Openbaring 12 vers 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 2 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 3 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 4 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 5 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 6 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 7 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 8 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 9 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 10 (PDF)
KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 11 (PDF).

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 1:
Gods arbeid

  • tot overwinning van de 7 Gemeenten; [1]
  • tot vorming van de Bruid van het Lam. [2]

_____________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [3]

______________________________________________________________

Hoofdstuk 12

De Gemeente voor en tijdens de grote verdrukking (vervolg)

.

12-WOMAN FLEEING

Openbaring 12 vers 6, “En de vrouw [4] vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was (SV: haar van God bereid), opdat men haar daar zou voeden 1260 dagen (= 3½ jaar, de periode van de grote verdrukking).”
Voor de behandeling van dit vers: zie de vermelding en uitleg bij de verzen 13-17.

Openbaring 12 vers 7-12, “Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël (= Christus, in Zijn functie als Strijdengel van God, als de “Bevelhebber van het leger des Heren”) en zijn Engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog. Maar zij waren niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht èn het Koninkrijk van onze God èn de macht van Zijn Christus, want… de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen. En zij (= Jezus’ volgelingen) hebben hem (= de satan, ondanks grote verdrukking) overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood (dat realiteit zal worden voor de christenen die door de grote verdrukking moeten gaan – zie Openbaring 20:4 [5]). Daarom, verblijd u, hemelen, en u die daarin woont! Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft.”
Hier zien wij de “tot God en Zijn troon” gerukte zoon (= de 144.000) terug als de “Engelen van Michaël en later, zoals wij eerder hebben gezien, als het “Hemelse leger van Christus” bij Zijn wederkomst:

  • “En de legers in de hemel volgden Hem (= Jezus Christus, vanuit de hemel, naar de aarde) op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos.” (Openbaring 19:14)
  • “Ook over hen heeft Henoch, de zevende vanaf Adam, geprofeteerd, toen hij zei: Zie, de Heere is (weder)gekomen met Zijn tienduizenden (SV: met Zijn vele duizenden [6]) heiligen.” (Judas 1:14)

Zij (= Jezus Christus en Zijn 144.000 zonen, in geestelijke zin) hebben hier te strijden tegen “de draak en zijn engelen” om hen te drijven uit hun schuilhoeken en uit hun huidige positie in de “lucht” (het uitspansel), in de “tweede of tussenhemel” (zie Efeze 2:2b + 6:12), om hen die te ontnemen en om hen “aardegebonden” te maken:

  • “…de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid.” (Ef. 2:2b)
  • “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.” (Ef. 6:12)

Als aanvoerder hebben zij “Michaël”; namelijk: Christus, in Zijn functie als Strijdengel Gods, als de “Bevelhebber van het leger des Heren” (zie Jozua 5:14), Die ons altijd “voor is gegaan in de hete en felle strijd”:

  • “…Ik ben de Bevelhebber van het leger van de HEERE. Nu ben Ik gekomen. Toen wierp Jozua zich met het gezicht ter aarde, boog zich neer en zei tegen Hem: Wat wil mijn Heere tot Zijn dienaar spreken?” (Joz. 5:14)

Deze hemelse strijd heeft ook zijn neerslag in de harten van de kinderen Gods op aarde, waar de TOTALE overwinning over satan en zonde [7] wordt gesmaakt (zie Openbaring 12:11, hierboven vermeld) door:

  1. De MACHT van “het BLOED van Jezus Christus”, dat Gods kinderen totaal reinigt van alle zonde en ongerechtigheid:
    “Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” (1 Johannes 1:7-9)
  2. De inwerkende MACHT van “het WOORD” van God, dat door de werking van de Geest een KRACHT van God is tot ZALIGHEID (zie Romeinen 1:16); ja, tot “VOLKOMEN” ZALIGHEID:
    “Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.” (Rom. 1:16)
    “Daarom kan Hij ook VOLKOMEN zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” (Hebreeën 7:25)
  3. Door hun (oude, zondige) natuur en leven niet lief te hebben, ja, tot de dood ervan toe!

Er is vreugde bij de kinderen Gods en in de hemel, omdat het Koninkrijk nu WAARLIJK van God geworden is en Christus nu WAARLIJK Koning mag zijn in de harten van Zijn kinderen; maar wee (!) de aarde en haar bewoners, want satan en zijn horden zijn nu “aardegebonden” en satan weet dat hij NU nog maar “weinig tijd” heeft (namelijk 3½ jaar):

  • “En het (beest uit de zee – zie vers 1) werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit 42 maanden (= 3½ jaar) lang te doen.” (Openbaring 13:5).

Deze strijd van de “144.000” vindt zijn aardse parallel in de uitdrijving van de Kanaänieten door de Israëlieten onder Jozua, daarvandaan dat “Michaël” hem destijds verscheen [8].
Het bovenstaande betreft de 2de nederwerping van satan. De 1ste nederwerping geschiedde, nadat ongerechtig-heid in zijn hart was opgeklommen en hij met zijn horden rebelleerde tegen de almachtige God:

  • “…Zo zegt de Heere HEERE: U, toonbeeld van volkomenheid, vol wijsheid en volmaakt van schoonheid, u was in Eden, de hof van God. Allerlei edelgesteente was uw sieraad: robijn, topaas en diamant, turkoois, onyx en jaspis, saffier, smaragd, beril en goud. Het werk van uw tamboerijnen en uw fluiten was bij u. Op de dag dat u geschapen werd, waren ze gereed. U was een cherub die zijn vleugels beschermend uitspreidt. Daarvoor heb Ik u aangesteld. U was op Gods heilige berg, u wandelde te midden van vurige stenen. Volmaakt was u in uw wegen, vanaf de dag dat u geschapen werd, totdat er ongerechtigheid in u gevonden werd. Door de overvloed van uw handel vulde men uw midden met geweld, en ging u zondigen. Daarom verbande Ik u van de berg van God, en deed Ik u verdwijnen, beschermende cherub, uit het midden van de vurige stenen. Vanwege uw schoonheid werd uw hart hoogmoedig, u richtte uw wijsheid te gronde vanwege uw luister. Ik wierp u ter aarde, Ik stelde u voor koningen, opdat zij op u neer zouden zien. Vanwege de overvloed van uw ongerechtigheden door uw oneerlijke handel ontheiligde u uw heiligdommen. Daarom deed Ik een vuur uit uw midden oplaaien, en dat verteerde u. Ik maakte u tot een hoop as op de grond voor de ogen van allen die naar u keken.” (Ezechiel 28:12b-18)
  • Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde, overwinnaar over de heidenvolken! En ú zei in uw hart: Ik zal opstijgen naar de hemel; tot boven Gods sterren zal ik mijn troon verheffen, ik zal zetelen op de berg van de ontmoeting aan de noordzijde. Ik zal opstijgen boven de wolkenhoogten, ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste. Echter, u bent in het rijk van de dood neer-gestort, in het diepst van de kuil! (Jesaja 14:12-15)

Nadien hebben zij (de satan en zijn engelen) zich tot op de huidige dag schuil gehouden in de 2de hemel (= de tussenhemel), ook wel “uitspansel” (= het door God geschapen zichtbare deel van het firmament; de lucht) genoemd (zie Genesis 1:8a, SV [9]), waardoor hij “de aanvoerder van de macht in de lucht” of “de vorst van de wereld” wordt genoemd:

  • “Nu wordt het oordeel over deze wereld voltrokken, nu zal de vorst van deze wereld buitengeworpen worden.” (Johannes 12:31)
  • “Ik zal niet veel meer met u spreken, want de vorst van deze wereld komt en heeft geen macht over Mij.” (Johannes 14:30)
  • “waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig de leefwijze van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid.” (Efeze 2:2)
  • “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.” (Efeze 6:12)

Uit deze positie “klaagde en klaagt satan de kinderen Gods dag en nacht aan”:

  • “En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen.” (Openbaring 12:10)

Bij Christus’ (zichtbare [10]) wederkomst (op de wolken des hemels [11]) geschiedt de 3de nederwerping van satan. Dan worden hij en zijn engelen in de “put” of “afgrond” geworpen (zie Openbaring 20:1-3), waar hij en zijn engelen 1000 jaar gebonden worden, dit is gedurende het 1000-jarige Vrederijk [12] van Christus op aarde:

  • “En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor 1000 jaar, en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de 1000 jaar tot een einde gekomen zouden zijn…” (Openb. 20:1-3a)

Dan zijn zowel de hemel, ook de “tussenhemel” en de aarde geheel vrijgemaakt van satans verderfelijke bemoeiingen en heerschappijen.
Maar na die 1000 jaar worden hij en zijn engelen weer vrij gelaten voor “een korte tijd”:

  • “en (de engel uit vers 1) wierp hem (de duivel = satan) in de afgrond,… totdat de 1000 jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.” (Openbaring 20:3b).

Tegelijkertijd met satans vrijlating geschiedt de “OPSTANDING van de VERDOEMDEN”:

  • “Maar de overigen van de (ongelovige, goddeloze) doden werden niet weer levend, totdat de 1000 jaar tot een einde gekomen waren...” (Openbaring 20:5a)
  • “…zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ter verdoemenis.” (Johannes 5:29b)

Deze opgestane verdoemden stellen zich, als vanzelfsprekend, weer onder satans leiding. Zij worden dan door hem verleid om de heiligen en de geliefde stad” aan te vallen. Maar neerdalend “vuur van God”, “uit de hemel” zal hen verslinden:

  • “En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen.” (Openbaring 20:9)

Dan geschiedt satans 4de en tevens laatste nederwerping; namelijk in zijn EEUWIGE PLAATS: de GEHENNA of HEL, de POEL, DIE EEUWIG BRANDT VAN VUUR EN ZWAVEL (!):

  • “En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.” (Openbaring 20:10)

.

Openbaring 12 vers 6 + 13-17, “En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was (SV: haar van God bereid), opdat men haar daar zou voeden 1260 dagen (= 3½ jaar, de periode van de grote verdrukking).”
“En zodra de draak zag dat hij op de aarde was neergeworpen, ging hij de vrouw vervolgen die het mannelijke Kind (SV: het manneke) gebaard had. En aan de vrouw werden 2 vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd (= dezelfde 3½ jaar, de periode van de grote verdrukking), buiten het gezicht van de slang. En de slang spuwde uit zijn bek water als een rivier, de vrouw achterna, om haar door de rivier te laten meesleuren. Maar de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn bek had gespuwd. En de draak werd boos op de vrouw, en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht (SV: haar zaad), die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus Christus hebben.”
Uit deze teksten zien wij dat “de Vrouw” (vóór het huwelijk, met haar Bruidegom, de Bruid of Bruidsgemeente genaamd) bij satans val op de aarde (en bij zijn éénwording met de mens, waardoorheen hij dan DE ANTICHRIST wordt) nog niet is weggenomen “naar de woestijn”, want Openbaring 12:13 zegt dat de draak na zijn nederwerping “de vrouw zal vervolgen”. Wij zien hem ook, in Openbaring 12:15, “water als een rivier, de vrouw achterna” spuwen. Deze wateren typeren hier de volken, menigten, naties en talen” in hun vervolgingsdrang tegen de christenheid:

  • “…De wateren die u gezien hebt, waaraan de hoer zit, zijn volken, menigten, naties en talen.” (Openbaring 17:15)

Maar wij zien hier ook, in Openbaring 12:16, dat God “de aarde de vrouw te hulp deed komen”, door haar “mond” te openen en die “rivier” te verzwelgen. Wat hier typerend gezegd wordt kan een grote aardbeving of grote aardbevingen zijn, waardoor de aandacht en haat voor de christenheid tijdelijk wordt afgeleid. Dan krijgt de vrouw “twee vleugels van een grote arend” en wordt zij door de KRACHT van de Heilige Geest, net als Filippus (zie Handelingen 8:39 [13]), weggevoerd naar “een plaats” haar “door God bereid”: namelijk “de woestijn” (of: wildernis), alwaar zij gedurende de grote verdrukking van 3½ jaar door God wordt bewaard “buiten het gezicht van de slang”; ONZICHTBAAR dus voor zelfs een wezen als satan!
Hier wordt zij, door de aan haar van Godswege gegeven leiders, gevoed gedurende die tijd van “1260 dagen” (= 3½ jaar, de periode van de grote verdrukking – zie Openbaring 12:6).
Van deze WEGNAME van de Bruidsgemeente wordt ons ook vermeld in Mattheüs 24:40-42 en in Lukas 17:34-37:

  • “Dan zullen er twee op de akker zijn; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Er zullen twee vrouwen malen met de molen; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Wees dan waakzaam, want u weet niet op welk moment uw Heere komen zal.” (Matth. 24:40-42)
  • “Ik zeg u: In die nacht zullen er twee op één bed zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Twee vrouwen zullen samen malen. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Twee zullen er op de akker zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. En zij antwoordden en zeiden tegen Hem: Waar, Heere? En Hij zei tegen hen: Waar het lichaam is, daar zullen de gieren (SV: ARENDEN) [14] zich verzamelen.” (Luk. 17:34-37)

De Bruid of Bruidsgemeente (dus allen die de Bruiloft zijn ingegaan met Christus, als Bruidegom) en zij alléén, wordt hier door God BEWAARD gedurende de tijd van de grote verdrukking. De uit hen voortgekomen “144.000 verzegelden” (de ‘uitnemendsten’ onder alle Christelijke gelovigen) zijn al eerder “weggerukt tot God en Zijn troon”.
Aan het eind van deze 3½ jarige grote verdrukking wordt deze Bruidsgemeente – vlak voor de komst van Jezus als Koning en Rechter, nadat alle andere gestorven rechtvaardigen zijn opgestaan uit de doden – VERANDERD IN EEN PUNT DES TIJDS en doen hun lichamen EEUWIGHEID aan:

  • “Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij (de christenen) zullen wel niet allen ontslapen, maar wij (die door God bewaard worden, op aarde, tijdens de grote verdrukking) zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden. En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: De dood is verslonden tot overwinning. (1 Korinthe 15:51-54)
  • “Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere (door God bewaard op aarde, in de woestijn of wildernis, tijdens de grote verdrukking), de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus (ontslapen) zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die (op aarde) overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. [15] En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.” (1 Thessalonicenzen 4:15-17)

Wij concluderen dat leden van de BRUIDSGEMEENTE, juist door hun deelname aan de Bruiloft van het Lam [16], in de dimensie zijn gekomen van ONSTERFELIJKHEID!
Als ook deze prooi (deze “vrouw”, ofwel de Bruid / Bruidsgemeente) aan de draak ontglipt, werpt hij al zijn woede op “de overigen van haar zaad” (zie Openbaring 12:17), allen die geen deel hebben gehad aan de Bruiloft van het Lam en die derhalve de grote verdrukking in zijn gegaan (deze in moeten gaan) en die daar dan hun getuigenis voor Jezus Christus zullen moeten bekopen met hun eigen martelaarsbloed:

  • “Hierna zag ik (= Johannes) en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen (SV: geslachten), volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met WITTE gewaden en palmtakken in hun hand. En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam! En alle engelen stonden rondom de troon, de ouderlingen en de 4 dieren (letterlijk: 4 levende wezens). Zij wierpen zich vóór de troon neer met hun gezicht ter aarde en aanbaden God, en zeiden: Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. Amen. En één van de ouderlingen antwoordde en zei tegen mij: Dezen, die bekleed zijn met witte gewaden, wie zijn zij en waar zijn zij vandaan gekomen? En ik zei tegen hem: U weet het, mijn heer. En hij zei tegen mij: Dezen zijn het die uit de GROTE VERDRUKKING komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam. Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden (SV: zal hen overschaduwen). Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. Want het Lam (van God), Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden (SV: zal hun een Leidsman zijn) naar de LEVENDE waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.” (Openbaring 7:9-17)

Het zijn zij, die Gods geboden bewaren en die de getuigenis van Jezus hebben, maar niet mochten behoren tot de Bruidsgemeente van Christus, omdat zij bij Zijn komst als Bruidegom (in geestelijke zin) niet “gereed” waren…

Openbaring 12 vers 18, “En ik (d.i. Johannes) stond op het zand bij de zee.”
Dit 18de vers hoort in feite bij het volgende, 13de hoofdstuk thuis.

*********************************************************************************

Wij willen dit gedeelte van het Boek OPENBARING besluiten met een profetie uit 1619, die betrekking heeft op deze “vrouw” van Openbaring 12.

THE VIRGIN CHURCH:
Een profetie over Openbaring 12:1, 2 en 5

De volgende profetie is van de Here; ze werd gegeven aan een, ons eerst nog onbekende, schrijver uit het jaar 1619 (maar via deze link weten we nu haar naam: Jane Leade). Wij vermelden haar profetie onverkort, opdat zij u tot zegen en voordeel zal mogen strekken. Lees en herlees het, want haar waarheden zijn groot (= diepgaand).

**********************************

“Er zal een totale en volkomen verlossing door Christus zijn. Dit is een verborgen geheimenis [17], die niet zonder de openbaring van de Heilige Geest kan worden verstaan. De Heilige Geest staat klaar om hetzelve aan allen te openbaren die heiligheid zoeken en die om liefde vragen. De vervulling van zo’n soort verlossing staat in verband met en wordt gekoppeld aan de apocalyptische ZEGELS van het Boek Openbaring. Als de Geest van God zegel na zegel zal openen, zal deze verlossing tot openbaring komen, zowel persoonlijk als universeel. De onnaspeurlijke wijsheid van God, die voortdurend nieuwe en verse dingen aan de waardige zoeker moge openen, zal dit geheimenis van verlossing in Christus geleidelijk aan openen. Hierdoor zal de ark der Getuigenis voor het einde van dit tijdperk in de hemel geopenbaard worden; [18] en zal het levende getuigenis erin vervat worden ontzegeld (met ander woorden: het volmaakte leven in Gods gerechtigheid zal OP AARDE in Zijn Bruidsgemeente worden geopenbaard – EvdW).
De tegenwoordigheid van de Goddelijke Ark zal het leven van deze Maagdelijke Gemeente vormen; en waar dit Lichaam ook moge zijn, daar moet de Ark noodwendig zijn (met ander woorden: Dit Bruidslichaam acteert / handelt nooit buiten haar Bruidsgemeenschap met Christus – EvdW). Met de ontzegeling van het Levende Getuigenis in de Ark van God (de Bruidsgemeenschap van Bruid en Bruidegom – EvdW) begint de verkondiging van het EEUWIG EVANGELIE [19] van het KONINKRIJK. De proclamatie van het Getuigenis zal klinken als een trompet om de volkeren die een naam-christendom belijden te alarmeren.
Christus zal autoriteit verlenen om een eind te maken aan alle geschillen met betrekking tot de ware Gemeente, die wordt namelijk voortgebracht door de Nieuw-Jeruzalem-moeder. Zijn beslissing zal in waarheid de verzegeling zijn van het Lichaam van Christus met de Naam (of Autoriteit) van God. Hij geeft hen een opdracht om in dezelve te handelen. Deze Nieuwe Naam of Autoriteit zal hen onderscheiden van de 7000 namen van Babylon (Babel of Babylon is in het Oude Verbond identiek met “verwarring”; de “valse kerk” uit Openbaring 17 [20], wordt “Babylon” genoemd, een conglomeraat [= het samengaan] van vele denominaties, die door hun van elkaar afwijkende kerkleren verwarring brengen aan zoekende zielen – EvdW).
De verkiezing en toebereiding van deze MAAGDELIJKE GEMEENTE moet op een geheime en verborgen wijze geschieden, zoals ook David niet was toegestaan om zijn koningschap gedurende een lange tijd erna openlijk te belijden, hoewel hij voor zijn bediening gekozen en gezalfd werd door de profeet van de Here. Uit de stam van David wordt een Maagdelijke Gemeente geboren, waaraan al het menselijke of alle menselijke organisatie vreemd is. Het zal enige tijd vergen, voordat zij uit haar geringheid voort zal komen en uit zal groeien tot haar volle wasdom. De geboorte van deze MAAGDELIJKE GEMEENTE wordt in de Openbaring aan Johannes getypeerd door het grote wonderteken, dat in de hemel verscheen, het voortbrengen van haar eerstgeborene (de mannelijke zoon – EvdW), die naar de troon van God werd weggerukt (of die wordt vereenzelvigd met de Autoriteit van God). Want gelijkerwijs een maagd Christus naar het vlees voortbracht, evenzo zal een MAAGDELIJKE GEMEENTE de eerstgeborene naar de Geest voortbrengen, die bekleed zal worden met de 7 Geesten van God. Deze zo voortgebrachte Gemeente, die verzegeld is met het teken van Goddelijke Autoriteit (Openbaring 7:1-8 – EvdW) zal geen (aardse) banden of lasten kennen, maar de heilige Zalving zal onder deze wedergeboren geesten alles in alles zijn.
Op de dag van heden (1619) is zo’n Gemeente op aarde niet te zien. Alle belijdenissen worden tot nog toe in de weegschalen te licht bevonden, daarom worden zij door de Allerhoogste Rechter verworpen, ten dien einde, dat uit hen een nieuwe en heerlijke Gemeente voort moge komen.
Dan zal de heerlijkheid van God en van het Lam rusten op deze typische tabernakel, zodat ze de Tabernakel van Wijsheid zal worden genoemd, en hoewel ze nu nog niet in openbaarheid is gekomen, toch zal men deze Gemeente binnen korte tijd [21] uit de wildernis zien voortkomen. Dan zal ze zich gaan vermenigvuldigen en zichzelf universeel voortplanten niet enkel tot het getal van de eerstgeborenen (144.000) is bereikt, maar ook tot het getal van het overblijfsel van het Zaad, waartegen de draak gedurig oorlog zal voeren.
Daarom zal de geest van David in deze Gemeente herleven en zeer in het bijzonder in sommige uitverkoren leden ervan, die zullen zijn als de bloesemende wortelscheut. Dezen zullen macht gegeven worden om de draak en zijn engelen te overwinnen [22], zoals David Goliath en het Filistijnse leger overwon.
Het zal dan zijn dat de grote Prins/Vorst Michaël op zal zijn gestaan, het zal zijn als het verschijnen van Mozes voor het aangezicht van Farao, opdat het uitverkoren Zaad uit de harde dienstbaarheid moge worden uitgeleid. Egypte typeert dit slavenhuis waarin Abrahams Zaad zucht. Maar de Allerhoogste zal een profeet, ja een hele profetische generatie, op doen staan, die Zijn volk door de kracht van geestelijke wapenen zal verlossen.
Hiertoe moeten zekere koplopers verwekt worden om de spits af te bijten. Het zijn personen die bij God in de gunst staan, wier verschrikking zal vallen op alle zichtbare en onzichtbare naties, omdat de machtig werkende kracht van de Heilige Geest op hen zal rusten. Want Christus zal Zich door sommige uitverkoren vaten openbaren tot leiding inwaarts in het Beloofde Land en in het Rijk van de Nieuwe Schepping. Zo mogen Mozes, Jozua en Aäron dienen tot typen van sommigen, op wie dezelfde Geest zal komen, maar dan in grotere mate. Door hen zal voor de verlosten de weg worden bereid om terug te keren naar de Berg Sion. Maar niemand van hen zal onder Gods leiding staan, tenzij zij “beproefde” stenen zijn geworden naar het model en evenbeeld van Christus. Zij zullen door vurige beproevingen heen moeten, waar slechts zeer weinigen aan kunnen voldoen of dezelve kunnen verdragen. Maar de wachters op deze zichtbare doorbraak worden strikt opgedragen om vast te houden en samen te wachten in de verbondenheid van Zuivere Liefde.
Deze beproeving zal voor allen beslist noodzakelijk zijn om alle overblijvende zwakheden van het natuurlijk denken op te ruimen en om alle hout, hooi en stoppels [23] weg te branden. Want NIETS mag overblijven in het vuur. Als een Edelsmid zal Hij de zonen van het Koninkrijk zuiveren.
Er zullen sommigen volmaakt verlost worden; ze zullen worden bekleed met een priesterlijk kleed naar de ordening van Melchizedek. Dit zal hen bekwamen om met Autoriteit te regeren. Daarom wordt er van hun kant geëist, dat zij het lijden ondergaan van de Geest van uitbranding en wanning [24], de Geest van de Vurige Adem, Die alle delen in hen doorzoekt, tot zij zijn gekomen aan de vaste plaats in het Lichaam, van waar de wonderen uit voort zullen vloeien.
Op dit Lichaam, zal de Urim en Thummim (= de Godsspraak – EvdW) worden bevestigd. Dit is het deel van de priesters naar de ordening van Melchizedek, wier afkomst niet wordt meegeteld in de geslachtslijst van de gevallen schepping, maar in een andere; namelijk in die van de Nieuwe Schepping.
Verder zullen deze priesters een diepe innerlijke doorgronding hebben en een Goddelijk inzicht in de geheime dingen van God. Zij zullen in staat zijn om helder en duidelijk te profeteren en niet onduidelijk en raadselachtig, want zij zullen weten wat oorspronkelijk in elk wezen vervat is, in hun eeuwig natuurlijk tegenbeeld. Zij zullen in staat zijn om ze tevoorschijn te brengen naar de raad en ordinantie van God.
De Here heeft in waarheid en gerechtigheid gezworen dat van Abraham en zijn nageslacht, naar de Geest, een Heilig Zaad op zal staan. Zij zullen in de laatste dagen voortkomen en zich openbaren. De machtige Geest van Kores wordt aangewezen om de fundaties van deze DERDE TEMPEL te leggen en zijn opbouw te ondersteunen (hier wordt de Heilige Geest mee bedoeld, Die ook Kores tot de tempelbouw dreef [25]); en die de opperleiding heeft bij die bouw van de geestelijke Tempel.
Deze zijn de karakteristieken en merktekenen, waaraan de reine, Maagdelijke Gemeente zal worden onderkend en onderscheiden van alle andere, en waardoor de zalving en het ware geluid van de Heilige Geest zal worden onderscheiden van alle anderen die laag, vals en vals en onecht zijn.
Er moet een manifestatie zijn van de Geest, waardoor deze Gemeente wordt opgevoed en opgericht, waarbij de hemel op aarde wordt gebracht en het Rijk van het Nieuwe Jeruzalem hier vertegenwoordigd zal worden, opdat de geesten die zo uit God geboren zijn, naar het Nieuwe Jeruzalem, dat boven is, opstijgen, waar hun Hoofd in majesteit regeert. Slechts zij, die zijn opgevaren en Zijn heerlijkheid hebben ontvangen, kunnen nederdalen en dezelve met anderen delen. Hierdoor vertegenwoordigen zij Hem op aarde en zijn nu priesters, die aan Hem ondergeschikt zijn.
Hij Die opgevaren en verheerlijkt is, heeft Zichzelf als het ware een Schuldenaar gemaakt. Hij zal niet in gebreke blijven om zekere hoge en voortreffelijke instrumenten te bekwamen en uit te rusten, die hoogst nederig zullen zijn en klein worden geacht, gelijk David, die Hij met eer en priesterlijke opperheerschappij zal vereren door de verstrooide schapen naar hen toe te trekken, om hen te vergaderen tot één kudde uit alle naties.Daarom zal er onder de scharen van gelovigen een heilig streven zijn en een vurig verlangen worden opgewekt, om tot de eerstelingen te mogen behoren voor Hem, Die uit de doden is opgestaan, en zo met Hem en voor Hem tot voortreffelijke werktuigen te mogen worden gemaakt. Zodat zij, indien mogelijk, tot het getal der Eerstgeborenen van de Nieuw-Jeruzalem-moeder mogen behoren [26].
Alle waarachtige gelovigen/dienaars van Zijn Geestelijk Koninkrijk behoren tot de maagdelijke geesten te worden gerekend, voor wie deze boodschap bestemd is. Wees waakzaam en versnelt uw pas!

*************************************************************************************

EINDE van hoofdstuk 12

KLIK HIER voor de PDF van Openbaring 12 (om de studie eventueel uit te printen).

 

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [27]
(1915 – 2013)
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

 

Wordt vervolgd

************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen van CJH Theys. (noot AK)
[4] Zie eventueel ons artikel Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12 ?van A. Klein. (noot AK)
[5] Openbaring 20:4, “…En ik zag de zielen van hen die ONTHOOFD waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, 1000 jaar lang (= het 1000-jarig Rijk van Christus, ook wel het 1000-jarig Vrederijk genaamd).”
[6] Hier wordt duidelijk over “duizenden” of “tienduizenden” geprofeteerd. Dus niet over honderdduizenden of zelfs miljoenen, zoals je, bij de versie van de OPNAME van de gehele Gemeente zou denken /verwachten. Alweer een reden te meer om te veronderstellen dat deze visie niet klopt. Zie eventueel ons artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ?van A. Klein. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijdvan E. van den Worm. (noot AK)
[8] Jozua 3:7+9-10, “Want de HEERE had tegen Jozua gezegd: Deze dag zal Ik beginnen u groot te maken voor de ogen van heel Israël, opdat zij weten dat Ik met u zijn zal zoals Ik met Mozes geweest ben. 9. Toen zei Jozua tegen de Israëlieten: Kom hierheen en luister naar de woorden van de HEERE, uw God. 10. Vervolgens zei Jozua: Hierdoor zult u weten dat de levende God in uw midden is en dat Hij de Kanaänieten, de Hethieten, de Hevieten, de Ferezieten, de Girgasieten, de Amorieten en de Jebusieten geheel en al van voor uw ogen zal verdrijven.”
Jozua 16:10 De Kanaänieten die in Gezer woonden, verdreven zij echter niet. Daarom hebben die Kanaänieten tot op deze dag in het midden van de Efraïmieten gewoond…” (noot AK)
[9] Genesis 1:8a, “En God noemde het gewelf (SV: het uitspansel) hemel.”
[10] Zie eventueel onze studie De wederkomst van Christus nader bekeken van A. Klein. (noot AK)
[11] Openbaring 1:7a, “Zie, Hij komt met de wolken, en ELK OOG zal Hem ZIEN, ook zij die Hem doorstoken hebben.”
[12] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[13] Handelingen 8:39, “En toen zij uit het water opgekomen waren, nam de Geest van de Heere Filippus weg; en de kamerheer zag hem niet meer, want hij vervolgde zijn weg met blijdschap.”
[14] Er is hier heel bewust gekozen voor het woord ARENDEN uit de Statenvertaling. Zowel de HSV als de NBV hebben dit woord vertaald met “gieren”, wat in deze context onjuist is. Want… gieren zijn aaseters, zij eten dus “dode spijze” (beeld van: “de letter die dood” – zie 2 Korinthe 3:6). Arenden eten –en zoeken/vangen zelf– levend aas, dus “levende spijze” (beeld van: “Christus, Het LEVENDE Brood” en van “de Geest die LEVEND maakt” – zie Johannes 6:51+63 en 2 Korinthe 3:6).
Degenen die door de Here AANGENOMEN zijn als lid van het Bruidslichaam worden tot dat LICHAAM van Christus toegevoegd. Deze verzen moet men dus NIET verwarren met Mattheus 24:28 waar wel “gieren” moet staan: “Want waar het DODE lichaam zal zijn, daar zullen de GIEREN vergaderd worden”. Dit slaat namelijk op het lichaam van de GROTE HOER, de VALSE KERK (zie Openbaring, hoofdstuk 17), waar de VALSE (naam)CHRISTENEN vergaderd zullen worden. Deze uitleg van de Schrift wordt door de CONTEXT bevestigd.
Arendsheiligen zijn een beeld van (de leden van) de Bruid van Christus. Want, in Jesaja 40:31 lezen we: Maar wie (de Wederkomst van) de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.” Waar degenen (ook christenen) zijn, die verlaten worden, weten we, namelijk in die wereld waarin de antichrist dan heerst, maar het gaat er hier om waar degenen “die aangenomen zijn tot leden van de Bruid” VERGADERD zullen worden. De Here Jezus zegt ons hier (in Lukas 17:37) dat ze “als arenden” vergaderd zullen worden in Zijn geestelijk Lichaam – en Zijn geestelijk Lichaam dat is: de Bruid van Christus – zij hebben deel aan de Bruiloft van het Lam van God. (noot AK)
[15] De tekst van 1 Thessalonicenzen 4:15-17 die gaat over:
1. De Here Zelf zal … nederdalen van de hemel, en
2. Wij… zullen… opgenomen worden in de wolken, de Here tegemoet.
Laten wij nu eens kijken wat de Studiebijbel (deel 8) over 1 Thessalonicenzen 4:15-17 te zeggen heeft, en dan vooral over bovenstaande 2 punten (a en b):
Vanaf dit (15de) vers staat er “Christus’ of ‘Heer’ en niet meer Jezus, omdat het nu over de verheerlijkte Zoon van God gaat.
1. ‘Nederdalen’ (namelijk uit de hemel, vergelijk Dan. 7:15, 1 Thess. 1:10 en Openb. 21:2 en 10) moeten we letterlijk nemen, evenals het opvaren (van Jezus – noot AK) naar de hemel (zie Hand. 1:9-11). …
2. Het Griekse woord “harpazomai” (d.i. ‘gegrepen worden’, ‘weggenomen worden’) (door de Statenvertaling vertaald met “opgenomen worden” – noot AK), spreekt over een plotselinge verplaatsing door goddelijk ingrijpen (zie Hand. 8:39 en Openb. 12:5 – vergelijk Gen. 5:24 en 2 Kon. 2:11). …
Het Griekse woord “eis apantēsin” (letterlijk: naar de ontmoeting) (door de Statenvertaling vertaald met “tegemoet” – noot AK), was de vaste uitdrukking voor het buiten de stad tegemoet gaan en verwelkomen van een belangrijke bezoeker (zie Matth. 25:6 en Hand. 28:15), meestal een vorst, om hem een geleide te geven bij zijn aankomst.
‘In de lucht’ geeft aan waar de ontmoeting plaatsvindt: tussen hemel en aarde. Het blijft hier onduidelijk of de Heer met Zijn Gemeente eerst terugkeert naar de hemel (vergelijk Joh. 14:3), of dat na de ontmoeting de gemeente de Heer begeleidt naar de aarde.
Het “eis apantēsin” pleit voor het laatste.
Tot zover de uitleg uit de Studiebijbel.
Bovenstaande is een kort gedeelte uit het artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ? van A. Klein. (noot AK)
[16] Zie noot 2.
[17] Openbaring 10:7, “Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer die op de bazuin zal blazen, zal ook het geheimenis (SV: de verborgenheid) van God volbracht worden, zoals Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft.” (noot EvdW)
[18] Openbaring 11:19, “En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van Zijn verbond werd zichtbaar in Zijn tempel. En er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel.”
De “ark des verbonds” (ook wel “ark der getuigenis” genaamd) staat symbolisch voor de Bruiloft van het Lam; het gouden verzoendeksel met de beide Cherubim erop, staan voor Christus in Zijn verzoening en voor de Vader en de Geest; terwijl de verbondskist – sittimhout overdekt met goud – voor de Bruid van Christus staat. Het geheel stelt de “eeuwige kus” voor, die de Hemelse Bruidegom verbonden houdt met Zijn van de aarde gekochte Bruid. (noot EvdW)
Openbaring 15:5 (SV), “En na dezen zag ik, en ziet, de tempel van de tabernakel der getuigenis in de hemel werd geopend.” (noot EvdW)
[19] Openbaring 14:6, “En ik zag een andere engel, die hoog aan de hemel vloog. En hij had het eeuwige Evangelie, om dat te verkondigen aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie, stam, taal en volk.” (noot AK)
[20] Zie eventueel onze studie De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17 van E. van den Worm. (noot AK)
[21] Dat blijkt dus nu exact na 4 eeuwen te zijn. (noot EvdW – AK)
[22] Zie Openbaring 12:7-8, vermeld op blz. 11. (noot EvdW – AK)
[23] 1 Korinthe 3:12-13, “Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro, ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven.” (noot EvdW)
[24] Wanning of wannen = De letterlijke betekenis is: Het eetbare graan zuiveren van het oneetbare kaf, door het in de wind op te werpen of te laten vallen. Maar in de tekst hierboven wordt het natuurlijk in geestelijke zin bedoeld. (noot AK)
[25] Ezra 1:1-2, “In het eerste jaar nu van Kores, de koning van Perzië, wekte de HEERE de geest van Kores op, de koning van Perzië, opdat het woord van de HEERE, dat Hij bij monde van Jeremia gesproken had, vervuld zou worden om door zijn hele koninkrijk een boodschap te laten gaan, ook in geschrifte: Zo zegt Kores, de koning van Perzië: Alle koninkrijken van de aarde heeft de HEERE, de God van de hemel, aan mij gegeven, en Hij is het Die mij heeft opgedragen om een huis voor Hem te bouwen in Jeruzalem, dat in Juda ligt.” (noot EvdW)
[26] Hebreeën 12:23, “tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen.” (noot EvdW)
[27] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, De antichrist(elijke tijd), de grote verdrukking, Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Uncategorized, Wederkomst van Christus en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Openbaring 12 vers 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18 (+ gratis UITLEG)

  1. W. H. zegt:

    Waar de Heer mij steeds bij bepaald is dat 2020 een bijzonder jaar gaat worden en dat de bestemde tijd gekomen is dat God een aantal van Zijn Zonen en Dochters gereed heeft gemaakt. De hemel is in grote beroering… kijkt ademloos toe.
    Dezen zijn getest en beproefd en klaar om ingezet te worden in de grote finale.
    Want Hij heeft een leger van Zijn Gideons gereed gemaakt.
    Ze geven elkaar rugdekking, staan rechtop en er zal een gebaande weg zijn.
    Diepe duisternis zal de aarde bedekken, maar over hun zal het licht in steeds grotere mate opgaan.
    Het zullen de voortrekkers zijn.
    Als zij door een dal van balsemstruiken trekken maken zij het tot een oord van bronnen.
    Er valt niet mee te spotten, zoveel autoriteit zal er van hun uitgaan en ze hebben trefzekere pijlen in hun koker.
    Dezen zijn het die het Lam volgen waar Hij ook heen gaat. Zelfs tot in de dood.
    Er zal een diep berouw zijn en ze hebben hun leven afgelegd.
    Ze ontvangen mantels van gerechtigheid, ze zullen stralen als de middagzon en zijn toegenomen in kracht en heerlijkheid.
    Het zullen geduchte strijders zijn voor wie de duisternis op de vlucht slaat.
    Ze komen als het ware uit de baarmoeder, zijn door enorme druk gegaan, zoals een diamant onder zware druk gevormd wordt en ontstaat, zijn ze aan alle kanten zuiver geslepen, zodat het beeld van Jezus in hun weerspiegeld wordt.
    Deze Zonen en Dochters van de levende God komen uit hun holen en spelonken tevoorschijn, nemen het Zoonschap in ontvangst, want de bestemde tijd is gekomen.
    Het vervult mijn hart met grote vreugde en alles juicht in mij!

    W.H.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s