Crises van de eindtijd (6) – volgens de profeet Joël: Het 1000-jarig Vrederijk van Christus

Goddelijke gerichten vanaf de tijd van de grote afval, volgens de beschrijving van het boek -en de profeet- Joël

KLIK HIER voor deel 1: Voorwoord + Joël – Het boek en de schrijver
KLIK HIER voor deel 2a: De (geloofs)afval van de laatste dagen
KLIK HIER voor deel 2b: De (geloofs)afval van de laatste dagen –> het vervolg
KLIK HIER voor deel 2c: De (geloofs)afval van de laatste dagen –> het vervolg
KLIK HIER voor deel 3a: De benauwdheid van Jakob
KLIK HIER voor deel 3b: De benauwdheid van Jakob –> het vervolg
KLIK HIER voor deel 4a: De Spade Regen-OPWEKKING
KLIK HIER voor deel 4b: De Spade Regen-OPWEKKING –> het vervolg
KLIK HIER voor deel 5a: De strijd van Armageddon
KLIK HIER voor deel 5b: De strijd van Armageddon –> het vervolg

Goddelijke gerichten

Het 1000-jarig Vrederijk van Christus

Het boek Joël besluit met een korte schets van de tijd van zegeningen die aanbreekt nadat de oordelen Gods zijn voltrokken, de tijd van het 1000-jarig Vrederijk van Christus[1]:
“Op die dag (SV: te dien dage) zal het gebeuren dat de bergen van jonge wijn (SV: zoete wijn) zullen druipen, de heuvels van melk zullen stromen, en alle waterstromen van Juda zullen overlopen van water. Een bron (SV: fontein) zal uit het huis van de HEERE ontspringen, die het dal van Sittim zal bevochtigen. 19 Egypte zal worden tot een woestenij, Edom zal worden tot een woeste wildernis vanwege het geweld tegen de Judeeërs (SV: de kinderen van Juda): in hun land hebben zij onschuldig bloed vergoten. 20 Maar Juda zal voor eeuwig blijven, Jeruzalem van generatie op generatie. 21 Ik zal hun bloed voor onschuldig houden (SV: hun bloed reinigen), dat Ik niet voor onschuldig gehouden had. En de HEERE zal wonen in Sion.” (Joël 3:18-21, HSV)
Alsdan is met de ongerechtigheid afgerekend en is God verzoend. Het verzoeningswerk van Christus, op Golgotha verricht, heeft zijn bekroning ontvangen. De schepping is verlost van het verderf en deelt in de opstandings-heerlijkheid van Christus:
“Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping (SV: het schepsel) zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wij zelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.” (Romeinen 8:18-23, HSV)
De gehele aarde is dan vol van de heerlijkheid des Heren.
Met name het 18de vers van Joël 3 geeft ons een beeld van de heerlijkheid van dit Rijk van Christus. Wij vinden hier een uitbeelding van het volle heil, dat in dit tijdperk genoten zal worden. Het zal zijn: leven en overvloed. De “zoete wijn” spreekt van de volle blijdschap die gekend zal worden en de “melk” van krachtig leven naar Goddelijke beginselen, door de volle inwoning van het Woord Gods. De “waterstromen” en de “fontein”, die uitgaat uit het Huis des Heren, wijzen op het leven van de Heilige Geest, dat dan alle terreinen van het  leven zal doortrekken (vergelijk Ezechiël 47 en Openbaring 22:1[2]). Hiermee zal “het dal van Sittim” bewaterd worden.

Dit “dal van Sittim” (zie Joël 3:18) is het dal van de sittim-bomen, dat zijn acaciabomen. En acaciahout[3] is het hout dat voor de tabernakel[4] en de Ark van het Verbond[5] werd aangewend (zie Exodus 25:10+23, 26:15+32). Maar in het dal van Sittim pleegde Israël eenmaal ook hoererij (en afgoderij) met de dochters van Moab (zie Numeri 25, vooral vers 1-4). De bomen van dit dal zijn daarom het beeld van verloste mensenkinderen, die voorheen wandelden in misdaden en zonden, maar die nu tezamen de Woonstede Gods (= de “tempels” waarin Hij woont) mogen vormen:
“Ook u heeft Hij (= God) met Hem (= Jezus Christus) levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen (SV: misdaden) en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig het tijdperk van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid, onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen.”
“Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.”
(Efeze 2:1-3, 19-22, HSV)
Dat hier, in Joël 3:18 (en ook in vers 20), alleen sprake is van Juda, zal vermoedelijk voortvloeien uit het feit, dat de profeet in het land van Juda arbeidde en profeteerde. Wij zullen hier onder Juda echter alle zaligen moeten verstaan. Een Judeeër of Jood is een “God-lover”; naar de uitroep van Lea bij de geboorte van de latere stamvader Juda: “Weer werd zij (= Lea) zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Ditmaal zal ik de HEERE loven. Daarom gaf zij hem de naam Juda…” (Genesis 29:35, HSV)
In deze zin zullen wij het woord hier ook moeten opvatten en dan is het een schone naam voor alle lovers van Gods Naam die in het Koninkrijk Gods zullen zijn ingegaan. Romeinen 2:29 bevestigt de juistheid van deze opvatting: “maar híj is Jood die het in het verborgene is, en dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.” (HSV)
En Joël 3:21, het laatste vers van het boek, sluit geheel aan bij deze lezing. Het zullen allemaal bloedgewassen heiligen zijn die dit Vrederijk zullen beërven. De woorden “…dat Ik niet gereinigd had” (Jl. 3:21, SV) zien natuurlijk op de grote afvalligheid van de laatste dagen en de droevige staat waarin de Gemeente zich dan bevindt (vergelijk: Joël hoofstuk 1). Maar de Here zal Zijn Gemeente reinigen van alle bezoedeling. Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren. Er komt een Grote Verzoendag, vóór de Spade Regen[6]. Op een dag zal het Heiligdom gereinigd zijn en zullen alle zonden en zondesmetten weggewassen worden, zodat de vorming van de Bruidsgemeente[7] kan beginnen. Lees hierover, onder andere in Zacharia 3:1-5 en vers 9[8] (de hogepriester Jozua is een beeld van de Bruidsgemeente):
“Daarna liet Hij mij de hogepriester Jozua zien, die voor het aangezicht van de Engel van de HEERE stond, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. De HEERE zei echter tegen de satan: De HEERE zal u bestraffen, satan! De HEERE, Die Jeruzalem verkiest, zal u bestraffen. Is deze Jozua niet een stuk brandhout dat aan het vuur ontrukt is? Nu was Jozua in vuile kleren gekleed, terwijl hij voor het aangezicht van de Engel stond. Toen nam Hij het woord en zei tegen hen die voor Zijn aangezicht stonden: Trek hem de vuile kleren uit! Daarop zei Hij tegen hem: Zie, Ik heb uw ongerechtigheid van u weggenomen en zal u feestkleren (SV: wisselklederen) aantrekken. Vervolgens zei Ik: Laat hen een reine tulband (SV: hoed) op zijn hoofd zetten. Daarop zetten zij de reine tulband op zijn hoofd en trokken hem feestkleren aan, terwijl de Engel van de HEERE erbij stond.”
“Want zie, wat betreft de steen die Ik voor
(het aangezicht van) Jozua neergelegd heb, op die ene steen zullen 7 ogen zijn. Zie, Ik zal er Zijn gravering in aanbrengen, spreekt de HEERE van de legermachten. Ik zal de ongerechtigheid van dit land op één dag wegnemen.” (Zach. 3:1-5+9, HSV).
En naar deze tijd wordt in het laatste vers van het boek Joël verwezen.

Hoe wonderheerlijk zal de samenleving van de “toekomende wereld” zijn! Het heerlijkst van al zal echter zijn, dat de Here onder hen zal wonen.
“De Here zal wonen in Sion” (Joël 3:21b).
“En de naam van de stad zal vanaf die dag zijn: DE HEERE IS DAAR” (Ezechiël 48:35b, HSV).
“…geen tempel in haar (de grote stad, het heilige Jeruzalem[9] – zie Openb. 21:10), want de Here, de Almachtige God, is haar Tempel, en het Lam” (Openbaring 21:22, HSV).

Maar de goddelozen zullen allen ten onder zijn gebracht: “…buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers (SV: hoereerders), de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (Openbaring 22:15, HSV). In Joël 3:19 wordt hierop gezinspeeld. Egypte en Edom staan voor alle goddeloze en antichristelijke machten en concentraties op aarde. In Joëls tijd heeft Juda juist van deze twee volkeren veel last gehad (zie noot HS[10]).Daarom worden zij hier gebruikt als de representanten van al de tegenstanders van Gods werk en Gods volk. Over Edom, als type van de antichristelijke machten, wordt trouwens op meer plaatsen in het profetisch Woord gesproken: Jesaja 21:11-12, 34:5, 63:1 en in Obadja 1 (wat gaat over: “Profetie van het oordeel over Edom en de verlossing van Israël”). Zie ook Maleachi 1:4 (HSV):
“Hoewel Edom zegt: Als wij verwoest worden, bouwen wij de puinhopen weer op, zegt de HEERE van de legermachten dit: Zullen zíj bouwen, dan zal Ík afbreken, en men zal hen noemen: Goddeloos gebied, en: Het volk waarop de HEERE tot in eeuwigheid toornig is.”
De geest van Edom is de geest van rebellie tegen God (zie Ezechiël 35:13-15) en deze geest huist helaas ook in vele gelovigen! Maar alle boze werken des mensen zullen worden teniet gedaan, met degenen die ze doen. Jezus Christus zal hen “verpletteren met een ijzeren scepter” (zie Psalm 2:9, en ook nog Openbaring 19:15).
Aldus zaI de “grote en vreselijke Dag des Heren” (zie Joël 2:31, SV) eindigen met de triomf van Gods gerechtigheid!
Amen.

Diagram van de profetische samenhang van het boek Joël

Profetische data:

Hoofdstuk

1

Hoofdstuk

2

Hoofdstuk

3

Tijd van dorheid en droogte (begin van de smarten of weeën) Vers 4-20
Benauwdheid en herstel van Israël Vers 1-17, 18, 20 Vers 4-8
Spade Regen-opwekking Vers 18-32
Wederkomst van Christus en Armageddon Vers 1-2, 9-17
Vrederijk van Christus Vers 18-21

EINDE

H. Siliakus
(21.10.1948 – 10.11.1995)

  • NOOT A. Klein
    Hierbij de PDF voor degenen die de complete studie willen downloaden of printen.

***********************************************************************

[1] Een studie hierover, genaamd Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de  Here Jezus Christus”, hoop ik hierna uit te werken en – eerst weer in delen – op dit weblog te plaatsen. (noot AK)
[2] “En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam (voort)kwam.” (Openb. 22:1). Ezechiël 47 – dat gaat over “De heilige wateren uit de nieuwe tempel(titel uit de SV) – is hier, vanwege de lengte, niet vermeld. (noot AK)
[3] Uit de Bijbelse Encyclopedie:
De acacia (sjīttāh) wordt slechts eenmaal in de Heilige Schrift genoemd (in Jes. 41:19, NBG – SV: sittimboom). Het hout van de acacia wordt als sittimhout genoemd bij de bouw van tabernakel en ark (Exod. 25:5 en verder). Dit was de enige bruikbare houtsoort, die in de woestijn voorkwam, maar dan ook in overvloedige hoeveelheid op het gehele Sinaïtische schiereiland aanwezig was. Het is zwaarder en harder dan eikenhout, zeer duurzaam en weinig aan insectenvraat onderhevig (denk, in geestelijke zin, aan Joël 1 – AK). Het kan alleen in verse toestand goed verwerkt worden (denk hierbij aan de juiste geestestoestand van de mens – AK), maar is dan wondermooi met prachtige vlammen (denk hierbij eens aan Handelingen 2:3-4 – AK). (noot AK)
[4] Als u meer wilt weten over de diep-geestelijke betekenis van de Israëlitische Tabernakel (en al de verschillende objecten) kunnen wij u de studies Christus in de Tabernakel van CJH. Theys en/of De Tabernakel van Israël (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God tot in alle volmaaktheid toe) van E. van den Worm aanbevelen. (noot AK)
[5] Voor meer over de diep-geestelijke betekenis van de Ark van het Verbond, zie noot 4.
[6] De “Spade Regen”, ook wel “Late Regen” genaamd = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29. Terwijl de zgn. Vroege Regen het beeld is van de uitstorting van de Heilige Geest op de (1ste, Nieuwtestamentische) Pinksterdag. Zie Handelingen, hoofdstuk 2, vooral de verzen 1-4.
–> Zie eventueel de studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring)”, hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekkingvan H. Siliakus.
–> Zie eventueel ook nog de studie: De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente/Kerk van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente/Kerkvan E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel de studie: Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aardevan E. van den Worm. (noot AK)
[8] Voor uitleg over deze verzen, zie de studie De visioenen van Zacharia (en de – geestelijke – betekenis ervan voor de Bruidsgemeente) van E. van den Worm. (noot AK)
[9]  Zie eventueel de studie Het nieuwe Jeruzalem, de Bruid van het Lam van God, het Lichaam van Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[10] Overgenomen uit deel 1:
Een andere aanwijzing in deze richting vinden wij in Joël 3:19, waar sprake is van Egypte en Edom. Sinds de vlucht van Hadad, de Edomiet, naar Egypte, ten tijde van koning Salomo (zie 1 Koningen 11:14-22) heeft er wellicht een min of meer geheime samenwerking tussen deze 2 volkeren bestaan tegen Juda. Onder Joas’ grootvader, Joram, vielen de Edomieten van Juda af (zie 2 Kronieken 21)  en Joas’ zoon  en opvolger, Amazia, moest strijd leveren tegen de Edomieten (zie 2 Kronieken 25). Het is heel goed mogelijk, dat in Joëls tijd beide volkeren, Edom en Egypte, Juda hebben lastiggevallen en dat dit de reden is waarom hij ze hier (in Joël 3:19) gebruikt als beeld van de antichristelijke machten van de eindtijd. (noot HS)
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s