Openbaring 10 vers 1-11

KLIK HIER als u hoofdstuk 10 wilt uitprinten of downloaden.

De OPENBARING aan Johannes

Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld AANGEZEGD  

Nogmaals: de condities in de laatste dagen

Ofschoon het 9de hoofdstuk in haar geheel reeds onder de loep is genomen, kunnen wij niet nalaten nog even te vervallen in een zogenaamde “na-beschouwing” met betrekking tot de condities in “de laatste dagen”, en willen hierbij dan aanhaken aan Openbaring 9 vers 15: “En de 4 engelen werden losgemaakt (SV: ontbonden). Zij waren in gereedheid gehouden tegen het uur en de dag en de maand en het jaar dat zij het derde deel van de mensen zouden doden.” Omdat hier sprake is van “losmaken/ontbinden”, weten wij (ofwel: wij verstaan door het geloof), dat deze engelen vóórdien “gebonden” waren en nu nog zijn. Deze kunnen daarom alleen de eertijds “gevallen engelen” zijn! Zoals de Here God in Zijn raadsplan van verlossing 4 grote leidsmannen (leiders) gesteld heeft, namelijk: Henoch, Mozes, Elia en de Mens Jezus; net zo heeft satan zich 4 “demonen-leiders” gekozen. Telkens weer zal hij de Here God nabootsen, na-apen, in alle werk; en zijn enige hoop is nog altijd om Die Ene na te volgen op iedere weg en manier, Die boven hem staat!
Omdat wij vooral in het Boek Openbaring “tijd” leren onderscheiden – zoals door de Openbaarder van Gods verborgenheden, de Heilige Geest, bedoeld – geloven wij, dat wij in dit tijdsbestek geconfronteerd worden met het “laatste” jaar, de “laatste” maand, de “laatste” dag, en het “laatste” uur van de tijdsbedeling van het Evangelie. Met andere woorden: met “de sluitingstijd”, welke weldra gevolgd zal worden door de Profetische periode van de grote verdrukking. Het zal in déze tijd zijn dat de mensheid de laatste aan haar aangeboden kans (in de tijd van Genade) zal hebben verworpen, zoals duidelijk wordt uit Openbaring 9 vers 21: “Ook bekeerden zij zich niet van hun moorden, hun tovenarij, hun ontucht en het plegen van diefstal.” Daarom zal satan weldra zijn laatste kans hebben!
Hoedanig de condities in de laatste dagen wel zullen zijn, is een gerechtvaardigde vraag. De waarheid van de prediking van het Evangelie zal alsdan door de mensen zijn verworpen. En hiermee hebben zij zichzelf gemaakt tot Gods vijanden. Zij zullen zich gekeerd hebben tot “afgodendienst” en de “aanbidding van demonen”. In dit verband is het goed ons te herinneren wat de apostel Paulus destijds heeft geschreven en waarmee hij de Korinthiërs heeft gewaarschuwd: “ik zeg dit omdat wat de heidenen offeren, zij dat aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u met de demonen gemeenschap hebt. U kunt niet de drinkbeker van de Heere drinken én de drinkbeker van de demonen. U kunt niet deelhebben aan de tafel van de Heere én aan de tafel van de demonen.” (1 Kor. 10:20-21). Laten wij ook nog Leviticus 17:7 onderzoeken, samen met Deuteronomium 32:17.
Dit is géén wonder. Waar God niet meer wordt gekend en erkend, valt alle heerschappij de demonen ten deel. Zelfs ònze tijd openbaart het feit, dat de mensen véél méér geneigd zijn om al het andere te geloven en aan te nemen, dan het Woord van de levende God! Lettende op “de laatste dagen” zullen deze worden gekenmerkt door ten-hemel-schreiende “immoraliteit”: “…Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van God. Zij hebben een schijn van godsvrucht (SV: een gedaante van godzaligheid), maar hebben de kracht ervan verloochend….” (2 Tim. 3:1-5). De Here Jezus heeft zulks voorzegd in Zijn profetische rede in Mattheus 24:37-39. Onderzoek ook nog Lukas 17:28-30.
En zien wij al déze dingen niet reeds in ònze dagen? Opstanden, revoluties, roofmoorden, bestialiteiten, perversiteiten… alle in steeds toenemende mate! Voorwaar, de hedendaagse mens is nog maar een “nummer”, en zijn leven is niet veel meer waard. Dit zijn allemaal onweerlegbare bewijzen dat gerechtigheid op de aarde niet meer wordt gevonden!  De “werken van het vlees” – in allerlei vormen en gedaanten – hebben in ònze dagen duidelijk de overhand gekregen; zij zijn niet meer te stuiten. Gods Woord leert ons dat zij “openbaar” zijn: Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven.” (Gal. 5:19-21)
De “wereldhandel” in hard- en softdrugs tiert welig en de hedendaagse mens zoekt zijn “verzadiging”, zijn “high zijn”, in de meest uiteenlopende dingen en bezigheden. Heus niet alleen in “seks”, want seksualiteit is/kan niet voortdurend en vereist gewoonlijk nog een partner. Verdovende middelen vinden hoe langer hoe meer toepassing in de “legale” geneeskunde; en de mensen worden hierdoor “misleid”, omdat zij eraan “verslaafd” raken, wat nooit de wil van God is! Onze kinderen, de jongere en de oudere, krijgen (ongevraagd !) misdadige voorlichting, die helemaal geen verlichting brengen – integendeel! De Bijbel leert ons verstaan: “En het lamplicht (beeld van Gods Woord en Licht dat inzicht geeft, zie o.a. Psalm 119:105) zal nooit meer in u schijnen… Want uw kooplieden waren de groten van de aarde. Door uw tovenarij immers werden alle naties misleid.” (zie Openb. 18:23).
Eén van de ergste, afschuwelijkste, en meest voorkomende feiten van algehele afbrokkeling, is wel de algehele ontwrichting van het huwelijksleven in deze zware tijden van de (Bijbelse) “laatste dagen”. De algemeen-verklaarde nodige herziening van bestaande en beproefde wetgeving ter zake, hebben in dit opzicht nòg méér bedrog en leugen en ontheiliging mogelijk gemaakt. Het is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld, om alle “moraal” op zedelijk gebied terzijde te stellen; om niet meer wettig te huwen, maar ongehuwd met elkaar te leven in “vrije liefde”; in ongebonden seksverhoudingen; in de handhaving van valse ideeën en van zelfexpressie! En is het niet schandelijk te weten (de praktijk liegt niet), dat deze onnatuurlijke neigingen en invloeden reeds voorkomen in zogeheten christelijke huwelijken?
Wanneer wij nog even stilstaan bij de verzen 20 en 21 van Openbaring 9, rijst vanzelf de vraag: “Wie kan met de juiste bewoordingen uitbeelden, wat de apostel Johannes nog méér gezien heeft met betrekking tot deze laatste dagen, toen hij daar op Patmos “in de geest” was (zie Openb. 1:10)? Moge God alle waarachtige gelovigen genadig zijn, opdat zij nú reeds zullen kunnen schuilgaan “in de kloven van de (steen)Rots” (zie Hooglied 2:14[1])temidden van een dorre zandwoestijn! Want waar anders vinden zij een schuilplaats? Wel heeft de profeet Jesaja uitgeroepen: “Zie, een Koning zal regeren in gerechtigheid, en vorsten zullen heersen overeenkomstig het recht. Die Man zal zijn als een beschutting tegen de wind, een schuilplaats tegen de vloed, als waterbeken in een dorre streek, als de schaduw van een zware rots in een dorstig land” (Jes. 32:1-2) en de psalmist roept uit: “U bent mijn Schuilplaats en mijn Schild” (Psalm 119:114a). Amen. 

De Engel van het Verbond komt met Zijn laatste boodschap van Gods volkomen geopenbaarde oordeel en genade

Openbaring 10:1, “En ik zag een andere sterke Engel uit de hemel afdalen. Hij was bekleed met een wolk en boven Zijn hoofd was een regenboog. Zijn (aan)gezicht was als de zon, en Zijn voeten waren als zuilen (SV: pilaren) van vuur.”
Het is net of dit gedeelte van Openbaring een nieuwe profetie inhoudt; het is net of wij hier te maken hebben met “iets” wat er zo tussenin komt. In hoofdstuk 8 en 9 hoorden wij het geklank van 6 bazuinen, en zagen wij bij de 5de en 6de bazuin het “eerste” en het “tweede” wee uitgestort worden over de aarde, terwijl de “7de bazuin” pas in hoofdstuk 11 wordt gehoord met het “derde wee” (zie Openb. 11:14-15).
Net zoals in hoofdstuk 8 de “Engel-Hogepriester” de Here Jezus Christus voorstelt, zo wordt ook hier met “een andere sterke Engel” Christus Zelf bedoeld. Hij wordt door Johannes gezien “bekleed met een wolk, een regenboog boven Zijn hoofd, Zijn aangezicht blinkend als de zon, en Zijn voeten als pilaren van vuur” (zie Openb. 10:1b). Deze sterke Engel is:
– “de Engel des Heren” (zeer regelmatig vermeld in het O.T., alsook vermeld in het N.T.),
– “de Engel van het Verbond” (zie Mal. 3:1),
– “de Engel van Zijn Tegenwoordigheid”,
– “de Boodschapper van God” zoals géén ander!
Deze wolk (van Openb. 10:1) is het Schriftuurlijk “teken van Gods Tegenwoordigheid”. De “wolkkolom” in de woestijn was het uitwendige beeld van Gods Heerlijkheid temidden van Zijn volk, net als de “vuurkolom”. God was (aanwezig) in al Zijn symbolen! Het is goed als wij in dit verband de nodige aandacht en studie wijden aan achtereenvolgens de hieronder vermelde Bijbelteksten:
>> “En het gebeurde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er op de berg donderslagen, bliksemflitsen en een zware wolk waren, en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in het kamp was, beefde. Mozes leidde het volk uit het kamp, God tegemoet. Zij stonden onder aan de berg. De berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat de HEERE er in vuur neerdaalde. De rook ervan steeg omhoog als de rook van een oven, en heel de berg beefde hevig.” (Exod. 19:16-18)
>> “Zodra Mozes de tent binnenging, gebeurde het dat de wolkkolom neerdaalde en bij de ingang van de tent bleef staan en dat de HEERE met Mozes sprak. En zodra heel het volk de wolkkolom zag staan bij de ingang van de tent, stond heel het volk op en boog zich neer, ieder in de opening van zijn tent.” (Exod. 33:9-10)
>> “Terwijl hij nog sprak, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen; en zie, een stem uit de wolk zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!” (Matth.17:5)
>> “En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid.” (Matth. 24:30)
>> “Jezus zei tegen hem: U hebt het gezegd. Maar Ik zeg u: Van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God en zien komen op de wolken van de hemel.” (Matth. 26:64)
>> “En nadat Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.” (Hand. 1:9)
>> “Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen.” (Openb. 1:7)
De regenboog (van Openb. 10:1) is het onveranderlijk “teken van Gods barmhartigheid” met betrekking tot Zijn schepping. Zij is als het ware Zijn onderpand van Zijn onveranderlijk verbond met de schepping in de ruimste zin van het woord. Wij zien een regenboog altijd ten tijde van zon en regen…(zie Gen. 9:8-17, Ezech. 1:28 en Openb. 4:3), zó zien wij Gods barmhartigheid altijd in de uitstorting van Zijn geestelijke regen, en straks in het bijzonder in de “Spade (of Late) Regen[2]!” (zie Joël 2:23b en 28-29).
De zon (van Openb. 10:1) is het wonderbare symbool van Gods Majesteit in het heelal. Daar is in Gods schepping géén gróter heerlijkheid, dan die van de zon in zijn kracht. Net zó was Zijn aangezicht op de heilige berg in Mattheus 17 vers 2b: “Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht”, en zó zag de apostel Johannes zijn Here en Meester in Openbaring 1 vers 16b: “Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht”. De Here Jezus Christus kàn in Zijn goedertierenheid mensen met dàt (Goddelijk) Licht “omschijnen” (zie Hand. 26:13). Hij toont daarmede dan Zijn Heerlijkheid, Die op zulk een wijze wordt geopenbaard.
“Pilaren van vuur”… zó waren Zijn voeten, als “vuurzuilen!” En deze spreken op zichzelf al tot ons van de kracht en de onveranderlijkheid of onbeweeglijkheid van de komende oordelen. Pilaren (of: zuilen) spreken ons in de Bijbel van “sterkte” en vuur spreekt ons van “oordeel”. Alzo zal straks ook zijn het Heiligdom van God op de aarde – de Gemeente van Jezus Christus in de wereld, Zijn Lichaam[3] – als Getuigenis van Zijn genade en barmhartigheid, Zijn Glorie uitstralen en deze boze wereld overtuigen van Gods gerechtigheid en oordeel vanwege “de volheid van de Godheid Lichamelijk” (zie Kol. 2:9) in haar (de “volheid” die dan VOLMAAKT in Zijn Bruid/Bruidsgemeente zal “wonen en tronen” en daardoor, volkomen naar Zijn wil en welbehagen, IN en DOOR haar heen kan werken – noot AK) (zie Openb. 12:1[4]). Halleluja!

Openbaring 10:2, “En Hij had in Zijn hand een boekje, dat geopend was. En Hij zette Zijn rechtervoet op de zee en Zijn linker op de aarde.”
Dit “kleine boek” is hetzelfde boek dat Hij alleen waardig is te openen, en waarvan Hij alléén de zegels kan verbreken (zie Openb. 5:1-5). Maar hier ziet Johannes dit boek reeds “geopend”. De Here Jezus Christus wil hiermee te kennen geven dat wij het boek (ofwel: de inhoud ervan) nù zullen “verstaan” – het is nu wijd open! Met dit open boek wil God ons Zijn autoriteit, Zijn soevereiniteit, te kennen geven; en dit wordt nog benadrukt door de vergezellende handeling: “het zetten van Zijn rechtervoet op de zee en Zijn linker op de aarde”.
Merkwaardig is het onderscheid tussen wat wij hier in hoofdstuk 10 vinden en wat wij in hoofdstuk 5 zien. Dáár, in hoofdstuk 5, zit God op Zijn troon met een “verzegeld boek”; en het Lam, Hetwelk daartoe alleen waardig is, opent het boek. Hier daarentegen hebben wij een “geopend boek”, dus een “ONverzegeld boek!” Daarom geloven wij dat er vanaf dit profetisch-(historisch) ogenblik een grote ingrijpende verandering komt in de manier van voorstelling en afwikkeling van de gebeurtenissen. Niet langer aanschouwen wij deze als de verborgen werkingen van Gods onzichtbare hand, maar wij worden getuigen gemaakt van DE VOLLE OPENBARING van Gods machtige bedoelingen en handelingen met betrekking tot de wereld en Zijn volk. De duidelijke, voor geen misvatting vatbare, daden van de levende God spreken voor zichzelf. Glorie voor Zijn Naam!
Voor zo ver ons de ogen (in geestelijke zin) geopend zijn, mogen wij hier het verschil zien… Het 1ste boek was in Gods hand en was verzegeld, en niemand kon het openen dan Hij, Die ter heerlijkheid Gods alles volbracht had op het kruis te Golgotha. Het 2de boek was een geopend boek en werd aan de apostel gegeven door de Engel Zelf (zie Openb. 10:8). En onmiddellijk daarop worden wij geconfronteerd met Gods Tempel, met de heilige stad, met hen die het heiligdom vertreden,… en dit alles met zulke bewoordingen, dat er géén sprake kan zijn van enige vergissing of iets dergelijks. Het beest verschijnt op het toneel en met ongekende woede wordt de strijd door hem aangebonden tegen God en de Gemeente, enzovoort. Het is dus een “geopend boek” omdat de dingen daarin vervat niet alleen volkomen duidelijk zijn, maar vooral omdat er nog slechts “een weinig tijd” moet verlopen… daar zal “geen tijd meer zijn” (zie Openb. 10:6).
Het staan met de éne voet op de zee en met de andere op de aarde, spreekt duidelijk van het weer in bezit nemen, ten behoeve van Zijn volk, van alles wat eertijds verloren is gegaan vanwege de zonde van de 1ste Adam, en nu herwonnen wordt door en in de 2de  Adam, de Here Jezus Christus. Geprezen zij Zijn onoverwinnelijke Naam! De eeuwigheid, met alles wat deze is en inhoudt, is de uiteindelijke winst van het Offer van de Here Jezus op het kruis te Golgotha! Wat dit betekent? Dat satan is verslagen door het volbrachte werk op het kruis te Golgotha en dat hij straks voor eeuwig verdoemd zal zijn in het oordeel van de hel, en nooit meer zal de mensheid zonde en zondemacht kennen, omdat zij zal leven in een glorieuze wereld, waarin géén zonde meer zal zijn. Halleluja! Laten wij God danken voor Zijn Regenboog van Belofte. 

De 7 donderslagen

Openbaring 10:3, “En Hij riep met een luide stem, zoals een leeuw brult. En toen Hij geroepen had, lieten de 7 donderslagen[5] hun stemmen horen.”
Deze woorden herinneren ons vooral aan de profetie van Amos: “Brult een leeuw in het woud als hij geen prooi heeft? Laat een jonge leeuw vanuit zijn hol zijn stem klinken zonder dat hij iets gevangen heeft?… Of wordt in een stad de bazuin geblazen zonder dat het volk beeft? Of komt er kwaad in de stad voor zonder dat de HEERE dat doet? Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis (SV: verborgenheid) heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten. De leeuw heeft gebruld. Wie zou niet bevreesd zijn? De Heere HEERE heeft gesproken. Wie zou niet profeteren? (Amos 3:4-8).
Het “brullen van de leeuw” hier duidt dus aan: De aankondiging van OORDEEL. De Here Jezus Christus, de Leeuw uit de stam van Juda heeft gesproken:
>> “…Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn 7 zegels te verbreken.” (Openb. 5:5)
>> “Want zie, in de stad waarover Mijn Naam is uitgeroepen, begin Ik met onheil aan te richten en zou u dan in enig opzicht voor onschuldig worden gehouden? U zult niet voor onschuldig worden gehouden, want Ik roep het zwaard op tegen alle bewoners van de aarde, spreekt de HEERE van de legermachten. En ú moet tegen hen al deze woorden profeteren, en tegen hen zeggen: De HEERE zal brullen als een leeuw vanuit de hoogte, vanuit Zijn heilige woning Zijn stem laten klinken. Hij zal geweldig brullen tegen Zijn woonplaats, Hij zal een vreugderoep als van druiventreders aanheffen tegen alle bewoners van de aarde. Vreselijk gedruis zal komen tot aan het einde der aarde, want de HEERE heeft een rechtszaak met de volken; Híj zal een rechtszaak voeren met alle vlees. De goddelozen heeft Hij overgegeven aan het zwaard, spreekt de HEERE. (Jer. 25:29-31)
Het is niet de stem van een Lam, maar de alles-overdonderende stem, het overwinnend gebrul, van een Leeuw. Een leeuw is de koning der dieren, de onbeperkte heerser van de jungle. De Here Jezus Christus alleen is Koning; ja, de Koning der koningen! Vrees en schrik worden overal onder zondaren gekend en verspreid. Spoedig zal deze Leeuw van Juda zich werpen op Zijn prooi en zullen de oordelen des Heren alle vijanden vernietigen!

Openbaring 10:4, “En toen de 7 donderslagen hun stemmen hadden laten horen, stond ik op het punt ze op te schrijven. Maar ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Verzegel wat de 7 donderslagen gesproken hebben en schrijf dat niet op.”
De “7 donderslagen” hebben “stemmen”, want zij “spreken”… En Johannes maakte aanstalten om het gesprokene op te tekenen. Doch “een stem uit de hemel” verbood hem dit. Al de gesproken bijzonderheden mochten niet worden opgeschreven. De stemmen van de 7 donderslagen hadden gesproken. Waarvan? Zij gaven antwoord op het brullen van de Leeuw. Hoe luidde dat antwoord? Het moeten wel “bijzonderheden” zijn, welke de Here zou gaan doen…
Het getal 7 is het symbolische getal in de Bijbel van Goddelijke Volkomenheid, van Volmaaktheid, van Volheid. En hier duidt het (in het bijzonder) op de volkomen, volmaakte, manifestatie van al hetgeen de 7 stemmen hebben gesproken aangaande de (komende) oordelen Gods. Déze allen staan in onverbrekelijk verband met “DE EINDTIJD”. Wij leren dit verstaan, als wij lezen:

Openbaring 10:5-6, “En de Engel Die ik op de zee en op de aarde zag staan, hief Zijn (rechter)hand op naar de hemel, en Hij zwoer bij Hem Die leeft in alle eeuwigheid, Die de hemel heeft geschapen met wat daarin is, de aarde met wat daarop is en de zee met wat daarin is, dat er geen tijd meer zou zijn.”
Met andere woorden, daar zal geen uitstel meer Zijn. De lankmoedigheid van God neemt een positief einde! Tevergeefs heeft Hij eeuwenlang al het kwaad geduld en “de voorwerpen (SV: de vaten) van Zijn toorn met veel geduld (SV: lankmoedigheid) verdragen” (zie Rom. 9:22). Nu echter is Zijn geduld ten einde… voorbij! Niet langer wil Hij al die toenemende boosheid en ongerechtigheid aanzien. Zijn oordeel nadert daarom MET SPOED. Zes bazuinen hebben hun geschal reeds doen horen; 2 weeën zijn reeds gekomen (zie Openb. 8:13 en 9:1-21) – het 3de en laatste wee is nu in aantocht…
Met het geklank van de 7de bazuin wordt ook Gods verborgenheid vervuld

Openbaring 10:7, “Maar in de dagen van de stem van de 7de engel, wanneer die op de bazuin zal blazen, zal ook het geheimenis (SV: de verborgenheid) van God volbracht (SV: vervuld) worden, zoals Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft.”
Bij het geklank van de 7de bazuin zal “de verborgenheid Gods” voleindigd worden. Het is dus duidelijk dat deze ONmogelijkheid van verder uitstel van oordeel in direct verband staat met de vervulling van Gods verborgenheid! Wat wordt hier door God bedoeld? En welke belangrijke profetische gebeurtenis staat voor de deur?
Het is dezelfde gebeurtenis die de oorzaak is van “een stilte (SV: stilzwijgen) in de hemel van ongeveer een half uur” (zie Openb. 8:1). Nu is dat profetisch ogenblik aangebroken, waarnaar al de hemelen hebben uitgekeken vanaf het “begin van de tijd!” De voleinding van de GROTE VERBORGENHEID! Aan de apostel Paulus is deze geopenbaard, en de Heilige Geest heeft hem doen schrijven: “…Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis (SV: deze verborgenheid) is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de Gemeente” (Efeze 5:31-32, lees vooral ook nog vers 25-30). Alsdan zullen Christus Jezus en Zijn van de aarde gekochte Bruid voor eeuwig verbonden, dat is VERENIGD, zijn in de meest heilige en volmaakte huwelijksverbintenis[6]. Het Engelse woord voor huwelijk (namelijk: “wedlock”) geeft de heerlijkheid en de kracht van de huwelijkse staat beter weer als wij de waarde van elk samenstellend woord (d.i. van het Engelse “wed” en “lock”) goed overdenken. En deze meest-heilige verbintenis staat te gebeuren in “de dagen, waarin de 7de Engel bazuinen zal, en wanneer Zijn Stem zal worden gehoord” (zie Openb. 10:7) en dus niet wanneer de 6de bazuin zal worden gehoord! 
De Bruiloft van het Lam[7] is het begin van de “eind- of slotbediening van de Gemeente”, en van de consummatie[8] en vervulling van “alles wat de profeten gesproken hebben” (zie Openb. 10:7). In dit licht moeten wij niet vergeten dat de bazuinen eerder duiden op “perioden” dan op “momenten”; maar wel op zeer korte perioden. En wat “Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft” is véél… Behalve de eerder genoemde Bruiloft van het Lam, en de eind- of slotbediening van de Gemeente, zijn daar ook nog de geboorte van “de mannelijke zoon” [9] , en zijn wegrukking tot Gods troon[10] (dus: zijn letterlijke OPNAME in de hemel), de oorlog in ‘de hemelse gewesten’, het neerwerpen van satan, de openbaring van de antichrist en de grote verdrukking, de (zichtbare of lichamelijke) wederkomst van de Here Jezus en de vestiging van het Koninkrijk van God (d.i. het 1000-jarig Vrederijk) op de aarde… Deze alle behoren tot bovengenoemde consummatie[11]en vervulling! Hoe aanbiddelijk is de Naam des Heren!

De Openbaring van Gods Woord geeft hemelzoete ervaringen, maar ook bittere “naweeën”, vanwege de oordelen Gods

Openbaring 10:8-10, “En de stem die ik uit de hemel gehoord had, sprak opnieuw met mij en zei: Ga, neem het boekje dat geopend ligt in de hand van de Engel Die op de zee en op de aarde staat. En ik ging naar de Engel toe en zei tegen Hem: Geef mij dat boekje. En Hij zei tegen mij: Neem het en eet het op, en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing. En ik nam het boekje uit de hand van de Engel en at het op, en het was in mijn mond zoet als honing, maar toen ik het opgegeten had, werd mijn buik bitter.”
Johannes, de apostel des Heren, wordt hiermee uitgenodigd om “het boekje”, dat “geopend ligt in de hand van de Engel”, te “nemen èn op te eten” (zie vers 9). Hij gehoorzaamt onmiddellijk en vindt dan dat het “in zijn mond zoet is als honing”.
Het enige Boek, Dat Gods volk wordt gegeven en Dat zij ook moeten “nemen” om het “op te eten”, is het Woord van God! Niemand kan profeteren en de wereld èn Gods volk de openbaring(en) Gods vertellen, tenzij hij dat “boekje” zelf heeft “opgegeten”; en met dat “opeten” wordt bedoeld dat men de inhoud van het Woord van God, de Bijbel, zó in zich heeft opgenomen – door het te lezen, biddend te overdenken, èn het zelf te beleven – dat “het Woord opnieuw vlees kan worden”, maar dan in hen! (Het zal dan niet meer zijn “het Woord heeft ONDER ons gewoond”, maar “het Woord heeft woont IN ons”, ofwel: Hij kan dan – IN en DOOR Zijn Heilige Geest – volmaakt door ons heen werken – noot AK).
De zoetste en heiligste dingen zijn in dit Woord van God verborgen! Maar ook: de bitterste tijding (d.i. boodschap Gods) die deze wereld en het vlees zal worden verkondigd! Het is voor ieder kind van God zoet en kostelijk om in Goddelijke verborgenheden te worden ingewijd; maar net zoals Johannes, nádat hij “het boekje” gegeten had en “bitterheid in zijn buik (d.i. in zijn innerlijk) gewaar werd”, zó verwekken al dergelijke waarheden – wanneer inhoud, taal en betekenis, goed overwogen en gekend worden – als resultaat: een buitengewoon smartelijk gevoel in het menselijk gemoed! Zó verging het de apostel Johannes en dit is het wat de OPENBARING van “de verborgenheid Gods” (d.i. de openbaring van de meest zoete en meest heilige dingen) met zich brengt… maar tegelijkertijd wordt dan de wrake Gods, als het bitterste dat déze wereld ooit zal kennen, gewaar…

Gods hernieuwde opdracht in de allerlaatste periode van de genadetijd

Openbaring 10:11, “En Hij zei tegen mij: U moet opnieuw profeteren over vele volken, naties, talen en koningen.”
Wat moet Johannes, de apostel des Heren, wel hebben gevoeld toen hem deze (Goddelijke) opdracht werd gegeven? Wie zal het zeggen? Voorwaar het is een onschatbaar voorrecht de woorden van deze profetie te lezen en te verstaan, maar het blijft iets aangrijpends en pijnlijks te denken aan al die verschrikkingen die over een goddeloze wereld zullen komen, vanwege haar verregaande boosheid en ongerechtigheid. Helaas!, binnen afzienbare tijd, al zéér spoedig, zal tot al die goddelozen worden gezegd: “Er is géén uitstel meer; de tijd van genade is voorbij en de dag van “de wrake Gods” is aangebroken!”[12]
“Profeteer opnieuw”… het is de allerlaatste boodschap voor en aan deze “God-loze” en “God-onterende” wereld; voor mensen die het in deze tijd aandurven, wagen, om (zelfs vanaf de kansel en dus: IN de kerk) te verkondigen dat zij nergens in hun “ruimtevaart” God hebben ontmoet en dus maar concluderen dat God “dood is”! O God, heb medelijden met hen, want zij weten in hun hoogmoed niet wat zij spreken; wees hun genadig, o Here!
Nu is het de tijd voor Gods volk om “dit boekje op te eten”. Net zoals destijds Israël, in de woestijn, op de 6de dag “2 maal méér manna/brood uit de hemel” moest verzamelen dan op de 5 dagen daaraan vóórafgaand (zie Exod. 16:4-5), omdat er helemaal géén manna/brood uit de hemel viel op de 7de dag, net zó moeten ook wij in deze 6de profetische dag in het raadsplan van God, nu wij nog in de woestijn van deze wereld zijn, ons de “dubbele portie” van Gods Woord toe-eigenen door naar en met het Woord te LEVEN (lees Joh. 6:31-40), omdat daarvoor straks géén tijd nòch gelegenheid meer zal zijn als de 7de dag (d.i. de Sabbat des Heren, ofwel: het 1000-jarig Vrederijk van Christus) daar zal zijn. In het 1000-jarig Vrederijk is er géén prediking van het Woord meer (in de zin van: de genadevolle Evangelieboodschap om tot waarachtig geloof in Jezus Christus te komen en daardoor het eeuwig behoud te ontvangen – noot AK)! Dat wij HEDEN zullen “hongeren” naar méér van dit geestelijk Brood (zie o.a. Joh. 6:31-35, 48-58) dan ooit tevoren en ook méér zullen “dorsten” naar het Water des Levens (beeld van Gods Geest, de Heilige Geest, het LEVEND-MAKENDE Water, zie Johannes 4:10 en 7:38-39 – noot AK).
Laten wij Psalm 42:2-3, 119:30-32 en 63:2 onderzoeken, om te worden overtuigd:
>> “Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik binnengaan om voor Gods aangezicht te verschijnen?”
>> “Ik heb de Weg van de Waarheid gekozen (SV: verkoren), Uw bepalingen heb ik mij voor ogen gesteld. Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; HEERE, beschaam mij niet. Ik zal de weg van Uw geboden lopen, wanneer U mijn hart verruimd hebt.”
>> “O God, U bent mijn God! U zoek ik vroeg in de morgen; mijn ziel dorst naar U, mijn lichaam (SV: vlees) verlangt naar U in een land, dor en dorstig, zonder (het levend-makende) water.”
Amen. 

CJH Theys[13]
(1903 – 1983)

Einde van Hoofdstuk 10van het Boek Openbaring.
KLIK HIER voor hoofdstuk 11.


[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie Beschouwingen over het boek Hooglied (over de innige band tussen Bruid en Bruidegom)van H. Siliakus. (noot – AK)
[2] De Spade (of Late) Regen = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29. Terwijl de zgn. Vroege Regen het beeld is van de uitstorting van de Heilige Geest op de (1ste, Nieuwtestamentische) Pinksterdag van Handelingen 2, zie vooral de verzen 1-4.
Zie eventueel op ons weblog de studie De Spade Regen-opwekkingvan H. Siliakus. (noot – AK)
[3] En er verscheen een groot teken in de hemel (het koninkrijk der hemelen op aarde, de Gemeente/Kerk): een vrouw (de vrouw van het Lam), bekleed met de zon (beeld van de Vader), en de maan was onder haar voeten (beeld van de bloedverzoening van de Zoon) en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren (beeld van de Heilige Geest)(Openb. 12:1, HSV).
Zie eventueel op onze website de studie Het nieuwe Jeruzalem, de Bruid van het Lam van God, het Lichaam van Christusvan E. van den Worm. (noot – AK)
[4] Zie eventueel op onze website het artikel Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12?van A. Klein. (noot – AK)
[5] Zie eventueel op onze website de studie De 7 donderslagen van Openbaring 10:3van E. van den Worm. (noot – AK)
[6] Zie eventueel op onze website de studie Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aardevan E. van den Worm. (noot – AK)
[7] Zie noot 6.
[8] Het Nederlandse woord “consummatie” = De voltrekking van het huwelijk door de geslachtsgemeenschap (het tot één vlees zijn”). In geestelijk zin zou je, tussen Bruid en Bruidegom, beter kunnen spreken van het “tot één van geest zijn”. Het Engelse woord “consummation”, wat hier vermoedelijk bedoeld is, is (letterlijk vertaald): Voltrekking, voltooiing of voleindiging, einde en vervulling. (noot – AK)
[9] Zie eventueel op ons weblog de studie “Dingen die met haast geschieden moeten”, hoofdstuk 9 (deel 5) met de titelDe geboorte van de mannelijke zoonvan H. Siliakus. (noot – AK)
[10] Zie eventueel op ons weblog de studie “Dingen die met haast geschieden moeten”, hoofdstuk 11 (deel 7), met de titel De wegrukking van de mannelijke zoonvan H. Siliakus. (noot – AK)
[11] Zie noot 8.
[12] Zie eventueel op onze website de studie De Dag van JaHWEH (of: De Dag des Heren)van E. van den Worm. (noot – AK)
[13] De Bijbelverzen zijn weliswaar omgezet naar de HSV-vertaling (soms met een gedeelte van de oude Statenvertaling erbij vermeld), maar aan de oorspronkelijke tekst is weinig gewijzigd, al zijn er soms wel voetnoten toegevoegd. (noot – AK)
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s