Openbaring 01 vers 10b-20

KLIK HIER als u hoofdstuk 1 wilt uitprinten of downloaden.

De OPENBARING aan Johannes

Jezus Christus openbaart Zich aan Johannes (vervolg)

De Openbaarder stelt Zich nader voor

Openbaring 1:10b-11a, “…en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, die zei: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste,…”
Johannes zag toen nog niets, maar die Stem beval hem op te schrijven in een boek, hetgeen door hem werd gezien en om dat boek te zenden aan “de zeven Gemeenten die in Asia zijn.”

Openbaring 1:11b, “…en: Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven Gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.”
Dat boek moest dus de openbaring van de Here Jezus behelzen, naast de zeven brieven gericht aan die Gemeenten, aan de ZEVEN GEMEENTEN.
De zeven Gemeenten vormen samen onweerlegbaar… DE GEMEENTE, HET LICHAAM VAN JEZUS CHRISTUS! Wel een zeer duidelijk bewijs van HET PROFETISCH KARAKTER van deze brieven. Over dit geestelijk Lichaam in haar volheid oefent de Heilige Geest in de volkomenheid van Zijn ambt – de zeven Geesten (zie Openb. 1:4) over de zeven Gemeenten – volle controle uit.

Openbaring 1:12, “En ik keerde mij om, om de stem te zien die met mij had gesproken. En toen ik mij had omgekeerd, zag ik zeven gouden kandelaren.”
“Zeven gouden kandelaren”, dat is dan de Gemeente van de Here Jezus Christus, de Kerk van God, de Gemeente in haar verantwoordelijkheid als “de draagster van het Licht.”
Helaas heeft de Gemeente ten aanzien van deze verantwoordelijkheid gefaald! Ofschoon hier deze “zeven gouden kandelaren” het HOOFD onderwerp vormen, wordt onze opmerkzaamheid toch gericht op Hem, Die te midden van deze wandelt.
De Here Jezus Christus verscheen Johannes als de “verheerlijkte Here” te midden van die zeven gouden kandelaren. Hij was gekleed met “het kleed van verheerlijking” om nu Zijn laatste woorden tot Zijn beminde Gemeente te richten… Het waren woorden, die als het ware met bloed werden neergeschreven!
Jezus was verschenen met het doel om de laatste hand te leggen aan de volkomen verzoening van zijn Bruidsgemeente. Welk een subliem gezicht! Dan volgt een beschrijving van de Here Jezus Christus, Die geheel in overeenstemming is met het karakter van Zijn verschijning…

Openbaring 1:13, “En te midden van de zeven kandelaren zag ik Iemand Die op de Zoon des mensen leek, gekleed in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel;…”
“Een gewaad tot op de voeten” drukt hier zowel koninklijke als priesterlijke majesteit uit, terwijl de “gouden gordel op de borst” spreekt van Zijn Goddelijke gerechtigheid.
Wij vinden een schoon schaduwbeeld van deze verschijning van de Heer in Leviticus 16:2-4, waar de Hogepriester van Israël, gekleed in zijn witte rok, binnentreedt in het heiligdom op de Grote Verzoendag! Wij hebben hier te maken met het tegenbeeld van de Here Jezus Christus in Zijn aureool van Licht, ter vervolmaking van Zijn Gemeente.
Wanneer wij nu Zacharia 4:2 onder de loep nemen, zo lezen wij er: “Hij zei tegen mij: Wat ziet u? Daarop zei ik: Ik zie, en zie, een kandelaar, geheel van goud, met een olievaatje (SV: oliekruikje) aan de bovenkant ervan en daarbovenop zeven bijbehorende lampen met telkens zeven toevoerbuisjes (SV: pijpen) aan de lampen, die daarboven zitten.” (Zach. 4:2, HSV)
Wij zien hier weer een geheel gouden kandelaar,… het beeld van de Gemeente van de levende God, en een oliekruikje is bovendien verbonden door zeven pijpen met de kandelaar en door deze pijpen vloeit de olie…
Toen de profeet geen antwoord geven kon op de vraag, wat dàt gezicht toch wel beduidde, gaf de Here Zelf de volgende uitleg: “Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden” (Zach. 4:6, SV).
Hiermee wilde de Here zeggen dat bij de vervolmaking van de Gemeente géén menselijke kracht, noch menselijke eer of talent enig aandeel aan dat werk zou hebben! Enkel en alleen de Heilige Geest kan dat werk voleindigen!
Met dat lange witte kleed van Zijn rechtvaardigmaking zal Hij Zijn met bloed gekochte Gemeente straks ook bekleden (vergelijk Openb. 7:9, 7:13-14, 19:8), terwijl de profeet Jesaja ook heeft gesproken van diezelfde gordel van Gerechtigheid en van Waarheid.
“Want Gerechtigheid zal de gordel om Zijn heupen (SV: lendenen) zijn, en de Waarheid de gordel om Zijn middel.” (Jes. 11:5, HSV)
Laat ons nu acht slaan op de verdere beschrijving van onze Hogepriester, Die Zich “te midden van die zeven gouden  kandelaren”  bevindt…

Openbaring 1:14a, “…en Zijn hoofd en haar waren wit, als witte wol, als sneeuw,…”
Hier wordt HOOFD en HAAR gezien als witte wol, zoals sneeuw; één en ander vormt het beeld van VOLWASSENHEID.
In Daniel 7:9 en 13 wordt de Zoon des mensen gezien, komende tot God de Vader: en de Laatste wordt genoemd: “de Oude van Dagen”.
Op Jezus is deze benaming ook van toepassing, want de Zoon draagt dezelfde titel van de Vader (zie in dit verband Openbaring 1:8 en 4). Hier is sprake van volwassenheid en derhalve géén sprake van een “nieuweling” in de kennis van toekomende gebeurtenissen. Ja, hier is sprake van Eén, Die AL de kennis bezit en ALLE wijsheid!
Johannes, die in zijn Evangelie heeft geschreven: “Het Woord was bij God en het Woord was God” en… “Het Woord is vlees geworden” (zie Joh. 1:1 en 14), aanschouwt in dit PROFETISCH GEZICHT de Zoon des mensen MET AL DE ZINNEBEELDEN AAN DE GODHEID EIGEN.

Openbaring 1:14b, “…en Zijn ogen waren als een vuurvlam”.
OGEN, DIE ALLES DOORZOEKEN EN ALLES OORDELEN! Wij lezen in Daniel 10:6 (HSV): “…ogen als vuurfakkels (of: vurige fakkels).VUUR komt steeds voor als het beeld van oordeel. Niets kan verborgen blijven voor Zijn alziend oog. Dat de Gemeente van Jezus Christus dit toch nooit vergete! In de meest verborgen hoek van de menselijke ziel ziet God die dingen, die schadelijk en funest (kunnen) zijn voor de geestelijke groei van zowel de Gemeente als Lichaam, als van het individuele lid van dat Lichaam. Hoe zeer hebben wij dit VUUR VAN UITBRANDING en OORDEEL nodig voor al onze verborgen afdwalingen!
Hebben wij dus te maken met Zijn alziend en oordelend oog, óók ZIJN onbuigzame gestrengheid en Zijn onbewegelijke beslistheid in de uitvoering van dat oordeel vinden wij hier uitgedrukt en wel in de volgende bewoordingen:

Openbaring 1:15a, “en Zijn voeten waren als blinkend koper, gloeiend gemaakt in een oven,…”
“Koper” is het symbool van GODS OORDEEL OVER DE ZONDE. Wij denken aan het koperen brandofferaltaar en idem wasvat, welke beide moesten dienen tot verzoening van de zonden… Hier krijgen wij het beeld van blinkend koperen voeten, die… REINHEID en OORDEEL uitdrukken. Hij alleen is gerechtigd om te oordelen en wij kunnen ervan overtuigd zijn, dat Hij dit ook zal doen, opdat Hij iedere zonde zal kunnen verzoenen om de Gemeente kunnen laten staan in haar blinkend gewaad van rechtvaardigmaking! In Openbaring 19:15 staat geschreven: “En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God.” (HSV)
Dit TREDEN doet Hij met Zijn VOETEN; EEN REINIGEND OORDEEL! De Gemeente kan gerust zijn in haar wetenschap: “Gods oordeel begint BIJ HAAR, bij het Huis van God!” (zie 1 Petr. 4:17). Zij weet zodoende, waaraan zij zich te houden heeft. God helpe ons allen!

Openbaring 1:15b, “…en Zijn stem klonk als het geluid van vele wateren.”
Is de stem van de Here EEN ALLES DOORDRINGENDE STEM, ze gaat uit tot de einden der aarde om met de macht en de majesteit van de Almachtige het oordeel uit te spreken; nà de uitbranding door Gods oordeelsvuur behoeft de Gemeente DE VERFRISSING VAN VELE WATEREN! Welk een wondere genade is er bij Hem te vinden. Zijn Geest zal zijn als “Stromen van levend water” (zie Joh. 7:38)!… Wij hebben hier te maken met DE KRACHT VAN ZIJN WOORD voor bemoediging of bestraffing. Zijn stem is “als het geluid van vele wateren” en tòch vol van Goddelijke HARMONIE. Het is ons wonderlijk te moede als wij daarenboven nog de gevarieerdheid gewaarworden van deze wondermachtige stem.
In Johannes 8:11 is diezelfde stem zacht en teder voor die van zonde zo zieke ziel: “Jezus zei tegen haar: Dan veroordeel Ik u ook niet; ga heen en  zondig niet meer!” (HSV). Geprezen zij Zijn Naam!
In het leven van de dreigende en moordlustige Saul van Tarsen daarentegen is het geluid van die stem als de donder: “…Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?… En de Heere zei: Ik ben Jezus, Die u vervolgt.  Het is hard voor u, met de hielen tegen de prikkels te slaan.” (Hand. 9:4b-5, HSV)
Scherp en doordringend is die stem in het leven van de hypocriet en Farizeeër (lees Matth. 23), maar ook uitnodigend en vertroostend voor elke vermoeide en teneergeslagen ziel: “Kom naar Mij toe (SV: Komt herwaarts tot Mij), allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven… Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.” (Matth. 11:28, HSV). Vol van sympathie en medeleven richt die stem zich tot de kinderen in de volgende bewoordingen: “Laat de kinderen begaan en verhinder hen niet bij Mij te komen,…” (Matth. 19:14, HSV). Halleluja! En hoe opbeurend en vertroostend kan diezelfde zoetvloeiende stem spreken tot de bedroefden. Luister maar: “…En toen de Heere haar zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over haar, en zei Hij tegen haar: Huil niet… en Hij zei: Jongeman, Ik zeg u, sta op (uit de dood)!… En Hij gaf hem aan zijn moeder.” (Luk. 7:11-15, HSV)
Wanneer wij Openbaring 13:1 en 19:15 onderzoeken, komen wij tot de conclusie, dat er van WATEREN ook gesproken wordt in de zin van VOLKEREN en SCHAREN (d.i. grote menigten of mensenmassa’s) en NATIËN en TONGEN. In de eindtijd richt deze stem zich in een machtige proclamatie tot ALLE natiën en dan luidt ze gebiedend, overredend, terechtwijzend! De tijd is nog maar erg kort en duistenis valt reeds op deze oud geworden aarde. Straks komt onherroepelijk de nacht!… en dan is iedere gelegenheid voorbij!… óók voor de natiën!

Openbaring 1:16a, “En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand…”
Zijn Hand, EEN ALLESZINS BEKWAME HAND, houdt zeven sterren vast. Deze sterren worden door de Here Zelf later aangeduid als de “symbolen” van de zeven engelen van de zeven Gemeenten.
Met die “engelen” bedoelt Hij niemand anders dan de respectievelijke voorgangers van die Gemeenten. Immers, iedere brief opent met een “Schrijf aan de Engel van de Gemeente” (zie Openbaring, hoofdstuk 2 en 3).
De sterke, vaste greep van die krachtige Hand ondersteunt en bewaart Zijn dienstknechten, wier positie hen zo dikwijls blootstelt aan bijzondere gevaren!
Sterren zijn over het algemeen typebeelden van de HEILIGE GEEST; een ster kan ook het symbool zijn van EEN MET DE GEEST VERVULDE MENS, óók wel van een AUTORITEIT, of van een HEERSER.
“Ik zal Hem zien, maar niet nu; ik zal Hem aanschouwen, maar niet van nabij. Er zal een ster uit Jakob voortkomen, er zal een scepter uit Israël opkomen; hij zal de flanken van Moab verbrijzelen (SV: de palen der Moabieten verslaan) en alle zonen van Seth vernietigen.” (Num. 24:17, HSV)
Hier, in de eerdergenoemde brieven aan de 7 Gemeenten, betekent Engel: “BOODSCHAPPER (van God)”.
Let nu eens op de PLAATS, waar Hij staat, Die de “zeven sterren in Zijn rechterhand” houdt. Hij staat TE MIDDEN van de “zeven gouden kandelaren” (zie Openb. 1:12-13), dat is: TE MIDDEN VAN DE ZEVEN GEMEENTEN. Hij is de Vervuller van Zijn belofte: “En zie, Ik ben met u al de dagen…” (Matth. 28:20, HSV).
En dit beeld slaat niet alleen op de vorige belofte, maar óók op deze volgende: “Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden.” (Matth.18:20, HSV)

Openbaring 1:16b, “…en uit Zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard;…”
Het is het ZWAARD VAN ZIJN SOEVEREINITEIT! Dit zwaard wordt gehanteerd door Hem, Die het gericht DOOR HET WOORD van Zijn mond uitvoert en niemand vermag Hem te weerstaan. In Openbaring 19:15 lezen wij: “En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard”. (HSV)
Dit zwaard is scherp op de snede aan beide zijden… voor een tweevoudige werking: het moet INsnijden en UITsnijden! Dat wij dit toch goed verstaan! “Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard” zegt de apostel Paulus in Hebreeën 4:12.
Het is door dit Woord, dat de Zoon des mensen oordelen zal; in de eerste plaats degenen, die van Hem afgevallen zijn!
Wat zal het gevolg hiervan zijn? Evenmin als het mogelijk is in de zon te staren, wanneer die schijnt in Zijn kracht, alzo is het een onmogelijkheid om voor Zijn aangezicht alsdan te bestaan!… Welk een majesteit en hoe grote heerlijkheid straalt ons tegen uit elke trek van onze verheven Hogepriester!
Hij, Wiens voeten eenmaal in de geschiedenis van deze wereld onze aarde hebben betreden, staat hier in dit machtige visioen in alle hoogwaardigheid en gestrengheid van een hemelse Rechter, en met het autoritair gezag van de Koning der Eeuwen voor de door Gods Geest verlichte ogen van de geliefde apostel.

Openbaring 1:16c, “en Zijn gezicht (SV: aangezicht) was zoals de zon schijnt in haar kracht.”
Terecht vraagt men zich af, hoe het mogelijk is voor de sterveling om zo’n aangezicht te aanschouwen zonder te bezwijken. De apostel Johannes zou nimmer die alles verblindende glans van de Goddelijke Majesteit hebben kunnen verdragen zonder die wondere genade, waardoor het hem mogelijk werd gemaakt om in Hem eveneens de Heiland van zondaren en de eens-en-voor-allen gekruisigde Christus te zien. Glorie voor God! Het is daarom begrijpelijk en te verstaan, wanneer wij lezen:

Openbaring 1:17a,En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten, en Hij legde Zijn rechterhand op mij…”
Dit is voorwaar een hoogst ernstige getuigenis! Wat had dit aanschouwen van Jezus, zijn Heer, een effect op Johannes’ leven! Voorwaar, Hij is bekleed met de heerlijkheid van de zonneglans; er is immers “in Hem in het geheel geen duisternis”… “God is licht!” (zie 1 Joh. 1:5)
Hoe geweldig was de uitwerking! De krachten weken uit het lichaam van Johannes en hij viel “als dood” neer aan de voeten van zijn Meester.
Deze zelfde ervaring hadden verschillende profeten gekend. Daniël en Ezechiël ervoeren haar (zie Dan. 10:8-11 en Ezech. 1:28b-2:2). Hun levenskrachten vloden heen en ook zij vielen, bijna levenloos, ter aarde…
In het geval van Johannes raakte de Here Jezus Zijn apostel aan en deze aanraking was er één in de kracht van de dood en opstanding van Hem, “Die leeft tot in alle eeuwigheid…”.
Zodoende werd Johannes in staat gesteld om de diep-geestelijke ervaringen in profetie en in gezicht te kunnen genieten, en om ze daarna te kunnen optekenen. Kon dan Johannes die hemelse glans en heerlijkheid van Zijn Heer en God niet verdragen en moest hij onder de overweldigende indruk van die heerlijkheid als dood neervallen, het opleggen van die wonderwerkende hand op hem, werkte waarlijk vertroostend en versterkend uit. Dit ging gepaard aan de uitroep van de volgende geruststellende en vertroostende woorden:

Openbaring 1:17b-18, “…en (Hij) zei tegen mij: Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood (SV: de sleutels van de hel) en van de dood zelf.”
Het is alsof de Here Jezus de apostel heeft willen duidelijk maken: “Ik ben de Overwinnaar; Ik heb door Mijn dood de duivel, die de macht van de dood had, te niet gedaan en Ik heb de sleutels van de dood en de hel. Bij Mij bent u veilig; u en allen, die vanwege Mijn genade in hetzelfde zaligmakend geloof mogen staan, treft geen oordeel meer, want dat oordeel heb Ik in Mijn eigen lichaam op het kruis gedragen.”
Is er een heerlijker getuigenis denkbaar? Is er iets meer wondervol dan de bevestiging bij monde van de Here Jezus Christus Zelf van het Woord, destijds gelegd in de mond van Zijn geliefde apostel; het Woord dat wij nu kunnen vinden in Johannes’ eerste brief:
“Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel. Want zoals Hij is, zijn ook wij in deze wereld.” (1 Joh. 4:17, HSV)
Niet zodra heeft Johannes deze geestessterkende woorden vernomen, of hij was dan ook in staat om de heerlijkheid van de Here te aanschouwen, en de verdere mededelingen te ontvangen van Gods komende oordelen en gerichten over de Gemeente en de wereld.

Er zijn, naar aanleiding van datgene wat in de verzen 17 en 18 (van Openbaring 1) wordt betuigd, bindende conclusies te maken:

  • “IK BEN de Eerste”                                                     Jezus bezit de Hoogste Prioriteit.
  • “IK BEN de Laatste”                                                   Er is buiten Jezus NIEMAND MEER.
  • “IK BEN levend”                                                          Jezus kent ONSTERFELIJKHEID.
  • “IK BEN dood geweest”                                              MENSELIJKHEID is Jezus eigen.
  • “IK BEN levend in alle eeuwigheid”, en
  • “IK HEB de sleutels van de hel en van de dood”     Jezus bezit SUPERIORITEIT.

Het is in verband met het bovenstaande, dat de psalmist in zijn lof- en danklied voor de overwinning kon zingen:
“U bent opgevaren naar omhoog, U hebt gevangenen weggevoerd… Die God is ons een God van volkomen zaligheid; bij de HEERE, de Heere, zijn uitkomsten tegen de dood.” (Psalm 68:19-21, HSV)
De Schriften spreken ook nog van de volgende “sleutels”:

  • “En Ik zal de sleutel van het huis van David op Zijn schouder leggen. Als Hij opendoet, zal niemand sluiten. Als Hij sluit, zal niemand opendoen.” (Jes. 22:22, HSV)
  • “En schrijf aan de engel van de Gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel van David heeft, Die opent en niemand sluit, en Hij sluit en niemand opent.” (Openb. 3:7, HSV)
  • “Wee u, wetgeleerden, want u hebt de sleutel van de kennis weggenomen. Zelf bent u niet binnengegaan en u hebt hen die binnengingen, tegengehouden (SV: verhinderd).” (Luk. 11:52, HSV)
  • “En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en wat u bindt op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbindt op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.” (Matth. 16:19, HSV)

De Goddelijke opdracht herhaald

Openbaring 1:19, “Schrijf nu op wat u hebt gezien, en wat is, en wat hierna zal geschieden.”
Wij dienen steeds voor ogen te houden, dat het Boek Openbaring in alle opzichten PROFETISCH is. Heel het Boek, van het begin tot het einde toe, bevat “de woorden van deze profetie” (zie Openb. 1:3, 22:7, 10, 18, 19).
De apostel des Heren kreeg hier opdracht om ALLES wat hij zag op te schrijven. In verband met het alleszins profetisch karakter van hetgeen hij te zien zou krijgen, zou ik nog willen opmerken, dat deze gezichten alle betrekking hebben op “toekomstige gebeurtenissen”. Zij slaan in elk geval geenszins op feiten, die destijds al in het verleden lagen.

  1. Wat u hebt gezien”. Johannes had de Zoon des mensen gezien – “de Oude van dagen” (zie Dan. 7:9, 13, 22) – de gestorven en opgewekte Christus, Die de Zijnen in absolute veiligheid stelde, zodat zij zonder enige schroom of vrees Zijn heerlijkheid zouden mogen aanschouwen, ja, opdat zij zelfs met levensmoed en vertrouwen de dood tegemoet zouden kunnen treden.
  2. Wat is”. Dit slaat op de Gemeente van de levende God, die in de haar opgedragen taak heeft gefaald… en waardoor zodoende het Goddelijk oordeel zich op haar bevindt. Eén en ander wordt voorgesteld in de toestand van de destijds bestaande lokale gemeenten in Klein-Azië.
  3. Wat hierna zal geschieden”. Naar mijn mening bevat dit deel de grootste portie van deze profetie. De volle aandacht wordt gevraagd voor gebeurtenissen, waarvan God Zich, nadat de geschiedenis van de Gemeente voorbij is, bedienen zal om de boze wereld en het Jodendom te oordelen, en om Zijn Eniggeborene te verheerlijken als Hoofd van de gehele schepping.

Christus verklaart het visioen

Openbaring 1:20, “Het geheimenis (SV: de verborgenheid)van de zeven sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de zeven gouden kandelaren is: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven Gemeenten, en de zeven kandelaren die u hebt gezien, zijn de zeven Gemeenten.”
In dit vers wordt dan de verklaring gegeven, waarover reeds eerder is geschreven. Wanneer wij nu de aanhef lezen van de hierna volgende zeven brieven aan de zeven Gemeenten, zo  wordt het ons duidelijk, dat de voorgangers van die Gemeenten als één met die Gemeenten worden beschouwd.
In het begin van elke brief namelijk, wendt de Hogepriester Zich als volgt tot de engel (lees: voorganger) van de Gemeente: “Schrijf aan de engel van de Gemeente te/in…” (zie Openb. 2:1, 8, 12, 18 en 3:1, 7, 14).
In de aanhef wordt de voorganger onderscheiden van de Gemeente, maar als Hij aan het einde van de brief komt, zegt Hij telkens weer: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de Gemeenten zegt” (Openb. 2:7, 11, 17, 29 en 3:6, 13, 22 – HSV). Hier wordt ook de voorganger gerekend als tot de Gemeente te behoren, dus één met haar te zijn!
Daar zijn verder nog andere uitdrukkingen en dergelijke, die duidelijk aantonen, dat de verantwoordelijkheid niet wordt gelegd op de schouders van de engel (voorganger) maar op de Gemeente zelf als een collectief geheel.
Ofschoon dus de voorganger (de engel) als de vertegenwoordiger van de Gemeente wordt voorgesteld, is het nochtans de toestand van de Gemeente, waarmee de Hogepriester Zich bezighoudt.
Wij kunnen dus gevoegelijk zeggen, dat wij derhalve NIET moeten denken aan bepaalde personen, die door de Heilige Geest zijn aangesteld, en als zodanig verantwoordelijk zijn, maar wij moeten in deze engelen (voorgangers) de zedelijke vertegenwoordigers zien van de respectievelijke Gemeenten.
De Here Jezus ziet dus de gehele Gemeente in Zijn engel verpersoonlijkt, zodat Hij, schrijvende aan de engel van de Gemeente, Zich in feite richt tot de Gemeente zelf.
Dan nog dit feit: hoe dikwijls verliezen wij de waarheid uit het oog, dat de Here Jezus Christus de sterren, dit zijn “de engelen van de Gemeenten” (zie Openb. 1:20), in Zijn rechterhand houdt.
Wij worden hierdoor maar al te dikwijls verslagen! Laat ons er steeds aan blijven denken, dat wij in Zijn vaste greep geborgen zijn! Glorie voor God en Christus!
In deze verhandeling van hoofdstuk 1 van het Boek Openbaring heb ik u mogen wijzen op de hoogst heerlijke verschijning van onze HERE JEZUS CHRISTUS, als de ware HOGEPRIESTER, Die met zijn “URIM- en TUMMIM- HEERLIJKHEID” verscheen TEMIDDEN van Zijn Gemeente(n) met géén ander doel, dan om deze toe te bereiden voor de apotheose[1] van Zijn WEDERKOMST in de glorie van Zijn Vader en op de wolken des hemels…
Het is aan het einde van ditzelfde Boek, dat Hij in dezelfde heerlijkheid verschijnt, doch dan voor een Hem hatende en verwerpende wereld: “wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht” (2 Thess. 1:8-9, HSV).
Ik wil hier aan het eind van het 1ste hoofdstuk (van het Boek Openbaring) nog het feit op de voorgrond stellen, dat de Here Jezus Christus, als “de Leidsman en Voleinder van het geloof” (zie Hebr. 12:2, HSV), en als de eeuwige “Hogepriester en Hoofd van Zijn Lichaam”, actievol staat temidden van Zijn Gemeenten… gereed om de toestand van die Gemeenten te onderzoeken en te oordelen.
Reeds in het begin (van Openbaring hoofdstuk 2) treedt het karakter van de brieven duidelijk naar voren: “Hij Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die te midden van de zeven gouden kandelaren wandelt” (Openb. 2:1b, HSV), Hij vestigt Zijn allesdoordringende blik op de Gemeente en roept haar dan toe: Ik KEN uw werken(zie Openb. 2:2, 9, 13, 19 en 3:1, 8, 15 – HSV).

Drie Schriftuurlijke portretten van Christus…

Hogepriester:

Bruidegom:

De God van alle Eeuwen:

1. Zijn hoofd en haar: wit, als witte wol. (zie Openb. 1:14)
1. Zijn hoofd is van het fijnste goud;  Zijn haarlokken zijn gekruld, zwart als een raaf. (zie Hoogl. 5:11)
1. Het haar van Zijn hoofd als witte wol. (zie Dan. 7:9)
2. Zijn ogen: als een vuurvlam. (zie Openb. 1:14)
2. Zijn ogen zijn als duiven bij waterstromen, badend in melk, zittend bij een volle bron. (zie Hoogl. 5:12, HSV)
2. Zijn ogen als vurige fakkels. (zie Dan. 10:6)
3. Zijn voeten: als blinkend koper, gloeiend gemaakt in een oven. (zie Openb. 1:15)
3. Zijn voeten zijn van zuiver goud. (zie Hoogl. 5:15, HSV)
3. Zijn voeten als de glans van gepolijst koper. (zie Dan. 10:6, HSV)
4. Zijn stem klonk als het geluid van vele wateren. (zie Openb. 1:15)
4. Zijn gehemelte is één en al zoetheid. (zie Hoogl. 5:16)
4. De stem (of: het geluid) van Zijn woorden als het geluid van een menigte. (zie Dan. 10:6)
5. Zijn hand houdt zeven sterren vast. (zie Openb. 1:16)
5. Zijn handen zijn als gouden ringen gevuld met turkoois. (zie Hoogl. 5:14)
5. Zijn armen… als de glans van gepolijst koper. (zie Dan. 10:6, HSV)
6. Uit Zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard. (zie Openb. 1:16)
6. Zijn lippen zijn als lelies druipend van vloeiende mirre. (zie Hoogl. 5:13)
6. Zijn aangezicht (of: gezicht) als het uiterlijk van de bliksem. (zie Dan. 10:6)
7. Zijn aangezicht (of: gezicht), was zoals de zon schijnt in haar kracht. (zie Openb. 1:16)
7. Zijn wangen zijn als een bed van specerijen, als welriekende torentjes. (zie Hoogl. 5:13)
7. De Oude van dagen… Wiens kleed wit was als de sneeuw (zie Dan. 7:9) … Een Man met linnen bekleed. (zie Dan. 10:5).
8. Bekleed met een lang wit kleed tot op de voeten. (zie Openb. 1:13)
8. Mijn Liefste is blank en rood, Hij steekt als een vaandel boven tienduizend uit. (zie Hoogl. 5:10, HSV)
8. Zijn heupen omgord met het fijne goud uit Ufaz. (zie Dan. 10:5, HSV)
9. Eén, de Zoon des mensen gelijk. (zie Openb. 1:13)
9. Zijn buik is als blinkend ivoor, bedekt met saffieren. (zie Hoogl. 5:14)
9. “Toen ik dat grote visioen zag, bleef er in mij geen kracht over”. (zie Dan. 10:8-9)
10. En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten… En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf. (zie Openb. 1:17-18, HSV)
10. Zijn benen zijn als witmarmeren pilaren, gegrondvest op voetstukken van zuiver goud. (zie Hoogl. 5:15, HSV)
11. Zijn gestalte is als de Libanon, uitverkoren als de cederen. (zie Hoogl. 5:15)
12. Ontmoeting in Hoogl. 6:3-4, NA de “uitnodiging”. Zie Hoogl. 4:8 en versta!

 CJH Theys[2]
(1903 – 1983)

Einde van Hoofdstuk 1van het Boek Openbaring.
KLIK HIER voor hoofdstuk 2.


[1] Apotheose = Volgens het woordenboek: Schitterende slot-scène van een toneel-, muziekstuk enz. en/of verheffing van een sterveling tot het niveau van een god. (noot – AK)
[2] De Bijbelverzen zijn weliswaar omgezet naar de HSV-vertaling (soms met een gedeelte van de SV erbij vermeld), maar aan de oorspronkelijke (taalkundig wat oudere) tekst is – vooral vanwege tijdgebrek – weinig gewijzigd.
Advertenties

Een reactie op Openbaring 01 vers 10b-20

  1. Een broeder in de Heer (via mail) zegt:

    Beste A. Klein,

    Dank u wel dat u deze studies over de Bijbel, het Woord van God, via internet aanbiedt aan een ieder die ervoor open staat en voor de tijd en moeite die u ervoor geeft.

    De studie over Openbaring van broeder C.J.H. Theys spreekt me zeker aan.

    Met vriendelijke groet,
    R.S.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s