Openbaring 12 vers 6-18

KLIK HIER als u hoofdstuk 12 wilt uitprinten of downloaden.

De OPENBARING aan Johannes

De openbaring van Gods grote verborgenheid (vervolg)

En de vrouw vluchtte in de woestijn…

De apostel Johannes vervolgt zijn profetisch verslag, en informeert ons: 

Openbaring 12:6-9, “En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was (SV: haar van God bereid), opdat men haar daar zou voeden 1260 dagen (d.i. 3½ jaar, de periode van de grote verdrukking). Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn Engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog. Maar zij waren niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.”
Wat is de oorzaak van deze vlucht? Het antwoord, het enige en afdoende, vinden wij in dit hoofdstuk. Deze gebeurtenis vindt niet plaats na, maar vóór de 1260 dagen, gedurende welke deze vrouw, de Bruid van Christus, in de woestijn bewaard wordt door God. In deze plaats, die de Here Jezus Christus “woestijn” (d.i. “wildernis”) noemt, wordt de vrouw gevoed, onderhouden. Het zal haar daar aan niets ontbreken (zie Psalm 23). Halleluja! Amen. En zoals de mannelijke zoon wordt “weggerukt”, zó “vlucht” ook deze vrouw! De volmaakte kracht van de Heilige Geest, de “Arendsvleugels”[1], zal deze “wegneming”[2] tot Gods troon en tot in de wildernis bewerkstelligen. 

De grote strijd in de hemelen; de satan uitgeworpen uit de hemelse gewesten

Op het exacte profetische ogenblik van “de aankomst van deze mannelijke zoon tot voor Gods troon” ontbrandt in de hemelen de hevigste strijd. We lezen van twee partijen en Johannes noemt ze. Hierdoor leren wij vele dingen verstaan.
Vóór zijn uitwerping uit de hemelen en zijn nederwerping op de aarde, zien wij de satan in zijn gewelddadige pogingen om het kind van de vrouw te verslinden. Doch, hoewel hij hierin door de Here God wordt verhinderd, zo werd hij, tot dan toe, geenszins uit de hemel verdreven. Wanneer echter “de mannelijke zoon”, de tot heerschappij geroepenen (vanwege het “hoeden met de ijzeren staf/roede” – zie vers 5a), bij God zal zijn, dan vindt de oorlog in de hemel plaats, en wordt de satan met al zijn dienaren VOORGOED uit die hoge, verheven, hemelse sfeer op de aarde neergeworpen. Dit is, ontegenzeglijk, een hóógst merkwaardige en hóógst belangrijke gebeurtenis! De duivel/satan uit de hemelen geworpen op de aarde! Dit is, voorwaar, een wereldschokkend evenement van de eerste orde! Met wereldomvattende gevolgen, gelijk wij zullen zien.
Want, wij leren hieruit, dat de algemene voorstelling van de duivel/satan en van zijn verblijf geheel in strijd is met de Schriftuurlijke waarheden. De duivel/satan “woont” niet als zódanig in de hel, al is die voor hem bereid. Hij woont ook bepaald niet op de aarde, al is hij wel de erkende vorst van deze wereld. Hij verleidt wel de mensen en tergt hen, en zet ze op tegen God, natuurlijk onder de toelating van de Here als “beproevingen”; maar zijn verblijf is, naar de Schriften, nog altijd in de “hemelse gewesten”, als wij hiervan zó mogen spreken. Pas wanneer de “mannelijke zoon” in de hemel zal zijn aangekomen – tot eer en verheerlijking van Christus Jezus, de Zoon (zoals eerder Jezus, tot heerlijkheid van de Vader) – zal de duivel/satan uit de hemel op de aarde worden geworpen.
Hij wordt hier neergeworpen, om later, nadat hij eerst 1000 lange jaren “gebonden”, en dan weer “een korte tijd” losgelaten zal zijn, voor eeuwig geworpen te worden in de poel van vuur en zwavel (zie Openb. 20:10). Deze profetische gebeurtenis in de geest ziende, heeft Jezus doen uitroepen: “Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen” (Luk. 10:18).
En alles wat de Schrift ons omtrent de satan meedeelt, is hiermee in volkomen overeenstemming. In het boek Job[3], in 1 Koningen 22 en in Zacharia 3[4], zien wij satan in de tegenwoordigheid van God, als “de aanklager” van de gelovigen optreden. Dit is zijn werk geweest in alle eeuwen; en mocht men deze Schriftuurlijke bewijzen nog in twijfel willen trekken (omdat men meent het beter te weten dan God Zelf), zo leest men slechts Paulus’ duidelijke uiteenzetting in Efeze 6:12, om volkomen overtuigd te worden, dat satan en zijn engelen zich nog OVERAL kunnen bewegen. Want daar staat geschreven (en de apostel schreef dit alles onder de sanctie van God, de Heilige Geest!): “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed (d.i. niet tegen de mensen op aarde), maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.” (Ef. 6:12, HSV)
Wij hebben dus niet een strijd tegen de Kanaänieten van deze wereld, zoals Israël destijds, toen het het beloofde land in bezit nam door het binnen te trekken; maar, wij hebben de strijd tegen “de geestelijke machten van het kwaad, die overal in de hemelse gewesten wonen” – dat is: overal in het heelal – dus verblijven de duivel/satan en zijn engelen óók in de hemelen (ofwel: hemelse gewesten), zoals wij nù mogen leren verstaan!
De duivel/satan en zijn engelen pogen keer op keer ons te beroven van het genot van onze geestelijke zegeningen. Wij zijn immers, naar de Schriften, “met Hem (d.i. in Christus Jezus) in de hemelse gewesten gezet” (zie Ef. 2:6). Door het geloof verkeren wij dáár, en genieten zodoende Gods gemeenschap en al de zegeningen, die er in Christus voor ons zijn weggelegd. Vandaar dan ook dat de Heilige Geest ons vermaant met deze woorden: “Als u nu met Christus opgewekt bent (en het volgende is dus de VOORWAARDE!), zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.” (Kol. 3:1-3, HSV).
De duivel/satan nu tracht ons te hinderen, te verhinderen, te storen, onze gemeenschap te verbreken, ons intens geestelijk genot te roven, en daarom moeten wij – aangedaan “met de gehele (geestelijke) wapenrusting van God” (zie Ef. 6:10-18) – de strijd tegen hem aanbinden.
Verschillende plaatsen van de Schrift, die anders heel moeilijk te verstaan zijn, worden hierdoor in een duidelijk licht geplaatst en begrijpelijk. Wanneer dus de duivel/satan nog overal kan verblijven, ook in die hemelse plaatsen (zoals ook Gods Gemeente een “hemelse plaats” met “burgers die in de hemelen wandelen” behoort te zijn – noot AK), zo zijn dan ook die hemelen verontreinigd en moeten zij gereinigd worden; wat ook op Gods gezette tijd zal gebeuren.
De apostel Paulus heeft in Hebreeën 9:23 (n.a.v. de tabernakel en het heiligdom) geschreven: “Het was dus noodzakelijk dat de afbeeldingen (de voorbeelden) van de dingen die in de hemelen zijn, hierdoor gereinigd werden, maar de hemelse dingen zelf door betere offers dan deze (HSV). En in Kolossenzen 1:20 betuigt hij verder: “en dat Hij door Hem ALLE dingen met Zichzelf verzoenen zou, door vrede te maken door het bloed van Zijn kruis, ja door Hem, zowel de dingen die op de aarde zijn als de dingen die in de hemelen zijn (HSV). Amen.
Zodra de uitwerping uit de hemelen van de duivel/satan een feit is, dan is daar “grote vreugde in de hemel”. Want, “de aanklager van onze broeders” is neergeworpen op de aarde, en zijn engelen met hem. Wij behoeven hieraan niet toe te voegen dat de duivel/satan niet daar is, waar God woont; of, laten wij het omdraaien en schrijven, dat hij niet woont, waar God is. Want, “de Here onze God, woont in een ontoegankelijk licht, Hem heeft geen mens gezien en niemand kan Hem ook zien…” (zie 1 Tim. 6:16). Wij geloven dat de duivel/satan géén toegang heeft tot “de derde hemel” (zie 2 Kor. 12:2), in welke de apostel Paulus werd opgetrokken. Nochtans kan hij dicht genoeg bij God komen, om als “de aanklager van onze broeders” voor Zijn troon te fungeren. De geschiedenis van satan, zoals die in de Schrift ons wordt meegedeeld, is dus als volgt:
Lucifer was een vorst onder de, door God, geschapen wezens in de hemel. Hij was volmaakt in schoonheid en volkomen in al zijn wegen. Hij verhief zich echter op zijn schoonheid en stond toen op tegen Zijn Here en Schepper, tegen God, en werd daarom uit de Tegenwoordigheid van de Here God verdreven (zie Ezech. 28). Van dat ogenblik af is hij de verklaarde vijand van God; een verderver, een leugenaar, een mensenmoordenaar… Als vorst van deze wereld, onder de toelating van de Here, voert hij de mensen aan in hun strijd en rebellie tegen God, en is hij bovendien “de gevreesde aanklager van de gelovigen”.
Ná de “aanname en wegname van de Bruid”[5] en het “wegrukken van de mannelijke zoon”[6] wordt hij, na zijn nederlaag in de hemelse oorlog, op de aarde geworpen, en maakt alsdan in de persoon van de antichrist aan alle dienst van God en voor God op aarde een einde. Hij doet straks de goddeloosheid van al de volken ten top stijgen, en verleidt hen tot openlijke afval van God!
Bij de wederkomst van Jezus op aarde en zijn nederlaag in de slag van Armageddon (zie Openb. 19:11-21), wordt hij voor 1000 jaren gebonden, om daarna voor een korte tijd te worden losgelaten (zie Openb. 20:7-9a); en eindelijk en ten slotte, nadat hij als laatste uitstorting van zijn gramschap, als allerlaatste betoning van zijn helse vijandschap, de volkeren op de aarde (en dat zullen dan degenen zijn, die in die tijd deel zullen hebben aan de 2de opstanding – de opstanding van de onrechtvaardigen of goddelozen) tegen God en Zijn Christus heeft aangevoerd, zal hij VOOR EEUWIG geworpen worden in de poel, die brandt van vuur en zwavel, om aldaar dag en nacht tot in alle eeuwigheid te worden gepijnigd (zie Openb. 20:10). Dit leert Gods Woord en Zijn Woord is de waarheid.
Staan wij nog even stil bij de verdere bijzonderheden, die ons in dit hoofdstuk worden meegedeeld… Dit neerwerpen heeft plaats aan het begin van de periode van de Grote Verdrukking; en deze nederwerping van satan is het exacte moment van de manifestatie van de antichrist. Want de antichrist is satan “geïncarneerd in het vlees” net zoals destijds Christus “God geïncarneerd was in het vlees” (zie Joh. 1:1 en 14).
Op dàt profetische moment, straks geschiedenis, wordt dan die luide stem in de hemel gehoord: 

Openbaring 12:10, “En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht èn het Koninkrijk van onze God èn de macht van Zijn Christus, want… de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen.”
Toen dan ook door Michaël en Zijn Engelen de overwinning over de satan behaald was en deze laatste uit de hemel op de aarde geworpen was, hoorde Johannes die “luide stem in de hemel”. Eén stem hoorde hij, doch die éne is, als het ware de “vertegenwoordigster van vele stemmen”; want die éne stem zegt: ònze God en ònze broeders”! Zij is waarlijk de uitdrukking van de vreugde, die uit de harten van de hemelbewoners stroomt, die – zich verheugende in de oprichting van het Koninkrijk van hun God en van het gezag van Zijn Christus – zich nog intenser bewust zijn van hun nauwe, onverbrekelijke betrekking tot God en tot Christus en tot hun broeders.
En wie zouden deze “broeders” anders kunnen zijn dan die heiligen die gedurende de oordelen op aarde leven, en ongetwijfeld de heiligen, wier gebeden door de 24 ouderlingen voor de troon worden gebracht, en de heiligen, wier zielen in Openbaring 6:9 onder het altaar worden gezien, met daarbij hun broeders (en zusters), die later om hun getuigenis zouden worden gedood? 

Openbaring 12:11, “En zij (d.i. Jezus’ ware volgelingen/discipelen) hebben hem (d.i. de satan) overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood.”
Door Gods wondere genade hadden zij de overwinning behaald; en al hadden zij ook door de hand van hem, die het geweld van de dood had, hun (aardse) leven verloren, zo waren zij echter OVERWINNAARS over de duivel/satan[7], net zoals Christus zulks was, Die, hoewel gekruisigd, nochtans heeft getriomfeerd over alle macht van de vijand. In al deze gevallen is het bloed van Gods Offerlam, de grondslag van alles. Dit Bloed en het woord van hun getuigenis, het in hen werkende Woord van God door de kracht van de Heilige Geest en hun zelfverloochenend leven, vormen de oorzaken van hun algehele overwinning!
Hoe heerlijk is het te weten voor kinderen Gods dat, waar de duivel/satan de aanklager van de broeders (en zusters) is, de Here Jezus onze Voorspraak is bij de Vader. Wat de duivel/satan ook tegen ons mag inbrengen voor God, Jezus – onze “Rechtvaardigmaking”, het “Zoenoffer voor onze zonden” (zie Rom. 4:25, SV) – maakt al deze aanklachten nietig. Halleluja! Hij leeft voor eeuwig om voor de Zijnen te bidden! Hij is en blijft de Middelaar van het Nieuwe Verbond. Glorie zij Zijn Naam! Eenmaal zullen al deze aanklachten ophouden, want de satan wordt straks uit de hemel geworpen om daar nooit meer terug te keren. Geen wonder, dat in de hemel een luid gejuich losbarst, zodra deze nederwerping een feit is. 

Openbaring 12:12a, “Daarom, verblijd u, hemelen, en u die daarin woont!”
Maar, geen wonder ook dat zij met schrik en ontzetting denken aan de vreselijke ellende, die over de aarde komen zal, zodra de duivel/satan tot haar is neergekomen. Daarom lezen wij in verband hiermee: 

Openbaring 12:12b, “Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft.” 

De neergeworpen, aardegebonden duivel/satan neemt bezit van een afvallige en openbaart zich als antichrist; de grote verdrukking neemt een aanvang

Van het ogenblik af dat satan verhinderd zal zijn om zijn plaats als “heerser van de duisternis nog langer in de hemel in te nemen, worden èn de aarde èn de zee – deze beelden alle volkeren, naties, en talen uit – prijsgegeven aan zijn geweldig woedende toorn,… De (in beide Testamenten, oud en nieuw) geprofeteerde GROTE VERDRUKKING neemt een aanvang – de tijd, “…zoals er niet (eerder) geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal” (Matth. 24:21), begint! Met deze nederwerping van de duivel/satan op de aarde begint dan “de laatste” helft van de 70ste (jaar)week van Daniëls profetie (zie Dan. 9:27); de periode van 3½ jaar.
Op aarde ontwikkelt de duivel/satan dan al zijn macht en kracht, en zódoende weet hij dan ook een gewillig, menselijk instrument te vinden, dat hij nu gaat gebruiken en in wie hij zijn inwoning maakt, zich manifesterende als “de antichrist”. “De mens van zonde en wetteloosheid, de zoon van het verderf” (zie 2 Thess. 2:3), is dan daar – klaar om op te treden. Terstond beginnen vervolgingen en verdrukkingen, zoals nimmer tevoren op aarde gekend. Wat heeft er dan plaats? 

De draak keert zich eerst tegen de vrouw…

Openbaring 12:13, “En zodra de draak zag dat hij op de aarde was neergeworpen, ging hij de vrouw vervolgen die het mannelijke Kind (SV: het manneke) gebaard had.”
Hiermee keren wij terug tot het 6de vers van dit hoofdstuk… De daar, als het ware, afgebroken draad, wordt hier weer opgevat. Van het 7de tot het 12de vers van dit (12de) hoofdstuk worden ons achtereenvolgens oorzaken verteld van de heftige vervolgingen, waaraan de vrouw en haar zaad “in de laatste dagen van deze tijdsbedeling” zullen zijn blootgesteld. De vrouw vlucht dan in de woestijn… 

Openbaring 12:14, “En aan de vrouw werden 2 vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd (d.i. 3½ jaar, de periode van de grote verdrukking), buiten het gezicht van de slang.”
De Here Jezus heeft al deze dingen voorzegt in Mattheus 24:15-28 en Lukas 17:34-37.
Deze vrouw wordt dus NIET “opgenomen”, maar WEL “weggenomen”[8]. Weggenomen uit de wereld en gebracht “naar de woestijn (of: wildernis)…, naar haar plaats,” en “buiten het gezicht van de slang”. Dit laatste betekent dat de duivel/satan zèlf haar niet meer kan benaderen – zij is veilig gesteld, door haar Bewaarder, God Zelf! Deze gebeurtenis is de vervulling van de symbolische Schrift: de verlossing van Israël uit het land van Egypte en het brengen van haar in de woestijn van de Sinaï. Bestudeert nu biddend Exodus 19 en Lukas 17:37 en wordt overtuigd. Profetische parallellen zijn onuitwisbare bewijzen van Bijbelse harmonie.
Zó zal straks deze “vrouw”, eveneens door de kracht van de Heilige Geest – die machtige “grote Arendsvleugels” – gevoerd worden naar dezelfde woestenijen, waarin Israël gedurende 40 jaren heeft gewoond. Type en antitype ontmoeten elkaar hier in wonderlijke doch Schriftuurlijke realiteit! (Zie Exod. 19:4 en Openb. 12:6 en 14).
Het is gedurende deze tijd – dat de vrouw in haar, door God toebereidde, plaats zal vertoeven gedurende 1260 dagen (d.i. gedurende de gehele antichristelijke regeerperiode van 3½ jaar) – dat “niemand kan kopen of verkopen”, met uitzondering van degene, die het merkteken van het beest heeft, of de naam van het beest, of het getal van zijn naam (zie Openb. 13:17). De Bruidsgemeente wordt echter door God Zelf onderhouden… op Zijn wijze! Voorwaar, de mens zal niet alleen bij brood leven!
De duivel/satan laat echter zijn prooi niet zo gauw los. Hij heeft de “mannelijke zoon” niet kunnen doden, hij heeft de “vrouw” niet kunnen vernietigen…, en daarom lezen wij in de volgende verzen: 

Openbaring 12:15-16, “En de slang spuwde uit zijn bek water als een rivier, de vrouw achterna, om haar door de rivier te laten meesleuren. Maar de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn bek had gespuwd.”
Maar ook deze handeling is tot mislukken gedoemd, zoals wij zullen opmerken. Wanneer wij Jesaja 8:7-8 bestuderen, zo zien wij, dat daar de koning van Assyrië wordt voorgesteld onder het beeld van “een overstromende vloed”. God heeft ook toen Zijn volk weten te bewaren, te behoeden. Hij doet dit nu ook in het geval van deze “vrouw” uit Openbaring 12.
De “aarde”, staande voor Goddelijke ordening in deze wereld, opent dan haar mond, verzwelgt de rivier (beeld van door satan opgezweepte machten), en sluit zodoende de woeste en verderf aanbrengende krachten.

Het martelaarschap van “de overigen van haar zaad”

Nochtans houdt de vervolging niet op; want zolang er nog “zaad van de vrouw” op aarde aanwezig is, waaraan de duivel/satan zijn woede kan koelen, voert hij krijg tegen hen. Vandaar dan ook, dat er verder geschreven staat:

Openbaring 12:17, “En de draak werd boos op de vrouw, en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht (SV: haar zaad), die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus Christus hebben.”
En dit, nadat de gebeurtenis genoemd in het 16de vers heeft plaats gehad.
Met “de overigen van haar zaad” wordt hier bedoeld de groepering van de “5 dwaze maagden”, die achter zullen blijven en die de Grote Verdrukking zullen meemaken (zie Matth. 25:10-12). Deze “dwaze maagden” zijn christenen, rein gewassen (d.i. gereinigd in en door Jezus’ bloed) en gered, maar NIET WIJS (en daarom niet behorend tot de “wijze maagden” die tot de Bruiloft van het Lam zullen ingaan en bewaard worden voor de grote verdrukking – noot AK)! Het “waarom” wordt ons duidelijk gemaakt in “de gelijkenis van de wijze en dwaze maagden”[9], dat gaat over “het Koninkrijk der hemelen” zelf (zie Matth. 25:1-13).
Waarom werpt de duivel/satan zich nu op deze “groepering van de 5 dwaze maagden”? Omdat zij nog altijd “de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus Christus hebben” – daarom! En hij zal deze christenen verslaan, doden, want er staat in dit verband geschreven: “En het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen…” (Openb. 13:7a, HSV).
Al deze christenen – “de overigen van haar zaad”vallen dan als “martelaren” in de Grote Verdrukking, maar hebben straks wel deel aan de 1ste, grote opstanding (zie Openb. 20:4-6); de opstanding van de rechtvaardigen, bij de (zichtbare en dus lijfelijke) wederkomst van Christus! (Zie 1 Thess. 4:15-17). Wat de aartsvijand van God en Zijn volk ook zal doen, God weet in Zijn almacht die wending, die keer te geven, die Hij in Zijn plan van verlossing nodig acht. Halleluja!
Al moet de Here God ook – vanwege veronachtzaming en te-kort-schieten, zoals in het geval van deze dwaze maagden – zware tijden doen komen over Zijn volk, en zelfs verschrikkelijke oordelen over hen uitstorten, in het einde zal Hij hen toch doen ZEGEVIEREN. Maar de prijs die zij moeten betalen, om alle listen en lagen en aanslagen van de vijand (d.i. satan en de zijnen) te schande te maken, is zéér groot. Die prijs is het martelaarschap (zie Openb. 20:4 en 7:9-14): zij moeten hun getuigenis aangaande Jezus Christus, en Die gekruisigd, verzegelen met hun eigen bloed. Geweldig (m.i. in de zin van: bijzonder om zo, tot de dood erop volgt, het geloof in Hem te willen blijven belijden – AK), maar toch zeker ook heel verschrikkelijk om te moeten ondergaan; maar God heeft Zijn weg met een ieder van ons. Zijn roeping is onberouwelijk.
Nadat de geschiedenis van de Gemeente in algemene trekken aan de apostel Johannes is voorgesteld, en nadat hij de duivel/satan en zijn engelen uit de hemel heeft zien neerwerpen op de aarde, wordt aan Johannes nu een geheel ander toneel voor ogen gesteld. De ziener van Patmos ziet dan echter toch een toneel, dat in onmiddellijk verband staat met het voorgaande.
De duivel/satan, wetende, dat hij nog maar “weinig tijd heeft” (namelijk 3½ jaar) ontwikkelt grote gramschap en probeert nu de gehéle wereld in opstand te brengen tegen de Almachtige. In het volgende hoofdstuk worden ons de gebeurtenissen die hier op aarde, tengevolge van zijn nederwerping, zullen plaats vinden, in profetische taal en uitbeelding meegedeeld.
Tot vertroosting en versterking van het geloof van alle kinderen Gods, en ziende op het lot van de zo-even genoemde “dwaze maagden”, willen wij deze beschouwing van hoofdstuk 12 besluiten met de volgende Schriftuur…
“Want dit zeggen wij u met een Woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de (zichtbare en dus lijfelijke weder-) komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan (dat zijn: de uit de dood opgestane ‘rechtvaardigen’). Daarna zullen wij, de levenden (de ‘wijze maagden’) die overgebleven zijn (op aarde, door God bewaard in de ‘woestijn’), samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht[10]. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. Zo dan, (ver)troost elkaar met deze woorden.” (1 Thess. 4:15-18)
En:
“Zie, ik vertel u een geheimenis (SV: een verborgenheid): Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik (SV: in een punt des tijds), in een oogwenk, bij de LAATSTE bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij (de ‘wijze maagden’ die levend overgebleven zijn uit, en dus NA afloop van, de grote verdrukking – zie 1 Thess. 4:15-17 en Matth. 24:29-31) zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke (leven) moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke (lichaam) moet zich met onsterfelijkheid bekleden. En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: De dood is verslonden tot overwinning.” (1 Kor. 15:51-54)
En:
“Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw” (Hebr. 10:23). “…Hij zal het ook doen.” (1 Thess. 5:24)
Amen.

Openbaring 12:18, “En ik (d.i. Johannes) stond op het zand bij de zee.”

 CJH Theys[11]
(1903 – 1983)

Einde van Hoofdstuk 12van het Boek Openbaring.
KLIK HIER voor hoofdstuk 13.


[1] Zie eventueel het artikel Arendsvleugelen”, van CJH Theys. (noot – AK)
[2] Zie eventueel het artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist? van A. Klein. (noot – AK)
[3] Zie eventueel de studie Het boek Job – Over het lijden en de strijd van de Bruidsgemeentevan H. Siliakus. (noot – AK)
[4] Zie eventueel de ‘vers voor vers’ studie De visioenen van Zacharia ” van E. van den Worm. (noot – AK)
[5] Zie eventueel de (vervolg)studie “Dingen die spoedig geschieden moeten”, deel 8, met de titel De wegname ofwel de bewaring van de Bruidsgemeente van H. Siliakus. (noot – AK)
[6] Zie eventueel de (vervolg)studie “Dingen die spoedig geschieden moeten”, deel 5, met de titel: De geboorte van de mannelijke zoon van H. Siliakus. (noot – AK)
[7] Zie eventueel de studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot – AK)
[8] Zie noot 2.
[9] Zie eventueel het artikel Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’ (Over de 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd) van A. Klein/E. van den Worm. (noot – AK)
[10] De tekst van 1 Thessalonicensen 4:15-17 die gaat over:
a. De Here Zelf zal … nederdalen van de hemel, en
b. Wij… zullen… opgenomen worden in de wolken, de Here tegemoet.
Laten wij nu eens kijken wat de Studiebijbel (deel 8) over 1 Thessalonicensen 4:15-17 te zeggen heeft, en dan vooral over bovenstaande 2 punten (a en b):
Vanaf dit (15de) vers staat er “Christus’ of ‘Heer’ en niet meer Jezus, omdat het nu over de verheerlijkte Zoon van God gaat. (Zie noot) …
a. ‘Nederdalen’ (namelijk uit de hemel, vergelijk Dan. 7:15, 1 Thess. 1:10 en Openb. 21:2 en 10) moeten we letterlijk nemen, evenals het opvaren (van Jezus – noot AK) naar de hemel (zie Hand. 1:9-11). …
b. Het Griekse woord “harpazomai” (d.i. ‘gegrepen worden’, ‘weggenomen worden’) (door de Statenvertaling vertaald met “opgenomen worden” – noot AK), spreekt over een plotselinge verplaatsing door goddelijk ingrijpen (zie Hand. 8:39 en Openb. 12:5 – vergelijk Gen. 5:24 en 2 Kon. 2:11). …
Het Griekse woord “eis apantēsin” (letterlijk: naar de ontmoeting) (door de Statenvertaling vertaald met “tegemoet” – noot AK), was de vaste uitdrukking voor het buiten de stad tegemoet gaan en verwelkomen van een belangrijke bezoeker (zie Matth. 25:6 en Hand. 28:15), meestal een vorst, om hem een geleide te geven bij zijn aankomst.
‘In de lucht’ geeft aan waar de ontmoeting plaatsvindt: tussen hemel en aarde. Het blijft hier onduidelijk
>>> of de Heer met Zijn Gemeente eerst terugkeert naar de hemel (vergelijk Joh. 14:3),
>>> of dat na de ontmoeting de gemeente de Heer begeleidt naar de aarde.
Het “eis apantēsin” pleit voor het laatste.
Tot zover de uitleg uit de Studiebijbel. (noot – AK)
Bovenstaande is een kort gedeelte uit het artikel Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ? van A. Klein.
[11] De Bijbelverzen zijn weliswaar omgezet naar de HSV-vertaling (soms met een gedeelte van de oude Statenvertaling erbij vermeld), maar aan de oorspronkelijke tekst is weinig gewijzigd, al zijn er soms wel voetnoten toegevoegd. (noot – AK)
Advertenties

3 reacties op Openbaring 12 vers 6-18

  1. Robin zegt:

    De satan is inderdaad niet in de derde hemel, maar hij heeft zijn troon in de TWEEDE hemel. Deze tweede hemel grenst wel aan de derde hemel. Anna Rountree beschrijft dat in één van haar boeken. Zij heeft veel visioenen gehad en is net als Paulus in de derde hemel geweest en heeft daar onderwijs gehad. Zij is er niet één maal geweest maar meerdere malen.

    Zij schrijft wat betreft de 144.000 hetzelfde als wat op deze site staat. Dus deze Bethel site is een heel betrouwbare site, en in onze eigen huissamenkomsten wordt ook zo geprofeteerd.

  2. Evert zegt:

    Dank voor al het werk dat in deze bijbelstudie staat, het maakt het zo begrijpelijk.
    Kan iemand mij vertellen waar de antichrist is in de eerste 3,5 jaar? Het gaat elke keer over de laatste 3,5 jaar.
    De gemeente word toch opgenomen vóór de eerste 3,5 jaar?
    Bedankt.

    • Beste Evert,

      De eindtijd verloopt in fasen, zo ook de laatste 7 jaar (ook wel ‘week’ of ‘jaarweek’ genoemd = voor elke week een jaar).
      Daniel 9 vers 27: “Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer (SV: spijsoffer) doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste.”

      Zie voor deze fasen ons eindtijdscenario, met diverse studieverwijzingen.
      Ik vermeld hieronder de fasen die over de laatste 7 jaar, die van de wereldregering van de antichrist, gaan. In de hoop dat die voldoende antwoord geven op uw vragen:

      FASE 4 (n.a.v. uw vraag: “Kan iemand mij vertellen waar de antichrist is in de eerste 3,5 jaar”):
      Er komt een “grote man” (of vrouw) op het wereldtoneel, die als wereldleider veel problemen LIJKT te kunnen oplossen.
      Zie verdere uitleg bij Fase 6 en 7.

      FASE 6:
      Aanvang van de 1ste 3½ jaar onder het bewind van eerdergenoemde wereldleider die vrede in de wereld LIJKT te brengen.
      Dit zal de 1ste periode van 3½ jaar zijn, waarin de antichrist al wel regeert, maar de meeste mensen hem nog zullen zien als de (weliswaar valse) vredevorst of messias, als de wereldleider die veel problemen in de wereld LIJKT op te kunnen lossen. Hierop zal de 2de periode van 3½ jaar volgen (zie Fase 7) waarin de antichrist zijn ware gezicht laat zien. Denk aan de Bijbelse waarschuwing: “Wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen…” (zie 1 Thess. 5:3).

      FASE 7:
      Aanvang van de grote verdrukking van 3½ jaar.
      De eerder genoemde wereldleider wordt nu GEHEEL door satan in bezit genomen en zo gemaakt tot de ZEER WREDE wereldleider, de antichrist (de tegenstander van Christus en christenen). En dit zal duidelijk merkbaar worden voor alle oprechte christenen. Zij zullen vervolgt (en velen zelfs gedood) worden. Maar… God komt velen van hen te hulp. Zie de volgende fase.
      (Met de Joden/Israëlieten heeft God een ander plan – zie Fase 7c)

      FASE 7a (n.a.v. uw vraag: “De gemeente word toch opgenomen vóór de eerste 3.5 jaar”):
      OPNAME van de 144.000 en WEGNAME van de Bruid. (zie 1.)
      Vlak na aanvang van de grote verdrukking wordt de mannelijke zoon, de 144.000 uit de 12 stammen van Israël (zie 2.), opgenomen in de hemel (zie Openb. 12:4b-5).
      Weer vlak daarna zal de Bruid worden weggevoerd – de zgn. WEGNAME – naar de woestijn, waar zij door God bewaard en gevoed wordt voor 1260 dagen (zie Openb. 12:6 en 14).
      1. Zie eventueel de studie:
      Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist?”.
      2. Zie eventueel de studie:
      Gij, volk van Israël, ontwaak”.

      Hopelijk kunt u iets met dit, vast nog onvolmaakte, antwoord.

      Gods zegen toe gebeden,
      A. Klein

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s