Bloed en Bruidegom – Bloedbruidegom, deel 3 (n.a.v. Exodus 4:24-26)

Vervolg van:
Bloed en Bruidegom, deel 1 en deel 2

Bloedbruidegom

De verborgenheid van Efeze 5

Dit brengt ons tot de verborgenheid van Efeze 5, dat is het geheimenis van de gemeenschap tussen man en vrouw, bruidegom en bruid. Laat ons Exodus 4:27 bestuderen in samenhang met Psalm 2:11-12,
“De HEERE zei tegen Aäron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging en ontmoette hem bij de berg van God en kuste hem.” (Exod. 4:27)
“Dien de HEERE met vreze, verheug u met huiver (SV: met beving).” (Psalm 2:11)
Dit “verheugen met beving” is een indicatie voor de doop des Geestes; Zijn kracht doet ons beven. En dan vervolgt de geïnspireerde schrijver in Psalm 2:12 met: Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt… ”. Deze kus der gemeenschap is een diep schaduwbeeld. Om dit te verstaan, moeten wij voor ogen houden dat Mozes het typebeeld is van de Here Jezus Christus en Aäron het typebeeld van de Gemeente die door dat geestelijk proces is gekomen tot het stadium van Efeze 4:13, namelijk: “…tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen (SV: volkomen) man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus (dat is dus de Bruidsgemeente van de eindtijd). Aäron is in dit licht dus het zuivere beeld van de tot volkomen man (= geestelijk volmaakt) geworden Bruidsgemeente. Want geestelijk gesproken was dit ook het stadium waarin Aäron gekomen was, toen hij Mozes kuste. Zo zal straks de Gemeente van Jezus Christus in de Spade Regentijd en vlak voordat Jezus komt, voor 100% Joëls profetie hebben vervuld (Joël 2:28-29 – dit zal zijn als “de kus van Jezus”):
“Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.” (Joël 2:28-29)
Dan is ze (de Bruidsgemeente) zover gekomen dat zij het volle getuigenis van haar Bruidegom bezit, omdat ze is gekomen tot de maat van de grootte van de volheid van Christus, zoals in Efeze 4:13 bedoeld. Als dan de Bruidsgemeente dit stadium heeft bereikt, zullen allen die tot die volheid van een volkomen man zijn gekomen – de graad van mannelijkheid; daarom dat in deze profetische geschiedenis nu Aäron het type van de Bruid is – aangedaan zijn met de kracht van de Leeuw van Juda, dus met de VOLLE KRACHT van de Heilige Geest; zowel mannen als vrouwen. Wat dit laatste betreft: wij staan dan in het teken van de volheid, waarin wij niet meer zullen leven zoals wij nu nog leven; niet langer leven wij dan naar menselijke verhoudingen. Wij hebben dan niets meer van node dan Christus als onze Bloedbruidegom. Dan zijn wij gekomen in het stadium genoemd in 1 Korinthe 7:29b, gehuwd zijnde zullen wij als niet-gehuwd zijn: “Laten zij die vrouwen hebben, voortaan zijn alsof ze die niet hebben.” Wij zijn dan de engelen gelijk: “Want in de opstanding nemen ze niet ten huwelijk en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar ze zijn als engelen van God in de hemel.” (Mattheüs 22:30)
Dan geldt: “daarin is geen man of vrouw”. Zowel man als vrouw zijn Hem dan gelijkwaardig. Dan zal weer blijken, dat er bij God geen aanneming des persoons is. Eenmaal dit stadium bereikt hebbende, zal Christus ons alles zijn. De mens is dan geheel en al gekruisigd door de kracht Gods.

Hier past wel een waarschuwing tegen over-geestelijkheid. Laat u niet verleiden om te proberen op eigen kracht tot deze dingen te komen. Dat heeft geen waarde voor God en is niet tot verheerlijking van Jezus Christus. Daar is geen verheerlijking van God in een leven als asceet of kluizenaar. Men komt tot over-geestelijkheid door vlug-vlug iets te willen bereiken. Men wordt dan tot mislukkeling, is lastig voor anderen, heeft geheel geen vreugde en raakt van de ene valstrik van de duivel in de andere. Zo’n iemand heeft lange tenen, let op fouten van anderen, hoort wat hij niet moet horen, maar is kittelachtig van gehoor als het Gods Woord betreft. Zulke mensen ervaren geen verlossing van de oude mens, groeien juist hoe langer hoe meer in de oude zondige mens vast! De Here beware ons voor over-geestelijkheid. De tijd van de (geestelijke) astronauten is nog niet daar, maar zij komt! Daar wij dan deze hoop hebben, laat ons onszelf reinigen van alle besmetting van vlees en geest, zegt Paulus: “Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God.” (2 Korinthe 7:1)
De apostel waarschuwt ons ook voor hoogmoed. Wij moeten trouw zijn in de eenvoudige dingen die God van ons vraagt. Dat is al moeilijk genoeg! Daarom dat Gods Woord zegt: “Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden(Zacharia 4:6b). Er is niemand uit of van zichzelf heilig. Wij worden heilig omdat Hij, de Heiligheid, in ons woont en werkt. En indien Hij in u woont en werkzaam is, kunt u niet over-geestelijk worden. Over-geestelijke mensen hebben een hoogmoedig hart. God verafschuwt hoogmoed. Lucifer viel door hoogmoed. Laat dit voor ons een waarschuwing zijn.

In Exodus 4:27 hebben wij dus een diep schaduwbeeld. Aäron ging Mozes tegemoet en… kuste hem. Deze kus van gemeenschap is, in profetisch licht, de grote verborgenheid bedoeld in Efeze 5:32, waarover Paulus in hetzelfde hoofdstuk spreekt vanaf Efeze 5:22-27,
“Dit geheimenis (SV: deze verborgenheid)  is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de Gemeente.” (Ef.5:32)
“Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals aan de Heere, want de man is hoofd van de vrouw, zoals ook Christus Hoofd van de Gemeente is; en Hij is de Behouder van het lichaam. Daarom, zoals de Gemeente aan Christus onderdanig is, zo behoren ook de vrouwen in alles hun eigen mannen onderdanig te zijn.” (Ef.5:22-24)
Deze onderdanigheid is geen slaafsheid. Geen Christenman stelt prijs op een slaafse echtgenote, die op alles “ja en amen” zegt. Ze moeten samen overleg kunnen plegen. In de gezamenlijke beraadslaging is onze wijsheid (vergelijk Spreuken 11:14, SV): “Als er geen wijze (be)raadslagen zijn (HSV: geen wijze raad is), vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden.”
Wij vervolgen met Efeze 5:25-27,
“Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de Gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een Gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos (SV: onberispelijk) zou zijn.”
Paulus is dus begonnen met gewoon te spreken over de menselijke verhouding tussen man en vrouw, het echtpaar. Om daarna diezelfde verhouding over te brengen in geestelijk opzicht op de betrekking tussen Christus en de Gemeente. Na de verhouding tussen man en vrouw te hebben besproken, zegt Paulus: “Zij kunnen niet zonder elkaar”. Daarom zal de man zijn familie verlaten en zijn vrouw aanhangen:
“Zo moeten de mannen hun eigen vrouwen liefhebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Heere de gemeente. Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente. Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn.” (Efeze 5:28-31)
En wat geldt met betrekking tot de gemeenschap tussen man en vrouw in een waarachtig Christelijk huwelijk, moet ook gelden in de gemeenschap tussen Christus en de Bruidsgemeente. Er moet sprake zijn van een waarachtig tot elkaar komen. Om dit duidelijk te maken moeten ook zij tot één vlees worden (Efeze 5:31), niet langer twee zijn; en dan kussen zij elkaar. Geen vrouw laat zich zó kussen dan door haar eigen man! Straks komt dat profetisch ogenblik, die wonderbare gemeenschap, wanneer Christus en Zijn Bruid worden tot één vlees. Bestudeer Efeze 5:25-31 in samenhang met Openbaring 12:1 en Mattheüs 25:1-13,
“En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van 12 sterren.” (Openb.12:1)
Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan 10 maagden [1], welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet. En 5 van haar waren wijzen, en 5 waren dwazen. Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich. Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen. Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap. En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen. En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelf. Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Daarna kwamen ook de andere (dwaze) maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! En hij, antwoordende, zei: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet. Zo waakt dan; want gij weet de dag niet, noch de ure, in dewelke de Zoon des mensen komen zal. (Mattheüs 25:1-13, SV)
In het laatst genoemd Schriftgedeelte zien wij de 5 wijze maagden de bruiloftszaal binnengaan (man en vrouw komen samen) en in Openbaring 12:1 zien wij de Bruid als gehuwde vrouw en getuigt haar barensnood door de overschaduwing van de Here Jezus Christus, dat zij gekomen is tot één vlees met Hem!
“…En zij (de vrouw, uit vers 1) was zwanger en schreeuwde het uit in barensnood en in haar pijn om te baren.” (Openbaring 12:2)

.

De weg tot die gemeenschap

Om tot een “volkomen man” te worden, is er voor de Bruidsgemeente maar één weg: 1 Thessalonicenzen 4:3a,– heiligmaking: “Want dit is de wil van God: uw heiliging…”
Als Efeze 5:26a spreekt over: “Opdat Hij haar zou heiligen…”, dan impliceert dit dat wij nooit komen zullen tot die volwassenheid (in de geest) als bedoeld in Efeze 4:13, tenzij dit proces plaats vindt: een groeiproces, een opklimmen in genade, een wassen (= groeien) in geloof, een toenemen in de volmaaktheid die er is in Christus:
“Totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus.” (Efeze 4:13)
Daarom moet die reiniging in de Gemeente door Woord (het badwater van het Woord) en Geest bij voortduring geschieden. Dat gebeurt niet zoals wij dat willen en ons indenken. Die reiniging kan dikwijls plaats hebben ten koste van de helft van de gemeente, die door God wordt gedecimeerd om tot deze reiniging in de Gemeente te komen! Allen die de weg van reiniging van het vlees en de Geest (2 Korinthe 7:1) niet willen gaan, blijven achter.
“Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bezoedeling van vlees en geest, en de heiliging volbrengen in het vrezen van God.” (2 Kor.7:1)
Zij zullen zich vanzelf afscheiden. Want… als wij te lang de dingen van het vlees vasthouden, wordt ook onze geest door die dingen besmet. Acht dit niet gering! U kunt dit in uw eigen leven constateren. Bent u bezig daarmee? Staat uw hoofd naar de zorgen des levens? Eten, drinken, man, vrouw, (klein-)kinderen? Welnu, dan weet u op het laatst van niets anders meer dan van deze dingen. Vandaar dat de apostel in Kolossenzen 3:2 zegt:
“Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn.”
Dit is de moeilijkste en meest diepgaande vorm van heiligmaking. Onze geest moet altijd prevaleren en hier is de reiniging door de Heilige Geest het moeilijkst, omdat de mens het moeilijkst loskomt van zijn gedachtewereld. Misschien bent u nu 72 jaar en hebt u op 14-jarige leeftijd iets onprettigs ondervonden van iemand. En is dit litteken nog zo groot dat u er nog steeds mee bezig bent en het niet kunt vergeten en vergeven. Laat s.v.p. die dingen van het vlees toch los! Zelfs al zijn ze mooi of liefelijk of heerlijk! Uw hele wezen verstart er in en uw gedachtewereld kristalliseert daarin. Neem Ezau (Genesis 25:28-34). Hij wandelde in het teken van één van de werken van het vlees uit Galaten 5:19-21 (“…overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke…”). Zijn eerstgeboorterecht zomaar prijsgeven, om zijn buik te vullen, gebeurde Ezau niet in een opwelling van het ogenblik, maar was een gevolg van een jarenlange onbeteugelde lust in lekker eten. Het was geen opwelling van het vlees, maar een uitbarsting van het leven in het vlees. Dit was de test van God en hij doorstond die niet, omdat hij nimmer de verlossing had gekend van de begeerten van zijn vlees. En ook wij, als wij verder willen gaan op de weg des geloofs, zullen bij iedere schrede worden getest. HEILIGMAKING is een eis van God. Zonder HEILIGMAKING zullen wij de komende tijd niet doorkomen als overwinnaars. Als God Zijn eigen Zoon door lijden heeft geheiligd, dacht u dan dat wij er alleen kunnen komen met opwekkingsdiensten? De Geest van God werkt in een opwekkingsdienst anders dan in een heiligingsmeeting, in welke Hij ons voert tot diepe verootmoediging en vernedering.

Nog vele profetieën zullen straks, in een korte tijdsspanne, worden vervuld vóórdat Jezus komt. Laten wij niet denken dat wij op dat laatste ogenblik dan nog tijd hebben om ons te heiligen. De antichristelijke geest wordt hoe langer hoe sterker, en zonder de kracht van de Heilige Geest vermogen wij niets! De weg van heiligmaking maakt Zijn inwoning in ons vaster en vaster. Hoe kan Hij blijvende bemoeienis met ons hebben, als wij geen heiligmaking willen en hoe kan Hij in ons blijven, als wij niet gereinigd zijn! REINIGING moet voorafgaan aan HEILIGING! Het gaat ten koste van tranen, van pijn, maar als wij een rank van de Wijnstok zijn, moet de Landman ons snoeien!
Dat snoeiproces zien wij ook in het natuurlijke vlak: ouders die hun kinderen opvoeden en corrigeren. En wie niet horen wil, moet maar voelen. Er is zowel een natuurlijke als een geestelijke kastijding, waarmee ik bedoel: wat in het natuurlijke gebeurt, gebeurt ook op het geestelijk vlak. Die de Vader liefheeft, kastijdt Hij tot hun eigen nut, zegt de Hebreeënbrief: “Want die de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt iedere zoon, die Hij aanneemt.” (Hebreeën 12:6, SV)

De weg die Jezus moest gaan was ook niet prettig voor Zijn vlees. Zelfs Christus moest geheiligd worden door lijden: “Want het betaamde Hem, om Welke alle dingen zijn, en door Welke alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de overste Leidsman van hun zaligheid door lijden zou heiligen.” (Hebreeën 2:10, SV)
Maar, ook als onze weg gaat door vele verdrukkingen is daar de ervaring van Gods bemoeienis met ons. En Paulus, die zoveel heeft moeten ondervinden en meemaken, zegt in dit verband: “Die lichte verdrukking, die zo snel voorbijgaat, wat is die verdrukking vergeleken bij de glorie die ons wacht!
“Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een alles-overtreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg.” (2 Korinthe 4:17)
Wat hebben de geloofshelden (vermeld in Hebreeën 11), die de beloften niet hebben verkregen maar er toch rekening mee hielden, niet moeten verduren op aarde. Abraham bleef staan door geloof in Gods belofte! De hoop van zijn hart was: eens binnen te gaan in de stad waarvan God de Bouwer en Kunstenaar is. Voor deze allen waren Gods beloften reëel, ook al werden die tijdens hun aardse leven niet vervuld (dit is het waarover 1 Petrus 1:10-12 spreekt):
Naar deze zaligheid hebben de profeten, die geprofeteerd hebben over de genade die aan u bewezen is, gezocht en gespeurd. Zij onderzochten op welke en wat voor tijd de Geest van Christus, Die in hen was, doelde, toen Hij tevoren getuigde van het lijden dat op Christus komen zou, en ook van de heerlijkheid daarna. Aan hen werd geopenbaard dat zij niet zichzelf, maar ons dienden in de dingen die u nu verkondigd zijn door hen die u het Evangelie verkondigd hebben door de Heilige Geest, Die vanuit de hemel gezonden is; dingen, waarin de engelen begerig zijn zich te verdiepen.”
Zo geldt het ook voor een kind. Als onze aardse vaders, die boos (= van nature, “uit de boze”) zijn, weten hoe zij handelen moeten ten opzichte van hun kinderen, hoeveel te meer onze hemelse Vader, Die zegt dat al Zijn beloften “ja en amen” zijn in Christus Jezus. Moeten die dan voor ons geen realiteit zijn? “Want” zegt Paulus, “Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.” (2 Korinthe 4:18)

Aan het leven van onze aardse vaders komt eens een eind, maar Gods Woord gaat nooit voorbij. De geestelijke boosheden, vermeld in Efeze 6, zien wij ook niet, maar ze bestaan. Laten wij daarom geen rekening houden met de dingen van beneden (= niet aardsgericht zijn), maar met de onzienlijke dingen en allereerst met de onzienlijke God! Wij moeten Jezus Christus ‘bezitten’ (eigenlijk Hij ons – AK) in en door de doop met de Heilige Geest. En willen wij de beloften Gods in ons leven waargemaakt zien, dan moeten wij volharden in de heiligmaking. Dit is wandelen in geloof, niet in aanschouwen. En dit geloof is het, dat de wereld overwint. Het is het geloof dat, door de Geest van God, in het hart van een mensenkind is gelegd. Het is niet iets wat overgaat van vader of moeder op kind, maar een eigen geloof, gewrocht door de Geest van God. Het geloof komt door het horen van het Woord: “Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.” (Romeinen 10:17)
Je kunt als kind dit Woord thuis horen, maar je moet eens zelf kiezen. En als de Geest dat geloof in het hart heeft gelegd (het is een gave van God, zegt Romeinen 12:3, dus inderdaad niet door overlevering van ouders, die echter wel het fundament kunnen voorbereiden – 2 Timotheüs 1:5), dan werkt dat geloof door in ons leven en wij weten: “Er is méér”.

  • “Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik ieder onder u niet hoger te denken dan hij moet denken, maar laat hij denken in bescheidenheid, naar de mate van geloof zoals God die aan ieder heeft toebedeeld.” (Rom.12:3)
  • “Daarbij herinner ik mij het ongeveinsde geloof dat in u is en dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunike. En ik ben ervan overtuigd dat het ook in u woont.” (2Tim.1:5)

Er was méér achter de tabernakeldeur; daar was méér achter de Voorhang: de Ark des Verbonds stond daar. Jaagt daarom naar meer, zoals die wedloper van wie Paulus spreekt in 1 Korinthe 9:24-25,
“Weet u niet dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt. En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen.”
Om de prijs, de gouden plak, te gewinnen, moet hij alles van zich afwerpen. Blijf niet staan kijken naar anderen. Als uw vorderingen afhankelijk zijn van de nalatigheden van anderen, komt u nooit “Thuis”. Als Lot hetzelfde had gedaan als zijn vrouw, zou hij nooit in de bergen van Zoar zijn gekomen. Gods Geest blijft niet met ons twisten. Onze genadetijd is eenmaal voorbij. Daarom, gebruik nu die tijd van wonderbare genade, waarin Hij ons wil klaarmaken voor die volkomenheid, die volheid van Christus. Waartoe Hij ons de bedieningen heeft gegeven van Efeze 4:12, “tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouw van het Lichaam van Christus”, net zo lang totdat wij komen tot die volkomenheid van Efeze 4:13,
“Totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus.”

De Gemeente van Christus is op zichzelf een koninkrijk, geregeerd van boven. Het Lichaam van Christus is een theocratisch bestel. En Hij Die het Hoofd is, is een God van orde. Alles kan tot verheerlijking van Zijn Naam zijn, als wij de Geest maar Zijn weg willen laten gaan in ons leven. Wij moeten hierin wijsheid betrachten, maar niet te zeer nauwgezetheid doen gelden, omdat wij dan weldra zullen ontdekken hiermee de Geest te dwarsbomen. Als onze geest bezig is met de dingen die het Lichaam van Christus aanbelangen (= betreffen, aangaan) blijven wij jong. Is de Gemeente latent (= onzichtbaar aanwezig zijn), dan is zij (geestelijk gezien) dood. Als de Geest werkt is er leven dat zich op verschillende wijzen uit. De leeuw brult, het lam blaat, de koe loeit, zó is het gesteld in de dierenwereld; zij vertonen leven. En zo heeft God de mens onderscheiden door de spraak. Dit op zichzelf is de doodsteek voor Darwins theorie (op latere leeftijd schijnt hij teruggekomen te zijn op zijn dwaling!). En als uw spraak een lofprijzing is, een grootmaken van Jezus Christus, een aanbidding van Hem, dan onderscheidt dàt u van de wereldling. Dàt is de weg van heiligmaking. Heiligmaking is wat de Geest kan doen IN ons; reiniging is wat Hij kan doen VOOR ons. Zoveel vaster Hij in mij woont, zoveel heiliger wordt mijn leven door hem. Niet door mijzelf, want er deugt niets aan mij! Dit gaat ten koste van de uitwendige mens; maar de inwendige mens wordt verheerlijkt. De Geest werkt van binnenuit, in tegenstelling tot de mens, die zegt “kleren maken de man”. De Heilige Geest zoekt echter de verborgen mens des harten, zoekt ons van binnenuit te veranderen, aan Christus gelijk te maken. Zodra u deze weg van God wilt gaan, komt er echter strijd, staat de satan tegenover u. De strijd begint IN het Lichaam van Christus: “Moet je zoveel moeite doen om in de hemel te komen? Moet je dan ALLE diensten, enzovoorts, meemaken? Het is toch: geloven alléén!” Zo redeneren straks de dwaze maagden, waardoor hun zal ontbreken wat God eist. Jezus is ons tot voorbeeld gesteld, opdat wij Zijn voetstappen zouden drukken. De duivel is niet bang voor u en mij, maar voor Gods Geest in ons. Daarom dat de Johannesbrief spreekt over Hem, Die in ons is en meerder is dan alles en allen in de wereld. Laten wij getrouw zijn, want wij leven in een tijd, dat een gelijkenis voor ons geen gelijkenis meer moet zijn, maar werkelijkheid moet worden. God wil, dat wij worden aangemerkt als getrouwe dienstknechten en -maagden. Weest daarom getrouw in het kleine, het minste, wat het ook is. Eén van de wonderbare karakteristieken van de Gemeente van de eindtijd zal zijn: getrouwheid. Zonder getrouwheid geven wij het op. De Heilige Geest werkt deze getrouwheid in ons uit en daarom moeten wij ons openstellen voor Zijn werkingen in deze laatste dagen. Als wij naar een samenkomst gaan, moet ons gebed niet meer zijn: “Heer, zegen mij!”, maar: “Heer kom tot Uw recht in Uw Lichaam!” Bid, als wij samen-vergaderen, voor de Gemeente, dat de Geest mag doorbreken in Zijn wonderbare kracht en heerlijkheid! Dan ontvangen wij vanzelf zegen! God wil zó doorwerken, dat gaven en vruchten van de Geest in de Gemeente gekend worden. Daarvoor zoekt Hij kwaliteit, geen kwantiteit. Wij zullen niet eerder die zoete vrede en wonderbare rust kennen, tenzij wij ons ALLES op Gods altaar hebben gelegd; dan pas zijn wij bekwaam om door de Geest te worden gebruikt. Hij kan door u en mij bidden voor het verlorene zoals wij het niet kunnen. God wil niet dat één ziel verloren gaat.
In het boek Handelingen lezen wij: “…En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de Gemeente toe.” (Handelingen 2:47b)
Hoe kwam dat? De Heilige Geest werkte zó via de Gemeente, dat God het gebed van Zijn Geest niet kon afwijzen. Hoeveel wegen probeert de Geest niet te gaan om Zijn Lichaam te activeren? Het woord van getuigenis wordt in onze dagen veel ontbeerd. Velen missen blijdschap, vrede, rust; hun mond gaat niet meer open tot een genoegzaam getuigenis voor Jezus Christus. Ook daarin kunnen wij verstard of lui geworden zijn. Maar getuigenis is nodig, anders zou Hij niet hebben gezegd: “…En U zult Mijn getuigen zijn…” (Handelingen 1:8). Het is Zijn opdracht! Ons getuigenis is tot Zijn eer en glorie en meteen voor ons een kruisiging van ons vlees. Maar het is tot verheerlijking van Jezus en het houdt ons in afhankelijkheid van Hem. En wie weet wat de Geest van God kan doen met het eenvoudigste getuigenis!

De Sulamith (van het Hooglied) was lui geworden in haar getuigenis. Zij verstond niet eens dat haar bruidegom zo verlangend aan haar deur morrelde. Toen zij zich dat realiseerde, was ze te lui om op te staan. Op een gegeven ogenblik verstomde zijn stem…. Toen werd zij klaarwakker, rende naar de deur en opende die. Maar haar liefste was gevloden. Dan loopt ze de straten van Jeruzalem in en klampt iedereen aan: “Hebben jullie mijn liefste gezien?” “Wie is uw liefste, hoe ziet hij eruit?” was het antwoord. Als zij had volhard in haar getuigenis, zou men haar dit niet hoeven hebben te vragen (zie Hooglied 5).

Als kind van God wordt u een schouwspel voor de wereld. Maar ook de engelen kijken naar u, evenals de duivelen. De onzienlijke machten kijken wat er wordt van mensenzielen voor wie Christus gestorven is. Die Hem toebehoren zullen eenmaal behoren tot dat Lichaam zonder vlek of rimpel, heilig en onberispelijk. De Geest van God werkt in ons dingen uit die wij niet hadden durven hopen, maar… Hij wacht op onze goodwill. Zeg dus: “Hier ben ik!”, zoals Samuël. U leest van hem: “Samuël werd krachtiger en sterker in de Here”:
“En Samuel werd groot. De HEERE was met hem en liet niet één van al Zijn woorden onvervuld. En heel Israël, van Dan tot Berseba toe, erkende dat Samuel aangesteld was tot profeet van de HEERE. En de HEERE bleef in Silo verschijnen; ja, de HEERE openbaarde Zich aan Samuel in Silo door het woord van de HEERE.” (1 Samuël 3:19-21)

.

Uitgaan in de Kracht des Heren

Als wij in Exodus 4:28 lezen, dat Mozes Aäron te kennen gaf al de woorden des Heren, Die hem gezonden had, en al de tekenen, die Hij hem bevolen had, leren wij in profetisch licht verstaan, dat ook wij altijd zó behoren te handelen.
Als de Heilige Geest ons werkelijk vervult, zullen wij ook altijd de woorden Gods spreken en ons spreken zal gezalfd en gezouten zijn. In deze dagen is het voor menig Pinksterkind (of Christen) geen zonde meer om te liegen. Maar als wij hiervan niet verlost worden, wordt onze gehele gedachtewereld erdoor besmet. Wij kunnen met liegen God niet groot maken, hoe ‘goed bedoeld’ ook. Het laatste hoofdstuk van Openbaring zegt immers dat leugenaars niet binnengaan in de eeuwige stad “Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet.” (Openbaring 22:15)
Gods Woord is te ernstig om het licht op te vatten. Wij moeten immers groeien naar die “volkomen man” van Efeze 4:13, en houden wij ons aan Gods Woord dan brengt Zijn Woord scheiding.
“Totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen (SV: volkomen) man (in de geest), tot de maat van de grootte van de volheid van Christus.”
Als kind van God kunt u niet alleen leven met een Evangelieboodschap. God heeft niet voor niets aan Zijn Gemeente leraars gegeven. Zij funderen u dieper. Dat wil niet zeggen dat de ene bediening meer is dan de ander. Er is verschil in bediening. De boodschap van een evangelist is anders dan die van een leraar! De één moet de ander aanvullen. De bediening van Filippus was wonderbaar, heel Samaria lag aan zijn voeten, maar de Gemeente aldaar moest gefundeerd worden door de pastorale bediening van Petrus en Johannes. Dezelfde dingen zullen in onze dagen hoe langer hoe meer tot uiting komen.

De ware kinderen Gods, die tot de Bruidsgemeente zullen behoren, die alles willen leggen op Zijn altaar, die zullen leren al de woorden Gods te spreken en de tekenen te doen, want Hij geeft hun daartoe Zijn macht. Het was niet alleen voor de dagen van Zijn discipelen, dat Hij zei: “…Ik geef u de macht om op slangen en schorpioenen te trappen (SV: te treden)…” (Lukas 10:19a), en: “…Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere (werken) doen dan deze…” (Johannes 14:12b).
Waarom? Omdat de Here hun Zijn macht had gedelegeerd. De Bron van alle kracht VOER TEN HEMEL, daardoor werd de kracht, Die vanuit de hoogte werd uitgestort, ook groter. God kan ons met kracht aandoen, als wij maar gewillig zijn. Het geheim van met kracht aangedaan worden is: van onszelf een leeg vat maken en God geeft ons naar de mate van ons leeg-zijn. Hoe meer er van ons bij is, hoe minder Hij ons kan geven.
Eigenwilligheid en eigenzinnigheid hebben nog nooit van iemand een overwinnaar gemaakt. Zij, die eens aan de oever van de glazen zee zullen staan (Openbaring 4:6), hebben van zichzelf niets meer gewild; zij willen wat Jezus wil.
Dat is het wat Hij zoekt! De Geest, Die met onze geest getuigt dat wij kinderen Gods zijn, brengt ons op de weg van heiligmaking. Hij wil ons zover brengen dat wij zeggen: “Heer, leer mij, dat ik wil wat Gij wilt!”. Psalm 45 beeldt uit hoedanig het wezen van de Bruidsgemeente zal zijn. Onderzoek voor uzelf:

  • “En Hij zei tegen hen: Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen.” (Markus 16:15)
  • “Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van Levend Water zullen uit zijn binnenste vloeien.” (Johannes 7:38)
  • “Als iemand de wil heeft om Zijn wil te doen, zal hij van dit onderricht weten of het uit God is, of dat Ik vanuit Mijzelf spreek. Wie vanuit zichzelf spreekt, zoekt zijn eigen eer, maar Wie de eer zoekt van Hem Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig en geen ongerechtigheid is in Hem. (Johannes 7:17-18)

De Gemeente zal in deze laatste dagen bekwaam worden gemaakt om het raadsplan van God te ontvouwen en niemand die tot de Gemeente van de wedergeborenen behoort zal tekortkomen aan kennis van Zijn Heer en Heiland. De Gemeente wordt door de onderwijzing van de Heilige Geest bekwaam gemaakt om het gehele raadsplan van God te ontvouwen, opdat wij allen de kennis zullen bekomen die wij nodig hebben om te jagen naar de volheid in Jezus Christus. Naarmate wij in Christus groeien, vraagt de geestelijke mens in ons ook meer van Hem. De Gemeente zal in de laatste dagen de wereld zo’n volheid doen zien van glorie en heerlijkheid, dat de wereld jaloers worden zal, maar de antichristelijke krachten zullen haar attaqueren (= aanvallen).

Als u als kind van God tot een zekere hoogte gekomen bent in uw geestelijk leven, kunt u spreken over de dingen die reëel voor u zijn (geworden) tegenover hen die in dezelfde God geloven als u; toch zullen zij u haten. Maar spreekt u tot broeders en zusters die hetzelfde willen en gevoelen als u, die naar hetzelfde jagen, dan zullen zij u verstaan. Stefanus is een Schriftuurlijk voorbeeld hiervan. Hij sprak tot zijn eigen volk en vertelde hun wat hij zag; hij werd gestenigd. In hen was niet de geest die hen deed verlangen hetzelfde te kennen. Dit zijn diepere leringen in de Bijbel en hierdoor leren wij verstaan wat Jezus zei “Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.” (Mattheüs 10:34b)

Hoedanig dit zwaard te werk gaat, leest u in Hebreeën 4:12, “Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.”
Hierna begint de weg van heiligmaking. Het ligt dus aan uzelf of u die weg VERDER wilt gaan. Er zijn velen die dit niet willen. Zij zullen derhalve niet tot de Bruidsgemeente kunnen behoren.

In Openbaring 10:9-11 leest u wat gebeuren zal met degenen die tot de Bruidsgemeente behoren:
“En ik ging naar de Engel toe en zei tegen Hem: Geef mij dat boekje. En Hij zei tegen mij: Neem het en eet het op, en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing. En ik nam het boekje uit de hand van de Engel en at het op, en het was in mijn mond zoet als honing, maar toen ik het opgegeten had, werd mijn buik bitter. En Hij zei tegen mij: U moet opnieuw profeteren over vele volken, naties, talen en koningen.”
Pas toen Johannes gewillig was om “het boekje” te eten – om het zich eigen te maken en het Woord dus wederom “tot vlees was geworden”, één vlees met hem – pas toen hoorde hij die stem tot hem zeggen: U moet opnieuw profeteren”. Toen pas werd hij bekwaam gemaakt en zo zal ook de Bruidsgemeente – op dezelfde wijze – alleszins bekwaam worden gemaakt. Dan zal ze, net als Mozes ook, al de woorden Gods spreken. De boodschap blijft dezelfde; want het is niet vandaag “zus” en morgen “zo”.

In Ezechiël 3:1-4 lezen wij dat ook Ezechiël een (boek)rol moest eten:
“Daarna zei Hij tegen mij: Mensenkind, eet wat u aantreft. Eet deze rol op, ga, spreek tot het huis van Israël. Toen deed ik mijn mond open en Hij gaf mij die rol te eten. Hij zei tegen mij: Mensenkind, geef uw buik te eten, vul uw binnenste met deze rol, die Ik u geef. Toen at ik en hij werd in mijn mond als honing zo zoet. Toen zei Hij tegen mij: Mensenkind, ga, begeef u naar het huis van Israël en spreek tot hen met Mijn woorden.”
Het Woord moest rijkelijk in hem wonen en toen pas was hij bekwaam om te spreken, allereerst tot “het huis Israël”, tot de Gemeente van God, tot zijn eigen broeders en zusters.

God zal altijd Zijn Woord doen komen op tweeërlei wijze; in zegen en in oordeel in het Huis Gods. Daardoor wordt het volk bekwaam gemaakt en vindt reiniging plaats. Dan zal het volk en masse (= massaal), als lichaam, bekwaam gemaakt worden om hetzelfde te doen ten opzichte van de wereld, die in het boze ligt.
Maar het Woord Gods begint met het oordeel steeds bij het Huis Gods, zegt 1 Petrus 4:17,

  • “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?”

En het is ten goede als dat Woord geestelijke kankergezwellen in ons uitsnijdt. Het is een tweesnijdend zwaard, dat snijdt aan beide kanten, ten goed of ten kwade.
Zo zal dan de Bruidsgemeente opwassen (= [vol]groeien) in genade, tot een volkomen man ten tijde van Christus’ wederkomst… Dan zal het zijn zoals in de dagen van Mozes: Bloed en Bruidegom!

De Bloedbruidegom
Exodus 4:20-31 in profetisch licht

Bloedbruidegom - schema

EINDE

CJH Theys
Enigszins bewerkt door A. Klein

PDF (in tablet of smartphone-formaat)
Wie een studie in A4 (voor printen) wil hebben, kan dat aanvragen.

***********************************************************************************

[1] Er is hier – heel bewust – gekozen voor het woord MAAGD uit de Statenvertaling. Zowel de HSV als de NBV heeft dit woord vertaald met meisjes, wat in deze context onjuist is. Het woord maagd staat namelijk voor reinheid, zuiverheid, kuisheid etc. en kan – in de geestelijke zin waarvoor het hier bedoeld is – ook het mannelijke geslacht inhouden (daar die net zo goed tot de Bruid van Christus zullen behoren). (noot AK)

.

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Heiligmaking, Studie van CJH Theys, Wederkomst van Christus en getagged met , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s