bekerings- en boeteprediking. Zie Joël 2, de verzen 12-17, waarop wij straks nog terugkomen:
“Ook nu echter, spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij met heel uw hart, namelijk met vasten, met geween en met rouwklacht. 13 En scheur uw hart en niet uw kleren. Bekeer u tot de HEERE, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid, en Hij heeft berouw over het kwaad. 14 Wie weet zal Hij Zich omkeren en berouw hebben, zodat Hij een zegen achter Zich overlaat: een graanoffer en een plengoffer (SV: spijsoffer en drankoffer) voor de HEERE, uw God. 15 Blaas de bazuin in Sion, kondig een vastentijd af, roep een bijzondere samenkomst bijeen (SV: roept een verbodsdag uit). 16 Verzamel het volk, heilig de gemeente, breng de oudsten bijeen, verzamel de kleine kinderen en de zuigelingen. Laat de bruidegom uit zijn binnenkamer gaan, de bruid uit haar slaapkamer.[14] 17 Laten de priesters, de dienaren van de HEERE, wenen tussen de voorhal (SV: het voorhuis) en het altaar, en laten zij zeggen: Ontzie (SV: spaar) Uw volk, HEERE, geef Uw erfelijk bezit (SV: Uw erfenis) niet over aan smaad, zodat de heidenvolken over hen zouden heersen. Waarom zouden ze onder de volken zeggen: Waar is hun God?” (HSV)
Lees ook Jesaja 58:1 en Ezechiël 33:3.
“Roep luidkeels, houd u niet in, verhef uw stem als een bazuin, verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis van Jakob hun zonden.” (Jes. 58:1, HSV)
“en die (de wachter uit vers 2) ziet het zwaard over het land komen, en blaast op de bazuin en waarschuwt het volk.” (Ezech. 33:3, HSV)
Wij hebben hier te doen met het aanbreken van het profetische “Feest der Bazuinen”, de “Gedachtenis des Geklanks” (HSV: een gedenkdag aangekondigd door bazuingeschal) van Leviticus 23:24-25 en Numeri 29:1-6. Het is de voorbereiding voor de profetische Grote Verzoendag, de reiniging en rechtvaardigmaking van de Gemeente (zie mijn eerdere opmerkingen hierover[15]), en het profetische Loofhuttenfeest, de Spade Regen-opwekking (zie verder over dit onderwerp: “Hoogtijden en Feesten van Israël in profetisch licht” van C.J.H. Theys, hoofdstuk VI[16]). Dezelfde profetische gebeurtenis wordt beschreven in Hosea 8:1-2 (HSV):
“De bazuin aan uw mond! De vijand zweeft als een arend boven het huis van de HEERE, omdat zij Mijn verbond hebben overtreden en tegen Mijn wet in opstand zijn gekomen (SV: afvallig geworden). Zij roepen tot Mij: Mijn God! Wij, Israël, kennen U!”
De Gemeente des Heren zal zich in die dagen op een geestelijk dieptepunt bevinden. Bij de bespreking van Joël 1 hebben wij bij deze jammerlijke staat van de Gemeente reeds uitvoerig stilgestaan. Toch zal dit Bazuinfeest in de ware zin van het woord een feest zijn. Gods kinderen zullen feest vieren, ook al is het in benauwdheid der tijden. Immers, hier vinden wij het begin van de vorming van de Bruidsgemeente. “Sion” en de “Berg Mijner heiligheid” zijn in Joël 2:1 (SV) beelden en benamingen voor het geestelijke Jeruzalem[17], het apart gezette volk van 1 Petrus 2:9[18], de Gemeente van Christus. Als de bazuin geblazen wordt, is de “Dag des Heren”[19] nabij. Deze “dag” wordt dus ten volle werkelijkheid met de daarna in Joël 2 beschreven wereldoorlog. De “bazuin-bedieningen” beginnen kort voor die tijd.

Van deze bedieningen krijgen wij een indruk als wij Joël 2:12-17 lezen (die vlak hiervoor al vermeld staan). Israël wordt opgeroepen om zich te bekeren. Een grote predik-activiteit zal ontstaan en waar dit van de Here zal zijn, zullen er ook massale, waarachtige bekeringen volgen. De “overgelaten zegen” van Joël 2:14 is de Spade Regen-opwekking[20], die daarna komt. Zie Joël 2, de verzen 19 en 23-29 (HSV):
“…Zie, Ik zend u het koren, de nieuwe wijn en de olie, zodat u ermee verzadigd wordt. Ik zal u niet meer overgeven als voorwerp van smaad onder de heidenvolken. … 23 En u, kinderen van Sion, verheug u en wees blij in de HEERE, uw God, want Hij zal u geven de Leraar tot gerechtigheid. Die zal regen op u doen neerdalen, vroege regen en late (SV: spade) regen in de eerste maand. 24 De dorsvloeren zullen vol koren zijn, de perskuipen stromen over van nieuwe wijn en olie. 25 Ik zal u de jaren vergoeden die de veldsprinkhaan, de jonge sprinkhaan, de zwermsprinkhaan en de treksprinkhaan hebben opgegeten, Mijn grote leger, dat Ik op u had afgestuurd. 26 Dan zult u overvloedig en tot verzadiging eten, en de Naam van de HEERE, uw God, prijzen, Die wonderlijk met u heeft gehandeld. Mijn volk zal voor eeuwig niet beschaamd worden. 27 Dan zult u weten dat Ik te midden van Israël ben, dat Ik, de HEERE, uw God ben, en niemand anders: Mijn volk zal voor eeuwig niet beschaamd worden! 28 Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen (SV: jongelingen) zullen visioenen zien. 29 Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen (SV: dienstmaagden) zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.”
Het is de “beste wijn” die het laatst komt en die zal maken, dat het “tweede Huis” heerlijker zal zijn dan het eerste (zie Hagg. 2:10).[21] Het “spijsoffer en drankoffer” (zie Joël 2:14b, SV) ziet op de waarachtige toewijding aan God, die dan door velen aan de dag zal worden gelegd. Vergelijk Maleachi 3:3-4[22] (waarvoor ik verwijs naar mijn artikel “Spijsoffers in de eindtijd” in de Tempelbode van september 1983[23]). Dit zullen de leden van de Bruidsgemeente zijn. Door de volle zegen van werkingen van de Heilige Geest zullen de (spijs- en drank)offers weer gebracht kunnen worden die, in de geestelijk dorre tijd die eraan vooraf zal zijn gegaan, onmogelijk waren (zie Joël 1:9 en 13, SV). Niet slechts van enige enkelingen, maar van een gehele Gemeente zal het geestelijk leven gerestaureerd worden. Als wij in de verzen 1 en 15 (van Joël 2) lezen, dat “de bazuin te Sion geblazen moet worden”, moeten wij dit daarom ook zó uitleggen, dat dit een bediening zal zijn waaraan de gehele Gemeente (Sion) deel heeft. Het wil zeggen, dat vanuit de Gemeente van Jezus Christus krachtig zal worden opgeroepen tot bekering. In Joël 2:16-17 komt dit ook goed tot uiting. De gehele Gemeente zal in de bediening staan. En allereerst zal deze Gemeente zelf tot verootmoediging komen. De tijd van het “oordeel over het Huis Gods” (zie Hosea 8:1 en 1 Petrus 4:17), die in diezelfde tijd van benauwdheid tot volle ontwikkeling zal komen, zal zijn hoogtepunt en afsluiting bereiken. De Dag der Bazuinen zal overgaan in de Grote Verzoendag, de “reiniging van het heiligdom”. Het resultaat zal zijn: een gereinigde Gemeente, het begin van de Bruidsgemeente (waaraan nog toegevoegd zullen worden de bekeerlingen uit de erop volgende Spade Regen-opwekking).
Schenk nog even aandacht aan het bevel “Verzamelt de kinderkens” in Joël 2:16 (SV). Ook de kinderen horen thuis in de eredienst en niet, zoals heden ten dage overal gebeurt, in een zogenaamde “kindernevendienst”. Het verdient aanbeveling om zondagschooluren niet tijdens de zondagse kerkdienst te houden. Veelbetekenend in dit verband is ook wat over jongelingen wordt vermeld in Joël 2:28.
“Uw volk” (zie Joël 2:17) is in algemene zin Israël, maar meer strikt genomen is het de Christelijke Gemeente/Kerk of Gemeente, die het hart vormt van het volksleven van de Israëlnaties.[24] Overheersing van het westen door het communisme[25] zou betekenen, dat de Christelijke Gemeente/Kerk door de heidenen vertreden zal worden. Wat God in Zijn genade in dié tijd zal voorkomen, zal echter wèl gebeuren in de antichristelijke tijd met de Gemeente/Kerk van de “dwaze maagden”[26] (zie Openb. 11:2 – waarbij het gaat over de zgn. ‘voorhofschristenen’ tijdens de grote verdrukking van 42 maanden – AK).

H. Siliakus
(21.10.1948 – 10.11.1995)

KLIK HIER voor deel 1: Voorwoord + Joël – Het boek en de schrijver
KLIK HIER voor deel 2a: De (geloofs)afval van de laatste dagen
KLIK HIER voor deel 2b: De (geloofs)afval van de laatste dagen –> het vervolg
KLIK HIER voor deel 2c: De (geloofs)afval van de laatste dagen –> het vervolg
KLIK HIER voor deel 3a: De benauwdheid van Jakob

.

  • NOOT A. Klein
    Wordt vervolgd. Aan het eind (van 6 [sub]delen) komt er een PDF voor degenen die het artikel willen downloaden of printen.

***********************************************************************

[1] Voor meer info over de plaatsen Tyrus en Sidon, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Tyrus en https://nl.wikipedia.org/wiki/Sidon (noot AK)
[2] Zie eventueel het artikel De Russische opmars – De oorlog van Gog en Magog (volgens Ezechiël 38 en 39) van CJH Theys. (noot AK)
[3] Voor meer info over Fenicië, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Fenicië
[4] Ezechiël 27:36 (SV): “De handelaars onder de volken fluiten u aan; gij zijt een grote schrik geworden, en zult er niet meer zijn tot in eeuwigheid.”
[5] Voor geïnteresseerden gratis per e-mail te verkrijgen. Info hierover via info@eindtijdbode.nl (noot AK)
[6] Voor meer info over Javan, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Javan of https://en.wikipedia.org/wiki/Javan (meer uitleg, maar wel Engelstalig). (noot AK)
[7] Weet niet of het boek nog te koop is, maar heb dit via Google gevonden: ISBN 9789022401538, uitgever Meulenhoff, verschenen in 1974, 288 bladzijden. Voor meer info over ‘De Feniciërs’, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Feniciërs (noot AK)
[8] Voor meer info over de diaspora van de Joden, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Joodse_diaspora (noot AK)
[9] Reden voor de naam Juda: De meeste inwoners van de huidige staat Israël zijn nakomelingen van het “huis van Juda” (het 2-stammenrijk). Het woord Jood is van Juda afgeleid. De meeste Joden behoren dan ook tot de stam van Juda. De term Jood (Hebreeuws יהודי – Jehoedi) is afkomstig van de naam Juda (Hebreeuws יהודה – Jehoeda), die de vierde zoon van aartsvader Jakob was. Oorspronkelijk was een Jehoedi een lid van de stam van Juda. Later werd de naam toegepast op alle burgers van het koninkrijk Juda (het 2-stammenrijk: de stam Juda samen met de stam Benjamin) (noot AK)
[10] Noot van de schrijver: Volgens sommigen wel, en zij menen, ook in de oudheid. Naar verluidt verkocht Artaxerxes III (https://nl.wikipedia.org/wiki/Artaxerxes_III) de Sidoniërs als slaven (345 voor Christus) en deed Alexander de Grote (https://nl.wikipedia.org/wiki/Alexander_de_Grote) hetzelfde met de Tyriërs en de Filistijnen (332 voor Christus). Maar of dit werkelijk aan de Sabeeërs (= Scheba, d.i. Saoedi-Arabië) was, is niet bekend. Voorts zegt de profetie (in Joël 3:8b, SV), dat “de kinderen van Juda ze verkopen zullen aan Scheba” en geen anderen. Zodat deze uitleg onmogelijk juist kan zijn. Nog iets anders is, dat andere bronnen vermelden, dat Alexander de Grote de Tyriërs na de inname van hun stad geheel heeft uitgeroeid. (noot HS)
[11] Ezech. 38:13 (HSV): “Sjeba, Dedan, de kooplieden van Tarsis en al hun jonge leeuwen zullen tegen u zeggen: Komt u om een roof te plegen? Hebt u uw strijdmacht bijeengebracht om buit te roven, om zilver en goud mee te voeren, om vee en bezit mee te nemen, om een grote roof te plegen?”
[12] Israël èn Juda (de Joden) = Israël als ‘het huis van Israël’, èn Juda als ‘het huis van Juda’.
NOOT: Er is een verschil tussen Israël en het Jodendom. Wij willen dit in het kort proberen uit te leggen. In eerste instantie bestaat het volk van Israël uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het “huis van Israël” en het “huis van Juda” (de zgn. Joden). Het “huis van Israël” (ook wel Efraïm-Israël genoemd) is het 10-stammenrijk dat in de loop van de geschiedenis, door de Assyrische ballingschap, weggevoerd werd uit het beloofde land Kanaän/Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij, tot op heden, in het “verborgen” wonen. Het zijn vooral de zgn. “christelijke” landen in Noordwest-Europa en de landen, waar velen uit Noordwest-Europa later naar toe zijn geëmigreerd, zoals Amerika, Canada, Zuid-Afrika en Australië. Het “huis van Juda” is het 2-stammenrijk, namelijk het volk van Juda, Benjamin en Levi, dat in de dagen van Jezus rondwandeling op aarde in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. (Het huis van) Juda, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (Rom. 11:25). (noot AK)
[13] M.i. worden hier alle 12 stammen van Israël bedoeld, daar deze genoemd zijn naar de 12 zonen van Jakob en het over “de benauwdheid van Jakob” gaat (dus zowel over het ‘huis van Israël’, alsook over het ‘huis van Juda’).
Zie ook nog de ‘extra NOOT’ bij noot 12. (noot AK)
[14] Voor meer uitleg over deze “bruidegom en bruid” uit Joel 2:16b, zie de studie “Beschouwingen over het boek Hooglied” van H. Siliakus. (noot AK)
[15] Overgenomen uit deel 2(b):
Dit is dus de grote tempelreiniging die wij verwachten in het laatste der dagen. Wij kunnen ook spreken van “tempelverzoening”. Het zal de profetische Grote Verzoendag zijn, die voorafgaat aan het profetische Loofhuttenfeest, de Spade Regen-opwekking, en die op haar beurt voorafgegaan zal worden door de profetische Dag der Bazuinen, waarvan wij ook in het boek Joël lezen (2:1), een dag die aanbreekt als het oordeel over het Huis Gods in volle gang is. (Zie eventueel ook nog de schets in deel 2b: “De profetische vervulling van de feesten der 7de maand”). (noot HS)
[16] Deze studie is in mijn bezit. Info hierover via info@eindtijdbode.nl (noot AK)
[17] Zie eventueel de studie Het nieuwe Jeruzalem, de Bruid van het Lam van God, het Lichaam van Christusvan E. van den Worm. (noot AK)
[18] 1 Petrus 2:9 (HSV): “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht”
[19] Zie eventueel de studie De Dag van JaHWeH (de Dag des Heren) van E. van den Worm. (noot AK)
[20] De Spade Regen-opwekking = De grote zielenoogst (opwekking) in de eindtijd, door de uitstorting van de Heilige Geest – zie Joël 2:23b en 28-29.
–> Zie eventueel de studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring)”, hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekkingvan H. Siliakus. (noot AK)
[21] Haggaï 2:10a (HSV): “De heerlijkheid van dit toekomstige (SV: laatste) huis zal groter zijn dan die van het eerste, zegt de HEERE van de legermachten.”
–>
Zie eventueel de studie: De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente/Kerk van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente/Kerkvan E. van den Worm. (noot AK)
[22] Maleachi 3:3-4 (SV): “En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij den HEERE spijsoffer toebrengen in gerechtigheid. Dan zal het spijsoffer van Juda en Jeruzalem de HEERE zoet wezen, als in de oude dagen, en als in de vorige jaren.”
Zie ook nog de studievermelding bij noot 21. (noot AK)
[23] Voor geïnteresseerden gratis per e-mail te verkrijgen. Info hierover via info@eindtijdbode.nl (noot AK)
[24] Zie noot 13.
[25] Inmiddels, nu in 2016, zouden we m.i. eerder geneigd zijn te denken aan (een toekomstige) “overheersing van het westen door de Islam”, dan door het communisme…!? De schrijver noemt het, even hiervoor, ook vast niet voor niets een “communistisch-islamitische alliantie”. (noot AK)
[26] Zie eventueel de studie Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’ (over de 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd)van A. Klein/E. van den Worm. (noot AK)
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Opwekking, Studie van H Siliakus en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Crises van de eindtijd (3b) – Goddelijke gerichten… volgens Joël: De benauwdheid van Jakob (vervolg)

  1. Henk Herbold zegt:

    In deze diepgaande studie van de Bijbelse profetie, wordt nog eens duidelijk uiteengezet hoe God zal gaan handelen met de volkeren die zich keren tegen de z.g. Israëlvolkeren en dus in feite ook tegen Hem. Kort gezegd, we zijn op weg naar het grote Armageddon, waarin God zal afrekenen met alle volkeren die zich tegen Hem, Israël en Zijn gemeente keren.

    Het staat nu al vast, dat Jezus zal winnen, want in feite heeft Hij de overwinning al behaald op het kruis van Golgotha.

    En gelukkig, er zal ook een tijd van verademing komen, waarin de Geest van God krachtig zal worden uitgestort en de gemeente tot volkomen reiniging en heiliging zal komen. Klaar gemaakt om haar hemelse Bruidegom te ontmoeten. Wat een geweldige beloften, niet alleen oordeel, maar ook zegen en Gods plannen staan vast en niemand kan dit verhinderen.

    Wat kunnen we daar nu al intens naar verlangen.
    Mensen die echt honger hebben naar meer kennis van deze machtige toekomst, vinden in deze studies alles wat ze willen weten, duidelijk uitgelegd en zorgvuldig gedigitaliseerd. Tevens, aangevuld met een zeer uitvoerige lijst voetnoten voor verdere studie. Het is de moeite waard om tijd te investeren in het bestuderen ervan, want de tijd is aanstaande dat alles wat hier beschreven is in vervulling zal gaan.
    Van harte aanbevolen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s