Tabernakel symbolieken (8): De WONING of eigenlijke tabernakel

Dekkleden (2)

Deze eigenlijke tabernakel werd verdeeld in:

  • het heilige en
  • het heilige der heiligen of allerheiligdom.

Dit deel van de tabernakel van Israël wordt ook wel WONING genoemd, omdat God toen in het achterste deel ervan ook WOONDE:

  • “En zij moeten voor Mij een heiligdom maken, zodat Ik in hun midden kan wonen.” (Exod.25:8)
  • “HEERE van de legermachten, God van Israël, Die tussen de cherubs troont…” (Jes.37:16a).

Tab Syb blz 22De ligging van de eigenlijke tabernakel
te midden van het tabernakelterrein

Deze eigenlijke tabernakel werd aan de noord-, west- en zuidzijde afgesloten door 48 berderen (= houten planken: 20 aan de noordzijde, 20 aan de zuidzijde en 8 aan de westzijde), die zoals wij reeds eerder zagen, waarschijnlijk alleen aan de BINNENkant, bekleed waren met GOUDplaten. Ook stond elke berd, door middel van 2 sporten, geschoeid in 2 ZILVEREN voeten.
Deze berderen werden, zoals reeds gezegd, aan elkaar verbonden door middel van 5 richels (= dwarsbalken) van sittim-/acaciahout, overtrokken met GOUD.
Deze 4×12 berderen beelden de WERELDWIJDE broederschap in Christus uit van Geestvervulde kinderen Gods. 12 is het (Bijbelse) getal van de Gemeente/Kerk, van de volle Goddelijke werkingen door het Woord in die Gemeente/Kerk. En 4 vertelt ons van de 4 windstreken. Daarom spreekt het getal 48 van de WERELDWIJDE BROEDERSCHAP in Christus.
Elke berd stond op 2 ZILVEREN voeten, zo staat elke Geestvervulde Christen op Gods Woord van verzoening, tot uitdrukking gebracht door het Oude- en het Nieuwe Testament.
De berderen waren met GOUD overtrokken; aan dit (gouden) heiligdom hebben Geestvervulde Christenen deel, die een Geestvervuld LEVEN leiden.
Ook wordt deze wereldwijde broederschap aan elkaar verbonden door de hechte BLOEDBANDEN van Golgotha, een eenheid in de Heilige Geest, nadat het bloed van Golgotha de Christenen heeft verlost van hun eigen IK-wil. Hiervan spreken de 5 richels – aan de noord-, west- en zuidzijde – die met GOUD (beeld van het leven in en door de Geest) waren overtrokken.
Deze woning van God, die typerend staat voor de ganse Geestvervulde broederschap, maar ook voor elke Geestvervulde Christen als individu (Ef.2:22) wordt aan de bovenzijde afgedekt door een 4-tal overdekkende kleden (Exod.26:1-14).

Het eerste overdekkende kleed, dat direct over de tabernakel lag, was het tabernakelkleed, waarvan wij de beschrijving reeds in het 3de hoofdstuk van deze studie gaven.
De in de tabernakel komende priester werd, omhoog blikkend, de kleuren en hiermee het Wezen van Jezus voor ogen gehouden; dezelfde kleuren die hij zag in de VOORHANG (= het gordijn tussen het heilige en het allerheiligdom) vóór hem, als in de DEUR, die hij net had gepasseerd. Het WIT spreekt van de REINHEID en GERECHTIGHEID van Christus, waarmee ook Hij moest worden bekleed. Het BLAUW spreekt van de Goddelijke OPSTANDINGSKRACHT van Jezus, waarmee ook Hij moest worden aangedaan. Het ROOD spreekt van Zijn LIJDEN voor onze zonden, zoals ook Hij van Zijn zonden moest worden verlost. Het PURPER spreekt van Zijn KONINKLIJKE GENADE, die ook Zijn deel moest worden. Ook waren, in dit tabernakelkleed, Cherubim (= veelal engelen, als dragers van Gods heerlijkheid – AK) van GOUDdraad er doorheen geborduurd, als om aan te tonen dat de Volheid des Geestes Gods kinderen in dit alles wil leiden tot in al de volheid van God toe (Ef.3:19).
Cherubim zijn hemelse Wezens die òf uitingen zijn van de Godheid Zelf (Gen.3:24), òf een engelenmacht (Ezech.28:14) òf geheiligde mensen (Openb.4:6-8), die VOL zijn van de Godheid Zelf.
Alzo moet ook het kind van God, voortschrijdende op de geloofsweg van het Woord, een vaste GELOOFSBLIK verkrijgen op onze Overste Leidsman en Voleinder van het geloof, Jezus (Hebr.12:1-3). Hij moet OMHOOG blikken en zoeken de dingen, die BOVEN zijn (Kol.3:1-3).
Wij stellen dus vast dat dit eerste kleed een GELOOFSKLEED is, waarmee ook elke Christen overdekt moet worden.
Wij zagen reeds dat dit kleed moest worden samengesteld uit 2×5 gordijnen. 5 is het (Bijbelse) getal van de VERZOENING. Deze 2 samengestelde kleden vertellen ons èn van het GELOOF in Jezus (Rom.3:28), èn van de GELOOFSWERKEN die een gevolg zijn van dit geloof (werken van de NIEUWE MENS in Jezus Christus; Jak.2:14-17).
Precies onder de samenvoeging van deze 2 kleden hing de voorhang of het voorhangsel (= een dik en zwaar gordijn), dat scheiding maakte tussen het HEILIGDOM en het ALLERHEILIGDOM, en dat in tweeën scheurde toen Jezus stierf aan het kruis (Matth.27:51, Hebr.10:20).
Deze samenstelling van tabernakelkleden en voorhangsel tonen ons aan dat de verlossing en de vernieuwing door het GELOOF en de daaruit voortvloeiende GELOOFSWERKEN van de nieuwe mens alléén een vrucht zijn van Jezus’ verzoenend kruis en dat niets daarvan een vrucht mag zijn van EIGEN WERKEN!
Ook werden deze beide samengestelde kleden aan elkaar verbonden door 50 blauwe striklisjes (= lussen, met een strikje) en 50 GOUDEN haakjes. Dit GOUD wijst heen naar het Werk van God in ons en 50 vertelt ons van Pinksteren, de INWONING van de Geest, Die het GELOOF èn de GELOOFSWERKEN van het kind van God wil en zal leiden naar hun volheid.

Tabernakel symbolieken blz 23
GELOOF (zonder de werken)  –  Geloofswerken van de NIEUWE mens in Christus

Geloof in Jezus Christus en Zijn verzoenend (kruis)offer op Golgotha mag ons niet in de ZONDE en in de OUDE MENS laten, maar moet ons brengen in de NIEUWE MENS in Christus die door het GELOOF leeft in de KRACHT en in de KLEDEREN van Jezus en die, in Christus zijnde, de WERKEN doet der bekering waardig (Matth.3:8, SV).
De 50 verbindende gouden haakjes, de 50 hemelsblauwe striklisjes en het voorhangsel vertellen ons, dat het Evangelie van Jezus’ OPSTANDING (hemelsblauw), het BLOED van Golgotha (voorhangsel) en de Heilige Geest (het getal 50 en het GOUD) één en dezelfde werking hebben; namelijk: de VERLOSSING en VERNIEUWING van de mens door het geloof (1Joh.5:8).

Het tweede overdekkende kleed was een KLEED van geweven geitenhaar. Ook dit kleed bestond, zoals wij reeds eerder zagen, uit 2 samengestelde kleden, waarvan het eerste kleed één gordijn van 4 el LANGER was dan het andere en dus ook 4 el langer dan het tabernakelkleed, waarvan de kleden even lang waren.
Dit EXTRA gordijn lag, zoals wij reeds in hoofdstuk 3 van deze studie zagen, “dubbel recht voorop de tent”; waarschijnlijk werd het bij regenweer in schuine stand opgesteld en zo als scherm gebruikt ter bescherming van de fraai geborduurde DEUR, waarboven dit extra-gordijn “dubbel” lag en waarover het, in schuine stand gebruikt, hing.
HAAR staat in de Bijbel typerend voor de REINHEID of HEILIGHEID van God.

  • haar van de vrouw (beeld van de Gemeente); één der kleden van Gods HEILIGDOM (1Kor.11:5-6);
  • een Nazireër mocht zijn haar niet afscheren (Num.6:5);
  • de 7 haarlokken van Simson; beeld van de 7 Geesten Gods (6:5), de Heilige Geest (Richt.16:17-21).
  • haar van de Bruid = als een kudde geiten die het gras van Gilead afscheren (Hoogl.4:1 + 6:5).
  • als een Israëliet MELAATS werd (beeld van: zondig, onrein), moest hij zijn haar afscheren (Lev.14:8-9).

Dit geitenharenkleed werd ook in 2 samengestelde kleden verdeeld van respectievelijk 6 en 5 gordijnen (van 4 el per gordijn). Deze kleden staan typerend voor het kleed der HEILIGHEID en de werken der HEILIGHEID, die uit het eerste voortvloeien.
Dit geitenharenkleed werd ook wel het kleed der hoop genoemd. De hoop op de wederkomst des Heren en de daarna volgende EEUWIGHEID werkt namelijk HEILIGHEID (reinheid) uit (1Joh.3:2-3).
Het extra-gordijn dat “dubbel recht voorop de tent” lag, boven de deur van de tent der samenkomst, geeft ons te kennen, dat HEILIGHEID twee aangezichten heeft; namelijk één gericht naar God (heiligmaking) en één gericht naar de medemensen (vrede met allen; Hebr.12:14). HEILIGHEID (reinheid) moet men niet ervaren als kluizenaar, maar vooral temidden van de medemensen, in CONTACT met ELKANDER (elk ander)!
Al deze “geestelijke klederen” zijn klederen door God geschonken en zijn stuk voor stuk HEERLIJKHEIDSKLEDEREN van God Zelf, die Hij door GENADE van Zijn kant – en door INGANG in de door God gegeven genade van onze kant – aan ons geeft (Joh.17:22, Openb.19:8). Ze zijn dus geen mensenmakelij. Wat de mens kan doen is waardeloze NAMAAK (“schijnheiligheid”).
De verbindingen van deze geitenharenkleden bestonden uit 50 KOPEREN haakjes en 50 striklisjes. De haken moesten in de striklisjes worden gedaan. Wij weten dat KOPER in Gods Woord spreekt van OORDEEL over de zonde. Elke ONHEILIGHEID in de werken moeten door Gods Geest (het Bijbelse getal 50) worden veroordeeld (koper), waardoor de band met de HEILIGHEIDSWERKEN in stand blijft na BELIJDENIS van zonde (1Joh.1:9, Ps.32:5, Spr.28:13).

Het derde overdekkende kleed was een kleed van aan elkaar genaaide ROODGEVERFDE, gelooide ramsvellen, waarvan de wol afgeschoren was.
Dit overdekkende kleed staat typerend voor de Liefde Gods, die in onze harten wordt uitgestort (Rom.5:5).
De LIEFDE heeft ook twee aangezichten. Ze richt zich enerzijds tot God (Matth.22:37-38, de “eerste liefde”, Openb.2:1-7; de liefde die men nimmer mag verlaten, wil men de eindbestemming bereiken), anderzijds tot de medemens (de naaste).
“U zult uw naaste liefhebben als uzelf” (Matth.22:39b, HSV), is door Jezus vervolmaakt in Johannes 13:34-35 en 2 Korinthe 5:14,

  • “Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt.” (Joh.13:34-35, HSV)
  • “Want de liefde van Christus dringt ons, die tot dit oordeel gekomen zijn: als Eén voor allen gestorven is, dan zijn zij allen gestorven.” (2Kor.5:14, HSV)

De Liefde Gods is mateloos, daarom worden van dit overdekkende kleed geen maten genoemd. Vergelijk 1 Korinthe 13:4-8a voor de kwaliteiten van het kleed der Liefde Gods: “De liefde is geduldig, zij is vriendelijk, de liefde is niet jaloers, de liefde pronkt niet, zij doet niet gewichtig, zij handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad, zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen. De liefde (Gods) vergaat nooit…”
De Liefde Gods uit zich tot God in OVERGAVE en (toe)WIJDING tot de dienst aan God. Daarvandaan dat RAMSvellen werden gebruikt. Het plaatsvervangend offer dat Abraham van God kreeg was een RAM (Gen.22: 7-13). Ook vertellen de 2 RAMMEN bij de priesterwijding (Exod.24:15-19) van OVERGAVE en (toe)WIJDING.
De Liefde Gods uit zich tot de mensheid in REDDING door het Evangelie èn daadwerkelijke materiële hulp waar nodig.
Het tabernakelkleed, het geitenharenkleed en het kleed van roodgeverfde ramsvellen vertellen ons van de geestelijke kleden van geloof, hoop en liefde, waarvan de LIEFDE, als een vrucht van de eerste twee, de MEESTE is (Kor. 13:13).

Het vierde overdekkende kleed was een kleed, door de Statenvertalers vertaald met “dassenvellen” en in de NBG-vertaling omgezet in “tachasvellen”. Het waren zeer waarschijnlijk zwarte (grauwe) of zwartgeverfde huiden van zeekoeien, die in grote menigte in de Rode Zee voorkwamen en voorkomen. Het lag over het derde kleed heen en was aan 3 zijden, als een scherm, schuin gespannen door middel van koorden en koperen pennen in de grond vastgemaakt.
Dit laatste kleed is absoluut storm- en winddicht en spreekt aan de ene kant van ABSOLUTE BEWARING in de Schuilplaats van de Allerhoogste (Ps.91, 1Thess.5:23). Aan de andere kant spreekt het zwart (grauw) – dus de ONAANZIENLIJKE kleur – van oordeel over de zonde; een oordeel dat het Lam van God in Zijn volle zwaarte op Golgotha droeg (Jes.52:14 + 53:2-11), waardoor de mensheid door Hem werd VERZOEND met God (2Kor.5:19).
Ook Zacharia 2:5 spreekt van deze BEWARING (“een vurige muur rondom”) door de vurige liefde Gods op Golgotha.
Indien deze verzoening in en door Christus wordt VERWORPEN, komt Gods OORDEEL onverminderd neer op het eigen hoofd van de zondaar (Hebr.10:31, Joh.3:36).
Daarom spreekt dit kleed van zowel Gods BEWARING als van Gods OORDEEL!

De dekkleden van de tabernakel

BESCHRIJVING:
a)  zilveren voeten,
b)  gouden richels (= dwarsbalken),
c)  middelste doorlopende richel,
d)  pilaren van de deur,
e)  onderste kleed (tabernakelkleed),
f)  tent van geitenhaar, aan de deur overhangend,
g)  deksel van rood geverfde ramsvellen,
h)  deksel van de dassenvellen.

Tabernakel symbolieken blz 26

.

Wordt vervolgd

Studie van bijbelleraar E. van den Worm
Enigszins bewerkt door A. Klein

******************************
Tabernakel symbolieken

  1. Algemene beschouwing met betrekking tot de tabernakel
  2. Hoe hebben de Israëlieten een kostbaar kunstwerk, als de tabernakel, in de woestijn kunnen bouwen?
  3. Plattegrond en constructie van de tabernakel
  4. De tabernakel brengt ons als Christen – in symboliek – de 9 ‘etappes’ die tot onze volmaking leiden
  5. De Poort
  6. Het koperen Brandofferaltaar
  7. Het koperen Wasvat

.

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van E van den Worm, Tabernakel-studie, Volmaaktheid in Christus, Woord en Geest en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Tabernakel symbolieken (8): De WONING of eigenlijke tabernakel

  1. Henk Herbold zegt:

    De maten, kleuren en materialen die gebruikt moesten worden voor de Tabernakel leren ons ook iets over het karakter van God. Het valt me opnieuw op, alles is zo ‘precies’ weergegeven, tot en met de strikjes die de dekkleden met elkaar verbinden. Dat is niet heel gewoon, maar speciaal, het geeft aan dat God zeer nauwkeurig is. Alles is correct en ook vastgelegd door God. Nee, Israël had in het geheel geen ruimte om zelf iets te verzinnen, maar ze moesten het uitvoeren zoals God het bedacht had.

    Ja, en dan worden we in deze studie ook weer eens geconfronteerd met de betekenissen van dit alles, er was dus ook nog een plan en een bedoeling. Wat een geweldige God dienen wij.

    Er valt veel van te leren, maar dit is wat nu in één oogopslag tot mij spreekt: God wil dat ik ook nauwkeurig en precies zal doen wat Hij van mij vraagt. De Heer zegt o.a. door deze studie tot mij, dat ik moet gaan schuilen in de schuilplaats van de Allerhoogste (Psalm 91). De enige plaats waar ik nog veilig ben in deze gevaarlijke wereld, die vast en zeker op weg is naar Gods oordeel.

    Schuilen bij God betekent: met de zonden breken en vluchten in gemeenschap met de Heer. Wat een fantastisch mooie studie, die ons ook hierin de weg wijst. Waar vindt je zo’n rijkdom.

    Opnieuw, God gaf het A. Klein in het hart, om dit met zoveel vaardigheid te digitaliseren. Kennis die nu klaar is voor de toekomst, als de wereld volledig gedigitaliseerd is en deze studies hun weg zullen vinden in de harten van nog veel meer mensen als nu. God heeft een plan en Hij voert het uit. Hij is precies in alles wat Hij doet en vergist zich nooit.
    Van harte aanbevolen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s