Een blik op de Bruidsgemeente

72_toegerust_volk

Het grote thema van de eindtijd

Over de Bruidsgemeente [1] is al veel gesproken en geschreven. Het is niet verwonderlijk dat zij in onze dagen een steeds vaker wederkerend onderwerp van prediking en gesprek is. Wij gaan naar het einde van de huidige tijdsbedeling en de Bijbel leert dat Gods Heilige Geest in die dagen een Bruid zal toebereiden voor God de Zoon. In Openbaring 22 [2], het laatste hoofdstuk van de Bijbel, horen wij de Geest en de Bruid of Bruidsgemeente samen hetzelfde zeggen in vers 17: Kom.
De Bruid zal vol zijn van de Heilige Geest. [3] De toebereiding voor en het verlangen naar de wederkomst van Jezus [4] is een werk van de Heilige Geest in de Bruid van Christus. Met onuitsprekelijke verzuchtingen zal de Geest door de Bruid heen bidden [5] en op machtige wijze zal Hij door haar heen werken. Het feit dat de Bijbel hiermee eindigt, doet ons verstaan dat de toebereiding van de Bruidsgemeente hèt grote thema van de eindtijd zal zijn. Tegen het einde der tijden zal de mens als het ware toe zijn aan het laatste onderwerp van de Schrift, dat waarmee zij besluit. De Heilige Geest leidt thans Gods kinderen om veel bezig te zijn met deze dingen. Wij doen er goed aan om ons daartegen niet te verzetten om aan andere dingen prioriteit te verlenen. Juist voor de Gemeente van het laatste der dagen is het hoogst noodzakelijk om te luisteren naar wat de Geest tot haar zegt:
“Wie oren heeft, laat hij (of: zij) horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.” (Openbaring 2:7+11+17+29 en 3:6+13+22) [6]

Één aspect

Als ik nu heden te kennen geef met u een blik te willen werpen op de Bruidsgemeente, wil ik daarmee dus niet de indruk wekken alsof ik met u een vrijwel onbekend onderzoeksterrein betreed. Evenmin is het mijn voornemen om een totaalbeeld van deze Bruidsgemeente te geven. Het is trouwens onmogelijk om in een kort bestek alle facetten van dit onderwerp te belichten. Het is mijn bedoeling één aspect van dit zo rijke onderwerp met u te bekijken. Eén van de talrijke aspecten maar, doch niettemin een heel belangrijk aspect, zo zal blijken.

De profeet Zefanja over de Gemeente van onze dagen

Hiervoor gaan wij naar het boek Zefanja en lezen eerst Zefanja 3 vers 12: “Maar Ik zal in uw midden doen overblijven een ellendig en arm volk. Zij zullen op de Naam van de HEERE vertrouwen.
De profeet Zefanja leefde in de dagen van koning Josia in Juda, aan de vooravond van de wegvoering van een deel van Juda in Babylonische ballingschap. Het waren de dagen waarin God afscheid nam van het volk Israël als Bruid en de stad Jeruzalem als verzinnebeelding daarvan. Dit afscheid “proeven” wij als het ware in het boek Zefanja. Bittere woorden spreekt God hier. Doch aan de kim (= in het zicht) van een verre toekomst verschijnt voor het profetisch oog een nieuwe Bruid, de Gemeente van Jezus Christus. Het Jeruzalem van Zefanja, in hoofdstuk 3, is niet meer de stad van die (in de oudheid zo genoemde) naam in Palestina (of: Kanaän), maar de geestelijke “stad die boven op een berg ligt” (Mattheüs 5:14 [7]), gevormd door de discipelschare van Jezus. Deze “stad” is de nieuwe Bruid: “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot; maar ik (= Paulus) spreek met het oog op Christus en de Gemeente.” (Efeze 5:31-32)
Ons valt echter op dat over dit geestelijke Jeruzalem [8], in de eerste 7 verzen van Zefanja 3, door God eveneens met afschuw gesproken wordt: “Wee de rebelse, de besmette, de stad die onderdrukt! 2 Zij luistert niet naar de roepstem (Gods), geen vermaning aanvaardt zij (SV: zij neemt de tucht niet aan). Op de HEERE vertrouwt zij niet, tot haar God nadert zij niet. 3 Haar vorsten zijn in haar midden brullende leeuwen. Haar rechters zijn avondwolven, die tegen de morgen niets meer te knagen hebben (SV: die de beenderen niet breken tot aan de morgen). 4 Haar profeten zijn lichtzinnig, mannen vol trouweloosheid. Haar priesters ontheiligen het heilige, zij doen de wet (van God) geweld aan. 5 De rechtvaardige HEERE is in haar midden, Hij doet geen onrecht. Elke morgen brengt Hij Zijn recht aan het licht (SV: allen morgen geeft Hij Zijn recht [Zijn rechte onderwijzing] in het licht), er ontbreekt niets aan. Maar wie onrecht doet, kent geen schaamte. 6 Ik heb heidenvolken uitgeroeid, hun hoektorens zijn verwoest. Ik heb hun straten leeggemaakt, niemand trekt er nog doorheen. Hun steden liggen in puin; er is niemand meer, geen enkele inwoner. 7 Ik zei: Nu zult u Mij zeker vrezen, u zult de vermaning aanvaarden (SV: gij zult de tucht aannemen), opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden, hoe Ik haar ook gestraft zou hebben. Toch waren zij er vroeg bij, zij hebben totaal verderfelijk gehandeld.” (Zefanja 3:1-7)
De verdorvenheid van het Jeruzalem van Zefanja’s tijd wordt geprojecteerd op de eindtijd van onze tijdsbedeling, waarin dat andere Jeruzalem, de Gemeente van Jezus Christus, naar een vergelijkbare staat van zondigheid zal zijn afgegleden. De klachten en verwijten die hier, in Zefanja 3:1-4, aan het adres van de Gemeente van de eindtijd worden gericht dienen wij met aandacht te lezen.
Wij zullen ontdekken dat hier inderdaad het grote verval van de Gemeente van onze tijd wordt uitgebeeld en ontleed. Een haarscherpe analyse van de tekortkomingen van de huidige Gemeente/Kerk treffen wij hier aan. Degenen die menen dat alles zo goed gaat tegenwoordig in de Gemeente en denken dat de opwekking al aan de gang is zullen, dit lezende, wel even met de ogen knipperen! En centraal staat het verwijt: Op de HEERE vertrouwt zij niet (vers 2). Hier komen wij straks op terug.

Een HEILIG overblijfsel

Waarover gaat het nu precies in Zefanja, hoofdstuk 3? Wij lezen hier over de grote afval van het geloof (in God en gebod) van de laatste dagen en vervolgens over de profetische tijd van het oordeel Gods over het huis Gods. Dit is het oordeel dat de Christelijke wereld (vooral het “Huis van Israël”, de verloren gewaande 10 stammen [9]) en in het bijzonder de Gemeente des Heren (het Huis Gods) zal treffen in het laatste der dagen. Dit oordeel komt vóór de Spade Regen-opwekking. [10] En het zal scheiding brengen in de Gemeente. [11] Het zal tot de algehele reiniging van “het Heiligdom” leiden: “Hij zei tegen mij: Tot 2.300 avonden en morgens. Dan zal het heiligdom in rechten hersteld (SV: gerechtvaardigd) worden.” (Daniël 8:14 + uitleg). Zie ook Zefanja 3:7a, waar God zegt: “Ik zei: Nu zult u Mij zeker vrezen, u zult de vermaning aanvaarden (SV: gij zult de tucht aannemen), opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden…”.
Daarna zal de Gemeente – althans een overblijfsel ervan – als een reine Bruid zijn en in de opwekkingstijd, die dan volgt, zal zij met hemelse heerlijkheid bekleed worden. Het kleed van “zon, maan en sterren” zal haar bruidsgewaad zijn: “En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw [12], bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.” (Openbaring 12:1 + uitleg)
Dat reine volk, dat dan overblijft, daarover spreekt Zefanja 3:12 en daarvan wordt dan gezegd dat ze op God zullen vertrouwen:“Maar Ik zal in uw midden doen overblijven een ellendig en arm volk. Zij zullen op de Naam van de HEERE vertrouwen.
Volgens Zefanja is dit de meest kenmerkende eigenschap. Letterlijk staat er: “…Zij zullen op de Naam van de HEERE vertrouwen.” Hierdoor wordt aangegeven dat Christus dan nog niet wedergekomen is. Het is nog de tijd van verwachten, van uitzien naar de wederkomende Christus. De “Naam” is een andere wijze van tegenwoordig zijn dan de lichamelijke tegenwoordigheid van Christus. Het vertrouwen in die wonderbare Naam zal tot uiting komen in een handelen en arbeiden in de Naam des Heren met autoriteit, de krachtvolle laatste-dagen-bediening van de Bruidsgemeente van Christus, onder andere bedoeld in de eerder aangehaalde tekst uit Openbaring 22 vers 17: “En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En laat hij (of: zij) die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het Water des Levens nemen, voor niets.”
Ik wijs u er verder op dat van deze Bruidsgemeente (in Zefanja 3:12a) ook wordt gezegd dat het “een ellendig en arm volk” zal zijn. Het zal, naar menselijke maatstaven gemeten, een arm en miserabel groepje zijn, maar – door dat rotsvast vertrouwen – rijk naar de Geest! Precies het tegenovergestelde van de Laodicea-gemeente, de Gemeente van de “dwaze maagden”. [13] Zie Openbaring 3 vers 17: “Want u zegt: Ik ben rijk en steeds rijker geworden en heb aan niets gebrek, maar u weet niet dat juist u (geestelijk gezien) ellendig, beklagenswaardig, arm, blind en naakt bent.”

Een arm, maar toch rijk volk

Laodicea is naar aardse maatstaven “rijk”. De Bruidsgemeente echter zal geen grote, rijk en goed georganiseerde Gemeente zijn, maar een armzalige hoop, bestaande ook uit “niet vele rijken, niet vele edelen, niet vele machtigen”, uit mensen die in het oog van de wereld en van de zelfgenoegzame Christenen “dwazen” zullen zijn. Maar wijs bij mensen is dwaas bij God en omgekeerd! Groot mag het tekort zijn van deze Bruidsgemeente aan alles wat een kerk moet bezitten om in menselijke ogen te kunnen meetellen, rijk zal zij zijn aan Gaven en Werkingen van de Heilige Geest. [14] Zo weinig als zij zal hebben aan menselijke kracht, zoveel te meer zal zij bezitten aan Gòddelijke kracht. En een wonderbare eenheid zal zij kennen, niet door menselijke organisatie, maar door de inwonende Geest van God, want in Openbaring 22:17a staat: de Geest en de Bruid zeggen:…”. Volmaakt één zullen die beiden zijn en alle gelovigen verenigd in deze Bruid zullen door die ene Geest, die hen allen vervult en leidt, volkomen één zijn van zin en gemoed.
Van deze Gemeente zal in de volste zin van het woord gelden, allen tot één Geest gedrenkt”: “Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij dat wij Joden zijn, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn van (SV: tot) één Geest doordrenkt (SV: gedrenkt).” (1 Korinthe 12:13)
Tot”, dat wil zeggen: zij zijn één Lichaam van die ene Geest geworden. Allen zullen zo vol zijn van de Heilige Geest, dat zij niet meer zelf handelen, maar de Heilige Geest in hen en omdat allen dezelfde Geest hebben, zullen zij ook als één man (= eensgezind van Geest) handelen.

De afvallige Gemeente/ Kerk

Wie enig geestelijk inzicht heeft, zal kunnen vaststellen dat de verzen 1 t/m 4 van Zefanja 3 in enkele rake trekken de geestelijke gesteldheid weergeven van het overgrote deel van de huidige Gemeente. Hier wordt de droevige geestelijke staat van de Gemeente beschreven in de tijd vóór de opwekking en iemand met een gezalfd oog ziet: “Het gaat over onze tijd! Wat hier opgesomd wordt is in de huidige Gemeente/Kerk gemakkelijk te herkennen:

  1. Het is een “rebelse” of rebellerende gemeente. Ze is voortdurend in opstand tegen het gezag van het Woord en van de Heilige Geest. Door Jezus aangestelde en met de Heilige Geest gezalfde arbeiders worden tegengewerkt. Hun leiding wordt niet geaccepteerd. Vandaar Gods belofte aan het handjevol getrouwen dat in de Spade Regen-tijd hun door God gegeven leraars niet meer verborgen zullen zijn: “De Heere zal u wel geven brood van benauwdheid en water van verdrukking, maar uw leraren zullen zich niet langer verbergen: uw ogen zullen uw leraren zien.” (Jesaja 30:20)
  2. Het is een “besmette” gemeente, een zondigende, geestelijk bezoedelde gemeente, waarin ten aanzien van de zonde de grootst mogelijke tolerantie aan de dag gelegd wordt. Hoe anders zal de uiteindelijke Bruidsgemeente eruit zien, die “zonder smet of rimpel” zal zijn: “Opdat Hij (= Jezus Christus als Bruidegom) haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij HEILIG en smetteloos (SV: ONBERISPELIJK) zou zijn.” (Efeze 5:27)
  3. Het zal een gemeente van “verdrukkers” zijn, vol van menselijke clubjes of kliekvorming, die de macht in handen willen hebben, die willen heersen over de anderen en die erop staan dat het in de gemeente zó toegaat zoals zij dat willen. Deze praktijken nemen wij heden overal waar, steeds vaker.
  4. Het is een ongehoorzame gemeente: “Zij luistert niet naar de roepstem (Gods), geen vermaning aanvaardt zij” (Zefanja 3:2a), een gemeente die niets wil weten van tucht. [15]
  5. Het is ook een gebedsarme gemeente, wat tot uitdrukking komt in de woorden: “tot haar God nadert zij niet” (Zefanja 3:2c).

En hoor dan wat over haar ‘geestelijke leiders’ wordt gezegd in Zefanja 3 en 4: Lichtzinnigheid, trouweloosheid en onheiligheid zijn hun voornaamste eigenschappen en verder denken ze alleen maar aan eigen gewin, aan “buit”. Het zijn wolven in schaapskleren”. [16] Zij bedrijven koophandel met de zielen. Zo is het gesteld met vele geestelijke leiders van dit moment. En denkt nu niet, dat het hierbij gaat om gehate dwingelanden, dictators, neen, het zijn lieden die aanbeden worden en op een voetstuk worden gezet! Pas daarom op voor mensverheerlijking! Nogmaals, al deze dingen zijn voor het geestelijk geoefend oog waarneembaar in de huidige Gemeenten/Kerken. Alleen dat ene: “Op de HEERE vertrouwt zij niet (Zefanja 3:2b), is dit niet iets dat moeilijk vast te stellen is? Begeven wij ons hier niet op een terrein dat zich aan onze beoordeling onttrekt?

Een hoogst belangrijke zaak

Toch brengt nu juist dit aan het licht hoever de Gemeente, in het algemeen gesproken, van haar Heer verwijderd zal zijn in die dagen. En dit is het verwijt wat in Zefanja 3 de meeste nadruk krijgt. In vers 12 wordt alleen nog gezegd van het getrouwe overblijfsel, dat dit wel op de Here zal vertrouwen: “Maar Ik zal in uw midden doen overblijven een ellendig en arm volk. Zij zullen op de Naam van de HEERE vertrouwen. (Zefanja 3:12)
Naar de andere zonden en tekortkomingen van de Gemeente in de tijd van de afvalligheid (van God en gebod) wordt niet meer verwezen. Dit leidt ons niet alleen tot de gevolgtrekking dat er toch zekere tekenen moeten zijn waaraan dit gebrek aan vertrouwen te herkennen is, maar bovendien leren wij hier, dat dit vertrouwen kennelijk een zeer belangrijke zaak is, misschien wel het allerbelangrijkste voor de Gemeente. Om hierover zekerheid te hebben, moeten wij ons afvragen wat dit “niet vertrouwen op de Here” eigenlijk inhoudt.

Geen vertrouwelijke omgang

Als de Gemeente niet meer vertrouwt op de Here, wil dat zeggen dat er geen vertrouwelijke omgang meer is tussen Jezus en Zijn Gemeente (Zefanja 3:2). Zij laat zich dan niet meer door Hem behoeden en leiden. Zij gaat haar eigen weg. Het is dan niet verwonderlijk, dat zij op dwaalwegen terechtkomt: “Want Mijn volk heeft een dubbel kwaad gedaan: Mij, de Bron van Levend Water, hebben zij verlaten, om zich bakken uit te hakken, lekkende bakken, die geen water houden.” (Jeremia 2:13)
Verleiders en dwaalleraren doen dan goede zaken. De Gemeente, zoals hier in Zefanja beschreven, is eigenlijk als een vrouw die haar man heeft verlaten. Zo komt hier de Bruiloft van het Lam in het perspectief, zij het op een nogal ongebruikelijke manier. Vertrouwen is de hoeksteen van het huwelijk, dat een “trouwverbond” is. Elk verbond dat mensen met elkaar aangaan is een kwestie van vertrouwen. Vertrouwen dat men niet iets verzwegen heeft, dat men te goeder trouw is. Vertrouwen dat men zijn beloften en verplichtingen ook zal nakomen, enz.
Maar dit geldt in de sterkste mate voor het meest ingrijpende, maar ook schoonste verbond dat mensen met elkaar kunnen sluiten, namelijk het huwelijk. Het huwelijk staat of valt niet eens allereerst met trouw, maar met vertrouwen. Ontrouw ruïneert een huwelijk, maar na belijdenis en vergeving kan er herstel zijn en een nieuw begin. Wantrouwen echter haalt het fundament voor het huwelijk weg. Een gebouw zonder fundament kan niet bestaan. En betrekken wij nu dit alles op Christus en de Gemeente, zo is het niet moeilijk om in te zien, dat door dit wegvallen van het vertrouwen in de Here het niet mogelijk is om de Bruid van Christus te zijn en om deel te hebben aan de Bruiloft van het Lam.

Een Gemeente/Kerk zonder Christus

Nog iets dieper moeten wij echter op de zaak ingaan. Want al probeert de satan te verhinderen, dat er straks een Bruid voor Christus zal zijn, God Zelf zal ervoor zorgen, dat er toch een volkje zal zijn, dat op de Here vertrouwt, bij de wederkomst van Christus: “Maar Ik zal in uw midden doen overblijven een ellendig en arm volk. Zij zullen op de Naam van de HEERE vertrouwen.” (Zefanja 3:12)
Maar een grote groep van gelovigen zal niet tot deze Bruidsgemeente behoren, omdat zij dit vertrouwen niet bezitten. Reeds hierboven gaf ik aan, dat wij hierbij niet te doen hebben met een betrekkelijk onschuldig verzuim. Maar wij moeten nog iets concreter worden. Wij kunnen zeggen, dat een Gemeente die niet vertrouwt op haar Heer, daarmee haar Heer opzij heeft geschoven! Ze heeft innerlijk met Hem gebroken. Het is een Gemeente/Kerk zònder Christus! Dit is Laodicea! Het is de toestand waarin de Laodicea-gemeente zich bevindt, de zogenaamd rijke, maar in wezen lauwe kerk, die “uitgespuwd” zal worden (wat wil zeggen dat ze de Grote Verdrukking in zal gaan en buitengesloten wordt van het huwelijk met Christus). Tot deze (lauwe) Gemeente zegt Jezus: Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken (SV: tot hem inkomen, en ik zal met hem avondmaal [17] houden), en hij met Mij.” (Openbaring 3:20)
Christus staat hier, bij Laodicea, buiten de deur. Al spreken zij in deze Gemeente nog zoveel over Christus, dat neemt niet weg dat zij Hem buiten de deur hebben gezet, zij hebben Zijn tegenwoordigheid onmogelijk gemaakt. Door trouweloze handel, maar vooral doordat zij innerlijk met Christus gebroken hebben. Om nu terug te keren tot Zefanja 3, duidelijk worden hier zowel de “wijze maagden-gemeente” als de “dwaze maagden-gemeente” onderscheiden. [18] En wij zien dat, of wij tot de ene of de andere gemeente zullen behoren, alles te maken heeft met de vraag: “Vertrouwen wij nog waarlijk op God?

Vertrouwen wij op God?

De blik die ons heden door God in Zijn Woord vergund werd op de Bruidsgemeente, als een volk dat waarachtig vertrouwt en leunt op Christus – “Wie is zij die daar opkomt uit de woestijn, (lieflijk) leunend op haar Liefste?” (Hooglied 8:5a) – heeft daarom ook een omgekeerde werking, als een blik in onze eigen ziel en op ons eigen leven. Willen wij tot deze Bruidsgemeente behoren, dan zullen wij moeten leven en werken in waarachtig vertrouwen op onze Overste Leidsman en de Voleinder van ons geloof. [19] Vertrouwen op Hem alleen! Alles in ons leven moet in het teken staan van dit vertrouwen. Een oppervlakkige, formele band met Christus, zoals de meeste christenen hebben – in vele gevallen is die naam “christen” zelfs de enige band – is niet voldoende. Waar het op aan komt is: leven en arbeiden wij in volledig vertrouwen op God? Niet vertrouwen op getroffen regelingen of op goede connecties met mensen om zekerheid te hebben. Dit is allemaal “stro”:
“Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro, ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven. Als iemands werk dat hij op het fundament gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen. Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen.” (1 Korinthe 3:12-15)
Houdt u niet vast aan strohalmen! Al haalt u zich de woede van allen op de hals, omdat u weigert om God ongehoorzaam te zijn, al zijn uw tegenstanders en haters even groot in aantal als het zand aan de oever van de zee en komt u vrijwel alleen te staan, omdat u van geen enkele tegemoetkoming aan het vlees wilt weten, vertrouw op God, en geen mens of duivel kan u wat doen!
Paulus schreef eens: “Ja, wij hadden voor ons eigen besef het doodvonnis zelf al ontvangen, opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen, maar op God, Die de doden opwekt. Hij heeft ons uit zo’n groot doodsgevaar verlost, en Hij verlost ons nog. Op Hem hebben wij de hoop gevestigd dat Hij ons ook verder verlossen zal. (2 Korinthe 1:9-10)
Dàt is dat ware vertrouwen, waarin eenmaal ook de Bruidsgemeente zal staan, als de draak vlak voor haar staat (Openbaring 12:1-6 + 15-17 + uitleg), maar wat de Heer ook nu reeds van al Zijn oprechte discipelen vraagt. Dit vertrouwen hebben wij nodig, nù! Het is van groot belang daadwerkelijk te vertrouwen op God. Doordat hij God vertrouwde, kon Abraham gehoorzaam zijn, zelfs toen hij zijn zoon Izak moest offeren. Omdat hij God vertrouwde, was Paulus niet bevreesd tijdens de storm op zee. Zonder te vertrouwen op God, kunt u niet waarachtig geloven.
Wijlen broeder CJH Theys zei: “Geloven kunt u, als u God genoegzaam hebt leren kennen om Hem ten volle te vertrouwen”. En dit vertrouwen ontvangt u en blijft in u, wanneer u niet, zoals de gelovigen te Laodicea, Christus op enigerlei wijze terzijde schuift, maar Hem op de troon van uw hart laat zitten, als u zich in alles aan Hem onderwerpt. Laat Christus in u leven en heersen. Vraag Hem u te leiden. Steeds meer zult u Hem liefhebben. En u zult tot dat kleine volk behoren dat met “kleine kracht” [20] grote overwinningen [21] zal behalen!

H. Siliakus
Uit: Tempelbode, april/juni 1986
Enigszins bewerkt door A. Klein

PDF (in tablet of smartphone-formaat)

***********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie met ‘vers voor vers’ UITLEG van het Bijbelboek Openbaring 22 van E. van den Worm en/of Openbaring 22 van CJH Theys. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie De werkingen van de Geest in de eindtijd van E. van den Worm en/of De natuurlijke mens en de Heilige Geest en/of De Gever en Zijn Gaven van CJH Theys. (noot AK)
[4] Zie eventueel ons artikel De Wederkomst van Christus nader bekeken van A. Klein. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie Leer bidden van CJH Theys. (noot AK)
[6] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[7] Mattheüs 5:14, U (= Jezus’ discipelen) bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn.” (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie Het nieuwe Jeruzalem, de Bruid van het Lam van God, het Lichaam van Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Het volk van Israël bestaat uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die later van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het ‘huis van Israël’ en het ‘huis van Juda’ (de zgn. Joden). Het ‘huis van Israël’ bestaat uit 10 stammen, die in de loop van de geschiedenis weggevoerd zijn uit het beloofde land Kanaän/Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij tot op heden (in het ‘verborgen’, vaak zonder het zelf te weten) wonen. Het zijn vooral de zgn. ‘christelijke’ landen in Noordwest Europa en de landen, waar velen later naar toe zijn gemigreerd, zoals Amerika, Canada, en Australië. Het ‘huis van Juda’ bestaat uit 2 stammen, namelijk het volk van Juda en Benjamin die, in de dagen dat Jezus op aarde was, in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. Het ‘huis van Juda’, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (zie Rom. 11:25).
Het huidige land Israël (waar heden voornamelijk de 2 stammen van het ‘huis van Juda’ – de Joden – wonen) doet thans haar rechten gelden op het land Palestina. Historische rechten, waarvan we ook lezen in de Bijbel. Als de tijd daar is dat het profetisch Woord vervuld wordt, dan kan het niet anders of geheel Israël (alle 12 stammen) zal uiteindelijk in bezit komen van geheel Kanaän/Palestina en van de stad Jeruzalem (zie Gen.15:18). Abrahams nakomelingen zouden volgens de Goddelijke belofte het land Kanaän bewonen. Dat land zou zich uitstrekken van de beek van Egypte (een kleine rivier ten oosten van de Nijl) tot aan de rivier de Eufraat. Voor ons zijn het tekenen dat we in de (Bijbelse) ‘laatste dagen’, vlak voor de wederkomst van Jezus, leven. Daarom is het juist in deze tijd belangrijk om na te gaan wat de Bijbel over deze dingen zegt.
–> Zie eventueel op onze website het artikel ANDER nieuws over Israël – De zoektocht naar de Israëlische identiteit van ALLE 12 stammenvan A. Klein.
Over dit boeiende onderwerp kan ik het volgende boek aanbevelen: De geschiedenis van Kelto-Saksisch Israël, zie meer info hierover via: http://vlichthus.nl/de-geschiedenis-van-kelto-saksisch-israel/ (noot AK)
[10] Zie eventueel ons artikel De Spade Regen opwekking (in tablet of smartphone-formaat) van H. Siliakus. (noot AK)
[11] Zie eventueel ons artikel Drie grote toekomstige scheidingen van H. Siliakus. (noot AK)
[12] Zie eventueel ons artikel Wie is de VROUW uit Openbaring 12 ? van A. Klein. (noot AK)
[13] Zie eventueel ons artikel Een ANDER geluid – Het verschil tussen het ‘Lichaam van Christus’ en de ‘Bruid van Christus’ (over de 5 wijze en 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd) van E. van den Worm / A. Klein. (noot AK)
[14] Zie noot 3.
[15] Zie eventueel ons artikel Gemeentelijke tucht van CJH Theys. (noot AK)
[16] Zie eventueel ons artikel De verborgen ONgerechtigheid (De valse arbeiders in een Gemeentelijke bediening), van CJH Theys. (noot AK)
[17] Zie eventueel onze studie Door de Geest van God geroepen tot deelname aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam… van E. van den Worm. (noot AK)
[18] Zie eventueel onze studie De 5 wijze en 5 dwaze maagden, en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[19] Zie eventueel onze studie Jezus, onze Leidsman Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmaker van E. van den Worm. (noot AK)
[20] Openbaring 3:8, “Ik ken uw werken. Zie, Ik heb voor uw ogen een geopende deur gegeven en niemand kan die sluiten, want u hebt weinig (SV: kleine) kracht en toch hebt u Mijn Woord in acht genomen en Mijn Naam niet verloochend.” (noot AK)
[21] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
.

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus, Werkers in Gods dienst en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s