Het hart van een bruiloftskind

Hoe te leven ?

Hoe zullen wij leven en hoe zullen wij de toekomst tegemoet treden? Dit zijn vragen die zich vandaag de dag, meer dan ooit tevoren, aan ons opdringen nu dreigende wolken zich boven deze wereld samenpakken en de ongerechtigheid groeiende is, alsook de onzekerheid aangaande de dingen die op komst zijn, waardoor steeds meer mensen door vrees worden bevangen. Zelfs in de gelederen van Gods kinderen wordt de verwarring, door allerlei oorzaken, steeds groter en het ene na het andere kind van God komt, bij herhaling, in een geloofscrisis terecht. Wij leven duidelijk in een tijd van kentering. Aan alles bemerken en gevoelen we, dat er dingen gaan veranderen. Maar wàt gaat er gebeuren? En wat zal er met òns gebeuren? Zullen wij STAANDE blijven in het geloof en STANDVASTIG zijn en blijven? Een vraag die als vanzelf uitmondt in die andere vraag: Wat moeten wij doen? Ofwel: Hoe zullen wij, vandaag, leven?

Met verwachting

Een Schriftuurlijk en zuiver antwoord op deze vraag geeft ons de apostel Paulus in Filippenzen 1 vers 20, waar hij getuigt dat in zijn hart leefde: een “…reikhalzend verlangen en hoop dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd, Christus ook nu GROOTGEMAAKT ZAL WORDEN in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood”. (HSV)
Wij zullen ons eerst eens moeten afvragen wat er leeft in ònze harten. En wat er in ons hart MOET leven, kunnen wij van Paulus leren. Hij toont ons hier wat van waarachtige volgelingen van Jezus Christus verwacht wordt in goede en in kwade tijden.
In goede tijden? Dat hoeft toch niet benadrukt te worden? Jawel, want ook tijden van voorspoed houden een verzoeking in. Menigeen kwam reeds tot verflauwing in zijn of haar geestelijk leven op een rustig stuk van de levensweg. Maar in kwade tijden – vooral als er veel ontmoedigende dingen gebeuren en er, telkens weer, teleurstellingen moeten worden verwerkt – moeten we ervoor oppassen geen “uitgebluste” christenen te worden, want daarvan zijn er al genoeg vandaag de dag! Gelovigen die zich ongeïnteresseerd, als in een tredmolen, voortbewegen, hun hart gevuld met van alles en nog wat, maar niet met de LEVENDMAKENDE dingen van de hemelse Vader.
Houd uw licht brandende op de kandelaar[1] (zodat het zichtbaar IS en BLIJFT voor een ieder)! “Houd de vreugdevlammen brandend!” Hoe? Door te blijven leven met VERWACHTING in uw hart! Christus’ (ware) Gemeente leeft vandaag de dag in de verwachting van de ontmoeting met de hemelse Bruidegom. De “maagden” zijn uitgegaan[2], de Bruidegom TEGEMOET (zie Matth. 25:1). Deze VERWACHTING moet, juist nu, ons gehele geestelijke leven doortrekken, er als het ware een stempel op drukken! Verwacht, dat de Heer wonderbare dingen zal doen. Hij is een Waarmaker van Zijn Woord! Verwacht in elke duistere nacht het gloren van de dageraad! Verwacht en hoop oprecht, net als Paulus, dat u “in geen enkel opzicht beschaamd zal worden” (zie Filip. 1:20, HSV). Eén van de kenmerken van een kind van God is, dat hij of zij leeft met hoop: (zie Ef. 2:12-14 en 1 Petr. 3:15).
Sta niet toe, dat satan u deze schat ontneemt. Al ziet u als “in raadselen”, wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken TEN GOEDE![3] (zie 1 Kor. 13:12 en Rom. 8:28)

Onszelf wegcijferen

Om zo te kunnen leven, moeten wij echter wel leren om onszelf geheel weg te cijferen en het belang van de zaak van Christus vóór alles te stellen. Ook dit komt naar voren in Paulus’ zojuist aangehaalde woorden. Voor Paulus betekende “in geen enkel opzicht beschaamd te worden” (zie Filip. 1:20), dat Christus groot gemaakt werd IN en DOOR zijn leven!
Paulus wilde daarvoor in tweeërlei zin sterven! In dit verband is het nuttig om u erop te wijzen, dat op “de gelijkenis van de tien maagden” in het Mattheüs-Evangelie “de gelijkenis van de talenten” volgt (zie Matth. 25:1-13 en 14-30). Dit is zeker niet toevallig. Want, na de verwachting komt het zichzelf wegcijferen ter sprake. Immers, daarover gaat het feitelijk in “de gelijkenis van de talenten”. De man die het ene talent, dat hij ontvangen had, in de grond stopte, gaf daarmee te kennen beslist niet meer van zijn leven dan nodig was, aan zijn heer te willen toewijden. Hij wilde voor zichzelf leven en beschouwde het dienen als een noodzakelijk “kwaad”. Deze “onnutte dienstknecht” kwam daarom terecht in de buitenste duisternis (zie Matth. 25:30), een verwijzing naar de Grote Verdrukking. Hij verwachtte de wederkomst van zijn heer, doch zonder zijn leven in dienst te stellen van zijn heer. En, zo is het vandaag de dag – helaas – ook met vele kinderen Gods gesteld. Als zij zich niet veranderen, ondergaan zij hetzelfde lot als de “dwaze maagden”[4] en de “onnutte dienstknecht” (zie Matth. 25:10-13 en 30).
U mag en kunt leven met verwachting, maar er is geen (waarachtige) verwachting, als u uw leven niet wilt verliezen aan Jezus, uw Heer. Handel (en wandel) daarom met de u gegeven talenten voor Jezus en u zult in geen zaak beschaamd worden.
Onze zorg moet eigenlijk niet langer zijn: “Hoe zal ik de toekomst tegemoet gaan?”, maar… “Hoe zal ik de Here tegemoet gaan?” Of, zoals de profeet Micha het zei, “Waarmee zal ik de HERE tegemoetgaan en mij buigen voor de hoge God?” (Micha 6:6a, HSV).

  • KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen of GRATIS wilt downloaden.

H. Siliakus[5]


[1] Voor meer over de geestelijke betekenis van de kandelaar, zie eventueel de studie: De Tabernakel van Israël (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God tot in alle volmaaktheid toe) van E. van den Worm en/of ons Tabernakelschema, met: een korte uitleg over de verschillende Tabernakel-objecten.
[2] Zie eventueel de studies: De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd van E. van den Worm of Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’ van A. Klein/E. van den Worm.
[3] Zie eventueel de studie: Wat God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben van E. van den Worm.
[4] Zie noot 2.
[5] Uit “De Tempelbode” van augustus 1986. Enigszins bewerkt door AK.

 

Advertenties
Geplaatst in Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Geestelijke groei, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Integratie of… desintegratie?

  • Iemand probeerde een beetje vergif, om te kijken of het zoet was. Het was zoet, maar de dokter constateerde de dood. Het was ook vergif!
  • Iemand haalde een bom uit elkaar, om te kijken of het echt was. In het ziekenhuis naaide de chirurg de stukken aan elkaar. De bom was echt!
  • Iemand nam een lucifer, om te kijken of er nog benzine genoeg in zijn tank was. Dat vertelde men later zijn weduwe. Er zat benzine in!
  • Iemand speelde met zijn geloof, om te zien of er wel echt een hemel, en een hel was. Hij sloeg zijn ogen op in de…!

Zal dit u overkomen?

beeld voor desintegratie
Ik schrijf dit artikel voor allen, dòch in het bij zonder voor hen, die een leidinggevende positie bekleden in het Lichaam van Christus, en daardoor verantwoordelijkheid dragen. Ik stel dus direct op de voorgrond, dat zij zich dit laatste sterk bewust zijn. Mogen zij dan ook beseffen, dat er bij het eventueel verkeerd gaan van dingen en zaken geen excuses overblijven. Met lede ogen moet ik aanzien, hoe zich in onze dagen twee aan-elkaar-tegenstrijdige krachten aan het ontwikkelen zijn en hier en daar hun invloeden reeds doen gelden. Enkele jaren geleden[1] verzond ik aan alle voorgangers hier te lande,[2] een “Open brief” waarin ik toen reeds waarschuwde voor een kerend getij, dat – wanneer allen niet biddend en waakzaam zouden blijven – het gemeentelijk leven zou kunnen overspoelen.
Helaas (!), thans is het zo ver. Al direct rijst de vraag bij mij: “zijn de voorgangers in de eerste plaats en de oudsten in de gemeenten die hen hebben bij te staan in alle uitvoerende werkzaamheden, zich hiervan bewust? Of zien zij slechts datgene aan “wat voor ogen is”, om met een Bijbelwoord (zie 2 Korinthe 10:7, SV) te spreken? Het Lichaam van Christus is hard bezig aan, wat ik met alle vrijmoedigheid wil noemen, “zelfvernietiging”.
Ons toonbeeld zal, als het zó doorgaat, “desintegratie” bewerkstelligen – het tegenovergestelde dus van “integratie”, wat “het maken of groeien tot een samenhangend geheel” bedoelt – dat wat dringend nodig is en geestelijk gezond, wordt genegeerd, over het hoofd gezien en zelfs met een zekere mate van verachting afgewezen, omdat zij die blind en doof zijn, menen het beter te weten!

Voor alles is een reden, óók hiervoor. Voor velen schijnt het antwoord te eenvoudig te zijn. Desondanks is het fundamenteel met betrekking tot de conditie en de omstandigheden die een oplossing vragen. Het dreigend gevaar (zo het al niet aanwezig is…) bestaat hierin: Schriftuurlijke fellowship, Schriftuurlijke samenhang wordt niet meer als behoefte gekend; de harmoniserende kracht, welke ervan uitgaat, wordt bijgevolg niet meer ervaren, de ondersteunende band gemist. Treurig, maar waar!
Laat ik daarom het volgende direct voorop stellen: Fellowship op zichzelf, gemeenschap zoals allen die zo graag hebben, is en blijft te zwak om alles en allen bij elkaar te houden. De geestelijke rijkdom van gemeenschap is niet de correctie die nodig is, daarvoor is het leiderschap te veel verdeeld en nog te veel aan twijfel onderhevig (denk aan het geval van Korach en de zijnen! – Lees Numeri 16, vooral vers 1-3 + 23-32) om ons daarop te verlaten. Verbijsterende tegenstellingen brengen de mensen in verwarring, en verblinden hen zo, dat zij de noodlottige gevolgen niet zien. Heden ten dage worden de mensen geconfronteerd met de meest gevreesde paradoxen van onze moderne wereld. Zo op het eerst gezicht bekeken, is men geneigd te zeggen: het is nooit beter geweest. Aan de andere kant constateert men, dat nimmer tevoren zo velen het zo slecht hadden. De stem van de meerderheid wordt overweldigd door het geschreeuw van de minderheid.
Wij zijn voor democratie, maar wij moeten aanzien dat deze wordt weggeveegd door dictatoriale groeperingen. Deze tendens kunnen wij eveneens waarnemen in het geestelijke leven. Onze sociale belangengemeenschap heeft alsmaar meer ziekenhuizen en dergelijke gebouwd, maar nooit werd zoveel ziekte, zoveel krankheid (óók van ziel èn geest!) gekend als in deze tijd, waarin wij werken en leven.
Grote groepen vrede-verkondigers en vrede-makers reizen over de hele wereld en brengen offers voor gelijkheid, en broederschap, maar daar is nog nooit zoveel strijd en lijden geweest als tegenwoordig. Al die uitblinkende staatslieden, die het hunne ertoe hebben bijgedragen om oplossingen te vinden op dit en voor dat, werden uitermate teleurgesteld, en vonden zichzelf in de grootste verdeeldheid! De menselijke samenleving kraakt in al haar voegen, omdat de fundamenten verkeerd gelegd zijn…

Wij zien uit naar een “nieuwe” samenleving, maar wij zijn niet bij machte om de “nieuwe” mensen (leidslieden) te vinden, die de samenleving zo hoogst nodig heeft.
Wij kijken naar resultaten, maar ontkennen de oorzaken. De wetenschapsmensen van onze eeuw zijn in staat om mensen te doen landen op de maan, maar kunnen hier op aarde niet leven in harmonie. De hoop op een rechtvaardige samenleving is kapot geslagen, omdat de mensen gefaald hebben in hun eigen familie-leven.
De Here Jezus Zelf heeft onze tijd een tijd van “radeloosheid” genoemd: “Er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven” (Lukas 21:25, HSV). Letterlijk betekent dit, dat wij de weg kwijt zijn,… geen oplossing hebben voor dit dilemma,… niet meer weten, hoe voort te gaan om vorderingen te maken. De mensen bevinden zich in een “één-richting-verkeer”. Ongelukkig genoeg!

De hedendaagse samenleving moet uiteindelijk uit elkaar vallen, tenzij een vast en sterk fundament wordt gevonden,… een één-makende band,… een waarachtig plan met een zeker vaststaand doel.
Wanneer dit wordt bereikt, is ook het antwoord gevonden. En… HET antwoord is: Jezus Christus!
Wat heeft de apostel Paulus geschreven? Hij (Jezus Christus) is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem (Kolossenzen 1:17, HSV).
Christus alleen kan zulk een verlangde samenhang bewerken. Hij alléén maakt de mensen leden van één grote familie. Enkel en alleen door Hem worden mensen tezamen gebracht, en gebonden in EENHEID VAN LEER. Hij is het Woord. Zodoende worden mensen geregeerd door EENZELFDE MEESTER.
Door Hem wordt alle menselijke leven ZINVOL en HOOPVOL. Door Hem worden mensen uitgetild bóven tijd en beperkingen vanwege het door Hem GESCHONKEN GELOOF.
Door Hem zal DE LIEFDE GODS BINDEN, waar wetten en inzettingen falen.
Door Hem maakt de Heilige Geest mensen tot LEVENDE TEMPELS VAN GOD.[3] Halleluja! Amen.
De eeuwige Christus deelt Zijn eeuwige leven mee aan de stervelingen en verzekert hen zódoende hun eeuwige zaligheid. Het antwoord voor het dilemma van de samenleving is zo simpel, zo eenvoudig, zo vast en zeker,… maar de meerderheid weigert deze oplossing. Gode zij dank, dat er nog zijn, die Hem vinden.
De apostel Paulus kende geschiedenis en problemen, en… wist óók de oplossing. Zijn verklaring leert ons, dat het antwoord géén principe (= een overtuiging die aan al iemands handelen ten grondslag ligt) is, maar een PERSOON,… géén systeem is, maar een HEILAND,… géén medium is, maar een MIDDELAAR,… géén schepsel gebonden aan tijd en sterven, maar DE SCHEPPER VAN HEMEL EN AARDE,…
“Door Hem BESTAAN ALLE DINGEN” schrijft Paulus, de apostel van Jezus Christus (zie nogmaals Kol. 1:17, hierboven vermeld).
Hij IS en BLIJFT DE ENIGE HOOP, Die de mensheid heeft. En Hij is gekomen om te ontvangen en niet om te verwerpen. Zie op Hem, ongeacht wat anderen doen; en doe het NU. Volg Jezus en de gezonde leer, die saamhorigheid en eenheid bewerkstelligt – allereerst in het eigen Jeruzalem![4] Want: “als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij GEMEENSCHAP MET ELKAAR,…” (zie 1 Johannes 1:7a, HSV). En Schriftuurlijke gemeenschap is FELLOWSHIP, en de grondslag ervan is SOLIDARITEIT in leven en werken. Geef acht op de handel en wandel van Jezus en Zijn discipelen, en wordt overtuigd!
Amen.

CJH Theys[5]
Uit: Perspectief – Bundel 1 (verzamelde artikelen uit de periode 1975-1978)
Enigszins bewerkt door A. Klein

  • PDF (om dit artikel eventueel uit te printen)

***********************************************

[1] Geschreven rond 1975. (noot AK)
[2] Vermoedelijk alleen aan degenen die aangesloten waren bij de ongeveer 30 gemeenten die toen onder de naam ‘The Bethel Pentecostal Temple Fellowship’ samenwerkten. (noot AK)
[3] Zie de studie Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens: Een eeuwige, heilige TEMPEL van onze almachtige God en Vader van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Met “het eigen Jeruzalem” wordt hier “allereerst” ons eigen huisgezin en onze eigen Gemeente / Kerk bedoelt. (noot AK)
[5] Voor meer informatie over Bijbelleraar CJH Theys, zie zijn “In Memoriam”: http://www.eindtijdbode.nl/weblog/memoriam.pdf
Geplaatst in Gehoorzaamheid aan God, Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Boekbespreking 61: Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christus

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm[1]

bijbel-open

Inleidend woord

“Maar één ding doe ik:
vergetend wat achter is,
mij uitstrekkend naar wat voor is,
jaag ik naar het doel:
de prijs van de roeping van God,
die van boven is,
in Christus Jezus.”
 –  Filippenzen 3:14                     

Als we alleen maar geloven dat we, als we eenmaal gered zijn, ‘in de hemel’ komen, maar als we geen idee hebben van wat ons in die ‘hemel’ te wachten staat, dan kunnen we ons daar ook niet op verheugen en naar uitstrekken.
Wij kunnen ons alleen maar ten volle “uitstrekken naar wat voor is”, als wij weten wat er voor ons ligt. We kunnen alleen maar ten volle jagen “naar het doel” als we weten wat dat doel inhoudt.
Daarom kan ik deze Bijbelstudie aanbevelen. Het geeft ons een duidelijker inzicht van wat er te gebeuren staat. Ondanks de soms zware kost – er wordt immers ook nog over ‘de laatste dagen van de eindtijd’ gesproken, een periode waarin de oordelen Gods losbarsten en de Grote Verdrukking tot veel bloedvergieten zal leiden – hoop ik toch dat u, en ik met u, het zicht zal kunnen houden op DE EEUWIGHEID.
Wellicht kunt u het niet met alles eens zijn, omdat u dingen anders ziet, toch denk ik dat een ieder die deze studie leest een duidelijker en completer beeld zal krijgen van wat er te gebeuren staat: zowel vlak voor als in het 1000-jarige Rijk, alsook in de Nieuwe Hemel en op de Nieuwe Aarde.

A. Klein

  • KLIK HIER als u deze studie wilt lezen of downloaden (= GRATIS).

*******************************************************************

[1] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar.
Zie vooral ook nog het “In memoriam”.
Geplaatst in 1000-jarig Rijk van Christus, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van E van den Worm, Uncategorized, Volmaaktheid in Christus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Kerstoverdenking: Een toegerust volk

Eerste en tweede komst

Vergelijken wij het Bijbels verslag van Christus’ eerste komst naar deze wereld met wat diezelfde Bijbel ons vertelt over Zijn wederkomst, dan zien wij duidelijke verschillen en tegenstellingen, maar ook treffende overeenkomsten en parallellen. Het grootste verschil zal hierin bestaan, dat Christus bij Zijn wederkomst niet langer de verachte en lijdende Knecht des Heren zal zijn, maar geopenbaard zal worden als de Koning der koningen en de Here der heren. Hij zal komen in grote kracht en heerlijkheid en niet slechts enkelen, zoals bij Zijn eerste komst, maar ALLEN zullen voor Hem buigen, ook degenen die hem “doorstoken” en verworpen hebben. Hij kwam om het “genadejaar van de Heer” in te luiden (zie Jes. 61:2a, NBV), de zgn. ‘tijdsbedeling der genade’.[1] Hij komt straks terug om ook dat andere dat in Jesaja 61, vers 2b, genoemd wordt nog te doen, namelijk om uit te roepen “de dag van de wraak van onze God” (HSV), “wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Here Jezus Christus NIET GEHOORZAAM zijn” (2 Thess. 1:8, HSV). Maar bij alle verschil tussen deze twee komsten van de Here, zullen er toch ook overeenkomsten zijn. Hij kwam bij Zijn eerste komst voor “het Zijne”, Hij zal straks ook wederkomen voor “het Zijne”, waarmee dan echter niet langer de afstammelingen van Abraham “naar het vlees” bedoeld worden, maar de GEESTELIJKE kinderen van Abraham, de WARE gelovigen.
Toen Jezus als mensenzoon geboren werd in een stal te Bethlehem, was dat – geestelijk gesproken – in een zeer donkere tijd. Als Hij wederkomt zal echter de donkerste nacht die er ooit geweest zal zijn, over de wereld zijn gedaald. Nog een andere parallel tekent zich af, als wij letten op het onverwachte, waardoor beide komsten worden gekenmerkt. Dit is een zeer belangrijk punt van overeenkomst, waar wij nu dieper op in willen gaan. Blijken zal, dat wij dan tot een belangrijke waarheid aangaande de tijd van het einde komen.

De voorloper

Om deze waarheid te “zien”, moeten wij allereerst onze aandacht vestigen op het gebeuren rondom de eerste komst van Jezus Christus. Met Zijn komst bedoelen wij dan niet alleen Zijn geboorte, maar alles wat te maken had met Zijn “openbaring aan Israël”. Een zeer opmerkelijk gegeven is, dat, voordat Jezus Zijn 3½-jarige bediening hier op aarde begon, er eerst een andere profeet optrad, met de naam: Johannes de Doper. Misschien vragen wij ons af welke bedoeling God hiermee heeft gehad. Nu, het lijkt voor de hand te liggen, want hij moest immers de “voorloper” van de Messias zijn, de “wegbereider”, de heraut die voor de Koning uitging! Dat is zeker. Maar WAAROM moest er eerst zo’n voorloper komen? Wij denken toch niet dat God daartoe alleen maar besloot, omdat dit te doen gebruikelijk was in die dagen?! God trekt Zich, als regel, niets aan van gebruiken en gewoonten van mensen.
De komst van Johannes de Doper is echter een onderdeel van de komst van Jezus Christus dat beslist een nadere bestudering behoeft! Het was niet zomaar “voor de vorm”, dat er een voorloper voor Jezus uitging om Zijn komst aan te kondigen. Als wij de werkelijke reden voor de zending van Johannes de Doper willen weten, dan moeten wij kennisnemen van wat Gods boodschapper, de engel Gabriël, hierover heeft gezegd. En deze (Goddelijke) Boodschap vinden wij opgetekend in Lukas 1 vers 13-17 (HSV):

  • “Maar de engel zei tegen hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren en u zult hem de naam Johannes geven. En er zal blijdschap en vreugde voor u zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden, want hij zal groot zijn voor de Here. Geen wijn en geen sterkedrank zal hij drinken en hij zal al van de moederschoot af met de Heilige Geest vervuld worden, en hij zal velen van de Israëlieten bekeren tot de Here, hun God. En hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Here een toegerust volk gereed te maken.”

Met name het 17de vers is nu voor ons van belang. Daar zegt Gabriël over Johannes: En hij zal voor Hem (d.i. de Here Jezus) uitgaan… om voor de Here een TOEGERUST volk gereed te maken”. Hier wordt het eigenlijke doel van Johannes’ komst en bediening ontsluierd. Het was nodig dat Johannes eerst kwam, opdat onze Heer een “toegerust” ofwel een gereedgemaakt volk zou vinden als Hij kwam. Toch, ondanks dat men weet van Johannes’ prediking aan de oever van de Jordaan, wordt maar zelden bij dit eigenlijke doel van zijn komst stilgestaan.

  • KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen of (GRATIS) downloaden.

H. Siliakus[2]


[1] De ‘tijdsbedeling der genade’ = Het tijdperk van de Gemeente en van de Heilige Geest (van in totaal 2000 jaar), dat begon NA Christus’ (1ste) komst. (noot – AK)
[2] Uit: “De Tempelbode” van december 1984. Enigszins bewerkt door AK.

 

 

Wij wensen u GEZEGENDE Kerstdagen toe !!

Joh.3vers16

Geplaatst in Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Studie van H Siliakus, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , | 1 reactie

De losse seksuele moraal: Een duivelse samenzwering in onze dagen

overspel

Wanneer wij zo om ons heen kijken[1] – mensen horen praten, meningen horen uiten, concepties (= denkbeelden, opvattingen) horen verdedigen, enzovoorts – zijn wij ervan overtuigd dat weinigen zich bewust zijn van deze duivelse werking(en) in de tijd van onze generatie. Deze samenzwering neemt dagelijks in kracht toe en is (als instelling – laten wij haar zo noemen) zeer subtiel in haar uitingen, maar tast echter toch al het goede, al het zinnige, al het zegenrijke aan. Daarom hebben wij hier alweer een overtuigend bewijs, dat wij inderdaad al leven in “de laatste dagen” en dat de “eindtijd” niet zo veraf meer is. Wat moeten wij onder dit laatste verstaan? Dit, dat het einde van deze wereld, van deze beschaving, van deze cultuur, van deze generatie van mensen, zoals wij die vandaag de dag kennen, weldra in zicht komt!
Over de hele wereld heeft een ontwrichting plaats op alle vlakken van het leven. Niet alleen maatschappelijk, maar zeer zeker ook op geestelijk gebied. De toestand in heel de wereld is hoogst ernstig. En satan, de “auctor intellectualis” (= Latijns voor: de “geestelijke vader, bedenker”) achter de schermen, heeft zijn uiterst scherpe giftige pijlen gericht op alles en allen.
Satans hoogst geraffineerde samenzwering en aanval omvat:

  1. Het publiek over het algemeen (“the man on the street”) te beïnvloeden door middel van artikelen in dagbladen, tijdschriften en allerhande periodieken (denk o.a. aan: pornolectuur en dergelijke schandelijke blaadjes), TV programma’s (en inmiddels ook alweer jarenlang via het internet – AK), en via zogenaamde opvoedkundige lezingen en beschouwingen over de emancipatie van het “zwakke” (?) geslacht, enzovoorts;
  2. Studerende jongeren de zogeheten “nieuwe (seksuele) moraal” zo uit te leggen en zo te doen “zien”, dat zij bewogen kunnen worden en kunnen worden gebracht (beter gezegd: worden verleid!) tot keuze en beslissing voor “moderne alternatieven” voor (man en vrouw) samenleving in huwelijksverband. Homoseksualiteit, groepshuwelijken (denk o.a. aan: polygamie of veelwijverij[2]), buitenechtelijke seks, vrouwen die met vrouwen naar bed gaan, communes, om maar enkele te noemen…, het wordt tegenwoordig van de daken gepredikt!

Zelfs (steeds meer) predikers van het Evangelie steken hun mening niet meer onder stoelen of banken, maar verkondigen aan een ieder die het horen wil dat naar hun bevinding “het (man-vrouw) huwelijk met een papiertje” zijn langste tijd heeft gehad; dat deze instelling reeds lang is achterhaald en (vooral) nog goed genoeg was voor onze grootouders. Met alle beschikbare middelen wordt tegenwoordig getracht de geest van onze jongeren (zelfs van hen, die nauwelijks de 16-jarige leeftijd hebben bereikt!) te vergiftigen. Jongstleden nog (nogmaals: reeds geschreven rond 1975) hoorden wij van een dergelijk geval, dat plaats had met toestemming van de schoolleiding op één van de scholen in Den Haag (waar de schrijver van dit artikel toen woonde – AK). Eén en ander werd tot een voorgeschreven lesuur gerekend, waar overigens de vaste leerkrachten niets mee te maken hadden. Daar werden vragen gesteld, voorstellen gedaan door “outsiders” met betrekking tot gezinsverhoudingen, het recht van alleen wonen (zogenaamde jeugdzelfstandigheid), seksuele omgang, en dergelijke… De betrokken ouders worden er niet eens meer in gekend en worden er zodoende geheel buiten gehouden. Wij weten nu aan wie wij onze kinderen toevertrouwen! Opgepast dus!

Tegenwoordig is het de gewoonte dat zowel mannen als vrouwen de nodige, ja zelfs vereiste afwisseling verlangen en kennen in hun seksuele relaties, net zo goed als in alle andere verhoudingen. Intieme relaties die zich beperken tot één en dezelfde persoon worden belachelijk gemaakt,… zijn “out of fashion” (= “uit de mode”). Voorstanders van dit alles spreken zo graag van “de nieuwe (seksuele) moraal”, die zij ook met alle kracht propageren. In feite moeten wij spreken van “immoraliteit” in de ware zin van het woord.
De huidige wereld vraagt om zogenaamde “vlotte” tieners (jonge meisjes), die de grootst mogelijke (seksuele) “tolerantie” huldigen en jongelui die… òf kennis zoeken òf die reeds hebben van “Abraham en de mosterd”[3]. Op zulke jongeren is onze maatschappij gesteld en belust. Het begin (van seksuele handelingen) wordt in de regel gauw genoeg gekend, met alle geneugten (?) en vreugden, maar wáár is het einde, en hoe is deze in de meeste gevallen?

Onderscheiding der geesten

De apostel Paulus, schrijvend onder de sanctie van de Heilige Geest, gaf ons in zijn brief aan de Efeziërs een opmerkelijke beschrijving van het natuurlijke, heidense leven, wat neerkomt op: wandelen…overeenkomstig de leefwijze van deze wereld, overeenkomstig de wil van ‘de aanvoerder van de macht in de lucht’ (= de duivel / satan), van de geest die NU werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid (zie Ef. 2:2, HSV).

  • KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen (of downloaden).

CJH Theys[4]
Enigszins bewerkt door A. Klein

******************************************

[1] Reeds geschreven rond 1975. (noot AK)
[2] Zie eventueel: https://nl.wikipedia.org/wiki/Polygamie en/of https://nl.wikipedia.org/wiki/Polygynie (= veelwijverij). (noot AK)
[3] Volgens het spreekwoord: ‘Hij weet waar Abram de mosterd haalt’ = Hij is op de hoogte, weet er alles van. (noot AK)
[4] KLIK HIER als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie vooral ook het “In memoriam”. (noot AK)
Geplaatst in De antichrist(elijke tijd), Gehoorzaamheid aan God, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van CJH Theys, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Boekbespreking 60: Crises van de eindtijd (Goddelijke gerichten vanaf de tijd van de grote afval, volgens de beschrijving van het boek -en de profeet- Joël)

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar H. Siliakus

Goddelijke gerichten

Voorwoord

Temidden van vele andere gebeurtenissen staan de mensheid in de tijd van het einde drie grote crises te wachten. De Gemeente van de Here Jezus Christus komt in een zeer kritieke toestand terecht. Deze tijd zijn wij inmiddels reeds ingegaan. De grote afval is in volle gang. Niet lang zal het duren of ook “de benauwdheid van Jakob” begint, waarin het er voor de volkeren Israëls somber zal uitzien! De derde grote crisis is die waarin de massa’s der goddelozen belanden, na te zijn opgezweept tot een totale opstand tegen God door de komende antichrist. Dit zal de crisis voor de wereld zijn, ook wel Armageddon genoemd.
Aan deze drie crises is het boek Joël gewijd. Zij markeren de drie stadia van de voltrekking van het oordeel Gods aan het eind van de bedeling der genade. Dit oordeel begint bij het Huis Gods: “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?” (1 Petrus 4:17)
De volgorde is derhalve: Gemeente, Israël, de wereld. Wonderlijk genoeg staat echter centraal in dit boek de zegen van de grote uitstorting van Gods Geest in de laatste dagen, de “Spade Regen”. Te onderzoeken hoe het één met het ander samenhangt, is één van de opgaven waarvoor het onderhavige Bijbelboek ons stelt.

Deel 1: Joël – Het boek en de schrijver

Joel, het tweede boek van de 12 zogenaamde “kleine profeten”, is één van de geschriften uit de Bijbel die uitsluitend handelen over de laatste dagen van de Gemeentelijke tijdsbedeling, de eindtijd in engere zin. Wat wij al op zoveel andere plaatsen in het profetisch Woord ontdekt hebben, dat komt ook in dit kleine, maar belangrijke boek naar voren, namelijk, dat de gebeurtenissen van de eindtijd zich zullen centreren rond Israël enerzijds en de Gemeente anderzijds. En dan niet, zoals in een foutieve bedelingenleer vaak wordt voorgesteld, in volkomen gescheidenheid van elkaar – met voor ieder een eigen weg van heil of voor ieder een eigen heilstijd (er is namelijk maar één Weg tot zaligheid, namelijk Jezus, en er is maar één “Dag van zaligheid”, namelijk de tijd van heden) – maar als één samenhangend gebeuren waarin beurtelings Gods bemoeienis met Israël (in de aardse sfeer) en met de Gemeente (in de geestelijke sfeer) tot uiting komt. Deze bemoeienis leidt tot één en hetzelfde doel: de uiteindelijke vestiging van het Koninkrijk Gods op aarde. God heeft met de Israëliet en de heiden hetzelfde voor. Eén en dezelfde zegen heeft God voor beiden weggelegd, voor nu en voor de toekomst. Paulus zegt in Galaten 6:16 dat vrede en barmhartigheid zullen komen over allen die naar de regel van het Nieuwe Testament wandelen en voegt daar dan aan toe dat dit dus ook voor het Israël van God geldt, de wedergeboren Israëlieten. De weg tot deze zegen leidt, zowel voor de Israëliet als voor de heiden, door Jezus Christus en derhalve door invoeging in de Gemeente van Christus. Gods plan met Israël, als groep van volkeren temidden van andere volkeren, is onderdeel van Zijn plan en voornemen met de Gemeente. Het begin dat God maakte met Abraham, de stamvader van Israël, had ten doel om zegen aan alle volkeren en geslachten van het aardrijk te brengen: “Ik zal zegenen wie u zegenen…; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.” (Genesis 12:3)
De Israëlitische volkeren zijn in de Nieuwe Bedeling door God ingezet voor de verbreiding van het Evangelie en daarmee voor de groei van de Gemeente. En als eenmaal een deel van deze Gemeente hier op aarde de volmaaktheid zal hebben bereikt – dat deel dat de lichamelijke dood niet zal zien (namelijk: de Bruidsgemeente) – zal uit de schare van Israëlitische gelovigen die daartoe behoren het “keurkorps” voortkomen (‘de 144.000’ of het volk van ‘de mannelijke zonen’) dat voor de laatste strijd zal worden ingezet.

Waarom nu direct deze opmerkingen gemaakt over de verhouding tussen Israël en de Gemeente? Het is alsof we met de deur in huis vallen. Maar dit was nodig, omdat bij het lezen van het boek Joël zal blijken, dat men zich voortdurend voor de vraag ziet gesteld: “Gaat het nu over Israël of over de Gemeente?” Hoofdstuk 1 lijkt geheel op Israël betrekking te hebben. Hoofdstuk 2 aanvankelijk ook, maar gaandeweg komt bij het lezen de Gemeente meer in het vizier, met name als wij toekomen aan de bekende “Pinksterprofetie”: “Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.” (Joël 2:28-29)
Ook hoofdstuk 3 lijkt geheel te handelen over Israël (meer in het bijzonder, over het Juda-deel van Israël – zie noot 2), maar als wij enige symbolieken gaan verstaan, komen toch ook weer gedachten naar voren die meer verband houden met de Gemeente. Allicht ontstaat er dus enige verwarring als er niet voldoende inzicht is in de problematiek rond Israël en de Gemeente. Vandaar deze inleiding, die vooral bedoelde te benadrukken, dat Israël en de Gemeente niet louter als tegenstelling moet worden beschouwd. Het is daarbij wel nodig het onderscheid tussen het “Huis van Israël” en het “Huis van Juda” in het oog te houden en niet aan de eenzijdige visie vast te houden dat de Joden, en de Joodse staat “Israël”, het Israël zijn waar de Bijbel over spreekt. Zij vormen maar een klein deel daarvan en vrijwel alleen in de profetieën over Juda komen wij voorzeggingen tegen die op het Joodse volk betrekking hebben. De Israël-profetieën hebben voor het merendeel betrekking op de lotgevallen van de christelijke naties van het Westen, de nazaten van de 10 “verloren” (gewaande) stammen.

  • KLIK HIER als u deze studie wilt lezen of downloaden (= GRATIS).

A. Klein

Geplaatst in Boek/studiebespreking, De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Opwekking, Studie van H Siliakus | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De herleving van Jakob (ofwel: van Israël)

Noot AK:
Jakob – door God – later ook Israël genoemd, is de stamvader van het gehele volk Israël (dus van alle 12 zonen en stammen, inclusief de 10 ‘verloren gewaande’ stammen).[1]

de 12 zonen van Jakob cq Israel

Jakob ziet Jozef terug

Van dankbare verwondering gaf de aartsvader Jakob (ofwel Israël) blijk, toen hij op zijn sterfbed tot zijn meest geliefde zoon, Jozef, sprak: “…Ik had niet gedacht je gezicht ooit nog te zien, maar zie, God heeft mij zelfs je nageslacht (SV: uw zaad) laten zien” (Genesis 48:11, HSV).
Jarenlang had Jakob zijn zoon Jozef voor reeds gestorven gehouden, want nadat deze weggevoerd was uit zijn geboorteland, en het gerucht/bericht de ronde deed dat hij door een wild dier was verscheurd, had Jakob, zoals begrijpelijk is, zelfs de verwachting niet gekoesterd hem ooit nog terug te zien. Jozef, de zoon van zijn beminde vrouw Rachel, nog eens op aarde te ontmoeten, had Jakob voor zichzelf als een onvervulbare wens afgeschreven. Maar God maakte het zó, dat wat onmogelijk geacht werd, gebeurde! En niet alleen Jozef, maar ook zijn zonen (zijn “zaad” of “nageslacht” – de tweeling Manasse en Efraïm) mocht Jakob – de grijze patriarch (als Israëls stam- en aartsvader) – nog 17 jaren bij zich hebben.
Er is weinig voorstellingsvermogen voor nodig om te kunnen begrijpen dat het bij het weerzien van Jozef was alsof Jakob herleefde! De man die, getuige zijn eigen woorden (zie Genesis 37:35)[2] sinds de verdwijning van zijn zoon Jozef in “het dal van de schaduw des doods” verkeerd had, herrees tot nieuw leven toen hij de doodgewaande Jozef terugzag. Komend tot een meer geestelijke benadering van deze geschiedenis – waarbij het om het “wezenlijke” gaat – vinden wij aanleiding genoeg om deze gebeurtenis “de herleving van Jakob” te noemen.

Gods leiding

Jakobs God is ook onze God, maar net als Jakob verstaan ook wij vaak Gods wegen niet en hebben er soms zelf geen notie van ‘hoe’ Hij werkt. Ondoorgrondelijk is Zijn wijsheid, onnaspeurlijk zijn Zijn wegen! (zie Romeinen 11:33). Wie deze God dienen, zo leert ons ook deze geschiedenis van Jakob, mogen echter met een wonderlijke hoop leven. Een hoop die niet alleen zekerheid van eeuwig leven is, maar ook zekerheid van Gods genadige bemoeienis met ons leven hier op aarde. Een waarachtig christen zal zijn of haar wensen en verlangens nooit tot obsessies laten uitgroeien, maar zal er eenvoudigweg altijd rekening mee houden dat God – naar Zijn wil – “boven bidden en boven denken” (zie Efeze 3:20) voorziet in wat nodig is.
“Hoe kostbaar is Uw goedertierenheid, o God!”, zo riep David eenmaal uit, waarna hij sprak van Gods “beek vol verrukkelijke gaven” waaruit de godvrezenden mogen drinken, en van het ware Leven en Licht dat zij mogen kennen (zie Psalm 36:8-10, HSV). Gods goedertierenheid, Gods liefdevolle bemoeienis en leiding in ons leven, moet ons dierbaar worden. Door soms diepe valleien leidt Hij ons voort om ons bij wonderheerlijke hoogten te brengen. In vele benauwdheden laat Hij ons terechtkomen, opdat wij door ervaringen van “herleving” zullen komen tot de kennis van het Goddelijke leven!

God vraagt een offer

Wie opmerkzaam is zal ontdekken dat een wonderbare voorziening Gods dikwijls een door ons te brengen offer vraagt. Ik doel dan niet op het “dal” dat wij vóór zo’n voorziening vaak moeten doorkruisen, maar op iets wat daarbij komt en dat het beste kan worden omschreven als ‘de toets’. Het is een ervaring, waarbij men soms onder tranen moet uitroepen: “Heer, vraagt Gij nu ook dit nog van mij?” Maar God wil nu eenmaal het bewijs dat wij werkelijk op Hem alleen vertrouwen en – uit liefde tot Hem – alles willen doen wat Hij van ons verlangt. Abraham moest eerst toebereidingen maken om zijn eigen zoon te offeren, voordat hij God als de “Voorziener” (JaHWeH Jireh) kon leren kennen (zie Genesis 22:1-18). Vele eeuwen later moest een zekere Jaïrus eerst werkelijk zijn dochter verliezen vóórdat hij haar gezond kon terugontvangen (zie Lukas 8:40-42+49-56). En zo zien wij in het geval van Jakob dat hij, om (de doodgewaande) Jozef te kunnen ontmoeten en om weer met hem verenigd te zijn, het beloofde land moest verlaten (zie Genesis 46:1-4+28-31). Dit was het offer dat Jakob moest brengen bij deze gelegenheid. Een offer waarover wij niet te gemakkelijk moeten denken! Wij zouden, dit omschrijvende, kunnen zeggen: Jakob moest in geloof durven prijsgeven wat God hem reeds geschonken had (in de zin van: waar hij het bezit al van had mogen genieten). Dus… willen verliezen om te kunnen ontvangen!

Dood en opstanding

De geschiedenis van Jakobs herleving bergt niet alleen een geestelijke les – voor ieder van ons persoonlijk – in zich, maar er is ook een PROFETISCHE boodschap aan verbonden, bestemd voor de Gemeente van Jezus Christus van de laatste dagen.

  • KLIK HIER als u deze studie verder wilt lezen (of downloaden).

H. Siliakus
Enigszins bewerkt door A. Klein

*********************************************************************************

[1] Het volk van Israël bestaat uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die later van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het ‘huis van Israël’ en het ‘huis van Juda’ (de zgn. Joden). Het ‘huis van Israël’ bestaat uit 10 stammen, die in de loop van de geschiedenis weggevoerd zijn uit het beloofde land Kanaän/Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij tot op heden (in het ‘verborgen’, vaak zonder het zelf te weten) wonen. Het zijn vooral de zgn. ‘christelijke’ landen in Noordwest Europa en de landen, waar velen later naar toe zijn gemigreerd, zoals Amerika, Canada, en Australië. Het ‘huis van Juda’ bestaat uit 2 stammen, namelijk het volk van Juda en Benjamin die, in de dagen dat Jezus op aarde was, in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. Het ‘huis van Juda’, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (zie Rom. 11:25).
Het huidige land Israël (waar heden voornamelijk de 2 stammen van het ‘huis van Juda’ – de Joden – wonen) doet thans haar rechten gelden op het land Palestina. Historische rechten, waarvan we ook lezen in de Bijbel. Als de tijd daar is dat het profetisch Woord vervuld wordt, dan kan het niet anders of geheel Israël (alle 12 stammen) zal uiteindelijk in bezit komen van geheel Kanaän/Palestina en van de stad Jeruzalem (zie Gen.15:18). Abrahams nakomelingen zouden volgens de Goddelijke belofte het land Kanaän bewonen. Dat land zou zich uitstrekken van de beek van Egypte (een kleine rivier ten oosten van de Nijl) tot aan de rivier de Eufraat. Voor ons zijn het tekenen dat we in de (Bijbelse) ‘laatste dagen’, vlak voor de wederkomst van Jezus, leven. Daarom is het juist in deze tijd belangrijk om na te gaan wat de Bijbel over deze dingen zegt.
[2] “Al zijn (= Jakobs) zonen en al zijn dochters stonden op om hem te troosten, maar hij weigerde zich te laten troosten en zei: Voorzeker, ik zal treurend (SV: rouw bedrijvende) naar mijn zoon (= Jozef) in het graf afdalen. Zo beweende zijn vader hem.” (Genesis 37:35, HSV)
Geplaatst in Eindtijdstudie, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Israël/huis van Israël, Nuttige studie als 'basiskennis', Opwekking, Studie van H Siliakus | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie