Gemeentelijke tucht (3): Over de wijze(n) en het wezen van de tucht

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2 van deze vervolgstudie.

berispen17

Hoofdstuk 3

Ieder lid beware mede de tucht in de Gemeente

God zegt dat wij ALLEN zullen “jagen naar… de heiligmaking,[1] zonder welke niemand de Heere zien zal” (zie Hebreeën 12:14, SV).[2] Dit geldt voor ieder lid van de Gemeente, wie of wat hij ook zij. Waar God zegt dat allen moeten jagen naar de heiligmaking, verlangt Hij ook dat allen zullen meewerken aan het bewaren van de tucht in de Gemeente. Men is gauw geneigd om te zeggen dat dit alleen het werk is van de voorganger en de ouderlingen. Dit is niet juist. Van allen wordt verwacht dat de één van de ander niet zal kunnen dulden dat hij of zij in ongerechtigheid komt. De Here verwacht van u dat u evenveel zorg zult willen dragen voor uw broeder of zuster, evenals de voorganger en de ouderlingen, indien er symptomen zijn die op verslapping in het geloof wijzen of op vallen in zonde of op haken naar één of andere ongerechtigheid. U hoeft niet te wachten totdat de voorganger of een ouderling dat doet. U bent, als een levende steen in het geestelijk bouwwerk van Christus, evenveel gerechtigd om uw broeder of zuster terecht te wijzen. Nogmaals, God verwacht dit van u! Als u dit doet, staat u achter uw voorganger en helpt u de ouderlingen en diakenen.
Wij willen immers allen zonen en dochters zijn, die één Vader hebben in de hemel? Dan behoren wij ook datgene te doen, wat in een goed huisgezin gebeurt: Als uw (aardse) broer of zuster iets doet wat niet door de beugel kan, en u ziet het, dan geeft u hem of haar nummer één zelf een berisping: u roept niet direct vader of moeder erbij! Zo is het ook in het Goddelijk huisgezin!
Een ieder die ziet dat zijn (geestelijke) broeder of zuster in ongerechtigheid wandelt en dit toelaat, heeft totaal geen begrip van wat God bedoeld als Hij zegt dat hij (of zij) “zijns broeders hoeder” is! (vergelijk Genesis 4:9)
“Maar wij die (geestelijk) sterk zijn, zijn verplicht de zwakheden van hen die niet sterk zijn te dragen, en niet onszelf te behagen”. Laat daarom ieder van ons zijn naaste behagen ten goede, tot opbouw (SV: tot stichting)”. (Romeinen 15:1-2)
Let dus op! “Wij die zeggen (geestelijk) sterk te zijn, zijn hiertoe VERPLICHT”, zegt Paulus hier (in Romeinen 15:1)! Toon uw kracht en uw sterkte daarin, dat u zwak kunt zijn met de zwakken; niet om mee te gaan met hen in de zonde waarin zij dreigen te vallen of gevallen zijn; maar bewijs uw kracht in Christus daarin dat u een arbeider wil zijn, die niet beschaamd wordt, die het Woord van God recht snijdt. Durf dus tegen uw broeder of zuster in liefde te zeggen dat de door hen ingeslagen weg NIET de goede is.

Vermanen in de Wijsheid van God

In 1 Timotheüs 5:1-2 lezen wij: Bestraf een oude man niet hard, maar vermaan hem als een vader, de jonge (mannen) als broeders; de oude vrouwen als moeders, de jonge (vrouwen) als zusters, in alle reinheid(SV).
U leest in dit hoofdstuk van drie dingen: In vers 1 van “bestraffen” en “vermanen” en in vers 7 van “bevelen”. Deze drie dingen hebben wij, waar nodig, te doen. Doe het echter in de Liefde en Wijsheid van God en ga niet “op de vuist!” Petrus had dat eens gedaan, in de hof van Gethsémané, bij de gevangenneming van Jezus. De Heiland corrigeerde Petrus op een zodanige wijze, dat Petrus dit nooit meer van zijn leven zou vergeten: de Here Jezus nam het oor van Malchus en plantte het weer op de oude plaats (zie Johannes 18:10+Lukas 22:50-51). Hij deed dit wonder niet voor Malchus, maar het vormde een terechtwijzing aan Zijn dienstknecht. De Wijsheid waarmee de Here Jezus te werk ging was wonderbaar.
Ga dus altijd te rade met Hem, in Wiens Kracht en Wijsheid alles gedaan moet worden. Volg de goede raad van Hem, Die de Here van de Oogst is; Jezus zei: “zonder Mij kunt u niets doen” (zie Johannes 15:5b). Immers, Hij wil niet dat er één ziel verloren gaat, ook al wordt deze op dat moment (nog) bevonden in zonde te leven. Wij hebben er dus voor te zorgen dat wij geen vleselijke wapens meer hanteren, maar (geestelijke) wapens der gerechtigheid (zie Romeinen 6:12-14). Wij hebben het Woord (van God) zó te hanteren dat men er niet alleen door wordt terechtgewezen, maar ook wordt terechtgebracht.
Ga altijd instructief (= onderwijzend) te werk, opdat van u niet gezegd kan worden dat u alleen maar mensen naar beneden haalt. Het is erg eenvoudig om iets af te breken, maar des te moeilijker om iets op te bouwen. Wacht –  psychologisch gezien – het meest geschikte ogenblik af.
U wordt óók liever onder vier ogen aangesproken dan ten overstaan van anderen, om niet te spreken van een aangesproken worden ten overstaan van een groot aantal mensen! En… wat u niet wil dat het u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Dit is Gods richtlijn!

Gemeentelijke tucht wortelt in de Liefde van God

“Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon (of: dochter) die Hij aanneemt”. (Hebreeën 12:6)
“Mijn zoon (of: dochter), verwerp de vermaning (SV: de tucht) van de HERE niet en heb geen afkeer van Zijn bestraffing. Want de HEERE straft wie Hij liefheeft, zoals een vader doet met de zoon[3] die hij goedgezind is.” (Spreuken 3:11-12)
“Openlijke bestraffing is beter dan verborgen liefde”. (Spreuken 27:5)
God bestraft niet met een hart vol bitterheid, maar met een hart dat liefheeft en (uw ziel, voor EEUWIG) wil behouden. Hierdoor mogen wij verstaan dat Gemeentelijke tucht in de Liefde van God wortelt en in niets anders! U kunt de tucht ten opzichte van uw broeder of zuster nooit door vermaning handhaven als uw hart met wrevel of haat is vervuld. Dit leidt onvermijdelijk tot handelen in eigen kracht – dat wil zeggen: in het “vlees”. U komt dan tot woorden en daden, waarmee GOD NOOIT KAN WORDEN VERHEERLIJKT! De arbeider van God dient EERST acht te hebben op ZICHZELF! Als zijn geweten hem niet aanklaagt bij God, kan hij vrijmoedig bij God komen en God zal hem de wijsheid en liefde schenken om te vermanen, om terecht te wijzen, en – indien nodig – om te bestraffen.

Gemeentelijke tucht kent geen uitzonderingen

Het wandelen in de Liefde van God betekent echter niet, zoals zo velen denken, dat ook datgene getolereerd mag worden wat in Gods ogen een gruwel is! Dezen baseren hun mening dan, abusievelijk, op (een gedeelte uit) de brief aan de Gemeente te Korinthe: “zij bedekt alle dingen…” (zie 1 Korinthe 13:7a)
Deze mensen vergeten dat Gods liefde geen zonde bedekt en deze “kanker[4] in de Gemeente” niet onder een dekmantel laat staan… Als God de zondaar omwille van zijn zonde bestraft (tuchtigt), hoe zullen wij de zonde dan liefhebben, haar tolereren? Deze mensen hebben de Gemeente niet lief; integendeel, indien zij ongerechtigheid in de Gemeente zien en deze maar laten begaan zijn zij eerder LIEFDELOOS![5]

Gemeentelijke tucht bewaren ondanks kritiek

Velen spreken weinig over de tucht die er in de Gemeente moet zijn, ondanks het feit dat de Bijbel er vol van staat. Dit komt dus niet door gebrek aan voorbeelden, maar men is bang voor de strijd; men is bang voor kritiek van mensen; men is bang omwille van de Naam van Jezus impopulair te worden. Als er één was, Wie dit niets kon schelen, dan was het Jezus Zelf, toen Hij nog op deze aarde wandelde. Niemand moet daarom verwachten, als hij hieraan wil meewerken in de Gemeente waartoe hij behoort, dat hij geprezen zal worden. Toch eist God, dat wij deze tucht zullen handhaven, ondanks de kritiek die wij op onze weg zullen tegenkomen. Zie op Jezus, onze Heiland; is Hij niet Degene, Die de meeste tegenwerking te verduren kreeg tijdens Zijn Messiaanse bediening hier op aarde? Nergens leest u in de Bijbel dat men Jezus “wonderbaar” vond toen Hij al die geldwisselaars, die vee- en duivenverkopers, uit de tempel sloeg. In tegendeel, Zijn kruisgang begon daar, waar nog niemand enig vermoeden had van de weg die Hij moest gaan. Glorie voor God!
Jezus had maar één ding voor ogen gehad; DE GLORIE VAN ZIJN VADER, de heerlijkheid van God! Hij is ons tot voorbeeld gesteld. Hij is Degene, van Wie Paulus kon zeggen: “…Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.[6] Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht…” (Hebreeën 12:2). Wij zouden geen goede arbeiders (= werkers in de Wijngaard des Heren[7]) en geen goede kinderen van God zijn, maar bastaarden, als wij anders zouden denken, andere motieven zouden hebben en die voor ogen zouden houden. Laten wij daarom ALLEEN de GLORIE van ONZE HERE JEZUS CHRISTUS zoeken te openbaren; van Hem, Die alles voor ons over heeft gehad. Laten wij vanaf heden alles voor Hem over hebben. Met Paulus getuigen wij: “Wie (of: wat) zal ons scheiden van de liefde van Christus” (Romeinen 8:35a, lees ook nog vers 35b-39), wat zal ons uit ons evenwicht doen vallen, wat zal ons afhouden van de gemeenschap met Hem?
Hij zal ons beproeven naar wat wij getuigen; u zult dan moeten bewijzen of uw getuigenis werkelijk menens is of niet; stormen zullen dan over u komen onder Gods toelating. Indien wij niet enkel de glorie VAN ONZE HEILAND VOOR OGEN HEBBEN, zullen wij nooit en te nimmer onze christelijke loopbaan kunnen voleindigen, zoals de Here het wil. Maar God laat ons hierin niet in de steek en schenkt ons Zijn Heilige Geest[8] als Gids.
Wie dus de Gemeentelijke tucht daadwerkelijk helpt handhaven, wordt met scheve ogen (= argwanend) bekeken, over de hekel gehaald en nog veel meer…. Maar handhaving van de Gemeentelijke tucht MOET volgehouden worden, ONDANKS DE ERGERNISSEN, die zullen komen in ons leven. Staat er niet het volgende geschreven in Mattheüs 13:41, “de Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk (op aarde = Zijn Gemeente) verzamelen alle struikelblokken (SV: al de ergernissen), en hen die de wetteloosheid (SV: de ongerechtigheid) doen”. Zolang de Gemeente nog niet staat in het teken van Efeze 5:27,[9] zolang zij – geestelijk gezien – nog niet “zonder vlek of rimpel” is, zullen deze “ergernissen” te midden van hen gevonden worden! Zolang de Gemeente nog niet geheel en al is aangedaan met de volheid van de Godheid lichamelijk” (zie Kolossenzen 2:9-11+Efeze 4:13), zullen deze “ergernissen” (HSV: struikelblokken) in haar midden zijn! Petrus zegt het nog duidelijker: “Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam.” (1 Petrus 4:12)

Begin met de tucht bij uzelf!

Jezus gaf Zelf eens een advies, dat maar weinigen zelf durven navolgen:
“En als uw hand u doet struikelen, hak hem dan af… En als uw voet u doet struikelen, hak hem dan af… En als uw oog u doet struikelen, werpt het dan uit…” (Markus 9:43-47)
Laten wij Gods maatstaf eerst in ons eigen leven aanleggen (= tot stand brengen); pas dan kunt u verwachten dat u dit – in de Naam van de Here Jezus – kunt doen in het leven van de ander!
“Waarom ziet u wel de splinter in het oog van uw broeder (of: zuster), maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op? Of hoe kunt u tegen uw broeder zeggen: Broeder, laat toe dat ik de splinter, die in uw oog is, eruit haal, terwijl u zelf de balk in uw (eigen) oog niet ziet? Huichelaar, haal eerst de balk uit uw oog en dan zult u (geestelijk gezien) goed kunnen zien om de splinter, die in het oog van uw broeder is, eruit te halen.” (Lukas 6:41-42)
De Schrift vertelt ons dat “het oordeel” van God bij “het huis van God” begint[10]; net zo moet het oordeel van God beginnen bij de arbeider van God (= de werker in de Wijngaard des Heren[11]), wil hij anderen doen wandelen in de Goddelijke tucht!
In Handelingen 20:28 klinkt het Goddelijk vermaan van Paulus, uit de Bijbel, tot ons: “Zie dan toe op uzelf…” en pas daarna luidt het: “…en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de Gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen Bloed”.
En in 1 Timotheüs 4:16 staat: “Geef acht op uzelf en op de (Bijbelse) leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen”.

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

*****************************************************************************************
[1] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[2] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[3] Ook dochters (van God) worden – als zij volmaakt in Hem zijn – (geestelijke) zonen van God. Het is de zgn. mannelijke rijpheid: “de mate van de grootte van de volheid van Christus” (Ef. 4:13). En, als wij de eeuwigheid zijn binnengegaan, dan wordt er niet meer getrouwd en is ook de gemeenschap tussen man en vrouw, voor de voortplanting, niet meer nodig en dus niet aanwezig. (noot AK)
[4] Als we woekerende kankercellen in ons lichaam hebben (ook al zijn het er nog maar weinig, of al is het gezwel nog maar klein), dan zijn we “dankbaar” als er een dokter is die ons hierop attent maakt. Natuurlijk is het een normale reactie om eerst te schrikken van wat de dokter zegt, maar hij zegt het niet met de bedoeling om ons “bang” te maken, maar met de bedoeling ons beter te maken. Als we van de eerste schrik zijn bekomen, zullen we maar wat graag naar zijn behandelplan luisteren om te horen hoe hij ons van die voortwoekerende cellen wil proberen “te verlossen”. En zo is het ook met het geestelijke. De zonde begint vaak klein, maar woekert voort als er niets aan gedaan wordt. Zowel in persoonlijke levens alsook in de Gemeente. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De verborgen ONgerechtigheid (De valse arbeiders in een Gemeentelijke bediening)”, van CJH Theys. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze studie Jezus, onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmakervan E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie Podium en Gemeente” (Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan) van CJH Theys. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geestvan CJH Theys. (noot AK)
[9] Efeze 5:27 (SV): “Opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.”
[10] 1 Petrus 4:17, “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?”
[11] Zie noot 7.
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Gemeentelijke tucht (3): Over de wijze(n) en het wezen van de tucht

  1. Henk Herbold zegt:

    Meestal roept het woord ‘tucht’ bij ons juist een negatief gevoel op. Wanneer iemand ons terecht wil wijzen komt er vaak een vorm van weerstand bij ons opzetten. Eigenlijk zien we dit in onze hele samenleving terug, steeds meer mensen hebben moeite met gezag. Daarbij komt dat het handhaven van tucht in de gemeente vaak als een soort strafmaatregel wordt gezien. Laten we eerst even vaststellen dat God ons helemaal niet zo graag wil straffen.

    Nee, wie de Bijbelse tucht bestudeerd zal zien dat er altijd sprake zal van een ‘Vader-kind-relatie’ (lees Hebr. 12). Die relatie zal zich altijd afspelen binnen de grenzen van liefde en aanvaarding. Ook kent de Bijbelse tucht naast een onderwijzend ook een preventief karakter en zal gericht zijn op het voorkomen van zonde en nooit alleen op het bestraffen van wat al gebeurd is. Als tucht gericht is op het verleden, dan kent het alleen maar de aardse begrippen als afstraffing, Uiteraard zal tucht alleen maar gehandhaafd moeten worden in de gemeente als de betrokken persoon enkele malen gewaarschuwd is. Pas als men niet wil luisteren kan men niet anders dan de tucht hanteren.

    Mattheus 18 vers 15-16:
    “Als uw broeder tegen u zondigt, ga heen, overtuig hem tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. Als hij echter niet luistert, neem nog een of twee met u mee, opdat door de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat”

    In deze studie wordt de betekenis van Bijbelse tucht duidelijk uitgelegd. Daarom is deze studie zeker de moeite waard om te bestuderen. Van harte aanbevolen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s