Openbaring 2 vers 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 1:
Gods arbeid

  • tot overwinning van de 7 Gemeenten; [1]

  • tot vorming van de Bruid van het Lam. [2]

_________________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [3]

_________________________________________________________________

Hoofdstuk 2

Christus’ zevenvoudige genade aan de 7 Gemeenten tot OVERWINNING

.

2. 
De Gemeentelijke periode van SMYRNA
(170 – 312 na Christus)

Deze tijdsperiode kende aan de ene kant een groeiende verstarring door ORGANISATIE van de steeds groter wordende Kerk, waarbij successievelijk (= ononderbroken) de “apostolische successie” ten grondslag lag (de gedachte dat Petrus en de bisschoppen, die voornamelijk in Rome, maar ook in andere hoofdsteden als Constantinopel, Alexandrië e.a., het bewind over de Gemeente voerden, als menselijke hoofden van de gehele Kerk van Christus moesten worden gezien; iets waaruit later het “pausdom” zou groeien) naast insluipende DWAALLERINGEN (“de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn, maar het niet zijn” – zie Openbaring 2:9 + uitleg, hieronder vermeld).
In de Gemeente van Smyrna ten tijde van de apostel Johannes waren het Joden die met hun wettische gedachten en werkheiligheid verwarring brachten in de leer der GENADE. In de tijdsperiode van SMYRNA (170-312 na Chr.) waren het HEIDENSE WIJSBEGEERTEN die het Christelijk geloof belaagden.
Aan de andere kant kende deze tijdsperiode de doorbrekende OPWEKKING van de Montanisten, die circa 160 na Christus was begonnen, en waarbij “Geestesdoop”,[4] “tongentaal” (net als ten tijde van Handelingen 2:1-4 [5]), “wonderen en tekenen” opnieuw de Gemeente kenmerkten.
Ook stond de Gemeente in deze periode bloot aan GOLVEN VAN VERWOEDE KERKVERVOLGINGEN. Namen van keizers als Marcus Auruseli, Septimius Severus, Diocletianus, Galerius, Maximinus, en anderen, en het verhaal van de uitgestrekte “catacomben” (de eerste christenen begroeven hun overleden, vaak gemartelde en/of gedode dierbaren in ondergrondse dodensteden – AK) onder de stad Rome, spreken boekdelen…
De Gemeente van Smyrna staat tenslotte ook typerend voor de vervolgde Gemeente/Kerk der laatste dagen.

Openbaring 2:8, “En schrijf aan de engel van de Gemeente in Smyrna: Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood is geweest en weer levend is geworden:”
Tot TROOST voor deze Gemeente stelt de Here Jezus Zich aan haar voor als de “Overste Martelaar”, “Die dood geweest is en weer levend is geworden”.

Openbaring 2:9, “Ik ken uw werken, verdrukking en armoede – u bent echter (in geestelijke zin) rijk – en Ik ken de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn, maar het niet zijn; zij zijn namelijk een synagoge van de satan.”
De Here kende het moedige GETUIGENIS van deze Gemeente, die temidden van vervolgingen stand hield. Als een verworpen deel van de toenmalige maatschappij vormde ze vanzelfsprekend een maatschappelijk ARMOEDIG deel, hoewel ze geestelijk rijk was in Christus.
Behalve deze druk van BUITEN had deze Gemeente ook een INNERLIJKE druk te verwerken van VALSE arbeiders en leraren: degenen “die zeggen dat zij Joden zijn, maar het niet zijn; zij zijn namelijk een synagoge van de satan”. Het waren “onbesnedenen van hart”:
“Want de besnijdenis heeft wel nut als u de wet houdt, maar als u een overtreder van de wet bent, is uw besneden zijn tot onbesneden zijn geworden. Als dan een onbesnedene de verordeningen van de wet in acht neemt, zal zijn onbesneden zijn dan niet tot besnijdenis gerekend worden? En zal hij die overeenkomstig de natuur onbesneden is, maar die de wet volbrengt, u dan niet oordelen, die mét de letter van de wet en de besnijdenis een overtreder van de wet bent? Want niet híj is Jood die het in het openbaar is, en niet dát is besnijdenis die in het openbaar in het vlees plaatsvindt, maar híj is Jood die het in het verborgene is, en dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.” (Romeinen 2:25-29)
In deze Kerkperiode bestonden deze dwaalleringen uit HEIDENSE FILOSOFIEËN, die door sommigen werden gepropageerd.

Openbaring 2:10, “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van 10 dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven.”
Tien achtereenvolgende golven van vervolgingen kenmerkten deze kerkperiode en tijdens keizer Diocletianus zou het martelaarsbloed 10 lange jaren hebben gevloeid… Met deze vervolgingen werd deze Gemeente “verzocht” (beproefd, getest) of ze Jezus ondanks alle vervolgingen bleef LIEFHEBBEN. Deden zij dat in GETROUWHEID TOT IN DE DOOD, zo zou de Heer der Gemeente haar kronen met de “levenskroon”, de “martelaarskroon”.

Openbaring 2:11, “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest (Gods Geest, de Heilige Geest) tegen de Gemeenten zegt. Wie overwint,[6] zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.”
De OVERWINNAARS uit deze Kerkperiode zouden, zoals wij hiervoor lazen, in alle eeuwigheid in Gods Koninkrijk worden getroost met de “martelaarskroon”, de “LEVENSKROON”, die hun als martelaren zou worden geschonken. Nimmer zouden zij door “de tweede dood” (zie Openbaring 20:14 + 21:8 [7]) worden beschadigd, omdat de Here hun Zijn eeuwige OPSTANDINGSKRACHT zal hebben gegeven.

.

3
De Gemeentelijke periode van PERGAMUS
(312 – 590 na Christus)

In 312 na Christus werd keizer Constantijn christen.[8] Een hemels teken (een lichtend kruis in de hemel) bracht hem hiertoe. Zijn leger zou overwinnen als het streed onder het teken van het kruis. Nadat hij onder dit teken vocht en overwon werd hij christen en werd het christendom officieel aanvaard, NAAST de heidense godsdiensten.
Spoedig werd onder keizer Theodosius (379-395 na Chr.) het christendom STAATSGODSDIENST, waarbij de keizer tevens hoofd werd van de Kerk. Hierdoor traden velen omwille van hun positie in de Romeinse staat tot het Christendom. Zo kwam ALGEMENE VERWERELDLIJKING in het Christendom, vooral toen er strenge maatregelen werden genomen tegen het heidendom. Bij kerkelijke twisten greep de keizer in en begunstigde die partij die hem aanstond.
PRACHT en PRAAL kwamen in KERKGEBOUW en AMBTSKLEDING; plechtige processies werden er gehouden; KAARSEN en WIEROOK werden ingevoerd in de kerkdiensten. In deze Kerkperiode verstevigde zich de KERKELIJKE HIËRARCHIE; de bisschoppen van de grotere steden voelden zich gaandeweg meerder dan die van de kleinere plaatsen. De concurrentiestrijd om de macht laaide allerwegen op.
Naast deze VERWERELDLIJKING en VERSTARRENDE ORGANISATIEDRANG kwamen dwalingen op in de leer en in de Kerk, onder andere die van de Manicheïsten (een Perzisch-heidense vermenging in het Christendom) en die van de “Pelagianen” (volgelingen van de monnik Pelagius), die WERKHEILIGHEID voorstonden. Ook ging men martelaren vereren en hun relikwieën (resten van hun beenderen) als amuletten beschouwen.
Als tegenhanger van de verwereldlijking in de Kerk ging men ascese beoefenen (onthouding van rijkdom, vlees, wijn, huwelijk).
Spoedig werd de ascese aangeprezen als de weg der heiligmaking. Kluizenaars en “zuilheiligen” [9] beoefenden de ascese. Weldra ontstonden er KLOOSTERVORMINGEN. Antonius de Kluizenaar (250-356 na Chr.) vormde er velen om zich heen. Anderen namen, verbonden aan het kloosterwezen, zijn: Pachomius (van Egypte) en Hiëronymus (van Bethlehem). Na 538 werd er in die kloostergemeenschappen WETENSCHAPPELIJKE ARBEID verricht. Alzo deden de Benedictijnen (Stichter: Benedictus van Nursia).
In deze tijd verviel gaandeweg de macht van het Romeinse keizerrijk en werden de bisschoppen van de hoofdstedelijke plaatsen Rome en Constantinopel hoe langer hoe machtiger.
Eén van de kerkgroten uit deze periode was Aurelius Augustinus (354-430 na Chr.), bisschop van Hippo Regius, ten westen van Carthago. Hij stierf tijdens de belegering van de stad door de Vandalen, die in die tijd mede het Romeinse Rijk ineen deden storten. Hij was een theoloog die de heersende dwaalleringen bestreed en op wiens GENADELEER de Katholieken van zijn tijd, en  later de Lutheranen en Calvinisten, zich hebben beroepen.
Ook staat de Gemeente van Pergamus typerend voor de vrijzinnige, wereldsgezinde en aardsgerichte Gemeente/Kerk van de laatste dagen.

Openbaring 2:12, “En schrijf aan de engel van de Gemeente in Pergamus: Dit zegt Hij Die het tweesnijdende, scherpe zwaard (van de Geest) heeft:”
Christus stelde Zich aan deze Gemeente voor als “het WOORD van God”: “Die het tweesnijdende, scherpe Zwaard heeft”:
“Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.” (Hebreeën 4:12)
“En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord. (Efeziërs 6:17).
Christus riep PERGAMUS – een afgedwaalde, verwereldlijkte Gemeente – tot BEKERING naar het NIEUWE LEVEN,[10] dat het patroon kent van Gods Woord, terug naar Christus en Zijn uitnemende GENADE.

Openbaring 2:13, “Ik ken uw werken en weet waar u woont, namelijk waar de troon van de satan is. U houdt vast aan Mijn Naam, en u hebt het geloof in Mij (SV: Mijn geloof) niet verloochend, zelfs niet in de dagen van Antipas, Mijn trouwe getuige, die gedood werd bij u, waar de satan woont.”
Deze Gemeente WOONDE in de WERELD, waar satan zijn troon in heeft:
“Nu wordt het oordeel over deze wereld voltrokken, nu zal de vorst (SV: de overste = beeld van de satan) van deze wereld buitengeworpen worden.” (Johannes 12:31)
“Ik zal niet veel meer met u spreken, want de vorst (SV: de overste) van deze wereld komt en heeft geen macht over Mij.” (Johannes 14:30)
Ten tijde van Johannes was Antipas een trouwe getuige van Christus en Zijn Woord, voor welk getuigenis hij gedood werd”. Een groot getuige van Gods Woord in de Kerkelijke periode van PERGAMUS was “Aurelius Augustinus”, die de dwaalleringen van zijn tijd bestreed.

Openbaring 2:14-15, “Maar Ik heb enkele dingen tegen u, namelijk dat u daar mensen hebt die zich houden aan de leer van Bileam, die Balak leerde voor de Israëlieten een struikelblok neer te leggen, opdat zij afgodenoffers zouden eten en hoererij bedrijven. Zo hebt u er ook die zich houden aan de leer van de Nikolaïeten en dat haat Ik.”
Twee dwaalleringen:
1.  De leer van Bileam.[11]
Bileam moest van Balak, vorst van Moab, de Israëlieten vervloeken, dan zou hij hoog beloond worden. ZIENDE OP DIT GELD zou Bileam gaarne Israël vervloeken, maar werd hiertoe door de Here verhinderd. Toen raadde hij Balak aan de Israëlieten te verleiden tot HOERERIJ met Moabietische vrouwen en tot het meedoen aan het offeren van hun afgoden. Zo zou de Here hen vervloeken. Alzo geschiedde het:
“Israël verbleef in Sittim, en het volk begon hoererij te bedrijven met de dochters van Moab. Die nodigden het volk uit bij de offers aan hun goden, en het volk at en boog zich voor hun goden neer. Toen Israël zich zo aan Baäl-Peor koppelde, ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Israël.” (Numeri 25:1-3)
“Zie, zíj waren door de raad van Bileam voor de Israëlieten de aanleiding tot trouwbreuk tegen de HEERE, in het geval van Peor, waardoor de plaag kwam onder de gemeenschap van de HEERE.” (Numeri 31:16)
Bileam kon zijn hoge beloning ontvangen. De “leer van Bileam” is dus een christenleven dat in feite op GELD uit is. Christen willen zijn omwille van een goede baan in de Romeinse staat, omdat het Christendom STAATS-GODSDIENST werd:
“Wee hun, want zij zijn de weg van Kaïn (zie Genesis 4:8 + 1 Johannes 3:12 [12]) ingeslagen en hebben zich om loon in de dwaling van Bileam gestort en zijn door het tegenspreken als (die) van Korach (lees Numeri 16:1-32 [13]) (Judas 1:11)
2.  De leer van de Nikolaïeten.
Deze leer was zeer vrijzinnig; liet wereldzin, overspel en ontucht in de Gemeente toe op grond van de goedertierenheid en barmhartigheid van God:
“Maar deze mensen lasteren wat zij niet kennen, als redeloze dieren, geboren met een natuur om gevangen te worden en te gronde te gaan. Zij zullen in hun verdorvenheid ten verderve gaan, en zij die een zwelgpartij overdag als een genot beschouwen, zullen het loon van de ongerechtigheid ontvangen; schandvlekken en smetten zijn het, die zwelgen in hun bedriegerijen, als zij met u de maaltijd gebruiken. Hun ogen zijn vol overspel en zondigen onophoudelijk; zij verlokken onstandvastige mensen en hebben hun hart geoefend in hebzucht; kinderen van de vervloeking zijn het. Zij hebben de rechte weg verlaten en zijn verdwaald en volgen de weg van Bileam, de zoon van Beor, die het loon van de ongerechtigheid liefhad.” (2 Petrus 2:12-15).

Openbaring 2:16, “Bekeer u. En zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal Ik tegen hen oorlog voeren met het zwaard van Mijn mond (= “het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord” – zie uitleg bij Openbaring 2:12).”
Roep tot BEKERING (= ZICH AFKEREN van het eigen, in wezen zondige – met satan verbonden – “ik”), anders volgt Gods oordeel! [14]

Openbaring 2:17, “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest (Gods Geest, de Heilige Geest)  tegen de Gemeenten zegt. Aan wie overwint,[15] zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte (keur)steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.”
De OVERWINNAARS uit deze Gemeentelijke periode zouden weer deel hebben aan het REINE BROOD DES LEVENS. Hun harten zouden zich weer spijzigen met de OPSTANDINGS-CHRISTUS, terwijl de “witte keursteen met hun naam erop gegraveerd” een WAARBORG vormde, die het verlossend BLOED van Christus hun zou bieden tegen alle zonden en onreine machten der duisternis. Destijds werden in Pergamus, in de afgodendienst van Asclepius,[16] witte keurstenen, met een geheime naam erin gegraveerd, als amuletten gegeven tegen ziekten en boze geesten; dit beeld van de beschermende witte keursteen was dus aan de Christenen van Pergamus wel bekend. De Heer gebruikte dit beeld als een heenwijzing naar Zijn verlossend, reinigend en bewarend BLOED.[17]

.

KLIK HIER voor het vervolg

  • De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van elk hoofdstuk.

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [18]
(1915 – 2013)

Digitaal uitgewerkt door A. Klein

*********************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen van CJH Theys. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest en/of De Gever en Zijn Gaven van CJH Theys. (noot AK)
[5] Handelingen 2:1-4, “En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.”
[6] Zie noot 1.
[7] Openbaring 20:14, “En de dood en het rijk van de dood (SV: de hel) werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood.”
Openbaring 21:8, “Maar wat betreft de lafhartigen (SV: vreesachtigen), ongelovigen, verfoeilijken (SV: gruwelijken), moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.”
[8] Constantijn is vooral bekend als de eerste Romeinse keizer die het christendom zou hebben aangehangen, en die de grondslag legde voor de christelijke fase van het Romeinse Rijk… Met zijn edict van Milaan (313 na Chr.) maakte Constantijn een einde aan de christenvervolgingen. Hoewel hij niet is opgenomen in de Latijnse lijst van heiligen, wordt hij in de westerse kerktraditie geëerd met de titel “de Grote” voor zijn bijdrage aan het christendom. (noot AK)
[9] Zuilheilige = Iemand die bij wijze van terugtrekking uit de wereld boven op ‘een zuil’ woont. Simeon de Pilaarheilige is de bekendste zuilheilige, maar zijn voorbeeld is door velen gevolgd. (noot AK)
[10] Zie eventueel onze studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[11] Zie eventueel https://www.derekprince.nl/bijbelstudies/jezus-volgen-discipelschap-bijbelstudies/de-dwaling-van-bileam/ (noot AK)
[12] Genesis 4:8, “En Kaïn sprak met zijn broer Abel. En het gebeurde, toen zij op het veld waren, dat Kaïn zijn broer Abel aanviel en hem doodde.”
1 Johannes 3:11-12, “Want dit is de boodschap die u vanaf het begin gehoord hebt, dat wij elkaar moeten liefhebben; niet zoals Kaïn: hij was uit de boze en sloeg zijn broer dood. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.”
[13] Gedeelte uit Numeri 16:1-32, Het oproer van Korach, Dathan en Abiram tegen Mozes en Aäron: “2 Zij kwamen in opstand tegen Mozes, samen met 250 mannen uit de Israëlieten, leiders van de gemeenschap, afgevaardigden naar de vergadering, mannen van naam. … 28 Toen zei Mozes: Hierdoor zult u weten dat de HEERE mij gezonden heeft om al deze daden te doen, dat zij niet uit mijn eigen hart voortgekomen zijn. … 31-33 En het gebeurde, toen hij (Mozes) geëindigd had al deze woorden te spreken, dat de aardbodem die onder hen was, gespleten werd. De aarde opende haar mond en verzwolg hen, met hun gezinnen, en alle mensen die Korach toebehoorden, en al hun bezittingen. En zij daalden levend af naar het graf, zij en alles wat van hen was. En de aarde overdekte hen, en zij waren verdwenen uit het midden van de gemeente.”
[14] Zie eventueel onze studie God gaat in de eindtijd de Gemeente / Kerk en de wereld schudden en/of De dag van JaHWeH (De dag des Heren) en/of De 7 donderslagen van Openbaring 10:3van E. van den Worm. (noot AK)
[15] Zie noot 1.
[16] Asclepius = In de Griekse mythologie de ‘god’ van geneeskunde en genezing. (noot AK)
[17] Zie eventueel onze studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[18] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)
Advertenties
Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Openbaring 2 vers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 (+ gratis UITLEG)

KLIK HIER voor Openbaring, hoofdstuk 1 (PDF)

.

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 1:
Gods arbeid

  • tot overwinning van de 7 Gemeenten; [1]

  • tot vorming van de Bruid van het Lam. [2]

_________________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [3]

_________________________________________________________________

Hoofdstuk 2

Christus’ zevenvoudige genade aan de 7 Gemeenten tot OVERWINNING

Zoals gezegd (zie hoofdstuk 1 van Openbaring, de verzen 4-8 en 11 + uitleg) typeren de 7 Gemeenten van Klein-Azië, die zich daar werkelijk ten tijde van Johannes bevonden met hun beschreven kenmerkende toestanden, de Gemeente/Kerk van Jezus Christus op aarde, gedurende de 7 tijdperken van haar bestaan (zie schema) tot aan de Wederkomst [4] van haar Bruidegom-Koning toe.[5]

Openbaring, foto schema hoofdstuk 2Schema, rond 1980 gemaakt door de schrijver van deze studie

Jezus heeft deze 7 Gemeenten, ja Zijn gehele Gemeente/Kerk, met Zijn Bloed gekocht,[6] maar nog zeer veel in hen is ONGEREINIGD en dus VERWERPELIJK. Jezus, de hemelse Hogepriester, Die in hun midden wandelt, spoort hen hier aan zich in BEKERING aan Hem OVER TE GEVEN, opdat Hij hen niet als verwerpelijk moet afsnijden van de hemelse Wijnstok:
“Ik (= Jezus) ben de ware Wijnstok en Mijn Vader (= God) is de Wijngaardenier. Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij (= God, de Vader) weg; en elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt. U bent al rein vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb. Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand. Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen.” (Johannes 15:1-7).[7]
Opeenvolgend in de Kerkgeschiedenis zien wij, NA de apostolische tijd (van 33 – 70 na Christus), optreden:

Typerend beeld

De Kerkperiode die getypeerd wordt

Het oordeel van de hemelse Hogepriester

1. De Gemeente van EFEZE

De Kerk van 70 – 170 na Christus

Afgevallen uit de Gemeenschap, met Christus werk in EIGEN kracht, zodat zij de LIEFDE GODS (de “eerste liefde”) missen.

2. De Gemeente van SMYRNA

De Kerk van 170 – 312 na Chr.

Geen veroordeling.

ZWAAR vervolgde Kerk.

3. De Gemeente van PERGAMUS

De Kerk van 312 – 590 na Chr.

GEMEENSCHAP MET DE WERELD! Tolerantie t.a.v. wereldse ideeën;

wereldsgezindheid.

Vrijzinnigheid; MAMMON-dienst.

4. De Gemeente van THYATIRA

De Kerk van 590 – 1517 na Chr.

De tijd van de “donkere middeleeuwen”.

Valse Kerkleer; Afgoderij!

5. De Gemeente van SARDIS

De Kerk van 1517 – 1750 na Chr.

DOOD-formalisme; NAAM-christendom; traditie; gebedloos.

6. De Gemeente van FILADELFIA

De Kerk van 1750 – 1906 na Chr.

Geen veroordeling.

Broederliefde. Woordgetrouwheid. Trouw aan Christus; “Open Deur”.

7. De Gemeente van LAODICEA

De Kerk van 1906 –

Wederkomst Christus

Nationalisme. Materialistische levenshouding; zelfgenoegzaamheid; geestelijke blindheid; BUITEN CHRISTUS.

Wij zien hier de Gemeente/Kerk van Christus, haar volgend in haar geschiedenis, in eigenwilligheid haar EIGEN weg gaan van CHRISTUS AF, maar soms ook zich weer tot Hem kerend, haar hart tot Hem richtend, Hem weer dienend naar Zijn Wil, zodat in het laatste geval de Heilige Geest Gods haar kan vullen met OPWEKKENDE KRACHTEN, haar dan makend tot het LEVENDE LICHAAM van Christus, tot een levende, heilige Woonstede van Gods Geest:
“gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de Hoeksteen is,… tot een heilige tempel [8] in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning (SV: woonstede) van God, in de Geest.” (Efeziërs 2:20-22)

.

1.
De Gemeentelijke periode van EFEZE
(70 – 170 na Christus)

De eerste na-apostolische Gemeentelijke periode, hier getypeerd door de Gemeente van EFEZE, die van 70-170 na Christus werd bedreigd door verschillende gevaren. Behalve door tijdelijk oplaaiende Christenvervolgingen tijdens de regeringen van de keizers Domitianus (81-97 na Chr.), Trajanus (98-117 na Chr.) en vooral Marcus Aurelius (161-180 na Chr.) werd de Kerk van de 2de eeuw na Christus bedreigd door enige dwaalleringen en afvalligheden.
De Gemeente van EFEZE, als haar typerend voorbeeld, toont ons aan dat zij – ondanks haar in menselijke ogen voorbeeldige activiteiten – van haar hoge levensstandaard IN en DOOR God de Heilige Geest was vervallen in een MENSELIJK, aardsgerichte godsdienst voor God en Christus, dus ZONDER Christus! Want deze gelovigen missen de waarachtige gemeenschap met God en daarom ook DE LIEFDE Gods (de “eerste liefde”). Deze gelovigen zoeken de rechtvaardigheid door werken en missen zo de rechtvaardigheid uit God:
“Omdat zij immers de gerechtigheid van God niet kennen en een eigen gerechtigheid tot stand proberen te brengen, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen.” (Romeinen 10:3)
“Wij komen dus tot de slotsom dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt zonder werken van de wet.” (Romeinen 3:28)
“Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus. Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God. En dit niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop. En de hoop beschaamt niet, omdat de (agape)liefde [9] van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.” (Romeinen 5:1-5)
Zo werden in deze tijd de Apologen gevonden, die de christelijke godsdienst meenden te moeten verdedigen op FILOSOFISCH-DOGMATISCHE, dus MENSELIJKE, wijze.
Een andere MENSELIJKE stroming en dwaling door satan gebracht in het jonge christendom was de Gnostiek; een naam afgeleid van het Griekse woord “gnosis” = kennis. Deze stroming wilde het christendom FILOSOFISCH-WIJSGERIG (platonisch; Plato was een Griekse wijsgeer van 427-347 voor Chr.) bezien; en zeiden zo een DIEPER INZICHT in de Goddelijke geheimen te hebben, de menswording van Christus en Zijn verlossing door Zijn Bloed loochenend.[10]
Weer een andere stroming en dwaling was het Marcionisme, een ketterse dwaalleer, die van 2 Goden sprak, de “God van de Joden” en de “God van de christenen”…
Tegen het einde van deze Kerkperiode van EFEZE (156 na Chr.) kwam er een OPWEKKINGS-BEWEGING tot stand, een hernieuwd PINKSTEREN, het zogenoemde “Montanisme” (leider: Montanus van Pepuza, in het hart van Klein-Azië). Deze opwekkingsbeweging verbreidde zich sterk onder de toenmalige christenen, ook onder die te Rome waren en die van Noord-Afrika (onder andere Tertullianus). Men sprak weer in “nieuwe tongen” (net als ten tijde van Handelingen 2:1-4 [11]), er was weer profetie, er waren weer wonderen en tekenen! Men kende een sterke “Maranatha”-verwachting (“onze Heer zal komen”) en men geloofde in het 1000-jarige Rijk.[12]
De Kerkleiders van die tijd stonden aanvankelijk aarzelend tegenover deze opwekkingsbeweging en stelden zich tenslotte vijandig tegenover haar op. Kende de Kerk over het algemeen christenvervolgingen vanwege de HEIDENSE keizers, deze opwekkingsbeweging onderging het ook tijdens de regeringen van christen-keizers die na Constantijn regeerden, tot de 6de eeuw toe, waarna deze opwekkingsbeweging verdween uit de Kerk-geschiedenis.
De Gemeente van EFEZE staat tenslotte ook typerend voor dat deel van de HUIDIGE Gemeente/Kerk van de laatste dagen dat het christelijk geloof met ernst wil belijden, maar in EIGEN kracht, zonder de relatie (gemeenschap) met Christus IN en DOOR de Heilige Geest. Immers alléén deze relatie brengt het NIEUWE LEVEN in Christus voort,[13] dat gekenmerkt wordt door de GODDELIJKE LIEFDE (De “eerste liefde” – zie Openbaring 2:4)!

Openbaring 2:1, “Schrijf aan de engel van de Gemeente in Efeze: Dit zegt Hij (= Jezus) Die de 7 sterren in Zijn rechterhand houdt, Die te midden van de 7 gouden kandelaren wandelt:”
Aan deze Gemeente te Efeze stelt de Heer der Gemeente Zich voor als de GROTE LEIDER van de Gemeente, Die VOORTDUREND wandelt te midden van al deze (7) Gemeenten: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.” (Mattheüs 28:20)
Christus herinnert deze Gemeente (in de volgende Bijbelverzen) echter aan het feit dat zij Hem en Zijn Persoonlijke Leiding IN en DOOR de Heilige Geest heeft verlaten; zij wandelt en werkt niet meer in de Kracht van De Heilige Geest, maar in die van de godsdienstige MENS, hoe ijverig en welwillend ook!

Openbaring 2:4, “Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten.”
Daarom (omdat zij Jezus en Zijn Persoonlijke Leiding IN en DOOR de Heilige Geest heeft verlaten) heeft deze Gemeente de “eerste liefde” verlaten, “de VRUCHT van de Heilige Geest”:
De vrucht van de Geest is echter: (Goddelijke agape[14] -)liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (SV: matigheid).” (Galaten 5:22)
“Want de vrucht van de Geest bestaat in alle Goedheid en Rechtvaardigheid en Waarheid (Gods).” (Efeze 5:9)
Deze Gemeente wandelt en werkt in EIGEN KRACHT. Ze kennen daardoor een “wettische” godsdienst. Ze doen hun UITERSTE BEST. Dit wordt door Christus erkend in:

Openbaring 2:2-3, (SV)Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid (HSV: volharding), en dat gij de kwaden niet kunt (ver)dragen; en dat gij beproefd hebt degenen, die uitgeven, dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet; en hebt ze leugenaars bevonden; (HSV) En u hebt moeilijkheden verdragen, en volharding getoond. Om Mijn Naam hebt u zich ingespannen (SV: gearbeid) en u bent niet moe geworden.”
“Werken – arbeid – lijdzaamheid – kwaden worden niet verdragen – apostelen (= godsdienstige arbeiders) worden beproefd en leugenaars bevonden – verdraagzaamheid – geduld – arbeid in de Naam van Jezus – niet moe geworden.” Een RESPECTABELE LIJST, maar… ze worden gedaan ZONDER CHRISTUS en Zijn NIEUWE LEVEN in ons (het blijken “hout, hooi of stoppelen” te zijn, die “verbrand worden” door het testend Vuur van Gods oordeel):
“Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro (SV: stoppelen), ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven. Als iemands werk dat hij op het fundament gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen. Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen (m.i. hier het beeld van de grote verdrukking waar o.a. de dwaze maagden van Mattheus 25:1-13, helaas, doorheen moeten).” (1 Korinthe 3:12-15)
Alles wordt gedaan ZONDER CHRISTUS en Zijn NIEUWE LEVEN in ons…[15] van waaruit deze werken moeten voortkomen:
“Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou VRIJKOPEN van alle wetteloosheid (SV: opdat Hij ons zou VERLOSSEN van alle ongerechtigheid) en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” (Titus 2:14)
Godsdienst bedrijven in de OUDE, NOG ONVERANDERDE mens is bij God waardeloos (zie 1 Korinthe 13:1-3 [16]), omdat die slechts te vinden is in de UITERLIJKE mens, terwijl de INNERLIJKE mens, die ook de EEUWIGE mens is, OUD en dus ONVERANDERD blijft:
“Wie kan Hij dan de kennis (Gods) bijbrengen? Wie kan Hij dan het gehoorde doen begrijpen? Wie net van de moedermelk af zijn, wie net van de borst zijn afgehaald (= geestelijke baby’s)? Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een beetje, daar een beetje. Ja, met belachelijke klanken en in een andere taal zal Hij tot dit volk spreken, tegen wie Hij zei: Dit is de rust, geef de vermoeide rust, en dit is de verademing – maar zij wilden niet luisteren. Daarom zal voor hen het woord van de HEERE zijn: gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een beetje, daar een beetje, zodat zij, als zij weggaan, achterovervallen, verpletterd worden, verstrikt raken en gevangen worden (in satans netten).” (Jesaja 28:9-13).
Het beeld van de OUDE mens vindt men in:
Jeremia 17:9-10, “Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen? Ik, de HEERE, doorgrond het hart, beproef de nieren, en dat om ieder te geven overeenkomstig zijn wegen, overeenkomstig de vrucht van zijn daden.”
Jesaja 1:5b-6, “U gaat gewoon door met uw Heel het hoofd is ziek, en heel het hart is afgemat. Vanaf de voetzool tot het hoofd toe is er geen gezonde plek aan: wonden en striemen en gapende wonden, niet uitgedrukt, niet verbonden, en niet met olie verzacht.”
Markus 7:21-22, “Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade overwegingen, alle overspel, ontucht, moord, diefstal, hebzucht, allerlei kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, lastering, hoogmoed, dwaasheid;”
Romeinen 3:10-18, “Er is niemand rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één. Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen. Hun mond is vol vervloeking en bitterheid, hun voeten zijn snel om bloed te vergieten. Vernieling en ellende is op hun wegen, en de weg van de vrede hebben zij niet gekend. De vreze Gods (om te zondigen) staat hun niet voor ogen.”

Openbaring 2:5, “Bedenk dan van welke (geestelijke) hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert.”
De Gemeente te Efeze moet zich opnieuw BEKEREN! Dit is: ZICH AFKEREN van het eigen, in wezen zondige – met satan verbonden – “ik”, dat ONVERBETERLIJK is (zie Efeziërs 2:1-3 [17]) en daarom (af)STERVEN moet door de GENADE-WERKINGEN van Christus (zie Galaten 2:20, Romeinen 6:3-8 [18]), door zich te keren tot de enige Redder van de mens, Zijn Verlosserschap aannemend (zie Johannes 1:12 [19]), door zich door Hem te laten wassen in (= reinigen door) Zijn Bloed (zie Openbaring 1:5, Hebreeën 9:12+14, 1 Petrus 1:18-19 [20]), zodat Hij deze Gemeente weer zou kunnen brengen tot de EERSTE WERKEN, de werken uit de NIEUWE MENS,[21] waarin zij eerst, ten tijde van de fundament-apostelen, had gewandeld.
Als deze Gemeente zich NIET zou bekeren (dus ZICH AFKEREN van het eigen, zondige “ik”), zou Christus haar geen genade meer kunnen geven en zou zij GEEN KANDELAAR (Lichtdraagster in Hem) meer voor Hem kunnen zijn…

Openbaring 2:6, “Maar dit hebt u vóór, dat u de werken van de Nikolaïeten haat, die ook Ik haat.”
Wettisch als deze Gemeente is, zal zij zich als vanzelf keren tegen elke vorm van Nikolaitisme – een christelijke godsdienst die in COMPROMIS leeft met de WERELD van goddelozen en afgodendienaars – tegen elke tolerantie ten opzichte van de zonde. Met dezulken wil deze Gemeente niets mee van doen hebben. “Nikolaitisme” wordt trouwens door God ook gehaat. Maar EFEZE doet dit in de kracht van de ONVERLOSTE mens, dus zonder de genade van God, IN EIGEN KRACHT, en daardoor treedt ze liefdeloos en hard op.

Openbaring 2:7, “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest (Gods Geest, de Heilige Geest) tegen de Gemeenten zegt. Wie overwint,[22] hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat.”
Als EFEZE zich van haar zonde van afvalligheid van de Geest (Gods Geest, de Heilige Geest) bekeert, wordt ze weer INGEËNT IN DE BOOM DES LEVENS en zal ze weer van ZIJN VRUCHT ETEN en het NIEUWE LEVENSLIED met alle verloste kinderen Gods zingen:
“Zing voor de HEERE een nieuw lied, want Hij heeft wonderen gedaan; Zijn rechterhand en Zijn heilige arm hebben Hem heil gebracht. De HEERE heeft Zijn heil bekendgemaakt en Zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen van de heidenvolken. Hij heeft gedacht aan Zijn goedertierenheid en trouw voor het huis van Israël; alle einden der aarde hebben gezien het heil van onze God. Juich voor de HEERE, heel de aarde, breek uit in gejuich, zing vrolijk en zing psalmen. Zing psalmen voor de HEERE met de harp, met de harp en met luid psalmgezang, met trompetten en bazuingeschal, juich voor het aangezicht van de Koning, de HEERE. Laat de zee bulderen met al wat ze bevat, de wereld juichen met wie haar bewoont. Laten de rivieren in de handen klappen, de bergen tezamen vrolijk zingen voor het aangezicht van de HEERE; want Hij komt om de aarde te oordelen. Hij zal de wereld oordelen in gerechtigheid en de volken op billijke wijze” (Psalm 98, helemaal)
“Daarom, als iemand IN Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus,” (2 Korinthe 5:17-18a).

.

KLIK HIER voor het vervolg

  • De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van elk hoofdstuk.

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [23]
(1915 – 2013)

Digitaal uitgewerkt door A. Klein

*********************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen van CJH Theys. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De wederkomst van Christus nader bekeken van A. Klein. (noot AK)
[5] Zie noot 2
[6] Zie eventueel onze studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[7] Deze studie is oorspronkelijk geschreven vanuit de Statenvertaling, maar de Bijbelverzen zijn nu – hopelijk voor meer leesgemak / duidelijkheid –  vermeld in de Herziene Statenvertaling (afgekort HSV), tenzij anders vermeld. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie Gods doel met de mens: Een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Agape kiest ervoor de ander te beschouwen zoals in 1 Korintiërs 13 gebeurt: altijd bereid het beste van de ander te denken, klaar om te vergeven, bereid het beste voor de ander te zoeken. Als dit volkomen ontbreekt is het christelijk leven zinloos. Een belangrijke eigenschap van agape, charity, is dat ze niet gebaseerd is op de eigen behoeften. Het Nieuwe Testament leert dat wij deze agape van God ontvangen (Johannes 3:16; Romeinen 5:8) opdat we die zelf weer door geven. (noot AK)
[10] Zie noot 6.
[11] Handelingen 2:1-4, “En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.”
[12] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[13] Zie eventueel onze studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[14] Zie noot 9.
[15] Zie noot 13.
[16] 1 Korinthe 13:1-3, “Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de (Goddelijke agape-)liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden. En al zou ik de gave van de profetie hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de liefde (Gods) niet, dan was ik niets. En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen, en al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden, maar ik had de liefde (Gods) niet, het baatte mij niets.”
[17] Efeziërs 2:1-3, “Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig de leefwijze van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid, onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen.”
[18] Galaten 2:20, “Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.”
Romeinen 6:3-8, “Of weet u niet dat wij allen die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen. Want als wij met Hem één plant zijn geworden, gelijkgemaakt aan Hem in Zijn dood, dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in Zijn opstanding. Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven.”
[19] Johannes 1:12, “Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;”
[20] Openbaring 1:5, “…Jezus Christus… Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed,”
Hebreeën 9:12+14, “Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht.” … “hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen!”
1 Petrus 1:18-19, “in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.”
[21] Zie noot 13
[22] Zie noot 1.
[23] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)
.
Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , | 1 reactie

GRATIS Bijbelstudie (3): Het boek RUTH in profetisch licht

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar H. Siliakus.

De gelegenheid van de tijd weten

Tot de bijzonderheden van de eindtijd behoort, dat Jezus in die tijd MEER voor de gelovigen wil zijn dan in de eraan voorafgaande tijd. Dit lijkt een wat boude bewering. Staat er niet geschreven (in Hebr. 13:8), dat Jezus Christus dezelfde is, gisteren, heden en tot in eeuwigheid? En waren de heerlijkheden en zegeningen die Jezus in Zijn hogepriesterlijk gebed van de Vader afsmeekte niet bestemd voor ALLE gelovigen van de Gemeentelijke tijdsbedeling? (zie Joh. 17:20). Op deze vragen kan slechts bevestigend geantwoord worden. Maar wij willen dan ook geenszins beweren, dat er ook maar één van de in het Nieuwe Testament genoemde zegeningen, gaven en/of geestelijke ervaringen “tijdsgebonden” is, dat wil zeggen: alleen voorbehouden aan gelovigen die in een bepaald tijdperk leefden of leven. Dat zij niet in elke tijd even rijkelijk werden toebedeeld, is een andere zaak. Dat heeft te maken met afvalligheid, verwereldlijking en verflauwing (het verlaten van de eerste liefde). Als God Zijn zegeningen achterhoudt, is dat vanwege nalatigheid van de mens! Maar er kan geen twijfel over bestaan, dat alles wat in het Nieuwe Testament aan de gelovigen wordt toegezegd, bedoeld is voor de Gemeente (of Kerk) van Jezus Christus van alle eeuwen. Toch kunnen wij uit datzelfde Nieuwe Testament afleiden, dat Jezus in de eindtijd voor de gelovigen (Zijn Gemeente) meer wil zijn dan Hij was voor de eerder geleefd hebbende gelovigen. Dit hangt samen met de afwikkeling van ‘Gods raadsplan der eeuwen’, Zijn “eeuwig voornemen” (zie Ef. 3:11), en doorbreekt daarom in het geheel niet Christus’ onveranderlijkheid. Hij verandert niet, maar de tijd verandert wel. Paulus had besef van de ontwikkeling of afwikkeling van het Goddelijke raadsplan en onderscheidde in het voortgaan van de tijd een gestadig dichterbij komen van het Goddelijk einddoel. Hij schrijft: “…de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij (eerst) geloofd hebben” (Rom. 13:11). Paulus wist “de gelegenheid van de tijd”, hij onderscheidde reeds in zijn dagen een voortgang van Gods plan en sprak tegelijkertijd profetisch over het laatste der dagen. Van dezelfde Paulus is het woord: “Totdat wij ALLEN zullen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte van de volheid van Christus” (Ef. 4:13). Hij heeft het hier over zaken die niet al de eeuwen door gekend zijn door de gelovigen van Christus’ Gemeente (of Kerk), maar die pas in de Gemeente gevonden zullen worden, wanneer zij het eindstadium van een ontwikkeling heeft bereikt. “Totdat” (van Ef. 4:13) spreekt ons van een (geestelijke) groei die de Gemeente als geheel doormaakt vanaf de Apostolische tijd en die tot staan komt in de laatste dagen, als de Gemeente als geheel de volmaaktheid heeft bereikt. De tijd is de ruimte waarbinnen Gods plan verwezenlijkt wordt. Hoevele christenen bezitten ditzelfde Bijbelse, of beter gezegd Nieuwtestamentische, tijdsbesef? Het zijn er, zelfs vandaag-de-dag nog (getuige het feit dat er – geestelijk gezien – zovelen “slapen”), maar weinigen!

De verlossingservaring in de eindtijd

Waaruit bestaat nu dat meerdere in Jezus’ openbaring aan de Gemeente van de laatste dagen? Wat is het, dat de openbaring van Jezus Christus zoveel heerlijker maakt in die dagen, als de Gemeente op aarde de volmaaktheid bereikt? Wij kunnen dat “meerdere” als volgt omschrijven: Jezus wil voor de gelovigen van de eindtijd niet langer Verlosser alleen, maar ook Bruidegom wezen! Deze stelling zal ongetwijfeld menigeen aanleiding geven om tegenwerpingen te maken. Tijdens Zijn 3½ jarige bediening hier op aarde werd Jezus toch al “de Bruidegom” genoemd? Het gaat hierbij toch niet om een hoedanigheid van Hem, die eerst en uitsluitend in de eindtijd gekend zal worden? Inderdaad, toen al was onze Heer “de Bruidegom”, maar de Bruiloft was er nog niet! Reeds Johannes de Doper noemde Hem niet alleen “het Lam van God, dat de zonden der wereld wegneemt”, maar ook “de Bruidegom” (zie Joh. 3:29). Jezus Zelf sprak over Zichzelf minstens driemaal als over “de Bruidegom”. Doch bij al die gelegenheden maakte Hij duidelijk, dat Zijn Bruiloft nog in de toekomst lag. In Matthéüs 9 vers 15-16 (zie ook Mark. 2:19-20 en Luk. 5:34-35), waar Hij spreekt over Zijn Gemeente als over “Bruiloftskinderen”, zegt Hij, dat Hij eerst voor lange tijd afwezig zou zijn, VOORDAT Zijn Bruiloft zal plaatshebben (zolang de Bruiloft nog niet heeft plaatsgevonden, kan over de genodigden als over “Bruiloftskinderen” worden gesproken; DAARNA uiteraard niet meer). Dat er een lange tijd overheen zou gaan eer de Bruiloft een aanvang neemt, blijkt ook uit de gelijkenis van de Koninklijke Bruiloft (zie Matth. 22:1-14 en Luk. 14:15-24), waarin Jezus met “de zoon van de koning” ongetwijfeld Zichzelf bedoelt. De onwil onder de genodigden om te komen èn hun onverschilligheid zijn verwijzingen naar de tijden van geestelijke lauwheid en afval van het geloof die, zoals wij in veel andere Schriftgedeelten kunnen lezen, in de laatste dagen zullen aanbreken. De gelijkenis van de tien maagden (zie Matth. 25:1-13) leert ons tenslotte, dat wij de Bruiloft bij Jezus’ wederkomst hebben te verwachten (zie vers 13).

  • Tot zover de “studiebespreking”.

Als u deze studie in z’n geheel wilt lezen of downloaden, KLIK HIER

A. Klein

.

*************************

Inhoudsopgave:

I.  Verlosser en Bruidegom

  • De gelegenheid van de tijd weten
  • De verlossingservaring in de eindtijd
  • Geen bevoorrechting

II.  Het boek Ruth

  • Een stuk heilsgeschiedenis
  • Op het oogstveld

III. Ruth als type van de Bruidsgemeente

  • Volkomen gehoorzaamheid
  • Op de dorsvloer
  • De beslissende bede van de Bruid

IV.  De opwekking voorafgaand aan de Bruiloft

  • De uitstorting van de Heilige Geest
  • De wachtenstijd na de opwekking
  • Zeven maten gerst

V.  De Bruiloft

  • Bekendmaking van het huwelijk
  • De lossing
  • De schoenverwisseling
  • De geboorte van de mannelijke zoon
  • Nog enige bijzonderheden

Tot besluit

 

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Israël/huis van Israël, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Openbaring 1 vers 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20 (+ gratis UITLEG)

VERVOLG van:
Openbaring 1 vers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 + 11

Openbaring 1 vers 7, 8, 9, 10, 11, 12

*******************************************************************************

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 1:
Gods arbeid

  • tot overwinning van de 7 Gemeenten; [1]

  • tot vorming van de Bruid van het Lam. [2]

__________________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [3]

___________________________________________________________________

Hoofdstuk 1

De verheerlijkte Christus openbaarde Zich aan Johannes

Hieronder het vervolg van Openbaring 1 vers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 + 11 en Openbaring 1 vers 7, 8, 9, 10, 11, 12

Openbaring 1:13-16, “En te midden van de zeven kandelaren zag ik Iemand Die op de Zoon des mensen leek, gekleed in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel. En Zijn hoofd en haar waren wit, als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen waren als een vuurvlam, en Zijn voeten waren als blinkend koper, gloeiend gemaakt in een oven, en Zijn stem klonk als het geluid van vele wateren. En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand en uit Zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard en Zijn gezicht (SV: aangezicht) was zoals de zon schijnt in haar kracht.”
In het midden van “de 7 kandelaren” was de verheerlijkte Christus in Zijn Hogepriesterlijke heerlijkheid: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.” (Mattheüs 28:20)

De uitbeelding van de verheerlijkte Christus:

  • Een (wit = rein) gewaad tot op de voeten, met een gouden gordel”. Hemels kleed van priesterlijke, koninklijke waardigheid: “Want gerechtigheid zal de gordel om Zijn heupen zijn, en de waarheid de gordel om Zijn middel” (Jesaja 11:5).

Oók zal Hij de Zijnen kleden met het reine kleed der gerechtigheid: “En het is haar gegeven zich met smetteloos (= rein) en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen(Openbaring 19:8). “En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn.” (Johannes 17:22)

  • Wit haar”, zoals de Vader: “Ik keek toe totdat er tronen werden geplaatst, en de Oude van dagen (beeld van God de Vader) Zich neerzette. Zijn gewaad was wit als de sneeuw en het haar van Zijn hoofd als zuivere wol” (Daniël 7:9a). “En Zijn hoofd (die van de Zoon des mensen – zie Openbaring 1:13) en haar waren wit, als witte wol, als sneeuw…” (Openbaring 1:14a); in de gerechtigheid van de Vader.
  • Ogen als een vuurvlam”; het alziend oog van het OORDEEL Gods, dat ALLES doorziet: “Dit zegt de Zoon van God, Die ogen heeft als een vuurvlam en voeten als blinkend koper” (Openbaring 2:18b).

“…een Man, gekleed in linnen, Zijn heupen omgord met het fijne goud uit Ufaz. Zijn lichaam was als turkoois, Zijn gezicht als het uiterlijk van de bliksem, Zijn ogen als vuurfakkels, Zijn armen en Zijn voeten als de glans van gepolijst koper en het geluid van Zijn woorden als het geluid van een menigte.” (Daniël 10:5-6)

  • Voeten als blinkend koper”. Koper is het metaal dat OORDEEL uitbeeldt. Denk aan de KOPEREN slang – “En de HEERE zei tegen Mozes: Maak u een gifslang en zet hem op een staak. Het zal gebeuren dat ieder die gebeten is, in leven zal blijven, als hij daarnaar kijkt. Toen maakte Mozes een koperen slang en zette hem op de staak. En het gebeurde als de slang iemand beet dat hij naar de koperen slang keek en in leven bleef” (Numeri 21:8-9) – het oordeel over de zonde, dat Christus in onze plaats wilde dragen.
  • Stem, als een geluid van vele wateren”, ook van VELE kinderen Gods, die Zijn Woord verkondigen:

Jeremia 10:13a “Als Hij Zijn stem laat klinken, dan is er gedruis van wateren aan de hemel.”
Ezechiël 43:2b “en Zijn geluid was als het bruisen van machtige wateren, en de aarde werd verlicht vanwege Zijn heerlijkheid.”
Ezechiël 1:24a “Ik hoorde, toen zij gingen, het geruis van hun vleugels. Het klonk als het bruisen van machtige wateren, als de stem van de Almachtige, als het geluid van een gedruis, als het geluid van een leger.”
Openbaring 19:6 “En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is Koning geworden.”

  • 7 sterren in Zijn rechterhand“Het geheimenis (SV: de verborgenheid) van de 7 sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de 7 gouden kandelaren is: de 7 sterren zijn de engelen van de 7 Gemeenten, en de 7 kandelaren die u hebt gezien, zijn de 7 Gemeenten.” (Openbaring 1:20)
  • De sterren zijn de engelen of voorgangers van de 7 Gemeenten.
  • In algemene zin betekent “engel”: dienstknecht/dienstmaagd van God. De hemelse engelen zijn “God dienende geesten”: “En van de engelen zegt Hij weliswaar: Die Zijn engelen maakt tot geesten en Zijn dienaren tot een vuurvlam.” (Hebreeën 1:7).
  • Uit Zijn mond: een tweesnijdend scherp Zwaard; het Woord Gods, het Zwaard van de Heilige Geest:

Efeze 6:17 “En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord.”
Hebreeën 4:12 “Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.”
Openbaring 19:15 “En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf (SV: roede). En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de ALMACHTIGE God.”

  • Eensdeels tot OORDEEL van de onwilligen en goddelozen;
  • Anderdeels tot GENADE voor de welwillenden;
  • Zijn aangezicht, een zon van kracht:

Psalm 84:12 “Want God, de HEERE, is een zon en een schild, de HEERE zal genade en eer geven, Hij zal het goede niet onthouden aan hen die in oprechtheid hun weg gaan.”
Mattheüs 17:2 “En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.”

  • Ook de Zijnen zullen zijn als de zon:

Daniël 12:3 “De verstandigen zullen blinken als de glans van het hemelgewelf, en zij die er velen rechtvaardigen, als de sterren, voor eeuwig en altijd.”
Maleachi 4:2 “Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal.”
Mattheüs 13:43 “Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen.”
Openbaring 12:1 “En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.”

Openbaring 1:17, “En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten, en Hij legde Zijn rechterhand op mij en (Hij) zei tegen mij: Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste.”
Johannes viel “als dood” neer. Vergelijk dit met soortgelijke ervaringen van:

  • Jesaja:

“Toen zei ik: Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen. Mijn ogen hebben namelijk de Koning, de HEERE van de legermachten, gezien. Maar één van de serafs vloog naar mij toe, en hij had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met een tang van het altaar had genomen. Daarmee raakte hij mijn mond aan en zei: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt. Zo is uw misdaad van u geweken en uw zonde verzoend.” (Jesaja 6:5-7)

  • Ezechiël:

“Zoals het uiterlijk van de regenboog, die in de wolken verschijnt op de dag van de regen, zo was het uiterlijk van de lichtglans rondom. Het was de verschijning van de gedaante van de heerlijkheid van de HEERE. Toen ik dat zag, wierp ik mij met mijn gezicht ter aarde (SV: viel ik op mijn aangezicht), en ik hoorde de stem van Iemand Die sprak.” (Ezechiël 1:28)

  • Daniël:

“Toen hoorde ik het geluid van Zijn woorden. En toen ik het geluid van Zijn woorden hoorde, viel ík in een diepe slaap op mijn gezicht, en met mijn gezicht op de grond. En zie, een hand raakte mij aan en maakte dat ik bevend op mijn handen en knieën steunde.” (Daniël 10:9-10)
“Toen hij in deze bewoordingen met mij sprak, hield ik mijn gezicht naar de aarde gericht en verstomde. Maar zie, Iemand, Die leek op de mensenkinderen, raakte mijn lippen aan. Toen opende ik mijn mond en ging spreken. Ik zei tegen Hem Die tegenover mij stond: Mijn Heere, vanwege het visioen hebben mij weeën overvallen, zodat ik geen kracht meer overheb. Hoe kan de dienaar van deze mijn Heere dan spreken met U, mijn Heere? Want wat mij betreft, van nu af aan is er geen kracht meer in mij aanwezig en is er geen adem in mij overgebleven. Toen raakte Hij Die het uiterlijk had als van een mens, mij opnieuw aan en Hij versterkte mij. Hij zei: Wees niet bevreesd, zeer gewenste man! Vrede zij u. Wees sterk, ja, wees sterk. Terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt en ik zei: Laat mijn Heere spreken, want U hebt mij versterkt.” (Daniël 10:15-19)

  • Paulus:

“En terwijl hij onderweg was, gebeurde het dat hij dicht bij Damascus kwam. En plotseling omscheen hem een licht vanuit de hemel, en toen hij op de grond gevallen was, hoorde hij een stem die tegen hem zei: Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?” “En de mannen die met hem meereisden, stonden sprakeloos, want zij hoorden wel de stem, maar zagen niemand. En Saulus stond op van de grond; en toen hij zijn ogen opendeed, zag hij niemand. En zij leidden hem bij de hand en brachten hem naar Damascus. En gedurende drie dagen kon hij niet zien, en at en dronk hij niet. (Handelingen 9:3-4 + 7-9)

Openbaring 1:18, “En (Ik, Jezus, ben) de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood (SV: de sleutels van de hel) en van de dood zelf.”
Hij, Jezus, heeft de SLEUTELS van de hel en de dood. Hij is Overwinnaar over satan en zonde en Hij kan (en wil ons, via bekering tot Hem, maar wat graag) redden van hel en dood!
Sleutels spreken van MACHT en VERMOGEN om te openen en te sluiten.

Openbaring 1:19, “Schrijf nu op wat u hebt gezien, en wat is, en wat hierna zal geschieden.”
Voor ALLES wat Johannes te zien kreeg en te zien zou krijgen, gold:

  • het HEDEN (“wat IS”) en
  • de TOEKOMST (“wat HIERNA zal geschieden”).

NIETS ervan gold het VERLEDEN !

Openbaring 1:20, “Het geheimenis (SV: de verborgenheid) van de zeven sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de zeven gouden kandelaren is: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven Gemeenten, en de zeven kandelaren die u hebt gezien, zijn de zeven Gemeenten.”
Zie voor dit 20ste vers de uitleg gegeven bij Openbaring 1:12 + 13-16).

.

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [4]
(1915 – 2013)

Digitaal uitgewerkt door A. Klein

.

EINDE van hoofdstuk 1

  • KLIK HIER voor de PDF van Openbaring 1 (om de studie eventueel uit te printen).

KLIK HIER voor het vervolg (hoofdstuk 2)

************************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen van CJH Theys. (noot AK)
[4] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)

************************************************************************************

.

PS:
Wij hebben in de loop der jaren reeds 2 andere studies over het Bijbelboek Openbaring uitgewerkt:

  1. Het boek Openbaring: “Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL. Dit is een rechtstreekse link naar alle 22 aparte hoofdstukken van Openbaring – met hun titels en ‘vers voor vers’ UITLEG – van Bijbelleraar CJH Theys.
  2. Dingen die [met} haast geschieden moeten. Een systematische verklaring (= in de te verwachten volgorde van al de gebeurtenissen) van het boek Openbaring, van Bijbelleraar H. Siliakus.

A. Klein

.

 

Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Uncategorized, Wederkomst van Christus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Openbaring 1 vers 7, 8, 9, 10, 11, 12 (+ gratis UITLEG)

VERVOLG van Openbaring 1 vers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 + 11

*******************************************************************************

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 1:
Gods arbeid

  • tot overwinning van de 7 Gemeenten; [1]

  • tot vorming van de Bruid van het Lam. [2]

__________________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [3]

___________________________________________________________________

Hoofdstuk 1

De verheerlijkte Christus openbaarde Zich aan Johannes

Openbaring 1:7 (Tekst nogmaals vermeld, zie uitleg bij vers 4-8), “Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen (SV: geslachten) van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen.”
Deze Openbaring werd gegeven OMDAT “HIJ (Jezus Christus) SPOEDIG KOMT MET DE WOLKEN”. Het Boek Openbaring moet Zijn Gemeente op aarde voorbereiden voor die dag. Vreselijk zal die dag zijn voor de goddelozen (zie de uitleg en Bijbelverzen vermeld bij Openbaring 1:10). Voor de Zijnen zal die Dag echter een dag zijn van grote vreugde:
Kolossenzen 3:4 “Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.”

Voor Openbaring 1:8, zie: Openbaring 1 vers 4-8

Openbaring 1:9, “Ik, Johannes, die ook uw broeder ben en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en in de volharding (SV: lijdzaamheid) van Jezus Christus, was op het eiland genaamd Patmos, omwille van het Woord van God en het getuigenis van Jezus Christus.”
Johannes was verbannen, naar het eiland Patmos, omwille van zijn getuigenis van het Woord Gods. Aan hem werd het voorrecht geschonken om deze Openbaring door te geven aan de gehele Gemeente/Kerk van Christus.

Openbaring 1:10, “Ik was in de geest op de dag des Heeren en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin.”
De geest van Johannes werd gebracht in het tijdsbestel, genaamd “De Dag des Heeren”, [4] dat is in de EINDTIJD:

  • Jesaja 2:12 “Want de dag van de HEERE van de legermachten zal zijn tegen al wie hoogmoedig en trots is, tegen al wie zich verheft, opdat hij vernederd zal worden.”
  • Jesaja 13:6-10 “Weeklaag, want de dag van de HEERE is nabij; als een verwoesting van de Almachtige komt hij. Daarom zullen alle handen slap worden en elk hart van stervelingen zal wegsmelten. En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeën zullen hen aangrijpen, zij zullen ineenkrimpen als een barende vrouw. Verbijsterd zullen zij elkaar aanstaren, hun gezichten zullen vlammen. Zie, de dag van de HEERE komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om van het land een woestenij te maken en zijn zondaars eruit weg te vagen. Ja, de sterren aan de hemel en hun sterrenbeelden zullen hun licht niet laten schijnen, de zon zal verduisterd worden wanneer zij opkomt, en de maan zal haar licht niet laten schijnen.”
  • Jeremia 46:10 “Deze dag is van de Heere, de HEERE van de legermachten, een dag van wraak om Zich te wreken op Zijn tegenstanders. Het zwaard zal verslinden en verzadigd worden, en dronken worden van hun bloed. Want het is een slachting voor de Heere, de HEERE van de legermachten, in het land in het noorden, aan de rivier de Eufraat.”
  • Ezechiël 13:5 “U bent niet in de bressen geklommen, en voor het huis van Israël wierp u geen muur op om op de dag van de HEERE staande te blijven in de strijd.”
  • JoëI 1:15 “Ach, die dag! Ja, de dag van de HEERE is nabij, en hij zal komen als een verwoesting van de Almachtige.”
  • JoëI 2:1+11+31 “Blaas de bazuin in Sion, sla alarm op Mijn heilige berg, laat alle inwoners van het land sidderen, want de dag van de HEERE komt, ja, is nabij!” Vers 11 “En de HEERE laat Zijn stem klinken voor Zijn leger uit, want Zijn leger is zeer groot, ja, machtig is Hij, Die Zijn woord ten uitvoer brengt. Groot is immers de dag van de HEERE en zeer ontzagwekkend. Wie zal hem kunnen verdragen?” Vers 31 “De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende.”
  • JoëI 3:14-15 “Menigten, menigten in het dal van de dorsslede, want de dag van de HEERE is nabij in het dal van de dorsslede. Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren hebben hun schijnsel ingetrokken.”
  • Amos 5:18-20 Wee hun die verlangend uitzien naar de dag van de HEERE! Wat zal voor u die dag van de HEERE zijn? Duisternis zal hij zijn en geen licht! Het is zoals iemand die vlucht voor een leeuw, en een beer tegenkomt, of die, als hij thuiskomt en met zijn hand tegen de muur leunt, door een slang wordt gebeten. Zal de dag van de HEERE niet duisternis zijn, en geen licht; donkerte – zonder lichtglans erover?”
  • Obadja 1:15 “Want de dag van de HEERE is nabij over alle heidenvolken; zoals u gedaan hebt, zal u gedaan worden; wat u verdient, zal op uw eigen hoofd terugkeren!”
  • Zefanja 1:7 “Wees stil voor het aangezicht van de Heere HEERE. Want nabij is de dag van de HEERE, ja, de HEERE heeft een offer bereid, Zijn genodigden geheiligd.”
  • Maleachi 4:1-6 “Want zie, die dag komt, brandend als een oven. Dan zullen alle hoogmoedigen en allen die goddeloosheid doen, stoppels worden. En de dag die komt, zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE van de legermachten, Die van hen wortel noch tak zal overlaten. Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal. U zult de goddelozen vertrappen. Voorzeker, stof zullen zij worden onder uw voetzolen op die dag die Ik bereiden zal, zegt de HEERE van de legermachten. Denk aan de wet van Mozes, Mijn dienaar, die Ik hem geboden heb op Horeb voor heel Israël, aan de verordeningen en de bepalingen. Zie, Ik zend tot u de profeet Elia, voordat de dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende dag. Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan.”

Dit is de Dag van Gods OORDELEN, maar ook de Dag van de openbaring van Gods HEERLIJKE VERBORGENHEID (Zijn volkomen genade voor de Zijnen).

Openbaring 1:11 (Tekst nogmaals vermeld, zie uitleg bij vers 4-8+11), “Die (luide stem, als van een bazuin – zie vers 10) zei: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, en: Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven Gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.”
Johannes hoorde eerst de Stem van de verheerlijkte Jezus, Die hem opdroeg deze Openbaring door te geven aan de 7 Gemeenten.

openbaring tekening kandelaars hoofdstuk 1

Openbaring 1:12, “En ik keerde mij om, om de stem te zien die met mij had gesproken. En toen ik mij had omgekeerd, zag ik zeven gouden kandelaren.”
De 7 Gouden Kandelaren staan typerend voor de 7 Gemeenten: “Het geheimenis (SV: de verborgenheid) van de 7 sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de 7 gouden kandelaren is: de 7 sterren zijn de engelen van de 7 Gemeenten, en de 7 kandelaren die u hebt gezien, zijn de 7 Gemeenten (Openbaring 1:20). (Vergelijk dit vers met Zacharia 4).
De kandelaar typeert Gods GETUIGENDE Gemeente, betuigend:

  • de Liefde Gods,
  • het Nieuwe Leven in Christus, [5]
  • het Woord Gods.

.

KLIK HIER voor het vervolg

De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van elk hoofdstuk.

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [6]
(1915 – 2013)

Digitaal uitgewerkt door A. Klein

************************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen van CJH Theys. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De dag van JaHWeH (De dag des Heren) van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[6] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)

.

Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Openbaring 1 vers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 + 11 (gratis UITLEG)

Aantekeningen bij

HET BOEK OPENBARING

Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus

voor de laatste dagen

Deel 1:
Gods arbeid

  • tot overwinning van de 7 Gemeenten; [1]

  • tot vorming van de Bruid van het Lam. [2]

_________________________________________________________________

NOOT van de schrijver:
Het BOEK OPENBARING zou, wat de gang der profetie betreft, verwarrend lijken, als wij niet tot het inzicht kwamen, dat deze profetische gang hier en daar onderbroken werd door een GEDETAILLEERDE PROFETISCHE ILLUSTRATIE.
In de fotografie zou men dit kunnen vergelijken met verhelderende “CLOSE-UPS”, hier en daar, te midden van een serie panoramische foto’s.
Deze “PROFETISCHE ILLUSTRATIES” grijpen, wat de profetische gang betreft, soms even terug of geven soms een blik op toekomende, profetische ontwikkelingen. [3]

_________________________________________________________________

Hoofdstuk 1

De verheerlijkte Christus openbaarde Zich aan Johannes

Waarom Christus Zich aan Johannes openbaarde

Openbaring 1:1-2, Openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te laten zien wat (SV: te tonen de dingen, die) spoedig moet geschieden, en die Hij door Zijn engel gezonden en aan Zijn dienstknecht Johannes te kennen heeft gegeven. Deze heeft van het Woord van God getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft.” [4]
Het is niet de openbaring van Johannes, maar de “Openbaring van JEZUS CHRISTUS”, Die deze Zijn dienstknecht Johannes te kennen heeft gegeven ter doorgave aan de GEHELE Gemeente/Kerk van Christus.
Deze Openbaring gaat voornamelijk over dingen die “spoedig geschieden moeten”, dus niet over voorbije zaken en gebeurtenissen. Het Boek Openbaring handelt voornamelijk over gebeurtenissen van de EINDTIJD. Gebeurtenissen rond Christus’ Wederkomst in heerlijkheid worden ons hier geopenbaard. [5]

Openbaring 1:3, “Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de (SV: deze) profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.”
Hoe dringt de Geest aan op het onderzoeken van deze Openbaring bij de gelovige, omdat “de tijd nabij is”.
Het spreekt vanzelf, dat dit onderzoeken moet geschieden in het openbarende licht van de Heilige Geest. Immers Hij (“de Geest der Waarheid”) “leidt ons in alle Waarheid”: “Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen” (Johannes 16:13). De GEHELE Openbaring is, zoals hier te kennen wordt gegeven, één profetie. Er is een zaligheid (de zegen van God) verbonden aan het bestuderen van dit Bijbelboek.

Openbaring 1:4-8 + 11, “Johannes aan de zeven Gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt (SV: komen zal), en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst (SV: Overste) van de koningen der aarde. Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen. Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen (SV: geslachten) van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige.” Vers 11: “Die zei: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, en: Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven Gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.”
Deze Openbaring is gegeven aan de zeven Gemeenten” van Klein-Azië: “Efeze, Smyrna, Pergamus, Thyatira, Sardis, Filadelfia en Laodicea”.
Zoals wij zullen zien vertegenwoordigen deze Gemeenten DE GEHELE GEMEENTE / KERK VAN 20 EEUWEN, tot aan de voleinding der tijden toe. Óók staan deze “zeven Gemeenten” typerend voor ALLE Gemeenten van Christus in de eindtijd.
De “zeven Geesten” zijn de 7 Geesten Gods:[6] “Op Hem zal (1) de Geest des HEEREN rusten, (2) de Geest der wijsheid (3) en des verstands, (4) de Geest des raads (5) en der sterkte, (6) de Geest der kennis (7) en der vreze des HEEREN” (Jesaja 11:2, SV), de VOLHEID van de Geest des Heren.
Het Boek Openbaring is in het bijzonder het Boek van het getal 7:

  • De 7 Geesten Gods:

Openbaring 1:4 “Johannes aan de 7 Gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt (SV: komen zal), en van de 7 Geesten, Die voor Zijn troon zijn.”
Openbaring 4:5 “En uit de troon kwamen (SV: En van de troon gingen uit) bliksemstralen, donderslagen en stemmen. En er stonden 7 vurige fakkels (SV: lampen) te branden vóór de troon. Dit zijn de 7 Geesten van God.”
Openbaring 5:6 “En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de 4 dieren (letterlijk: 4 levende wezens) en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met 7 horens en 7 ogen. Dat zijn de 7 Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde.”

  • De 7 Gemeenten:

Openbaring 1:4 “Johannes aan de 7 Gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt (SV: komen zal), en van de 7 Geesten, Die voor Zijn troon zijn.”
Openbaring 1:20 “Het geheimenis (SV: de verborgenheid) van de 7 sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de 7 gouden kandelaren is: de 7 sterren zijn de engelen van de 7 Gemeenten, en de 7 kandelaren die u hebt gezien, zijn de 7 Gemeenten.”

  • De 7 Gouden Kandelaren:

Openbaring 1:13 “En te midden van de 7 kandelaren zag ik Iemand Die op de Zoon des mensen leek, gekleed in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel.”
Openbaring 1:20 “Het geheimenis (SV: de verborgenheid) van de 7 sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de 7 gouden kandelaren is: de 7 sterren zijn de engelen van de 7 Gemeenten, en de 7 kandelaren die u hebt gezien, zijn de 7 Gemeenten.”

  • De 7 sterren:

Openbaring 1:16 “En Hij had 7 sterren in Zijn rechterhand en uit Zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard en Zijn gezicht (SV: aangezicht) was zoals de zon schijnt in haar kracht.”
Openbaring 1:20 “Het geheimenis (SV: de verborgenheid) van de 7 sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de 7 gouden kandelaren is: de 7 sterren zijn de engelen van de 7 Gemeenten, en de 7 kandelaren die u hebt gezien, zijn de 7 Gemeenten.” (Vergelijk deze verzen met de “7 toevoerbuisjes aan de lampen” van Zacharia 4:2 [7]).

  • De 7 zegels (verwijzend naar de zegeloordelen [8]):

Openbaring 5:1 “En ik zag in de rechterhand van Hem Die op de troon zat, een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met 7 zegels.”

  • De 7 bazuinen (verwijzend naar de bazuinoordelen [9]):

Openbaring 8:2 “En ik zag de 7 engelen die vóór God stonden en aan hen werden 7 bazuinen gegeven.”

  • De 7 fiolen (verwijzend naar de fiooloordelen [10]):

Openbaring 15:1 “En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaarlijk: 7 engelen met de 7 laatste plagen. Want daarmee zal de toorn van God tot een einde gekomen zijn.”
Openbaring 16:1 “En ik hoorde EEN LUIDE STEM UIT DE TEMPEL (in de hemel – zie Openbaring 15:5) zeggen tegen de 7 engelen: Ga en giet de schalen (SV: de 7 fiolen) van de toorn van God uit over de aarde.

  • De 7 hoofden [11] van het beest uit de zee:

Openbaring 13:1 “En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat 7 koppen (SV: 7 hoofden) en 10 horens had, en op zijn horens waren 10 diademen [12] (SV: koninklijke hoeden), en op zijn koppen (SV: 7 hoofden) een godslasterlijke naam.
Zeven (7) is het getal van PERFECTIE (volkomenheid), zowel in het hemels-Goddelijke, als in de dingen van de ongerechtigheid:
Markus 16:9 “En toen Jezus opgestaan was, ’s morgens vroeg op de eerste dag van de week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij 7 demonen uitgedreven had.”
Mattheüs 12:45 “Dan gaat hij weg en neemt 7 andere geesten met zich mee, die meer verdorven zijn dan hijzelf, en wanneer zij naar binnen gegaan zijn, gaan zij daar wonen; en het einde van die mens wordt erger dan het begin. Zo zal het ook met dit verdorven geslacht zijn.”
Oók wijst het getal 7 naar de dingen van de EINDTIJD, naar de 7de DAG van het Duizendjarige Rijk,[13] de 7de duizend jaar van Gods bemoeienis met het Adamitische geslacht.
Genade wordt hierbij geschonken door:

  1. God de VADER: “Die is en Die was en Die komen zal”,
  2. God de Heilige Geest: “de 7 Geesten Gods”, [14]
  3. God de Zoon:
  • “de Getrouwe Getuige”,
  • “de Eerstgeborene uit de doden”,
  • “de Overste van de koningen der aarde”;

            Een drievoudige titel van Jezus slaande op:

  1. Zijn aardse wandel,
  2. Zijn kruisofferande,
  3. Zijn eeuwige staat onder ons.

Wat Jezus, de Zoon, ons door GENADE doet:

  • Hij HEEFT ons (in Zich) “gewassen in Zijn Bloed”;
  • Hij HEEFT ons (in Zich) gemaakt “tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader” (VOLTOOIDE TIJD IN CHRISTUS!).

Jezus’ wederkomst:

  • Hij komt met de wolken in heerlijkheid en EEN IEDER zal Hem zien, óók die Hem doorstoken (verworpen, gekruisigd) hebben.

Zijn eeuwige viervoudige titels in de Vader:

  1. “de Alfa en Omega”,
  2. “het Begin en het Einde”,
  3. “Die was en Die is en Die komen zal”,

Hij is het Beeld van de onzienlijke God, het afschijnsel van Gods heerlijkheid, het uitgedrukte Beeld van Gods Zelfstandigheid:
Kolossenzen 1:15 “Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping.”
Hebreeën 1:3 “Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen.”

  1. “de Almachtige”.

.

KLIK HIER voor het vervolg

  • De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van elk hoofdstuk.

Studie van Bijbelleraar E. van den Worm [15]
(1915 – 2013)

Digitaal uitgewerkt door A. Klein

**************************************************************************************

[1] Zie eventueel onze studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Opeenvolgende PROFETISCHE gebeurtenissen van CJH Theys. (noot AK)
[4] Deze studie is oorspronkelijk geschreven vanuit de Statenvertaling, maar de Bijbelverzen zijn nu – hopelijk voor meer leesgemak/duidelijkheid –  vermeld in de Herziene Statenvertaling (HSV), tenzij anders vermeld. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De 7 fasen van de Wederkomst van onze Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze studie De 7 Geesten van God en van het Lam van God van E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zacharia 4:2 “Hij zei tegen mij: Wat ziet u? Daarop zei ik: Ik zie, en zie, een kandelaar, geheel van goud, met een olievaatje aan de bovenkant ervan en daarbovenop 7 bijbehorende lampen met telkens 7 toevoerbuisjes aan de lampen, die daarboven zitten.”
[8] Zie eventueel onze studie De zegels worden geopend…enDe zegels worden geopend… (vervolg)”. UITLEG van het Boek Openbaring door Bijbelleraar CJH Theys. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze studie De bazuinen gaan klinken”. UITLEG van het Boek Openbaring door Bijbelleraar CJH Theys. (noot AK)
[10] Zie eventueel onze studie De 7 fiolen of schalen van Gods toorn worden uitgegoten”. UITLEG van het Boek Openbaring door Bijbelleraar CJH Theys. (noot AK)
[11] Een beest heeft meestal een “kop”, maar hier – in Openbaring 13:1 (en ook in vers 11) – zijn beide “beesten” een typebeeld van (antichristelijke) mensen, en mensen hebben een hoofd. Dus beide benamingen/vertalingen zijn hier, in principe, juist… (noot AK)
[12] Voor satan en/of zijn werkers wordt in Openbaring 12:3 en 13:1 het Griekse woord “diadēma” gebruikt, wat (mijns inziens) in dit geval de uitleg van “haar- of hoofdband” heeft (zie de uitleg van de Studiebijbel, hieronder vermeld). Wat letterlijk betekent: “met een band binden”, en dus PRECIES verwoord wat satan doet!
In de Studiebijbel staat er bij “diadēma”:
Het zelfstandig naamwoord (onz.) “diadēma” betekent:
1. (om het hoofd vastgeknoopt) sierlint,
2. (koninklijk) hoofdversiersel,
3. diadeem.
Onder invloed van het diadeem dat de Perzische koningen – en in navolging van hen ook andere koningen – zich als symbool van hun koningschap om het hoofd bonden, doet “diadēma” vooral aan koninklijke waardigheid denken. De Nederlandse vertaling ‘kroon’ roept weliswaar de gedacht aan ‘koningschap’ op, maar de gedachte aan ‘vastbinden’ (van het Griekse woord dēo ‘(vast)binden’, waar het woord van afgeleid is) is bij deze vertaling (van Openbaring 12:3 en 13:1 – AK) verloren gegaan: een kroon wordt niet om het hoofd vastgebonden, maar opgezet. (noot AK)
[13] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[14] Zie noot.
[15] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”. (noot AK)

Lees verder

Geplaatst in 'Vers voor vers' uitleg van Bijbelboeken, Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Studie van E van den Worm, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Zie Hij, Jezus, komt !

Val en opstanding

Eén van de grootste thema’s en meest besproken onderwerpen in Gods Bijbel is de komst des Heren. Een vertrouwd onderwerp voor velen. Echter ook een onderwerp waarover veel onwetendheid en onbekendheid heerst. Wat vele christenen erover weten, is vaak niet veel meer dan de gemiddelde wereldling ervan weet. Laat het voor ons toch niet alleen maar het vertederend schouwspel zijn van “een Kind dat geboren wordt”. Geboren om te sterven! Laat ons nadenken en mediteren over de noodzaak en het doel van Zijn komst als Zaligmaker der wereld. En tegelijk beseffen, dat als God komt, hoe of wanneer of waar dan ook, daaraan altijd minstens twee aspecten zijn verbonden. Het is een openbaring van Zijn GENADE, maar ook van het OORDEEL! “Deze zal worden gesteld tot een val EN opstanding voor velen…” (zie Luk. 2:34), sprak de oude Simeon over Jezus in de tempel. Niet alleen tot een “opstanding”, maar ook tot “een val” voor hen die de (Bijbelse) boodschap verwerpen en/of hieraan ongehoorzaam zijn. Zo was het bij Zijn eerste komst, zo zal het ook zijn bij Zijn wederkomst. Zo was het bij zovele eerdere komsten en bezoeken van God, waarover wij lezen in het Oude Testament. “Ik zal u bezoeken!”, “Ik zal bezoeking over u doen”, zo heeft de Here menigmaal gesproken. En zo is het ook gesteld met de komst des Heren die beschreven wordt in Hosea 8:1-2. Wij lezen daar:

  • “De bazuin aan uw mond! Hij komt als een arend tegen het huis des Heren; omdat zij Mijn verbond hebben overtreden, en zijn tegen Mijn wet afvallig geworden. Dan zullen zij tot Mij ROEPEN: Mijn God! wij, Israël, kennen U.” (Hos. 8:1-2, SV)

Het gaat hier over een komst, die wij in onze dagen te verwachten hebben.

Reiniging

Hoe weinigen leven in de verwachting en met het besef, dat Hij wederkomt! En dat Hij allereerst komt tot Zijn eigen Huis, de Gemeente… Velen weten niet eens wat zij zich daarbij voor moeten stellen. Maar het is hoogst belangrijk, dat wij hiervan kennis dragen. Door een andere profeet, Maleachi, heeft God betuigd:
“Zie, Ik zend Mijn engel (letterlijk: bode), die voor Mij (SV: voor Mijn aangezicht) de weg bereiden zal. Plotseling zal naar Zijn tempel komen die Here Die u aan het zoeken bent, de Engel van het verbond, in Wie u uw vreugde vindt. Zie, Hij komt, zegt de HERE van de legermachten. Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen? Wie zal bij Zijn verschijning standhouden? Want Hij is als vuur van een edelsmid, en als zeep van de blekers[1].(Mal. 3:1-2, HSV)
Het is dezelfde boodschap als in Hosea 8. Hij komt om Zijn Huis, de Gemeente, te REINIGEN. Het oordeel van God begint bij het Huis van God (zie 1 Petr. 4:17)! Dit komen van Hem, dat wij eigenlijk nu al beleven (de 2300 jaren van Daniël 8:14 – “Tot tweeduizend en driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom[2] gerechtvaardigd worden” [sv] – zijn reeds verstreken!), zal GENADE betekenen voor hen die Jezus werkelijk volgen en dienen en die zich in deze dagen laten REINIGEN door het badwater van het Woord. Zij groeien in deze dagen in geloof, in de LEVENDMAKENDE kennis en in heiligheid. Zij wassen op (d.i. groeien) in Hem, verkrijgen het Bruiloftskleed en zullen vol van de Heilige Geest zijn. Maar de reiniging van de Gemeente wil ook zeggen, dat het OORDEEL komt over de kwaadwilligen en over die vele onwillige kinderen Gods die zich niet volkomen aan God willen onderwerpen, maar volharden in ongehoorzaamheid en eigenwillige godsdienst.

KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen.

Ziet, Hij komt;
Laat ons toezien en waken.
Dan zullen de Zijnen het Bruiloftsfeest smaken.
Maar Zijn tijd weet niet één.

H.Siliakus
Enigszins bewerkt door A. Klein


[1] Blekers = Dit zijn mensen die het linnen wit maken door het te bleken met zeep. In geestelijke zin wordt bedoeld dat wij ons – in en door Zijn Bloed – “wit”, dat is geheel REIN, moeten laten maken. Zie Efeze 5:26-27 en ook teksten als Psalm 51:9, Jes. 1:16 en 18.
[2] Gods heiligdom, ofwel Gods tempel, dat zijn de ware gelovigen in wie Hij – met Zijn volheid – woont en troont (zie o.a. 1 Kor. 3:16, 1 Kor. 6:19, Ef. 2:20-22).

.

Wij wensen u GEZEGENDE KERSTDAGEN toe !!

.

Zie eventueel ook nog onze eerdere Kerstoverdenkingen:

 

Geplaatst in Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Heiligmaking, Studie van H Siliakus, Uncategorized, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , | 1 reactie