De pottenbakkerskruik

Pottenbakker

Een voorrecht

In Jesaja 64:8 lezen wij:

  • “Maar nu, HEERE, U bent onze Vader! Wij zijn het leem en U bent onze Pottenbakker: wij zijn allen het werk van Uw handen.” [1]

Let eens op de toon van deze tekst en op het verband met wat eraan voorafgaat. Zo dikwijls hebben wij misschien gehoord dat God de Pottenbakker is, en wij het leem zijn, dat wij het “gewoon” zijn gaan vinden. Zo vertrouwd zijn wij geraakt met deze gelijkenis, dat het ons waarschijnlijk ontgaat dat het hier een vóórrecht betreft, waaraan de profeet God op aangrijpende wijze herinnert.
Het volk van Juda was diep gezonken in zonde en ongerechtigheid. Jesaja doet daarom voor God belijdenis van de zonden van zijn volk en smeekt om genade en daarbij komt hij dan tot déze uitroep.
Het is met Gods volk vandaag de dag even droevig gesteld. Is er voor ons heden niet alle reden voor om, het als Jesaja, God – in smeekgebed – eraan te herinneren: “Heer, U bent toch onze Pottenbakker (?), keer U toch niet af van ons, maar ga door met Uw werk aan onze zielen”!
Treffend wordt in deze gelijkenis uitgedrukt de afhankelijkheid en vooral de nietigheid van ons, mensen. Letterlijk uit leem, klei, stof schiep God Adam. “…Stof bent u en u zult tot stof terugkeren” (Genesis 3:19b), en dat geldt voor ons allen. Wij hoeven ons dus niets te verbeelden! En Hij maakte ons lichaam van zo’n geringe afkomst, opdat we zouden beseffen dat alzo gehéél onze persoonlijkheid, geheel ons wezen, zonder Zijn bemoeienis met ons helemaal niets voorstelt! Want uiteindelijk gaat het in onze tekst niet over ons lichaam, maar over ons karakter, onze persoon.

Gods plan met ons

Hoe treffend komt in dit beeld echter ook tot uiting dat God een plàn heeft met ieder kind van Hem. Uit duizenden heeft Hij ieder van ons afzonderlijk op het oog. Hij wil ons gebruiken. Hij wil van ons een “vat ter ere” maken. Hij wil ons tot zegen maken voor anderen. Hij wil bemoeienis met ons hebben. Wat nietig is, kan toch nuttig zijn, als het maar komt in de handen van de Pottenbakker. Wondervol beschreven vinden wij dit plan in 1 Korinthe 1:28-31, waar ook deze nietigheid weer wordt benadrukt (in vers 28):

  • “En het onaanzienlijke (SV: het onedele) van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is teniet te doen, 29 opdat geen vlees voor Hem zou roemen. 30 Maar uit Hem bent u IN Christus Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en gerechtigheid, heiliging en verlossing, 31 opdat het zal zijn zoals geschreven staat: Wie roemt, laat hij roemen in de Heere.”

Maar desondanks: God wil iets wonderschoons van ons maken. Gods plan is: Christus IN ons te openbaren. Met een ieder kind van Hem gaat God Zijn eigen weg, maar één ding geldt voor ons allen: het doel van Zijn werk als Pottenbakker is, dat Christus IN ons openbaar wordt. Christus is de Naam van Jezus, zoals Hij Zich door Zijn Heilige Geest in mensen openbaart. God wil ons niet slechts tot návolgers van Jezus maken, neen, Hij wil Hèm, Zijn Zoon, IN ons openbaren! Er staat in 1 Korinthe 1 vers 30: “Maar uit Hem (= door Zijn werk als Pottenbakker aan u) bent u IN Christus Jezus”. En dat wil zeggen, zo wordt eraan toegevoegd, dat Gods wijsheid, Zijn rechtvaardigheid, Zijn heiligmaking en Zijn verlossing in ons worden geopenbaard! Onvoorstelbaar, maar het is zo; Gods Woord zegt het. Welk een genade! Welk een voorrecht!

Gewilligheid vereist

Maar dit gaat niet zomaar vanzelf, als wij eenmaal een kind van God zijn geworden. Aan vele kinderen Gods werkt de hemelse Pottenbakker helemaal niet of niet meer! Willen wij ons in de “werkplaats” van God bevinden, dan is daarvoor nodig dat wij ons WILLEN laten vormen door de handen van de Pottenbakker. Hier komt een verschil met het echte pottenbakkersleem naar boven, dat naar zijn aard passief en “overgegeven” is. Maar zo is het niet met de mens. Daarom, hoe afhankelijk en nietig wij ook zijn, onze Heer kan niets met ons beginnen, als wij niet gevormd WILLEN worden! Zonder dit willen zal onze Christelijke loopbaan voortijdig afgebroken worden.
In Paulus, de grote heidenapostel, zag God al vóór zijn bekering – ook al was hij toen nog vervuld met haat tegen Jezus en een vervolger van de Gemeente – een gewillig hart. De eerste woorden die dan ook over zijn lippen vloeiden, toen hij werd “aangehouden” op de weg naar Damascus, waren: “…Heere, wat wilt U dat ik doen zal?” (Handelingen 9:6a)
En Petrus, de apostel der besnijdenis, was een weerbarstige “klomp leem”, een eigenwijs en onhandelbaar man zouden wij zeggen. Maar wat de mens niet wist, dat wist God: ondanks dit alles was hij gewillig. En aan het meer van Galilea, na de opstanding van Jezus, zien wij Petrus tot vólle overgave komen! Niet daartoe aangezet door dwang, om dit er nog even aan toe te voegen, maar door wáre liefde tot Zijn Heer! Zo moet het ook met ons zijn. Er mogen aan ons vele tekortkomingen en gebreken kleven, maar er moet gewilligheid zijn om gevormd te worden. Die zal er zijn als wij, net als Petrus, onze Heer waarachtig liefhebben.

Eigen wil en vrije wil

Moet dan God niet ook “het willen” in ons werken? Zo staat het toch in Filippenzen 2 vers 13: “want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.” Inderdaad, maar in het voorafgaande 12de vers staat ook: “…werk aan uw eigen zaligheid…”. Het één sluit het ander niet uit. God heeft van ons geen “robots” gemaakt. Naar Zijn beeld geschapen te zijn, houdt ook in, dat wij een eigen wil hebben. De wil is en blijft een deel van onze persoonlijkheid. Als personen hebben wij ook een eigen verantwoordelijkheid. Maar alhoewel wij een eigen wil hebben, dat is nog niet hetzelfde als een vrije wil! Wij hebben geen vrije wil. Wij zijn “verkocht onder de zonde”:

  • “Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.” (Romeinen 7:14)

Van nature willen wij datgene doen wat God mishaagt. Daarom moest Jezus voor ons aan het kruis de macht van de zonde breken. En daarom moet God ook “het goéde willen” in ons werken, scheppen! Geen mens komt tot bekering zonder de werkingen van de Heilige Geest! Slechts onder, en als gevolg van, de genadewerkingen van deze gezegende Geest kan er in het hart van de mens een heilig willen ontstaan. Als het zover is, moet de mens echter zelf in actie komen. Dan is het zaak, dat wij ons met ons gehele wezen aan dit heilige willen onderwerpen. Dit is iets wat de mens moet doen, omdat hij een persoon is. Als wij ons eenmaal overgegeven hebben, dan zal God ons helpen daarin te volharden. Hij werkt ook “het werken in ons. Hij doet dit mede door alles wat zonde en ongerechtigheid is in ons te doden. Dat gaat niet ineens, het is een proces; dit is dat vormende werk van de hemelse Pottenbakker. Het vormen door God is: het doden van de zonde in ons. Vormloosheid, chaos, is zonde.

Niet uitstellen

Dat wij ons dan bewust zullen zijn van het voorrecht om “leem te zijn in Gods hand”! En laten wij onszelf haasten om tot God te zeggen: “…Uw wil geschiede…” (Mattheüs 6:10 en Lukas 11:2). Hoe gevaarlijk uitstel hierbij is, vooral voor ons die leven in de laatste dagen, moge blijken uit het volgende. Zowel in Jeremia 18 als in Jeremia 19 vergelijkt God Juda en Jeruzalem met een pottenbakkerskruik. In beide hoofdstukken waarschuwt Hij, dat Hij haar zal verderven, zoals men een vat verderft. Maar merk nu het verschil op tussen beide hoofdstukken:

  • Het vat verdorven, maar een nieuw vat gemaakt:
    “En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand van de pottenbakker; toen maakte hij daarvan weer een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen van de pottenbakker te maken..” (Jeremia 18:4, SV)
  • Het vat definitief verdorven:
    Dan zult gij de kruik verbreken voor de ogen van de mannen, die met u gegaan zijn; En gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen (HSV: de HEERE van de legermachten)  : Alzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken, gelijk als men een pottenbakkersvat verbreekt, dat niet weer geheeld kan worden; en zij zullen hen in Tofeth [2] begraven, omdat er geen andere plaats zal zijn om te begraven. (Jeremia 19:10-11, SV)

Vanwaar dit verschil? Is hier sprake van tegensprak? Neen, Gods houding was veranderd. En de oorzaak hiervan vinden wij, als wij in Jeremia 18:12 lezen wat de mannen van Juda zeiden: ‘Doe geen moeite, wij luisteren toch niet’!

  • “Daar is geen hoop op, wij volgen immers onze eigen plannen. We doen ieder overeenkomstig zijn verharde, boosaardige hart.” (Jer.18:12)

Precies eender is de houding van vele kinderen Gods vandaag de dag. Er is hier wat dit betreft echter een duidelijke les voor ons allen, namelijk: dat er een einde komt aan het geduld en de genade van God! God zal niet eeuwig met de mens twisten. En tot vele kinderen Gods en tot grote delen van de Gemeente is heden Gods waarschuwing gericht: “…Bekeer u…” (Openb.2:5)
Als wij niet willen gevormd worden en door blijven gaan met onze eigenwillige godsdienst zal God onze kandelaar wegnemen:

  • “Bedenk dan van welke (geestelijke) hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar (als Lichtdraagster in Hem) van zijn plaats wegnemen, als u zich niet(Openbaring 2:5)

Wees daarom gewillig. “Wees niet als een paard, als een muildier, dat geen verstand heeft.” (Psalm 32:9a)
En dank Hem, als u gevoelt dat Hij u nog aan het kneden, bewerken, vormen en bijschaven is! Láát u vormen. Zolang u zich niet verhardt, en u laat corrigeren, zal God aan u bezig zijn en genade geven. En bent u geheel gewillig, dan zal Hij ook in u Christus openbaren! Ja, daar zàl straks een Gemeente zijn, die bestaat uit louter zúlke kinderen Gods. Een Gemeente die de volle inwoning van Christus zal kennen en daarom bekleed zal zijn met alle heerlijkheid van God.
Wilt u eenmaal tot deze Bruidsgemeente behoren?
Wees dan als leem in de hand van de Pottenbakker!

H. Siliakus
Uit: Tempelbode, februari 1985
Enigszins bewerkt door A. Klein

PDF (in tablet of smartphone-formaat)

***********************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] In de Hebreeuwse Bijbel was Tofet of Tofeth een locatie in Jeruzalem in het Gehinnom, waar gelovigen onder invloed van de oude Kanaänitische religie kinderoffers brachten aan de goden Moloch en Baal door kinderen levend te verbranden. Tofet werd een theologisch of poëtisch synoniem voor de hel binnen het christendom. (noot AK)

.

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Bijbelstudie, Gehoorzaamheid aan God, Studie van H Siliakus en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s