Gemeentelijke tucht (6): De Gemeentelijke tucht HANDHAVEN en LIEFHEBBEN

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2
KLIK HIER voor deel 3
KLIK HIER voor deel 4
KLIK HIER voor deel 5

berispen17

Hoofdstuk 6

De Gemeentelijke tucht HANDHAVEN en LIEFHEBBEN

Laten wij allereerst naar “de gelijkenis van het onkruid” in Mattheüs 13 gaan:
“Een andere gelijkenis hield Hij hun voor. Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan iemand die goed zaad zaaide in zijn akker. Maar toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide onkruid (beeld van: de goddelozen en de geveinsden) tussen de tarwe (beeld van: de ware christenen), en ging weg. Toen het gewas opkwam en vrucht voortbracht, kwam ook het onkruid tevoorschijn. De slaven[1] (SV: dienstknechten) van de heer des huizes gingen naar hem toe en zeiden: Heer, hebt u niet goed zaad in uw akker gezaaid? Waar komt dan dit onkruid vandaan? Hij zei tegen hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. De slaven zeiden tegen hem: Wilt u dan dat wij erheen gaan en het verzamelen? Maar hij zei: Nee, opdat u bij het verzamelen van het onkruid misschien tegelijk ook de tarwe niet uittrekt. Laat ze allebei samen tot de oogst opgroeien, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid en bind het in bossen om het te verbranden, maar breng de tarwe bijeen in mijn schuur.” (Matth. 13:24-30)[2]

Biddend wachten op Gods tijd

Door deze gelijkenis leren wij onderscheid te maken tussen:
1.  Door de hemel gezonden (en dus met hemelse Zalving bekrachtigde) dienstknechten (hier de “maaiers” genoemd) en
2.  aardse (door de menselijke wil bezielde) dienstknechten, die zo graag het onkruid willen vergaderen.
Tot deze “aardse” dienstknechten zegt de hemelse Landheer: “Nee, opdat u bij het verzamelen van het onkruid misschien tegelijk ook de tarwe niet uittrekt” (Mattheüs 13:29). God heeft – in alle dingen – Zijn eigen tijd. Zo zal Hij ons wanneer Zijn tijd gekomen is de gelegenheid schenken om het onkruid te verzamelen, ALS WIJ MAAR BIDDEND WILLEN LEREN WACHTEN TOT ZIJN GEEST ONS TOT WERKEN NOOPT!
Als wij allen dan doordrongen zijn van het feit dat, in een bepaald geval, Gemeentelijke tucht gehandhaafd MOET worden, dan moeten wij dus bidden voor het “frauderend” gemeentelid (ofwel: voor degene die Gods Woord en wil overtreedt – AK). Probeer het en u zult zien wat God doet! Want: “Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand”. (Jakobus 5:16b)
Hij maakt Zijn Woord waar en zal doen wat wij bidden, voor het heil van Zijn Lichaam! Laat uw oprechte verlangen om zielen te redden bij God bekend worden “door bidden en smeken, met dankzegging”: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.” (Filippenzen 4:6-7)
Laat ons SAMENSTEMMEN (= gezamenlijk iets eenstemmig verlangen) IN DE GEBEDEN, opdat de Geest van God eerder tot actie kan overgaan!

Wat moeten Zijn dienstknechten doen in die wachtenstijd?

Terwijl u aanbiddend wacht op Gods tijd met betrekking tot bepaalde “onkruid-kwesties” in de Gemeente moet u niet ledig zitten (= werkloos toezien) en u blind blijven staren op die bepaalde “onkruid-kwesties”, op die rebellen in de Gemeente, want zodoende verwaarloost u de overige gemeenteleden, omdat er geen (of te weinig) aandacht aan ze besteedt wordt. Hierdoor krijgt de duivel de kans om de zwakke gemeenteleden aan te vallen.
“Zie dan toe (SV: hebt dan acht) op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft, om de Gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed”. (Handelingen 20:28)
Ik heb u al eerder gewezen op de fout, dat u niet moet denken: “Dat is alleen voor de voorganger bestemd”. Ook op uw schouders rust een mede-verantwoordelijkheid voor de Gemeente. Paulus heeft, in zijn brief aan de Filippenzen, niet voor niets geschreven: “…aan al de heiligen in Christus Jezus… met de opzieners en diakenen” (zie Filip. 1:1). Hieruit verstaan wij, dat óók zij verantwoording dienen af te leggen.
Wat hebben de arbeiders in de Gemeente te doen in die wachtenstijd (tot de oogsttijd is aangebroken van “onkruid en tarwe”)? Handelingen 20:28 (hierboven vermeld) leert ons dat ze, in de eerste plaats, (geestelijk) op hun hoede moeten zijn wat zichzelf betreft en verder, dat ze gewoon door moeten gaan met de Gemeente van God te weiden (= van goed, geestelijk voedsel voorzien).
Schrijvend aan zijn geestelijke zoon Timotheüs kon Paulus nog dieper hierop ingaan door te zeggen: Geef acht op uzelf èn op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als wie u horen”. (1 Timotheüs 4:16)
Dit is een dubbele winst! Paulus schreef dit in een hoofdstuk dat handelt over de afval in de laatste dagen. Wij leven in die laatste dagen; WIJ zien die afvalligheid (van God en gebod) om ons heen. Zo waak en bid dan en handel naar dit woord! Heb vooral acht op de leer. Velen zijn in deze tijd afgestapt van “de gezonde leer”. U hoort tegenwoordig veel dingen verkondigen die door moeten gaan voor de gezonde leer! De Bijbel zegt: “Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn (1 Johannes 4:1a).

Als Gods tijd van actie daar is

“Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog één of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn. Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden”. (Mattheüs 18:15-20)
Als Jezus ergens is – en, overeenkomstig het Woord, nog wel het liefst “in hun en ons midden” – dan zal ook gebeuren wat Hij heeft gezegd. Niemand op dat bruiloftsfeest te Kana had verwacht, ook de hofmeester niet, dat de beste wijn het laatst zou komen. Jezus deed dit als eerste grote teken van Zijn openbare bediening. Maar ook op de “Bruiloft van het Lam”, op Zijn “Bruiloftsfeest”[3] zal Hij dit grote teken doen… “Vul die zes vaten met water”, zei Jezus en het werd wijn en die wijn was voortreffelijker (HEERlijker), dan wat eerst was uitgedeeld (zie Johannes 2:6-10). De “6 vaten” wijzen in profetisch licht heen naar de 6×1000 jaren=6000 jaren. Wij leven in die profetische “zesde dag”. De “Laatste Wijn”, de “Spade Regen”[4] (beeld van: de Heilige Geest die in de eindtijd uitgestort wordt,[5] zie Joël 2:23+28-29), zal voortreffelijker zijn, dan de “Wijn” die tevoren werd uitgedeeld (de “Vroege Regen”[6]). Prijs God! Als Hij alsdan zó WONDERLIJK in ons midden zal zijn, wat denkt u, hoe wonderlijk zal het dan wel niet gaan ook met betrekking tot de handhaving de Gemeentelijke tucht?
Laten wij nu weer teruggaan naar de onderhavige (= de hier behandelde) teksten, waarin die wonderlijke God de opdracht geeft om op te treden tegen de overtreder in de Gemeente. Ik wil uw aandacht niet uitgebreid vestigen op de wijze, hoe u te handelen hebt, namelijk: eerst onder vier ogen, dan met één of twee getuigen erbij en ten slotte, als beide voorgaande wijzen van vermaning niet hebben geholpen, de vermaning ten overstaan van de gehele Gemeente; want deze handelwijze behoeft geen nader betoog, die is duidelijk genoeg; maar… ik vraag uw aandacht voor de woorden uit Mattheüs 18:17b (SV): “zo zij hij u ALS DE HEIDEN en DE TOLLENAAR”. En hierin is het, waarin wij falen. U hebt gedaan wat Mattheüs 18:15 zegt, u hebt uw broeder onder vier ogen vermaand; u hebt gedaan wat Mattheüs 18:16 zegt, u hebt uw broeder in het bijzijn van getuigen vermaand; ja, u hebt gedaan wat Mattheüs 18:17a zegt: u hebt de broeder voor het forum van de Gemeente vermaand. Tot hiertoe is het goed geweest, maar u moet ook verder willen gaan, want God laat geen tittel noch jota van Zijn Woord vallen, u moet mét de Gemeente die persoon voortaan beschouwen als een ongelovige, als één die buiten de genadestaat van God staat. Want wat Gods dienstknechten in zulke zaken hier op aarde “gebonden” hebben, dat zal ook “in de hemel gebonden zijn” (zie Matth. 18:18a). Deze belofte van God is verbonden aan deze tuchtkwestie. U moet dus ook dit Woord durven hanteren en niet blijven bij enkel en alleen maar vermanen en u afmaken met een dooddoener als: “Nou ja, wij hebben hem/haar vermaand, maar hij/zij heeft zich niet willen verbeteren”. Neen, u moet, mèt de Gemeente, zich niet verder bemoeien met zo iemand, al blijft u zo iemand gedenken in uw gebeden. Want zo’n overtreder moet ervaren dat hij/zij in zijn/haar zonde, in zijn/haar ongerechtigheid, helemaal alleen staat, met NIEMAND naast zich, dan enkel en alleen de duivel. Natuurlijk kan zo iemand de toegang tot de samenkomsten niet ontzegd worden, maar men behoort met zo iemand niet langer intiem om te gaan. Maar indien er “slappelingen” in de Gemeente zijn, die vanwege familierelaties en sympathieën een “ach-nou-ja-houding” er opnahouden, dan wordt het beoogde effect niet bereikt. Zo’n persoon zal denken: “In de Gemeente wil men niets meer van mij weten, maar… deze broeder of zuster wel en deze ook nog!” Zo iemand voelt zich dan niet in een geestelijk isolement; ja hij/zij voelt zich gesterkt door die ene broeder/zuster die hem/haar nog aanvaart, of door die broeders/zusters, die hem/haar nog aanvaarden. Het gevolg is dat zo’n in de zonde volhardende broeder/zuster zich NOOIT bekeert. En dit komt omdat die sympathisant(en) niet aan de kant van de Heilige Geest gaat/gaan staan! Jezus zei: “Zo zal hij voor u ALS DE HEIDEN en DE TOLLENAAR zijn”; waarmee Hij bedoelde dat deze beschouwing over een zodanige overtreder COLLECTIEF (= gemeenschappelijk) moest geschieden! Toen Petrus tegen Ananias zei dat hij tegen de Heilige Geest loog, waarop Ananias dood neerviel (zie Handelingen 5:1-5), toen was er niemand die sympathie of medelijden had met Ananias en ze zeiden óók niet: “Laten wij gauw Saffira waarschuwen, want anders valt zij ook dood neer.” Neen, zij stonden waar de Heilige Geest was en daardoor kon het gebeuren dat het oordeel, dat daar gevallen was, een VOLKOMEN oordeel kon zijn. En weet u wat het GEVOLG ervan was? Er kwam vrees over de gehele Gemeente. Men leerde God te vrezen, zoals het hoorde; zij werden bevreesd om TE ZONDIGEN: “En er kwam grote vrees over heel de Gemeente en over allen die dit hoorden”. (Handelingen 5:11)
Het gevolg hiervan weer was, dat God wonderlijk in het midden van die Gemeente kon zijn: wonderen en tekenen geschiedden door de hand van de apostelen, Onoprechten durfden zich niet tot de Gemeente te voegen, maar wel een menigte mannen en vrouwen die waarachtig geloofden! Halleluja!
“En er gebeurden door de handen van de apostelen veel tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eensgezind bijeen in de zuilengang (SV: voorhof) van Salomo. En van de anderen durfde niemand zich daar bij hen aan te sluiten, maar het volk had grote achting voor hen. En er werden er steeds meer toegevoegd die in de Heere geloofden, menigten van zowel mannen als vrouwen”. (Handelingen 5:12-14)

Al Gods beloften zijn de onze, als wij ons laten tuchtigen door het Woord

Gods wegen zijn niet onze wegen, geliefden, maar ik weet één ding: Als u Gods Woord geldig durft te maken op Gods tijd en op Gods wijze, dan zal God van Zijn kant waarmaken wat Hij in Zijn Bijbel heeft beloofd. En dit is wat Hij beloofd heeft: “Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn.” (Mattheüs 18:18)
Als u hierbij stilstaat en dit overdenkt, dan wordt u doordrongen van het feit wat een macht God Zijn kinderen heeft gegeven. De Here Jezus gaat dan verder en spreekt over twee of drie christenen die “samenstemmen” (= die gezamenlijk “iets eenstemmig verlangen”). In Prediker 4:12b leest u: “Een drievoudig snoer wordt niet snel gebroken”. Zo is het ook met kinderen Gods die samenstemmen. Maar u kunt hier nooit toe komen als u niet geheel doet wat de Heer van te voren heeft gezegd. Dit is nu net zo waar als datgene wat God in Spreuken 28:13 heeft gesproken: “Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn, maar wie ze belijdt en nalaat, zal barmhartigheid verkrijgen”. U moet ze allebei doen met betrekking tot uw overtredingen: bekennen èn laten! Evenals Jezus tot de overspelige vrouw zei, nadat zij op heterdaad betrapt was en tot Jezus was gebracht: “Ga heen en ZONDIG NIET MEER” (zie Johannes 8:11).
Daarom geliefden, willen wij Gods beloften bewaarheid zien worden, dan moeten wij leren inzien, dat “tucht” en “reiniging” een “broertje” en “zusje” van elkaar zijn. U kunt die twee niet scheiden. Ze zijn als een Siamese tweeling: als men – door een medische ingreep – de één van de ander losmaakt, gaan beiden dood.
Nogmaals: tucht en reiniging moeten in de Gemeente geschieden onder de Leiding van de Heilige Geest![7] Wij hebben slechts rekening te houden met datgene waarmee de Here rekening houdt, en Hij heeft Zich voorgesteld: “een Gemeente zonder vlek/smet en zonder rimpel, heilig en onberispelijk/smetteloos! (zie Efeze 5:27[8]). En wie weet beter dan God alleen hoe Hij aan die (heilige en smetteloze) Gemeente moet komen? God zal, om tot dit doel te komen, u en mij ZELFDISCIPLINE leren in ons eigen leven. Lees de brieven van Paulus hierover maar eens na en vooral die aan Timotheüs, waarin hij spreekt over matigheid. Deze zelfdiscipline moet God niet doen, DIT MOETEN U EN IK ZELF DOEN! Wij moeten dit Woord van God geldig WILLEN maken; maar dan zullen wij ook de (geestelijke) rijkdommen van dat Woord smaken en wij zullen het effect zien van wat dit Woord in ons leven kan doen en in dat van anderen.

Waak, dat uw zinnen niet bedorven worden!

Laten wij de parallel die Paulus trok in beschouwing nemen. Paulus kende dezelfde begeerte als zijn Meester, namelijk de begeerte, die wij in Efeze 5:27[9] opgeschreven vinden, van: de vorming van de Bruidsgemeente die (geestelijk gezien) “zonder smet of rimpel zal zijn. Paulus zegt dan in 2 Korinthe 11 het volgende: “Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb u toebereid, om u als een reine maagd aan één Man voor te stellen, namelijk aan Christus (SV). 3 Maar ik vrees dat, zoals de slang met zijn sluwheid Eva verleid heeft, zo misschien ook uw gedachten bedorven worden, weg van de eenvoud die in Christus is” (HSV). (2 Korinthe 11:2-3)
Geliefden, daar is geen zaak in Gods ogen zo belangrijk als juist de vervolmaking van Zijn Bruidsgemeente; van het leven van u en mij, die leden mogen zijn van die Gemeente. Deze vervolmaking zal op geen andere manier plaats vinden dan door de handhaving van de Gemeentelijke tucht! Paulus leert ons dat deze handhaving door vele en velerlei bindingen (= allerlei aardse en/of geestelijke gebondenheden) in de weg wordt gestaan en hij weet dat vervolmaking van de Gemeente alléén bereikt kan worden ALS DE GEMEENTE KAN WORDEN GEBRACHT IN DE STROOM VAN DE HEILIGE GEEST.[10] Als ze (= de Gemeente) deze Geest leert gehoorzamen en door de Geest zich leert onderwerpen aan de wil van God! Maar Paulus was bang – en dan trekt hij hier een parallel met Eva, die door de arglistigheid van de satan bedrogen was – dat ook de Gemeente in Korinthe door de satan bedrogen was “OM AF TE WIJKEN VAN DE EENVOUDIGHEID, DIE IN CHRISTUS IS”! (2 Kor. 11:3b, SV). Als er één de Bijbel door en door kent – van A tot Z en van Z tot A – dan is het de satan. Hij is een betere Bijbelkenner dan wij allemaal bij elkaar. Juist hierdoor is het dat hij zich kan veranderen als was hij “een engel van het licht” (zie 2 Korinthe 11:14). Satan wist wat God tegen Adam en Eva gezegd had, maar toch – vervuld van arglistigheid – zei hij: “Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof?” (Genesis 3:1b). Satan wist precies wat God gezegd had, maar hij wist zijn vraag zo te stellen dat Gods gebod ermee verdoezeld werd doordat hij er een (satanische) draai aan gaf! Dit is altijd zijn tactiek geweest, tot op heden toe. Is Gods Woord eenmaal door hem verdoezeld, dan begint hij onze gedachten te bederven en die in de ban te houden van het “vlees” en de wereld. En het gevolg hiervan is dat wij afwijken: “weg van de eenvoud die in Christus is”! (2 Kor. 11:3b). Uw hart zal zich dan vullen met kritiek op uw voorganger, op de Gemeente, op Gods Woord…, uw hart zoekt in feite de wereld. En, als de satan u eenmaal in zijn greep heeft – door zijn verdoezeling van Gods Woord, en als hij dan ook uw gedachten bedorven heeft en u in de ban houdt van uw vlees en van alles wat in de wereld “te koop” is, bijvoorbeeld door middel van alles wat u ziet via het beeldscherm van TV of computer – dan wordt u, zonder dat u het weet, langzaam maar zeker beroofd van de blijdschap die u in Jezus had…
In Psalm 16:11 staat: “…overvloed van blijdschap (SV: verzadiging van vreugde) is bij Uw aangezicht…”, maar door de “listige verleidingen van de duivel” (zie Efeze 6:11b) heeft hij dan uw gedachten bedorven. Langzaam maar zeker kent u die gemeenschap met de Here Jezus niet meer, bezit u de “eerste liefde” (tot Hem) niet meer, die wonderbare eerste liefde, die ons vurig voor Hem deed zijn. Alle dingen van deze wereld, ook wetenschap en muziek, misbruikt satan tot zijn doel. Want niet alle wetenschapsuitingen zijn uit God! Alles wordt door satan aangewend om uw gedachten (ons denken) te bederven. Gods Woord leert ons om onze gedachten in Christus te bewaren: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens IN ALLES, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken (SV: bewaren) in Christus Jezus.” (Filippenzen 4:6-7)
Verlustigt u zich echter in wat de wereld u te bieden heeft – onder andere via het beeldscherm van TV of computer – dan kan niemand mij wijsmaken dat dan “de vrede van God” door u genoten wordt! Integendeel! Uw zinnen worden er door bedorven. Er ontstaat dan in uw zinnen een driekoppig kankergezwel, waarover u kunt lezen in 1 Johannes 2 vers 16: “Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed (SV: grootsheid) van het leven is niet uit de Vader, maar is uit de wereld”. En dan vervolgt Johannes in vers 17: “En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid”.
Als satan uw gedachten heeft weten te bederven, dan zoekt u al deze dingen van de wereld en krijgt u er nooit genoeg van. Het is net als bij die Samaritaanse vrouw: Als u van dat (aardse) water drinkt, zult u steeds weer dorst krijgen. En als u – door uw bedorven gedachten – dan zo geniet van de dingen van deze wereld en God knipt uw levensdraad af, waar blijft u dan? In wat voor een geest sterven wij? Met een hart dat vol is van “Bayern-München” of “Real-Madrid”? God vraagt niet wat wij geweest zijn; neen; God wil u vervuld vinden (met Zijn Geest), mijn vrienden! Hij spreekt niet van: “Ik ben de Ware Wijnstok en u WAS de rank!” Neen! “U BENT het!” Als wij er niet voor zorgen om in die (gezegende) positie te BLIJVEN, dan vallen wij uit! Wij “vloeien door”! Denk aan die “dwaze maagden”![11] Ook hun lampen brandden eerst helder! Maar… op het kritieke ogenblik ontbrak het hun aan olie! Dat maakte dat zij BUITEN de deur van de Bruiloftszaal kwamen te staan en dat zij “de grote verdrukking” in moesten!
Welnu, als God u door Zijn Woord van al deze dingen overtuigt, wilt u dan DE PRIJS BETALEN, die God van u vraagt? Wilt u Gods tucht dan liefhebben en u laten reinigen door Zijn Woord, zodat u alles los zal laten, prijs zal geven, wat niet uit Hem is?

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

*****************************************************************************************
[1] Het woord “slaaf” heeft bij ons een nare klank, maar m.i. is het een goede vertaling, omdat Jezus waarlijk onze “Heer en Meester” is want… “Hij heeft ons gekocht en betaaldmet Zijn eigen Bloed! (noot AK)
[2] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie “Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde” van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring), hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekking van H. Siliakus. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De werkingen van de Geest in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[6] De vroege Regen = De UITSTORTING van de Heilige Geest in de begintijd van de Gemeente, tijdens het Pinksterfeest, volgens Handelingen 2 vers 1-4. (noot AK)
[7]  Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geesten/ofDe Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys. (noot AK)
[8] Efeze 5:27 (SV): “Opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek (HSV: smet) of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk (HSV: smetteloos).”
[9] Zie noot 8.
[10] Zie de studies vermeld bij noot 5 en 7.
[11] Zie eventueel onze studie De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijdvan E. van den Worm. (noot AK)

 

Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst, Woord en Geest en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Gemeentelijke tucht (6): De Gemeentelijke tucht HANDHAVEN en LIEFHEBBEN

  1. Henk Herbold zegt:

    Om het juiste inzicht te hebben bij het handhaven van tucht in een gemeente, zullen we geestelijke mensen moeten zijn, dus mensen die geleid worden door de Heilige Geest. Vanuit diezelfde Geest zullen we ook altijd eerst bij onszelf nagaan of wij zelf wel goed staan. Of we niet zelfgenoegzaam zijn geworden in het idee dat het goed is zoals wij het doen en zoals we het altijd al gedaan hebben. Wanneer Gods Geest ons vult, zal Hij in de eerste plaats Zijn licht laten vallen in ons eigen hart om ons aan te tonen wat onze ware drijfveren zijn. Fouten mogen natuurlijk gecorrigeerd worden, maar het kan ook zijn dat je geïnspireerd wordt door irritatie. Je kritiek is dan beslist niet van de Heer.
    Laat ieder zichzelf daarom eerst onderzoeken of zijn eigen hart wel zuiver is. Of er werkelijk bewogenheid is vanuit de Geest van de Heer. Als we niet leren eerst de diepste gronden van ons eigen hart te onderzoeken, hoe zouden we die van anderen dan kunnen beoordelen? Soms is het zelfs beter om te zwijgen en je eerst eens ernstig af te vragen, waarom je kritisch gestemd bent.

    Deze studie, over gemeentelijk tucht, is een grote zegen voor iedereen die het leest en die de tijd wil nemen er biddend over na te denken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s