Openbaring 03 vers 1-13

KLIK HIER als u hoofdstuk 3 wilt uitprinten of downloaden.

De OPENBARING aan Johannes

De brieven aan de 7 Gemeenten (vervolg) 

5. De brief aan de Gemeente te Sardis

Wanneer wij deze brief aandachtig en biddend lezen, zo zullen wij weldra kunnen constateren, dat wij hier te maken hebben met een nieuwe toestand van zaken. Dit wil zeggen dat beschouwd VANUIT HET PROFETISCH OOGPUNT, Sardis een geheel nieuw tijdperk in de geschiedenis van de Christelijke Kerk inluidt…
Naar onze mening vinden wij in de eerste vier brieven de Gemeentelijke toestand vóór de dagen van de wereldbekende Hervorming en hebben wij al mogen zien tot welk een hoogte de zonde in Thyatira gekomen was… DE KERK WAS DE BRON GEWORDEN VAN ALLE ONGERECHTIGHEID, ja, zelfs de VERVOLGSTER VAN DE WARE KINDEREN GODS! Wat niet voor mogelijk werd gehouden, was werkelijkheid geworden. Was het destijds zó, eveneens zal het straks zó zijn. Ook wij hebben de meest afschuwwekkende dingen te verwachten, niet van de zijde van de wereld, maar van de kant van de zogenaamde Christenen. De Here Jezus heeft ons al deze dingen voorzegt; Laat het Woord van God ons overtuigen!
Sardis… de “stervende Gemeente”, vol van FORMALISME[1] en VALSE BELIJDERS… Ze beslaat een tijdsperiode in de Kerkgeschiedenis reikende van het jaar 1520 tot het jaar 1750. Aan de ene kant zien wij de pikzwarte Middeleeuwen met hun afgoderij en gruwelen, het vervloekte pausdom met zijn aanmatiging, zijn valse claims en vervolgingswoede; ook zien wij aan deze kant Gods oordeel over de Roomse Kerk, die zich niet bekeren wil…; aan de andere kant zien wij, dat, toen de duisternis als het ware op haar hoogtepunt gekomen was, de Here Zijn Licht en Zijn Waarheid deed verspreiden. Toen begon een verfrissende Geesteswind met levendmakende kracht te waaien door de afgodische Gemeente, en in de Kerkgeschiedenis lezen wij alsdan van de gezegende Hervorming.
Weer werd het Woord van God als een kaars op de kandelaar geplaatst; het Woord van God dat onder menselijke overleveringen en inzettingen begraven was. Met een verrassende snelheid, door geen mens verwacht, verspreidde het licht en leven zich in een diep in de zonde verzonken wereld. Duizenden en nogmaals duizenden aanvaardden de prediking van “de rechtvaardigmaking door het geloof in de Here Jezus Christus zonder de werken van de wet”. Alhoewel de zogenaamd onfeilbare, alleenzaligmakende (?) kerk haar sterke reuzenarm verhief en een felle haat tentoonspreidde tegen Christus en Zijn Woord in de meest gruwelijke vervolgingen en afschuwelijke moordtonelen, tòch was “de beweging, die uit God geboren was” niet te stuiten.
Helaas (!) die frisse Opwekking, dat geloof van die dagen, en die ontwaking als het ware uit een lange, Middeleeuwse dronkemansslaap, duurde niet lang. Al in de dagen van Luther begon de (geestelijke) verslapping en tenslotte het (geestelijk) verval zich duidelijk te vertonen en al gauw had het “formalisme”[2] zich in de Hervorming genesteld. Dit nu wordt ons duidelijk en levendig in deze brief aan de Gemeente te Sardis uitgeschilderd. Wat wij bij het bestuderen van deze brief dus goed gescheiden moeten houden, zijn de volgende feiten:

  1. Het machtige, gezegende werk van de Geest van God door middel van de van Godswege geroepen “hervormers”,… en
  2. De betreurenswaardige toestand, die naderhand ontstond.

Er bestond een groot verschil tussen de apostolische tijd, en die van deze goedwillende hervormers! Predikten de eersten in alle opzichten de volle waarheid Gods, HET VOLLE EVANGELIE, en leidden zij het Lichaam des Heren, de Gemeente, geheel overeenkomstig Gods Woord, de laatsten verkeerden “bij al het licht, dat zij hadden” in dwaling omtrent vele punten van leer, gedrag en leven. Zo waren zij in menig opzicht schuldig aan het komende verval. Niet dat zij dit hebben gewild, verre van dat, maar zij konden de dingen en zaken slechts zien en verstaan in het licht, dat hun geschonken was, en méér niet!
Daarom wordt ons oog in deze brief afgewend van alles, wat mensen gedaan hebben en worden onze blikken gericht op Degene, Die de enige Bron is van kracht en autoriteit: op Christus, Die Zich hier ook alzo introduceert.

Openbaring 3:1a, “En schrijf aan de engel van de Gemeente in Sardis: Dit zegt Hij Die de 7 Geesten van God[3] heeft en de 7 sterren:…”
CHRISTUS ALLEEN heeft DE VOLHEID VAN DE GEEST en Hij alleen heeft ALLE GEZAG in de hemel en op de aarde; en daarom zeer zeker in de Gemeente! En onder alle omstandigheden behoudt Hij deze beide.
En al heeft Hij hier de sterren niet in Zijn rechterhand, zoals gezien in het geval van Efeze, omdat de algemene toestand verergerd is, tòch zegt Hij hier: Ik HEB de 7 sterren. Hieruit kunnen wij gevoeglijk opmaken, dat Hij ze in geen geval heeft losgelaten! Hij heeft ze nog altijd onder Zijn opzicht en bestuur.
De Kerkgeschiedenis openbaart ons het niet te weerleggen feit, dat de grootste dwaling van de Hervorming was: de terzijdestelling van HET AUTORITAIR GEZAG van Christus!
De pauselijke macht vrezend, zochten ze, mede vanwege hun ijver om daarvan volkomen bevrijd te worden, de oplossing en uitkomst in vele andere dingen en vergaten ze… de Goddelijke Waarheid van het Woord: “Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest (zal het geschieden), zegt de Heere van de legermachten (Zach. 4:6b, HSV). Amen.
Het was hierdoor, dat het tweesnijdend zwaard van de Geest, Gods Woord, al spoedig wederom in de schede rustte, terwijl de wapens van het vlees weer werden gehanteerd.
Aan de Heilige Geest, de Geest der Waarheid, de enige Leidsman, werden de teugels ontnomen. Men legde deze in handen van sterfelijke mensen om zodoende langs die weg deze beweging de vaste plaats te verschaffen op deze aarde. Tegelijkertijd ontstonden door de verscheidenheid van meningen: haat, tweedracht en dergelijke! Nog eerder dan werd verwacht was “de dood in de pot”.

Openbaring 3:1b, “Ik ken uw werken, en weet dat u de naam hebt dat u leeft, maar u bent (geestelijk gezien) dood.”
Al werd in deze Gemeente niet het verderf aangetroffen, zoals die in Thyatira van afgodendienst en al wat daarmee gepaard ging, toch was de algemene toestand niet minder treurig.
Van het ene uiterste vervielen zij in het andere uiterste: verwierpen zij terecht “de werken” als zodanig, als VRUCHTEN VAN HET GELOOF kwamen deze “werken” wel heel ver op de achtergrond. Daarvandaan dat wij lezen in:

Openbaring 3:2b, “…want Ik heb uw werken niet vol bevonden voor God.”
In plaats van de waarheid van de rechtvaardigmaking door het geloof, dit is: zonder de werken van de wet, als leer en uitgangspunt te stellen, werd ze al gauw beschouwd als einddoel.
DE PRAKTISCHE HEILIGMAKING, het vragen naar en het wachten op DE OPENBARING VAN GODS WIL, leden hierdoor schade!
In plaats van zich in alles te onderwerpen aan het Woord van God, begon men in het openbaar het volgen van eigen mening en inzichten voor te staan. Daar werden evenveel “richters” gevonden als “meningen”… Daarvandaan het vermanende Woord:

Openbaring 3:2a, “Wees waakzaam en versterk het overige dat dreigt te sterven,…”
Tegelijkertijd was daar de ernstige raadslag:

Openbaring 3:3a, “Bedenk dan hoe u het hebt ontvangen en gehoord, en houd het vast en bekeer u.”
Zij hadden dus iets ontvangen, dat zij hadden prijsgegeven; iets waarvan zij in de loop van de tijd waren afgeweken en nu moesten zij zich dat zo spoedig mogelijk herinneren, om daarheen terug te keren! DE WEG TERUG is altijd de moeilijkste geweest en hij is het nu nog!
Maar God wilde, dat zij zouden betrouwen op Zijn Woord alleen, als de enige en onbedrieglijke Bron van Waarheid, van Kracht en van Troost. Aan dit Woord moesten zij zich geheel onderwerpen met prijsgeving van ALLE eigen instellingen. In een toestand als waarin zij verkeerden, kon onmogelijk enige verdere openbaring van God tot hen komen, noch enige belichting van het Woord.
Wanneer geen afstand wordt gedaan van eigen, WAARDELOZE INZICHTEN en GELIJKVORMIGHEID AAN DE WERELD, wanneer wordt voortgegaan met het zoeken van gemak en eer – met al de aankleve hiervan – blijft voor dezulken ook niets anders over dan het oordeel van God!

Openbaring 3:3b, “Als u dan niet waakzaam bent, zal Ik bij u komen als een dief en u zult beslist niet weten op welk uur Ik bij u zal komen.”
Een plotseling, geheel onverwachts, “overvallen worden” zal het deel zijn van deze Gemeente en een plotselinge straf… NAAM-CHRISTENDOM komt eenzelfde behandeling toe als de wereld, waaraan het gelijkvormig is geworden! Gode zij dank (!) worden er ook hier nog “getrouwen” gevonden…

Openbaring 3:4-5a, “Maar u hebt ook in Sardis enkele personen die hun kleren (SV: klederen) niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte kleren, omdat zij het waard zijn. Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren…”
De werken van deze Gemeente waren NIET VOLKOMEN voor God, doch zij, die als waarachtige Christenen wandelden alle reinheid en heiligmaking, werden WAARDIG GEKEURD om met hun Heer en God te WANDELEN IN WITTE KLEDEREN, dit is IN VOLKOMEN GERECHTIGHEID! Halleluja! Welk een belofte! Waaraan dan nog voor de overwinnaars werd toegevoegd:

Openbaring 3:5b-6, “…en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het Boek des Levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de Gemeenten zegt.
En dit nu IS en BLIJFT het deel van al de getrouwen, hoe bedroevend het leven en het gedrag van de Gemeente in het algemeen ook moge zijn.
Welk een hoogst ernstige aansporing voor ons, die in deze dagen van genade leven om AF TE WIJKEN VAN AL HET KWAAD, en ons alléén te onderwerpen aan HET GEZAG VAN GODS HEILIG, EN FEILLOOS WOORD!

Aantekening
Sardis heeft:

  • als LOFPRIJS:                               Weinigen die hun klederen niet bevlekt hebben.
  • als VEROORDELING:                  De naam van te leven, maar in feite (geestelijk gezien) dood.
  • als TITEL VOOR CHRISTUS:    Hij, Die de 7 Geesten Gods[4] heeft en de 7 sterren.

6. De brief aan de Gemeente te Filadelfia

Profetisch kregen wij in Sardis de toestand beschreven ná de zogenaamde Hervorming. Was het kenmerk van deze Gemeente enkel nog “de naam van te leven” (zie Openb. 3:1b), de weinige getrouwen die erin waren, zouden uitgroeien tot de Gemeente, die wordt vergeleken met die te Filadelfia, terwijl wij zullen zien, dat de anderen, namelijk zij die enkel de naam hebben van te leven, maar in feite dood zijn, zullen geraken in een toestand, die nog verschrikkelijker is dan zij reeds was, om tenslotte “uit ‘s Heren mond te worden uitgespuwd” (zie Openb. 3:16). Is er een ergere toestand denkbaar?! Deze Gemeente wordt hierna beschouwd en toegesproken in de (7de) brief aan de Gemeente te Laodicéa.
Hier in deze brief aan Filadelfia heeft men daarom de beschrijving van een geheel nieuwe en bijzondere toestand. Profetisch hebben wij hier in elk geval te maken met de toegewijde en liefhebbende Gemeente uit de Kerkgeschiedenis, voorkomende van het jaar 1750 tot1900. In dit tijdperk van de geschiedenis vinden wij het begin van alle activiteit op het gebied van zending en opwekking over de gehele wereld…
Namen van grote opwekkingspredikers, door God op een wondervolle wijze gebruikt – zoals Carey, Wesley, Whitefield, Finney, Moody en anderen – zijn voor de wereld overbekend tot op deze dag. God zij de glorie!
Daarom vinden wij in deze brief geen enkel woord van vermaan of berisping en dit vooral doet ons duidelijk zien uit welk oogpunt God Zijn heiligen beschouwt. Niet zoals wij, mensen, dat doen, namelijk uit het oogpunt van… “de menselijke zwakheid”, maar uit het oogpunt van Gods volheerlijke genade! Geprezen zij Zijn Naam!
Wij herinneren ons het Woord, dat geschreven staat van Israël, als volk des Heren: “Hoe schoon zijn uw woningen, o Israël, en hoe lieflijk uw tenten, o Jakob.” (Numeri 24:5, SV)
God gaf dit getuigenis aangaande Zijn volk ten dage dat het vertoefde in de velden van Moab. God aanschouwt ons, die Hem in waarachtigheid willen dienen – en dat is zo door alle eeuwen heen – als afgezonderd van de zogenaamde “naam-belijders”.
Het nieuwe werk van de Heilige Geest van ònze dagen is zo geheel en al in volmaakte harmonie met de geopenbaarde wil van een heilige God ten aanzien van Zijn kinderen, is zo geheel en al in overeenstemming met Gods gedachten over de afzondering van de WARE GELOVIGEN van de grote massa van de oppervlakkige belijders. Dit wordt duidelijk aangetoond door de inhoud van deze brief.
Op zo’n geheel andere wijze komt de Here Jezus in deze brief tot deze Gemeente. Let goed op! De Heer spreekt hier NIET zozeer over WAT HIJ HEEFT, maar wel over WAT HIJ IS! 

Openbaring 3:7, “En schrijf aan de engel van de Gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel van David heeft, Die opent en niemand sluit, en Hij sluit en niemand opent:…”
Altijd WAS en IS de Persoon van de Here Jezus Christus DE CENTRALE FIGUUR daar, waar kinderen Gods zich verzamelen, en vormt HIJ DE ONUITWISBARE HOOP van hun aller verwachting.
Waarom? Omdat onze gemeenschap met Hem ONVERBREKELIJK is! Halleluja! Wij zijn en blijven aan Hem verbonden met al de toegenegenheid van onze ziel. ALLE andere dingen en zaken, alle instellingen en inzettingen van mensen, hoe schoon ook, ze verliezen daarbij alle waarde.
Dit is dikwijls heel moeilijk te verstaan, maar tòch is dit zo. Hoe dichter wij tot Hem komen, hoe gezegender Zijn tegenwoordigheid in ons hart en leven is, maar ook hoe méér wij bevrijd worden van ALLE invloed van dode formaliteit en schijn. Immers Jezus Christus is DE HEILIGE, Degene Die afgezonderd is van alles wat niet uit God is. En nu is er iets, dat geldt voor ALLEN, die zeggen in Hem te geloven – op de één of andere wijze moeten Gods kinderen hiermee in overeenstemming zijn – namelijk: hoe méér gelijkvormigheid met Christus, des te gezonder is het oordeel over diegenen, die in deze laatste dagen alleen maar “een schijn van godsvrucht (SV: een gedaante van godzaligheid) (zie 2 Tim. 3:5) hebben.
Wij, die belijden “Pinksteren[5] te beleven”, doen er goed aan om rekening met het volgende te houden: de mensen zoeken niet ONS te zien, maar wel CHRISTUS te vinden!
In de hiervoor geciteerde Bijbeltekst lezen wij, dat Hij behalve HEILIG óók WAARACHTIG is. Dit wil zeggen: DE WARE OPENBARING van hetgeen God is, Ook is Jezus waarachtig in Zijn Woord, want… HIJ IS HET WOORD. Oók is Hij waarachtig in al Zijn beloften, zij zijn alle JA en AMEN in Hem. Geprezen zij de Naam van Jezus!
De Here Jezus Christus is Soeverein en bezit het absolute gezag in Zijn Huis, Zijn Tempel, Zijn Woning en óók over alle koninkrijken van deze aarde. Hij heeft inderdaad, overeenkomstig het profetisch woord van Jesaja 22:22, “de sleutel van het huis van David” (HSV).
En wij, als Gods kinderen, mogen de volkomen openbaring van die macht van God in Christus door Zijn Woord aanschouwen. Hij heeft ALLE MACHT in hemel en op aarde en geen macht waar ook, kan Hem verhinderen om te openen of te sluiten! En gelijk David het koninkrijk gaf “aan wie hij wilde”, zo geeft Jezus Christus DE SLEUTELS VAN HET KONINKRIJK DER HEMELEN aan wie Hij wil.
“En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en wat u bindt op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbindt op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.” (Matth. 16:19, HSV)

Openbaring 3:8a, “Ik ken uw werken. Zie, Ik heb voor uw ogen een geopende deur gegeven en niemand kan die sluiten, want u hebt weinig (SV: kleine) kracht…”
Met “de sleutel van David” (zie Openb. 3:7) heeft de Here voor Zijn zwakke dienstknechten “een geopende deur gegeven…”  Zijzelf hebben maar “kleine kracht”, kunnen deze deur niet zelf openen en daarom komt Hij, Die het wel kan, opdat zij ZONDER EIGEN KRACHTSINSPANNING, door een geopende deur, zullen kunnen ingaan. De hoogmoedigen worden hierdoor vernederd en de heiligen verhoogd!
De geest van rebellie onder de volkeren werd door de Here Jezus gebruikt om de sloten en grendels, die de Roomse Kerk op de deuren geschoven had, open te breken en vele streken van deze aarde – door Rome zich toegeëigend  in een onwettige, onrechtmatige claim en gesloten voor de prediking van het vrije en volle Evangelie – werden opengesteld. Halleluja!
Verzonken, als het ware, in het bijgeloof en heidendom van de Roomse leer en kerk, kwamen “volken, natiën en talen” (zie Openb. 5:9, 7:9, 10:11, 11:9 en 14:6) vrij om te luisteren naar de blijde klanken van het gepredikte Woord van de levende God.
Hiermee bewees de Here Jezus, hoe Hij over “de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad” (zie Ef. 6:12, HSV), wist – en nog weet – te triomferen! Glorie voor God!
En nu, levende in de laatste dagen van een bedeling van genade, vragen velen zich af: “Wáár vinden wij de ijver van Petrus, wáár de energie van Paulus, wáár de onverflauwde belijdenis van de martelaren? Wáár blijven die wonderen en tekenen, en de gaven en vreemde talen, die gevonden werden in de “Vroege Regen Gemeente”[6]?
Inderdaad, daar vallen reeds “druppelen van zegen” uit een geopende hemel, maar God heeft toch STORTVLOEDEN beloofd! Hoe lang moeten wij nog wachten? Geen nood, geliefden! Hij, “Die de sleutel van David heeft” (zie Openb. 3:7), is nog altijd Dezelfde en is gezeten op Zijn troon. Hij is en blijft onveranderlijk in Woord en daad, in trouw en in macht!
Laat ons de ogen slechts op Hem gevestigd houden, want Zijn “kracht wordt in zwakheid volbracht” (zie 2 Kor. 12:9). Amen.
Naast die “kleine kracht”, die door Hem in deze Gemeente gevonden wordt, zijn er twee dingen, die in Zijn ogen kostbaar zijn, namelijk:

Openbaring 3:8b, “…en toch hebt u Mijn Woord in acht genomen (SV: Gij hebt Mijn Woord bewaard)en Mijn Naam niet verloochend.”
Het is altijd zo geweest, dat God nooit grote kracht heeft gegeven in een tijd van algemeen verval; en in de laatste tijd, waarin bijgeloof overvloedig wortel schiet, en groeit, is ZIJN WOORD niet alleen het middel om de mensen terug te brengen tot de Bron van Licht en van Leven… maar ook is het: HET ENIGE LICHT te midden van alle verwarring, om waarheid van leugen te onderscheiden.
En wij moeten bekennen, dat het een verheugend iets is, dat in onze dagen zo velen – met steeds toenemende belangstelling – het WOORD van God onderzoeken; evenzo is het een verblijdend teken, dat er nog altijd gelovigen worden gevonden, die eerlijk alle traditie van het geloof van zich afschudden en zich buigen voor het gezag van de Bijbel!
Altijd zullen menselijke instellingen moeten wijken voor de geboden van de Here. Hoe méér onderzoek van de Schriften, hoe méér de kostbaarheid van de NAAM VAN JEZUS zal worden gekend en… ook genoten! Halleluja! Want IN DEZE NAAM ALLEEN is er behoudenis.
Wij moeten bidden in deze Naam (van Jezus), vergaderen in deze Naam tot opbouw van het geloof en tot verheerlijking van God, de Vader; en naarmate de fundamenten van de Christelijke Kerk weggeslagen worden door “de onderstromen van de tijd” – wat geschiedt er nu feitelijk nog openbaar? – naar diezelfde maat klemmen Gods kinderen zich des te vaster aan deze Naam, die “boven alle naam” is (zie Filip. 2:9).
Het Vaderhart van God wordt verkwikt, wanneer Hij ziet, hoe Zijn kinderen, levende te midden van ongeloof… en verwerping van de Bijbel, zich toch weten vast te klemmen aan dat Woord en dat ondanks de algemene verachting, de zoete Naam van Jezus ons lief en dierbaar blijft!
De gelovigen van de Gemeente te Filadelfia hadden waarlijk grote behoefte aan die vertroosting, waar zij zulk een hoon, spot en verachting moesten verduren van degenen, van wie de godsdienst gegrond was op voze (d.i. moreel bedorven en/of geestelijk krachtloze) menselijke instellingen, en NIET op het onveranderlijk Woord van God, NIET op de Rots der Eeuwen!

Openbaring 3:9, “Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge van de satan, van hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen. Zie, Ik zal maken dat zij komen en aan uw voeten aanbidden en erkennen dat Ik u liefheb.”
Welk een stimulans voor de kinderen Gods deze woorden te horen spreken. De grootste tegenstanders zullen door Gods wondervolle wegen, leiding en werken ertoe worden gebracht om TE KOMEN EN TE ERKENNEN, dat die zo verachte, kleine kudde, hoe zwak ook van kracht, aan Zijn Woord en aan Zijn Naam getrouw is, en dientengevolge zich kàn en màg verheugen in de liefde en de genade van de Here.
Dan volgt wederom een belofte:

Openbaring 3:10, “Omdat u het Woord van Mijn volharding (SV: lijdzaamheid) hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking (d.i. de grote verdrukking), die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken.”
Omdat de Here Jezus Christus zal wederkomen, weet Hij als niemand anders te wachten. Daarom moeten ook wij deze lijdzaamheid betrachten. Laten wij ook hierin Zijn voetstappen drukken (d.i. Zijn voorbeeld navolgen). Laten wij Zijn Woord bewaren, geduldig en volhardend om tegelijk uit te zien naar Zijn wederkomst in glorie!
Wie dit doet, zal door Hem bewaard worden “voor het uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal”.
Wat ons hier geboden wordt is de pertinente en voor geen tegenspraak vatbare belofte, dat allen die Christus’ verschijning liefhebben, door Hem zullen worden bewaard.
Een heerlijke belofte, die wordt gevolgd door een niet minder heerlijke verzekering:

Openbaring 3:11a, “Zie, Ik kom spoedig.”
Wordt Sardis bedreigd met Zijn komst ten oordeel, hier spreekt de Hemelbruidegom, Die Zijn geliefde vertroost, bemoedigt en tot volhardend wachten aanspoort met de woorden:

Openbaring 3:11b, “Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen.”
Dit is niet alleen een Woord, dat bijna 2000 jaar terug gesproken is, maar het wordt ons ook NU toegeroepen! Nù leven wij in de tijdsbedeling van de Heilige Geest; de laatste tijdsbedeling in het Goddelijk Raadsplan van Verlossing… Wij MOETEN NU luisteren naar Zijn Stem!
Tenslotte de belofte:

Openbaring 3:12-13, “Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil (SV: pilaar) in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem,[7]dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de Gemeenten zegt.”
Hier geeft de Here aan Filadelfia een DRIEVOUDIGE belofte! “Een pilaar” is het symbool van kracht. Gods tempel wordt erdoor ondersteund. En dat voor eeuwig! Hoe wondervol!
De woorden: “hij zal daaruit niet meer weggaan” duiden op een ONVERANDERLIJKE POSITIE, onveranderlijk en onwrikbaar! Amen.
Dan “de Naam van God” en “de stad van God”, geschreven op die “pilaar”…. Wie Zijn Woord heeft bewaard, zal in GEMEENSCHAP verkeren met zijn/haar God.
Wie “een vreemdeling op aarde” was en/of is (zie Hebr. 11:13), zal ook eenmaal wonen in de stad van zijn/haar God, in “het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel”.
Uiteindelijk ontvangt de overwinnaar ook de nieuwe Naam des Heren: HERE JEZUS CHRISTUS (!) het drievoudige zegel, gedrukt op de voorhoofden van hen, die hier op aarde veracht, bespot en gesmaad worden.
Merk eens op, hoe PERSOONLIJK al deze beloften hier zijn! Niemand anders kan de plaats van de overwinnaar innemen; het is alles zijn/haar PERSOONLIJK deel in Christus.

Aantekening
Filadelfia heeft:

  • als LOFPRIJS:                               U hebt Mijn Woord bewaard en hebt Mijn Naam niet verloochend.
  • als VEROORDELING:                   Geen.
  • als TITEL VOOR CHRISTUS:    De Heilige, de Waarachtige; Hij, Die de Sleutel Davids heeft; Hij Die opent en niemand sluit, en Die sluit en niemand opent.

CJH Theys[8]
(1903 – 1983)

KLIK HIER voor het vervolg van hoofdstuk 3.


[1] Formalisme = Het angstvallig hechten aan de uiterlijke vorm. (noot – AK)
[2] Zie noot 1.
[3] Zie eventueel de studie De 7 Geesten van God en van het Lam van God, van E. van den Worm. (noot – AK)
[4] Zie noot 3.
[5] “Pinksteren beleven” = De ervaring van hen die de doop en/of vervulling met de Heilige Geest ontvangen hebben. Een verwijzing naar de gebeurtenis op die 1ste (Nieuwtestamentische) Pinksterdag, volgens Handelingen 2:1-4. (noot – AK)
[6] De “Vroege Regen Gemeente” = De 1ste “Pinkstergemeente”, vanwege de UITSTORTING van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, volgens Handelingen 2 vers 1-4. Tevens een verwijzing naar de profetie uit Joël 2:23: “En u, kinderen van Sion, verheug u en wees blij in de HERE, uw God, want Hij zal u geven de Leraar tot gerechtigheid. Die zal Regen op u doen neerdalen, vroege Regen en Late (SV: Spade) Regen in de eerste maand (beter vertaald: zoals in het begin). (noot – AK)
[7] Zie eventueel de studie Het nieuwe Jeruzalem, de Bruid van het Lam van God, het Lichaam van Christus, van E. van den Worm. (noot – AK)
[8] De Bijbelverzen zijn weliswaar omgezet naar de HSV-vertaling (soms met een gedeelte van de SV erbij vermeld), maar aan de oorspronkelijke (taalkundig wat oudere) tekst is – vooral vanwege tijdgebrek – weinig gewijzigd. (noot – AK)
Advertenties

Een reactie op Openbaring 03 vers 1-13

  1. Ron zegt:

    De Geest van God en mijn geest zeggen in gezamenlijkheid een volmondig Amen.
    Heere, hoe machtig veranderen wij door de kracht van Uw Woord. Hoeveel gaat dit alles te boven, ver boven de heerlijkheden van deze wereld. Ik bid dat velen inzicht gaan krijgen in Uw geheimenis en Uw kracht zullen ontdekken. Er is niemand zoals U.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s