De hemelse mens

89_volmaaktheid_christus_aarde_eindtijd

Woorden van verwondering

De Romeinse hoofdman, die getuige was van het glorieuze sterven van onze Heere Jezus Christus, riep uit: “…Werkelijk (SV: waarlijk), deze Mens was Gods Zoon! (Markus 15:39b), daarmee ongetwijfeld bedoelende te zeggen: “Dit was geen gewoon mens”. Deze ontboezeming is opmerkelijk en brengt ons op het spoor van meer van dergelijke uitspraken.
De evangelist Markus schrijft over Jezus dat Hij niet leerde als een schriftgeleerde, maar als een gezaghebbende”:
“En ze stonden versteld van Zijn onderricht, want Hij onderwees hen als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden.” (Markus 1:22) [1]
Op een andere plaats horen wij de discipelen van Jezus in hun schip verzuchten:
“…Wie is Deze toch, dat Hij ook de winden en het water bevel geeft en ze Hem gehoorzaam zijn?” (Lukas 8:25b)
Het zijn uitspraken die de boodschap in zich dragen dat Jezus waarlijk God èn mens was en is (Hij is nog steeds de tweede Adam!).
Een ieder die werkelijk een ontmoeting met Jezus heeft zal zich in overeenkomstige woorden van verwondering uitlaten, ook vandaag nog.

.

Aards en hemels

Een verklaring hiervoor ligt voor de hand en werd eigenlijk al gegeven. Maar niemand heeft het zo goed onder woorden gebracht als de apostel Paulus in 1 Korinthe 15 vers 47:

  • “De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk (SV: aards); de tweede Mens is de Heere uit de hemel.”

Christus was – en is – de Hemelse Mens.
Hebben wij met een innerlijke tegenstrijdigheid te doen, wanneer er sprake is van “de hemelse mens”? Beweegt zich het schepsel mens niet alleen op de aarde rond, zoals de engel geschapen is voor de hemelse wereld?
Gods Woord, de Bijbel, ontkent ten stelligste dat de mens alleen voor de aarde zou zijn geschapen. Het eerste mensenpaar wandelde op aarde rond in een oord dat tot de hemelse werkelijkheid gerekend moet worden; het paradijs (vergelijk 2 Korinthe 12:2-4 [2]). En, voor de Nieuwtestamentische gelovige wordt het als normaal geacht dat hij “wandelt in de hemelen”:

  • “Ons burgerschap (SV: onze wandel) is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20)

De mens, geschapen als hij is “naar Gods beeld” – met een lichaam, een ziel en een geest – is evenzeer een geestelijk wezen als een aards wezen. Wanneer wij in onze dagen waarnemen dat het merendeel van de mensheid alleen maar “aards” leeft, signaleren wij daarmee dat de mens “ontmenselijkt” is, “ontkleed”, “naakt”:
“Toen werden de ogen van beiden geopend en zij merkten dat zij naakt waren…” (Genesis 3:7a)
Welk een winst is het voor een mens, als hij tot het inzicht komt dat de Bijbel niet alleen maar het Boek is dat over de hemel spréékt, maar dat het bovenal het Boek is dat ons in de hemel brèngteen Goddelijk Boek.
De mens die, net als het beest, alleen maar op de aarde leeft, is de “aardse mens” (of de “natuurlijke mens”). De mens die, zoals God het voor hem bedoeld heeft, ook wandelt “in de hemelen”, is de “hemelse mens”; navolger van de “tweede Adam”, Jezus Christus, DE Hemelse Mens.

.

Heengaan naar zijn huis

Daar is, zoals te begrijpen valt, een tegenstelling tussen de aardse en de hemelse mens. Nergens anders worden wij daarmee zo duidelijk en overtuigend geconfronteerd als bij Jezus.
De hierboven geciteerde uitingen van verwondering, verbazing en ontzag, bevestigen deze waarheid op niet mis te verstane wijze.
Juist de bestudering van Jezus’ leven en bediening zal ons dan ook de kenmerkende verschillen tussen de aardse en de hemelse mens doen kennen. Wie de Evangeliën biddend en onder de leiding van de Heilige Geest leest, zal niet alleen in sprekende voorvallen, maar ook verborgen – in schijnbaar terloopse vermeldingen – de grootheid en glorie van de hemelse mens (met name van DE Hemelse Mens) aanschouwen, schril afstekend tegen de kleinheid en dofheid van de aardse mens.
Zo komt deze tegenstelling bijvoorbeeld naar voren op een onverdachte plaats als Johannes 7:53 en 8:1, het laatste vers van Johannes 7 en het eerste vers van Johannes 8.
Twee ogenschijnlijk nietszeggende verzen – “En ieder ging heen naar zijn huis” “Maar Jezus ging naar de Olijfberg(SV) doch in feite een verbijsterende mededeling. Aan het eind van een bewogen dag, na een groot rumoer in de tempel rondom Jezus, toen aan het tumult een einde was gekomen, keerde een ieder terug naar zijn eigen kleine wereld. Maar Jezus ging BIDDEN!! Want dat deed Hij op die berg.

.

In de hof der olijven

Paulus voegde aan de woorden, die wij lazen in 1 Korinthe 15:47, toe:

  • “Zoals de stoffelijke (SV: aardse) is, zo zijn ook de stoffelijke mensen (SV: aardsen), en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelse mensen. En zoals wij het beeld van de stoffelijke (SV: aardsen) gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen. (1 Korinthe 15:48-49)

Met andere woorden, zoals Jezus is, zo zijn ook alle “hemelse mensen”.
Jezus ging, in tegenstelling tot alle andere mensen, aan het eind van de dag – na gedane zaken – bidden. Zo lezen wij wel vaker, bijvoorbeeld in Mattheüs 14 vers 23:
“En toen Hij de menigte weggestuurd had (SV: van Zich gelaten had), klom Hij de berg op om er in afzondering te bidden. Toen het avond was geworden, was Hij daar alleen.”
Hij was waarlijk een Tabernakel, een Tempel van God [3]; Zijn lichaam was een “plaats van gebed”. Allen gingen naar hun huis – naar hun eigen wereld, waar zij zich konden wijden aan hun geliefkoosde bezigheden. Jezus ging naar Zijn huis – dat waren de gebedshoogten; Zijn “bezigheid” was: te zijn in de dingen van Zijn Vader. Hij, Die door Zijn Geest later liet neerschrijven Bid zonder ophouden (1 Thessalonicenzen 5:17), was “in Zijn gewone doen” als Hij in gebedsgemeenschap verkeerde met Zijn hemelse Vader.
Maar zoals Hij was, zullen ook Zijn volgelingen zijn: de “hemelse mensen”.  Hoe verschillend zijn ook deze van de andere mensen. Zij leiden een leven van en in gemeenschap met hun Heer. Hun leven is een gebedsleven. En de plaats van hun gebed is, precies zoals van Jezus werd meegedeeld, vaak de “Hof der Olijven”: Gethsemané (= letterlijk: “oliepers” of “vat met olie”).
Op de Olijfberg; daar worden ook zij “geperst” en “uitgeknepen” in zware ziele-strijd. Maar daar ook komen zij, net als Jezus, tot de overwinning van “Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede”:

  • “…Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.”“Opnieuw, voor de tweede keer, ging Hij heen en bad: Mijn Vader, als deze drinkbeker aan Mij niet voorbij kan gaan zonder dat Ik hem drink, laat Uw wil dan geschieden. (Mattheüs 26:39b en 42)

.

Voor God leven

“Acht” (8) is het getal van “de nieuwe mens in Christus”. [4] Dat is de hemelse mens, nazaat van de Tweede Adam. Merk op: het is “Jezus echter ging naar de Olijfberg.” (Johannes 8:1). De aardse mens leeft voor zichzelf. “Heengaan naar zijn huis”, zich terugtrekken in zijn eigen wereld, heeft mede de gevoelswaarde van “leven voor zichzelf”.
De hemelse mens leeft daarentegen niet voor zichzelf, maar voor God (en vindt zo de zin van het leven). Zijn “huis” is de plaats waar een ladder is opgesteld die tot in de hemel reikt:
Toen droomde hij (= Jakob, te Bethel = Hebreeuws voor Huis van God), en zie, op de aarde stond een ladder, waarvan de top de hemel raakte, en zie, de engelen van God klommen daarlangs omhoog en omlaag.” (Genesis 28:12)
Zijn “voedsel” is, de wil van God doen:

  • “Jezus zei tegen hen: Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng.” (Johannes 4:34)

Bent ù reeds wedergeboren tot zo’n mens die altijd met de dingen van zijn hemelse Vader bezig moet (= graag wil) zijn en wiens “natuurlijke omgeving” de berg van gebed is?

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

*********************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] 2 Korinthe 12:2-4, “Ik ken een mens in Christus, 14 jaar is het geleden – of het in het lichaam gebeurde, weet ik niet; of buiten het lichaam, weet ik niet; God weet het – dat zo iemand tot in de derde hemel werd opgenomen (SV: opgetrokken is geweest). En ik weet van deze mens – of het in het lichaam of buiten het lichaam gebeurde, weet ik niet; God weet het – dat hij werd opgenomen (SV: opgetrokken is geweest) in het paradijs en onuitsprekelijke woorden heeft gehoord, die het een mens niet is geoorloofd uit te spreken.” (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens – EEN eeuwige, HEILIGE TEMPEL van onze almachtige God en Vader van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie met ‘vers voor vers’ UITLEG LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus (over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen) van E. van den Worm. (noot AK)

.

Geplaatst in Bidden/Gebed, Bijbelstudie, Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Studie van H Siliakus, Woord en Geest | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

Het Boek Openbaring in Tabernakellicht – hoofdstuk 19

En in het licht van de Ark van het Verbond in het bijzonder

Ark des VerbondsHoofdstuk 19

De ontsluiering komt

“En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd Getrouw en Waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.” (Openbaring 19:11) [1]
Blijf bij de Bron die onze Here Jezus is. Wij moeten voortdurend uit Hem drinken. Wie van Hem drinkt, zal in eeuwigheid niet dorsten (zie Johannes 4:14 [2]). Dat wil zeggen, die zal geen behoefte hebben om nog ergens anders zijn ziele-dorst te lessen. Maar het wil niet zeggen dat wij slechts één keer behoeven te drinken uit Hem! Wie niet dagelijks dit Ware Leven indrinkt, zal geestelijk sterven en even dood zijn als de goddelozen en ongelovigen. Blijf in Hem! Dan zult u bewaard worden uit de verschrikkelijke oordelen die over deze wereld komen zullen.
Hier lezen wij over Christus’ wederkomst in heerlijkheid en met grote kracht aan het eind van die Grote Verdrukking. Aller oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken en verworpen hebben. De hemel gaat open, zo lezen wij in vers 11. Daar verschijnt onze Heer met Zijn tienduizenden heiligen (Openbaring 19:14 in samenhang met Judas 1:14b [3]):

  • “En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos.” (Openbaring 19:14)
  • Zie, de Heere is (weder)gekomen met Zijn tienduizenden heiligen. (Judas 1:14b)

Hij komt ten gericht. In de slag van Armageddon zal de ontknoping van de wereldgeschiedenis plaatshebben. De ontsluiering komt. Lang mag het erop geleken hebben dat satan, de overste van deze wereld, zou zegevieren. Maar alsdan valt het doek voor de aartsleugenaar en mensenmoordenaar! [4] Christus zal de aarde reinigen en hier Zijn volheerlijk Koninkrijk [5] van vrede en gerechtigheid oprichten.
In de strijd van Armageddon, die in dit 19de hoofdstuk beschreven wordt, zullen alle antichristelijke machten vernietigd worden, met de antichrist en de valse profeet voorop. Maar ook alle goddeloze mensen die dan nog leven op aarde, worden alsdan uitgeroeid en vernietigd. Werkelijk niet één on-wedergeboren mens zal blijven leven. Lees de verzen 17 t/m 21: “En ik zag één engel dicht bij de zon staan (SV: staande in de zon), en hij riep met luide stem naar alle vogels die hoog aan (SV: in het midden van) de hemel vlogen: Kom en verzamel u voor het avondmaal van de grote God, om te eten vlees van koningen, en vlees van oversten over duizend, en vlees van machtigen, en vlees van paarden en van hen die daarop zitten, en vlees van alle vrijen en van slaven, kleinen en groten. En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn leger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees.” (Openbaring 19:17-21)
De gieren, de vogels “in het midden van de hemel”, zullen het vlees van al de gedode mensenmassa’s eten. Dit wordt het “avondmaal van de grote God” genoemd. Een luguber spiegelbeeld van het “avondmaal van de Bruiloft van het Lam”, waarover wij ook lezen in dit hoofdstuk: “En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. [6] En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God.” (Openbaring 19:9)
Hier, in Openbaring 19 vers 9, is ‘t het maal ten leven en van de gemeenschap met de Here Jezus Christus. Daar, in Openbaring 19 vers 18, een verschrikkelijke dood: Alle vlees zal sterven. Vlak daarvoor echter zullen de heiligen “verheerlijkte lichamen” ontvangen hebben. Wanneer Christus komt, als de laatste (= de 7de) bazuin weerklinkt, zullen eerst de rechtvaardige doden opstaan uit het graf met nieuwe, onsterfelijke lichamen. Daarna zullen de gelovigen van de Bruidsgemeente – in een punt des tijds – verheerlijkte, onsterfelijke lichamen ontvangen, en tezamen zullen zij de wederkomende Heer tegemoet gaan in de lucht: [7]

  • “Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.” (1 Thessalonicenzen 4:15-17)

Zodoende zal er een daadwerkelijk einde komen aan het tijdperk van het vlees. Geen vlees of bloed, geen zondaar, zal het Koninkrijk Gods beërven: “Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid (SV: de verderfelijkheid) beërft de onvergankelijkheid niet.”! (1 Korinthe 15:50)
Hier, in Openbaring 19 (en in hoofdstuk 20), vinden wij daarom het beeld van het Voorhangsel. [8] De hemel gaat open, het gordijn wordt weggeschoven. De Voorhang spreekt ook van het vlees, dat terzijde geschoven en vernietigd wordt. Het Voorhangsel is het vlees. Toen Christus’ vlees aan het kruis verbroken werd, scheurde het Voorhangsel in de tempel in tweeën (zie Markus 15:38, en ook Hebreeën 10:20 [9]).
In Openbaring 19 zien wij de definitieve vernietiging van alle vlees. Dit zal dus gebeuren in die grote Slag van Armageddon. Let op het herhaaldelijk spreken over het vlees dat – letterlijk – verslonden wordt: “om te eten vlees van koningen, en vlees van oversten over duizend, en vlees van machtigen, en vlees van paarden en van hen die daarop zitten, en vlees van alle vrijen en van slaven, kleinen en groten.” … “En alle vogels werden verzadigd met hun vlees.” (Openbaring 19:18 en 21b)
Maar er is ook nog een ophouden van het vlees in andere zin. Het Voorhangsel zal al eerder opengaan voor de Bruidsgemeente – de Gemeente van ware aanbidders – die bij het Reukaltaar [10] wacht op haar Bruidegom.
Nadat de val van de hoer, de anti-bruid, is beschreven, wordt hier met blijdschap en verrukking gesproken over de Bruiloft van het Lam [11]: “Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft van het Lam is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelf bereid. En haar is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen. En hij zei tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. [12] En hij zei tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods.” (Openbaring 19:7-9, SV)
In tijd zal deze gebeurtenis echter eerder plaatshebben: vlak voordat de Grote Verdrukking begint, bij Jezus’ verborgen wederkomst voor de Zijnen, om hen tot Zich te nemen. In de grondtekst van vers 7, van Openbaring 19, staat het dan ook duidelijker: “want de Bruiloft van het Lam kwam en Zijn vrouw bereidde zichzelf”. Zo wordt dus niet de indruk gewekt alsof deze Bruiloft daarna (na de val van Babylon) plaatsheeft. Het is juist omgekeerd: omdat de ware Bruid al zal zijn aangewezen, zal de valse bruid nog maar een kort leven beschoren zijn… Hier worden deze twee echter tegenover elkaar geplaatst.
Wij moeten goed beseffen dat heden al aan beiden gewerkt wordt: aan de ware Bruidsgemeente, maar ook aan de valse bruidskerk! En dit hoofdstuk van het Voorhangsel toont ons de heerlijke toekomst van degenen die vrijwillig met Jezus de weg van (af)sterven aan het vlees willen gaan. Ook het Bruiloftskleed, het witte fijne lijnwaad van rechtvaardigmaking, spreekt van de vleeskruisiging.
Dan, als de Heer komt ten gericht, zal de heerlijkheid van God geopenbaard worden: in Zijn verschijning, in de glorievolle overwinning over al Zijn vijanden, maar ook in die schare van verheerlijkte heiligen.
De laatste hoofdstukken van het boek Openbaring (vanaf dit 19de hoofdstuk) openbaren ook de shekinah-heerlijkheid [13] van de 3-enige God. [14] In het licht van de Ark van het Verbond [15] zien wij hier uitgedrukt dat licht van Gods tegenwoordigheid, dat eenmaal gezien werd boven het Verzoendeksel en tussen de 2 Cherubs. [16] Deze indruk van de onbeschrijflijke heerlijkheid Gods overheerst ook in deze laatste hoofdstukken.
Deze (tijds)bedeling zal niet eindigen met de glorie van de mens, maar met de glorie van de almachtige God! De heerlijkheid Gods zal de aarde overdekken.
Nogmaals: het Voorhangsel wordt weggeschoven. Dit wil ook zeggen dat de openbaring, de ontsluiering, komt van alle dingen. Maar, ook de ontmaskering! Openbaar wordt wat waar is en wat vals is; wat van God is en wat uit de koker van satan komt. Alle coulissen zullen worden weggehaald.
Ons zegt het heden ook dat wij nu reeds al die maskers en sluiers van onoprechtheid moeten afdoen, waarachter wij ons zo vaak verschuilen, en dat wij moeten jagen naar de heiligmaking en de eenheid met allen die straks tot die heerlijke Bruidsgemeente zullen behoren!

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

Einde van dit 19de hoofdstuk – wordt vervolgd

.

******************************************************

Voor meer info en ‘vers voor vers’ UITLEG over dit 19de hoofdstuk van Openbaring, zie:

  1. Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL. Link naar hoofdstuk 19, studie van Bijbelleraar CJH Theys.
  2. Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus voor de laatste dagen. Link naar hoofdstuk 19, studie van Bijbelleraar E. van den Worm.

***********************************************************************************

.

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Johannes 4:14, “…maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.”
Voor meer UITLEG over dit vers, zie Johannes – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Bij tienduizenden heiligen moet men toch eerder aan de 144.000 mannelijke zonen denken – die, volgens Openbaring 12:5 werd weggerukt tot God en Zijn troon“, en die dus ECHT in de hemel zijn OPGENOMEN – dan aan de Bruidsgemeente. Want dat zullen er, mogen wij veronderstellen, toch veel meer zijn. Maar de Bruidsgemeente zal, Bijbels gezien, inderdaad NIET worden opgenomen in de hemel (en dus ook niet met Jezus wederkomen naar de aarde aan het eind van de Grote Verdrukking).
Zie eventueel ook nog mijn artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ? van A. Klein. (noot AK)
[4] Johannes 8:44, “U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen.” (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie Wat de Schrift leert over het 1000-jarige Rijk van de Here Jezus Christusvan E. van den Worm. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze studie Door de Geest van God geroepen tot deelname aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lamvan E. van den Worm. (noot AK)
[7] (Ingekorte) Uitleg uit de Studiebijbel: De tekst van 1 Thess. 4:15-17 gaat o.a. over:
a. De Here Zelf zal… NEERDALEN uit de hemel, en
b. Wij… zullen… WEGGENOMEN worden in de wolken, naar een ONTMOETING met de Here in de lucht (volgens de Hernieuwde Statenvertaling). In de (oude) Statenvertaling staat: opgenomen worden,… de Here TEGEMOET.
De Studiebijbel (deel 8) zegt het volgende over 1 Thess 4:15-17, en dan vooral over bovenstaande 2 punten (a en b):
“Vanaf dit (15de) vers staat er ‘Christus’ of ‘Heer’ en niet meer Jezus, omdat het nu over de verheerlijkte Zoon van God gaat. (Dus moet het m.i. over de periode NA de Grote Verdrukking gaan, want als het gaat over de verheerlijkte Zoon van God, kan het toch niet zo zijn dat de antichrist nog tijd en gelegenheid krijgt om zijn gruwelplannen uit te voeren? – noot AK)

a. ‘Neerdalen’ (namelijk vanuit de hemel, vergelijk Dan. 7:15, 1 Thess. 1:10 en Openb. 21:2 en 10) moeten we letterlijk nemen, evenals het opvaren (van Jezus – noot AK) naar de hemel (zie Hand. 1:9-11).

b. Het Griekse woord “harpazomai” (d.i. ‘gegrepen worden’, ‘WEGGENOMEN worden’), spreekt over een plotselinge verplaatsing door goddelijk ingrijpen (zie Hand. 8:39 en Openb. 12:5 – vergelijk Gen. 5:24 en 2 Kon. 2:11).

Het Griekse woord “eis apantēsin” (letterlijk: naar de ONTMOETING), was de vaste uitdrukking voor het buiten de stad tegemoet gaan en verwelkomen van een belangrijke bezoeker (zie Matth. 25:6 en Hand. 28:15), meestal een vorst, om hem EEN GELEIDE te geven BIJ ZIJN AANKOMST.
‘In de lucht’ geeft aan waar de ontmoeting plaatsvindt: tussen hemel en aarde. Het blijft hier onduidelijk
of de Heer met Zijn Gemeente eerst terugkeert naar de hemel (vergelijk Joh. 14:3),
of dat na de ontmoeting de gemeente de Heer begeleidt NAAR DE AARDE.
Het “eis apantēsin” pleit voor HET LAATSTE.”
Zie eventueel ook nog mijn artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ? van A. Klein.  (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (18): Het VOORHANGSEL en het heilige der heiligenvan E. van den Worm. (noot AK)
[9] Markus 15:38, “En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden.”
Hebreeën 10:20, “Langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees.” (noot AK)
[10] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (12): Het REUKALTAAR en het reukwerkvan E. van den Worm. (noot AK)
[11] Zie eventueel onze studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde van E. van den Worm. (noot AK)
[12] Zie noot 6.
[13] Shekinah-heerlijkheid = De openbaring (of: het openbaar of gewaar worden) van Gods heerlijkheid en tegenwoordigheid, met BOVEN-NATUURLIJK Licht van God. (noot AK)
[14] In Deuteronomium 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!)
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (= geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit 3 Personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest. (noot AK)
[15] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (20): De Ark des Verbonds van E. van den Worm. (noot AK)
[16] In de 1ste plaats beeldt de Ark van het Verbond de Troon van God uit. De beide Cherubs en het Verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn 3 openbaringsvormen uit. De Cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het Verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit.
De Ark van het Verbond staat in de 2de plaats voor de Bruiloft of Eenwording van het Lam van God en Zijn Bruid. (noot AK)

.

Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, de grote verdrukking, Eindtijdstudie, Heiligmaking, Studie van H Siliakus, Tabernakel-studie, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De geopenbaarde Christus

kruis4

Een deksel op het hart

Menig christen doet hetzelfde als de Joden hebben gedaan. Toen Christus afgenomen was van het kruis, namen zij het gescheurde voorhangsel in de tempel, naaiden de stukken weer aan elkaar en hingen het weer op. Geen wonder dat Paulus zei, dat er nog altijd een deksel, een voorhangsel, op hun hart ligt:
“Ja, tot op heden ligt er, wanneer Mozes gelezen wordt, een bedekking op hun hart.” (2 Korinthe 3:15) [1]
U en ik zullen, als wij eerlijk zijn voor onszelf, moeten bekennen dat wij iets dergelijks ervaren hebben in ons hart of misschien nog ervaren. Het vlees is een deksel, een gordijn, dat maakt dat God verborgen voor u is.
Wat is de remedie daartegen?
Scheur dat ding open! Beter helemaal geen tong, dan hem te gebruiken zoals wij het doen. Beter is het helemaal geen hart te hebben, dan toe te laten dat het gebruikt wordt om van tijd tot tijd afschuwelijke dingen uit te braken. Het is beter geen ogen te hebben, als ze telkens weer door lust en door begeerte bevangen worden. En beter geen handen te hebben, als we ermee graven in het slijk van deze wereld. Onze vleselijkheid is dat voorhangsel, dat God verborgen voor ons houdt.

.

Door het kruis

Het verbaast mij niet dat, voordat wij de Gave van de Heilige Geest [2] ontvangen, wij eerst naar het kruis gaan. Daar is geen waarachtige doop met de Heilige Geest behalve deze die u verkrijgt op de weg van het kruis. Er is nog nooit een ziel waarachtig gedoopt met de Heilige Geest, die daartoe niet is ingegaan door (is: langs de weg van) het kruis van de Here Jezus Christus. Er is geen andere weg. Om deze reden heeft Christus ogenblikkelijk dit geneesmiddel voorgehouden aan de mensen van Zijn tijd. Hij zei:

  • “Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk van God van u weggenomen zal worden…” (Mattheüs 21:43a)

We voelen het ons ontglippen. Het heeft geen zin om ons hoofd in het zand te steken en te zeggen, dat het goed gaat met ons. In Pinksteren [3] heeft men het grondgebied waarop men zijn voet gezet had, niet behouden! O ja, we hebben op sommige terreinen vooruitgang geboekt, maar daarover heb ik het u niet. Ik spreek over dat wondervolle in ons leven waarmee God gemeenschap kan hebben. Ik spreek over een hart waarvan de voorhang is gescheurd en waarin de Here Jezus woning kan maken.

.

Vallen op de steen

Welk geneesmiddel hield Jezus hen – en ook ons – voor? Toen Hij dat oordeel (uit Mattheüs 21:43a) over hen uitsprak, voegde Hij eraan toe:
“En wie op deze Steen valt, zal verpletterd worden….” (Mattheüs 21:44a)
De Engelse vertaling luidt: “zal verbroken worden”.
U kunt meteen de Goddelijke thermometer aanbrengen bij uw christelijke leven.
Hoe is uw geestelijke gezindheid? Stormt het in uw geest voortdurend? Zijn er gedachten zoals: “Ik zal het die of die betaald zetten”? Of is uw geest bezig met wat iemand u heeft aangedaan?
U verknoeit uw lichamelijke en geestelijke energie!
Mozes beschikte over grote kracht en had het volk Israël kunnen wegvagen, als hij gewild had. Maar als Israël murmureerde en in opstand kwam tegen God, wierp Mozes zich op zijn aangezicht in de deur van de tabernakel:
“Toen gingen Mozes en Aäron (van het aangezicht) van de gemeente weg naar de ingang (SV: tot de DEUR) van de tent van ontmoeting (SV: de tent der samenkomst), en zij wierpen zich met hun gezicht ter aarde. En de heerlijkheid van de HEERE verscheen hun.” (Numeri 20:6)
Christus is niet alleen de Steen, de Fundamentsteen van God – de Rots waarop de Gemeente / Kerk van Christus is gebouwd – Hij is ook de Deur! En u en ik kunnen vallen op die Steen. Wij kunnen komen naar de deur van de tabernakel [4] en vallen op ons aangezicht en alles leggen in de handen van God.
Ik maak me geen zorgen over wat men met mij of met u gaat doen. Sta recht voor God! Val op de Steen. Leg uw zaak in Gods hand en u zult tevoorschijn komen als meer dan overwinnaar! Indien u echter besluit om het in eigen hand te nemen, zult u geestelijk en lichamelijk strijden totdat u uitgeput bent en de hel heeft dan bezit genomen van uw tabernakel.

.

De voorhang moet worden gescheurd

Wat bedoelt Jezus, als Hij het heeft over het vallen op de Steen van God?
Wanneer u erop valt, zult u breken in duizend kleine stukken. Ik zeg het u eerlijk dat er veel te veel geveinsdheid is in de Christelijke levens in deze laatste dagen. Wij wagen het om onszelf (Pinkster)christenen [5] te noemen, maar wij spuwen het gif van de hel uit. Maar, indien u waarlijk valt op deze Steen, zult u breken! Het betekent eenvoudig, dat uw hart zal smelten. U zult weten en ik zal weten dat er niets geheels is aan ons en dat het een wonder is dat God nog iets van waarde in ons ziet om te behouden. U zult achting hebben voor de ander. U zult uw broeders hoeder worden: “Wie ook op deze Steen zal vallen”. Val op uw knieën voor God en u zult breken. U bent geen goed christen totdat u bent gebroken (en ophoudt vleselijk te zijn – HS). Dit is het vaneenscheuren van het voorhangsel.
Totdat wij onze zonden voor God beleden hebben en hebben geleerd dat er niets goeds is in ons vlees. Dit is de reden waarom God het vlees af wil trekken van ons en het van ons af wil scheiden. Het voorhangsel dat niet is weggetrokken, verbergt voor ons de tegenwoordigheid van God.
Israël stond voor dat voorhangsel – jaar na jaar en eeuw na eeuw – maar zolang het voorhangsel niet is weggenomen, zult u nooit de heerlijkheid van God zien. Moge de Geest van God dat voorhangsel wegnemen van ieders hart!
Het wordt hoog tijd dat we een glimp gaan opvangen van de glorie van God en niet langer leven met een Christus Die verborgen is, maar met een geopenbaarde Christus.
Judas, vers 3, zegt ons dat wij altijd moeten “strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is.”
Treed in de voetstappen van Jezus Christus. Hij moest vallen op die steen. Zijn vlees moest vaneengescheurd worden (ofschoon Hij geen zonde had gedaan, maar Hij stierf voor ons en ging ons tegelijkertijd voor op de weg tot heerlijkheid). Het was pas na Golgotha, dat de glorie en de kracht van Gods geestelijk Koninkrijk geopenbaard werd in Zijn Gemeente / Kerk en bediend kon worden aan de mensheid.

.

Gebroken worden

Bent u ooit gevallen op die Steen? Kende u ooit een ogenblik van werkelijk berouw in uw leven? Ik prijs dat ogenblik ten zeerste, toen God mij de zonde deed zien door Zijn ogen. Het is een afschuwelijk schilderij. Het bracht in mij teweeg een volledige ineenstorting van mijzelf.
Als wij vallen op die Steen van onze Here Jezus Christus, zullen wij gebroken worden. Wanneer u gebroken bent op deze Steen van Gods Gezalfde, zult u nooit meer proberen uzelf te rechtvaardigen. U zult daar dan ook geen behoefte meer aan hebben, want het is God Die u rechtvaardigt.
“Vader God, maak het waar aan ons. Dat wij mogen weten dat Uw Zoon het Hoofd is van onze Gemeente / Kerk en dat Hij in het midden van ons is om voor ons te zorgen”.
Die ervaring van gebroken te worden, is de meest heerlijke gave die God ons kan geven. Wanneer u gebroken bent, weet u zich afhankelijk van God en uw “ik” is verbrijzeld en ten gronde gericht en u weet zich hulpeloos, gelijk een klein kind. Maar, u hebt de kracht van God in uzelf. Soms denk ik dat de zwakheid van de Gemeente / Kerk vandaag de dag gelegen is in het feit dat wij onze tijd te weinig doorbrengen in gebed. Als wij meer bidden, zal de glorie van God de gehele Gemeente vervullen.
Herinner u – “Wie op deze Steen valt” (Mattheüs 21:44a). Soms struikelen we, voordat we vallen op de Steen. God moet toelaten dat er dingen komen in ons leven waardoor wij ons plotseling realiseren waar wij zijn en onze val wordt volkomen als wij vallen op de Rots van de Almachtige God.
Het doet er voor mij niet toe waardoor wij neergehaald worden. Nadat wij gebroken zijn, horen wij Jesaja zeggen, sprekend voor God:

  • “Maar Ik zal zien op deze, op de ellendige (SV: de arme) en verslagene van geest, en wie voor Mijn woord beeft.” (Jesaja 66:2b)

De mensen praten en praten en brengen nog geen vijf minuten door met te lezen in hun Bijbel. Indien we minder zouden praten en meer Gods Woord zouden bestuderen, zullen wij de waarheid van dit Woord gaan beseffen en we zullen ervoor beven.

.

Ontkoming uit het oordeel

“En op wie hij (= de Steen) valt, die zal hij vermorzelen”, zo vervolgt Jezus in Mattheüs 21:44b. De Engelse vertaling spreekt van “tot poeder vermalen”. Voor zonde waarvoor geen berouw getoond is, wacht niets anders dan het oordeel.
In de Gemeente des Heren worden vandaag de dag even gruwelijke zonden begaan als door misdadigers worden gepleegd. Daarvoor moet berouw getoond worden! Het is meer dan zomaar een natte zakdoek. Het is iets dat slaat door uw ziel en wat u brengt op de oordeelsbank.
Het oordeel begint namelijk bij het Huis van God:

  • “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?(1 Petrus 4:17)

En dank God hier maar voor. Slechts wanneer wij deze diepe, verborgen processen van het Evangelie doormaken, kunnen wij verwachten dat wij, zowel individueel als samen als één lichaam, te voorschijn treden “overwinnende en om te overwinnen”. [6]
Christus ging naar Golgotha, onderging het scheuren van de voorhang van Zijn vlees en openbaarde aan de wereld de heerlijkheid en de kracht van het gezegende Koninkrijk van God, waarvan de Heer zei: “Het is midden onder u” (dat wil zeggen: het is nu nog geestelijk, onzichtbaar, maar niettemin reëel –  HS).
Dat wij mogen vallen op die Steen en gebroken worden en ontkoming zullen vinden op dat ogenblik wanneer een andere Steen zal vallen, tot vermorzeling.

Rev. WH Offiler
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

***************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie De Gever en Zijn Gaven van CJH Theys. (noot AK)
[3] In Pinksteren = In die Gemeente(n) waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van (en dus de vervulling met) de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (9): De DEUR en de heilige zalfolie van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Zie noot 3. Toevoeging: De schrijver spreekt in deze studie vooral (ook als waarschuwing) tot de “eigen parochie”. Maar de inhoud van deze studie zal ongetwijfeld ook voor andere Gemeenten en/of christelijke groeperingen (kunnen) gelden. (noot AK)
[6] Zie, ter vergelijking, Openbaring 6:2, “En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen.” (noot AK)
.
Geplaatst in Bekering, Bijbelstudie, Geestelijke groei, Gehoorzaamheid aan God, Oordelen Gods | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het Boek Openbaring in Tabernakellicht – hoofdstuk 18

En in het licht van de Ark van het Verbond in het bijzonder

Ark des VerbondsHoofdstuk 18

Afscheiding en aanbidding

“En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deel hebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen.” (Openbaring 18:4) [1]
Het is van groot belang in deze tijd dat wij onze vreugde vinden in de Here en in het dienen van Hem. Als wij ons méér verlustigen in andere dingen, dan zal blijken dat wij een molensteen om onze hals hebben die tot onze ondergang leidt.
Ook in dit 18de hoofdstuk van Openbaring gaat het over de val van Babylon in de eindtijd. Niet van die stad die eeuwenlang een puinhoop was, maar nu weer wordt herbouwd door een moderne Nebukadnézar (Saddam Hoessein van Irak – geschreven rond 1990), al is dit ook zeker een teken van de tijd. Maar in Openbaring – net als in de andere profetische boeken – is Babylon iets wat groter is, iets wat zich ontwikkeld heeft uit dat oude Babel, maar wat nu meer is dan een letterlijke stad.
In Openbaring 17 werd met Babylon bedoeld: de valse kerk. [2] Zij werd daar voorgesteld door een hoer, de anti-bruid. Hier, in Openbaring 18 vers 4, horen wij de Heer zeggen: “…Ga uit haar weg, Mijn volk…” en dan moet het voor ons duidelijk zijn dat in dit 18de hoofdstuk met Babylon nog iets anders bedoeld wordt. Want in de valse kerk van de eindtijd zullen geen waarachtige christenen meer gevonden worden.
In Openbaring 18 is Babylon het beeld van de wereld. Wij zijn niet “van de wereld”, maar nog wel altijd in de wereld”, zoals onze Heer Zelf zei in Johannes 17 vers 11a: “Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld…” [3]
In dit 18de hoofdstuk gaat het over het “maatschappelijke Babylon”, de tegenwoordige wereld, de goddeloze samenleving, de materialistische maatschappij waarin wij leven. Openbaring 18 vers 3b zegt: “… de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de kracht van haar losbandig leven (SV: van haar weelde).”
Maar dit “maatschappelijke Babylon” is niets anders dan een “verlengstuk” van het “geestelijke Babylon” van Openbaring 17. Het materialisme is de godsdienst van deze huidige wereld! Door en door materialistisch is met name de westerse mens, en helaas geldt dit ook voor de meeste christenen. Materialisme, verafgoding van het aardse, het stoffelijke, de aardse rijkdommen, is in wezen valse aanbidding in zijn zuiverste vorm. Het is aanbidding van de aardse dingen. Nu niet meer in de religieuze verpakking van de primitieve verering van “moeder aarde”, maar naakt, zonder verhulling. Een schaamteloze vertoning van valse aanbidding van de zuiverste soort dat is de aanblik van de wereld van onze dagen. Maar dit Babylon, dit goddeloze wereldbestel – waarin alles draait om macht en zelfverrijking – staat al op instorten. De fundamenten van “het Babylonisch systeem” wankelen! Hier, in Openbaring 18, is dit reeds voorzegt. Lees ook Jakobus 5 vers 1-5:

  • “Nu dan, rijken, huil en jammer over al de ellende die u overkomt. Uw rijkdom is vergaan en uw kleren zijn door de motten aangevreten. Uw goud en zilver is verroest en hun roest zal een getuigenis tegen u zijn en uw vlees als een vuur verteren. U hebt schatten verzameld in de laatste dagen. Zie, het loon van de arbeiders die uw velden gemaaid hebben, dat door u achtergehouden is, schreeuwt tot God, en de jammerklachten van hen die geoogst hebben, zijn doorgedrongen tot de oren van de Heere van de hemelse legermachten. U bent u aan weelde te buiten gegaan (SV: gij hebt lekker geleefd) op de aarde en hebt uw eigen lusten gevolgd. U hebt uw hart gevoed als op de dag van de slacht.”

Een grote wereldwijde economische ineenstorting [4] staat voor de deur die armoede en gebrek zal brengen, ook in het “rijke westen”, en die alles wat van waarde is zal doen devalueren tot beneden nul. Lees de verzen 11 t/m 15 waar, met gebruikmaking van de producten van de tijd waarin Johannes schrijft, beschreven wordt dat alle handel stil komt te liggen:

  • “En de kooplieden van de aarde zullen over haar huilen (SV: wenen) en treuren, omdat niemand hun waren meer koopt: koopwaar van goud, zilver, edelgesteente, parels, fijn linnen, purper, zijde en scharlaken, allerlei geurig hout, allerlei ivoren voorwerpen en allerlei voorwerpen van zeer kostbaar hout, koper, ijzer en marmer, en kaneel, reukwerk, mirre (SV: welriekende zalf), wierook, wijn, olie, meelbloem en tarwe, lastdieren en schapen, paarden en wagens, en lichamen en zielen van mensen. En de rijpe vrucht (der begeerlijkheid) waarnaar uw ziel verlangde, is van u geweken. Al wat glansrijk en sierlijk (SV: al wat lekker en wat heerlijk) was, is van u weggegaan en u zult dat beslist niet meer terugvinden. De kooplieden van deze waren, die door haar rijk zijn geworden, zullen huilend en treurend (SV: wenende en rouw makende) op grote afstand blijven staan uit vrees voor haar pijniging.” (Openbaring 18:11-15)

En alles wat de hedendaagse mens lekker en heerlijk vindt zal hem worden afgenomen: “En de vrucht der begeerlijkheid uwer ziel is van u weggegaan; en al wat lekker en wat heerlijk was, is van u weggegaan; en gij zult hetzelve niet meer vinden.” (Openbaring 18:14, SV)
Het zal opeens komen, voor de meeste mensen onverwacht: In één uur is die grote rijkdom verwoest staat er:

  • “Wee, wee de grote stad, die bekleed was met fijn linnen, purper en scharlaken, en getooid (SV: versierd) met goud, edelgesteente en parels. Want in één uur is die grote rijkdom verwoest.”“En zij wierpen stof op hun hoofd en riepen huilend en treurend (SV: wenende en rouw bedrijvende): Wee, wee de grote stad, waarin allen die schepen op zee hadden, rijk zijn geworden door haar weelde. Want in één uur is zij verwoest.” (Openbaring 18:16 en 19)

Daarom zal in de antichristelijke tijd alles op rantsoen komen. Alles zal “op de bon” komen. En niemand zal kunnen “kopen of verkopen” zonder het “merkteken” van het BEEST:

  • “En het (beest uit de aarde, de valse profeet) maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd, en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam.” (Openbaring 13:16-17)

En in de wereld die dan aanbreekt zal alle bedrijvigheid en alle leven uitgeblust worden. Lees de verzen 22 en 23, waar wij lezen dat die hele dwaze en goddeloze zangcultuur van onze tijd wordt weggevaagd, kunstuitingen zullen niet meer gevonden worden, “molens” (= industrieën) zullen niet meer draaien, alle levenslicht wordt gedoofd, ook het echte geluk – dat van bruid en bruidegom, bijvoorbeeld – zal verdwijnen:

  • “En het geluid van citerspelers, zangers, fluitspelers en bazuinblazers zal beslist niet meer in u gehoord worden. En er zal geen enkele beoefenaar van welke kunst dan ook meer in u gevonden worden, en het geluid van de molen zal zeker niet meer in u gehoord worden. En het lamplicht (SV: licht van de kaars) zal nooit meer in u schijnen en de stem van een bruidegom of van een bruid zal nooit meer in u gehoord worden. Want uw kooplieden waren de groten van de aarde. Door uw tovenarij immers werden alle naties misleid.” (Openbaring 18:22-23)

Hier vinden wij de beschrijving van het einde van de welvaart en al haar afgoden!
Maar tot Gods kinderen wordt gezegd: “…Ga uit haar weg, Mijn volk …” (Openbaring 18:4). God roept ons eruit, zoals Hij eens Lot wegriep uit Sodom (Sodom is ook een beeld van de goddeloze wereld van de laatste dagen – zie Openbaring 11:8 [5]).
Toen, in de dagen van Lot, klonk voor het eerst de roep: Gaat uit deze plaats; want de Heere gaat deze stad verderven!” (Genesis 19:14b, SV). Lot gehoorzaamde en werd bewaard. De Heer wil ook ons bewaren uit de omkering die spoedig komt, het oordeel over het goddeloze Babylon. Onze wereld zal worden omgekeerd!
Wat vraagt de Heer dan van ons?
Hoe kunnen wij ontvlieden?
Wat moeten wij dan doen?
In 2 Korinthe 6 vers 17 vinden wij dezelfde boodschap, en uit het tekstverband verstaan wij wat hiermee bedoeld wordt: “Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af (SV: scheidt u af), zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen.”
Afscheiding van de wereld! Heiligmaking. [6] Niet meedoen met de zonden van de wereld. Ons niet schuldig maken aan dezelfde afgoderij. De wereld niet gelijkvormig zijn. Géén heiligmaking betekent dat wij gemeenschap hebben met de valse aanbidding van plezier, vermaak, mooie dingen, van het geld en van alles wat aards en stoffelijk is. Vele christenen en kinderen Gods leven hoofdzakelijk voor deze dingen, net als de wereldling: er is geen verschil. Als zij zich niet bekeren, zullen zij nog altijd in Babylon zijn wanneer straks het oordeel komt. Zij zullen met deze wereld de Grote Verdrukking ingaan.
Zolang wij eigenlijk alleen leven voor deze dingen, zijn wij in Babel en zullen wij onder het oordeel komen. Deze wereld gaat voorbij, met al haar begeerlijkheden, met alles wat erin is. Alleen zij die zich afscheiden van deze wereld en die de wil van de Vader doen, zullen bewaard worden. De Heer bewaart Zijn Bruidsgemeente in de woestijn; zij wordt “weggenomen” [7], omdat zij al eerder “uitgetrokken” is.
Zullen wij tot deze ware aanbidders behoren?
Wij kunnen godsdienstig zijn, maar als het bezig-zijn met de dingen van God en de gemeenschap met de Heer niet het belangrijkste voor ons zijn in dit leven, dan zullen wij met die wereld – en met dat leven dat wij zo liefhebben – ten ondergaan! Wij zijn dan niet bij de aanbidders in het Heiligdom, maar in de Voorhof [8], die met de wereld onder het oordeel komt. Wij behoren dan in feite bij de valse aanbidders, zeker wat betreft het lot dat wij dan zullen ondergaan!
Kom niet met vreemd reukwerk voor Gods aangezicht! Kom niet met valse aanbidding. Uw aanbidding is vals, wanneer u even materialistisch en vleselijk bent als de wereldse mens. Afscheiding en aanbidding hebben met elkaar te maken. Wij kunnen niet aanbidden in Geest en waarheid, wanneer wij deze wereld nog liefhebben en/of gelijkvormig zijn of op enigerlei wijze vastzitten of hangen aan de stoffelijke dingen.
Zijn uw ziel en uw geest gereinigd door het Woord?
Kan dat Woord reinigend werken in uw leven?
Is uw vlees gekruisigd?
God heeft gezegd: “Weest HEILIG, want Ik ben HEILIG!”:

  • “Heilig uzelf en wees heilig, want Ik ben de HEERE, uw God.” (Leviticus 20:7)
  • “Hij (de priester, ofwel de dienstknecht van God [9]) moet heilig voor u zijn, want Ik ben heilig. Ik ben de HEERE, Die u heiligt.” (Leviticus 21:8b)

Niemand van ons zal in deze laatste dagen om dit Woord heen kunnen. Niemand zal het ongestraft kunnen negeren. Het voornaamste streven van de Gemeente van Christus moet zijn: Hem gelijkvormig te worden.

.

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

Einde van dit 18de hoofdstuk – wordt vervolgd

.

*****************************************************

Voor meer info en ‘vers voor vers’ UITLEG over dit 18de hoofdstuk van Openbaring, zie:

  1. Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL. Link naar hoofdstuk 18, studie van Bijbelleraar CJH Theys.
  2. Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus voor de laatste dagen. Link naar hoofdstuk 18, studie van Bijbelleraar E. van den Worm.

***********************************************************************************

.

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17van E. van den Worm. (noot AK)
[3] Voor meer UITLEG over dit vers, zie Johannes – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel ons artikel De toekomstige economische ineenstortingvan H. Siliakus en/of Wanneer zal het afgelopen zijn met de welvaart ? van CJ McKnight. (noot AK)
[5] Openbaring 11:8, “En hun dode lichamen zullen liggen op de straat van de grote stad, die in geestelijke zin genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook onze Heere werd gekruisigd.”
[6] Zie eventueel onze studie Heiligmakingvan E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel mijn artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ? van A. Klein. (noot AK)
[8] Deze zgn. “voorhof-christenen” zullen hun getuigenis gedurende de Grote Verdrukking moeten bekopen met hun eigen martelaarsbloed. Onder de moordende hand van de antichrist en zijn horden (= navolgers, helpers) zullen zij als martelaren –  maar tegelijkertijd ook als overwinnaars over satan – vallen, maar… ter ere van Jezus’ Naam. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze studie Podium en Gemeente (Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan)van CJH Theys. (noot AK)

.

Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, De antichrist(elijke tijd), de grote verdrukking, Eindtijdstudie, Heiligmaking, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Tabernakel-studie, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Christus wederkomst in het Nieuwe Testament

Wederkomst Jezus

Wij bepalen ons heden tot de plaats die de leer van Christus’ wederkomst inneemt in het Nieuwe Testament. Het kreeg gaandeweg een eerste plaats in het onderwijs van onze Heer.
Het vervulde klaarblijkelijk Zijn geest toen Hij uitsprak wat staat geschreven in Mattheüs 16:27 – “Want de Zoon des mensen zal (weder)komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden[1] en het is duidelijk ingeweven in enige van Zijn gelijkenissen.
Maar Mattheüs 24 bewijst onweersprekelijk dat het leerplan dat aanving met de leringen van de Bergrede [2] zijn hoogtepunt bereikte in de verzekering van Zijn persoonlijke wederkomst als de enige wijze van volkomen bevrediging van de Zijnen en van het herstel van de in het verderf verzonken wereld.
Zo stemt de volgorde van het getuigenis dat opgesloten is in het onderwijs van onze Heiland overeen met de feiten en met de ervaringen van de waarheid:

  1. Ten 1ste: Omtrent Zijn Persoon (“Indien iemand beleed dat Hij was de Christus, die werd uit de synagoge verbannen”);
  2. Ten 2de: Omtrent Zijn opstanding (het bijzonder onderwerp van de prediking der apostelen);
  3. Ten 3de: Omtrent Zijn wederkomst (“U bent tot God bekeerd om Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten”).

De korte brieven van Jakobus en Judas zeggen weinig over dit onderwerp, maar geven er des te meer over te denken.
Petrus zag “lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus” en wijdde een vierde deel van zijn 2de brief aan het onderwerp (zie o.a. 2 Petrus 3):

  • opdat de beproeving van uw geloof – die van groter waarde is dan die van goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt – mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus.” (1 Petrus 1:7)

Wat betreft Johannes: in zijn drie brieven vinden wij maar één verwijzing naar de verwachte wederkomst van Jezus [3], maar hij bewaarde alles voor zijn speciaal “advent-boek”: De Openbaring van Jezus Christus, gegeven aan Johannes. [4]
Paulus zegt er weinig of niets van in zijn brieven aan de Romeinen, Galaten, Efeziërs en Kolossenzen, maar in dezelfde tijd uitte hij zich in de Filippenzenbrief in woorden die getuigen van een innige verwachting:

  • “Ons burgerschap (SV: onze wandel) is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.” (Filippenzen 3:20-21)

Paulus verwijst hiernaar niet in zijn 2de Korinthe-brief, omdat deze spoedig op de 1ste volgde, waarvan het 15de hoofdstuk de volle en meest rechtstreekse voorzegging in de Bijbel is van de wederkomst.
Het uitzicht hierop doorstraalt ook de Thessalonicenzenbrieven en de brieven gericht aan Timotheüs en Titus.
In Titus 2:13 wordt de wederkomst voorgesteld als de gewone climax in het Christelijk denken:

  • “Terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.”

Voor de mannen van het Nieuwe Testament was de wederkomst kennelijk “de gezegende hoop”, altijd gekoesterd, dikwijls uitgesproken en machtig hun levenshouding en karakter beïnvloedend.
Hoe staat het, wat dit betreft, met ons?

JFB Tinling
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

****************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie De Bergrede van onze Here Jezus Christus van E. van den Worm. (noot AK)
[3]  1 Johannes 2:28, “En nu, lieve kinderen, blijf in Hem, opdat wij vrijmoedigheid hebben, wanneer Hij geopenbaard zal worden, en niet door Hem beschaamd gemaakt worden bij Zijn (weder)komst.” (noot AK)
[4] Zie eventueel onze ‘vers voor vers’ studies, met UITLEG van het Bijbelboek Openbaring, van de Bijbelleraars CJH Theys en/of E. van den Worm, te vinden via Bijbelboeken met ‘vers voor vers’ UITLEG. (noot AK)

.

Geplaatst in Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Nuttige studie als 'basiskennis', Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Het Boek Openbaring in Tabernakellicht – hoofdstuk 17

En in het licht van de Ark van het Verbond in het bijzonder

Ark des VerbondsHoofdstuk 17

Tegen de ware aanbidding

“En in de geest bracht hij mij weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw (de grote hoer, uit vers 1) zitten op een scharlakenrood beest, dat vol van godslasterlijke namen was, met 7 koppen (SV: hoofden [1]) en 10 hoorns.” (Openbaring 17:3) [2]
Wie met de apostel Paulus willen zeggen dat “niets ons kan scheiden van de liefde van God in Christus Jezus” (zie Romeinen 8 [3]), die zullen ook net als Paulus aan de wereld afgestorven moeten zijn. Want wij zullen ervaren dat de satan er alles voor zal doen om ons van Jezus te scheiden! En één van de middelen die hij daarvoor aanwendt is: de valse kerk. [4] Satan heeft niets tegen godsdienstigheid, integendeel; maar hij is een hater van de ware aanbidding!
Hier, in dit 17de hoofdstuk, lezen wij over het geestelijke Babylon. Dit is de verpersoonlijking van alle valse godsdienst, in het bijzonder van de valse godsdienst “in een christelijk jasje”.
Babel, gesticht door een nazaat van Kaïn, is vanaf het begin het centrum geweest van verzet tegen de ware aanbidding. Kaïn zelf heeft hier waarschijnlijk al de eerste aanzet toegegeven; hij was de eerste valse aanbidder. Babel is ook de moeder van alle hogere afgoderij. In een christelijke vermomming komen wij deze afgoderij vandaag de dag nog in vele, zich christelijk noemende, kerken en groepen tegen. Ja, Babylon zal zich in de eindtijd zelfs voordoen als de ware kerk van Christus, en door de meeste mensen ook daarvoor gehouden worden – mensen die de ogenzalf [5] van de Heilige Geest [6] niet hebben – maar in wezen zal zij zo antichristelijk zijn als maar mogelijk is! Wie niet blind is, zal het nu al zien.
Wanneer wij spreken over de valse kerk, denk hierbij dan niet aan een lichaam dat zich al meteen als ÉÉN organisatie manifesteert. Dit zou wat al te gemakkelijk zijn! Ook moet u niet verwachten dat ze zichzelf de valse kerk zal noemen. Die eenheid van de valse belijders komt er onder de antichrist.
Het begin van deze ontwikkeling is er echter al, maar nu is zij nog verdeeld over vele kerken en organisaties. Straks zullen deze openlijk tot aanbidding van de antichrist oproepen. Symptomen die erop wijzen dat het daarheen gaat zijn er echter nu al. On-Bijbelse leringen en on-Bijbelse praktijken zijn kenmerken van de valse kerk. Maar ook schone schijn, waardoor velen misleid worden.
Het is de hoer [7], de “anti-bruid”, volgens een plan waar de satan zelf achter zit. Deze hoer wordt daarom gezien als zittende “op een scharlakenrood beest”, hetzelfde beest als dat uit Openbaring 12 vers 3 (“… een grote vuurrode draak met 7 koppen en 10 hoorns…”), namelijk de satan.
Het is een plan dat al dateert vanuit de grijze oudheid en dat gestalte kreeg in de tijd die de Bijbel in Lukas 21:24b noemt “de tijden van de heidenen” – de 7 achtereenvolgende (wereld)rijken der heidenen [8], de 7 hoofden van het beest – die uitlopen op de antichristelijke tijd. In die tijd van de antichrist komt dit plan tot volkomen ontplooiing – in de tijd van de 10 hoorns, het zogenaamde 10-statendom [9] – maar dan zal het einde van de valse kerk ook snel komen, omdat zij alsdan geen reden van bestaan meer zal hebben. Dan is er de openlijke satansaanbidding.
In Openbaring 17 vers 15-17 lezen we hoe de hoer aan haar eind komt:
“En hij (de engel, uit vers 7) zei tegen mij: De wateren die u gezien hebt, waaraan (SV: waar) de hoer zit, zijn volken, menigten, naties en talen. En de 10 hoorns die u op het beest zag, die zullen de hoer haten, en haar berooid en naakt maken, en zij zullen haar vlees eten, en haar met vuur verbranden. Want God heeft het in hun hart gegeven om Zijn plan uit te voeren en dit eensgezind te doen en hun koningschap (SV: koninkrijk) aan het beest te geven, totdat de woorden van God volbracht (SV: voleindigd) zijn.”
Eén van de kenmerken van de valse kerk is altijd dat zij de ware kinderen Gods vervolgt. Zie Openbaring 17 vers 6:

  • “En ik zag dat de vrouw (de grote hoer, uit vers 1) dronken was van het bloed van de heiligen, en van het bloed van de getuigen van Jezus. En ik was bovenmate verwonderd toen ik haar zag.”

De valse kerk bestaat dan ook eigenlijk alleen maar om de ware aanbidding en de ware aanbidders uit te roeien! Zij is tegen de ware aanbidding. Het is daarom van groot belang dat wij haar in al haar gedaanten en in al haar vertegenwoordigers herkennen. Daarom moeten wij de Heer bidden om de ogenzalf van de Heilige Geest!
U zult ontdekken dat er meer krachten samenspannen om u de ware godsdienst te ontnemen dan u wellicht denkt! Bedenk wel, martelaar te zijn is nog niet zo erg als verleid te worden. Het is de geest van de hoer die vele christenen er vandaag de dag van afhoudt om tot de zuivere aanbidding te komen en om te jagen naar de volheid van de Geest. De lust der ogen, de begeerte van het vlees en de grootsheid des levens worden op subtiele wijze bespeeld en geactiveerd!
Satan stelt alles in het werk om te voorkomen dat wij op de plaats van het Reukofferaltaar [10] komen te staan en tot de Bruidsgemeente van Jezus zullen behoren.
Wees u ervan bewust dat de speerpunt van satans aanvallen in deze tijd gericht is op de zuivere aanbidding. De Vader zoekt de ware aanbidders, die Hem aanbidden in Geest en waarheid.
In Openbaring 11 vers 1 zien wij de Gemeente van de ware aanbidders, Christus’ Bruid: “En mij werd een rietstok gegeven, een meetroede gelijk; en de engel stond en zei: Sta op, en meet de tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden(SV). Maar de satan haat de ware aanbidders. En daarom toont de Heilige Geest ook aan ons wat eenmaal aan Johannes getoond werd.
Wees u bewust van het bestaan en het gevaar van de valse kerk!!

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

Einde van dit 17de hoofdstuk – wordt vervolgd

.

******************************************************

Voor meer info en ‘vers voor vers’ UITLEG over dit 17de hoofdstuk van Openbaring, zie:

  1. Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL“. Link naar hoofdstuk 17, studie van Bijbelleraar CJH Theys.
  2. Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus voor de laatste dagen“. Link naar hoofdstuk 17, studie van Bijbelleraar E. van den Worm.

***********************************************************************************

.

[1] Een beest heeft (meestal) een “kop”, maar hier is het beest een typebeeld van de (antichristelijke) mens, en mensen hebben een “hoofd”. (noot AK)
[2] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[3] Romeinen 8:35-39, Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? Zoals geschreven staat: Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.” (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Ogenzalf = Hier het beeld van het geestelijk inzicht en geestelijk onderscheidingsvermogen; ZONDER ogenzalf GEEN Woord-openbaring. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17van E. van den Worm. (noot AK)
[8] Ook zijn deze 7 hoofden van het staatsbeest 7 soorten van wereldbestuur, geïnspireerd door de diepten der hel. De geschiedenis toont ons respectievelijk:
1) de Egyptische regeringsvorm,
2) de Assyrïsche regeringsvorm,
3) de Babylonische regeringsvorm,
4) de Medo-Perzische regeringsvorm,
5) de Griekse regeringsvorm,
6) de Romeinse regeringsvorm,
7) de bestuursvorm van het 10-statendom van de laatste dagen. (noot AK)
[9] Lees Daniël 2:41-44. Met de 10 tenen – van ijzer en (kleiachtig) leem, zijnde een verdeeld en antichristelijk koninkrijk – wordt het zgn. 10-statendom, nu beter bekent als het Verenigd Europa, bedoeld.
  1. Uitleg in het kort: Al die (inmiddels 27) landen van het Verenigd Europa (de EU of Europese Unie genaamd) zullen straks in 10 staten verdeeld worden (waarschijnlijk omdat het dan beter te besturen is). En uit één van die 10 staten komt dan de antichrist voort. (noot AK)
  2. Uitgebreide uitleg: “Het antichristelijk 10-statendom van ijzer en leem. Tot slot zien wij aan het beeld uit de droom van Nebukadnezar 2 voeten met 10 tenen van ijzer vermengd met leem. Van het hoofd naar beneden gaande tot en met de benen, is het profetisch Woord geschiedenis geworden. Wij hebben een Babylonisch, een Medo-Perzisch, een Grieks en een Romeins Wereldrijk gekend. Wat nu verder volgt ligt in de (nabije) toekomst. De profetie van Daniël moet in deze nog vervuld worden, en de tijd is niet ver meer!
Deze 2 voeten en 10 tenen spreken ons van 10 heersers, die zich zullen manifesteren op het einde van deze tijdsbedeling. Zij zullen tenslotte eenparig achter het dictatorschap van de antichrist staan, die hen met hem wereldmacht zal geven. Onze huidige wereld zal straks, in de tijd van het absolute einde, door 10 wereldheersers onder de antichrist geregeerd worden. Tien is het symbolische getal van volkomenheid. Hier van volkomen wereldheerschappij.
In het (kleiachtig) leem, dat buigzaam en kneedbaar is, vinden wij een symbool voor de stem van het volk. Die zal in de komende dagen zwak zijn. Het volk zal zich niet meer kunnen doen gelden, zoals nu in de democratie. … De vermenging van ijzer met leem spreekt ons enerzijds van de onbuigzaamheid van een dictatoriaal gezag, anderzijds van een listig spelen met de democratische gedachte, die in feite niet veel te betekenen zal hebben. Zo spreken bijvoorbeeld Rusland en China graag van “volksdemocratieën”, die met democratie zelf niets van doen hebben.
Deze 10 “koninkrijken” die straks op de aarde gevonden zullen worden, vormen samen het antichristelijk 10-statendom. U ziet die nu al ingeleid worden. Deze landen zoeken en vinden elkaar op economisch-sociaal terrein, maar zullen zich ook politiek verenigen: Het in West-Europa zetelende 10-statendom, het herboren Romeinse Imperium, dat wereldheerschappij zal uitoefenen. Over dit alles zal de antichrist zijn dictatoriale scepter zwaaien. Hij komt voort uit het oorspronkelijk gebied van deze 10 rijken en hij zal de wereldlijke en geestelijke macht, die dan in zijn handen zullen zijn, gebruiken om – over de ruggen van deze 10 – te komen tot waar hij wezen wil.
Dit 10-statendom wordt door God in de Bijbel op verschillende manieren uitgebeeld:
1) In de 10 tenen van het beeld van koning Nebukadnezar (zie Daniël 2:43-45)
2) In het gezicht dat Daniël kreeg van het 4de dier, waar sprake is van 10 hoorns (zie Daniël 7:7, 20 en 24).
3) In de “grote, vuurrode draak” van Openbaring 12:3, die ook 10 hoorns heeft.
4) In het “beest” van Openbaring 13:1, eveneens met 10 hoorns.
5) In het “scharlaken-rode beest” van Openbaring 17:3, 12 en 16, ook met 10 hoorns.”
Tot zover, uit de – zeer uitgebreide – Bijbelstudie: Het Boek Daniël – alle 12 hoofdstukken, met ‘vers voor vers’ uitleg van CJH Theys, geschreven omstreeks 1970. (noot AK)
[10] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (12): Het REUKALTAAR en het reukwerkvan E. van den Worm. (noot AK)

.

Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Studie van H Siliakus, Tabernakel-studie, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Boekbespreking 79: In de schuilplaats van de Allerhoogste

Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt

In de schuiplaats van de Allerhoogste kleurJezus Christus vertelt ons door Zijn Woord, dat Hij ons een wonderbare SCHUILPLAATS wil zijn tegen de stormen der duisternis, tegen zonden, ziektemachten en een gewelddadige oorlogsdood. Laat ons dit door onze God aangebodene, een Schuilplaats in Jezus Christus, onze Here, met beide handen aannemen en inwaarts willen gaan in het wonder van Zijn beschutting en bewaring.
Wij leven in een tijd van steeds toenemende ongerechtigheden, steeds toenemende stormen op allerlei vlak, groter wordende moeilijkheden, waarom het thans zo’n urgente zaak is om nu reeds te leren schuilen, omdat de door God aangeboden wonderbare Schuilplaats een kwestie is van het GELOOF! Geloof in Zijn bewarende almacht moet groeien door de ervaring, de belevenis, van Zijn bewarende hand. Er woeden stormen om ons heen, thans nog niet zo groot, maar ze worden hoe langer hoe groter. Stap voor stap moeten wij vaster leren vertrouwen dat de “Bewaarder Israëls” niet sluimert, dat Hij een vurige muur rondom ons stelt van een Goddelijke, bewarende macht.
Och, als wij ons hart getrouw ten brandofferaltaar hebben leren geven aan die grote God, waarop wij Zijn geslachte Lam als een gedenkoffer hebben liggen en wij reikhalzend uitzien naar het louterend Vuur van Zijn Heilige Geest, dan zal Hij het geloofsvertrouwen in Zijn bewarende almacht sterker en sterker in ons doen zijn, opdat wij straks te midden van die heftige stormen toch kunnen blijven staan, WETENDE dat wij staan op de onwankelbare Rots der EEUWEN!
Jezus Christus is ons een Schuilplaats tegen machtige zonden en onreinheden.

  • “Komt herwaarts tot Mij, ALLEN die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.” (Matth.11:28-30)

Hij noodt ons, wanneer de zonde ons te neer drukt, wanneer ze in ons leven zo drukkend wordt, om tot Hem te komen in het gebed!
Het is genade en houdt een roeping van God in zich vervat, wanneer het zondepak ondragelijk zwaar voor ons wordt, wanneer Hij ons bewust maakt van onze in zonden verloren staat. Want hoe velen leven met een luchthartig gemoed te midden van hun zonden en zondige relaties; het bewustzijn van de doemwaardigheid van hun levensstaat van zich wegwuivend. Dezen voelen nauwelijks dat zij zondaren en dus verloren zijn! Ze gaan vrolijk door met hun leven van zondaar en zondares, en voelen generlei behoefte om eruit gered te worden.
Nogmaals: als het zondepak zwaar en drukkend wordt, is het Goddelijke genade. Dan willen wij Zijn stem door het Evangelie heen horen: Komt herwaarts tot Mij!
Wij hebben tot Jezus te komen, de ons Gegevene van de Vader, voor verlossing van het pak van zonden en ziekten dat heel ons wezen aantast en ons gevangen houdt in de macht van de geestelijke dood. Het is een macht, die ons gevangen houdt in zijn slavernij: een alcoholist is gebonden aan alcohol, de overspeler aan de macht van hoererij, de drugsverslaafde aan drugs! Hun wezen begeert en strekt zich uit naar begeerlijkheden die hun leven verwoesten. Zij zijn zich hiervan bewust en toch kunnen zij het niet laten! Wanneer God ons deze band doet gevoelen, is het genade; dan is de tijd rijp om Zijn stem te horen: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven!
Zalig die ziel die Gods aanbod aanvaardt en de bede tot God richt: “Here Jezus, maak ook mij vrij!” Dan ontwaart hij Jezus’ kruis, waar Gods Woord uitspreekt: “Alle menselijke zonde is VERZOEND met God!” Daar leert Hij ons onze zonden belijdend te leggen aan de voet van dat kruis en Zijn verzoening dankbaar te aanvaarden.
Wij hebben deze PERSOONLIJKE deelname aan Jezus’ verzoening te BELEVEN om het zondepak van onze schouders te voelen glijden, en ons verlost te WETEN! Dan ervaren wij de RUST in Jezus Christus. Dit is de eerste “rust”, waarvan in Mattheus 11:28 sprake is.
Dan raadt Hij ons aan Zijn juk op ons te nemen. Dit juk is Zijn kruis. Wij moeten VRIJWILLIG Zijn kruisproces van verlossing en vernieuwing aanvaarden. Dan zullen wij Zijn tweede SABBATS-RUST diep in onze ziel ervaren, waarvan in Mattheus 11:29 sprake is.
Want als er alleen maar vergeving is ontvangen, van hetgeen wij misdaan hadden, dan is nog steeds die verkeerde neiging in ons, die ons bij komende verleidingen toch telkens weer doet zondigen! Deze neiging tot het kwade moet Hij bij ons – door Zijn kruisproces – wegbranden! Hij is gekomen om al de werken van satan in ons te verbreken! Hij geeft ons dan een NIEUW HART, dat in zich de neiging heeft tot het goede, tot God! Dat NIEUWE HART zal een NIEUWE GEEST ademen; een geest, die uit God geboren is.
De 1ste rust is de rust van zondenvergiffenis, de 2de rust is dieper en wordt ervaren, wanneer wij waarlijk vrijgemaakt zijn; wanneer wij onze zondebanden in ons VERBROKEN zien. Dan zullen wij in die VRIJHEID mogen leven van een blij kind van God! Dan zijn wij waarlijk vrijgemaakt van Gods oordeel.
Want deze zondenzieke wereld, die zich alsmaar méér stort in ongerechtigheid en duisternis, trekt Gods OORDEEL met kabeltouwen naar zich toe! Onherroepelijk komen daarom ook op deze wereld van de laatste dagen Gods felle oordeelslagen neer!
Zo was het ook in Noachs tijd en in Lots dagen! De Zijnen bewaarde Hij en van de anderen gold het: “God verdierf ze allen!”
Het is dan zaak, dat wij schuilen in de “Schuilplaats van de Allerhoogste, om te kunnen vernachten in de schaduw van de Almachtige”, wanneer die oorlogen woeden, pandemieën en hongersnoden heersen! Laat ons geloofsvertrouwen in Zijn bewaring nu reeds worden getraind, nu nog “zachtaardige” epidemieën komen en gaan. Hij bewaart ons reeds nu in Zijn veiligheid, als wij in oprechtheid tot Hem komen.
En als wij nu nog, onder andere, door een epidemie als “griep” worden getroffen, wil dat dan niet zeggen dat wij niet genoeg gedekt staan onder Zijn bloed, dat wij niet genoeg ons afgescheiden hebben gehouden van zonde en wereld, dat wij niet genoeg schuilen in de gemeenschap met het Lam van God?
Is het niet zo dat velen onder ons niet VOORZICHTIG genoeg wandelen in deze wereld?
Speculeren wij niet te veel op de BARMHARTIGHEID van God?
Laat ons nimmer vergeten dat niet alleen barmhartigheid, maar óók GERECHTIGHEID bij Hem woont, en dat er geschreven staat: Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God!(Hebr.10:31)
Wanneer schuilen wij veilig in de Schuilplaats van de Allerhoogste? Laat ons onze les trekken uit het Bijbelverhaal van Exodus 12.

Gods 10de plaag over Egypte

Ten tijde van de 10de plaag werd Egypte door God bezocht met Zijn uiteindelijke oordeel: de dood zou alle eerstgeborenen van zowel mens als dier in Egypte treffen! Het was de genadeslag voor farao en zijn volk. Maar ook de Israëlieten moesten zich hoeden, omdat ook zij in Egypte woonden. Zij zouden alleen gespaard worden als zij gingen schuilen in de schuilplaats, die de Here hun bood.
Die schuilplaats werd gevormd door hun eigen huis. Elk gezinshoofd moest een volkomen, éénjarig lam nemen; het lam slachten en het bloed ervan, door middel van een bundeltje hysoptakjes, strijken op de beide zijposten en de bovendorpel van zijn huisdeur.
Dit huis vormt het typebeeld van het mensenhart, dat door zijn geloof en overgave GEDEKT moet staan onder het Bloed van het Paschalam, onze Here Jezus Christus. Dit houdt belijdenis in van bedreven kwaad, van bedreven ongerechtigheden en tekortkomingen, èn de claim met betrekking tot het verzoenend Bloed van Jezus Christus.
Het bloed van het Paschalam moest niet door een priester maar door het gezinshoofd zèlf worden aangebracht, omdat een ieder PERSOONLIJK in geloof, belijdenis en overgave tot de Here Jezus Christus moet komen. Men kan niet schuilen onder het geloof van een voorganger, van een ouderling, of van onze ouders!
Maar dit is niet alles wat God aan de Israëlieten vroeg, om gespaard te blijven van de engel van het verderf, van de dood. Zij moesten ook die nacht IN HUIS blijven, de deur achter zich GESLOTEN hebbende. Alle communicatie met Egypte moest VERBROKEN worden. Ook wij moeten elke band met de wereld hebben verbroken!
Ons HART moet gebroken hebben met wereldsgezindheid en wereldgelijkvormigheid; met de levensbeschouwing die van de wereld is; met het zoeken naar begeerlijkheden, die van de wereld zijn. Wij moeten in de Kracht des Heren alle media van zonde – en die tot de zonde leiden in ons leven van elke dag – AFSLUITEN en hen geen gelegenheid geven hun stem in ons leven te laten klinken. Wij moeten dit niet in eigen kracht doen, maar in de Kracht des Heren, zoveel als de Here ons hiertoe heeft verleend.
Maar ook dit was niet alles, wat de Israëlieten moesten doen, gedurende die nacht. Zij moesten het Paschalam, dat zij aan het vuur hadden gebraden, ETEN met ongezuurde broden, die zij doopten in een zoete saus, gemengd met bittere kruiden (de Statenvertaling spreekt abusievelijk van “bittere saus”).
Met andere woorden: Wij moeten DAADWERKELIJK deel hebben aan Jezus Christus en Die gekruisigd. ETEN spreekt van GEMEENSCHAP met het Lam van God; één plant zijn met Hem in Zijn dood, en in Zijn opstanding: “Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn dood, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking van Zijn opstanding.” (Rom.6:5)
De ONGEZUURDE broden spreken van een REIN leven, de ZOETE saus van de geestelijke vreugden, die de gemeenschap met het Paschalam met zich meebrengen, terwijl de BITTERE kruiden heenwijzen naar de bittere herinneringen van zondaarschap, die wij in de wereld hadden.
Zij moesten die nacht verder WAKENDE zijn en REISVAARDIG en het Paschalam met haast eten.
Er mag geen GETALM zijn onder de kinderen Gods! Ook moeten wij te allen tijde leven in een BEREIDHEID om door Jezus uit dit tranendal te worden weggenomen, en geestelijk niet in een SLAAPTOESTAND verkeren.
Indien wij zo schuilen in de Schuilplaats van de Allerhoogste, zal satan, de verderfengel, ons geen kwaad kunnen doen.
Satan, de verderfengel, zal met zijn horden, hoe langer hoe meer, op deze – om Gods oordeel roepende – wereld worden losgelaten. Kennen wij dan reeds de VEILIGHEID van Zijn Schuilplaats, omdat wij hebben voldaan aan Gods eisen, die Hij heeft gesteld in Exodus 12? Is ons GELOOF en onze GEMEENSCHAP met God dan reeds zo gegroeid, dat wij rustig dit “middernachtelijk uur uit de wereldgeschiedenis” kunnen afwachten?

Psalm 91

Psalm 91 is, door het Woord van God, aan hen die Zijn genade hebben aangegrepen geschonken; en in het bijzonder voor dezulken van de laatste dagen; voor hen, die leven in het middernachtelijk uur van onze aardse geschiedenis; een tijdsperiode, die middernachtelijk zal zijn op alle fronten!

Psalm 91:1, “Die in de Schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, die zal vernachten in de schaduw van de Almachtige.”
Wat een machtige bewaring! In die nacht van UITERSTE MOEILIJKHEDEN mogen dezen schuilen in de onmiddellijke nabijheid van de Almachtige God.
Hij is de Here God en Rechter weliswaar, Die oordelen zal over zonde en ongerechtigheid, maar wanneer wij Zijn Schuilplaats mogen binnentreden en zo met Hem verzoend zijn en ALLES hebben gedaan, wat Hij in ons leven wilde, is er geen vrees meer voor deze Rechter, want dan is Hij onze erbarmende BEWAARDER geworden, Die ALMACHTIG is.

Psalm 91:2, “Ik zal tot de Heere zeggen: Mijn Toevlucht en mijn Burcht! Mijn God, op Welke ik vertrouw!
Een burcht was in tijden van weleer, toen de psalmist Gods lof in deze psalm bezong, welhaast een onnemelijke menselijke vesting, maar een Goddelijke Burcht is in der waarheid ONNEEMBAAR en daarom een waarachtige Toevlucht, op welke wij kunnen vertrouwen!
Al de stormen van de eindtijd zullen breken op die Burcht, onze God! Welke macht van satan zou degenen aan kunnen tasten die waarlijk in deze Burcht, in God, woont (?), die waarlijk – naar de volheid van Zijn Woord – op Hem vertrouwt en met al zijn wezen RUST in Christus?
Als wij OPRECHT en EERLIJK hebben gehandeld met God, dan kunnen wij op Hem VERTROUWEN. Als wij niet eerlijk tegenover Hem, onze naaste en onszelf zijn; als wij somtijds nog heulen met de wereld, met de zonde en met duistere en onreine zaken en relaties, dan durven wij met recht niet langer te vertrouwen op die grote God, omdat wij dan in waarheid niet vertoeven in Zijn Schuilplaats.
Vrienden, wij leven in de eindtijd; in een tijd waarin alles radicaal geschiedt. Ook God vraagt van ons, ons RADICAAL op te stellen tegenover deze WERELD en tegenover alles wat ONREIN is!
“Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal u aannemen.” (2Kor.6:17)
Zo’n houding kunnen wij alleen in en met Hem aannemen, maar als wij dit echt willen, dan zal Hij dit willen door ons heen uitwerken.

Psalm 91:3, “Want Hij zal u redden van de strik van de vogelvanger, van de zeer verderfelijke pestilentie.”
Hij redt ons van de strik, van het net van de vogelvanger, van de verleidende en misleidende machten van de zonde, van de begeerten van het vlees.
Oók redt Hij ons van de verderfelijke, zéér verderfelijke pestilentiën, die er dan rondwaren. Deze pestilentiën zullen dan zéér verderfelijk, zéér dodelijk zijn!

Psalm 91:4, “Hij zal u dekken met Zijn vlerken, en onder Zijn vleugels zult gij betrouwen (HSV: zult u de toevlucht nemen); Zijn waarheid is een rondas en beukelaar (HSV: Zijn trouw is een schild en een pantser).”
Dit “BETROUWEN” moeten wij dan terdege kunnen doen! Zoals eerder gezegd moeten wij reeds nu ons oefenen om te kunnen groeien in dit geloofsvertrouwen – èn de vrucht van dit betrouwen leren ervaren, de waarachtige GEZONDHEID – ondanks de “inleidende epidemieën” als griep en dergelijke. Want staan wij WAARLIJK gedekt onder Zijn Bloed, hebben wij ons WAARLIJK gedistantieerd van het onreine en zijn wij WAARLIJK in gemeenschap getreden met het Lam van God, zo zal “geen plaag onze tent naderen” (Psalm 91:10).
Immers op Zijn Waarheid, Zijn Woord, kunnen wij betrouwen als op een Goddelijke rondas (= schild) of beukelaar (= pantser), op een Goddelijk schild, tegen alle machten, óók de ziektemachten, van de boze!
Wij hebben dan geleerd om met Jezus, met een “ER STAAT GESCHREVEN!” alle slagen van de boze weg te pareren. Zo blijven wij gedekt achter en onder het Woord van God!

Psalm 91:5-6, “Gij zult niet vrezen voor de schrik van de nacht, voor de pijl, die overdag vliegt; Voor de pestilentie, die in de donkerheid wandelt; voor het verderf, dat op de middag verwoest.”
Wat is die “schrik van de nacht”? Psalm 91:6 verduidelijkt dit: “de pestilentie, die in de donkerheid wandelt”, die ons, zonder dat wij het weten, besmet.
Wat is “de pijl, die overdag vliegt”? Ook hiervan vinden wij in Psalm 91:6 het antwoord: “het verderf, dat op de middag verwoest”, de oorlog, die overdag woedt!
Pestilentiën en oorlogsomstandigheden gaan hand in hand, omdat de verslagenen te menigvuldig zullen zijn om ze allen te begraven, waardoor pestilentiën los zullen breken.
En toch, ondanks dat zal een kind van God, dat heeft geleerd om in Gods Schuilplaats te zijn, VRIJ ervan blijven!

Psalm 91:7-8, “Aan uw zijden zullen er 1.000 vallen, en 10.000 aan uw rechterhand; tot u zal het niet genaken. Alleen zult gij het met uw (eigen) ogen aanschouwen; en gij zult de vergelding van de goddelozen zien.”
Door oorlogsgeweld en door pestilentiën zullen de goddelozen en de ontrouwen bij massa’s vallen… Tot u – hier richt het Woord van God Zich tot degenen die in de Schuilplaats van de Allerhoogste zijn gezeten – zal het NIET genaken!
Wij leven in moeilijke tijden! Met grote snelheid gaan wij naar de uitvoering van Gods oordelen toe! Wij zullen dit alles mee moeten maken, te midden ervan ons moeten bevinden.
Tòch zal God ons, als wij ons in Zijn Schuilplaats bevinden, er levend doorheen halen.
Zegt niet: “Dat zit mijn tijd wel uit!”, want wij staan er vlak voor, en voor u het weet zitten wij er midden in! Zorgt liever NU in het reine te komen met God, opdat Hij u in zijn veilige Schuilplaats mag leiden!
“Gij zult de vergelding van de GODDELOZEN zien”.
Wie is er GODDELOOS? Dat zijn zij, die hun leven zonder God stellen, ook al gaan zij ter kerke! Het zijn zij, die EIGEN VISIE en ZONDIGHEID de voorkeur geven boven het Woord van God!
Goddeloos zijn zij, die geen rekening houden met God en Zijn wil, hun eigen wil en belangen in deze dienend, waarbij het doel de middelen heiligt!
Dan wendt de psalmist zich af van de veroordeelden, en bezingt hij de lof van de Schuilplaats van God:

Psalm 91:9-12, “Want Gij, Heere! zijt mijn Toevlucht! De Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek; U zal geen kwaad wedervaren, en geen plaag zal uw tent naderen. Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.”
Is dit zo, vrienden? Is God onze Toevlucht? Weten wij ons VEILIG in Hem te RUSTEN? Is ons hart RUSTIG, hebben wij de vrees uit ons hart gebannen, omdat wij hebben leren betrouwen op Hem, Die alles onder Zijn controle heeft? Zulk een schuilen is vanzelfsprekend identiek met een bewust leven naar Zijn Woord, met een leven geleid door Zijn Woord en Heilige Geest.
Voor dezulken geldt Gods belofte aangaande Zijn Schuilplaats: Geen kwaad zal u wedervaren, geen enkele plaag zal uw tent naderen! Alleen moeten wij te midden ervan leven en Gods oordeel over de goddelozen meemaken.
God geeft de Zijnen in die dagen niet alleen BEWARING, maar ook Goddelijke MACHT en KRACHT:

Psalm 91:13, “Op de felle leeuw en de adder zult gij treden, gij zult de jonge leeuw en de draak vertreden.”
Alle satanische machten zullen door Gods kinderen, ook in die dagen van oordeel, worden overwonnen in de Naam des Heren!
Er is in die dagen voor Gods heiligen niet alleen een DEFENSIEVE, maar ook een OFFENSIEVE houding tegenover de machten van de duisternis tot eer van Jezus’ Naam!

Psalm 91:14-15, “Dewijl hij Mij ZEER BEMINT, spreekt God, zo zal Ik hem uithelpen; Ik zal hem op een hoogte stellen, want hij kent Mijn Naam. Hij zal Mij aanroepen, en Ik zal hem verhoren; in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn. Ik zal er hem uittrekken, en zal hem verheerlijken.”
Wat KENMERKT Gods uitverkorenen? Deze grote liefde voor God, die ALLES voor Hem opofferen wil.
Hebben wij God BOVEN ALLES LIEF?
Zouden wij alles willen trotseren: dood, naaktheid, gevaar, honger en dorst om Hem maar te kunnen volgen op de verheven Weg van Zijn genade?
God zal degenen die Hem zo zeer liefhebben, rukken uit alle gevaren en hen veilig stellen. Hij zal de gebeden van dezulken horen en verhoren en hen helpen uit hun benauwdheden, en hen kleden met heerlijkheid (!), met de KRACHT van de Heilige Geest!

Psalm 91:16, “Ik zal hem met langheid van dagen verzadigen, en Ik zal hem Mijn heil doen zien.”
Hij zal Zijn heiligen leiden in Zijn EEUWIGE HEERLIJKHEID en hun, hun geëigende plaats bieden in Zijn EEUWIG Koninkrijk!
Daarom vrienden, spoedt u, haast u, om uw leven te stellen in die verlossende, vernieuwende en BEWARENDE handen van God vóórdat de stormen woeden!
God helpe u!
Amen.

E. van den Worm
Gedigitaliseerd door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

.

Geplaatst in BEWARING voor de grote verdrukking, Bijbelstudie, Boek/studiebespreking, De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Genadetijd Gods, Nuttige studie als 'basiskennis', Studie van E van den Worm, Tekenen vd eindtijd, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het Boek Openbaring in Tabernakellicht – hoofdstuk 16

En in het licht van de Ark van het Verbond in het bijzonder

Ark des VerbondsHoofdstuk 16

Tweeërlei voorbereiding

“Zie, Ik kom als een dief. [1] Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren acht geeft (SV: die waakt en – in geestelijke zin – zijn klederen bewaart), zodat hij niet naakt zal rondlopen en men zijn schaamte niet zal zien.” (Openbaring 16:15) [2]
Waar zijn ons hart en hoofd van vervuld? Wat aanbidden wij in het diepst van ons wezen?
Moge het zijn zoals een oud lied zegt: “O, heil’ge berg, gij hebt mij ‘t hart gestolen! De wereld heeft haar vat op mij verloren”. Opdat de komst des Heren ons niet onaangenaam zal verrassen, maar wij ons voorbereiden op die dag. De Bijbel spreekt in dit 16de hoofdstuk over tweeërlei voorbereiding. Wat zal voor ons van toepassing zijn?
Hier, in dit 16e hoofdstuk, lezen wij over de voorbereiding voor Armageddon. Het gehele hoofdstuk is er vrijwel aan gewijd. De 7 fiool-oordelen worden hier beschreven. Een zevental plagen die leiden tot de vernietiging van alles wat God niet verheerlijkt. Het zijn de oordelen van God de Heilige Geest die de aarde zullen reinigen van alle valse aanbidding.

  1. De 1ste fiool maakt, dat kwaadaardige woekeringen en gezwellen de aanbidders van het BEEST treffen: “En de eerste (engel) ging en goot zijn schaal (SV: fiool) uit over de aarde, en er kwam een kwaadaardige en schadelijke zweer bij de mensen die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden.” (Openbaring 16:2)
  2. De 2de fiool wordt uitgegoten en het gevolg is dat de levenssfeer in de volkeren-zee geheel wordt vernield: “En de tweede engel goot zijn schaal (of: fiool) uit in de zee, en die werd bloed, als van een dode. En elk levend wezen (SV: alle levende ziel) in de zee stierf.” (Openbaring 16:3)
  3. De straf van de 3de fiool houdt in dat de goddeloze mensen van die dagen met hun eigen verdorvenheid en vuiligheid gemarteld zullen worden: “Aangezien zij het bloed van de heiligen en van de profeten vergoten hebben, hebt U hun ook bloed te drinken gegeven, want zij verdienen het.” (Openbaring 16:6)
  4. De 4de fiool maakt de aardbewoners uitzinnig van kwaadheid doordat er een ondraaglijke hitte ontstaat: “En de mensen werden verzengd door grote hitte. Maar zij lasterden de Naam van God, Die macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven.” (Openbaring 16:9)
  5. Waar dan, bij de 5de fiool, nog een totale duisternis bijkomt: “En de vijfde engel goot zijn schaal (of: fiool) uit over de troon van het beest, en zijn koninkrijk werd verduisterd. En zij beten op hun tong van pijn.” (Openbaring 16:10)
  6. En onder de 6de fiool laat deze geheel krankzinnige en bezeten mensheid zich nog ophitsen door “3 onreine, duivelse geesten” om te strijden tegen de hemelse legers, die naderbij komen: “Dit (= de 3 onreine geesten uit vers 13) zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van de almachtige God.” (Openbaring 16:14)
  7. Tenslotte zal de 7de fiool een ongekend zware aardbeving brengen, die de gehele aardbol als een dronkenman zal doen waggelen en die gepaard zal gaan met ongewoon zware hagelregens, met als gevolg dat geen enkel bouwwerk op aarde meer overeind zal staan en alle steden en dorpen verwoest worden: “En de grote stad viel in 3 stukken uiteen en de steden van de heidenvolken stortten in. En het grote Babylon kwam bij God in gedachtenis, en Hij gaf haar de drinkbeker met de wijn van Zijn grimmige toorn. En alle eilanden zijn op de vlucht geslagen, en bergen waren er niet meer te vinden. En grote hagelstenen, elk ongeveer talentpond (= enkele tientallen kilogrammen) zwaar, vielen uit de hemel op de mensen neer. Maar de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag van de hagel was zeer groot.” (Openbaring 16:19-21)

Dit zijn de voorbereidende gebeurtenissen van Armageddon”.
Maar middenin die beschrijving van een mensheid die in dolle blindheid de strijd aan wil binden met Christus en de Zijnen, is er ineens die waarschuwing in vers 15: “Zie, Ik kom als een dief. [3] Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren acht geeft (SV: die waakt en – in geestelijke zin – zijn klederen bewaart), zodat hij niet naakt zal rondlopen en men zijn schaamte niet zal zien.”
Hier spreekt de Here Zelf, en wat Hij zegt is niet bestemd voor deze doldrieste mensheid die haar ondergang tegemoet zal snellen. Het is bestemd voor ons die NU de stem van de Heilige Geest [4] mogen horen. Zijn komst als een dief, in het verborgen, is Zijn komst als Bruidegom. Velen zullen te dien dage echter niet gereed zijn en alles zal van hen weggenomen, gestolen worden! Middenin de beschrijving van de voorbereiding voor Armageddon spreekt de Heer opeens over een andere voorbereiding: de voorbereiding voor Zijn komst. “Waken en onze klederen bewaren”, dit is wat hier – in Openbaring 16 vers 15 – wordt gevraagd. Wij moeten ons (laten) bekleden met Christus’ gerechtigheid, nu het nog kan! Bekleed zijn met Christus, zodat als Hij straks komt, wij in Hem gevonden zullen worden: (opdat ik Christus mag winnen) en in Hem gevonden word, niet met mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof in Christus is, namelijk de rechtvaardigheid uit God door middel van het geloof.” (Filippenzen 3:9)
Dat, wanneer Hij komt, wij bekleed zullen zijn, overdekt – als in de Tabernakel, onder de dekkleden [5] – zodat wij niet “naakt” bevonden worden, niet blootgesteld zullen worden aan de vreselijke oordelen Gods. Zie ook nog Openbaring 3 vers 18: “Ik raad u aan dat u van Mij goud koopt, gelouterd door het vuur, opdat u (in geestelijke zin) rijk wordt, en witte kleren, opdat u bekleed bent en de schande van uw (geestelijke) naaktheid niet openbaar wordt. En zalf uw ogen met ogenzalf, opdat u (geestelijk) zult kunnen zien.”
Daar is maar één weg die leidt tot deze BEWARING. Het is de weg naar het Reukofferaltaar. [6] Waar dit altaar staat, dáár is de plaats van de wakende christenen. Het is de plaats waar zij zich bevinden die wachten op Jezus’ komst. Vlak voor het Voorhangsel [7], van waarachter Jezus zal verschijnen om Zijn Bruid tot Zich te nemen. Zij vormen de Gemeente van de ware aanbidders.
In dit 16de hoofdstuk wordt ons enerzijds de weg van voorbereiding voor Armageddon getoond, de grote slag waarin Jezus en de Zijnen al de goddeloze en antichristelijke machten zal vernietigen. Het is een weg in 7 fasen, de fiool-oordelen.
Anderzijds wordt ons hier de weg van voorbereiding voor Zijn komst voorgesteld. Dit is ook een weg van 7 fasen, de weg van de 7 bloedschreden tot Christus, die ons werd uitgetekend in Openbaring hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3.
Het is nu al een urgente zaak om ons af te vragen wie of wat wij aanbidden!
Waarvan en waarmee zijn ons hart en denken vervuld?
Is ons leven tot verheerlijking van Jezus?
Zijn wij bekleed met Zijn gerechtigheid, ja, met Hemzelf?
De boodschap is duidelijk. Over de aanbidders van die dingen die niet uit God zijn, komt het vernietigend oordeel!

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

Einde van dit 16de hoofdstuk – wordt vervolgd

.

****************************************

Voor meer info en ‘vers voor vers’ UITLEG over dit 16de hoofdstuk van Openbaring, zie:

  1. Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL. Link naar hoofdstuk 16, studie van Bijbelleraar CJH Theys.
  2. Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus voor de laatste dagen. Link naar hoofdstuk 16, studie van Bijbelleraar E. van den Worm.

***********************************************************************************

.

[1] Een dief zal zijn nachtelijk bezoek nooit van tevóren aankondigen, reden waarom WAAKZAAMHEID geboden is. Zo weten wij ook niet in welke nachtwake, dat wil zeggen op welk uur, de Zoon des mensen (weder)komen zal. Wij dienen hier goed op te letten, want velen denken dat “de Zoon des mensen” hier vergeleken moet worden met een dief. Dat is niet alleen fout, maar het is ook “profaan” (= Hem die heilig is als het ware ontheiligen). De nadruk moet namelijk gelegd worden op “het onverwacht komen”; en daarvoor worden wij ernstig gewaarschuwd. Het is dan ook zó: Wee de mens, in wiens leven het niet-waakzaam-zijn gevonden wordt! (noot AK)
[2] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[3] Zie noot 1.
[4] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[5] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (3): Plattegrond en constructie van de tabernakel van E. van den Worm.
Wij willen voorop stellen dat deze dekkleden in hun algemene betekenis werden gebruikt als “sieraad” voor de tabernakel (vergelijk Jesaja 52:1). De tabernakel was dus overdekt met zogenaamde “SIERKLEDEN”! Waar de tabernakel in geestelijk opzicht een wondervol typebeeld is van “de woonstede Gods in de Geest” (dat is: DE GEMEENTE), daar is de geestelijke betekenis van deze dekkleden in Nieuwtestamentisch licht deze: de Gemeente dient ook bekleed te zijn met dergelijke geestelijke sierkleden. (noot AK)
[6] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (12): Het REUKALTAAR en het reukwerkvan E. van den Worm. (noot AK)
[7] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (18): Het VOORHANGSEL en het heilige der heiligenvan E. van den Worm. (noot AK)
.
Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Bruiloft vh Lam/Bruid/Bruidegom, Eindtijdstudie, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Tabernakel-studie, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Bekleed met Gods heerlijkheid

57_tempel_geroepen_gods_doel_mens

Meer dan aardse heerlijkheid

Er is geen hogere positie bereikbaar voor de mens dan om te zijn in de heerlijkheid van God. Het is verwondering-wekkend te bedenken dat de Here, de Schepper van het heelal, de mens niet alleen het voorrecht wil verlenen om te staan in de heerlijkheid van God, maar dat Hij hem zelfs tot overvloeiens toe wil VERVULLEN met diezelfde heerlijkheid.
Iemand die dit ten deel viel en over wie we het nu in het bijzonder willen hebben, is niemand anders dan Mozes. Hij werd geboren uit de stam van Levi:
“Een man uit het geslacht (SV: van het huis) van Levi ging en nam een dochter van Levi tot vrouw. De vrouw werd zwanger en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij mooi (SV: schoon) was, verborg zij hem drie maanden.” (Exodus 2:1-2) [1]
De Levieten waren de stam waaruit de priesters voortkwamen. Zijn moeder zag hem aan en zag dat hij een “schoon” kind was, één op wie Gods welbehagen rustte. “Goddelijk” schoon. In Handelingen 7:20a staat zelfs “uitnemend schoon”:

  • “In die tijd werd Mozes geboren. Hij was bijzonder mooi (SV: uitnemend schoon).”

Zijn naam is klaarblijkelijk van Egyptische oorsprong. Van het woord Meses, wat een afkorting kan zijn van Ram(e)ses, “zoon van Ra” (Ra is de Egyptische zonnegod). Dit zou kunnen wijzen op de koninklijke opvoeding die hij zou krijgen als de zoon van de farao. Mozes droeg het stempel en de tekenen van koninklijke waardigheid. Velen zouden vandaag de dag zeggen dat hij het had “gemaakt”. Hij bevond zich in een zeer voordelige positie om de kinderen Israëls tot zegen te zijn. Maar dan blijkt hoe diametraal (= lijnrecht tegenover) Gods wegen staan tegenover de wegen van de mens. Dit zou gedemonstreerd worden in het leven van Mozes.

.

Een wijze keus

Deze geloofsman werd gevoerd naar het ogenblik van beslissing:

  • “Door het geloof heeft Mozes, toen hij groot geworden was, geweigerd een zoon van de dochter van de farao genoemd te worden. Hij koos ervoor liever met het volk van God slecht behandeld te worden dan voor een ogenblik het genot van de zonde te hebben. Hij beschouwde de smaad van Christus als grotere rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij had het loon voor ogen (SV: hij zag op de vergelding des loons). Door het geloof heeft hij Egypte verlaten zonder bevreesd te zijn voor de toorn van de koning. Want hij bleef standvastig, als zag hij de Onzichtbare (SV: als ziende de Onzienlijke).” (Hebreeën 11:24-27)

Mozes was gekomen tot een positie in Egypte waarin hij eer en aanzien genoot. Maar hij weigerde, hij verwierp, hij wilde de hoge positie van een zoon van farao niet aanvaarden.
Zijn keuze moge velen vreemd lijken, maar dit was onmiskenbaar geïnspireerd door de Heer. Hij was verbonden met de Heer en Zijn volk, welke prijs dit ook met zich meebracht.
In dit geval betekende het te lijden onder verdrukking en harde slavendienst. Wat een verandering in levensstijl. Hij verwierp de tijdelijke genoegens van de zonde, om met Christus versmaadheid te lijden, wat voor hem van veel groter waarde was dan al de rijkdommen van Egypte. Door het geestelijk inzicht dat hij ontving was hij in staat over het tijdelijke heen te zien en het geestelijk, eeuwig gewin te zien, dat verbonden was aan de juiste keuze. Deze keuze was gefundeerd op de geestelijke visie, het begrip dat hij had ontvangen van de God van Israël. Voortaan zou hij moeten wandelen in het geloof. Geloof geïnspireerd door de wetenschap dat hij “de Onzienlijke” zou zien.
Verlies van titel, rijkdom, wereldse genoegens, gelasterd te worden en kwalijk bejegend en het te moeten stellen zonder het respect dat hij eerst genoot, dat alles was de kleine prijs die hij moest betalen voor de heerlijkheid van God. Zijn keus was een wijze keuze.

.

Mozes’ roeping

Het is een klein wonder dat een man van zijn formaat door God geroepen werd:
“Toen de HEERE zag dat hij (= Mozes) ging kijken (naar de vuurvlam uit het midden van een braambos, bij de berd Gods, de Horeb), riep God tot hem uit het midden van de doornstruik (SV: het braambos) en zei: Mozes, Mozes! Hij (= Mozes) zei: Zie, hier ben ik! (Exodus 3:4)
Mozes kreeg zijn roeping in de glorieuze, vurige tegenwoordigheid van de Here. Ook daarna kreeg hij al zijn opdrachten rechtstreeks van de Here, Die tot hem sprak. Er was geen sprake van een krachtdadige interventie door God in zijn leven. Hij was Gods man en werd als zodanig door Hem geordineerd. De Here bevestigde en verzegelde zijn roeping en aanstelling voor heel het volk, zodat zij vertrouwen in hem zouden hebben als hun leider.
In Exodus 19 vers 17-20 lezen wij dat de Heer tot Mozes sprak voor het aangezicht van heel het volk, hem aanwijzend als hun verlosser:
“Mozes leidde het volk uit het (leger)kamp, God tegemoet. Zij stonden onder aan de berg. De berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat de HEERE er in vuur neerdaalde. De rook ervan steeg omhoog als de rook van een oven, en heel de berg beefde hevig. Het bazuingeschal werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak en God antwoordde hem met een stem. Toen daalde de HEERE neer op de berg Sinaï, op de top van de berg. De HEERE riep Mozes naar de top van de berg en Mozes klom naar boven.
Voor de 70 oudsten, Aäron, Nadab en Abihu verscheen de Heer aan Mozes en beval Hij hem om de berg te bestijgen om de tafelen van de wet te ontvangen:
“Vervolgens klommen Mozes en Aäron naar boven, en ook Nadab en Abihu met 70 van de oudsten van Israël. En zij zagen de God van Israël. Onder Zijn voeten was er iets als plaveisel van saffier, zo helder als de hemel zelf. Hij strekte Zijn hand niet uit naar de aanzienlijken (SV: de afgezonderden) van de Israëlieten. Nadat zij God gezien hadden, aten en dronken zij. De HEERE zei tegen Mozes: Klim naar boven, naar Mij toe, de berg op, en blijf daar. Dan zal Ik u de stenen tafelen geven, de wet en de geboden, die Ik opgeschreven heb om hun te onderwijzen.” (Exodus 24:9-12)

.

Delen in Gods heerlijkheid

Wij willen nu een zekere uitspraak van Mozes in beschouwing nemen die hij deed tijdens zijn gebed op de berg en die ons toont wat het verlangen was dat leefde in Mozes’ hart. Wij vinden deze in Exodus 33 vers 18b:

  • Toon mij toch Uw heerlijkheid!

Door zo te bidden, drukt Mozes een verlangen uit dat waarlijk zou moeten leven in de harten van allen die de Here liefhebben. O, dat ik Zijn heerlijkheid mag aanschouwen!
Dat ik mag vertoeven in Zijn glorierijke tegenwoordigheid! Dit is de verborgen plaats van de Allerhoogste. Het Allerheiligdom van Zijn eeuwige tabernakel. [2] De waarachtige shekinah-tegenwoordigheid [3] van de Here.
De Here heeft deze roep van Mozes beantwoord:

  • “Toen daalde de HEERE neer in een wolk, ging daar bij hem staan en riep de Naam van de HEERE uit.” (Exodus 34:5)

De Here stond bij Mozes… Wat een wonderschone vereniging, wat een glorieuze gemeenschap! Zo dichtbij was deze omgang met God dat Mozes letterlijk deelde in de heerlijkheid van God, wat gezien werd toen hij neerdaalde:

  • “En het gebeurde, toen Mozes van de berg Sinaï afdaalde – de twee tafelen van de getuigenis waren in Mozes’ hand, toen hij van de berg afdaalde – dat Mozes niet wist dat de huid van zijn gezicht glansde, omdat de HEERE met hem gesproken had.” (Exodus 34:29)

Die glorie resideerde (= woonde of verbleef) nu in deze man Gods. De heerlijkheid van God was in hem.
Waarlijk, dit is wat de Here voorheeft met en wat Zijn doel is voor Zijn Gemeente in het laatste der dagen!

.

Nog grotere heerlijkheid

Paulus vergelijkt deze glorie, die op Mozes was en op de wet, met de heerlijkheid van Christus:
“Als nu de bediening van de dood, met letters in stenen gegrift, in heerlijkheid was, zodat de Israëlieten hun ogen niet op het gezicht van Mozes gericht konden houden vanwege de heerlijkheid van zijn gezicht, hoewel die tenietgedaan zou worden, hoeveel te meer zal dan de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn? Want als de bediening van de verdoemenis al heerlijkheid geweest is, veel meer is de bediening van de gerechtigheid overvloedig in heerlijkheid. Immers, zelfs dat wat verheerlijkt was, is in dit opzicht niet heerlijk geweest, vergeleken met de alles overtreffende heerlijkheid. Want als wat tenietgedaan wordt in heerlijkheid was, veel meer is wat blijft in heerlijkheid.” (2 Korinthe 3:7-11)
De heerlijkheid van de wet zou eenmaal verdwijnen, zij was niet eindeloos. Wij hebben nu de bediening van de Geest (des Heren) [4], wat een werk van rechtvaardigheid is, een heerlijkheid die alles overtreft en zonder einde is.
De heerlijkheid des Heren, geopenbaard in Christus, is dezelfde heerlijkheid die geopenbaard zal worden in de glorieuze Gemeente/Kerk in onze generatie. De Geest des Heren, werkende in de Gemeente, zal haar veranderen en vormen, totdat zij “de prijs der roeping Gods in Christus zal bereiken”:

  • Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt.” (2 Korinthe 3:18)

Wij worden veranderd totdat wij Hem gelijk zijn in ieder opzicht! Daar komt nog een openbaring van heerlijkheid!

Rev. C. Joe McKnight
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

*******************************************************************************

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie De Tabernakel van Israël – Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God van E. van den Worm. (noot AK)
[3] De Shekinah (Hebreeuws שְׁכִינָה H8701) geeft de Goddelijke aanwezigheid aan, in het bijzonder in de Tempel te Jeruzalem. Ten tijde van de Uittocht was deze zichtbaar in de vorm van een wolk- en vuurkolom. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
.
Geplaatst in Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Gehoorzaamheid aan God, Heiligmaking, Volmaaktheid in Christus, Werkers in Gods dienst | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het Boek Openbaring in Tabernakellicht – hoofdstuk 15

En in het licht van de Ark van het Verbond in het bijzonder

Ark des VerbondsHoofdstuk 15

De verheerlijking van de Naam des Heren

“Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Immers, U alleen bent heilig. Want alle volken zullen komen en U aanbidden, want Uw oordelen zijn openbaar geworden.” (Openbaring 15:4) [1]
De hoofdstukken van het Reukofferaltaar [2] volgen nu (de hoofdstukken 15 t/m 18). Daarin staat de aanbidding van God centraal. Bad David niet: “Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan (SV: worden gesteld).” (Psalm 141:2a)
Het 15de hoofdstuk is de inleiding van deze “aanbiddingshoofdstukken”. Hier nemen wij kennis van het aanbiddingslied dat de martelaren uit de Grote Verdrukking zullen zingen, staande aan de glazen zee: “En ik zag iets als een glazen zee, met vuur gemengd. En de overwinnaars van het beest, van zijn beeld, van zijn merkteken en van het getal van zijn naam stonden bij de glazen zee, met de citers van God.” (Openbaring 15:2)
Zij zullen hun leven verliezen, maar ze worden nochtans overwinnaars genoemd! Zij zullen de marteldood moeten sterven, maar EEUWIG LEVEN met Jezus. Die “glazen zee”, waarvan het Koperen Wasvat [3] in de Israëlitische tabernakel [4] een afbeelding was, is waarlijk de “zee van de dood”, waar zij doorheen trekken die met Paulus kunnen zeggen: “Ik heb de goede strijd gestreden… Ik heb het geloof behouden.” (2 Timotheüs 4:7)
Deze zee wordt hier beschreven als “een glazen zee, met vuur gemengd”. Het is de zee van de beproeving en de loutering van Gods kinderen (het “vuur van beproeving en loutering”). De martelaren zullen in hun tocht door deze zee werkelijk het leven laten, maar Jezus zal met hen zijn (zie Jesaja 43:2) en hen aan de overzijde brengen, waar zij het lied van Mozes en van het Lam zullen zingen (zie Openbaring 15:3):

  • “Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, door rivieren, zij zullen u niet overspoelen. Wanneer u door het vuur zult gaan, zult u niet verbranden, geen vlam zal u aansteken.” (Jes. 43:2)
  • “En zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, en het lied van het Lam, met de woorden: Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de heiligen!(Openb. 15:3)

Maar ook de Bruidskinderen zullen deze zee moeten oversteken, al zullen zij niet de martelaarsdood hoeven te sterven! De Bruidsgemeente zal de Gemeente van de ware aanbidders zijn: “En mij werd een rietstok gegeven, een meetroede gelijk; en de engel stond en zei: Sta op, en meet de tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden.” (Openbaring 11:1, SV) [5]
Ware aanbidding komt voort uit loutering. Het reukwerk op het altaar moest verbrand worden. Wij horen de martelaren in vers 4a zingen: “Wie zou U niet vrezen, Heere!”
Velen, ook onder de christenen, vrezen God helemaal niet. Zo’n getuigenis als van deze martelaren kunnen alleen diegenen geven die God werkelijk hebben leren kennen – in Zijn almacht en in Zijn liefde – terwijl zij gingen door de wateren van de dood!
Als dan deze naoogst – die deze martelaren van de Grote Verdrukking zijn – is binnengehaald en zij dit aanbiddingslied aanheffen, is het uur aangebroken dat God de aarde geheel schoon gaat branden. Alleen de stoppels en het stro zijn dan nog overgebleven (beeld van de goddelozen). Alles wat niet tot verheerlijking van de enige waarachtige God is wordt weggemaaid.
Daarom zien wij daarna 7 “engelen”. Lees: hemelbewoners. Het zijn in dit geval bloedgewassen kinderen Gods, want zij zijn bekleed met het rein en blinkende lijnwaad van de rechtvaardigmaking der heiligen: “En de 7 engelen, die de 7 plagen hadden, kwamen uit de tempel, gekleed in smetteloos (SV: bekleed met rein) en blinkend linnen, en omgord om de borst met gouden gordels.” (Openbaring 15:6)
Aan deze 7 heiligen worden de 7 laatste plagen ter hand gesteld. Er staat niet voor niets geschreven dat de heiligen (mede) de wereld zullen oordelen: “Weet u niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen?” (1 Korinthe 6:2a)
Het is de derde en laatste serie van oordelen: “Want daarmee zal de toorn van God tot een einde gekomen zijn”, zegt Openbaring 15:1b.
Er is wat dit betreft overeenkomst met het getal 15 [6], het nummer van dit hoofdstuk, want dit is het symbolisch getal van “volheid van gerechtigheid”. De 7 fiool-oordelen, die nu komen, zijn de plagen die het stempel van de bemoeienis dragen van de derde Persoon van de Goddelijke Drie-eenheid [7], de Heilige Geest. [8] Daarom staan deze vier hoofdstukken (15 t/m 18) – in het licht van de Ark van het Verbond [9] in het bijzonder – ook in het teken van de 2de Cherub op het Verzoendeksel. Deze spreekt ons van de Heilige Geest, Wiens hand wij ook ontdekken in deze afsluitende oordelen. Want het zijn deze oordelen die leiden tot de reiniging of schoonbranding van de aarde.
Die 7 heiligen komen uit de hemelse tabernakel, waar alles in aanbidding is voor de almachtige God en voor het Lam, Dat geslacht werd. Zie Openbaring 15 vers 8: “En de tempel werd vervuld met rook vanwege de heerlijkheid van God, en vanwege Zijn kracht. En niemand kon de tempel binnengaan, voordat de 7 plagen van de 7 engelen tot een einde gekomen waren” (de “rook” is allereerst afkomstig van het reukwerk van de volmaakte aanbidding van de heiligen in de hemel, want rook wijst op iets dat verbrand wordt).
Vanuit dit centrum van verzoeningsheerlijkheid worden deze heiligen weggezonden met 7 bekers vol met de Goddelijke gramschap: “En daarna zag ik, en zie, de tempel van de tent (SV: tabernakel) van de getuigenis in de hemel werd geopend. En de 7 engelen, die de 7 plagen hadden, kwamen uit de tempel, gekleed in smetteloos (SV: bekleed met rein) en blinkend linnen, en omgord om de borst met gouden gordels. En één van de 4 dieren (letterlijk: levende wezens) gaf de 7 engelen 7 gouden schalen (SV: fiolen), gevuld (SV: vol) met de toorn van God, Die leeft tot in alle eeuwigheid.” (Openbaring 15:5-7)
Deze bekers worden uitgestort over degenen die het Lam en Zijn verzoening verwierpen. Datzelfde Lam, Dat eenmaal de drinkbeker van de toorn Gods voor ons leegdronk! Hoe vreselijk is het te vallen in de handen van de LEVENDE God!!
In zware strijd zijnde bad Jezus in Gethsemane: “Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan…!” (Mattheüs 26:39b), maar dank God, Hij heeft er ook aan toegevoegd: “…Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt” en Hij heeft deze drinkbeker aan het kruis tot de bodem toe leeggedronken! Daarom zijn wij nu vrij en mogen wij zingen van verlossing. Maar, sta erbij stil hoe vreselijk de toorn van God is! En deze toorn zal straks in al zijn verschrikkelijke volheid komen over het laatste onbekeerlijke mensengeslacht en over het rijk van het BEEST, de antichrist.
Daar is geen verzoening voor wie het Zoenbloed verwerpen! Waar God niet gevreesd en geprezen wordt, daar zullen de oordelen Gods als slagregens van vuur en zwavel neerdalen. Denk aan Sodom en Gomorra. Doch vergeet niet dat wij dit ook zelf zullen ervaren als wij in deze dingen, de vreze Gods en de verheerlijking van Gods Naam, tekortschieten in ons leven! Opdat het ons niet zal overkomen dat wij weliswaar gered worden, maar “als door vuur”: “Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.” (1 Korinthe 3:15, SV)!

H. Siliakus
Digitaal uitgewerkt door A. Klein

PDF (in smartphone-formaat)

Einde van dit 15de hoofdstuk – wordt vervolgd

.

***********************************************

Voor meer info en ‘vers voor vers’ UITLEG over dit 15de hoofdstuk van Openbaring, zie:

  1. Die IS en Die WAS en Die KOMEN ZAL. Link naar hoofdstuk 15, studie van Bijbelleraar CJH Theys.
  2. Het geopenbaarde Evangelie van Jezus Christus voor de laatste dagen. Link naar hoofdstuk 15, studie van Bijbelleraar E. van den Worm.

***********************************************************************************

.

[1] Alle Bijbelteksten zijn door mij vermeld in de Herziene Statenvertaling / HSV, tenzij anders vermeld. (noot AK)
[2] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (12): Het REUKALTAAR en het reukwerkvan E. van den Worm. (noot AK)
[3] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (7): Het koperen Wasvatvan E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel onze studie De Tabernakel van Israël – Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God van E. van den Worm. (noot AK)
[5] Voor meer uitleg over Openbaring 11 vers 1, zie onze studies hierover: Openbaring 11 van CJH Theys en/of Openbaring 11 van E. van den Worm. (noot AK)
[6] Voor meer uitleg over het getal 15, zie onze studie De symboliek der Bijbelse getallen van CJH Theys. (noot AK)
[7] In Deuteronomium 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!)
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (= geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit 3 Personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest. (noot AK)
[8] Zie eventueel onze studie De natuurlijke mens en de Heilige Geest van CJH Theys. (noot AK)
[9] Zie eventueel onze studie Tabernakel symbolieken (20): De Ark des Verbonds van E. van den Worm. (noot AK)
.

Geplaatst in Belangrijke studie als 'basiskennis', Bijbelstudie, Eindtijdstudie, Oordelen Gods, Studie van H Siliakus, Tabernakel-studie, Uitleg over het boek Openbaring, Wederkomst van Christus | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen