Vijanden, die tegenover ons staan

Manipulatie en Intimidatie:
vormen van toverij in de Gemeente!

Manipulatie

Inleiding

Christenen staan voortdurend bloot aan aanvallen en verleidingen van de machten der duisternis. Het doel van de boze is mensen in zijn macht te krijgen en hen tot zonde te verleiden.
Enerzijds worden satans aanvallen driester en brutaler, anderzijds steeds sluwer. Oorlogen, terreur, drugsverslaving en seksueel geweld zijn duidelijke vormen van zijn tactiek. Dit soort bruut geweld is voor gelovigen gemakkelijk te herkennen. Maar satan gebruikt ook subtieler wapens: We noemen de beloften van New Age, alternatieve geneeswijzen en allerlei vormen van occultisme.
Nog gevaarlijker is het als satan als een engel des lichts de gemeente van Christus binnensluipt en daar slachtoffers maakt.
Derek Prince waarschuwt tegen diverse vormen van ‘toverij’ binnen de gemeente, zoals intimidatie, manipulatie, indoctrinatie. Satans uiteindelijke doel blijft hetzelfde: mensen tot zijn onderdanen maken. Gevangen en betoverde christenen zijn geestelijk volkomen lamgelegd, ze zijn hun kracht en vrede kwijt en hebben het juiste zicht op het evangelie verloren.

Les 1: De structuur van satans koninkrijk

Het gaat in deze les over 2 koninkrijken, 2 tegenover elkaar staande koninkrijken, die met elkaar in oorlog zijn. Het zijn onzichtbare geestelijke koninkrijken, het ene is het Koninkrijk van God en het andere is het koninkrijk van satan. Satan heeft dus een koninkrijk, zoals Jezus zelf heeft verklaard in Mattheüs 12:26.[1]
Waar ik u op wil wijzen is dit: Satans koninkrijk is geen warboel, het is een minutieus georganiseerd koninkrijk. Wij moeten met het feit rekening houden dat hij geen onnozele hals is. Hij is een zeer sluw, machtig en boosaardig wezen. In Efeze 6:12 lezen we:
“Onze worsteling is niet tegen personen met lichamen, maar tegen heerschappijen over diverse gebieden en met afdalende rangen in autoriteit, tegen de wereldoverheersers van deze tegenwoordige duisternis, tegen geestelijke machten van slechtheid in de hemelse gewesten”.[2]
Er is een bepaald niveau van geestelijke autoriteit in satans koninkrijk en dat is het niveau van de heerschappijen. En onder deze regeerders staan sub-regeerders met een verscheidenheid aan gebieden van autoriteit. Onder hen staan sub-sub-regeerders met kleinere gezagsterreinen. Eén heerser heeft dus een groot gezagsgebied. Onder hem staan geringere heersers, waarvan ieder een kleiner gebied onder zich heeft. Onder hen staan weer regeerders die over een steeds kleiner gebied gezag uitoefenen. Dan staat er verder (in Efeze 6:12): “…tegen de wereldoverheersers van deze tegenwoordige duisternis”. Ik heb heel doelbewust het woord ‘overheersers’ (dominerenden) gebruikt, omdat het een satanisch woord is. God overheerst of domineert nooit. Wanneer u overheersing tegenkomt, dan steekt daar op de één of andere manier satan achter. De derde uitdrukking (in Efeze 6:12) is: “…tegen geestelijke machten van slechtheid in de hemelse gewesten”. Hele legers van boosaardige, machtige, rebelse geestelijke wezens in een gebied dat “hemelse gewesten” wordt genoemd.
Nu wil ik ingaan op een vraag die bij velen opkomt. Zij zeggen: “Maar als satan uit de hemel werd geworpen, hoe kan hij dan nog steeds in de hemelse gewesten zijn?” Het antwoord is heel eenvoudig. Er is meer dan één hemel. De hemel of hemelse gewesten is meervoudig. In 2 Korinthe 12:2 zegt Paulus: “Ik weet van een mens in Christus… dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel”. Als er een derde hemel is, dan moeten er ook een eerste en een tweede zijn. Je kunt van iets niet een derde hebben zonder de eerste twee. Als er dus een derde hemel is, zoals Paulus verklaart, dan zijn er op z’n minst drie hemelen. Nu wil ik u een mening geven. Het is alleen maar iets wat mij waarschijnlijk lijkt. Ik geloof dat de derde hemel, de hemel is van Gods Tegenwoordigheid, Gods woonplaats. Nu ben ik geneigd om te geloven dat de eerste hemel de zichtbare hemel is die wij zien. De tweede moet zich dus tussen de eerste en de derde bevinden. Tussen ons en God bevindt zich dus een satanisch koninkrijk (lees Daniël hoofdstuk 10).
Satan, de gevallen engel Lucifer die tegen God rebelleerde, heerst in de hemelse gewesten over een legermacht van opstandige engelen. Het sleutelwoord om satan en degenen die met hem zijn te beschrijven is het woord rebel. Rebellie tegen God. Nu heeft satan ook een lager gelegen niveau van zijn koninkrijk, namelijk op aarde. En opnieuw is HET sleutelwoord voor degenen over wie hij op aarde heerst, het woord rebel. Talrijke kerkgangers zijn nog steeds rebellen en als rebellen staan zij in feite onder het bestuur van satan.
Overal waar hoogmoed het menselijk hart binnenkomt – want dat is de invloed die satan aanzette tot rebellie tegen God – daar brengt die hoogmoed ons onder de heerschappij van satan. Het doet er niet toe of wij pinkstermensen zijn, baptisten, katholieken of wat dan ook. Dat is niet waar het om gaat. Het gaat om de gesteldheid van ons hart tegenover God (JaHWeH). Tenzij wij een hart hebben dat, door Jezus Christus, waarachtig aan God overgegeven en onderworpen is, kunnen wij alle soorten vrome taal gebruiken en onszelf nog zulke mooie titels geven, maar dan blijft het feit bestaan dat wij tot het koninkrijk van leviathan (d.i satan, zie Job hoofdstuk 41) behoren. Omdat hij de koning is over al de kinderen van de hoogmoed.

Les 2: Het wezen van de toverij

Ik heb er op gewezen dat het sleutelwoord dat iedereen in satans koninkrijk beschrijft, het woord rebel is. Zij zijn allen in rebellie tegen God (JaHWeH), of het nu engelen zijn of mensen. Er is een regelrecht verband tussen rebellie en toverij. In 1 Samuel 15:23 (NBG) kunnen we de definitie van toverij zien: “Voorwaar, weerspannigheid (d.i. rebellie) is zonde der toverij en ongezeggelijkheid is afgoderij en dienen van terafim (SV: beeldendienst)”. Samuël maakt hier twee vergelijkingen. Weerspannigheid (rebellie) is een tweeling van toverij. Ongezeggelijkheid is een tweeling van afgoderij. Iemand die ongezeggelijk is, maakt afgoden van zijn eigen meningen en dat is een vorm van afgoderij. Hoeveel ongezeggelijke mensen hebben wij in de kerk? In Gods ogen zijn dat afgodendienaars. Wij zouden het niet toestaan als iemand onze kerk binnenkwam met een houten afgodsbeeld, daarvoor zou neervallen en het voorin de kerk zou gaan aanbidden. Wij zouden zeggen: Dat tolereren wij hier niet. Maar helaas, ik ben bang dat wij wel veel ongezeggelijke mensen zouden tolereren en hen hun gang zouden laten gaan.
Rebellie is als de zonde van de toverij. De wortel van toverij is rebellie en waar u rebellie vindt, kunt u toverij verwachten. Ik zal proberen op een eenvoudige manier uit te leggen hoe dit tot stand komt. Weet u, rebellie verwerpt Gods rechtmatige gezag, precies zoals Saul het gezag van het Woord van God verwierp (zie 1 Samuel 15). Maar zonder gezag kunt u in het leven niet lang bestaan. Als u dus geen rechtmatig gezag kent, zal dat worden vervangen door onrechtmatig gezag. En als u onrechtmatig gezag bezit, dan moet dat ondersteund worden door onrechtmatige macht. En de onrechtmatige macht die de rebellie ondersteunt, is de macht van de toverij. Waar u dus ziet dat illegale autoriteit wordt uitgeoefend, kunt u er op rekenen dat u met toverij te maken krijgt. Toverij is in wezen de poging om mensen te overheersen en ze te laten doen wat jij wilt.
Wij verlangen dat mensen doen wat wij willen en heel vaak gebruiken wij illegale middelen om dat te bewerkstelligen. Nu, deze manier van te werk gaan heeft drie sleutelwoorden en ik zou graag willen dat u heel goed oplet, want overal waar u deze werkingen tegenkomt, heeft u met toverij te maken. Misschien heeft u zich dat tot op heden nooit zo gerealiseerd.
De drie sleutelwoorden zijn: manipuleren, intimideren en domineren. Het einddoel is domineren, over mensen heersen, maken dat ze doen wat u wilt. Overal waar u dit aantreft, is de macht daarachter toverij.
Zo is er ook de toverij of magie binnen de gemeente. Het betreft hier een gebied waar sommige christenen geen idee hebben van wat in werkelijkheid plaatsvindt. In Galaten 3:1a (NBG) lezen we: “O, onverstandige (SV: uitzinnige) Galaten, wie heeft u betoverd…?” Heeft u dat feit wel eens tot u laten doordringen? Dat waren charismatische christenen, pinksterchristenen. Zij kenden de Heer, ze waren behouden, ze hadden de Heilige Geest ontvangen, ze maakten wonderen mee, maar ze waren betoverd. Het is interessant om te weten dat het hier gebruikte woord voor “betoverd” nog steeds in het moderne Grieks wordt gebezigd. Het woord ‘baskanía’ is het moderne Griekse woord voor het ‘boze oog’. Hoe wist Paulus dat hier toverij aan het werk was? Wat waren de verschijnselen? Heel belangrijk! Toverij had de openbaring verduisterd die zij hadden ontvangen van Jezus Christus als gekruisigd. Dat is het allerbelangrijkste doel van toverij in de Gemeente: het verduisteren van de realiteit van Jezus Christus en Die gekruisigd.
Het basisprobleem was dus dat de werkelijkheid van de gekruisigde Jezus was verduisterd door een boze duivelse macht die was binnengedrongen. En de twee problemen als gevolg daarvan waren vleselijkheid en wetticisme. Zij waren teruggekeerd naar vleselijke pogingen om de wil van God te doen, om God te behagen, door zich aan alle mogelijke voorschriften te onderwerpen om door God als rechtvaardigen beschouwd te worden. Daarmee hadden zij het doel van Christus dood uit het oog verloren. Weet u, in wezen zouden wij allemaal iets willen hebben om ons op te beroemen. Op de één of andere manier zouden we graag een beetje meer rechtvaardig zijn dan onze buurman. En als we een aantal regels hebben waar wij ons aan houden, dan kunnen wij onszelf wijsmaken dat we daardoor rechtvaardig zijn. Ik heb vaak gezegd, en soms bracht dat een schok teweeg: Christendom is niet een aantal voorschriften. Zodra we dat ervan maken, hebben wij de blik op het kruis verloren. Dan hebben wij de kracht van God verloren. In de plaats van de kracht die van het kruis komt, brengt toverij vleselijke inspanningen en wettische middelen. Het terugkeren tot voorschriften is de uitwerking van toverij in ons leven. Ik geloof dat dit in bijna alle kerken en groepen is gebeurd. U mag het gerust met mij oneens zijn. Ik denk dat iedere belangrijke beweging van God in de Gemeente iets voortgebracht heeft dat belangrijk was, levend, krachtig. Maar binnen een generatie of twee ging het zicht op het kruis verloren en keerde men terug naar vleselijke inspanningen en voorschriften, naar organisatie, structuren en dat soort dingen.
Ik wil besluiten met het citeren van Jeremia 17:5 (NBG): “Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt en vlees tot zijn arm stelt, wiens hart van de Here wijkt”. Ziet u, dat is de vloek die toverij over de Gemeente brengt. Dan vertrouwen wij niet langer op de bovennatuurlijke genade en kracht van God, maar vertrouwen wij op het beste wat wij met onze eigen inspanning kunnen doen.

Les 3: De geest van de anti-christ [3]

Wij gaan nu naar de volgende belangrijke werkzaamheid van satans koninkrijk, van satans oppositie tegen God (JaHWeH) en tegen de Gemeente van Jezus Christus. Ik wil eerst proberen om in het kort de werkelijke betekenis uit te leggen van die vreemde aanduiding anti-christ. Allereerst moet u bedenken, dat het woord Christus komt van een Grieks woord, Christos, dat precies overeenkomt met het Hebreeuwse woord Mashiach, waar wij het woord Messias vandaan hebben. Het is verbazingwekkend hoeveel Joden en christenen zich niet realiseren dat Messias en Christus twee verschillende woorden zijn voor dezelfde Persoon. Wanneer wij dus anti-Christ zeggen, dan betekent dat anti-Messias. Anti is een Grieks voorzetsel. Het heeft twee betekenissen en ze zijn beide van toepassing. Allereerst betekent het tegen. De eerste werking is dus tegen de Messias. De tweede betekenis is in de plaats van. Het uiteindelijke doel is om de valse messias op de plaats te brengen van de ware Messias. De gehele operatie vindt dus in twee fasen plaats en als u dat begint te beseffen, dan ziet u dat de geest van de anti-christ geweldig actief is in praktisch de gehele belijdende kerk.
De geest van de anti-christ is bezig om in zijn eerste fase de ware Messias weg te werken. Maar we moeten wel bedenken dat dit nog niet het einddoel van satan is. Zijn doel is het vervangen van de ware Messias door een valse ‘messias’. Het wordt duidelijk als u ziet dat deze speciale operatie van satan alleen van toepassing is waar Jezus werd gepredikt. Je kunt Jezus niet verwerpen als je nooit over Jezus gehoord hebt. De anti-christ kan dus alleen daar openbaar worden waar Christus eerst gepredikt is. In wezen zal de mensheid worden gedwongen om te kiezen tussen de ware Messias en de valse. De geest van de anti-christ is buitengewoon actief, veel meer dan de meesten van u beseffen, en hij is bezig om ons tot de verkeerde beslissing te dwingen.
Er zijn 3 vormen van de anti-christ:

  1. Allereerst zijn er vele anti-christussen. In de loop van de menselijke geschiedenis zijn zeer vele anti-christen verschenen en openbaar geworden.
  2. Ten tweede is er de anti-christ, één specifieke anti-christ. Ik geloof dat dat de uiteindelijke manifestatie en het eindprodukt is van de geest van de anti-christ, die, voor zover ik weet, nog niet in de menselijke geschiedenis openbaar geworden is. Ik geloof dat zijn schaduw al over het toneel gevallen is, maar dat we de werkelijke persoon nog niet gezien hebben. Maar de Schrift maakt het duidelijk dat er aan het einde van dit tijdperk één laatste uiterst slechte en machtige heerser zal overheersen. Dat zal zijn DE anti-christ.
  3. De derde vorm is de geest van de anti-christ. De geest van de anti-christ is de geest die in iedere anti-christ werkzaam is. De anti-christ begint altijd op de één of andere manier in relatie tot het volk van God, maar behoort daar niet werkelijk toe en dat wordt in de loop van de tijd openbaar. Uiteindelijk zullen wij een moreel systeem krijgen, een wettisch systeem, een systeem dat vol is met alle mogelijke vertoningen en religies, maar zonder Jezus. Als je Jezus en het kruis elimineert, kan het christendom met alle soorten religies samengaan en ik denk dat wij al ver op weg zijn. Wij moeten heel waakzaam zijn in onze houding en onze benadering van deze dingen, want ik geloof dat de geest van misleiding aan het werk is.

Als laatste hebben we nog de manifestatie van de geest van de anti-christ, namelijk in DE anti-christ (zie nr. 2). Hij is de mens der wetteloosheid. Hij is de uiterste belichaming van de rebellie van de mens tegen God en de verwerping van Gods wetten. Hij is de zoon des verderfs, degene die op weg is naar het eeuwig verderf. Het is interessant dat er slechts één andere persoon in het Nieuwe Testament voorkomt die zoon des verderfs wordt genoemd, Judas Iskarioth. Hij was een valse apostel. Opnieuw kunnen wij hieruit opmaken dat deze persoon op de één of andere manier bij de christelijke Gemeente zal beginnen. Ik geloof dat hij charismatisch zal zijn. Super-charismatisch. Dat meen ik echt. Er zal dus de één of andere persoon opstaan aan wie satan zijn kracht zal geven. Waarom? Omdat hij die persoon in staat wil stellen om de heerschappij over het gehele menselijke ras te verkrijgen en om het gehele menselijk ras er toe te bewegen of er toe te dwingen om datgene te doen wat satan het meest begeert: aanbeden te worden. Dat is zijn doel. Hij heeft daar volhardend en geduldig vele, vele eeuwen lang aan gewerkt en hij is in deze tijd zijn doel reeds heel, heel dicht genaderd.

Les 4: De overwinning van de Gemeente

Ik heb getracht de belangrijkste vijanden met wie wij geconfronteerd worden te definiëren om nu te laten zien hoe wij God kunnen gehoorzamen en deze vijanden kunnen overwinnen met de middelen waarin Hij heeft voorzien. Het allereerste wat wij moeten begrijpen, is het volgende. Alle beloften waarmee de Bijbel afsluit, de laatste OPENBARING van Jezus aan Zijn Gemeente,[4] alle positieve beloften zijn alleen voor degenen die overwinnen.[5] In laatste instantie moeten wij overwinnen of worden wij overwonnen. In de brief aan de zeven gemeenten is elke laatste belofte voor degene die overwint. Hij verwacht van ons dat wij overwinnen. Dat wordt samengevat in één vers, namelijk Openbaring 21:7, “Die overwint, zal alles beërven, en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn”. De overwinnaar krijgt dus alles en degene die niet overwint, krijgt niets. Eén van de grote misleidingen waarmee de duivel de gemeenten infiltreert, is er op gericht om ons er op de één of andere manier van te overtuigen dat er zoiets als een middenweg bestaat.
Wij spreken dus nu over overwinnaars.[6] Af en toe duikt er binnen de kerk een groepering op die beweert de overwinnaars te zijn. Ik zou u dit willen zeggen: Als u ooit een groepering tegenkomt die u vertelt dat u zich bij hèn moet aansluiten om goed te zitten, dan kunt u van één ding zeker zijn: Als u zich bij hen aansluit, dan zit u verkeerd. Niemand heeft het monopolie van de overwinning. Het is geen etiket, het is geen leer, het is een leven.
Toen Jezus stierf, riep Hij: “Het is volbracht!” En het is volbracht. Niets hoeft daaraan te worden toegevoegd en niets kan ooit worden weggenomen van wat Hij heeft gedaan. Jezus heeft door Zijn dood en opstanding satan reeds een volkomen, blijvende, finale en onherroepelijke nederlaag toegebracht. Als u dat niet begrijpt, hebt u geen enkele basis voor overwinning.
Om deze overwinning te behalen, heeft Jezus twee dingen voor ons gedaan. Het eerste heeft betrekking op ons verleden. Wij moeten goed bedenken dat schuld satans grootste wapen tegen ons is. Zolang hij ons schuldig kan houden heeft hij niet de minste moeite met ons. Maar met betrekking tot het verleden heeft Jezus het voor ons mogelijk gemaakt om vergeving te ontvangen van al onze vroegere zonden. Als we zelfs maar één onvergeven zonde hebben, is dat als de kracht van een geweldige hefboom die satan tegen ons kan gebruiken om ons neerslachtig en onmachtig te maken.
Het andere is ingewikkelder, maar laat mij in het kort dit mogen zeggen: Jezus heeft de wet van Mozes opgeheven als het middel om gerechtigheid bij God te verwerven. Zolang de wet daarvoor de maatstaf was, kon satan iedere keer opstaan en op de één of andere inzetting wijzen waaraan wij niet hadden voldaan en dan zeggen: ‘Kijk hier eens! Je hebt geen recht om toe te treden!’ Maar toen Jezus stierf aan het kruis, maakte Hij in dat opzicht een einde aan de wet. Wanneer wij verder gaan dan het kruis, komen wij weer onder de wet. Onze gerechtigheid hangt niet af van het gehoorzamen aan inzettingen, ze hangt af van geloof. Wij zijn gerechtvaardigd, rechtvaardig gemaakt, door het geloof. Nadat Jezus de satan van zijn wapens tegen ons beroofd heeft (en het allerbelangrijkste en machtigste wapen is schuld!) heeft Hij ons voorzien van de wapens waarmee wij satan kunnen verslaan.
“Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, zodat wij de redeneringen en elke schans die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus”. (2 Corinthiërs 10:3-5, NBG)
Wat is dat een overwinning! U ziet dat wij wapens hebben die niet vleselijk zijn. Wat zijn ze dan? Geestelijk. Waarvoor kunnen wij ze gebruiken? Voor het slechten van bolwerken. Bolwerken van wie? Van satan.
U ziet dat satan bolwerken opbouwt in de gedachten van mannen en vrouwen om te beletten dat zij de waarheid van het Evangelie kunnen ontvangen. Voor het slechten van die bolwerken heeft God ons geestelijke wapens gegeven: gebed,[7] prediking, lofprijzing, enzovoort om de weg te openen voor het Woord van God, zodat het bij mensen kan binnenkomen, hen kan redden en hen kan veranderen.

Derek Prince
Boekbespreking en aanbeveling van dit boek door A. Klein
Vijanden die tegenover ons staan

***********************************************************************************

[1] “En als de satan de satan uitdrijft, dan is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe kan zijn rijk dan standhouden?” (Matth.12:26, HSV)
[2] Derek Prince heeft vanaf ongeveer zijn tiende jaar Grieks gestudeerd. Daardoor is dit vers met andere woorden uitgedrukt, die beter passen bij de oorspronkelijke betekenis en het begrijpelijker maken. (noot AK)
[3] Zie eventueel ook nog dit artikel van Derek Prince: De schaduw van de antichrist op het wereldtoneel…. (noot AK)
[4] Zie onze GRATIS studie De OPENBARING van Jezus Christus gegeven aan Johannes. (noot AK)
[5] Zie onze GRATIS studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd. (noot AK)
[6] Zie noot 5.
[7] Zie onze GRATIS studie Leer bidden (over de noodzaak van bidden/gebeden naar Gods wil). (noot AK)
Advertenties
Geplaatst in Boek/studiebespreking, De antichrist(elijke tijd), Gehoorzaamheid aan God, Nuttige studie als 'basiskennis', Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

GRATIS Bijbelstudie (2): Onze aardse roeping: “En u zult Mijn getuigen zijn”

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm. [1]

U bent het licht van de wereld (volgens Mattheüs 5:14)

Behalve de zoutvorming – wij moeten namelijk “het zout van de aarde” worden (zie Matth. 5:13) door de hand des Heren, waarmee “de NIEUWE MENS in Christus” wordt bedoeld – moeten wij ook “het licht van de wereld” worden (zie Matth. 5:14). Deze beide werkingen geschieden door de zalving van de Heilige Geest, op grond van ons geloof in en onze (volkomen) overgave aan Christus.
Deze zoutvorming is een inleidende werking om ons (geestelijk) gereed te maken, want ons leven moet in overeenstemming zijn/komen met de wil van God. Wij zijn weliswaar als zondaren geboren, maar we moeten – door de werkingen van de Heilige Geest IN ons – verlost worden van ons zondig “ik”-leven en worden omgevormd tot wij het wonderlijke “Jezus-leven”, de zgn. “Christus-natuur”, ontvangen hebben in ons hart en leven.
Daarnaast heeft de zalving van de Heilige Geest ook tot doel om ons te vormen tot een (waarachtig) getuige voor onze medemensen, zodat wij anderen – door de kracht van de Heilige Geest – kunnen brengen in de cirkel van Gods genade. Veel christenen getuigen alleen of voornamelijk in de Gemeente (of Kerk) waartoe zij behoren, maar we moeten niet alleen in de Gemeente getuigen, maar – des te meer – in de wereld daar buiten. Die wereld is dus de voornaamste plaats, ons voornaamste arbeidsveld, onze akker. Want, wij moeten uit die wereld mensen zien te trekken en hun leren om open te (gaan) staan voor het leven van Jezus, voor de genade van Jezus Christus. Dat wordt er dus bedoeld met “licht” verspreiden. En, ook dit is een werking van de zalving van de Heilige Geest. Want zonder de kracht van de Heer – die in en door ons heen werkt met Zijn Geest – is er geen (waarachtig) getuigenis mogelijk. Want de wereld is in de macht van ‘de boze’, in de greep van satan en als wij dus in eigen kracht proberen te getuigen, dan lachen ze ons uit, dan houden ze ons voor een beetje simpel of zoiets, want de wijsheid van God is dwaasheid voor de wereld.

Conclusie: wanneer we niet IN en DOOR de kracht van de Heilige Geest van Jezus getuigen, heeft het geen enkele (eeuwigheids)waarde.

We gaan nu eerst de verzen 14 t/m 16 uit Mattheüs 5 lezen:

  • U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard (SV: kandelaar), en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.”

Nogmaals: de verspreiding van dit (goddelijk) “licht” in die wereld is dus een onmogelijke taak in de eigen kracht van de mens. Er is in de mens zelf geen mogelijkheid om dit licht te verspreiden. Want Jezus zegt Zelf: “…Ik ben het Licht der wereld” (zie Joh. 8:12a) en het is Jezus Die – door de werking van de Heilige Geest in ons – dit “licht” door ons heen doet schijnen. Zonder de werking van Jezus – door de zalving van/met Zijn Heilige Geest – is er dus geen lichtverspreiding mogelijk. Ook niet door de zgn. “goede werken” die wij doen. Het moeten ook geen (goede) werken zijn die WIJ (vanuit onszelf) doen. … Het werk, de taak, moet door de Geest van God gedreven zijn. Om dit te bewijzen gaan wij naar Handelingen 1 vers 8:

  • “maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult (dan, daarna) Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.”

Het getuigen van Jezus – dus: een waarachtig getuige van/voor Hem zijn – komt dus pas NA die bekrachtiging door de Heilige Geest. Eerst moet namelijk de kracht van de Heilige Geest over ons komen en pas daarna kunnen wij, als een waarachtig getuige, van Hem getuigen.
Men denkt over het algemeen te lichtvaardig over het wachten “in de opperkamer van onze geest” op deze kracht, op deze zalving. Laten wij daarom – biddende – blijven vragen om die wonderlijke krachten van de Heer, totdat Hij binnenkomt; laat Hem – in en door ons heen – Zijn werk doen en dan kunnen wij (waarlijk) getuigen van de Here Jezus. Want, wij zijn allemaal geroepen om te getuigen van Hem. Geroepen om de wereld te vertellen dat Hij opgestaan is, dat Hij een levende Heiland is en dat Hij een Helper is onder alle omstandigheden van het leven. Al onze problemen lossen als het ware op (omdat Hij die voor ons draagt) als wij die in Zijn handen leggen. Dan zullen de satanische krachten en machten in ons hart en leven teniet gedaan worden door ons geloof in Jezus Christus, en door onze overgave aan Hem.
De inwoning van (en dus de vervulling met) de Heilige Geest is dus hard nodig, want het is de enige manier waardoor wij echt een getuige van Hem kunnen zijn, waardoor wij waarlijk (Zijn) “licht” kunnen verspreiden. Dan zullen wij niet alleen maar praten over de Heer (want het Evangelie bestaat niet alleen maar in woorden), maar vooral handelen IN en DOOR Zijn kracht. Dat kunnen wij hieronder ook lezen (in 1 Kor. 2:4-5). Onze prediking, onze onderwijzing, moeten gedreven zijn door de Geest van God willen ze eeuwigheidswaarde hebben.

  • Tot zover de “studiebespreking”.

Als u deze studie in z’n geheel wilt lezen of downloaden, KLIK HIER

A. Klein


[1] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”.

.

*************************

Inhoudsopgave:

I.     U bent het licht van de wereld (volgens Mattheüs 5:14)

II.   Het doel van de zalving met Gods Geest

III.  Gaven van de Geest, bedieningen van de Here, werkingen van God

IV.  Gaven van de Geest

  • De gaven van het Woord
  • Gaven, die wonderen en tekenen bewerken
  • Gebedsgaven

V.  Gaven van de Geest zonder de Vrucht van de Geest zijn geen garantie voor onze PERSOONLIJKE zaligheid

VI.  De eindtijd-zalving

  • De bediening van de 144.000 uitverkorenen uit het bekeerde Israël in de eindtijd
  • De grote eindtijd-zalving is tot redding van de wereld

 

Geplaatst in Boek/studiebespreking, de Heilige Geest, Eindtijdstudie, Geestesgaven, Gods Geest, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Nuttige studie als 'basiskennis', Opwekking, Studie van E van den Worm, Werkers in Gods dienst, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De middernachtelijke genezingsdienst

72_toegerust_volk

Een Pascha viering te Jeruzalem

Onder de Oudtestamentische hervormer Hizkia werd, in het begin van zijn regering, te Jeruzalem – na jarenlange verwaarlozing van deze Goddelijke instelling – opnieuw het Pascha feest gevierd en wel op zodanige wijze als vanaf de dagen van Salomo niet meer was geschied. Deze alleszins heuglijke gebeurtenis is opgetekend in de annalen van de – door God geschreven – geschiedenis. Echter niet alleen om te gedenken. Wanneer wij met aandacht de verzen 15 t/m 20 lezen van 2 Kronieken 30 [1] en in het bijzonder de woorden (van vers 20) op ons in laten werken: En de HEERE verhoorde Hizkia en GENAS het volk, zo zal ons dit al gauw duidelijk worden.
Wij geloven in de Heilige Geest [2] (dat is: de 3de Openbaringsvorm van God [3])! En deze Geest toont ons dat wat wij lezen, in eerdergenoemde Bijbelverzen, vóór alles een treffende PROFETISCHE strekking heeft. Voordat wij hier verder op in kunnen gaan zullen wij eerst onder de aandacht moeten brengen, dat het Israëlitisch Pascha feest onmiskenbaar verwijst naar de kruisdood van het Lam Gods, Jezus Christus, op Golgotha. Allen die door “het Bloed van Jezus” [4] verlost zijn uit de macht van de dood en vergeving van zonden hebben ontvangen, kunnen het ware Pascha feest vieren:

  • Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam (SV: ons Pascha) is voor ons geslacht: Christus.” (1 Korinthe 5:7, HSV).
  • Want “als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” (1 Johannes 1:7, HSV)

Het is het feest van de redding – voor tijd en eeuwigheid – uit de macht van satan en van de dood. Bezien in dit licht moet de beschrijving van een Pascha viering méér dan een gewoon geschiedenisverhaal zijn.

Het einde van de genadetijd

Naar Gods inzetting, gegeven ten tijde van Mozes, moest het Pascha in Israël gehouden worden op de 14de dag van de 1ste maand (zie Leviticus 23:5 [5]), in “de NACHT DES HEEREN” (zie Exodus 12:42 [6].)
In uitzonderingsgevallen echter kon het feest verschoven worden naar de 14de dag van de 2de maand (zie Numeri 9:10-11 [7]). Daarna was er geen uitstel meer mogelijk. In 2 Kronieken 30 hebben wij te maken met zo’n uitgesteld Pascha feest:

  • “Toen slachtten zij het paaslam (SV: het pascha) op de 14de dag van de 2de De priesters en de Levieten waren beschaamd geworden, hadden zich geheiligd en brandoffers gebracht in het huis van de HEERE.” … “De koning had immers met zijn leiders (SV: zijn oversten) en heel de gemeente in Jeruzalem overleg gepleegd of men het Pascha in de tweede maand zou houden, want zij hadden het niet op de vastgestelde tijd kunnen houden, omdat de priesters zich niet genoeg geheiligd hadden en het volk zich niet in Jeruzalem verzameld had.” (2 Kronieken 30:15+2-3, HSV)

Het is van belang dit op te merken, want daarom is aan heel dit hier beschreven gebeuren de gedachte verbonden van: de tijd is nabij, er is geen uitstel meer mogelijk. In profetisch licht gaat het hier om het einde van het genadetijdperk. Immers, geen Pascha meer kunnen vieren betekent: geen deel meer kunnen hebben aan de verlossing door ‘het Lichaam en het Bloed van Jezus’! De geestelijke waarde van een instelling of handeling te kennen is de sleutel tot het verstaan van de profetische strekking van een gebeurtenis, waarbij het onderhouden van zo’n instelling of het verrichten van zo’n handeling een rol speelt. De geestelijke waarde van het Pascha feest blijkt mede uit de Oudtestamentische bepaling dat de ziel van degene die dit feest op de daarvoor gezette tijd NIET viert, moet worden uitgeroeid uit haar volken:

  • “Maar de man die rein is en niet onderweg (SV: niet op de weg) is, en die nalaat om het Pascha te houden, die persoon moet van zijn volksgenoten worden afgesneden (SV: uitgeroeid worden). Hij heeft immers de offergave van de HEERE niet op zijn vastgestelde tijd aangeboden (SV: geofferd); die persoon moet zijn zonde dragen.” (Numeri 9:13, HSV)

Het gaat bij de Pascha viering om een zaak van leven of dood. Om het op Nieuwtestamentische wijze uit te drukken: Wie in dit tijdelijke leven (dat is: de ons door God gegeven ‘gezette tijd’) geen deel heeft aan het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegdraagt, gaat voor eeuwig verloren. Er komt een EINDE aan de genadetijd (Gods). Een afzonderlijk einde voor een ieder die (in ongeloof c.q. God-loos-heid) sterft vóór Jezus’ wederkomst of voor een ieder die gezondigd heeft tegen de Heilige Geest. Maar er komt ook een absoluut einde voor de mensheid als geheel: namelijk, wanneer Jezus in het verborgen wederkomt [8] om met de Bruidsgemeente – dat is de enige volmaakte Gemeente die er ooit op aarde zal zijn geweest vóór het tijdperk van het 1000-jarig Rijk [9] aanvangt – de “Bruiloft van het Lam” [10] in te gaan. Van dit absolute einde van de genadetijd spreekt het “Pascha feest van de tweede maand”.

KLIK HIER als u deze GRATIS studie verder wilt lezen/downloaden.

H. Siliakus
Uit het blad: De Tempelbode van november 1980
Enigszins bewerkt door A. Klein

**********************************************************************************

[1] “Toen slachtten zij het paaslam (SV: het pascha) op de 14de dag van de 2de maand. De priesters en de Levieten waren beschaamd geworden, hadden zich geheiligd en brandoffers gebracht in het huis van de HEERE. 16 Zij stonden op hun plaats overeenkomstig hun handelwijze, overeenkomstig de wet van Mozes, de man Gods. De priesters sprenkelden het bloed nadat zij dat genomen hadden uit de hand van de Levieten, 17 want er waren er velen onder de gemeente die zich niet geheiligd hadden. Daarom waren de Levieten belast met het slachten van de paaslammeren voor ieder die niet rein was, om hen voor de HEERE te heiligen. 18 Want een groot deel van het volk, velen uit Efraïm, Manasse, Issaschar en Zebulon, hadden zich niet gereinigd. Toch aten zij het Pascha, maar niet zoals het voorgeschreven was. Hizkia bad echter voor hen en zei: Laat de HEERE, Die goed is, verzoening doen voor hem 19 die heel zijn hart erop gericht heeft om God de HEERE, de God van zijn vaderen, te zoeken, al was dat niet volgens de reinheid die past bij het heiligdom. 20 En de HEERE verhoorde Hizkia en genas het volk.” (2 Kron. 30:15-20, HSV)
[2] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geestvan CJH Theys. (noot AK)
[3] In Deuteronomium 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed/geslagen (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn 3 openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een Eénheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit 3 personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
* de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
* de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
* de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[5] “In de 1ste maand, op de 14de dag van de maand, tegen het vallen van de avond, is het Pascha voor de HEERE.” (Lev. 23:5, HSV)
[6] “Deze nacht zal men de HEERE op het vlijtigst houden, omdat Hij hen uit Egypteland geleid heeft; deze is de nacht des HEEREN, die op het vlijtigst moet gehouden worden, van al de kinderen Israëls, onder hun geslachten.” (Exod. 12:42, SV)
[7] “Spreek tot de Israëlieten en zeg: Iedereen onder u of onder de generaties na u, wanneer hij onrein is vanwege het aanraken van een dood lichaam of ver onderweg is, moet toch voor de HEERE het Pascha houden. In de 2de maand, op de 14de dag, tegen het vallen van de avond, moeten zij het houden; met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten.” (Num. 9:10-11, HSV)
[8] Zie eventueel ons artikel De Wederkomst van Christus nader bekekenvan A. Klein. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christusvan E. van den Worm. (noot AK)
[10] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aardevan E. van den Worm. (noot AK)
Geplaatst in Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Geestelijke groei, Genadetijd Gods, Heiligmaking, Studie van H Siliakus, Volmaaktheid in Christus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

GRATIS Bijbelstudie (1): God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm.[1]

Waarom gaat de Here de naties schudden?

De Here gaat al de naties in de eindtijd, vlak voor Zijn wederkomst, schudden, omdat de ongerechtigheid onder de naties zich heeft vermenigvuldigd en zich verder gaat vermenigvuldigen.

  • “En omdat de wetsverachting (d.i. de ongerechtigheid) toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.” (Matth. 24:12)
  • “En gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen (van de wederkomst) van de Zoon des mensen: zij aten, zij dronken, zij huwden, en zij werden ten huwelijk genomen (men geeft prioriteit aan het aardse) tot op de dag, waarop Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en ALLEN verdelgde. Op dezelfde wijze als het geschiedde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. Maar op de dag, waarop Lot uit Sodom ging, regende vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen.” (Luk. 17:26-29)
  • “Toen de Here zag, dat de boosheid van de mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde boos was, berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. En de Here zei: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem UITROEIEN, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb. Maar Noach vond genade in de ogen van de Here.” (Gen. 6:5-8)

De Here God brengt dus in de eindtijd Zijn oordelen over de aarde om haar bewoners tot bekering te brengen.

  • “Wanneer uw gerichten (of: oordelen) op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid.” (Jes 26:9b)
  • “Nabij is de grote dag des Heren, nabij en hij nadert haastig. Hoort, de dag des Heren; bitter schreeuwt dan de held. Die dag is een dag van verbolgenheid, een dag van benauwdheid en van angst, een dag van vernieling en van vernietiging, een dag van duisternis en van donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis, een dag van bazuingeschal en van krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en tegen de hoge hoektorens. Dan zal Ik de mensen benauwen, zodat zij gaan als blinden, want zij hebben tegen de Here gezondigd, en hun bloed zal worden uitgestort als stof en hun ingewand als drek. Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden op de dag van de verbolgenheid des Heren. Door het vuur van Zijn naijver zal de ganse aarde verteerd worden, want vernietiging, ja, een verschrikkelijk einde zal Hij alle inwoners der aarde bereiden.” (Zef. 1:14-18)
  • “Komt tot uzelf, ja, komt tot inkeer, gij schaamteloos volk, voordat het besluit tot uitvoering komt (als kaf gaat een dag voorbij) voordat over u komt de brandende toorn des Heren, voordat over u komt de dag van de toorn des Heren. Zoekt de Here, alle ootmoedigen des lands, gij die zijn verordening volbrengt; zoekt gerechtigheid, zoekt ootmoed; misschien zult gij geborgen worden op de dag van de toorn des Heren.” (Zef. 2:1-3)

Hij wil namelijk vóór Zijn wederkomst nog een grote zielenoogst van ontelbare zielen in Zijn hemels Koninkrijk brengen.

  • “Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen.” (Openb. 7:9)

Ook Paulus profeteerde van deze Goddelijke schudding in de eindtijd.

  • “Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt: immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zo komt, als een dief in de nacht. Terwijl zij zeggen: het is alles vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een PLOTSELING verderf, en zij zullen geenszins ontkomen.” (1 Thess. 5:1-3)

Hij spreekt van een PLOTSELING verderf, dat over de wereld komt, dat de wereld zal ervaren als de weeën van een zwangere vrouw. Weeën van een zwangere vrouw, als haar tijd van baren gekomen is, geschieden plotseling, in steeds toenemende mate en met steeds snellere opeenvolging.
Mijns inziens is deze schudding door de Heer van de naties al begonnen.

Tot zover de “studiebespreking”.
Als u deze studie in z’n geheel wilt lezen of downloaden, KLIK HIER

A. Klein


[1] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook nog het “In memoriam”.

.

*************************

Inhoudsopgave:

  • Waarom gaat de Here de naties schudden?
  • Hoe doet de Here dat?
  • Habakuk 3:3-19
  • Welke zijn de gevolgen van Zijn Goddelijke ingreep?

Recapitulatie van het Goddelijk handelen van de Zoon van God – in en door de Heilige Geest – in de eindtijd.

 

Geplaatst in Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, Eindtijdstudie, Genadetijd Gods, Oordelen Gods, Opwekking, Studie van E van den Worm | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Gemeentelijke tucht (8): Laten wij, zowel PERSOONLIJK als COLLECTIEF, ons opnieuw stellen onder de Gemeentelijke tucht tot HEILIGMAKING

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2
KLIK HIER voor deel 3
KLIK HIER voor deel 4
KLIK HIER voor deel 5
KLIK HIER voor deel 6
KLIK HIER voor deel 7

berispen17

Hoofdstuk 8

Laten wij, zowel PERSOONLIJK als COLLECTIEF, ons opnieuw stellen onder de Gemeentelijke tucht tot HEILIGMAKING

Ik heb u in het voorgaande al eerder geschreven dat indien niet een ieder in de Gemeente eensgezind meewerkt om ontucht, ongerechtigheid en zonde te weren uit de Gemeente, dat dan Gods Geest uit die Gemeente zal wijken en met die Geest de blijdschap, de eensgezindheid, ja, alle werken die de Heilige Geest in die Gemeente heeft gewrocht (= verricht, teweeggebracht) tot groei en vruchtdracht, om ten slotte tot de droevige ervaring te komen dat wij als Gemeente nog wel samenkomen, maar dan (geestelijk gezien) in het vlees. En mogelijk hebt u dan nog, net als Sardis (zie Openbaring 3:1), de naam dat u leeft, maar u bent (in geestelijke zin) dood! Laat ons daarom ALLES doen om zonde en ongerechtigheid te weren uit onze Gemeente, opdat Gods Geest werkzaam kan zijn (en blijven).

De kracht van collectief gebed om reinheid en heiligheid in de Gemeente[1]

Laten wij, in deze, het collectief (= gezamenlijke) gebed ook niet vergeten! Al hebben wij al veel gebedservaringen, toch zijn wij ons nauwelijks bewust wat een gemeentelijk gebed aan wonderen kan doen.
U weet hoe machtig de Here ingreep in het leven van Petrus, omdat een Gemeente voor hem wist te bidden, ondanks dat er – naar de mens gesproken – voor hem geen hoop meer was. En, toen Gods verhoring – op een wel hele wonderlijke wijze – kwam, durfde men zelfs niet te geloven dat God hun gebed ook echt had verhoord, want ze lieten hem buiten de deur staan. Ja, gevangenisdeuren vlogen door Gods kracht open, maar een huisdeur van kinderen Gods bleef dicht door hun ongeloof. Ze hadden gebeden tot God, bij Wie ALLE DINGEN mogelijk zijn, maar toen God hun gebed verhoorde stond het ongeloof bij hen in de schoenen[2] en moest Petrus buiten wachten. Ze hebben hem, ten slotte, gelukkig toch noch binnengehaald (zie Handelingen 12:5-16). Ze waren zich echter niet bewust van de draagkracht van oprecht gebed. GOD IS EEN VERHOORDER VAN HET OPRECHTE GEBED!
“Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden” (Mattheüs 18:19-20).[3]
Aan deze belofte van God kunnen wij ons vastklemmen. En als wij dit doen, dan spreekt God en Hij antwoordt!

Wij moeten kappen met alle wereldsgezindheid en wereldgelijkvormigheid

Er moet nu eenmaal verschil bestaan – in leven en gedrag – tussen kinderen van God en die van de wereld. De wereldse mens leeft in onmatigheid en valt onder datgene wat Petrus zegt: “Leg dan af alle slechtheid (SV: kwaadheid), alle bedrog, huichelarij, afgunst (SV: nijdigheid) en alle kwaadsprekerij”. (1 Petrus 2:1)
Maar… niet alleen de wereldse mensen doen dit, ook onder Gods kinderen zijn er helaas genoeg die dit nog doen. Het zijn namelijk degenen “die zich aan het Woord stoten, door ongehoorzaam te zijn…” (zie 1 Petrus 2:8). Laten wij daarom niet voortgaan met onze ongehoorzaamheid, welk gebod van God dit ook geldt. Laten wij, door onze ongehoorzaamheid, ons niet schuldig maken aan het tenietdoen van de Waarheid (Gods). Laten wij de Here vragen ons ervan te weerhouden, opdat Zijn oordeel niet over ons valle, want “het oordeel van God begint altijd bij het huis van God!” (zie 1 Petrus 4:17 [4]). God speelt niet met Zijn Woord; vroeg of laat breekt het u zuur op. Laten wij hierbij onszelf ook niet bedriegen, onszelf onschuldig houdende; laten wij niet onze handen, net als Pontius Pilatus, in onschuld wassen (zie Mattheüs 27:24-26), want GOD ZAL ONS SCHULDIG HOUDEN IN ZIJN OORDEELSDAG.[5] God laat niet tornen aan Zijn Woord!
In 1 Petrus 4:2 zegt de Heilige Geest, dat wij “nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God (behoren) te leven”. God weet dat wij “mensen” zijn, dat “menselijke dingen” zich nog (willen) laten gelden. God verwacht echt niet van u dat u vandaag een “bekeerde zondaar” bent en morgen al een “heilige”, maar toch zijn er christelijke levenswetten in Gods Woord waaraan wij ons moeten houden. En hiermee eren wij God en Zijn Woord. Een ieder die deze “goodwill” heeft – om zo te wandelen en te leven – ontvangt genade van God om Zijn wil te doen, want zonder Zijn genade kan niemand Zijn wil volbrengen.
“Want wij hebben de voorgaande tijd van ons leven lang genoeg de wil van de heidenen gedaan en gewandeld in uitingen van losbandigheid (SV: ontuchtigheden), begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en allerlei walgelijke (SV: gruwelijke) afgoderij. Daarbij bevreemdt het hun dat u niet meeloopt in dezelfde uitbarsting van losbandigheid, en zij belasteren u”. (1 Petrus 4:3-4)
En, weet u wat Paulus zegt? Die ook een lichaam had zoals u en ik, van vlees en van bloed: “Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze (SV: ik bedwing mijn lichaam) en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.” (1 Korinthe 9:27)
Dat is discipline! Maar doe het niet in eigen kracht, want dan komt u tot rampen, tot catastrofen! Nogmaals, ER MOET VERSCHIL ZIJN TUSSEN DE WERELDSE MENS EN U! Er moet ergens een grenslijn zijn, waar u niet meer overheen mag stappen en waar de wereldse mens niet overheen kan stappen! Wilt u die grenslijn niet trekken, dan verbreekt u willens en wetens dat geestesverbond dat u met God hebt aangegaan! U bedroeft Hem en, als u daarmee door blijft gaan, BLUST U GODS GEEST IN U! Dan bent u Hem kwijt!! Pas op, vrienden, acht dit niet gering! De doop met de Heilige Geest[6] is geen speelgoed! Het is de Heilige God Zelf, Die Zich in uw tempel[7] wil openbaren! U hebt Hem Zelf ontvangen, de God van hemel en aarde! En méér dan Zichzelf geven – aan een gelovig en verwachtend hart – kan Hij niet, want er is niets méér dan onze HEILIGE GOD… Die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende” (2 Korinthe 5:19a). Kunt u zich voorstellen dat er staat geschreven dat “de toorn van God” (zie Johannes 3:36b) zal blijven op degenen die Zijn genadeaanbod in Christus verwerpen? En deze “toorn van God” is niets anders dan de satan, waarmee zo iemand in gemeenschap blijft en waarmee hij of zij de eeuwige doem in zal gaan.
Stelt u Gods Woord zo maar ter zijde, slaat u er geen acht op – en dit kan, want God heeft u een vrije wil gegeven – dan zullen uw zonden u vinden. God heeft namelijk het laatste Woord! Want “als u dit niet zo doet (niet gehoorzaam bent aan God en Zijn Woord), zie, dan hebt u tegen de Heere gezondigd; weet dan dat uw zonde u zal vinden!(Numeri 32:23)
Wat dit betekent voor een Nieuwtestamentisch christen kunt u lezen in 1 Korinthe 6:9, “Of weet u niet dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven?”
En wie worden er door God gerekend tot de onrechtvaardigen? In 1 Korinthe 6:10 lezen we hiervan: “Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven”.
Wij doen er goed aan om acht te slaan op het feit dat God een “hebzuchtige” op één lijn stelt met een “hoereerder” of “overspeler”, tenminste: wat zijn of haar verloren staat betreft. Want ook hij/zij (= de hebzuchtige) zal het Koninkrijk van God niet beërven! Wij hebben het verlossende Bloed[8] van Jezus Christus nodig en de dagelijkse afwassing in (= de reiniging door) het badwater van het Woord, opdat er óók van ons gezegd kan worden: “Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar u bent (geestelijk gezien) schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van de Here Jezus en door de Geest van onze God.” (1 Korinthe 6:11).
Deze wedergeboorte, deze Nieuwe Schepping uit God, geschiedt dus door de Heilige Geest in de Naam van de Here Jezus Christus. En indien wij in de Geest van God zijn en BLIJVEN is het onmogelijk dat satan/de duivel ons te pakken krijgt met die dingen waaraan wij vroeger gebonden waren. Glorie voor God! God heeft ons uit de vuiligheid van het “oude leven” gehaald en ons gewassen in (en dus gereinigd door) Zijn Bloed, en ons door Zijn dierbaar Woord geheiligd en gerechtvaardigd en wel zo, dat u GEWORTELD bent in Hem! Met deze roeping in/door God voor ogen is het ons duidelijk dat er verschil MOET bestaan tussen ons oude en nieuwe leven:[9] “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk; dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht”. (1 Petrus 2:9)
Ziet u, dit maakt Hij van ons, dit is onze positie, nadat Hij die afwassing, die heiligmaking en rechtvaardigmaking door de wedergeboorte bewerkstelligd heeft. En daar is in deze NIEUWE Schepping van God geen vermenging van “oud” en “nieuw”, geen sprake van een compromis met het “oude leven”. Uw leven is dan apart gezet; het is een leven waarin Christus hoogtij viert en de Oplosser is van AL uw problemen. En deze nieuwe staat wordt de onze door de gelovige aanvaarding van Gods Woord voor ons persoonlijk. Gods Woord is Geest en Leven, het houdt ons LEVEND in Hem, het is onze geestelijke voeding; tenminste als wij het als voeding wensen te aanvaarden, want als wij dit niet willen, gebeurt er ook niets!
Voor een ieder is dit Leven weggelegd en in dit (waarlijk) LEVEN voor Gods Aangezicht is volle verzadiging en vreugde. Wat ook uw nood, smart of verdriet is, mijn vriend, ga naar Jezus in het gebed.[10] Hij lost alle problemen op! Maar u moet Hem, ten volle vertrouwend, toelaten in uw problemen. Jezus zegt in Openbaring 21:5a, “Zie, Ik maak alle dingen nieuw” en in 2 Korinthe 5:17b staat er: “het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden”.

ALLE zuurdesem uitzuiveren

Laat ook niemand van enig kwaad zeggen: “Ja, maar, broeder of zuster, dat is zo erg niet!” Het kwaad begint altijd klein, maar voordat wij het weten is het gehele deeg zuur! Daarom is het goed de koe altijd bij de horens te vatten. Dit kan u broederlijk doen, zoals in Mattheüs 18 staat aangegeven. Laten wij, in verband hiermee, de wondere raadgeving van de Heilige Geest – werkend door Paulus heen – lezen:
“Verwijder dan het oude zuurdeeg (SV: Zuivert dan de oude zuurdesem uit – beeld van: onze oude, zondige natuur en leven), opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd; want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid. Ik heb u geschreven in de brief dat u zich niet moet inlaten met ontuchtplegers. Echter, niet in het algemeen met de ontuchtplegers van deze wereld, of met de hebzuchtigen, of rovers, of afgodendienaars, want dan zou u uit de wereld moeten gaan. Maar nu heb ik u geschreven dat u zich niet moet inlaten met iemand die, terwijl hij een broeder wordt genoemd, een ontuchtpleger is, of een hebzuchtige, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover. Met zo iemand moet u zelfs niet eten. Het is toch niet aan mij om hen die buiten zijn, te oordelen? Oordeelt u immers niet alleen hen die binnen zijn? Maar hen die buiten zijn, oordeelt God. En doe de kwaaddoener uit uw midden weg”. (1 Korinthe 5:7-13)
Dit Woord is eenvoudig, streng en hard, maar het is de waarachtige en liefdevolle raadgeving van de Geest van God Die de Geest der Waarheid is. Hier in 1 Korinthe 5:8 lezen wij dat er van “feestvieren” geen sprake kan zijn, noch in ons privéleven, noch in de Gemeente waarvan u lid bent, als die “oude zuurdesem” (SV) wordt gehandhaafd. Immers, IN Christus zijn wij NIEUWE SCHEPSELEN die WANDELEN “IN NIEUWHEID DES LEVENS” (zie Romeinen 6:4b). Velen hebben dit gesmaakt, maar hebben het weer verloren en vergeten. De Here vraagt ons echter om maar één ding te vergeten: “maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel (SV: het WIT – beeld van: reinheid, heiligheid): de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus”. (Filippenzen 3:14)
Maar wat wij niet moeten vergeten zijn de geestelijke mijlpalen in ons leven, opdat wij altijd de Weg zullen gedenken waarop de Heilige Geest ons geleid heeft. En wel zodanig, dat wij tot VOLKOMEN VERLOSSING kunnen komen.[11] Als u de kracht mist om vast te houden aan deze dingen, bidt God dan om u te helpen.[12] Uw voorganger kan dat niet voor u doen, noch uw broeder of zuster. Er zijn lasten waarvan Gods Woord zegt dat wij die voor en met elkaar moeten dragen, maar er zijn ook pertinent dingen die wijzelf moeten uitworstelen bij God en wat geen ander voor u kan doen en hiertoe behoort het geheel uitzuiveren (= volkomen reiniging / heiliging) van uw wezen van de oude zuurdesem (beeld van onze oude, zondige natuur en leven). Wij moeten het Woord van God in de Gemeente op een gegeven ogenblik durven handhaven, maar wij zullen dit pas (kunnen) doen, als dit Woord in ons eigen leven eerst is waargemaakt: “Geef acht op uzelf èn op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als wie u horen”. (1 Timotheüs 4:16)
Gods Woord is dikwijls hard en streng, maar wel WAAR, en als wij er gehoorzaam aan zijn (en blijven), dan kunnen wij niet alleen onszelf behouden maar ook onze broeders en zusters in de Gemeente van de LEVENDE God, wanneer wij hun dit Woord van God meedelen. Was het niet hard dat God op één dag 23.000 mensen doodde? (Zie 1 Korinthe 10:8 en ook Numeri 25:1+9). Maar… God zuiverde daarmee zijn volk van de hardnekkige zondaars. Wij, mensen, zijn zo gauw geneigd om ons te laten leiden door ons menselijk medelijden. Maar dit menselijk medelijden, als het gaat om de zonde te weren, komt niet uit God voort, maar is uit de mens. God zegt: “Ieder die Ik liefheb, wijs Ik terecht en bestraf (SV: kastijd) Ik!” (Openbaring 3:19a). En God doet dat, opdat wij niet met de wereld verloren zullen gaan! Pas als ALLE zuurdesem (beeld van de zonde) is uitgezuiverd, kan er sprake zijn van waarachtige broederschap in Christus en van “fellowship”.[13]

De Schriftuurlijke bases van fellowship en Gemeenteleven

Ten 1ste: Wandel in het Licht (van God)

“Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben wij en toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet. Maar ALS WIJ IN HET LICHT WANDELEN, zoals Hij in het licht is, HEBBEN WIJ GEMEENSCHAP MET ELKAAR, en het Bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” (1 Johannes 1:6-7)
Aan de waarachtige gemeenschap met elkaar gaat dus de voorwaarde vooraf van de wandel in het Licht. Wandelen wij niet in het Licht van God, dan kan er ten gevolge daarvan GEEN GEMEENSCHAP MET ELKAAR BESTAAN! En hierop is nu juist onze Gemeente en onze onderlinge “fellowship” (onze omgang / gemeenschap in Christus) gebaseerd. In de Gemeente van God is er in feite geen sprake van organisatie, maar ze is (als het goed is) een LEVEND organisme door een vrijelijk doorwerkende Godsregering in de leden van dit organisme. Als een lid van dit organisme zondigt, werpt hij /zij ogenblikkelijk een muur op tussen hem/haar en de anderen – die wel in Gods licht blijven wandelen – omdat Gods Licht in een zodanig gemeentelid niet komen kan! Wel nu, vrienden, wilt u fellowship/gemeenschap in de Gemeente en wel zodanig dat wij elkaar met open vizier tegemoet kunnen komen, dat wij elkaar recht in de ogen kunnen zien, dan moeten wij doen wat Gods Woord zegt, dan moeten wij in het Licht van God wandelen en wel zó, dat wij niets voor elkaar te verbergen hebben.
Als u gedoopt bent met Gods Geest kunt u dit zuiver aanvoelen. Eens kwam ik met mijn vrouw onaangekondigd bij een Pinkstergezin op bezoek. Toen wij boven aan de trap kwamen wisten wij het al. Gods Geest had ons al geopenbaard dat de onderlinge fellowship door zonde gebroken was: zijn verschijning, manier van doen, en tegemoetkomen was niet als gewoonlijk. Later zijn wij te weten gekomen waar de schoen hem wrong. Blijven wij echter in de zonde, dan wordt de muur tussen ons en de andere gemeenteleden hoe langer hoe hoger; op het laatst is er een onoverbrugbare kloof. Hetzelfde geschiedde in de Gemeente, waar Ananias en Saffira waren, tot de pas hun – door God Zelf – werd afgesneden (zie Handelingen 5:1-11 [14]).
Paulus was niet bang voor “vlees en bloed”, waar het ging om het weren van de zonde in de Gemeente. Zo was het niet mals wat Paulus schreef in 1 Korinthe 5:3-5 om de zedeloosheid in de Gemeente tegen te gaan: “Ik heb, hoewel afwezig met het lichaam, maar aanwezig met de geest, namelijk reeds besloten – alsof ik aanwezig was – om hem die dat zo gedaan heeft, in de Naam van onze Heere Jezus Christus, als u en mijn geest bijeengekomen zijn, in de kracht van onze Heere Jezus Christus, over te geven aan de satan, tot verderf van het vlees, opdat de geest behouden zal worden op de dag van de Heere Jezus”.
Paulus gaf hun gewoon over aan satan/de duivel, in de Naam van onze Here Jezus. En dan zeggen wij, mensen: “Het is toch zielig, hè?” Maar dit “zielig vinden” komt door ons “vlees”. En juist van dat “vlees” moest Paulus afkomen en van dat “vlees” moest die broeder gered worden. Daarom zei Paulus: “Tot verderf van zijn ‘vlees’, maar tot redding van zijn ziel” (zie 1 Korinthe 5:5). En zulk een gedrag verwacht God van IEDERE arbeider van Hem die het Woord van God recht snijdt. Dit hoeft niet met zich mee te brengen dat u zo iemand geheel loslaat. U moet hem of haar namelijk blijven vasthouden in uw voorbeden. Als u al niet overeen mag stemmen met een broeder of zuster die kennelijk weer het zondige pad van de wereld kiest, hoeveel te meer moet er dan geen overeenstemming zijn met een ongelovige of wereldse mens: “Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid (SV: ongerechtigheid), en welke gemeenschap is er tussen (Gods) licht en (satans) duisternis? En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial? Of wat deelt een gelovige met een ongelovige?” (2 Korinthe 6:14-15)
Doen wij dit toch, dan weerstaan wij Gods Woord en laten de deur open voor besmetting van vlees en geest.

Ten 2de: De wandel geleid door de Geest

Natuurlijk is de leiding van Gods Geest in alle dingen primair. Hij leidt ons in gebedsvolheid en gebedsvolheid brengt Geestesvolheid en alléén zo kunnen wij doen, wat de Here van ons verlangt, dat wij doen of spreken zullen. Laat onze (handel en) wandel in deze niet halfslachtig zijn, waarmee ik bedoel: slechts voor een tijdje de stem van de Here volgen om dan, als er moeilijkheden komen, de menselijke opinie weer te delen.

Ten 3de: De wandel in de vreze Gods

Toen Gods tucht – met betrekking tot Ananias en Saffira – door Petrus werd gehandhaafd “kwam er grote vrees over heel de Gemeente en over allen die dit hoorden” (Handelingen 5:11). En deze vrees kwam niet alleen over dat handjevol gelovigen, maar over allen die over dit geval hoorden, want zij wisten dat zij te maken hadden met een LEVENDE God en dat ieder ander die niet in het Licht bleef wandelen datzelfde kon overkomen. Alle onoprechten durfden niet meer tot de Gemeente Gods toe te treden: “En van de anderen durfde niemand zich daar bij hen aan te sluiten, maar het volk had grote achting voor hen (= voor de apostelen) (Handelingen 5:13).
Door deze vrees voor de Here, bleven de gelovigen HEILIG wandelen. Zoals in 2 Korinthe 7:1b staat: wij moeten “…de heiliging (SV: heiligmaking) volbrengen IN HET VREZEN VAN GOD”. Zo kon de Geest van God zich manifesteren: “En er gebeurden door de handen van de apostelen veel tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eensgezind bijeen in de zuilengang (SV: voorhof) van Salomo.” (Handelingen 5:12)
De verdere gevolgen bleven niet uit:
“En er werden er steeds meer toegevoegd die in de Heere geloofden, menigten van zowel mannen als vrouwen, zodat zij de zieken naar buiten droegen op de straten en hen op bedden en ligmatten legden, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou kunnen vallen. En ook de menigte uit de steden in de omgeving kwam gezamenlijk naar Jeruzalem. Men bracht zieken en hen die door onreine geesten gekweld werden, en zij werden allen genezen.” (Handelingen 5:14-16)
Dit was de (Goddelijke) vrucht, omdat niemand ervoor teruggedeinsd was om de tucht in de Gemeente te handhaven, met als doel: om die Gemeente zuiver te houden. Men kreeg niet alleen een plaatselijke opwekking, maar ook een regionale: “ook de menigte uit de steden in de omgeving kwam…” De vlammen van het opwekkingsvuur sloegen uit naar alle kanten! Glorie voor Jezus! En allen die tot de Waarheid (Gods) kwamen. werden opgenomen in die geweldige opwekking van de Heilige Geest.[15]
Door veel te frauderen in geestelijk opzicht zijn wij gaande de tijd uit deze Gemeentelijke tucht geraakt. Laten wij ons daarom opnieuw BEKEREN en hiermee niet wachten totdat de Spade-Regen[16] (beeld van: de Heilige Geest die in de eindtijd uitgestort wordt – zie Joël 2:23+28-29) valt. Het zou dan wel eens te laat kunnen zijn. NU, nog vóór de Spaderegen in zijn volle kracht valt, moet u deze weg opgaan! De apostel Paulus spreekt in 2 Korinthe 7:1b van “de heiliging volbrengen…”. Dit houdt in, dat u hiermee al bezig geweest moet zijn en niet op het laatste nippertje ermee beginnen moet! Als u ergens een diploma voor wilt behalen, begint u ook niet pas een week vóór het examen afgenomen wordt te studeren, maar u bent er al langer van te voren mee bezig en in die week vóór dat examen voleindigt u uw studie en u zet alles op alles om maar goed beslagen ten ijs te komen. En zo is het, voor wat de heiligmaking[17] betreft, net zo.
De Here God leide u vanuit Sion naar Zijn volle zegen.

EINDE

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

EINDE van deze studie (van 8 delen)
De PDF van de complete studie (om de studie eventueel in z’n geheel uit te printen).

*****************************************************************************************
[1] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[2] Hun ongeloof over de vrijlating van Petrus drukt m.i. hier een tegenstelling uit van het spreekwoord dat zegt: “vast in zijn/haar schoenen staan” (= erg zeker van de betreffende zaak zijn). (noot AK)
[3] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[4] 1 Petrus 4:17, “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?”
[5] Zie eventueel de studie De Dag van JaHWeH (de Dag des Heren) en/of De 7 donderslagen van Openbaring 10:3en/of God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden van E. van den Worm. (noot AK)
[6]  Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geesten/ofDe Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens: een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vadervan E. van den Worm. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie “De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht van E. van den Worm. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze studie LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus(‘vers voor vers’ nader uitgelegd), van E. van den Worm. (noot AK) 
[10] Zie eventueel onze studie Leer bidden (over de noodzaak van bidden/gebeden naar Gods wil) van CJH Theys. (noot AK)
[11] Zie eventueel onze studie De volmaaktheid in Christus, op aarde, in de eindtijdvan E. van den Worm. (noot AK)
[12] Zie noot 10.
[13] Fellowship = Broederschap; omgang, gemeenschap in Christus. Broederschap = Het samen zijn – en vooral het “één in de geest zijn” – van gelovigen in de vreze en liefde voor God. (noot AK)
[14] Handelingen 5:1-11, “En een zekere man, van wie de naam Ananias was, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een eigendom, en hield een deel van de opbrengst achter, ook met medeweten van zijn vrouw, en hij bracht een bepaald gedeelte en legde dat aan de voeten van de apostelen. En Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en gaf de geest. En er ontstond grote vrees bij allen die dit hoorden. En de jonge mannen stonden op, legden hem af, droegen hem naar buiten en begroeven hem. En het gebeurde na verloop van ongeveer drie uur dat ook zijn vrouw daar binnenkwam, zonder te weten wat er gebeurd was. En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt u beiden het land voor zoveel verkocht? En zij zei: Ja, voor zoveel. Petrus zei tegen haar: Waarom toch hebt u met elkaar afgesproken de Geest van de Heere te verzoeken? Zie, de voeten van hen die uw man begraven hebben, zijn voor de deur en zullen u ook uitdragen. En zij viel onmiddellijk voor zijn voeten neer en gaf de geest. En toen de jongemannen binnengekomen waren, troffen zij haar dood aan, en zij droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. En er kwam grote vrees over heel de gemeente en over allen die dit hoorden.
[15] Zie eventueel onze studie De werkingen van de Geest in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[16] Zie eventueel onze studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring), hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekking van H. Siliakus. (noot AK) 
[17] Zie noot 1.

 

Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gemeentelijke tucht (7): Indien de Gemeentelijke tucht wordt VERZAAKT…

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2
KLIK HIER voor deel 3
KLIK HIER voor deel 4
KLIK HIER voor deel 5
KLIK HIER voor deel 6

berispen17

Hoofdstuk 7

Indien de Gemeentelijke tucht wordt VERZAAKT…

De Liefde en de Geest van God wijken uit het hart

Indien wij de tucht in de Gemeente verzaken, zullen wij spoedig één ding gewaarworden in de Gemeente: de liefde van de Geest zal uit die Gemeente wijken en de geestelijke infectie zal kunnen uitgroeien tot een gezwel, een etterbuil. Meen toch niet dat er zoiets bestaat als een liefde van God die zonden toedekt (ofwel: oogluikend toelaat) in de Gemeente. God kent geen ziekelijke liefde! Die ziekelijkheid is aan onze kant te vinden, omdat wij bang zijn voor eventuele gevolgen als wij optreden. Maar Gods Geest is nooit bang! Wij mogen God danken dat Jezus gezegd heeft dat Hij de Gemeente zou bouwen en niet wij. Wij mogen door genade slechts medearbeider met Hem hieraan zijn. God verwacht van Zijn medearbeiders echter niet dat zij de gezonde (Bijbelse) leer zullen verzaken, om daarvoor in de plaats hun eigen inzichten te brengen, of dat wij Zijn Woord niet recht zullen snijden. Doen zij dit tòch, dan rukt Hij hen uit Zijn Koninkrijk, uit Zijn Gemeenschap. Hierdoor zal Gods liefde uit het hart en die Gemeente wijken en uiteindelijk zal ook Gods Geest die Gemeente moeten verlaten.
“Toen kwamen Zijn discipelen naar Hem toe en zeiden tegen Hem: Weet U wel dat toen de Farizeeën dit woord hoorden, zij er aanstoot aan namen? Maar Hij antwoordde en zei: Elke plant die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgetrokken (SV: uitgeroeid) worden. Laat hen gaan; het zijn blinde geleiders (SV: leidslieden) van blinden. Als nu een blinde een blinde geleidt, zullen zij beiden in een kuil vallen. (Mattheüs 15:12-14)[1]
“Bedenk dan van welke (geestelijke) hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig tot u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert”. (Openbaring 2:5)
Als God dit heeft moeten doen:

  • dit “uitroeien van de plant, die de hemelse Vader niet geplant heeft”,
  • dit “van zijn plaats wegnemen van de kandelaar”,[2]

dan is al het goddelijke uit die Gemeente geweken en wat ervan over blijft is het werk van mensen, een menselijke organisatie, een geestelijke club, meer niet. Alle menselijke werken, hoe goed ook bedoeld, hebben geen waarde bij God. Menselijk werk is er nooit op gericht om Jezus Christus UITSLUITEND de eer te geven van alle dingen. En al zijn wij wedergeboren door Christus, dan nog moeten wij waken om niet eigengereid te handelen, dus buiten de wil van de Here om, want daar is nog altijd zoiets als “een glibberig pad van verzoeking en beproeving”, dat satan maar al te graag voor ons openhoud. En, als wij onze geestelijke ogen hiervoor niet openhouden en onze harten niet stemmen naar de tonen van Gods Woord, dan raken wij verward in datgene waarvan wij DENKEN dat het van de Geest van God is, en laten wij in feite eigen inzicht doorgaan als zijnde het inzicht (en de leiding) van de Heilige Geest, omdat ons eigen gevoel ons parten speelt!
Een klassiek voorbeeld hiervan vinden wij in de Bijbel, in Handelingen 16 vers 6-7: “En nadat zij (= Paulus en Timotheüs) door Frygië en het land van Galatië gereisd waren, werden zij door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Asia te spreken. En bij Mysië gekomen, probeerden zij naar Bithynië te reizen, maar de Geest liet het hun niet toe.” Van Paulus, zou ik zo zeggen, kunnen wij toch niet verwachten dat hij eigen roem najaagde. Toch weerhield de Geest van God hem om datgene te doen wat, naar menselijk oordeel, toch wel iets goeds was, omdat Hij hem ergens anders wilde hebben, namelijk in Macedonië dat, voor de Evangelisatie, de poortopening van Europa vormde.

Een driekoppig monster

Wijkt de Liefde en de Geest van God uit het hart of uit de Gemeente, dan dient zich daar ogenblikkelijk een “driekoppig monster” aan, waarmee wij kennis kunnen maken in 1 Johannes 2:16, een waarheid die wij in het vorige hoofdstuk ook al ter sprake hebben gebracht: “Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en het pronken met de dingen van het leven (SV: de grootsheid des levens) is niet uit de Vader, maar is uit de wereld”. Willen wij dus de gezonde (Bijbelse) leer niet handhaven, en laten wij willens en wetens de gemeentelijke tucht achterwege, dan zullen wij, omdat wij niet langer wandelen onder de leiding van de Geest van God, onze ogen ogenblikkelijk slaan op andere dingen, op UITERLIJKE dingen. Innerlijk is zo iemand al begonnen om op ‘het pad van afvalligheid’ te lopen, en staat zijn leven reeds in het teken van “de afval van God” (zie o.a. 2 Thess. 2:3 en 1 Tim. 4:1-2); al zal hij/zij misschien nog trouw de Gemeente blijven bezoeken. Zo’n leven wordt dan beheerst door drie dingen:

  1. door de begeerte van het vlees,
  2. door de begeerte van de ogen, en
  3. door de grootsheid des levens (HSV: het pronken met dingen van het leven).

1. De begeerte van het vlees

Hiervoor zal ik u een praktisch voorbeeld geven uit onze eigen tijdsperiode: u kent ongetwijfeld wel de bekende en beroemde “pil” voor het huwelijksleven. Deze pil wordt ook gebruikt door vele Pinksterkinderen en zelfs vele vrouwen van Pinkstervoorgangers gebruiken die![3] De laatstgenoemden staan hun vrouwen toe deze pil te gebruiken! En waarom doen zij dit? Wel, hun argument is het volgende: “Als de vrouw zwanger is, is ze altijd gedupeerd, ze kan dan vaak niet naar de samenkomst of bidstond of zangrepetitie gaan; ze kan geen huisbezoek doen. Het Koninkrijk van God wordt dan te kort gedaan. “Dus”, concluderen deze christenen en voorgangers, “is de pil op zijn plaats”. U zult dit misschien kunnen beamen als u Gods Woord niet raadpleegt. Maar ik zeg u, door Gods Woord, dat dit een DROGREDEN is! Deze pil geeft de begeerte van het vlees, die NOOIT matigheid kan betrachten, de vrije teugel.[4] Wij leven in een tijd van seksuele hoogtij, door de duivel gevoed en opgejut door middel van velerlei kanalen van reclame, plaatsen van vermaak, televisie etc., die allemaal uitdagender en bandelozer worden in hun openbaring! En in deze tijd biedt de satan u – op een gouden dienblad, omdat zelfs voorgangers de pil goedkeuren – deze pil aan, zodat u tot seksuele onmatigheid kan komen, zonder verdere lichamelijke “moeilijkheden”! Maar dit nu wil men afdekken en men schuilt achter bovengenoemde drogreden om toch van de “voordelen” van deze pil te kunnen genieten. Maar de Here Jezus waarschuwt ons voor het zuurdesem van de Farizeeën; het is het zuurdesem van schijnheiligheid, van schijnvroomheid!
Ongeacht het hier bovenstaande is degene die het standpunt aangaande deze pil goedkeurt en deelt iemand die leeft in ONGELOOF! Want staat er niet in Gods Woord: “En alles wat niet uit geloof is, is ZONDE” (Romeinen 14:23b).
Bovendien staat er in 1 Timotheüs 2:15 geschreven: “Maar zij (= de vrouw) zal in de weg van HET BAREN VAN KINDEREN zalig worden, als zij blijft in geloof, liefde en HEILIGING,[5] gepaard met bezonnenheid (SV: met MATIGHEID).”
Men leeft in een grootscheepse contradictie (= tegenstrijdigheid) als men aan de ene kant de weg op wil gaan van heiligmaking en of matigheid en aan de andere kant propaganda maakt voor de pil! Ook kunt u het gebruik van die pil geheim houden voor de voorganger of ouderlingen, maar weet dat God ALLE DINGEN ZIET!

2. De begeerte van de ogen

Als u uw blik afwendt van “Christus en Dien gekruisigd”, dan wordt uw blik (uw GEESTELIJK zien) verdorven, troebel. Als u uw ogen niet meer gericht wilt houden op dat kruishout van Golgotha – op wat Christus daar voor u deed en NU voor u is en wil zijn – dan helpt u (geestelijk gezien) mee aan het verduisteren van uw ogen. U moet persoonlijk uw blik gericht houden op Jezus Christus, Die dood en opstanding voor ons volbracht heeft. Zodra u echter uw blik afwendt van Hem, dan zal die blik u doen dolen in een geoordeelde en veroordeelde wereld. Christus zei: “Ik ben… het Leven!(zie Johannes 11:25 en 14:6). Indien wij dan beseffen dat wij dit Leven – in en door Hem – nodig hebben, zo zullen wij op dit Leven blijven blikken.
De rijke jongeman uit Gods Woord daarentegen bleef zijn blik gericht houden op zijn vele goederen, daarom kon hij ook niet doen wat Christus van hem verlangde en kon hij Hem niet volgen (lees o.a. Markus 10:17-23, vooral vers 22).
De christelijke weg is – boven alles – een geestelijke weg. Als wij werkelijk geestelijke mensen willen worden, moeten wij een gerichte blik op Hem HOUDEN!
Eva’s val begon daar, waar zij haar ogen niet langer gericht kon houden op het gebod van God. Toen was er feitelijk al afvalligheid in haar hart! En het was vanwege deze afvalligheid in haar hart, dat zij haar oor wilde lenen aan satan en naar zijn satanische leugen luisterde (zie Genesis 3).
Deze begeerte van de ogen laat zich in onze dagen in verschillende dingen gelden en menig kind van God kan hierbij (nog) geen discipline in zijn/haar eigen geestelijk leven houden! De begeerte van de ogen is, net als de beide overige koppen van het monster van wereldsgezindheid, MATELOOS en heeft NOOIT GENOEG!

3. De grootsheid des levens (ofwel: het pronken met dingen of gaven)

Als ik bij u op bezoek kom, kom ik dan op kostbaar bouclé, zodat u mij nauwelijks hoort lopen?[6] “Bouclé is alledaags” zou u misschien zeggen, “bij mij ligt een Perzisch tapijt op de grond!” Pas op vrienden, hier is “grootsheid des levens” aan het woord! U wilt het niet inzien, maar toch is dit zo! Alles is er in de laatste dagen op gericht om zelfs een kind van God te vangen met deze dingen, al lijken ze onschuldig!
Ik zal u een voorbeeld noemen, dat nu (geschreven rond 1970) in Amerika iets alledaags is. Een bekend evangelist daar neemt geen genoegen met een advertentie van een pagina; neen, zijn naam laat hij projecteren in de wolken. En hij vormt geen uitzondering, velen doen dat daar en om de haverklap! Dit is “grootsheid des levens”, vrienden!
Bezien wij deze dingen met een onbevooroordeeld hart, dan rest ons maar één gebed: “Heer, houd mij NEDERIG van hart!” Laten wij dit elke dag, en vooral met een oprecht hart, bidden. Een nederig hart onderwerpt zich aan Gods geboden en vindt niets heerlijkers dan Gods weg te volgen.

Het kwaad van de laatste dagen

“En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot (SV: van de wellusten) dan liefhebbers van God. Zij hebben een schijn van godsvrucht (SV: een gedaante van godzaligheid), maar hebben de kracht daarvan verloochend. Keer u ook van hen af (SV: Heb ook een afkeer van deze). Want tot hen behoren zij die de huizen binnensluipen en vrouwtjes in hun macht krijgen die met zonden beladen zijn en door allerlei begeerten gedreven worden, die altijd leren en nooit tot kennis van de waarheid (Gods) kunnen komen.” (2 Timotheüs 3:1-7)
Keer u ook van hen af”, zegt Gods Geest Zelf en Hij zegt er niet bij: “tenzij het je eigen vrouw is, je eigen vader of moeder, je eigen familie”. Neen, bij God is geen aanneming van de persoon! Denk erom, deze mensen komen de samenkomsten binnen, komen onder uw gehoor; deze mensen ontmoet u op uw werk! Het is het beeld van de wereld van de eindtijd, een wereld die bij uitstek in de macht van de boze (= satan) leeft. En wijzelf zijn weliswaar ook IN die wereld, maar (als het goed is) niet VAN die wereld! En God vraagt ons die wereld te be-evangeliseren en ervoor te zorgen om niet onder de invloed te komen van de zuigkracht van die wereld!
Laten wij enkele van deze zonden nader onder de loep nemen.

De zonde van geldzucht

“Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het (ware) geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken”. (1 Timotheüs 6:10)
Let op wat Gods Geest hier zegt. Dezen zijn nog niet gekomen tot de daad van geldzucht, ze hebben slechts de lust gekregen daartoe. En God zegt dat dezulken al afgedwaald zijn van het (ware) geloof en ook dat zij, door deze lust, met vele smarten worden doorstoken. Een voorbeeld: vroeger betaalde u de Bijbelse tienden[7] met blijdschap, omdat u wist dat dit Gods eigendom is; maar nu wordt u bevangen door de lust van geldzucht en smart het u ogenblikkelijk dat u deze tienden (dus: 10% van uw inkomen) moet betalen. Het doet u pijn, u hebt strijd! Uw eigen “ik” verzet zich ertegen en u betaalt uw tienden niet meer. U gaat nu slinkse wegen bewandelen, en niet alleen ten aanzien van God, voor wat Zijn tienden betreft, maar ook ten aanzien van uw medebroeder(s) en zuster(s), ten aanzien van uw medemens(en). U komt tot bedrog! Uw wezen wordt ogenblikkelijk duister en in die duisternis bent u nooit meer in staat om het Licht en de Waarheid (Gods) te zien. U komt tot, wat wij noemen, hoogverraad. U heeft – willens en wetens – het Hem gegeven “jawoord” ingetrokken. U zoekt dan fouten in het doen en laten van uw voorganger of medegelovigen, u komt tot kritiek. En kritiek op haar beurt levert ergernis, bitterheid en tweespalt in de Gemeente! Zo zochten de Farizeeën fouten bij Jezus’ discipelen, en ze vonden die, althans dingen die in hun ogen fout waren. Laat staan wat er gebeurt als men fouten wil zoeken in uw en mijn leven. Als men die zoekt, zijn er altijd wel “fouten” te vinden! Maar Jezus had die Farizeeën verlaten, Hij kon niets meer voor hen doen, omdat zij de waarheid (Gods waarheid wel te verstaan) niet wilden zien! En, er is niets zo erg als wanneer Gods Geest, de Heilige Geest, zich uit ons leven terugtrekt. Dan hebben wij misschien wel de naam, dat wij (Pinkster)christenen zijn, maar wij zijn, BIJBELS gezien, niet langer ‘in Pinksteren’![8]
Waar Gods Geest u echter wil brengen is het tegendeel van geldzucht. In Hebreeën 13:5 staat geschreven: Laat uw handelwijze zonder geldzucht zijn. Wees tevreden met wat u hebt, want Hij heeft Zelf gezegd: Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten”, terwijl Hij in Maleachi 3:10 zegt: “Breng al de tienden naar het voorraadhuis (SV: schathuis), zodat er (vooral ook geestelijk) voedsel in Mijn huis is. Beproef Mij toch hierin, zegt de Heere van de (hemelse) legermachten, of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen, en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn.”
Door genade van God dien ik Hem bijna 40 jaar, maar nog nooit heeft Hij mij te kort gedaan. Ik weet ook dat dit nooit komen zal, als ik maar als een rank in de wijnstok in Hem wil blijven. Zo zal ook geen van Zijn kinderen ooit teleurgesteld worden in Zijn onberouwelijke beloften!

De zonde van de hoogmoed

Hoeveel christenen, ook “in Pinksteren”, zijn niet bijzonder hoogmoedig, tot barstens toe! Hoeveel christenen, die onder mijn gehoor zitten, zijn zo. Als de hoogmoed niet uit hun ogen straalt, dan komt die door hun knoopsgat gluren. De laatstgenoemden willen voor nederig doorgaan. Als zij in de samenkomst binnenkomen, dan kijken zij alleen maar naar voren, want… daar zien zij een podium,[9] waar ze eigenlijk graag ook zelf willen staan en het smart hun dat het nog niet kan! God zegt in 2 Timotheüs 3 vers 5b: Keer u ook van hen af! En, wat doen wij met dit Woord van God als het een familielid betreft? Als het onze vader of zoon betreft, of als het onze moeder of dochter betreft? Moeten wij onze mond houden als wij onze zoon zien zondigen, of als wij onze broer verkeerd zien handelen, of als wij weten dat onze vader vreemd gaat, of onze moeder in ongerechtigheid leeft? Natuurlijk moeten wij onze vader niet met harde woorden bestraffen, maar… zoals het een (goede, christelijke) zoon betaamt. Maar doen moeten wij het, anders hebben wij hem niet waarlijk lief. Want als wij degenen die wij zien zondigen niet vermanen – en hun niet op de weg van (eeuwige) redding wijzen; als wij hun “de reddingsboei” niet toewerpen – blijven ze niet alleen in die ongerechtigheid leven, maar zullen ze ook in die ongerechtigheid sterven; en God zal u deze “zonde van Eli” aanrekenen (lees 1 Samuel 2:12-36, vooral vers 29: “Waarom… eert u uw zonen meer dan Mij?”). Als u verzaakt in de dingen die God u glashelder voor ogen stelt, dan breekt het u op in uw eigen leven.

De zonde van hoererij, de liefhebberij van de wellusten

De Geest van God wordt genoemd de Geest der Waarheid. Als u de waarheid liefheeft, dan zoekt u Zijn leiding en wel – als nummer één – in uw eigen leven! Als de Geest van God u onderwijst in Zijn Woord dan weet u precies al uw mankementen, al uw tekortkomingen. Voor Hem kunt u niets verbergen, wel voor de mens.
Er was eens een mens die dacht dat hij zijn zonden kon verbergen. De “begeerte van de ogen” had hem in haar netten gevangen en ze werd op de voet gevolgd door de “begeerte van het vlees”. Hij drukte deze zonden echter in zijn hart (en gedachten) weg, hij wilde er niets (meer) van weten, maar God was zo barmhartig om hem een profeet te zenden die hem de waarheid onder ogen bracht. Deze mens was koning David. Ik zelf ben ervan overtuigd dat als David op dat moment zijn schuld niet beleden had, God Nathan opdracht zou hebben gegeven om deze zonde uit te bazuinen voor het gehele volk. U kent het Bijbelverhaal: Hoe David tegen de avond op het dak van zijn huis wandelde en Bathseba zag, de vrouw van zijn krijgsoverste Uria, die zich aan het wassen was, en hoe hij toen onder de bekoring kwam van haar lichamelijke schoonheid. Hoe langer hij naar haar keek, hoe meer de wellust hem overweldigde. Met de sluwheid van de zondemacht, die reeds bezit van hem had genomen, ontdeed hij zich van zijn krijgsoverste Uria, door hem – in het heetst van de strijd – naar het front te zenden, zodat hij sneuvelde (lees 2 Samuel 11).
Laten wij daarom oppassen en erop toezien dat ongerechtigheid geen bezit neemt van onze broeders en zusters (of van onszelf), want alhoewel God Liefde is, is Hij óók “een verterend Vuur” (zie o.a. Hebr. 12:29 en Deut. 4:24)! Wat dit te betekenen heeft, hebben Ananias en Saffira ondervonden (zie Handelingen 5:1-11[10]). Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Als u een ongerechtigheid bemerkt bij uw broeder of zuster en u vestigt de aandacht van de voorganger in de Gemeente hierop, dan mogen anderen u een verklikker noemen, maar… als uw motief de redding is van die broeder of zuster of van de Gemeente, dan bent u hiertoe verplicht. Want als u dit niet doet, dan hebt u de mens die zondigde niet (waarlijk) lief en hebt u gefraudeerd tegen God! Want u hebt de Gemeentelijke tucht niet mede willen handhaven.
Waarlijk, er gaat een demoraliserende werking uit van al het kwaad (ook in de Gemeente) en de zuigkracht ervan moet men niet onderschatten; en indien wij niet wakende blijven voor het eigen hart, ons gezin en de Gemeente, zo zullen wij het gewaar worden, want Gods liefde zal in ons hart en in de Gemeente verkillen en Zijn Geest zal worden uitgeblust. Laten wij daarom de Gemeentelijke tucht liefhebben en die niet verzaken!

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

*****************************************************************************************
[1] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[2] Openbaring 1:12-13a+20, “En ik keerde mij om, om de stem te zien die met mij had gesproken. En toen ik mij had omgekeerd, zag ik 7 gouden kandelaren. En te midden van de 7 kandelaren zag ik Iemand Die op de Zoon des mensen leek… 20 Het geheimenis van de 7 sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de 7 gouden kandelaren is: de 7 sterren zijn de engelen van de 7 gemeenten, en de 7 kandelaren die u hebt gezien, zijn de 7 gemeenten.” (noot AK)
[3] Pinksterenkinderen en/of Pinkstervoorgangers = Die Gemeenten waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. De schrijver spreekt in deze studie vooral (als waarschuwing) tot de eigen parochie”. Maar de inhoud van deze studie zal ongetwijfeld ook voor andere Gemeenten en/of christelijke groeperingen (kunnen) gelden. (noot AK)
[4] Bij de pil, als anticonceptiemethode, wordt Gods wil voor ons leven, op seksueel- en voortplantingsgebied, uitgeschakeld. Beter is het m.i. dan ook om te denken aan “periodieke onthouding” waarbij men toch echt meer afhankelijk is van de wil van God voor ons leven. Ook behoed het ons (en vooral de man) voor het maar naar willekeur toegeven aan seksuele lusten, want… er wordt een grote mate van (zelf)discipline vereist. Zie eventueel ook nog: https://nl.wikipedia.org/wiki/Periodieke_onthouding (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie Heiligmaking van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Bouclé tapijten zijn vaak klassiek, duurzaam en… de lussen kunnen verschillende lengtes hebben om zo een geweven effect te creëren dat uw voeten zacht masseert! (noot AK)
[7] Waar – Bijbels gezien èn bestemd voor het werk des Heren” – ook echt 10% van al uw inkomsten mee wordt bedoeld. Zie o.a. Maleachi 3:8-10, Mattheüs 23:23 en Lukas 11:42. (noot AK)
[8] In Pinksteren = In die Gemeente(n) waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – volgens de BIJBEL gepredikt en ervaren wordt. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze studie Podium en Gemeente” (Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan) van CJH Theys. (noot AK)
[10] Handelingen 5:1-11, “En een zekere man, van wie de naam Ananias was, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een eigendom, en hield een deel van de opbrengst achter, ook met medeweten van zijn vrouw, en hij bracht een bepaald gedeelte en legde dat aan de voeten van de apostelen. En Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en gaf de geest. En er ontstond grote vrees bij allen die dit hoorden. En de jonge mannen stonden op, legden hem af, droegen hem naar buiten en begroeven hem. En het gebeurde na verloop van ongeveer drie uur dat ook zijn vrouw daar binnenkwam, zonder te weten wat er gebeurd was. En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt u beiden het land voor zoveel verkocht? En zij zei: Ja, voor zoveel. Petrus zei tegen haar: Waarom toch hebt u met elkaar afgesproken de Geest van de Heere te verzoeken? Zie, de voeten van hen die uw man begraven hebben, zijn voor de deur en zullen u ook uitdragen. En zij viel onmiddellijk voor zijn voeten neer en gaf de geest. En toen de jongemannen binnengekomen waren, troffen zij haar dood aan, en zij droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. En er kwam grote vrees over heel de gemeente en over allen die dit hoorden.
Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gemeentelijke tucht (6): De Gemeentelijke tucht HANDHAVEN en LIEFHEBBEN

KLIK HIER voor deel 1 van deze vervolgstudie.
KLIK HIER voor deel 2
KLIK HIER voor deel 3
KLIK HIER voor deel 4
KLIK HIER voor deel 5

berispen17

Hoofdstuk 6

De Gemeentelijke tucht HANDHAVEN en LIEFHEBBEN

Laten wij allereerst naar “de gelijkenis van het onkruid” in Mattheüs 13 gaan:
“Een andere gelijkenis hield Hij hun voor. Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan iemand die goed zaad zaaide in zijn akker. Maar toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide onkruid (beeld van: de goddelozen en de geveinsden) tussen de tarwe (beeld van: de ware christenen), en ging weg. Toen het gewas opkwam en vrucht voortbracht, kwam ook het onkruid tevoorschijn. De slaven[1] (SV: dienstknechten) van de heer des huizes gingen naar hem toe en zeiden: Heer, hebt u niet goed zaad in uw akker gezaaid? Waar komt dan dit onkruid vandaan? Hij zei tegen hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. De slaven zeiden tegen hem: Wilt u dan dat wij erheen gaan en het verzamelen? Maar hij zei: Nee, opdat u bij het verzamelen van het onkruid misschien tegelijk ook de tarwe niet uittrekt. Laat ze allebei samen tot de oogst opgroeien, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid en bind het in bossen om het te verbranden, maar breng de tarwe bijeen in mijn schuur.” (Matth. 13:24-30)[2]

Biddend wachten op Gods tijd

Door deze gelijkenis leren wij onderscheid te maken tussen:
1.  Door de hemel gezonden (en dus met hemelse Zalving bekrachtigde) dienstknechten (hier de “maaiers” genoemd) en
2.  aardse (door de menselijke wil bezielde) dienstknechten, die zo graag het onkruid willen vergaderen.
Tot deze “aardse” dienstknechten zegt de hemelse Landheer: “Nee, opdat u bij het verzamelen van het onkruid misschien tegelijk ook de tarwe niet uittrekt” (Mattheüs 13:29). God heeft – in alle dingen – Zijn eigen tijd. Zo zal Hij ons wanneer Zijn tijd gekomen is de gelegenheid schenken om het onkruid te verzamelen, ALS WIJ MAAR BIDDEND WILLEN LEREN WACHTEN TOT ZIJN GEEST ONS TOT WERKEN NOOPT!
Als wij allen dan doordrongen zijn van het feit dat, in een bepaald geval, Gemeentelijke tucht gehandhaafd MOET worden, dan moeten wij dus bidden voor het “frauderend” gemeentelid (ofwel: voor degene die Gods Woord en wil overtreedt – AK). Probeer het en u zult zien wat God doet! Want: “Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand”. (Jakobus 5:16b)
Hij maakt Zijn Woord waar en zal doen wat wij bidden, voor het heil van Zijn Lichaam! Laat uw oprechte verlangen om zielen te redden bij God bekend worden “door bidden en smeken, met dankzegging”: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.” (Filippenzen 4:6-7)
Laat ons SAMENSTEMMEN (= gezamenlijk iets eenstemmig verlangen) IN DE GEBEDEN, opdat de Geest van God eerder tot actie kan overgaan!

Wat moeten Zijn dienstknechten doen in die wachtenstijd?

Terwijl u aanbiddend wacht op Gods tijd met betrekking tot bepaalde “onkruid-kwesties” in de Gemeente moet u niet ledig zitten (= werkloos toezien) en u blind blijven staren op die bepaalde “onkruid-kwesties”, op die rebellen in de Gemeente, want zodoende verwaarloost u de overige gemeenteleden, omdat er geen (of te weinig) aandacht aan ze besteedt wordt. Hierdoor krijgt de duivel de kans om de zwakke gemeenteleden aan te vallen.
“Zie dan toe (SV: hebt dan acht) op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft, om de Gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed”. (Handelingen 20:28)
Ik heb u al eerder gewezen op de fout, dat u niet moet denken: “Dat is alleen voor de voorganger bestemd”. Ook op uw schouders rust een mede-verantwoordelijkheid voor de Gemeente. Paulus heeft, in zijn brief aan de Filippenzen, niet voor niets geschreven: “…aan al de heiligen in Christus Jezus… met de opzieners en diakenen” (zie Filip. 1:1). Hieruit verstaan wij, dat óók zij verantwoording dienen af te leggen.
Wat hebben de arbeiders in de Gemeente te doen in die wachtenstijd (tot de oogsttijd is aangebroken van “onkruid en tarwe”)? Handelingen 20:28 (hierboven vermeld) leert ons dat ze, in de eerste plaats, (geestelijk) op hun hoede moeten zijn wat zichzelf betreft en verder, dat ze gewoon door moeten gaan met de Gemeente van God te weiden (= van goed, geestelijk voedsel voorzien).
Schrijvend aan zijn geestelijke zoon Timotheüs kon Paulus nog dieper hierop ingaan door te zeggen: Geef acht op uzelf èn op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als wie u horen”. (1 Timotheüs 4:16)
Dit is een dubbele winst! Paulus schreef dit in een hoofdstuk dat handelt over de afval in de laatste dagen. Wij leven in die laatste dagen; WIJ zien die afvalligheid (van God en gebod) om ons heen. Zo waak en bid dan en handel naar dit woord! Heb vooral acht op de leer. Velen zijn in deze tijd afgestapt van “de gezonde leer”. U hoort tegenwoordig veel dingen verkondigen die door moeten gaan voor de gezonde leer! De Bijbel zegt: “Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn (1 Johannes 4:1a).

Als Gods tijd van actie daar is

“Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog één of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn. Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden”. (Mattheüs 18:15-20)
Als Jezus ergens is – en, overeenkomstig het Woord, nog wel het liefst “in hun en ons midden” – dan zal ook gebeuren wat Hij heeft gezegd. Niemand op dat bruiloftsfeest te Kana had verwacht, ook de hofmeester niet, dat de beste wijn het laatst zou komen. Jezus deed dit als eerste grote teken van Zijn openbare bediening. Maar ook op de “Bruiloft van het Lam”, op Zijn “Bruiloftsfeest”[3] zal Hij dit grote teken doen… “Vul die zes vaten met water”, zei Jezus en het werd wijn en die wijn was voortreffelijker (HEERlijker), dan wat eerst was uitgedeeld (zie Johannes 2:6-10). De “6 vaten” wijzen in profetisch licht heen naar de 6×1000 jaren=6000 jaren. Wij leven in die profetische “zesde dag”. De “Laatste Wijn”, de “Spade Regen”[4] (beeld van: de Heilige Geest die in de eindtijd uitgestort wordt,[5] zie Joël 2:23+28-29), zal voortreffelijker zijn, dan de “Wijn” die tevoren werd uitgedeeld (de “Vroege Regen”[6]). Prijs God! Als Hij alsdan zó WONDERLIJK in ons midden zal zijn, wat denkt u, hoe wonderlijk zal het dan wel niet gaan ook met betrekking tot de handhaving de Gemeentelijke tucht?
Laten wij nu weer teruggaan naar de onderhavige (= de hier behandelde) teksten, waarin die wonderlijke God de opdracht geeft om op te treden tegen de overtreder in de Gemeente. Ik wil uw aandacht niet uitgebreid vestigen op de wijze, hoe u te handelen hebt, namelijk: eerst onder vier ogen, dan met één of twee getuigen erbij en ten slotte, als beide voorgaande wijzen van vermaning niet hebben geholpen, de vermaning ten overstaan van de gehele Gemeente; want deze handelwijze behoeft geen nader betoog, die is duidelijk genoeg; maar… ik vraag uw aandacht voor de woorden uit Mattheüs 18:17b (SV): “zo zij hij u ALS DE HEIDEN en DE TOLLENAAR”. En hierin is het, waarin wij falen. U hebt gedaan wat Mattheüs 18:15 zegt, u hebt uw broeder onder vier ogen vermaand; u hebt gedaan wat Mattheüs 18:16 zegt, u hebt uw broeder in het bijzijn van getuigen vermaand; ja, u hebt gedaan wat Mattheüs 18:17a zegt: u hebt de broeder voor het forum van de Gemeente vermaand. Tot hiertoe is het goed geweest, maar u moet ook verder willen gaan, want God laat geen tittel noch jota van Zijn Woord vallen, u moet mét de Gemeente die persoon voortaan beschouwen als een ongelovige, als één die buiten de genadestaat van God staat. Want wat Gods dienstknechten in zulke zaken hier op aarde “gebonden” hebben, dat zal ook “in de hemel gebonden zijn” (zie Matth. 18:18a). Deze belofte van God is verbonden aan deze tuchtkwestie. U moet dus ook dit Woord durven hanteren en niet blijven bij enkel en alleen maar vermanen en u afmaken met een dooddoener als: “Nou ja, wij hebben hem/haar vermaand, maar hij/zij heeft zich niet willen verbeteren”. Neen, u moet, mèt de Gemeente, zich niet verder bemoeien met zo iemand, al blijft u zo iemand gedenken in uw gebeden. Want zo’n overtreder moet ervaren dat hij/zij in zijn/haar zonde, in zijn/haar ongerechtigheid, helemaal alleen staat, met NIEMAND naast zich, dan enkel en alleen de duivel. Natuurlijk kan zo iemand de toegang tot de samenkomsten niet ontzegd worden, maar men behoort met zo iemand niet langer intiem om te gaan. Maar indien er “slappelingen” in de Gemeente zijn, die vanwege familierelaties en sympathieën een “ach-nou-ja-houding” er opnahouden, dan wordt het beoogde effect niet bereikt. Zo’n persoon zal denken: “In de Gemeente wil men niets meer van mij weten, maar… deze broeder of zuster wel en deze ook nog!” Zo iemand voelt zich dan niet in een geestelijk isolement; ja hij/zij voelt zich gesterkt door die ene broeder/zuster die hem/haar nog aanvaart, of door die broeders/zusters, die hem/haar nog aanvaarden. Het gevolg is dat zo’n in de zonde volhardende broeder/zuster zich NOOIT bekeert. En dit komt omdat die sympathisant(en) niet aan de kant van de Heilige Geest gaat/gaan staan! Jezus zei: “Zo zal hij voor u ALS DE HEIDEN en DE TOLLENAAR zijn”; waarmee Hij bedoelde dat deze beschouwing over een zodanige overtreder COLLECTIEF (= gemeenschappelijk) moest geschieden! Toen Petrus tegen Ananias zei dat hij tegen de Heilige Geest loog, waarop Ananias dood neerviel (zie Handelingen 5:1-5), toen was er niemand die sympathie of medelijden had met Ananias en ze zeiden óók niet: “Laten wij gauw Saffira waarschuwen, want anders valt zij ook dood neer.” Neen, zij stonden waar de Heilige Geest was en daardoor kon het gebeuren dat het oordeel, dat daar gevallen was, een VOLKOMEN oordeel kon zijn. En weet u wat het GEVOLG ervan was? Er kwam vrees over de gehele Gemeente. Men leerde God te vrezen, zoals het hoorde; zij werden bevreesd om TE ZONDIGEN: “En er kwam grote vrees over heel de Gemeente en over allen die dit hoorden”. (Handelingen 5:11)
Het gevolg hiervan weer was, dat God wonderlijk in het midden van die Gemeente kon zijn: wonderen en tekenen geschiedden door de hand van de apostelen, Onoprechten durfden zich niet tot de Gemeente te voegen, maar wel een menigte mannen en vrouwen die waarachtig geloofden! Halleluja!
“En er gebeurden door de handen van de apostelen veel tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eensgezind bijeen in de zuilengang (SV: voorhof) van Salomo. En van de anderen durfde niemand zich daar bij hen aan te sluiten, maar het volk had grote achting voor hen. En er werden er steeds meer toegevoegd die in de Heere geloofden, menigten van zowel mannen als vrouwen”. (Handelingen 5:12-14)

Al Gods beloften zijn de onze, als wij ons laten tuchtigen door het Woord

Gods wegen zijn niet onze wegen, geliefden, maar ik weet één ding: Als u Gods Woord geldig durft te maken op Gods tijd en op Gods wijze, dan zal God van Zijn kant waarmaken wat Hij in Zijn Bijbel heeft beloofd. En dit is wat Hij beloofd heeft: “Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn.” (Mattheüs 18:18)
Als u hierbij stilstaat en dit overdenkt, dan wordt u doordrongen van het feit wat een macht God Zijn kinderen heeft gegeven. De Here Jezus gaat dan verder en spreekt over twee of drie christenen die “samenstemmen” (= die gezamenlijk “iets eenstemmig verlangen”). In Prediker 4:12b leest u: “Een drievoudig snoer wordt niet snel gebroken”. Zo is het ook met kinderen Gods die samenstemmen. Maar u kunt hier nooit toe komen als u niet geheel doet wat de Heer van te voren heeft gezegd. Dit is nu net zo waar als datgene wat God in Spreuken 28:13 heeft gesproken: “Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn, maar wie ze belijdt en nalaat, zal barmhartigheid verkrijgen”. U moet ze allebei doen met betrekking tot uw overtredingen: bekennen èn laten! Evenals Jezus tot de overspelige vrouw zei, nadat zij op heterdaad betrapt was en tot Jezus was gebracht: “Ga heen en ZONDIG NIET MEER” (zie Johannes 8:11).
Daarom geliefden, willen wij Gods beloften bewaarheid zien worden, dan moeten wij leren inzien, dat “tucht” en “reiniging” een “broertje” en “zusje” van elkaar zijn. U kunt die twee niet scheiden. Ze zijn als een Siamese tweeling: als men – door een medische ingreep – de één van de ander losmaakt, gaan beiden dood.
Nogmaals: tucht en reiniging moeten in de Gemeente geschieden onder de Leiding van de Heilige Geest![7] Wij hebben slechts rekening te houden met datgene waarmee de Here rekening houdt, en Hij heeft Zich voorgesteld: “een Gemeente zonder vlek/smet en zonder rimpel, heilig en onberispelijk/smetteloos! (zie Efeze 5:27[8]). En wie weet beter dan God alleen hoe Hij aan die (heilige en smetteloze) Gemeente moet komen? God zal, om tot dit doel te komen, u en mij ZELFDISCIPLINE leren in ons eigen leven. Lees de brieven van Paulus hierover maar eens na en vooral die aan Timotheüs, waarin hij spreekt over matigheid. Deze zelfdiscipline moet God niet doen, DIT MOETEN U EN IK ZELF DOEN! Wij moeten dit Woord van God geldig WILLEN maken; maar dan zullen wij ook de (geestelijke) rijkdommen van dat Woord smaken en wij zullen het effect zien van wat dit Woord in ons leven kan doen en in dat van anderen.

Waak, dat uw zinnen niet bedorven worden!

Laten wij de parallel die Paulus trok in beschouwing nemen. Paulus kende dezelfde begeerte als zijn Meester, namelijk de begeerte, die wij in Efeze 5:27[9] opgeschreven vinden, van: de vorming van de Bruidsgemeente die (geestelijk gezien) “zonder smet of rimpel zal zijn. Paulus zegt dan in 2 Korinthe 11 het volgende: “Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb u toebereid, om u als een reine maagd aan één Man voor te stellen, namelijk aan Christus (SV). 3 Maar ik vrees dat, zoals de slang met zijn sluwheid Eva verleid heeft, zo misschien ook uw gedachten bedorven worden, weg van de eenvoud die in Christus is” (HSV). (2 Korinthe 11:2-3)
Geliefden, daar is geen zaak in Gods ogen zo belangrijk als juist de vervolmaking van Zijn Bruidsgemeente; van het leven van u en mij, die leden mogen zijn van die Gemeente. Deze vervolmaking zal op geen andere manier plaats vinden dan door de handhaving van de Gemeentelijke tucht! Paulus leert ons dat deze handhaving door vele en velerlei bindingen (= allerlei aardse en/of geestelijke gebondenheden) in de weg wordt gestaan en hij weet dat vervolmaking van de Gemeente alléén bereikt kan worden ALS DE GEMEENTE KAN WORDEN GEBRACHT IN DE STROOM VAN DE HEILIGE GEEST.[10] Als ze (= de Gemeente) deze Geest leert gehoorzamen en door de Geest zich leert onderwerpen aan de wil van God! Maar Paulus was bang – en dan trekt hij hier een parallel met Eva, die door de arglistigheid van de satan bedrogen was – dat ook de Gemeente in Korinthe door de satan bedrogen was “OM AF TE WIJKEN VAN DE EENVOUDIGHEID, DIE IN CHRISTUS IS”! (2 Kor. 11:3b, SV). Als er één de Bijbel door en door kent – van A tot Z en van Z tot A – dan is het de satan. Hij is een betere Bijbelkenner dan wij allemaal bij elkaar. Juist hierdoor is het dat hij zich kan veranderen als was hij “een engel van het licht” (zie 2 Korinthe 11:14). Satan wist wat God tegen Adam en Eva gezegd had, maar toch – vervuld van arglistigheid – zei hij: “Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof?” (Genesis 3:1b). Satan wist precies wat God gezegd had, maar hij wist zijn vraag zo te stellen dat Gods gebod ermee verdoezeld werd doordat hij er een (satanische) draai aan gaf! Dit is altijd zijn tactiek geweest, tot op heden toe. Is Gods Woord eenmaal door hem verdoezeld, dan begint hij onze gedachten te bederven en die in de ban te houden van het “vlees” en de wereld. En het gevolg hiervan is dat wij afwijken: “weg van de eenvoud die in Christus is”! (2 Kor. 11:3b). Uw hart zal zich dan vullen met kritiek op uw voorganger, op de Gemeente, op Gods Woord…, uw hart zoekt in feite de wereld. En, als de satan u eenmaal in zijn greep heeft – door zijn verdoezeling van Gods Woord, en als hij dan ook uw gedachten bedorven heeft en u in de ban houdt van uw vlees en van alles wat in de wereld “te koop” is, bijvoorbeeld door middel van alles wat u ziet via het beeldscherm van TV of computer – dan wordt u, zonder dat u het weet, langzaam maar zeker beroofd van de blijdschap die u in Jezus had…
In Psalm 16:11 staat: “…overvloed van blijdschap (SV: verzadiging van vreugde) is bij Uw aangezicht…”, maar door de “listige verleidingen van de duivel” (zie Efeze 6:11b) heeft hij dan uw gedachten bedorven. Langzaam maar zeker kent u die gemeenschap met de Here Jezus niet meer, bezit u de “eerste liefde” (tot Hem) niet meer, die wonderbare eerste liefde, die ons vurig voor Hem deed zijn. Alle dingen van deze wereld, ook wetenschap en muziek, misbruikt satan tot zijn doel. Want niet alle wetenschapsuitingen zijn uit God! Alles wordt door satan aangewend om uw gedachten (ons denken) te bederven. Gods Woord leert ons om onze gedachten in Christus te bewaren: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens IN ALLES, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken (SV: bewaren) in Christus Jezus.” (Filippenzen 4:6-7)
Verlustigt u zich echter in wat de wereld u te bieden heeft – onder andere via het beeldscherm van TV of computer – dan kan niemand mij wijsmaken dat dan “de vrede van God” door u genoten wordt! Integendeel! Uw zinnen worden er door bedorven. Er ontstaat dan in uw zinnen een driekoppig kankergezwel, waarover u kunt lezen in 1 Johannes 2 vers 16: “Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed (SV: grootsheid) van het leven is niet uit de Vader, maar is uit de wereld”. En dan vervolgt Johannes in vers 17: “En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid”.
Als satan uw gedachten heeft weten te bederven, dan zoekt u al deze dingen van de wereld en krijgt u er nooit genoeg van. Het is net als bij die Samaritaanse vrouw: Als u van dat (aardse) water drinkt, zult u steeds weer dorst krijgen. En als u – door uw bedorven gedachten – dan zo geniet van de dingen van deze wereld en God knipt uw levensdraad af, waar blijft u dan? In wat voor een geest sterven wij? Met een hart dat vol is van “Bayern-München” of “Real-Madrid”? God vraagt niet wat wij geweest zijn; neen; God wil u vervuld vinden (met Zijn Geest), mijn vrienden! Hij spreekt niet van: “Ik ben de Ware Wijnstok en u WAS de rank!” Neen! “U BENT het!” Als wij er niet voor zorgen om in die (gezegende) positie te BLIJVEN, dan vallen wij uit! Wij “vloeien door”! Denk aan die “dwaze maagden”![11] Ook hun lampen brandden eerst helder! Maar… op het kritieke ogenblik ontbrak het hun aan olie! Dat maakte dat zij BUITEN de deur van de Bruiloftszaal kwamen te staan en dat zij “de grote verdrukking” in moesten!
Welnu, als God u door Zijn Woord van al deze dingen overtuigt, wilt u dan DE PRIJS BETALEN, die God van u vraagt? Wilt u Gods tucht dan liefhebben en u laten reinigen door Zijn Woord, zodat u alles los zal laten, prijs zal geven, wat niet uit Hem is?

  • Studie van Bijbelleraar CJH Theys (1903 – 1983)
  • Enigszins bewerkt door A. Klein

Wordt vervolgd
De PDF (om de studie eventueel uit te printen) volgt aan het einde van 8 delen.

*****************************************************************************************
[1] Het woord “slaaf” heeft bij ons een nare klank, maar m.i. is het een goede vertaling, omdat Jezus waarlijk onze “Heer en Meester” is want… “Hij heeft ons gekocht en betaaldmet Zijn eigen Bloed! (noot AK)
[2] De vermelde Bijbelteksten zijn uit “de Herziene Statenvertaling” (afgekort: HSV). Zo niet dan staat er bij de tekst vermeld welke Bijbelvertaling gebruikt is. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie “Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde” van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie Dingen die [met] haast geschieden moeten (Een systematische verklaring van het boek Openbaring), hoofdstuk 6, met de titel: De Spade Regen-opwekking van H. Siliakus. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie De werkingen van de Geest in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
[6] De vroege Regen = De UITSTORTING van de Heilige Geest in de begintijd van de Gemeente, tijdens het Pinksterfeest, volgens Handelingen 2 vers 1-4. (noot AK)
[7]  Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geesten/ofDe Gever en Zijn Gavenvan CJH Theys. (noot AK)
[8] Efeze 5:27 (SV): “Opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek (HSV: smet) of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk (HSV: smetteloos).”
[9] Zie noot 8.
[10] Zie de studies vermeld bij noot 5 en 7.
[11] Zie eventueel onze studie De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijdvan E. van den Worm. (noot AK)

 

Geplaatst in Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie