Openbaring 17 vers 1-6

KLIK HIER als u hoofdstuk 17 wilt uitprinten of downloaden.

De OPENBARING aan Johannes

Gods oordeel over het grote Babylon als geestelijke macht

Wij zijn nu gekomen tot één van de belangrijkste gedeelten van het Boek Openbaring, namelijk: tot de beschrijving van het oordeel Gods, dat over het “grote Babylon” komen zal. Twee lange hoofdstukken zijn hieraan gewijd. Wij zullen zien, dat wat eertijds met een enkel woord werd aangeduid, nu uitvoeriger wordt beschreven. In hoofdstuk 14 werd uitgeroepen: “Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon, de grote stad (SV: het grote Babylon), omdat zij alle volken van de wijn van de toorn van haar hoererij heeft laten drinken” (Openb. 14:8). In hoofdstuk 16 staat geschreven: “En het grote Babylon kwam bij God in gedachtenis, en Hij gaf haar de drinkbeker met de wijn van Zijn grimmige toorn” (Openb. 16:19b). Alle bijzonderheden van deze geweldige val nu en van dit oordeel vinden wij in de 2 hoofdstukken die wij thans onder de loep nemen…
Wij zullen al direct opmerken, dat taal en wijze van uitdrukking in deze 2 hoofdstukken eenvoudiger en gemakkelijker te begrijpen zijn dan in het voorafgaande gedeelte van Openbaring. Wat ons hier wordt voorgesteld, is ons namelijk van nabij bekend; en, wat “de beginselen” betreft, gaat het ook ons aan. Wordt ons in hoofdstuk 16, zonder enige verdere details, verteld van de toorn Gods, welke zal worden uitgestort en van het algemeen effect met betrekking tot deze wereld, in de nu in beschouwing te nemen hoofdstukken 17 en 18 worden ons buitengewoon belangrijke details gegeven ten aanzien van dezelfde tijdsperiode. Indien dit niet zó zou zijn, zo zou het 19de hoofdstuk (in volkomen harmonie) dadelijk kunnen volgen op hoofdstuk 16. Maar vanwege het belang van de hier bedoelde details wordt de apostel Johannes door de Engel, één van de zeven, uitgenodigd met de woorden:

Openbaring 17:1, “En één van de 7 engelen die de 7 schalen (SV: fiolen) hadden, kwam en sprak met mij en zei tegen mij: Kom (SV: kom herwaarts), ik zal u het oordeel over de grote hoer laten zien, die aan vele wateren zit.

Het “grote Babylon” wordt door de Heilige Geest aan ons voorgesteld

Voordat wij de inhoud van bovengenoemde hoofdstukken nauwkeuriger gaan bekijken, willen wij eerst het volgende vaststellen. Deze punten, voorkomende in de eerste 5 teksten van Openbaring 17, zijn buitengewoon belangrijk; zij treden in het verdere gedeelte telkens op de voorgrond. Zo hebben wij dan in:
Vers 1:Kom herwaarts(SV). De “uitnodiging” van “één van de 7 engelen die de 7 schalen hadden”. Hier hebben wij te maken met dezelfde Engel, Die in Openbaring 21:9-10 tot Johannes sprak, zeggende: “…Kom (SV: kom herwaarts), ik zal u de Bruid, de Vrouw van het Lam, laten zien. En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem[1], dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan.” Ziende vanuit het Goddelijk standpunt zullen ook wij alles duidelijker “zien” en ook beter “verstaan”.
“Het oordeel over de grote hoer”. Onder “hoererij” moeten wij al datgene verstaan wat God ervan denkt en zegt in Zijn Woord. In de Bijbel kunnen wij dan ook alles hieromtrent naspeuren; en wij moeten in dit opzicht dan ook niets overslaan. “Die daar zit op vele wateren” (SV). Met “wateren” worden in Gods raadsplan altijd “natiën en volkeren” verstaan. In dit licht zal straks alles wat in verband kan worden gebracht met “hoererij”, zowel letterlijk als geestelijk, over de hele wereld gevonden worden; en ten-hemel-schreiende-zonden zullen door alle naties en volkeren worden bedreven.

Openbaring 17:2, Met haar hebben de koningen van de aarde hoererij bedreven, en de bewoners van de aarde zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij.
“Allen zullen hebben gehoereerd en dronken zijn geworden…”. Kwade, boze, zondige praktijken worden straks door machthebbers en alle volken van de aarde bedreven – alles onder “de dekmantel van godsdienstigheid”.

Openbaring 17:3, “En in de geest bracht hij mij weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol van godslasterlijke namen was, met 7 koppen (SV: hoofden)[2] en 10 horens.
Nog eenmaal zal de grote hoer (de valse kerk)[3] alle autoriteit bezitten, maar dit zal niet lang duren – slechts 3½ jaar, volgens de Bijbelse Profetische chronologie.

Openbaring 17:4, En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels, en zij had een gouden drinkbeker in haar hand, vol van gruwelen en van onreinheid van haar hoererij.
Deze “kerk der hoererijen” bezit alles wat door de wereld wordt geprezen en wat gerekend wordt als ”het beste van het beste”; alle aardse heerlijkheid en wereldse successen behoren hiertoe.

Openbaring 17:5, En op haar voorhoofd stond een naam geschreven: Geheimenis (SV: verborgenheid), het grote Babylon, de moeder van de hoeren (SV: der hoererijen) en van de gruwelen van de aarde.
Hier wordt ons haar “identiteit” geopenbaard. “De verborgenheid der ONgerechtigheid”[4] in haar allerlaatste stadium (ontwikkeling). Om dit ergerlijke kwaad in haar volle omvang te (kunnen) verstaan, dienen wij een grondige studie te maken van het “oude Babylon”, waarvan de beruchte “Nimrod” de stichter was.

De achtergronden van dit Babylon: het oude Babylon

De oorspronkelijke naam “Bab-El” (wat “Poort van God” betekent) werd, vanwege het oordeel Gods, “verwarring” (zie Gen. 11:9). Nimrods Babylon was het centrum van alle goddeloosheid en afgoderij, en de “moeder van alle heidense en mysterieuze systemen” in de wereld. Door alle eeuwen heen is zij een “imitatie” geweest van het “ware” (d.i. van het waarachtige, het reële)!
Hier volgen nog enkele waardevolle notities met betrekking tot de eerdergenoemde Nimrod, de grondlegger van het goddeloze Babylon. In Gods Woord staat van hem geschreven dat hij de zoon was van Kush, en verder dat hij “begon een geweldenaar op de aarde te worden” (zie Gen. 10:8). Voorts lezen wij nog: “Hij was een geweldig jager voor het aangezicht van de HEERE; daarom wordt gezegd: Als Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht van de HEERE. Het begin van zijn koninkrijk bestond uit Babel,… in het land Sinear.” (Gen. 10:9-10). Bevestiging hiervan vinden wij in 1 Kronieken 1:10, “Cusj (SV: Kush) verwekte Nimrod; deze begon een geweldenaar op aarde te worden”. Hij was “een geweldig jager” in de zin van “zielen-jager”; dit wil zeggen, dat hij “mensen verzamelde”, vergaderde, voor zichzelf en die aan zichzelf bond; en daardoor stelde hij zich tegen(over) God. De profeet Micha geeft ons wel een zeer frappante en voor zichzelf sprekende informatie: “Zij zullen het land van Assur weiden met het zwaard, het land van Nimrod met getrokken zwaarden…” (Micha 5:5a).
En in dat land Sinear bouwden zij niet alleen een stad, maar ook een toren (noot AK: de zgn. “toren van Babel”, zie Gen. 11:1-4), waarvan de top tot in de hemel moest reiken. De Here God maakte echter abrupt een einde aan deze intense hoogmoed, door de “spraakverwarring” en de “verstrooiing”. Van deze feiten kunnen wij lezen in Genesis 11 vers 7-9: “Kom, laten Wij neerdalen en laten Wij hun taal daar verwarren, zodat zij geen van allen elkaars taal zullen begrijpen. Zo verspreidde de HEERE hen vandaar over heel de aarde, en zij hielden op met het bouwen van de stad. Daarom gaf men haar de naam Babel; want daar verwarde de HEERE de taal van heel de aarde, en vandaar verspreidde de HEERE hen over heel de aarde.”
Kush, Nimrods vader, was een afstammeling van Cham, die de onwaardige zoon van Noach was. De naam “Cham” betekent “zwartachtig” of “donker”, letterlijk: “zon-gebrand”. In geestelijk opzicht hebben wij hier een indicatie ten aanzien van ‘s mensen ziel! Want wat is “zon-gebrand” in feite? Wat moeten wij hieronder verstaan? Een mens, die “donkerder” wordt door “licht vanuit de hemel!” In de ark genoot Cham wondervolle “genade”, maar hij maakte zich die genade onwaardig (zie Gen. 9:1, 18, 22 en 24-25).
Daar was werkelijke “zonne-brand”, veroorzaakt door de alles-doordringende lichtstroken, die op Gods bevel tot in zijn ziel schenen. Zijn geweten werd “als met een brandijzer toegeschroeid” (zie 1 Tim. 4:2), en zodoende geraakte hij tot “afgoderij” en werd “de waarheid van God vervangen door de leugen, en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper” (zie Rom. 1:25).

De beginselen van “de grote hoer”

Daar is altijd een begin, een reden, een oorzaak, voor iedere zonde en voor alle afval (van God en gebod). Die oren heeft, die hore. Het is een onomstotelijk feit in het Raadsplan van God dat de grote “verborgenheid van de ONgerechtigheid” (zie 2 Thess. 2:7) altijd staat tegenover de WAARHEID die in Christus Jezus is (zie Joh. 1:17 en Ef. 4:21). De “misleidende imitatie” heeft in alle eeuwen plaats gehad, en zal voortduren tot het einde van de huidige tijdsbedeling. Dat wij dan nauwlettend toezien in deze laatste dagen en acht zullen slaan op onszelf.
Want “de beginselen” waarvan wij eerder repten, en die straks tot volle ontwikkeling zullen komen, zijn nù reeds werkzaam. Dagelijks hebben wij er mee te maken, ofschoon wij (vaak) onachtzaam aan de dingen voorbij gaan. In elk geval zijn wij geroepen ons verre van dezelve te houden. Wie de volgende “beginselen” huldigt:
*) afwijken van de waarheid,
*) imitatie plegen,
*) leugen als waarheid presenteren,
*) vleselijke begeerlijkheden propageren onder het mom van geestelijkheid, en dergelijke,
moet wel bedenken dat hij of zij de beginselen huldigt van “de grote hoer”, van allen die allang “in afval” (van God en gebod) leven; en derhalve in lijnrechte tegenspraak met de wil van God en het gevoelen dat in Christus was en nog is. Mensenverering leidt tenslotte tot de aanbidding van satan, de “aartsleugenaar en mensenmoordenaar vanaf het begin”.

Gods tweeërlei oordeel over het “grote Babylon”

Het grote oordeel, dat straks over deze “afvalligen” komt, wordt ons op tweeërlei wijze voorgesteld. In hoofdstuk 17 staat “de valse kerk” voor een geestelijke macht. Zij die zich alsdan de “Bruid van Christus” noemt, doch dat in geen geval is, omdat zij de waarheid (van God) heeft verlaten en willens en wetens andere goden heeft nagewandeld, is in Gods alziend oog “de grote hoer”! Zij draagt dan op haar voorhoofd de naam: “Verborgenheid (HSV: geheimenis), het grote Babylon, de moeder der hoererijen en van de gruwelen der aarde” (Openb. 17:5, SV). Dronken van het bloed van de heiligen, wordt zij voorgesteld als degene, die schuldig gevonden wordt aan de dood van de getuigen van Jezus Christus.
EU-parlement StrasburgDeze “organisatie” is dan ook tegelijkertijd een politiek-staatkundige macht geworden[5], en daarom wordt zij in hoofdstuk 18 als zodanig uitgebeeld. Handel gedreven hebbende met alle kooplieden der aarde, zoals er geschreven staat, zal zij ook straks als politieke en staatkundige macht van de aarde verdwijnen.
Hoe angstwekkend, als wij bedenken dat “de mens” zó ontzettend diep kan vallen en straks tot een schrik-barend einde komt. Wanneer wij ogen gekregen hebben om te zien en oren om te horen, dan is daar voor ons reden genoeg om de Here, onze goede en getrouwe God, te prijzen voor al Zijn liefde en genade jegens hen, die in hun broosheid tòch van goede wil zijn en zich geheel en al op Hem verlaten, als “de Rots der Eeuwen”. Hoe moeten wij Hem uit het diepst van ons hart niet danken, als wij door ervaring weten, afgezonderd te zijn van al die goddeloze beginselen en praktijken, die zulk een ontzettend oordeel tot gevolg hebben (ofwel: als nasleep kennen). Dat God ons Zijn gedachten zal doen verstaan, bij de verdere beschouwing van beide hoofdstukken, is mijn oprechte bede.

Wij maken verder kennis met Babylon als geestelijke macht

De eeuwen door heeft dit “Babylon”, dat door-en-door verdorven godsdienstige (?) stelsel, door haar schadelijke, verderfbrengende invloed, gelovigen tot hoererij en afgodendienst verleid en gebracht. Haar “laatste vorm” is niet alleen een vrouw, maar een “grote hoer”. Zó ziet God haar. Deze oude spreekwijze van het Oude Testament is ons niet vreemd. In oude tijden was afgoderij voor Jeruzalem de zonde van overspel, want JaHWeH-God was Israëls man. Ook in de Gemeente des Heren wordt afgoderij “hoererij” genoemd. Op dit ogenblik is déze algemene afgoderij (ofwel: geestelijke hoererij) nog niet volkomen. De Heilige Geest – aanwezig in het “heiligdom des Heren op aarde”[6], dit is de Gemeente – weerhoudt nog de algehele openbaring van de satanische machten.
Wanneer wij dan ook lezen, dat zij gezeten is op “vele wateren”, dan wordt ons daarmee te kennen gegeven, hoe wereldwijd haar funeste invloed straks zal zijn. En tòch, wanneer de Geest van God haar wil voorstellen, ziet de apostel haar in de “woestijn” (zie Openb. 17:3) ver van alle bronnen, die de hof Gods bewateren. Voorwaar, de heilige begeerten van het vernieuwde hart van Gods volk, kan alleen maar bevrediging vinden in de Ware Levensbron: de Here Jezus Christus. De Geest van God haat, wat het vlees bemint! Wat begeerlijk is voor het natuurlijk hart, is voor Gods Geest niets anders dan wildernis en verderf. Hoe geheel anders is de voorstelling van de Bruid, de Vrouw van het Lam! Bij die aanblik wordt Johannes, de profeet-ziener van Patmos, niet naar een woestijn maar ver weg, op een grote en hoge berg gevoerd, opdat hij vandaar het Nieuwe Jeruzalem vanuit de hemel zal zien nederdalen.
Langs de profetische lijn zien wij het volgende: De “VROUW”, als zodanig, is Gods uiteindelijke (d.i. laatste) scheppingsdaad (zie Genesis 1 en 2). Het huwelijk is van Godswege verordineerd en gezegend (zie Gen. 1:27-28, Gen. 2:18-24 en Ef. 5:22-33). Adam en Eva symboliseren Christus en de Gemeente, Zijn Lichaam op aarde. Verbreking en uiteen-scheuring van huwelijksbanden is het werk van satan. Dat wij dit toch goed begrijpen! In Openbaring 2:20-23 wordt al gesproken van “geestelijke immoraliteit”; en dat, wat ons wordt gemeld in deze Bijbelverzen[7] over de gemeente van Thyatira, komt op het einde van de huidige tijdsbedeling tot volheid in de grote hoer”. Tot beter begrip hiervan moeten wij een vergelijkende studie maken van Jeremia 3:6-9, Ezechiël 16:32 en Hosea 1 en 2. Dit kunnen wij echter al vaststellen: natuurlijke immoraliteit typeert in Gods Bijbel geestelijke onzedelijkheid! Bestudeer verder Spreuken 7:5-27 en Jakobus 4:4 en wordt overtuigd.
Welk een contrast, als wij denken aan de “Vrouw”, die ons wordt voorgesteld in Openbaring 12 als de WARE Schriftuurlijke Bruid[8]. Welk een afschuw maakt zich van ons meester, wanneer wij letten op de uitbeelding van de “valse en onreine vrouw” in deze hoofdstukken, en die door God “DE GROTE HOER” genoemd wordt. Deze naam is dan ook gelijk haar openbaring; met andere woorden, aan deze naam wordt zij gekend, want haar daden (praktijken) stempelen haar als zodanig. Is dit waar in het natuurlijke leven, alzo is dit ook in het geestelijke leven. Voor ons geldt het goddelijke principe: “Aan de vrucht kent men de boom” (zie Matth. 12:33). Amen.
In de eerdergenoemde openingsverzen (zie Openb. 17:1-5) worden 6 dingen van haar gezegd: namelijk:
1.   Haar karakter (aard): zij is een “HOER”.
2.   Haar conditie (luister)[9]: deze is “GROOT”.
3.   Haar positie: zij zit op “vele wateren” (beeld van: naties, volkeren,  menigten en talen).
4.   Haar relaties: deze zijn de groten der aarde, de machtigen (met wie zij “hoererij” – ofwel: onwettigheden en ongeoorloofde intimiteiten – bedrijft).
5.   Haar invloed: deze is wereldwijd; dat wil zeggen, dat zij alle bewoners der aarde dronken maakt met de wijn van haar hoererij (d.i. afgoderij; het in geestelijke zin ‘vreemd gaan’ – noot AK).
6.   Haar oordeel: dit is al dichtbij, bijna daar; ‘op handen zijnde’ (d.i. aanstaande).
Wanneer de Geest van God Johannes wegvoert in de “woestijn” (zie Openb. 17:3), is dat die eenzame, verlaten en woeste plaats, die wij kennen als: DE WERELD ZONDER GOD! Zo heel anders is de toestand, wanneer wij in de Bijbel lezen van DE GEMEENTE (DE BRUID), die straks in de kracht van de Heilige Geest (die machtige Arendsvleugelen[10]) heen vliegt naar de haar door God Zelf toebereidde plaats in de woestijn:
“En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden 1260 dagen (d.i. 3½ jaar, de periode van de grote verdrukking).” (Openb. 12:6)
“En aan de vrouw werden 2 vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd (d.i. waarmee dezelfde 3½ jaar van de grote verdrukking mee wordt bedoeld), buiten het gezicht van de slang.” (Openb. 12:14)
Zij wordt daar dan door God Zelf “gevoed” en “bewaakt”. Halleluja! Welk een voor zichzelf sprekend contrast vinden wij hier in de annalen van Goddelijke geschiedenis. Hoe imponerend, hoe alles overweldigend! Hoe groot en machtig en getrouw is onze God! Hem zij de lof, de dank, en de heerlijkheid gebracht.
Wij willen nu “aanhaken” op Openbaring 17:3b, waar geschreven staat dat “zij is gezeten op een scharlakenrood beest”. Dit wil dus zeggen dat “het beest haar draagt”, wat ook de verklaring is van de Engel in Openbaring 17:7b. Hoe anders is het getuigenis van de Bruid van Christus, van wie wordt gezegd dat zij gezien wordt als “…een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van 12 sterren” (Openb. 12:1). Zij is dan een, volgens het profetisch Woord, “gehuwde vrouw”, namelijk: de Bruid van Christus. Hem zij de glorie!
Het “beest” is “scharlakenrood”, omdat het zijn macht en fatale invloed ontvangt van de duivel. In Openbaring 12:3 lezen wij van een “grote vuurrode draak”; en net zoals in Openbaring 13:1 het beest, dat uit de zee opsteeg, namen van godslastering had, zo is ook hier het beest vòl namen van godslastering. Babylon is een “grote hoer” – een sluw en met duivelse subtiliteit opgezet “stelsel van godsdienstige verdorvenheid”. Dit scharlakenrood beest is de laatste vorm van afgodische wereldheerschappij. Dit beest lastert en is derhalve in openlijke vijandschap tegen God en Zijn Gezalfde. En dit beest is dan ook Gods voorstelling van de “bestiale, perverse natuur” van de machthebbers der wereld… tot het einde toe! Denk hieraan, o christen, en vrees God: “7 koppen (SV: hoofden) en 10 horens vol van godslasterlijke namen” (zie Openb. 17:3 en 7) – de volheid en volkomenheid van alles, wat maakt dat alleen de hel hun eindbestemming kan zijn. Hoe rechtvaardig is onze God! De praktische zegswijze: “Boontje komt om zijn loontje” vindt in de geschiedenis altijd herhaling; zowel individueel als collectief.

(Nogmaals) Openbaring 17:4a, “En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels”.
Het zijn duidelijke beelden van al wat de wereld groot, heerlijk en schoon vindt. Doch bij al die “uitwendige” pracht en duivelse aantrekkelijkheid, had zij “een gouden drinkbeker in haar hand, vòl van gruwelen en van onreinheid van haar hoererij” (Openb. 17:4b). Wij zijn geneigd om te denken dat de Heilige Geest geen woorden, sterk genoeg, weet te vinden om haar satanische verdorvenheid uit te drukken. Maar, onder “gruwelen” wordt meestal de ergste graad van afgoderij verstaan. En die afgoderij is het kenmerkend beeld van Babylon, niet alleen in de laatste dagen, maar dat is altijd al zo geweest: en behalve de “afgoden” zijn er ook nog die onreinheden van haar hoererijen! Dit zijn 2 om oordeel schreeuwende zonden, verenigd in dit Babylon.
Wanneer wij nu even teruggaan naar de 7 brieven aan de 7 Gemeenten (zie Openb. 2:1 t/m Openb. 3:22), dan herinneren wij ons, dat daar de Gemeente te Pergamus de lering van Bileam invoerde door het heilige met het onheilige te vermengen; en dat in de Gemeente te Thyatira de vrouw Isébel de afgoderij met geweld inbracht. Hier in Babylon zijn zij beiden verenigd, en al die ongerechtigheden, die in die vroegere dagen èn in Pergamus èn in Thyatira gekenschetst werden, zijn nu hier tezamen gevat in die “gouden drinkbeker” van die “grote hoer”! Hier is een diepe les te leren voor ons in deze laatste dagen… De mens kan zich met al dergelijke dingen omringen, met alle aantrekkelijkheden van zijn grootheid en heerlijkheid, tòch zal diezelfde mens nooit kunnen verhinderen dat God alles, maar dan ook alles, openlijk ten toon zal stellen, waardoor dan ook het meest verborgene openbaar wordt…
Wat een verschil met de Vrouw in Openbaring 12:1, die bekleed is met de symbolen van de Godheid Lichamelijk[11]: “zon, en maan, en sterren”[12] (waardoor zij, deze Vrouw als type van de Bruidsgemeente, ook de overwinning kan behalen over de macht van zonde en satan[13] – volgens Openbaring 12:11). Zij straalt de glorie van de Here Jezus Christus uit, tot eer en verheerlijking van Zijn Naam. In haar is alles tot VOLMAAKTHEID gekomen door de machtige ontfermingen van de Heilige Geest. En zij kent waarlijk – de van Godswege ontvangen – “gaven en vruchten”, “ambten en bedieningen”, die er allemaal zijn door de innerlijke werkingen van/door de Kracht van de Heilige Geest. Daar is niets bij van (of uit) de mens, maar alles is “van”, “voor”, “door” en “tot” God! Halleluja! Amen.

(Nogmaals) Openbaring 17:5, “En op haar voorhoofd stond een naam geschreven: Geheimenis (SV: verborgenheid), het grote Babylon, de moeder van de hoeren (SV: der hoererijen) en van de gruwelen van de aarde.”
Lezen wij in Paulus’ brieven van “de verborgenheid van Christus en Zijn Gemeente” (zie o.a. Rom. 16:25-26, 1 Kor. 2:7-9, Ef. 1:9-12, 3:3-9, 5:32, Kol. 1:26-28 en 2:2-3, SV), hier vinden wij het tegenovergestelde, namelijk: “de verborgenheid van de ONgerechtigheid” (zie 2 Thess. 2:7, SV). Deze laatste, de ONgerechtigheid, stelt zich altijd op tegenover de verborgenheid van de gerechtigheid; tegenover de verborgenheid van het geloof en van de godzaligheid. Alle kwaad, boosheid en verleidelijkheden, die de duivel gebruikt om zielen af te trekken van de waarheid in Christus – dit alles is te vinden in dit “Babylon van de laatste dagen”. Wat een afschrikwekkende naam draagt zij. Zo geheel anders is het in het geval van de “verlosten”, die de naam van de “HERE JEZUS CHRISTUS” dragen op hun voorhoofden (zie Openb. 14:1 en 22:4). Wij hebben hier, in Openbaring 17, dan ook te maken met een “satanische verborgenheid” (zie 2 Thess. 2:7, SV); het “tegenbeeld” van de “GROTE VERBORGENHEID” in Efeze 5:32 (SV). Zulk een “hoer” kan niets anders produceren (voortbrengen, baren) dan “geestelijke immoraliteit” en alle andere gruwelen, die de oorzaak zijn van de vloek van deze aarde. De duivel zal ALLES doen om te komen tot de meest sprekende en imponerende “imitatie”; maar, waar de Bruid van het Lam de “mannelijke zoon” baart (zie Openb. 12:5, SV), daar kan de hoer slechts “helleproducten” spuien!
Daar is nog één “(karakter)trek”, die aan dat afschuwelijke beeld van deze vrouw (“de grote hoer” uit vers 1) ontbrak, en deze wordt ons in het 6de vers gegeven. Daar lezen wij:

Openbaring 17:6, En ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen, en van het bloed van de getuigen van Jezus. En ik was bovenmate verwonderd toen ik haar zag.”
Hoe ontzettend is dit! Geen wonder dat de apostel Johannes ten hoogste verbaasd was, en zich verwonderde met grote verwondering bij het zien van deze “vrouw” (“de grote hoer” uit vers 1), zoals er in dit 6de vers geschreven staat. Zou hij destijds ook niet bij zichzelf hebben gedacht: “Zó is nu de mens, die zonder God en gebod leeft! Al wat door God in zijn of haar handen is gesteld, is door hem of haar op de vreselijkste wijze verdorven, en veracht, en met voeten getreden.” Wie zal dit durven tegen te spreken? Wij hoeven alleen maar de geschiedenis van de mensheid te lezen, zoals die ons door de pen van de Heilige Geest wordt meegedeeld in de Schriften, en wij zullen weldra op elke bladzijde de waarheid hiervan ontdekken. Ja, hoe hóger en verhevener de zaak is, die werd toevertrouwd aan ‘s mensen handen, des te afschuwelijker vertoont zij zich in haar perversiteit en bestialiteit (dit zijn: verdorven en beestachtige daden en/of uitspattingen, vooral ook op seksueel gebied).
Wanneer wij daarentegen acht geven op de openbaring van Gods gedachten en van Zijn alwijze raadsbesluiten, “waarin (zelfs) de engelen begerig zijn zich te verdiepen” (zie 1 Petr. 1:12 en voorgaande verzen), hoe heerlijk, wonderbaar en liefelijk wordt ons alsdan dat beeld van Zijn Gemeente. Is er ooit op deze aarde een zó wonder-heerlijk toneel aanschouwd?
Als wij nu echter het beeld van deze “moordenares van de heiligen Gods en van Jezus’ getuigen” bekijken… wat blijft er dan over van Gods wonder-heerlijke gedachten voor Zijn Gemeente?! Wanneer wij er ook (nog) maar een weinig van verstaan, dan is dat reeds genoeg voor ons, om ons vol schaamte op de aarde te werpen, aan de voeten van de Heiland, om dáár (ook) onze zonden voor Hem te belijden, Die door dit alles zo diep is beledigd en zo vreselijk is onteerd.
Na deze beschrijving van deze “vrouw” (“de grote hoer” uit vers 1) wordt aan Johannes, door de Engel, de verklaring gegeven van hetgeen hij gezien had; en in deze verklaring moet het ook voor ons duidelijk worden, dat de Here ons niet alleen UITLEGT, wat noodzakelijk is, en daarom uitlegging behoeft, maar Hij gaat in deze nog veel verder. De gehele waarheid wordt hier voor ons blootgelegd…

KLIK HIER als u de studie van hoofdstuk 17 verder wilt lezen.

CJH Theys
(1903 – 1983)


[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie Het nieuwe Jeruzalem, de Bruid van het Lam van God, het Lichaam van Christusvan E. van den Worm. (noot AK)
[2] Een beest heeft meestal) een “kop”, maar hier is het beest een typebeeld van (antichristelijke) mensen, en mensen hebben een hoofd. Dus beide benamingen/vertalingen zijn hier, in principe, juist… (noot AK)
[3] Zie eventueel op onze website de studie De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17 van E. van den Worm. (noot AK)
[4] Zie eventueel op onze website de studie De verborgen ONgerechtigheidvan CJH Theys. (noot AK)
[5] Denk hierbij vooral aan de EU (de Europese Unie) en aan het feit dat deze studie van Openbaring al rond 1970 is geschreven, toen de EU als zodanig nog niet bestond. Op de laatste bladzijde van dit hoofdstuk (zie de PDF) hebben wij wat plaatjes – die voor zich spreken! – en wat informatie over “het Verenigd Europa” uit een studie van Daniël (ook rond 1970 geschreven) vermeld. (noot AK)
[6] Zie eventueel op onze website de studie Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens: een eeuwige, heilige TEMPEL van onze almachtige God en Vadervan E. van den Worm. (noot AK)
[7] “Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten. En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd. Zie, Ik werp haar te bed met hen die overspel met haar plegen, in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van hun werken. En haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen, en alle gemeenten zullen weten dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoek, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken” (Openb. 2:20-23). (noot AK)
[8] Zie eventueel op onze website het artikel Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12?van A. Klein. (noot AK)
[9] Haar ‘luister’, ofwel: haar ‘pracht en praal’. Dat is haar ‘schoonheid’, vooral als uiterlijk vertoon. (noot AK)
[10] Zie eventueel op onze website het artikel Arendsvleugelen (over de kracht van God), van CJH Theys. (noot AK)
[11] In Deut. 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één (dus één Persoon)!
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed/geslagen (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit 3 personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
*) de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
*) de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
*) de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest. (noot AK)
[12] De “zon” is nog altijd het symbool van de Heerlijkheid Gods, van de Vader, als de 1ste “Persoon” (beter gezegd: de 1ste Openbaringsvorm – zie noot 11) van de Godheid.
De “maan” is nog altijd het symbool van het gebroken Lichaam en uitgestorte Bloed van de Here Jezus, de Zoon van de levende God en de 2de “Persoon” (beter gezegd: de 2de Openbaringsvorm) van de Godheid – de Centrale Figuur.
De “sterren” in hun menigvuldigheid zijn het symbool van (de veelvuldige gaven van) de Heilige Geest, de 3de “Persoon” (beter gezegd: de 3de Openbaringsvorm) van de Godheid. (noot AK)
[13] Zie eventueel op onze website de studie De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd van E. van den Worm. (noot AK)
Advertenties

2 reacties op Openbaring 17 vers 1-6

  1. Henk Herbold zegt:

    Het wordt weer heel duidelijk in dit hoofdstuk, naast de Bruid komt er ook een grote hoer voor en deze hoer propageert een valse religie.
    De Bruid verkondigt de ware God; zij wordt gezien als de reine maagd (Gemeente) van Jezus Christus. De hoer daarentegen, heeft een relatie met het beest, de antichrist en de Satan. Terwijl de Bruid een relatie heeft met het Lam, de Here Jezus.
    De hoer staat voor een vals religieus systeem, dus onecht. De Bruid is een geestelijk lichaam van gelovigen, die vervuld zijn met Gods Geest, met de Geest van Christus (1 Kor. 12:13, Efeze 1:22-23).
    In de Bijbel wordt afgoderij beschreven als geestelijke hoererij. God had de mensen voor Zichzelf gemaakt, maar in plaats daarvan gaven ze zichzelf over aan de afgoden. God beschouwt dit als ontucht, hoererij.

    Commentaar:
    Wat is het van groot belang om rein te mogen leven voor God, zodat we straks bij die Bruid mogen behoren. De studie van het boek Openbaring zoals hier beschreven zal ons tot meer inzicht brengen van hetgeen God heeft vastgelegd in Zijn goddelijk plan.

    Persoonlijk geniet ik van elke studie en heb ik grote waardering voor de nauwkeurige studie en de heldere uiteenzetting.

  2. Jan de Haan zegt:

    In het boekje “Babylon in Europa” zegt David Hathaway op blz. 44: “Ik geloof, dat de vrouw over wie Johannes schreef in Openbaring 17 het Europa van de Griekse mythologie is.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s