Tabernakel symbolieken (15): De priesterwijding

De verzoening van het altaar en het voortdurende offer
(Lees Exodus 29 en Leviticus 8)

Priesterwijding

De klederen (uit deel 14) hebben ons verteld hoe wij als kinderen Gods, en als arbeiders in het bijzonder, BEELDDRAGERS moeten zijn van Jezus, onze hemelse Hogepriester (Rom.8:29). Thans hebben wij in beschouwing te nemen hoe een arbeider Gods tot de dienst van zijn Heer moet worden gewijd.
Elke hogepriester en priester moest in de dienst van de tabernakel worden INGEWIJD. Dit wil in overdrachtelijke zin zeggen dat elke GEROEPEN arbeider van de Here tot de bediening van de Gemeente van God – na gereinigd te zijn in het Bloed van het Lam, na GEHEILIGD te zijn door Zijn Woord (Joh.17:17) en na zich VRIJWILLIG in toewijding aan zijn Heer te hebben gegeven – gesterkt en bekwaam gemaakt moet worden in en door de Heilige Geest (Hand.1:8).

Voor deze inwijding waren nodig:
1. een (volkomen) var (= jonge stier);     )
2. twee (volkomen) rammen                     )
–> een drievoudige dier-offerande;        )  Exodus 29:1-3 en Leviticus 8:1-4
3. een ongezuurd brood                             )
ongezuurde koeken met olie gemengd   )
ongezuurde vladen met olie bestreken   )
–> een drievoudige spijsofferande.         )
Deze 3-voudige offeranden vertellen ons dat de dienstbaarheid op Gods arbeidsveld geheel een zaak van God is, Die aan de ene kant ons leven – dat zich, na door Hem hiertoe geroepen te zijn, in toewijding wil geven – wil reinigen in Zijn verzoenend Bloed, maar aan de andere kant ons ook wil vullen en gemeenschap wil geven met Zichzelf, met Zijn Eigen Heerlijkheid (Joh.17:22).

Inleidende handelingen

Ritueel Betekenis
(1)
Zij moesten zich wassen (Exod.29:4, Lev.8:5-6).
WATERDOOP. Waarlijk deel hebben aan de dood van Christus. Een dienstknecht van God mag niet meer leven uit het oude, zondige leven, niet leven in bewuste zonden, maar moet daarvan AFGESTORVEN zijn (Rom.6:1-6).
(2)
Zij moesten zich kleden met de voorgeschreven gewaden (ziet vorig hoofdstuk). (Exod.29:5-6 + 8-9a, Lev.8:7-9 +13)
Alle heilige klederen moesten ze aangetrokken hebben, alvorens ze gezalfd werden (zie punt 3).
Het geestelijk kleed van de WEDERGEBOORTE aan de ene kant (Joh.3:3 en 5, 1Petr.1:23 + 1:4, Joh.13:34-35), en VOORTGEZETTE kruiswerkingen aan de andere kant (Joh.3:30). De Natuur en het Wezen van Christus moet in zulk een leven de overhand verkrijgen. Je moet een “overwonnene” van het Woord zijn. De volle rechtvaardigmaking moet aan een kind van God voltrokken zijn, vóór er sprake is van enige taak in het Heiligdom van God (1Tim.3:1-13, 2Tim.2:24-25, Tit.1:6-9, Matth.11:29, Joh.1:14 + 16-17).
(3)
Zij werden gezalfd (Exod.29:7, Lev.8:12).
DOOP met de Heilige Geest. Het is Gods wil dat IEDER kind van God met Zijn Geest worde gedoopt (Hand.2:38-39), als een onderpand van de eeuwige erfenis (Ef.1:13-14 + 5:17-18).
(4)
Hun handen moesten door Mozes worden gevuld (Exod.29:9b).
GEBEDSLEVEN. De Here Jezus vult ook de handen van Zijn met de Geest gedoopte kinderen en dienstknechten met Zijn zegen en kracht, evenzovele malen als zij in het gebed de handen tot Hem opheffen (1Tim.2:8). Deze zegen en kracht stroomt via de handen Gods kind en dienstknecht binnen. Via zijn handen ook worden anderen weer gezegend, als hij hen biddend de handen oplegt.
Dat Gods kinderen leren om in devotie hun handen ten hemel te heffen.

Het eigenlijke wijdingsfeest

Ritueel Betekenis
(5)
Een VAR werd tot een ZONDOFFER geofferd (Exod.29:10-14, Lev.8:14-17).
Gemeenschap met de Liefde Gods.
De Liefde Gods dreef Hem, in Christus, naar Golgotha (Joh.3:16) om daar VERZOENING te brengen voor de GANSE wereld (2Kor.5:19, 1Tim.2:4, Hebr.9:12).
Alzo moet elke dienstknecht van God alléén door deze Liefde Gods worden gemotiveerd om zijn leven te wijden aan de dienst der VERZOENING (2Kor.5:14-15 en 18). Deze Liefde Gods moet worden uitgestort in ons hart door de Heilige Geest (Rom.5:5). Gelijk deze Liefde Gods de Zoon vóór de grondlegging der wereld riep tot het Verlosser-schap (1Petr.1:20, Ps.40:7-9), alzo roept deze Liefde Gods elke arbeider in Christus tot zijn eigen bestemde taak in het Lichaam van Christus (Ef.4:11).
Aäron en zijn zonen moesten hun handen op het hoofd van de var leggen. Elke dienstknecht van God moet zich identificeren met deze verzoening en met deze Liefde Gods tot verzoening der wereld, de last der zonden (de last der verlorenen) in de Liefde Gods brengend voor Gods aangezicht.
Het bloed van de var moest bestreken worden op de hoorns van het altaar en al het bloed moest worden uitgegoten op de bodem van het altaar. Het Bloed van het Lam van God zal het berouwvolle hart, dat zich zo in het gebed tot Hem geeft, wassen; en door de Bloedstroom wordt het gans en al gereinigd (1Joh.1:7-9).
De var moest – behalve zijn vet, zijn nieren en het net over de lever – buiten de legerplaats worden verbrand. Jezus moest buiten Jeruzalem worden gekruisigd (Hebr.13:11-13).
Het vet, de nieren en het net over de lever moesten op het brandofferaltaar worden verbrand. Voor de gelovige is er GENADE op grond van deze verzoening, als zijn hart en leven deel wil hebben aan het zoenoffer van Gods Lam.
(6)
De EERSTE RAM werd ten brandoffer geofferd (Exod.29:15-18, Lev.8:18-21).
Dit brandoffer werd tot as.
Gemeenschap met de overgave van Jezus.
Jezus werd, door Zijn OVERGAVE in de dood, ons tot LEVEN gesteld (2Kor.5:21). Niet Zijn wil geschiede, maar des Vaders wil (Matth.26:39, Hebr.10:5-7, Ps.40:7-9). Net zo moet onze overgave aan de Here zijn. Ons GANSE wezen (lichaam, ziel en geest, Rom.12:1-3),onze wil (Matth.6:10), moet op Gods altaar geofferd worden ten BRANDOFFER, en dit offer moet worden VERTEERD tot AS!
Gods Geest moet onze wil voeren tot de hoogte van ‘s Vaders Wil.
De ingewanden en schenkels moesten worden gewassen. Zo moet ons INWENDIG als UITWENDIG leven (onze handel en wandel) gereinigd zijn, wil onze overgave oprecht zijn en blijven.
Het bloed van de ram werd rondom het altaar gesprenkeld. Ons hart moet onder de DEKKING (bewaring) blijven van Zijn dierbaar Bloed (1Thess.5:23).
(7)
De TWEEDE RAM werd tot een vuloffer geofferd (Exod.29:19, Lev.8:22).
Gemeenschap met de toewijding en kracht van Jezus. Typeerde de EERSTE RAM onze OVERGAVE in het voetspoor van de overgave van Jezus; de TWEEDE RAM typeert de PRIESTERWIJDING zelf, eveneens in het voetspoor van Jezus, immers hebben wij Zijn werk van VERZOENING voort te zetten, in Zijn zoete Naam en in de kracht van de Heilige Geest (2Kor.5:18-20, Matth.10:1).
Aäron en zijn zonen leggen de ram, alvorens geofferd te worden, de handen op. Dit typeert de GEMEENSCHAP met de WIJDING van Jezus, met het werk der verzoening, dat Hij op Golgotha principieel volbracht, maar die wij nu in Zijn Naam en in de kracht des Geestes aan de mensheid hebben uit te dragen.
Het bloed van de ram (Exod.29:20, Lev.8:23-24) werd bij Aäron en zijn zonen gestreken
– op hun rechteroorlapje,
– op de duim van hun rechterhand,
– op de grote teen van hun rechtervoet,
Verder werd het bloed op het altaar gesprenkeld “rondom heen”.
Voor zijn priesterdienst moet de ingewijde
– dezelfde gehoorzaamheid hebben aan de Vader als Jezus,
– dezelfde liefdevolle handel, en
– dezelfde liefdevolle wandel als die van Jezus.
Ja, zijn ganse hart (altaar) moet deze “toegerustheid” tot de dienst der verzoening kennen, net als het hart van Jezus (Luk.1:17d).
Het bloed van de ram, gemengd met zalfolie, werd gesprenkeld op de klederen van Aäron en zijn zonen (Exod.29:21, Lev.8:30). De “ZIELEKLEDEREN” (het karakter) van de ingewijde moeten dezelfde reine MOTIVATIE tot de dienst als Jezus kennen, namelijk die van de Liefde Gods in de kracht van de Heilige Geest.
Het vet met de staart, het ingewandsvet, het net van de lever, en nieren met het vet eraan en de rechterschouder, en daartoe:
– een ongezuurd bolbrood,
– een ongezuurde koek geolied brood en
– een ongezuurde vlade worden op de handen van Aäron en zijn zonen gelegd tot een VUL- en BEWEEGOFFER (Exod.29: 22-24, Lev.8:25-27).
De ingewijde wordt met Gods Kracht aangedaan TOT DE BEDIENING (waartoe hij/zij geroepen is). Frappant is, dat dan heel het inwendige en de schouders van de ingewijde ook KRACHTIG door Gods Geest WORDT BEWOGEN, hij wordt als het ware dronken van de Geest (Hand.2:13-15, Ef.5:18).
Hierna, ontvangt hij het “drievoudige Brood”, de Goddelijke bedieningsgaven tot de dienst der verzoening (het Woord der verzoening; Luk.11:5-8). Alzo VULT God zijn handen tot de priesterdienst, naar zijn roeping. Hij vult het hart met Zijn Kennis en Wijsheid.
Daarna werd dit hele “beweeg- en vuloffer” op het brandofferaltaar verbrand als een vuuroffer (Exod.29:25, Lev.8:28). De dienstknecht van de Here geeft God al de eer van de ganse bediening. Zijn hart wil in niets delen in de glorie van de ganse zalving; welke eer God ALLEEN TOEKOMT (Jes 42:8 en 48:11).
Wij zijn als dienstknechten des Heren slechts als de “ezel”, die Hem bij de intocht in Jeruzalem moest dragen en naar Jeruzalem moest brengen. Ook die ezel liep over de klederen en de palmtakken. Maar ALLE EER, waarin ze liep, gold de Here en niet haar. Laat ons ondanks alle zegeningen blijven blikken op Hem alléén en ALLES van Hem verwachten, opdat de zegeningen ons niet hoogmoedig en onvoorzichtig maken.
Daarna werd de BORST en de andere SCHOUDER van deze tweede ram, die eerst tot een vul- en beweegoffer was, de Here gebracht tot een HEF- en DANKOFFER (Exod.29:26-28, Lev.8:29). De DANK, LOF en PRIJS die wij – dronken zijnde van Zijn zegeningen – Hem brengen met opheffing der handen (1Tim.2:8).
Hoe belangrijk is dit deel van onze bediening in de Here, namelijk dat wij Hem ALTIJD alle lof en dank en prijs gaan brengen.
De zoon die Aäron op zal volgen moet zijn klederen 7 dagen dragen, in dezelve wordt deze dan gezalfd (Exod.29:29-30). Zo moet het karakter van elke dienstknecht van Christus voortschrijden tot de volmaaktheid in Hem bereikt is. 7 is het getal van de PERFECTIE (Luk.6: 40). In het Laatste der dagen zal de Bruid van Christus worden gevoerd naar haar perfectie (Openb.12:1) en in het bijzonder geldt dit de vrucht van haar schoot, die er na de Bruiloft zal zijn door de “bevruchting” van de Bruidegom, de 144.000 (Openb.14:1-5 + 7:1-8) .
Het gezouten vlees van de ram en het brood van de offers ter wijding zullen Aäron en zijn zonen bij de deur van de tent der samenkomst eten. Niemand anders mocht van dit heilige eten. Wat over was moest worden verbrand (Exod.29:31-35, Lev 8:31-32). De dienstknechten van de Here, die het Evangelie bedienen, mogen van het Evangelie leven (1Kor.9:7-14, Matth.10:10). Toch zullen zij, als goede rentmeesters, de Evangeliegelden goed moeten beheren en die moeten besteden naar des Heren wil; namelijk, enkel en alleen tot bevordering van de Evangelische arbeid.

Roeping GodsResumerend komen wij tot de slotsom, dat:

  • gemeenschap met de VAR wil zeggen: gemeenschap met Zijn Liefde als de enige motivatie en drijfveer tot redding en verzoening van de in de zonde verloren mensheid;
  • gemeenschap met de 1ste RAM wil zeggen: gemeenschap met Zijn OVERGAVE tot het doen van het GODDELIJKE werk waar, wanneer en onder welke omstandigheden ook;
  • gemeenschap met de 2de RAM wil zeggen: gemeenschap met Zijn TOEWIJDING, Zijn KRACHTEN, Zijn VERMOGEN om het door God gestelde doel – met ons aandeel in het werk – te kunnen volbrengen;
  • gemeenschap met de 3 “BRODEN” wil zeggen: de nodige gemeenschap met het Goddelijke Brood des Levens, opdat onze woorden en daden de zondige mensheid tot REDDING, tot GEESTELIJKE SPIJZE en tot ZEGEN zij (Luk.11:5).
    Alzo wordt waar, wat Paulus – onder de zalving van de Heilige Geest – schreef: Ik ben met Christus gekruist; en ik leef; doch niet meer ik, maar Christus LEEFT IN MIJ… (Gal.2:20).
(8)
De INWIJDING van de nieuwe hogepriester moest 7 dagen herhaald worden. Ook het brandofferaltaar moest 7 dagen worden geheiligd. (Exod.29:36-37, Lev.8:33-36).
7 is het getal van de PERFECTIE.
Het brandofferaltaar typeert, zoals wij weten, het menselijk hart dat gereinigd moet worden in het Bloed van het Lam Gods, waar de var een typering van vormt. Ook deze hogepriesterwijding moest perfect zijn (7 dagen lang, elke dag een var, een brandoffer en een vuloffer), want het dienende hart moet de EEUWIGE VERLOSSINGEN in Zijn Bloed smaken (Hebr.9:12) en in Zijn reiniging en verlossingen BLIJVEN. Ook die 7-malige besprenkelingen met het bloed van de offerdieren op de Grote Verzoendag (Lev.16:18-20) wijzen op deze perfecte reiniging in Zijn Bloed. De zalving van het altaar wijst op de zalving met de Geest.
(9)
Exodus 29:38-46.
Het GEDURIGE offer: DAGELIJKS:
– ‘s morgens (9 uur) een éénjarig, volkomen lam;
– tussen twee avonden (3 uur) een éénjarig volkomen lam.
Bij de lammeren worden geofferd: als spijsoffer: 1/10 dl. meelbloem, gemengd met ¼ hin (1 hin = 6,5 liter) gestoten olie, als drankoffer: ¼ hin wijn.
Door dit GEDURIG OFFER zal de Here tot de kinderen Israëls komen en tot hen spreken en door dit WOORD GODS worden ze dan GEHEILIGD.
Dan worden ook de BEDIENAREN, Aäron en zijn zonen geheiligd, opdat zij het priesterambt bedienen.
Te midden van dit geheiligde Israël wil God WONEN en Hij zal hen tot een God zijn.
VOORTDUREND moet de knecht van God zijn hart aan God TOEWIJDEN en het Offer des Heren op zijn hart dragen tot voortdurende reiniging en heiliging ervan. De lammeren en daartoe het meel, de olie en de wijn, doen ons denken aan het eens-en-voor-altijd geslachte Paschalam, dat met brood en wijn gegeten werd (Exod.12:8, Luk.22:7-8 en 14-20).
Ook doen ze ons denken aan ONS Heilig Avondmaal. Alzo door dit Bloed GEHEILIGD, heeft de dienstknecht van God VOORTDUREND voor Gods aangezicht de wacht te houden, opdat hij de BOODSCHAP van God verneme en hij die in Jezus’ Naam doorgeve aan de Gemeente, opdat de Gemeente door Gods Woord GEHEILIGD worde (Joh.17:17) en hierdoor God te midden van Zijn kinderen kan wonen door de DOOP en VERVULLING des GEESTES (2Kor.6:16-18 + 7:1).

Wij zien uit het voorgaande, dat de GANSE bediening van de dienstknecht Gods UIT God is en DOOR God is, om de mensheid wederom TOT God te brengen (Rom.11:36).

.

Wordt vervolgd

Studie van bijbelleraar E. van den Worm
Enigszins bewerkt door A. Klein

 

******************************
Tabernakel symbolieken

  1. Algemene beschouwing met betrekking tot de tabernakel
  2. Hoe hebben de Israëlieten een kostbaar kunstwerk, als de tabernakel, in de woestijn kunnen bouwen?
  3. Plattegrond en constructie van de tabernakel
  4. De tabernakel brengt ons als Christen – in symboliek – de 9 ‘etappes’ die tot onze volmaking leiden
  5. De Poort
  6. Het koperen Brandofferaltaar
  7. Het koperen Wasvat
  8. De WONING of eigenlijke tabernakel
  9. De DEUR en de heilige zalfolie
  10. De Tafel met Toonbroden
  11. De GOUDEN 7-voudige KANDELAAR
  12. Het REUKALTAAR en het reukwerk
  13. De HEILIGE driehoek van Gods arbeid in ons
  14. (14a): De geestelijke heerlijkheids-klederen van Christus – waar ook Gods dienaren in hebben te wandelen om te kunnen dienen + (14b)

.

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Gehoorzaamheid aan God, Getuige-zijn, Heiligmaking, Studie van E van den Worm, Tabernakel-studie, Volmaaktheid in Christus, Werkers in Gods dienst, Woord en Geest en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s