Boekbespreking 60: Crises van de eindtijd (Goddelijke gerichten vanaf de tijd van de grote afval, volgens de beschrijving van het boek -en de profeet- Joël)

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar H. Siliakus

Goddelijke gerichten

Voorwoord

Temidden van vele andere gebeurtenissen staan de mensheid in de tijd van het einde drie grote crises te wachten. De Gemeente van de Here Jezus Christus komt in een zeer kritieke toestand terecht. Deze tijd zijn wij inmiddels reeds ingegaan. De grote afval is in volle gang. Niet lang zal het duren of ook “de benauwdheid van Jakob” begint, waarin het er voor de volkeren Israëls somber zal uitzien! De derde grote crisis is die waarin de massa’s der goddelozen belanden, na te zijn opgezweept tot een totale opstand tegen God door de komende antichrist. Dit zal de crisis voor de wereld zijn, ook wel Armageddon genoemd.
Aan deze drie crises is het boek Joël gewijd. Zij markeren de drie stadia van de voltrekking van het oordeel Gods aan het eind van de bedeling der genade. Dit oordeel begint bij het Huis Gods: “Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?” (1 Petrus 4:17)
De volgorde is derhalve: Gemeente, Israël, de wereld. Wonderlijk genoeg staat echter centraal in dit boek de zegen van de grote uitstorting van Gods Geest in de laatste dagen, de “Spade Regen”. Te onderzoeken hoe het één met het ander samenhangt, is één van de opgaven waarvoor het onderhavige Bijbelboek ons stelt.

Deel 1: Joël – Het boek en de schrijver

Joel, het tweede boek van de 12 zogenaamde “kleine profeten”, is één van de geschriften uit de Bijbel die uitsluitend handelen over de laatste dagen van de Gemeentelijke tijdsbedeling, de eindtijd in engere zin. Wat wij al op zoveel andere plaatsen in het profetisch Woord ontdekt hebben, dat komt ook in dit kleine, maar belangrijke boek naar voren, namelijk, dat de gebeurtenissen van de eindtijd zich zullen centreren rond Israël enerzijds en de Gemeente anderzijds. En dan niet, zoals in een foutieve bedelingenleer vaak wordt voorgesteld, in volkomen gescheidenheid van elkaar – met voor ieder een eigen weg van heil of voor ieder een eigen heilstijd (er is namelijk maar één Weg tot zaligheid, namelijk Jezus, en er is maar één “Dag van zaligheid”, namelijk de tijd van heden) – maar als één samenhangend gebeuren waarin beurtelings Gods bemoeienis met Israël (in de aardse sfeer) en met de Gemeente (in de geestelijke sfeer) tot uiting komt. Deze bemoeienis leidt tot één en hetzelfde doel: de uiteindelijke vestiging van het Koninkrijk Gods op aarde. God heeft met de Israëliet en de heiden hetzelfde voor. Eén en dezelfde zegen heeft God voor beiden weggelegd, voor nu en voor de toekomst. Paulus zegt in Galaten 6:16 dat vrede en barmhartigheid zullen komen over allen die naar de regel van het Nieuwe Testament wandelen en voegt daar dan aan toe dat dit dus ook voor het Israël van God geldt, de wedergeboren Israëlieten. De weg tot deze zegen leidt, zowel voor de Israëliet als voor de heiden, door Jezus Christus en derhalve door invoeging in de Gemeente van Christus. Gods plan met Israël, als groep van volkeren temidden van andere volkeren, is onderdeel van Zijn plan en voornemen met de Gemeente. Het begin dat God maakte met Abraham, de stamvader van Israël, had ten doel om zegen aan alle volkeren en geslachten van het aardrijk te brengen: “Ik zal zegenen wie u zegenen…; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.” (Genesis 12:3)
De Israëlitische volkeren zijn in de Nieuwe Bedeling door God ingezet voor de verbreiding van het Evangelie en daarmee voor de groei van de Gemeente. En als eenmaal een deel van deze Gemeente hier op aarde de volmaaktheid zal hebben bereikt – dat deel dat de lichamelijke dood niet zal zien (namelijk: de Bruidsgemeente) – zal uit de schare van Israëlitische gelovigen die daartoe behoren het “keurkorps” voortkomen (‘de 144.000’ of het volk van ‘de mannelijke zonen’) dat voor de laatste strijd zal worden ingezet.

Waarom nu direct deze opmerkingen gemaakt over de verhouding tussen Israël en de Gemeente? Het is alsof we met de deur in huis vallen. Maar dit was nodig, omdat bij het lezen van het boek Joël zal blijken, dat men zich voortdurend voor de vraag ziet gesteld: “Gaat het nu over Israël of over de Gemeente?” Hoofdstuk 1 lijkt geheel op Israël betrekking te hebben. Hoofdstuk 2 aanvankelijk ook, maar gaandeweg komt bij het lezen de Gemeente meer in het vizier, met name als wij toekomen aan de bekende “Pinksterprofetie”: “Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.” (Joël 2:28-29)
Ook hoofdstuk 3 lijkt geheel te handelen over Israël (meer in het bijzonder, over het Juda-deel van Israël – zie noot 2), maar als wij enige symbolieken gaan verstaan, komen toch ook weer gedachten naar voren die meer verband houden met de Gemeente. Allicht ontstaat er dus enige verwarring als er niet voldoende inzicht is in de problematiek rond Israël en de Gemeente. Vandaar deze inleiding, die vooral bedoelde te benadrukken, dat Israël en de Gemeente niet louter als tegenstelling moet worden beschouwd. Het is daarbij wel nodig het onderscheid tussen het “Huis van Israël” en het “Huis van Juda” in het oog te houden en niet aan de eenzijdige visie vast te houden dat de Joden, en de Joodse staat “Israël”, het Israël zijn waar de Bijbel over spreekt. Zij vormen maar een klein deel daarvan en vrijwel alleen in de profetieën over Juda komen wij voorzeggingen tegen die op het Joodse volk betrekking hebben. De Israël-profetieën hebben voor het merendeel betrekking op de lotgevallen van de christelijke naties van het Westen, de nazaten van de 10 “verloren” (gewaande) stammen.

  • KLIK HIER als u deze studie wilt lezen of downloaden (= GRATIS).

A. Klein

Advertenties

Over De Eindtijdbode

Een 'roepende in de woestijn' die 'de bazuin blaast' om velen (via GRATIS Bijbelstudies) te tonen "de dingen die - volgens Gods plan - spoedig geschieden zullen". Volgens Openbaring 1 vers 1, 10 en 19.
Dit bericht werd geplaatst in Boek/studiebespreking, De antichrist(elijke tijd), Eindtijdstudie, Gods Geest/De Heilige Geest/Geestesgaven etc., Israël/huis van Israël, Oordelen Gods, Opwekking, Studie van H Siliakus en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s