van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst (deel 10: Welke zin heeft het offer ?)

Jesus, Lamb, Lion

Welke zin heeft het offer ?

De OPSTANDING van Jezus Christus

Zolang als de mens op aarde bestaat is er “het offer” geweest. Direct al op één van de eerste bladzijden van de Bijbel lezen wij dat Kaïn en (H)Abel God offers brachten. Offeren in Bijbelse zin en betekenis houdt in dat de offeraar geeft van zijn eigendom aan God. Wij willen al direct opmerken dat offeren in déze religieuze betekenis voor de moderne mens geen zin noch waarde meer heeft. Waarom niet? Omdat het doel van het leven voor hem niet bestaat in-het-zich-geven, maar naar-het-zichzelf-toehalen. Dus: zoveel mogelijk “nemen” – “voor zichzelf houden” – “hebben”! Staande op deze grondslag (= dit fundament) kunnen wij ons voorstellen dat het een mateloze verschrikking moet zijn voor zo’n mens, wanneer hij (tegen zijn wil) iets moet weggeven van zichzelf; wanneer iets hem wordt afgenomen in dit leven, zoals “bezit” – “vermogen” – “gezondheid” en dergelijke.
God zij dank mag de Christen dit heel anders zien, vanwege Gods wondere genade in zijn leven. Zijn “bezit” is hem geschonken en ten aanzien van alles wat hij zijn eigendom kan noemen beseft hij dat het hem niet toebehoort. Hij beschouwt het als een geschonken gave Gods, waarmee hij zich dus niet mag identificeren. Het behoeft dan ook geen nader betoog dat de instelling van de Christen betreffende de dingen die hij onder zijn bereik heeft liggen opoffering van de ziel vraagt; want slechts door er zich steeds helder van bewust te blijven dat alles wat hij heeft (wat wij hebben) hem/ons niet zonder meer naar eigen willekeur ter beschikking staat – en ik (wij stellen één en ander nu meer persoonlijk !) bereid ben het aan God af te staan – verkrijg ik de juiste Bijbelse instelling ten aanzien van alles wat mij omringt. Zingen wij niet altijd:

Alles wat ik heb, dat heb ik van mijn Vader
Alles wat ik ben, dat ben ik door de Heer!

Jezus Christus gaf Zichzelf in Zijn lijden en sterven voor de mensheid. Ten aanzien van onze instelling tegenover de wereld en ons eigen leven kunnen wij deze gevolgtrekking maken: Zodra wij in alles op Jezus zien, gaan wij de weg verstaan die leidt tot zaligheid. Alles durven opgeven is louter genade en betekent dan: ons vertrouwen niet meer stellen op de wereld, ook niet op de medemens, maar op God alleen! Jezus roept ons toe dat hij slechts Hem waard is die bereid is vader en moeder om Zijnentwil te verlaten. Hij verlangt van de rijke jongeling dat hij alles opgeeft, weggeeft aan de armen, en dan terugkomt om Hem te volgen… En het gaat dan om “het eeuwige leven“! En wat God van ons verlangt is dat wij, als Christenen, wéét hebben van “offeranden” (= offers te brengen/geven aan God). “Het is beter te geven dan te nemen”. Amen.
Vanzelfsprekend betekent dit niet het verachten van vader en moeder. Integendeel, Hij Die gezegd heeft: “Eert uw vader en uw moeder!” (Efeze 6:2a) bedoelt dat alles wat de mens tot zijn beschikking staat in verband moet worden gebracht met God, door alles in Zijn Handen te leggen. Wij moeten te allen tijde bereid zijn om het Hem af te staan als Hij erom vraagt. God vroeg aan de aartsvader Abraham zijn enige zoon, zijn leven als het ware, te offeren; iets wat God later Zelf zou doen met betrekking tot Zijn eniggeboren Zoon Jezus. En deze Jezus gaf nog later Zijn leven weg, in de dood des kruises, opdat Hij het weer zou herwinnen. Door smart en leed leidt de weg ten Leven. Amen.
De weg van Christus is de weg van verlossing. God was IN Christus – dus openbaart Hij Zich aan ons in de schaduw van het kruis. De grote hervormer bij de gratie Gods, Maarten Luther, heeft met het oog op dit kruislijden van Jezus, Zijn dood en Zijn opstanding, geschreven: Hij is geworden “Heer over alle dingen; zo moeten òòk wij, leden van Zijn Lichaam op aarde, betrokken worden op Zijn opstanding en datgene deelachtig worden wat Hij daardoor voor ons heeft verworven”. In Zijn opstanding heeft Jezus Christus alles met Zich meegevoerd, opdat alles (de hele schepping is daarbij betrokken) nieuw zou worden. Dit kruis, dat haar slagschaduw werpt over de gehele schepping, toont ons een wereld die dwars door leed en dood heen op weg is naar “de dag van algehele vernieuwing”. Glorie voor onze Here Jezus Christus!
Vele tegenstanders van het Christendom menen dat de oorzaak van het Christelijk geloof moet worden gezocht in “valse berusting”, waarin dan troost wordt gezocht vanwege de ellende in de wereld. Wij willen slechts dit aanvoeren: het optimisme van de zogenaamde wereldverbeteraar en de Godverachter is een “utopie“. God en Zijn werken zijn niet te peilen met schoolse wijsheid. De eigenlijke ontmoeting met God zullen wij slechts ervaren in het faillissement van ons eigen leven. In de verlorenheid en de ellende van zo’n leven komt het geheim van het kruis openbaar. Gods handelen in ons leven gaat dwars door de vernietiging van ons “eigen-ik”. “Ik sterf elke dag… Ik leef, maar niet ik, maar Christus leeft in mij” roept de apostel Paulus uit (zie 1 Korinthe 15:31 en Galaten 2:20).
Net zo goed als het kruis volkomen overgave aan God betekent, zo worden wij alleen maar in en door de offerande vrijgemaakt van de wereld. De strijd in deze wereld betekent voor de Christen kruisiging van de oude mens, om straks (op Gods bestemde tijd en wijze) een glorieuze opstanding te beleven. Een proces dat een mensenleven lang voortduurt, maar dat des te krachtiger wordt naarmate de wereld zich daartegen teweerstelt. “Vreest niet! Ik heb de wereld overwonnen” roept Jezus ons toe (zie Johannes 16:33). Wanneer wij dit geloven, zo zal al datgene wat ons wordt voorgesteld een vreugde zijn. Gods teken in de wereld is de OPSTANDING van Jezus uit de doden! Geprezen zij Zijn wonderbare Naam!!
De opstanding van Jezus is de openbaring van de zin van de wereld. Dat wil zeggen: van Gods soevereine en heilige wil aangaande het doel dat God heeft met Zijn eigen schepping. Waarom wij dit zó zien? De grote verandering in het lichaam van Jezus – van sterfelijk en vergankelijk naar onsterfelijkheid en onvergankelijkheid – was als het ware de openbaring van de wegbereiding voor de Christen en Gods hele schepping: vanuit de vergankelijkheid naar de onsterfelijkheid,… naar eeuwige zaligheid,… naar het 1000-jarig Rijk [1], dwars door lijden, dood en verderf heen. “Verandering”, dat wil zeggen: net zoals het lichaam van Christus in de opstanding van vergankelijkheid en sterfelijkheid veranderd werd tot onsterfelijkheid, zó wordt straks de Christen als het ware “nieuw geschapen” (het opstandingslichaam is vrij van zonde) en de gehele schepping zal eveneens déze verandering, déze vernieuwing ondergaan (“een nieuwe hemel en een nieuwe aarde”), wanneer het einde, de “volheid van de tijd” is gekomen. O, halleluja!
De almachtige God zal, dwars door de grote catastrofe aan het einde der tijden (vergelijken wij daartoe Jezus’ Profetische Rede in Mattheüs, hoofdstuk 24 en hoofdstuk 25) deze totale verandering (= vernieuwing – totale ommekeer) bewerkstelligen, want “uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen” (Romeinen 11:36a) en:

  • “Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem” … “En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed van Zijn kruis(dood), door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelf, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.” (Kolossenzen 1:16-17 + 20)

Door deze dingen weten wij dat God bóven Zijn wetten staat. Dat wil zeggen, dat straks de wetten welke wij kennen geen stand houden – moeten wijken voor Gods soevereine handelen ten aanzien van mens en wereld. Wij kunnen als Christenen God niet tegenhouden door – met voorbijgaan van de eigen gestelde wetten – via daden van Zijn almacht te komen “tot voleinding”. Hij IS DE “Ik BEN!
Ja, zó is het! Inderdaad kunnen beklemming en verduistering, verrukking en verlichting ons overkomen, maar (hoe of het ook zij) wij zijn en blijven als Christenen in Gods hand. Hij laat de Zijnen niet los. En als we door grote benauwdheid heen moeten, dan is Hij het Die ons in het leven behoudt. Jezus is steeds nabij. Hij, Die van God verlaten werd (door te sterven voor onze zonden) zal ons nooit verlaten. Halleluja! Het is nooit Gods bedoeling om ons in de dood te laten omkomen, maar om ons eruit te doen opstaan voor Jezus’ eer en glorie. “Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?” (1 Korinthe 15:55). Onderzoeken wij voor een juist verstaan van al het bovenstaande ook nog wat geschreven staat in 1 Korinthe 15 vers 19-28:

  • “Indien wij alleen in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden van degenen, die ontslapen zijn. Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens. Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst. Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht. Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben. De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood. Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft. En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden aan Die, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.”

Wij moeten bij het schrijven van deze regels denken aan een gedicht van een bekende Nederlandse dichteres. Met een variant daarop schrijven wij nu:

“Sinds ik het weet – ik weet het wel, ofschoon”
“Nog onder ons zo dikwijls wordt gezwegen”
“Van Gods belofte, die bij ‘t spreken”
“Niet duid’lijk klinkt van toon”
“Sinds ik het wéét, is God mij steeds nabij”
“Toch, in d’ernst van‘t aardse leven vaak verloren”
“Héél diep als nooit tevoren”
“Gevoel ik Gods opstandingskracht in mij”.

Waarlijk zonder de opstanding van Jezus Christus uit de doden gaat het niet. Korter gezegd: zonder Pasen gaat het niet! [2] Zonder Pasen is het Christelijk geloof een onvoorstelbare zaak:

  • “Indien daar geen opstanding der doden is, zo is Christus ook niet opgewekt. En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel (HSV: zonder inhoud), en ijdel is (dan) ook uw geloof.” … “Want indien de doden niet opgewekt worden, zo is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs; (en) zo zijt gij nòg in uw zonden. (1 Korinthe 15:13-14 + 16-17)

Doch Jezus heeft Zijn woorden en Zijn boodschap van reddende liefde veel meer waargemaakt dan het merendeel van de jongeren van tegenwoordig met hun leuze: “Make love and no war”, please! Maar Jezus was allesbehalve een “dagdromer”. Hij heeft gemaakt dat alle Nieuwtestamentische verkondigingen geschreven konden worden, te boek gesteld zijn, met Pasen (Jezus opstanding) als uitgangspunt. Pasen is altijd weer opnieuw en geheel-en-al het “startpunt” van de boodschap van Jezus, als Gods “Zafnath-Paäneah” – (= ook de naam die farao Jozef gaf, zie Genesis 41:45) – Redder der wereld. Alles berust op Pasen. Glorie voor God!
Pasen is basis van het Christelijk geloof. Zonder Pasen (Jezus opstanding) is het kruis zinloos. De geloofsovertuiging dat het kruis betekenis heeft in Gods Raadsplan van verlossing is alleen maar vanuit Pasen te begrijpen. Het kruis zònder Pasen (zonder Jezus opstanding) kan alleen maar de mislukking van Jezus’ zending en loopbaan betekenen. Pasen is de kroon op het volbrachte werk aan het kruis. Amen. Zonder Jezus’ opstanding zou onze schuld niet doorbroken zijn, en ons geloof zou de basis hebben verloren. Maar nù geeft Zijn wonderbaarlijke opstanding ons de volle zekerheid dat God altijd staat aan de kant van hen die in de kracht van Gods Geest proberen in het rechte spoor van Jezus te gaan. Een weg die er (voor de wereldling) altijd nog dwaas genoeg uitziet maar, sedert de opwekking van Jezus, tòch de enig juiste weg is.
Het feit van Jezus’ opstanding is overigens een theologische kwestie. Het lege graf is een historisch bewijs. Het “hoe” van Jezus’ opstanding uit de doden is een “geheimenis”, een verborgenheid, welke straks tot klaarheid zal komen (= duidelijk zal worden), wanneer wij daarin participeren (= daaraan deelhebben). Niet alles wordt nù al verstaan, ofschoon alles toch de waarheid is. “Wij zien nog in een duistere rede…” (zie 1 Korinte 13:12) komt ook uit de mond van één van Jezus’ apostelen. En hem was toch een wonderbaarlijke kennis gegeven aangaande de bovennatuurlijke dingen. De Christen verstaat immers door het geloof en niet door wat hij aanschouwt. Trouwens, heel het Nieuwe Testament is niet geïnteresseerd in het HOE van de opstanding.
Toch lezen wij in het Boek van de Handelingen der apostelen dat zij “met grote kracht getuigenis gaven van de opstanding van Jezus Christus” (zie Handelingen 4:33a). Hoe zit dat nu? Wanneer wij even hierover nadenken, gaan wij één en ander begrijpen. Opstanding betekent in feite, in de grond van de zaak, toch NIEUW LEVEN! [3] Waren zij niet tevoren gedoopt met de Heilige Geest, de Belofte van de Vader (zie Handelingen 2:33)!? Die doop des Geestes maakte van Jezus’ discipelen andere, dat wil zeggen: nieuwe mensen. ALLES WAS NIEUW GEWORDEN. Halleluja! Amen. Wij kunnen dan ook béter spreken en schrijven: De Handelingen van de Heilige Geest door Zijn apostelen
Met het wonderbaarlijke gevolg dat er “genade, grote genade was over hen allen” (zie Handelingen 4:33b). De uitwerking ervan was zelfs nóg gróter (zie de verzen 34-37). Geprezen zij de Naam des Heren! Uit dit alles blijkt duidelijk dat het toentertijd (onder de uitstorting van de “Vroege Regen” [4]) niet alleen ging om de opstanding, maar in het bijzonder en méér nog om de OPGESTANE Heer en Meester!! En wij zijn er van overtuigd dat deze zelfde handelingen, genoemd in de verzen 34 t/m 37 (ofschoon deze nù nog niet worden gekend) straks wederom in de Gemeente van Jezus Christus zullen plaatsvinden onder de geprofeteerde en nog te verwachten “Spade Regen” [5] (volgens Joël’s profetie [6], de uitstorting van Gods Geest in de laatste dagen van de tijdsbedeling waarin wij thans leven).
Nogmaals willen wij hier benadrukken dat niet de opstanding zelf de basis is van ons Christelijk geloof, maar wèl de verrezen Here en Heiland Zelf! Het is alleen in de “ontmoeting” met Hem dat wij kunnen begrijpen wat Zijn opstanding betekent, en dientengevolge die van òns straks… De doop met de Heilige Geest en de blijvende vervulling met Gods Geest maakt de Here Jezus Christus reëel voor ons. [7] Wij zien dan ook Jezus’ leven diepzinniger en anders dan voorheen (al is dan onze “bekering” een eerste “ontmoeting” en “wedergeboorte” een absoluut “heilsfeit”): zó en niet anders – vanaf dit gezichtspunt. Daarom is voor ons het Nieuwe Testament in alle opzichten geloofwaardig; want het leven van die mensen die het geschreven hebben beantwoordden óók in alle opzichten aan DE Boodschap die zij brachten – aan HET Evangelie dat zij predikten.
In het Evangelie naar Mattheüs vinden wij als getuigen genoemd: Maria Magdalena en een andere Maria (de moeder van Jakobus, de vrouw van Kleopas). Denken wij ook aan de laatste getuige van de opstanding: Paulus (toen nog Saulus), de apostel. Hij was een overtuigd en daadwerkelijk aanhanger van de Joodse Wetsleer. Maar zijn leven veranderde van de ene op de andere dag… De overtuiging die hij tot dat ogenblik was toegedaan hield geen stand. Hij had Jezus ontmoet! Die ontmoeting maakte van hem de grote belijder van Zijn Naam. Wij hebben zijn eigen getuigenis: “En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien.” (1 Korinthe 15:8)
Paulus was ten diepste doordrongen van het nutteloze en verkeerde van alle “vrome prestatiedwang“. Het kruis werd voor hem het bewijs. Want dit kruis getuigde ervan dat het om een God gaat Die het verlorene en verdwaalde zoekt en nabij wil zijn in alles: Mensen die met lege handen in het leven staan. Daarom ook verkondigde hij voortaan Jezus Christus en Die gekruisigd (zie 1 Korinthe 2:2b en 1:23). Zijn ervaring was dezelfde vanwege zijn eigen ontmoeting met de opgestane Jezus. Zijn leven behoorde in het vervolg dan ook alleen déze Jezus toe. Voor Hem droeg en verdroeg hij alles: valse beschuldigingen, verdrukkingen, vervolging, folteringen, gevaarlijke zendingsreizen, en tenslotte een gewelddadige dood:

  • “En nu ziet, ik (= Paulus), gebonden zijnde door de Geest, reis naar Jeruzalem, niet wetende, wat mij daar ontmoeten zal; dan dat de Heilige Geest van stad tot stad betuigt, zeggende, dat mij banden en verdrukkingen aanstaande zijn. Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en de dienst, welke ik, van de Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie van de genade Gods. En nu ziet, ik weet, dat gij allen, waar ik doorgegaan ben, predikende het Koninkrijk Gods, mijn aangezicht niet meer zien zult.” (Handelingen 20:22-25)
  • “En als wij daar vele dagen gebleven waren, kwam er een zeker profeet af van Judea, met name Agabus; en hij kwam tot ons, en nam de gordel van Paulus, en zichzelf handen en voeten gebonden hebbende, zei: Dit zegt de Heilige Geest: De man, wiens deze gordel is, zullen de Joden alzo te Jeruzalem binden, en overleveren in de handen der heidenen. Als wij nu dit hoorden, baden beiden wij en die van die plaats waren, dat hij niet zou opgaan naar Jeruzalem. Maar Paulus antwoordde: Wat doet gij, dat gij weent, en mijn hart week maakt? Want ik ben bereid niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem voor de Naam van de Heere Jezus. En als hij zich niet liet afraden, hielden wij ons tevreden, zeggende: De wil des Heeren geschiede.(Handelingen 21:10-14)

Er zijn, hélaas, altijd mensen geweest die Jezus’ opstanding puur geestelijk wilden en willen verstaan. Zoiets als in de geest van Efeze 5:14 [8], waar de van God vervreemde mens, in zijn afvallige staat, wordt geroepen tot een leven met God. Anders gezegd: de geestelijke opstanding uit de dood – vanwege de zondigheid des mensen. Dòch de apostel Paulus heeft met grote ernst verkondigd dat Christus’ opstanding niets zou betekenen als deze ook niet de belofte inhield van ònze lichamelijke verheerlijking straks. Jezus is DE EERSTELING – GEEN EENLING! Amen. De gevolgen zijn allereerst te “ervaren”, om daarnà te worden “gezien”, “getoond” in de handelingen die volgen.
Jezus’ nabijheid is ervaarbaar in de vervulling met Zijn Geest. Binnen de Christelijke gemeenschap – dat is: de Gemeente, Zijn Lichaam – in gebed [9] (gemeentelijk dan wel individueel); maar altijd door Zijn wil te doen! Als God de dood (de wet van vergankelijkheid) op Pasen de macht heeft ontnomen (en dat heeft Hij gedaan – zie Mattheüs 28:18b) dàn kan ons in tijd en eeuwigheid niets meer scheiden van de liefde van Christus:

  • Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard? (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.) Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft. Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere.” (Romeinen 8:34-39)

Halleluja! Het betekent nog méér: Ons Christelijk geloofsleven heeft een nieuw perspectief gekregen door de doop met Zijn Geest. Een blijvende vervulling met Gods Geest maakt ons geestelijk bekwaam om te leven vanuit de daden van de Here Jezus Christus [10], en om zodoende Zijn toekomst tegemoet te gaan.
Als wij aandachtig en biddend de Schriftgedeelten 1 Korinthe 15:42-49 en 2 Korinthe 5:17 en 16 lezen, dan worden wij geconfronteerd met “het opstandingslichaam” en de vraag: “Wat is dat voor een lichaam?”

  • Alzo zal ook de opstanding der doden Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid; Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid; het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam, en er is een geestelijk lichaam. Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakende Geest. Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit de Hemel. Hoedanig de aardse is, zodanige zijn ook de aardsen; en hoedanig de Hemelse is, zodanige zijn ook de hemelsen. En gelijkerwijs wij het beeld van de aardse (= de eerste mens) gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld van de Hemelse (= de laatste Mens) dragen.” (1 Kor. 15:42-49)
  • Zo dan, indien iemand (geheel ‘gedrenkt’’) in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. 16 Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Kor. 5:17 en 16)

De apostel Paulus beantwoordt de vraag in beeldspraak en via een vergelijking. Hij heeft het dan over een “graankorrel”, die in de aarde valt en… sterft, om tot NIEUW LEVEN [11] te kunnen komen in stengel en blad en vruchtdracht. Paulus concludeert dan dat er een groot verschil is tussen “korrel” en het “nieuwe lichaam als plant”. “Hoe” dat NIEUWE LEVEN gestalte en vorm heeft gekregen is niet aan te wijzen vanuit “wat gestorven is”. Hier hebben wij nu te doen met het wonder, dat God overal in Zijn schepping werkt. En Hij doet dit wonder in grote verscheidenheid.
Daarom is er ook weer veel verschil in die soort lichamen, om met Paulus te spreken, zoals er ook weer veel verschil is tussen het vlees van vogels en dat van vissen. Zó is er ook verschil in bestaanswijze op aarde. En hetzelfde treffen wij aan in de wereld van de hemellichamen. De éne ster verschilt in glans en schittering van de andere. Zó is dan de conclusie, zegt de apostel (in 1 Kor. 15:42-49 en 2 Kor. 5:16-17), en dit moeten wij goed bedenken als gevraagd wordt naar het “hoe” van het opstandingslichaam. Met andere woorden, daar zijn zoveel mogelijkheden in dat wonderlijke scheppingsplan van God. Om dit nog meer te verduidelijken komt Paulus in zijn betoog neer op het grote verschil van “natuurlijke” lichamen en van “geestelijke” lichamen. Hij grijpt dan terug op wat geschreven is…
De “aardse” Adam (zie Genesis hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2) had namelijk een “psychische” bestaanswijze, de “hemelse” Adam (zie Johannes, hoofdstuk 1) heeft daarentegen een “GEEST-e-lijke” bestaanswijze. Daarom is de eerste mens “vlees en bloed” en de tweede is Geest. Vóórdat de apostel de vergelijking Adam – Christus maakte, begon hij met de vergelijking van “zaaien en oogsten”,… als “sterven en opgewekt worden”… Hij heeft één en ander verder uitgewerkt in vier tegenstellingen, te weten:

Er wordt gezaaid (gestorven): Er wordt opgewekt:
in vergankelijkheid in onvergankelijkheid
in oneer in heerlijkheid
in zwakheid in kracht
een lichaam van een ademend wezen – “ziel”, “vlees” (zwak, vergankelijk) een lichaam van een door de Geest beheerst wezen (sterk, onvergankelijk)

Wij willen ter completering hieraan nog toevoegen, die verzen welke vermeld zijn in 2 Korinthe 5:16-17 en 1 Korinthe 15:45-47.

Wij zijn in Adam: Wij zijn in Christus:
de levende ziel de levendmakende Geest
de natuurlijke de Geestelijke
qua mens: ziel en vlees qua mens: Geest
oude mens(heid) nieuwe mens(heid)
In Adam is er In Christus is er
schepping Schepping
beoordeling naar het vlees beoordeling naar de Geest
stof uit de aarde hemels uit de Hemelse
  • “Zo dan, indien iemand IN Christus is, die is een nieuw schepsel: het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden. 16 Zo dan (dat wil zeggen: “daarom”…) wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:17 en 16)

Waar dus in Christus ALLES NIEUW GEWORDEN IS, wil de apostel niet teruggrijpen naar het oude leven dat voorgoed voorbijgegaan is; wil hij dus degene die in Christus is niet meer kennen in zijn oude natuur! Als er geschreven staat dat “vlees en bloed” het Koninkrijk Gods niet zullen erven (zie 1 Korinthe 15:50), dan betekent dat, dat de mens – als zwak, broos, vergankelijk schepsel (creatuur) – niet in staat is zichzelf het onvergankelijk leven te verwerven. Dit moet hem geschonken worden, en het wordt hem ook geschonken vanwege de Here Jezus Christus, Die Zijn “vlees en bloed” gaf tot waarlijk “spijs en drank” ten eeuwigen leven,… (zie Johannes 6:54-55 [12]). Die ons door Zijn Geest laat delen in Zijn onvergankelijk leven. In dit licht betekent “geestelijk lichaam” dus niet zoiets als een onzichtbaar lichaam, maar een wedergeboren lichamelijke bestaanswijze, dòch geheel herschapen door Gods Geest tot een “vlekkeloze, rimpelloze staat” (geheel ontdaan van alle zondesmet – zie Efeze 5:27), geschikt voor het verheerlijkte leven in onverderfelijkheid. Hoe wondervol!
Ons wordt weleens de vraag gesteld of het “nieuwe” lichaam geformeerd wordt uit “iets” dat van het “oude” overblijft? Met andere woorden, is er “continuïteit en “identiteit” tussen het lichaam van vóór de opstanding en dat van nà de opstanding?? Op grond van het feit dat de Schrift spreekt van: “ALLES IS NIEUW GEWORDEN” is het absurd om zoiets zelfs maar te denken. De desbetreffende tekst (van 2 Korinthe 5:17b) spreekt ook niet van een “overblijfsel”, maar wèl van: “HET OUDE IS VOORBIJGEGAAN”. Wil men dan toch die continuïteit en identiteit zoeken, dan moeten deze niet gezocht worden in iets dat uit het oude lichaam in het nieuwe overgaat, maar (naar onze bescheiden mening) toch zeer zeker in Gods wondermacht om het zo te scheppen!! Hem zij de glorie! Amen.
Begrijpelijker is de vraag: “Wat voor lichaam heeft de in Christus gestorven mens in de opstandingsheerlijkheid?” Op grond van de Schriftopenbaring kunnen wij zeggen: het is een “heerlijkheidslichaam”, onvergankelijk, onverderfelijk (zie Filippenzen 3:21 en 1 Korinthe 15:43) – een door de Heilige Geest beheerst lichaam (zie 1 Korinthe 15:46) – het weerspiegelt de heerlijkheid des Heren (zie 2 Korinthe 3:18) – het zal hemels zijn (zie 1 Korinthe 15:47). En dit alles wordt ons aangezegd en voorgehouden tot vertroosting te midden van alle verderf, pijn, ellende en verzoekingen op aarde, tot heiliging [13] (zie 1 Korinthe 6:14-15 en 1 Korinthe 15:32-34) in een duistere wereld, tot een oproep om te strijden, omdat wij te doen hebben met een overwonnen vijand (zie 1 Korinthe 15:53-55); en tenslotte om in alles te blijven volharden tot het einde toe. “Strijdt de goede strijd des geloofs”! (1 Timotheüs 6:12a). Maranatha – Jezus komt!!
Wij geven nu het volgende ter overweging nog door. Eén van de oudste verslagen (berichtgevingen) met betrekking tot de opstanding uit de doden, en alles wat hiermee samenhangt, is ongetwijfeld 1 Korinthe 15. Het is vanzelfsprekend van belang om hiernaast ook de Evangelieverhalen te bestuderen en te vergelijken (dus niet alleen lezen !): Mattheüs 28, Markus 16, Johannes 20 en 21. [14] In dit verband moet worden opgemerkt dat er vaak onderscheid wordt gemaakt tussen wat men graag noemt “grond-van-wat-men-gelooft” en wat behoort tot de “grond-van-de-uitleg-waarin-men-geloofd”.
Wat wij, Christenen, goed tot ons moeten laten doordringen is, dat Jezus Zelf steeds weer “de eerste Persoon”, “de centrale Figuur” is in, bij en van al de verschijningen nà Zijn opstanding. Nà Zijn verrijzenis OPENBAART Hij Zich steeds weer – Hij moet Zich telkens weer bekend maken, omdat aardse ogen Hem niet herkennen (niet onderscheiden). Halleluja! De opstanding waarin straks kinderen Gods zullen delen overeenkomstig de Schriftopenbaring (en welke hier op aarde zal geschieden) is niet het einde van Gods plan in hun leven. Net zoals Jezus “ten hemel voer”, alzó zullen ook allen die in Christus gestorven zijn opstaan uit de dood om daarnà (dus NA de grote verdrukking AK [15]) op te varen naar dezelfde hemel waarheen Jezus ging om ons allen een plaats te bereiden:

  • “Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van de archangel (= een aartsengel of overste engel), en met de bazuin Gods nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Heere wezen.” (1 Thessalonicenzen 4:13-17)
  • “Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.” … “Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u. Nog een kleine tijd, en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien; want Ik leef, en gij zult leven.” … “Martha zei tot Hem: Ik weet, dat hij (= haar broer Lazarus) opstaan zal in de opstanding ten laatste dage. Jezus zei tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?” (Johannes 14:1-3 + 18-19 en 11:24-26) [16]

Wij willen dit hoofdstuk thans besluiten met het Schriftwoord in 1 Petrus 5 vers 10-11:
“De God nu aller genade, Die ons GEROEPEN heeft tot Zijn EEUWIGE HEERLIJKHEID in Christus Jezus, nadat wij een weinig (HSV: een korte) tijd zullen geleden hebben, Dezelve volmake, bevestige, versterke en fundere ulieden. Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen”.

CJH Theys

NOOT
Alle in deze uitgave genoteerde Schriftuur is uit de Statenvertaling.

Overname uit deze brochure is toegestaan, mits met bronvermelding!

EINDE deel 10

Wordt vervolgd

*********************************************************************************

[1] Zie eventueel onze GRATIS studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze GRATIS en Diverse overdenkingen / studies bij Pasen”. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG: LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus. (Over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen) van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Vroege Regen = Het beeld van de UITSTORTING van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, in de begintijd van de Gemeente, zoals vermeld in Handelingen 2:1-4. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze GRATIS studie De ‘Spade Regen opwekking (in smartphone formaat) van H. Siliakus. (noot AK)
[6] Joël 2:23+28-29, “En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in de HEERE, uw God; want Hij zal u geven die Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u de regen doen nederdalen, de vroege regen en de spade regen in de eerste maand.” … “En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten.”
*) Zie eventueel onze GRATIS studie Crises van de eindtijd (Goddelijke gerichten vanaf de tijd van de grote afval, volgens de beschrijving van het boek -en de profeet- Joël) van H. Siliakus. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze GRATIS studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[8] Efeze 5:14, “Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die (geestelijk gezien) slaapt, en staat op uit de doden (= uit de geestelijke dood); en Christus zal over u lichten.”
[9] Zie eventueel onze GRATIS studie Leer bidden (over de noodzaak van gebed naar Gods wil) van CJH Theys. (noot AK)
[10] Zie eventueel onze GRATIS studie De Gever en Zijn Gaven van CJH Theys. (noot AK)
[11] Zie eventueel onze GRATIS studie, met ‘vers voor vers’ UITLEG: LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus. (Over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen) van E. van den Worm. (noot AK)
[12] Voor meer UITLEG over deze verzen, zie onze GRATIS studie Johannes – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God (met ‘vers voor vers’ UITLEG) van E. van den Worm. (noot AK)
[13] Zie eventueel onze GRATIS studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[14] Voor meer UITLEG over deze 2 hoofdstukken, zie onze GRATIS studie Johannes – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God (met ‘vers voor vers’ UITLEG) van E. van den Worm. (noot AK)
[15] Die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan” = Dus, deze opstanding – en de volgende teksten / beloftes van 1 Thessalonicenzen 4:13-17 – moeten m.i. wel NA de grote verdrukking plaatsvinden. Dit ‘bewijs’ kan men lezen in o.a. Openbaring 20:4+5b, “…en ik zag de zielen van degenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en zijn beeld niet aanbeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren… Deze is de eerste opstanding.”
*) Zie eventueel ons GRATIS artikel hierover: Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ?van A. Klein. (noot AK)
[16] Voor meer UITLEG over deze verzen, zie onze GRATIS studie Johannes – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God (met ‘vers voor vers’ UITLEG) van E. van den Worm. (noot AK)

**************************************************************

.

van Begin tot Einde… van Schepping tot Wederkomst

.
Deel 1: Verborgen hoop – Opmerkelijke vrees
Deel 2: Het uitgangspunt
Deel 3: ’s Mensen ontrouw – Gods trouw
Deel 4: Omweg en toch DE WEG…
Deel 5: Licht over de gehele schepping
Deel 6: Als God verder spreekt…
Deel 7: De schepping van de mens
Deel 8: Jezus Christus redt ons van het verderf
Deel 9: Het KRUIS en het geheim

.

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Uncategorized en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s