Openbaring 11 vers 1-19

KLIK HIER als u hoofdstuk 11 wilt uitprinten of downloaden.

De OPENBARING aan Johannes

Gods volmaakte openbaring van Zijn oordeel en genade wordt de wereld GEGEVEN

Het vorige hoofdstuk van het Boek Openbaring eindigde met de woorden dat Johannes, de geliefde apostel, opnieuw moest profeteren. En dit laatste betekent altijd stuiten op hardnekkige weerstanden, die de feestelijke Maaltijd (ofwel: “het Bruiloftsmaal” of “het Avondmaal van de Bruiloft van het Lam”[1], zie Openb. 19:9, Matth. 22:1-14 en Luk. 14:15-24 – noot AK) willen bederven en het (geestelijk) leven willen verbitteren. Het Woord van God, en het Evangelie in het bijzonder, is immers niet naar de mens! Het wekt, mits recht gesneden, altijd tegenstand. Juist als de loop der tijden zich alsmaar versnelt, wordt de ECHTE PROFETIE aan alle kanten te niet gedaan; dat wil zeggen tegengesproken, en wordt de profeet “een man van smarten”. Dit leert de geschiedenis duidelijk.
De door God Zèlf gemaakte (en verkozen) profeten blijven echter Gods Woord doorgeven, ook als Zijn stem niet meer doorklinkt als er wordt uitgeschreeuwd: “O, God! waarom laat U het niet donderen? Nog éénmaal, nog éénmaal die 7 stemmen! Nog éénmaal dat volle en goddelijke geluid!”
Gods mannen en vrouwen, Gods strijders, wie zij ook zijn en in welke tijdsbedeling zij ook geleefd hebben, worstelen NOOIT onder een hemel van koper en onder de niet-geziene blik van God Almachtig; ook al lijkt het alsof Hij zwijgt.
Er wordt overal tot God geroepen om activering van het Gemeentelijk leven; en hier zal het nog beter gaan dan elders. Maar de Gemeente van de levende God heeft voor alles nodig profeten, die het Woord hebben verslonden, die er uit leven, en te allen tijde bereid zijn er door verslonden te worden, om, als het moet, er voor in de dood te gaan… Ze kunnen er tegen. Ze zijn, door God als het ware “gepantserd”, niet vatbaar voor de satanische misleiding dat God – ook voor ambtsdragers in zo vele gevallen – als de eeuwig zwijgende zou zijn.
Zij, die Gods Woord hebben gegeten, zullen er nu door worden verteerd. Dit is nu eenmaal de gang van zaken in het dienen van de levende God. Wie wordt niet overtuigd van hetgeen geschreven staat in Hebreeën 4 vers 12:
“Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.” (HSV)
De machtige inhoud van het woord “getuige” zal moeten worden ervaren in “optima forma”. En het is heus geen toevalligheid dat GETUIGE en MARTELAAR in het Grieks worden weergegeven door hetzelfde woord. Nu wordt Johannes iets opgedragen, en het 11de hoofdstuk van Openbaring opent alsdan met: 

De meting van de tempel van God

De apostel Johannes wordt opgedragen “de tempel van God en het altaar en hen die daarin aanbidden” te meten. Wij lezen dan: 

Openbaring 11:1, “En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf (d.i. meetROEDE) leek. En de Engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden.”
Zo’n meetsnoer, als hier bedoeld, past altijd bij een profeet. Ook de profeet Ezechiël moest de afmetingen lezen van de toekomstige tempel die, gezien in profetisch vergezicht, niet letterlijk mag worden gezien (zie o.a. Ezech. 40 t/m 42 en ook nog 47:3-5). Ook Zacharia[2] moest door “een Man met een meetsnoer” verstaan dat Jeruzalem een open stad zou zijn zonder meetbare muur (zie Zach. 2:2-5).
Het meten van de tempel, dat Johannes moest doen, bedoelt iets zeer diepzinnigs!
Deze “tempel van God” is de enige waarachtige Tempel, en zij is de Gemeente van de Here Jezus Christus. Wij verwijzen in dit verband naar de respectievelijke Schriftplaatsen: 1 Korinthe 3:16-17, 6:19, 2 Korinthe 6:16, Efeze 2:21, Openbaring 3:12 en 7:15. Wij herinneren ons, dat de Here Jezus Zèlf van Zijn eigen lichaam gesproken heeft als van een tempel (zie Joh. 2:14-21). God woont niet langer in tempels die MENSEN hebben gemaakt! In oude tijden woonde Hij in de Tabernakel[3] en temidden van Zijn volk. Deze Tabernakel was Zijn woning. Later woonde Hij in de tempel van Salomo,… maar daarna brak “de volheid van de tijd” aan (zie Gal. 4:4-5),… een andere tijdsbedeling nam een aanvang; een grotere tijdsbedeling brak aan; de huidige tijdsbedeling, waarin wij nu leven. En nù woont Hij IN de gelovigen; en alle tezamen maken zij de Gemeente van de levende God uit, “een woning van God in de Geest” (zie Ef. 2:22), Zijn Lichaam en Heiligdom, Zijn Tempel. En daar is maar één God en één Tempel[4].
Drie dingen worden hier in Openbaring 11:1 “gemeten”, namelijk:
1. De eerder genoemde tempel – dat is: het huis of de plaats van aanbidding;
2. Het altaar – dat is: de standaard of de wijze van aanbidding;
3. De aanbidders zelf – dat zijn: degenen (de “individuen”) die God aanbidden.
Dit “meten” in Openbaring 11:1 houdt een “sparen” in wat, zo op het eerste gezicht, moeilijk is te verstaan. Maar, Gods Woord leert ons dat het OORDEEL van God altijd begint bij het huis van God:
“Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn? En als de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en de zondaar verschijnen?” (1 Petr. 4:17-18, HSV).
En, wanneer wij nu door de openbaring van de Geest mogen verstaan dat de in Openbaring 11:1 bedoelde “meet-roede” CHRISTUS ZELF is (HET WOORD VAN GOD – zie Joh. 1:1 en 14), dan verstaan wij óók dat dit meten neerkomt op de vraag in hoeverre DE STANDAARD (of: norm) VAN ZIJN GERECHTIGHEID en VOLMAAKTHEID in ons is bereikt. Want, het is altijd Gods wil en doel dat de Gemeente éénmaal, en dat is straks (d.i. nog voor de aanvang van de grote verdrukking – noot AK), zal komen “tot de maat van de grootte van de volheid van Christus (Ef. 4:13b).
Ten tijde van de vervulling van Openbaring 11:1 zal de Gemeente van de Here Jezus Christus déze Schriftuurlijke Standaard (of: norm) hebben bereikt; en zal zij gekomen zijn tot VOLMAAKTHEID in Christus![5] De hier in vers 1 bedoelde “tempel van God” vindt haar “typering” in dat “altaar”; en daarom moet ook dit altaar gemeten worden en zelfs degenen “die daarin aanbidden”. In het profetisch licht van goddelijke volmaaktheid kan dit altaar géén andere zijn dan het “gouden reukofferaltaar”. Van het reukofferaltaar in “letterlijke” zin kunnen wij lezen in Exodus 30. Op dàt altaar werden de welriekende (d.i. voor God goed en dus aangenaam ruikende) specerijen geofferd, waarvan wij kunnen lezen in Exodus 30:34-38 (SV). Drie soorten van welriekende specerijen worden genoemd in vers 34:
1. “mirresap”, symbolisch ons sprekend van Christus’ lijden, van de “wonden van Christus”;
2. “oniché”, symbolisch ons sprekend van het gemeenschapsleven van de ziel, van de “zoetheid van het gebedsleven”;
3. “galban”, symbolisch ons sprekend van Christus’ sterven, van de “bitterheid van Zijn dood”.
In overdrachtelijke zin, waar het hier gaat om “het meten van het altaar” en vanzelfsprekend van de onafscheidelijke offeranden, is hier sprake van respectievelijk “lichaam”, “ziel”, en “geest”!
In deze (hier geprofeteerde eind-) tijd zijn alle 3 gekomen tot de eerder besproken Goddelijke Standaard (of: norm). Halleluja!
Nu de 7de bazuin wordt gehoord, zal duidelijk worden wie er waarachtig behoren tot het geestelijke Lichaam van Christus. Deze zijn alléén diegenen, die absoluut geloofd hebben in het grote offer van het Lam van God op Golgotha, die óók daadwerkelijk door Hem verlost zijn, die Hem dienen en gevolgd zijn overal, waar Hij leidt, getrouwelijk, tot het einde toe. Deze allen zijn, door de voortreffelijke werkingen van de inwonende Heilige Geest, gekomen tot de ervaring van de dood en de opstanding van Jezus Christus[6], “tot een volkomen man (d.i. een geestelijk volwassen en – in Gods ogen – volmaakt persoon) (zie Ef. 4:13, SV).
Het spel van alle “would-be-gemeenteleden” (d.i. “gemeentelid-willen-zijn”) kan het weliswaar heel lang uithouden, maar straks, als de 7de engel Zijn stem laat horen, zal het volkomen uit zijn. Dàn zal duidelijk blijken wie de waarachtige aanbidders zijn, de kinderen Gods IN WAARHEID. 

Openbaring 11:2, “Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten (SV: laat het voorhof uit, dat van buiten de tempel is) en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, 42 maanden lang.”
Hier wordt “het voorhof[7] , dat buiten de tempel is, niet gemeten”. Waarom niet? Het antwoord is duidelijk: “die is aan de heidenen gegeven”. De openbaring van de Geest doet ons verstaan, dat meerbedoelde voorhof typerend is voor de groep van “de 5 dwaze maagden”[8] (zie Matth. 25:1-13), “de overigen van het zaad van de vrouw” (zie Openb. 12:17)! Gedurende de tijdsperiode van de “grote verdrukking”, zullen deze “dwaze maagden” de hevigste vervolgingen hebben te doorstaan en zullen daarin vallen als “martelaren”, want zij zullen hun getuigenis aangaande Jezus Christus en Die gekruisigd moeten bekopen en verzegelen met hun martelaarsbloed (zie Openb.12:17 samen met 13:7a en 20:4).
Déze GROTE VERDRUKKING, de profetische tijdsperiode van de alleenheerschappij van de antichrist, universeel heerser, zal, conform het profetisch Woord, 3½ jaar duren. Het zal de laatste 3½ jaar zijn vóórafgaande aan de wederkomst van de Here Jezus Christus. Deze dwaze maagden zullen, omwille van Jezus Naam, gehaat worden door alle volkeren (de heidenen) in die tijd van “grote verdrukking” waarin de antichrist zal heersen.
De stad Jeruzalem, de “heilige stad”, zal de hoofdzetel zijn van de antichrist gedurende zijn dictatorschap; 42 maanden lang ofwel 3½ jaar. Wij herinneren ons dat, in het grijze verleden, toen de Here Jezus Christus nog op deze aarde wandelde, juist in dezelfde stad Jeruzalem het verraad werd gepleegd door Judas Iskariot, één van de 12 discipelen… Zoals het destijds Judas, de hoogverrader van Kariot, verging, zó zal ook in deze plaats de antichrist straks aan zijn einde komen. Op het einde der tijden zal dit geschieden. Want “wij hebben het profetische Woord, dat vast en zeker is,…” (zie 2 Petr. 1:19) Amen.
Wij vragen aandacht voor het feit dat straks dit “meten van de Gemeente”, van “de Bruid van Christus” (zijnde “de 5 wijze maagden”, zie Matth. 25), vóórafgaat aan de grote verdrukking. Dit is het onweerlegbare bewijs dat de Gemeente, dat is “het (waarachtige) Lichaam van Christus”, alsdan volmaakt zijnde, NIET zal gaan door de grote verdrukking. De Bruid (en, na de Bruiloft, de VROUW)[9] van Christus zal straks worden “weggenomen”[10], beschermd en door God Zèlf worden “gevoed”, gedurende de tijd (van  de grote verdrukking) van 3½ jaar, ofwel “42 maanden” (zie Openb. 11:2), ofwel “1260 dagen”, ofwel “een tijd en tijden en een halve tijd”, “naar haar plaats,… buiten het gezicht van de slang” (zie Openb. 12:6 en 14). Glorie voor God! 

De verschijning van Gods getuigen

Openbaring 11:3, “En Ik zal Mijn 2 getuigen macht geven, en zij zullen, in rouwkleding gekleed (SV: met zakken bekleed), 1260 dagen lang profeteren.”
De profeet en apostel Johannes hoort nu de stem van zijn Here en God. En het is duidelijk, uit wat de Here tot hem zegt, dat deze 2 getuigen het zwaar te verduren krijgen. Hun lot wordt straks ondragelijk, zij zullen die 42 maanden dan ook ervaren als 1260 dagen! En iedere dag zal drukken als een loden last, die alsmaar en in toenemende mate zwaarder wordt… In dergelijke omstandigheden zal alle vreugde wijken uit een gewoon mensenbestaan. Alsdan zal een “zak” hun zwaar gekwelde lijf bedekken – een teken van intense rouw of verdriet!
Wie worden er nu met deze “2 getuigen” bedoeld? De omschrijving volgt in vers 4: 

Openbaring 11:4, “Zij zijn de 2 olijfbomen en de 2 kandelaars, die voor de God van de aarde staan.”
Dat wil zeggen, “voor het aangezicht van de Here God”. Hier is dan een zeer duidelijk verwijzing naar Zacharia 4, waar wordt gesproken over een kandelaar en 2 olijfbomen. Wij willen in dit bestek niet dieper ingaan op de details, maar alleen nog wijzen op deze 2 “olijfbomen”, die dus vast en zeker 2 “ambtsdragers” (gezalfden) zijn en die in het Koninkrijk der hemelen hun geëigende, door God Zèlf bepaalde, plaatsen innemen.
Zij zijn VOL van de Heilige Geest, en stralen Gods Licht uit in volle heerlijkheid en kracht. Hun aantal is geen geheim. Waarom juist twee? Deuteronomium 19:15b geeft hier licht op: “Op de verklaring van 2 getuigen… staat de zaak vast”. Hun getuigenis moet als WAAR aanvaard worden – het wortelt namelijk in God Zelf! De Here Jezus Christus Zèlf geeft Johannes de beschrijving van Zijn 2 getuigen. Hij begint (in vers 3) met te zeggen: Mijn”. Het zijn de getuigen van de machtige Engel uit hoofdstuk 10 (van Openbaring). Zij zijn “profeten” (zie Openb. 11:10). Dit “Mijn” (in Openb. 11:3) wil zeggen, dat zij in het bijzonder voor en van Hem zullen getuigen. Tot beter begrip in deze, doen wij er goed aan om ook de volgende Schriftplaatsen te raadplegen: Openbaring 1:15 en 3:14. Waarlijk, de Here Jezus is de Waarachtige Getuige!
Dit tweetal kan nog concreter worden gekend. Wanneer wij biddend acht geven op de macht, die hen is gegeven en de “tekenen”, die zij doen, kan hier met profetische zekerheid gesproken worden van Mozes en Elia. Is de 1ste  Mozes, niet de “drager van Gods Wet”, Gods “wetsman” en is de 2de, Elia, niet de koning onder Gods profeten? Wis en waarachtig en… Wet en Profeten is de samenvatting van heel het Oude Testament. De Here Jezus heeft gezegd: “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen (SV: te ontbinden); Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te VERVULLEN” (Matth. 5:17, HSV). Het is dan ook geen toevalligheid dat juist Mozes en Elia op “de berg van Verheerlijking” met Jezus spraken over “Zijn heengaan (SV: Zijn uitgang) (zie Luk. 9:31), die de “Man van smarten” (zie Jes. 53:3) moest volbrengen in… Jeruzalem. Alweer Jeruzalem! 

Openbaring 11:5-6, “En als iemand hun (d.i. de 2 getuigen) schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en dat verslindt hun vijanden. En als iemand hun schade wil toebrengen, moet hij op dezelfde manier gedood worden. Zij hebben macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen zal vallen in de dagen dat zij profeteren. En zij hebben macht over de wateren om die in bloed te veranderen, en de aarde te treffen (SV: slaan) met allerlei plagen, zo vaak zij dat willen.”
Déze 2 getuigen, die Johannes ziet, doen precies hetzelfde wat Mozes en Elia hebben gedaan. Plotseling schiet er “vuur” uit hun mond en vernietigt iedere vijand die het waagt om aan te vallen of die schade wil berokkenen. Dit herinnert ons aan Elia, die de soldaten van koning Ahazia, het ene 50-tal ná het andere, door hemelvuur liet verteren. Waarlijk, deze 2 getuigen beschikken over bovennatuurlijke macht, over hemelse krachten. Zij kunnen zó maar “de hemel sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de tijd dat zij profeteren” (zie vers 6a).
Was het niet Elia, de Thisbiet, die koning Achab toeriep: “Zo waar de HEERE, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta (ofwel: in Wiens dienst ik sta), er zal deze jaren geen dauw of regen komen, behalve op mijn woord!” (1 Kon. 17:1, HSV). Welk een geopenbaarde macht en kracht van God! Beide getuigen kunnen zó maar “water in bloed veranderen” en “de aarde slaan met allerlei plagen, zo dikwijls als zij dat willen” (zie vers 6b). Doet dit ons niet denken aan de 10 plagen (zie Exod. 7 t/m 11) waarmee het verzet van de zich verhardende Farao werd gebroken?
Behalve de eerder genoemde tekst in Deuteronomium 19:15b – “Op de verklaring van 2 getuigen… staat de zaak vast” – zijn daar ook nog de volgende Schriftplaatsen, welke wij u aanbevelen om te bestuderen: Mattheüs 18:16,  Johannes 8:17, 2 Korinthe 13:1 en 1 Timotheüs 5:19.  Beide, zowel de Wet alsook het Evangelie vragen “2 getuigen”. Daarom is het geen toeval, maar het vervullen van Zijn eigen Wet, wanneer de Here “tegelijkertijd 2 getuigen (of discipelen)” uitzend. Hier, in Openbaring 11:3, zijn het Mozes en Elia. Destijds waren het Jozua en Kaleb,… Petrus en Johannes. Oók met de 12 discipelen handelde Hij zo (zie Mark. 6:7) en net zo met de 70 andere discipelen (zie Luk. 10:1).
Déze 2 getuigen geven door wat God heeft gesproken en wat Jezus Christus over God heeft gezegd, en blijven hier het overblijfsel van het Jodendom oproepen tot BEKERING, vóórdat straks het laatste gericht zal worden aangekondigd. En het is tot bevestiging van de waarheid van het door hen gesproken (profetisch) woord, dat zij hemelse en aardse krachten tot manifestatie brengen. Wij willen het zo eenvoudig mogelijk schrijven…: zij gooien met vuur en veranderen het water, de levensbron, in bloed. Het effect van dit getuigenis is een nog vreselijker openbaring van de hel, zoals wij zullen zien. 

Openbaring 11:7, “En wanneer zij hun getuigenis volbracht hebben, zal het beest dat uit de afgrond opkomt, oorlog met hen voeren en het zal hen overwinnen en hen doden.”
Het beest, dat in Openbaring13 inal zijn afschuwelijkheid wordt uitgetekend, wordt dan toegelaten zijn (duivelse) macht en kracht te laten gelden! Deze worden geconcentreerd en de dàn bestaande wereldmachten slaan deze getuigende monden van Gods profeten dicht. De duivel heeft succes; hun getuigenis wordt als het ware “puin”. 

Openbaring 11:8, “En hun dode lichamen zullen liggen op de straat van de grote stad, die in geestelijke zin genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook onze Heere werd gekruisigd.”
De apostel Johannes noemt deze stad niet bij haar eigenlijke naam. Het is hier in déze stad, dat de zedelijke verdorvenheid haar dieptepunt heeft bereikt…, vandaar “Sodom”! Het is hier, dat Gods volk zwaar werd verdrukt en waar ze de moed hebben gehad om hun eigen Here te kruisigen,… vandaar “Egypte”! Het is die wereld, waar de Verlosser van het mensdom werd opgehangen aan het vloekhout. 

Openbaring 11:9-10, “En de mensen uit de volken, stammen (SV: geslachten), talen en naties zullen hun dode lichamen 3½ dag zien, en zullen niet toelaten dat hun dode lichamen in het graf gelegd worden. En zij die op de aarde wonen, zullen zich over hen verblijden, en zullen feest gaan vieren en elkaar geschenken sturen, omdat deze 2 profeten hen die op de aarde wonen, zo gekweld hadden.”
Hier liggen hun lijken dan “open en bloot”…, als een hoon voor héél de wereld, zichtbaar voor aller oog. Drie-en-een-halve dag blijven hun lijken daar liggen. Hier hebben wij dan weer dat getal 3½, dat zo zoetjes-aan alleen maar spreekt van ramp en van diepe rouw. Niemand krijgt de kans om hen de laatste eer te bewijzen.
Het moet straks fijn zijn voor de bewoners van deze aarde om te kijken naar die zwijgende monden, die dan niets meer kunnen zeggen. Zij vieren feest, omdat er een einde is gekomen aan dat, voor hun oren, onzalig geroep; en zij gaan over tot daden… en zenden elkaar geschenken. Maar die satanische blijdschap, die duivelse vreugde, zullen zij straks moeten betalen, en duur ook!
Maar onze trouwe God heeft deze wereld nog nooit zonder getuigenis gelaten. Zoals Hij Zijn getuigen op bovennatuurlijke wijze heeft weten te bewaren (zie vers 5) zodat zij in staat waren om hun opdracht (het PROFETEREN) te volbrengen en Zijn macht en kracht te manifesteren (zie vers 6), alzó zal Hij hen, óók in hùn dood, niet verlaten. Halleluja! 

Openbaring 11:11, “En na die 3½ dag kwam er een levensgeest uit God in hen en zij gingen op hun voeten staan. En grote vrees overviel hen die hen zagen.”
Plotseling davert door al dat wereldrumoer de machtige stem van de levende God… 

Openbaring 11:12, “En zij (d.i. de 2 getuigen) hoorden een luide stem uit de hemel tegen hen zeggen: Kom hier omhoog. En zij gingen omhoog naar de hemel, in de wolk, en hun vijanden keken hen na.”
Zij hoorden een luide stem uit de hemel, die tot hen zei: “Klimt hierheen op!” Wat gaat er nu gebeuren? Zij worden weer levend en staan weer op, en net als destijds Elia en Mozes hebben mogen ervaren “varen zij op naar de hemel in de wolk” (zie vers 12). Op een “wolkenwagen”… zij volgen straks hun Here en God, Die door Zijn kracht ten hemel voer… majesteitelijk!
Al die feestvierders krijgen de schrik van hun leven, maar… berouw komt altijd te laat. Het oordeel van God breekt los…, de aarde beeft in haar grondvesten…, de stad stort ineen. 

Openbaring 11:13a, “En op datzelfde uur vond er een grote aardbeving plaats, en het tiende deel van de stad stortte in (SV: is gevallen). En bij die aardbeving werden 7000 met name bekende personen gedood…”
Mensen, duizenden mensen. In de oude Statenvertaling staat: “7000 namen van mensen”,… Draai dit eens om: “7000 mensen van naam”. Dat is, in volmaakt profetisch licht, de schijnbaar voor het zeggen hebbende mensheid, die ten onder gaat! Dezelfde machtige stem als in Mattheüs 3:17 en 17:5 en Johannes 12:28[11], heeft oordeel geveld in gerechtigheid. Die aardebewoners aanschouwden de hemelvaart van die 2 getuigen… (zie Openb. 11:12). Wanneer de Here Jezus zal wederkomen, dan zullen Zijn vijanden Hem zien op de wolken (zie Openb. 1:7).

Openbaring 11:13b,“…En de overigen werden zeer bevreesd, en gaven eer aan de God van de hemel.”
Dit zal straks gebeuren op het einde van de tijdsperiode van de grote verdrukking. Willen wij in profetisch licht één en ander beter verstaan, zo doen wij er goed aan om 1 Koningen 19:18 biddend te bestuderen:
“Maar Ik zal er in Israël 7000 overlaten, allen die de knieën niet gebogen hebben voor de Baäl, en allen van wie de mond hem niet gekust heeft.” (HSV)
Het was de tijd van Elia… en er waren nog 7000 gelovigen die hun knieën NIET gebogen hadden voor Baäl. Maar hier, in Openbaring 11:13, vallen er 7000 goddelozen onder Gods oordeel.
Daar zijn er dus die straks tòch zullen moeten erkennen dat er een God in de hemel is, Die lang, heel lang, geduld heeft met deze wereld; Die “schijngelovigen” heel lang laat wachten op Zijn wrake; maar uiteindelijk zal Hij Zijn Gemeente voor aller ogen verheerlijken en Hij zal Zijn eer en glorie wreken! 

Het 3de wee, de 7de bazuinstoot, Gods slot-oordelen, die Zijn komst als Koning inleiden

Openbaring 11:14, “Het tweede wee is voorbijgegaan. Zie, het derde wee komt spoedig.”
Ja, nu komt dan ook “het 3de WEE”… Nu gaat “de 7de Engel” Zelf bazuinen (zie Openb. 11:15); nu verschijnt God Zelf. En zoals God Zich destijds, onder de oude (tijds)bedeling[12], openbaarde in de tempel boven de Arke des Verbonds – waarin de beide wetstafelen spraken van gerechtigheid en het gouden Verzoendeksel roemde van de liefde Gods vanwege het typerende bloed – zo treedt nu God naar voren om Zijn strenge rechten te handhaven… 

Openbaring 11:15-18, “En de zevende Engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn (SV: als Koning heersen) in alle eeuwigheid. En de 24 ouderlingen, die voor God op hun troon zitten, wierpen zich met hun gezicht ter aarde en aanbaden God, en zeiden: Wij danken U, Heere, God de Almachtige, Die is en Die was en Die komt, omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen en Koning geworden bent. En de volken zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden, en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om hen te vernietigen (SV: te verderven) die de aarde vernietigden (SV: verdierven).”
Straks zullen de engelen en de (door God) zalig verklaarden Zijn Koningschap, dat nu op het luisterrijkst naar voren treedt, zeer zeker bezingen. Wat gaat er alsdan op de aarde gebeuren? Daar davert de donder, schieten bliksemschichten, hebben aardbevingen plaats en valt er grote hagel, zoals geschreven staat “En er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel.” (zie Openb. 11:19).
Wanneer déze “7de Engel” de 7de bazuin laat schallen is de tijd daar, dat de Here God en Zijn Christus voor altijd zullen regeren. “De volken zijn dan toornig geworden” (zie vers 18a), omdat Gods uur van wraak is gekomen. Dàn is ook de opstanding aanstaande… “en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden” (vers 18b). “Gods dienstknechten zullen hun loon in ontvangst kunnen nemen, èn de profeten, èn de heiligen, èn allen die Gods Naam vrezen” (zie vers 18c).
Maar de goddelozen, degenen, “die de aarde verdierven”, degenen, die de antichrist hebben gediend, “zullen vernietigd worden” (zie vers 18d) en de aarde zal gereinigd worden van alle ongerechtigheden. Want er staat immers geschreven: “Het is immers rechtvaardig van God (SV: het recht is bij God) verdrukking te vergelden aan hen die u verdrukken, en aan u die verdrukt wordt, samen met ons verlichting te geven bij de openbaring van de Heere Jezus vanuit de hemel met de engelen van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus NIET GEHOORZAAM zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht, wanneer Hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die geloven (want bij u vond ons getuigenis geloof).” (2 Thess. 1:6-10, HSV).
De (zichtbare, lijfelijke) wederkomst van onze Here Jezus Christus heeft plaats op het einde van de 3½ jaar van de grote verdrukking. Geen wonder dat er geschreven staat: “En de 24 ouderlingen, die voor God op hun troon zitten, wierpen zich met hun gezicht ter aarde en aanbaden God, en zeiden: Wij danken U, Heere, God de Almachtige, Die is en Die was en Die komt, omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen….” (Openb. 11:16-17).
Onbeschrijflijk groot zal alsdan de vreugde zijn in Gods hemelen over een 6-tal zaken. Wij zullen deze nu onder de loep nader beschouwen…
1. Verandering van heerschappij (de verzen 15b en 18).
2. Houding van de volkeren (vers 18a).
Vergelijken wij deze uitspraak met Psalm 2: “Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat zonder inhoud is? De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde: Laten wij Hun banden verscheuren en Hun touwen van ons werpen! Die in de hemel woont, zal lachen, de Heere zal hen bespotten. Dàn zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen” (Ps. 2:1-5, HSV) en ook met Psalm 83: “O God, zwijg niet, houd U niet doof, wees niet stil, o God! Want zie, Uw vijanden tieren, wie U haten, steken hun hoofd omhoog… Mijn God, maak hen als een werveldistel, als stoppels voor de wind. Zoals vuur een woud verbrandt, zoals de vlam de bergen verzengt, achtervolg hen zó met Uw storm, jaag hun schrik aan met Uw wervelwind… Dan zullen zij weten, dat U – Uw Naam is HEERE! – U alleen de Allerhoogste bent over de hele aarde” (Ps. 83: 2-3, 14-16 en 19, HSV),  zo krijgen wij een nòg béter beeld van de laatste profetische ontwikkelingen.
3. De tijd van oordeel (vers 18b).
Altijd wordt de wrake Gods uitgestort over ongerechtigheid, want er staat geschreven: “Als nu onze ongerechtigheid de gerechtigheid van God bevestigt, wat zullen wij dan zeggen? Is God onrechtvaardig als Hij toorn over ons brengt? (Ik spreek op menselijke wijze.) Volstrekt niet! Hoe zal God anders de wereld oordelen?” (Rom. 3:5-6, HSV).
4. De tijd om de doden te oordelen (vers 18c).
De opstanding en het oordeel van ALLE mensen zal plaats vinden op “de Dag des Heren”![13]
5. Gods beloningen
(vers 18d).
Met de (zichtbare) wederkomst des Heren zullen ‘de rechtvaardigen in de opstanding’ het loon der rechtvaardigen ontvangen. “Verder is voor mij weggelegd de krans van de rechtvaardigheid die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.” (2 Tim. 4:8, HSV).
6. De vernietiging van de zondaren (vers 18e).
“Om hen te vernietigen (SV: te verderven) die de aarde vernietigden (SV: verdierven).” Laten wij gedenken wat er geschreven staat in Galaten 6 vers 7: “Dwaal niet: God laat niet met Zich spotten, want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten.” (HSV)
Dus, de opstanding van de rechtvaardigen heeft plaats met het schallen van de laatste bazuin (zie 1 Kor. 15:50-57 en 1 Thess. 4:13-17).
Het bazuingeschal op de Grote Verzoendag (zie Lev. 25:9-10) had plaats op de 10de dag van de 7de maand… Dit typeert het bazuingeschal van de laatste bazuin, dat alsdan Gods Grote Jubeljaar zal inluiden… de wederkomst van de Here Jezus, om Zijn Koninkrijk in eeuwigdurende vrede, kracht, en heerlijkheid te vestigen op de inmiddels gereinigde aarde!
En dan staat er geschreven:

Openbaring 11:19, “En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van Zijn verbond werd zichtbaar in Zijn tempel[14]. En er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel.”
Hier is de sluier, de voorhang weggenomen, gelicht; en “het einde van alle vlees” is gekomen. Allen zullen straks de Shekinah-glorie aanschouwen. Wat betekent dit? Dat de volheid van de Godheid ten volle is gemanifesteerd in onze Here Jezus Christus en het Bloed van het Eeuwig Verbond, op het Verzoendeksel en tussen de Cherubs van Heerlijkheid, duidelijk wordt onderscheiden!
Eerst zal Gods Heerlijkheid op deze wijze in de hemel worden geopenbaard, om straks – op Gods tijd en wijze – gemanifesteerd te worden op de aarde gedurende het 1000-jarig Vrederijk.
Geprezen zij Zijn wondervolle Naam! Alles wat ons wordt verteld van “bliksemstralen” en “stemmen” en “donderslagen” en “aardbevingen” en “grote hagel”, spreken ons van die slot-oordelen van God, die straks de weg zullen bereiden voor Christus heerschappij op deze aarde gedurende 1000 lange jaren. Een onsterfelijk tijdperk!
Glorie voor Hem! Amen. 

CJH Theys[15]
(1903 – 1983)

Einde van Hoofdstuk 11van het Boek Openbaring.
KLIK HIER voor hoofdstuk 12.


[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie Door de Geest van God geroepen tot deelname aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam, van E. van den Worm. (noot – AK)
[2] Zie eventueel de studie De eindtijd-profetieën van de profeet Zacharia, van E. van den Worm. (noot – AK)
[3] Zie eventueel de studie Christus in de Tabernakel van CJH Theys en/of De Tabernakel van Israël” (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God tot in alle volmaaktheid toe), van E. van den Worm. (noot – AK)
[4] Zie eventueel de studie Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens:een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader”, van E. van den Worm. (noot – AK)
[5] Zie eventueel de studie De volmaaktheid in Christus op aarde, in de eindtijd, van E. van den Worm. (noot – AK)
[6] Met deze “ervaring van de dood en de opstanding van Jezus Christus” in ons hart en leven wordt bedoeld dat wij bereid waren/zijn om af te sterven aan onze oude, zondige natuur, waarna wij konden/kunnen opstaan “in nieuwheid des levens”. Voor praktisch advies hierover, zie onze verhelderende studie van het Bijbelboek Lukas, vermeld bij noot 7. (noot – AK)
[7] De voorhof is hier het beeld van de zgn. voorhofs-christenen (christenen die nog niet Gods HEILIGDOM zijn binnengegaan). Voor meer uitleg hierover, zie de studie Lukas – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus(deel 1Het voorhofs-leven van de gelovige), van E. van den Worm. (noot – AK)
[8] Zie eventueel de studie De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd van E. van den Worm. (noot – AK)
[9] Zie eventueel het artikel Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12?, van A. Klein. (noot – AK)
[10] Zie eventueel het artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist?, van A. Klein. (noot – AK)
[11] Voor uw leesgemak zijn hier deze Bijbelverzen (van Matth. 3:17, 17:5 en Joh. 12:28) vermeld:
“En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!” (HSV)
“Terwijl hij nog sprak, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen; en zie, een stem uit de wolk zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!” (HSV)
“Vader, verheerlijk Uw Naam! Er kwam dan een stem uit de hemel: En Ik heb Hem verheerlijkt en Ik zal Hem opnieuw verheerlijken.” (HSV)
[12] De oude (tijds)bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens VOOR Christus’ (1ste) komst aangeeft. (noot – AK)
[13] Zie eventueel de studie De Dag des Heren, van E. van den Worm. (noot – AK)
[14] Zie noot 4.
[15] De Bijbelverzen zijn weliswaar omgezet naar de HSV-vertaling (soms met een gedeelte van de oude Statenvertaling erbij vermeld), maar aan de oorspronkelijke tekst is weinig gewijzigd, al zijn er soms wel voetnoten toegevoegd. (noot – AK)
Advertenties

Een reactie op Openbaring 11 vers 1-19

  1. Heel gezegende studie of beter gezegd onderzoek.
    Dat van die 7000 mensen van naam vond ik mooi gevonden – Openbaring 11:13.

    Robin (adelaarrobin.wordpress.com en http://www.bruid.punt.nl)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s