Gemeentelijke tucht (8): Laten wij, zowel PERSOONLIJK als COLLECTIEF, ons opnieuw stellen onder de Gemeentelijke tucht tot HEILIGMAKING

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2
KLIK HIER voor deel 3
KLIK HIER voor deel 4
KLIK HIER voor deel 5
KLIK HIER voor deel 6
KLIK HIER voor deel 7

berispen17

Hoofdstuk 8

Laten wij, zowel PERSOONLIJK als COLLECTIEF, ons opnieuw stellen onder de Gemeentelijke tucht tot HEILIGMAKING

Ik heb u in het voorgaande al eerder geschreven dat indien niet een ieder in de Gemeente eensgezind meewerkt om ontucht, ongerechtigheid en zonde te weren uit de Gemeente, dat dan Gods Geest uit die Gemeente zal wijken en met die Geest de blijdschap, de eensgezindheid, ja, alle werken die de Heilige Geest in die Gemeente heeft gewrocht (= verricht, teweeggebracht) tot groei en vruchtdracht, om ten slotte tot de droevige ervaring te komen dat wij als Gemeente nog wel samenkomen, maar dan (geestelijk gezien) in het vlees. En mogelijk hebt u dan nog, net als Sardis (zie Openbaring 3:1), de naam dat u leeft, maar u bent (in geestelijke zin) dood! Laat ons daarom ALLES doen om zonde en ongerechtigheid te weren uit onze Gemeente, opdat Gods Geest werkzaam kan zijn (en blijven).

De kracht van collectief gebed om reinheid en heiligheid in de Gemeente[1]

Laten wij, in deze, het collectief (= gezamenlijke) gebed ook niet vergeten! Al hebben wij al veel gebedservaringen, toch zijn wij ons nauwelijks bewust wat een gemeentelijk gebed aan wonderen kan doen.
U weet hoe machtig de Here ingreep in het leven van Petrus, omdat een Gemeente voor hem wist te bidden, ondanks dat er – naar de mens gesproken – voor hem geen hoop meer was. En, toen Gods verhoring – op een wel hele wonderlijke wijze – kwam, durfde men zelfs niet te geloven dat God hun gebed ook echt had verhoord, want ze lieten hem buiten de deur staan. Ja, gevangenisdeuren vlogen door Gods kracht open, maar een huisdeur van kinderen Gods bleef dicht door hun ongeloof. Ze hadden gebeden tot God, bij Wie ALLE DINGEN mogelijk zijn, maar toen God hun gebed verhoorde stond het ongeloof bij hen in de schoenen[2] en moest Petrus buiten wachten. Ze hebben hem, ten slotte, gelukkig toch noch binnengehaald (zie Handelingen 12:5-16). Ze waren zich echter niet bewust van de draagkracht van oprecht gebed. GOD IS EEN VERHOORDER VAN HET OPRECHTE GEBED!
“Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden” (Mattheüs 18:19-20).[3]
Aan deze belofte van God kunnen wij ons vastklemmen. En als wij dit doen, dan spreekt God en Hij antwoordt!

Wij moeten kappen met alle wereldsgezindheid en wereldgelijkvormigheid

Er moet nu eenmaal verschil bestaan – in leven en gedrag – tussen kinderen van God en die van de wereld. De wereldse mens leeft in onmatigheid en valt onder datgene wat Petrus zegt: “Leg dan af alle slechtheid (SV: kwaadheid), alle bedrog, huichelarij, afgunst (SV: nijdigheid) en alle kwaadsprekerij”. (1 Petrus 2:1)
Maar… niet alleen de wereldse mensen doen dit, ook onder Gods kinderen zijn er helaas genoeg die dit nog doen. Het zijn namelijk degenen “die zich aan het Woord stoten, door ongehoorzaam te zijn…” (zie 1 Petrus 2:8). Laten wij daarom niet voortgaan met onze ongehoorzaamheid, welk gebod van God dit ook geldt. Laten wij, door onze ongehoorzaamheid, ons niet schuldig maken aan het tenietdoen van de Waarheid (Gods). Laten wij de Here vragen ons ervan te weerhouden, opdat Zijn oordeel niet over ons valle, want “het oordeel van God begint altijd bij het huis van God!” (zie 1 Petrus 4:17 [4]). God speelt niet met Zijn Woord; vroeg of laat breekt het u zuur op. Laten wij hierbij onszelf ook niet bedriegen, onszelf onschuldig houdende; laten wij niet onze handen, net als Pontius Pilatus, in onschuld wassen (zie Mattheüs 27:24-26), want GOD ZAL ONS SCHULDIG HOUDEN IN ZIJN OORDEELSDAG.[5] God laat niet tornen aan Zijn Woord!
In 1 Petrus 4:2 zegt de Heilige Geest, dat wij “nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God (behoren) te leven”. God weet dat wij “mensen” zijn, dat “menselijke dingen” zich nog (willen) laten gelden. God verwacht echt niet van u dat u vandaag een “bekeerde zondaar” bent en morgen al een “heilige”, maar toch zijn er christelijke levenswetten in Gods Woord waaraan wij ons moeten houden. En hiermee eren wij God en Zijn Woord. Een ieder die deze “goodwill” heeft – om zo te wandelen en te leven – ontvangt genade van God om Zijn wil te doen, want zonder Zijn genade kan niemand Zijn wil volbrengen.
“Want wij hebben de voorgaande tijd van ons leven lang genoeg de wil van de heidenen gedaan en gewandeld in uitingen van losbandigheid (SV: ontuchtigheden), begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en allerlei walgelijke (SV: gruwelijke) afgoderij. Daarbij bevreemdt het hun dat u niet meeloopt in dezelfde uitbarsting van losbandigheid, en zij belasteren u”. (1 Petrus 4:3-4)
En, weet u wat Paulus zegt? Die ook een lichaam had zoals u en ik, van vlees en van bloed: “Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze (SV: ik bedwing mijn lichaam) en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.” (1 Korinthe 9:27)
Dat is discipline! Maar doe het niet in eigen kracht, want dan komt u tot rampen, tot catastrofen! Nogmaals, ER MOET VERSCHIL ZIJN TUSSEN DE WERELDSE MENS EN U! Er moet ergens een grenslijn zijn, waar u niet meer overheen mag stappen en waar de wereldse mens niet overheen kan stappen! Wilt u die grenslijn niet trekken, dan verbreekt u willens en wetens dat geestesverbond dat u met God hebt aangegaan! U bedroeft Hem en, als u daarmee door blijft gaan, BLUST U GODS GEEST IN U! Dan bent u Hem kwijt!! Pas op, vrienden, acht dit niet gering! De doop met de Heilige Geest[6] is geen speelgoed! Het is de Heilige God Zelf, Die Zich in uw tempel[7] wil openbaren! U hebt Hem Zelf ontvangen, de God van hemel en aarde! En méér dan Zichzelf geven – aan een gelovig en verwachtend hart – kan Hij niet, want er is niets méér dan onze HEILIGE GOD… Die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende” (2 Korinthe 5:19a). Kunt u zich voorstellen dat er staat geschreven dat “de toorn van God” (zie Johannes 3:36b) zal blijven op degenen die Zijn genadeaanbod in Christus verwerpen? En deze “toorn van God” is niets anders dan de satan, waarmee zo iemand in gemeenschap blijft en waarmee hij of zij de eeuwige doem in zal gaan.
Stelt u Gods Woord zo maar ter zijde, slaat u er geen acht op – en dit kan, want God heeft u een vrije wil gegeven – dan zullen uw zonden u vinden. God heeft namelijk het laatste Woord! Want “als u dit niet zo doet (niet gehoorzaam bent aan God en Zijn Woord), zie, dan hebt u tegen de Heere gezondigd; weet dan dat uw zonde u zal vinden!(Numeri 32:23)
Wat dit betekent voor een Nieuwtestamentisch christen kunt u lezen in 1 Korinthe 6:9, “Of weet u niet dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven?”
En wie worden er door God gerekend tot de onrechtvaardigen? In 1 Korinthe 6:10 lezen we hiervan: “Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven”.
Wij doen er goed aan om acht te slaan op het feit dat God een “hebzuchtige” op één lijn stelt met een “hoereerder” of “overspeler”, tenminste: wat zijn of haar verloren staat betreft. Want ook hij/zij (= de hebzuchtige) zal het Koninkrijk van God niet beërven! Wij hebben het verlossende Bloed[8] van Jezus Christus nodig en de dagelijkse afwassing in (= de reiniging door) het badwater van het Woord, opdat er óók van ons gezegd kan worden: “Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar u bent (geestelijk gezien) schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van de Here Jezus en door de Geest van onze God.” (1 Korinthe 6:11).
Deze wedergeboorte, deze Nieuwe Schepping uit God, geschiedt dus door de Heilige Geest in de Naam van de Here Jezus Christus. En indien wij in de Geest van God zijn en BLIJVEN is het onmogelijk dat satan/de duivel ons te pakken krijgt met die dingen waaraan wij vroeger gebonden waren. Glorie voor God! God heeft ons uit de vuiligheid van het “oude leven” gehaald en ons gewassen in (en dus gereinigd door) Zijn Bloed, en ons door Zijn dierbaar Woord geheiligd en gerechtvaardigd en wel zo, dat u GEWORTELD bent in Hem! Met deze roeping in/door God voor ogen is het ons duidelijk dat er verschil MOET bestaan tussen ons oude en nieuwe leven:[9] “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk; dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht”. (1 Petrus 2:9)
Ziet u, dit maakt Hij van ons, dit is onze positie, nadat Hij die afwassing, die heiligmaking en rechtvaardigmaking door de wedergeboorte bewerkstelligd heeft. En daar is in deze NIEUWE Schepping van God geen vermenging van “oud” en “nieuw”, geen sprake van een compromis met het “oude leven”. Uw leven is dan apart gezet; het is een leven waarin Christus hoogtij viert en de Oplosser is van AL uw problemen. En deze nieuwe staat wordt de onze door de gelovige aanvaarding van Gods Woord voor ons persoonlijk. Gods Woord is Geest en Leven, het houdt ons LEVEND in Hem, het is onze geestelijke voeding; tenminste als wij het als voeding wensen te aanvaarden, want als wij dit niet willen, gebeurt er ook niets!
Voor een ieder is dit Leven weggelegd en in dit (waarlijk) LEVEN voor Gods Aangezicht is volle verzadiging en vreugde. Wat ook uw nood, smart of verdriet is, mijn vriend, ga naar Jezus in het gebed.[10] Hij lost alle problemen op! Maar u moet Hem, ten volle vertrouwend, toelaten in uw problemen. Jezus zegt in Openbaring 21:5a, “Zie, Ik maak alle dingen nieuw” en in 2 Korinthe 5:17b staat er: “het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden”.

ALLE zuurdesem uitzuiveren

Laat ook niemand van enig kwaad zeggen: “Ja, maar, broeder of zuster, dat is zo erg niet!” Het kwaad begint altijd klein, maar voordat wij het weten is het gehele deeg zuur! Daarom is het goed de koe altijd bij de horens te vatten. Dit kan u broederlijk doen, zoals in Mattheüs 18 staat aangegeven. Laten wij, in verband hiermee, de wondere raadgeving van de Heilige Geest – werkend door Paulus heen – lezen:
“Verwijder dan het oude zuurdeeg (SV: Zuivert dan de oude zuurdesem uit – beeld van: onze oude, zondige natuur en leven), opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd; want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid. Ik heb u geschreven in de brief dat u zich niet moet inlaten met ontuchtplegers. Echter, niet in het algemeen met de ontuchtplegers van deze wereld, of met de hebzuchtigen, of rovers, of afgodendienaars, want dan zou u uit de wereld moeten gaan. Maar nu heb ik u geschreven dat u zich niet moet inlaten met iemand die, terwijl hij een broeder wordt genoemd, een ontuchtpleger is, of een hebzuchtige, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover. Met zo iemand moet u zelfs niet eten. Het is toch niet aan mij om hen die buiten zijn, te oordelen? Oordeelt u immers niet alleen hen die binnen zijn? Maar hen die buiten zijn, oordeelt God. En doe de kwaaddoener uit uw midden weg”. (1 Korinthe 5:7-13)
Dit Woord is eenvoudig, streng en hard, maar het is de waarachtige en liefdevolle raadgeving van de Geest van God Die de Geest der Waarheid is. Hier in 1 Korinthe 5:8 lezen wij dat er van “feestvieren” geen sprake kan zijn, noch in ons privéleven, noch in de Gemeente waarvan u lid bent, als die “oude zuurdesem” (SV) wordt gehandhaafd. Immers, IN Christus zijn wij NIEUWE SCHEPSELEN die WANDELEN “IN NIEUWHEID DES LEVENS” (zie Romeinen 6:4b). Velen hebben dit gesmaakt, maar hebben het weer verloren en vergeten. De Here vraagt ons echter om maar één ding te vergeten: “maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel (SV: het WIT – beeld van: reinheid, heiligheid): de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus”. (Filippenzen 3:14)
Maar wat wij niet moeten vergeten zijn de geestelijke mijlpalen in ons leven, opdat wij altijd de Weg zullen gedenken waarop de Heilige Geest ons geleid heeft. En wel zodanig, dat wij tot VOLKOMEN VERLOSSING kunnen komen.[11] Als u de kracht mist om vast te houden aan deze dingen, bidt God dan om u te helpen.[12] Uw voorganger kan dat niet voor u doen, noch uw broeder of zuster. Er zijn lasten waarvan Gods Woord zegt dat wij die voor en met elkaar moeten dragen, maar er zijn ook pertinent dingen die wijzelf moeten uitworstelen bij God en wat geen ander voor u kan doen en hiertoe behoort het geheel uitzuiveren (= volkomen reiniging / heiliging) van uw wezen van de oude zuurdesem (beeld van onze oude, zondige natuur en leven). Wij moeten het Woord van God in de Gemeente op een gegeven ogenblik durven handhaven, maar wij zullen dit pas (kunnen) doen, als dit Woord in ons eigen leven eerst is waargemaakt: “Geef acht op uzelf èn op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als wie u horen”. (1 Timotheüs 4:16)
Gods Woord is dikwijls hard en streng, maar wel WAAR, en als wij er gehoorzaam aan zijn (en blijven), dan kunnen wij niet alleen onszelf behouden maar ook onze broeders en zusters in de Gemeente van de LEVENDE God, wanneer wij hun dit Woord van God meedelen. Was het niet hard dat God op één dag 23.000 mensen doodde? (Zie 1 Korinthe 10:8 en ook Numeri 25:1+9). Maar… God zuiverde daarmee zijn volk van de hardnekkige zondaars. Wij, mensen, zijn zo gauw geneigd om ons te laten leiden door ons menselijk medelijden. Maar dit menselijk medelijden, als het gaat om de zonde te weren, komt niet uit God voort, maar is uit de mens. God zegt: “Ieder die Ik liefheb, wijs Ik terecht en bestraf (SV: kastijd) Ik!” (Openbaring 3:19a). En God doet dat, opdat wij niet met de wereld verloren zullen gaan! Pas als ALLE zuurdesem (beeld van de zonde) is uitgezuiverd, kan er sprake zijn van waarachtige broederschap in Christus en van “fellowship”.[13]

De Schriftuurlijke bases van fellowship en Gemeenteleven

Ten 1ste: Wandel in het Licht (van God)

“Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben wij en toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet. Maar ALS WIJ IN HET LICHT WANDELEN, zoals Hij in het licht is, HEBBEN WIJ GEMEENSCHAP MET ELKAAR, en het Bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” (1 Johannes 1:6-7)
Aan de waarachtige gemeenschap met elkaar gaat dus de voorwaarde vooraf van de wandel in het Licht. Wandelen wij niet in het Licht van God, dan kan er ten gevolge daarvan GEEN GEMEENSCHAP MET ELKAAR BESTAAN! En hierop is nu juist onze Gemeente en onze onderlinge “fellowship” (onze omgang / gemeenschap in Christus) gebaseerd. In de Gemeente van God is er in feite geen sprake van organisatie, maar ze is (als het goed is) een LEVEND organisme door een vrijelijk doorwerkende Godsregering in de leden van dit organisme. Als een lid van dit organisme zondigt, werpt hij /zij ogenblikkelijk een muur op tussen hem/haar en de anderen – die wel in Gods licht blijven wandelen – omdat Gods Licht in een zodanig gemeentelid niet komen kan! Wel nu, vrienden, wilt u fellowship/gemeenschap in de Gemeente en wel zodanig dat wij elkaar met open vizier tegemoet kunnen komen, dat wij elkaar recht in de ogen kunnen zien, dan moeten wij doen wat Gods Woord zegt, dan moeten wij in het Licht van God wandelen en wel zó, dat wij niets voor elkaar te verbergen hebben.
Als u gedoopt bent met Gods Geest kunt u dit zuiver aanvoelen. Eens kwam ik met mijn vrouw onaangekondigd bij een Pinkstergezin op bezoek. Toen wij boven aan de trap kwamen wisten wij het al. Gods Geest had ons al geopenbaard dat de onderlinge fellowship door zonde gebroken was: zijn verschijning, manier van doen, en tegemoetkomen was niet als gewoonlijk. Later zijn wij te weten gekomen waar de schoen hem wrong. Blijven wij echter in de zonde, dan wordt de muur tussen ons en de andere gemeenteleden hoe langer hoe hoger; op het laatst is er een onoverbrugbare kloof. Hetzelfde geschiedde in de Gemeente, waar Ananias en Saffira waren, tot de pas hun – door God Zelf – werd afgesneden (zie Handelingen 5:1-11 [14]).
Paulus was niet bang voor “vlees en bloed”, waar het ging om het weren van de zonde in de Gemeente. Zo was het niet mals wat Paulus schreef in 1 Korinthe 5:3-5 om de zedeloosheid in de Gemeente tegen te gaan: “Ik heb, hoewel afwezig met het lichaam, maar aanwezig met de geest, namelijk reeds besloten – alsof ik aanwezig was – om hem die dat zo gedaan heeft, in de Naam van onze Heere Jezus Christus, als u en mijn geest bijeengekomen zijn, in de kracht van onze Heere Jezus Christus, over te geven aan de satan, tot verderf van het vlees, opdat de geest behouden zal worden op de dag van de Heere Jezus”.
Paulus gaf hun gewoon over aan satan/de duivel, in de Naam van onze Here Jezus. En dan zeggen wij, mensen: “Het is toch zielig, hè?” Maar dit “zielig vinden” komt door ons “vlees”. En juist van dat “vlees” moest Paulus afkomen en van dat “vlees” moest die broeder gered worden. Daarom zei Paulus: “Tot verderf van zijn ‘vlees’, maar tot redding van zijn ziel” (zie 1 Korinthe 5:5). En zulk een gedrag verwacht God van IEDERE arbeider van Hem die het Woord van God recht snijdt. Dit hoeft niet met zich mee te brengen dat u zo iemand geheel loslaat. U moet hem of haar namelijk blijven vasthouden in uw voorbeden. Als u al niet overeen mag stemmen met een broeder of zuster die kennelijk weer het zondige pad van de wereld kiest, hoeveel te meer moet er dan geen overeenstemming zijn met een ongelovige of wereldse mens: “Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid (SV: ongerechtigheid), en welke gemeenschap is er tussen (Gods) licht en (satans) duisternis? En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial? Of wat deelt een gelovige met een ongelovige?” (2 Korinthe 6:14-15)
Doen wij dit toch, dan weerstaan wij Gods Woord en laten de deur open voor besmetting van vlees en geest.

Ten 2de: De wandel geleid door de Geest

Natuurlijk is de leiding van Gods Geest in alle dingen primair. Hij leidt ons in gebedsvolheid en gebedsvolheid brengt Geestesvolheid en alléén zo kunnen wij doen, wat de Here van ons verlangt, dat wij doen of spreken zullen. Laat onze (handel en) wandel in deze niet halfslachtig zijn, waarmee ik bedoel: slechts voor een tijdje de stem van de Here volgen om dan, als er moeilijkheden komen, de menselijke opinie weer te delen.

Ten 3de: De wandel in de vreze Gods

Toen Gods tucht – met betrekking tot Ananias en Saffira – door Petrus werd gehandhaafd “kwam er grote vrees over heel de Gemeente en over allen die dit hoorden” (Handelingen 5:11). En deze vrees kwam niet alleen over dat handjevol gelovigen, maar over allen die over dit geval hoorden, want zij wisten dat zij te maken hadden met een LEVENDE God en dat ieder ander die niet in het Licht bleef wandelen datzelfde kon overkomen. Alle onoprechten durfden niet meer tot de Gemeente Gods toe te treden: “En van de anderen durfde niemand zich daar bij hen aan te sluiten, maar het volk had grote achting voor hen (= voor de apostelen) (Handelingen 5:13).
Door deze vrees voor de Here, bleven de gelovigen HEILIG wandelen. Zoals in 2 Korinthe 7:1b staat: wij moeten “…de heiliging (SV: heiligmaking) volbrengen IN HET VREZEN VAN GOD”. Zo kon de Geest van God zich manifesteren: “En er gebeurden door de handen van de apostelen veel tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eensgezind bijeen in de zuilengang (SV: voorhof) van Salomo.” (Handelingen 5:12)
De verdere gevolgen bleven niet uit:
“En er werden er steeds meer toegevoegd die in de Heere geloofden, menigten van zowel mannen als vrouwen, zodat zij de zieken naar buiten droegen op de straten en hen op bedden en ligmatten legden, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou kunnen vallen. En ook de menigte uit de steden in de omgeving kwam gezamenlijk naar Jeruzalem. Men bracht zieken en hen die door onreine geesten gekweld werden, en zij werden allen genezen.” (Handelingen 5:14-16)
Dit was de (Goddelijke) vrucht, omdat niemand ervoor teruggedeinsd was om de tucht in de Gemeente te handhaven, met als doel: om die Gemeente zuiver te houden. Men kreeg niet alleen een plaatselijke opwekking, maar ook een regionale: “ook de menigte uit de steden in de omgeving kwam…” De vlammen van het opwekkingsvuur sloegen uit naar alle kanten! Glorie voor Jezus! En allen die tot de Waarheid (Gods) kwamen. werden opgenomen in die geweldige opwekking van de Heilige Geest.[15]
Door veel te frauderen in geestelijk opzicht zijn wij gaande de tijd uit deze Gemeentelijke tucht geraakt. Laten wij ons daarom opnieuw BEKEREN en hiermee niet wachten totdat de Spade-Regen[16] (beeld van: de Heilige Geest die in de eindtijd uitgestort wordt – zie Joël 2:23+28-29) valt. Het zou dan wel eens te laat kunnen zijn. NU, nog vóór de Spaderegen in zijn volle kracht valt, moet u deze weg opgaan! De apostel Paulus spreekt in 2 Korinthe 7:1b van “de heiliging volbrengen…”. Dit houdt in, dat u hiermee al bezig geweest moet zijn en niet op het laatste nippertje ermee beginnen moet! Als u ergens een diploma voor wilt behalen, begint u ook niet pas een week vóór het examen afgenomen wordt te studeren, maar u bent er al langer van te voren mee bezig en in die week vóór dat examen voleindigt u uw studie en u zet alles op alles om maar goed beslagen ten ijs te komen. En zo is het, voor wat de heiligmaking[17] betreft, net zo.
De Here God leide u vanuit Sion naar Zijn volle zegen.

EINDE

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

EINDE van deze studie (van 8 delen)
De PDF van de complete studie (om de studie eventueel in z’n geheel uit te printen).

*****************************************************************************************
[1] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Hun ongeloof over de vrijlating van Petrus drukt m.i. hier een tegenstelling uit van het spreekwoord dat zegt: “vast in zijn/haar schoenen staan” (= erg zeker van de betreffende zaak zijn). (noot AK)
[3] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[4] 1 Petrus 4:17, “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?”
[5] Zie eventueel de studie De Dag van JaHWeH (de Dag des Heren) en/of De 7 donderslagen van Openbaring 10:3en/of God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden van E. van den Worm. (noot AK)
[6]  Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geesten/ofDe Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens: een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vadervan E. van den Worm. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie “De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus(‘vers voor vers’ nader uitgelegd), van E. van den Worm. (noot AK) 
[10] Zie eventueel onze studie Leer bidden (over de noodzaak van bidden/gebeden naar Gods wil) van CJH Theys. (noot AK)
[11] Zie eventueel onze studie De volmaaktheid in Christus, op aarde, in de eindtijdvan E. van den Worm. (noot AK)
[12] Zie noot 10.
[13] Fellowship = Broederschap; omgang, gemeenschap in Christus. Broederschap = Het samen zijn – en vooral het “één in de geest zijn” – van gelovigen in de vreze en liefde voor God. (noot AK)
[14] Handelingen 5:1-11, “En een zekere man, van wie de naam Ananias was, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een eigendom, en hield een deel van de opbrengst achter, ook met medeweten van zijn vrouw, en hij bracht een bepaald gedeelte en legde dat aan de voeten van de apostelen. En Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en gaf de geest. En er ontstond grote vrees bij allen die dit hoorden. En de jonge mannen stonden op, legden hem af, droegen hem naar buiten en begroeven hem. En het gebeurde na verloop van ongeveer drie uur dat ook zijn vrouw daar binnenkwam, zonder te weten wat er gebeurd was. En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt u beiden het land voor zoveel verkocht? En zij zei: Ja, voor zoveel. Petrus zei tegen haar: Waarom toch hebt u met elkaar afgesproken de Geest van de Heere te verzoeken? Zie, de voeten van hen die uw man begraven hebben, zijn voor de deur en zullen u ook uitdragen. En zij viel onmiddellijk voor zijn voeten neer en gaf de geest. En toen de jongemannen binnengekomen waren, troffen zij haar dood aan, en zij droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. En er kwam grote vrees over heel de gemeente en over allen die dit hoorden.
[15] Zie eventueel onze studie De werkingen van de Geest in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[16] Zie eventueel onze studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring), hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekking van H. Siliakus. (noot AK) 
[17] Zie noot 1.

 

Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst, Woord en Geest en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s