Wederom Mijn volk (deel 8): De benauwdheid van Jakob

Het boek Hosea over de lotgevallen van de beide Israëlvolken:

Te weten:
het huis van Juda (2 stammen), en
het huis van Israël (10 stammen)

Herstel Israel

Deel 8

De benauwdheid van Jakob

Wij naderen het eind van de profetische lijn die in het boek Hosea is uitgezet en daarmee de ontknoping van het drama van de lotgevallen van de Israëlvolkeren. Nauwkeurige bestudering van het Boek Hosea –en van de andere profetische boeken van de Bijbel– zal ons tot het inzicht voeren dat wij na de bekering van Israël –waarmee wij de 10 stammen bedoelen, dus niet de Joden– een nieuwe afvalligheid van het geloof en in verband daarmee een tijd van grote benauwdheid te verwachten hebben, en daarna een hernieuwde bekering (nu samen met Juda). Want de ene keer lezen wij over een bekering als gevolg van een soort “rijpingsproces”, een “ontwaken uit een geestelijke slaap” (bijvoorbeeld in Hos.2:6) en op een andere plaats lezen wij over een bekering in een tijd van grote nood, dus als gevolg van benauwdheid (bijvoorbeeld in Hos.5:15): Zij zal haar minnaars najagen, maar hen niet inhalen (SV: En zij zal haar boelen [1] nalopen, maar dezelve niet aantreffen); hen zoeken, maar hen niet vinden. Dan zal zij zeggen: Ik ga, ik keer terug naar mijn vorige Man, want toen had ik het beter dan nu.” … “Ik ga en keer terug naar Mijn woonplaats (SV: tot Mijn plaats), totdat zij zich schuldig weten en Mijn aangezicht zoeken. In hun benauwdheid zullen zij Mij ernstig zoeken.” Het vredige van het ene tafereel laat zich moeilijk combineren met de zware druk waarover in een ander tafereel wordt gesproken. Verder blijkt uit een aantal passages dat nadat Israël tot bekering zal zijn gekomen, het op een gegeven ogenblik een oorlog ingaat, die uitmondt in een tijd van grote benauwdheid. Lees Hosea 1:10-11 (vers 11 zullen wij hierna nog uitvoerig bespreken; de contouren van het hier bedoelde bondgenootschap zien we reeds in het huidige NAVO-bondgenootschap) en Hosea 11:10 (komt eveneens hierna nog ter sprake): “Nochtans zal het getal der kinderen Israëls zijn als het zand der zee, dat niet gemeten noch geteld kan worden; en het zal geschieden dat ter plaatse, waar tot hen gezegd zal zijn: Gijlieden zijt Mijn volk niet; (dan) tot hen gezegd zal worden: Gij zijt kinderen van de levende God. En de kinderen van Juda, en de kinderen Israëls zullen samenvergaderd worden, en zich een enig hoofd stellen, en uit het land optrekken; want de dag van Jizreël zal groot zijn” (SV) … “Zij zullen de HEERE achterna wandelen, Hij zal brullen als een leeuw, wanneer Hij brullen zal, dan zullen de kinderen van de zee af al bevende aankomen” (SV). De hier bedoelde oorlog zullen wij tevergeefs in de geschiedenisboeken zoeken, want die ligt nog altijd in de toekomst. De tekenen der tijden geven ons echter te verstaan: heden in de zeer nabije toekomst. Want geen enkele oorlog uit de geschiedenis van Westers-Israël heeft tot nog toe voldaan aan de beschrijving die de Schrift geeft van deze grote profetische oorlog. Eén van de belangrijkste vermeldingen aangaande deze oorlog is, dat daarna massale geestelijke oplevingen plaats zullen hebben over het gehele rond der aarde. Zie hiervoor onder andere Joël 2.

Aan het eind van het vorige hoofdstuk zeiden wij reeds het één en ander over deze tijd van benauwdheid, die in de profetie-studie de “benauwdheid van Jakob” genoemd wordt. De belangrijkste beschrijving van deze oorlog – want dat is de oorzaak van deze benauwde en benauwende tijd – vinden we in Ezechiël 38 en 39, de bekende “Russische hoofdstukken” van Ezechiël. Wij noemden dit Schriftgedeelte al eerder en ook Zacharia 12, en hierboven Joël 2, waar over dezelfde oorlog gesproken wordt. In de meeste overige profetische geschriften van het Oude Testament komen eveneens verwijzingen naar deze “oorlog van Gog” voor. Wij zullen die nu niet allemaal noemen, maar ons bepalen bij wat het boek Hosea erover te vertellen heeft.

Allereerst gaan wij naar Hosea 10:12-15 (SV): “Zaait u tot gerechtigheid, maait tot weldadigheid; braakt u een braakland; dewijl het tijd is de HEERE te zoeken, totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene. 13 Gij hebt goddeloosheid geploegd, verkeerdheid gemaaid, en de vrucht der leugen gegeten; want gij hebt vertrouwd op uw weg, op de veelheid uwer helden. 14 Daarom zal er een groot gedruis ontstaan onder uw volken, en al uw vestingen zullen verstoord (HSV: verwoest) worden, gelijk Salman Beth-arbel verstoorde ten dage van de krijg (= oorlog); de moeder werd verpletterd met de zonen. 15 Alzo heeft Beth-el ulieden gedaan, vanwege de boosheid uwer boosheid; Israëls koning is in de dageraad ten enenmale uitgeroeid.” De eerste indruk is, als wij deze verzen lezen, dat het hier over het Oudtestamentisch koninkrijk Israël gaat in de laatste dagen van haar bestaan en over de invallen van de Assyriërs. Dat is ook zo, maar deze Oudtestamentische gebeurtenissen moeten beschouwd worden als heenwijzingen naar de eindtijd. Zoals zo vaak in de profetie van het Oude Testament wordt hier namelijk als het ware “geruisloos” overgegaan van de oude tijd naar de slotdagen van de huidige tijdsbedeling. De aanwijzing hiervoor vinden wij in Hosea 10:12. Met name het laatste deel van dit vers, totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene, maakt duidelijk dat hier een overstap naar een verre tijd gemaakt wordt. Want dit is nimmer vervuld in de Oudtestamentische bedeling. Dit is echter evenmin vervuld in de tijd toen de Israëlvolkeren van het Westen tot het Christendom overgingen, want toen was er niet een dreiging die te vergelijken is met de Assyrische opmars in de nadagen van het koninkrijk Israël. Bovendien wordt hier gesproken over “regenen”, een profetisch “gidswoord” dat altijd verwijst naar de uitstorting(en) van de Heilige Geest in de eindtijd! Israël zal in de Nieuwe (tijds)Bedeling, na haar overgang tot het Christendom, toch weer de HERE verlaten. Daarom zal er “een groot gedruis ontstaan onder uw volken (= de Israëlvolkeren) (Hos.10:14  [2]). Noot: Deze meervoudsvorm (“volken) is ook opmerkelijk, want in de oude tijd was Israël slechts één volk(je). Pas in de na-Bijbelse tijd is Israël uitgegroeid tot “een volle menigte van volken”, zoals door God aan Abraham beloofd (Gen.17:4-6): “Wat Mij betreft, zie, Mijn verbond is met u! U zult (een voor-) vader worden van een menigte volken. U zult niet meer Abram heten, maar uw naam zal Abraham zijn, want Ik zal u vader van een menigte van volken maken. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken: Ik zal u tot volken maken en er zullen koningen uit u voortkomen.”
“Een groot gedruis” zal er dus onder de Israëlvolkeren ontstaan in de eindtijd. Oorzaak: van het “Assyrië van de eindtijd” Rusland – zie mijn artikel “Redding uit de hand van Assur”, uit de Tempelbode van maart 1983 – de Magogiërs van Ezechiël 38, zal een grote dreiging uitgaan. Waren zij – het Westerse Israël – de HEERE trouw gebleven, dan zou voor hen Deuteronomium 32:30 gelden: “Hoe zou één man er 1.000 kunnen achtervolgen, en twee mannen er 10.000 laten vluchten, tenzij hun Rots hen verkocht en de HEERE hen uitleverde?” Maar door de afvalligheid van het geloof wordt Israël opnieuw aan hun vijanden overgeleverd.
Salman (uit Hosea 10:14) is zo goed als zeker Salmaneser V van Assyrië, die het 10-stammenrijk Israël wegvoerde in ballingschap: “Tegen hem trok Salmaneser op, de koning van Assyrië; Hosea werd zijn dienaar (SV: zijn knecht) en droeg schatting aan hem af” (2Kon.17:3). Beth-Arbel is een stad in het Over-Jordaanse, een gebied waarvan de meeste inwoners eerder werden weggevoerd. Maar dat geschiedde niet door deze Salmaneser, maar door Pul, dat is Tiglath-Pilneser III: “Toen wekte de God van Israël de geest van Pul, de koning van Assyrië op, en de geest van (SV: Tiglath) Tillegath-Pilneser, de koning van Assyrië. Deze voerde hen in ballingschap, te weten de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam van Manasse. Hij bracht hen in Halah, Habor, Hara en aan de rivier Gozan, tot op deze dag” (1Kron.5:26). Beth-Arbel was waarschijnlijk de enig overgebleven vesting aldaar, die pas viel vlak voor de algehele wegvoering van Israël. Op gelijke wijze zullen de fortificaties, de sterke vestingen van het Westerse Israël – zeg maar Noordwest-Europa en Noord-Amerika – in de eindtijd “verstoord worden” (Hos.10:14), ontmanteld, vernietigd, door het nieuwe Assur, Rusland en zijn bondgenoten. Ook het laatste bolwerk zal vallen, zodat haar lot dan beslist schijnt te zijn en communistische overheersing onafwendbaar zal lijken. Gog zal niet alleen de Joodse staat in Palestina benauwen, maar ook West-Europa en Noord-Amerika: “de kooplieden van Tarsis en al hun jonge leeuwen” (Ezech.38:13). En in deze grote benauwdheid zal het Westerse Israël terechtkomen vanwege “Beth-el” (zie Hos.10:15), de halfslachtige, wereldse godsdienst (de “kalverendienst”) en de grote afvalligheid van het geloof, die gepaard gaat met een ongekend grote toename van de ongerechtigheid (zie Hos.10:13). Wij wijzen er nog even op dat uit deze passage duidelijk de volgorde van enige gebeurtenissen van de eindtijd is af te leiden. In Hosea 10:12 vinden wij een oproep tot bekering, gevolgd door een belofte van zegen (de Spade regen). Deze oproep en belofte worden gericht tot het geslacht waarvoor geldt wat in Hosea 10:13-14 beschreven wordt (afval en benauwdheid). Met andere woorden, eerst komt de afvalligheid (Hos.10:13) en als gevolg daarvan de benauwdheid (Hos.10:14), daarna de bekering en de beloofde opwekking (Hos.10:12).

  • KLIK HIER voor het vervolg van Hosea, deel 8.

Wordt vervolgd

H. Siliakus
Bewerkt door A. Klein

**********************************************************************************

[1] Haar boelen = Degenen met wie zij (geestelijk gezien) in overspel leeft. (noot AK)

[2] Er staat in de oorspronkelijke tekst “volken”, maar… slechts enkele vertalingen geven die meervoudsvorm. De oude Statenvertaling heeft “volken”, de Herziene Statenvertaling geeft “volk”. (noot AK)

****************************

Deel 1: Hosea – De schrijver en het Boek
Deel 2: Israël vóór de tijd van Hosea
Deel 3: Israël in Hosea’s dagen
Deel 4: Israëls wegvoering
Deel 5: Omzwervingen en nieuwe woonplaats van Israël
Deel 6: De bekering van Israël
Deel 7: De toekomst van Juda

.

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Genadetijd Gods, Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Opwekking, Studie van H Siliakus, Uitleg over het boek Hosea, Wederkomst van Christus, Woord en Geest en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s