Openbaring 4 vers 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 2 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 3 (PDF)

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 1:
Gods arbeid

  • tot overwinning van de 7 Gemeenten; [1]
  • tot vorming van de Bruid van het Lam. [2]

_________________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [3]

_________________________________________________________________

Hoofdstuk 4

Johannes werd opgetrokken in de EEUWIGE HEERLIJKHEID van God (vervolg)

.

Openbaring 4:5, “En uit de troon kwamen (SV: En van de troon gingen uit) bliksemstralen, donderslagen en stemmen. En er stonden 7 vurige fakkels te branden vóór de troon. Dit zijn de 7 Geesten van God.”  [4]
“Donderslagen” en in het bijzonder “bliksemstralen” spreken van het OORDEEL, uitgesproken door God Almachtig. Zijn stem klinkt als een donderslag: [5]
“Zij die de HEERE ter verantwoording roepen, zullen verpletterd worden; Hij zal in de hemel over hen donderen. De HEERE zal rechtspreken over de einden der aarde…” … “En het gebeurde… dat de Filistijnen de strijd aanbonden met Israël. Maar de HEERE deed op die dag een machtige donder rollen over de Filistijnen. Hij bracht hen in verwarring, zodat zij door Israël verslagen werden.” (1 Samuel 2:10a + 7:10)
“De HEERE deed het vanuit de hemel donderen, de Allerhoogste liet Zijn stem klinken.” (2 Samuel 22:14)
“Daarna brult Hij met Zijn stem; Hij dondert met de stem van Zijn majesteit. Hij houdt die dingen niet terug, als Zijn stem gehoord wordt. God dondert wonderbaar met Zijn stem; Hij doet grote dingen en wij begrijpen ze niet.” … “Hebt u een arm zoals God? En kunt u, zoals Hij, met uw stem donderen?” (Job 37:4-5 + 40:4)
“De stem van de HEERE klinkt over de wateren, de God der ere dondert;” … “Door Uw bestraffing vluchtten ze, ze haastten zich weg voor het geluid van Uw donder.” (Psalm 29:3 + 104:7)
“Stemmen”, uitgaande van Gods troon, spreken mijns inziens van GENADE en LIEFDE, als “het suizen van een zachte stilte”:
“Op de aardbeving volgde een vuur, maar de HEERE was ook niet in het vuur. En na het vuur kwam het suizen van een zachte stilte. En het gebeurde, toen Elia dat hoorde, dat hij zijn gezicht met zijn mantel omwikkelde, naar buiten ging en in de ingang van de grot bleef staan. En zie, een stem kwam tot hem, die zei: Wat doet u hier, Elia?” (1 Koningen 19:12-13)
En deze uitspraken van God (de bliksemstralen, donderslagen en stemmen”) worden hier in onmiddellijk verband gebracht met “de 7 GEESTEN van God (zie Openbaring 5:6, Jesaja 4:3-4 [6]), want ze worden als het ware in dit vers (van Openbaring 4:5) als in één adem genoemd. Deze “7 Geesten van God” vormen samen de alom-tegenwoordige HEILIGE GEEST van God (= met de eigenschap om overal tegelijkertijd aanwezig te zijn), deze “7 VURIGE FAKKELS” BRANDENDE VÓÓR DE TROON”, in Zijn menigvuldige WERKINGEN VAN GENADE in de gehele wereld; in hen, die in Jezus geloven. Maar… óók in Zijn OORDELEN in de wereld van de onbekeerlijken en goddelozen. [7]
Hij (het “Lam als geslacht” – zie Openbaring 5:6 [8]) staat hier vermeld TEMIDDEN van de “24 ouderlingen” en de later te noemen “4 dieren” of “4 levende wezens”, omdat Hij in feite IN hen woont en DOOR hen heen werkt. Hij werkt door AL Gods dienstknechten en dienstmaagden heen. Hij is hun TOT IN ALLE EEUWIGHEID gegeven:
“En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid.” (Johannes 14:16)

Openbaring, foto schema blz. 42-43
Schema, rond 1980 gemaakt door de schrijver van deze studie

Openbaring 4:6a, “En vóór de troon was een glazen zee, als kristal.”
Dit mysterieuze “water” (van de “glazen zee”) – dat in ONZE bedeling van tijd doet denken aan de “WATERDOOP” en het “WATERGRAF in de dood van Christus” – vormt de scheiding tussen Gods grote TROONZAAL, Gods “TEMPEL van de tabernakel der getuigenis IN DE HEMEL” (zie Openbaring 15:5 [9]) en het PARADIJS IN GODS HEMELS KONINKRIJK, in welk laatste oord Gods ONTELBAAR VOLK in alle eeuwigheid woont.
Ook de “overwinnaars uit de Grote Verdrukking” (zie Openbaring 7:9-17, 15:2-4 [10]) stonden in hun overwinning in het PARADIJS aan deze “glazen zee”. Ze vormt dus een GEESTELIJKE AFSCHEIDING tussen Gods HEMELS HEILIGDOM en Gods PARADIJS.
Sadhu Sundar Singh heeft in zijn Engelstalige boek “Visions” (= visioenen), volgens mij, iets verteld over de geestelijke werking van deze “glazen zee”, die zo helder is “als kristal” en “met vuur gemengd” is:
“En ik zag iets als een glazen zee, met vuur gemengd. En de overwinnaars van het beest, van zijn beeld, van zijn merkteken en van het getal van zijn naam stonden bij de glazen zee, met de citers van God.” (Openbaring15:2)
“Ik heb menig keer gezien, dat wanneer de geesten der goeden – de zonen des lichts – binnenkomen in de wereld der geesten, zij zich eerst baden in de ontastbare, als lucht gelijkende wateren van een oceaan, zo helder als kristal. En hierin vinden zij een intense, verkwikkende verfrissing. In deze wonderlijke wateren bewegen zij zich als in de open lucht. Zij verdrinken daarin niet, noch worden zij nat door de wateren. Maar zij worden wonderlijk gereinigd en verfrist. En ten volle gereinigd zijnde, komen zij in de wereld van glorie en licht, waar zij altijd verblijven in de tegenwoordigheid van hun dierbare Heiland, en in de gemeenschap van ontelbare heiligen en engelen.” (Sadhu Sundar Singh, uit “Visions”).

Openbaring 4:6b-8, “En in het midden van de troon en om de troon heen waren 4 dieren (letterlijk: 4 levende wezens), vol ogen van voren en van achteren. En het eerste dier leek op een leeuw, het tweede dier leek op een kalf, het derde dier had het (aan)gezicht als van een mens, en het vierde dier leek op een vliegende arend. En de 4 dieren hadden elk voor zich 6 vleugels rondom, en van binnen waren die vol ogen. Ze hadden geen rust en zeiden dag en nacht: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, Die is, en Die komt!
Hier zien wij in de onmiddellijke nabijheid en rondom de troon de “4 DIEREN” (letterlijk: “4 LEVENDE WEZENS”), die “vol ogen” zijn, “van voren en van achteren”. Ze zijn dus VOL ofwel VERVULD van Gods HEILIG wezen en Geest:
“Dat zijn de 7 Geesten van God, [11] die uitgezonden zijn over heel de aarde.” (Openbaring 5:6b)
Waren de “24 ouderlingen” de VERTEGENWOORDIGERS VAN GODS GEHELE VOLK, deze “4 dieren” of levende wezens vormen een groepering van geheiligden die de HEERLIJKHEID VAN DE GODHEID ZELF OPENBAREN.
Hun aanzien is als dat van de GODHEID ofwel als dat van CHRISTUS, omdat CHRISTUS “het UITGEDRUKTE BEELD” VAN GODS “ZELFSTANDIGHEID” is:
Hij (de Zoon – zie vers 1), Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk (SV: het uitgedrukte Beeld) van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen.” (Hebreeën 1:3)
Hij (de Zoon – zie vers 13) is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping.” (Kolossenzen 1:15)
“…de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is.” (2 Korinthe 4:4b, SV)
“Die, terwijl Hij (= Christus Jezus – zie vers 5) in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn.” (Filippenzen 2:6)
Mijns inziens stond Johannes voor één van dezulken, toen hij tot tweemaal toe voor hem neerviel om hem te aanbidden, omdat hij dacht voor de GODHEID zelf te staan:
“En ik (Johannes) viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei tegen mij: Pas op dat u dat niet doet! Ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, die het getuigenis van Jezus hebben. Aanbid God. Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie.” (Openbaring 19:10)
“En ik, Johannes, ben het die deze dingen gezien en gehoord heeft. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen liet zien. En hij zei tegen mij: Pas op dat u dat niet doet! Want ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek in acht nemen. Aanbid God.” (Openbaring 22:8-9)
Zulke hemelwezens, die Gods HEERLIJKHEID openbaren, worden CHERUBS (cherubim of cherubijnen) genoemd. Ze kunnen dus GODZELF zijn (zie Genesis 3:24 [12] en, in typerend beeld, zie Exodus 25:18-20 [13]), òf een MACHTIGE ENGEL (zie Ezechiël 28:14 [14]), òf dermate GEHEILIGDE MENSEN (zie Ezechiël 1:4-14 [15] + hoofdstuk 10 lezen), gekocht met Jezus’ bloed uit “elke stam, taal, volk en natie”:
“…want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie.” (Openbaring 5:9b)
“Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is.” (1 Johannes 3:2)
Uit ALLE tijden dus, en in Gods eeuwigheid, zag Johannes ze reeds…
In Jesaja 6 – die ons dezelfde troonheerlijkheid van God uitbeeldt – worden ze “serafs” genoemd (zie vers 2+6a [16]). “Serafs” zijn hemelwezens “die in bijzondere betrekking staan tot Gods heiligheid”, tot het “brandende Vuur van Gods heiligheid”.

Het aanzien van deze levende wezens:

Dit aanzien karakteriseert Jezus’:

Een LEEUW

KONINGSCHAP

Een KALF

KNECHTSCHAP

Een MENS

MENSHEID

Een VLIEGENDE AREND

GODHEID

De “4 dieren” of “4 levende wezens” hebben in Openbaring 4:8 ieder “6 vleugels” en in Ezechiël 1:6 elk “4 vleugels”. [17] Deze “vleugels” vertellen ons van de Openbaring van de KRACHT van Gods Heilige Geest. Getuigen de “4 vleugels” van Ezechiël 1, mijns inziens, van de openbaring van 4.000 jaren van GEESTESKRACHT in het OUDE VERBOND, de “6 vleugels” van Openbaring 4 vertellen ons van de openbaring van 6.000 jaren van GEESTESKRACHT in het Oude èn in het NIEUWE VERBOND samen.
“Ze hebben geen rust dag en nacht”, voort-durend waren deze “levende wezens” bezig GODS HEERLIJKHEID en HEILIGHEID te openbaren. VOL zijnde van de HEILIGE GEEST gingen zij “waar de Geest heen wilde gaan”:
“Zij gingen ieder recht voor zich uit. Waar de Geest (= Gods Geest, de Heilige Geest) heen wilde gaan, daarheen gingen zij. Zij draaiden zich niet om wanneer zij gingen.” (Ezechiel 1:12)
Br. W.H. Offiler zag in deze “dieren” of “levende wezens” de LEVEND in de hemel opgetrokkenen; namelijk: Henoch, Mozes, Elia en Jezus (hoewel bij Mozes en Jezus: via DOOD en OPSTANDING – zie Judas 1:9 [18]). Persoonlijk zie ik in deze “4 levende wezens” een machtige groepering van GEHEILIGDEN uit elke stam, taal, volk en natie (zie Openbaring 5:9 [19]), die Gods Geest heeft kunnen brengen op dit niveau van heiligheid. [20] Ook deze groepering kan in Gods geweldige hemel “duizendmaal duizenden” zijn (zie Daniël 7:10 [21]).
En dan wéér is het ons vreemd te moede dat Johannes ze reeds zag in glorieuze, Goddelijke heerlijkheid, toen hij daar verbleef in die TIJDLOZE EEUWIGHEID voor Gods troon, zoals Ezechiël en Jesaja ze reeds zagen, toen zij in de geest verbleven voor Gods troon.

Openbaring, foto schema blz. 41
Schema, rond 1980 gemaakt door de schrijver van deze studie

Openbaring 4:9-11, “En telkens wanneer de dieren (letterlijk: de levende wezens) heerlijkheid, eer en dank brachten aan Hem Die op de troon zat en Die leeft in alle eeuwigheid, wierpen de 24 ouderlingen zich neer voor Hem Die op de troon zat, aanbaden Hem Die leeft in alle eeuwigheid, en wierpen hun kronen neer vóór de troon en zeiden: U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen.
Als de “dieren” of “levende wezens” GODS HEERLIJKHEID als het ware EXTRA openbaarden en, gedreven door DANKBAARHEID, IN HEMEL-JUBEL UITBARSTTEN voor de ONUITSPREKELIJKE GENADE aan hen betoond, zo toonden de “24 ouderlingen” hieraan gezamenlijk hun OOTMOEDIGE AANBIDDING van GOD en Zijn CHRISTUS en wierpen zich op hun aangezichten neer, voor Hem.
Zij wierpen dan hun kronen voor Zijn voeten, hiermee uitdrukking gevend aan hun eigen ONWAARDIGHEID om heerlijkheid, eer en kracht te dragen; dingen die zij alléén in Zijn Naam wilden dragen in hun volle TOEWIJDING tot méérdere heerlijkheid, eer en kracht van Hèm alleen.
Geen waarachtige dienstknecht van God die Hij met heerlijkheid heeft gekroond, eigene zich OOIT Gods heerlijkheid toe alsof die van hemzelf zou zijn:
“Ik ben de HEERE – dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven…” (Jesaja 42:8a)
Ik zal Mijn eer aan geen ander geven.” (Jesaja 48:11b)

 

EINDE van hoofdstuk 4

 

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [22]
(1915 – 2013)

Uitgewerkt door A. Klein

*************************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen van CJH Theys. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De 7 Geesten van God en van het Lam van God van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De 7 donderslagen van Openbaring 10:3 van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Voor Openbaring 5:6, zie noot 8.
Jesaja 4:3-4, “Dan zal het gebeuren dat wie in Sion overgebleven is, en wie in Jeruzalem overgelaten is, heilig genoemd zal worden, eenieder die in Jeruzalem ten leven opgeschreven is. …door de Geest van oordeel en door de Geest van uitbranding.”
[7] Zie eventueel onze studie God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden en/of De dag van JaHWeH (De dag des Heren) en/of De 7 donderslagen van Openbaring 10:3van E. van den Worm. (noot AK)
[8] Openbaring 5:6, “En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de 4 dieren (letterlijk: 4 levende wezens) en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met 7 hoorns en 7 ogen. Dat zijn de 7 Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde.”
–> Zie eventueel onze studie De 7 Geesten van God en van het Lam van God van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Openbaring 15:5, “En daarna zag ik, en zie, de tempel van de tent (SV: de tempel van de tabernakel) van de getuigenis in de hemel werd geopend.”
[10] Openbaring 7:9-17, “Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand. En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam! En alle engelen stonden rondom de troon, de ouderlingen en de 4 dieren (letterlijk: 4 levende wezens). Zij wierpen zich vóór de troon neer met hun gezicht ter aarde en aanbaden God, en zeiden: Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. Amen. En één van de ouderlingen antwoordde en zei tegen mij: Dezen, die bekleed zijn met witte gewaden, wie zijn zij en waar zijn zij vandaan gekomen? En ik zei tegen hem: U weet het, mijn heer. En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam. Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden (SV: zal hen overschaduwen). Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.”
Openbaring 15:2-4, “En ik zag iets als een glazen zee, met vuur gemengd. En de overwinnaars van het beest (= de antichrist, die zal regeren tijdens de grote verdrukking), van zijn beeld, van zijn merkteken en van het getal van zijn naam stonden bij de glazen zee, met de citers van God. En zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, en het lied van het Lam, met de woorden: Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de heiligen! Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Immers, U alleen bent heilig. Want alle volken zullen komen en U aanbidden, want Uw oordelen zijn openbaar geworden.”
[11] Zie eventueel onze studie De 7 Geesten van God en van het Lam van God van E. van den Worm. (noot AK)
[12] Genesis 3:24, “Hij verdreef de mens, en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken.”
[13] Exodus 25:18-20, “Vervolgens moet u twee cherubs van goud maken (deze 2 cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit), als gedreven werk moet u ze maken, aan de beide uiteinden van het verzoendeksel. Maak één cherub aan het uiteinde aan de ene kant, en één cherub aan het uiteinde aan de andere kant; als één geheel met het verzoendeksel (deze beeldt het Lam, de Zoon van God uit; als HET verzoenend offer) moet u de cherubs maken, aan de beide uiteinden ervan. De cherubs moeten hun beide vleugels naar boven uitgespreid houden, terwijl ze met hun vleugels het verzoendeksel bedekken en hun gezichten naar elkaar toe gericht zijn; de gezichten van de cherubs moeten naar het verzoendeksel gericht zijn.”
[14] Ezechiël 28:14, “U was een cherub die zijn vleugels beschermend uitspreidt. Daarvoor heb Ik u aangesteld. U was op Gods heilige berg, u wandelde te midden van vurige stenen.”
[15] Ezechiël 1:4-14, “Toen zag ik, en zie, een stormwind kwam uit het noorden, een grote wolk, flitsend vuur en een lichtglans eromheen. En uit het midden ervan kwam iets als de schittering van edelmetaal, uit het midden van het vuur. Uit het midden daarvan kwam een gedaante van 4 levende wezens. Dit was hun uiterlijk: zij hadden de gedaante van een mens. Ieder afzonderlijk had 4 gezichten en ieder afzonderlijk van hen had 4 vleugels. Hun voeten waren rechte voeten en hun voetzolen waren als de voetzolen van een kalf, glinsterend als de schittering van gepolijst koper. Aan hun 4 zijden, onder hun vleugels, waren mensenhanden. Wat betreft hun gezichten en hun vleugels gold van alle 4: Hun vleugels raakten elkaar. Zij draaiden zich niet om wanneer zij gingen, zij gingen ieder recht voor zich uit. Hun gezicht leek op het gezicht van een mens, bij alle 4 van rechts op de kop van een leeuw, bij alle 4 van links op de kop van een rund, en alle 4 hadden zij de kop van een arend. Hun gezichten en hun vleugels waren naar boven uitgestrekt. Ieder had 2 vleugels die elkaar raakten, en ieder had 2 vleugels die hun lichaam bedekten. Zij gingen ieder recht voor zich uit. Waar de Geest heen wilde gaan, daarheen gingen zij. Zij draaiden zich niet om wanneer zij gingen. Wat de gedaante van de levende wezens betreft: hun uiterlijk was als brandende kolen in het vuur, als het uiterlijk van fakkels. Dat vuur ging heen en weer tussen de levende wezens. Het vuur had lichtglans en uit het vuur schoot een bliksem. En de levende wezens schoten heen en weer als een bliksemschicht.” … Lees ook nog Ezechiël, hoofdstuk 10.
[16] Jesaja 6:2-7, Serafs stonden boven Hem. Ieder had 6 vleugels: met 2 bedekte ieder zijn gezicht, met 2 bedekte hij zijn voeten, en met 2 vloog hij. De één riep tot de ander: Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid! De deurpinnen in de drempels schudden door de stem van hem die riep, en het huis vulde zich met rook. Toen zei ik: Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen. Mijn ogen hebben namelijk de Koning, de HEERE van de legermachten, gezien. Maar één van de serafs vloog naar mij toe, en hij had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met een tang van het altaar had genomen. Daarmee raakte hij mijn mond aan en zei: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt. Zo is uw misdaad van u geweken en uw zonde verzoend.”
[17] Zie noot 15.
[18] Judas 1:9, “Michaël (een manifestatie van Christus, Die ons voorgaat in alle strijd tegen de boze – zie ook nog Daniel 12:1), de aartsengel, echter durfde, toen hij met de duivel redetwistte en een woordenwisseling had over het lichaam van Mozes, geen lasterlijk oordeel tegen hem uit te brengen, maar zei: Moge de Heere u bestraffen!”
[19] Openbaring 5:9, En zij zongen een nieuw lied en zeiden: U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie.”
[20] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[21] Daniël 7:10, “…Duizendmaal duizenden dienden Hem en tienduizendmaal tienduizenden stonden voor Zijn aangezicht…”
[22]. KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)
Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus, Woord en Geest en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Openbaring 4 vers 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11 (+ gratis UITLEG)

  1. Henk Herbold zegt:

    Door deze prachtige studie, die hier is opgetekend, krijgen we een indruk hoe het in de hemel is.
    Deze Bijbelleraar heeft weer op een bijzondere manier dit hoofdstuk voor ons ontvouwd.
    De digitalisering is werkelijk subliem. Vooral ook in de vele toelichtingen wordt de tekst nog duidelijker uitgelegd.

    In de studie is sprake van bliksem, donderslagen, geraas en stemmen. Om die troon heen staan zeven fakkels, de zeven geesten van God. Voor de troon bevindt zich een zee van glas, helder als kristal, doorzichtig. Oudsten zitten eromheen en nog veel meer.
    Wat direct opvalt, alles draait om God, want degene die op de ontzagwekkende troon zit, moet God zijn en alles in de hemel draait dus om Hem. Alle andere dingen daar omheen, hoe mooi ze ook beschreven worden door Johannes, zijn niet centraal. Het hele beeld straalt uit, eerst God, Hij is centraal.
    De boodschap van God aan Johannes was duidelijk: “Kom naar boven Johannes, kijk in de hemel en ontdek dat er Eén is die hemel en aarde regeert. Dat is God. Want alles draait om Hem. Zo is het in de hemel, maar zo moet het ook bij ons zijn.

    Het lezen en herlezen van deze studie over Openbaring hoofdstuk 4, geeft ons opnieuw de blik op de troon. God heeft alles in Zijn hand, Hij is het begin en het eind. Wat een voorrecht om dat te mogen zien.
    Van harte aanbevolen om te lezen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s